Projecties van menselijke krachten

uit de cursus ‘ Menselijke krachten ‘ ( hoofdstuk 7 ) – april 1979

In de mens leven verschillende vormen van kracht die alle kunnen worden herleid tot een oerkracht. Als een mens kracht projecteert, dan kan die kracht alléén worden geprojecteerd in overeenstemming met datgene wat hij uit de oerkracht kan ontlenen plus het beeld (de gerichtheid) die hij vanuit zichzelf tot stand kan brengen.
Het lijkt misschien wat eenvoudig als je het zo zegt. Maar een mens leeft nu eenmaal in een voorstellingswereld. Dat betekent, dat u niet willekeurig krachten kunt gaan uitzenden, want de betekenis daarvan is in uw eigen wereld te beperkt. U kunt de krachten natuurlijk richten volgens kosmische principes. Maar als u deze niet beseft, dan zult u ook daarmede weinig succes hebben, vrees ik. Laten wij dus proberen in de eerste plaats na te gaan op welke wijze de voorstelling van de projectie noodzakelijk is.
Indien u een voorstelling heeft van hetgeen u in de geest wilt doen en u kunt dit beeld reëel genoeg maken en daaraan het beeld van een bepaalde persoon verbinden, dan zal die kracht optreden en werken volgens de voorstelling van de eigen activiteit die u heeft ontworpen. Laten wij het eenvoudig stellen en een tikje overdreven.
U stelt zich voor dat u wit licht heeft. Vervolgens stelt u zich voor dat u iemand met een hamer op het hoofd slaat. Dan zal het licht dat u gebruikt de ander treffen en de kans dat hij hoofdpijn krijgt is groot. U kunt het natuurlijk omdraaien. U kunt zeggen: Ik wil een mens levenskracht geven. Wat ziet u als een symbool van levenskracht? Voor de een is het misschien de herrezen Jezus. Voor een tweede is het het gouden licht. Voor een derde misschien de een of andere figuur die daarmee speciaal belast is. Het geeft niet welke voorstelling u kiest, mits u zelf daarin gelooft en de betekenis daarvan kent.
U kiest deze figuur, deze werking of kracht. U neemt de voorstelling voor ogen van iemand die u daarmee wilt beroeren. U stelt zich dan voor wat er volgens uw wil gebeurt. Het wonderlijke resultaat is, dat datgene wat u in gedachten doet elders kenbaar wordt.
Dit zijn natuurlijk, projecties op aarde. Ik heb hierbij gedacht aan het genezen van patiënten, aan het benaderen van mensen via telepathische weg. Maar stel nu dat je datzelfde wilt doen met de geest.
Een mens kan zich een sfeer of wereld van de geest niet helemaal voorstellen. Hoe ze werkelijk is, namelijk, kan hij niet verwerken, omdat zijn hersens daarvoor niet voldoende referentiemogelijkheden bezitten. U neemt dan eenvoudig een voorstelling van uw hemel, van Zomerland of van het vagevuur als u daarin interesse heeft of van iets anders. Wanneer u zich de sfeer voldoende heeft opgebouwd en u stelt zich voor dat u spreekt tot een gestalte daarin, dan is de kans groot dat een reëel contact wordt bereikt ongeveer 1 op 5. Dat wil dus zeggen dat u op deze manier contacten met werelden en sferen kunt maken.
Een geestelijke wereld echter heeft ook inhouden die een mens niet zo gemakkelijk overziet. Stel b.v. dat een algemeen beeld van de toekomst bereikbaar is in een sfeer van licht en u juist hierin niet meer weet welke kant u uit moet. Stel u dan in op die sfeer. Probeer in die voorstelling een figuur, een gedaante te vinden die u kunt aanspreken. Vraag een antwoord op uw belangrijk probleem. Het antwoord dat u krijgt is niet betrouwbaar in tijd. Onthoudt U dat goed. Het is wel betrouwbaar in ontwikkeling. Als u b.v. in uw gedachten mee terugbrengt dat zo iemand heeft gezegd: “Over 7 weken komt er een verkeersverlamming en moet u grote omwegen gaan maken,” dan staat het dus niet vast dat dat over 7 weken zal geschieden. Dat kan ook over 7 uur, 7 dagen, 7 maanden zijn. Het getal 7 zal echter een rol spelen, maar dat kunt u niet nagaan. Wel is zeker, dat u in uw contact op aarde met bepaalde punten gestoord zult worden. Rekening houdend met het feit dat die storing kan optreden, kunt u vele voorzorgen treffen waardoor de gevolgen daarvan niet te rampzalig voor u worden.
U ziet het, projectie is eigenlijk een soort spel. Een spel waarmee je de krachten van de werkelijkheid in een fantasiewereld brengt om daardoor vanuit die fantasiewereld de werkelijkheid weer te laten spreken.
Nu is het niet altijd zo, dat u alléén met mensen te maken heeft. U kent allemaal de verhalen over engelen, demonen en al die krachten en geesten die rondzweven. U kunt met deze krachten wel degelijk contact opnemen. Maar dan moet u weten wat de eigenschappen van die krachten zijn volgens uw besef. Er moet een voorstelling van zijn. U kunt dan uw denken projecteren. Dit is geen uittreding. Het is eerder een soort telepathisch contact. U krijgt dan reacties en antwoorden. Deze zijn nimmer betrouwbaar in tijd, nogmaals. In hun ruimtelijke aanduidingen zijn ze slechts ongeveer betrouwbaar. Maar ze zijn wel betrouwbaar – en dat is toch heel belangrijk – t.a.v. de inhoud.
De tendensen welke in de sferen kenbaar zijn, kunnen worden afgelezen, mits wij in staat zijn een deel van onze krachten te projecteren in een voorstelling waarin een sfeer of wereld ons bewustzijn kan benaderen.
Nu begrijpt u wel, dat die projectie ook bepaalde moeilijkheden kent. Laat mij een typisch voorbeeld geven: U heeft met een hamer op een vinger geslagen. Daarna slaat die vinger terug met elke uitslag. De pijn kunt u niet verdrijven door te zeggen: Ik wil deze pijn uitschakelen. Pas op het ogenblik, dat u de vinger kunt zien als een afzonderlijk, een apart staand deel van het “ik”, dat van buitenaf kan worden benaderd, kunt u uw kracht daarop richten. Dan is het mogelijk die kracht zodanig te richten dat de pijnsignalen worden onderdrukt en dat ook de genezing, aanmerkelijk sneller verloopt. Dat is typerend. U kunt dus uzelf wel genezen, maar alléén in zoverre dat u de delen, die u zelf benadert, voor het ogenblik niet beschouwt als deel van uzelf. U moet ze a.h.w. buiten uw werkelijke “ik” plaatsen.
Een mens heeft mogelijkheden te over, natuurlijk. Want een projectie van vermogens kan net zo goed plaatsvinden van hier naar Moskou of Peking, als u daar aardigheid in heeft of Kampala als u van rumoer houdt. Nogmaals, dit is dan geen uittreding. Uittreding is iets anders.
Het proces van de projectie kan zonder de uitschakeling van het stoffelijk bewustzijn tot stand komen. Bij een uittreding moet je het later terugbrengen, en dat heeft bepaalde moeilijkheden. Zeker, de uittreding kan veel omvattender zijn dan een projectie ooit mogelijk is. Maar ik kan waakbewust werken. Dat wil zeggen: het gehele spel van de projectie kan onmiddellijk worden geëvalueerd in mijn denken. Het kan vanuit mijn denken en herinnering worden geregistreerd. Het kan eventueel gemoduleerd, dus aangepast worden.
Daarom is projectie voor velen zo belangrijk.
U kunt zeggen: Ik wil weten wat er gaande is in Moskou. Dan denkt u aan Moskou. U stelt zich voor dat er van u een straal uitgaat. Geef die een kleur, b.v. groen. Rood is voor Moskou te opvallend. Die groene straal zoekt dan geloofservaringen. Dat is het enige waarop ze kan antwoorden. Als er nu geloofszaken zijn, maar ook geloofsproblemen of conflicten waar geloof bij betrokken is, dan komt dat terug als gevoelens, als gedachten. Er ontstaat dan in u een beeld dat aardig dicht bij de werkelijkheid staat.
U kunt het ook omkeren. Ik zou u dan de raad willen geven om dat niet onmiddellijk naar Moskou of Peking te doen. Ik kan een straal licht uitzenden die is gebaseerd op mijn eigen vermogen. Wil ik daarmee een bevel overbrengen, laat mij dan maar uitgaan van wit licht. Wil ik daarmee in de eerste plaats kracht overbrengen, dan baseer ik mij op goud of geel licht. Wil ik emotionele uitwisseling of aflezing tot stand brengen, dan denk ik in helder rood.
Als u nu denkt aan die wereld of aan een plaats en u krijgt voor uw gevoel contact met een persoon daar, dan wil dat niet zeggen dat de gestalte van die figuur zoals u zich die plotseling kunt voorstellen echt is. Het kan heel goed fantasie zijn. Die figuur komt op een gegeven ogenblik tot een mate van zelfstandigheid, zij reageert, maar niet alléén volgens datgene wat u erin legt. Opdat ogenblik kunt u een kracht naar de ander toezenden. Degene die dan achter die gestalte verborgen is, die daarachter a.h.w. gecamoufleerd staat in de werkelijkheid, zal die kracht ontvangen. Dat kan een bevel zijn, dat dan werkt als een zeer sterke suggestie. Dat kan een energie zijn die iemand misschien nodig zou kunnen hebben. Het kan zelfs de behoefte zijn om een bepaalde vraag te beantwoorden, of om een bepaalde uiting tot stand brengen. U kunt op een afstand een medemens in zijn gedrag beïnvloeden, niet bepalen maar beïnvloeden. Elke mens heeft die mogelijkheden.
Projectie van energie, projectie van gedachten zijn allemaal zaken waaraan de doorsnee mens een beetje voorbijloopt. Hij stelt het zich voor als wel mogelijk, maar niet voor mij. Maar u leeft in de wereld. Als u een kennis heeft die u wilt helpen en hij is niet in de buurt en u bent niet in staat om naar hem toe te gaan, dan kunt u denken aan die kennis, uw kracht projecteren en daarmee een resultaat bereiken die misschien zelfs nog beter is dan als u er zelf heen zoudt gaan en daardoor teveel afgeleid zoudt worden van het probleem.
Als u een medemens wilt afremmen, kunt u dat doen. De suggestie, die u uitzendt met de straal erbij, zal veel eerder doorwerken in die medemens dan uw argumenten, want uw argumenten die direct worden geuit, wekken altijd verzet. Er zijn heel veel mensen die het toch doen, omdat een ander heeft gezegd dat ze het niet moeten doen. In dit geval is het echter een beïnvloeding van het bewustzijn. Het komt uit de persoon, uit zijn eigen besef. Hij zal dus gemakkelijker responderen. Je kunt je relatie tot de mensen voor een groot deel bepalen door de uitzending van gedachten. Je kunt er heel veel mee tot stand brengen. Maar dan moet je ook begrijpen dat een projectie alléén goed is, indien de projector goed functioneert.
In dit laatste deel van deze les zou ik graag de projector in ogenschouw willen nemen.
Het eerste vereiste is: concentratie. Een juiste projectie van een kracht is alléén mogelijk, indien een deel van het “ik” zodanig op die kracht is ingesteld dat zij wordt gebundeld door haar hoogste intensiteit volgens eigen besef. Leer u concentreren. Concentratie is niet het gevolg van oefeningen, ook al kunnen die ertoe bijdragen. Concentratie is de eigenschap om op één ogenblik maar aan één ding tegelijk te denken. Als u die eigenschap bezit, kunt u met projectie al veel bereiken.
In de tweede plaats: Een projector heeft licht nodig. Een mens, die geen geloof hecht aan het licht dat in hem leeft, zal nooit iets kunnen projecteren. Hoe meer u gelooft in het licht in u, des te meer kunt u aan dat licht ontlenen, des te scherper en omvattender de projectie zal zijn. Richt u dus intens op uw eigen beeld van licht voordat u zich concentreert op een bepaald doel. Stel u die kracht zo intens mogelijk voor. Probeer haar te visualiseren. Probeer haar te horen, te voelen desnoods. Pas, op dat ogenblik heeft u een voldoende intensiteit om met zekerheid te kunnen zeggen: Ik kan mijn projectie met goed gevolg volbrengen.
Een denkbeeld, dat door mij wordt geprojecteerd of het nu genezend, suggestief of wat anders is staat tussen het licht waarin ik geloof en de concentratie waarmee ik uitzend. Dat wil zeggen, dat ik voortdurend de relatie van het licht en de voorstelling, die ik ontwerp moet blijven beseffen en dat ik mij moet concentreren op het doel.
Het lijkt alsof dit verschillende processen zijn. Ik kan mij voorstellen dat een mens zegt: Ja, erg aardig, maar hoe doe je zoiets? Je moet zoveel tegelijk doen.
Wanneer u begint met oefenen, werk fase na fase af. Bent u eenmaal zover -dat u weet wat u doet – ga dan niet meer fase na fase opbouwen, doch ga eenvoudig uit van licht en doel. De andere processen zullen automatisch optreden, indien u dat vele malen heeft gedaan. In het begin heeft u die verschillende fasen nodig.
In de derde plaats: Geen enkele projector zal een beeld geven, als er geen beeldscherm is. Mijn doel moet voor mij niet slechts de ontvanger zijn. Het moet iets zijn wat ik manipuleer, waarop ik nu met mijn besef de lijnen teken die daarin of daarop kenbaar zullen worden.
Als u zich bezighoudt met een ander, dan moet u zich voorstellen wat er gebeurt. Niet omdat het dan feitelijk gebeurt, maar omdat u alléén. op die manier de geprojecteerde krachten op de juiste manier gebruikt. B.v.: Als u weet dat iemand grote moeilijkheden heeft met een verstopte neus, dan moet u zich voorstellen dat u gewoon een soort geestelijke pijpenreiniger door de neuskanalen haalt. Dat klinkt natuurlijk krankzinnig, maar daardoor heeft u wel precies gezegd wat u wilt bereiken. De kans is dan groot dat u inderdaad resultaat krijgt. U heeft nu op het projectiedoek voor degene die u wilt bereiken en helpen het beeld van het gebeuren getekend. Vergeet niet dat daardoor in de persoon zelf diens eigen kracht (levenskracht) en de instelling mede worden beïnvloed. Als u probeert om een werking in een ander tot stand te brengen, dan moet u dat zo doen dat zijn eigen krachtsverhoudingen en mogelijkheden daaraan zoveel mogelijk meewerken. Wie tegen de persoonlijkheid van een ander ingaat, zal vaak spanningen wekken en zelden resultaat verkrijgen.
Heel veel mensen denken: ze zijn heel mooi al die projecties. We zullen er wel eens wat mee gaan doen. Maar dat moeten we dan a.h.w. de wereld opleggen.
Neen. Het gaat niet om iets wat u de wereld, de werkelijkheid oplegt.
Het gaat om een soort parallel met de werkelijkheid die u in uzelf opbouwt.
Projectie is een kwestie van dromen en fantaseren, niet van wetenschap. Het is een mengsel van zelfvertrouwen, geloof en werkzaamheid en niet een omschrijfbaar aantal formules. Elke mens moet uitgaan van zichzelf, van zijn eigen wezen, zijn eigen denken, zijn eigen behoefte. Pas dan zal hij door zichzelf te aanvaarden zoals hij is en zich niet te willen aanpassen aan een ideaal – de krachten die voor hem bereikbaar zijn en in hem mogelijk zijn – op de juiste wijze kunnen projecteren. Hoe meer u verandert aan uzelf op het moment dat u bezig bent met projectie, hoe meer u van de kracht die moet worden geprojecteerd, gebruikt om veranderingen in u tot stand te brengen die zeer waarschijnlijk onbelangrijk zijn. Realiseer u dat.
U moet niet zeggen: Als ik geestelijke kracht ga projecteren, dan moet ik eerst een ideale mens zijn. Het zou prettig zijn, als u er een zou zijn, maar die kans is nog veel kleiner dan de geschatte kans voor een explosie van een kerncentrale. Dat wil zeggen, dat de geschatte kans wel heel gering is.
Wij hebben te maken met de onredelijke of bovenredelijke wereld. Die bovenredelijke of onredelijke wereld slaat terug in de redelijke wereld. Ons eigen gedrag, ons eigen denken, ons eigen beleven zal mede worden bepaald door datgene wat wij projecteren in anderen. Dat is zeker waar. Omgekeerd zullen wij worden beïnvloed door hetgeen anderen in ons projecteren. Dat is ook waar. Maar indien wij uitgaan van de kracht, van het oerlicht, van onszelf door onszelf te kunnen aanvaarden, dan is al het andere bijkomstig.
Alle projectie is gebaseerd op harmonie. Alle harmonie is gebaseerd op aanvaarding. Alle aanvaarding is de erkenning van de veelvoudigheid van waarden, mogelijkheden, vormen en invloeden zonder tussen deze een keuze te doen. Voor uzelf zult u die keuze op aarde altijd maken. In de geest moet u het niet doen. Zoek gewoon naar de lichtende werkelijkheid die in u bestaat en vraag u niet af hoe ze zich uit, mits u het gevoel heeft dat ze zich uit. De uiting is het belangrijkst.
Projectie is uiting. Uiting kan alléén worden bereikt -onthoudt u dat goed! – indien u de kracht projecteert in de aanvaarding van het bestaande en richt op een verandering van het erkende.
Ik ben zo vrij geweest om het onderwerp enigszins te bekorten, omdat ik het gevoel heb dat de stemmiddelen waarover ik beschik onvoldoende zijn om alles duidelijk te zeggen. Vergeef mij, als het daardoor misschien wat kort in details is geworden, maar zoals men zegt men moet roeien met de riemen die men heeft.

De balansen tussen licht en duister

Er zijn altijd evenwichten te vinden in de kosmos. Die evenwichten zijn zodanig dat de totale waarde altijd precies dezelfde blijft. Om het eenvoudig te zeggen. Ik kan 20 duister hebben en dan moet ik 80 licht hebben, want het moet 100 worden. Ik kan het ook omdraaien 80 duister en 20 licht. Die waardering komt van mijzelf, het is mijn eigen standpunt.
Er zijn geen lichte en duistere werelden in de zin van absolute werelden, zelfs niet zo half absoluut als de stoffelijke wereld is. Licht en duister is een verdeling die wijzelf tot stand brengen. Wij kunnen echter nooit iets aan de totale waarde veranderen. Wij leven namelijk in ons eigen wereldje, deel van onze persoonlijke schepping waarin nu eenmaal het geheel van onze mogelijkheden voor zover beseft mede tot uiting moet kunnen komen. Als je dat zo zegt of je nu van licht of van duister uitgaat dan begrijp je wel dat de mogelijkheden gelijk moeten blijven. Dan is alléén de waardering in mijzelf een andere. Dat kan aardige consequenties hebben.
Er was eens een heel goede god, die o.a. Fo Hi heette. Hij gaf overal de mensen hulp en steun, totdat hij bij een trappistenpater terecht kwam. Deze trappistenpater wist: wat geen christelijke engel is of een heilige, dat is een duivel. Dus werd Fo hi voor hem een duivel. Het goede dat Fo Hi voor hem deed, werd demonisch, somber. En als gevolg daarvan leefde het patertje dus in een wereld waarin de god van de ander voor hem de demon was die hem kwelde. Dit is een krankzinnig voorbeeld natuurlijk, maar zo maak je zelf veel uit t.a.v. alles wat je in de sferen beleeft en alle contacten die je hebt.
U leeft in een wereld waarin licht en duister in feite fifty fifty zouden moeten zijn. Je kunt namelijk niet leven zonder het duistere, omdat je anders het lichte niet voortdurend kunt beseffen en omgekeerd. Maar als u nu toevallig vindt dat de wereld, helemaal niet deugt en u zit steeds te urmen over alles wat slecht is in de wereld, dan moet u eens zien, de wereld wordt steeds duisterder. Al die lichtende voorbeelden, die u uit het verleden of van elders heeft opgedoken, komen veel minder voor. Dat zijn geconcentreerde lichtstipje aan de grens van het mogelijke. Als u dit gaat begrijpen, dan zult u ook in uw contacten met de verschillende sferen een beetje anders gaan reageren.
Het is natuurlijk erg vervelend, wanneer er iemand aankomt die zegt: Ha, ha, jij bent verdoemd. Aangenomen dat er een idioot is die zoiets zou zeggen. Maar dan zegt u: Nou, dat zal gezellig worden met ons beiden. Dan zitten jullie ineens in het licht in plaats van in het duister. Zo ver gaat dat.
Demonen zijn krachten die door onszelf tot demonen worden gemaakt. Engelen zijn krachten die door onszelf tot lichtende wezens worden gemaakt. Misschien begrijpt u dit niet precies. Maar kunt u zich voorstellen, dat een gevleugeld wezen met heiligenkrans, gevouwen handen en dat niets anders zegt dan: “Halleluja, leeft de Heer,” op den duur een ontzettend vervelend kreng kan worden? Als u dat begrijpt, dan is die engel dus niet een echte engel. Het is een voorstelling van iets wat op den duur meer demonisch is dan wat anders.
Als u eens tegenover een duiveltje komt te staan, dan heeft dit duiveltje misschien heel goede ideeën. Natuurlijk, het heeft ‘n staartje en z’n bokspootjes en al die andere attribuutjes, want zo denkt men aan dat wezen. Hij zegt u: Kijk, als u het zo doet, dan gaat het beter. Als u het zo doet, dun kunt u een ander helpen. Pas op, want daar zit gevaar! Zou u die dan niet eerder een engel noemen dan die vrome halleluja prevelaar? Ja, dat is nu eenmaal een voorstelling die de mensen hebben.
Wanneer u in een duistere wereld komt en u zegt daar: Hier is het licht voor mij, dan heeft u licht. Het duister zal voor een ander wel blijven bestaan, maar u heeft licht. Uit dat licht kunt u altijd weer wat doen voor een ander die in het duister zit. En u kunt midden in de meest lichtende wereld zitten en zeggen: Ach, ik arme zondaar, ik verdien het niet. Laat alsjeblieft niemand zien hoe zondig ik ben. Maar dan zit u in het duister. Alles wat dan voor een ander licht is, wordt voor u extra duister. Als dat nu persoonlijk geldt, dan en nu moet u even goed nadenken is het toch duidelijk, dat de eigen persoonlijkheid de relatie bepaalt met de wereld en met het licht en het duister daarvan.
Wij zijn onszelf. Wij kunnen misschien alles licht maken op een heel klein duister streepje na. Of alles duister maken op een heel klein streepje licht na. Maar het totaal van onze mogelijkheden blijft gelijk. Om dit duidelijk uit te drukken bestaan er een paar heel eenvoudige regels en die wil ik u dan wel even voorleggen.
1. Daar het geheel van mijn mogelijkheden mijn persoonlijkheid omschrijft, zal het geheel van mijn mogelijkheden en denkbeelden altijd gelijk blijven, ofschoon de waardering die ik voor delen daarvan heb voortdurend kan variëren.
2. Elke kracht die met mij harmonisch is, zal ik beoordelen in verband met dat deel van mij waarmee zij harmonisch is. Ik beoordeel dus licht of duister in een ander op grond van een beoordeling die in mij bestaat.
3. Daar waar ik in mij licht en krachten van licht kan erkennen, zal ik door dit licht en de krachten van licht ook anderen kunnen beroeren voor zover zij mijn wereld, mijn beelden en mijn mogelijkheden kunnen aanvaarden.
4. Ik kan nooit alléén licht of alléén duister zijn, ook niet voor anderen Maar ik kan wel in datgene waarmee ik harmonisch ben met anderen voor die anderen licht of duister betekenen en daarmee een verandering in de voor hen bestaande verhouding van licht en duister in hun eigen wezen.
De werkelijkheid van ons leven bestaat uit vooroordelen, oordelen en feiten. Het jammere is, dat wij ons meer bezighouden met de vooroordelen en met beoordelen dan met de feitelijke werkelijkheid. Om u op dat punt ook wat te helpen moet ik het volgende zeggen:
a. Wanneer iets werkelijk tegen de wil Gods is, kan het niet bestaan. Al wat bestaat is dus in overeenstemming met de wil Gods.
b. Dan is al wat in mij bestaat en voor mij mogelijk is tevens de wil Gods, want anders zou het niet bestaan.
c. Dan kan niets in mij, vanuit mij of door mij wezenlijk slecht zijn dan vanuit mijn eigen beoordeling.
d. Als ik probeer alles van mijzelf te aanvaarden beseffend, dat ik zelf kies wat ik uit dit geheel licht en duister noem, dan zal ik op grond van hetgeen ik lichtend noem harmonieën kunnen opbouwen met al het andere dat deze zelfde waarde in zich draagt. Ook als het in de ander misschien als duister wordt beseft, terwijl het in mij licht is, is de harmonie van waarden belangrijker dan de beoordeling.
Er was een pastoor die heilig is verklaard. De pastoor van Ars. De duivel, zoals men vertelt, heeft zijn bed meermalen in brand gestoken, ofschoon ik mij afvraag of hij misschien rookte in bed. Deze pastoor van Ars werd gekweld door duivels. Waren dat wel duivels? Of waren het misschien krachten waarmee deze pastoor innerlijk harmonisch was, maar die hij niet als lichtend durfde aanvaarden. Dan zitten we meteen weer in de demonenwereld. De demon is het wezen dat ik van hem maak. Hij kan mijn engelbewaarder zijn en hij kan de duivel zijn die mij te gronde richt. Dat ligt niet aan hem, dat ligt aan mij. Er zit een consequentie aan vast die heel veel mensen minder leuk zullen vinden. Al datgene wat u uit de werelden van de geest (licht en duister) beleeft, kan alléén door u worden beleefd, omdat het in u bestaat. Begrijp, dat de bewoording die u geeft aan de invloeden van buiten alléén zinvol kan zijn, indien u erkent dat u eenzelfde verdeling van waarden in uw persoonlijkheid tot stand heeft gebracht. Ik wil nog het volgende stellen: De natuur is bezield. In alle elementen leven bezielende krachten. Voorwerpen hebben een eigen patroon, een eigen weerkaatsing, een eigen aura. In planten leeft een ziel. Dieren beantwoorden aan datgene wat ze in de mensen ontmoeten en erkennen. Dieren reageren op elkaar, op elkaars uitstraling. Waarom zou dat dan allemaal slecht zijn? Al deze krachten van natuurgeesten en wat dies meer zij, al deze krachten uit de verschillende sferen van licht en duister zijn niets anders dan de mogelijkheden tot harmonie die voor mij bestaan. De wijze waarop ik die harmonie voor mij waarmaak, bepaalt de betekenis van het contact. Vroeger zeiden ze: Als je een aardmannetje goed te vriend houdt, dan gaat alles goed op de hoeve. Maar vergeet niet om zijn bakje met pap buiten te zetten, anders wordt hij boos en wordt alle melk zuur en het bier slaat neer, het wordt bitter. Misschien is dat ergens wel waar.
Kijk, die krachten in de natuur zijn harmonisch. En als voor mij de uitdrukking van dit harmonisch zijn, de erkenning van hun wezen – het buiten zetten van een beetje pap is – dan zal ik daardoor mij verwant voelen in al wat ik doe op zo’n boerderij. Dat is meestal natuurverwant, dus het aardmannetje helpt inderdaad. Niet door mijn werk te doen, maar door voor mij een harmonie mogelijk te maken tussen de krachten van de natuur waarmee ik werk en mijzelf. Daardoor gaat alles goed. Ik weet wel, dat u denkt, het zijn sprookjes, maar goed, dan zijn het toch sprookjes die erg simpel zijn.
Als u bang bent in het donker waar ergens een vreemde kracht op u loert, een spook klaar staat om u te bespringen, dan is er misschien wel iets in dat duister. Maar u ziet het als een dreiging en daardoor wordt het duisterder dan duister. Ziet u het als iemand die u wil helpen en beschermen, dan wordt het duister lichter en wordt uw zekerheid groter.
Het harmonie principe bepaalt de verhouding voor de mens en daarmee ook zijn evenwichten tussen licht en duister, zijn verbondenheid met de kosmos in termen van lichten duister. Er zijn heel wat mensen die dat dan onmiddellijk gaan toetsen aan de koran, de bijbel of andere schrifturen. Dat vind ik een beetje vreemd. Kun je schoenen passen door de model beschrijving te lezen op de doos? In negen van de tien gevallen heb je schoenen die je niet passen, tenzij je toevallig de doos zou willen aantrekken. Waarom doen we dat dan wel t.a.v. het leven? Daarom gaan we t.a.v. licht en duister te rade bij allerlei algemene geschriften, allerlei voorschriften, allerlei methodieken van de geheimste esoterische inwijdingsscholen tot Ron Hubbard toe? Waarom eigenlijk? Misschien omdat we geen vertrouwen hebben in ons eigen harmonisch vermogen. Daardoor verwerpen we zeer veel wat voor ons goed kan zijn.
Besef, dat goed en kwaad in de eerste plaats in uzelf worden bepaald. Als u iets, hoe goed het ook wordt genoemd, als kwaad ervaart, is het voor u duister. Probeer dat duister te vermijden tot het ogenblik dat u kunt beseffen dat er licht in u is, dan pas kan het betekenis hebben.
Streef naar zoveel mogelijk licht in uzelf. Niet omdat het licht zo belangrijk is, want er zal altijd duister zijn om dat aan te vullen, maar omdat dit licht voor u beheersing en besef betekent.
Het duister is datgene waardoor wij vrezen beheerst te worden. Het licht is datgene waardoor wij onszelf beheersen en het duister kunnen afweren. Daar zit het hele aardigheidje van het evenwicht in.
Als u zoals de meeste mensen 10 % van uzelf als licht ervaart en 90 % als duister, dan zit u met dezelfde mogelijkheden als altijd, maar u maakt ze voor u tot een belasting. U roept mislukkingen nabij. U maakt a.h.w. ongelukken mogelijk. Indien u van die 10, zou uitgaan en u zou het uitbreiden, steeds meer licht, dan zou er steeds meer harmonie zijn en steeds meer geslaagde feiten – en wat meer is – daar uw instelling niet alléén betrekking heeft op uw stoffelijk wezen maar op het geheel van uw uitstraling, op alle geestelijke voertuigen die bij uw wezen behoren tot het werkelijk “ik” en het tijdloze toe, betekent het dat u bij elke erkenning van licht, bij elke positieve waardebenadering komt tot een grotere eenheid met meer gebieden en daardoor tot de mogelijkheid meer kennis harmonisch daaruit op te nemen, meer besef daaruit harmonisch te verwerven en op den duur zelfs meer krachten daaruit bewust en gericht te gebruiken.
Licht en duister zijn zaken van uzelf. Laat ons het licht in ons zoeken. Niet omdat het duister slecht is, maar omdat het lichte voor ons het beheersbare weergeeft, het bewust hanteerbare. Hoe bewuster wij leren al hetgeen wij zijn, kennen en als mogelijkheid bezitten te hanteren, des te meer wij ook in staat zullen zijn een werkelijke bewustwording te bereiken en in elke sfeer, in elke wereld resultaten tot stand te brengen in overeenstemming met ons werkelijk wezen, onze wil en ons besef van het Goddelijke.