Praktijk – Werken met krachten

uit de cursus ‘Praktisch occultisme’ (hoofdstuk 10) – juli 1974

Praktijk – Werken met krachten

Als men zich bezighoudt met occultisme, is het belangrijkste uit de aard der zaak de praktijk, de ervaring. Voor de praktijk zijn bepaalde aspecten van groot belang. Ik zal trachten deze kort voor u te belichten.

Meditaties

Het is niet doenlijk occulte krachten goed te gebruiken zonder dat men eerst het eigen “ik” in een juiste harmonie, dus in de juiste vorm van gerichtheid heeft gebracht. Meditatie is noodzakelijk. Indien u wilt mediteren, dan geldt voor leken, degenen die geen bijzondere meditatie training hebben gehad, de volgende richtlijnen:

  1. Zorg dat u geheel ontspannen bent en dat geen lichamelijke noden of behoeften u kunnen kwellen.
  2. Kies een onderwerp waarover u gaat mediteren. Kies dit zoveel mogelijk in overeenstemming met de occulte kracht of de gave die u hoopt te kunnen gebruiken.
  3. Tracht tijdens de meditatie alle aspecten, die in u opkomen, te verwerken.
    Meditatie is geen beschouwen alleen, het is wel degelijk een rationeel proces ,waardoor het ego probeert alles wat in het “ik” een relatie vertoont met het punt van uitgang van de meditatie te over­zien en zoveel mogelijk tot eenheid te brengen.

Indien u dit alles heeft gedaan, onthoud dan verder:
Ademhalingsoefeningen zijn alleen dan goed, indien u deze niet over­drijft en u ze doet voordat u met de meditatie begint. Na de meditatie kunt u hoogstens reinigende ademhalingen toepassen, maar u dient zich wel te realiseren, dat u dan de in u opgeladen spanningen en krachten gelijktijdig weer afreageert.

De ademhalingstechniek die ik voor de leek aanbeveel:
Haal adem in overeenstemming met de hartslag. Dat wil zeggen: u re­kent 2 polsslagen tegen 1 hartslag. Dat is voor u het eenvoudigst. U ademt in 4 maal de polsslag. U houdt dan de adem in (eveneens 4 hartslagen of 8 polsslagen), daarna ademt u uit. Dit uitademen doet u langza­mer en wel zo dat u zo mogelijk gedurende 16 polsslagen uitademt (8 hart­slagen, 16 polsslagen). Indien dit u niet mogelijk is, probeer toch een vast ritme aan te houden. Zorg ervoor dat bij de uitademing werkelijk alle lucht uit de longen wordt geperst. Herhaal dit niet meer dan 3 à 4 keer.

Als u zo meditatie beoefent, al dan niet vergezeld van ademhalingsoefe­ningen, geldt verder nog:
In alle gevallen moet u een voorstelling hebben van datgene wat u tot stand tracht te brengen. Ik meen dat het verstandig is een vol­ledige omschrijving te geven van wat u wilt doen. Bouw desnoods een fantasiebeeld daarvan op, maar zorg ervoor dat dit zoveel mogelijk de­tails bevat. Als dit beeld is opgebouwd en u heeft het gevoel: zo zou het moeten zijn, laat het los en begin aan de praktijk. Voor de praktijk heb ik voor u de volgende richtlijnen:

Handlezen

Zorg dat u een overzicht heeft van de verschillende lijnen en hun betekenis. Er zijn daarover voldoende boeken in de handel. Volg lijn na lijn, beginnend met de levenslijn (van wijsvinger langs de duim, de hart­lijn (tussen duim en wijsvinger of van wijsvinger naar de kleine vinger lopend) en ga van daaruit inspiratief verder. Interpreteer niet naar het­geen u ziet, maar naar hetgeen er in u opkomt. Combineer beide. Zo kunt u tot een snelle en tamelijk juiste conclusie komen ten aanzien van de persoon, maar ook ten aanzien van de bestemming en de verwachtingen welke er in die persoon leven. Van vooruitzien kan echter bij handlezen slechts zelden worden gesproken, alleen dan als men een zeer grote er­varing daarin heeft. In zo’n geval worden de lijnen niet gevolgd, doch­ wordt juist het totaalbeeld gebruikt als inductor voor helderziende waarnemingen in ruimte en tijd met betrekking tot de persoon.

Pogingen tot normale helderziendheid

Het is voor de beginneling verstandig om hierbij uit te gaan van een punt van projectie. Dit kan zijn: een kristallen bol, zo mogelijk eenzijdig belicht en wel zodanig dat geen direct licht de beschouwer be­roert, maar de bol zelf wel in het licht is. In andere bevallen moet de beschouwer zelf zoveel mogelijk in het duister zijn. Tijdens de beschouwing concentreert u zich op hetgeen u wilt waarnemen. De combinatie van zelfsuggestie en optische vermoeidheid maakt het mogelijk dat u in betrekke­lijk korte tijd een gevoel krijgt: ik zie. U zult dan meestal nog niet wer­kelijk zien, maar u kunt wel iets beschrijven. Begin dan rustig met die beschrijving. Als u dit enige tijd heeft gedaan, zult u ontdekken dat er voor u in het kristal (of in water of in een spiegel) beelden zichtbaar worden. Dit zijn echter slechts visuele projecties van datgene wat reeds eerder in u opkwam.

Als u anderen wilt laten deelhebben aan een dergelijke projectie, dan kan dit nimmer gebeuren door beelden te doen verschijnen in de bol, de waterspiegel of een spiegel. U moet in dergelijke gevallen altijd uit­gaan van een eerst volledig in u opnemen van de persoon met wie u werkt en verder een zo hecht mogelijke band leggen tussen de ander en uw eigen persoonlijkheid, als het kan dominant t.a.v. de andere persoonlijkheid. Dan kunt u de ander visioenen laten zien in het oppervlak van de bol, de waterspiegel, de spiegel enz.

Een andere methode is: de persoon zelf laten zien, zonder dat u de visioenen kunt volgen. In zo’n geval gaat u uit van het standpunt: Ik neem zo goed mogelijk de gehele persoonlijkheid in mij op en geef dan die persoon de opdracht in eigen toekomst te schouwen. Dit is een bevel dat zwijgend maar met intense concentratie wordt gegeven. Gelijktijdig laat u hem schouwen in het spiegelend oppervlak. U wacht dan enige tijd totdat u ziet dat de persoon reageert. Daarna herhaalt u zo snel en zo intens mogelijk hetzelfde bevel. Vervolgens vraagt u de persoon te beschrijven wat hij gezien heeft. Dit is een methode, die voor de meeste mensen wat moeilijker te volgen is in het begin, maar die juist voor degenen die geen andere paranorma­le gaven hebben ontwikkeld en geen grote scholing hebben gehad in dit opzicht op de lange duur gemakkelijk te bereiken is. Het is een proces waarbij je zelf leert en de ervaring het meest belangrijke is.

Werken met kaarten en andere voorspellingsmiddelen

Indien u werkt met kaarten, of dat nu gewone speelkaarten zijn, tarot of waarzegkaarten van allerlei soort, desnoods eenvoudige stuk­jes karton, staafjes e.d., zo dient u het volgende te onthouden:

Ik moet uitgaan van een systeem. Het willekeurig leggen en dan duiden zonder meer heeft geen zin. Ik heb het systeem nodig, omdat ik voor mijzelf het gevoel moet hebben dat er een verband wordt aangetoond. Daarom is niet het systeem bepalend (het kan zelfs zeer willekeurig worden gekozen), maar het moet wel zeer consequent worden gehanteerd. In alle gevallen ga ik uit van het beschouwen van de kaarten, maar ik tracht niet een verstandelijke relatie tot stand te brengen tussen deze kaarten. Ik laat eerder mijn gevoelens spreken en zeg eenvoudig wat mij voor de mond komt. Dan zal ik, vooral in het begin, wel eens dingen zeg­gen die een ander niet graag hoort, maar dat is altijd nog beter dan onzin te zitten praten.

De vormen van helderziendheid in ruimte en tijd, die voor een persoon bereikbaar zijn

Uittredingen

Bij alle uittredingen houdt men rekening met het volgende: niet terugschouwen. Als u het gevoel heeft dat uw lichaam achter u ligt, kijk niet om, ga voort naar uw doel. Probeer u dit doel zo goed mogelijk voor ogen te stellen. Doe dit ook voordat u inslaapt of in trance gaat. Hierdoor bent u in staat uw richting te behouden en is het mogelijk uit te treden naar plaatsen op aarde, die al dan niet middels een inductor reëel bepaald zijn. Het is eveneens mogelijk naar bepaalde sferen te gaan, mits men zich de gesteldheid van deze sferen enigszins kan voorstellen.

Gaat het over uittredingen in de tijd, waarbij u vooruit loopt op het huidige tijdsgebeuren, realiseer u dan:
U kunt zich alleen concentreren op het samentreffen van bepaalde factoren. U kunt niet een mens volgen in de tijd. U kunt wel een mens beschouwen in verband met bv. zijn bankrekening of in verband met een medemens. In die gevallen zullen de crisispunten voor u zichtbaar worden. Deze crisispunten tonen echter niet de voorafgaande processen. Conclusies omtrent de verdere ontwikkeling zijn dus erg hypothetisch. Indien wij achtereenvolgens een viertal waarnemingen doen, kan geredelijk worden aangenomen dat ze in tijd een juiste volgorde hebben. Wij gaan dus van de eerste of van de laatste fase uit, alle andere fasen zijn tussenliggend. Dit maakt vaak een redelijke interpretatie van de tussenliggen­de perioden toch wel mogelijk.

Wilt u de toekomst zien van bv. een land, een natie, een bepaalde beweging, onthoudt u dan:
Deze zaken zijn veelomvattend. Ze kunnen nooit geheel overzien wor­den, omdat u niet in staat bent het geheel van invloeden, die daarin mee­spelen, zelf te overwegen. Elke benadering hiervan kan alleen gebeuren in relatie met uw eigen persoonlijkheid en gebaseerd op uw persoonlijke erva­ring. Alle waargenomen voorstellingen, alle belevingen zijn te interprete­ren in samenhang met uzelf en hebben altijd betrekking op uw persoonlijke belevingen of uw relatie met het andere.

Ik zou verder uw aandacht willen vestigen op de mogelijkheid om de mens te beoordelen.
Als wij een persoon voor deze beoordeling opnemen, dan zal dat in het begin een verstandelijk proces zijn. Laat het gevoel dat u daarbij krijgt altijd domineren. Als u een sfeer aanvoelt, moeten alle andere tekenen binnen het kader van de aangevoelde sfeer worden geïnterpreteerd. Dit is zeer belangrijk.

Het waarnemen van een aura is voor de meeste mensen erg moeilijk. Het aanvoelen van een aura is voor de meeste mensen normaal – zeker als die aura verschilt van de hunne en zij daarmee enige tijd in contact zijn.

Daarom kunnen wij op zuivere gevoelsreacties afgaan, daar ze een “lezen” van de aura betekenen. Hebben wij een dergelijke emotionele benadering en dus een emotioneel oordeel, dan is het verstandig te wachten totdat het contact met die persoon is verbroken en dan trachten met gesloten ogen het beeld van de persoon weer op te bouwen. In vele gevallen zien wij dan ineens een gloed rond die persoon en zullen wij als het ware ach­teraf enkele facetten van de aura waarnemen.­

Gesloten ogen en ontspanning zijn hierbij belangrijk. Onthoudt u dat wel: in het begin zult u daar veel fantasie in leggen, maar op dan duur zult u ontdekken dat bepaalde facetten van de waarnemingen nu eenmaal niet te vervalsen zijn. U kunt wel willen dat deze facetten anders zijn, maar ze zijn nu eenmaal niet anders. Bijvoorbeeld: U zegt: Dat is een goed mens en toch zitten er allemaal van die giftige vlammetjes in de aura.

Dan kunt u die vlammetjes niet wegdenken, ze komen toch steeds weer te­rug. Dergelijke waarnemingen, die achteraf worden gedaan, vergroten de eigen gevoeligheid voor de aura van anderen, zodat het op den duur ook gemakkelijker wordt de aura van mensen (in het begin van mensen en leven­de wezens, later alle uitstralingen) waar te nemen. In de praktijk is het dus belangrijk dat men regelmatig probeert zich deze uitstraling voor ogen te stellen, dat men regelmatig reageert op deze gevoelsmatige invloed en dat men steeds weer tracht deze invloed terug te brengen, eerst met gesloten ogen, tot een voorstelling en la­ter door concentratie op de persoon met het gevoel: nu zal ik ook de uitstraling zien.

Hier hebben wij een paar van de eenvoudigste benaderingen. Ik kan u natuurlijk geen les gaan geven in alle zaken die samenhangen met occultisme en magie. Het zal echter voor u belangrijk zijn om u het volgende altijd voor te houden:

Elk zintuig kan via suggestie worden beïnvloed. Het is mogelijk dat u dingen ruikt die er niet zijn, dat u dingen hoort die er niet zijn, dat u dingen ziet die er niet zijn, dat u dingen voelt die er niet zijn. Alles wat zintuiglijk is waar te nemen, kan u via suggestie of dominan­tie worden opgelegd zonder dat het werkelijk aanwezig is. Daarom zal geen enkele invloed van buiten zonder meer aanvaardbaar zijn. Alleen indien die invloed door een zich afsluiten en in een poging tot herbeleving eenzelfde facet vertoont, ontstaat aanvaardbaarheid. Op den duur zal men in staat zijn een onderscheid te maken tussen opgelegde suggesties en reële waarnemingen.

Over het algemeen worden geuren waargenomen, indien bepaalde enti­teiten of persoonlijkheden zich in de omgeving manifesteren. Dat betekent echter niet dat die geesten bijzonder veel met u voorhebben. Het betekent alleen dat zij er zijn, dat hun uitstraling door u als een geur wordt vertaald. Vaak zijn dit bloemengeuren, maar het is ook heel goed mogelijk dat u iets ruikt wat eerder bij de riolering thuis hoort. Reukwaarneming is praktisch altijd constatering. Ze is zelden mededeling al is het alleen maar, omdat je via de reuk nu eenmaal weinig mededelin­gen kunt overbrengen aan de mens. Een hond zou nog gaan, maar een mens niet.

Hebben wij te maken met auditieve hallucinaties, dat wil zeggen dat wij iets horen wat er niet is, dan is het bijna altijd een invloed van bui­tenaf die dit veroorzaakt. Er zijn gevallen van zelfbedrog mogelijk, maar het aantal daarvan valt ver in de minderheid t.a.v. de werkelijke boodschappen.

De ontvangen boodschap zal altijd zijn in de termen van uw denken, niet in het denken en de intentie van de zender. Onthoudt u dat wel. Elke gehoorde uitdrukking is dus uw interpretatie. Hiermee rekening hou­den betekent een poging tot communicatie, welke door de reacties uwerzijds verdere waarneming tot gevolg kunnen hebben.

Opvallend is dat auditieve hallucinatie vaak voorkomt op ogenblik­ken dat de mens onder zeer grote spanning staat en onoverlegde handelin­gen overweegt of tracht uit te voeren. Het is duidelijk dat dan veelal­ een waarschuwing wordt gehoord. Het reageren op die waarschuwing en het rekening houden daarmee is zeer belangrijk.

Wil men helderhorendheid verder ontwikkelen, dan kan dat alleen indien men eerst dergelijke impulsen heeft ontvangen en zich vervolgens realiseert onder welke condities het verschijnsel zich kan herhalen.

Dan blijkt dat in plaats van stress (spanning) een zekere innerlijke ge­spannenheid kan optreden, die voldoende is om dergelijke reacties voor u mogelijk te maken.

Helderziendheid

Helderziendheid begint altijd met aanvoelen. De visuele factor hier­bij is niet in overeenstemming met de waarneming van het menselijk oog. Richten wij het oog daarop, dan krijgen wij heel sterk andere indrukken en zal de helderziende waarneming over het algemeen verdwijnen. Eerst als wij neutraal blijven, zeker met het gezichtsorgaan t.a.v. de invloed, zul­len wij reacties zien die de moeite waard zijn.

Probeer nooit iets te forceren. Als u probeert iets te forceren, vernietigt u eventueel gedane beïnvloedingen en zult u gelijktijdig zelf­suggesties in de hand werken. Dit chapiter, is naar ik meen hiermede redelijk afgesloten.

Wij gaan nu over naar andere factoren zoals contemplatieve belevingen, incantatie en bezwering. Deze vallen namelijk onder één noemer.

Contemplatie

Contemplatie bestaat altijd uit de beschouwing van een bepaald voor­werp. Alle bijkomstige gedachten moeten worden verdrongen. Indien u ze verdringt, blijven ze lastig, daarom is het beter de gedachten om te bui­gen in de richting van het onderwerp zodat afdwalingen van het beschouwde voorwerp steeds minder worden. Hierdoor verkrijgt men een enorme energie in het ego, gepaard gaand met een zeer grote eenzijdigheid van besef en ge­richtheid in dit ego. Deze procedure kan gebruikt worden om bepaalde ho­gere waarden in zich te ervaren. Daarnaast kan het gebruikt worden om in zich grote krachten te ontvangen, die later bewust kunnen worden ontladen.

Incantatie

Als wij incanteren zullen wij altijd uitgaan van het standpunt: er is een kracht die ik kan aanroepen. Ik moet echter de naam van die kracht weten, want naam is eigenschap, is kwaliteit. Die naam is niet belangrijk opdat ze werkelijk zo bestaat, maar omdat ze een klankinhoud is die voor mij is ge­ïdentificeerd met een bepaald type persoonlijkheid.

De juiste uitspraak is zeer belangrijk. Het eigen wezen moet resoneren on­der de klanken die men voortbrengt.

Bij een incantatie vraagt men. Men zal nimmer bevelen voordat men heeft gevraagd. Indien men krachten oproept, die men sterker acht dan men zich­zelf meent te zien, zal men altijd moeten uitgaan van een hogere kracht, die men eveneens benoemt, dus waarvan men de naam kent of waarvan men de naam die men kent aanduidt. Men zal zich beroepen op deze hoge kracht, maar men zal zich vóór het begin van de incantatie eerst in gebed tot die kracht hebben gericht. Incanteren is dus altijd een kwestie voor belangrijke zaken. Voor een kleinigheid moet u het niet doen. Dat is. a.h.w. dynamiet gebruiken omdat u een stofje wilt wegvegen.

Besef heel goed dat een incantatie belangrijk en bruikbaar is, in­dien het voor uzelf of voor anderen om zaken van levensbelang gaat. U kunt nimmer incanteren en dingen richten of oproepen waarmee u zelf niets te maken heeft. Als u een dergelijke incantatie doet, zult u zelf moeten aangeven hoe de krachten moeten vloeien. Doet u dat niet dan vervloeien de krachten of zullen ze vaak vrijelijk door anderen gebruikt kunnen worden, soms voor het tegendeel van hetgeen u beoogt. Indien u wilt incanteren,ient u verder het volgende te onthouden:

De medeklinkers zijn het belangrijkst, daar deze het type van de in­cantatie als het ware fixeren. E, A, U, O zijn natuurlijk mooie klanken (klinkers), maar ze krijgen pas werkelijk inhoud, als het woord bv. wordt re, ba, hu, ho. In deze gevallen hebben wij te maken met een klankcombinatie. De klank is omschreven en door de omschrijving kan ze een directe invloed hebben op de persoon zelf. Iemand die incanteert en zelf de spanning daarvan niet voelt, kan wel zeker zijn dat hij niets bereikt. De meest voorkomende tekenen dat een incantatie juist is zijn: prikkeling in de huid, vooral van de schedelhuid. Soms ook een gevoel van enorme geladenheid en prikkeling, die zich vooral manifesteert in de uiterste ledematen zowel als in oren, neus, vingertoppen en eventueel tenen. Indien dit optreedt, kunt u er zeker van zijn dat u krachten oplaadt.

Onthoud: Krachten kunt u nooit opnemen zonder dat u ze weer afgeeft.

Daarom kan geen enkele incantatie als afgesloten worden beschouwd, tenzij alle kracht gericht is op een bepaald doel en daarna een einde is ge­maakt aan het proces. Men doet dit over het algemeen door een dank uit te spreken aan de naam, die men bij de incantatie heeft gebruikt, en daar­ aan toe te voegen: “De taak is volbracht. Ik dank u. Ga heen.”

Het is niet belangrijk hoe u formuleert. Elke formulering is toelaatbaar, mits daarbij de genoemde spanningen ontstaan.

De bezwering

Een bezwering is iets anders dan een incantatie. Deze roept de kracht op. Een bezwering is een reactie op een bestaande kracht.

Bij een bezwering gaat het in de eerste plaats om het beperken van be­paalde werkingen. Een bezwering houdt bijvoorbeeld in: het veranderen van eigenschappen. Maar ik kan niet een gifslang bv. weldadig maken in haar gif. Ik kan wel het venijn sterker maken, maar ook de werking ervan veranderen.

Bij een bezwering kan ik een duivel eventueel oproepen, indien er reeds een relatie met die duivel bestaat, maar ik kan geen duivel domi­neren door de bezwering zonder meer. Is een demon aanwezig (bv. in een andere persoonlijkheid), dan heeft de bezwering weer wel zin, omdat ze betekent dat ik een relatie stel met de demon en hem dwing te reageren op de krachten die ik in mij erken en oproep. Zijn deze licht en sterk, dan kan ik daarmee werken. Gaat het om een contact met een negatieve geest, dan zal men eerst een incantatie doen en pas daarna, geladen met kracht, overgaan tot de bezwering, die dan gelijktijdig de doelstelling van de incantatie is geworden.

Ik neem aan dat u niet al teveel daarmee zult werken. Toch is het belangrijk dat u dit beseft. Het is mij nl. opgevallen dat sommige mensen onder spanning gebeden gebruiken, die het karakter hebben van een bezwering. Die gebeden kunnen niets uithalen. Een gebod, uitgesproken als men in grote moeilijkheden is, moet in de eerste plaats de zin hebben van een incantatie; dat wil zeggen een erkenning van de aanwezigheid van een hoge kracht en de vereenzelviging met die kracht. Eerst daar­na kan men verder gaan en zeggen wat er moet gebeuren. Wie krachten nodig heeft, kan deze altijd in zich opnemen. De incanta­tie is een van de meest voorkomende middelen daartoe. Wij kunnen met contemplatie eveneens enorme energieën in ons opslaan. Maar aangezien deze methoden voor een leek niet altijd direct bruikbaar zijn, geef ik u een vereenvoudigde methode, waardoor u snel levensenergieën en bepaalde geestelijke en astrale energieën kunt opslaan. ­Enige regels daarvoor:

  1. Ontspan u volledig. Het is belangrijk hierbij dat dan het lichaam zo is gericht dat, indien het even mogelijk is, het hoofd oost en de voeten west wijzen.
  2. Het is het best dat u volledig ontspannen ligt uitgestrekt zonder dat er enige oneffenheid is tussen het hoofd bij de aanzet van de ruggengraat en de hielen. Dus zoveel mogelijk recht liggen op een harde vloer. De voeten raken elkaar niet. De handen en armen raken net niet het lichaam maar liggen wel ernaast. De adem­haling is niet diep maar wel gelijkmatig.
  3. Wij concentreren ons nu op de kracht. Wanneer wij dit doen, ontstaat er een gevoel van zweven, een lichte vervreemding. Dit is niet belangrijk. Geef er geen aandacht aan. Vraag om kracht en herhaal dit. Als u dit meermalen doet, zult u tot uw verbazing ontdekken dat u in zeer korte tijd van grote vermoeidheid tot veerkracht kunt recupereren, dat u bepaalde contacten en inzich­ten van geestelijke aard gemakkelijk kunt behouden en zelfs kunt verbeteren. U zult verder ontdekken dat u het vermogen heeft om bepaalde astrale verschijnselen in uw omgeving weg te zenden of te vernietigen.

Deze procedure werkt altijd. De tijd die daarvoor nodig is, zal voor de doorsnee mens liggen tussen de 15 en 45 minuten. Daarbij is ont­spanning, gelijkmatige en niet al te diepe ademhaling zeer belangrijk.

Concentratie

Heeft u niet de mogelijkheid u op een dergelijke wijze volledig te recupereren en gelijktijdig uw energieën aan te vullen, dan bestaat de metho­de van concentratie, die bruikbaar is in elke omgeving, daar zij slechts korte momenten vraagt.

Voor één ogenblik (dat ogenblik staat ongeveer gelijk aan twee niet al te diepe ademhalingen) richt u al uw denken op licht. Kies een kleur die u sympathiek is. Probeer dit een ogenblik te zien. Ga daarna nor­maal verder met uw bezigheden. Na ongeveer 15 à 20 minuten herhaalt u deze procedure totdat u deze vijfmaal heeft herhaald. U zult met verba­zing ontdekken dat deze zeer eenvoudige methode uw energie aanmerkelijk heeft doen toenemen, terwijl, gelijktijdig uw doorzicht aanzienlijk groter en uw combinatievermogen beter zijn geworden. Ook de geheugenfunctie blijkt tijdelijk te zijn verbeterd. Besef echter wel, dat u dit proces niet onbeperkt kunt herhalen. Als u het een keer heeft gebruikt, dan zult u tenminste 48 uur moeten wachten, voordat u het weer kunt toepassen.

Doet u het namelijk te vaak, dan ontstaat er een innerlijke onevenwichtig­heid, welke bepaalde hallucinaties ten gevolge kan hebben en ook bepaal­de storingen in het zenuwstelsel. Maar heeft u energie nodig, moet u een zeer grote prestatie in korte tijd leveren, heeft u bepaalde geestelijke problemen die u met alle geweld wilt oplossen, dan is deze procedure voor elke leek zonder meer bruikbaar. Een methode, waarbij wij vooral geestelijke energieën sterk kunnen doen toenemen, is misschien de meest eenvoudige die er denkbaar is. Ze vergt weinig of geen tijd en is eigenlijk meer een kwestie van aanvaarding.

Als ik het innerlijk licht wil hebben, dan moet ik alleen maar met volle overtuiging zeggen: Er zij licht. Meer niet. De overtuiging, het absolute gevoel “dit is mogelijk, dit is waar” is de enige factor.

Als ik namelijk een gevoelsmogelijkheid formuleer, breng ik daarmede een relatie tot stand met datgene wat ik heb omschreven. Als deze relatie er een is van kracht of van een bepaalde werking zal ze op dat moment in mij worden gewekt en aanwezig zijn. Zolang ik werk met deze kracht, zal over het algemeen de relatie blijven bestaan. Onderbreek ik echter de handeling, dan is ook meteen de hele band weg en zal ik helemaal opnieuw moeten beginnen. Ik geef u een voorbeeld om duidelijk te maken wat ik hiermee bedoel.

Stel dat u probeert iemand te magnetiseren. U doet daartoe, via een bepaalde kleur en geloof, een beroep op hogere krachten. Nu gaat de telefoon. U loopt weg om die te beantwoorden en komt daarna terug. Dan kunt u niet met hetzelfde effect de behandeling hervatten. Integen­deel, indien u de behandeling zonder meer zou hervatten, is de kans heel groot dat u gezien uw andere instelling, een deel van de kracht die u heeft gegeven eigenlijk weer terugneemt.

Enige praktische raadgevingen ten aanzien van het aanroepen van geesten en andere wezens om daarvan onmiddellijke hulp te ontvangen:

  1. Het bekendste voorbeeld is vaak geciteerd. “Antonius, beste vriend. maak dat ik mijn dit of datje vind ” Onthoudt u dit. Of de persoon die u aanroept werkelijk bestaat of niet, is niet belangrijk. Wel is zeer belangrijk uw volledige over­tuiging, dat die persoon kan helpen. Dit betekent nl. dat allerlei gegevens, die in uw onderbewustzijn zitten en die niet naar voren kunnen komen, om de een of andere reden, nu plotseling beschikbaar zijn. U kunt dan zelf al beter uw problemen oplossen door middel van zo’n oproep.
  2. Roep altijd alleen die personen aan met wie u harmonisch bent en u verbonden gevoelt. Er zijn mensen die denken: Thomas van Aquino is een heel goede en wijze man. Zij zeggen dan: “Thomas van Aquino, maak dat ik mijn ring terugvind ” Maar Thomas heeft er nooit een gehad. Hij heeft er geen interesse in en u krijgt geen kans. Maar als u nu bv. een achternicht heeft, die is overgegaan en die vroe­ger erg gesteld was op ringen en u roept haar aan, dan heeft u gro­te kans dat zij u helpt, omdat dit begrip met sieraden is geassocieerd.
  3. Hulp inroepen bij iets wat u doet. U kunt natuurlijk altijd een entiteit aanroepen en dat gebeurt ons dan ook elke keer weer. Onthoudt u wel: u weet niet, wie van ons beschikbaar en tot hulp in staat is. Indien u een beroep doet op Licht, op God, op Christus of desnoods op een groepering als de Witte Broederschap of de Orde, dan bestrijkt u een geheel terrein. Dat wil zeggen: indien uw bood­schap voldoende geconcentreerd is, kan de gehele groep daarop reageren. Er zal dan altijd wel iemand zijn die reageert. Volgens mij is het het best om uw oproep te richten tot het Licht of tot God zelf. Hiermee heeft u de grootste kans dat u de juiste reactie verkrijgt. Hoe meer u specialisten probeert aan te roepen, des te groter het gevaar wordt dat eventuele hulp die u krijgt niet dat is wat u be­doelt. Wat dat betreft wil ik u eraan herinneren dat ook specialis­ten op aarde vaak in hun benadering van problemen eenzijdig zijn, wat nadelen met zich mee kan brengen.
  4. Indien u meent, dat er voor uw bewustwording innerlijke kracht nodig is, want ook dat komt voor, onthoudt u dan: wie in zich een bewustwordingsfase wil doormaken of wil overwinnen, diene zich in de eerste plaats aan bij zijn eigen “ik”. Realiseer u: ik ben deel van God, van de totaliteit. Ik beroep mij op die totaliteit zoals ik er deel van ben en op het deel dat ik daarvan ben. Door dit beroep op uzelf en op de goddelijke Kracht, zoals zij in u aanwezig is, zal het geheel van het eigen “ik” beter toegankelijk worden. Beroep op krachten van buiten kan veelal mis­leidende gevolgen hebben.

Dit zijn allerlei praktijkwenkjes.
Laten we aannemen dat u een cursus over occultisme niet alleen maar volgt uit nieuwsgierigheid. Voor praktisch alle basisbeginselen of dat astrologie, frenologie of wat anders is, bestaan er handboe­ken. Dergelijke handboeken kunt u consulteren, niet omdat ze volledig juist zijn, maar omdat zij u de beginselen, de gegevens verstrekken waar­op u later moet reageren.

Bij frenologie bv. wordt u gewezen op welke kentekenen u moet letten.

Bij gelaatskunde op welke gelaatstrekken u speciaal attent moet zijn en hoe u daarop moet reageren.

Bij handlijnkunde, welke specifieke eigenschappen de palm van een hand heeft en hoe de lijnen daarin ongeveer geduid zullen kunnen worden. In al die gevallen betekent het dus, dat u die kennis moet opdoen uit boeken. Wij beschikken niet over de mogelijkheid om u alle noodzakelijke schetsen te verschaffen, tenminste niet langs deze weg. Maar als u eenmaal de grondgegevens in u heeft opgenomen, zult u er zelf volgens eigen inzicht en eigen inspiratie mee moeten werken. Er bestaan geen voorschriften die altijd en algemeen gelden, ook niet voor meditatie.

Er bestaat geen enkele methode van meditatie, die voor iedereen even optimaal werkt. Een meditatiemethode wordt alleen gebruikt om de toestand van meditatie in u te leren bereiken en deze vanuit uzelf en vol­gens uw eigen mogelijkheden en wegen verder te ontwikkelen.

U zult in de praktijk telkenmale worden geconfronteerd met misluk­kingen, omdat u denkt iets te bereiken dat later eigenlijk iets geheel anders blijkt te zijn. U ziet uzelf daarbij vaak niet eens als oorzakelijk.

Toch kan in bepaalde gevallen dit gebeuren waarop u niet rekent wel dege­lijk het gevolg zijn van uw eigen krachten en wat meer is: de vervulling van uw werkelijke wens.

U wilt een mens genezen. U wilt het beste voor deze mens. U wilt dat alles in harmonie komt. Dit is lichamelijk onmogelijk, de patiënt gaat zacht over. Nu is deze zachte overgang en de mogelijkheid tot be­wustwording meestal daaraan verbonden, het resultaat van uw ingrijpen, ook indien u die patiënt in leven had willen houden en zeker niet aan een zachte dood had willen helpen.

Dergelijke gevallen komen telkenmale weer voor. Je vraagt om het ene te vinden en je vindt het andere. Je zegt hier is een fout. Maar waar ligt die fout? Ligt die fout niet eerder in datgene wat je wilde vin­den? Heb je de relatie niet verkeerd gesteld? Besef, dat je eerst je­zelf moet leren kennen in het experiment, voordat je kunt komen tot een reële praxis van de occulte wetenschappen en een voortdurend en juist gebruik van de z. g. occulte gaven.

U heeft allen in u één of meer mogelijkheden. Die mogelijkheden te ontplooien is uw eigen zaak. Maar vergis u alstublieft niet: wat u tot stand brengt is harmonisch met uw wezen, maar niet harmonisch met wat u op dit moment misschien zou willen. Datgene wat tot stand komt is een volledig juiste en harmonische uitdrukking van datgene wat voor u en het andere op dit moment goed is of – indien u negatief werkt – verkeerd is. Maar het zal niet beantwoorden aan uw voorstelling daar­van, omdat u nimmer in staat bent te overzien wat de werkelijke gevolgen zijn. Als u werkt met het occulte, dan werkt u met het gevoel en de bo­venredelijke waarden. U mag daarom nimmer trachten uw rede en uw ver­standelijke voorstelling te gebruiken als criterium voor de occulte mo­gelijkheden. U moet eenvoudig uitgaan van de vraag: is er dan gevolg dat kan overeenkomen met de kracht die ik heb gebruikt? Zo ja, dan ga ik verder. Zo neen, dan staak ik eenvoudig de handeling. Want is er toch een gevolg, dan zal dit mij automatisch wekken tot een hernieuwd hande­len en ingrijpen. Dit geldt voor u allen.

Denk niet dat er iets is wat u niet kunt. Maar er zijn vele dingen, die u op dit moment niet kunt. Doe daarom vandaag de dingen, die van­daag voor u mogelijk zijn. Als het de tijd daarvoor is, worden de proble­men wel op uw weg gebracht. Er wordt geen probleem op uw weg gebracht, indien u niet innerlijk de rijpheid heeft om dat probleem op te lossen. Als u daar niet in slaagt, heeft u dus gefaald. Niet ten aanzien van degene die u een opdracht geeft, maar ten aanzien van uzelf. U bezit alle krachten en mogelijkheden om alle problemen op te lossen.

Als ik u een laatste raad mag geven:

Als u zich bezighoudt met geestelijke krachten, geestelijke werkingen en occulte krachten, vermijd vooral alle zelfverwijt en zelfbeklag.

U bent zelf instrument. Niemand heeft medelijden met een potlood, omdat het geslepen moet worden. Heb geen medelijden met uzelf als u op de juiste wijze moet worden gericht op een nieuw doel in uw bestaan.

Beklaag u niet daarover. Probeer alleen, zoals u nu bent, zo goed, zo scherp en zo juist mogelijk te functioneren.

Zeg nooit dat anderen schuld hebben. Het zal ongetwijfeld waar zijn, maar het helpt u niet door dit te constateren. Vraag u alleen af, of u zelf heeft gefaald en zo neen, welke emoties er in u leven en op welke wijze deze kunnen worden omgezet in een compenserende,geestelijke kracht.

Met deze aanwijzingen besluiten wij dan de cursus. Zeker zijn deze niet volledig, dat weet ik. Maar er is een begin gemaakt. Ieder van u zal deze weg, indien gekozen, zelf moeten voortzetten. Indien u faalt, dan betekent dat vaak dat u een verkeerde benadering kiest, kies dan een andere. Geef de hoop niet op. Wij zullen, indien ons dit mogelijk is, ook in komende tijden proberen u bepaalde regels te geven, waardoor u kunt groeien en op uw eigen manier kunt leren werken met de grote en kosmische krachten, die op velerlei niveaus rond u aanwezig en voor u bruikbaar zijn.

Werken met krachten

Als wij speken over krachten, dan hebben wij het eigenlijk over een totale kracht, die in vele verschillende vormen in verschijning treedt.

Indien een gericht verschijnsel voor ons kenbaar is, dan noemen wij dat een straal, ofschoon het natuurlijk dezelfde kracht is, maar in een modulatie, die de eigenschap daarvan zal bepalen voor alles wat daardoor wordt getroffen.

Alle kracht, die wij richten, wordt bepaald door ons denken, dus door onze harmonie en de aard van de kracht die wij gebruiken. Dat is ook heel begrijpelijk. U kunt met waterkracht de kachel niet aanmaken.
U kunt met vuur geen waterkrachtcentrale drijven. Op dezelfde manier zult u zich altijd, als u met bepaalde krachten werkt, moeten afvragen: welke kracht heb ik nodig en hoe stem ik mij op de juiste wijze af om die kracht te ontvangen?

Een van de eenvoudigste manieren om dat te demonstreren is de geestelijke genezing. Heel veel mensen denken dat geestelijke genezing eigenlijk een kwestie van receptenwerk is.

Men neme één aanroep tot de Allerhoogste, men make drie gebaren met de linkerhand, men plaatse vervolgens de toppen van de rechterhand op de plexus solaris (zonnevlecht), men meditere drie minuten en men zegge daarop: “Nu ben je wel beter.” Dat helpt over het algemeen helemaal niets. Als ik een persoon wil genezen, dan is belangrijk:

  1. mijn instelling op de genezing,
  2. mijn instelling op de persoon die ik wil genezen.

Want ik heb contact nodig met de kracht waaruit ik wil putten en ik heb contact nodig voor het doel waarop de kracht moet worden gericht.

Als ik dat contact moet leggen, kan ik dat natuurlijk nooit doen vanuit een ander. U kunt ook niet zeggen: “Hier is een straal en nu ga ik eens kijken welke andere straal ik kan vinden die daar bijhoort.” Dat gaat niet. U heeft die straal. U moet daarmee werken of u moet zich ervoor isoleren. U kunt dus geen keuze doen.

Wilt u nu iemand genezen, dan is het belangrijk dat u zich afstemt op de kwaal. Hoe u die kwaal ontdekt, doet niet ter zake. Of u die ziet, voelt, hoort of alleen maar denkt dat de zaak wel goed zal gaan is niet belangrijk. Belangrijk is, dat u uw persoon op die kwaal moet afstemmen en dat u het gevoel heeft: hier is een kracht waarmee ik kan genezen. Vandaar dat veel mensen de raad krijgen: als u iemand wilt genezen baadt u hem eens in blauw licht of in rood licht. Het lijkt wel een beetje op etalagetechniek, maar het is werkelijk toch wel bedoeld om een bepaalde sfeer, bepaalde stemmingen over te brengen. Als u aan die kleur denkt, dan stemt u zich meteen af op een bepaalde vorm van kracht.

Niet alle krachten zijn altijd aanwezig. Dit is ook een belangrijk punt! Wij denken wel dat wij alle krachten altijd kunnen gebruiken. Maar wij kunnen alleen uit de totale kracht die krachten ontvangen welke in ons bewust bestaan (dus ook gewekt kunnen worden) ofwel die krachten, welke door anderen bewust eenzijdig gericht zijn en waaraan wij ons kunnen aanpassen, ook zonder dat wij ons volledig van die kracht bewust zijn.

Enkele regels:

Alle stralen die ons bereiken zijn een manifestatie van de kracht die rond ons is, eenzijdig gericht door een bewustzijn dat niet ons eigen bewustzijn is.

Elke straal draagt dus de kwaliteiten van de veroorzaker. De grote of kosmische stralen worden over het algemeen toegeschreven aan de Heren der Stralen, zijnde een zeer grote en belangrijke entiteit, die vele persoonlijkheden in één fantastische binding samenvat. De Heren der Stralen stralen eigenschappen uit waarin een bepaalde ontwikkelingsmogelijkheid bestaat. Wie behoort tot een bepaalde ontwikkelingsmogelijkheid zal reageren op alle waarden en factoren welke in die straal aanwezig zijn.

Als ik nu kracht nodig heb, dan is het duidelijk dat ik – levende binnen een straal en eigenlijk deel zijnde van een ontwikkeling die tot die straal behoort – sommige krachten gemakkelijker kan oproepen dan andere. De totale kracht is wel rond mij, maar ik ben a.h.w. bevooroordeeld in de richting van de krachten die ik reeds ken en de straal waartoe ik behoor.

Nu is wat wij stralen noemen over het algemeen een eenzijdige vorm van kracht, die elke relatie bepaald, dus ook de relatie met de wereld. Wil een mens op een eenvoudige manier iets weten over de straal waartoe hij behoort, laat hem dan uitgaan niet van de 7 stralen zonder meer, maar van de z.g. 3 hoofdkrachten of hoofdstralen zijnde wit, goud en rood. De drie hoofdkrachten kunnen wij aanvullen met de vierde kracht: het weten. Het weten komt voor in de 7 stralen.

Deze vier krachten vormen elke combinatie die bij de Heren der stralen denkbaar zijn. Pas deze nu toe op uw astrologisch teken en ga daarbij uit van het standpunt:
Aardteken – rood.
Waterteken – geel.
Vuurteken – wit.
Luchtteken – blauw.

Dit zijn de hoofdstralen. U kunt dan ongeveer weten wat u daarmede kunt doen. Het is de kracht, die in de verschillende stralen aanwezig is. Zeker, ze zijn in het 7 stralensysteem fijner verdeeld, maar u kunt het op deze manier toch betrekkelijk eenvoudig zeggen.

ROOD: lichamelijke energieën, uithoudingsvermogen, vermogen om levenskracht op te nemen, op te slaan en over te dragen. Dergelijke personen zijn dus goed in sport, in lichamelijke arbeid. Ze hebben het vermogen om levenskracht aan anderen over te dragen. Ze zijn dus goede magnetiseurs en vaak ook goede hypnotiseurs, omdat zij wilsoverdracht eveneens tot stand kunnen brengen.

GEEL: levenskracht. Een zekere mildheid, vaak onbeslistheid. Dergelijke personen hebben een helende, rustgevende werking op anderen. Ze zijn doorgaans niet in staat anderen tot bepaalde bewegingen aan te sporen. Zij kunnen anderen dus niet goed beheersen. Wel hebben zij een bijzondere gave om voor zichzelf een sfeer te scheppen. Hebben zij die sfeer geschapen, dan kunnen zij daardoor ook anderen beïnvloeden. Hun grootste mogelijkheid om kracht aan anderen over te dragen is eigenlijk een mateloze genegenheid, die zich meestal omzet in krachten van astrale vorm.

WIT: is fel, verblindend. Iemand die tot het witte licht behoort, heeft aan de ene kant het vermogen om een mens werkelijk te genezen (het zijn vaak profeten of wonderdoeners), maar aan de andere kant zijn ze laserstralen. Iemand die tot een dergelijke straal behoort, is over het algemeen sterk kritisch ingesteld ten aanzien van de wereld. Als hij heel goed is, dan is hij dat bewust ook ten aanzien van zichzelf. Hij/zij is verder zeer geneigd van het ene uiterste naar het andere over te slaan. Wat bij deze persoonlijkheden geestelijk het belangrijkst is, zijn contacten van zuiver geestelijke geaardheid, indien zij – althans en dat komt heel vaak voor – zichzelf niet misleiden door bepaalde mystieke, esoterische of pseudo-technische systemen te gebruiken waarachter zij hun innerlijke erkenning kunnen verschuilen. In dat geval zijn ze vaak mystiek volgens bepaalde denkwijzen, terwijl hun resultaten daardoor eigenlijk worden vertroebeld.

BLAUW: over het algemeen zijn dit persoonlijkheden die nogal rustig zijn, soms ook lui. Als zij in actie komen, dan is dat plotseling, soms met enorme energie-taken vervullend, soms enorm destructief en erg driftig. Deze personen hebben doorgaans een zeer groot absorptievermogen, ze nemen veel feiten op en weten ze goed te coördineren. Zij hebben de neiging om banden aan te gaan met alle gelijksoortige waarden of krach­ten in de omgeving. Dat betekent dat zij goed zijn voor vele mediamieke contacten, vaak ook helderziend kunnen zijn en dat ze vooral door z.g. sympathische werkingen genezing tot stand kunnen brengen.

Dit zijn maar summiere omschrijvingen. Ik heb u deze vier typen ge­geven, opdat u uzelf in één daarvan wel zult herkennen. Als u meent dat u uzelf heeft herkent, dan moet u bij anderen die u ook kennen informeren of het wel juist is. Dat zal u wel tegenvallen, maar het helpt u om uw eigen type beter te definiëren. Dan moet u ook ontdekken dat elk astrologisch type weer zoveel tussenfasen kent, dat u als vanzelf bemerkt: ik heb bv. én blauw én wit of ik heb én blauw én geel. En dan behoort u dus tot de daarbij behorende straal.

Nu ik u dit heb verteld, zal het duidelijk zijn dat u bij uw manier van werken sterk afhankelijk zult zijn van de straal waartoe u behoort De ene mens kan zeer goed krachten projecteren, een ander kan ze alleen maar overbrengen. Dat zien we bij genezing.

Er zijn mensen die op afstand uitstekend kunnen werken en genezen. Er zijn anderen die dat met contactgenezing alleen goed kunnen doen. Er zijn ook mensen die alleen maar door het beschouwen van een aura iets tot stand kunnen brengen. Weer anderen hebben daar een gebaar bij nodig. Moeten zij op de een of andere manier kracht overbrengen, dan moeten ze zelfs het gevoel hebben dat die kracht er is.

Als u geestelijk wilt genezen, moet u werken met de methode die u het best ligt. Aanwijzingen heeft u nodig om een beetje georiënteerd te zijn. Hoe u het werkelijk doet, hangt helemaal af van uw instelling, de straal waartoe u behoort en de krachten waarover u kunt beschikken.

En dit brengt ons weer terug naar de krachten en naar het slotdeel van deze lezing.

Elke kracht die wij nodig hebben is aanwezig. Er is dus niets wat niet in ons aanwezig kan zijn. Wijzelf zijn bepalend voor datgene wat wij aan kracht wel of niet kunnen ontvangen. Onze acties kunnen ons vaak helpen om zekere krachten te ontvangen, die wij normaal niet kunnen ontvangen. Hierbij denk ik aan bepaalde riten, symbolische gebaren of zelfs gewone menselijke handelingen. Deze kunnen namelijk de eigen gevoeligheid voor een bepaalde kracht verhogen of verminderen.

De afstemming van de mens kan veranderen. Het is dus niet zo dat gelijke waarden altijd gelijke krachten brengen. Kracht is datgene wat u ervaart en wat u kunt doorgeven, niet de methode waarmee u pretendeert het te doen. Daarom zult u uw eigen benadering van het leven en van het werken altijd moeten aanpassen aan uw gevoel van kracht en vermogen en altijd zoveel mogelijk energieën en krachten uit de omgeving moeten op­nemen en door uzelf gericht weer moeten verspreiden.

Dat u beperkt bent door de straal waartoe u behoort, door uw op­voeding, uw manier van denken en dergelijke is niet zo belangrijk. Het gaat er nl. niet om dat wij direct kenbare en gerichte effecten krijgen, omdat wij sterke persoonlijke ervaringen ondergaan. Het gaat er ­om dat wij kracht gebruiken en langzaam maar zeker zien dat wij met die kracht inderdaad iets tot stand brengen. Dat kan een langdurig proces zijn, maar hoe meer wij werken met krachten, te meer kans we hebben om iets belangrijks tot stand te brengen.

Onthoud dan verder dat u zelf nooit belangrijk bent. Werk dus niet met die krachten aan uzelf, dat kunt u beter aan een ander overlaten. Een mens die met zichzelf ingenomen is en probeert kosmische krachten te gebruiken om er zelf beter van te worden, wordt er meestal slechter van, omdat hij namelijk niet weet wat goed voor hem is. Hij weet niet wat hij nodig heeft. Daarom neemt hij over het algemeen dingen die ofwel te sterk zijn voor wat hij kan verdragen, dan wel gebruikt hij krachten die anders gericht zijn dan zijn eigen innerlijk, zodat hij daardoor alleen maar conflicten ervaart.

Wees dus altijd nuchter, ook in het occultisme. Als u te maken heeft met stralingen en stralen, u voelt ze aan, goed. Nuchter blijven. Die dingen kunt u niet mentaal beheersen of overdenken. Dat is helemaal niet erg. Wij hebben onze eigen persoonlijkheid. Wij vallen gewoon terug op onze “ik”-heid plus ons contact met de totaliteit. Of dat nu een straal is waartoe wij behoren of dat het onze persoonlijke band met God is of de kerk waarin wij denken gelukkig te zijn, hindert ook niet. Gewoon: er is een straling, een kracht. Ik aanvaard haar en vanuit mij­zelf tracht ik daarmee het goede rond mij tot stand te brengen. Als u dat doet, heeft u nergens last van.

Stralen en krachten zijn er genoeg. Ze zijn belangrijk genoeg als u ze ervaart. Maar het meest belangrijke is eigenlijk dat u gewoon werkt met de kracht die u zelf bent en alles wat u van buiten u ervaart pro­beert om te zetten in iets dat met een doel, dat u als harmonisch en goed ziet, door u wordt uitgedragen. Het verandert misschien wel eens in effect, maar dat is niet erg. Als u maar voortdurend de kracht die u ontvangt doorgeeft, zult u steeds sterker en bewuster worden. U zult dan ontdekken dat uw behoeften afnemen en dat gelijktijdig uw vermogens toenemen. En dat betekent dat u na de dood bij ons kunt komen en zonder meer in een belangrijke job kunt stappen, als u daar zin in heeft. Ik geloof dat dat ook wel iets waard is.

Bezwering

Bezweren. Zweren is van eed afgeleid, een verklaring in de naam van God. Zo is een bezwering in de naam van de hoogste kracht, het zen­den van een macht, het roepen van een macht, het binden van een macht, om zo tot stand te brengen wat je voor jezelf als juist of begeerlijk hebt gedacht. Een bezwering is een klank, een straling, een gedachte samengebundeld met een beetje oneindigheid.

“Voorwaar, ik roep u, geest van licht, komt tot mij, want ik ken de naam die geheim is gebleven.”
“Ik roep u en beveel u uit de naam, waarmee ik één ben: breng uw licht en geef uw kracht. Ik bezweer u, dat gij uw macht zult openbaren hier en nu en een ieder datgene zult geven waarmee hij sterk kan zijn, verdrijvende het leed en de pijn bij anderen en brengend licht waar duisternis regeert.”
“En hebt ge dit volbracht, zo dank ik u, o lichte macht. Ga heen in de naam die gij kent, de naam waarmee ik één was, de naam van mijn God.”

Dat is een bezwering, een oproep, een bevel. Iets waarmee je speelt met krachten van het hoogste licht of van de hel, waarmee je probeert uit de totaliteit te filtreren, een klein stukje oneindigheid, een licht, een kracht, een macht of een gebeuren waaruit je wat kunt leren en waaruit je wat kunt zijn. Dat is een bezwering zoals ik die zie, een soort onvoltooide melodie van geestelijke krachten, weergegeven in menselijk gebaar, in mense­lijk woord, in menselijk leven.