Praktische wenken

uit de cursus ‘ Relatie mens en de geest’ ( hoofdstuk 10 ) –  juli 1973

Als je als mens begint contact op te nemen met de geest, is de mogelijkheid erg groot dat het niet volledig harmonieert. Dat wil zeggen, de geest kan voor de mens dus een storende inwerking hebben. Bovendien zijn er bepaalde entiteiten, die wat meer duister zijn en misschien wat minder prettige invloeden zouden kunnen uitstralen. Hoe kan men van deze dingen afkomen?
1) Het is altijd uw eigen karakteristiek, uw eigen instelling, uw eigen uitstraling waardoor een dergelijk contact mogelijk wordt. Er is geen enkele geest, die u kan overrompelen en bedwingen, indien er niet ergens in uw wezen een punt is, waarmee die geest harmonisch kan zijn. Verander dus uw instelling, uw denken.
2) Laat u nimmer tot paniek verleiden. Paniek geeft een entiteit een groter houvast. U begint chaotisch te reageren en daardoor kan een geest met een ordenend principe dan een groot gedeelte van uw verdere reacties bepalen.
3) Afscherming is magisch mogelijk. De eenvoudigste methode is het trekken van een drievoudige cirkel. Dit wil over het algemeen wel helpen, indien wij te maken hebben met entiteiten die werkelijk duister zijn. Voor een lichtere entiteit helpt het meestal niet zo goed, maar daar zult u ook veel minder last van hebben. Die cirkel zou theoretisch rond het “ik” moeten worden getrokken en dan kunt u nog kiezen uit twee methoden.
1e methode:                                                                                                                                                 de cirkels rond u te trekken met de wijzers van de klok mee, waarbij u dan eventueel uw eigen voorstelling van God of van lichtende krachten voortdurend evoceert (aanroept).
2e methode:
u trekt de cirkels tegen de wijzers van de klok in. Volgt u deze methode, dan moet u niet evoceren; dus u moet niets aanroepen of oproepen, voordat de cirkels voltooid zijn. Eerst daarna kunt u eventueel lichtende krachten vragen u bij te staan. In beide gevallen werkt het nogal eens. U kunt dit ook doen op symbolische wijze. Het is mogelijk om dergelijke cirkels in gedachten te trekken. Voor de doorsneemens is het goed als men daarbij toch enig gebaar maakt. U kunt b.v. symbolisch drie keer even met uw vinger draaien in de juiste richting en u daarbij voorstellen dat u de afschermende cirkel trekt. Een andere methode is om het gewoon met de punt van de tong te tekenen langs het verhemelte. U voelt dan wat u doet en daardoor is de suggestie aanmerkelijk sterker. In al deze gevallen zijn de z.g. magische maatregelen vooral bedoeld om u een gevoel van zekerheid te geven en daarnaast om door de concentratie (eventueel evocatie)  uw harmonie met de u lastig vallende geesten te verstoren.
Dan kennen wij in de relatie mens – geest ook nog het vervolgd worden door astrale spookbeelden. Nu wil ik deze niet graag “geesten” noemen. Dit vind ik een beetje beledigend voor mijn eigen status. Voor de mens zijn ze echter spookbeelden. Deze spookbeelden kunnen wederom alleen invloed hebben, indien u bang bent. Met andere woorden: als u die dingen niet vreest, dan kunnen ze niets doen. Onthoud dat goed: als het rond u plotseling veel donkerder lijkt of bepaalde plaatsen in uw omgeving veel donkerder zijn dan de rest, dan denkt u gewoon aan het licht en u gaat rustig verder. In dat geval zal het duister voor u wijken; het zal u niet kunnen aantasten.
Wordt u door iemand – het gebeurt nog wel en tegenwoordig zijn er in Nederland mensen die dat doen via goena-goena en middels gezonden geesten (meestal astrale projecties overigens)- belaagd, dan is er nog een andere methode, die vaak heel goed werkt.
Denk aan datgene wat voor u het heiligst is. Probeer daarbij het gevoel te hebben dat er licht rond u is. Zodra u dat gevoel heeft, aanvaard die entiteit. Alle in de goena-goena gelegde bedoelingen slaan dan als vanzelf op de afzender terug. En als deze ontdekt wat hij heeft gedaan, zal hij over het algemeen wel voorzichtiger zijn bij een volgende poging. Het werkt bijzonder goed.
Dit zijn zo van die aanwijzingen, die krijgt u eigenlijk wel meer. Ze zijn echter noodzakelijk, als men de relatie tussen mens en geest een beetje in de hand wil houden.
Zo geldt dit ook voor mediumschap. Mediumschap kent vele vormen. Wat wij hier manifesteren (een trance mediumschap) is maar een bepaalde vorm daarvan. Bij alle mediumschap berust het verschijnsel op een communicatie tussen een geest en een mens. Daarbij is het niet belangrijk, of die geest uit de sferen komt of een projectie is van een ander mens. In dergelijke gevallen kun je beheerst worden. Zo’n beheersing eenmaal toelaten betekent dat die beheersing permanent wordt. Er ontstaat een gewenning verschijnsel dat vaak zeer nadelig kan inwerken.
Een voorbeeld is een “schrijvend medium”. Je vindt het in het begin erg interessant dat het gaat. En zodra de hand maar een schrijfgebaar maakt, grijp je al naar potlood en papier en laat je de geest doorkomen. Maar op een gegeven ogenblik kun je jezelf niet meer beheersen en als je dan geen papier hebt, dan schrijf je desnoods op het witte overhemd van je voorbuurman, maar je schrijft. En afgezien van het feit dat het natuurlijk moeilijkheden kan veroorzaken in de relaties met de medemensen, zit daar ook nog aan vast dat je geen meester kunt blijven over jezelf. Een van de methoden om deze beheersing op eenvoudige wijze te behouden (dit geldt dus ook voor helderhorendheid, helderziendheid en al die andere verschijnselen), die onder het mediumschap vallen is de volgende:
Wanneer de verschijnselen optreden, aanvaard ze alleen op een bepaald ogenblik en alleen gedurende de door u bepaalde tijd. Als u zegt “ik aanvaard dit voor 30 minuten” en het begint tegen het einde van die 30 minuten interessant te worden, moet u toch onderbreken en na een pauze van ongeveer dezelfde tijd kunt u dan proberen de draad weer op te nemen. Dit is de enige manier om ervoor te zorgen dat uw eigen tijdsbesef en uw eigen wil blijven domineren.
U zult zeggen: maar die geest meent het toch goed met mij. Ja, dat kan wel. Maar het kan net zo goed zijn dat u iemand uit Schaduwland treft, die eigenlijk helemaal geen besef heeft van wat er gebeurt, of erger nog dat het iemand uit het duister is die u als werktuig wil gebruiken. Daarom is het beter altijd te zorgen voor alle factoren, die de beheersing vergroten.
Indien u, wat vooral in het begin wel eens gebeurt, overdag bezig bent en plotseling het gevoel krijgt “er is een boodschap en deze is urgent”, ontvang haar niet onmiddellijk. Stel desnoods: ik zal over een kwartier, gedurende 5 minuten, bereid zijn om die boodschap te ontvangen. Als voor een entiteit het doorgeven van de boodschap inderdaad belangrijk is, dan komt die wel. Is het iemand, die u alleen door het gevoel van iets erg belangrijks en dringends in beslag wil nemen, dan zult u juist door het zelf stellen van zowel het tijdstip als de tijdsduur voorkomen dat deze entiteit een greep op u krijgt waardoor u zich niet meer ertegen kunt verweren, wanneer deze u ergens desnoods midden op straat in beslag zou willen nemen. Het is voor een mens wel heel erg belangrijk om daarmede rekening te houden, meen ik.
Dan zijn er verder nog een paar punten waar je ook als geest wel eens overheen kijkt.
De relatie tussen mens en geest moet zijn gebaseerd op een wederkerig begrip. Ik kan als geest nooit iets uit mijn wereld duidelijk maken dan alleen in de termen die aanvaardbaar en begrijpelijk zijn in uw wereld. Dat geldt voor u precies hetzelfde. U kunt aan de geest dingen duidelijk maken, maar u kunt dat alleen doen in de termen, die voor die geest verstaanbaar en aanvaardbaar zijn. En gelooft u nu : er zijn heel veel zaken en vooral drijfveren op aarde, die voor een geest niet zo gemakkelijk te begrijpen zijn. Er zijn heel veel wensen en aanwijzingen van mensen waarop een geest niet kan reageren. Een enkeling zou het misschien kunnen, maar de meerderheid zeker niet. Daarom geldt, wanneer u een beroep doet op de geest om u te helpen:
a) stel datgene wat het eindresultaat moet zijn zo menselijk en zo duidelijk mogelijk.
b) probeer nimmer de werkwijze, die gevolgd moet worden, te bepalen.
c) maak er nooit een bijzondere rite of plechtigheid van. Door riten en plechtigheden ontstaat er in uzelf een bepaalde suggestieve of hypnotische toestand, die dan door factoren van buitenaf eveneens kan worden gestimuleerd. U verliest uw meesterschap over uzelf bovendien zult u en dit is heel erg belangrijk: meestal niet de hulp krijgen die u verlangt, maar wordt u het werktuig van iemand, die op aarde iets wil volbrengen.
Het is – ik kan het niet genoeg herhalen – voor een mens, die met de geest contact heeft altijd erg belangrijk om bewust mens te blijven, bewust zich zelf te blijven.
De geest geeft nogal wat leringen weg en die lopen dan vanaf de halleluja-Leger des Heils- stijl tot het al dan niet gefundeerde wetenschappelijke betoog en de mystieke redenering. In al deze gevallen heeft de geest waarschijnlijk wel iets te zeggen, maar het is aan u te begrijpen wat die geest wil zeggen. Wat de geest zegt, is niet zonder meer waar. Het is alleen waar, indien u de waarheid daarvan in u erkent; en dat kunt u pas doen op grond van feiten of toestanden, die er rond u bestaan. Als een geest dus een vraag aan u stelt, dan mag u die geest wel degelijk vragen om wat terug te doen; namelijk te bewijzen dat het noodzakelijk is.
De verhouding tussen geest en mens moet er een zijn van samenwerking. Op het ogenblik, dat bewust of onbewust de mens dan wel de geest probeert te domineren, ontstaan er disharmonieën en daardoor krijg je op den duur altijd moeilijkheden. Als mens zeker, maar ook als geest kun je daardoor in een situatie komen, die minder aangenaam is en die vaak het verbreken van het contact met de menselijke wereld voor enige tijd noodzakelijk maakt.
Wilt u lering ontvangen uit de geest, dan moet u heel goed begrijpen, dat de geest alleen kan werken met uw persoonlijke inhoud. De geest kan u niet even voorlichten over iets wat u nog niet kent. Zij kan slechts een analogie vormen, met het onbekende, op grond van de bij u bekende feiten of waarden. Vraag daarom nooit aan een entiteit zonder meer: geef mij even die kennis. Stel wat u verlangt en laat dan rustig uw gedachten gaan. Wacht niet totdat de geest dat luidkeels tegen u schreeuwt. Want als dat gebeurt, dan is het meestal te laat om er nog wat aan te hebben. Laat gewoon uw gedachtenontwikkeling voortgaan. juist uw instelling plus het ontvangen van inspiratie en uw eigen gedachten geven een veel groter resultaat dan alle pogingen om precies -helderhorend b.v.- aanwijzingen van de geest te verkrijgen.
Datzelfde geldt voor beelden, die men u laat zien. De beelden, die men u toont zijn altijd een composiet van de in u bestaande herinneringen. Het kunnen vage of sterk verdrongen herinneringen zijn, het kunnen onderbewuste impulsen zijn van waarnemingen die u nooit helemaal heeft beseft, maar zij moeten aanwezig zijn. Het beeld, dat u helderziend waarneemt is nimmer het juiste beeld van die geest. Het is uw reactie op de impulsen, die deze geest uitstraalt. Ik meen, dat ook dit interessant genoeg is.
Nu is samenwerking tussen geest en stof – zeker vanuit ons standpunt en hopelijk ook vanuit de uwe – iets wat heel erg belangrijk is. Ik heb u al gezegd, het moet een kwestie van een zekere wederkerigheid zijn. Indien u oprecht en op de juiste manier de geest helpt, dan zal zij daar iets tegenover moeten stellen. Wat dat is, kunt u niet bepalen. Dat kan die geest alleen doen op grond van de harmonie, die zij met u bereikt. Maar het is nooit zo, dat u voor de geest hier werkt en dat er geen schijntje van een bewijs komt dat het wat uithaalt, totdat u dood bent en dan zeggen ze “God, wat heb je goed voor ons gewerkt, lieve jongen of lieve meid.” Zo is het ook weer niet. Er is altijd sprake van een wederkerigheid. Als u iets doet voor de geest, zal zij trachten u te helpen. Zij zal daarvoor alle middelen gebruiken.
Wanneer u door een toeval iemand ontmoet, die u kan helpen, dan is de kans groot dat de geest iets daarmee te maken heeft; maar u weet het nooit zeker. Het enige dat u zeker weet is: als ik probeer het beste te doen voor de geest, dan moeten er bepaalde momenten zijn waarop ik zeg: Hé, dat is niet verwacht en nu loopt het mij toch mee. Ik had nooit verwacht dat ik dat zou kunnen of zou halen en nu lukt het mij toch”.
Wees ook een beetje voorzichtig met het op een voetstuk plaatsen van de geest. Het is zo gemakkelijk te zeggen: Dat is onze leermeester, of in bepaalde kringen onze goeroe. Het klinkt erg mooi, dat geef ik graag toe. Maar u leeft op aarde. U moet op aarde ervaringen opdoen. Een entiteit hoe hoog en hoe zuiver ook kan u nimmer een oplossing geven voor al uw stoffelijke moeilijkheden en problemen. Zij kan u hoogstens een paar denkbeelden geven, die u dan zelf moet omzetten in de praktijk. Begrijp het dus goed: er kan niet iemand zijn, die uw leven voor u dirigeert. Er kan hoogstens een inwerking uit de geest zijn, waardoor u de mogelijkheid krijgt zelf bewuster en juister te handelen, maar dan is het uw eigen zaak om dit te doen.
De situatie van de leermeester brengt overigens wel eens meer moeilijkheden. Een leermeester kan onder bepaalde omstandigheden gehoorzaamheid van uw eisen. Dat is ook zijn recht zolang het gaat om zaken die samenhangen met het onderricht dat hij u geeft. Daar bestaat geen alternatieve uitvlucht voor. Als iemand u les geeft in de Nederlandse taal, dan kunt u wel zeggen dat u het anders zou schrijven, maar u zult zich eerst moeten onderwerpen aan het onderricht, want zonder dit zult u nooit zelf een aanvaardbare alternatieve schrijfwijze kunnen ontwikkelen. Een zekere discipline is dus nodig maar die blijft altijd beperkt tot het betreffende onderwijs.
Dus: indien u een geestelijke leraar heeft, die u helpt om b.v. esoterische waarden in uzelf te erkennen, dan zult u op dát terrein en zolang u dit onderricht zelf aanvaardbaar acht, gehoorzaam zijn aan de eisen, die op grond van deze esoterie en de esoterische lering worden gesteld. U zult echter nooit vragen: Mag ik zondag nu wel of niet gaan wandelen? Dit heeft er niets mee te maken. U zult ook niet zeggen: Mag ik met die mens wel of niet omgaan? Dat maakt u zelf uit. Alleen door de lessen kunt u een inzicht verkrijgen, waardoor u een zekere keuze doet. Maar het is altijd uw persoonlijke verantwoordelijkheid, uw persoonlijke beslissing.
De situatie van samenwerking wordt misschien wel het best gedemonstreerd door de manier waarop de Witte Broederschap werkt. Nu weet ik wel, dat de Witte Broederschap niet overal even geliefd is. Zeker niet sinds wij hebben geprobeerd om duidelijk te maken wat zij werkelijk doet in plaats van alleen maar met vage, welwillende frasen over de bewustmaking van de mensheid te spreken.
Die Witte Broederschap werkt met u samen. Als u tegen de Broederschap zegt: Ik wil met u samenwerken, dan geeft zij u niet onmiddellijk een aanstelling. Zij komt u niet vertellen dat u voortaan beter bent en dat u later ingewijd zult worden. Maar uw bereidheid tot samenwerking kan soms tot uiting komen in een enkele impuls waarbij je zegt: Waar haal ik dat vandaan? Of een enkele reactie op grond van een bewustzijn, dat u niet wetende bezat. In een dergelijk geval kunt u zeggen: De Witte Broederschap werkt dus op basis van harmonische mogelijkheden plus geestelijke behoeften samen.
Nu kunt u als mens op een gegeven ogenblik ook zeggen: Ik heb kracht nodig. Ik probeer te leven in overeenstemming met de bewustwording van de mensen en de harmonie, geef mij die kracht. Dan moet de Broederschap ook die kracht geven. En zij doet dat ook. Zij doet dat natuurlijk niet zoals u het wilt hebben. U wilt misschien die kracht hebben om b.v. een piano te tillen en u krijgt alleen maar de kracht om de breuk, die u zich heeft vertild te dragen. Maar u krijgt inderdaad kracht. Dat is een situatie die u goed moet onthouden.
Als de Witte Broederschap vanuit haar inzichten u dingen laat doen waarvoor uzelf de aansprakelijkheid niet kunt dragen, omdat u ze niet kunt overzien, dan zal de Broederschap er ook voor moeten zorgen dat de gevolgen voor u aanvaardbaar worden, dat u de kracht heeft om dat op te vangen etc. etc. De Broederschap neemt dus wel degelijk de aansprakelijkheid op zich voor alles wat zij door middel van u tot stand brengt, mits u niet bewust en wetend hebt kunnen meewerken.
Dit schetst geloof ik het werken van de geest op aarde heel goed. Zodra er sprake is van een wederkerigheid en van begrip, dan ontstaat er ook een zekere vrijblijvendheid. De geest helpt u natuurlijk. En op grond van de harmonie, die tussen mens en geest groeit, kunnen veel kracht en weten en andere dingen worden uitgewisseld maar dat is een nevenproduct. Het belangrijke is, dat u altijd uw eigen weg moet kunnen gaan en dat dat voor de geest ook mogelijk moet zijn. Op het ogenblik, dat een geest iets doet waardoor u zonder te beseffen wat u doet en zonder het te willen ook in een zekere situatie wordt gemanoeuvreerd, die voor de geest misschien erg belangrijk is om een zekere verandering op aarde tot stand te brengen, is die geest daarvoor aansprakelijk. Zij zal alle gevolgen daarvan voor haar rekening moeten nemen; zelfs de gevolgen die voor u eventueel na uw dood zouden kunnen optreden.
Wanneer u als mens de geest vraagt of hulp of bijstand, op een dwingende manier, en u doet dat volgens uw eigen inzicht door het precies te definiëren, dan is de geest niet aansprakelijk; dan bent u het. En alle gevolgen van dit ingrijpen door u zal dan ook later op uzelf neerkomen. U zult volgens de wet van evenwicht moeten zoeken naar de een of andere manier om de gedane schade, de gestelde onevenwichtigheden weer teniet te doen en het evenwicht te herwinnen. Ik meen, dat u daarmee rekening dient te houden.
Een punt waar je als geest ook wel eens een beetje raar tegenaan zit te kijken is de manier, waarop men eigenlijk naar de geest gaat als naar een kerk of naar een voorstelling. Nu geef ik toe, het verschil tussen beide is vaak niet zo groot.
Kijk eens, de geest kan u geen godsdienst geven. De geest kan u geen vroomheid geven. Zij kan u hoogstens een bepaalde sfeer of uitstraling aanbieden waar u zelf wat mee moet doen. Als u dus regelmatig gaat luisteren naar geesten, die mooie en vrome woorden spreken, dan is dat uw zaak. Maar dan moet u niet verwachten dat u op grond daarvan enig recht heeft t.a.v. die geest; dan moet u met die sfeer, die kracht en alles wat erbij komt zelf maar eens wat doen. En als u het beschouwt als een soort vertoning, dan moet u ook helemaal niet gek kijken dat u geen contact heeft met de geest. Laat mij het zo zeggen:
Wanneer u naar een voetbalwedstrijd gaat en u zit alleen maar te kijken hoe zij het doen, dan wordt u er niet warm en niet koud van. Maar kiest u partij, dan wordt u wel warm of koud. Dan beleeft u zelfs op uw zitplaats emoties, die soms heftiger zijn dan menig speler ooit heeft gekend. Zo moet u dat zien, wanneer u contact heeft met de geest:
Er zijn ogenblikken, dat u daar emotioneel door gegrepen wordt. Dan kan uw reactie t.a.v. de geest op dat ogenblik negatief of positief zijn, dat doet niet ter zake. Door uw emotie heeft u er dus zelf iets van gemaakt, u bent erbij betrokken. U zult zelf een zekere sfeer scheppen en deze betekent dan een verbinding met een geestelijke sfeer. De resultaten daarvan ervaart u dan meestal ook wel.
Ga nooit naar een seance toe met het idee: nu zullen wij de waarheid horen. Waarheid is de grote onbekende op aarde; ze treedt hoogstens in vermomming op. Zelfs als de geest aan het woord is en probeert de waarheid te zeggen, kan zij het nog niet doen om de doodeenvoudige reden, dat de naakte waarheid – ofschoon door de zedenwetten thans hier en daar wat toegelaten – voor de meeste mensen door haar gestalte onaanvaardbaar is. Dus zeg niet: wij gaan de waarheid horen. Zeg alleen: wij gaan een sfeer pakken, wij gaan een paar denkbeelden krijgen en dan zullen wij daar zelf mee werken.
De methoden waarmee de geest werkt zijn natuurlijk ook van verschillende aard. Als u voorbeelden wilt hebben, dan moet u eens kijken naar onze sprekers. Er zijn babbelaars, temers, komieken, predikanten en zelfs galmers. Elk van deze sprekers probeert iets op zijn manier over te dragen. Als wij nu de uiterlijkheden beschouwen, dan zeggen wij: Kijk, de een spreekt mij wel aan, de ander niet. Dat betekenis, de sfeer van de een is belangrijk, de sfeer van de ander niet. Kies dan rustig degene van wie u zegt: Daar voel ik iets voor, daar begrijp ik iets van, dat zegt mij iets. Daardoor kunt u vaak verbindingen krijgen, die heel wat verder gaan dan de mededeling, die is gegeven. Het is b.v. opvallend, dat onze vriend Henri zich voor velen tot een combinatie van moppenverteller, spreker en heilige Antonius heeft ontwikkeld. Hij wordt nl. bij alle kleine problemen aangeroepen en hij probeert ook werkelijk te helpen als het even kan.
Wij hebben bij ons een spreker, die ik de “galmer” zou willen noemen. Dit is niet oneerbiedig bedoeld, want hij behoort zeker tot de hogere echelons. Deze wordt door velen ondergaan als een orakel. Het moeilijke daarbij is, dat men in deze aanvaarding van hem verwacht dat hij als een klein godheidje zal optreden: Vraagt men hem om hulp, dan vraagt men niet de hulp die deze entiteit kan geven, maar men vraagt gewoon het mirakel dat men meent toevallig nodig te hebben; en dat is dan meestal ook nog het verkeerde.
Zo’n entiteit als de “galmer” kan u helpen bij bepaalde esoterische ontwikkelingen. Daarvoor kunt u rustig een beroep op hem doen, indien u de persoonlijkheid aanvaardbaar vindt. Maar het kan ook zijn, dat u veel liever een babbelaar heeft. Dat is veel gezelliger, zeggen de mensen dan.
Een babbelaar probeert op zijn manier ook een sfeertje, op te bouwen en daarin bepaalde dingen te laten doordringen. Maar het hele sfeertje zegt het al: hier kunnen wij aan de verwachtingen van de mens eigenlijk alleen dan beantwoorden indien deze ook informeel is. Het moet dus op een toon van jij en jou gaan. Probeer je zo’n entiteit aan te roepen met plechtige woorden of – het is wel eens voorgekomen zelfs te bezweren-, dan bezweer ik u dat er niets van terecht komt. Dus: ook als u te maken heeft met sprekers van deze groep (zelfs zij zijn niet allemaal gelijk en niet ieder van u zal daarop op gelijke wijze reageren) probeer dan uit te gaan van degene met wie u affiniteit gevoelt. Als u maar een voorstelling van de sfeer heeft (u behoeft geen namen en geen gestalten te kennen), alleen de sfeer, dan kunt u zich op die sfeer beroepen en alle hulp ontvangen, die in overeenstemming is met die sfeer. U gaat ook niet naar de tandarts, als u een lekke band aan de auto heeft met de vraag, of hij die even wil plomberen. Zo moet u niet naar een babbelende geest gaan om even een miraculeuze onthulling van het hoogste licht te vragen. Door de sfeer van de persoon en door de wijze waarop het contact met u gemiddeld verloopt is een dergelijke openbaring bijna onmogelijk.
Dit brengt mij tot het Licht zelf. Daarover zou ik ook een paar punten willen aanstippen.
Licht is een voorstelling. Het is niet een verschijnsel. Het licht is een innerlijke erkenning. Indien wij ons daarop beroepen, moeten wij ook gewoon daaraan wennen. Als u vanuit een duistere kamer ineens het felle zonlicht binnenloopt, dan kunt u daarop niet snel reageren. Uw ogen doen pijn, u ziet het allemaal niet zo goed. Eerst na enige tijd heeft u zich aangepast. Als u echter, regelmatig eenzelfde overgang doormaakt, dan blijkt uw aanpassingstijd veel korter te worden. Het is alsof de pupil zich a.h.w. gemakkelijker aanpast aan de nieuwe licht- inbreng. Zo moet u dat ook zien met het Licht.
Als u de eerste keer dat Licht oproept, dan duurt het een hele tijd, voordat u het ziet. Ook de tweede en derde keer zal het heus nog niet zo gemakkelijk zijn, maar op den duur is het iets waar u alleen maar aan behoeft te denken: en het is er.
Dat Licht kunt u gebruiken in heel veel kleuren. Nu weet ik dat er zelfs vooral in verband met geestelijke genezing aanwijzingen zijn: gebruik het groene licht, het gele licht, het rode licht. (Het lijkt wel een stoplicht!) Maar die aanwijzingen zijn ook weer gebaseerd op een zeker sfeertje. Een kleur van licht, ook van kosmisch Licht, is in wezen een instelling (dus een sfeer die in jezelf bestaat). Als u met één kleur licht goed kunt werken, is het verstandig uw werkzaamheden daarop te baseren. En probeert u alstublieft niet anderen te vertellen wat zij moeten doen. U kunt anderen laten zien hoe u zo iets opknapt. Probeer nooit te zeggen, dat zij het ook zo moeten doen, dan gaat het meestal fout.
Datzelfde is het geval bij mediumschap. Elk medium heeft zijn eigen methode van instelling, van concentreren. Als men de mediums zou willen dwingen om z. g. optimale methoden te gebruiken, dan zou er in de praktijk door 9/10 geen prestatie kunnen worden geleverd. Dat moet u zichzelf ook voor ogen stellen. Het geldt voor u net zo goed als voor iemand, die uitzonderlijk begaafd heet te zijn.
Uw relatie met de geest is gebaseerd op uw eigen instelling, uw eigen manier van reageren en denken, niet op vormelijkheden, niet op het maken van de juiste gebaren niet op het mompelen van de juiste formules. Het berust gewoon op wat erin u bestaat. De manier waarop u die instelling bereikt, is helemaal niet belangrijk, althans voor de geest niet. Het gaat haar om de werkmogelijkheid. Voor u geldt dus, ik zal die methode verkiezen; welke voor mij persoonlijk de meest juiste lijkt te zijn, omdat ik daardoor het gemakkelijkst contact krijg met de wereld van de geest.
Dat waren een aantal praktische wenken. Ik ben er echter nog niet doorheen. Ik heb nog enkele opmerkingen te maken.
De wereld van de geest lijkt veel op die van de mens en is toch ergens op essentiële punten verschillend. Onze werelden lopen praktisch door elkaar heen. Ze vormen echter een eenheid, maar wij zijn door ons perceptievermogen in wezen van elkaar gescheiden. Laten wij rustig begrijpen, dat die werelden door elkaar heen kunnen lopen en laten wij ons vooral niets van elkaar aantrekken, tenzij wij elkaar iets te zeggen hebben.
U leeft in een materiële wereld én dat wil zeggen, dat materiele dingen erg belangrijk zijn. Stoffelijke zaken zijn voor u datgene waarvoor u op aarde vertoeft. Mits u daarbij de juiste gedachtegang en de juiste persoonlijke instelling weet te vinden, zodat u trouw bent aan uzelf en aan wat u bent, zult u daarmede het beste resultaat behalen.
Probeer alstublieft nooit als mens in een geestelijke sfeer of wereld te leven. Dat brengt u veel teleurstellingen, het kost u zeer veel energie en de resultaten daarvan zijn altijd betrekkelijk miniem. Ga uit van uw eigen stoffelijke wereld, uw stoffelijk denken en handelen en probeer op grond daarvan een harmonie met de geest te vinden. U kunt geen geest zijn voordat u in onze wereld bent aangekomen en dan vallen de stoffelijke moeilijkheden, waarvoor u het contact met de geest misschien had willen zoeken, toch weg.
Onthoudt u dit: Alles wat in de geest leeft of wat in de geest bestaat, is als het tot het licht behoort bereid de mens te helpen dat licht ook te bereiken. Alles wat in de geest leeft en zich terugtrekt in het duister, zoekt in de mensheid vaak een contact, een mogelijkheid om een ogenblik de eigen duisternis, het eigen isolement te doorbreken en zich a.h.w. te voeden met menselijke indrukken en soms zelfs, met menselijke levenskracht. Dat is nu eenmaal zo. U bent de enige, die bepalend mag zijn. Zodra u zich onderwerpt aan de geest, kunt u van alles verwachten. Laat mij het zo zeggen:
U kunt natuurlijk zeggen: Mensen, mijn huis staat voor iedereen open. Maar als u dat doet en daar komt iemand, die een beetje asociaal is en vergeet dat het toilet niet in de hoek van de huiskamer is, dan heeft u geen reden te zeggen: Maar dat heb ik niet verwacht. U heeft gezegd: Iedereen mag binnenkomen. Dergelijke dingen kunnen voorkomen.
Als u selectiever werkt, door uit te gaan van degenen met wie u voelt contact te kunnen hebben, dan is de sfeer al direct anders; over het algemeen voor uzelf aangenamer en meestal ook positiever. Waarom zou u voor de geest open huis willen houden zonder te weten wat die geest is? Stel uzelf een bepaald limiet. Stel een zekere drempel in voor sfeer, voor bewustzijn of iets anders, zo goed u kunt. U helpt daarmee niet alleen uzelf, maar ook de wereld van de geest. Want u voorkomt nu dat degenen, die eigenlijk voor u schadelijk zouden kunnen zijn, de kans krijgen om u in beslag te nemen, terwijl u misschien voor een ander, die met u harmonisch is juist een mens zou zijn door wie bepaalde geestelijke waarden en invloeden heel goed naar voren kunnen worden gebracht.
Denkt u alstublieft ook niet dat wij ons als hoogheden beschouwen. Ik weet heus wel dat sommigen van ons door mediums en ook door anderen wel worden aangeduid met een ordinaire uitdrukking, die doet denken aan Balzac. Daar hebben wij helemaal geen bezwaar tegen. Als u vindt dat wij ellendelingen zijn, dan spijt ons dat natuurlijk door de verwerping die erin zit, maar dat hebben wij toch liever dan dat u zegt: Daar mag ik niets tegen zeggen, want ze zijn lieve heiligen. Wij zijn niet lief en wij zijn niet heilig. Wij zijn entiteiten, die om bewustzijn zoeken, die proberen anderen tot bewustzijn te brengen, die daarbij soms ook ongeduldig kunnen zijn en die – ook al horen wij tot de Orde der Verdraagzamen soms zelfs Onverdraagzaam kunnen zijn. Wij zijn gewone wezen zoals u. U zult de beste resultaten krijgen, als u met ons met een zekere gemeenzaamheid, op basis van gelijkheid durft omgaan. Stel geen grenzen tussen uw wereld en de onze.
U bent vaak erg nieuwsgierig naar onze werelden. Het is bij ons mooi, natuurlijk, voor ons. Maar vergeet u niet dat het rustieke slootje dat voor de een, die niet zo goed ruikt, wonderbaarlijk mooi is, voor de ander een enorme belasting door stankverspreiding betekent; dat een zeer drastische oplossing voor de verwerking van rioolinhoud voor sommigen stank verwekkend en voor anderen alleen maar aangenaam is. Het ligt er maar aan waar je zit.
Deze dingen zijn met de geest precies hetzelfde, heus. Beroept u zich op ons. Maar beroept u, zich dan niet op een entiteit waarvan u het gevoel heeft die is eigenlijk erg hoog. Vraag een vriend om hulp. Wat dat betreft, als u niet weet tot welke geest u zich moet wenden, wendt u tot het hoofdkantoor. Als u zegt: Lieve God, ik weet het niet meer, help mij alstublieft, dan is er altijd wèl een, die de aanvraag oppikt en zegt: Nu ja, de Baas zelf is toevallig bezet, maar ik zal wel even gaan kijken wat er aan te doen is. Wij zijn bereid heel veel voor de mensen te doen, maar dan moet de mens ons de mogelijkheid daartoe geven.
Hiermee ben ik zo ongeveer aan het einde van deze les. Wilt u één ding heel goed onthouden:
Wij zijn mens geweest. U bent mens. Daardoor kunnen wij elkaar bereiken. Daardoor hebben wij voldoende gemeen om te werken, ook wanneer onze huidige wereld verschilt. Begrijp dat. Verwacht niet, dat iemand die dood is plotseling een ander en hoger wezen wordt. Hij is gewoon dezelfde mens met dezelfde kwalen, feilen en onmogelijkheden, die nu in een geestelijke wereld kan proberen om bepaalde tegenstellingen en fouten op te lossen.
Wij, mijne vrienden, horen bij elkaar. Mens en geest zijn hetzelfde.
De werkzaamheden van de geest zijn in wezen werkzaamheden, die ook bij de mens behoren. En datgene wat de mens doet, zelfs het z.g. grof stoffelijke heeft ergens toch ook weer contact met de wereld van de geest. Wij horen bij elkaar. Juist daarom moeten wij elkaar aanvaarden als goede vrienden, als bekenden, als familieleden, als het even kan. En als het zo niet kan, desnoods als voorlopig gelijkwaardige onbekenden. Alleen op die manier kunnen onze werelden met elkaar versmelten en kunnen wij tezamen veel tot stand brengen, dat zowel in de sferen als op aarde zijn weerspiegeling vindt.
Ik heb getracht dingen te zeggen, die voor u allen belangrijk zijn. Het beste is, geloof ik wel, als wij gewoon elkaar begrijpen en verstaan. En gezien de uitstraling hier en daar, heb ik daar toch wel iets toe bijgedragen.
Ik meen, dat deze cursus, ofschoon ze niet aan ieders verwachting heeft beantwoord – dat wil ik er nog even bij zeggen – toch heel veel kleine veranderingen tot stand heeft gebracht bij degenen, die regelmatig zijn gekomen, waardoor zij vanuit het standpunt van waaruit ik het kan zien toch gemakkelijker en beter contact zullen kunnen krijgen met onze wereld. Omgekeerd denk ik ook wel dat verscheidene van de aanwezigen door ons wat eenvoudiger benaderd zouden kunnen worden. Dat wij dat voor elkaar hebben gebracht met elkaar daarvoor is dit alles toch wel de moeite waard geweest.

WAARNEMINGEN OP GEESTELIJK VLAK.

Als een mens op geestelijk vlak waarneemt, dan dienen wij daarbij het volgende te beseffen
Een mens neemt niet geestelijk waar; zijn waarneming is namelijk een waanvoorstelling. Wat hij meent te zien, ziet hij niet. Wat hij meent te horen, hoort hij niet. Hij wordt daartoe gebracht door invloeden, die tijdelijk zijn werkelijkheidsbesef verzwakken.
Wat de geest betreft, ligt de situatie ongeveer als volgt: Hier is een mens, die ontvankelijk is. Ik wil deze mens beïnvloeden. Ik vertel hem dus zoals een geest dat doet in beelden wat ik heb mede te delen. Ik richt mij daarbij op dat gedeelte van de hersenen waaruit het beste antwoord te verwachten is. Dat kan toevallig een visueel centrum zijn, het kan ook een auditief centrum zijn of een ander deel van de grote hersenen. In al deze gevallen begint de mens onmiddellijk de ingekomen indrukken te sorteren. Hij vergelijkt ze met indrukken, die reeds aanwezig zijn en meent dan iets te zien of te horen wat er niet is. Zo ziet u dat wat de geestelijke waarnemingsmogelijkheid van de mens betreft er nog wel wat haken en ogen aan zitten.
Een mens kan natuurlijk wel onze wereld waarnemen, maar dan moet hij zijn lichaam terzijde stellen. In dat geval zijn de waarnemingen volkomen concreet en reëel. Alleen de herinneringen, die aan de hersens worden overgebracht, zijn uit de aard der zaak weer gebrekkig en het ontstane beeld is dus niet identiek met de beleefde werkelijkheid.
De geest op háár beurt heeft natuurlijk ook bij het waarnemen van een mens enige moeilijkheden. Als wij naar een mens kijken, dan zien wij wel degelijk schoonheid of soms ook afzichtelijkheid, maar dit is niet gebaseerd op uiterlijkheden. Je zou het bij ons als volgt moeten formuleren:
Iemand, die volkomen disharmonisch is, is in onze ogen over het algemeen lelijk. Iemand, die innerlijk harmonisch is, is in onze ogen doorgaans mooi. Als wij nu proberen om die indrukken terug te geven, dan ontstaat er weer een moeilijkheid, want niemand wil van de geest horen dat hij lelijk is. Dus krijgen wij de schoonheid toch altijd weer op de voorgrond, maar dan heel waarschijnlijk met enkele adjectieven daaraan toegevoegd.
De moeilijkheid om een mens duidelijk te maken waar hij faalt, bestaat voor ons eveneens. Een mens zal zijn falen hamers niet in concreto aan zichzelf toegeven, tenzij hij – en dat is vaak een onevenwichtigheid – in hem absoluut geen zelfvertrouwen bezit. Als wij nu tegen iemand zeggen: U moet anders zijn, dan moet die mens daarvoor een reden geven. Dus: ik moet anders zijn, opdat ik ingewijd word of omdat ik uitverkoren ben. Het aantal zelfbenoemde uitverkorenen op aarde is altijd nog veel groter dan het aantal van degenen, die althans enig contact met onze wereld en sfeer hebben bereikt.
Wanneer een geest zich aan een mens manifesteert, is het belangrijk dat de geest herkenbaar is. Daarom zoek je altijd weer een beeld te vinden dat:                                                                     gemakkelijk aanslaat, omdat het strookt met herinneringsbeelden in de mens;                        dat voldoende eigen is om te kunnen worden overgebracht.
Het is aan één kant jammer dat Oma, die zich uit de geest manifesteert, voornamelijk wordt herkend aan haar kapot hoedje en haar gebedenboek. Het gezicht denkt men na de herkenning dan erbij. Het is interessant om als u eens helderziende waarnemingen bijwoont erop te letten hoe weinig er wordt gezegd over de gestalte zelf. Het zijn altijd aanduidingen van bijkomstigheden. Voorkeur heeft men b.v. voor lange of korte haren van een bepaalde kleur. Baarden en snorren zijn vaak ook belangrijk. Daarnaast blijken costumen van verschillende snit eveneens de aandacht te trekken. En vele geesten zijn voor helderzienden althans kennelijk nog in de keuken bezig, omdat zij zich met diverse soorten schorten plegen te manifesteren.
Dit is natuurlijk niet de feitelijke waarheid. Maar zoals u bepaalde figuren kunt herkennen aan hun attributen, zo is het de bedoeling dat u aan de attributen eigenlijk de persoon herkent en dat op grond van die herkenning een ontvankelijkheid ontstaat voor de mededeling die de persoon in kwestie dan meestal wil overbrengen.
Wat helderhorendheid betreft, natuurlijk, er worden boodschappen doorgegeven. Maar zijn die boodschappen nu altijd wel de juiste? Het blijkt, dat in de eerste plaats de persoonlijkheid van de ontvanger sterk meespreekt; zodra de boodschap wordt doorgegeven. Iemand, die in de geest allang weer een oude en volwassen vorm heeft aangenomen, probeert tegen een mens te zeggen: “Je moet voorlopig proberen te roeien met de riemen die je hebt.” Stel nu, dat het medium iemand is met een voorkeur voor kinderlijke vormen. Dan komt er misschien met een piepstemmetje uit: “Je moet gaan roeien, maar oppassen op je riemen.” Dit is een gebruikelijk soort verminking waarvan ik nog een van de meest onschuldige heb genoemd. Ik weet, dat in gevallen – waarbij recepturen werden gegeven – iemand een recept wilde laten klaarmaken met in plaats van 4/000 gram arsenicum 4.000 gram arsenicum, wat voor de betrokkene een zeer korte weg naar onze zijde zou hebben betekend, die echter niet zonder pijn verlopen zou zijn. Ik haal deze voorbeelden aan om u duidelijk te maken dat de vermogens tot waarnemen van de geest en het ontvangen van boodschappen uit de geest niet onfeilbaar zijn.
De geest kan vaak proberen bepaalde misvattingen te herstellen. In onze lezingen zult u het ook vaak aantreffen dat een breedvoerige uitleg wordt gekozen om iets te zeggen- eenvoudig- omdat de poging om het kort te formuleren verkeerd uitliep. Het resultaat was, dat door toevoeging van een aantal zinnen toch de oorspronkelijke bedoeling duidelijk kon worden gemaakt.
Al deze dingen gelden natuurlijk voor het contact tussen mens en geest. Maar stel nu, dat een mens gevoelig is voor geestelijke zaken, dan zouden wij moeten stellen dat dit gevoeligheden zijn, die vaak op mentaal vlak liggen of iets daarboven. Als u gevoelig bent voor de uitstraling van uw medemens, dan zult u een deel van zijn stemmingen en van zijn bedoelingen aflezen. U zult deze vaak niet kunnen weergeven. Het zijn eerder gevoelens, die bij u worden gewekt dan feitelijke realisaties. Toch is het wel zeker, dat op deze wijze, vele mensen in staat zijn hun contacten met medemensen a.h.w. van tevoren te bepalen. En als de praktijk dan bevestigt wat men heeft aangevoeld, dan is dit eens te meer een bevestiging en gaat men met meer zelfvertrouwen verder. Toch mag men ook in dergelijke gevallen nooit uitgaan van de onfeilbaarheid van de geestelijke vermogens.
Als u zeer gevoelig bent voor b.v. de onevenwichtigheden in een menselijk lichaam, dan zult u in vele gevallen een juiste of tamelijk juiste diagnose van een bestaande kwaal of onevenwichtigheid kunnen geven. Maar het is evengoed mogelijk, dat u iets wat bij uzelf niet in orde is gaat beschouwen als behorend tot een fout in de uitstraling van een ander en dan klopt de diagnose niet.
Een van de geestelijke vermogens, die voor de mens zeer belangrijk en interessant kan zijn, is het gebruik van wat men noemt “geestelijke krachten”. Dit vermogen kan gebruikt worden voor genezing. Het kan voor beïnvloeding van de mens worden gebruikt. Het zou zelfs kunnen worden gebruikt om iemand op bepaalde ogenblikken voldoende zelfvertrouwen en een betere toegang tot zijn eigen bewustzijn te verschaffen. Deze kracht nu is in wezen alleen maar de weergave van een in de mens bestaande harmonie. Indien een mens harmonisch is met een wereld, sfeer of kracht, zo behoeft dit niet te worden uitgedrukt in woorden of denkbeelden. Het is voldoende dat het bestaat. Op het ogenblik, dat er in de mens een actie plaatsvindt of een wil tot actie is in overeenstemming met deze harmonie, zullen de krachten van de sfeer, waarmee hij harmonisch is door deze mens actief worden en zelfs vanuit deze mens kunnen worden gericht over zeer grote afstanden. Alweer een punt waarin de geestelijke vermogens van een mens veel verder gaan dan waarneming alleen. Maar als wij weten dat deze mogelijkheid bestaat voor de projectie van krachten, dan moet toch ook worden aangenomen dat de mens zelf op afstand kan waarnemen. Hiervoor zijn verschillende verklaringen. Een van de meest eenvoudige is gewoon telepathisch contact.
Telepathisch contact – laat ons dat wel beseffen – berust altijd op een band tussen personen; een zekere wederkerigheid is noodzakelijk. Een mens kan echter zijn eigen bewustzijn vanuit zichzelf projecteren en daarmee ook zonder invloed van een ander uit deze waarnemen of bepaalde gegevens omtrent die persoon opnemen. Wij noemen dit in vele gevallen uittreding, omdat het lichaam daarbij in rust verkeert. Het is echter zeer wel mogelijk, dat de persoon ook zonder deze uittreding (dus de aanmerkelijke verhoging van eigen bewustzijnsdrempel) in staat is dit alles ter kennis te nemen. Het besef van een menselijke geest kan namelijk praktisch onbeperkt worden uitgebreid, zodra deze mens in staat is – en dat is heel belangrijk – een dergelijke uitbreiding van besef voor zichzelf te concipiëren.
Ik meen, dat ik hiermede over het geestelijk perceptievermogen en over het gebruik van de geestelijke kwaliteiten van het mens het nodige heb gezegd.
Elke mens beschikt over bepaalde gaven. Deze gaven zijn, zelden wat men voor zichzelf als begerenswaard acht, maar na enig zoeken ontdekt men bij zichzelf mogelijkheden. Gebruik dan eerst die mogelijkheden. Een mens, die helderziend is, kan ook helderhorend, heldervoelend etc. worden.
Een mens, die in staat is de aanwezigheid van een entiteit aan te voelen en ook de sfeer waaruit deze afkomstig is, zal in staat zijn op den duur uit te treden naar die sferen – en van zich uit – soortgelijke contacten te leggen in die sferen en op aarde.
Elke mens dient echter uit te gaan van zijn eigen gevoeligheden. Ontken niet dat u deze gevoeligheden bezit. U heeft ze wel degelijk. Zij zullen zelden beantwoorden aan hetgeen u graag zou wensen. Begin toch met deze bepaalde gevoeligheid verder te ontwikkelen. U zult ontdekken, dat u hierdoor al uw geestelijke vermogens ontwikkelt en ook steeds zeer nevengebieden gaat bestrijken met uw waarnemings- zowel als uw projectievermogen.
Met dit alles hoop ik volgens uw verzoek duidelijk te hebben gemaakt, dat geestelijk perceptievermogen een eigenschap is die praktisch elke mens bezit; dat de vele vormen waarin dit alles optreedt een mate van betrouwbaarheid inhoudt, die slechts door zeer veel ervaring en bewust werken met de gevoeligheid op den duur gelimiteerd kan worden. Ik hoop, dat u begrepen heeft dat een mens, die uitgaat van de in hem aanwezige talenten of gevoeligheden het snelst resultaten krijgt en dat dan ook de andere geestelijke zintuigen beter gaan functioneren.

Mens en geest

Mens: bewustzijn dat zichzelve kent en beschouwt temidden van de wereld.
Geest: essentie van diezelfde mens, bevrijd van veel beperkingen, zichzelf kennende door de wereld, die hij uit zichzelf voortbrengt.
Mens en geest, twee factoren van één en dezelfde kracht; avers en revers van de munt van het leven. Zo zijn mens en geest verweven met elkaar. Niemand kan u vertellen hoe deze verbondenheid zich in werkelijkheid voortdurend voltrekt. Deze dingen kun je alleen beleven. Maar te weten dat deze banden bestaan, te weten dat geest en mens onverbrekelijk verbonden zijn, juist in deze ontwikkeling waartoe wij allen behoren, draagt ertoe bij om als mens en als geest de totaliteit van het zijn te aanvaarden zonder de eigen wereld nadrukkelijk op de voorgrond te stellen.
Het besef, dat wij in vele vormen kunnen voortbestaan en dat elke vorm – ook de stoffelijke -slechts zinvol is binnen het geheel, maakt het ons mogelijk ons leven en bestaan te aanvaarden en het maximum aan bewustzijn daaruit te putten.
Eens zullen mens en geest de termen zijn, die twee kleine facetten van het eigen bewustzijn weergeven. Eens zullen alle mensen en alle geesten verbonden zijn in een totaliteit welke alle werelden schijnt te omvatten; herinneringsbeelden, die lopen van het eerste bewustzijn dat licht zag tot de laatste mens, die het doven van het licht heeft ervaren. Want zo is onze werkelijkheid.
Indien wij ondertussen met elkaar zoeken naar nieuwe feiten, naar nieuw bewustzijn en keer op keer een nieuwe weg inslaan, keer op keer nieuwe ervaringen opdoen, zo betekent dit slechts dat wij tezamen groeien naar de werkelijkheid die wij zijn.
Altijd weer zal de geest zich wenden tot de mens. Altijd weer zal de mens zich bewust zijn van de geest, onverschillig de naam die hij aan deze invloed geeft. Altijd weer zal de eenheid, die tussen ons bestaat, worden uitgedrukt door de wederkerige beïnvloeding zowel als door de krachten, die wij eveneens wederkerig aan elkaar ontlenen.
Wij zijn één weg. Ons bloeit één waarheid open, die bij het verbreken van de ketenen van levens en sferen ons zal tonen dat wij zijn: één met allen. En daaruit zullen wij –  mens en geest – dan uiten datgene wat wij nu slechts dromen te zijn. Wij zullen waarmaken wat nu alleen de fantasie lijkt te zijn van een mens, die zijn wereld ontvlucht. Wij zullen de droombeelden van onze werelden aaneenlassen tot een beeld van een volmaaktheid, die alles omvat. En in dit alomvattende beeld zullen wij beseffen, dat het voldoende is te zijn en dat het streven ten einde komt waar het besef de volheid van het bestaande kan aanvaarden.
Wij moeten nu sluiten. Deze cursus is afgelopen. Het volgende jaar beginnen wij met nieuwe cursussen. U zult daarop op uw eigen grijze reageren en over denken. Toch hebben wij in het afgelopen jaar samen iets opgebouwd. Of dit bouwwerk zin en betekenis had, dat zal de tijd moeten leren. Want wij moeten de dingen waarmaken zodat ze van woord tot beleving worden, voordat ze realiteit zijn.
Wij hebben getracht onze realiteit in woorden weer te geven om meer van die realiteit te beseffen. Wij danken u voor deze mogelijkheid. Wij hopen – met u tezamen – nog vele malen te kunnen zoeken naar de werkelijkheid waarbij het onderscheid wegvalt en een alomvattende harmonie eindelijk ons een wereld zonder waan voor ogen stelt.