Projectie van het geestelijk ik

uit de cursus ‘Zelfprojectie’ 1984-1985

(Door een technische storing is het eerste gedeelte van de les niet op de band gekomen.)

Er zijn zaken waaraan u zich niet kunt onttrekken. Karma zeg­gen de gelovigen dan. Maar karma is ook datgene wat u door uw eigen be­wustzijn veroorzaakt. Ziet u dus karmische werkingen in de toekomst waar­van u zegt: Ik vind ze niet aanvaardbaar, dan is het heel erg belangrijk om eens even na te denken of de beslissingen die u op dat ogenblik krachtens uw geaardheid en de omstandigheden misschien zou willen ne­men, wel de meest juiste zijn. Heroverweeg ze.

Een bekend denker (aan onze kant overigens) heeft eens gezegd; “Het heden is het punt van werkelijkheid dat ligt tussen de ervaringsdroom van het verleden en de ervaringsdroom van de toekomst.” Hij had volkomen gelijk.

Het heden is voor u altijd echt, het is het enige dat reëel bestaat. Morgen bestaat nog niet. Gisteren bestaat niet meer. Als een mens zich dat kan realiseren, dan gaat hij ook begrijpen dat het belangrijk is om niet een totale ontwikkeling te overzien, maar hoe hij in het heden op de nu bestaande mogelijkheden en problemen zo goed mogelijk reageert.

Onze uittredingsdromen zijn in feite waarschuwingen. Maar die waarschuwingen zeggen niet welke richting we moeten uitgaan. Ze zeggen alleen wat er zal gebeuren als we de huidige richting verder volgen. Dit zijn een paar punten die toch het overwegen wel waard zijn.

In het volgende deel van mijn betoog kom ik tot een heel belangrijke vraag: Is het mogelijk om bewust het verleden of de toekomst te zoeken? Tot nu toe hebben wij het gehad over uittredingen e.d. maar die zijn allemaal betrekkelijk willekeurig. Kun je naar je eigen verleden teruggaan?

Als u vandaag met problemen zit die voor uzelf (het behoeft niet voor de wereld te zijn) van grote betekenis, zijn, dan is het misschien de moeite waard om in geconcentreerd denken zo’n probleem terug te brengen tot een werkelijke essentie.

Wat is wezenlijk fout? Denk aan die fout in verband met uzelf en probeer langzaam maar zeker a.h.w. beschouwend op te gaan in de betekenis die uw probleem zal hebben voor uw gehele wezen. Op dat ogenblik schept u een zekere relatie met alle soortgelijke ervaringen die u ooit ergens op de spiraal van de tijd in stoffelijke vorm heeft doorgemaakt. Er zullen dan bepaalde beelden zich even aan u opdwingen. Ze zijn niet opdringerig maar ze ontstaan gewoon; u kunt ze even niet afschudden. Vaak zijn het enkele woorden of begrippen. Deze woorden of begrippen kunt u gebruiken om terug te gaan naar die ogenblikken waarin dit probleem u op een andere of mogelijk verkeerde wijze werd opgelegd. Bij de ervaring zult u altijd ge­trokken worden naar die incarnatie en die situatie waarin het gelijke of vergelijkbare probleem voor uw verdere ontwikkeling van het grootste be­lang is. Wanneer u tien keer de ervaring heeft gehad, is er toch maar één die er op dit moment uitspringt omdat er een groot aantal overeen­komsten zijn.

Droom dan maar rustig weg. Probeer u te realiseren dat u de droom zo goed mogelijk moet onthouden. Door enkele aantekeningen te maken na het ontwaken kunt u dat over het algemeen aardig terugvinden. U heeft dan de voor u op dit moment belangrijkste aanwijzing.

Heeft u angsten t.a.v. het lot van de wereld, dan moet u niet denken dat u kunt zien of er bv. ergens op de wereld atoombommen vallen en hoe ze zullen vallen. Alleen als u er zelf direct bij betrokken bent, zult u het wel kunnen zien. Maar u kunt wel kennisnemen van een aantal van die feiten.

Het is in de moderne tijd aannemelijk dat wanneer er ergens, al is het maar strategisch, ­een atoomwapen wordt gebruikt er kort daarna in radio, televisie, krant of op een andere manier daaraan ruchtbaarheid wordt gegeven. Deze dingen kunt u wel vernemen. Maar als u het in de krant leest, vergeet nooit even naar de datum te kijken. Als u dat bewust wilt doen, kunt u die datum constateren. U kunt dus nooit het gehele lot van de wereld overzien, maar wel datgene wat u zelf in verband met dit gebeuren beleeft direct of indirect.

U kunt misschien een verhaal dromen dat u door een ander later over een dergelijke ramp wordt verteld. Maar dan zult u ook dromen dat iemand het u vertelt. Denk dan niet dat het de geest is die u komt waarschuwen. U bent in uw eigen toekomst verzeild geraakt en u ziet beelden van personen met wie u dan te maken zult hebben.

Denk ook niet dat u zo gemakkelijk even kunt doordringen tot deze of gene persoonrijkheid in de sferen, deze of gene persoonlijkheid elders op aarde. Dat is natuurlijk mogelijk. Wij hebben het daar al over gehad, om het ik zo te programmeren dat de projectie bijna automatisch plaatsvindt. Maar vergeet niet dat de projectie niet wordt bepaald door de werkelijkheid. Dat het (zie tekst over: Reizen) een overeenkomst moet zijn van 80% of meer met de werkelijkheid om contact te kunnen maken.

Dat betekent dat wanneer u uittreedt naar een kennis die bv. in Australië, Canada of in Vuurland woont, u de voorstelling van de persoon moet ontwerpen; de omgeving kent u immers niet. En dan moet u, zodra u de persoon duidelijk ziet, om u heenkijken en dan zult u de omgeving zien.

U kunt ook niet zeggen: Ik ga een patiënt behandelen. Ik kijk even naar zijn foto en het is gebeurd. Ik weet dat er geestelijke genezers zijn die zo werken. Zij leggen een foto voor zich neer, ze kijken er niet eens naar en dan zeggen ze: Ik genees: Dat is natuurlijk erg leuk. Het kan erg renumeratief zijn, maar het haalt meestal weinig uit, tenzij zo iemand getraind is om het beeld volledig in zich op te nemen. Dat wil zeggen dat hij op dit punt een soort fotografische waarneming heeft en dit beeld van de werkelijkheid dan volledig in zich verwerkt. Pas dan kan de kracht goed gericht worden. Dat zijn allemaal dingen waar u even aan moet denken.

Als u bezig bent met een patiënt dan heeft u vaak het idee: ik zend nu uit. Laten we zeggen om 10 uur, dan is de bijeenkomst afgelopen en kunt u beginnen. Maar dan moet die patiënt het ook om 10 uur ervaren. Wacht even; Hier is het besef van noodzaak zelfs onbewust zoals dit in de patiënt bestaat medebepalend voor het tijdstip waarop uw kracht bij die patiënt merkbaar wordt. Het kan dus gebeuren dat u nu kracht uitzendt, die twee dagen geleden is ontvangen en dat u nu kracht uitzendt die pas over twee dagen wordt ontvangen. Het is maar een kwestie van nadenken. U bent niet zo tijdgebonden als u denkt.

Als je werkt met krachten van een andere sfeer of probeert te wer­ken met de krachten van de geest, dan bevind je je in een wereld die niet gebonden is aan de zuiver stoffelijke tijdslimieten en tijdsverhoudingen. Het resultaat is dat andere waarden bepalend gaan worden voor het moment waarop op aarde de overdracht wordt geconstateerd. Misschien is ook dat interessant om eens na te gaan.

Als u probeert een patiënt met geestelijke genezing te bereiken, dan kan het wel zijn dat u een beetje vroeger of een beetje later met hem be­zig bent en dat de patiënt de warmte, waarover ik de vorige keer sprak, niet op de goede tijd heeft ervaren. Hij zegt bv.: Die warmte heb ik toen niet ervaren, maar de dag daarvoor heb ik toch een eigenaardige ervaring gehad: Of hij zegt: Heb je nu aan mij gedacht, want… Terwijl u toen niet aan hem heeft gedacht.

In dat geval namelijk is er een tijdsverschuiving geweest. Die tijds­verschuiving werd bepaald door het optimale moment van behoefte bij de patiënt plus de wil waarmee de kracht werd uitgestraald en de juistheid van het beeld waarmee ze door u werd gericht. Dit zijn punten waarover de men­sen meestal niet nadenken.

Zij denken als ik het vandaag doe, dan moet het ook vandaag gebeuren. Ja, als u het door de telefoon doet. Natuurlijk, omdat er dan een andere schakel is gelegd en in beiden het gelijke tijdsbewustzijn aanwezig is.

Maakt u een afspraak, dan wordt het al wat moeilijker. Want als u zegt 9 uur, dan kan het zijn dat u pas om 10 uur begint en dat de ander het toch om 9 uur merkt, want dan is hij erop ingesteld. Of omgekeerd, dat de ander visite heeft en hij merkt het dan om 11 uur, terwijl u om 9 uur al heeft zitten zwoegen en zweten om de kracht eruit te krijgen. Dus realiseer u: de tijd staat niet zo vast:

Het ik is in zeer grote delen van zijn samenstelling niet gebonden aan de stoffelijke tijdssequentie. Er is op aarde een overspringen van tijd mogelijk in beide richtingen. Hierdoor kunnen resultaten worden verkregen die niet te maken hebben met uw eigen ingrijpen of waarbij u zich afvraagt wat de relatie is. Kennis van het voorgaande kan u dan helpen om dit op welke wijze dan ook te constateren. Er is regelmatig sprake van een tijdsverschuiving. Is deze willekeurig vanuit uw standpunt, dan wordt ze bepaald door behoeftemomenten. Blijkt ze een vaste regelmaat te hebben, dan kan ze ook nog te maken hebben met bepaalde psychische verschillen tussen u en een patiënt of de persoon die u probeert waar te nemen.

Er zijn een paar punten die misschien een beetje eigenaardig aan­ doen in dit betoog. Ik wil toch niet afsluiten zonder nog op een ander punt gewezen te hebben.

Ook als wij proeven doen van een z.g. helderziende waarneming waarbij iemand zich concentrerend al of niet met behulp van een inductievoor­werp richt op een persoon een wezen of een omgeving op grote afstand. Als u die beschrijft, is het niet zeker dat u het huidige beeld beschrijft. Er zijn mogelijkheden bekend waarbij verschuivingen in de toekomst plaats­vinden van 3 of 4 maanden, terwijl ons ook bekend is dat men soms achter­loopt.

De helderziende kan zeggen: De persoon is nog in leven, bevindt zich hier of daar. In een bekend geval werd gezegd: Hij is nog in leven en be­vindt zich in een Hoge Tatra. Later bleek dat op die dag de persoon in kwestie in een kalksteenspleet was gevallen en daarbij was omgekomen. Nu zegt mens: Dan is de waarneming onjuist. Neen, die waarneming was niet onjuist, maar de tijd was niet synchroon.

Zo is het anderszins ook voorgekomen dat een zeer bekwaam helder­ziende zei: Die persoon is dood. Hij bleek later nog te leven. Toch was precies beschreven dat deze persoon door een motorongeluk was omgekomen. Het eigenaardige was, dat die persoon inderdaad door een motorongeluk was omgekomen in de beschreven omgeving, maar wel anderhalf jaar na de waarneming. Ook hier zitten we met een moeilijkheid. Ik wil maar zeggen: Je moet nooit aannemen dat iets wat wordt voorspeld voor een bepaalde tijd, altijd op die tijd zal uitkomen. Dat iets wat je voorspellend droomt voor een bepaalde tijd de eerstvolgende periode zal uitkomen.

U kunt dromen: er komt lente en dan gebeurt dit of dat. Dan zeggen de mensen: Wij wachten maar op de lente, dan gebeurt het. Maar er gebeurt niets. Er gebeurt een jaar niets, het zevende jaar in de lente gebeurt het wel. U bent niet in staat, zeker niet bij helderziende waarneming en bij de meeste vormen van uittreding om, tenzij u een specifieke houvast heeft aan datum, tijd en omgeving, te bepalen wanneer iets gebeurt. Wat ons voert tot de samenvatting van deze les.

Realiseer u: het ik beleeft vaak naast elkaar verschillende fasen van tijd. Dit wordt stoffelijk niet beseft. Het uit zich voornamelijk in droomleven, in visioenen en kan eventueel bij uittreding etc. eveneens tot uiting komen:

Deze veelzijdigheid van het tijdsbeleven houdt niet in dat u losstaat van het heden. Ook niet dat er iets is voorbeschikt. Het houdt alleen in dat bij een verdergaan volgens een nu bestaande tendens of lijn, een bepaal­de gebeurtenis in de toekomst voor u persoonlijk onvermijdelijk wordt, meer niet.

Het besef van deze vaagheid in de tijd kan u misschien ook helpen om tot een betere waardering te komen van uw dromen, uw uittredingen en zelfs uw contacten met geestelijke meesters en de rest. Als een geestelijke meester zegt. Snuit je neus dan bedoelt hij niet dat het nu moet gebeuren. Die geestelijke meester is misschien met u bezig in een tijd dat u net een zware griep heeft opgelopen en dat het werkelijk no­dig is om nog een contact te kunnen opnemen dat u de neus snuit. U zit nu te snuiten en later doet u het niet, omdat de meester het niet zegt. Dan veroorzaakt u een soort waanzin bij uzelf.

Beste vrienden, het ik en de tijd zijn op een wonderlijke manier met elkaar vervlochten en niemand kan het ontrafelen, tenzij op basis van per­soonlijke vaststelling en ervaring en bovendien daarbij nog een voortdurend herzien van de tijdsrelatie aan de hand van zoveel mogelijk bewijsbare, al­thans aanvaardbare feiten.

Als u dit beseft, dan zullen onze verdere verhandelingen over ik-­projectie u ongetwijfeld aanvaardbaarder voorkomen. Want als u niet beseft welke verschuivingen op velerlei gebieden kunnen plaatsvinden, dan zult u alles weer op het heden willen toepassen. En dat is nu juist iets wat niet mogelijk is.

  • U vertelde dat in een uittreding een probleem, een parallelsituatie in een vorig leven tevoorschijn kan brengen. U geeft dan het advies om dan niet dezelfde oplossing te gebruiken. Dan zegt u: Je wilt bewust uittreden. Ik neem een probleem, ik concentreer mij daarop, dan heb ik kans dat ik weer zo’n parallelsituatie in mijn uittreding schep. Moet ik dan gebruikmaken van de oplossing die ik bewust…

Neen. U moet daar geen gebruik van maken. Dat was ook al gezegd. Het enige dat u weet, is welke oplossing u dan dient te vermijden.

  • Kan een intense emotie ook dienen als ingang in het verleden?

Dat is inderdaad mogelijk. Ook uittredingen kunnen door intense belevingen, door emoties worden bepaald. Bijvoorbeeld, Iemand sterft. Hij denkt aan huis en wordt thuis dan waargenomen. Echter niet op hetzelf­de ogenblik maar soms dagen later, soms dagen eerder omdat de verschui­ving in tijdselement, waarover ik heb gesproken, juist in deze gevallen heel vaak optreedt. Het is dus mogelijk.

Ik heb u enkele punten ter overweging gegeven. Ik hoop dat, wanneer u eventueel deze ervaringen opdoet of ermee experimenteert, u rekening zult willen houden met de verschillende tips die in deze les hebben ge­staan.

Sinterklaas

U zult mij toestaan om in dit tweede gedeelte meer actueel te zijn dan toepasselijk bij het eerste onderwerp.

Wij bevinden ons in de tijd op de vooravond van Sinterklaas. Ik vind deze man een zeer eigenaardige figuur. Als hij in het land komt, is de boot aan.

Zelf moet ik ook zeggen dat hij op mij een wat vreemde indruk maakt. Als een afgekeurde heilige die mijns inziens toch een soort sekssymbool is. Want per slot van rekening, wie loopt de hele stad door en zit zelfs te paard met zijn staf in de hand? Om dan maar niet te spreken van de zwarte volgeling die voortdurend in de weer is met roe en zak. Hetwelk naar ik meen op te merken sommigen van u enigszins schuin voorkomt, maar desondanks volledig wordt gerechtvaardigd door de feiten.

Als je het mij vraagt, zie je Sinterklaas ook wel eens in een schui­ne situatie verkeren vooral als hij 25 bezoeken heeft gebracht en bij elk een neutje naar binnen heeft geslagen. Dan zien we Piet en Sint met slagzij en scheve mijter al zingend het kapoentje uithangen. Dat kapoen op zichzelf zou een toespeling kunnen zijn op de geestelijkheid waartoe hij naar men zegt eens heeft behoord. Een kapoen namelijk is een mannelijk hoen dat een bepaalde functionele mogelijkheid ontbeert door een kleine ingreep.

Ik neem dus aan dat u dit alles niet al te ongerijmd zult vinden. Trouwens, alles met Sinterklaas moet rijmen en zonder u hier een korte handleiding te verschaffen tot het alsnog vervaardigen van enige verzen voor Sinterklaas (lichtelijk overdreven). Bovendien zijn de beledigingen, die de Nederlandse taal in deze dagen worden aangedaan dermate groot dat je een jaar nodig hebt om daarover heen te komen.

Als ik dus kijk naar de Sint en al wat daarmee samenhangt, dan valt mij ook nog op dat zeer veel mensen zich plotseling zeer sinterklazig voelen. Ik wil nu niet zeggen dat ze zijn als uw voorzitter; die hoeft een eigen baard. Maar toch hangen veel mensen zich in deze dagen de wel­doende baard om, vullen zich op met banket en spijs om met een ietwat bijna cynische goedwillendheid kleine geschenken en grote verwijten aan anderen uit te delen. En dit alles, vergeet dat niet, terwijl het kerstfeest al in zicht is en de Advent allang is begonnen. Eigenlijk is Sinterklaas een soort Johannes de Doper van het Kerkelijke Kerstfeest. Hij loopt rond roepende in de woestijn (de woestijn van de middenstand), om u middels allerhande elektronica en de modernste zenuwspel­letjes te bewegen tot het verschaffen van een publiekelijk vermaak waar­onder men de naastenliefde, die kerstmis schijnt te vereisen, kan verge­ten wanneer men de kerstgans etc. al heeft verorberd. Nu moet ik toege­ven dat er tegenwoordig niet meer zoveel kerstganzen worden verorberd. Daarvoor lopen er met kerstmis te veel ganzen rond.

Van ganser harte wens ik Sinterklaas toe dat hij ooit nog wordt be­vorderd tot Kerstman. Want de plechtstatigheid van zijn gestalte en de druipende waardigheid van zijn meestal donker getoonde stem lijkt mij toch ook in de moderne tijd in Nederland niet geheel meer gepast. Als je een heilige tegenkomt die ongeveer galmt als een verkouden dominee terwijl hij paardrijdt, dan weet je het, dat daar is de Sint.

De Kerstman daarentegen geeft ons eigenlijk de leuzen aan waarmee de moderne mens het ingrijpen van de veelweters en alleskunners (volgens eigen inzicht althans), die aan het hoofd van de verschillende naties staan, moeten worden bejegend. Want is zijn kreet niet: Ha, ha, ha, hi, hi, hi, ho, ho, ho: Kijk, dat vind ik nu eigenlijk voor kerstmis het best. Als je met kerstmis kunt lachen, om alle problemen die anderen je als mo­gelijk voorstellen, dan kun je misschien de tijd ervoor vinden om met die­zelfde hartelijke lach een ander een klein beetje meer te geven van dat­gene wat hij werkelijk nodig heeft.

Mag ik verder gaan zoals ik bezig ben? Of vindt u het absoluut on­verantwoord om dit in een cursus te doen. Ik heb nu even vrije tijd. Ik denk, nu ga ik mij eens amuseren, misschien dat een ander er ook wat aan heeft. Zo is dat nu eenmaal.

Als ik u zie, sommigen nog steeds in de spanning van de reeds in­gepakte presentjes en het ene dat u nog net heeft vergeten, dan vind ik dat een werkelijk ernstige les over de projectie van de persoonlijk­heid eigenlijk niet noodzakelijk is. Toch projecteert de moderne mens zichzelf niet in een Sinterklaas om te vergeten wat een ellendeling hij de rest van de tijd is. Dat mag ik natuurlijk niet zeggen, want hier zit­ten geen ellendelingen. Maar in de ogen van anderen zou dat misschien toch kunnen zijn. Ik vind trouwens, er zijn zoveel van die gekke dingen.

Als iemand een kerstkindje is, dan kijkt iedereen vertederd, en dan nog liefst met een Limburgs accent. Maar als hij maar een sinterklaas­kindje is, dan kijken ze allemaal bedenkelijk. Nou ja, met kapoentje kun je je dat voorstellen, maar toch.

Ik zou willen zeggen: Alle sinterklaas en kerstkinderen, ik heb geen kans om jullie allen te bereiken. Bovendien ziet het ernaar uit dat ik binnenkort weer elders werkzaamheden krijg. Ik zou jullie toch een paar dingen willen toewensen:

In de eerste plaats dat je de onbedachtzame welwillendheid van Sinterklaas weet te verruimen voor de doorvoelde gevoeligheid van het kerstkind.

In de tweede plaats dat je leert beseffen dat de grootste kunst van het menselijke leven nog steeds bestaat uit het medemens-zijn

In de derde plaats hoop ik dat je ongetwijfeld mijn seksistische op­merkingen (per slot van rekening, er zijn zelfs bewegingen die een Sinter­klaas door een St. Katrien willen vervangen) in deze omstandigheden alsje­blieft voor een keer wilt vergeten hoeveel dingen er verkeerd worden ge­noemd.

Laten we niet onze zonden bestrijden, want dat zou zelfs zonde van de zonde zijn in vele gevallen, maar laten we eerder eens proberen onze goede kanten beter te gebruiken. En dan bedoel ik heus niet uw beste profiel.

Het is wel gek. Heeft u wel eens gekeken naar Sinterklaas? Hij heeft een gek profiel. Heeft u daar wel eens op gelet? Het begint al, als hij moet uitrijden. Dan zegt Piet: “zo-de-mieter-op”! En als dat ding dan eenmaal staat op de witwolkende pruik, dan zie je een paar tintelogen plus een meestal forse en roodgekleurde neus, omlijst door witte harig­heid waaruit zo nu en dan bovendien nog zalvende uitspraken klinken ook. Dat geheel is omhangen met een tabberd zodat de vormloosheid van Sint door die van zijn gewaad wordt gecompenseerd. Daaronder zit dan schim­mel welke door daarvoor bestemde Pieten over het algemeen wordt voorge­leid op het ogenblik dat het paard de zenuwen heeft gekregen van de drumband.

Een Sinterklaas die zichzelf verveelvoudigt. Als er een multiple personality is, dan is het Sinterklaas. En deze multiple personality is toch de representant van ons eigen begeren, want wij allen hebben graag iemand die voor ons Sinterklaas speelt. Wij allen willen graag worden erkend met dezelfde gretigheid en misschien ook angstige gehoor­zaamheid die aan Sinterklaas nog door onwetenden wordt gegeven.

Wij voelen niet veel voor de dikbuikige Kerstman, al is het alleen maar omdat de gasrekening aan de noordpool waarschijnlijk veel te hoog wordt voor onze beurs. Wij voelen ook niet al te veel voor de knielplaats in de kerststal waar je het eelt op je knieën krijgt bij het beschouwen van de stralende glimlach die nooit verandert, omdat ze allemaal van steen zijn. En dan zou ik het persoonlijk ook nog erg onaangenaam vinden om ergens geknield te liggen waar een engel boven mijn hoofd hangt die elk ogenblik kan landen. Zelfs als hij zegt; Gloria in excelsis Deo.

Neen, vrienden, met kerstmis vereenzelvigen wij ons niet. Bij kerstmis denken wij: Lekker, er is een ander die het voor ons op­knapt. Met Sinterklaas, proberen wij zelf te doen. En dat noem ik nu: persoonlijkheidsprojectie: Om de kleine dingen te doen zijn wij geen van allen te beroerd voor. Integendeel, als wij die op een bepaalde manier kunnen doen, vervullen ze ons met vreugde. Maar als het op de grote dingen aankomt, dan wachten we liever of er een ander is die het op­knapt. Het Lam Gods dat de zonden der wereld draagt: En omdat die er dan toch is, stapelen de mensen ze op. Het is toch voor de transport­onderneming.

Mijne vrienden, laten we dan maar dicht bij de grond en wat plat­vloers blijven. Laten wij het over de Sint hebben als een sekssymbool. Waarom niet? Laten we het over Zwarte Piet hebben als een integratie in plaats van een denigrerende voorstelling van de moor. Maar laten we begrijpen dat blijde kindergezichtjes die de groten zo aantrekkelijk vin­den bij het sinterklaasfeest, waarschijnlijk de enige weerspiegeling zijn van de werkelijkheid die achter de schaduwfiguren zit waarachter ze schuilgaat.

Ik heb gezegd dat ik het niet lang zal maken. Ik heb het hierbij niet over mijn leven dat in de eeuwigheid ongetwijfeld nog vele Sinter­klazen voorbij zal zien gaan voordat het zelfs maar verdergaat naar an­dere daken. Ik vind het trouwens jammer dat in de landen waar ik op het ogenblik werk geen sinterklazen zijn. Dat komt waarschijnlijks omdat er zo­veel hoge heren zijn die altijd aan Zwarte Piet geven.

Ik ga mijn betoog langzaamaan beëindigen. U heeft het waarschijnlijk meer ervaren als een leuke conference. Ik heb echter een paar dingen ge­zegd die ook met persoonlijkheidsprojectie te maken hebben. Uw verleden herleeft voor u met Sinterklaas. U probeert in het heden door uw sinter­klazigheden de toekomst een wat aangenamere gestalte te geven. Wat kan iemand meer van u verlangen. Wees uzelf, maar dan zo dat het voor een an­der geen onaangename surprise wordt.

Mag ik u een prettige sinterklaas toewensen? En wat dat betreft een heel prettig kerstfeest. Windt u niet te veel op, als er een paar gekke berichten komen vooral de 26e, de 27e. Het gaat wel weer voorbij. Dan wens ik u een heel prettig Oudejaar met heel veel goede voornemens en een Nieuwjaar waarin u ze slechts langzaam zult vergeten.

Daarmee zijn we gekomen aan het einde van de les. Nu ik mijn confe­rence heb gehouden, wordt het natuurlijk ook nog de meditatie plegen.

Nieuwsgierigheid

Gierigheid op zichzelf is een vervelend ding. Het is het willen hebben, het willen houden en bezitten. Nieuwsgierigheid is het voort­durend willen hebben, en bezitten van de nieuwste informatie, al is het maar op een bepaald terrein.

Laat ons niet al te nieuwsgierig zijn want het meeste nieuws gaat ons niet aan. Maar laat ons bewust zijn van datgene wat we zelf zijn, van datgene wat rond ons noodzakelijk is.

Laten we niet het leven van anderen leven, maar van ons eigen le­ven maken wat we kunnen. Ik denk dat we dan veel dichter bij een wer­kelijkheid staan.

God weet alle dingen, maar hij is niet nieuwsgierig. Wij weten niets en daardoor zijn we nieuwsgierig. Ik denk dat nieuwsgierigheid en weten samenhangen. Maar wanneer ons innerlijk weten groeit, zal onze begeerte naar het andere, naar het nieuwe, naar het verborgene steeds kleiner worden, omdat we beseffen in ware wijsheid dat wat we nu zijn dat wat we kunnen, nu wel het beste is wat we nu kunnen bereiken en kunnen zijn.

Het heeft geen zin om ons bezig te houden met het andere zolang we dit nog niet eerst volledig hebben waargemaakt: Dan zullen we groei­en naar die geheimen die we nu, al zouden ze ons worden onthuld, toch niet kunnen begrijpen.

Dit is volgens mij een redelijke les waarmee velen wat kunnen doen. En als u nieuwsgierig bent hoe ik daartoe ben gekomen: Ik weet wat nieuwsgierigheid kan uithalen. Ik heb het zelf meegemaakt. Ik geef u alleen maar de raad om haar te bedwingen, want ik heb mijn vingers eraan gebrand. Ik ben bang dat, als u te nieuwsgierig bent, u hetzelfde zou kunnen overkomen.

Wees liever nieuwsgierig ten aanzien van uzelf. Dat is het enige nieuws dat u – zij het zeer bevooroordeeld – volledig kunt waarnemen.