Projecties in en van de geest

uit de cursus ‘ Relatie mens en de geest’ ( hoofdstuk 7 ) – april 1973

Als wij ons bezighouden met bv. Voodoo en dergelijke vormen van magie, die ook nu nog bestaan, dan worden wij vaak geconfronteerd met de projectie van de geest door magiërs. Er zijn daarbij opvallende verschijnselen te constateren.
Iemand kan in een soort trance zijn persoonlijkheid zo ver verplaatsen met een dermate grote energie, dat het hierdoor mogelijk is anderen a.h.w. onder hypnose te brengen of zelfs te doden. Deze vorm van projectie die tot de duistere magie behoort, vinden wij in een ietwat andere zin terug in Australië.
In Australië kennen wij ook het zenden van de dood; dat wil zeggen: een projectie die een dodelijke bedoeling heeft. Daarbij is er ook en dat is zeer opvallend de z.g. helper. Als men weet (er zijn bepaalde personen, die dat over zeer grote afstanden kunnen aanvoelen) dat iemand gedood is of zich in gevaar bevindt, dan is men in staat om een deel van zijn wezen te projecteren en op deze wijze hulp of raad te geven.
In al deze gevallen kan worden gezegd dat de mens eigenlijk een astraal voertuig uitzendt: waarbij echter door het achterblijven van de hersenen in het lichaam een geestelijke energie de bezielende kracht vormt, dus een geestelijk “ik”,’ de werkelijkheid bepaalt.
Dit blijkt ook vanuit de geest in vele gevallen mogelijk te zijn. De geest kan onder omstandigheden een astraal voertuig bezielen en daarmee een zichtbare manifestatie veroorzaken. Ook hier kunnen de bedoelingen zowel goed als minder aanvaardbaar zijn. Ik zou u graag het een en ander over de techniek en de vorm van deze projecties vertellen.
Om als mens te projecteren is er nodig: een punt waarop men zich kan concentreren. Dat kan in ruimte onbeperkt ver weg liggen, maar er moet een zeker rapport aanwezig zijn. Hierop wordt de eigen bewustzijnsdrempel dermate verhoogd en de werking van het eigen metabolisme dermate vertraagd dat men in staat is het lichaam te verlaten. Dit lijkt gezien vanuit de mens op een droombeleving, waarbij het typerende is dat je jezelf een ogenblik ziet liggen, maar dat je je daarna onmiddellijk in een andere omgeving bevindt.
Nu blijkt, dat slechts een deel van het beleefde wordt teruggebracht in de herinnering en dit zal dan een soort droom zijn. Opvallend is verder dat saillante punten van hetgeen men volbrengt vaak niet voldoende in de herinnering zijn vastgelegd. Het lijkt erop dat men voor zichzelf meer de landschappelijke omgeving beschrijft dan de personen die men ontmoet, zoals men ook meer de toestanden registreert die men waarneemt dan de eigen actie, die men in die toestanden onderneemt. De technieken, die worden aangewend verschillen nogal wat. Enkele van de eenvoudigste zijn:
a. concentratie
b. innerlijke voorstelling op het brandpun,
c. een sterk prikkelend gevoel door de ledematen, dat door sommigen werd omschreven alsof men leegloopt, maar dan meestal bij de kruin of bij de nek aanzet. Vervolgens een gevoel van enorm groot zijn.
Tijdens dit gevoel moet het doel opnieuw worden gerealiseerd. De concentratie wordt a.h.w. in een nieuwe fase overgenomen door een ander deel van het ego. Vanaf dat ogenblik is de eerste beweging, die men wil maken gelijktijdig het transport van het “ik” en de ervaring naar de plaats of de persoon, die men als brandpunt heeft gekozen.
Op die plaats aangekomen dient men zich te realiseren dat men over energie beschikt (sommige ingewijden spreken ook van het zien van de levensenergieën van anderen; ik kan dit niet voor alle gevallen onderschrijven) en dan grijpt men in met kracht. Men gebruikt energie, die men vanuit de ogen richt. Vermoedelijk is dit een gebruik, dat ontstaan is door de neiging van de mens visueel waar te nemen en zo tot een omschrijving te komen. De ogen zijn dan als “vlammende zwaarden”, zegt een van de inwijdingsgroepen op dit terrein. Als de actie voltooid is, zal men automatisch teruggaan. Dat wil zeggen, dat men nooit méér kan doen dan men zich in de eerste concentratie oefening heeft voorgenomen. De hoeveelheid energie, die daarvoor noodzakelijk is, is niet bepalend. De hoeveelheid handelingen, die moeten worden verricht evenmin, wel echter dat een beeld, dat men zich voor ogen heeft gesteld, bereikt is. Op het ogenblik namelijk dat gelijkheid van  beeld en voorstelling is bereikt in de geest (dus in de projectie), keert het “ik” tot zichzelf terug.
Een andere methode baseert zich op het gebruik van bepaalde middelen o.a. het kauwen van zekere bladeren. Ook hier wordt gesteld: niet teveel eten. Soms wordt een vastenperiode van tenminste 12 uur voorgeschreven. Daarna wordt een beeld vervaardigd. In dit geval echter uit klei, was of andere kneedbare substanties. Hierbij stelt men bovendien in sommige gevallen b.v. bij de Voodoo dat het nodig is een voorwerp behorende tot de betreffende persoon of een deeltje van diens lichaam (een haar, een stukje nagel e.d.) in het beeldje te verwerken. Daarna richt men zich automatisch op die persoonlijkheid en zullen alle krachten ook daarop gericht worden.
U ziet, de procedure op zichzelf is eerder moeilijk te aanvaarden of moeilijk te geloven dan moeilijk te volbrengen. In de geest zijn wij in een enigszins andere toestand dan de mens. Als de geest een projectie tot stand wil brengen, dan kan zij dit doen via de astrale wereld. Daarvoor zijn weer een paar dingen nodig.
Ik geef algemene regels:
a. De geest dient zich te concentreren op een punt waarmee harmonie bestaat. We moeten dus eerst de harmonie tot stand brengen, voordat we kunnen beginnen aan een projectie.
b. Er moet een voertuig worden uitgedacht dat beantwoordt aan de eisen van de projectie en aan de eigen persoonlijkheid. Vaak is dit gewoon het aannemen van een vorm, die men vroeger heeft gekend. Er ontstaat nu in de astrale wereld een verdichting: een vorm. In deze vorm wordt energie overgenomen uit de sfeer waarin de geest vertoeft. Deze energie moet een zeker peil bereiken, voordat de projectie zich kan bewegen in de richting van de materie. Vanaf het ogenblik, dat de astrale vorm zich in de materie kan gaan bewegen en daarop kan reageren, zijn alle mogelijkheden verder gegeven.
Je zou kunnen komen tot een volkomen materialisatie, wat veel energie vergt en vaak nutteloos is, maar desalniettemin is dat mogelijk. Je kunt komen tot het projecteren van je krachten op de geestelijke en astrale voertuigen en personen. Je kunt een gedachtenbeeld opbouwen, dat dan vaak sterk wordt overgenomen door de personen op wie het gericht is. Dit heeft ook iets te maken met wat men wel beïnvloeding noemt, het opbouwen van denkbeelden die soms zelfs zo krachtig zijn, dat de persoon tijdelijk van zijn eigen waarnemingen vervreemd raakt.
Waarom doet men die dingen? In de materie is dat nogal duidelijk. In de magie doet men dit om macht, hetzij ten goede of ten kwade te manifesteren en te gebruiken. Daarnaast bestaat ook een behoefte om op deze wijze het eigen wezen vollediger te beleven en daarmee wat tot stand te brengen.
Voor de geest zijn de drijfveren vaak wat moeilijker te vinden. Het is mogelijk dat men door binding aan een persoon of aan een plaats wordt geleid. In dergelijke gevallen is het de behoefte om deze binding dermate sterk in het “ik” te fixeren, dat het niet meer noodzakelijk is op elke aantrekkingskracht van de aarde te reageren. De geest gebruikt dus een projectie om te ontkomen aan een soort overheersende, bijna tot monomanie wordende aantrekkingskracht van bepaalde punten op aarde. Het is evengoed mogelijk dat die geest een projectie kiest – misschien zelfs gepaard gaande met gehele of gedeeltelijke materialisatie- om op deze wijze een einde te maken aan op aarde gefixeerde belevenissen van die entiteit. Dit is voor een deel aansprakelijk voor de spookverschijnselen. Een geest, die het zelf minder goed heeft, kan proberen zijn ongenoegen af te reageren op mensen. Ook daarvoor kiest zij meestal een plaats die ze kent of een persoon, die a.h.w. het brandpunt, het kernpunt van zijn acties is.
Ik weet dat er ook entiteiten zijn, die dergelijke projecties voornamelijk gebruiken om lering over te brengen; anderen doen dit om te genezen. De z.g. geestelijke operatie berust in feite op een projectie via het astrale, waardoor het mogelijk is door middel van geestelijke energieën met levensenergieën en indirect ook met weefsels allerlei prestaties te leveren. Al deze beweegredenen op zichzelf zijn echter nog niet genoeg om duidelijk te maken dat de projecties nu eenmaal voor iedereen een bijna onvermijdelijk verschijnsel is.
De doorsnee mens projecteert wel, maar hij realiseert zich niet dat hij dat doet. Hij brengt een deel ervan terug (zoals boven beschreven is), maar doet dat over het algemeen met een gevoel dat het een droombeleving was. In enkele gevallen valt het op, dat de droom overeenkomsten vertoont met de werkelijkheid en vindt men er ook allerlei verklaringen voor. De mens, die op aarde leeft, zal gedurende zijn leven, wanneer hij perioden van hevige verlangens of hevige angst doormaakt, bijna automatisch een astrale projectie tot stand brengen en die zal dan altijd gericht zijn op de bron van zijn geluk, zijn vrees, zijn verlangen. En wat nog wonderlijker is: deze projecties worden waargenomen.
De geest is het natuurlijk niet altijd eens met de resultaten ervan. Hoe kun je als geest een dergelijke projectie onschadelijk maken? Ook dat is een moeilijk punt.
Indien door de projectie een nadelige invloed wordt uitgestraald naar een bepaalde persoon of bepaalde personen, dan bestaat de mogelijkheid om als geest aan die personen zoveel energie te geven, dat de projectievorm niet in staat is te domineren; dat zij dus niet over een kracht beschikt, groot genoeg om anderen aan zich te onderwerpen. Hierbij ontstaat meestal een soort pat stelling waarbij de invloeden tijdelijk met elkaar geconfronteerd blijven, waarna bijna onwillekeurig en zonder dat iemand dat in het bijzonder wil, aan beide kanten de energie zich dissocieert, oplost.
Een andere methode, die je als geest kunt gebruiken als er een doder is (dit komt voor bij zwarte magie) om daartegen een z.g. schild van licht te stellen. Nu klinkt dat erg dramatisch. Het is meer ontleend aan de menselijke mythologie dan aan de werkelijkheid. Voor de geest komt het hierop neer:
Wij hebben zuivere beginselen. De zuiverste beginselen in onze sfeer gebruiken wij als basis voor onze concentratie. Dus onze projectie is eigenlijk niets anders dan het zuiverste beginsel van hoge kracht, dat wij in onze wereld kennen. Deze kracht kan nooit disharmonische krachten accepteren; zij kaatst ze terug. Als een dergelijk scherm wordt geplaatst tussen een bedreigde persoon en de entiteit (de projectie) die aanvalt, dan is het duidelijk: alle energie, die deze projectie ontlaadt, keert tot de aanvaller terug en wel met de intensiteit waarmee deze haar heeft uitgestraald. In dergelijke gevallen is het mogelijk, dat mensen en ook geesten zichzelf of een deel van zichzelf of een deel van hun projectie hiermede vernietigen.
De geest, die het wat langzamer aan doet (die zijn er bij ons ook, dat wordt helemaal niet beperkt tot Kabinetsformateurs op aarde) zal meestal kijken wanneer de projectie ontstaat. Ben je namelijk in staat op het ogenblik van concentratie als stoorzender te fungeren, dan is er van projectie geen sprake; of indien er een projectie tot stand komt, beantwoordt deze niet meer aan de gerichtheid, die men erin wilde leggen. Hier is het dus eenvoudig: een beïnvloeden van het gedachtenleven en daarvoor heb je geen projectie nodig. Je kunt een aardse projectie op die manier zonder meer onmogelijk maken of verstoren.
Nu denkt u waarschijnlijk, dat wij daarmee druk werk hebben, maar zo erg is het niet. Wanneer iemand onbewust projecteert, is er geen sprake van de voorafgaande periode van intense concentratie, die voor de geest gemakkelijk is af te lezen. In dergelijke gevallen kun je alleen nog maar ingrijpen om de gevolgen te voorkomen; en dat geschiedt dan over het algemeen door degenen, die met het bedoelde brandpunt verwant of harmonisch zijn, op welke wijze dan ook. Er blijft dus over: de bewuste magische projectie. En daar blijkt, dat wij alleen blijvende resultaten kunnen behalen, indien de persoon, die wij willen beschermen of helpen, harmonisch is met ons en op geen enkel punt harmonisch is met degene, die hem/ haar bedreigt.
Het is opvallend, dat harmonieën hier een zeer grote rol spelen. Deze harmonie is een voorstellingsharmonie. Daarnaast hebben we een geaardheidsharmonie en ten laatste en zeker niet ten leste een instellingsharmonie. Indien er op die punten voldoende overeenkomsten zijn, kun je iemand beschermen. Als er op deze punten voldoende overeenkomsten zijn, dan kun je ook niet iets goeds of iets lichtends dat wordt geprojecteerd teniet doen of aantasten; iets wat we overigens vanuit onze sfeer zeker niet zullen proberen te doen. Hiermede hebben wij het eerste deel van deze les beëindigd.
Wij hebben het gehad, over de projecties van de geest en van de mens. Een punt waarbij wij ook nog even moeten blijven stilstaan is: de resultaten van dergelijke projecties.
Een mens kan onbewust projecteren, b.v. in een andere sfeer of wereld. Er zijn mensen, die in Zomerland terechtkomen. Er zijn er ook, die een wat lagere sfeer moeten bezoeken. In vele gevallen is het de bedoeling, dat zij daar actief zijn, dat zij een oplossing van een probleem vinden, dat zij misschien voor zichzelf nieuwe intenties vinden. Dergelijke dingen behoren tot lering. Het is bewustwording voor de geest en kan als zodanig dus niet ongedaan worden gemaakt. Hebben wij met dergelijke tendensen te maken in een sfeer, dan valt het volgende op:
Een mens, die op deze wijze als projectie optreedt in een lagere sfeer, is onaantastbaar in die sfeer, tot het ogenblik dat men contact opneemt met die sfeer; en dan is het contact nog mede bepalend, omdat iemand die vraagt, gebonden is aan die sfeer en aan haar orde of wanorde. Degene die geen vragen stelt, geen gaven aanneemt, maar alleen probeert te antwoorden op vragen die men hem stelt of zelf iets schenkt, indien dit nodig is, kan aan die sfeer niet gebonden zijn. Het vreemde is dat dit in het droomleven wordt weerkaatst door een zekere emotionaliteit en vaak ook door een uitputtingstoestand, vooral indien men harmonie met een bepaalde sfeer heeft bereikt.
De lagere sferen moeten ook door ons worden bezocht. Ook wij in de geest kunnen niet ons gehele wezen zonder meer in die lagere sfeer verplaatsen. Wij kunnen wel weer ons wezen daarin projecteren maar dan blijft altijd een deel van het “ik” aanwezig in de hoogste sfeer waarin we bewust kunnen bestaan. Een dergelijke projectie heeft de neiging vormen aan te nemen, die mede door anderen worden bepaald. Ik zou u enkele voorbeelden daarvan willen geven.
Onze vriend Henri heeft meermalen als engel te kijk gestaan; iets wat hem amuseert en ook lichtelijk ergert. Mij persoonlijk is het overkomen, dat ik werd gezien als autobus en dat men wilde instappen. Ook hier weer: men verlangde een middel om aan de sfeer te kunnen ontsnappen. De vorm wordt echter door de entiteiten bepaald die daar waren. Had ik mijn eigen gestalte hier dominerend opgelegd- wat mij mogelijk zou zijn geweest- dan zou ik geen contact hebben gekregen. Maar hun verlangen maakte het mij mogelijk te zeggen: Ik wil jullie meenemen. Zij konden volgens hun begrip “instappen”. Daardoor was het mogelijk hen los te maken uit gedachtengangen, die hen in een soort duisternis gevangen hielden. Deze voorbeelden zijn slechts enkele uit zeer vele, zoals u zult begrijpen.
De geest zou het ook graag voor de mensen willen doen. Maar als ik bij de mensen als autobus zou verschijnen, dan zou men niet instappen zonder eerst te informeren wat een kaartje kost. En aangezien ik niets mag aannemen zonder mij daardoor gelijktijdig aan uw wereld te binden, zou ik het dus eenvoudig niet kunnen doen. De mogelijkheid om iemand te helpen ligt dan ook vaak op het terrein van wat men vibratie noemt.
Elke mens heeft iets wat men wel eens omschrijft als een trillingsgetal, soms ook als een kleur. Dit trillingsgetal van de mens wordt bepaald door vele factoren; o.m. zijn lichamelijke gesteldheid, zijn wisselwerking met de omgeving, zijn “ik” voorstelling en nog verschillende geestelijke elementen, ‘die tijdens de incarnatie inwerken. Dit alles tezamen bepaalt het trillingsgetal van de mens.
Nu kan ik als geest meestal geen trillingsgetal vinden dat precies overeenstemt met dat van een mens. Daarvoor zou ik teveel stoffelijke factoren moeten gebruiken en dat gaat niet. Maar ik kan wel een harmonische van dat trillingsgetal tot stand brengen. Het is alsof je tegenover g laag (ges) g hoog (gis) stelt. Er is een overeenkomst en toch is er een aanmerkelijk verschil in trilling. Beide tonen beïnvloeden elkaar. Zo kan een geest, die zich afstemt op een harmonische van een mens, die mens benaderen en helpen. Maar hierbij is het belangrijk wat ik van mijzelf en van mijn wil projecteer in de trilling. De trilling is hier het contactmiddel en tevens betekent het dat disharmonieën, die er in de trilling van die mens zouden bestaan, door mij dus moeten worden gedomineerd, totdat die trillingen een zekere eenheid bezitten. Dit is maar een voorbeeld; er zijn vele mogelijkheden.
Je kunt nu b.v. stellen dat een bepaald deel van het menselijk organisme zijn functie moet wijzigen. Dan kun je dat waarmaken voor de tijd dat die harmonie er is. Maar je kunt ook een werking aan de gang brengen, die nog lange tijd voortduurt, nadat het contact is verbroken, omdat er in de mens zelf voldoende factoren zijn, welke die werking aan de gang houden. Dat kan zijn b.v. bij het verbrijzelen van niersteen; dat kan zijn bij het activeren van bepaald delen van het zenuwstelsel of van spieren die op de een of andere manier niet juist reageren; het kan net zo goed zijn door het inschakelen van bepaalde associatiemogelijkheden, die in de mens wel bestaan, maar die normmalerwijze niet tot hun recht komen. Op deze manier kun je dus inderdaad een mens helpen.
Het omgekeerde bestaat ook. Indien een mens in zichzelf een harmonie van trilling bereikt, zodat zijn wezen één hoofdwaarde bezit, dan is hij daarmede eigenlijk automatisch harmonisch met de krachten in de geest. Want die trillingen verschillen nog wel in frequentie, maar de essentie ervan (de kracht waaruit ze bestaan) is gelijk. Dan moet je in de geest dus aannemen: hier heb ik een harmonische. Ik kan ofwel mijn eigen trilling veranderen- wat lang niet altijd aanvaardbaar is- dan wel, ik moet reageren. En dit is misschien voor u een interessant punt, want de dwang tot reageren bestaat voor een entiteit op het ogenblik, dat er een harmonie is ontstaan tussen de trilling op aarde en haar eigen trilling en daarin energie en wil worden uitgedrukt. Men kan het eventueel bestrijden, maar een dergelijke bestrijding is vaak moeilijker dan aanhoren wat nodig is en reageren.
Misschien heeft u wel eens wat gehoord over heiligen, goden en dergelijken. Stel nu, dat deze waarden (de voorstellingen ervan zijn natuurlijk niet reëel; het zijn astrale vormen) overeenstemmen met een entiteit, die in een hogere sfeer zou leven. Er is dus een basis harmonie te vinden tussen de eigen trilling van die hoge entiteit en de trillingen waartoe mensen komen, indien zij in die vorm geloven en zich daarop beroepen. Dan zal een dergelijke vorm of entiteit bijna genoopt zijn om tijdelijk de rol te spelen van die heilige of godheid. Dat is veel meer voorgekomen dan men zich realiseert; mogelijk is dit ook wel de verklaring voor de vreemde tweeslachtigheid in karakter en gedragingen, die aan de oude goden werden toegeschreven.
Hier heb ik trouwens nog een punt aangesneden dat interessant ís.
Een projectie van een geest kan niet alleen naar een mens gaan, maar die kan ook naar een bepaalde plaats gaan. Nu zijn er voor geesten, behorend tot Hoog Zomerland maximaal heel veel plaatsen op de wereld die eveneens een eigen harmonie, een eigen trilling hebben, die de basis van het eigen harmonisch getal van die entiteiten beroert. Er zullen plaatsen zijn op aarde waar de geest a.h.w. sterker bij betrokken is dan op andere plaatsen. Gebeurt er iets op die terreinen, dan zal de geest zich geneigd voelen iets van zichzelf daarheen te projecteren en daarmee die harmonie ofwel totaal te verbreken, dan wel te herstellen. Meestal gaat het hier om herstel. Er zijn zelfs enkele plaatsen (deze zijn echter kunstmatig geconstrueerd) waar trillingen van zeer hoge orde zijn. Deze zijn meestal door ingewijden ingestraald, zodat wij kunnen zeggen: Hier hebben mensen hun hoogste begrip, verdergaand dan dat van de normale mens, ingelegd. Een van die plaatsen is b.v. een deel van de pyramide van Kefren, bepaalde bergtoppen o.a. één in Montana (V. S.). Ook bepaalde grotten aan de Adriatische Zee hebben dergelijke contacten.
Bevindt een mens zich nu op een van deze plekken, dan wordt hij beïnvloed door de eigen trilling van de omgeving. Kan hij deze trilling niet verdragen, dan voelt hij zich angstig en wordt afgestoten. Het eindresultaat is meestal een enorme depressie. Maar stel, dat deze mens in staat is iets daarvan toch te aanvaarden, dan ontstaat voor hem tijdelijk een eenheid met een trilling, die veel hoger is aan zijn eigen trilling. Hij past zich daaraan op zijn eigen niveau aan.
Nu is een geest met die plaats verbonden; en dat kan dan een zeer hoge entiteit zijn. Die hoge geest reageert dan op deze extra factoren. Zo kunnen die plaatsen dus worden gebruikt voor bepaalde inwijdingen, voor overdracht van werkelijk hoge geestelijke kracht aan een mens zij het dan dat bij de overdracht een bepaalde bestemming voor die krachten wordt gesteld. Deze krachten kunnen dus alleen tot harmonische ontlading komen door bepaalde prikkels (genezing b.v.). Een interessant punt, als u dat zo allemaal nagaat.
Als u nu weet, dat wij begonnen zijn bij de zwarte magie, bij de Voodoo en de groene magie van Afrika. Wij zijn uitgegaan van deze vreemde natuurgodsdiensten waarin de god van de dood, de hoeder van het kerkhof vaak het meest te zeggen heeft en zijn automatisch gekomen tot de inwijding van de mens, zelfs op hoger niveau. Want de projectie is in beide gevallen aanwezig en in beide gevallen bijna gelijkwaardig.
Nu zult u zeggen: Dat is interessant; maar daaraan hebben wij niet veel. Ik betwijfel het, of u dat dan juist stelt. Alleen moet u natuurlijk de juiste conclusies trekken. Die conclusies zijn vele. Ik geef u een greep daaruit.
1. Elke mens projecteert een deel van zichzelf naar werelden, sferen of toestanden, die niet tot zijn normale wereld behoren en die niet noodzakelijkerwijs behoren tot werelden, die zijn geest reeds heeft betreden.
2. Dergelijke ervaringen komen over het algemeen over als landschapsdromen, in sommige gevallen als symbooldromen of een combinatie van beide. Indien dit het geval is, kan de mens zich aan dergelijke dromen ontworstelen of daaraan een grotere betekenis verlenen door rekening te houden met hetgeen ik heb gezegd omtrent het contact met lagere werelden: geven als u gevraagd wordt, niet ontvangen als u iets wordt aangeboden en u op generlei wijze al is het maar door het vragen van advies binden aan hetgeen in die wereld of sfeer voor u bestaat. Het geeft u een veel grotere vrijheid van beweging en daarnaast de mogelijkheid om bewuster te begrijpen wat de wereld betekent, wat u daar zelf in doet. Handelt u op deze wijze, dan kunt u ook met enige oefening zeker de belangrijkste factoren terugbrengen naar uw waakbewustzijn, zodat de geestelijke ervaringen zelfs voor uw stoffelijke besef een bepaalde hulp of richt snoer kunnen vormen.
3. Geesten kunnen zich in vele vormen projecteren; soms ook als gedachtenbeelden. Soms is een beroep dat u doet op een god, een heilige, zelfs op een geest een uitdrukking van een basisharmonie en een vraag, waarop een geest móét reageren. Als u een bepaalde geest, god of heilige aanroept, is het niet zeker dat de hulp die u krijgt van die geest, die god, die heilige afkomstig is. Wel is zeker, dat zodra een juiste harmonie is bereikt, deze hulp u wordt gegeven en wel volledig in overeenstemming met de harmonie, die u in uzelf bezit. Ook dit helpt u om de dingen beter te zien, want anders gaat u denken dat hulp gebonden is aan de persoonlijke eigenschappen van een entiteit of van een bepaald godsbeeld. Ik geloof, dat door het begrip dat alle hulp mogelijk is, ook zonder deze beperkingen en als u zich baseert op uw persoonlijk harmonisch vermogen en uw persoonlijke trillingen, u dan veel gemakkelijker en beter kracht en hulp kunt ontvangen.
4. Als een geest projecteert en daarbij komt tot een oversluiering, dan verandert er iets aan uw instelling. Dan bent u dus niet meer volledig vrij om met eigen beste weten of bevinden te handelen. Als u ervan overtuigd bent dat het een hogere kracht is, dan is daar tegen geen bezwaar. Maar ik kan mij voorstellen dat u op een gegeven ogenblik iets liever zelf en bewust doet. Dan kunt u de basisharmonie gebruiken om vanuit uzelf te werken. Maar nu komt het vreemde; Daar u de hulp niet aanvaardt, maar wel de kracht nodig heeft, krijgt u de kracht terug. In dit geval betaalt u eerst zelf, later krijgt u een groot gedeelte van het betaalde teruggestort; een soort subsidiesysteem zou je kunnen zeggen. Hierdoor zoudt u bij een poging tot genezen, maar evengoed tot het doorzien van bepaalde geestelijke problemen, hulp kunnen verkrijgen zonder dat daarbij iets van uw eigen wil, uw eigen gerichtheid en inzicht teloor behoeven te gaan. Ik geloof, dat ook dit van belang is.
U kunt van de geest hulp krijgen door u aan die geest over te leveren, maar u kunt net zo goed een poging beginnen waarbij u de hulp van de geest wel vraagt, maar geen gehoorzaamheid aan de geest geeft. Dan ontvangt u toch de kracht die u nodig heeft, alleen is de primaire inspanning uit de aard der zaak groter.
Een ander practisch punt is het volgende:
Uw gehele wereld is, gebaseerd op bepaalde evenwichten en harmonieën. Of u nu begint bij de sterren of bij de maatschappij of bij de samenhang der elementen of dat u het wilt zoeken in bepaalde kosmische stralingen, er is altijd een bepaald evenwicht, een soort harmonie noodzakelijk. Elke mens, die in zich een harmonie heeft, die hij enigszins leert richtten, zal zowel met de dode materie als met de stralingen uit de kosmos, met de werkelijke betekenis en waarde der sterren in harmonie kunnen komen. In een dergelijk geval ontstaat er een weten, dat de norm te boven gaat en waarbij de logische ontwikkelingsmogelijkheid voor de mens vaak ontbreekt. De gedachte is sprongsgewijs. De afleiding moet later worden teruggezocht, maar daardoor kan met zeer grote juistheid op korte termijn toch waarnemingen worden gedaan en resultaten worden bereikt. Het is een methode, waarmee door de eigen harmonie en de projectie daarvan t.a.v. materie wichelroede lopen, astrologie, kosmische stralingen, perceptie en prognostische perceptie allemaal bereikbaar zijn. Zij kunnen worden verbeterd, zij kunnen worden gebruikt.
U heeft zich waarschijnlijk niet gerealiseerd, dat zoveel van hetgeen men “paranormaal” noemt berust op een projectie. En toch is dat inderdaad waar.
Een telepaat kan alleen ontvangen, indien hij ook bereid is iets te projecteren (dus zijn eigen kracht te geven als medium), waarin de kracht van een ander tot uiting komt. Waar de mens zelf niet bereid is of niet in staat is een deel van zichzelf als een soort resonantievlak voor de gedachten van anderen ter beschikking te stellen, is geen telepatische ontvangst mogelijk. De telepaat die zendt, kan alleen dan zenden, indien hij zich concentreert op een bepaalde persoon of op een bepaalde voorstelling en daarbij zijn gedachtenimpulsen richt op iets wat volgens hem met hem harmonisch kan zijn. Alleen dan kan hij doordringen.
Is er sprake van weinig weerklank, dan zouden wij een zeer grote kracht moeten hebben om door te komen. Is er sprake van een uitgebreide resonantie plus een projectiemogelijkheid, dan ontstaat er vaak een wederkerige projectie en hebben wij bewust telepatisch verkeer, waarbij de partners sprekend zowel als ontvangend en luisterend optreden. Misschien is het wel goed om dat ook eens te zeggen.
Als ik psychometrie zie, dan ontdek ik dat in zeer vele gevallen het voorwerp als brandpunt wordt gebruikt en het eigen besef nu wordt geprojecteerd als een soort aftastende pode naar de trillingen, die men van het voorwerp afleest. Hier is projectie noodzakelijk. Die projectie wordt bereikt door concentratie. Het idee dat je iets beter afleest, als je het vóór je hoofd houdt of misschien voor een ander chakra, is dus in zekere zin bijgeloof, want daardoor ontstaat er geen grotere afleesbaarheid van het voorwerp. Wel kan een dergelijk gebaar het geloof in de mogelijkheid tot ontvangen en de wil tot aflezen aanmerkelijk doen versterken en daardoor de projectiemogelijkheid vergroten.
Kijk ik naar mensen die slapen, dan zie ik dat een groot gedeelte van de beleving in de slaap direct of indirect met projectie te maken heeft. Zelfs de volgorde van associaties, waardoor een droom wordt bepaald, zal vaak mede het gevolg zijn van projectie van het eigen “ik” of van anderen. Hier hebben wij dus inderdaad te maken met een wereld, waarin de projectie van een persoonlijkheid of van een deel ervan een veel belangrijker en grotere rol speelt dan men zich kan voorstellen. Daarom meen ik, dat het voor u practisch en goed zal zijn hierover het een en ander te vernemen. Het enige wat je in deze gevallen niet kunt geven is een voorschrift, dat voor iedereen even goed te volgen is en voor iedereen gelijk in toepassing. Toch zou ik willen stellen:
Degene, die zich bewust openstelt voor impulsen van anderen, zal op basis van zijn eigen harmonie die aanwezig moet zijn impulsen van met hem harmonische wezens kunnen ontvangen. Indien deze niet uit duidelijke gedachtenbeelden voortkomen (dat gebeurt vaak, als de resonantie niet groot genoeg is), dan kan men toch bepaalde stemmingen en associatieve impulsen in zichzelf aflezen. Begrip voor het ontstaan ervan betekent gelijktijdig grotere mogelijkheden om dit te hanteren.
Wilt u gedachten projecteren, dan is het over het algemeen het best om u gewoon een persoon voor te stellen. Desnoods neemt u er nog een foto bij. U kunt dat doen door u het gelaat van die persoon voor te stellen. U kunt zich ook zijn gehele persoon voorstellen of zelfs een functie ervan. Indien dit voldoende intens gebeurt, dan straalt u uit. Als de ander harmonisch is met het door u uitgestraalde, ontstaat er een contact. Denk echter nooit: dat een ander verstaat wat u tegen hem zegt. Dat zal doorgaans maar heel beperkt zijn. Maar de ander kan wel degelijk aanvoelen wat u hem wilt mededelen en hij zal zonder te weten waarom op deze mededelingen reageren. Hier krijgt de reactie – vooral als de opdracht tijdens de slaap plaatsvindt – iets van een post hypnotisch bevel. Ik meen, dat u zich altijd weer moet leren instellen. Instellen is eigenlijk niets anders dan je concentreren en daarbij ook proberen voor jezelf een bepaalde stemming, een sfeer tot stand te brengen. Een mens, die zich instelt, brengt daarmee automatisch voor zichzelf een ontvankelijkheid voor alle harmonische projecties tot stand, terwijl hij op basis van die harmonie en zijn wil tot projecteren zelfs tot betrekkelijk grote krachtprojecties in staat zal zijn.
U zult zeggen: Ik doe het anders. Dat is uw zaak. Er zijn mensen, die onbewust een bepaalde projectie of een bepaalde harmonie tot stand brengen en eveneens onbewust haast daarmee werken of daarop reageren. Zij vragen zich eenvoudig niet af, hoe dat gebeurt of wat dat is. Ik geloof, dat dit op zichzelf niet bezwaarlijk is. Want iemand, die werkelijk vergevorderd is in de occulte wetenschappen, die op aarde in een sterk contact met de geest staat b.v. zal dit automatisch doen. Het is net zo automatisch als spreken of ademhalen. Er zijn wel denkbeelden nodig om te spreken, maar de verklanking ervan behoeft niet verder te worden overdacht, je weet dat je ademhaalt, maar het is iets wat je zo automatisch doet dat je het bijna niet beseft. Op deze wijze projecteert menigeen van zich uit of stelt iemand voor zichzelf bepaalde harmonieën. Ik meen dat het wel goed zou zijn, indien men zich realiseert dat men het doet. Want als er dan een keer iets aan mankeert, weet je tenminste waar je de fout moet zoeken.
Mensen die op enigerlei wijze in een overgangsfase van ontwikkeling zijn, hebben vaak in zichzelf niet voldoende harmonie. Zij hangen aan uiterlijkheden, die tot het verleden behoren en verlangen gelijktijdig geestelijke inhouden, die voor hen nog in de toekomst liggen. Dan is voor zo iemand dat contact afgelopen. Realiseer je je dit, dan kun je proberen om tussen je verlangen naar vorm en inhoud toch nog een harmonisch geheel te scheppen en dan is het contact hersteld. U ziet, het is practisch toch wel van betekenis.
Nu heb ik nog een paar laatste punten.
Alle projecties vanuit de geest zowel als vanuit de stof zijn gebaseerd op een zekere gelijkheid van trilling.
Een projectie behoeft niet een. bewuste actie te zijn. Zij kan het nevenproduct zijn van een bestaande harmonie. Dit geldt voor de geest zowel als voor de stof.
Een projectie is niet gebonden aan bestaande vormen, maar zij zal wel over het algemeen worden beïnvloed door de zender en de ontvanger van een werking of projectie, indien deze op tweeledigheid berust. Dan is dus het product niet een beeld dat één van beiden tot stand brengt, maar het is altijd een compromis tussen de reacties van beiden op de overdracht van kracht binnen een bepaalde trilling.
Alle krachten, die in de geest bestaan, bezitten een vermogen tot projecteren. Voor de geest is deze mogelijkheid in wezen noodzakelijk, zodra ze buiten de eigen wereld in contact wil treden met anderen. Dit geldt dus ook voor sferen zo goed als voor stoffelijke werelden.
De mens bezit deze kwaliteiten meestal ten dele en wordt door de stof enigszins daarin belemmerd. Een mens projecteert wel, maar op een lagere harmonische basis dan de doorsnee geest.
Met deze punten heb ik het geheel wat afgerond. Men dient zich verder te realiseren, dat alle projecties in zich de levenskracht dragen van degene die projecteert en dat zij altijd levenskracht kunnen overdragen aan anderen of nemen van anderen, zodra daar op welke basis dan ook een harmonie met de projectie bestaat.
U heeft nu een beeld dat voor de meesten van u meer heeft van magie dan van geestelijke wetenschap. Toch zijn deze factoren mede van belang bij elk ingrijpen dat vanuit de geest geschiedt. Ze zijn van grote betekenis elke keer weer, als een mens zich op hulp uit “de geest” of uit “de andere wereld” beroept. Het is iets wat met het gehele samenspel tussen geest en stof onverbrekelijk verbonden blijft. Zeker, er zijn daarnaast enkele andere mogelijkheden van overdracht, maar daar deze veel sterker beperkt zijn door voorwaarden dan deze methode, zal de projectie methode het meest worden gebruikt. Projectie (zwart magisch of wit magisch) vanuit de geest naar de stof, vanuit de stof naar de geest, van geest tot geest of van stof naar stof is een voortdurend voorkomend verschijnsel. De harmonische bepaling, waarover u zoveel heeft gehoord, vormt mijns inziens tevens de verklaring voor de effecten die bereikbaar zijn. Je kunt een mens, die in oorlog is niet tot vrede brengen, omdat vrede voor hem op dat moment een disharmonische factor is. Je kunt hem wel beletten om geweld te plegen door een beroep te doen op b.v. angsten of begeerten, die er in hem bestaan. Deze vormen dan het harmonisch aanrakingspunt.
De geest zal vaak voor de mensheid veel méér willen doen dan zij kan doen. Maar de mens heeft een vrije wil. Hij heeft een eigen trillingsgetal, een eigen harmonie, een eigen instelling en deze factoren zijn medebepalend voor wat de geest voor een mens kan betekenen. Omgekeerd zal ook de betekenis, die een mens voor de geest kan hebben -misschien door haar lering te geven- dat komt ook voor – door ervaringen met haar te delen- wat veel voorkomt- of wat bijna altijd voorkomt waar een harmonie is: door aan de geest een gerichtheid te geven in haar bestrevingen. Dan is dat altijd toch weer terug te brengen tot de eigen harmonie en de gelijke factoren in mens en geest.
Ik denk, dat u daardoor een beter begrip zou kunnen krijgen voor het werk van groepen als de Witte Broederschap of desnoods ook de Orde der Verdraagzamen, dat u daarnaast ook beter zou begrijpen wat uw persoonlijke betekenis is in dergelijke werkzaamheden en contacten en hoe u die betekenis zelf duidelijker kunt stellen, beter kunt realiseren en misschien ook meer activeren.

De gelovigen

Gelovigen zijn een bijzonder soort mensen. Als je hoort wat ze allemaal zonder enig bewijs voor zeker aannemen, dan vraag je je wel eens af, of zij het redelijk denken niet hebben uitgeschakeld. Aan de andere kant, als dat geloof zich dan een keer feitelijk bewijst, dan krijgen zij het op hun zenuwen en zijn ze vaak voor jaren lang het slachtoffer van psychiaters. Er zijn voorbeelden van.
Een nonnetje dat een feitelijke verschijning zag van een engel. Niet van de Heilige Maagd of iets dergelijks, niet zoetelijk, maar gewoon een engel. Het goede mens zit op het ogenblik in een inrichting, want zij gelooft nu dat haar geloof en de consequenties, die zij daaruit heeft getrokken, niet meer kloppen. En dat kan niet, als je een engel hebt gezien, dus moet zij gek zijn.
Een ander geval dat ik al even eigenaardig vind is: een spiritist die alles gelooft maar als die een tafel ziet dansen, dan licht groen wordt en voorlopig geen seance meer bezoekt. Ook dit is letterlijk voorgekomen.
Kortom, ik vraag mij wel eens af, waarom geloven de mensen? En als ik kijk waarom de gelovigen geloven, dan schijnt het mij toe dat zij dit doen, omdat zij daardoor zichzelf willen losmaken van de eenvormigheid van de massa, waarin zij vrezen te verdrinken.
Iemand gelooft dat hij uitverkoren zal zijn en hij loopt met complete Vuurtorens of Wachttorens in de hand, voortdurend anderen te verkondigen dat hij gelijk heeft. Daarin is hij zeer bekwaam, maar dan alleen daarin.
Leven is een kwestie waarbij het geloof een achtergrond kan zijn. Maar op het ogenblik, dat je het geloof op de voorgrond stelt en al het andere dan terzijde wilt schuiven, vraag ik mij af, of dat geloof nog wel reëel is. Vele gelovigen willen op aarde leven in de hoop dat zij zo snel mogelijk geest worden. En vele geesten voelen zich, als zij zo hebben geleefd na korte tijd in de sferen reeds weer gedwongen om terug te keren naar de aarde.
Leven is beleven. En beleven wil ook zeggen zoeken naar een werkelijkheid, niet met roze vergulde dromen van mystiek of romantiek, maar de feiten. De doodgewone feiten, die in vele gevallen juist voor de gelovige niet aanvaardbaar zijn.
Als ik hoor, dat gelovigen anderen willen beschermen tegen bepaalde dingen, die zij zondig vinden, dan vraag ik mij af, of zij zich wel realiseren dat ook in hun bijbel staat dat de mens een vrije wil heeft. Neen, zeggen ze, de vrije wil mag niet. Om recent te blijven:
Kansspelen b.v. mogen niet worden toegelaten, want de mensen zouden er misbruik van maken. Bovendien is er nog niemand, die eraan verdient. Als dat wel het geval zou zijn, dan zou men het waarschijnlijk tolereren. Alcoholmisbruik lijkt mij toch ook niet een bijzonder prettige zaak, maar de gelovige zegt: Dat is nu eenmaal zo. God heeft ons de drank niet verboden. Jezus heeft wijn gemaakt in Kanaan, dus moeten wij eenvoudig maar de drankzuchtigen laten rondlopen en als dat misgaat is er misschien nog een A.A.A., die hen zal opvangen en genezen. Dat is dan zeer christelijk.
Hoe komt de mens er eigenlijk toe om niet zelf te leven volgens een bepaalde regel, maar die wal aan anderen op te leggen? Ik kan mij voorstellen, dat een Paus zegt: Wij moeten het geloof op een bepaalde manier aanvaarden. Maar ik vraag mij af, hoe hij de brutaliteit kan vinden om te zeggen, dat dit de enige waarheid is, waaraan iedereen zich heeft te conformeren. En toch is dat wat, letterlijk gebeurt.
Er zijn mensen, die beweren dat een christen eigenlijk geen goed mens is, omdat hij niet spreekt over Allah maar over God. Vaak is een enkel woord voldoende reden om anderen te verwijzen naar de diepten van de hel. En naarmate de mensen geloviger worden, maken zij de hel dieper. Waarschijnlijk, omdat zij denken dat hun vijanden daarin kunnen vallen.
Men heeft mij eens verteld, dat de droom in het menselijk leven een rol speelt doordat ze bepaalde agressies tot uiting laat komen en bepaalde angst en begeertegevoelens oplost. Ik zou zeggen; dan is geloof iets dergelijks: een droom, die men droomt om zo te ontkomen aan de werkelijkheid.
Werkelijk gelovigen zijn zelden mensen, die realisten zijn. En als zij het zijn, dan blijkt dat hun geloof alleen maar een formulering is van hun gevoel van verbondenheid met de wereld.
Er zijn natuurlijk ontzettend veel verhalen in omloop van mensen, die zo buitengewoon goed en toch gelovig waren. Maar als wij dan gaan kijken hoe dat in elkaar zit, dan blijkt vaak dat bij die goede mensen het geloof een heel andere functie heeft gehad. Albert Schweitzer was een zeer gelovig mens, maar hij was gelijktijdig krachtens dit geloof eigenlijk een soort pausje in alle goede werken, die hij ongetwijfeld heeft volbracht. Hij eiste een absolute gezagsaanvaarding en vond in zichzelf door zijn meerwaardigheidsgevoel op deze basis de kracht om het goede te volbrengen. Denk niet dat hij de enige is.
Op Molokai (een leprozeneiland van de Hawaï eilanden) heeft een pater geleefd, een zekere Damiaan, die heilig is verklaard. Deze man leefde daar met de leprozen. Maar zijn geloof was hier niet, zoals men wel eens stelt, de basis van waaruit hij dit werk deed. Neen, zijn geloof was eerder de rechtvaardiging van wat hij deed. Hij was nl. de “God der Leprozen” geworden. Hij was de “heilige” voor de buitenwereld. Zijn geloof gaf hem de mogelijkheid om dit alles aan God toe te schrijven en daardoor voor zichzelf nog het gevoel te krijgen van extra macht en extra verdienste.
Jezus heeft indertijd de mensen geleerd, dat je een wet moet breken op het ogenblik dat er een noodzaak toe is. Als hij op de sabbat iemand geneest, zo mag men hem dat verwijten. Maar dan zegt Jezus: Die mens moest genezen worden en dan komt de sabbat op de tweede plaats.
De gelovige doet vaak het tegenovergestelde. Hij doet hetzelfde als de wetkenners in de tijd van Jezus. Hij roept uit: Dit is de wet en daar mag men niet tegenin gaan. Dat komt, omdat de mensen de wet nodig hebben. Zonder die wet kunnen zij niet leven.
Gelovigen zijn vaak mensen, die alleen door het kunstwerk, het kunstgeraamte van hun geloof in de wereld overeind weten te blijven. Ik wil daarmee niet zeggen, dat elke gelovige zonder meer een krachteloze figuur is. Vele gelovigen zijn dat echter wel. Zij hebben hun angsten kunnen verdringen door hun geloof ervoor in de plaats te stellen. Zij hebben hun agressie kunnen onderdrukken door die a.h.w. te projecteren in een Godheid, die dan voor hen de agressie zal plegen, zodat zijzelf onschuldig, maar met veel genoegdoening zullen kunnen zien hoe al hun vijanden branden in het eeuwige hellevuur als God tenminste vóór die tijd nog niet met een beetje donder en bliksem komt opdraven.
Ik geloof in een God. Ik geloof in een werkelijkheid, die verder gaat dan wat ik ken. Maar ik leef in mijn eigen wereld en ik moet daarin leven. Ik meen, dat een gelovige dat ook moet doen. Maar als je het geloof uit het dagelijks leven verdrijft wat menigeen doet dan heb je ook geen werkelijkheidszin meer; dan is je geloof een soort poging tot zelfrechtvaardiging, omdat je handelt volgens een logica, die in dat geloof niet helemaal aanvaardbaar is.
Als ik kijk naar de mensen, die geloven in de primitieve godsdiensten (u weet wel, de van die heidenen die nog dansen rond houten beelden), dan heb ik ook het gevoel dat deze mensen met hun geloof dingen proberen te ontvluchten of te bereiken, die anders buiten hun vermogen liggen. Maar gaan wij bij die stammen verder kijken, dan blijkt dat menige godsdienstoefening met alle intenties en met alle daarbij behorende eerbare bedoelingen eigenlijk vaak eerder de aanleiding tot een orgie is. Kijken wij naar de wijze waarop zij werken met de magische krachten, dan komen wij tot de conclusie, dat zij hun zelfzucht via het bovennatuurlijke trachten te bevorderen. En vertelt u mij niet, dat dat in andere godsdiensten niet gebeurt.
Als u een moeder wierook ziet branden voor Kwan Yin in de hoop, dat haar kind gezond zal worden, dan is dat ook een beroep op het wonder. Het is een erkenning van eigen onvermogen. Ik heb daartegen geen bezwaar, mits je alles hebt gedaan wat je doen kunt. Er komt voor ieder mens een ogenblik dat hij zegt: Meer kan ik niet doen. Hier heb ik geloof nodig, hier heb ik een zekerheid nodig, omdat ik anders het leven niet kan verdragen. Maar dan moet je het ook voor jezelf toegeven. Dan moet je zeggen: Dit geloof is voor mij een steun, omdat ik zelf op deze wijze niet verder kan gaan. Je moet niet zeggen: Het geloof geeft mij recht op hulp, zekerheid en verdienste, zodat ik uit dat geloof alle mogelijkheden kan putten en zo mijzelf veel moeite kan besparen.
Een voorbeeld, dat u hopelijk niet oneerbiedig vindt: Er zijn katholieken, die maandenlang alles doen wat zij zondig achten. Zij plegen overspel, zij stelen, zij bedriegen, zij hebben kwade gedachten, zij roddelen ….. en dan op een gegeven ogenblik krijgen ze het gevoel: wij hebben eigenlijk zoveel gedaan wat niet voor ons past en gaan dan ter biecht. In de biecht sommen zij overigens vol berouw al hun zonden op en zij volbrengen wat men noemt de poena (de penitientie). Zij prevelen hun gebedjes en gaan dan naar buiten waar hun overspel waarschijnlijk al op hen staat te wachten om daarmede heerlijk te roddelen over anderen en de middelen voor een verder samen zijn te vinden door het lichten van de beurs van een medeburger. Is dat nog reëel? Ik vind dat geloof eigenlijk krankzinnig.
Zo zijn er mensen, die geloven eerlijk en oprecht in de economische wetten, die zij zelf hebben opgesteld. Maar laten wij hen niet verwijten, want hoeveel van het geloof heeft de mens ook niet zelf geproduceerd, al zegt hij later dat het God is en de econoom dat het wetenschap is. De economen jagen vaak een heel land in de vernieling, alleen maar omdat zij hun theorieën blijven volgen. En als het dan niet goed gaat, dan zeggen ze niet: Ik heb het verkeerd gedaan. Dan zeggen ze doodgewoon: De theorie is goed, er is misschien een kleinigheid bij anderen misgegaan, maar aan ons kan het niet liggen.
Misschien krijgt u nu een beeld van, wat voor mij een gelovige is: Iemand, die zijn eigen verantwoordelijkheden voor een groot gedeelte afschuift op een wet, die hem door hogere machten of iets soortgelijks zou zijn gegeven. Iemand, die eigen schuld wel erkent,. maar aanneemt dat het niet zo erg is, omdat een ander het wel voor hem zal oplossen. Een gelovige is voor mij maar iemand, die niet begrijpt dat leven een kwestie is van eerst zelf doen: zelf beleven, zelf nastreven en pas daarna, als je machteloos bent, een beroep te doen op de hogere krachten.
Let wel, u zult mij niet horen ontkennen dat er hogere krachten zijn. Maar laten wij eerlijk zijn indien u God zou zijn en iemand zou zeggen: “0 Heer, ik heb weer verkeerd gespeculeerd op de beurs, geeft mij a.u.b. een goede tip“.  Zoudt u dan ook niet zeggen: “Lummel, ga eerst eens werken”. En indien iemand zich tot God zou richten en zeggen: “Heer, deze kabinetsformatie is niet wat ik bedoel, dus kan het Uw wil niet zijn.” Zou u dan niet zeggen: “Hé schlemiel zoek niet zozeer naar een verhoging van je eigen inkomen. Denk ook eens aan een ander.” Toch zijn de gelovigen mensen, die denken dat zij zich precies dat kunnen permitteren. Zij zijn degenen, die menen dat God alles wel in orde maakt. Zij geloven niet dat je zelf moet groeien en zelf een bewustzijn moet vinden in je zelf, voor de wereld, voor de sferen, dat je harmonie moet weten te vinden en eenheid met al het zijnde. Zij geloven doodgewoon als ik mij maar aan een paar wetjes houd en ik ga dood, dan staat God klaar met een toverstafje en zegt: “Hup naar de rechterzijden”, waarop ze blij als een schaap in de eeuwige kudde kunnen blijven grazen zonder verder ooit een gedachte te gebruiken. Nu lijkt dat voor sommigen erg ideaal.
Het is opvallend, dat juist diezelfde gelovigen altijd zo ontzettend bang zijn voor Lucifer, de duivel. Lucifer, zoon des Lichts, viel omdat hij het niet eens was met God. Nu kunt u natuurlijk zeggen: Je moet het altijd eens zijn met God. Maar een God, die alleen maar ja broers nodig heeft, is dat nog een God? De mensen zijn bang voor Lucifer, niet omdat hij hen tot het kwade verleidt, maar omdat hij hun aansprakelijkheid geeft, omdat hij hen voor de keuze stelt. Als je geen keus hebt, dan is het Gods wil. En als je een keuze hebt en het valt verkeerd uit, dan is het de duivel. Wel een gemakkelijke oplossing, vindt u niet? Wat dat betreft, is het ook zo met de mensen die met ons contact hebben, zoals u, precies gelijk. Er zijn mensen, die geloven dat de geest het wel zal opknappen. Natuurlijk, de geest wil heus wel een keer helpen. De geest is helemaal niet te beroerd om u te wijzen waar u een boek heeft neergelegd of u eraan te herinneren dat een bepaalde weg voor u op dat moment gevaarlijk is. Zij wil u wel helpen, maar dan moet u niet van haar verwachten dat zij als u niet zelf gaat zoeken u het boek even komt brengen. Dat zou kunnen (teleportatie), maar waarom zou je het doen als geest? En als iemand met alle geweld precies midden in een verkeersongeluk wil wandelen, hoewel je hem gewaarschuwd hebt, dan laat je hem toch zijn gang gaan. Dan is het toch niet zo, dat je die mens ineens overneemt als een soort medium en naar de goede weg draagt.
De mensen denken vaak: Ach, die geest komt als een grote Meester en zal mij wel even alles leren wat ik nodig heb. De geest kan u alleen datgene leren beseffen wat er in u bestaat. Zij kan u niet iets anders geven dan wat er reeds in u aanwezig is. Zij kan u niet inwijden in geheimen, als u nog niet eens weet dat die geheimen bestaan. De geest, ook de grootste Meester, de meest persoonlijke geleidegeest kan u alleen maar helpen om uzelf te zijn. Een gelovige, die deze werkelijkheid: Ik moet leven, ik ben het die wat moet volbrengen, het is mijn zaak terzijde stelt, is in mijn ogen een dwaas. En toch vind ik aan de andere kant bij gelovigen, mogelijkheden, die zonder dit geloof niet bestaan.
Ik heb nu de negatieve kant genoemd. De gelovige is iemand, die niet zegt: Mijn zintuigen zeggen er is maar één wereld, maar die, als er een andere wereld komt daarin zoekt naar licht, naar God en die zo tot enorme mystieke belevingen kan komen. Een gelovige is iemand, die zijn gevoel van beperking weet te vergeten, omdat hij gelooft dat er een God is die hem helpt en daardoor meer presteert dan hij zelf voor mogelijk achtte, maar niet méér dan hij zelf kon doen, en dat vergeet hij dan weer.
Gelovigen zijn wonderlijke wezens. Ik vraag mij wel eens af, of alle geloof van de wereld van begin tot einde niet iets is geworden, waardoor de mens probeert aan zijn eigen wereld te ontkomen. Hij heeft daartoe de mogelijkheid, dat is waar, maar je kunt niet enerzijds in een mystieke hoog- geestelijke wereld leven zonder anderzijds met twee voeten in je wereld te staan. Je moet met twee voeten op de grond staan, ook al wordt er duizend keer gezegd dat het einde der tijden nabij is. Dat kan zijn, maar u heeft te leven in deze tijd. U moet zich niet bezighouden met wat er over honderd jaar kan gebeuren. U moet uw problemen van vandaag oplossen. U moet zich niet afvragen wat de deskundigen zeggen. U moet zich afvragen wat uw onmiddellijke mogelijkheden zijn. Alleen als de deskundigen u kunnen helpen om uw mogelijkheden beter te gebruiken, hebben zij voor u betekenis en zin. Als de medische wetenschap zover komt dat zij maanziekte kan genezen en u zit op aarde, dan heeft u er niets aan, dan heeft u meer aan een middel tegen griep. Zo moet u het bekijken.
In het geloof heb je maar al te vaak de neiging om alles te transponeren naar een hogere bestemming, een hoger doel, en dat is fout. Een geloof is iets waardoor je op deze wereld leeft. Geloof, dat is niet een eenvoudig de wereld ontkennen. Neen, dat is zien wat er in de wereld is en de dingen, waaraan je geen deel wilt hebben, terzijde schuiven om wat voor jou belangrijk is te doen.
De Boeddha (toen nog prins Siddharta) ontmoette volgens de legende een arme, een zieke etc. Hij ging toen zijn eigen weg. Dat was zijn zaak. Als hij er geen probleem in had gevonden dat hij wilde oplossen, dan had hij kunnen weglopen zover hij maar wilde, hij zou nooit een “verlichte” zijn geworden.
Wat Jezus betreft is het precies hetzelfde. Jezus was een groot Meester en een groot Leraar. Voor mijn part was hij ook nog de zoon Gods. Maar als Jezus niet bewust was gaan leven, als hij uit wat de mensen waren en wat de mensen deden niet zijn conclusies had getrokken, dan zou hij heus niets hebben betekend, dan was hij ijl en leeg geweest.
De grote Meesters en Leraren op deze wereld bewijzen hun waarde niet door de hoog geestelijke praatjes die zij houden, maar door datgene wat zij tot stand brengen. Jezus geneest, hij wekt de doden op, hij doet wonderen. Met die wonderen bewijst hij dat hetgeen hij zegt een achtergrond heeft. Hij laat het feitelijke zien. Hij zegt niet dat het zo zal zijn in de toekomst, hij laat het vandaag zien. Hij spreekt niet over een eeuwige zaligheid later, hij spreekt over het Koninkrijk Gods dat er nu is. “Nog heden zult ge met mij zijn,” zegt hij tegen één der moordenaars.
De gelovige doet precies het tegengestelde. Hij schuift alles naar een hiernamaals, naar een ander land, naar een verre sfeer of desnoods naar een leven na dit leven. Maar je leeft vandaag. De gelovige is geneigd dit te vergeten. De gelovige denkt dat een ander het wel in orde zal brengen.
Iemand, die gelooft in God, moet begrijpen dat het juist die God is, die hem hier heeft geplaatst met deze problemen en de mogelijkheid om ze op te lossen. Dat het niet je taak is om anderen te veroordelen of te leven volgens de regels die anderen goed vinden, maar dat het je taak is om net zo te leven dat je het kunt aanvaarden en dat je de problemen van je leven zo goed mogelijk zelf oplost. Dat is namelijk de ervaring die je nodig hebt, dat is de bewustwording.
Ach, het is misschien voor velen van u een beetje een praatje. U heeft het waarschijnlijk al zo vaak gehoord. Maar hoe dikwijls wijkt u zelf niet af van de werkelijkheid? Hoe vaak vergeet u zelf niet dat u met twee voetjes op de grond moet blijven staan? En hoe vaak denkt u niet: nu ja, daar zal wel een ander zijn die het voor mij doet? Daarom is het misschien nodig, dat deze dingen worden herhaald, telkenmale weer.
Als u werkelijk zou geloven, dan zou u ook moeten geloven in de zinrijkheid van alles wat u bent en van alles wat er gebeurt. U zou dan moeten geloven in de middelen, die u ter beschikking staan om alle problemen, die werkelijk van belang zijn voor u op te lossen. Dan zou u moeten geloven in uw zuiver persoonlijke weg van bewustwording. Dan zou u moeten geloven dat God datgene wat aan u wordt gegeven aan anderen niet zal worden onthouden. Dan zou u geloven in die God als de hoogste Arbiter, die meer weet dan u. Dan zou u niet proberen om uzelf als arbiter over anderen aan te stellen. Dit is misschien de grootste geestelijke waarheid, die ik u vertellen kan. Want de mensen, die denken aan karma, aan veroordeling, aan hel, aan vagevuur, aan hemel, die maken zich er allemaal gemakkelijk van af. U leeft en u zult blijven leven in deze vorm of in een andere. De problemen, die u vandaag oplost bepalen welke problemen u morgen aankunt. De harmonieën, die u vandaag vindt, bepalen welke harmonische mogelijkheden u morgen zult bezitten. Het is alles wat je vandaag doet wat morgen bepaalt. Je kunt anderen niet bestemmen of bepalen. Je kunt niet rekenen op een goddelijk ingrijpen dat wel eventjes ervoor zal zorgen dat het goed gaat. Je kunt alleen het beste doen wat je kunt. Je kunt het beste oplossen wat vandaag belangrijk is als probleem, ook als het dat gisteren niet was of morgen niet zal zijn. Je moet handelen op grond van de gegevens, die je vandaag kent, niet op grond van datgene wat je veronderstelt dat over 50 jaar waar zal zijn.
Je moet jezelf zijn met je eigen vermogens, met je eigen krachten, je eigen problemen. En dan kun je toch nog wel een gelovige zijn, maar dan een goede gelovige. Iemand, die gelooft, dat dit alles betekenis en zin heeft. Iemand, die gelooft dat niets om niets gebeurt. Iemand, die gelooft dat alle dingen tezamen tenslotte een oplossing zullen geven voor het probleem van het leven en voor de problemen, die wij nu nog dood noemen: de problemen van verandering. Dit wilde ik u op deze avond toch nog een keer zeggen.

Gedachtestroom

De gedachten van een mens zijn reeksen associaties, die van de ene associatie naar de andere overgaat. Een enkel ogenblik wordt de mens geconfronteerd met de werkelijkheid, maar dan ontstaat er kortsluiting in zijn gedachtestroom en weigert hij te erkennen wat de feiten zijn. Dat is begrijpelijk, want voor de mens zijn gedachten de mogelijkheid om de werkelijkheid, waarin hij leeft en de feiten die hij ervaart zo te interpreteren, dat het net lijkt, of hij er beter aan toe is dan hij in wezen is, dan wel dat hij meer waard is dan hij ooit zal kunnen zijn. Op deze manier vervalst de mens de werkelijkheid voor zichzelf en hij gebruikt zijn gedachten over het algemeen om van de werkelijkheid weg te lopen.
Maar op het ogenblik, dat diezelfde mens besluit zijn gedachtenstroom op de werkelijkheid te richten, blijkt dat er geen stroom van gedachten meer is, maar dat er één gedachte is, die overal en voortdurend weer opkomt en daardoor steeds één en dezelfde werkelijkheid in alle belevingen en verschijnselen naar voren brengt. Daarom is het belangrijk, dat je leert om naast het gebruik van het associatief reageren dat voor een mens vaak erg belangrijk is, je ook dat ene denkbeeldje steeds voor ogen te stellen, zodat je begrijpt welke waarde er in alle dingen gelijk aanwezig zijnde voor jou de werkelijkheid van je bestaan omschrijft.
Daarmee heb je dan volgens mij de kans om iets meer van de kosmos, van je kosmisch bestaan te beseffen (zelfs als mens), krachten daaraan te ontlenen en tenslotte misschien iets te beseffen van de ziel, die de kern is van je hele bestaan, maar die alleen, indien ze enigszins wordt beseft, je vrij kan maken uit de keten van oorzaak en gevolg, die alleen bestaat voor hen die in de waan van de tijd gevangen zitten.