Het rad des levens

11 december 1983

Als inleider zal ik beginnen met u te vertellen, dat we deze keer een gastspreker hebben uit de Brahmaanse omgeving. Zijn specialiteiten zijn o.m. de Godsgedachte, het tijdsbegrip en de dingen die wij zouden willen omschrijven als het rad des levens. Volgens traditie heb ik hem gevraagd wat hij van plan is te zeggen. Ik heb daarover enig uitsluitsel gekregen en ik zou mijn inleiding daarop willen baseren.

God is het onoverzichtelijke, is datgene wat je beleven kunt zonder het te kennen. Een God die je liefhebt is een God die je kent. Daarom beminnen wij niet God, maar de werkingen van Zijn wezen die wij ervaren. De weg naar verlossing is gelegen in het vrij worden van al datgene wat je aan de wereld bindt; niet door de verwerping ervan, maar door niet meer daaraan gebonden te zijn. Een reeks van zijn uitspraken gingen ook over deze tijd, die hij nog “kali yuga” noemt. Hij stelde daarbij onder meer dat in een wereld waarin geld het aanzien bepaalt, de wijsheid een guerrilla‑oorlog moet beginnen. Hij stelde daarnaast dat mensen die anderen willen regeren, vaak vergeten dat zij moeten besturen. Iets waar menigeen het op aarde mee eens zal zijn, denk ik.

Toen ik hem vroeg: “Wat wilt u de mensen dan leren?” zei hij. “Wat kun je de mens leren? Je kunt hem hoogstens doen ontwaken uit zijn eigen droom, zodat hij iets van zijn eigen werkelijkheid ervaart.” Toen heb ik hem natuurlijk gevraagd. “Ja maar wat moet er dan ontwaken, wat is die werkelijkheid?” Zijn commentaar geef ik maar weer zo eenvoudig mogelijk weer: “Onze werkelijkheid is datgene wat wij ziel noemen. Het is een deel dat niet ten onder gaat. Dit deel kan door zijn verbinding met alle krachten en alle werelden zien hoe de eenheid uit de veelheid is opgebouwd. Wanneer je de mens wilt duidelijk maken wat werkelijkheid is, zal je hem moeten leren om te vertrouwen op zijn ziel en zal je hem moeten leren minder acht te slaan op de zgn. deskundigheid van anderen.”

Ik heb u daarmee een kleine schets gegeven en neem aan dat u nu ongeveer weet wat u te wachten staat. Voor die tijd komt er nog een pauze, dus u kunt uw oordeel geruisloos merkbaar maken door te ver­dwijnen als dat wilt. Maar ik zou u toch de raad willen geven om te blijven. Zoals alle sprekers van dit betrekkelijk hoge niveau werkt hij namelijk met krachten.

Ik denk dat het werken met krachten vaak belangrijker is dan wat gezegd wordt. Wanneer we begrijpen hoe we diep in onszelf ‑ juist door de kracht die wij ontvangen ‑ iets waar kunnen maken van de wens die in ons leeft om iets los te kunnen komen van het gebonden zijn aan allerlei opvattingen, aan omgeving, aan taken en dergelijke, komen we geloof ik wel een stukje verder.

Ik heb geprobeerd om daarnaast ook nog enige informatie in te winnen t.a.v. de ster‑avond, die zoals u weet binnenkort zal plaats­vinden. De ster‑avond is deze keer van bijzondere opzet. We krijgen een spreker die op ster‑avonden tot nu toe maar één keer als celebrant is opgetreden. Hij behoort werkelijk tot het witte licht. We krijgen daarnaast een inleiding ‑ of moet ik zeggen een voorbereiding – van één van de oude sprekers van de Orde, die zich ook al langere tijd bezighoudt in lichtsferen, op het ogenblik in de sfeer van geel Licht. We krijgen dan natuurlijk ook nog het gewone inleidende praatje om de mensen wat te informeren en wat te kalmeren. De bijzonderheid van de avond ligt eigenlijk in de geestelijke avond zelf waarschijnlijk niet zo veel over opbouw. Dat zal op de avond zelf worden gezegd. Maar we hebben gehoord, dat er een plan bestaat om een aantal zeer grote organisaties direct bij deze ster‑avond. Hierdoor zullen we misschien wel voor de eerste keer een officiële en volledige samenwerking krijgen tussen Witte Broederschap, Verborgen Priesterrijk, de Dienende Broederschap der Liefde en nog een paar. Het betekent dat we geestelijk met een veel groter bereik zullen werken dan normaal. Het houdt ook weer in dat daardoor de uitwerking van de avond ook veel vollediger zal zijn en dat we rekening houdende met de omstandigheden moeten aannemen, dat het bereik tijdens het normale werk ongeveer zal zijn 40 km. Een straal van 40 km vanaf het punt van samenkomst, terwijl er geen schatting te geven is t.a.v. de uitwerking wanneer wij werkelijk met de celebrant bezig zijn met de hoge krachtuitstraling.

Het ziet ernaar uit, dat deze uitstraling duizenden kilometers ver zal reiken. Het waarom van deze opzet kan ik u ook wel vertellen. We zitten op het ogenblik overal in een wat moeilijk parket zoals u misschien weet. Dat is niet alleen maar een kwestie van toenemende terreur, van internationale afpersingstechnieken of wat dies meer zij. We zitten op een punt van beslissing. Dat punt van beslissing is in 1989 voorbij. Misschien iets vroeger dan velen onder ons hebben verwacht, is er een direct conflict ontstaan tussen twee delen van de wereld, vooral in de geest. Daarbij gaat het niet om pro of contra het ene land of het andere land, maar het gaat gewoon om vrede tegen vernietiging, samenwerking tegen macht en derge­lijke dingen.

De hele situatie houdt onder meer wat oorlogsdreigingen in. Dat kunt u zelf wel nagaan. Verder zijn er verschillende natuurrampen in het verschiet, zullen zij ernstig worden of zullen zij meevallen? En dan misschien wel het belangrijkste; een deel van de wereld wordt opnieuw belaagd door een aantal entiteiten, ik wil niet zeggen van duistere kwaliteit, maar toch van aan ons denken tegengerichte kwaliteiten. Die zijn tamelijk machtig.

De bijeenkomsten, voor zover die u en mij dus aangaan in de na­bije toekomst, hebben een drieledig doel.

In de eerste plaats natuurlijk het scheppen van de juiste uitstraling over een zo groot mogelijk deel van de aarde.

In de tweede plaats het ontkrachten van een aantal onzes inziens negatieve invloeden, die op dit ogenblik zo machtig zijn.

En in de derde plaats een reorganisatie van een aantal geestelijke stromingen en tendensen op aarde.

Dergelijke besluiten worden genomen door entiteiten die een overzicht hebben dat mij helaas nog ontbreekt. Maar ik krijg zo het ge­voel dat men van plan is om eigenlijk de hele wereld een beetje dichter te brengen bij een oerwaarheid. Namelijk de waarheid dat niets kan vervangen wat wij zelf zijn. Tot nu toe zien wij steeds meer mensen die roepen: “Men moet ons hel­pen, wij samen moeten het doen.” Maar je hoort steeds minder; “Ik wil dit proberen.” Toch is het het pogen en het trachten juist van de sim­pele mens, waardoor de mensheid haar huidige peil heeft kunnen berei­ken.

Het is het zoeken van de mens naar werkelijkheden en waarheden en ook al weer van de enkele mens, waarop uw hele huidige wetenschap stoelt, waarop alle bereikingen waar deze moderne maatschappij zich zo voor op de borst slaat, zijn voortgekomen. Laten we dat niet vergeten. Er was één man die het wiel uitvond. Het was een stam van zes personen die het vuur uitvond. Het was één man die uiteindelijk uitvond hoe je de zaak kon pasteuriseren, hoe je iets kiemvrij kon maken. Er was één man die uitvond hoe je een explosiemotor op een redelijke wijze kon laten lopen. Als we dat allemaal bij elkaar nemen, dan is dat toch wel een heel andere ontwikkeling ‑ geestelijk zowel als anderszins ‑ dan je in deze tijd ziet.

In deze dagen is het allemaal:  “Wij tezamen, wij moeten het onderling afspreken, wij moeten het eens worden.” Neen, we moeten het niet eens worden; we moeten zelf iets zijn. Laten we een heel eenvoudig voorbeeld geven: de E.E.G. Een heel gezond denkbeeld, een Europa zonder grenzen. Waarom is dat nog steeds niet gelukt? Om de doodeenvoudige reden dat niemand ook maar één stukje wil afstaan van zijn eigen macht, inkomen, invloed en dergelijke. Het geheel van de zelfzucht der volkeren maakt eigenlijk elke bond van die volkeren tot een aanfluiting. Dit is natuurlijk ook op een groot en politiek en economisch terrein.

Maar hoe vaak komen we ook niet tegen dat mensen zeggen; “Ja maar de Heer zal mij helpen.” en dan rustig gaan zitten wachten tot een ander een begin maakt. Als die ander dan wat voor ze doet, zeggen ze. “Nou bedankt hoor; maar niet jij hebt het gedaan, maar de Heer heeft het gedaan. Dat is natuurlijk de grootste kolder. Het zijn maar enkele voorbeelden van de mentaliteit waar we tegen in willen gaan. We willen niet meer proberen om het allemaal zo mooi en zo netjes op te zetten in de richting van; “Wij zullen deze staat dit en die staat dat doen”. We willen nu eens eindelijk een andere polarisering. We willen polarisatie tussen de mensen die het goede willen en vanuit zich het goede proberen te doen en al die anderen, die in feite of ze het toegeven of niet parasiteren op anderen.

Als dat alleen stoffelijk was zou men zich er misschien niet zo druk over maken. Maar het is eigenlijk ook een geestelijk parasiteren. Er wordt geestelijk gezien enorm veel kracht opgeëist juist door deze negatieve groepen. Want wie goed wil doen, zal onwillekeurig proberen om degene, die zijns inziens kwaad doet, dit met zijn eigen middelen en mogelijkheden zo ver het kan te beletten. Degene, die ziet dat iets verkeerd gaat, zal proberen om met zijn geestelijke krachten iets goeds daarvan te maken. En dat is natuurlijk onzin. Als je van een rotte appel appelmoes maakt blijft de verrotting erin. Of je moet zo veel wegsnijden, dat er te weinig overblijft. Wij willen nu tegenover het ongezonde, het gezonde zetten. Wij willen tegenover de krachten die op aarde via wapenfabrieken en banken en weet ik wat nog meer worden opgebouwd, nu eindelijk eens een kracht zetten van zuiver geestelijk vermogen. Ik heb daarnaast horen verluiden, dat men weer begint met de volgende inwijdingsgolf. Of dat het volgend jaar het geval zal zijn weet ik niet zeker. Maar men is kennelijk iets aan het voorbereiden waardoor occulte en geestelijke krachten eigenlijk de overhand krijgen bij zeer vele mensen.

Toen ik hoorde dat de gastspreker van vandaag zich dus onder meer wilde bezighouden met de relatie God ‑ mens en al die dingen die erbij horen, dacht ik: misschien zit daar iets in om duidelijk te maken wat de Orde ook eigenlijk op haar bescheiden manier beoogt. De innerlijke, mens is verbonden met de Al‑kracht. Elke keer wanneer die mens ook maar een stap verder weet te komen, een klein beetje groter en vollediger overzicht weet te krijgen, dan zal hij daardoor gelijktijdig ook meer kracht bezitten. Die kracht komt uit de totaliteit. De wijze waarop je er mee werkt wordt bepaald door je eigen persoonlijkheid en je eigen zienswijze. Hoe meer je van die kracht kunt inzetten, hoe meer je eigenlijk alle schijnkrachten, alle begoochelingskrachten kunt uitschakelen.

De situatie van de mens op het ogenblik lijkt een klein beetje op iemand, die in een kamer zit met een grote spiegel en helemaal niet beseft, dat er aan de andere kant van die spiegel een aantal mensen alles zit gade te slaan. Je hoeft maar één lichtje achter die spiegel aan te steken en iedereen ziet wat er gebeurt.

Geestelijk is het precies hetzelfde. Men bevindt zich in een streven, in een pogen en met zijn innerlijk voelt men zich inderdaad er mee verbonden. Maar men begrijpt niet dat er ook een tegenpartij is, dat er een tegendeel bestaat. Wanneer wij hoe dan ook in staat zouden zijn dat tegendeel kenbaar te maken, dan krijgen wij eindelijk eens begrip voor werkelijkheid, inner­lijke werkelijkheid en ongetwijfeld ook ten dele stoffelijke werkelijkheid.

Leven vanuit de eenheid met de geest, met God, met al die hoge krachten en meesters die er bestaan is natuurlijk niet kwaad. Maar dan moet je begrijpen, dat je door je eigen besef en je verbondenheid een uitvoerend orgaan bent geworden van het geheel. Als je dat niet kunt begrijpen kun je wel vol zitten met mooie gedachten en met verlichte inzichten, maar je kunt ze zelf niet tot stand brengen. Als we zelf iets niet tot stand kunnen brengen, blijven we uiteindelijk gebonden in een waanwereld. Dan weten we niet waar we aan toe zijn en dan zijn de meeste van onze zogenaamde bereikingen alleen maar droombeelden, misleidingen, begoochelingen.

Het is moeilijk om je van een begoocheling los te, maken, dat weet ik. Maar wanneer u in uzelf voor een ogenblik elk oordeel zou opschorten, niet oordelen, niet uitgaan van dit of dat, of het nu van de bijbel is bij wijze van spreken of van een wetenschappelijke theorie, maar gewoon alleen uitgaan van het principe “harmonie”, dan ontstaat een verandering van situatie, dan gaat u begrijpen waarmee u verwant bent.

Dan ga je begrijpen wat de werkelijke verbindingen zijn die voor jou geestelijk beleefbaar zijn, die kunnen bestaan. Dan ben je van jouw droombeelden af. Het is en voor de Orde en voor al die grote meesters, al die grote groepen precies hetzelfde als voor de eenling. We hebben het teveel willen zoeken in samenwerking, in een belangenverdeling, in een gezag. Maar er is maar één gezag; dat gezag ligt in de totaliteit, in het hoogste licht, in de werkelijke Kracht waarvan wij één deel zijn. Daarom moet zelfs in de geest de zaak veranderen.

Onze vriend zou waarschijnlijk uitroepen; ” Nou ja, het Kali Yuga duurt nog even voort”. Maar de tijden lopen anders dan vroeger. Het is alsof de levens, maar ook de ontwikkelingen veel sneller gaan. Daar merkt u niet veel van, natuurlijk, niet. Maar als u denkt dat u 100 jaar leeft, wie zal u zeggen, dat de eendagsvlieg in zijn leven niet ook 100 jaar voor zich bestaat, ook al duurt het voor u maar een dag? Want het is de reeks belevingen, de erkenningsmogelijkheden, de realisatie van verbondenheden, van innerlijke waarheid waar het op aan komt. Duur alleen maar in uren geteld, is eigenlijk niets waard.

Dat houdt dus in, volgens mij tenminste, dat organisatievormen zoals de Witte Broederschap en zelfs ook de Orde langzaam maar zeker aan een paar omwentelingen toe zijn. Omwentelingen die misschien heel anders uitvallen dan u op aarde leuk vindt, dat ben ik ook onmiddellijk geneigd eraan toe te voegen. In plaats van administrateurs die bovendien hulpverleners zijn, zult u weleens te maken kunnen krijgen met een uitleenbibliotheek voor kracht en weten. Maar de mogelijkheid om daardoor meer te worden, meer te bereiken, zal volgens mij toenemen.

Toen ik onze gastspreker vroeg; “Wat is de grootste waarheid?” zei hij

“De grootste waarheid die een mens kan bereiken is in zich te weten dat hij slechts uitvoert wat hem bestemd is door de Kracht die alle leven beheerst.”

Toen dacht ik onmiddellijk aan lotsbeschikkingen en dergelijke.

Hij zei toen. “Neen, het is geen lotsbeschikking. De relatie is een andere. De bewuste is dienstbaar aan de Kracht waaruit hij is voortgekomen door zijn eigen wil, door zijn eigen besef. Maar de dwaas is dienstbaar aan een illusie die verwaait met de tijd.”

Toen dacht ik, ja, misschien zit daar iets in. We zullen innerlijk een waarheid moeten vinden waar geen woorden voor zijn. Ongetwijfeld. We zullen in het diepst van ons wezen moeten ingaan op allerlei nieuwe krachten. Krachten die niet meer alleen via grote groepswerken en dergelijke tot stand komen, maar die werkelijk in ons leven.

Ik ben misschien een beetje eigenwijs en brutaal om het als volgt te stellen, maar het is mijn beeld. Wanneer een mens werkelijk het geheel van zijn innerlijke en geestelijke kracht kan gebruiken, dan kan hij de vallende atoombom laten zweven en haar beletten ooit te exploderen. Dan is hij meer waard dan alle techniek. Wanneer de mens werkelijk bewust is van zijn wezen en de kracht in dat wezen, dan is er niets dat hem kan verwonden buiten de vergetelheid van zijn eigen werkelijkheid. Die kant moet het uit.

In deze dagen zal er een begin mee worden gemaakt, neem ik aan. Want dat men bij de Orde een dergelijke opzet heeft houdt volgens mij in, dat vele anderen zich ook daarmee bezig gaan houden. Dat we een toch behoorlijk oude meester kunnen bereiken (hij is een volgeling van Krishna geweest) die vanuit zijn denken en leven plotseling over, gaat tot een bereidbaarheid waarbij hij ook hier wil spreken, dat wijst volgens mij ook in de richting van “wij gaan werken aan verandering.

Wanneer ik dan bovendien nog zie hoe men zich overal erop voorbereidt om te spelen met krachten zoals er misschien in 20 eeuwen op aarde niet meer gemanifesteerd zijn, dan kom ik natuurlijk als stomme en eenvoudige geest tot de conclusie, dat er hier een ware geestelijke revolutie is voorbereid en dat nu de eerste slagen in die revolutie gaan vallen. Geen strijd tegen iets, maar een strijd voor iets. Geen poging om iets te vernielen, maar een poging om iets beters op te bouwen. Dat is één van de redenen dat ik heb gezegd; “ach, u kunt natuurlijk weggaan voordat de gastspreker komt, maar ik zou maar blijven.” Want deze gastspreker uit de ontmoeting afschattende, de gehele toe­stand overziend, ook het werk dat de Orde gaat doen, ben ik ervan overtuigd, dat er ook op deze avond bijzondere krachten gaan spelen.

Wat ze uiteindelijk gaan beteken en wat ze uitmaken, weet ik niet. Maar dat ze verandering tot stand brengen waar u nog niet aan hebt gedacht, daar ben ik wel zeker van. Het zou niet goed zijn om dit alles in prognoses en tijdstippen voor u neer te leggen. Ik geloof ook niet dat het belangrijk is. U hoeft niet de feiten die u kunt constateren, te weten. Die zijn alleen maar uitvloeisel van een verandering. Het gaat om datgene, wat in uzelf gebeurt. We zullen proberen om vanavond de zilveren poort van licht te openen. De betekenis daarvan is tamelijk cryptisch.

“Achter de zilveren poort ligt de schijn van duisternis, waarin de sterren der waarheid gloeien.” Dan moet u zelf maar uitzoeken. Op zo’n boodschap kan ik in rede niet voorbereiden, zelfs niet met de tijdsvertragingen die ik dan in mijn eigen voordeel zou kunnen benutten. Beschouwt u dit dan als een aanloopje tot datgene, wat in de komende twee weken ‑ om, precies te zijn 17 dagen ‑ op een aantal punten op de wereld voor zeer velen geprobeerd zal worden. Het openen van poorten, het geestelijk toegankelijk maken van nieuwe werelden, maar vooral het meer bewust maken van werkelijke krachten, die in iedereen schuilen.,

De Gastspreker

Er is een God, is er een God? Er is iets. Als u het zoekt lijkt het niets. En toch werkt het. Men zegt: de mens heeft een ziel. Maar wat is een ziel? Het is iets. Maar het lijkt niets. Want je ziet haar niet, vindt haar niet. Alleen, waar geen ziel is, is geen leven. Waarom dan zeggen: mijn ziel, mijn God? Wat je niet kent, niet kunt zien, kun je niet bezitten. En wat je niet kent en je niet ziet daar kun je je niet aan onderwerpen. Wat je niet kent, wat je niet ziet, kun je niet beminnen. Toch zegt men altijd dat wij onze Schepper moeten liefhebben. Laat ons dan aanvaarden dat er iets is. Mensen zeggen: leven is chemie. Maar geen laboratorium heeft een levende boom of zelfs maar een stukje onkruid gemaakt dat leefde. Leven is iets. We zien het niet, we kennen alleen de uiting. Maar de uiting is ons dierbaar. We hebben het leven lief in de uiting. Maar kunnen wij de uiting liefhebben wanneer de essentie er niet is? Laat ons het bestaan beminnen en wij beminnen God.

Laat ons het bewustzijn genieten en waarderen en wij erkennen de ziel. Hij, die niet weet van de oorzaak, kan toch de gevolgen ervaren en aan de gevolgen zijn eigen dankbaarheid of zijn verweer verbinden.  De kosmos is kracht, maar niemand kent die kracht. Wanneer je probeert haar aan te tonen, is er niets. Maar toch werkt die kracht. Laat ons dan liefhebben dat wat die kracht bewerkt, bewerkstelligt,­ dan hebben wij de kracht lief. Laat ons één zijn met het pogen en ons niet afvragen wat de oorzaak is, dan zullen wij in het pogen de oorzaak vinden.

Men zoekt naar licht. Maar wat is licht? Niemand weet werkelijk wat licht is. Toch kent men licht. Licht is wat kenbaar maakt. Veel is kenbaar. Laten wij in het kenbare het licht liefhebben en door het kenbare het licht aanvaarden.

Wie het licht aanvaardt bevindt zich soms in het duister. Want wie het licht aanvaardt ziet niet, het licht, maar slechts wat het licht onthult.

Zo zien wij de schepping en niet de Schepper. Zo zien wij de waarheid, maar niet de Ware die haar voortbrengt. Laat ons dan eerst naar de gevolgen grijpen, eerst naar de kracht die voor ons kenbaar is. Laat ons niet verklaren wat het licht is, maar zien. Want wie ziet en erkent, heeft het licht in zich, al kent hij het licht niet.

Een volgeling van Krishna ging voor de veldslag tot hem en zei; “Laat mij heengaan of sterven, want doden wil ik niet” Toen onthulde Krishna hem: “Wanneer het Licht in u is, kunt gij niet waarlijk doden. Vormen veranderen, schijn verdwijnt, maar gij zult uw rol moeten spelen.” De volgeling ging voorop in een krijg en stierf in de vervulling van de vernietiging van waan.’

Zo is het voor ons. Wij moeten zijn wat wij zijn. Wij moeten volbrengen wat wij volbrengen. Want het gebeuren is niet belangrijk, maar de Kracht waaruit het gebeuren geschiedt. Niet wat wij zien is belangrijk, maar het Licht dat ons onthult wat wij zien.

Laat ons grijpen naar het ongrijpbare. Laat ons zoeken naar het onkenbare. Niet in de vervreemding die buiten ons begrip ligt, maar in de uiting die uit ons voortkomt. Die voor ons kenbaar is.

Mensen sterven, hun vorm gaat voorbij en hun wezen gaat door werelden van waan en ontmoet demonen. Zo kwellen zij zichzelf. De demon die jou kwelt, ben je zelf. Je keert terug tot de vorm en je bent het zelf. Maar als je beseft: deze dingen ben ik zelf, ben je meester van werelden, van demonen, ben je meester van werelden van licht. Dat wat je kwelt beheers je. Dat wat je dient gehoorzaamt je. Want je bent deel van de Al‑ziel, deel van de Ene Kracht.

Wanneer je op aarde bent, heb je een taak. De ene is een wijze en dringt door tot achter de waarheid van materie en proeft haar als waan. De ander is een krijger en zit op de troon en regeert de volkeren, maar moet de orde uitdrukken die in hemzelf woont. Weer een ander wordt koopman. Hij speelt het spel der vormen tegen elkaar uit, maar hij moet het evenwicht in zichzelf kennen en uit zich voortbrengen in al wat hij doet, wil hij waar zijn. Dan is er de boer, de nederige, die krachten van leven maakt tot vor­men van leven. De vormen van leven geeft hij aan de handelsman en deze brengt het verder.

De krijger voedt zich er mee en uit hetgeen hij heeft genomen brengt hij een offer aan de wijze. De wijze verenigt in zich met de Al‑kracht en deze keert tot de boer en wordt het leven dat leven voortbrengt.

Dat is ook uw bestaan. Wees vrij. Zie de dingen niet zoals zij schijnen, maar als de kracht die hen beweegt. Zie uw werelden niet als werkelijkheden, maar als deel van de onthulling die het licht mogelijk maakt.

Proef de kracht in uzelf, niet als de sterkte die u meer maakt, maar als het onmetelijke dat ook gij kunt waarmaken daar uw vorm, zo waarheid scheppend binnen de begoochelingen van uw wereld en zijn.

Levend is de kracht. Waar zelfs Brahma verbleekt blijft de kracht. Waar alles teloor schijnt te gaan, is er nog de scheppende kracht. In u leeft de Kracht die schept zoals ze leeft in al wat bestaat. Eén zijt gij met de kracht die schept, zoals zij één is met al wat bestaat.

Wees dan de kracht. Vergeet uw afzonderlijkheid. Vergeet de beperking en neem de Kracht die is alle kracht en die in u leeft. Vraag u af wat gij zijt: de wijze, de krijger, de handelaar, de boer? Want dit is uw wezen in deze wereld en dat is het middel waarmee gij de kracht vanuit uzelf voortbrengt.

Vrees niet de poorten van het onbekende; want achter het onbekende ligt hetzelfde wat ge achter u denkt te laten. De waarheid blijft de waarheid. Slechts de waan verandert; de waarheid blijft. Vrees niet wanneer verschrikkingen op u neerdalen, want zij zijn waan. Maar de kracht in u is waarheid.

Vrees niet wanneer werelden schijnen te verdwijnen in een oplichten dat goddelijk is. Misschien dat de waan verdwijnt of verandert, maar de kracht die in u is, dat waarvan ge deel zijt, blijft hetzelfde. Roep niet uit. “Mijn wereld zal vergaan, want werelden zijn de speeltuigen der illusie. Maar Zijn Leven is deel van de waarheid, dat deel is van het Ene.

Vrees niets. Kies uw wegen. Bemin al wat is in waarheid en niet slechts in illusie.

De verandering schrijdt voort. De mens spreekt van tijd, want alle waan verandert. Maar een wezen kan niet veranderen, het is. Zeg niet. ” De wijsheid van gisteren is de dwaasheid van morgen.” Want wijsheid is essentie. Essentie verandert niet, slechts de vorm waarin ze leeft.

Hoe lang wilt gij eeuwig rond blijven draaien in uw werelden van waan? hoe lang wilt gij uzelf nog opzwepen. Overhaast voortsnellend door uw illusies, wanneer in u een kracht is, een licht, waardoor waarheid beleefbaar wordt?

Hebt ge de moed uw waarheid onder ogen te zien? Uw verstand zal weigeren. Uw gevoel zal steigeren als een verschrikt paard. Twijfels zullen aansluipen als hongerige tijgers. Maar zij zijn illusie. Waarheid is één licht; het licht dat in u geboren werd toen gij ontstond in onbekende ver vergeten tijd en werelden die u zich niet eens herinnert.

Dit licht is in u. Het is uw waarheid. Laat uw licht uit u voortgaan en durf de waarheid te zien achter de waan. Vrees uw zelf niet. Vrees de kosmos niet. Grijp het licht in u en al het andere wordt onbelangrijk. Indien gij uw kracht en uw God, uw licht en uw waarheid kunt aanvaarden zelfs zonder beseffen, zal niet u geweigerd worden, dan bezit ge alle werelden, alle wegen, alle mogelijkheden en alle krachten.

Vrees niet. Want gij die vreest, vreest uzelf. Hoe kun je vrezen wat je bent. Want de waarheid behoeft niet gevreesd te worden. Zij is er om beleefd te worden. Uit werelden van licht en waarheid kom ik tot u om te zeggen het licht leeft in u. Verberg het niet. Wijs het niet af. Want in het licht dat in u leeft, schuilt de waarheid die gij zijt. Licht en waarheid beheersen alle waan en alle dwaasheid. Zij openbaren het verborgene. Zij geven de weg tot de vrede. Zij doen de harmonie kennen van het één‑zijn, zelfs in verscheidenheid. Ik roep tot het licht in u, tot de ziel in u, tot de God in u. Doorbreek de muur van illusie opdat de waarheid van het levende erkend en geopenbaard zij en zij die horen, beleven, kunnen ingaan tot de werkelijkheid die de waan onbelangrijk maakt.

Dit is mijn boodschap aan u. Dit is mijn poging om te delen met wat gij zijt of denkt te zijn; dat wat ik ben en voel te zijn. Eén in de ware kracht zullen wij de muren van illusie neerhalen. Eén in de kracht en het licht zullen wij de weg vinden, die de waan verbrijzelt tot wat overblijft, het flauwe beeld van waarheid wordt en anderen in zich hun weg kunnen vinden tot het licht dat zij zijn.

Moge de eenheid in ons allen en het licht dat voor en in ons allen bestaat, de kracht waaraan wij deel zijn, u geleiden tot de paden der wijzen, tot de geboorte buiten de waan tot de volbrenging van de waarheid.