Psyche en geest als deel van het bewustzijn

uit de cursus ‘De menselijke psyche’ 1955

Bij onze beschouwingen over de menselijke psyche heb ik u er reeds op gewezen dat bepaalde paranormale eigenschappen zetelen in de hersenen van de mens en dus van meer stoffelijke origine zijn. Ik heb u echter ook reeds gewezen op het feit dat in de psyche, de geest een zeer belangrijk deel uitmaakt van het bewustzijn, vooral op hoger vlak en van daaruit ook tevens werkend in het bewustzijn.

Als een mens nu eenmaal met paranormale eigenschappen behept of begaafd is, dan zijn deze dingen van betrekkelijk weinig waarde zolang dit een kwestie is van stoffelijke eigenschappen, die niet door de geest kunnen worden beheerst. Als de mens streeft naar het meer occulte en paranormale, dan is het in de eerste plaats voor hem noodzakelijk om te allen tijde alles wat hij doet te beheersen indien hij een gespletenheid van persoonlijkheid wil voorkomen. Beheersen is datgene wat het ons mogelijk maakt harmonisch in onszelf met onszelf samen te werken, zonder dat wij of de geest of de stof op een bepaald moment in oppositie zien. Want gespletenheid van persoonlijkheid komt juist hoofdzakelijk voort uit deze strijd tussen geest en stof. Het stoffelijk karakter kan voor de geest absoluut onaanvaardbaar zijn en omgekeerd.

Ik begin dus vanuit een stoffelijke basis te denken en te redeneren, als ik via de weg van de menselijke psyche wil komen tot een realisatie van mijn gehele wezen.

Voor de mens is zijn wereld stoffelijk. Vanuit stoffelijke waarden en concepties moet hij de geest benaderen en het contact tot stand brengen. Stoffelijk gezien moet hij ook vanuit de geest redelijk regeren over de stof. Hoe kunnen we deze dingen het best tot stand brengen, zonder dat er verwikkelingen, verwarringen of zelfs geestelijke ziekteverschijnselen uit voortkomen?

In de eerste plaats: Wij moeten ons realiseren, dat alle eigenaardige en buitengewone verschijnselen die zich in ons lichaam voordoen – tot zelfs deze zogenaamd uit zenuwen voortkomende ziekten toe ‑ resulteren uit een verkeerd begrip omtrent onszelf. Wanneer wij onszelf stoffelijk niet kunnen begrijpen en allerhande waarden gaan stellen die niet bij ons thuishoren, dan zullen wij altijd in deze strijd komen. Ook als machten van buiten op mij inwerken, terwijl ik in de stof ben, moet ik weer vaststellen dat het in de eerste plaats mijn geaardheid is, mijn stoffelijk leven en denken, dat deze machten tot mij als stoffelijk wezen kan leiden.

In de tweede plaats: ik heb wel contact met mijn geest, maar het is zo moeilijk mij te realiseren wat er nu uit mijn geest voortkomt en wat uit andere gedeelten van het menselijk wezen. Er zijn mensen die zeggen: Ik heb zo’n medelijden. Of: ik voel mij daartoe zo getrokken en dat is natuurlijk mijn geest. Wees voorzichtig daarmee. Want zuiver stoffelijke eigenschappen, het misschien erfelijk gepredisponeerd zijn voor bepaalde op stoffelijke gronden berustende denkwijzen en ervaringen, beïnvloeden het gevoelsleven in zeer sterke mate. U kunt niet zeggen: 0, dat is nu mijn geest, want dat is mijn gevoel. We moeten dus redelijk blijven. Dat wil zeggen: nadat we een zo goed en zo waar mogelijk beeld van onze persoonlijkheid hebben gevormd, moeten we trachten alles ook in het gevoel, wat met die persoonlijkheid in strijd is, terug te dringen, totdat we zeker zijn dat we het in alle consequenties durven aanvaarden.

En dan het derde punt: wanneer een mens in aanraking komt met het bovennatuurlijke, het occulte, het paranormale, dan dient deze mens zich ervan bewust te zijn dat dit geen uitzonderingstoestand is. Men spreekt hierover in vele kringen als een gave. Men ziet op tegen iemand die deze eigenschappen bezit als zijnde een bijzonder mens. Maar dat is zonder enige reden, want een groot gedeelte van die gaven zijn oorspronkelijk een stoffelijke ontwikkeling. U zult met evenveel recht kunnen opzien tegen iemand die zes tenen heeft. Er is dus geen reden tot zelfverheffing in het contact dat men kan leggen met het paranormale. Omdat men deze zelfverheffing niet accepteert, wordt men ook beschermd tegen het zeer gevaarlijke denkbeeld dat wat door ingeving, helderziende waarneming, helderhorendheid tot uiting komt nu ook onfeilbaar juist is.

Wanneer nl. een mens ‑ uitgaande van het bovennatuurlijke in zijn wezen ‑ de intuïtieve gedachten en waarnemingen, het reageren, het zien, het horen, het voorspellen neemt als werkelijkheid zonder meer, dan zal deze met uw stoffelijke werkelijkheid in strijd komen. Er ontstaat dan een strijd tussen het mentale en het gevoelsleven. Ja, er bestaat zelfs het gevaar ‑ en dat is niet te onderschatten ‑ dat men door foutieve voorspiegelingen, geboren uit zucht tot zelfverheffing tenslotte in strijd komt met de geest en voor zichzelf moeilijkheid na moeilijkheid veroorzaakt. Laten wij een dergelijk geval een ogenblik wat nader bezien.

Iemand is helderziend, helderhorend; op zichzelf zeer mooie eigenschappen. Die persoon staat er absoluut kritiekloos tegenover. Alles wat zo komt, accepteert hij als de waarheid, als zoete koek. In het begin geeft zo’n verschijning of zo’n stem, advies. Die adviezen zijn over het algemeen redelijk juist. De persoon begint steeds meer en meer op deze andere figuur te vertrouwen. Toch is het niet vaststelbaar of deze figuur een realiteit is uit een andere wereld of slechts een projectie van een deel van het eigen wezen. Want zekerheid daaromtrent verwerft men niet zo gemakkelijk wanneer men op aarde leeft.

Men gaat meer en meer vragen: hoe moet ik dit doen? Mag ik dat doen? Men brengt zichzelf in een toestand van afhankelijkheid. Op den duur uit zich door deze mens een andere persoonlijkheid. De figuur die eerst zijn leider of raadsman scheen te zijn, is nu geworden tot zijn per­soonlijkheid en het eigen wezen wordt daardoor onderdrukt. Dat eigen wezen accepteert dat niet. Het zal telkenmale ‑ tegen de gegeven raad en lering in ‑ trachten toch zichzelf te zijn. Deze strijd veroorzaakt een enorm verlies aan zenuwkrachten. Het denken wordt irrationeel.

Enerzijds omdat de eigen persoonlijkheid met haar verlangens en denken de leider belemmert in een volledige uiting. Anderzijds omdat het “ik” niet meer in staat zijnde zichzelf normaal aan dit leven te wijden a.h.w. bij vlagen door de leidende factor heen breekt, de onderwerping valt even weg. En wat hebben we dan? Iemand die rijp is voor een zenuwinrichting.

Het is zeer gevaarlijk op een dergelijke wijze deze problemen te benaderen. Maar niet alleen dit is gevaarlijk. Want stellen we nu eens dat er geen sprake is van een helderhorendheid of helderziendheid. Dat men alleen maar ‑ ontevreden misschien ‑ met wat men heeft op de wereld, gaat dromen over een ander wereldje. Zoals kinderen dat wel doen, die dromen een vervolgverhaal. U droomt ook een vervolgverhaal. Eerst vertelt u zichzelf dat alleen vóór het inslapen. Dan gaat u er overdag ook al wat aan vastknopen. Het wordt een dagdromerij. Het gevaar is dan heel groot dat u op den duur uw aangenamer droomwereld gaat zien als werkelijkheid en de rest (uw ogenblikkelijke werkelijkheid) als droom. Schizofrenie, mijne vrienden, is soms het resultaat hiervan.

Een ander voorbeeld: een man onderdrukt voortdurend zijn persoonlijkheid, omdat hij zich in volledige zin aan de maatschappij wil aanpassen. Een dergelijk iemand zal innerlijk steeds grotere spanningen verwerken. Deze spanningen liggen op het vlak van de bewuste gedachten (werking hoofdzakelijk in de hersenen). Hierdoor ontstaat er een ongezonde toestand. De hersenen worden overbelast en overspannen. Er komen foutieve reacties in het lichaam, want ook de kleine hersenen gaan meedoen. Er ontstaat een verval van de hersenen. Paranoia!

Ziet u, dat zijn een paar mogelijkheden waardoor men dus als waanzinnige in een gesticht terecht kan komen, terwijl men het zo goed bedoelde, terwijl men helemaal niets kwaads dacht te doen.

Het is wenselijk dat elk mens enige kennis heeft van de belangrijkheid van de factoren van de menselijke psyche in het leven. Dat u zich realiseert dat u ‑ zolang u in menselijke vorm bent (later verandert dat) ‑ zich altijd baseert op het redelijk denken. U kunt uw onderbewustzijn niet controleren. U verwerkt het wel mee, maar controleren kunt u het niet. Daar heeft u geen houvast aan. Werelden, andere sferen enz., daar kunt u zich niet aan vastklampen. Daar weet u te weinig van. En zou u geestelijk daar helemaal thuis zijn, dan kunt u dat meestal toch nog niet stoffelijk verwerken. Dus punt 1: de rede. Wij maken voor ons gehele leven het redelijk denken tot een basis.

Gevoelsleven, instinctief en intuïtief handelen moeten altijd verbonden zijn met de rede. Indien wij na rijp beraad verstandelijk geen grote verschillen zien tussen deze weg en die weg, dan zal ons gevoel hier mogen beslissen, want het gevoel is de tweede belangrijke factor.

De rede is het, waardoor je als mens de wereld beleeft. Het gevoel, samengesteld uit stoffelijke factoren, onderbewustzijn plus geest (via onderbewustzijn) heeft een waarde die aan datgene wat er in uw persoonlijkheid leeft en verstandelijk niet gezien of ervaren kan worden, zijn eigen richting en ervaring geeft. Maar we moeten wel degelijk eerst redelijk zijn, voordat het gevoel aan de beurt komt. Hebben wij het gevoel mee verwerkt, dan komt pas factor 3: de onberedeneerde gedachten stammend uit het bovenbewustzijn. Dit is een aanwijzing omtrent de gevoelens en de gedachten van de wereld rond ons. Wij kunnen die dingen meestal niet geheel redelijk verwerken. Wel kunnen wel een hoop argumenten naar voren brengen, maar we voelen zelf dat daar nog iets aan mankeert. Al is het alleen maar de kennis om te oordelen. Indien onze rede en ons gevoel ons niet in een verzet brengen tegen dit uit het bovenbewustzijn opgelegde, dan komt deze factor in aanmerking en zal mee kunnen helpen om tot een besluit te komen.

Vandaaruit moeten we natuurlijk vragen naar de geest. Zoals reeds werd opgemerkt, beïnvloedt de geest ons via het onderbewustzijn. Zij kan zich slechts zeer zelden onmiddellijk in het lichaam uiten of openbaren. Maar waar de rede met het gevoel (waarin de geest werkt) gezamenlijk voortdurend het lichaam richten en beheersen, zal de geest in staat zijn om de gang van zaken te accepteren.

De geest zal verder gaan. Zij is door deze richting van het leven al in een stijl die voor haar aanvaardbaar is en die haar wezen en eigenschappen meer en meer in het onderbewustzijn gaan vastleggen. Hierdoor heeft er een overbrengen plaats van een aantal argumenten vanuit het onderbewustzijn naar het bewustzijn. En wel (in tegenstelling met toestanden als hypnose, trance enz.) zonder dat ten opzichte van de buitenwereld de bewustzijnsdrempel aanmerkelijk wordt verhoogd. Wij merken dat wij ‑ sprekende over een onderwerp ‑ daarvan plotseling veel meer weten dan we eerst dachten, maar we zien al sprekende de redelijkheid van dit nieuwe argument zelf in. De geest heeft via het onderbewustzijn ingegrepen, nu niet alleen in het gevoel, maar ook in de rede. Hierdoor verwerven we naarmate de bewuste kennis groter wordt een grotere beheersing over de materie. Naarmate onze beheersing over de materie groter wordt, zal het de geest gemakkelijker vallen zich evenzeer zowel in ons bewustzijn als in het onderbewustzijn te uiten en te openbaren. Zo kan de eenheid geest‑stof tot stand komen, soms binnen betrekkelijk korte tijd: 7 à 8 jaren.

Is die eenheid eenmaal verworven, dan zien we tegenover ons een geheel ander mens staan. Een mens die niet meer kwetsbaar is door een waanvoorstelling. Een mens die elke geestelijke spanning, elke lichamelijke schok zonder meer kan verwerken. De reserves van de geest vergroten de veerkracht zozeer, dat bovenmenselijke druk en spanning zonder meer kunnen worden overwonnen. Wij vinden dan ten laatste als buitengewone eigenschap een steeds groter inzicht in de materie, dat zowel langs verstandelijke weg is verkregen als door een aanvulling van kennis met onbewuste waarden. Daardoor komt de beheersing van de geest tot uiting, niet alleen over het eigen lichaam, maar het gaat zich ook uitstrekken tot de materie buiten ons, waardoor we dan een volledig geestelijk verantwoord leven kunnen leiden, daarbij de wereld brengend tot groter bewustzijn.