Psychologie van de massa

image_pdf

7 oktober 1960

Aan het begin van deze bijeenkomst wil ik u erop wijzen, dat wij niet alwetend zijn. Verder herinner ik u eraan, dat de volgende week na de pauze gelegenheid zal worden gegeven tot algemene vraagstelling. Als onderwerp koos ik: Psychologie van de massa

In de laatste lessen hebben wij steeds weer de nadruk gelegd op de typische verschijnselen die de komende en lopende periode kenmerken. In de tijd van Aquarius is, zoals al meerdere malen werd opgemerkt, de eenling erg belangrijk. Wij kunnen niet verwachten dat de massa als zodanig zonder meer en onmiddellijk een totale verandering zal aanvaarden. De massa is nu eenmaal het meest conservatieve element van de mensheid. Zelfs in een revolutie blijkt de massa haar conservatieve instincten niet te verliezen, zoals de historie aantoont. Vandaar is het voor ons belangrijk enkele hoofdtendensen, die de massa in deze dagen beheersen, aan een nadere beschouwing te onderwerpen.

Indien wij de massa beschouwen, zo blijkt ons, dat zij in deze dagen klaarblijkelijk bewust en uit vrije wil blind en doof is voor de betekenis van vele belangrijke ontwikkelingen. De massamens bindt zich ten hoogste aan bepaalde groepsbelangen en is veelal geheel eenzijdig georiënteerd. Men vraagt zich niet in de eerste plaats af, hoe men iets werkelijk belangrijks en blijvend kan bereiken, maar stelt zich ermee tevreden steeds weer na te gaan hoe men eigen belangen en zienswijzen het gemakkelijkst op de voorgrond kan plaatsen. Waar de persoonlijke belangen sterk uiteen lopen in deze dagen, zien wij binnen de massa een steeds toenemend tal van groepen, die elkaar bestrijden, waar zij geheel afwijkende meningen en belangen kennen. Daarnaast zien wij meer, hoe betrekkelijk onbelangrijke afwijkingen van inzichten en meningen tot een steeds fellere strijd aanleiding kunnen zijn. Van enige realiteitszin is bij de massa weinig of geen sprake.

Voorbeelden hiervan te over. De reacties in verschillende landen op het gebeuren in Kongo. Deze reacties zijn vaak kinderlijk en geven geen enkel blijk van zin voor de werkelijke toestand. Eerder maken grote groepen de indruk – evenals kinderen – een bepaald denkbeeld zelfs tegen de aantoonbare werkelijkheid te willen blijven handhaven. Ook blijkt men met eisen en verlangens naar voren te komen, die worden gebracht als iets natuurlijks en noodzakelijks, terwijl de eisers zich klaarblijkelijk geheel niet bewust zijn van het feit, dat zij zelf soortgelijke problemen op geheel andere wijze aanvatten. In de Ver. Staten liep men over van medelijden en eerbied voor de arme negers, die eindelijk hun vrijheid hadden gewonnen en dacht men geheel niet na over de problemen, die men met de eigen gekleurde bevolking heeft. Alle dwaasheden van de negerregering in Congo werden aanvaard als recht, tot de U.S.A. zelf beledigd werd en in het gedrang kwam. Daarna dacht men er alleen nog maar over na, hoe men Chroesjtsjov in Congo een hak kon zetten.

Ook bij andere landen kunnen wij dergelijke reacties zien. Over het geheel genomen blijkt de massa en met haar de door haar naar voren komende gezaghebbers, weinig zin te hebben voor rationeel consequent denken en handelen. Voorbeeld: wij weten, dat in Nederland n.a.v. de laatste verkiezingen een kabinet optreedt, dat grotere vrijheid van handelen heeft. Nu blijkt, dat de partij, die daardoor in de oppositie wordt gedrongen, opeens ijverig kritiek begint uit te oefenen op regeringsvoorstellen, die in feite stammen van ministers van deze partij, die reeds in het vorige kabinet deze voorstellen hadden geformuleerd. Het huidige kabinet deed niets anders dan deze voorstellen overnemen. De stelling is hier klaarblijkelijk: ”Wat ik doe is goed, maar wanneer jij hetzelfde wilt doen, deugt het niet…”. Overigens gebeurt ook het omgekeerde: de socialisten worden fel aangevallen, terwijl gelijktijdig maatregelen, die zij reeds namen, worden gehandhaafd en zelfs uitgebreid. Zeer duidelijk blijkt dit wel, wanneer er sprake is van z.g. tijdelijke belastingen.

Zie daarnaast eens naar de houding van bepaalde vakbonden. Enerzijds zijn deze absoluut tegen een vrijere loonvorming. Dit alles moet door de regering strak geleid worden. Aan de andere kant ageren zij steeds meer en feller om van de mogelijkheden, die een vrijere loonvorming biedt, zoveel mogelijk profijt te trekken. Ook hier interesseert deze tegenstrijdigheid de mensen klaarblijkelijk niet. In feite schijnt men minder te vragen naar zijn ware verplichtingen, zijn idealen ook, dan naar eigen voordeel ten koste van anderen. Van dergelijke gedachten kunnen wij overigens niemand vrij pleiten. Ik zou niet graag politieke figuren in Nederland als de heer Burger, of de heer Oud van opportunisme willen beschuldigen. Dit zij verre van mij, maar deze figuren maken die indruk soms wel, en geven daarmee m.i. uiting aan negatieve neigingen, die vooral in de massa in sterke mate moeten bestaan.

Ook in de kerken zien wij soortgelijke verschijnselen. Steeds meer wordt daar de nadruk gelegd op waarden en methoden, die in feite niets meer met de godsdienst uitstaande hebben. In de Ver. Staten zien wij, dat de kerken langzaam maar zeker zijn geworden tot “social centers”. De eredienst hangt er klaarblijkelijk eigenlijk maar een beetje bij. Het belangrijkste is, dat men een gezellig groepje vormt en gezamenlijk gezellig kan handelen, ageren, loterijtje spelen e.d. Ook hier komt men ongetwijfeld – evenals in vele andere landen – aan de eisen en de behoeften van de massa tegemoet. Hieruit volgt dan, dat men niet meer zoekt naar idealen, of waarlijk geloofsbeleving, maar eerder de oude toestanden zoekt te handhaven om zo geborgenheid en gezelligheid te winnen. Alles, wat deze geborgenheid en gezelligheid zou kunnen bedreigen, of daartoe niet bijdraagt, wordt dan bestreden of verworpen. Voorbeelden hiervan zijn te over. De hoofdtendens van de massa blijkt in deze dagen gemakzucht en traagheid te zijn, waarbij de enkele acties, die al plaats vinden, geheel door eigen belangen worden ingegeven.

Wie dit alles tracht te ontleden, ontdekt, dat de grote massa weinig belangstelling heeft voor werkelijk recht, voor werkelijke idealen, of een werkelijke opbouw. Er is alleen sprake van een zeer egoïstische belangstelling voor eigen voordeel, eigen grootheid, terwijl haast overal de groepen alleen werkelijke belangstelling hebben voor de eigen denkwijze. Daarnaast blijkt, dat de massa geneigd is onbewezen stellingen onmiddellijk en zonder meer te aanvaarden, indien zij zich daardoor goed kan voelen, of iets mee kan winnen. Voorbeeld. Ergens in een ander land werd een proces gevoerd. De aangeklaagde – aanranding etc. – was in feite onschuldig. Er werd een perscampagne gevoerd met als tendens: Wij Moeten Zekerheid Voor Onze Vrouwen Scheppen! Dood de misdadiger! Ongeacht het onvoldoende zijn van het bewijsmateriaal, ongeacht het feit, dat karaktergetuigen onaannemelijk maakten, dat de paar indices, die men gevonden had, ook maar op enigerlei wijze met het wezen van de beklaagde in overeenstemming te brengen waren, werd de beklaagde prompt veroordeeld. Het duurde zeven en een half jaar voor deze mens, die alleen veroordeeld werd omdat het volk dit eiste en de verkiezingen nabij waren, zijn vrijheid kon herwinnen. Het optreden van bevolkingsgroepen elders, waarbij lynchwet en plundering een grote rol spelen, tonen al eveneens aan, dat de massa, wanneer haar woede is opgewekt – hoe onredelijk deze ook moge zijn – volkomen onredelijk handelt en reageert.

De meesters van de massa, de kenners van de massapsychologie, zijn op het ogenblik voornamelijk de leiders van grotere bewegingen en groeperingen. Hun optreden grenst vaak aan demagogie. Ook de wijze waarop in Rusland – door een kleine en vaak zelfs onopvallende verdraaiing van feiten – het westen wordt voorgesteld als een boeman, ook wanneer het alleen goeds in de zin heeft en de wijze, waarop men een bepaalde handeling van eigen regering  – die in feite afschrikwekkende machtswellust inhoudt – als rechtvaardigheid weet voor te stellen, is huiveringwekkend.
Huiveringwekkender is voor mij dat men vaak, ook al zou men van de werkelijke feiten kennis kunnen nemen, weigert dit te doen en als massa de officiële lezingen zonder meer als waarheid wenst te aanvaarden. Ook gebrek aan vasthoudendheid, wanneer eigen belangen geschaad worden, komt steeds weer tot uiting.
Een margarinefabriek heeft iets gedaan, dat vanuit het standpunt van de massa en zelfs van de volksgezondheid geheel onverantwoord moet worden geacht. Men heeft met zijn experimenten de gezondheid van het halve volk in de waagschaal gelegd.
Natuurlijk worden hierover verklaringen afgegeven en geëist. Maar zelfs deze wijzen in de richting van een heel grote doofpot. De reden hiervan laat ik verder buiten beschouwing. De massa laat zich rustig zoet houden en koopt weer rustig de margarine van deze fabriek en mijdt ten hoogste het merk, dat oorspronkelijk aansprakelijk werd gesteld voor de ziekte. Nu kan men hier op de economische noodzaken wijzen, namelijk, er is geen enkele fabriek in Nederland die in staat is, de voor de consumptie nodige spijsvetten te verwerken. Dit betekent nog niet, dat men daarom de zaak dan maar moet vergeten. En toch zijn er steeds meer mensen, die dit doen. Want margarine is goedkoop en nadenken over de mogelijke gevaren, aan het gebruik daarvan verbonden, is onaangenaam.

Een ander voorbeeld voor deze onverschilligheid, ook voor eigen belang, blijkt uit de houding van de massa ten overstaan van de atoombom. Zeker, een atoombom betekent het einde van de wereld nog niet, maar het is een kostbaar en onverantwoordelijk spel, dat wordt gespeeld door een wedloop te gaan beginnen om het grootste aantal van dergelijke wapens, die betaald worden met het geld van de massa… juist hen, die het grootste gevaar van deze wapens in een mogelijke oorlog zal ondervinden. Zo hier en daar wordt er wel wat gepraat, zo hier en daar neemt men wel een besluit, maar het liefste doet men weinig of niets dan praten. Zelfs spreekt men over deze dingen liever maar niet al te veel. De massa is klaarblijkelijk bewust blind en doof voor alles, wat haar gezapigheid en gemak zou kunnen bedreigen. De massa denkt niet in de eerste plaats aan haar welvaart, of haar veiligheid, maar aan haar gemak. Wanneer dit gemak maar niet in het gedrang komt, wil zij klaarblijkelijk alles wel aanvaarden, zelfs schijnwelvaart, of een slavenbestaan. Zij vraagt alleen de illusie, dat zij altijd en zonder gevaren rustig en kalmpjes verder kan leven.

Wanneer de vrijheid en het gemak van de massa worden aangetast door gewelddadige maat- regelen, zoals in China, dan lijkt het wel even, of die massa zich zal gaan verzetten, maar na enige tijd blijkt, dat 9 op 10 zich er uiteindelijk toch maar bij neerlegt. Niet uit angst alleen, maar vooral, omdat dit toch eigenlijk gemakkelijker is. Gemakzucht regeert op het ogenblik de massa’s van deze wereld. Gezien het conservatisme van die massa is dit niet zeer aangenaam. Zolang haar instincten niet worden geraakt, blijkt, dat de massa zich door oppervlakkige beloften en verklaringen, ja, zelfs door het uiterlijk van leiders laat leiden. Zij vraagt daarbij klaarblijkelijk niet naar werkelijke capaciteiten en bekwaamheid van haar leiders. De enige eis schijnt te zijn, dat de leider en zijn verklaringen passen in het beeld, dat de mens zich heeft gemaakt van een gezellige wereld. Hierdoor laat de massa zich, zonder het hoe of waarom te beseffen, door enkelingen vaak in een richting stuwen, die voor het geheel niet goed is. Veel van hetgeen nu aanvaard wordt door de massa, moet dan ook – met het oog op de komende ontwikkelingen – definitief worden afgewezen. Luiheid van denken brengt de massa er toe vele dingen zonder meer te aanvaarden, waar zij, bij ook maar enig nadenken, onmiddellijk tegen in opstand zou moeten komen.

Dit zonder meer aanvaarden vindt evenzeer op religieuze als politieke basis plaats. Voorbeeld: Indien men in Nederland het vrijwillig plegen van abortus toe zou staan aan hen, die geen kinderen wensen, of deze niet menen te kunnen opvoeden en onderhouden, zo zou Nederland in zijn geheel op zijn achterbenen gaan staan. De redenen zouden religieus blijken te zijn. Toch bezoekt in Nederland ten hoogste 35 % van de bevolking regelmatig de kerken. Nog geen 17 van de 100 Nederlanders houden zich ook in het dagelijks leven aan kerkelijke wetten en geloofsmoraal. Een verzet tegen een dergelijke regeling doet daarom vreemd aan, wanneer men bedenkt, dat Nederland reeds overbevolkt is en met een steeds grotere overbevolking bedreigd wordt. Toch weigert men zelfs maatregelen te treffen, die heel wat minder provocerend zijn voor religieuze gevoelens dan de door mij genoemde, bv. het belasten van te grote kinderrijkdom.

Om dit alles beter te kunnen begrijpen, doen wij er goed aan even terug te zien. In de laatste 80 jaren, waarin ook twee wereldoorlogen vielen, hebben zich grote veranderingen in de maatschappelijke verhoudingen voltrokken. De arbeidende klasse, oorspronkelijk als een quantité négligable beschouwd, bleek in deze jaren in staat te zijn door samenwerking en organisatie, steeds grotere invloed te gewinnen. Dit op zich betekende reeds een hergroepering van waarden in het staatsbestel. Daarnaast ontstond een grote verandering in de sociale en economische verhoudingen. De zeggingschap van minder op de hoogte zijnde mensen werd groter. Daarna kwam het vrouwenkiesrecht. Ik geef graag toe, dat de suffragettes streden voor iets, dat naar hun denken ook hun goed recht was. In de meeste landen, waarin het algemeen kiesrecht bestaat, blijken de vrouwen op het ogenblik een meerderheid van stemgerechtigden te vormen.
Ook in landen, waarin een partij regeert, blijken de vrouwen de grootste fanatici te zijn, en – ofschoon vaak achter de schermen – de grootste invloed te hebben. Zoals het mannelijk begrip voor de noodzaak van samenwerking, organisatie, die tot invloed en macht voert, en het begin van de sociale ontwikkelingen in deze eeuw, zo blijkt het vrouwenkiesrecht een sterke invloed te hebben op de politieke ontwikkelingen en het gebruik van verworven macht.

De mannenpolitiek was misschien harder en rechtlijniger dan de huidige, maar zij was zeker niet minder vooruitziende, al hield zij zich hoofdzakelijk met de problemen van het ogenblik bezig; wanneer er tijd over bleef, nam men ook nog maatregelen voor de toekomst. Sedert de vrouw meer invloed kreeg, werd de behoefte aan zekerheid in de toekomst steeds groter. Daardoor is de toestand nu zó, dat veelal maatregelen op lange termijn worden genomen, zodat men overal werkt aan plannen, die niet 5 of 10, maar 30 tot 50 jaren overspannen. Daarnaast blijkt, dat de ogenblikkelijke behoeften en problemen teveel werden verwaarloosd, zodat het optreden van een noodzaak dan tot noodmaatregelen voert, die dan een blijvend karakter krijgen.

De toenemende invloed van de vrouw in politiek en kerkelijk leven moest dan ook wel een kentekende verandering geven, die tot uiting komt in denkwijze, propaganda, publicaties e.d. Uiteindelijk betekent dit een steeds grotere onvrijheid, een steeds meer improviseren in het dagelijks leven en een steeds meer afschuiven van verantwoordelijkheid bij de enkeling. Waartoe dit voert, kan blijken uit het feit, dat nog 30 jaren geleden veel humor bestond uit z.g. dialectmoppen, waarbij dus Schotten, Ieren, Joden e.d. een grote rol speelden. Er is altijd een minderheid, die zich hierdoor gekwetst voelt en zoveel lawaai maakt, dat men gemakshalve dergelijke grappen dan maar niet meer vertelt. Dat veel van de oprechte uiting teloor is gegaan, danken wij aan de invloed van de vrouwen en de door hen geïnstigeerde luidruchtigheid van minderheden. De mens aanvaardt dit alles wel. Het is immers gemakkelijker.
Daarnaast heeft zich de mening vastgezet, dat, wanneer wij het met de toekomst nu maar goed menen, vandaag alles wel in orde komt. Dit doet denken, aan de mens, die geld opzij legt om het volgende jaar een nieuwe ijskast te kopen, maar ondertussen geld leent voor de huur, de melkboer, de bakker en de huur, alles onder het motto: “Zolang dat nog gaat, is het wel goed”.

Zelfbeheersing en zelfbeperking nemen steeds meer af. Er is een verband tussen al deze dingen en de werkingen van de komende periode: aangezien daarvoor een individuele ontwikkeling noodzakelijk is en elke tendens, die de individuele ontwikkeling helpt bevorderen, kostbaar is, zal de mens door zijn onzekerheid steeds meer kleine en onderling strijdende groepen gaan vormen. Uit het optreden van de eenling die als een vrijwillig strijder meewerkt om binnen een grote groep eigen idealen te verwerkelijken, is de mens een zoeker naar bescherming geworden. Hij zoekt deze steeds meer binnen een klein groepje. Hij wil van andere waarden dan welke daarin aanvaard worden, steeds minder horen. Men vraagt zich dan niet af, wat voor invloed dit zal uitoefenen op eigen ontwikkeling, of de ontwikkelingen in de wereld. Men reageert automatisch volgens de waarden, die in zijn groep gelden.

Dit is ook de verklaring voor de in deze dagen steeds meer op de voorgrond tredende dierlijkheid, die vooral in de slechtere jeugdgroepen sterk en kenbaar tot uiting komt. Deze groep is ongeveer l/5 van de totale jeugd. Verder zien wij deze tendens tot uiting komen in de houding, die steeds meer groepen aannemen, wanneer het om een ideaal gaat, dat niet ogenblikkelijk voordelen belooft. Dan horen wij maar al te vaak: wij bereiken dat toch niet, wij kunnen dit toch niet bereiken, handhaven, of volbrengen…. Dit heeft op het individu zijn terugslag. Die eenling is het meest belangrijke voor de wereld in de komende tijden.

Verschillen in inzicht omtrent mogelijkheden en procedures voeren tot het vormen van steeds meer en steeds kleinere groepjes, die het steeds meer onderling oneens zijn. Hoe groter het aantal kleinere groepen, hoe meer de vorm van de huidige maatschappij, die geheel op grotere belangengemeenschappen en groepen berust, in gevaar zal komen; hoe sterker ook kleine meerderheden met dwang op zullen moeten gaan treden om hun maatschappij nog te kunnen handhaven. Men zal steeds meer trachten de mens op allerlei manieren te binden aan ideologieën of geloof. Dit voert steeds meer tot koehandel en ruilhandel.

Nu bestaat dit reeds voor politieke groepen, maar in enkele landen wordt ook de eenling reeds hierin betrokken: wanneer je een trouw lid van de partij bent, mag je wel naar het buitenland, anders niet. Wie trouw zijn plichten aan de partij vervult, zal vakantie kunnen genieten op luxueuze wijze, wie faalt hierin, moet het maar zonder ontspanning stellen. Hierdoor wordt de eenling steeds meer iemand, die vooral en alleen aan zichzelf gaat denken. Naarmate hij meer aan zichzelf gaat denken en de groep, waarin hij steun kan krijgen kleiner wordt, zal zijn optreden t.o. anderen rabiater zijn. Hij wil immers ten koste van alles zich blijven handhaven. Daarbij kan worden aangenomen, dat de eenling dus ook steeds minder de rechten en zelfs het leven van zijn medemensen zal gaan respecteren.

Dit is een neergang. Sommigen zullen deze periode dan ook willen zien als “der Untergang des Abendlandes.” Dit zou waar zijn, wanneer deze krachten zich alleen op negatieve en niet op positieve wijze zouden gaan uiten. Hoewel ook in de goeddenkende groepen nog velen bij voorkeur macht aan andere delegeren, zo groeit toch hier het aantal, dat voor zichzelf op wil komen. Steeds meer groepen gaan hun eigen zienswijze van hetgeen belangrijk is nastreven, ongeacht het belang van de partij of groep. Daarbij offeren zij vaak bepaalde voorrechten op. Het Labourgeschil, waarin de heer Gaitskill betrokken werd, laat zien, wat ook in dit opzicht, kan gebeuren. De eenling zal dan ook steeds meer voor zichzelf en vanuit zichzelf op moeten treden. Een macht, waaraan hij zijn belangen kan delegeren zal, gezien eigen bewustzijn en behoefte, in steeds mindere mate aanwezig zijn. De massa verbrokkelt, het individu wint aan zelfstandigheid en zelfstandig denken.

Nu is de tijd, waarin u leeft, er een van massacultuur en massabeschaving. Amusement, of dit nu muziek, film, toneel, of iets anders is, zal vaak aan de lopende band volgens regels van het gemiddelde worden geproduceerd. Tafels, stoelen, huizen zijn seriewerk. Men kent niet meer een middel of een ding, dat beantwoord aan de behoefte van één enkele mens in het bijzonder, maar maakt in de plaats van het persoonlijke, 100.000 voorwerpen, die allen ongeveer aan het gemiddelde kunnen beantwoorden. De steeds groter wordende verdeeldheid zal ook hierin verandering brengen.
Voorbeeld, in de tijd, dat Ford de seriefabricage tot een hoogtepunt bracht, leverde hij 4 verschillende typen. Op het ogenblik maakt dezelfde firma er 32. Motortypen indertijd bij Ford: 1. Tegenwoordig: 7. Deze 7 typen worden dan nog weer in verschillende vermogens uitgevoerd. Voorbeeld: er is een tijd geweest, dat men alleen de keuze had tussen enkele typen standaard aardewerk: het servies met het bloemetje, of wit, en de zeer kostbare persoonlijke motieven.
Tegenwoordig zien wij elke fabriek, die zich respecteert, 10 à 12 verschillende modellen op de markt brengen, die allen in verschillende kleuren en motieven leverbaar zijn. Langzaam maar zeker past men zich reeds nu aan, aan de behoeften van de kleinere groepen. Dit beïnvloedt op zijn beurt weer de ontwikkeling van de massa. Naarmate men meer de mogelijkheid heeft naar eigen smaak te leven, zal men ook geneigd zijn meer naar eigen inzichten te leven en te handelen.

Deze veelheid van vormen, die vaak de schijn geeft van overdadige luxe is in feite een teken van de nu reeds plaats vindende veranderingen van het individu zelf, tenzij dit individu in de slechte zin, een bendegeest, zich gaat uiten tegen elke andere groep of persoon, die men meent aan te kunnen, zal de eenling een nieuwe waarde kunnen geven aan het woord ‘massa’ en een nieuwe betekenis aan de komende jaren. Op het ogenblik is de massa nog iets, dat over één kam geschoren kan worden, waarvan op alle gebied de gemiddelden eenvoudig berekenbaar zijn. Nu schijnt de massa aan de hand van deze gemiddelden nog gemakkelijk hanteerbaar te blijven, maar de massa van de toekomst zal opgebouwd zijn uit eenlingen, die wel gezamenlijk dezelfde levensbehoeften kennen, maar daarom nog niet dezelfde zienswijze bezitten, of aan elkaar onverbrekelijk gebonden zijn. Een gemiddelde zal daar weinig meer kunnen betekenen.
Overigens blijkt reeds nu, dat statistieken, die worden getrokken op de gemiddelde reacties van de massa, onbetrouwbaar worden; zij geven niet meer geheel berekenbaar en betrouwbaar aan, wat men van de massa zal mogen verwachten, hoe zij zal reageren en wat zij zal doen.

De komende tijd is de tijd van het individu. Dit is zeker niet de eenling, die buiten of t.o.v. de wereld staat. Eerder betekent het: de persoon, die zover hij dit wenst, verlangt, of noodzakelijk acht, een tijdelijke of blijvende belangengemeenschap met grotere of andere kleinere groepen aangaat, zonder daarbij ooit eigen vrijheid prijs te geven. De eenling, die inzicht heeft in eigen verantwoordelijkheden en begrip en voor het innerlijke contact met zijn God, zal de wereld veranderen. Zo deze verandering in het individu reeds op het ogenblik merkbaar is, mogen wij toch stellen, dat, gezien de traagheid van de massa, gewoonten en gebruiken uit het verleden langer gehandhaafd zullen blijven, dan de levensinhoud en levensdoeleinden van de delen der massa. Terwijl de eenling zich in deze dagen steeds sneller gaat ontwikkelen, zullen de gewoonten, gebruiken en vormen veel langzamer vorderen. Dat u ook hiervan enig begrip hebt, is belangrijk.

Zoals wij reeds opmerkten, bent u belangrijk, omdat u allen individuen bent: éénlingen! Juiste houding van enkelingen, een begrip van de ontwikkelingen – zelfs bij enkelen – kan een grote invloed op de ontwikkeling van het geheel uitoefenen. Bedenk, dat geen enkele mens voor alle handelingen en denkwijzen van zijn medemensen aansprakelijk kan zijn. Vandaar, dat in de wereld het juist en gewetensvol volvoeren van eigen taak en het streven naar Licht en vrede volgens eigen vermogen voldoende is. Men moet niet trachten teveel de verantwoordelijkheden van anderen tot zijn eigene te maken. Voor de eenling kan dit laatste, juist in deze tijd, leiden tot grote schade in geest en stof, terwijl het nooit een werkelijke verbetering, vergroting van mogelijkheden, vrede, of welvaart voor anderen in kan houden.

Verder dient men zich als doel van de massa wel te realiseren, dat men, ongeacht eigen denken en weten, niet in staat zal zijn geheel tegen de massa in te gaan. Tracht nooit uw levensweg opeens tegen de inzichten van de massa te wenden en die te veranderen. Buig langzaam en zo onopvallend mogelijk van het geijkte pad af. Bij een geleidelijk aanpassen van eigen leven aan hetgeen men als werkelijk en geestelijk verantwoord gevoelt, zal men dan geen last van de massa hebben.
Zij, die tegen de stroom in trachten te gaan, zullen ervaren, dat zij al heel snel door de massa worden uitgestoten en daarmede geheel buiten de maatschappij staan. Besef, dat de normen, die op het ogenblik in het openbaar gelden, niet langer meer identiek zijn met de normen, die men voor zich in het privéleven pleegt aan te leggen. Besef daarnaast, dat men althans uiterlijk aan de normen van de massa zal moeten blijven beantwoorden omdat, de mens, de wereld – of de massa – immers nooit toe zal durven geven, dat hij anders of vrijer denkt, waar de consequenties hiervan te groot blijken, om voor de doorsnee mens aanvaardbaar en dragelijk te zijn.

Vergeet niet, dat er in deze eeuw reeds twee wereldoorlogen zijn geweest. Deze wereldoorlogen hebben twee oorlogsgeneraties voortgebracht. De eerste is nu reeds iets ouder tussen de 40 en de 50 jaar – en heeft nu grote invloed – terwijl de tweede oorlogsgeneratie langzaam rijp begint te worden tussen de 17 en 22 jaren. Deze generaties zijn psychologisch niet juist gericht. Zij hebben in hun jeugd geleefd in een wereld zonder zekerheid. In hun wereldje werd de misdaad, indien de reden van de misdaad slechts paste in de bestrevingen van bepaalde groepen, veelal een heldendaad genoemd, terwijl anderzijds vaak plichtsbesef en trouw misdadig werden genoemd, omdat deze eigenschappen nu eenmaal niet strookten met de heersende belangen of inzichten. Dit houdt in, dat deze generaties geen van beiden geheel vrij in de wereld staan. Zij worden gedreven door de waarderingen, gebeurtenissen en toestanden, die hun eerste levensjaren beheersten.

Voor Nederland is dit, wat betreft de oudste generatie, niet zo heel erg, daar Nederland toen neutraal was, zodat deze leeftijdsgroepen werden gespaard voor de vele indrukken, die hun leeftijdsgenoten in Frankrijk, Duitsland en Engeland moesten ondergaan. In deze andere landen is deze oorlogsgeneratie geworden tot een groep mensen, die zich vastbijt in eigen ideeën, gebrek heeft aan achting voor andersdenkenden en de belangen van de anderen. Tevens heeft deze generatie op het ogenblik in vele landen een overwegende invloed op politiek- en zakenleven. Deze mensen mag men geen verwijt maken van hun eigenzinnigheid en schijnbare gewetenloosheid. Zij zijn voortgekomen uit een tijd, waarin zedelijke en sociale wetten niet meer golden, of door staatsbelangen werden overheerst. Bij de beschouwing van het wereldgebeuren en zijn verwachtingen omtrent de reacties van staatslieden e.d. dient men hiermede rekening te houden.

Wat de jonge oorlogsgeneratie betreft: ook deze ziet niet in, waarom zij zich aan een geordende maatschappij zonder meer aan zou moeten passen. Deze groep zoekt een eigen leef- en uitdrukkingswijze, terwijl zij op het ogenblik in de meeste gevallen verachting heeft voor de wereld, waaruit zij is voortgekomen. Deze verachting is te wijten aan het feit, dat de mens, na alle wreedheid van de oorlog, weer in de gezapige burgerlijkheid is teruggezakt en uiteindelijk weer het oude spel van verdeeldheid heeft opgenomen onder verloochening van de idealen, die in een hel van geweld konden bestaan en waarvoor zovelen hun leven hebben gegeven. Deze jeugd zal in deze dagen het oproerige element vormen, dat al even onberekenbaar is in zijn reacties als de oudere oorlogsgeneratie.
In feite staan er twee oorlogsgeneraties tegenover elkaar, die vele mogelijkheden tot conflicten met elkaar, maar ook de aanvaarde gang van zaken in de maatschappij, in zich dragen. Ongeacht de spanningen, die hieruit voor de wereld voortvloeien zal blijken, dat de hierdoor mogelijk geworden individuele ontwikkeling belangrijker is dan alle geschillen. Het is dan ook niet zo belangrijk, dat de jongelui wel eens dingen verkeerd doen, of dat de ouderen handelingen plegen, die zeker onverantwoordelijk moeten heten. Belangrijker is, dat de leden van deze groep leren als persoonlijkheden voor zich verantwoord en juist te handelen.

Deze beide generaties zult u dan ook moeten vergeven, wanneer zij middelen gebruiken, die – eerlijk gezegd – niet toelaatbaar zijn. Zolang er nog idealen en dromen kunnen bestaan, zullen wij op uiteindelijke gunstige resultaten kunnen rekenen.
De tijd die komt, heeft behoefte aan persoonlijkheden, aan mensen die voor zichzelf tenminste weten, wat zij willen, en deze kunnen wij niet verwachten uit degenen, die zich in de geborgenheid van de sleur hebben terug getrokken. Ik meen dan ook, dat wij belangrijke leiders en denkers van de nieuwe tijd juist uit de oorlogsgeneraties zullen zien voortkomen. Als u zich niet door geschikte slagzinnen tot een soort heksenjacht op deze non-conformisten laat verleiden, zult u ongetwijfeld voor deze ontwikkelingen open oog hebben, zodat u niemand zonder meer zult veroordelen, terwijl u zich evenmin in deze of gene richting mee zult laten slepen, omdat een bepaalde mens – of een bepaalde groep – schijnbaar onjuist handelt. Tracht steeds weer geval na geval te begrijpen en bepaal aan de hand daarvan uw houding in de wereld, zo kunt u de geestelijke invloeden van Aquarius aanmerkelijk steunen en versterken, door onbevooroordeeld vrede en geluk na te streven, zonder ooit anderen ondoordacht te oordelen, zult u de wereld voor uzelf zowel als voor anderen helpen verbeteren.

Vragen

  • Zal deze neiging tot individualisme er niet toe voeren, dat de mensen uitsluitend voor zichzelf gaan leven?

In het begin natuurlijk wel. Maar als mens, is het in een wereld vol mensen onmogelijk geheel voor jezelf te leven, zonder daar meteen het slachtoffer van te worden. Ook wanneer je vele slachtoffers maakt, zul je zelf toch altijd degene zijn, die het meeste schade lijdt daardoor. Degenen, die eerlijk individualist zijn, zullen dan ook trachten een compromis te vinden tussen een zuiver egoïsme en een voor de wereld leven. Dat veroorzaakt een steeds groter begrip en een steeds groeiende belangstelling voor de wereld, waardoor een juiste levensbeschouwing zal worden gevonden. Ik kan natuurlijk mooie woorden gebruiken en wijzen op het werk van de geest. Maar wanneer ik de waarheid moet zeggen, zal ik toe moeten geven, dat het gestelde in principe wel juist is. De tekenen hiervan zijn ook reeds rond u kenbaar, want de gezapigheid van de massa berust in feite op zelfzucht, ook al heb ik dit gemakzucht genoemd.

De toestand is er reeds, en bij een zich steeds sterker ontwikkelen van het individualisme zullen deze verschijnselen zeker eerst nog veel sterker naar voren komen, voor men door ervaring wijs geworden, zal gaan zoeken naar nieuwe vormen van samenwerking en eenheid. Alleen mensen met een groot inzicht in het gebeuren van de wereld en grotere geestelijke rijpheid zullen zich misschien aan deze tendensen kunnen onttrekken. Het is onze liefste hoop, dat wij er door ons werken iets toe bij mogen dragen mensen te wekken tot een begrip, waardoor zij individualist durven en kunnen zijn en toch tevens willen en kunnen blijven werken en streven voor heel de wereld. Indien wij maar enkele mensen zouden kunnen vinden, die de rijpheid en de kracht, maar ook de moed hiertoe hebben, zo zou hiermede een centrum geboren zijn, dat de anderen, nog zelfzuchtig levende en strevende mensen, een houvast kan geven. Houvast hier niet bedoeld in de oude zin van gebondenheid en kuddegeest, maar eerder van een leren door het leven en werken van een ander, waardoor men in een vrij verband tot samenwerken en begrip kan komen.

  • Maar moet je het dan niet altijd voor jezelf alleen opknappen?

Als het er op aan komt, hebt u waarschijnlijk grotendeels gelijk omdat de mens met de problemen, die in hem zelf bestaan, alleen zelf af kan rekenen. Maar laten wij daardoor nu niet vergeten, dat er nog vele problemen zijn, waarin je een ander deel kunt geven. Men doet dit meestal dan ook wel, maar vaak door een afschuiven van verantwoordelijkheid. Wanneer de straat vol vuil ligt, zeggen de mensen niet: Laat ons dan tenminste onze eigen stoep schoonmaken, maar wel: de gemeentereiniging moest daar wat aan doen, die moet maar meteen komen… Als er ergens een vereniging is, die niet met haar lidmaatschapsgelden uit kan komen, dan zegt zij niet: Als onze leden het eerlijk menen met dit sport/gezelschapsleven in de vereniging, moeten zij maar iets meer er voor over hebben en iets meer betalen, maar wel: wij hebben subsidie nodig.
De problemen zijn wel degelijk onderling op te lossen, maar men prefereert het op het ogenblik deze op anderen af te wentelen. Ga alleen maar eens na, hoeveel er in deze dagen wordt geschreeuwd om subsidies. Indien u dan eens verder nagaat, in hoeveel gevallen deze subsidies niet noodzakelijk zouden zijn, indien de behoefte, die men zegt, die bestaat en de geestdrift waarover men spreekt, er in feite zouden zijn, zo zult u mij toe moeten geven, dat de mensen toch wel heel vaak met hun problemen naar anderen lopen en deze, zo mogelijk zonder de werkelijkheid te beseffen, trachten af te schuiven op anderen. Dit neemt niet weg, dat de innerlijke problemen door de mens alleen zullen moeten worden uitgevochten, maar er zijn andere problemen bij de vleet.

  • Het Aquariustijdperk geeft toch een altruïstische opvatting?

Dat ben ik met u eens. Maar verwacht u, dat uit een ei een kip komt, die onmiddellijk aan de leg gaat? Wanneer u het restant hebt van het Vissentijdperk, met alle sociale en andere maatstaven, die daar als eindconclusie uit zijn gegroeid, de technische beschaving, die daaruit ontstond, dan kunt u toch niet verwachten, dat alleen door het veranderen van het heersende teken, deze op eigenbelang gebaseerde maatschappij plotseling en zonder meer tot altruïsme overslaat. Ook dit zal in de mensen moeten groeien. Bij de beschouwing van de kosmische tendensen neemt men meestal aan, dat een dergelijke overgang 360 tot 720 jaren in beslag neemt. Dit verschil ontstaat uit de wijze van berekenen.

Het voorgaande houdt in, dat de tijd van het werkelijk altruïsme, die wij onder Aquarius ver- wachten, nog niet aangebroken kan zijn, omdat de wereld eerst eens rijp moet worden en zo de mogelijkheid moet bieden aan de mens, om waarlijk altruïstisch te leren leven. Probeert u maar eens in deze dagen als een werkelijk en volslagen altruïst te leven. Ik denk, dat het u slecht zou bekomen om te slapen zonder dekens, te leven zonder eten en bovendien nog als gek uitgelachen te worden. In deze dagen is een mate van egoïsme nog onontbeerlijk voor de mens, die in de maatschappij wil leven. Daarom moeten wij eerst naar het individualisme toe groeien, naar het persoonlijk leven en het persoonlijk dragen van eigen verantwoordelijkheden. Want pas zó kan men komen tot een zelf beslissen en denken, tot een samenleving, die de geestelijke rijpheid bezit om een werkelijk altruïsme mogelijk te maken en te aanvaarden.

  • Gelooft u niet, dat alle altruïsme toch altijd weer de grote liefde moet betekenen?  Dit moet je de mensen toch voor alles bij brengen?

Misschien vindt u mijn visie hierop eigenaardig. Mij dunkt, dat elke geest en ook elke mens een zeker weten omtrent de grote en kosmische liefde is ingeschapen. Daarnaast meen ik, dat elke geest – mens – een innerlijke honger naar deze liefde kent. Dit leidt soms tot het scheppen van afhankelijkheidsverhoudingen, of het scheppen van waanbeelden, maar de liefde en de honger daarnaar is altijd aanwezig.

Om haar in de stoffelijke wereld kenbaar te doen worden, zal eerst de mens naar het kosmische begrip toe moeten groeien, want een alomvattende liefde, die voert tot hét offer – een offer, dat de mens nog niet bereid is te brengen – die is voor de meesten nog niet aanvaardbaar. Vandaar mijn opmerking: wanneer u vandaag aan de dag werkelijk altruïstisch wilt leven, wordt u het slachtoffer van Jan en Alleman en voor uw moeite wordt u nog uitgelachen op de koop toe.  Ik neem aan, dat er maar heel weinig mensen zijn, die alle consequenties durven aanvaarden, slechts enkelen hebben de grootheid van geest en de geesteskracht om hun erkennen van de kosmische liefde dan toch ook in de praktijk door te zetten en van hun leven zo ook in kosmische zin, een succes te maken. Mijn betoog is dan ook gebaseerd op de bestaande en werkelijke toestanden; niet op idealen of kosmische waarden, die voor de mens nog niet bereikbaar zijn.

Wanneer wij moeten spreken over kosmische liefde, dan kan ik u een betoog houden, waarvan u de tranen in de ogen komen. Dan is dit betoog volkomen waar. Er is geen enkel woord bij, dat gelogen of onjuist is. Maar in die vorm is het voor de mensen niet praktisch aanvaardbaar en bruikbaar. De conclusies, die ik dan trek, zijn wel waar, maar niet volgens menselijk bewustzijn toepasselijk op maatschappij en mensheid. Wij werken al lange tijd onder de mensen. Wij hebben getracht hen binnen te voeren in de wereld van het abstracte denken, de wereld van het Godsbegrip. Wij hebben getracht hen binnen te voeren in de wereld van het fantastische, het magische, maar elke keer lopen wij vast. Nu eens op een te vast gevormd stoffelijk wereldbeeld, dan weer op een als theorie aanvaarden, zonder ooit te komen tot een omzetten in praktijk.

Nu eens lopen wij vast op onvermogen, eigen wereld en werkelijkheid ook maar voor een enkel ogenblik bij kosmische waarden achter te stellen, dan weer op een zoeken naar sensatie.

Vandaar, dat wij dit jaar begonnen zijn keer na keer op actuele toestanden en bestaande feiten te hameren. Alles, wat ik u op deze avond heb gezegd, zou u kunnen weten. Dat kunt u overal rond u zien. Dat staat elke dag weer in de krant: plenty verkeersongelukken. Waarom? Omdat de mensen te dom en te egoïstisch zijn om met de rechten van anderen rekening te houden; omdat de mensen te onverschillig zijn voor de veiligheid van anderen en het genoegen van een glas wijn, een paar glazen bier belangrijker achten dan de veiligheid van anderen – vandaar de vele doden langs de wegen. Wanneer ik spreek over de grote, de kosmische liefde, zo klinkt dit mooi. Maar leert u daardoor de verschijnselen rond u begrijpen en interpreteren?

M.i. moet men begrijpen, wat het gebeuren in de wereld in deze dagen voor zin heeft. Indien u dit leert begrijpen, kunt u misschien zeggen: Ook dit is een bewijs van de kosmische liefde, die zó bijdraagt tot de vorming van het individu, dat – ontkomen aan de stof – geestelijk steeds rijper wordende, zo de kosmos zal kunnen aanvaarden. Wie dit zegt, heeft gelijk. Indien u zegt: Wij moeten altijd weer en allereerst de kosmische liefde op aarde stellen, dan zeg ik u: u hebt voor uzelf gelijk, maar voor anderen kunt u dit niet, omdat de mensheid nog niet rijp is die liefde te beseffen voor wat zij is en in zich te dragen als het grootste heiligdom.

De mensen zijn anders, onbewuster. U moet zo maar eens zien wanneer zij in nood zitten, liggen zij op de knieën en smeken God met gevouwen handen: God, help mij uit de ellende, zorg toch, dat ik zoveel geld krijg, zorg toch, dat mijn kind beter wordt enz. Maar dat is egoïsme, niet een besef van kosmische liefde. Hoeveel mensen, die het werkelijk goed gaat, hebben tijd voor God buiten een formeel gebed, dat eigenlijk niets meer of minder betekent dan: het hoort er nu eenmaal bij, God. Dus: hoe gaat het ermee? Mij gaat het best. Hoeveel mensen nemen zich de tijd om te beseffen, dat alles, wat er op aarde bestaat, of kan bestaan, alleen voortkomt uit de Goddelijke liefde? Hoeveel mensen hebben de moed uit die Goddelijke liefde te leven? Wanneer wij dit willen bevorderen, het ideale, komen wij geen cent verder. Naar ons blijkt kom je alleen verder, wanneer je de mensen steeds weer verteld: “Zie je dit? … Dat betekent dit, daardoor gebeurt dat…. Let daar eens op….” Breng zó de mensen bij, wat er gebeurt in deze dagen. Leer hen de werkelijke betekenis van de dingen. Dan zullen zij misschien eens, uit het besef omtrent de samenhangen, de Goddelijke liefde kunnen beseffen en aanvaarden.

Daarnaast is ons standpunt: Wanneer de mens inzicht heeft in het gebeuren, zal het hem gemakkelijker vallen, tussen de grote slagen door te gaan, zich in te stellen op het komende. Daardoor zal hij rijper worden en niet meer in opkomende wanhoop en daarmede gepaard gaande vroomheid God smeken zijn zaken op te knappen, maar in een erkennen van de Goddelijke liefde voor zich en voor anderen te doen, wat hij doen kan. Daarvoor werken wij en spreken wij. Indien wij bij 1/10 van het gehoor enigszins zouden kunnen slagen, zouden wij m.i. al heel wat voor de wereld gedaan hebben.

  • Dit heeft Jezus toch ook al gezegd? Heb uw naasten lief gelijk uzelf en God boven  alles? En dat heeft toch ook niets geholpen?

Toch heeft het wel iets betekend, want er zijn zelfs in Europa mensen geweest, die niet alleen Christenen waren, maar ook ware volgelingen van Jezus. Daardoor kreeg het Vissentijdperk een andere inhoud, dan het zonder dit gehad zou hebben. Nu moeten wij, wadend door de wanorde van stellingen en regels, terug naar de eenvoudige waarheid, waar het in feite om gaat. Jezus demonstreerde deze dingen, soms met wonderen, soms met gelijkenissen. Wat wij de laatste tijd brengen, is niets meer of minder dan de gelijkenis van de moderne tijd. Maar de kern van wat wij leren, wat anderen zullen leren in een verre toekomst en de kern van Jezus’ leer zal altijd gelijk blijven, want dit is een kosmische waarheid.  En kosmische waarheden kunnen niet veranderen.

Onze werkelijke mogelijkheid om met God te leven en God te erkennen, is altijd dezelfde. God verandert niet. De kracht, die ons in stand houdt, blijft altijd dezelfde. God is blijvend en altijd dezelfde. Dit houdt in, dat de waarheid Gods altijd dezelfde en blijvend is. Maar de wijze, waarop die waarheid door mensen beleefd kan worden en de wijze, waarop die waarheid dus aan de mensen verkondigd kan worden, zal steeds veranderen. Hoe minder die waarheid en de beleving daarvan aan de opvattingen van anderen gebonden is, hoe meer zij gebaseerd blijft op eigen innerlijk erkennen, aanschouwen en beleven, hoe werkelijker de liefde Gods voor de mens wordt, hoe meer hij het Koninkrijk Gods leert kennen en er deel van wordt. De beelden, die wij kunnen schilderen van Gods grootheid en goedheid zijn ongetwijfeld heel mooi, maar deze maatschappij, die eerst langzaam aan de puberteit begint te ontgroeien, heeft niet vooral daaraan behoefte.

  • Ik meen toch, dat wij geen behoefte hebben aan de algemene feiten alleen?

Maar wel moeten wij bij het begin beginnen. Denk aan William Booth. (oprichter Leger des Heils – Red.) Toen men hem eens vroeg: “denk je de mensen de zaligheid te kunnen geven met een bord soep”? Antwoordde hij: “wie kan van hongerigen verwachten, dat zij Gods woord beseffen”? Zo meen ik, wanneer de mens nog geen begrip heeft van zijn eigen wereld en alles, wat zich daarin afspeelt, kunnen wij van hem moeilijk verwachten, dat hij de grootheid Gods niet slechts als een abstractie ziet, maar haar ook rond zich erkent en innerlijk beleeft.

De wereld heeft behoefte aan inzicht; niet een inzicht in wat later misschien komt, maar een inzicht in hetgeen zich nu op de wereld ontwikkelt. Hij heeft behoefte aan waarden, die hij nú kan zien, die hij nú a.h.w. vast kan pakken. Want deze maatschappij staat aan het einde van een periode die in haar ontwikkeling zuiver materialistisch was. Pas wanneer het materiële een bewijs geeft, kunnen wij verder gaan. Wij hebben nu de tijd niet om de enkeling, die verder kan gaan, hoog geestelijk toe te spreken. Wij moeten nu allereerst trachten iedereen zo goed mogelijk te bereiken. Dat doen wij dan ook op avonden als deze. Dit houdt in, een wijzen op de waarden, die er nu zijn, een aantonen van de waarden die er nu bestaan, van de dwaasheid die overal heerst, de onredelijkheid die overal de boventoon voert. Een weergeven ook van de oorzaken van dit alles, zoals wij deze zien. Vandaar uit gaan wij dan wijzen op de oplossing voor deze problemen.

Tendens voor deze tijd is bij ons: leer eerst zuiver en goed te handelen en verwerf eerst begrip voor alles, wat er in de wereld en je omgeving gebeurt. Dan zul je later – misschien ook in een andere sfeer – de rijpheid verkrijgen, die je in staat stelt je geestelijke taak geheel te voltooien. Overigens: op deze avonden geven wij ook altijd wat esoterie, zodat niemand werkelijk veel tekort kan komen.

  • Ik vraag mij af, of wij in de wereld dan ook maar een half stapje verder zijn gekomen. Je maakt goede voornemens en je valt steeds weer. Kunnen wij in deze wereld  eigenlijk wel werkelijk iets voor anderen betekenen?

U vindt misschien mijn betoog wat pessimistisch? Bezie het ook eens van de andere kant: wanneer daar niets aan te verbeteren was, zou ik er zeker niet zoveel over praten. Alleen het feit, dat wij over deze dingen kunnen en durven praten, toont de mogelijkheid tot verbeteringen aan. U valt over het feit, dat de mens wel goede voornemens maakt, maar toch steeds weer valt. Daarvoor zijn twee redenen. De ene heeft met dat stapje hogerop te maken. Er zijn mensen, die met hun voornemens denken een geestelijk treetje hoger op te gaan, terwijl dit er voor hen nog niet is. Dan zwikken zij door en vallen. De tweede reden is, dat vele mensen zoveel goede voornemens maken, dat zij over de verwarring die zo in hen ontstaat, of onder de te zware last die zij zichzelf opleggen, tot val komen.

Dat men goede voornemens maakt, is uitstekend. Dat de mens valt, is begrijpelijk. Maar hoe meer de mens zich op één ding concentreert, hoe kleiner de kans wordt, dat hij valt, hoe groter de kans wordt, dat hij werkelijk iets bereikt.

Begrijp verder, dat mensen, die druk bezig zijn de wereld te verbeteren en zo weinig tijd voor zich overhouden, altijd weer door hun eigen fouten tot mislukken zijn gedoemd. Bedenkt, dat u, ook al bent u misschien in de waarheid van de geest en de Goddelijke kracht al verder doorgedrongen, u nog niet sterk genoeg zult zijn, om zo maar zonder meer de zorgen en lasten van 100 anderen te dragen. Het is beter je eigen zaken geestelijk goed te volbrengen, dan anderen een eindje op weg te helpen en dan door falen de zaak toch in het honderd te laten lopen.
Alleen wanneer je eenvoudig beginnen durft, beginnen met de kleine dingen en zó verder bouwen, bereik je iets. Iemand, die een Einstein wil worden, maar niet wil leren, dat a maal a, a2 is, kan nooit slagen. Degene, die met het eenvoudige begint, komt dan verder dan degene die met derde en vierde dimensies wil goochelen, terwijl hij niet de kennis heeft om hierover iets te berekenen.
Mijn raad is: droom niet van een 1000-jarig rijk, of van grote geestelijke gaven, waarmee je de wereld kunt verbeteren, maar werk aan de kleine geestelijke waarheden, waarmee je jezelf iets kunt verbeteren en anderen iets gelukkiger kunt maken. Zoek het geestelijke niet te ver en te hoog, maar steeds weer volgens eigen vermogen en middelen en bovenal: zoek het in de praktijk. Want die is nodig in deze dagen.

Vrienden, wees realist. Droom niet van het wonder, dat je morgen zult doen, maar denk aan de kleine dingen, die je vandaag kunt doen. Beter een mens iets te troosten met een bakje koffie, dan te spreken over oneindigheden, die jezelf niet eens geheel beseft en voor de ander voorlopig meer op fantasie of dwaasheid lijken dan op werkelijkheid.

  • Zijn de mensen zich er wel van bewust wie hun naasten zijn?

Je naaste is iemand, met wie je iets gemeen hebt, onverschillig wat. Sla dit verder op in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. In feite zijn wij natuurlijk de naaste van allen. Maar alleen degene, met wie wij op het ogenblik een positieve band hebben, kunnen wij werkelijk als onze naaste beschouwen. Begin daar mee.

Esoterische beschouwing

Wanneer wij in de gedachtegang van de mens en de massa treden, vergeten wij vaak, wat in het eigen wezen belangrijk is. Zonder bewust egocentrisch of egoïstisch te zijn, zullen wij voor alle dingen rekening moeten houden met alles, wat er in ons leeft.

Wanneer je mens bent, leeft in je wezen verborgen de geest. Je kunt je dit voorstellen als een koker: aan het begin staat een kenbare figuur, de stof. Kijk je er door, dan blijkt de koker lang en donker te zijn. Alleen in de verte, aan het einde, zie je een lichtpunt. Zo zien wij onszelf, wanneer wij naar binnen schouwen. Wij zien eigenlijk alleen maar in de verte een Licht. Wat er is tussen de stof en het Licht, dat wij soms in onszelf mogen ontdekken, blijft ons meestal een raadsel. Toch is het noodzakelijk, dat wij elke fase van ons wezen leren kennen en doordringen in elk deeltje van onze persoonlijkheid, want wij zijn niet alleen gebonden met het Licht, dat wij zien, maar met de gehele kosmos. Gebonden zijn met de kosmos wil zeggen: in elk deel, elke tijd en elke fase van de kosmische ontwikkeling een vaste betekenis hebben.

Wat u nu bent, lijkt u misschien onbelangrijk. U denkt waarschijnlijk niet al teveel na over de daden, die u stelt en zo u dit al doet, geschiedt dit toch hoofdzakelijk vanuit een persoonlijk standpunt. Maar het is mogelijk, dat een enkel gebaar, dat u maakte, één enkele, u onbetekenend lijkende handeling, een verandering voor de hele wereld betekent, die honderden jaren, nadat u overgaat, de wereld nog kan beïnvloeden. Zo sterk ben je alleen al met je eigen wereld gebonden. Eén opmerking, die je wel of niet maakt, kan een verschil van honderden jaren in de ontwikkeling van de mensheid betekenen. Het opmerken van één enkel verschijnsel kan een zó snelle en grote technische ontwikkeling betekenen.

Onoplettend zijn en niet opmerken, kan betekenen, dat de techniek op de wereld een geheel andere richting inslaat. Zó belangrijk bent u al in de stofwereld. Hoe belangrijk moet u dan ook niet zijn in al die geestelijke werelden, waarvan u deel uitmaakt? U vormt in die geestelijke werelden a.h.w. de omgeving van anderen, die invloed, waaraan zij onderworpen blijken. Ook zonder dat je dit wilt, zul je – in elke wereld, waar je maar bewust kunt zijn – tevens een deel van de omgeving van anderen uitmaken. Daarom is het noodzakelijk, dat wij onszelf steeds beter leren kennen.

Wij volbrengen in elk leven een soort kringloop. Wij beginnen meestal ergens in de gebieden van het Licht. Ons bewustzijn daalt langzaam af, tot wij in staat zijn ons weer een beeld te vormen. Uit de beelden, die wij in ons gevormd hebben, ontstaan dan gedachten over taak, verplichtingen en behoeften. Wij dalen dan steeds lager af en komen misschien in een menselijke vorm. Soms treedt in de plaats van die menselijke vorm een bepaalde sfeer, wanneer wij de stoffelijke vorm al doorleefd hebben, en gaan wij niet onmiddellijk terug in het Licht. Eerst zullen wij elke voertuiglijke mogelijkheid, die beneden de stof nog kan bestaan, kort doorlopen. Daarna komen wij terug tot de menselijke wereld, maar zonder voertuig. Hierdoor zijn wij bewuster geworden. Met dit nieuw verworven bewustzijn benaderen wij opnieuw, hogere sferen en uiteindelijk het Goddelijke Licht.

Zo gaan wij steeds verder, cirkel na cirkel. Niet voor niets noemt men in het oosten het leven wel eens het wiel, of het rad. Op dit rad gebonden zijn, kan soms op zich heel aangenaam zijn. Toch kan het ons nooit een volledige tevredenheid geven. Om te beseffen, wie en wat je bent, kun je je niet alleen baseren op de uiterlijke verschijnselen, op de kringloop zonder meer.

De door mij beschreven cirkelgang wordt bepaald door het milieu, door wat er buiten u ligt. Het besef van wat u bent voor de rest van het Zijn, evenals het zoeken om voor anderen steeds het beste te zijn, is een innerlijke kwestie. Dit kun je alleen in jezelf leren, alleen met jezelf uitvechten. Hoe meer je je bewust van de voertuigen bent, die deel uitmaken van je leven, hoe bewuster je dit op elk vlak tot uiting zult kunnen brengen. Het is daarom belangrijk, jezelf te leren kennen. Het zoeken naar zelfkennis moet ergens beginnen, maar zuiver stoffelijke zelfkennis kan nooit volledig zijn. Deze laat bepaalde delen van het Ik als geestelijke invloeden, geneigdheid, geestelijke capaciteiten buiten beschouwing. Daardoor zal zuiver stoffelijke zelfkennis altijd een verwrongen beeld van het Ik geven.

Wij moeten uitgaan van het vreemde, dat in ons ligt. Daarbij zijn twee factoren, die in de stof kenbaar zijn en toch van buitengewoon grote invloed zijn op alle fasen van bewustwording. De eerste factor noemen wij vaak intuïtie: een aangevoeld weten, dat soms juist blijkt, maar nooit rationeel te ontleden is. Het tweede belangrijke punt is het gevoel. Wij hebben een gevoel in onszelf, dat goed of verkeerd kan zijn, maar het geeft ons een maatstaf in het leven. U weet, dat u soms dingen doet, die in uw wereld normaal en gangbaar zijn, maar dat u innerlijk u daaronder toch minder aangenaam gevoelt. Omgekeerd doet u soms dingen, die maatschappelijk slecht en boos worden genoemd, maar voelt u van binnen u er toch blij mee. Het gevoel treedt klaarblijkelijk op als een maatstaf van innerlijk bewustzijn. Daarin erken je je eigen wezen en indirect ook het innerlijke Licht, dat in je geopenbaard is.

Ik zou willen stellen: leg eens wat meer de nadruk in het leven, op de gevoelsimpulsen, die van binnenuit opkomen en die niet onmiddellijk een stoffelijke reden, of soms zelfs juiste omschrijving, schijnen te hebben. Ongetwijfeld zult u, wanneer u steeds weer beseft, wat u voelt over toestanden  en mensen, veel gemakkelijker een juist beeld kunnen verwerven van wat u in wezen bent. De stoffelijke rede laat deze dingen buiten beschouwing, of redeneert ze zo weg. Wanneer je weet: in een bepaalde richting van denken of handelen voel ik altijd weer innerlijke kracht en innerlijk Licht, ben ik sterk, dan weet je ook reeds, in deze richting ligt dus ook een groter deel van mijn wezen. Zelfs indien de stof hierbij ten dele betrokken blijft, zo is dit toch een weerkaatsing van iets, wat in de geest ook en juist zo bestaat.

Uw intuïtie heeft eenzelfde mogelijkheid. Soms voel je de gedachten in jezelf opkomen: vandaag behoort het te regenen. Dan komt dit in de stof niet uit, maar rond je schijnt toch een mistroostigheid te hangen. Waar dit vandaan komt? Misschien uit het onderbewustzijn, maar het is waarschijnlijker, dat ook dit iets te maken heeft met uw eigen geestelijke instelling.

Aan het einde van de eerste lezing werd gesproken over het pessimisme. Nu wil ik even opmerken, dat ik niet zonder voorbehoud tegen de pessimisten ben, want een goede pessimist is iemand, die het steeds zó zwaar inziet, dat het hem meestal meevalt, waardoor hij positiever tegenover de dingen staat dan de optimist, die alles steeds weer tegenvalt. Een zekere mate van optimisme hebben wij echter nodig om onszelf te leren kennen. Wanneer wij alleen de donkere kant van de dingen zien, richten wij ons teveel op de buitenkant van het leven. In ons is altijd en te allen tijde Licht. Wanneer wij letten op ons reageren van binnenuit – door het gevoel – dan kunnen wij hier iets van leren kennen. Indien wij ook nog beseffen, dat er van binnenuit vlagen van pessimisme op kunnen treden, die geheel niet met de werkelijkheid in verband staan, maar zuiver uit ons voorkomen, dan kan dit niet uit het Licht komen en niet uit onze eigen wereld, dus blijft alleen een geestelijk voertuig als oorzaak over.

Wanneer u zonder uiterlijke reden innerlijk mismoedig bent, moet dit voortkomen uit een geestelijk voertuig. Naarmate die mismoedigheid zich meer in een stoffelijke voorstelling, of een stoffelijk beeld uitdrukt, zal er sprake zijn van een onevenwichtigheid in een geestelijk voertuig, dat tot de vormenwereld behoort en betrekkelijk dicht bij de stof ligt. Hoe alomvattender en redelozer de innerlijke droefheid is, hoe groter de mogelijkheid, dat zij voortvloeit uit een onevenwichtigheid in of met een hoger voertuig.

U zult zich misschien afvragen, wat u er aan heeft te weten, dat ergens een van uw geestelijke voertuigen, die u niet kent, onevenwichtig is.

In de mens zijn zoveel verschillende voertuigen en krachten, dat een uitwisseling van kracht tussen de vlakken van bewustzijn en leven onderling voortdurend mogelijk is. Zo gaat vanuit de stof een zeker bewustzijn en gevoelsbeleven verder naar de geest. Ook dit is een soort kracht. Omgekeerd kan uit de geest kracht komen, die de mens stoffelijk tot prestaties in staat stelt, die het stoffelijk voertuig alleen nooit zou kunnen volbrengen.

Wanneer wij nu weten, dat ergens een geestelijke onevenwichtigheid bestaat, zo zullen wij moeten trachten, dit ook stoffelijk en zo intens mogelijk te bestrijden. Bent u mismoedig, dan zult u moeten trachten voor uzelf in de stof een zo intens mogelijke vreugde te scheppen. Als dit in de stof niet mogelijk is, dan zullen wij trachten dit te doen in een voertuig, dat even boven de stof staat. Bv. een je verzadigen aan de schoonheid van de natuur zonder verdere stoffelijke handelingen, of een even opgaan in de schoonheid van een bepaald ideaal, kan in dit geval de activerende factor zijn. Daarnaast zullen wij goed moeten opletten, wat ons nu eigenlijk in staat stelt deze intuïtieve mistroostigheid, of onbegrepen gevoelens, tot redelijker harmonie terug te brengen. Daaruit kunnen wij dan beseffen, wat ons geestelijk ontbreekt.

Wat wij stoffelijk scheppen, doen, of overwegen, is immers het tegendeel van wat ons stoffelijk ontbreekt. Wij moeten onze innerlijke houding nu zó gaan wijzigen, dat de mistroostigheid niet meer optreedt. Dit kan niet alleen in de stof worden bereikt, u kunt gaan wandelen, naar de storm en zee gaan zien, of, zoals dames, bijous gaan kopen maar dit is niet altijd mogelijk. U moet trachten het meer stoffelijk tegengif om te zetten in een gedachte, een ideaal misschien ook. Beleef dit dan innerlijk zo sterk mogelijk. Zo groeit uw beheersing, maar krijgt u tevens een steeds juister begrip van een of meer van de segmenten, die de koker vormen, waardoor je vanuit de stof innerlijk het Goddelijke Licht kunt zien. Het resultaat is eigenaardig. Het lijkt dan, of het Licht bovenaan steeds sterker wordt en u zo de details van elk segment steeds duidelijker afzonderlijk kunt zien en beschouwen. Zo leer je meer en meer jezelf kennen.

Vergis u niet en denk niet, dat u in, of vanuit de stof ooit een volledige kennis van het geestelijk wezen kunt verwerven. Denk nooit, dat u met de stoffelijke rede het kosmische ego, zoals zich dit in u openbaart, ook maar zult kunnen benaderen, laat staan beschrijven of omvatten. Dit is onmogelijk. Besef, dat wat u bent, tot uiting komt, voor u, op dit ogenblik in de stof.

Dat de compensatie, die u in de stof kunt scheppen voor bepaalde gevoelens en krachten, die vanuit de geestelijke voertuigen tot je doordringen, altijd de zelfkennis vergroten, maar nooit een kennen van God. Verder dient men te beseffen, dat dit alles niets heeft te maken met een vergroting van stoffelijke kennis. Ik weet, dat er mensen zijn, die, wanneer zij in nood zitten, in een boek gaan lezen; bv. in de Bijbel lezen. Dan neemt men daar een spreuk om zo het hart te verkwikken. Maar dat kan niet altijd kloppen. Stel, dat je je in een werkzaam leven voortdurend haast dood zwoegt, u zoekt troost in de Bijbel en leest daar de spreuk: “Beter een hand vol rust, dan twee vuisten vol zorg en arbeid”. Dat is pijnlijk, het kan ons niet troosten. Zien wij het als een raad en willen wij het toepassen, dan komen wij in een nog veel grotere wanorde terecht. Wij kunnen zoeken in zware filosofische werken. Dezen geven een wereldbeeld, maar dit beeld is niet reëel, want wij kunnen daarin en daarmee niet helemaal leven. Daarom blijft het ons ver. Het kan niet een werkelijke en blijvende troost zijn, of een blijvend inzicht.

De doorsnee mens beschouwt vaak het geloof als iets anders dan gevoel. Toch zou ik willen stellen, dat geloof en gevoel verschijnselen zijn van dezelfde innerlijke waarde en veel gemeen hebben. “Indien u gelooft, zo zijn u alle dingen mogelijk”, zo staat er geschreven. Laat ons dit eens variëren: “Indien u zich één gevoelt met God, is u niets onmogelijk”. De nadruk ligt in het eerste geval op een positief, dus niet een alleen aanvaardend geloof. In de tweede plaats op een gevoel van eenheid, dat evenzeer positief werkt. Beide uitleggingen zijn goed. Beide varianten kunnen worden verantwoord zowel aan de hand van evangelie en Bijbel, als aan de hand van veel oudere Hindoegeschriften.

Verder is de stelling, ongeacht de wijze van zeggen, bewijsbaar. De mens, die werkelijk gelooft, zal dingen kunnen volbrengen, die voor anderen onmogelijk zijn. Uit dit  één zijn met God kan een mens nog leven, nadat hij volgens alle menselijke normen al lang gestorven had moeten zijn. Deze mens wordt sterker onder belasting en zorg, waar een ander ten onder blijkt te gaan aan teveel zorgen en leed.

Geloof en gevoel hebben veel gemeen. Het geloof is de omschrijving van onze Godsaanvaarding. Ons gevoel is de weerkaatsing van al wat God in ons en voor ons feitelijk betekent. De grootste bereiking is voor ons een gevoel van eenheid. Wij kunnen een dergelijk gevoel soms door suggestie aanmerkelijk versterken. Er zijn mensen, die nu gaan denken, dat je als bij de Coué methode, elke dag steeds weer moet zeggen: Ik voel God elke dag meer en elke dag dichter bij mij….  Inderdaad kan dit tot een aanvoelen leiden, dat niet onjuist is. Toch zou ik het anders willen zien.

Wanneer wij van esoterie spreken en werkelijk bewust willen worden van de hogere krachten in ons, moeten wij niet de suggestie gaan scheppen, dat wij God steeds nader voelen. Want de suggestie slijt, of leidt tot teleurstellingen.

Wij moeten in onszelf naar het bewijs zoeken, dat God met ons is. In de wereld van gevoelens, intuïtie, het begrijpen van de zin, die vele dingen hebben. Je moet gaan begrijpen, hoe geheel het menselijke leven door innerlijke waarden wordt geredigeerd.

U denkt misschien, dat u zo nu en dan stoffelijke handelingen kunt plegen, die tegen het wezen van uw geest ingaan, maar dit kan nooit zijn. Zonder de geest kunt u geen stoffelijke handelingen plegen. U denkt misschien tegen God, of de wil Gods, in te gaan, maar dit is onmogelijk. Want u kunt alleen in God bestaan en het binnen God bestaande God ervaren.

image_pdf