Prognose en denken

uit de cursus ‘Denken'(hoofdstuk 8) – juni 1982

Prognose en denken

Wij gaan vanavond nog even in op de werkelijkheidssituaties, de manier waarop wij die kunnen ontleden en daarnaast ook op prognose. Een prognose is een voorspelling. Een voorspelling kun je op vele manieren opzetten. Een daarvan is gewoon intuïtief reageren. Een andere is de omstandigheden berekenen. Als wij dergelijke dingen doen, dan worden we altijd geconfronteerd met het feit dat elke voorspelling van de toekomst die tijdig wordt gegeven, in zich een paradox inhoudt. Zij waarschuwt namelijk en kan dus de toekomst veranderen.

Als we nadenken, dan zijn we bezig met de dingen op een rijtje te zetten. Ik geef maar weer een actueel voorbeeld, dat hebben we in deze cursus nogal eens gedaan.

Israël is binnengevallen in Libanon, in Zuid-Libanon vooral. Wat zijn de oorzaken en wat zijn de redenen? Die kunnen we zo op een rijtje zetten. Oorzaken: een voortdurende angst voor de Arabische wereld en een voortdurende ergernis en haat ten aanzien van de Palestijnen. De redenen dat men het nu doet, zijn ook begrijpelijk. Eerste reden: men was het allang van plan maar men had een aanleiding nodig. De dood van een Israëlische vertegenwoordiger in Londen was voldoende aanleiding. Tweede reden: op dit ogenblik zijn er in de Arabische wereld nogal wat moeilijkheden. De aanhang voor de Palestijnen is hoofdzakelijk mondeling. In feite is men onderling zeer verdeeld. De derde reden is dat op dit ogenblik Libanon bezig is moderne bewapening aan te schaffen maar dat deze modernste wapens nu nog niet in Libanon aanwezig zijn en dat men ook niet over getraind personeel beschikt. Deze factoren tezamen waren voldoende redenen om een lang geplande inval, waarmee men bepaalde Palestijnen als het ware het land uit wil jagen en, als het even kan, de leider van de christenen die de bufferzone nog een beetje hebben gevormd, meteen te maken tot president van Libanon zelf. Het laatste is overigens niet iets dat haalbaar lijkt.

Waarmee moeten wij rekening houden? Ook dat is eenvoudig te zeggen. De Israëli’s hebben nu nog het overwicht en dat zullen ze houden zolang het alleen maar gaat tegen de Palestijnen en eventueel hier en daar wat Libanezen. Op het ogenblik dat de Syriërs met hun volle macht gaan optreden tegen Israël, is de situatie totaal anders en kunnen we zeggen dat Israël zijn troepen plus materieel ongeveer zal moeten verdubbelen om zelfs maar wat tot nu toe in korte tijd werd bereikt, enige tijd te kunnen behouden. Daar draait het helemaal om. Kan men Kadaffi en al die anderen een loer draaien? Daar gaat het ook om. Waarom heeft men zo bijzonder fel gereageerd? Ook dat is weer begrijpelijk.

In Israël zitten ze met dezelfde moeilijkheden als de Argentijnen in Argentinië. Een oorlog zou inderdaad tijdelijk de aandacht kunnen af­wentelen van allerlei grote economische conflicten in dit land. Daarnaast zou er zeer waarschijnlijk weer een beetje meer eenheid kunnen komen en zou de Knesset dus wat volgzamer worden, ook ten aanzien van de Haviken die het daar toch hoofdzakelijk voor het zeggen hebben. Het is dus zowel een interne als een externe operatie.

Wat ik nu doe is niets anders dan een analyse geven van feiten die u allemaal zou kunnen weten. Ik weet niet of ze u interesseren. Dat is een ander punt. Maar u zult hebben gemerkt dat ik een opbouw heb gemaakt. Ik ben eerst uitgegaan van een definitie van de omstandigheden, de mogelijkheden en daarna van de gevaren.

Als ik nu een prognose wil stellen op dit terrein, dan zou deze re­delijk als volgt moeten luiden: Ik weet dat de meeste Arabische landen op het ogenblik helemaal geen behoefte hebben aan een toenemende span­ning in het Midden-Oosten. Ze hebben al genoeg ellende met de strijd tus­sen Iran en Irak. Men is voor de ayatollahs in Iran bovendien nogal be­ducht. Er zijn sjiieten die zelfs bereid zijn om daartegen te gaan vech­ten.

Egypte is om velerlei redenen, vooral die van economisch herstel, niet bereid om zich in enige strijd met Israël te storten. Dat wil zeggen, de flank van Israël is voorlopig veilig. Egypte zal wel grote woorden spreken maar geen daden stellen.

Syrië is niet geliefd bij de verschillende oliesjeik-dommen, de olie­staten. Waarom? Alweer, Assad is een man die dwarsligt. Hij is links georiënteerd. De sjeiks zijn meer rechts georiënteerd. Ik mag dus aannemen dat Israël de kans krijgt om althans een groot deel van zijn voornemens uit te voeren en dat het de mogelijkheid heeft om ongeveer 20 tot 30 da­gen de eventueel ingenomen posities te behouden.

De UNO zal moeten protesteren maar aangezien de protesten van de UNO in de laatste 10 jaren niets hebben uitgehaald, zal dat nu ook wel niet het geval zijn.

Dan blijft de vraag over of Israël in staat is om de kosten op te brengen van een op zichzelf toch wel zeer dure onderneming. Het antwoord is: neen. Men zal dus moeten overgaan tot grote wapenver­koop aan anderen. Wapens zijn het meest gangbare handelsartikel dat ze hebben. Dat gaat van Uzi’s tot geleide raketten toe. Het is zeer waarschijnlijk dat ze daarmee landen gaan bevoorraden als Argentinië, Brazilië en nog andere landen. Dat is dus de redelijke situatie.

Daarnaast blijkt dat er een grotere bufferzone is ingesteld. De UNO legt zich tenslotte onder protest erbij neer en in Libanon is niet veel veranderd. Nou, als je dit allemaal zo hoort, dan zeg je: het klinkt wel aardig.

Nu gaan we eens proberen te schouwen. Een prognose die door schou­wen wordt verworven, is natuurlijk op zichzelf niet rationeel. Ik voorzie dat binnen 3 dagen een groot treffen plaatsvindt waarbij Sy­rische troepen in direct gevecht komen met Israëlische troepen. Het zal waarschijnlijk gaan om de rechter flank van het nu oprukkende front, dus het binnenland. Zeer waarschijnlijk zullen de Israëli’s hier een beperk­te nederlaag moeten incasseren.

Hoe kom ik daartoe? Er is geen reden voor om dat zo te stellen. De waarschijnlijkheidsfactor is ongeveer 50. Dat wil zeggen dat deze uitspraak een zuivere gok is. Toch kom ik tot die uitspraak omdat in mij iets zegt dat een gebeuren de Israëli’s binnen 10 tot 20 dagen plot­seling in een heel andere situatie zal brengen. Dat is ook noodzakelijk.

Geestelijk gezien is het noodzakelijk om dit geschil binnen afzien­bare tijd en zonder verdere uitbreiding te beëindigen omdat hieruit wel eens een conflict zou kunnen voortkomen waarin het moet gaan tussen de Russen en de Amerikanen op de achtergrond en waarbij het gehele olie­producerende gebied direct betrokken is. Dat kun je voor de wereldvre­de niet hebben. Zou de situatie langer blijven duren, dan zou daar een wereldoorlog uit kunnen voortkomen.

Voor de Falkland-oorlog is dat gevaar veel minder, ofschoon de Russen hier wel op het vinkentouw zitten om invloed te krijgen op het Zuid-Amerikaanse gebied. Maar op zich is daar het wereldoorlog-gevaar niet groot.

In het Midden-Oosten gaat het om enorme reserves aan olie. Het gaat eigenlijk om de mogelijkheid de kraan open of dicht te draaien voor de westelijke economie. Het is duidelijk dat dit zowel voor de Rus­sen als voor de Amerikanen een zeer belangrijke zaak is.

Dit is een poging geweest om te denken. Dat ik daarbij irrationele elementen moest gebruiken, komt voort uit het feit dat een prognose, die alleen op bekende feiten is gebaseerd, over het algemeen niet uit­komt. Dat is heel duidelijk als wij alleen op bekende feiten een prog­nose stellen in een geval waarin teveel onbekenden zitten; dan is de waarschijnlijkheidsfactor dermate gering dat we een dergelijke prognose eigenlijk beter achterwege kunnen laten. Alleen als wij die prognose be­perken tot een gebied waarop we een redelijk overzicht hebben, kunnen we eventueel ten aanzien van bepaalde aspecten wel een goede voorspelling geven.

Wanneer je intuïtief reageert, zit je met een heel andere situatie. Hier wordt zo’n groot aantal feiten betrokken in de vergelijking dat je eigenlijk niet meer kunt spreken van een bewust proces. Als ik probeer om op mijn manier een dergelijke prognose te imiteren, dan ga ik uit van wat mij bekend is van de verschillende stralingen die op deze wereld werkzaam zijn en wat er in de toekomst werkzaam zal zijn.

Ik ga uit van bepaalde geestelijke sferen en invloeden die op het ogenblik op aarde bezig zijn en waar ik misschien iets over weet of iets van heb aangevoeld. Ik ga daarbij ook uit van allerlei invloeden die ik in de mensen zelf in Libanon, in Israël, in Syrië opmerk en ik kom zo tot een conclusie die op zichzelf niet redelijk maar ook niet onredelijk is. Op het ogenblik echter dat ik deze ga toespitsen, wordt het natuur­lijk veel gevaarlijker. Ik zou wat dat betreft kunnen zeggen: kort voordat Israël tot stilstand wordt gebracht, zal er een lucht­slag zijn. Hierin zullen beide partijen samen een groot aantal vliegtui­gen, waarschijnlijk 10 à 12 in totaal, verliezen. Vermoedelijk zal er in diezelfde periode een plotselinge verandering van weersomstandigheden zijn, al is dit niet normaal in deze tijd van het jaar in deze streek. Dat zijn dingen, die voel je gewoon aan.

Als u bezig bent met denken en met redeneren (of dat nu gaat over geestelijke zaken en geestelijke bewustwording, politiek, economie of wat anders), dan wordt u altijd geconfronteerd met deze zelfde situatie.

In de eerste plaats: er is een mogelijkheid tot een logische en re­delijke ontleding. Die is alleen mogelijk indien men een groot aantal feiten kent. Om dus tot een oordeel te komen, moet men de feiten kennen en die op een rijtje zetten.

In de tweede plaats: Een interpretatie mag niet gebaseerd zijn op een voorkeur of een afkeur voor een bepaalde partij; ze moet onpartijdig zijn. Dat zal in radio en televisie zelden voorkomen omdat er nu een­maal een zekere bias is, bijvoorbeeld ten gunste van Israël, of omdat er andere oorzaken zijn waardoor men politiek gezien een andere keuze maakt. U moet proberen de feiten, voor zover ze u bekend zijn, op een rij te zet­ten. Zijn er tegenstrijdige meldingen, neem dan aan dat de waarheid in het midden ligt.

Bijvoorbeeld, als de Engelsen vertellen, in de Falklands hebben wij de omsinge­ling van Port Stanley aanmerkelijk verstevigd, terwijl de Argentijnen zeggen, wij hebben de Engelse groep uit hun stellingen gejaagd, dan liegen ze allebei een beetje. Dan is er zeer waarschijnlijk sprake geweest van een treffen tussen Argentijnen en een Engelse voorpost. De voorpost zal zich inderdaad hebben teruggetrokken en eventueel zelfs materiaal, ik neem aan granaatwerpers, hebben achtergelaten. Wat dat betreft hebben de Argentijnen gelijk. Maar wat de Argentijnen niet zeggen is, dat daar vlak achter al een beter beveiligde stelling was die de Argentijnen weer op de vlucht heeft gejaagd.

Als u het zo gaat bekijken, en dat kunt u gewoon beredeneren, dan komt u vanzelf tot een zuiverder beeld van de wereld waarin u leeft. Als u dat ten aanzien van uzelf moet doen of ten aanzien van uw innerlijke waarde, dan moet u toch ongeveer hetzelfde proces proberen te volgen. Als u denkt over uzelf, wat zou u dan van uzelf zeggen? U heeft natuurlijk wel eens fouten gemaakt. Gelukkig weten heel weinig mensen daarvan, maar u heeft nogal wat fouten gemaakt. Aan de andere kant heeft u toch ook wel heel goede dingen gedaan. Heel veel dingen die verkeerd gingen, heeft u toch heel goed bedoeld. En innerlijk heeft u ergens toch het gevoel dat er een lichtje brandt en dat u zo nu en dan met het hogere in contact bent. Waar of niet. Als dat allemaal zo is, dan bouwt u een beeld op van wat u bent. Let wel, goed en kwaad tellen hier niet. Dat hebben we in de vorige cursus ook al gezegd.

Het gaat hier helemaal niet om de vraag of, wat u gedaan heeft voor de mensen, goed of kwaad heet. Het gaat erom wat u zelf ervaart te dien aanzien, want u bent zelf arbiter, de scheidsrechter. Het beeld dat u van uzelf opbouwt, zal nooit volledig zijn. Het zal ook nooit volledig waar kunnen zijn. Er zijn dingen omtrent uzelf die u niet beseft en er zijn ook dingen die u gewoon niet wilt beseffen. Maar het beeld dat u overhoudt is toch voldoende om u af te vragen, wat zijn voor mij nu de beste harmonische mogelijkheden? En dan blijkt, dat die nogal eens verschillen.

Er zijn mensen die zeggen, als ik alles nu precies doe volgens het boekje, dan voel ik mij ongelukkig en heb ik het idee dat alles mis gaat. Dan is het antwoord, als je dat gevoel hebt, vraag je dan eens af wat je zelf wel goed vindt. Vraag je af, welke normen leg ik voor mijzelf aan? Als je dat hebt gedaan, vraag je dan af welke normen je voor de wereld aanlegt. Zijn die twee identiek, dan is het nodig om nog een laatste vraag te stellen aan jezelf. Indien ik mij niet zo aan die regels had gehecht, hoe zou ik dan zijn? Met andere woorden, wat zijn mijn dromen, wat is mijn gevoelsleven? Als je al die dingen bij elkaar voegt, dan krijg je een heel ander beeld van jezelf en ook van de si­tuatie in de wereld.

Een redelijk denkend mens zal begrijpen dat je met een auto, die ook gebouwd is om te varen, niet zo goed zult kunnen varen als met een boot en niet zo goed zult kunnen rijden als met een auto die voor snel­wegverkeer is gebouwd.

Een mens heeft over het algemeen twee kanten, de zogenaamde goede kant en de zogenaamde kwade kant. Nu is dat natuurlijk allemaal relatief en voor een groot gedeelte onzin, maar u heeft toch wel degelijk twee kanten. U heeft als het ware twee mogelijkheden in uw leven. Er zijn altijd twee gebie­den waarin u zou kunnen uitblinken als u wilde en durfde. Vraag u dan af, in welke situatie bevind ik mij? Wat is voor mij op dit ogenblik belangrijk? Als ik toevallig met mijn voertuig met twee mogelijkheden aan het wegverkeer deelneem, dan moet ik er rekening mee houden dat ik niet zo gemakkelijk kan versnellen als een ander, omdat ik niet die aërodynamische vorm heb waardoor ik met weinig weerstand snel kan rij­den. Ik zal rekening moeten houden met mijn mogelijkheden.

Aan de andere kant kunt u zeggen, wanneer op een gegeven ogenblik het wegverkeer mij teveel wordt, dan kan ik misschien wel een waterweg vinden waar ik iets langzamer, maar veel gezelliger en vooral meer con­stant verder kan gaan.

Die twee kanten van uw persoonlijkheid kunt u afwisselend gebrui­ken, als u maar weet dat een zeker evenwicht hoofdzakelijk is en dat beide moeten dienen om een doel te bereiken dat u zich steeds voor ogen kunt houden.

Dit is natuurlijk redeneren. Alle denken, als je het hardop gaat doen, wordt redeneren. Behalve als je meent dat een ander alleen maar moet luisteren, dan wordt het oreren. Ik meen wel niet dat u alleen moet luisteren. Ik hoop, dat u er ook over gaat nadenken. Daarom heb ik geprobeerd om allerlei beelden naast elkaar te zetten. In uw denken zult u dat ook doen, maar met andere inhouden. U verschuift de betekenis van mijn woorden. Als ik ze uitspreek, houd ik daarmee rekening. Heeft u wel eens een kaleidoscoop gezien? Zo een buisje met drie spiegeltjes erin en ergens een dubbel vlak, waartussen zich wat kraal­tjes of glassplinters bevinden. Dan krijg je steeds weer nieuwe, maar wel allemaal volledig symmetrische patronen. Bekijk nu uzelf en de we­reld nu eens op deze manier.

Wij hebben te maken met een aantal vaste feiten. Die gegevens zijn voor ons op dit ogenblik vast, d.w.z. onveranderlijk. Maar door ons ge­zichtspunt te wijzigen ontstaat wel een totaal ander patroon. Het pa­troon dat voor ons op dit moment het mooist is, is het patroon waarop wij ons voorlopig kunnen richten. Is het zo, dat wij dat patroon niet meer kunnen verwerken, dat we zeggen, het is wel symmetrisch, er zit een mate van logica en van kosmische waarheid in, maar het bevalt mij niet, dan moeten wij ons gezichtspunt veranderen. Dat betekent dus, dat wij er op een andere manier naar gaan kijken. Dan wordt het patroon anders. Wat misschien eerst een sneeuwvlok leek, lijkt nu meer op een aantal takken van een boom. Daarmee kan ik dan misschien werken.

Als u te maken heeft met prognostiek, dan zult u met dit aspect heel vaak worden geconfronteerd. Je bent bezig en ineens heb je een denkbeeld, zo zal het gaan of zo zal het zijn. Maar ergens voel je ook weer aan dat het niet helemaal past in je wereld zoals je die kent. Wil je nu de prognose toch doorzetten, dan moet je proberen je gezichts­punt zo te wijzigen dat de betekenis van die prognose voor jou een har­monische wordt. Pas op het ogenblik, dat je dit hebt bereikt, is het mo­gelijk om redelijke woorden en argumenten te vinden waarin je de prognose kunt inkleden.

Een mens, die steeds met zichzelf bezig is, stompt af. Een mens, die niet alleen met zichzelf maar voortdurend met zeer bepaalde aspecten van de wereld om zich heen bezig is, is overgevoelig. Dat zal u bekend zijn. Een mens, die volledig openstaat voor de wereld om zich heen en zichzelf daarin als een onbelangrijke factor ziet, is niet over of onge­voelig maar blijft, normaal doorgaan in de wereld. Dan is het interessant om te zien wat er dan gebeurt.

De mens, die voor alles openstaat, neemt zoveel signalen op dat zijn onderbewustzijn combinaties maakt die hij redelijk niet meer kan volgen. Een dergelijke persoon kan een uitstekende prognost of prognostica zijn. De eigen persoonlijkheid speelt wel een rol, maar de boodschap die wordt gebracht is zozeer gebaseerd op alle factoren in de wereld, dat de waarschijnlijkheidsfactor zeer hoog ligt, waarschijnlijk boven de 80 van 100.

Als ik overgevoelig ben door mijn zeer gerichte interesse in de wereld plus mijn aandacht voor mijzelf, dan word ik geconfronteerd met de onzichtbare wereld, maar ik kan haar niet plaatsen, want ik zie maar beperkte verbanden. Ik zie niet alle vertakkingen en verbindingen van mogelijkheden die er zijn. Ik zie ze alleen zoals ze bestaan voor mij, tussen mij en die dingen in de wereld waarvoor ik mij interesseer. Dan zullen er dus vele onbegrepen verschijnselen zijn.

Iemand, die dan een prognose wil stellen, moet ofwel absoluut on­redelijk reageren en er dan rekening mee houden dat de waarschijnlijkheids­factor van zijn prognose ligt rond de 60 tot 65, dan wel hij moet zijn mond houden. Want de betekenis van de dingen ontgaat hem zodra hij ze redelijk probeert te benaderen.

De mens, die helemaal met zichzelf bezig is en in zichzelf is op­gesloten, kent niet eens een werkelijke prognose. Hij is dermate ongevoe­lig voor de signalen van buitenaf dat hij eigenlijk alleen maar zijn eigen verwachtingen en eigen dromen projecteert als zekerheden. Dat klinkt dan wel erg profetisch, maar helaas deugt het dan niet altijd. Als hij zegt, het einde van de wereld komt. Ga dan naar hem toe. Misschien kun je aardig wat van zijn bezit voor een koopje overnemen en dan zit je later goed tegen de tijd dat hij denkt, de wereld gaat toch niet ten einde. Dit lijkt mij voor de Hollandse koopmansgeest een prima aanwijzing.

Wij moeten echter ook met ons bewustzijn kunnen werken. Laten we dan allereerst eens nagaan tot welke van deze typen wij waarschijnlijk wel be­horen. Waarschijnlijk, want zekerheid zullen wij daarover nooit helemaal hebben. Ook als de uitslag van deze zelfanalyse iets minder prettig klinkt dan u misschien had gewenst, trek u er niet teveel van aan. Niemand weet het en zelf kunt u het wel vergeten zodra u maar op grond daarvan uw mogelijkheden ten aanzien van prognose maar ook ten aanzien van redelijke reac­tie heeft geconstateerd.

Hoe bouwt men denken op? Wij hebben daarvan in de eerste en tweede les van de cursus al heel wat voorbeelden gegeven.

Een redelijke redenering echter (dit moet u goed onthouden!) zal altijd nog een groot aantal keuze elementen bevatten. U kunt bijvoorbeeld zeg­gen (ik haal maar weer Libanon en de rest erbij), deze joden hebben een gedrevenheid waardoor ze ondanks tegenslagen zullen volhouden. Het kan hen niet schelen welke offers ze moeten brengen, want voor hen is het tenslotte ook oog om oog, tand om tand. U heeft tot op zekere hoogte gelijk. Maar u vergeet daarbij dat dit de mentaliteit van een beperkte groep is, niet van een volk.

U zou ook kunnen redeneren, op dit moment, nu er nog succes is, zullen de meeste soldaten een betrekkelijk hoog moreel vertonen. Maar aangezien velen van hen eigenlijk tegen hun zin in het oorlogscon­flict zijn meegesleept, zou enige weerstand er wel eens toe kunnen leiden dat velen van hen zich proberen af te wenden van de werkelijke strijd en daardoor een aanmerkelijke verzwakking gaan betekenen voor Israëls feite­lijk slagkracht. Dat is ook mogelijk.

U maakt dus een keuze. De keuze die u maakt, wordt bepaald door uw voorkeur en uw persoonlijkheid, ook als u bewust probeert om een dergelijke keuze te vermijden. U zult altijd iets meer georiënteerd zijn naar de ene of naar de andere kant. Realiseer u dat.

Dan zegt u, ik moet in mijn denken dus niet alleen nagaan wat vol­gens mij het meest waarschijnlijk is, maar ik moet proberen daarnaast de andere mogelijkheden te zien. Door zoveel het kan de mogelijkheden te over­wegen zal ik zeer waarschijnlijk tot een eindconclusie komen die onpartij­diger is.

Als u snel moet denken (het komt ook wel eens voor dat u heel snel moet nadenken), probeer dan niet eerst in gedachten alles te formuleren. Probeer intuïtief te reageren of instinctief. U zult merken dat u dan heel wat slagvaardiger bent, maar ook dat u de zaken die u anders na heel veel piekeren zou hebben gevonden nu als het ware op het eerste gezicht schijnt te begrijpen en daarop dan reageert om u later af te vragen, hoe ben ik daar in ‘s hemelsnaam op gekomen? Uw werkelijke inhoud is veel groter dan uw redelijke inhoud, zeker uw voor het waakbewustzijn toegankelijke inhoud.

Dit houdt in, dat denken alleen daar zin heeft waar we de tijd heb­ben om alles heel nuchter en uitvoerig te overdenken. Wanneer wij die mo­gelijkheid niet hebben is het beter intuïtief te reageren, omdat we daarmee de in het onderbewustzijn aanwezige kennis plus eventueel nog andere factoren inschakelen in onze beslissingen die we dan later alsnog kun­nen ontleden.

Dit is voor de meeste mensen een beetje moeilijk. Als je hoort hoe­veel er wordt geëmmerd over allerlei dingen die dan politiek, economisch, sociaal al dan niet haalbaar zijn, dan vraag je je wel eens af, waar halen ze dat in ‘s hemelsnaam vandaan? Die mensen hebben gelijk, ergens. Als zij de tijd zouden hebben om over 20 jaar een beslissing te nemen, dan zouden ze absoluut de meest juiste nemen. Maar als het beslissende ogen­blik maar een jaar weg ligt, dan is het duidelijk dat je op die manier nergens komt.

Je moet dus niet zo rationeel en zo grondig reageren. Je moet slag­vaardig en desnoods instinctief of intuïtief reageren op de huidige om­standigheden en wel in zodanige mate dat je hierdoor de tijd krijgt om te beseffen wat je hebt gedaan en wat je verder moet gaan doen. Dat is natuurlijk heel iets anders dan de manier waarop politici denken.

In zoveel andere opzichten komt datzelfde voor. Een chirurg heeft alle voorzorgen genomen. Hij heeft de röntgenopnamen bestudeerd, bloed­proeven genomen, kwaliteit van celweefsel gecontroleerd enz. Den begint hij te opereren en ziet dat zijn diagnose toch niet helemaal goed is. Hij voelt dat aan op het ogenblik, dat de eerste incisie wordt gemaakt. Als deze man een goed chirurg is, dan is hij op dat ogenblik met het to­taalbeeld dat hij heeft niet meer bezig. Hij reageert door het beeld, dat hij in zich draagt, bij te stellen op grond van hetgeen hij vermoedt. Wat zien we dan?

Dat goede chirurgen heel vaak in staat zijn om operaties uit te voe­ren die, gezien de aanwezige gegevens, bijna ondenkbaar zijn. Dat zij daarbij in staat zijn van ogenblik tot ogenblik zo snel de zaak te over­zien en als het ware beslissingen te nemen dat, als je hun later vraagt hoe zij daarover hebben gedacht, zij zouden moeten toegeven, ik dacht niet, ik zag.

Als we haast hebben, dan is het beter om de dingen te zien dan om de dingen te overwegen. Dit moet u ook onthouden.

Als ik deze keer de prognose erbij heb gehaald, dan is dat misschien wel omdat juist daar de beslissing soms zo snel moet worden genomen dat je het niet redelijk eerst kunt overleggen dat je als het ware een instinct voor juistheid kunt ontwikkelen. Dat instinct van juistheid hebben de meesten van u wel. U gebruikt het onder omstandigheden dat u eigenlijk niet eens weet dat u de zaak analyseert en erover nadenkt. In het verkeer neemt u vele malen per jaar een beslissing, die als u het goed bekijkt over leven en dood gaat. U schat onbewust de snelheid van aankomende voertuigen, uw eigen bewegingssnelheid, de hoek waaruit de wind waait, u houdt misschien nog rekening met de lichtval waardoor optisch bedrog zou kunnen optreden. U steekt heel rustig zonder op stop­lichten te letten de straat over, nu een stapje vlugger, dan een stapje langzamer. Er zoeft een wagen achter u, er zoeft een wagen voor u en u bent aan de overkant. Dat is geen redelijk denken. Hier wordt gebruik gemaakt van gewoontereacties, van spontaan verwerken van gegevens en kennis. Leer dit te doen, als u juist wilt denken.

Als wij ons gaan bezighouden met alle ondergeschikte punten, komen we nooit verder. Als wij elk punt redelijk precies moeten omschrijven, precies moeten vastleggen, dan komt er een ogenblik dat wij begraven zijn onder de details en de hoofdzaak niet meer zien. Probeer, als het om belangrijke zaken gaat, zo te reageren als u doet, wanneer u een druk­ke straat oversteekt. Kijk bijna automatisch naar links en naar rechts. Constateer, maar ondertussen repeteert u uw boodschappenlijstje.

Probeer op deze manier dat wat voor u het belangrijkst is, redelijk te overwegen en laat de rest van uw reacties spontaan, instinctief op­komen. Hierdoor zult u altijd snel reageren waar dat onmiddellijk nodig is en kunt u gelijktijdig een beeld ontwerpen van datgene wat u bewust en overwogen moet doen, zeggen of laten.

Dat brengt mij vanzelf tot de vraag (ik heb prognose niet voor niets in de titel gezet) hoe zit het nu met de toekomst?

U heeft in u een beeld van de nabije toekomst. Dat beeld is niet rationeel. Het is vaak onbewust. Het komt niet eens helemaal aan de op­pervlakte. Het voert wel tot intuïtieve reacties. Dit komt, omdat uw wezen niet volledig onderworpen is aan aardse tijd, maar alleen de stof­felijke en tot op zekere hoogte de astrale delen daarvan plus het levenslichaam. De rest is niet daaraan onderworpen. Hierdoor bent u zeker van een aantal toekomstige feiten die niet redelijk aantoonbaar zijn. Feiten, die voor u in de toekomst bestaan (wij hebben daarover in de 3e les gesproken), zullen zeer persoonlijk geïnterpreteerd zijn, maar het is wel een aanduiding.

Als ik droom dat ik morgen in Scheveningen in een kletterende re­genbui sta, dan betekent dit dat anderen de kans lopen nat te worden. De kans, tenzij die regenbui een symbool is. Laat ik mij dan afvragen, hoe voel ik mij en waarom kom ik tot dit denkbeeld? Dat is rationeel. Zeg ik, ik weet niet hoe ik aan dat droombeeld kom. Zeg dan tegen de anderen, het lijkt nu wel zonnig, maar neem een regenjas of een paraplu mee. Dit is ook deel van de prognostiek. Maar het is ook deel van een redelijke benadering.

Als u droomt dat een ander zijn nek breekt door een val over een bananenschil, dan is het natuurlijk dwaas om naar de ander toe te gaan en te zeggen, jij zal je nek breken. Als het niet uitkomt, dan staat u voor gek. En als het wel gebeurt, dan staat u toch gek te kijken. U kunt wel de ander erop wijzen dat hij erg voorzichtig moet zijn. Leg u nooit vast.

Prognoses die u maakt op grond van dromen, intuïties en dergelijke mogen alleen naar buiten worden gebracht in redelijke maar algemene ter­men. Een zeer exacte voorspelling doen aan een mens is levensgevaarlijk, al is het alleen maar omdat u daardoor diens vrijheid van denken en re­ageren ongetwijfeld ten dele belemmert.

Algemene prognoses zijn natuurlijk veel gemakkelijker. Ik kan ze zo uit mijn mouw schudden. Er zijn waarschijnlijkheidsprognoses. Het volgende jaar zal het aan­tal werklozen in Nederland waarschijnlijk de 500.000 met 10 tot 20.000 overschrijden. Dat is gewoon rationeel, als je ziet hoe het nu gaat. Als je kijkt hoe het verder zal gaan, dan kan het bijna niet anders of het zal zo gaan.

Nu ga ik voor mijzelf eens aanvoelen, wat is er gaande? Dan zeg ik, er is teveel werking in de wereld. Op het ogenblik zijn er zoveel span­ningen, zoveel ontladingen, zoveel onweer in de wereld dat ik niet kan zeggen, wij zitten in een droge tijd. Dat duurt nog 7 jaar. Morgen kan de regen komen en overmorgen kan het weer vruchtbaar zijn.

Nu ga ik mijn eigen prognose geven op grond van deze intuïties. Zeer waarschijnlijk zal in het jaar 1983 omstreeks de maand oktober het aantal feitelijke werklozen met ongeveer 80.000 zijn teruggelopen ten aanzien van het nu bekende getal daarvan.

Hoe kom ik daaraan? Nou, ik denk gewoon na. Maar wat in mij be­staat is toch ook belangrijk. Het is de manier waarop ik de wereld zie. Dan behoef ik mij niet uit te schakelen om alleen met de rede, de logi­ca, te werken.

Zoals wij in tenminste 3 à 4 lessen hebben gezegd, logica is een werktuig. De logica is datgene waarmee wij proberen een redenering te vinden die oorzaak en gevolg samenbrengt. Maar als ik de oorzaak niet geheel ken en het gevolg alleen maar intuïtief kan aanvoelen, dan is elke redenering, die ik tussen deze in vlecht, hoe logisch ook in schijn, in wezen niet volledig rationeel. Laten wij dat begrijpen. Als ik dus de logica gebruik, dan gebruik ik haar als een werktuig om mijn erkennen van het heden en mijn verwachting van de toekomst zo samen te voegen dat een ander zich kan voorstellen wat ik denk.

Voor jezelf is denken belangrijk. Denken is nu eenmaal de taal waar­in je met jezelf spreekt. En als je de dingen een beetje bewuster wilt ondergaan, dan zul je daarover moeten nadenken. Dan zul je alles daarin zijn plaats moeten geven: je dagdromen, je intuïtief aanvoelen van de toekomst, je persoonlijke interpretatie van feiten in het heden. Daar­naast moet je proberen om los van jezelf ook nog een algemeen rationeel beeld op te stellen.

Je leeft uit het beeld dat je kent, dat je zelf beleeft, niet uit datgene wat je buiten je opstelt als een soort bouwwerkje. Dat bouwwerk­je heb je echter wel nodig, als je wat jij weet, voelt en erkent wilt overdragen aan de wereld. Dan moet je dat doen via dat bouwwerkje van logica dat je niet op persoonlijke gevoelens, maar op algemeen geldende feiten hebt opgebouwd. Dan zul je leren dat vele dingen te voorspellen zijn. Kleine zaken kun je zelf beïnvloeden. Grote zaken niet. Dat wil zeggen, dat elke prognose betrouwbaarder wordt naarmate zij een groter aantal mensen omvat. Dat weet u trouwens ook al uit de waarschijnlijk­heidsberekening.

Beelden die de wereld omvatten hebben veel meer waarschijnlijkheid dan beelden, die het lot van een enkele mens omvatten. Het aantal onbe­kende factoren is veel groter bij het wereldbeeld. Maar aangezien er zoveel zijn, is de kans groot dat het merendeel van deze invloeden el­kaar zal opheffen.

De algemene lijn is gemakkelijk te constateren. Gaat het om een en­kele mens, bedenk dan dat u uw handelen, denken en beleven van moment tot moment, let wel, kunt wijzigen. Want u kunt maar een beslissing an­ders nemen en daardoor verandert het verdere verloop der dingen. Natuurlijk, u bent van de wereld afhankelijk met alles wat daar in zit.

Voor uzelf een prognose maken heeft weinig zin. Die is te zeer te beïnvloeden. Probeer, wanneer u in de toekomst schouwt, beelden te vin­den die een zo groot mogelijk aantal personen of factoren omvatten. Daardoor krijgt u meer algemene, maar ongetwijfeld betrouwbaarder beelden van de toekomst. Dan kunt u via een bouwwerk van logische redenering heel vaak anderen helpen door uit te gaan van deze toch grotendeels in­nerlijk erkende en niet helemaal rationeel te verklaren visies.

Dan hebben wij daarmee iets gezegd dat heel belangrijk is. Wij hebben gezegd, dat prognoses en evengoed andere zaken eigenlijk niet zo belangrijk zijn als we denken, maar dat we het rationele, het logische denken nodig hebben omdat het ons verbindt met onze menselijke wereld. Dat is een punt dat u nooit zult mogen vergeten.

Uw innerlijke mogelijkheden zijn groter dan uw logisch redeneringsvermogen. Maar u kunt die mogelijkheden naar buiten toe alleen met ande­ren delen, indien u in staat bent ze redelijk uit te drukken. Zeer daar­om niet alleen denken om uzelf beter te kennen, om uw wereld beter te begrijpen, maar ook om datgene wat in u leeft als mogelijkheid of als zekerheid beter te kunnen mededelen aan anderen.

Als u dat leert doen, dan denk ik dat u heel wat ontwikkelingen mee­maakt die vanuit uw standpunt erg positief zijn en dat u in de wereld veel tot stand brengt waarvan u zich later zult afvragen, heb ik daar nu deel aan gehad? Daarmee sluit ik deze les af.

Aforismen over het denken

Denken is datgene wat de mens volgens zijn eigen opvatting onder­scheidt van het dier, maar wat hij weinig doet.

Het systematisch denken is datgene wat men bij een ander altijd ver­onderstelt, terwijl men het zelf nooit weet te volbrengen, vandaar de vele verwarringen in de wereld.

Heel veel mensen denken dat, als ze iets geloven, zij een feit hebben geconstateerd. Als je goed nadenkt, weet je dat een geloof juist datgene is wat niet in feitelijk denken is uit te drukken.

De kosmos is zo groot dat wij niet in staat zijn met ons denken of ons beseffen een klein deel daarvan geheel te omvatten. Als wij dus den­ken dat wij iets weten, moeten we beseffen dat ons weten berust op de on­volkomenheid van ons denken.

Het systeem van denken is gebaseerd op het voortdurend logisch aan­een rijen van feiten en veronderstellingen. Daar de meeste mensen denken dat zij de feiten kennen, menen zij dat hun veronderstellingen feiten zijn. In feite echter kennen zij de feiten niet waarover zij denken, zodat hun veronderstellingen hen slechts verder van de feiten afvoeren.

Een mens kent een aantal taboes. Dat wil zeggen, je mag over alles redelijk denken, behalve over die punten welke juist de moeite van het redelijk denken waard zijn. Als u echter redelijk denkt, dan zult u moeten zeggen dat elke godsdienst, elke filosofie, elk systeem zo speculatief is dat er geen reden bestaat om je daaraan te binden, tenzij op grond van een innerlijke erkenning, die met de rede verder niets van doen heeft.

Elke wetenschap, die is gebaseerd op veronderstellingen omtrent de mens, zal tenslotte leiden tot grote misvattingen, omdat elke mens een andere mens is en een gemeenschappelijke mens nooit zal kunnen be­staan. Naarmate je meer uitgaat van een menselijke norm, ga je dus ei­genlijk uit van een grote onwaarschijnlijkheid.

Er zijn ook menswetenschappen. Je kunt geen wetenschap bezitten omtrent de mens. Je kunt slechts een algemeen besef hebben van diens gemiddeld gedrag. Dit beseffend moet je aangeven dat elke zogenaamde mens­wetenschap bestaat uit geloof, bijgeloof en filosofie, welke wordt toe­gepast op het zieleleven van de medemens zonder dat men zich van de werkelijke resultaten daarvan ook maar enig beeld kan maken. (Nu krijg ik de agogen tegen mij!)

Alles wat te maken heeft met esoterie is een algemene benadering van datgene wat elke mens alleen in zichzelf volledig en zuiver kan kennen. Elke innerlijke erkenning die beantwoordt aan buiten u bestaande feiten en stellingen is dus zeer waarschijnlijk een vervalsing van uw innerlijke werkelijkheid. Wanneer u probeert om de innerlijke kwaliteiten van de mens (in­clusief de geestelijke) te activeren in uw menselijk leven, zult u ge­lijktijdig afstand moeten nemen van uw behoefte om alles systematisch te benaderen. Menselijke systemen en redelijke systemen zijn namelijk niet van toepassing op de geestelijke krachten en waarden en zelfs op de daaruit voortvloeiende kwaliteiten zoals ze in de mens leven.

Dit zijn een paar punten waar u misschien even tegenaan wringt. U zegt, het is toch zo mooi, als een ander ons de waarheid komt ver­tellen. De moeilijkheid echter is, dat een ander u alleen kan zeggen wat volgens hem de waarheid is. Maar of zijn waarheid ook waar blijft als u zich daarmee bezighoudt, dat is en blijft een grote vraag.

Denk nooit na over datgene waarvan men u zegt dat het een zeker succes betekent. Denk na over datgene wat voor uzelf en vanuit uw eigen besef een mogelijkheid inhoudt.

Als u zoekt naar een hoger geestelijk bewustzijn, dan moet u bereid zijn om uw persoonlijkheid tijdelijk in twee delen te splitsen, namelijk de innerlijke werkelijkheid waarin u probeert door te dringen en de uiter­lijke, redelijke verklaring van die persoonlijkheid en werkelijkheid die u in uw wereld voorstelt. Datgene wat een mens naar buiten toe probeert te zijn, is altijd iets anders dan datgene wat hij innerlijk wenst te zijn. Ook dat is een waarheid waar u over moogt nadenken.

Dan enkele aforismen ten aanzien van de wereld en de verhoudingen in de wereld.

Als iemand u verklaart dat iets een noodzaak is, dan moet u zich afvragen, of hij bij deze verklaring een persoonlijke belang heeft. Zo ja, dan moogt u de noodzakelijkheid die u wordt gepredikt altijd van een vraag­teken voorzien.

Als iemand u zegt, dat hij gezonden is door onverschillig welke hoge kracht dan ook, dient u zich af te vragen, of die hoge kracht daarvan ook inderdaad blijk geeft. Als profetieën niet uitkomen, als gewekte krachten geen resultaten opleveren, dan betekent dit dat de pretentie niet in overeenstemming is met de feiten.

Er is een geestelijke wereld die haar eigen wetten en regels kent. U kunt deze geestelijke wereld met haar kwaliteiten, wetten en regels niet in redelijke begrippen omzetten. U kunt alleen een benaderend beeld schetsen, dat dan in vele gevallen niet veel meer is dan een karikatuur of een schimmige tekening waarin vele vakken niet zijn ingevuld.

Wie diep in zichzelf luistert, zal daarin vaak bepaalde harmonieën, sferen en stemmen herkennen. Deze zijn voor u werkelijk en zijn een bewijs van de contacten die u op een ander dan zuiver stoffelijk redelijk niveau heeft met de kosmos om u heen. Verwar deze dingen echter niet met de wereld waarin u moet leven. De menselijke wereld, zoals u haar beleeft, moet beantwoorden aan zuiver redelijke normen en stellingen. U moogt geen dromen stellen in de plaats van de feiten.

Nu heeft u een serie aardige spreuken waarmee u misschien iets kunt doen als u ze serieus neemt. Misschien mag ik het ook nog een beetje anders doen, want er zijn veel mensen die het vervelend vinden als het zo ontzettend rechtlijnig blijft.

Elke mens volgt kronkelpaden om zichzelf duidelijk te maken dat hij niet het doel beoogt dat hij probeert te bereiken. Dit zult u kunnen con­stateren in het liefdeleven, in het zakenleven, in de politiek, kortom in al dat datgene wat het menselijke leven zo interessant kan maken.

Elke mens probeert in de wereld iets waar te maken dat een bevesti­ging moet zijn van hetgeen hij droomt omtrent zichzelf. Maar zodra u de wereld maakt tot een spiegel, ziet u de werkelijkheid niet meer.

Diep in uzelf ligt de eeuwigheid. Maar al leeft u in u de eeuwig­heid, een mens moet op zijn tijd passen.

Begrijp, dat er een groot verschil is tussen de werktuigen en de mogelijkheden van een wereld waarin u leeft en de wezenlijkheid van uw persoonlijk innerlijke “ik”. Door een beroep te doen op dit innerlijke “ik” kunt u soms uw werktuigen beter gebruiken. Besef echter wel, dat de vaardigheid om met de werktuigen om te gaan alleen kan worden ver­worven in dat voertuig dat met de werktuigen zijn taak dient te vol­brengen.

Ga nooit uit van het standpunt dat geestelijke waarden en krachten in de plaats kunnen komen van de stoffelijke waarheden en de stoffelijke bekwaamheden.

Er is eens gezegd, probeer alle dingen, maar behoudt alleen het goede. Als je alle dingen moet proberen, kom je maar zelden aan het goe­de toe.

Men zegt wel dat een dwaas meer kan vragen dan twintig wijzen kunnen beantwoorden. Als dat waar is, dan is de dwaas wijzer dan de wijzen. Want het antwoord vinden op een vraag is een bewijs van wijsheid. Veel weten is heel vaak het bewijs van de verwarring waarin men schijnbare kennis perverteert tot dwaasheid.

Mensen die graag aan magie doen, kunnen het volgende onthouden. Als ik in een tweede werkelijkheid probeer te werken, zal ik mij met geheel mijn wezen en zonder uitzondering aan alle waarden en nor­men van een tweede werkelijkheid moeten onderwerpen. Wie magie wil be­drijven door even zijn eigen werkelijkheid terzijde te stellen om daarin onmiddellijk terug te keren, zal ontdekken dat ze niet werkt.

Er zijn zoveel mensen die graag paranormaal zijn. Sommigen zijn zo paranormaal op die manier dat het abnormaal is. Laten we aannemen, dat u daarbij normaal blijft als u toch paranormale gaven wilt gebruiken.

Paranormale gaven kunt u pas gebruiken, indien ze voor u niet para­normaal, maar een normaal deel zijn van de kwaliteiten, die u in u er­kent en die u, zonder te verklaren hoe of waarom zij werken, naar buiten projecteert. Op grond daarvan is het dan later mogelijk een aantal rede­lijke constateringen en verklaringen op te bouwen, die echter geen di­recte betrekking zullen hebben op de wijze waarop het paranormale zich vanuit u heeft gemanifesteerd.

Wij weten dat sommige mensen zoveel leren omtrent wat anderen die­nen te geloven dat zij geen geloof meer hebben, behalve het geloof in hun eigen wijsheid. Daarom zijn zij eigenwijs.

Er zijn zeer veel mensen die menen dat de theorie van hun weten­schappelijke opleiding kan worden omgezet in een praktische aanpak van stoffelijke problemen. Hierbij vergeten ze echter dat de werkelijkheid niet volgens academische normen reageert. Dat kunt u aan bepaalde pro­fessoren vertellen. Dat zal goed voor hen zijn.

Ik geloof in een God omdat ik niet met zekerheid weet wat hij is. Op het ogenblik, dat ik weet wat mijn God is, geloof ik niet meer. Dan is hij voor mij een deel geworden van mijn wereld en mijn milieu waar­mee ik kan werken en eventueel kan manipuleren.

Laten we dus beseffen, dat ons geloof voortkomt uit onze onmacht tot begrijpen, beseffen en hanteren.

Als u het hiermee wilt doen, dan heeft u in korte tijd een aantal spreukjes gekregen waarover u toch heel lang kunt nadenken.

Warmte

Warmte is voor een mens iets wat hij nodig heeft. Als er in je leven geen warmte is, dan ontbreekt er een relatie.

Aan de andere kant is het opvallend dat de mens warmte associeert met de hel. Hij zegt, dat hij daar in een vurige oven terecht komt en dat moet natuurlijk behoorlijk heet zijn. Je zou kunnen zeggen dat voor hem een overdaad aan relatie de hel is. Misschien is het goed om ons dat te realiseren.

Bovendien, wat is warmte? Kijk, u heeft op het ogenblik warme dagen. Daar komt natuurlijk dit mooie onderwerp vandaan. Als u in die warmte probeert te reageren alsof ze er niet was, krijgt u het steeds warmer. Als u in de warmte uw eigen bewegingstempo instelt op de warmte die er buiten u heerst, dan heeft u er geen last van. Integendeel, u geniet ervan.

Ik geloof, dat warmte iets is dat in ons leven altijd een rol speelt in verband met onze aanpassing.

Als de goddelijke kracht en het goddelijk Licht rond ons zijn, dan kan dat voor ons aanvaardbaar en aangenaam zijn, als we ons aanpassen aan de kracht die we erkennen. Op het ogenblik, dat wij proberen ondanks die kracht voort te gaan zoals we altijd hebben gedaan, loopt het mis.

Als wij bang zijn voor grote gevaren, dan is ook dat een soort van warmte, al is het wat meer hels. Indien wij ons echter aanpassen aan de situatie zonder de vrees daarbij op te voeren, dan blijkt er een gewenning te ontstaan en blijkt het gevaar af te nemen. Ik zou zeggen, als je wilt mediteren over warmte, dan moet je mediteren over je eigen aanpassing aan al datgene wat er om je heen is. Hoe beter je je aanpast aan alles wat er om je heen is, hoe beter, hoe harmonischer je alles kunt doorstaan. Tot er een ogenblik komt dat warmte en koude je niet meer kunnen deren, omdat beide voor jou hetzelfde zijn: een uiting van de kracht waarin je leeft.

Ik wens u toe een beetje meer van de kracht die u nodig heeft om u aan te passen aan alle condities en in uzelf de rust en de vrede te blijven bezitten, die u zo nodig heeft, als u als mens ook met het hogere in uzelf wilt leven.