Projecties uit de kosmos

uit de cursus ‘Zelfprojectie’ 1984-1985

Zelfprojectie is natuurlijk erg belangrijk. Maar u bent gelijktijdig ook onderworpen aan een aantal projecties uit de kosmos, geestelijk en stoffelijk. Deze hebben grotendeels invloed op u.

Projecties uit het planetenstelsel bv. hebben lichamelijk invloed op u, maar kunnen ook uw gemoedstoestand e.d. ongetwijfeld beïnvloeden. Daarnaast hebben wij te maken met kosmische stromingen van een meer geestelijke aard. Deze spreken in de eerste plaats uw onderbewustzijn aan natuurlijk, maar zij spreken ook uw geest en uw geestelijke voortui­gen aan. Zonder te zeggen dat u daardoor wordt bepaald in een zekere richting, mag ik toch wel opmerken dat u wordt geconditioneerd in een bepaalde richting.

Een geestelijk kosmische stroming bv. kun je vergelijken met het uitgaan van een stadion. Je kunt niet tegen de stroom in gaan. Je kunt hoogstens zijwaarts gaan, als je daarvoor gelegenheid vindt en wachten. Datzelfde krijg je met deze geestelijke stromingen. Je wordt a.h.w. in een stroomversnelling gebracht en je moet danig manoeuvre­ren om je los te maken van een overheersende tendens. Maar dat is moeilijk.

Dan zijn er de stoffelijke beïnvloedingen. De astrologen spreken van de werking van de planeten. Het is in feite de voortdurende veran­dering van de evenwichtssituatie rond de zon waardoor het geheel van de zonnestraling plus het geheel van de magnetische velden en werkin­gen rond de planeten variaties ondergaan. Uw lichaam wordt daardoor beïnvloed. Dat wil niet alleen zeggen dat u daardoor bepaalde zwakke plekken duidelijk geëtaleerd ziet of dat u wat ook mogelijk is op een gegeven ogenblik buitengewoon goed reageert. Men zegt dan: Je Mars en je Jupiter staan gunstig. Je hebt dan die lichamelijke beïnvloedingen. En die kun je beheersen, let wel, maar dan moet je wel beseffen dat ze bestaan.

Op het ogenblik dat je niet beseft dat ze bestaan of wanneer er lichamelijk emotioneel of anderszins al een beweging in een bepaalde richting gaande is, kun je ze niet weerstaan. Laat mij het heel eenvoudig zeg­gen;

U heeft bv. zwakke enkels. Normaal zou u iets voorzichtiger moeten zijn, wat beter moeten uitkijken, dan verzwikt u geen enkel. Maar nu heeft u al een gebroken been. De kans is dan heel groot dat u ondanks uw uitkijken toch een keer valt en daarbij nogmaals het been en zeer waarschijnlijk de enkel zult beschadigen. Dit kunt u in alle vormen als gelijkenis doorzetten.

Wij zijn deel van een geheel, wordt u altijd geleerd. Dat is wel waar, maar in dat geheel voelen wij ons toch een afzonderlijk stukje. En juist dat afzonderlijk zijn, brengt dan met zich mee dat we denken een volledige zelfstandigheid te bezitten. Die hebben we echter niet. Wij handelen dus alsof wij zelf kunnen beslissen. Dit betekent dat wij in situaties terecht komen die voor ons om welke reden dan ook onaan­vaardbaar zijn. En dan gaan we aan onszelf verklaren dat het op een andere manier tot stand is gekomen. Wij zijn voortdurend bezig de werke­lijkheid te vervalsen juist om dit gevoel van op bepaalde punten als het ware gestimuleerd zijn, op bepaalde punten bijna gedwongen worden te ontlopen.

Dan kunt u natuurlijk wel met zelfprojectie bezig zijn. U kunt zich bezighouden met de gevoelens die u uitstraalt. Maar als nu uw gevoelswereld op welke manier dan ook is gestimuleerd en u komt een keer een stimulans tegen in gelijke richting, wat doet u dan? Dan straalt u uit wat er in u leeft en niet wat u zo graag zou wil­len uitstralen. Dat is heel begrijpelijk.

Het hele leven op de wereld is eigenlijk een beetje geconditioneerd. Om een voorbeeld te geven, als we rekening houden met de zuiver stof­felijke tendensen, dan moet er in Nederland een crisisperiode ontstaan over een 4 à 5 maanden. Dat is bijna onvermijdelijk. Niet dat die crisis ernstige gevolgen behoeft te hebben, maar de kans dat ze die heeft, is wel groot.

Zou een dergelijke invloed geestelijk aanwezig zijn, dan moeten we aannemen, dat het grootste gedeelte van de mensen die toch niet bewust kunnen ervaren, laat staan dat ze die zouden kunnen opvangen. Zou een geestelijke invloed van diezelfde aard Nederland treffen dan zou er in Nederland werkelijk moord en doodslag uitbreken aan alle kan­ten. Dat is nu het verschil tussen de geestelijke en de stoffelijke werking, als het gaat om deze kosmische invloeden.

U leeft verder in een milieu. De meeste mensen denken aan milieu als het wereldje, waarin ze leven, dat is niet helemaal waar. Dat wereldje is ook de denkbeelden waarmee ik leef, de geloofsartike­len die ik onderschrijf de opvattingen die ik heb t.a.v. mijn medemen­sen. Die vormen ook het milieu.

Het milieu conditioneert, kunt u zeggen. Gelijktijdig heeft u een oordeel over het milieu. Dat oordeel conditioneert u nogmaals. De door­sneemens is dus tot eenzijdigheden geneigd. Die eenzijdigheden op zich­zelf zouden we nog wel kunnen verwerken. Maar als die eenzijdigheden bovendien nog gepaard gaan met een bepaalde stimulans hetzij door stoffelijk kosmische invloeden, hetzij door geestelijke invloeden. dan krijgen wij opeens iets wat rationeel schijnend dat niet meer is. Mag ik een vreemd voorbeeld geven?

Er is een bepaalde cyclus. U kunt het zelf nog wil nagaan. De eerste keer ontstond daardoor de Boerenpartij. De tweede keer ont­stond het uiterst rechtse partijtje dat alle buitenlanders het land wil uittrappen. U kunt het vreemd vinden, maar dat is gewoon zo. Gelijktijdig echter en daar moeten we ook rekening mee houden, zien we dat in de eerste periode een verscherping van de zgn. politieke polari­satie plaatsvindt, maar dat gelijktijdig de tendens van samenwerking in de kerk wordt vervangen door een toenemende behoefte aan orthodoxie.

In diezelfde periode namelijk krijgt het St. Michiels Legioen in de katho­lieke kerk veel stemmen en indirect beginnen de invloeden in Rome te werken.

In het tweede geval kunnen we zeggen: Kijk naar de kerk, De kerk begint met een stel benoemingen en maatregelen die in feite de oude tradities van een betrekkelijk vrij geloof in Nederland de kop in­drukken en gelijktijdig de oecumene, die nog steeds wordt gepredikt, eigenlijk onmogelijk maakt. Dan kunt u zeggen: Dat is de schuld van de Paus of van bisschop Gijzen, ook iemand die zo buitengewoon populair wordt gevonden. Misschien geeft men nog een ander de schuld.

Die mensen zijn de exponenten van zoiets. Het is niet alleen deze ene mens die dat veroorzaakt. Het is een hele golf die dat veroorzaakt. Naar gelang dat die mensen een gezagspositie hebben of zichzelf zien als gezagsdragers, is de kans groot dat, als die tendens ophoudt, zij hun eigen houding proberen te continueren om zich in de ogen van anderen niet te desavouereren. Dat is alleen in Nederland al te constateren. Wij kunnen dat ook elders zien.

Het is helemaal geen toeval dat wij gelijktijdig veranderingen zien in de Ver. Staten (Reagan), Engeland (Tatcher), maar ook regeringsop­vattingen in China. Een machtsstrijd die nu eindelijk langzaam uitkristal­liseert in een beleidsverandering met Rusland. Ook een verandering van politieke en emotionele samenstelling in Frank­rijk. In Duitsland eveneens een verschuiving van belangenpartijen. Het gebeurt allemaal gelijktijdig. Nu heb ik het alleen nog maar over de dingen die u zuiver stoffelijk kunt waarnemen. Als ik alle geestelijke zaken er ook nog bij zou halen, dan zou ik moeten komen met voorbeelden die u nog veel minder kunt begrijpen.

Is het dan een wonder dat terrorisme in bepaalde golven optreedt? Want hier hebben wij te maken met een bepaalde stimulans die voor drie­kwart geestelijk is. Het is namelijk een gevoelswereld die overhoop wordt gegooid en waaruit allerlei reacties voortkomen. Gaat u het maar na: terrorisme komt voor in golven met ongeveer 3 jarige tussenpozen. In die driejarige tussenpozen zijn ze weer afhankelijk van een zonne­ritme, maar ook van een geestelijk ritme dat eigenlijk ongeveer om de 2 jaar en 9 maanden pleegt op te treden. Het is een betrekkelijk zwak si­gnaal, maar zijn de andere omstandigheden gunstig dan dringt het door en brengt het allerlei reacties teweeg.

Als u gaat kijken naar revolutionaire bewegingen en u kijkt de ge­schiedenis daarop na, dan moogt u kijken naar de opstand der edelen te­gen Floris V hier te lande als naar de Bundesschuh in Duitsland enz, de strijd van de Rozen in Engeland. Als u ze allemaal in tijd stelt dan blijkt er een soort ritme in te zitten.

Er zijn bepaalde vaste perioden waarin zoiets waarschijnlijk is. Crisisverschijnselen komen met vaste tussenpozen door. Ze kunnen door de huidige beleidsvoering voor een deel onderdrukt, d.w.z. uitgesmeerd worden over een langere periode, maar ze zijn onmiskenbaar en ze blijven komen. Hoe langer je ze uitsmeert, hoe groter de kans is dat het staar­tje van de ene crisis wordt versterkt door de volgende. Maar dat snap­pen de mensen gewoon niet.

Met dit alles wil ik alleen maar duidelijk maken beste mensen: u bent niet alleen maar aangewezen op uw innerlijk zonder meer. Ja als u geheel één kunt zijn in uzelf, dan zijn de andere invloeden te verwaarlo­zen, omdat u innerlijk een veel grotere kracht en een veel grotere sterk­te heeft. Waar dat echter niet het geval is daar wordt u veel sterker beïnvloed door al dat andere dan u zou denken.

Vergeef mij dat ik het zeg, maar als er een zeer negatieve invloed van geestelijke aard hier doordringt, dan reageert u emotioneel. Dan geeft u de hond een schop wat u anders nooit zou doen en als hij u in een reactie bijt, bent u in staat om hem te doden. Dat is heel gewoon. Alleen, u beheerst het niet. En dat is nu een situatie waarmee we dus rekening mee moeten houden, ook als we met onze geestelijke oefeningen onze pogingen om geestelijk vooruit te komen bezig zijn.

Kijk, wij kunnen wel geestelijk vooruit komen, maar er zijn ogenblik­ken dat we passen op de plaats moeten maken. Wij kunnen ons wel een be­paalde trant van leven aanwennen en die een lange tijd blijven volhouden maar er komt altijd weer een ogenblik dat we ons niet verder kunnen ont­wikkelen, dat we alleen maar even moeten blijven stilstaan en heel voor­zichtig zijn.

Mensen denken heel graag in evolutionaire tendensen ook ten aan­zien van zichzelf. Maar een evolutie is niet een geleidelijk proces; het gaat met horten en stoten. Een geestelijke evolutie van een mens is precies hetzelfde. Daar hebben we trouwens verscheidene malen over gesproken

De invloeden waarover ik nu spreek hebben wel degelijk te maken met plotselinge veranderingen, ook in uzelf. Dan ziet u ineens de hele we­reld en de dingen geheel anders. Als u dit geestelijk positief kunt ver­werken, wordt u sterker. Als u het niet kunt verwerken, dan spijt het ons, maar dan zult u een tijdje moeten wachten en opkomen voor herhalingsoefeningen. Menige reïncarnatie is niet alleen het resultaat van gebrek aan bewustwording tijdens een stoffelijk leven. Het is gewoon een falen in het overwinnen van de andere impulsen. Men heeft zijn innerlijke evenwich­tigheid verloren en daardoor is men niet meer in staat tot verder gaan.

Eén van de belangrijke dingen in het menselijk bestaan is daarom ook een mate van beheersing. Je moet weten op welk punt je even moet stil staan. Dat is echt waar. Anders gezegd: Je moet weten op welk ogenblik je beter je mond kunt houden en op welk ogenblik je beter kunt spreken. De mensen weten dat niet altijd. Integendeel, ik heb soms het idee dat ze meer gevoel hebben voor het verkeerde moment van spreken, als je zo hoort wat er overal wordt uitgekraamd.

Een geestelijke bewustwording hanteren, is steeds terugkeren naar die innerlijke sereniteit. Als je dan naar buiten komt, heb je natuur­lijk te maken met alle impulsen die van buitenaf komen en die je ook conditioneren. Maar dan herken je uit die innerlijke rust: deze passen er niet bij. Dan ga je een stapje opzij en wacht je tot het gedrang voor­bij is. Dan oordeel je niet meer over anderen in de zin van dat ze dat nu moeten doen. Dan denk je: Hé, ik heb zelf die impulsen, laat mij eens even uitkijken. Die anderen hebben die impulsen ook. Wacht even, ik kan nu beter voorzichtig zijn. En dan kunnen we later weer gewoon verder gaan.

De geestelijke evolutie is dus een wisselproces. Ze is eigenlijk afwisselend een uitbreiding van bewustzijn (dat is meer dan weten) en een zelfbeheersing waardoor de innerlijke rust kan worden bewaard on­danks uiterlijke, verstorende omstandigheden.

Als je dat nu in de gaten hebt, dan heb je eigenlijk iets geleerd dat de zelfprojectie, waarover de hele cursus is gegaan, beter mogelijk maakt. Je hebt ook iets geleerd waardoor je in je eigen leven al die conflictstof die bijna onvermijdelijk in elk leven bestaat, grotendeels kunt vermijden. Dan kun je vermijden dat er brokken komen.

Hoe vaak zie je tegenwoordig niet dat een echtpaar werkelijk van elkaar houdt. Dan komt er zo’n invloed en op dat moment kan geen van beiden z’n mond houden. Er volgen nog een paar klappen en dan echtschei­ding. Een jaar later komen ze toch weer bij elkaar. Dat is natuurlijk non­sens, maar het is onvermijdelijk als je niet die innerlijke rust, die reser­ve hebt. Die reserve heb je nodig. Daarom moeten we uit die kosmische tendensen ook nog iets anders leren.

Er zijn planetaire invloeden die gunstig zijn, zoals dat heet. Van die invloeden maken we stoffelijk gebruik om de dingen te doen die noodzakelijk gedaan moeten worden en dan gaat het beter. Er zijn echter perioden dat we ons geestelijk moe gevoelen. Zonder reden. Je bent li­chamelijk geweldig vitaal, maar als iemand voorstelt: laten we eens luisteren naar Sibelius bv., dan zegt hij: Neen, nou niet. Geef mij maar: Marie vrijt met een huzaar. Dat vind ik op dit ogenblik beter.

Als je dergelijke symptomen bij jezelf ontdekt of ontdekt dat je zeeft eenzijdig bezig bent, dan is er heel waarschijnlijk een kosmische invloed. Door gewoon te erkennen aan je eigen verandering van gedrag, dat er kosmisch een geestelijke invloed op je inwerkt, kun je die invloed eveneens gebruiken. Zo goed als je die stoffelijke invloed kunt gebruiken om op de goede ogenblikken de juiste dingen te doen. Zoals je gebruik kunt maken van de biofeedback, van de gunstige en ongunstige perioden in zowel je mentale peil als in je stoffelijk licha­melijke peil. Zo zul je ook moeten leren om van die geestelijke impulsen, waar je ze herkent, gebruik te maken.

Wanneer zo’n impuls optreedt, dan moet ik datgene doen wat door die impuls mogelijk wordt gemaakt. Ik moet mij dan onthouden van alle dingen welke door die impuls eigenlijk tot een tegenstelling worden. Dan ben je meester van je wereld.

Mensen zijn voor een groot gedeelte slaven van de omstandigheden. Maar die slavernij komt omdat men geen rekening houdt met de bindingen die zijn ontstaan. Houdt men daarmee rekening, dan kan men grotendeels daaraan ontkomen. Houdt men daar geen rekening mee, dan beklaagt men zich over gevolgen die men in feite zelf heeft veroorzaakt.

Als u dat nu allemaal onthoudt, ben ik er zeker van dat u eens gaat kijken wat heb ik nu voor een bui? Maar dan moet u niet doen als de man die geeuwt en zegt. O, ik geeuw, dus ik ben moe. U moet zeggen: Ik heb zuurstofgebrek, daarom geeuw ik. U moet ook nog begrijpen waarom u reageert.

U heeft dan hier de mogelijkheid om uw bewustwording eigenlijk con­tinu voort te zetten. Zeker, met rustpauzen, met veranderingen van ma­nier van werken of van leven en beseffen, maar u kunt verder gaan.

Houdt u er geen rekening mee, dan zult u merken dat u heel vaak in­eens een klap op de kop krijgt juist op het moment dat u dat niet ver­wacht heeft. Daardoor komt u in een reactiepatroon terecht dat daarom strijdig is met de kern van uw wezen.

Hiermee heb ik nog een paar punten gesteld die interessant zijn.

Ik hoop, dat u in de cursus een aantal dingen heeft geleerd die voor u van belang zijn. Ik hoop ook, dat u voor uzelf niet het gevoel heeft dat u uw tijd nutteloos heeft besteed.

Daarnaast hoop ik, dat u zich van hetgeen is geleerd niet laat afbrengen, als er nu toevallig iets gebeurt dat er niet bij past. Als u tolerantie heeft voor anderen, dan zult u over het algemeen voor uzelf beter uitkomen. En als u begrip heeft voor uzelf, zult u daaruit ook begrip kunnen vinden voor anderen. Het is dat wat de basis is van harmonie. Een harmonie die je in jezelf weet te vinden en te be­houden, is de bron van elke samenwerking die een kosmisch aspect heeft.

Een dirigent

Een dirigent is een man, die de maat slaat voor een orkest dat toch al weet hoe het moet spelen, maar gelijktijdig kan hij door zijn aanvoelen van de muziek, de musici ertoe brengen meer te zijn en zo als het ware meer te geven dan ze zonder dat zouden doen. Dat is wel heel zonderling.

Heel veel mensen willen dirigent zijn in het leven. Zij dirigeren de economie, de politiek, de kerkelijke gezinden, het sectarisme en al wat dies meer zij.

Een dirigent echter kan alleen maar werkelijk dirigent zijn, als hij het in zichzelf beleeft; als hij niet alleen werkt met opvattingen, maar in feite met gevoelens. Als hij die gevoelens kan overdragen aan anderen en daardoor het orkest kan maken tot een eenheid die het verlengstuk wordt, niet van zijn persoonlijkheid, maar van zijn gevoelens of aan zoals men deftig zegt zijn interpretatie.

Misschien is God de enige werkelijke dirigent. Hij is degene die alle dingen doet samengaan. Maar als de orkestleden niet op de diri­gent letten, terwijl anderen het wel doen, dan loopt het mis. En als er niemand op de dirigent let, dan zou hij er net zo goed niet kunnen zijn. Wat overblijft lijkt dan misschien nog wel wat, maar het is zeker niet wat het had kunnen zijn.

Als wij beseffen, dat alles in het bestaan zinrijk moet samengaan met alle werelden en alle sferen, dan moeten wij ook een beetje letten op de kracht welke die eenheid a.h.w. voortbrengt en vanuit zich vorm geeft.

Als wij het gevoel, dat de Schepper in ons wekt, doordat Hij het zelf is, kunnen begrijpen, dan zullen wij in het leven onze partij spe­len op de meest juiste wijze. En dan zullen wij worden gedragen naar een peil van musiceren of van leven die ver te boven gaat aan datgene wat we zonder die leiding ooit tot stand zouden kunnen brengen. Daarom zeg ik:

Wees niet bang voor een dirigent, maar begrijp dat het niet gaat om redeneringen en interpretaties, maar om een overdracht van een ge­voel waardoor men gezamenlijk kan uitdrukken wat in die eenling mis­schien bestaat, maar wat alleen door de veelheid kan worden waargemaakt.

Compromis

Een compromis is eigenlijk niets. Want waar je tegendelen met elkaar verenigt zonder meer, daar ontstaat een punt voor de toekom­stige strijd en daar zaai je in de overeenkomst alweer onenigheid die la­ter komt. Een compromis heeft weinig zin.

Een compromis soms met het lot. Een compromis met medemensen. Een compromis met God. Het heeft weinig zin. Het is aanvaarden, ver­werken en dan samengaan. Niet op grond van overeenkomst, maar op grond van werkelijk begrijpen, werkelijk verstaan. Als je dat zoekt en dat wil bereiken, dan moet je ook niet naar jezelf zien. Of zeg­gen: Ik doe dit in naam van de Schepper die ik met mijn wezen uit­voerig zo dien.

Dan moet je niet zeggen: Wij moeten besluiten. Wij geven wat en een ander geeft wat. Dan moet je gewoon zeggen: Wij moeten begrijpen.

Een compromis is juist onbegrip. Maar waar begrijpen is, daar is een werkelijk en bewust ook wel volledig samengaan. Dan is er geen geschilpunt meer. Dan hebben beiden dat gedaan wat voor hun eigen weten juist is, wat voor hun eigen wezen spreekt. Geen van hen doet meer naar buiten of het goed is, terwijl hij in zichzelf over het be­reikte de staf weer breekt.

Neen, een compromis met God, met geesten, met mensen soms of tussen staat en staat. Vergeet het maar. Dat zijn de bronnen van on­begrip en strijd en haat ook onder het uiterlijk begraven. Want als er een ding zeker is: het compromis, dat is verrotting die woekert on­der nieuw vernis.

Heeft u het begrepen?