Praktische weg tot zelfkennis

8 augustus 1961

Praktische weg tot bekomen van meer zelfkennis.

Eenvoudig en moeilijk tegelijk…

Zelfkennis van de mens kan, zolang hij in stoffelijke gedaante op de aarde leeft, niet verder gaan dan een begrip voor zichzelf en een gevoelsmatig maar niet redelijk bewust erkennen van zijn relaties met de kosmos. Het heeft dus weinig zin om te stellen dat de mens in zichzelf zijn God moet gaan erkennen. De mens beschikt niet over de middelen, zeker niet redelijk, om die God ook maar enigszins te erkennen of te omschrijven. In 9 van de 10 gevallen probeert hij er iets van te maken dat stoffelijk is en gaat hij zo buiten zich een valse Godheid scheppen die magisch bruikbaar is, maar die voor de zelfkennis zelf eerder misleidende betekenis kan krijgen dan dat ze daarvoor bevorderlijk is. Dus de eerste regel die ik zou willen stellen is dit:

  1. Beperk u met het verkrijgen van uw zelfkennis inderdaad tot u zelf in de vorm en gedaante waarin u uzelf nu meent te kennen.
  2. Alles wat u in de wereld waarneemt of beseft onverschillig of dit ligt op terrein van economie, politiek, lijden dat u vreest, medelijden of relaties met medemensen, is het antwoord op uw eigen wezen, want het is uw eigen wezen, dat de tendens bepaalt die u afleest in de daden van anderen, de gebeurtenissen en de toestanden rond u.

Realiseer u dat de verschillen tussen uw visie op de gekende en voor de mens kenbare dingen als politiek, strategie schoonheid, literatuur, muziek e.d. mede een omschrijving vormen van de verschillen tussen hun wezen en uw wezen. Het lijkt u misschien een indirecte weg. U zult zich afvragen of geen meer directe weg mogelijk is? Laat ik een tegenvraag stellen: Is het mogelijk een microscoop met zichzelf te bestuderen? Gaat moeilijk hé? Alleen wanneer we een gelijkenis van die microscoop kunnen krijgen en we gaan die bestuderen, terwijl we bepaalde verschillen vaststellen, komen we tot kennis van de microscoop die voor waarnemer wordt gebruikt.

Zo is het met de mens. Een mens kent nu eenmaal gemakkelijker een ander dan zichzelf. Hij zal gemakkelijker een beeld vormen van anderen dan hij van zichzelf doet. Alles wat hij omtrent zichzelf denkt te weten, is een vertekende reflectie, dus de weerkaatsing die je waarneemt maar aangevuld met zijn verlangen, wat hij wil zijn; zijn behoefte, wat hij moet zijn enz. Zo is een beeld dat hij zich normalerwijze van zichzelf vormt eigenlijk een samenstel van wensen, van mogelijkheden stoffelijke en andere en van onkunde.

Onkunde? Het is erg eenvoudig: Heeft u wel eens gehoord dat de beste stuurlui aan wal staan? Mensen die geen lijn recht kunnen tekenen, geven schitterende kritiek op een schilderwerk van een ander. Mensen die niks afweten van medische wetenschap die draaien elke dokter de nek om, die deugt niet. Dit bedoel ik daarmee. Geen begrip voor condities en omstandigheden die buiten onmiddellijk gezichtsbereik liggen en daardoor een vals beeld van de wereld en een vals beeld van wat men zelf kan doen.

Zorg er dus voor dat u niet begint met datgene wat u nu leuk vindt of u zou willen, of wat u voor u zelf zo belangrijk vindt voorop te stellen. Zeg niet: ik ben dit of dat en de wereld is daarop een reactie. Maar zeg: al wat die wereld voor mij betekent ongeacht wat ik zelf ben of beleef, is een omschrijving van mijn wezen. Dan komt u al veel verder.

Vervolgens is het voor de mens misschien ook onmogelijk om zijn herediteit na te gaan, de erfelijke kwaliteiten zo’n beetje die hij meegekregen kan hebben. En dan is het misschien ook nog mogelijk om na te gaan onder welke invloeden het lichaam heeft gestaan bij geboorte (astrologisch). Maar dit is maar één deel van het ik. Zelfs dit éne deel, het lichaam zelf realiseert de mens zich nooit volledig. Dit kent hij dus niet werkelijk.

Het is daarom goed bij een zoeken naar zelfkennis afstand te doen van elke vooropgezette mening of opinie. Klinkt gevaarlijk maar is toch waar: Dat betekent dat u niet mag zeggen: de Bijbel is Gods woord, in deze relatie; de Aarde is een bol, in deze relatie; dit is goed en dat is kwaad, weer in deze relatie.

Want op elk standpunt dat u a-priori inneemt vertekent u elke invloed die u van buiten uit ontvangt. Probeer dus a.h.w. passief en zonder eigen oordeel of mening dus de indrukken die van buiten komen in u zelf op te nemen, en probeer daarna te definiëren wat dat betekenen zou bij een ander. Als u dan voor die ander hebt uitgerekend, (bent u misschien wat onbarmhartiger als tegen uzelf) pas het dan pas op uzelf toe. Dat geeft een redelijke kennis van stoffelijke verhoudingen.

Het doordringen in het onderbewustzijn is moeilijker. Het is voor de mens mogelijk, maar meestal alleen met hulp van anderen of onder dwang van omstandigheden of anderen. Pogingen om dit onderbewustzijn volledig zelf te kanaliseren, slagen haast nooit. Probeer alleen uw eigen denken, uw eigen herinneringsvermogen zo veel mogelijk na te gaan in zijn processen. Wanneer u instinctief neen zegt, vraag u af waarom u neen hebt gezegd. Wanneer u instinctief zegt, dit deugt niet, vraag u af waarom? U zult op die manier veel van de lang vergeten belevenissen en indrukken, een deel van het onderbewuste dat niet de stof gelieerd is leren kennen. En u zult ook gesloten afdelingen aantreffen, waarin u niet door kunt dringen of niet durft doordringen. Wanneer u deze gebieden althans lokaliseert, dus omschrijft en beperkt, is het toch mogelijk tot een redelijke kennis van dit onderbewuste te komen en heeft u daarvoor geen vakkundige steun nodig.

Maar gaat het erom door te dringen in alles wat uw onderbewustzijn a.h.w. afwijst, die gesloten gebieden, dan zou ik u toch willen raden dit niet te doen zonder de hulp van een kundig raadsman, waarbij u diens uitleggingen terzijde laat, maar de herinneringen die deze wakker roept met bijzondere aandacht opnieuw beschouwt.

Wat betreft de geest. U kunt zich soms van uw geest bewust zijn. Inderdaad. De geest kan soms zelfs uit het lichaam treden. Ze kan waarnemingen doen. Maar in uw bewustzijn is ze aan uw menselijk wezen en uw menselijke vorm gebonden. U kunt haar nooit beseffen zoals ze is, maar haar alleen zien als een soort afschaduwing van uw stoffelijk wezen. Daarom geldt: Alles wat de geest betreft moet mede op gevoelsbasis verwerkt worden. Alles wat ik voor mezelf geestelijk als noodzakelijk gevoel of als waar, maar niet stoffelijk redelijk kan bewijzen, mag ik geloven; mits dit geloof dan volledig is en ik naar dit geloof leef en handel.

Daardoor benadert u het terrein van de geest aanmerkelijk beter dan anders het geval is.

Ten laatste de invloed van uw omgeving. Wanneer u een mening uitspreekt, vooral wanneer die mening zo terloops wordt uitgesproken en u denkt er later eens over na, vraag u af waar u ze vandaan hebt? Hoe ze gevormd werd? U zult heel vaak ontdekken dat uw zeer schone uitspraak over de ruimtevaart, over de zondigheid van de mens, over het al dan niet aanvaardbaar zijn van dit of dat politieke voorstel of verdrag, uiteindelijk voortkomt uit een week of dagblad. Realiseer u dit. Realiseer u verder dat u ook daar een keuze maakt. U kiest datgene wat voor u aanvaardbaar is. Dat is nooit zonder reden. U kiest altijd datgene wat uw eigen wezen, streven en geloven onderstreept m.a.w. elke opinie die u van buitenaf aanvaardt is een hulpmiddel voor uzelf om het huidige ik te handhaven.

Volgend punt. Hebt u wel eens nagedacht over de vraag: hoe een mens eigenlijk zichzelf kan kennen? Want dat is zo ontzettend moeilijk. Die mens heeft gelukkig 2 eigenschappen in zich die hij bewust of onbewust kent. Ze zijn een deel van hem. Ze zijn a.h.w. ingeschapen.

Het eerste is rechtsgevoel (niet te verwarren met het gevoel voor rechterlijke beslissingen en menselijke wetten hoor.) Maar gevoel voor rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid dus.

Het tweede is een gevoel van liefde of haat. Deze 2 uitersten die in feite gevoelswaarden zijn, moeten worden samengebracht. Men moet recht en liefde (zo ge wilt genegenheid en kosmische liefde) met elkaar in overeenstemming brengen en op zodanige wijze dat ze niet aan een persoon gebonden zijn, maar dat ze voor de gehele wereld kunnen gelden.

Doet u dit, dan ontstaat wat we zouden kunnen noemen, goedheid of anders gezegd, positief leven. Positief leven brengt positieve reacties uit het Al. Elke positieve reactie is een vergroting van inzicht en kennis. De kennis die men bezit omtrent het Al groeit, en daarmee volgens de vorige regels ook de mogelijkheid om het ik nader te leren kennen en juister te definiëren.

Er komt een ogenblik dat u daardoor vrij wordt van veel wat de mensen belangrijk achten. Men heeft ons wel eens verweten dat we uitspraken doen waarbij menselijke wetten eigenlijk maar terzijde worden gegooid, waarbij de menselijke en zelfs de Christelijke moraal wordt beschouwd als iets dat maar zeer ten dele bruikbaar is. Maar vanuit een persoonlijk en geestelijk standpunt is dit waar. Achter de conventie daarin gelegen, ligt op een gegeven ogenblik het vrij worden van die beperking. Dit is het ogenblik der verlossing. Op dit ogenblik is het innerlijk evenwicht zo ver gekomen dat men, zij het niet als een erkennen, bewust weten, maar eerder als een in zich ondergaan, een direct contact krijgt met God. Dit directe contact met God voert ons op den duur tot een steeds beter erkennen van onze buitenwereld en daarmee tot een steeds hoger niveau omschrijven van het ik. Is de innerlijke weg tot dit punt der verlossing inderdaad een zuiver esoterische kwestie en kan zij uiteindelijk zich geheel binnen het ik afspelen, al wat verder geschiedt staat in directe verbinding of relatie met het Al. Het berust op harmonie. Deze harmonie, alle harmonische werkingen zijn een erkennen van het ik, niet meer als de begrensde persoonlijkheid alleen, maar als een functie van het Al, als een stukje van de Schepper dat organisch past in zijn uiting.

Eerst wanneer dit alles doorleeft is krijgen we het ogenblik dat we voor het eerst met het Goddelijke op een hoog niveau geconfronteerd zijn. Dat is een gebeurtenis die u het best kunt vergelijken met het kijken in een magnesiumvlam. Het is een fel licht, je bent blind voor alle dingen. In deze blindheid echter wordt de emotie, dus het innerlijk leven, aanmerkelijk versterkt. Pas wanneer dit doorbroken is en men gelijktijdig dit licht kan aanvaarden, dus dit innerlijk beleven kan verdragen, en toch zich van zichzelf bewust zijn, komt de mens tot de volledige zelfkennis die het werkelijk ego, met al zijn geestelijke mogelijkheden, zijn leven, zijn verleden en toekomst eventueel omsluit.

Ik herhaal:

  1. Probeer zonder vooropgezette mening alles wat vanuit de buitenwereld op jou toekomt, meningen, opinies van anderen, handelingen van anderen tegenover jou te zien als een geheel.

Pas dit niet op jezelf toe maar op een ander mens. Beschouw jezelf of je een ander bent, zo objectief als het maar enigszins kan. Helemaal objectief zijn, kun je toch niet. Pas wanneer je hebt gezegd waar die ander dus eigenlijk faalt of waar die ander een fout maakt. Pas de verkregen kennis op jezelf toe en beleef de wereld opnieuw om vanuit het beleven hernieuwd tot een onderzoek te komen.

  1. Ontken niets in de wereld. Licht noch duister. Aanvaardt alles, en maak alleen voor uzelf zo nodig daaruit een keuze wat uw eigen leven betreft. Deze keuze moet in harmonie zijn met uw wezen zoals ge het nu ziet. Maar voor de rest probeer zo onafhankelijk mogelijk te zijn, zo vrij mogelijk. Leg niet de nadruk op bijzondere begaafdheden. Beschouw ook deze als iets wat eigenlijk van buitenaf komt. Niet als iets wat u ingeboren of aangeboren is. U zult dan het eventueel werken of falen van dergelijke gaven ook niet aan u zelf wijten, maar zien als een werking van samenhangen. Dit vergroot aanmerkelijk uw zelfkennis en vergroot ook uw vermogen uw eigen begaafdheden bewuster en juister te hanteren.

Houdt u niet bezig met grote en onoplosbare raadselen. Neem deze voorlopig aan. Stel overal waar ge niet direct en praktisch werkzaam kunt zijn, geloof in overeenstemming met uw eigen wezen, zo harmonisch mogelijk met wat u meent te zijn als de maatstaf. Vraag niet naar bewijzen op een terrein dat u niet beheerst.

Wanneer u zo leeft zult ge uw zelfkennis op aarde aanmerkelijk vergroten. Uw mogelijkheden uitbreiden en daarmee het verdere proces door mij geschetst dus veel sneller en gemakkelijker kunnen doorlopen.

Hier dient over nagedacht en ik zal er nog een paar kleinigheden aan toevoegen.

Elke mens in zich draagt krachten die hij niet activeert. Hij heeft mogelijkheden die hij nooit durft verwerkelijken. Elke mens schijnt een ingeschapen wantrouwen tegen zichzelf te hebben, onzeker te zijn van zichzelf en de doorsneemens is niet in staat de wereld te aanvaarden zoals ze is.

Het is duidelijk dat dit allemaal grove fouten zijn. Als je gaven hebt, moet je ze gebruiken. Wanneer je op een gegeven ogenblik een probleem wilt oplossen, kun je dat alleen door actie te nemen, niet door af te wachten tot een ander het doet. Wanneer je ergens bang voor bent, moet je het beschouwen totdat je weet of het die angst waard is, en dan zonder je door paniek te laten overweldigen, want er is dan reden voor angst, dan kun je in ieder geval de meest juiste uitweg kiezen.

Daarom zou ik nog dit willen zeggen. Probeer in het leven zelfvertrouwen te hebben, zeg niet dat u ergens gefaald hebt of dat u zondig bent enz. Stel steeds weer, dat wat ik ben is op het ogenblik mijn enige middel. Een oordeel daarover helpt mij niet. Een kennis daarvan wel. Het is beter voor mij duizendmaal een fout te maken en eenmaal iets goeds te doen, dan niets te doen en daardoor schijnbaar het goede waarbij je er zelf echter geen deel aan hebt.

Laat u nooit door de gebeurtenissen in een defensief dringen wanneer je het vermijden kunt. Wees voortdurend agressief ten opzichte van het leven, niet ten opzichte van uw medemensen. Ga uit van hetgeen voor u goed, noodzakelijk en redelijk lijkt en tracht dit te verwerkelijken, maar wees altijd bereid om te erkennen dat u een fout hebt gemaakt. Durf zozeer van je waarde in het leven overtuigd te zijn dat je zelfs je gemaakte fouten toe durft geven, zonder je daarop als verklaarbare zwakheden of een attest van onvermogen te beroepen.

Een mens die in zichzelf vertrouwt en die actief is, is ook een mens die in zijn God kan vertrouwen. Het is een mens die alle krachten van geest en stof rond zich werkelijk kan activeren en die daardoor pas werkelijk als mens gaat leven.

Probeer nooit een slaaf te zijn. Wanneer iets onvermijdelijk is maar onaangenaam, doe het dan toch omdat je het wilt en niet omdat je niet anders kunt. Alleen op die manier zul je je eigen leven steeds grotere positieve resultaten kunnen krijgen op elk terrein, maar vooral dan op het terrein van de geest.

  • Hoe kan men telepathie in zich meer ontwikkelen?

Door te leren onmiddellijk te reageren op impulsen zonder zich af te vragen of ze waar zijn, waar ze vandaan komen en hoe ze ontstaan. Telepathie is nl. het ontvangen van een zwakke impuls die door het redelijk denkproces onmiddellijk wordt aangetast en weggedrukt. De spontane reactie is in dit geval de enige juiste wijze om een ontvangen indruk direct tot uiting te brengen. Daarbij zal men ongetwijfeld fouten maken. Toch moet men zich blijven oefenen zodat men op den duur leert de van buiten komende impulsen te onderscheiden van eigene. Telepathie is dus het ontvangen van impulsen. De spontaniteit waarmede de impuls wordt omgezet in reactie, is bepalend voor de juistheid van ontvangst. Vandaar dat een kind over het algemeen dat niet zo sterk nadenkt, niet overlegt, telepathisch over het algemeen veel juister en sneller reageert dan de volwassen mens.

  • Kan de mens zijn zenuwkracht vermeerderen of versterken en zo ja, op welke wijze?

In de eerste plaats moeten wij opmerken dat de zenuwkracht van de mens, voor een gedeelte althans, uit zijn organisme voortkomt. En dan kunt u eigenlijk het beste zeggen dat bepaalde preparaten zelfs vitaminen bv. de juiste voeding, onnoemelijk veel doen voor de zenuwkracht. Verder is zenuwkracht voor een groot gedeelte van de juiste ademhaling, de juiste omzetting en zuurstoftoevoer afhankelijk. Dus wilt u uw zenuwkracht vergroten, dan moet u ervoor zorgen dat u voldoende zuurstoftoevoer heeft en dat liefst op een wijze die, bij een zo groot mogelijke toevoer, een zo klein mogelijke energieverbruik betekent.

Verder: uw zenuwbanen in het lichaam, hebben nu eenmaal, zoals alle dingen, een zekere inductie ten opzichte van elkaar Zorg dat u eens in de juiste houding gaat staan. Zorgt dat u zich dus probeert a.h.w. de juiste houdingen, de juiste lichaamsstromingen aan te wennen en gebruik die regelmatig om u daarin te verfrissen. In de hatha yoga heeft u verschillende van die houdingen. U hoeft heus niet altijd op uw hoofd te gaan staan hoor. Verder, de meeste mensen spenderen hun zenuwkracht daar waar het niet nodig is. Dus, als u uw zenuwkracht wilt vergroten, moet u ophouden met ze daar te verbruiken waar het geen zin heeft. Als u zich zenuwachtig gaat maken over iets wat in de krant staat, waar u niets meer aan kunt doen, is het dwaas. En wanneer u het doet over een radiocommentaar is het ook dwaas. Wanneer u zich ergert, terwijl die ergernis niet betekent dat u door de realisatie iets kunt doen, is dit verbruik van zenuwkracht. M.a.w. probeer uzelf zo te bedwingen dat u alleen zich druk maakt wanneer het echt belangrijk is en spaar u voor de rest. Voelt u dat u op een gegeven ogenblik die uitputting, die zwakte, die flauwte krijgt, wat zo vaak voorkomt, haal eens een paar keren diep adem en denk dan nergens meer aan en ga uw gang. Dan komt u over het algemeen een heel eind verder dan wanneer u erover gaat piekeren.

Want onthoudt u één ding: Zenuwkracht wordt niet het meest verbruikt in de daad, maar in de daadloosheid. Heeft u al eens staan wachten op een trein die te laat was? Dan heeft dit wachten u meer energie gekost dan de gehele reis, want dan stond u maar te denken: “dat hij er nog niet is en dadelijk kom ik te laat” en ”hoe zouden ze erover denken wanneer ik te laat ben?” en “hoe moet dit nu met die pot die ik op het vuur heb gezet?” Dat is het toch? De automobilist die voor het stoplicht staat en die zich zit op te winden omdat hij haast heeft, die verliest zoveel zenuwkracht in dit éne ogenblik, dat hij daardoor onjuister gaat reageren en veel meer kans heeft op een ongeluk. Of, neem nu even die kunstenaar die daar in de coulissen staat en die maar staat te wachten totdat hij in het tweede bedrijf dood mag vallen, die staat daarnaar te trappelen, tot hij optreden kan en kan zeggen “o” en mag neervallen. Dat neervallen dat kost hem niets, maar de tijd dat hij wacht, dat kost hem wat.  U begrijpt wat ik bedoel? Probeer dus dergelijke ogenblikken zoveel mogelijk te beperken.

Dan nog een laatste raad op dit terrein. Heel veel mensen, juist wanneer ze zenuwachtig zijn, wanneer ze dus onder spanning staan, grijpen naar een afleiding als lezen, luisteren, discussiëren. Het is verstandiger dan gewoon iets te gaan doen. Dat betekent mevrouw, dat u verstandiger doet, om in zo’n geval de auto van uw man te gaan wassen dan te gaan praten met uw buurvrouw over die ellende die er gisteren in de straat is geweest. En dat betekent voor u meneer, dat u veel verstandiger doet om dan eens een bezem te pakken of een ander veegapparatuur en uw vrouw te helpen bij het reinigen van het huis, dan u te zitten opwinden over uw krantje, of erger nog voortdurend te zitten nazeuren over die vervelende baas van u op kantoor. Reageer uw spanningen af in beweging wanneer ze hoog zijn zo voorkomt u zenuwuitputting en u conserveert onnoemelijk veel kracht. U zult daardoor veel veerkrachtiger zijn.

Voor de rest alleen maar: wees matig in alle dingen en dat betekent zelfs in het goede hoor.

  • In een brochure van de “O.D.V.”nl. “De vlucht in het gouden licht” komt een passage voor waarbij de geest uit het lichaam getrokken wordt en naar het Licht toegaat, maar zonder bewustzijn van wat daar gebeurt, is teruggekeerd. Kunt u mij daar iets nader over vertellen? Ik denk dat dit een belevenis is.

Dat is inderdaad een belevenis. Ik kan er wel iets over vertellen maar ik kan het niet uitdrukken in woorden.

Weet u, het licht zelf, of wat dat betreft, zeg maar God, het komt eigenlijk op hetzelfde neer. Het licht is voor ons dat Ene waarachter God nog voor ons zijn wezen verbergt. Het is nog uiting, het is niet het wezen zelf, maar dat is iets dat volledig buiten het menselijk begrip ligt en het ligt ook buiten het begrip, in zover ik het kan nagaan, van, ja, de meeste sferen zeker.

Als u in een wereld komt die vierdimensionaal is, dan geloof ik niet dat u in staat zou zijn, dat driedimensionaal te onthouden. U zou lichamelijk niet in staat zijn om dit weer te geven. U zou het ondergaan als een reeks van emoties, maar u bent zich verder van het werkelijke daar, ook al hebt u daar werkelijk beleeft, eigenlijk niet bewust.

Op deze manier is het nu ook precies wanneer wij naar het hoge Licht gaan. Onze wereld is zo beperkt, dat wij niet al wat daarin voor ons kenbaar wordt, kunnen bevatten of overbrengen. Ik zou zelfs zeggen: het is sterker in de gesprekken van Arjuna met Krishna. Daar komt ook zo’n zin voor. Daar gaat het nl. over de openbaring van God en hij zegt: “ja maar ik wil Hem zien” dan zegt hij, neen want dat zou je doden, je zou dood zijn en dan bedoelt hij niet dood in de zin van niet meer levend, maar je zou geen bewustzijn meer over hebben. Je zou zo gebiologeerd zijn dat je niet meer zelf zou leven; en dat is de bedoeling niet.

Die uittreding naar het licht is een beleving die elke mens in zijn leven wel mee kan maken. Het is dus niet iets speciaals voor uitverkorenen. Dat kan voor iedereen zijn weggelegd. En dat is nu voor hem een ondergedompeld zijn in het hogere. Maar hij weet niet precies wat het is. En wanneer hij terugkomt dan heeft hij dat gevoel van dat licht bij zich, maar hij is zich niet van het Licht zoals het is bewust.

En dan krijgt men dat idee van: “ik ben gezonden, ik moet dit doen of dat doen “Saulus op de weg naar Damaskus” Dan heeft U precies hetzelfde: Het Licht. En wat is het gevolg? Hij is verblind. Nu is dat misschien een verhaal. Het kan waar zijn geweest, het kan een verhaal geweest zijn: U hoeft er niet over te vechten. Maar in ieder geval, het is zeer symbolisch voor wat er gebeurt wanneer u het licht ontmoet: U bent blind. En in die geestelijke blindheid gaat u verder door het leven. U hebt het gevoel, maar u kunt het niet uiten. En dan later gaat u het uiten maar op uw eigen manier. Vandaar dat Paulus Saulus is maar nu in een christelijk gewaad.

Deze beleving vindt u overal weer. Het is eigenlijk het onbegrijpelijk beleven, voor een ogenblik bevatten maar terugkerend tot uw normale condities niet in staat zijn om datgene wat u een ogenblik begrepen hebt, om te zetten. En dan zegt de een: “Ik ben gered” en de andere “ik ben uitverkoren door de Meester” een ander zegt: “ik ben geroepen tot een taak” en weer een ander “en nu ben ik Hogepriester, of ingewijde”. Zij geven allen hun eigen verklaring daarvan. Maar deze verklaring past in hun eigen denkwereld. Het licht op zichzelf is niet te vertalen. God is niet te begrijpen door de mens, door de geest. Hij kan ondergaan worden, maar meer niet.

Ik kan het niet beter beschrijven. Ik kan u niet eens een zuiver beeld van onze wereld beschrijven en dat ligt heel wat dichter bij de uwe dan het Licht. En wanneer u daar geweest bent en u komt terug, dan stelt u dit u ook voor als een kwestie van: huisje, pompje, beestje. U ziet dat niet als wat het is: een organische wereld, maar in een totaal andere samenhang. U vertaalt dat in menselijke begrippen. En doordat u dat doet is die waarheid al teloorgegaan, bent u er zich niet meer van bewust.

  • Is niet de evolutie het enig reële wat wij in onze wereld vol realiteiten kunnen waarnemen als zijnde reëel en dus de realiteiten als schijn?

Dat ligt er aan wat u evolutie noemt.

  • Dus de opeenvolging van verschillende stadia van zijn.

Ja, maar mag ik nu wat zeggen? Een hele tijd geleden waren er twee grote kwallen die dreven in de oceaan. Zegt de een tegen de andere: ik ben helderziende. Ik zie onze nakomelingen al later op het land lopen. Stel u eens voor. En dan hebben ze van die lange flaporen en van dat vreemde gewas op het hoofd. Wat degenereert het ras!

M.a.w. zolang wij evolutie gaan uitdrukken in de zin van vorm, vormevolutie, kunnen wij steeds weer zeggen dat ieder wezen op zich meent de top van een evolutionair proces te zijn. Zonder dat het altijd zeker is dat het een feit is, omdat het vanuit zich rationaliseert en alleen aan zijn eigen maatstaven afmeet.

Maar goed. In deze zin kunnen wij over evolutie spreken. Maar kan dat geestelijk nu ook? Is er sprake van een geestelijke evolutie, dus een voortdurende verandering?

Mijns inziens eigenlijk niet, als ik u mijn idee mag geven? Het is zo. Wij zijn een vat, in het begin door God geschapen dat zichzelf druppel na druppel vult met bewustzijn tot het weet wat het is. Wij evolueren niet, maar wij worden ons zozeer van onszelf bewust.

Want als ik over evolutie moet gaan spreken… tjonge. Een hele tijd geleden toen waren er een paar mensen zo boos dat ze stenen namen en ze naar elkaar gooiden, maar nu is de mens geëvolueerd, nu gooit hij atoombommen. Is dat evolutie?

Neen, ik geloof dat u dit eerder anders moet uitdrukken. Elk geestelijk winnen van bewustzijn is in feite een revolutie, een omwenteling, een hergroepering van waarden. Niet een scheppen van iets nieuws, maar het terugbrengen van al wat in u is, tot de juiste vorm, de juiste basis.

Sprekende in de zin van de bioloog, wil ik graag de evolutie aannemen. En dan wil ik spreken over mutatievormen en sprongmutatievormen, dan wil ik spreken over elke vervalperiode, degeneratie van rassen en daarin opkomen van andere rassen. U heeft allemaal gelijk, over het overleven van de sterkste. Allemaal juist. In zoverre ja, evolutie. Maar deze evolutie is maar zeer beperkt, omdat er geen vergelijkende maatstaf is van een andere gelijkwaardige evolutie. Begrijpt u wat ik bedoel? Het wordt gemeten vanuit één standpunt. Als these fantastisch mooi, maar als praktijk niet aanvaardbaar omdat nimmer gebleken is in de gehele geschiedenis van de mensheid dat er van een werkelijke evolutie sprake was, een langzaam zich veranderen naar stof en geest. Wij zien slechts bij sommigen een bewust worden omtrent zichzelf, de esoterische gang dus eigenlijk, tot stand komen en dezen noemen anderen geëvolueerd omdat ze meer zichzelf zijn geworden. Maar is het juist om dit evolutie te noemen? Ik vind dat geen evolutie. Ik vind de zelferkenning van datgene waarvoor wij geschapen zijn in een eeuwige en blijvende schepping, niets anders dan een bewustwording van ons wezen, en helemaal niet een evolueren naar een andere vorm. Ik geloof niet dat ik mijzelf als geest, of wanneer ik in de stof als stofmens, tot iets anders kan maken dan waarvoor ik in het scheppingsidee van de Schepper reeds bestemd was, voor het eerste Woord en het eerste Licht. Ik geloof alleen dat ik het bewust kan zijn of onbewust. En die vorm van bewustzijn, dat noem ik dan mijn innerlijke groei en zelfs dit durf ik geen evolutie te noemen omdat het geen verandering betekent, maar het betekent een juister bewustzijn, een innerlijke harmonie. Voor mij verandert er iets maar feitelijk verandert er niets. Zo zie ik het.

  • Broeder, men spreekt hier op de wereld altijd van de wil van God. Maar als God nog zoveel wil heeft is hij toch niet volmaakt?

Als hij geen wil zou hebben, zou Hij het ook niet zijn. Gods Wil is Zijn schepping. En als wij spreken over de wil van God op aarde, dan wordt er over het algemeen de goeie God bijgehaald als de grote broer die pruimt om een ander die niet doet wat men wil dat God zou willen enz. M.a.w. “Het is Gods wil” dat is een dooddoener. Want er is niemand op aarde die in staat is te zeggen: “Dit wil God”. Geen enkele, ook de Paus en de dominee niet, en de grootste ingewijde en de grootste meester niet. Ze kunnen hoogstens zeggen: “Voor mij voel ik aan dat dit in overeenstemming is met Gods wil.”  Ze kunnen nooit zeggen: “Dit is Gods wil”. Wanneer de mens dit dus zegt, dan doet hij dit over het algemeen als een rationalisatie als een zelfrechtvaardiging, zoals vroeger de fetisjist een steentje opraapte en zei: “Zolang ik dit steentje bij mij heb gehad, heb ik geluk gehad, dus dit steentje brengt geluk en als ik iets verkeerd heb gedaan dan was het niet de wil van het steentje dat ik dat zou doen”

Dat is nu precies hetzelfde. Dat is een primitiviteit, dat is een wegrationaliseren van het onbegrepene, het onvolkomene, een poging om uzelf in een eeuwig en groter verband zien dan u zich in feite voelt staan. Het een niet willen erkennen van uw kleinheid, van uw innerlijke onzekerheid.

Dat is de wil Gods en daarom is het vaak een troostwoord. Want het onttrekt de mens uit de werkelijkheid waarvoor hijzelf medeaansprakelijk is. Het onttrekt de mens uit een gebeuren dat, door zijn verkeerde instelling in vele gevallen, hem leed berokkend terwijl dit niet nodig zou zijn.

Een mens heeft een mens lief en meent die mens door die liefde te bezitten; die mens ontvalt. De instelling is verkeerd. Ik heb niet geleefd op datgene wat mij gegeven werd doch op datgene wat ik meende te bezitten; leed. En dan is het heel gemakkelijk om zeggen: “Het is Gods wil”, natuurlijk is het die grote Kracht, die ik dan toch ook liefheb, die dat gedaan heeft. Het is mooi, maar is het voldoende? Neen. Gods wil is de schepping. Dus elke wet die die schepping regeert. En wanneer wij zeggen: “de wil Gods” dan bedoelen wij daarmee het onbegrepene dat voor ons de wetten en de krachten van de schepping op deze wijze als goddelijk tot uiting brengt en verder niets. Gods wil kennen wij niet. Ook niet uit de Bijbel, ook niet uit het Evangelie. Daar kennen wij slechts een bepaald iets uit, een verschijnsel in een tijd, een wet die misschien goed is maar die toch niet eeuwig dezelfde zal zijn, zonder zich uit te breiden, of een andere inhoud te krijgen.

En daarom zeg ik u, vrienden, wanneer ze u zeggen dat iets de wil Gods is, vraagt u dan eerst eens af wie eigenlijk achter die God schuilgaat. Soms is het degene die God aanroept en Gods wil u predikt. Die wil iets, die wil een bepaald idee in stand houden. Hij wenst dat u zich op een bepaalde manier gedraagt. Hij wil dat er iets gebeurt of hij wil dat u niet zo lastig bent en daarom zegt hij: “Het is de wil Gods”, in 9 van de 10 gevallen.

Er is maar één ding dat u als Gods wil kunt zien en kennen en dat is niet de werkelijke wil van God oneindig, maar dat is alleen uw harmonie met God. Soms zijn er momenten in uw leven dat u aanvoelt. Ja, het hoogste wat ik ken, het hoogste waarin ik en waarop ik vertrouw dat eist dit van mij. En dan doet u dat. En dan zegt u, dit is de wil Gods, omdat het hoogste wat u kent op deze wijze geuit wordt op de meeste juiste wijze. En dan weet u nog niet of het de kosmische wil Gods is; dan weet u alleen dat het uw benadering ervan is. En in die zin meen ik dat u het woord geredelijk moogt gebruiken.