Praktische mogelijkheden, waarden en werkingen binnen de harmonie

 Gent –  20 november 1963

DE WERKING VAN GEDACHTEKRACHT

U weet misschien dat ongeveer een jaar geleden de eerste grote golf van kracht de wereld heeft beroerd. Degenen die terugzien, die zullen wel kunnen constateren dat er in dat jaar inderdaad op aarde heel wat veranderd is, dat heel wat situaties heel anders liggen dan een jaar geleden. Daarna hebben wij nog verschillende kleinere golfjes gehad, maar nu hebben we op het ogenblik te maken met een nieuwe grote invloed, invloed die verschilt van de vorige. Zij beweegt zich hoofdzakelijk op het terrein van de gedachtekracht, dit wil dus zeggen de astrale wereld, de menselijke gedachten, het gemeenschappelijk bewustzijn van de mensen, maar ook alle oorzaak- en gevolgwerkingen die uit denken kunnen voortkomen. Wij moeten verwachten dat deze kracht met toenemende intensiteit optreedt gedurende een periode van een paar maanden, maar dat wij daarnaast te maken krijgen met een nawerking die drie tot zes maanden aan kan houden, want wat eenmaal in het menselijk bewustzijn, in de astrale sfeer, ontstaan is in die periode, dat verdwijnt natuurlijk niet wanneer die invloed ophoudt.

 Het is misschien ook interessant te vertellen hoe dit tot stand komt. Het hele heelal en uw eigen zonnestelsel is gebaseerd op een evenwicht. Dat evenwicht dat is niet altijd gelijk, maar er zijn ogenblikken dat men aan een bepaald deel van een sfeer of een wereld kracht kan toevoegen, of daar krachten kan wegnemen, zonder dat een evenwicht verstoord wordt. Die tijden dat dit mogelijk is, zijn dus niet direct harmonisch te noemen, zijn dus niet in een vaste volgorde opgesteld, maar we vinden zo, laat ons zeggen, een periode van drie jaar waarin die invloeden dus regelmatig in kunnen grijpen. Dan volgt een periode van zeven tot vijftien jaar waarin dit niet zo gemakkelijk mogelijk is. Daarna vinden we een periode van ongeveer 18 maanden waarin het mogelijk is en dan zien we een periode van ongeveer 40 jaar waarin dit mogelijk is.

Daar komt bovendien bij dat die verstoring van evenwicht uit een zekere behoefte voort moet komen. Hoe zit dat nu eigenlijk in elkaar dat die krachten ingrijpen? Toen de wereld geschapen werd, zo men zegt, toen waren er grote entiteiten, grote geesten, die in het bijzonder moesten inwerken op een bepaald ras en zo zijn er bij het ontstaan van de mensheid zeer grote entiteiten gemoeid geweest, bij die eerste bewustwording. Perioden die wij ons misschien nog vaag herinneren als het Keizerrijk Mu, het Grote Atlantis, e.d., hebben daarbij dan een rol gespeeld, omdat in die periode namelijk de mens dus werd vrijgelaten van wat men noemt “instinctdwang”.

Nu kunnen wij ons misschien niet gemakkelijk voorstellen dat zo’n grote entiteit een fout maakt en misschien is het kosmisch gezien dus wel helemaal geen fout geweest, maar in het bewustzijn van de mens zijn fouten opgetreden en daarbij is o.a. dus het feit dat menige mens niet zichzelf en zijn instincten beheerst, maar zichzelf door zijn instincten laat beheersen. Dat is natuurlijk een moeilijke kwestie, want daardoor is die handelwijze van de mens onjuist. Men heeft geprobeerd dat op te lossen door regelmatig a.h.w. vertegenwoordigers van deze Krachten naar de aarde te zenden en die vinden we dan als de grote Meesters.

Deze grote Meesters brengen de mens een levensleer, zeker, maar zij moeten meer doen, want de mens heeft een hoop capaciteiten die hij normalerwijze niet ontplooit. Hij is nu eenmaal vastgeroest in een manier van leven en van denken die, zonder dat hij het misschien helemaal beseft, gebaseerd is op instinctieve drang en hij laat zich daardoor overheersen. Die mens moet daarvan vrij gemaakt worden, wil hij tot zijn volle ontplooiing komen en die ontplooiing van de mens tot een volledig wezen was het doel dat die grote geest zich in het verleden heeft gesteld.

Van daar dat zij, nu de mogelijkheid zich voordoet om in te grijpen, dit ook feitelijk doen en dat daarbij juist degenen die zich het meest aansprakelijk voelen voor de eigenschappen die de mens ontwikkeld heeft in het verleden, het sterkst optreden. Elke gedachte, of die nu goed of kwaad is, is in zijn uitwerking aanmerkelijk sterker dan voorheen. Nu moet u niet denken dat, als u iemand ziet die u onaangenaam is en u zegt: “Val dood” met uw gedachten, dat zo iemand dood valt, maar u hebt wel kans dat hij struikelt. Vroeger zou dat niet gebeurd zijn. Wanneer u prikkelbaar bent, dan zult u dus in uw drift allerhande dingen denken en misschien dat die in uw wereld zelf niet volledig effect resulteren, maar u staat zelf midden in dat heelal, u bent er deel van, en wanneer deze gedachten elders geen uitwerking vinden, komen ze naar u terug.

U krijgt dus een soort slingerbeweging. U bent prikkelbaar, uw prikkelbaarheid wordt in gedachten omgezet naar de wereld gezonden. De wereld aanvaardt ze niet volledig, werpt ze terug. Uw prikkelbaarheid wordt versterkt. U zweept a.h.w. uzelf sterker op dan ooit te voren. In de tweede plaats zal elke goede bedoeling dus ook meer versterkt worden. Als u iemand wilt helpen, dan zal het u gemakkelijker vallen om te helpen en zullen zelfs de goede wensen die u hem in gedachten toezendt dus meer betekenis hebben dan voorheen. Maar het omgekeerde is ook waar. Wanneer de mensen elkaar wantrouwen, wordt dat wantrouwen groter; wanneer mensen ten opzichte van elkaar zelfzuchtig zijn, worden ze zelfzuchtiger en wanneer ze dom zijn, worden ze dommer. Het is dus een opvoeren voornamelijk van de waarden van de menselijke mentale wereld tot uitersten.

Voor uzelf betekent dit dat bewust denken en een bewust reageren, u de mogelijkheid geeft om meer dan te voren resultaten tot stand te brengen. Het betekent aan de andere kant, dat u nooit ergens moet aan beginnen waar u twijfelt, want die twijfel wordt versterkt, maakt de werking eventueel onmogelijk en slaat bovendien nog eens op uzelf terug waarschijnlijk. Ga dus uit van dat wat u zeker kent, gebruikt de middelen die u in uzelf als vertegenwoordiging van dat goede ziet of als de uiting ervan en tracht dus tussen u leven en u denken een zo groot mogelijke eenheid tot stand te brengen. Als u dus voortdurend wilt denken aan goede en edele dingen, dan moet u proberen om goed en edel te leven, anders kan het niet. Wanneer u denkt aan harmonie, dan moet u niet proberen om iets te doen waardoor een harmonie beperkt of verstoord wordt. Op deze manier kunt u dus voor u zelf het leven, vooral in oorzaak- en gevolgwerkingen uitgedrukt, in de komende tijd aangenamer en beter maken. Maar er is meer. U kunt uzelf bewuster deel maken van het geheel “mensheid” waartoe u behoort en door als het ware zelf in die mensheid op te gaan en niet meer van uit uzelf of voor uzelf eisen te stellen of te streven in de eerste plaats, maar uzelf te zien als deel van het geheel waarvoor u streeft, zal u – volgens mij – in die komende tijd, grote en vaak wonderlijke resultaten kunnen zien.

HET SCHEPPEN VAN HARMONIE

Wanneer er in het Al iets bestaat, of het een klein deeltje materie is of een molecule of een atoom, of het een steen is of een plant, of wat anders, dan zullen de delen daarvan zich volledig aan elkaar moeten aanpassen om het bestaan mogelijk te maken. Zo is het met de kosmos zelf. Die kosmos kan niet bestaan wanneer er een feitelijke disharmonie aanwezig is en we mogen dus als grondregel, als een soort dogma, stellen: de basis van alle zijn, alle leven, alle uitingen en alle openbaringen is HARMONIE, het aangepast samengaan. Het tweede punt is, gezien het eerste, wat verbluffend. We vinden namelijk elementen die zich niet met elkaar verbinden willen. Wij vinden planten die niet gezamenlijk kunnen leven; wij zien gassen die gezamenlijk onmiddellijk zich omzetten tot iets anders. Kortom, wij zien dus dat er verschillen aan waarden bestaan. Elk heeft in de grote harmonie zijn eigen plaats, maar in een beperkte harmonie moet ook een tegenstelling, een uiterste mogelijk zijn.

 Dan stel ik, op grond hiervan, de kosmische harmonie kan ontleed worden in een groot aantal waarden met eigen eigenschappen die in het geheel harmonisch samen passen, maar niet noodzakelijkerwijze met elkaar zondermeer harmonisch zijn. De mens in zich zelf is een wezen waarin een groot aantal schijnbaar niet met elkaar harmonische waarden aanwezig zijn, deze bestaan zowel in stoffelijke als in mentale en zelfs geestelijke zin. Deze disharmonie kan de mens niet bestrijden door één van die delen in zichzelf teniet te doen, want daarmee zou hij de waarde, waaruit hij mens is, vernietigen. Een mens vindt dus harmonie door iets toe te voegen aan datgene dat hij reeds is en wel op zodanige wijze dat de schijnbare tegenstelling wordt opgeheven en zinvol wordt. Een harmonie kan nimmer voor de mens gebaseerd zijn op één blijvende waarde. De mens verandert a.h.w. elk ogenblik van zijn leven en d.w.z. dat de voor hem harmonische mogelijkheden en waarden voor hem, buiten het ik gelegen dus, ook steeds veranderen, maar een bereikte harmonie is de basis waaruit elk volgend moment leven voortkomt, zodat een bereikte harmonie in het ik kan blijven bestaan, maar het middel om de disharmonie in het ik op te lossen, in elk moment van tijd anders kan zijn.

Harmonie vinden is voor mij, als geest, en voor u als mens, dus het toevoegen van een juiste, op dit moment, juiste waarde aan mijn eigen wezen; maar als mens, en in bepaalde sferen als geest, kan ik de omvang van de disharmonie die in mij leeft, niet beseffen, noch kan Ik de waarden ten opzichte van elkaar duidelijk en juist onderscheiden. Dientengevolge zal de mens bij het zoeken naar de harmonisch makende factor van buiten het Ik, nimmer uit kunnen gaan van zijn persoonlijk bewustzijn als mens. Integendeel zal hij het bewustzijn en besef van zijn wereld met alle daaraan gebonden waarden, als redelijkheid, voorstelling en begrenzing terzijde mogen stellen, en zal hij moeten komen tot een voor hem, in het totaal van zijn gevoel, op dit ogenblik als aanvaardbaar, als juist gevonden invloed, die van buiten uit het Ik bereikt. Daarbij zal die invloed zoveel mogelijk de door de mens geldende aspecten van zijn wezen moeten beroeren. Dit betekent dat niet volstaan kan worden met alleen geestelijke of alleen materiële waarden, maar dat het scheppen van een ware harmonie in het ik afhankelijk is van een toevoeging die zowel geestelijk als stoffelijk een aanvulling van het ik betekent. Een mens die in zich harmonisch is, zal nog niet harmonisch zijn met alle mensen, laat staan met alle krachten in het Al. Hij zal die harmonie alleen daar kunnen bereiken waar een gelijkvormigheid of een mogelijkheid tot uitwisseling bestaat. U kunt dus niet zeggen: “Ik ben met alle mensen even harmonisch, met alle krachten.” U kunt alleen zeggen:”De kracht die voor mij bestaat, de weg die voor mij bestaat, enz., geeft harmonie.”

 U hebt misschien wel eens gehoord van de zogenaamde stralen, de negen stralen. De negen stralen zijn negen verschillende krachten, men noemt ze ook wel kleuren, die elk voor zich een ontwikkelingsweg, een ontwikkelingsgang betekenen. In het begin toen de mens onbewust was, werd hij door het Goddelijk Licht en uiteindelijk door die stralen in een bepaalde richting gestuurd. Op het ogenblik dat hij zich bewust werd van zichzelf en dus zelf oorzaak en gevolg kon scheppen, was hij dus reeds gepreconditionneerd. Hij wordt daarom beschouwd als behorend tot een bepaalde straal. Hij kan met andere stralen harmonisch zijn onder omstandigheden. Hij kan echter niet in oorzaak en gevolg, wijze van leven of denken, afwijken van de straal waartoe hij behoort zonder dat hij daarmee zich zelf weer in tweestrijd, in disharmonie brengt en op de duur misschien zichzelf bewust leven onmogelijk maakt. Wij moeten hier wel eventjes goed beseffen dat harmonie op zich zelf, in het Ik bereikt, nog niet betekent harmonie met alle mensen. Daarom is voor de juiste harmonie onder mensen ook weer iets noodzakelijk. Om harmonie met uw medemensen te bereiken is het noodzakelijk:

  1. Zichzelf te zijn, zonder dit aan anderen op te leggen.
  2. Een ander het recht toe te kennen zichzelf te zijn en aan de hand daarvan slechts aanvaarding of niet-aanvaarding vast te stellen zonder een oordeel uit te spreken.
  3. Waar een harmonie erkend wordt, dient deze zo volledig mogelijk tot uitdrukking te komen en zal het streven naar deze harmonie op het daarvoor juist ervaren tijdstip met zo groot mogelijke kracht worden voortgezet en zal men van daaruit streven in de zekerheid dat men niet alleen staat maar met die anderen samenwerkt.

 Het gestelde doel moet gemeenschappelijk zijn. Een ieder kan daarnaast andere persoonlijke doeleinden kennen en nastreven, maar de band wordt bepaald door datgene wat men gemeenschappelijk zoekt te bereiken. Niemand kan een ander meer dienen dan zichzelf, zonder disharmonie te veroorzaken. Daarom staat er niet geschreven: “Bemin uw evennaaste meer dan uzelf”, maar “Bemin uw naaste gelijk uzelf”. U hebt de taak om te geven en te nemen. Niets van hetgeen u van anderen uit het leven verwerft is uw recht of kan tot uw recht gerekend worden. Niets in de wereld is waarlijk uw bezit of uw eigendom. Daarom zult u al het andere steeds beschouwen in zijn eigen vrijheid, de gaven ontvangende, ze mogelijk in de geest waarin zij gegeven worden, vanuit uzelf schenkende in de hoop dat uw gave ontvangen zal worden.

 Wanneer een mens behoort tot één bepaalde straal, zal zijn innerlijke harmonie afhankelijk zijn van de waarden die tot die straal behoren. Innerlijk zal hij geen harmonie gewinnen via enige andere kracht of enige andere openbaring of geloof dan behorende tot zijn eigen oorsprong en eerste stuwing. Hij zal echter zijn harmonisch werken in de wereld aanmerkelijk kunnen vergroten door zichzelf blijvende, een harmonie en gemeenschappelijk doel te vinden met iemand die tot een andere straal behoort. Zo immers wordt uit een stuwkracht die verschillend is, een gemeenschappelijk doel gevonden en zo het punt werkelijkheid meer benadert, waarin alle dingen één zijn en deel van elkaar, waarin het geheel het beeld is van de scheppende kracht waaruit het is voortgekomen. Het is dus wel belangrijk dat u daar rekening mee houdt. U kunt innerlijk uw harmonie alleen vinden via uw eigen weg. U kunt naar buiten toe alleen harmonie vinden met iemand van een andere straal wanneer u begrijpen kunt dat die andere anders leeft, anders denkt, anders handelt misschien ook, dan u, maar gelijktijdig beseft dat u gemeenschappelijk een doel nastreeft en dat u door elkaar zoveel mogelijk aan te vullen, gezamenlijk dat doel beter kunt verwerkelijken dan één afzonderlijk.

Wie van u weet wat zijn werkelijk doel is in het leven? Vandaag wilt u rijk worden, morgen dronken, overmorgen wijs, de dag nadien misschien gelukkig. Ons doel, bewust of onbewust, is steeds te ontsnappen aan de beperkingen van ons eigen wezen, de eenheid en daardoor ook de eeuwigheid te vinden in een groter wezen en de zekerheid te vinden die wij voor ons zelf plegen te ontberen. Ons doel zal daarom altijd moeten zijn: Een zo juist mogelijke uitdrukking van het door ons erkende goddelijke of lichtende, de hoogste kracht die wij kennen. Het verwerkelijken van het erkende in onszelf en rond ons zelf met alle middelen en capaciteiten die wij bezitten, geestelijk zowel als stoffelijk en daarbij, zeer belangrijk, de uitwerking van de grote kracht steeds te stellen boven ons eigen wezen. Wij zijn het dus niet die uiteindelijk beslissen wat geschiedt. Wij zijn het die een harmonie bereiken met een hogere kracht opdat deze hogere kracht de beslissing nemen moge.

 Ik wil er op wijzen dat de weg tot die harmonie, het bereiken van de eenheid en van de samenklank en de samenwerking uw taak is. Eerst wanneer de harmonie werkelijk en volledig bereikt is en niet eerder, treedt de lichtende kracht op en zult u in dat aspect waarin die harmonie gevormd werd, als eenheid en geleid door het Hogere, kunnen werken en optreden. Wanneer een harmonie bereikt wordt zonder doel, is dit, kosmisch gezien, bevredigend. Voor ons zelf eigenlijk is die bevrediging niet kenbaar. Wij moeten dus een harmonie zo nastreven dat zij voor ons bevredigend kan zijn en dat betekent dat de uitwerking van ons harmonisch streven kenbaar moet zijn. Daarbij zijn we dus niet gebonden aan andere wetten en regels dan die in ons eigen wezen liggen en wij zijn er, geloof ik, allemaal wel zeker van dat niet iedere mens gelijk is, iedereen dus zijn eigen mogelijkheid heeft om dat te realiseren. Maar – en dit is nu heel belangrijk – om resultaten te bereiken, zullen wij moeten offeren, want zolang wij onszelf, met onze eigen beperkingen, enz., voorop blijven stellen, kunnen wij ons ware wezen niet ontplooien. Ook de gewone mens heeft, zuiver lichamelijk gezien, capaciteiten, zelfs gewoon hersencapaciteiten, die veel meer mogelijk maakt voor hem dan hij in de praktijk tot stand brengt, maar zolang hij aanneemt dat zekere dingen niet bestaan of niet kunnen bestaan of niet mogelijk zijn, of voor hem of voor haar niet mogelijk zijn, dan sluit hij zelf die delen van zijn ik af.

Wanneer ik een harmonisch doel zoek en verwezenlijk en praktische resultaten wil zien, mogen het resultaat, noch de werkwijze, noch de kracht die optreedt, ontleend worden aan beredenering, mag ik deze niet als een redelijk proces stellen. Ik mag in alle andere opzichten redelijk blijven handelen. Ik mag gebruik maken van redelijke kennis, ik mag gebruik maken van de redelijke mogelijkheden van mijn wereld, maar ik moet wel begrijpen dat mijn doel niet redelijk gedefinieerd mag worden. Het moet eenvoudig gesteld worden en voor mij, krachtens mijn gevoelens, aanvaardbaar zijn.

 In de tweede plaats zal de methode waarop ik dit bereik, niet redelijk zijn, want het doel dat ik mij stel op die manier ligt meestal buiten datgene wat ik zelf wel tot stand kan brengen, met redelijke middelen. Dientengevolge zal ik moeten grijpen naar het geheel van mijn wezen, het geheel van mijn krachten en zowel de harmonie waaruit ik werk, als mijn doel, zo juist en zo sterk mogelijk moeten uitbeelden voor mijn gevoelen, dus weer niet voor mijn verstand, maar voor mijn emotie. Op deze wijze, zal een gesteld doel ten dele of geheel verwerkelijkbaar blijken en naarmate de verwerkelijking duidelijker wordt, zal mijn bewustzijn omtrent de mogelijkheden natuurlijk groeien. Een ware harmonie is voor de mens geestelijk alleen bereikbaar wanneer hij aan zijn denken en weten toevoegt: geloof. Op dezelfde wijze is materiële harmonie alleen denkbaar wanneer hij niet slechts uitgaat van woorden en aanduidingen, maar voor zich zelf een daad stelt die een zuivere uitdrukking is van de harmonie en die gelijktijdig de uitdrukking is van zijn doel of een gemeenschappelijk willen een doel te bereiken. Daar een werkelijke harmonie geboren moet worden uit geloof plus gevoel plus doel, zal ik mij steeds in moeten stellen op elk ogenblik op de nu voor mij bereikbare mogelijkheden, het nu voor mij te stellen doel en vooral de nu voor mij aanvaardbare harmonische krachten. Ik zal moeten trachten een zo groot mogelijke harmonie in mijzelf te verwerven, daarbij bedenkende dat eenmaal verworven zijnde, deze harmonie niet verder een bevestiging hoeft. Wat deel is van mijn wezen, ook wanneer het een harmonie is met een wezen van een andere straal, blijft in mij voortbestaan en datgene wat met de volledige inzet van mijn wezen en persoonlijkheid in mij is vastgelegd, is onmetelijk en oneindig. Het blijft een voortdurende kracht in al mijn strevingen en is de werkelijke en volledige achtergrond van al wat ik tot stand breng.

 In mijn wereld zie ik een groot aantal waarden en toestanden die voor mij niet aanvaardbaar of juist zijn. Het corrigeren van die omstandigheden, toestanden, enz., in het algemeen, is echter niet mogelijk omdat voor anderen, eventueel tot een andere straal of vlak van bewustzijn behorend, dit juist kan zijn. Ik mag daarom niet trachten de door mij niet gewenste verschijnselen teniet te doen. Op het ogenblik dat ik iets bestrijd, schep ik in wezen een disharmonie, een disharmonie die niet gemakkelijk, zo al, om te zetten is in een latere harmonie. Daarom dient men uit te gaan van de versterking van alle gewenste factoren, een steeds levendiger maken van alle krachten die men begeert en kent en waarin men gelooft. Men zal daarbij zichzelf voortdurende proeven opleggen en deze proeven zijn dan niet meer de eenvoudige ontwikkeling van paranormale vermogens e.d., waarop wij u eens hebben gewezen, en waarin u uw krachten ongetwijfeld zo hier en daar misschien beproefd hebt en hebt geleerd dat u ergens tekort bent geschoten, ofschoon ze nodig waren die proeven, maar u kunt nu gaan begrijpen dat deze krachten voortvloeien uit een harmonie.

Wanneer u werkelijk harmonisch bent en u hebt nooit iets kunnen doen met een kruis en een bord, dan zal het nu wel werken. Wanneer u nooit iets hebt gehoord of hebt gezien wat van belang was en u hebt de juiste harmonie gevonden, dan zult u die harmonische verschijnselen en klanken opnemen. Dat is heel belangrijk in een tijd waarin die gedachtekracht zo’n enorme invloed heeft, dat zult u begrijpen, want de harmonie die u in deze tijd tot stand brengt, is dus, omdat zij ook in het denken van de mens, in zijn bewustzijn, in zijn geest, werkt, sterker, krachtiger en meer bevorderend voor wat men als het goede ziet in de wereld dan dat in andere tijden ooit mogelijk is.

 Dus stel uw praktische proeven op, maar ga daarbij uit van hetgeen ik gesteld heb omtrent harmonie en tracht nimmer een dergelijke proef te doen zo in u op dat ogenblik een sterke disharmonie aanwezig is, dan wel tussen u en uw onmiddellijke omgeving een disharmonie bestaat.

PRAKTISCHE PROEVEN

  1. Levenskracht wordt geleid door de kracht van de gedachten en kan lichamelijk worden bevestigd of opgewekt. Zend levenskracht naar personen die u erkent als behoeftig aan levenskracht en aanvaardbaar en goed voor uzelf, wezens waarmee u harmonisch meent te kunnen zijn. Doe dit sterk gericht en tracht dit een drietal dagen achtereen te doen. In die drie dagen, zo weinig mogelijk contact met die proefpersoon, daarna constateren of die levenskracht, die energie inderdaad is toegenomen.

 2.Wanneer u een zekere kennis wilt verwerven of wilt verbreiden, tracht u allereerst voor te stellen dat deze kennis slechts een uitdrukking is van een groter weten of wijsheid welke niet totaal in woorden uitdrukbaar is.

 3.Maak uzelf daarin zo harmonisch mogelijk opdat u het gevoel hebt een wijsheid te bezitten, ook wanneer u die nog niet in gedachten kunt uitdrukken. Richt vervolgens de volledige kracht van uw wezen op de persoon die u als harmonisch voor dit doel hebt gekozen, tracht hem de in u levende gevoelswaarden van wijsheid over te dragen. Herhaal dit laat ons zeggen, 3 tot 4 weken, eenmaal per week, dit is wel genoeg, en ga daarna zien of de inzichten van deze persoon op een bepaald punt, dat met deze wijsheid in verband staat, misschien veranderingen, scherpere definitie e.d., ondergaan hebben. Let hierbij vooral op scherpe afwijkingen van hetgeen vóór die proef werd geponeerd.

 4.Neem een zieke, neem een plant die niet groeien wil, neem iets wat zijn glans verloren heeft, desnoods een dood voorwerp. Tracht u de eenheid van alle dingen te realiseren en neem persoon, plant, voorwerp, enz., op als deel van uw leven.

Stel in uw gedachten dit andere, dus binnen uw eigen levensbereik, herinner u daaraan gedurende 5 à 6 dagen regelmatig en erken dat het deel is van uw wezen. U mag in deze tussentijd natuurlijk deze dingen aanschouwen en zien, maar het is goed een ander vast te laten stellen of de plant na het verloop van deze tijd inderdaad fleuriger en sterker is, of het voorwerp inderdaad iets van zijn verloren glans en luister heeft teruggevonden.

 Deze proeven zijn het gebruik van een kracht die op het ogenblik sterk is plus het beginsel “harmonie” en wanneer u voor u zelf nu nog andere doeleinden kent, waarvoor u die harmonie wilt gebruiken, dan kan ik u alleen maar zeggen dat krachten als vitaliteit die worden overgedragen op korte termijn vaak een kenbare verandering geven, maar dat het genezen van een mens een langere termijn vergt, dat al datgene wat dode materie is, alleen door een opname in uw eigen wezen herzien kan worden, dat het helpen van lagere wezens met beperkt bewustzijn, het beste geschiedt door u met de soort harmonisch te maken, dus niet alleen met één exemplaar, en dan deze harmonie uit te spreiden over de soort, gepersonifieerd door dit exemplaar, in uw gedachteleven. Dit kan dus ook voor dieren gelden. Wanneer u met mensen te doen hebt, dan moet u altijd onthouden dat de harmonie nimmer alle facetten van het wezen kan betreffen, doch slechts één enkel facet. Verwacht niet een totale harmonie, maar tracht die harmonie op dat ene facet terug te vinden en beperk u bewust bij uw streven naar harmonie allereerst tot één facet van die ander.

Onthoudt u één ding, indien een juiste harmonie gevonden is, als omschreven, dus omvattende geest en stof, dan zal deze harmonie altijd in kenbare resultaten tot uiting kunnen komen. In een wereld zoals de uwe, die dus in zo’n ontstellende omzetting is, een omzetting waarin op het ogenblik de economie van een heel aantal landen bedreigd wordt, waarin politieke, militaire, e.a. evenwichten voortdurend eigenlijk kans lopen om te vallen, om te niet te gaan, waarin niemand weet waar hij aan toe is, waar de mensen zelfs in veel gevallen niet eens een ideaal meer hebben, is het daarin nu belangrijk om te weten of al die dingen (kennis van oorsprong, enz.) nu bestaan of is het belangrijk om in die wereld weer een positieve kracht te scheppen?  U kunt alles namelijk op twee manieren benaderen.

 U kunt positief werken, d.w.z. het goede versterken, zoals u dat ziet. De middelen die u gegeven worden gebruiken, zoals u voelt dat het goed is, met de gedachte: Wanneer dan de resultaten bereikt zijn en ik heb tijd, zal ik er wel eens over nadenken, hoe dat nou allemaal technisch in elkaar zit. U kunt het ook negatief doen, dan gaat u uit van u zelf, en dan zegt u:”Ik wil weten, en ik weet en ik ken en ik begeer en ik zeg en ik heers” en dan gaat u uw hele eigen wezen daar in leggen: “En ik wil de kennis hebben van dit, en ik wil de kennis hebben van dat”, maar in feite doe je er niets mee, buiten bepaalde waarden vernietigen in je wereld. En nu zou ik haast zeggen dat er in de wereld op het ogenblik meer dan genoeg kapot wordt gemaakt en zelfs vertrouwen van mens tegenover mens wordt kapot gemaakt, menselijk geluk wordt aangetast, menselijke vrijheid wordt aangetast, dan praten we nog niet eens over al die andere dingen, waar natuurkrachten een rol gaan spelen. Ik zou u zeggen: WEES POSITIEF!

 Bij mensen is harmonie weliswaar innerlijk bereikbaar en uitbaar als één ding, maar juist waar een samenwerking van mensen belangrijk wordt, al is het maar in één enkel harmonisch aspect, dan lopen de mensen altijd ergens fout, zoeken ze ofwel een systeem te vinden dat alles beheerst, of ze proberen het volledig anarchistisch zonder enig systeem te doen. Wanneer mensen onder elkaar begrip van harmonie hebben, dan is dat voor hen een persoonlijke zaak, dat stel ik dus voorop, maar wanneer zij deze harmonie willen gaan gebruiken in de wereld, niet voor een enkel experiment, maar om bij voortduring iets te doen, dan is het goed daarvoor een schema te maken. Een schema dat geen systeem wordt, omdat men er van af kan wijken, wanneer men wenst, maar dat de grondlijnen vastlegt langs welke men samenwerkt, waarin het doel is aangeduid, zodat men zich dat gemakkelijker kan herinneren en realiseren, waarin men de methode zowel als het doel uitdrukt, en dat komt in de praktijk heel vaak neer, zover het geestelijk is, op wat men noemt een netwerk. Wanneer ik die harmonie erken, dan zal ik niet alleen die harmonie met een ander dus geestelijk voor mijzelf gebruiken. Nee, ik zal trachten om met mijn gedachten tot die ander te spreken, en als ik gesproken heb, dan zal ik luisteren in de hoop dat ik een antwoord van die ander verneem. U mag later nagaan of dit juist is natuurlijk, maar ik moet proberen die ander te bereiken. Wanneer ik in de materie harmonie zoek, en materieel ook harmonisch werken of leren tot stand wil brengen, dan zal ik toch ook wel degelijk een systeem moeten uitvinden, noem het desnoods een ritus, noem het een werkplan. En houdt u daaraan.

 Ik geloof dus dat het voor de mensen die willen samenwerken in harmonie, belangrijk is dat zij, zover het hun doel betreft, en de door hen als harmonisch erkende en onderschreven waarden, zij één van hen een absoluut gezag toekennen, dat niet door één van hen kan worden aangevallen; die kan zich alleen terugtrekken. En wat door allen samen kan worden aangevallen met dien verstande dat dan diegene die de leiding had, zich aan een andere leider onderwerpt en weer de volledige harmonie zoekt te bereiken met het geheel. Dat klinkt wat ingewikkeld maar het is belangrijk, omdat je in de materie ergens een vorm aan moet geven. Ik de praktijk is de gedachte haast tijdloos. Als u met elkaar wilt denken, dan ben je als mens tijdgebonden. Stel dus een tijd voor het uitzenden van gedachten, u bent misschien als harmonisch wezen deel van de kosmos en van het heelal, maar voor uzelf bent u een afzonderlijk brokdeel ervan.

Zoek dan ergens een uitdrukking te geven aan die harmonie, al is het maar een gemeenschappelijke maaltijd, of zo iets. Zoek er iets voor wat die harmonie voor uzelf bevredigend en intens tot uitdrukking brengt. Maak er desnoods een rite van. U komt samen voor een altaar, ook al betekent dit altaar in wezen niets, als het maar het brandpunt is van uw streven naar eenheid. Het klinkt allemaal een beetje bijgelovig misschien, maar de mens heeft juist omdat hij dus een wezen is dat zo sterk door de buitenwereld beïnvloed wordt, toch werkelijk een houvast nodig om een harmonie, die met anderen gezamenlijk in stand gehouden moet worden en met een bepaald doel in stand gehouden wordt, voortdurend als het ware voor zich weer te hernieuwen, zich voor ogen te stellen. Anders vergeet hij de harmonie en dan mag ze nog een tijd voortbestaan, maar ergens zal hij dan toch weer onjuist reageren en dan zal het bereikte teniet gaan.

 DE SFEREN EN HET HANTEREN VAN KRACHTEN

 Ik zou er dan prijs op stellen u te spreken over bepaalde sferen en krachten die voorkomen. Ook dit staat, zij het indirect, in verband met hetgeen de eerste spreker getracht heeft u mede te delen, het is zeer moeilijk om een onderscheid te maken in de vele sferen, zo men wel zegt, trappen van bewustwording die liggen tussen de mens en de uiteindelijke bereiking. Wij mogen echter stellen dat sommige sferen in feite een groot aantal verschillende bestaansmogelijkheden omvatten en dat zo gebieden ontstaan van op zich differente werelden waarvan de bewoners elkaar kunnen bereiken en waarin het bewustzijn van de bewoners op een ongeveer gelijk vlak ligt. Rond de wereld zelf vinden wij in de eerste plaats degenen die nog gebonden zijn aan de aarde, hetzij wel door onbewustzijn, het niet aanvaarden van het feit van de overgang, door begeerten, dan wel door een gevoel van verplichting. Deze sferen of sfeer hebben enkele eigenschappen die ik u nader wil toelichten. In de eerste plaats zijn alle aardgebondenen, zelfs zij die door verplichting de aarde nabij blijven, onderworpen aan de gedachtevloed van de mensen.

 In de tweede plaats dringen bepaalde delen van de emotie van de mens door in deze sferen.

 In de derde plaats kan in deze sferen een voorstelling van het bestaan van uw wereld en alle daarop voorkomende verschijnselen zonder meer worden vastgesteld. Het enige verschil tussen de uit onbegrip aardgebondenen en de uit verplichting aardgebondenen is dat deze laatste zich soms, indien zijn bewustzijn en zijn verplichting dit toelaten, kan terugtrekken in werelden van hoger bewustzijn en andere vormen en gestalten.

Wanneer een gedachtewereld wordt beïnvloed dan zal men ongetwijfeld ook deze aardgebondenen beïnvloeden. Er is dus geen onderscheid te maken tussen de invloeden die optreden voor de mensen en voor een bepaald aantal entiteiten uit de geest. Gezamenlijk ondergaan zij de werking en gezamenlijk zullen zij door hun instelling en gedachten bijdragen aan de ontwikkelingen die ook op aarde kenbaar zullen worden. Een aantal lichtende entiteiten heeft zich via meestal bemiddelaars in verbinding gesteld met genoemde sferen. Zij verkrijgen hierdoor, zij het geselecteerd, een beeld van al hetgeen zich op aarde afspeelt en zijn in staat hun krachten naar die aarde beter te dirigeren.

Daar boven vinden wij de sfeer die u kent als Zomerland, welke sfeer niet onmiddellijk door deze krachten beroerd wordt, doch alleen zo verre hun contact met de aarde van uit deze sfeer wordt opgenomen. Een aantal sferen daarboven kunnen we als volledig onberoerd beschouwen. Er is echter een wereld die wij noemen het Witte Licht, welke bij het geheel van de inwerkingen op aarde plus de ontwikkelingen op aarde verbonden is. Hierbij is geen sprake van een directe beeldoverdracht, van deelnemen aan de werkingen die de mens ondergaat, maar is een erkennen van onevenwichtigheden en een uit innerlijke noodzaak scheppen van alle waarden, waardoor dat onevenwichtige gecompenseerd wordt.

 Ik leg u deze punten voor opdat u enig begrip zult hebben voor het feit dat sommige geesten zich met deze vernieuwing weinig of niet schijnen bezig te houden, terwijl anderen daar zeer intens mee gebonden zijn en sommigen zelfs precies daarop kunnen reageren zoals de mens zelf dit zou doen. Deze sferen hebben elk een eigen oertrilling, een grondklank die gebruikt kan worden om een contact met die sfeer op te roepen. Want op het ogenblik dat op de aarde een bepaalde trilling bestaat, ongeacht of deze van materiële of geestelijke geaardheid is, zal zij alle levende waarden van de harmonische trilling in de sferen naar de wereld overbrengen. Het is voor de mens dus belangrijk te weten welke harmonieën voor hem in deze tijd aanvaardbaar en goed, welke voor hem onaanvaardbaar en slecht zijn. Aanvaardbaar is elke sfeer van licht en dit betekent in de praktijk dat de wereld zich hoofdzakelijk zal moeten oriënteren op de sfeer van het Witte Licht daar de binding met deze sfeer op het ogenblik reeds zeer sterk is.

Daarvoor kunnen onder meer klanken of machtwoorden gebruikt worden, waarbij mag worden opgemerkt dat één van de klankstammen voor het Witte Licht, ligt in het woord ABA en de daarmee verbonden afleiding. Door het richten van de gedachten op een wit vlak, waarin een enkele vorm wordt gezien (deze vorm mag een symbool zijn als bv. een kruis, een maan e.d.), hierdoor wordt een voldoende contact verkregen, mits de visualisatie volkomen is en andere invloeden gedurende deze tijd worden uitgesloten.

Een derde mogelijkheid is het begrip van eenheid, dat in deze lichtende wereld van het Witte Licht overheerst, op aarde tot uitdrukking te brengen, hetzij door een gezamenlijk zingen, spreken of handelen, hetzij door andere acties die de eenheid voldoende aanduiden.

 Is een contact met dit Witte Licht tot stand gebracht, dan zal elke invloed die daarin werkt naar de aarde, zich ook in de personen die de trillingen tot stand brachten, uiten. De gevolgen daarvan zijn niet menselijk gericht, maar ze zullen er toe voeren dat onevenwichtigheden in die mensen worden uitgewist, er verder toe voeren dat dergelijke mensen een zeker voorweten hebben over de invloeden die van uit de sferen nu eenmaal verwacht kunnen worden. Zou men andere klanken gebruiken, de lage klanken, waarbij bv. de R en de S een overwicht hebben als in “ARSORIS”, dan krijgt men te maken met een sfeer dia praktisch aardgebonden is en waarin dus ongetwijfeld het onbewustzijn overweegt.

Zou men wetens en willens of zelfs per ongeluk een contact krijgen met, en een dergelijke sfeer tot stand brengen, dan moet gedacht worden dat de invloeden niet getuigen van een werkelijk weten; zij bezitten geen werkelijke kracht, hun inwerking en voorspiegeling berust op illusie, niet op feiten. Daarom zal het goed zijn, zo men bewust harmonie met de sferen zoekt, zeker alle lagere sferen, als het kan, zelfs Zomerland, buiten beschouwing te laten.

Daarnaast is het wenselijk dat, zo men onbewust een contact heeft opgewekt met deze lage en aardgebonden sferen, onmiddellijk deze te niet te doen door een negerende klank te gebruiken. Hiervoor kunnen alle afleidingen van AU en OEM gebruikt worden. Wilt u daarnaast een eigen harmonie, eenmaal beleefd, versterken, dan wil ik u de raad geven u te baseren op al die woorden die IA in zich dragen of UB. Voorbeelden hiervan kan ik u wel geven: Wanneer u zegt: “Messiah”, dan ligt hierin de bewuste klank duidelijk. Zegt u “Jezus”, dan ligt deze klank hierin duidelijk. Op deze wijze kan men de in het ik gelegen krachten uitstuwen naar de omgeving en dus ook kenbaar maken in de stoffelijke wereld en materie.

Het geheel van menselijk leven en denken zal in deze dagen steeds verder contact met de sferen ondergaan. Dat dit grotendeels onbewust geschiedt, betekent nog niet dat geen feitelijke uitwerking verkregen wordt, of dat er daarom minder van direct gevolg hiervan sprake zal zijn. Ik wil u dus ook de raad geven om zeer voorzichtig te zijn wanneer u bepaalde gebeden of incantaties luidop wilt spreken. Het is verstandiger dit alleen dan te doen wanneer men volledig zeker is van een juist gebruik, juiste klankwaarde, eigen instelling en zelfs dan zal men moeten overwegen of de invloeden rond u het gebruik van een bepaalde vorm, incantatie of naam niet overbodig of gevaarlijk maken.

De invloed die deze wereld verder ondergaat komt ook tot uiting in de stand van de planeten en de werking van hun bezielde kracht op de aarde. Hierbij moet gerekend worden met een invloed waarvan het bewustzijn weliswaar gelegen kan zijn in een zeer hoge sfeer, maar de actie onmiddellijk stoffelijk is. Het betekent dat velen van u impulsen en invloeden zullen ondergaan die voor hen niet verklaarbaar zijn en in veel gevallen tot een irrationeel gedrag zullen voeren. Het is natuurlijk voor de mens van heden zeer belangrijk dat hij deze dingen alleen op de juiste wijze oplost.

 Ik geef u daarom de volgende raad: indien u in uzelf irrationaliteit en toorn zonder gekende reden of grond ontdekt, wendt u onmiddellijk tot het Witte Licht. Indien u ontdekt dat in u impulsen opkomen die u niet verklaren kunt, toetst ze aan uw innerlijk begrip van God en vraag u af in hoe verre zij bij kunnen dragen tot een grotere harmonie voor u zelf en uw medemensen. Ten laatste wil ik in dit onderwerp nog graag wijzen op de actualiteit van dit alles. Er zijn elk ogenblik weer, ook vandaag, ook morgen, invloeden als de genoemde rond u en inwerkingen op uw persoonlijkheid als gesteld. Het is dus zeer belangrijk dat u nu uw juiste weg zoekt, dat u nu beseft hoe belangrijk hetgeen u volbrengen kunt, is. Het is nu tijd om te handelen, te denken en eigen geestelijke waarden meer dan ooit juist gericht te hanteren.

Gevolgen van dit hanteren van krachten, enz., zijn onder de heersende omstandigheden niet onmiddellijk kenbaar.  Er kunnen verschuivingen van oorzaak en gevolg optreden, waarbij het door u ervarene en tot stand gebrachte, soms in plaats, soms in tijd, ver afwijkt van uw eigen omgeving. Reken daarom op het volgende: Elke meer algemeen gestelde intentie en actie zal geen direct kenbare resultaten met zich brengen, ofschoon in feite een zeer grote invloed wordt geschapen. Alle op een bepaalde persoon gerichte instellingen en krachten zullen over het algemeen in korte tijd een kenbaar resultaat geven, maar kunnen ook bij afwezig zijn van resultaat, elders in een soortgelijke persoonlijkheid een werking hebben. Het is daarom goed in een dergelijk geval niet te volstaan met een eenmalig handelen of zich concentreren.

 Wanneer wij ons gehinderd voelen door geestelijke invloeden die minder gewenst blijken, zou ik u en ook de entiteiten hier aanwezig, de raad willen geven om in het eigen denken Wit of Gouden Licht op te roepen. Tracht u voor te stellen dat dit Witte of Gouden Licht een cirkel vormt rond u. Spreek een woord uit dat u daarmee associeert. Op deze wijze stelt u zich veilig voor ongewenste beïnvloedingen in deze tijd en zult u zich voor inwerkingen van gedachtekracht van de aardgebondenen kunnen vrijwaren. De verhouding sferen tot mensheid, over het algemeen vriendschappelijk, is bij sommige aardgebondenen niet vriendschappelijk. Er zijn ondanks alle streven altijd weer mensen die kort na de overgang als aardgebondenen blijven en een vijandigheid hebben tegen de mensheid of een deel ervan. Laat u door geen enkele onredelijke vijandigheid tegenover anderen bewegen. Voelt u weerzin of vijandigheid tegenover anderen vraag u af waarom, en tracht zo mogelijk dit gevoel te verdrijven. Alleen degenen die zich vrijwaren voor de meer vijandige en duistere invloeden uit aardgebonden sferen en duisterder sferen, zullen in deze tijd goed en zuiver werk in geest en stof kunnen volbrengen, daarbij de werking van de hoogste krachten en het Witte Licht vervullend in deze wereld. Wanneer u zich op dit ogenblik realiseert dat zelfs de stilte, vaak verstoord door anderen, een bepaalde kracht kan bezitten, dan zult u zich ook realiseren dat in deze dagen haast alles geladen is. Besef nu ook dat deze kracht deel is van u. U kunt die kracht a.h.w. tot u nemen en in u behoeden en bewaren, beter dan de woorden die ik heb gesproken. Zo kunnen wij dan ook woorden en krachten scheppen.        Ik zie U, Licht dat uit de hemel daalt, Uw Lichtende Kracht gericht tot de aarde, ontmoet ik, mij richtend uit de aarde, tot Uw Kracht, en ziet, hemel en aarde zijn verbonden in Uw Wezen.

 Ik vraag U, Gij Onbeperkte in uw uiting, spreek de woorden die zijn begin en einde. En dan, zo Gij die woorden spreekt in mij, geef ik ze vorm, zodat men kan verstaan.

Ruisend Licht en Leven, Kracht die in zichzelf weer zichzelf zoekt, dat wat zijnde is en niet zijnde, het zijnde vormt, zij zijn de vorm van Leven. De gedachte is, de gedachte schrijft het leven, de gedachte voltooit het leven.

U zegt Uw Naam en is zij niet, ik ben die steeds mijzelf blijf en onveranderd blijvend ben ik in Al, dan neem ik zo Uw Naam en zeg Uw Naam in krachten uitgedrukt.

Bewustzijn, ontvouwt U, Kracht ontplooit U, Weten verrijkt U, want hier is het begin en het einde in alle dingen. Het Woord dat is en leeft, vervullend alle Kracht, verweven met wat U bent.

Deze woorden zijn mijn pogen de krachten kenbaar te maken die rond u zijn. Geen zegen, want zo u God in uzelf kent, wie zal het wagen u te zegenen. Geen gave van Licht, want zo u zich bewust bent van de kern van uw wezen, bent u Licht, maar alleen een beperkte uiting van de kracht die in en met u is. Zo u in deze dagen de krachten beseft en tot u neemt of u nu spreekt de geheime namen Gods of de gekende of alleen het woord dat uit uw hart stamt, u zult weten dat dit de tijd is van de beslissing, ofschoon de uiting daarvan nog ver van u ligt.

 Daarom vraag ik u, niet voor mij, maar voor uzelf en al wat u lief is: zoek in deze dagen uw weg om Licht en Kracht harmonisch in u te beleven; zoek in deze dagen eigen vrijheid, in het besef dat u door te dienen alleen vrij kunt zijn; zoek in deze dagen macht niet door te heersen en zoek de uiting van de werkelijkheid door in uw gedachten het Licht te doen spreken en niet de beperking van uw eigen wezen.