Reactie mens op onmiddellijke omgeving

30 september 1955

Aan het begin van deze bijeenkomst moet ik in de eerste plaats u verzoeken uzelf bij al hetgeen wij zeggen voortdurend voor te houden, dat wij krachtens ons wezen noch alwetend, noch onfeilbaar zijn. Dat wij persoonlijkheden zijn zoals u, zij het dan, dat wij verkeren in een andere toestand. U zult ons dan ook een groot genoegen doen, wanneer u naast uw eigen overtuiging, ook de onze wilt beschouwen, om zo te komen tot een levensinzicht, dat voor u aanvaardbaar en ook metterdaad uitvoerbaar blijkt.  Wij zullen nu dus overgaan tot het  onderwerp van deze avond.   De reactie van de mens op zijn onmiddellijke omgeving alsook de reacties, die dit veroorzaakt in zijn denkvermogen.

Het denkvermogen van de mens is gebaseerd op een reageren op indrukken en het herkennen hiervan door de cellen in zijn hersenen. Dit kan worden verdeeld in een bewustzijn, een onderbewustzijn en een bovenbewustzijn. Dit laatste ontstaat door de beïnvloeding door de gedachtestromen der omgeving, die ook in de mens bepaalde gedachten, impulsen en reacties kunnen wekken. Daar boven staat de geest. De geest zal ten allen tijde trachten haar eigen wezen en denken scheppend tot uitdrukking te brengen in de stof, ongeacht het feit, dat de stof het er mee eens is, of niet. Wanneer de geest incarneert is er hierbij sprake van een zekere vrije keuze, waarbij zij aangetrokken wordt tot een bepaald milieu, vaak zelfs tot een bepaalde tijd. Wij mogen dus aannemen, dat mensen, die geheel gericht zijn tegen de bestaande waarden van wereld en omgeving op geestelijke gronden, betrekkelijk zeldzaam zullen zijn.

Er blijft ons dan de mensheid zelf, die het in principe met de bestaande toestand eens kan zijn, maar voor zich persoonlijk daarin een groot aantal veranderingen wenst. Hierdoor ontstaat ook in de menselijke samenleving de strijd om het bestaan, die in elke tijd en elke maatschappij weer andere vormen aan kan nemen. Uiteindelijk kan dit altijd weer worden terug gebracht tot de eeuwige drang der zelfhandhaving, die niet alleen in de mens, maar in elk schepsel zelfs tegenwoordig is. Of men nu leeft in een wereld als de uwe, of in de wereld der Oudheid, men komt altijd weer te midden van bestaande verhoudingen. Deze verhoudingen zijn in de eerste plaats sociaal economisch belangrijk. Zolang het lichaam zichzelf slechts met moeite en nood in stand kan houden onder inspanning van alle krachten, zal dit lichaam er zelden toe komen om de geestelijke aspecten van het bestaan op een niet materiële wijze te interpreteren en te overdenken.

Een arme beschaving kent slechts twee richtingen van leven en denken: In de eerste plaats vinden wij de verknoping van stoffelijke elementen met geestelijke waarden, magie en fetisjisme. Men gelooft, dat door met het bovennatuurlijke te werken, met de krachten uit de wereld van de geest, stoffelijke waarden tot stand kan brengen, zonder dat hiervoor de normale arbeid verricht wordt en buiten de normale mogelijkheden om.

De tweede richting, die wij ook noemden, toen wij de eerste maal over dit onderwerp spraken, is de vlucht in een geloof, dat fatalistisch wordt. Men schuift de verantwoording in dit leven op een hogere macht en tracht zichzelf in dit leven zo goed mogelijk in stand te houden. Men aanvaardt echter alles, tot de vernietiging van het “ik”, zonder daartegen een groot verzet te ervaren. Deze beide waarden zijn uiteraard de uitersten. Een ander uiterste zien wij in de beschavingen, die rijk zijn. Hier komt de mens ook weer tot twee verschillende opvattingen: In het eerste geval een verheerlijking der materie, waarbij het materiële zijn, alle factoren van het geestelijk zijn zijn onderdrukt. Waar genotzucht vaak zeer lange tijd regeert en, wanneer geen nieuwe prikkel gevonden kan worden, maar al te vaak daarop volgt  de verveling met alle daarmede gepaard gaande neurotische verschijnselen. De andere weg is het verwerpen der materie en het zoeken naar geestelijke waarden. Wanneer dit gebeurt, hebben wij vaak te maken met personen, die door het verwerpen van hun milieu en omgeving voor zich een nieuw veelal kunstmatig milieu te scheppen en vandaar uit openbarend, dus profetisch, leringen verkondigen, die ook de medemensen tot een keren van hun pad moeten brengen. Voorbeelden van deze toestanden zijn te over te vinden.

Wij zien bv. grote geleerden op godsdienstig gebied als Annas en Caïphas niet in staat, deze voor hen materieel geworden wijsheid prijs te geven voor iets beters. Het is hier een kwestie van macht en aanzien geworden. Zij zijn bereid alles te doen om deze macht te beschouwen. Daartegenover zien wij het tweede geïllustreerd door Saulus van Tarsus, de latere Paulus, die evenzeer een hartstochtelijk en materieel denkende mens was, tot hij uiteindelijk tot inkeer kwam. Hij is toen een zo groot ijveraar voor het Christendom geworden, dat ons soms de vraag rijst, of hij in vele van zijn uitspraken niet “plus royaliste que le roi” geweest is. Ik kan u vele van dergelijke voorbeelden aanhalen. Wanneer u zich de moeite wilt getroosten om de lijst van heiligen der katholieke kerk na te gaan, dan vindt u ook daarin een groot aantal personen, die eerst “zondaren” waren, tot een plotselinge inkeer kwamen, hun omgeving verwierpen en plotseling een leven begonnen, dat hun een plaats op de kalender heeft bezorgd. Hoe is dat met ons? Geestelijk gezien zijn wij nog evenzeer aan omgeving gebonden als u. Alleen bestaat er het grote verschil tussen onze omgeving en de uwe. Dat wij deze omgeving scheppend uit onze gedachten creëren. U zoudt kunnen zeggen: Het is een fantasie, waarbij meerdere personen bewust in dezelfde omgeving kunnen vertoeven en elkaar ontmoeten, terwijl uw wereld voor u reëel is.

In beide gevallen is het echter voor het grootste gedeelte onze omgeving, die het beeld dat wij hebben van het ik, zowel de waarde van de omgeving bepaalt. Een maatschappij, die sociale en economische verhoudingen schept, schept daarbij automatisch in de mens een zeker verweer. De drang tot zelfhandhaving wil het “ik” opdrijven tot het hoogste bestaansniveau. Dit kan gaan met of tegen de maatschappij. Worden drift en drang tegen de maatschappij gericht, dan krijgen wij te maken met anarchistische denkende mensen, wier doel vernietiging wordt. En, die zonder zich hiervan bewust te zijn, ook geestelijk vernietigend kunnen werken op zichzelf en hun omgeving.

Er zijn op aarde gevallen bekend, waarbij dergelijke personen een tijdlang de macht in handen gekregen hebben. Wanneer dit gebeurde kregen zij een steeds groter aantal volgelingen. De gedachten, die zij uitstraalden en de activiteit, die zij ontwikkelden waren voldoende om in het bewustzijn der massa een sterke stroom in hun eigen richting te doen ontstaan. Het bovenbewustzijn der mensheid werd werkzaam en schiep een valse voorstelling der waarden. Later moet dit gerealiseerd worden. Wij kunnen zoiets dus altijd zien als een vermindering van de geestelijke bewustwording, of ten minste als een remming hiervan. Waarom, zult u zich afvragen, wordt de geestelijke bewustwording zo belangrijk gezien? Wel, iemand, die leeft op de wereld en een strijd voert tussen geest en stof, zal niet in staat zijn iets voor zichzelf te presteren, of te bereiken, want hij verteert al zijn energie in een nutteloos dromen en strijden me zichzelf. Waar echter een doelbewust geestelijk streven aanwezig is en geuit wordt in de stof, kan een samenwerking tussen geest en stof tot stand komen, waarbij de mens, harmonisch levend, grote prestaties verricht en zowel voor zichzelf als voor de mensheid van grote betekenis kan zijn. Het is dus belangrijk, zelfs alleen al voor de mensheid zonder meer, dat de geestelijke bewustwording verder gaat. Soms zien wij in het milieu een neiging om geestelijke bewustwording te zien als parallel met cultuur en beschaving. Het spijt mij, dat ik u er op moet wijzen, dat dit over het algemeen niet waar is. Wij zien juist in de omgevingen, waar de nadruk te sterk op culturele aspecten is gevallen, op de plaatsen, waar men zo trots was op de eigen beschaving, de geestelijke bewustwording sterk verminderen en daarmede uiteindelijk ook de stoffelijke en morele waarden ten onder gaan.

Sprekende voorbeelden hiervan zijn de stadstaten van het oude Griekenland, het machtige keizerrijk Rome met zijn tweeling Byzantium. Wij zien dit verschijnsel in het oude Egypte en in de Middeleeuwen, wanneer het rijk van Karel de Grote uiteenvalt. Wij kunnen later hetzelfde weer zien, wanneer Frankrijk door een revolutie een volledige verandering ondergaat. Een wereld zal altijd ineen moeten storten, wanneer stoffelijke waarden onder de namen: cultuur en beschaving, de plaats in gaan nemen van de geestelijke bewustwording. De geestelijke bewustwording van het individu wordt voor een groot gedeelte echter weer door de omgeving geregeerd. Het lijkt mij nuttig hier vast te stellen, welke factoren voor een geestelijke bewustwording nodig zijn. Dit, opdat wij na kunnen gaan, of milieu en maatschappij, of beschaving, economische, politieke en godsdienstige verhoudingen toelaten, dat deze geestelijke bewustwording in de mens inderdaad plaats vindt. Voor een geestelijke bewustwording is wel in de eerste plaats vrijheid noodzakelijk. Niet een bandeloosheid. maar een vrijheid van denken. De vrijheid om langs eigen wegen een oplossing te zoeken voor de raadselen, die de wereld nu al zovele eeuwen voor het probleem hebben gesteld: vanwaar komt het leven, waar gaat het heen? De vraag: wat is het doel van mijn bestaan?

Er is hier, naar ik meen, niemand, die recht heeft zijn naaste op dit gebied meer te geven dan zijn weten en ervaring als handreiking. Niemand mag hier dwang uitoefenen: gebeurt dit toch, dan zullen vele gedwongen worden tot het aanvaarden van overtuigingen, die in werkelijkheid niet de hunne zijn, waardoor zelfbegoocheling, ontkenning van waarden, binnen het “ik” op de voorgrond kunnen treden. In de tweede plaats is er vertrouwen nodig. Hoe kan een geest zich verder ontwikkelen, wanneer er in de mens geen vertrouwen is, dat alles een doel heeft? Dat hij vertrouwen heeft, dat hem mogelijkheden worden geboden tot leven, dat er een vertrouwen is, dat men niet beschaamd zal worden, dat men niet voor al zijn moeite uiteindelijk wordt afgescheept met een sterven, dat een dood is zonder meer. Soms noemt men dit vertrouwen: geloof. Dan formuleert men het of leest men het uit boeken, die geopenbaard zijn. Waar dit vertrouwen ook vandaan komt, de mens kan niet zonder. Hij heeft een houvast nodig.  Hoe klein dit vertrouwen ook moge zijn en hoe en waar het ook in u leeft, u kunt niet zonder. Want zoudt u het vertrouwen in de wereld, in uw God, of dat wat gij kosmos, natuur, of Algeest noemt, genomen zijn, dan zoudt gij niet in staat zijn om te streven zonder enig doel. Zelfs, wanneer gij alleen maar vertrouwen hebt in de mensheid, kan dit al voldoende zijn voor uw geestelijke ontwikkeling. Dit reeds maakt het mogelijk te streven voor de mensheid. Een verloochening van het zuiver zelfzuchtige dus en het streven naar een groter doel voor een groter geheel. Wij mogen dus wel zeggen, dat alle grenzen trekken, dat gebaseerd is op veronderstellingen en niet op feiten, uit den boze is.

Wat hebben wij meer nodig? Wij moeten komen tot een eerlijke waardering van onze wereld, Wanneer uw waardering voor de wereld en de dingen dezer wereld u wordt gedicteerd door het z. g. beter oordeel van anderen, zodat gij a. h. w. er van terug schrikt uw eigen mening kenbaar te maken, of zelfs u een eigen oordeel te vormen, dan zult u nooit bewust kunnen worden, u leeft dan slechts de meningen van andere mensen. Wanneer een criticus u zegt: Dit is een groot schilderij, en hij noemt u de naam en het jaar, waarin het geschilderd is, dan kunt u zeggen: Goed, u kunt dat misschien weten, maar is het mooi? Of ik het mooi vindt, bepaalt voor mij de waarde. Zeg je dat niet en laat je je zonder meer leiden door anderen, dan kom je met jezelf in strijd. Dan schept u rond uzelve een aantal factoren, die steeds verstorend op u werken. Een gevoel van schoonheid, of van de aanvaarding van verschillende waarden moet gebaseerd zijn op een begrip en niet op de wijsheid van anderen. Dat u zult moeten trachten alle dingen rond u te begrijpen, is duidelijk. Want een vierde factor, die voor de geestelijke bewustwording noodzakelijk is, is de vrijheid om te mogen leren. De vrijheid om kennis te nemen van alle dingen, om alle dingen te onderzoeken. Heeft men die vrijheid niet, dan gaat evenzeer het geestelijke bewustzijn ten onder, of blijft het stil staan.

Uit de punten, die ik u hier noem, ik zou er meerdere kunnen noemen, maar dit lijkt mij voldoende, kunt u nagaan, dat de bepaalde vormen van cultuur en beschaving absoluut fnuikend kunnen zijn voor de gehele geestelijke bewustwording der mensen. Dan blijft er alleen een enkele rebel over, die zich tegen het systeem tracht te verzetten, maakt voor hij zijn gedachten heeft kunnen nagaan, reeds tot zijn vaderen verzameld is. Ofwel in omstandigheden wordt geplaatst, waarin honger en prikkeldraad de plaats in gaan nemen van elk streven naar groter begrip en beter bewustzijn.

U zult met mij eens kunnen zijn, dat dergelijke dingen alleen de mensheid gegeven kunnen worden, of beter misschien nog de mensheid dezer dingen voor zich zelf verwerven kan, wanneer elke mens begint met zijn medemensen vrij te laten. Met zonder te zeggen voor mij is dit aanvaardbaar, of niet aanvaardbaar. Zonder een oordeel uit te spreken echter, niet omdat er geen oordeel geveld moet worden. Maar dat oordeel kunt u niet vellen, omdat u geen inzicht heeft in het totaal der waarden. Omdat u uiteindelijk slechts een persoonlijk inzicht heeft, dat u trekt uit hetgeen u heeft beleefd, terwijl u zeker evenzeer naar verder bewustzijn moet streven als die ander, die een andere weg heeft gekozen. Verder is het noodzakelijk, dat elke mens leert zijn eigen omgeving en milieu zo harmonisch mogelijk te scheppen. Dat wil weer niet zeggen, dat gij rond u een aantal “ja-broers en ja-zussen” uit moet gaan nodigen. Mensen, die alles wat u doet zo mooi, zo heerlijk en zo edel vinden. Want dan vervalt u ook weer in de fout, anders te zien dan u bent. Maar uw omgeving, zowel sociaal als z. m. economisch en de eenvoudige vormgeving moeten worden aangepast aan uw leven en persoonlijkheid. Slechts dan kunt u werkelijk leven. Slechts dan kunt u de rust plus het inzicht vinden, die het u mogelijk maken om geestelijk verder te komen. De wereld heeft op het ogenblik inzicht, geestelijk inzicht, heel hard nodig. De invloeden, die op het massabewustzijn werken en zelfs op het directe bewustzijn via verschillende wegen zijn niet te onderschatten. Zij nemen uw vrijheid, Zij benemen u de mogelijkheid om zelf te denken. Zij ontnemen u vaak de vrijheid om zelf te besluiten. Daartegen zou ik mij willen verzetten, mij tegen willen keren. Een ieder heeft het recht zijn eigen weg te gaan. Een ieder heeft ook het recht om van alle feiten kennis te nemen, voor hij een oordeel velt, of een besluit neemt. Waarheid is noodzakelijk. Wanneer die waarheid niet in uw omgeving aanwezig is, zult gij de waarheid moeten zoeken, of onder moeten gaan in een mechanisch leven, waarin gij half bewusteloos voortsjokt, zonder ook maar ooit een moment van bewustwording mee te maken.

Ik wil u gaarne nog een paar kleine illustraties geven bij hetgeen ik besproken heb. Er is een gemeenschap. In deze gemeenschap gaat men uit van het standpunt, dat slechts één recht van spreken heeft, dat slechts een kleine groep recht heeft te beschikken over elke daad en handeling van de anderen. In deze gemeenschap, die zowel een staat kan zijn als een gezin, erkent het hoofd, erkent de leider niet het recht van de anderen om hun mening uit te spreken. Hij kan door zijn machtspositie zijn mening met geweld ten allen tijde doorzetten. Hij terroriseert de anderen, tot zij zijn opvattingen accepteren. Dit gebeurt vaak. In de eerste plaats wordt dan echter alle initiatief in de anderen gedood. Er bestaat op de duur geen persoonlijk denken of streven meer. Ten tweede kan er dan geen geestelijk bewustzijn meer bestaan, dan in een verzet en dat ontaardt dan in conflicten. Verzet, dat conflicten baart zal voor de sterke een voortdurende schrik en angst betekenen, waardoor hij zich niet eens een volledig bewustzijn uit zijn positie zal kunnen realiseren. Voor de anderen betekent het een voortdurend gekneveld zijn, waarbij alleen een gehele verloochening van alles, wat wereld en omgeving en milieu uitmaakt, nog een verdere geestelijke bewustwording mogelijk kan maken.

Er zijn zowel families als staten in de wereld, waarin deze droevige toestand op het ogenblik nog bestaat. Slechts zij, die bereid zijn om alles prijs te geven voor hun geestelijke waarheid, kunnen in deze landen nog een bewustzijn vinden, dat hen werkelijk verder brengt. Een tweede voorbeeld. Een land, een omgeving, een familie, waar men zegt: Ga je gang maar. Het kan mij niet schelen, wat je doet, Je bent vrij om te doen en te laten, wat je wilt, het interesseert mij niet. Hier staat men alleen en wanneer je alleen staat, zie je al heel gauw in een ieder een bedreiging van de positie, die je voor jezelf inneemt in het gezin, of in dat land, die maatschappij kunt bekleden. U kunt begrijpen, dat ook een dergelijke toestand fataal is. Want zo wordt een ieder tot vijand van de ander. Ook dit is dus niet voor ons acceptabel. Wat is er dan noodzakelijk? M. i. dienen omgeving en milieu geschapen te worden op een zodanige wijze, dat zij geheel beantwoorden aan de geestelijke behoeften van de mens. En die zijn, ik noem ze nog eens, opdat wij ze niet vergeten: Vrijheid, vertrouwen in de mens, in de maatschappij en in het leven. De wetenschap vrij te zijn om op eigen wijze alles na te gaan, om op eigen wijze alles te doen, benodigd voor de oplossing van elk probleem, dat er voor ons bestaat. Een redelijke zekerheid, dat men in het bestaan niet bedreigd wordt en voort kan leven, mits men op rechtvaardige wijze u voor het geheel in blijft spannen. Deze dingen zijn noodzakelijk. Die moeten u het juiste milieu bieden. Het volgende punt zien wij dan als een resultaat van de vorige punten naar voren komen. Elke mens dient zich een milieu en omgeving te kiezen, die volledig in overeenstemming is met zijn eigen leven en streven. Hierdoor zal men dan voor zich een snellere bewustwording mogelijk kunnen maken. Zover het onderwerp.

Maar er zijn nog enkele punten, die hier indirect mee samen hangen en die ik u gaarne voor wil leggen. Wanneer wij leven in de wereld, zijn wij vaak onbewust de slaven van onze omgeving. Wij realiseren ons niet, dat wij het zijn. De leringen uit de jeugd, de meningen der omgeving, de angst iets anders te aanvaarden dan het bekende, kunnen u sterker ketenen dan stalen boeien. Dit komt heel vaak voor.

Wij moeten in onszelf een verweer vinden. Dit doen wij door te trachten onszelf te zien, zoals anderen ons waarnemen. Door te trachten anderen ook te zien, zoals zij zich zelf zien en geen verschil tussen deze beiden. Wij moeten trachten een onpartijdig en rechtvaardig oordeel te vellen over ons zelf. Verder moeten wij ons realiseren, dat het moment “heden” altijd voor ons van het grootste belang is, want dat, wat morgen kan gebeuren, heeft nu nog geen invloed op ons leven, wij moeten dit moment gebruiken om onze persoonlijkheid zo volledig mogelijk te uiten, ongeacht de tegenstanden, die daar tegen kunnen bestaan. Deze uiting moet plaats vinden op een zodanige wijze, dat wij, onszelf van onpartijdig standpunt uit beschouwende, steeds onszelf kunnen zien als een mens, die misschien niet volmaakt is, maar toch steeds eerlijk streeft naar het edele, het goede, het volmaakte.

Wanneer wij zo handelen, dan zullen wij een steeds groter geestelijke bewustwording verkrijgen, dan zullen wij de moed hebben om verder te gaan dan de plat getreden paden. Dan hebben wij de moed om, verzinkende in ons “ik” door te dringen tot al die hoeken, waarin wij tot nu toe met de sluier der liefde onze eigen fouten bedekken. Dan hebben wij de moed door te dringen in de lichtende sferen, die voor ons een rust, een sterkte en een kracht kunnen betekenen. Sferen, die wij eerst niet dorsten te benaderen, omdat wij bang waren onszelf daarin te verliezen.

Er zijn vele wegen tot bewustwording, er zijn vele wegen om tot God te komen. Maar hoe gij uw weg ook kiest, één waarheid blijft: Gij kunt uw weg slechts gaan, wanneer gij haar niets slechts met woord en gedachten, maar ook met de daad durft te onderstrepen, zodat uw gehele persoonlijkheid tot inzet komt en al hetgeen tot uitdrukking kan brengen, wat er in u leeft. Wanneer de mensheid dit zou leren doen, zou zij zich ook een omgeving scheppen, geheel aangepast aan haar geestelijk streven. Zolang zij voortdurend in strijd blijft met haar eigen “ik” zal de daaruit ontstaande toestand, voeren tot innerlijke onrust en uiterlijke strijd, waardoor aan anderen veel leed wordt toegevoegd, waarvoor geen werkelijke noodzaak aanwezig is. Ik verzoek u deze punten te overwegen. Indien u vindt, dat er ook slechts een grein waarheid is in hetgeen wij gezegd hebben, verzoeken wij u dit tot u te nemen en uw eigen daad en gedachteleven te reinigen van de onwaardige beïnvloedingen, die u tot nu toe daarin hebt toe gelaten.

  • Ik zou graag iets willen weten over de betekenis van het vuur.

Het vuur is eigenlijk in de geschiedenis der mensheid een geheimzinnig element geweest. Het heeft heel lang geduurd, voor men begrijpen kon, wat het eigenlijk was. Wanneer wij terug gaan tot de oertijd, zullen wij onmiddellijk inzien, dat wij hier te maken hebben met iets, dat wel enige verering verdient. Want: maakte men vroeger vuur? Neen! In het begin had men de middelen hiertoe niet. Vuur viel uit de hemel. Het donderde, terwijl geheimzinnig opeens een stuk verrot hout hier of daar in vlammen losbarstte. Het was dus iets heiligs. Het was een gave van boven. Het vuur werd soms door de bergen uitgebraakt en kwam met gloeiende stenen vernietigend neervallen. Het vuur was iets, dat je vrezen en vereren moest tegelijk. Het vuur gaf licht, het schijnsel van de dag in de nachtelijke duisternis, die zozeer gevreesd werd. Vuur gaf warmte, wanneer de natuur koud bleef. Is het dan een wonder, dat de meest primitieve wezens, die het vuur leren bezien en het gedeeltelijk leerden beheersen, zich voortdurend tot dit geheimzinnige element voelden aangetrokken? Het is begrijpelijk, dat men ook verder na ging denken erover. Vuur en zon werden in de gedachten van velen één. Bedenk, dat de zon in vroeger dagen niet zo vaak te zien was. U beklaagt, zich vaak over het Nederlands klimaat. U ziet zo weinig zon. Maar vroeger waren er streken, waar de zon misschien één dag in het jaar voor twee of drie minuten als een zonnestraal zichtbaar was. Er was even een gouden licht, Dan was het weer weg. De mensen hadden echter reeds het vuur, dat daar zoveel op leek. Beeld van de geheimzinnige machten in de hemel. Begrijpelijk, dat het vuur reeds in den beginne geheiligd werd en bij de Lemuren reeds een grote betekenis had, zoals het bij andere primitieve volkeren een grote betekenis heeft en zal blijven hebben. Wat men in het vuur gooit, verteert. Maar gooit men er iets in, dat hard genoeg is, dan zal het vuur het ontdoen van alle aanhangselen en onzuiverheid. Vuur reinigt en niet te vergeten, het vuur was van Goddelijke oorsprong. Zo werd het vuur in het begin het element, dat beproefde, hoe zuiver de mens wel was. Wanneer hij de vuurproef voor de rechter de vlam u niet beroerde, dan kon niemand meer iets tegen u zeggen, u werd gerechtvaardigd, want de Goden waren met u. Een vuurproef, die hier in de Middeleeuwen nog bestaan heeft, een vuurproef, die zelfs nu nog bij sommige stammen bestaat. Heel vaak in ietwat gewijzigde vorm.

Er zijn nu nog negerstammen, waar men, wanneer bij de rechtspraak twee mensen tegenover elkaar staan en geen oordeel kan worden geveld, omdat ieder evenveel getuigen heeft gekocht en evenveel leugens vertelt, een grote pot met kokend water neemt. Dan zegt men tegen de beide partijen: “Steek je hand daarin. Als je je niet brandt, zullen wij aannemen, dat je gelijk hebt. ” Meestal blijken dan beide partijen even schuldig. De rechteren en bestuurders varen er wel bij, de goederen waar het omgaat worden geconfisqueerd en vaak nog iets meer. En niemand heeft het recht zich daarover nog te beklagen, want de leugen is door de rechters en de Goden bewezen geworden. U zult begrijpen, dat het vuur nog veel meer betekenis kreeg voor de mensheid, toen bleek, dat het vuur in staat was bepaalde dingen te veranderen. Het was het vuur, dat de mensen in staat stelden uit koper en brons de eerste wapenen te smeden. Het was het vuur, dat reeds voor die tijd gebruikt werd om stenen te kloven en in bruikbare splinters te doen springen. Het was het vuur, waarmede men de punten van de houten spies kon harden. Het vuur was in vele opzichten onmisbaar. Het maakte voedsel verteerbaar, dat anders zelfs door de sterke maag van de oermensen slechts aarzelend werd aangenomen.

U zult dus inzien, dat reeds uit zuiver natuurlijke oorzaken vuurverering praktisch niet uit kon blijven. Toen de zon op aarde wat meer invloed kreeg, ging de hele mensheid begrijpen, dat die zon wat bijzonders was. Wij vinden dan ook overal zonnegoden bij de vleet, soms als deel van een Godenwereld, soms als alleen regerende Godheid. Die zon deed zich aan het menselijk oog voor als een verterend vuur. Geen wonder, dat men ook bij de zonneverering het vuur als een symbool van Goddelijk licht en reinheid gebruikte.

Dan komt de tijd der magie. De magiër gebruikte allerlei instrumenten, die door het vuur gedreven kunnen worden, O zeker, men wist niet, hoe deze zo nuttig mogelijk te gebruiken. In één van de oudere orakels bv. , werd op sommige dagen vuur aangelegd beneden een ketel met water, waarboven zich een soort kleine turbine bevond. Door deze turbine werden dan regelmatig stoomstoten rond het beeld verdeeld en de grote Goddelijkheid van het beeld werd hier dan ook mede bevestigd.

Althans voor die tijd en dat moet u die mensen niet zo kwalijk nemen, het gaat met wonderen net als met koffie: als je geen echte hebt, neem je wat anders, maar het moet er wel een beetje op lijken.

Maar zelfs die priesters zagen in het vuur iets bovennatuurlijks. Zij voelden aan, dat dat vuur bijzondere eigenschappen had. Lang voor het orakel werd gebouwd werd, waar ik u over gesproken heb, was het vuur nog een bijzonder indrukwekkende Godheid in streken, waar aardolie veel voorkomt en wij o. a. soms kleine asfaltmeertjes vinden. Door toevallige omstandigheden, een bliksemstraal, een vonk uit een paar stenen geslagen, ontbrandde dan soms uitstromend gas en woedde de geheimzinnige vlam maanden en jaren lang boven de bodem. “Dat moest, ” zo dacht men, “wel een uiting van de Goden zijn!” Want niemand wist iets van brandbare gassen af. Wederom de verering van het vuur. Langzaam aan begon men echter ook het vuur met activiteit te verenigen.

Vandaar dat u nu nog spreekt over een vurig redenaar. Wanneer iemand een vurig redenaar is, dan zet hij zich geheel in, dan maakt hij zich druk. U gebruikt dus op het ogenblik nog het vuur in uw taal als een symbool van actie, van activiteit. Zo behoeven wij ons er dus niet over te verbazen, dat vroeger bepaalde Goddelijke functies en activiteiten in het vuur werden uitgedrukt. Wij vinden bv. de vurige zuil, die de Joden voorging. De vurige zuil, die een teken was van de strijd tussen Ozmuth en Azmuth. Wij horen in de legende over het gevecht der vurige zuilen, dat een oorlog onder de indianen deed ophouden in de tijd van de eerste Inca. Ik kan zo nog veel verder gaan. Want steeds meer komen wij in verhalen en legenden vurige zuilen tegen als teken van Goddelijke begrippen, van Goddelijke actie. Wanneer men eindelijk iets van de eigenaardige eigenschappen van het vuur gaat begrijpen, komen wij al in de buurt van Christus geboorte. Men begint nu de relatie te begrijpen tussen hetgeen door het vuur verteerd verbruikt wordt en het andere, warmte en licht, die daardoor weer worden geschapen. Men ontdekt, dat het deze energie is, die door andere voorwerpen geabsorbeerd kan worden en op hun beurt ook dezen tot vuur doet worden, of van geaardheid en geschapenheid doet veranderen. Men gaat in het vuur een scheppend principe zien.

Wanneer wij dan ook horen spreken over het vuur in meer alchemistische termen, valt het ons steeds weer op, dat voor de mens dit vuur a. h. w. een katalyst is. Dus iets, dat helpt omzettingen tot stand te brengen zonder daaraan zelve blijvend deel te hebben. Het vuur blijft zichzelf gelijk, maar verwekt bindingen, die zonder het vuur niet tot stand zouden kunnen komen. Wat moeten wij dan zeggen over de modernere tijd? Het is nog niet zo lang geleden, dat elke machine haast met stoom werd gedreven. Vuur! Vuur, dat het de mensen mogelijk maakte snel en met minder risico de wereldzeeën te overschrijden.

Het is het vuur in het hart van de explosiemotoren, dat het u mogelijk maakt u te verheffen boven het land in de luchten. Het vuur is ook nu voor de mensheid nog even belangrijk. De mensheid zal onbewust deze belangrijkheid altijd aan blijven voelen. Het mensdom heeft zich dat vanaf de eersteling van het Genus Homo, lang voor Homo Sapiens de wereld betrad, al gerealiseerd. Het is van geslacht op geslacht vastgelegd in overleveringen. Het is in elke godsdienst tot uiting gekomen. U weet, dat haast in elk sprookje, in elke legende het haardvuur mede een rol speelt. Men noemde het vuur langzaam aan ook steeds meer ten opzichte van geestelijke eigenschappen. Is dat niet begrijpelijk, dat het vuur aan de ene kant een symbool is geworden van martelingen en helse straffen, aan de andere kant een teken is geworden van de Goddelijke Rechtvaardigheid? Is het niet begrijpelijk, dat nog heden ten dage de zuivere vlam genoemd wordt als symbool van de Goddelijke Kracht? Is het niet begrijpelijk, dat de eigenschap van de vlam om licht uit te stralen uiteindelijk haar heeft gemaakt tot symbool van de Goddelijke scheppende kracht, Die altijd rond ons allen is? Het vuur was belangrijk voor de Lemuren en Atlanten, het is belangrijk geweest voor alle volkeren der sagenwereld. Het is belangrijk voor de volkeren van deze tijd en er zal nooit een tijd komen, dat het vuur zijn belangrijkheid voor een menselijk, of een zelfs een aards geslacht zal verliezen. Het speelt een veel te grote rol in aller leven. Het is één van de meest ontzagwekkende verschijnselen dezer wereld. Het is de voortdurende openbaring van de krachten, die in deze wereld voortdurend verandering en vooruitgang veroorzaken.

Wij kunnen er ook over gaan vechten, of het nu juist is, of slechts bijgeloof, dat tot al deze voorstellingen aanleiding heeft gegeven. Maar het feit blijft, dat op grond van de door mij gegeven redenen de mens heeft geleerd het vuur te zien als een heilig teken, als iets, wat de Goden voortbrengen. Als iets, dat de heiligheid en zuiverheid uitdrukt, die verenigt moet worden met het goede scheppende principe. Omdat het vuur reinigend is, begrijpen wij, dat het vuur moet branden in het dsjenna, zowel als in de hel. In het eerste brandend zonlicht en meren van vuur, het tweede een wereld van vlammen en sulfer. Dit meest helse vuur stamt nog uit de gedachte dat vuur edel is en reinigt. God kan het kwaad niet dulden, zo zegt men. Hij zal het bestrijden met het middel, dat Hij altijd gebruikt heeft, met vuur en met vlammen. Zo komt het ook, dat de geest in haar verschijningsvormen en verschijnselen op aarde vaak probeert om een vlam te tonen. Zo wordt de geestelijke kracht uitgedrukt als een vlam, als vuur.

“En boven hun hoofden verschenen vurige tongen”. Pinksteren! Denkt u maar aan de aureolen, die als levend vuur van sommige personen uitstralen, Denkt aan het vurig schijnsel waarin zich sommige Goden der oudheid toonden. Vuur is voor de mensheid tot een Goddelijk symbool geworden. Vuur is het middel, waardoor de mens heeft geleerd zijn omgeving te beheersen. Vuur is iets, waar de mens niet zonder kan en dat aan de andere kant voor hem toch ook weer ontzag, ja, vreeswekkend is. Hij is bang voor het vuur. Maar hij heeft het nu eenmaal nodig. Vandaar, dat het vuur in zijn denken en beleven zo vaak op de voorgrond komt. Dat men de Goden offers brengt in het vuur.

Tegenwoordig drukt men dat anders uit: Men spreekt over de infrarode stralen etc.. Maar zelfs dan is het niet een verbrandingsproces geweest, waardoor de mens deze straling het eerste op de wereld heeft gebracht? Is het niet de beheerste verbranding in de mens, die hem doet leven? Want ook in de mens brandt het vuur. Het vuur des levens.

Want wanneer u mij vraagt: Waarom is het vuur zo belangrijk? Dan kan ik alleen maar antwoorden: Omdat het de wereld der mensen vanaf het eerste begin heeft geregeerd. Omdat het reeds een schrikbeeld was in het bewustzijn der dieren, die de aarde bevolkten voor de mens haar betrad. Daarom is het nu nog zo belangrijk. Daarom is het vuur een symbool geworden van Goddelijke werking en de bovennatuurlijke krachten, die over de wereld uitgaan en zich op deze wijze kunnen openbaren.

  • Storingen kunnen hogere intelligenties beletten door te komen. Van welke aard zijn dezen? Kunnen hinderlijke geluiden nabij een medium ook storing veroorzaken?

Hoge intelligentie is een betrekkelijke titel. Maar laten wij zeggen dat de meer geestelijk bewusten er moeite mee hebben om zich weer te bepalen tot de bekrompenheid van een medium en een stoffelijke omgeving. Het zal u duidelijk zijn, dat elke storing in de omgeving werken zal op de toehoorders en op de sfeer. Dus op het harmonisch samenwerken van alle gedachten, waardoor men het een bewuster geest toch nog eenvoudig kan maken om zich te uiten en te openbaren.

In de tweede plaats bestaan er bepaalde luchtelektrische verhoudingen, die de geest, ook al gezien haar structuur en geaardheid, wel enige moeilijkheden in de weg kunnen leggen. Voor een zeer bewuste geest is een dergelijke storing niet zo gemakkelijk te verdragen als voor ons,die nog dichter bij de mensen staan. Lawaai in de omgeving van het medium kan storend zijn, wanneer het de aandacht afleidt, ergernis geeft en zo de harmonie verstoort.

Verder zouden wij nog kunnen noemen minder goede gedachten, waardoor een duistere stroming in het totaal der kring wordt gebracht. Ook dit maakt het moeilijk te komen tot een meer volledige uiting, wanneer je eenmaal op een hoger bewustzijnsvlak leeft. Ik meen hiermede de voornaamste storingen te hebben genoemd, dus de vraag te hebben beantwoord.

  • Zoudt U een korte definitie willen geven van bewustzijn en bewustwording?

Bewustzijn: weten, dat in het “ik” zodanig verwerkelijkt is, dat het verknoopt is met de eigen ervaring. Bewustwording: Vergaren van weten, dat door omzetting in daden binnen het “ik” wordt gemaakt tot bewustzijn. Kort genoeg? U wilt, dat ik dit nog nader zal verduidelijken?

Bewustzijn betekent op de hoogte zijn van al hetgeen, wat rond u gebeurt. Het bewustzijn is dus een wisselwerking tussen u en de buitenwereld. U kunt zich van niets bewust worden, als u niet de middelen heeft om waar te nemen, of te benaderen. Deze middelen worden weer geschapen aan de hand van in u aanwezige waarden. Dat de mens kan zien heeft hij te danken aan het feit, dat zijn verre voorvaderen een snelle en nauwkeurige bepaling van eigen plaats ten opzichte van de omgeving als noodzaak gevoelden. Er is dus wel degelijk een bewustzijn, dat zelfs voor de groei van deze mogelijkheid tot ervaren noodzakelijk is. Geestelijk is dat precies hetzelfde: Wij kunnen wel iets weten, maar wij hebben niets aan de wetenschap, wanneer wij die niet verwerkt hebben en dus tot deel van onze persoonlijkheid hebben gemaakt, anders vergeten wij haar betrekkelijk snel. Slechts datgene, wat wij weten en in de praktijk hebben beproefd, zodat wij voor onszelf een houding daar tegenover bepaald hebben, is bewustzijn. Bewustwording betekent niets anders dan: bewustzijn verwerven. Dus: elk proces, waardoor het bewustzijn vergroot kan worden, noemt men bewustwording. Dit geldt zowel voor de geest als voor de stof.

  • Hadden de eerste eiwitcellen al een bewustwording?

De eerste eiwitcel, die ten opzichte van haar omgeving leefde, had reeds zeer snel een bewustzijn. Dit bewustzijn ontstond doordat haar leven bedreigd werd door die omgeving. Zij voelde toestanden aan, die voor haar eigen leven nadelig of onaangenaam waren en trachtte daaraan te ontsnappen. Zij leerde dus een verschil kennen tussen goed en kwaad zover de mogelijkheid tot ervaren hiervan in haarzelf aanwezig was. Het is dus een bewustzijn wat door deze cel werd verworven, hoe klein ook ten opzichte van het menselijke. Een proces, waaruit bewustzijn ontstaat, heet, zoals gezegd, bewustwording. Zodat ook reeds in de eerste cel een bewustwording was, zij het dan ook, dat die op een lager plan lag in het kennen der omgeving en feiten, dan de menselijke bewustwording.

  • Welk verband is er tussen onze zon en het Melkwegstelsel?

De verhouding tussen onze zon en Melkwegstelsel is ongeveer als de verhouding tussen moeder en kind. D.w.z. dat uit de wervelingen van het Melkwegstelsel uw zon geboren is. Zij heeft in de loop van haar bestaan haar planeten tot zich getrokken en gedeeltelijk zelf georigineerd door contact met een andere ster. Zij heeft verder door de beweging van het Melkwegstelsel, dat in zich een verveling was spiraalsgewijze, een eigen versnelling en voortbeweging gekregen, terwijl zij op de massa van het Melkwegstelsel blijft reageren. Zij wordt in baan en beweging door het Melkwegstelsel bepaald en begrensd. De zon is daar dan ook aan onderdanig. Verder kunnen wij nog zeggen, dat in het Melkwegstelsel kleine delen der materie, die door andere sterren worden uitgestraald, terwijl ook donkere niet ster geworden delen der materie in wolken, soms in stromen door de ruimte gaan. Wanneer de zon in een verdichting hiervan terecht komen, reageert zij hierop doordat zij een verbinding met deze materie aangaat en zo een omzettingsproces ook voor zich tot stand brengt. Dit is bepalend voor haar temperatuur, kan haar eigen stabiliteit verhogen, of verminderen enz.. Wij kunnen dus zeggen, dat de Melkweg tegelijk de omgeving van, de originator en de richtinggevende en bepalende kracht is van de zon, in zo verre dit zuiver stoffelijk bezien wordt.

  • Wat is de betekenis van de zonnevlecht?

De zonnevlecht is een belangrijke zenuwknoop, waar vele haar verschillende organen gaande zenuwstrengen tezamen komen. Het is daardoor een punt, dat kan worden gezien als een soort tweede denkvermogen. Er zijn meerdere zenuwknopen, die met elkaar in verbinding staan. Hierin kunnen reacties en automatismen optreden, zoals ook in de kleine hersenen voor het gehele lichaam ontstaan. Deze plaatsen zijn voor de geest een punt van gemakkelijke aangrijping en beïnvloeding. Zij zal, doordat zij zich uit in het lichaam door het wekken van reactionele zenuwstromen, zich hier het eenvoudigst kunnen uiten. Vandaar, dat de zonnevlecht dan ook behoort onder de chakra’s, de punten, waarin de geest zich als kracht openbaart en waardoor zij tevens met het lichaam verbinding heeft. (Op verzoek uit de zaal wijst de spreker aan, waar de zonnevlecht zich ongeveer bevindt). Onder bij de ruggengraat vinden wij ook nog weer zo’n belangrijk punt, dat echter hoofdzakelijk wordt gebruikt om krachten uit het luchtpotentiaal aan het lichaam toe te voeren. Het wordt als het laagste chakra beschouwd, maar door de menselijke geest over het algemeen niet meer gebruikt.

  • De 6-puntige ster is een teken van bewustwording. Welk verband met het teken, dat de Joden voeren, bestaat er?

De 5-puntige ster is het teken van de strevende mens. De 6-puntige ster is daarentegen de uitdrukking van de volledige magische bereiking. Zij is dan ook gelijk aan het zegel van Salomo. Hierin wordt uitgedrukt, dat de drie lagere elementen, zich verbindend met de drie hogere elementen – u kunt dit zelfs als dimensionale verhoudingen uitdrukken – komen tot een éénheid, waarin de openbaring van het Goddelijke plaats vindt. Zoals u weet, werd dit ook Salomo reeds verkondigd en maakte het niet alleen deel uit van zijn magische leer, maar vinden wij de hogere driehoek tezamen met de neerstralende kracht, als bliksem uitgebeeld ook in zijn persoonlijke zegel terug. Hierin wordt een wereldbeschouwing uitgedrukt, die ook voor en door de Joden bestaat. Laten wij niet vergeten, dat de Joden op het ogenblik behoren tot de oudste nog bestaande beschaafde rassen, die nog een groot deel van hun overleveringen hebben weten te handhaven. Zij waren in de oudheid zeer grote kenners der Kabbala, een cijfersysteem, dat berust op een magisch esoterische interpretatie en daarnaast ook van direct magische werkingen. Het is dus begrijpelijk, dat symbolen, die aan de volkomenheid van de Schepping: uitdrukking geven door het veel gebruikt worden, zelfs i.v.m. hun eigen religie, waardoor deze ster vaak zelfs als symbool voor Jahwe gebruikt kan worden. God is de Volmaaktheid, waarin de werelden van stof en geest elkaar geheel evenwichtig ontmoeten, waardoor de Godheid Zich openbaart in een uiting op alle punten. Dit alles wordt vastgelegd in het symbool van de elkaar evenredig kruisende driehoeken, die overigens niet alleen een symbool van de Joden zijn, maar ook bij vele andere esoterische organisaties op de voorgrond treden.

  • Is grafologie een betrouwbaar middel om iemands karakter te leren kennen?

Zij zou dat kunnen zijn, wanneer de grafoloog inderdaad betrouwbaar ware. Maar aangezien de grafoloog een mens is, afhankelijk van stemmingen vaak bepaalt door intuïtie e.d., waardoor zijn persoonlijke interpretatie der tekens nog zeer sterk op de voorgrond treedt, geloof ik niet, dat meer dan een oppervlakkige karakterschets, daarbij rekening houdende met de gemoedstoestand, waarin de schrijver zich heeft bevonden, uit het schrift gelezen kan worden. Er zijn zeer vele kentekenen, die het ons mogelijk maken zekere toestanden te herkennen. Maar er zijn bepaalde karakteristieken  die voor de grafoloog zwaar tellen, maar die bij vele schrijvers juist dan voorkomen, wanneer zij zich in een bepaalde stemming bevinden. Hierdoor komen in het schrift zo vele ogenblikstekens voor, dat hierdoor niet altijd een zuivere beoordeling, van het grondkarakter mogelijk wordt gemaakt. M.i. moet men de grafologie zien als een kunst, die misschien tot wetenschap kan worden, maar op het ogenblik nog te zeer afhankelijk is van sensitiviteit, objectiviteit en interpretatie van de grafoloog.

  • Wat zijn de bijzondere ontwikkelingen in een te vroeg geboren kind?

Te vroeg geboren worden wil zeggen, dat de prenatale geborgenheid verkort wordt. D.w.z. dat een deel der hardere levenservaringen te snel op het kind af stormen en dus daarmede een bepaalde psychische ontwikkeling plaats vindt, die later in geestelijk, zowel als stoffelijk leven tot uiting kan komen. In principe kunnen wij echter stellen, dat de éénwording van stof en geest voltooid moet zijn voor er van levende geboorte sprake kan zijn. Wij weten verder dat het eenwordingsproces stof  geest begint in ongeveer de tweede tot de derde maand der zwangerschap. Zij wordt over het algemeen eerst na 6 a 7 maanden voltooid. In een dergelijk geval zouden wij er dus bij kunnen voegen, dat waarschijnlijk de banden tussen stof en geest niet zo vast zijn, als anders het geval is bij normale geboorte. De ouders moeten psychisch met een dergelijk kind rekening houden. Men zal dus zo’n kind voorzichtiger behandelen en opvoeden dan een normaal kind. Men hoedde zich het tonen van medelijden en verwennen, omdat dit kind met de groei wat achterblijft. Ik geloof niet, dat de ouders er veel aan, of toe kunnen doen, waar elke mens zijn eigen lot moet voltrekken en de ouders slechts richting hebben te geven aan het bewustzijn, opdat het kind zich leert aan te passen aan de maatschappelijke verhoudingen, waaronder het later zal moeten leven. Elk kind heeft zijn eigen waarheid, of schoon het zich in de kinderjaren door imitatie drang sterk naar de ouders kan richten, meen ik toch, dat wij niet mogen aannemen, dat de imitatie drang bepalend is voor eigen geestelijk inzicht en daden in de latere periode van het menselijk bestaan.

  • Kunt U iets vertellen over Pythagoras?

Pythagoras is een voorloper geweest van Einstein. Hij was degene, die reeds begreep, dat men met mathematische waarden meer dimensionale verhoudingen kan omschrijven en problemen daarover oplossen, wanneer men de bereikingen slechts aanpast aan de verhoudingen, die daarin op zouden kunnen treden. Hierdoor word het hem mogelijk esoterische opvattingen en problemen in meetkundige termen neer te leggen. Zijn school was dan ook een mathematisch esoterische. Heeft hij dat zelf ook als zodanig begrepen.

Zijn eerste bewijzen tonen ons, dat in het begin het grootste deel van zijn denken intuïtief gebaseerd was. De scholing die hij zichzelf heeft opgelegd en ook van leermeesters heeft ontvangen, heeft hem echter gemaakt tot een mens, die geheel abstract kon denken. Dit laatste is een voorwaarde voor de realisatie van waarden, die buiten het eigen bewustzijn liggen. Hij heeft zeer veel later geheel bewust doorleefd, maar deelde dit slechts mee aan enkelingen onder zijn leerlingen, waarvan hij aan kon nemen, dat zij in staat waren zijn beschouwingen te volgen en te begrijpen. Hierdoor is van de Pythagorese leringen zeer veel verloren gegaan, of schoon restanten ervan steeds nog weer opduiken en vaak nog op de voorgrond komen bij de esoterische of pseudo-esoterische genootschappen of scholingen.

  • Wat betekent de kandelaar met 7 armen, die wij vaak bij de Joden vinden?

Het is een houder met 7 lichtdragende nappen. Het zijn eigenlijk geen kandelaars. Het zijn nappen, 6 altijd brandende of veelal brandende olielampjes, die te samenkomen in een voet, die gekroond wordt door een zevende lamp je, dat niet altijd, maar alleen onder bepaalde omstandigheden diende te worden aangestoken. Hierin word uiting gegeven aan het symbool, dat wij zo-even bij de ster al behandeld hebben, n.l. alle waarden van geest en stof groeien samen in het Goddelijke. Wanneer men zich tot God richt, komt een volledige éénwording en harmonie tot stand, waarbij het Goddelijke Zich openbaart en gelijkelijk leeft in alle vormen en uitingen, die er uit zijn voortgevloeid. Kabbalistisch is 7 het getal van de mens, zodat dit symbool voor de mens geschikt is om uitdrukking te geven aan zijn geloof en opvattingen ten opzichte van God, de Goddelijke leer etc..

  • Op de oude tempels zou hebben gestaan: Ik ben, die ik ben. Is dat zo?

De meest juiste vertaling van deze spreuk, stammende uit de tijd van Ichnaton is eigenlijk: Het zijnde is. Dit bepaalt voor ons de eenheid der verschillende vormen van het Goddelijke. Deze spreuk kwam dan ook niet op alle tempels voor, maar speciaal op de tempels, die met de zonnegod in verbinding stonden. Het gaf daar de éénheid aan van Osiris met de verschillende persoonlijkheden, die van hem werden afgeleid, als bv. Horus. Gelijktijdig gaf het de ziel weer, die antwoordende op de vragen der rechteren het probleem des levens oplossende, werd tot de herboren Os iris. Of wel één met de Goddelijke Kracht.

  • Is het waar dat een mummie ongelukken en sterfgevallen heeft veroorzaakt?

Ik zou zulks niet graag beweren. Wel zijn heiligdommen en grafplaatsen beschermd geweest door magie, vloek enz.. Laten wij echter niet vergeten, dat een groot deel der magische verschijnselen berustte op natuurlijke waarden, waarvan gebruik werd gemaakt. Ik kan mij niet voorstellen, dat de aanwezigheid van een mummie ongelukken veroorzaakt. Wel, dat een geest des kwaads ontketend wordt. Het was vroeger gebruik een demon te scheppen door gedachtekracht, die dan werd gebonden aan een tafeltje, of voorwerp, meestal klei of steen. Zodra dit beschadigd wordt, breekt de opgehoopte gedachtekracht vrij en voltrekt binnen zijn vermogen en kracht, al hetgeen werd opgelegd tijdens het scheppingsproces. Wanneer hierbij paniek en angst in de mensen ontstaat, zal een dergelijke demon hierdoor weer versterkt worden. In een wereld, die niet zo aan geesten gelooft, zal zij vaak na de eerste uitingen reeds een natuurlijke dood sterven. Zij zal haar krachten uitputten en daardoor ook haar vorm en vermogen verliezen. Deze krachten sterven af, wanneer zij van geestelijke geaardheid zijn en geen voeding krijgen. Anders is het met krachten, die door het wekken van bepaalde spanningen, vaak in kristallen, ook magisch, voor een dergelijk gebruik worden gelegd. Zij blijven bestaan, zolang als het voorwerp bestaat, tenzij een sterkere kracht de toestand in het voorwerp wijzigt. Naar buiten tredende kan deze kracht slechts éénmaal haar werk volbrengen.

  • Hoe is het voeden van bepaalde krachten mogelijk?

Stel u voor, dat u een gedachte zo sterk voor u kunt halen, dat zij voor u een werkelijkheid wordt. U kunt dan anderen in de door u geschapen werkelijkheid doen delen. Suggestie, nietwaar? Vanaf dat ogenblik zal elke gedachte door anderen aan uw denkbeeld gewijd, de realiteit daarvan verscherpen, totdat het uiteindelijk een buiten de persoonlijkheid staande onafhankelijke kracht met persoonlijke eigenschappen geworden is. Wanneer iemand dus aan zoiets denkt, vergroot hij reeds de kracht ervan, negeert men het, terwijl het op u wil werken, dan zult u daardoor ook de kracht ervan af zien nemen. Vandaar de vijandschap, die vele demonen tonen tegen degenen, die hun bestaan negeren, ook wanneer men hen daardoor geen verdere schade toevoegt. De demon is uit zelfbehoud genoopt zich te doen erkennen en de in hem gelegde gedachten te uiten.  (iemand merkt op, dat vele mensen zo hun geld liefhadden. In het Oosten echter bewaart men op dezelfde wijze afknipsels van nagels enz..). Ongetwijfeld vrees voor goena goena. Maar sta mij dan een opmerking toe: Het Oosten wekt zijn demonen in tempels. Het Westen doet dat in fabrieken. Maar demonen hebben zij beiden.