Rede en gevoel

18 juni 1985

Laten we vanavond praten op een zeg maar pseudofilosofische basis. We weten allemaal, denk ik wel, dat een mens een hele hoop kwaliteiten heeft waarvan hij zelden of nooit gebruik maakt. We weten waarschijnlijk veel over het onderbewustzijn, eventueel over geestelijke waarden, bovenbewustzijn enerzijds en anderzijds over de rede. Wanneer we echter goed na willen denken, dan kunnen we dat nooit alleen redelijk doen. Het redelijke is voor ons; de formulering. Het denken is voor driekwart zeg maar, emotioneel.

Dat lijkt misschien onredelijk, want onze rede is gebaseerd op de werkelijkheid. Maar wat is waar? Wat is de werkelijkheid? Men zegt: Werkelijkheid dat is datgene waarin we ons bevinden. Maar hoe komt het dan dat u die werkelijkheid niet de baas kunt? Omdat u eenvoudig het wezen van die werkelijkheid onvoldoende begrijpt.

En nu heb ik het niet alleen over vragen als milieuvervuiling, oorlogen, space wars en al die dingen meer, om niet te spreken over terrorisme, hooliganisme en hoe dat verder mag heten…  Het is doodgewoon zo dat de mens vele dingen weet wanneer hij zijn rede gebruikt om te formuleren en niet om te corrigeren.

Wanneer u kijkt naar deze wereld dan kunt u zeggen: Dit is rood en dat is blauw. We heten niet wat de ander ziet omdat de kleurgevoeligheid van mensen onderling verschilt. We kunnen ook niet zeggen: Dit is mooi en dat is lelijk want mooi blijkt evenals lelijk, een mode-definitie. In Rubens tijd waren dames pas populair wanneer ze een omvang hadden die hen op dit moment onmiddellijk in een reeks diëten zou storten. Wanneer wij ons realiseren dat al wat wij zien en oordelen vanuit ons standpunt wordt benaderd, een standpunt dat niet reëel is maar dat eigenlijk uit een soort onderlinge afspraak is voortgekomen, dan gaan we veel beter leren begrijpen waarom het zo zelden gebruikte deel van ons wezen, inclusief gevoelens, onderbewustzijn, etc. eigenlijk zo belangrijk kan zijn.

U hebt allemaal wel gehoord van het derde oog. U weet ook allemaal dat is dat kleine kliertje dat hier zit en dan bedoel ik niet het geheel, maar alleen het kleine stukje van een paar gram dat door de mensen wordt beschouwd als de zetel van helderziendheid en weet ik wat nog meer als ze eraan geloven en als een een beetje onbegrijpelijk kliertje waarvan de functie niet helemaal duidelijk is wanneer we wetenschappelijk reëel denken.

Nu moeten we ons realiseren dat dit oorspronkelijk inderdaad een derde oog is geweest. Er bestaat nu nog een hagedissensoort waarbij er, ofschoon er geen blijken zijn van visuele waarneming daarmee, dat moet ik erbij zeggen, toch nog wel een hoornvlies, omringd door een aantal schubben, als een soort oog op het voorhoofd aanwezig is. Daarachter zit een soortgelijk orgaantje. We kunnen ook aantonen dat het lichtgevoelig is. Welke functie heeft het dan nu? Dat kan alleen verklaard worden wanneer we het verschil gaan bekijken tussen de hagedis en tussen onszelf. Die hagedis namelijk heeft geen frontale hersenlobben, een mens heeft die wel. D.w.z. dat dit kleine orgaan, dat overigens lichtgevoelig is en blijft, in staat is om invloed op beide hersenhelften uit te oefenen. Hier is sprake van iets dat hoe dan ook, het organisme beïnvloedt maar gelijktijdig de gevoelswereld en indirect de bewustere reactie op geestelijk terrein.

Zo heeft die mens een hele hoop dingen. Wanneer je bijvoorbeeld kijkt naar de chakra’s, het zal u ook bekend zijn dat tenminste vijf daarvan precies op een plaats zijn gelokaliseerd in de aura waar u dus in het lichaam endocriene klieren in de buurt aantreft. Dat is allemaal een bewijs, dacht ik, dat de geestelijke waarden en stoffelijke waarden samen dienen te vloeien.

Maar de mens heeft zijn afgesproken wereld, met wat mogelijk is en wat niet mogelijk is en wanneer we dan geconfronteerd worden met onbegrepen waarden die met de andere hersenhelft naar je toevloeien: emoties die je niet kunt verklaren, dan is u onmiddellijk bereid om te zeggen: Ja maar, dat of dat is iets buitengewoons en u vergeet dat het eigenlijk uit uzelf voortkomt. Een groot gedeelte van uw leven plaatst u eigenlijk buiten uzelf, verklaart u uit externe oorzaken of erger nog, poogt u te minimaliseren door te spreken van een toeval, waar je verder geen betekenis aan moogt hechten.

Wanneer u dat allemaal kunt aanvaarden zoals ik het nu gezegd heb, dan moeten we ook nog even naar een paar andere dingen gaan kijken, dacht ik. En ik zou verder kunnen gaan met het aanhalen van de toch wel in de wetenschap aanwezige gegevens die als een bewijs voor mijn thesis zouden kunnen gelden; maar dan zijn we de hele avond bezig en daar hebt u geen interesse in…

Er is in ons wezen een weten dat veel verder gaat dan het bewuste weten. Een deel van dat weten komt bijvoorbeeld uit de omgeving. Planten reageren. Het is overigens wetenschappelijk bewezen dat planten op gedachten uitstralingen reageren met schrikreacties. Een plant kan zelfs flauwvallen, het komt inderdaad voor. Weten verder dat er een uitstraling is van voorwerpen. Denk aan de pogingen die men heeft gedaan voor het vastleggen o.m. door de Kirlianfotografie. Deze dingen beïnvloeden ons. Planten spreken tot ons, maar zij doen dit in een taal die niet past in een redelijk concept. Daardoor kunnen ze hun boodschap vaak niet kwijt en als die boodschap al verwerkt wordt, is het meer een gevoel van behagen of onbehagen. Waarom zouden we niet proberen onze wereld als een geheel te zien. Dan moeten we allereerst, dat geef ik graag toe, de redelijkheid een beetje beperken. Er zijn nu eenmaal waarden die je niet aan kunt tasten. Er zijn nu eenmaal bepaalde geloofsstructuren die in zichzelf misschien zinledig zijn, maar die voor ons noodzakelijk zijn omdat we alleen op die manier de boodschappen uit ons wezen kunnen omzetten in iets dat voor ons nog aanvaardbaar is.

Laat me dan beginnen met te zeggen: de rede is niet het eerste instrument van de mens, maar het tweede. Het eerste is het geheel van zijn gevoeligheid en het geheel van zijn persoonlijkheidsinhoud. Hierdoor wordt zijn meest juiste reactie op al wat om hem heen is en al wat er in hem gebeurt, voortdurend bepaald. Wanneer wij proberen daarvan af te wijken, lopen we vast. We moeten niet proberen met ons denken de regels te stellen maar we moeten proberen de regels te voelen. Wanneer we iets als waar of juist hebben gevoeld, en dat is dus een innerlijke ervaring die niets met redeneren te maken heeft, dan betekent het gelijktijdig een noodzaak om ons aan die regels te houden, discipline.

Die regel geldt niet voor iedereen, maar die geldt voor ons, want hij komt uit ons voort en als zodanig is hij de meest juiste weg.

Dan hebben we verder te maken met ons wereldbeeld natuurlijk. Ons wereldbeeld is altijd afhankelijk van wat anderen zeggen, van wat anderen gezegd hebben, wat we verwachten dat anderen zullen zeggen en wat anderen zullen doen. Laten we die verwachtingen nu eens even buiten beschouwing laten. Laten we ons realiseren dat de tijd zoals wij die beleven bijvoorbeeld, uitermate subjectief is. We zien dingen achtereenvolgens terwijl ze in feite gelijktijdig aanwezig zijn, maar voor ons, gezien als bewustzijn, potentie blijven tot ze deel na deel verwezenlijkt worden. We zouden moeten reageren vanuit een totaliteit. Die totaliteit moet wel bepaald worden door hetgeen we zelf zijn, ze kan nooit door iets anders bepaald worden. Geen lering van anderen, niet van de Orde of van één of ander zogezegd onfeilbare autoriteit mag daarop invloed uitoefenen. Eerst jezelf zijn. Voel aan wat je bent. Voel aan wat je doet. Probeer te begrijpen wat op dit ogenblik voor jou emotioneel ja en half onbewust belangrijk is. Bepaal je belangrijkheden. Niet redelijk, niet aan de hand van hetgeen je van je wereld meent te weten, maar aan de hand van hetgeen je dit moment in jezelf gevoelt. Dit is namelijk de juiste richting waarin je verder moet. Realiseer u verder dat u, door die zeg maar tweede helft, bijna onbewuste en emotionele helft van je wezen zoveel invloed te geven, ook toegang krijgt tot de energie en de kracht van je gehele persoonlijkheid.

Ik wil niet eens verder gaan en zeggen: Ja, de persoonlijkheid is deel van de totaliteit en wanneer we dit innerlijk aanvaarden hebben we dus de kracht van de totaliteit waaruit we kunnen werken. Dat is wel waar, maar voor te weinig mensen omdat dat peil te weinig bereikt wordt. Laten we gewoon die kracht die in ons is dan gebruiken, zoals we voelen dat dat juist is. De ene keer misschien om iemand te genezen. De andere keer om een denkbeeld uit te stralen en nog een andere keer misschien allen maar om iets te onderdrukken of te veranderen. We zweven in een wereld van illusie. Dat betekent dat we delen van die illusie kunnen wijzigen. De werkelijkheid die daaraan ten grondslag ligt kennen we niet. Laten we daarom de illusie aanpassen aan onze persoonlijkheid, dan komen we dichter bij de werkelijkheid dan wanneer we een schijnwerkelijkheid creëren die we onaantastbaar achten.

Ga nog een stap verder. Dat wat ik ben, of ik het weet of niet, is het enige van een stoffelijk mens wat voortbestaat. Al het andere is vergankelijk, vergaat, heeft geen zin en geen betekenis. Het gaat om wat je innerlijk bent, dat blijft voortbestaan. Dan kun je je hiernamaals nooit bepalen aan de hand van redeneringen, rationaliteit of zelfs filosofie. Je kunt ze alleen maar bepalen aan deze gevoelswaarden, deze voortdurende uitwisseling tussen jou en het geheel van het bestaande, niet alleen jouw wereld, maar ook de andere, want van daaruit krijgt u de basis waardoor je kunt formuleren wat waar is en wat noodzakelijk is voor jou.

Dan zijn er mensen die zeggen: Ja maar, hoe komt het dan, zo begint het dan meestal, of kunt u verklaren waarom, komt ook veel voor, zoals er een hele hoop mensen zijn die vragen stellen en daarbij voegen: Bent u het met mij eens, of hoe vindt u dit en dat? Wanneer u begint te zeggen: Helderziendheid komt toch maar bij weinige mensen voor, dan zeg ik ja, duidelijk: helderziendheid wordt onderdrukt. Hoe komt het denkt u dat dieren beter helderziend zijn dan mensen? En meer algemeen? Dat komt alleen maar omdat zij nog als een geheel functioneren. De mens doet dit niet. Vraag u ook niet af hoe het komt dat sommige mensen wel kunnen genezen en andere niet. Elke mens zou moeten kunnen genezen, maar niet elke mens is bereid om die kracht in zichzelf te erkennen en emotioneel, want het is een vertrouwen, het is geen wetenschap, die kracht over te dragen. De meeste mensen willen weten hoe en waarom en dat kun je niet vertellen. Je kunt alleen duidelijk maken dat het gebeurt aan de hand van de verschijnselen die je veroorzaakt.

Wanneer u dat zo bekijkt, dan moet je eigenlijk een oordeel gaan vellen over de menselijke manier van bestaan en dan zeg ik: Die mens heeft, dankzij de scheiding, die gespletenheid waarbij zijn emotionele, zijn onbewuste kant aan de ene zijde, en zijn ratio aan de andere zijde functioneren, een innerlijke strijd veroorzaakt die hen gelijktijdig dwingt te ontwikkelen. De vooruitgang van de mens is te danken aan deze scheiding. Op het ogenblik dat kennis iets anders is dan wat in je leeft en deel is van je persoonlijkheid, is die splijting veroorzaakt.

Misschien mag ik het zo zeggen, het klinkt een beetje bijbels: Toen Adam en Eva een hapje namen van de boom van kennis van goed en kwaad, althans een vrucht daarvan, toen brachten zij het weten in een afzonderlijke relatie met zichzelf. Vanaf dat ogenblik gingen ze redeneren en niet ervaren en dat was de zondeval. Daardoor werd het paradijs onmogelijk, want waar de eenheid verloren gaat daar komt de voortdurende innerlijke strijdigheid naar voren. Maar dat wil niet zeggen dat ze iets verloren hadden. Het wil alleen maar zeggen dat alleen maar door de schok van herkenning, of de angst, dat kan ook het geval zijn, dat ze iets verboden hadden gedaan, ik doe maar even of het verhaal letterlijk juist is, zeiden: Ja, maar wij durven niet meer met God te wandelen.

Wat is wandelen met God? Wat is God? Het is het onbekende. Het is iets wat vanuit ons standpunt denkt, dat wel bewust is en ingrijpt. Er is iets wat we niet kunnen omschrijven als een persoonlijkheid maar dat toch door zijn kracht alles in stand houdt, en zo kan ik doorgaan. Het is er heus wel. Er is iets wat je God kunt noemen en er zijn krachten uit deze zogenaamde God voortgekomen die toch dicht bij het menselijke komen en die het menselijke kunnen beroeren, zonder twijfel. Maar is God niet het versmolten zijn, het één zijn zonder helemaal aan jezelf te denken? Wandelen met God dat zou ik willen omschrijven als in een absolute overgave geven aan een geheel dat je in jezelf ervaart zonder op enigerlei wijze daaraan je eigen denken en kritiek toe te voegen. Dat moet voor een mens nog steeds mogelijk zijn.

Wanneer ik kijk naar de mensheid van vandaag dan zie ik dat die in gisting is. Het is aan het veranderen. Ik heb het gevoel dat datgene wat ik u nu voorhoud in een niet al te verre toekomst een meer algemeen feit zal worden. Dat men eindelijk weer terug zal keren naar de innerlijke eenheid als basis voor het bestaan en niet meer dit toch door externe factoren grotendeels bepaalde redeneren. Je kunt niet zeggen: Ik heb een recht. Je kunt ook niet zeggen ik ben rechteloos: Je kunt alleen zeggen: Innerlijk voel ik dat dit voor mij belangrijk is maar dat betekent dan ook dat je het zelf moet vervullen. Je kunt niet zeggen dat een ander het moet doen.

Ik vind het altijd zo mooi dat de mensen zeggen: Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt. De zonden misschien wel, maar de ervaring en de consequentie ervan niet. Het gaat er niet om dat iemand voor ons de gevolgen uit de weg ruimt. Het gaat er alleen om dat wij, ondanks de tegenstelling die we hebben geschapen, ondanks de gevolgen daarvan die we moeten dragen, de vrede met het geheel terug kunnen vinden. 0 jee, nu word ik bijna theologisch. Daar moet ik mee uitkijken. Zoals een vriend al zei: Theo loog en Theo liegt nog steeds. Laat ik het dan zo stellen: Wanneer de eenheid groter wordt, dan zullen we ongetwijfeld de mens zien terugkeren naar veel dingen die hij verworpen heeft. We zullen zien dat bepaalde vormen van magie, van geestelijk werken en streven, van geestelijke genezingen en wat dies meer zij, ja zelfs geestelijk onderzoek, toenemen; want daarmee kunnen we weer reageren op de werkelijkheid.

Mag ik het simpel stellen? U wilt een plant hebben met bepaalde kwaliteiten, maar u weet niet of de zaailing die u gewonnen hebt die kwaliteit bezit. Als u de uitstraling van de plant kunt beluisteren dan weet u wat zij heeft, er is geen microscoop of iets anders bij nodig. Er is een aanvoelen, een weten en dat weten kun je dan eventueel bewijzen, nietwaar. Die zaailing wordt toch nog groter en dan kunt u proefondervindelijk nog aantonen dat u gelijk hebt. Maar u zult ook aanvoelen waaraan die voorwaarde niet voldaan kan worden en dan kunt u dat onderzoek uzelf sparen. Ik noem nu maar een heel eenvoudig ding. Maar dit is toch precies hetzelfde met mensen.

Wanneer wij iemand zien die ongelukkig is dan kunnen wij natuurlijk ons op de sofa leggen bij de psychiater, het is natuurlijk een leuk inkomen voor de man, en bovendien, je weet nooit wat eruit komt. Maar is het werkelijk niet veel beter wanneer je iemand kunt aflezen, wanneer je kunt aanvoelen waardoor een afwijking bestaat? Misschien kun je een mens dan met een enkele tip, met een enkele gedachte zelfs, weer op het rechte spoor brengen. Kun je de vlucht veranderen in een aanvaarding van het ik en daardoor de mogelijkheid om de wereld te aanvaarden. Het is allemaal denkbaar.

Ja, dat tast een hoop heilige huisjes aan, ongetwijfeld. Maar waarom zouden we dat geheel waarvan we deel zijn, dat nu ook in ons leeft en woont, eenvoudig opzijschuiven en zeggen: Ja, dat is iets van een ander en wij moeten werken met onze middelen. Neen, wij moeten niet werken met onze middelen maar met ons wezen. En met dat wezen moeten wij een manier van leven en denken vinden die voor ons past. Niet als een eis aan een ander. Niet als een verplichting die we aan een ander willen opleggen. Zelfs niet als een waarheid die we willen prediken. Gewoon als iets wat we willen zijn en wat we waarmaken zo goed als we kunnen, voortdurend steeds weer. Waarbij we door de aanvaarding zonder vooropgestelde eisen aan de buitenwereld in onszelf de vrede en de kracht vinden waardoor we in die wereld buiten ons als deel van het geheel kunnen functioneren.

Daarom is de mens zich van die zaken zo vaak niet bewust en als hij er zich van bewust is, probeert hij dit altijd stil te houden. Ik zal u eens een leuk ding vertellen. Er zijn een aantal zeer goede doktoren die toch betrekkelijk weinig onderzoek plegen en hun diagnoses zijn bijna altijd juist. Hoe komt dat? Heel eenvoudig. Of ze het beseffen of niet, toegeven of niet, zij voelen de aura van een ander aan of zien deze zelfs en de afwijking in die aura interpreteren ze dan in de medische termen en de benadering van de patiënt is dan eveneens gebaseerd op die totale uitstraling, waardoor men bepaalde medicaties vermijdt, andere eventueel kiest, enz. Dat is op dit ogenblik nog steeds het geval maar niemand durft erover te spreken dat dit zo functioneert, zelfs wanneer men het weet. Want dan zijn we niet wetenschappelijk meer. Ach mijn lieve God, wetenschap ontaart in een dogmatisme vol zelfbedrog, waarbij een wereldbeeld wordt gecreëerd waaraan men vervolgens de werkelijkheid probeert aan te passen. Werkelijke wetenschappelijkheid is niet alleen maar beredenering. Het is proefondervindelijkheid en eventueel het bewijs. Het is niet, de stelling die je eraan verbindt. Het is het feit dat je bij herhaling constateert. En als je werkt vanuit de kern van je wezen dan is misschien de samenhang met alle bestaande leringen iets minder, maar de bewijsbaarheid is groter.

Wat ik probeer aan te tonen is dat het paranormale, zelfs vandaag de dag een veel grotere rol speelt dan men geneigd is te erkennen of toe te geven. Ik probeer aan te tonen en u kunt dat door eigen onderzoek verder bevestigen, neem ik aan, dat er heel veel onverklaarbaarheden zijn die wij later rationaliseren, d.w.z. zodanig proberen aan te kleden met woorden dat het past bij datgene wat bij ons als zogenaamde redelijke waarheid geldt en daarom herhaal ik nog graag: Waarom zouden we niet uitgaan van datgene wat we werkelijk zijn, de totaliteit? Probeer eens een ogenblik niet te luisteren, maar te voelen. Wat is de waarheid? Kan er een waarheid zijn die alles omvat? Misschien. Maar niet voor mij. Voor mij is er maar een beperkte waarheid, datgene wat ik kan beseffen, datgene wat ik kan verwerken. Daarbuiten liggen ongetelde gebieden die ik nooit zal benaderen. Vraag u eens af: Wat is mijn waarheid? Niet wat ik zou willen, dat is iets anders. Gewoon: Wat is mijn waarheid? Misschien dat die waarheid er heel anders uitziet dan u zelf redelijk aanvaardbaar acht. Maar aanvaardt u het nu eens een ogenblik. Probeer die waarheid te nemen voor wat ze is. Zit in die waarheid voor uw gevoelen een behoefte om de wereld te helpen, de behoefte om anderen toch iets gelukkiger, iets gezonder te maken? Zit in uw waarheid misschien ook de behoefte om erkenning te winnen voor uzelf? Denkt u er eens over na. Laat het in u borrelen, reguleer het niet. Dit alles is mogelijk. U bent één geheel met alle dingen, of u het beseft of niet. In u is kracht, zeker. Maar ze is deel van alle kracht die voor u maar concipieerbaar is, aanvoelbaar, beleefbaar. Waarom zou u die kracht dan niet nemen? Neem die kracht en gooi ze gewoon eens uit. Wanneer u zelf ziek zijt, zeg, tegen uzelf; Ik wil nu genezen. Wanneer het een ander is waaraan u denkt zeg: Laat die ander genezen, laat die ander uit zijn droefgeestigheid loskomen, laat die ander meer bewust worden van zijn innerlijk. Probeer het eens. Stuur die kracht uit. Niet omdat u weet dat u ze hebt, maar omdat u voelt dat ze bestaat en dat ze nodig is. Misschien denkt u nu: Ja ja, dat is weer zo’n trucje. Neen, in dit geval niet. Geen suggestie, neen. Alleen een beredenering, een daaruit voortvloeiende consequentie en het verzoek om er zelf iets mee te doen: Ik heb u niet eens de tijd gegeven, niet meer dan dertig seconden, om er iets mee te doen. Als dat gelukt is, dat kunt u misschien nog wel controleren, al is het ook maar voor één duizendste, dan hebt u tot stand gebracht wat niet redelijk is, maar dat uit uw wezen voortvloeit. Probeer dan om die kracht, om dat wezen in u, meer te gebruiken, meer uit te stralen en probeer niet alleen het aan uw wereld te geven, maar laat het ook naar u toestromen. Ontvang het in uzelf en vraag niet wat het is, maar hoogstens: Hoe voel ik? Hoe ervaar ik?

Wanneer uw onderbewustzijn, uw geestelijke voertuigen, ja, het geheel van uw werkelijk ik op deze wijze steeds meer mogelijkheid geeft om werkzaam te worden in uw wereld, dan wordt ieder zich ook steeds bewuster van de werkelijkheid die achter dat wereldbeeld van u schuilt. Dan is er weinig reden meer voor angsten en verwachtingen. Dan is er eerder een begrijpen, een van tevoren zien misschien wat onvermijdelijk is in uw wereld. Maar gelijktijdig ook wat uzelf daarin volgens uw weten positief kunt doen. Houd u daaraan. Wanneer u zonder een geloof niet kunt leven: geloof. Maar zie het geloof niet als iets wat u wordt opgelegd, maar als iets wat vanuit u door uw onbestemde wezen waar wordt gemaakt. Wanneer u leiders nodig hebt, een gezag, aanvaard dat gezag, niet omdat het gezag is, maar omdat u innerlijk voelt dat het voor u en uw gevoelswereld op dit moment de enige manier is om een houvast te krijgen zonder in uw eigen rede en gevoelens verstrikt te raken.

Spreek niet over wetten en regels en noodzaak. Het zijn menselijke dingen conventies, illusies. Spreek alleen over uw innerlijke werkelijke behoeften, uw werkelijke mogelijkheden en datgene waaraan u innerlijk of buiten u misschien steun kunt vinden. Groei. Groei naar eenheid. Probeer uzelf niet te ontplooien en boven anderen te stellen, maar deel te zijn van datgene in u dat u zegt dat je deel zijt van meer. Laat het gevoel van verwantschap uitbloeien in u niet tot een protest tegen uiterlijkheden, maar tot een innerlijke kracht die zo sterk is dat ze zelfs de uiterlijkheid langzaam maar zeker omvormt.

Ik had u kunnen spreken over onze werelden, geestelijke werelden en alles wat daarin gebeurde. De illusiewerelden die eigenlijk de sferen toch zijn. Denkbeelden, soms wijzigend, maar met een zekere constante door velen gedeeld. Maar het zou weinig, zin hebben want u kent die werelden toch niet. Daarom spreek ik over uw wereld en ik spreek niet over anderen, ik spreek over u, u persoonlijk, wat u denkt, wat u doet, maar vooral wat u voelt, wat er in u leeft. Welk onbewust beseffen voortdurend aan de grens van uw redelijkheid klopt. En ik probeer u dan te zeggen dat dit, of u geest bent of mens, de enige ware weg naar de werkelijkheid is, de ene ware weg naar God, de enige juiste weg om uw naaste lief te hebben zoals uzelf, ook. De enige methode om de eenheid van uw wereld te beleven en gelijktijdig het evenwicht daarin te herstellen.

En ik geef u dit als overweging, niet als een dwingend bevel. Het is maar een verzoek. U moet zelf zien wat u ermee doet, want u bent uzelf zo goed als ik een ego ben. Maar wat ik zeg geldt voor praktisch ieder wezen dat ik ken, zeker voor elk levend wezen. En daarom leg ik u dit voor, een denkbeeld, een proef, maar ook een verandering. Een verandering die in uzelf begint maar die zich zal doorzetten in uw wereld en daardoor- uw wereld meer mens zal maken met de mensen en dat is alles. Ik heb het u al gezegd: Als het u niet bevalt, u hebt het aan mij overgelaten. Over uw hoofden kome het. Nu het is gekomen. Vragen of commentaar of opmerkingen?

  • Broeder, u hebt gezegd dat via de ratio het beter is om niet bepaalde fenomenen te benaderen. Is het dan toch niet zo dat de ratio bepaalde problemen toch kan benaderen om het beter te kunnen herhalen en beter te kunnen begrijpen en om er beter mee te kunnen werken?

U hebt niet helemaal goed geluisterd maar toch wel heel goed hoor. U hebt namelijk vergeten wat ik u in het begin heb gezegd: De ratio is het werktuig, de mogelijkheid tot omschrijving en dat betekent ook de mogelijkheid tot vastlegging natuurlijk. Maar ik blijf erbij dat deze ratio alleen als werktuig gebruikt kan worden. Ze is uitvoerend orgaan maar ze mag niet in de plaats treden van het bestemmingsbepalend orgaan. Het is niet ons kompas, maar het is alleen de stok waarmee we misschien onze koers uitzetten.

Geen verdere opmerkingen? Heb dank vrienden omdat u geluisterd hebt. Wat mij betreft, ik voelde mij voor een ogenblik heus één met u. Dat was voor mij van grote betekenis.

WAT KAN IK BEHEERSEN?
ZOLANG IK NIET MIJZELVE MEESTER BEN?
HOE KAN IK IETS BEHEERSEN, WANNEER IK NIET MIJZELVE KEN?