Reïncarnatie, een rage?

image_pdf

13 mei 1988

Goedenavond vrienden. U weet we zijn niet alwetend of onfeilbaar. Denkt u alstublieft zelf na. Het onderwerp van vanavond is: “Reïncarnatieonderzoek, een rage?”. Het vraagteken had eigenlijk weg kunnen blijven, want het begint een rage te worden. Mensen zijn erg nieuwsgierig wat ze vroeger zijn geweest en heel veel mensen begrijpen niet dat er een heel andere achtergrond ligt achter de herinneringen, het regressieonderzoek en wat er bij te pas komt. Ik zal proberen in een inleiding de voornaamste facetten te belichten. Na de pauze kunt u dan dienaangaande vragen stellen. Als het even kan graag schriftelijk. Mensen die schrijven die zijn vaak bondiger dan mensen die praten, dat zult u aan mij ook merken.

En om te beginnen dan: bestaat er reïncarnatie? Wanneer we de bewijzen zien, dan zijn ze niet zodanig sluitend dat wetenschappelijk van bewijsvoering kan worden gesproken. Aan de andere kant zijn er een groot aantal gevallen geregistreerd, vooral in Engeland heeft de vereniging voor parapsychologisch onderzoek er nogal wat vastgelegd, waarbij herinneringen aan vorige levens gecontroleerd konden worden. Het merendeel daarvan echter ligt in India. En dat is begrijpelijk: We hebben hier te maken met een maatschappij, waarin reïncarnatie als een normaal verschijnsel wordt gezien en niet als een onmogelijkheid, zoals in het Westen.

Reïncarnatie bestaat. Men spreekt van reïncarnatiecycli, dat is eigenlijk onjuist, omdat reïncarnatie bepaald wordt door de mogelijkheid om geestelijk verder te gaan. Het is niet een kwestie van: ‘Je krijgt een karma mee en dan karren maar’. Het is eerder een kwestie van: ‘Nu kan ik geen enkele nieuwe impuls meer ontvangen; ik kan kiezen: op dit niveau blijven of teruggaan, nieuwe ervaringen opdoen, maar daarbij mede geleid worden door al datgene wat in mijn herinneringen – aan de laatste stoffelijke levens vooral -, is vastgelegd’. En zeer velen kiezen daarvoor, sommigen bewust, anderen eerder in een poging om een sfeer van verveling of zelfs van duisternis en ellende te ontvluchten. Ik zeg nogmaals: een wetenschappelijk sluitend bewijs is niet leverbaar.

Maar onze ervaring heeft ons geleerd dat reïncarnatie reëel bestaat; dat herinneringen aan vorige levens voor een deel, vooral in de prenatale periode, worden overgedragen en vastgelegd in wordende kinderen; dat daarnaast genetische herinneringen, dus stoffelijke uit het voorgeslacht, eveneens in het wordende kind een rol spelen en dat daardoor eigenlijk het gedachte- en fantasieleven van het kind, gedurende de eerste vier, vijf jaar in ieder geval, bepaald wordt.

Reïncarnatie zullen we dus voor dit betoog als bestaand aannemen. Een andere vraag is: is het nuttig te weten wat je in het verleden geweest bent? In sommige gevallen is dat vanuit een psychologisch standpunt wel wenselijk. Wanneer je bepaalde fobieën hebt of bepaalde angsten waar je niet overheen kunt komen, bepaalde onbestemde gevoelens die je voortdurend lastig vallen, dan helpt het vaak wanneer je daar een verklaring voor vindt. Of die verklaring honderd procent juist is, doet dan zelfs niet terzake. Maar bij regressieonderzoek zijn we vaak in staat om de patiënt te helpen. De patiënt kan dan een nieuw standpunt innemen t.a.v. zijn angsten etc., heeft er ook een verklaring voor en kan ze dientengevolge overwinnen. Er ontstaat een gewenning, waardoor langzaam de fobische verschijnselen, de manische inslagen e.d. kunnen verdwijnen. Hier hebben we te maken met een zeer reëel nut, dat vooral bij mensen, nu ja, u kent het allemaal wel, pleinvrees, ruimtevrees, angst voor besloten ruimten, hoogtevrees, watervrees, vuurvrees e.d., die kunnen daar inderdaad vanaf worden geholpen. En wanneer in hun leven die dingen belangrijk zijn, dan is het natuurlijk een hele zegen wanneer er wat aan gedaan kan worden.

In dit opzicht zou ik zeker niet zonder meer van een modegril willen spreken, eerder van een stapje vooruit in het begrip van de totale structuur van de mens, inclusief de menselijke psyche en daarnaast – en dat is geloof ik ook wel belangrijk – een doordringend besef dat het met het leven niet afgelopen is wanneer je doodgaat. Ook dat lijkt mij een heel belangrijke factor voor veel mensen. En het lijkt me dan beter wanneer je de werkelijkheid een beetje onder ogen ziet, dan dat je met allerhande hemel- en helverhalen eigenlijk tot een enorme druk in je leven wordt gevoerd en gelijktijdig tot een enorme teleurstelling wanneer het is afgelopen.

Er is dus nut, maar wat hebt u er voor belang bij om te weten of u eens, dames, de koningin van Sheba bent geweest of de hoofdslavin van de hogepriesteres van Isis of iets dergelijks of misschien Marie Antoinette – u hebt nog steeds pijn in uw nek -, dat zijn allemaal leuke dingen, maar wat heb je eraan? Laten we reëel zijn. Alleen het onderzoeken van wat je geweest bent om het te weten heeft weinig zin. Je bent wat je vandaag bent. Daarbij spelen die herinneringen van vroeger, allerhande ontwikkelingen, die zijn blijven kleven, zeker een rol. Bepaalde voorkeuren kunnen er door bepaald zijn. Bepaalde attracties, bepaalde aversies, maar daar hebt u vandaag mee te leven. En u kunt ze niet oplossen in het verleden, u kunt ze alleen in het heden oplossen. Het is duidelijk: Zolang er geen enorme geestelijke problemen bestaan, die alleen door een teruggaan kunnen worden opgelost, ben je er eigenlijk beter aan toe wanneer je in het heden leeft.

Want in het heden kies je weer een weg; ik wijk even af als u het niet erg vindt. We hebben verschillende wegen in het leven te gaan en sommige daarvan hebben voornamelijk te maken bijvoorbeeld met erkenning van zeg maar: schoonheid, harmonische verschijnselen. Een ander heeft weer meer te maken met liefde in de algemene zin van mensenliefde en naastenliefde; en er zijn ook ontwikkelingen waarbij je rechtsgevoel heel erg belangrijk is en waarbij het zelf rechtvaardig zijn, zonder te zeer over anderen te oordelen, een van de belangrijkste trappen is van verdere bewustwording.

Dat je op zo’n weg terecht bent gekomen in een verleden is meestal wel zeker. We hebben allemaal een gelijkelijk vertrekpunt, noem het voor mij part de chaos, het onbesef waarbij het ik ternauwernood weet dat het bestaat en alleen een verschil tussen zich en de omwereld kan constateren zonder te weten wat het is. Vandaaruit zijn we verder gegroeid. En wanneer we eenmaal een weg gekozen hebben, dan zijn we geneigd om die weg te blijven volgen. Zeker, er zijn altijd weer kruispunten, zeg maar knooppunten; dan kun je van de ene kant toch een klein beetje naar de ander. Laat ik zeggen u bent met de schoonheid bezig. Op een gegeven ogenblik wordt voor schoonheid gelijktijdig het begrip harmonie in u heel sterk. U gaat die harmonie zoeken met de schepselen om u heen. U komt als vanzelf in een andere ontwikkeling terecht en u gaat de richting van de naastenliefde, of van recht ook. Misschien bent u niet alleen rechtvaardig, maar eigengerechtigd geweest altijd. En nu gaat u ineens begrijpen dat recht een zeer persoonlijke kwestie wordt, en dat je daardoor eigenlijk eerst begrip voor anderen moet kunnen hebben voordat je waarlijk rechtvaardig kunt zijn. Dan is er ook zo’n afwijking mogelijk. Maar als u op school gaat – misschien herinneren sommigen van u zich dat nog, er zitten een paar jongeren tussen en de rest doet maar alsof -, toen u in de vierde of de vijfde klas zat, was u toen nog bezig met de eerste klas? Welnee, u zei ook niet: ‘hoe was het’, alleen misschien als u zo’n meester of zo’n juffrouw nog eens terug zag, dan zei u: ‘nu, die was toch wel aardig of, God, wat een rotgriet was het of wat een rotvent’, want zo gaat dat.

Maar verder kom je niet. Waarom? Datgene wat je in je eerste en je tweede klas geleerd hebt etc. gebruik je normaal, het is een deel geworden van hetgeen je nu leert en doet in je vierde, vijfde of je zesde klas. Er is dus een leerproces aan de gang. Wanneer u reïncarnatie als een werkelijkheid wilt aanvaarden, dan zult u ook moeten aanvaarden dat het een leerproces is. Natuurlijk, je kunt blijven zitten een keer. Je hebt niets gepresteerd, omdat je niet in staat was de materie, – uitbreiding van bewustzijn -, machtig te worden. Maar de meeste onder ons die hebben toch vandaag met de leerstof van dit leven meer dan genoeg te doen. We hebben het helemaal niet nodig om terug te gaan en uit te graven wie we zijn geweest. ‘O ja, ik heb nog kousen zitten breien bij de guillotine’, en dan zeg je alleen: ‘nu, uw taal is niet al te veel veranderd’ en dan loop je erover weg. Of: ‘ja, ik ben een edelman of een edelvrouw geweest’, nu, het kan zijn, maar edel was een titel hoor, geen eigenschapsomschrijving, als je dat maar niet vergeet. Die dingen zeggen heel weinig. Natuurlijk, er zit een zekere continuïteit in.

Wanneer we bijvoorbeeld, ja, nou moet ik een figuur nemen: Churchill, die is toch dood. Ja, die neemt het me dus niet meer kwalijk, want die weet het zelf ook. Kijk eens, Churchill is in een ver verleden een phoenicisch handelaar geweest. Daarna werd hij schrijver en dat was in de Griekse tijd. In de middeleeuwen was hij, zullen we zeggen, een lagere roofridder met enorme op gewin gerichte activiteiten en een enorm ik-besef. En wanneer je nu kijkt wat de man is geworden, dan vind je in zijn levensloop toch fasen terug die je eraan herinneren. In zijn schooljaren een ontzettend handig jongetje, want hij wist alles van links naar rechts te schuiven al had hij daardoor voortdurend conflicten met degenen die hem moesten onderrichten. Daarna gaat hij zich bezig houden met schrijven; hij wordt reporter. Als reporter echter stort hij zich onder meer in oorlogsgedoe en wat wordt de man? Een avonturier die daardoor weer bij de marine komt en die vanuit de marine – waar je niet teveel kan beschikken over andermans lot zonder dat er over hem beschikt wordt en gelijktijdig zijn bezittingen niet verder ziet groeien, noch het respect wat hem wordt toegedragen – grijpt hij naar de politiek. En in de politiek mislukt hij, want hij is te eigenzinnig, te orthodox zeggen de mensen dan. Voor hem is Engeland het keizerrijk waar de zon niet onder gaat en daar mag niemand aankomen. Het is eerste staat, de belangrijkste staat van de wereld… En wanneer hij dus eindelijk dan in de oorlog premier wordt, dan zien we hoe hij de hardheid, die de roofridder ongetwijfeld moest hebben, wel degelijk naar voren brengt, gelijktijdig de taalkennis van de schrijver hanteert, – indrukwekkende toespraken – en ondertussen op een manier handelt dat je het niet voor mogelijk zou houden. U beseft het misschien niet maar dankzij hem is bijna anderhalf jaar de invasie in Bretagne en Normandië uitgesteld. De Amerikanen waren onmiddellijk, nadat ze deel gingen nemen aan de oorlog, van plan om daar een landing te wagen. Maar daardoor zouden de Amerikanen de leidende figuren zijn geworden en dat kon onze vriend niet lijden, natuurlijk niet, want hij had een groot ik-begrip nogmaals, dat die dan projecteert als ‘een eerbied voor het keizerrijk’. Dus heeft hij dat tegengehouden. Hij heeft eerst die hele veldslag tegen Rommel gevoerd dankzij Amerikaanse goederen voor een groot gedeelte. Hij heeft daarna de Amerikanen bewogen om de aanval te doen op Sicilië en Zuid-Italië en die opmars daar. En pas toen het niet meer tegen te houden was, omdat Stalin, ja, laat ik daar niet over praten, weet u dat hij in zijn verleden monnik is geweest? Bijna niet te geloven, hè? Het enige wat hij er van over had, dat was dus werkelijk het verkondigen van onaantastbare stellingen, maar goed… Dan zien we dus dat deze man eigenlijk daardoor verandert. Hij kan niet zijn wat hij wil, hij leidt nederlaag na nederlaag eigenlijk. En dan gaat hij zich bedenken. En wat zien wij in zijn nadagen? Schildert hij verrekt aardig, maar heeft hij ook een wijsgerigheid die heel wat verder gaat dan alleen maar het uitbraken van politieke ervaring. Hier kun je zien in één leven hoe al die fasen een rol spelen. Maar hadden we de man nu kunnen veranderen wanneer hij het had geweten? Ik denk het niet. Want de omstandigheden waarin hij leefde, maakte voor hem een reeks reacties bijna onvermijdelijk. Gezien zijn aard, zijn hele natuur, zijn achtergronden, kón hij niet anders.

En voor u geldt dat precies hetzelfde. Het is natuurlijk reuze leuk wanneer u kunt zeggen: ‘ja maar, ik heb al zovele incarnaties achter me’. Een vriend van mij heeft een keer meegemaakt dat hij ook sprekende over iets wat met reïncarnatie te doen had, schouderophalend zei: ‘Ach, leef nu maar vandaag, het verleden zit er wel bij inbegrepen’. Dan zei er iemand: ‘Ik ben het niet met u eens, ik ben al driehonderd maal gereïncarneerd’. Waarop mijn collega meewarig keek en zei: ‘En nog niet verder gekomen?’ Kijk, dat drukt ergens mijn gevoelens uit. Wat heb je aan het verleden, wanneer het je niet helpt om meer jezelf te beseffen en te zijn in het heden. En wanneer je dus reïncarnatieonderzoek op vele manieren, niet alleen regressie, maar ook astrologisch e.d., zo’n rage begint te worden als het nu is, dan vraag ik me wel eens af: waar gaat het eigenlijk om? Wilt u misschien vluchten uit die wereld waarin u vandaag leeft? Wilt u zich vastklampen aan iets waarvan u niet eens zeker weet of u het geweest bent? Hebt u dan niets meer wat vandaag nog belangrijk genoeg is, om daarvoor te leven en daar iets mee te doen?

We leven helaas in een tijd waarin oude waarden voortdurend afbrokkelen en nieuwe waarden maar aarzelend en nog zeer aantastbaar ontstaan. En dat betekent dat voor veel mensen er een zekere aarzeling is t.a.v. dat leven, van die maatschappij waarin ze zich machteloos voelen. En ik kan dat begrijpen. Maar wanneer je je machteloos voelt, dan moet je kijken wat je toch nog wél kunt. En dan moet je niet teruggrijpen naar het feit dat je eens een Duitse baron, een Italiaanse abt of iets dergelijks bent geweest. Die dingen kunnen je helpen misschien, als het er om gaat iets te overwinnen. Maar op zichzelf zijn ze geen rechtvaardiging voor wat je vandaag bent. Dat kun je alleen doen aan de hand van wat er vandaag gebeurt.

Wanneer we ons bezig houden met alles wat er naar voren komt, dan valt het volgende op. Wanneer we astrologisch vroegere incarnaties proberen te berekenen, dan komen we altijd terecht in vraagwaardige situaties. Zeker, we nemen aan dat er gezien de sterren en alles, dat er vroeger een reflex moet zijn, het is een soort akkoord; zoals je in een octaaf akkoorden kunt slaan, zo slaat het leven akkoorden tussen leven en leven. Maar wat weet je eigenlijk dan over dat vorige leven. En wanneer je probeert dat aan te kleden, in hoeverre doe je dan een beroep op wat je geleerd hebt en de herinneringen die je nu hebt? En in hoeverre speelt het werkelijke verleden een rol? Het is een absolute onzekerheid.

Oh, u mag van mij rustig een reïncarnatiehoroscoop laten maken hoor, helemaal geen bezwaar; maar onthoudt u wel één ding: het helpt u geen stap verder… En bij regressietherapie zitten we ook wel met precies hetzelfde. Hier maken we gebruik van sterke suggestie of hypnose. We maken dus eigenlijk de patiënt volgzaam door de drempel van z’n eigen willen zodanig te vervagen dat hij de suggestie volgt die hem gegeven wordt. En in dat geval kunnen we teruggaan, natuurlijk. Maar wat valt nu op? Slechts één op de tienduizend regressiegevallen heeft enige zeer vage herinneringen aan lichtflitsen of bestaansfasen tussen de geboorte en een vorige dood. Voor de meeste is er alleen maar een ogenblik niets en dan het einde van een ander leven. Dat wijst er dus op dat de herinnering allesbehalve volledig is. Maar wanneer die afstand dan een generatieafstand is ongeveer, dus zeg tussen de dertig en de zestig jaren ligt, dan ga je je toch afvragen of we hier niet te maken hebben met herinneringen die uit het voorgeslacht komen; sterke emotionele impulsen die zodanig sterk zijn afgedrukt in een persoon dat ze bij het proces van bevruchting een rol hebben gespeeld; en daardoor terecht zijn gekomen in die merkwaardige moleculaire helix die uiteindelijk de kwaliteiten en ontwikkelingen van een lichaam mede bepaalt.

Dan hebben we dus te maken met wat wij noemen genetische herinnering, zoals er raciale herinneringen zijn. Wanneer een volk tienduizend jaar bepaalde gewoonten heeft gevolgd, dan kunt u wel anders gaan denken, maar er zit een soort instinctieve drang om steeds terug te gaan naar die oude manier van handelen. Dat kunt u eenvoudig niet voorkomen. Dus wanneer we reëel zijn, dan zeggen we: ‘ja, wanneer een probleem opgelost moet worden, kunnen die dingen helpen’, ook al bent u zelf nooit als heks verbrand ergens in Spanje, maar was het uw betovergrootmoeder, of misschien háár grootmoeder. Die dingen zijn belangrijk, wanneer het gaat om het vinden van een therapeutisch effect, maar ze zijn niet een reëel teruggrijpen op een persoonlijk leven in het verleden.

En wanneer u al terug kunt grijpen op dat verleden, wat blijkt dan? Dat we niet te maken hebben met een voortdurende film, maar dat we te maken hebben met een reeks snapshots. En ik herinner mij wel dat in mijn tijd – dat is nu ook ongeveer negentig jaar geleden -, wel schetsen, schaduwknipsels en zelfs fotografieën werden gemaakt en daar werd het familieleven op vastgelegd, zoals dat in de zestiende eeuw op schilderijen ging. En als je dan keek, dan was het allemaal zo mooi en zo harmonisch. U hebt mijn familie nooit gekend, anders zou u weten dat de afbeeldingen een grote leugen zijn. Wanneer u alleen maar momentopnamen herinnert uit vorige levens, dan hebt u te maken met de emotioneel belangrijke elementen uit dat leven, maar geen omschrijving van de werkelijke aldag, van het werkelijke levensverloop. Dus alweer: het is misschien leuk, maar je hebt er niet veel aan.

En daarom zou ik willen zeggen: laten we in ’s hemelsnaam dergelijke modegrillen maar een beetje buiten beschouwing laten. Het is duidelijk, we leven in de tijd waarin allerlei avontuur naar buiten toe zo langzamerhand is afgewurgd, is het niet door regeringsregels, dan toch in ieder geval door een toenemende bevolking, van een industrialisatie ook van de hele wereldbevolking. Wanneer we avonturen willen beleven, wanneer we het nieuwe willen leren kennen, dan moeten we naar binnen. Dan vluchten we weg naar een innerlijke wereld. En als we toevallig nou een beetje zwak zijn en we weten niet hoe we het aan moeten pakken, dan worden we een paar keer high en dan gaan we prikken of we gaan snuiven of we gaan roken om steeds maar die droom te kunnen beleven, want de werkelijkheid, we weten wel hoe ze is, maar we willen ze steeds van ons afzetten. ‘Ik wil niet zijn wie ik ben, ik wil wat anders zijn’. En degene die probeert via meditatie en dergelijke zoiets te bereiken, die doet zonder die hulpmiddelen eigenlijk iets dergelijks. Wanneer hij alleen zoekt naar zijn innerlijk licht of naar zijn innerlijke wereld, of zijn achtergronden of zijn vorige incarnaties. Pas wanneer je begrijpt dat het zoeken naar je innerlijke kwaliteiten gelijktijdig betekent een onderzoek naar je mogelijkheden naar buiten toe en een gebruiken daarvan, is het nuttig.

De droom mag je niet gevangen houden. Je leeft in een werkelijkheid. In die werkelijkheid moet je jezelf bewijzen, aan jezelf en aan de kracht die alle dingen in stand houdt, en die mede in het geheel van je wording op een of andere manier betrokken is, al is het maar door de regels die hij heeft ingebouwd in het leven en in de kosmos. Ik vind het altijd erg moeilijk om te zeggen: er is één God. Niet omdat ik er niet in geloof, maar omdat God zo persoonlijk is en de kosmos altijd weer zo onpersoonlijk lijkt. Maar gelijktijdig kent ze regels en wetten op elk terrein, in de geest zo goed als in de stof, waaraan je je niet kunt onttrekken. De beperkingen, de lijnen waartussen je leven en je werkelijkheid zich voltrekt. En dan zeg ik: ja, er moet iets zijn wat dat doet en dat zal een god zijn, voor mij, maar voor u mag het ook toeval heten of anders. Want de naam die je er aan geeft verandert niets aan het wezen. En dan zeggen we: ja, die reïncarnatie komt die dan uit God? Hè, want er zijn zelfs mensen die zeggen: ‘als je daarover praat is het uit de duivel’, waarbij ze natuurlijk bedoelen: ‘vanuit mijn standpunt is het onaanvaardbaar, dus moet het demonisch zijn, want ik ben heilig’. Dat laatste zeggen ze nooit hardop, maar dat voelen ze diep in zichzelf: ‘Ik ben uitverkoren’, goed.

We zitten hier niet om de innerlijke roerselen van de Amerikaanse televisiedominee te ontleden of iets dergelijks, laten we terugkeren naar het onderwerp. Dat zijn wat je kunt zijn, betekent wel dat je voortdurend werkt aan jezelf, maar het betekent dat je in jezelf moet zoeken, niet naar de flarden van het verleden, maar de intentie van het heden zoals die in je besloten ligt. Datgene wat voor jou licht, kracht, goedheid betekent, wat voor jou het innerlijke avontuur is waaruit je de kracht put om uiterlijk te beantwoorden aan de kracht die in je leeft. Daar heb je die reïncarnatie niet voor nodig.

Aan de andere kant is het dwaas ze te verwerpen, want er zijn zoveel van die gevallen bekend. En we kunnen ze natuurlijk allemaal wel aanklagen, het klopt niet honderd procent zeker. Maar of het nou honderd procent klopt of niet, er klopt teveel van om het eenvoudig terzijde te stellen. Op dezelfde manier zou u kunnen zeggen, ja, acupunctuur, onzin; men zegt het tegenwoordig niet meer. Maar hoe het precies functioneert, weet men eigenlijk nog steeds niet. En zelfs de acupuncturist weet wel wat hij doet en doen moet, en hij heeft een theorie om het te verklaren, maar van de werkelijkheid is hij maar ten dele op de hoogte. Laten we dan heel rustig zeggen: al die interesse, die mode interesse in het paranormale, inclusief reïncarnatie is belangrijk; niet om de reïncarnatie en de herinneringen daarvan, maar om de erkenning dat er in de mens een innerlijke wereld leeft die van belang is, dat de mens meer is dan hij naar buiten schijnt, dat hij in zichzelf de sleutels draagt tot datgene wat hij kan worden, dat is het belangrijke punt.

En je kunt niet op een wetenschappelijk stoffelijke manier tot een resultaat komen waarbij de mens een mens blijft, want de mens is te zeer afhankelijk van zijn innerlijke wereld, zijn aanvoelen, zijn voorstellingsvermogen, zelfs zijn eenzijdigheden in zijn menszijn. Dat hij nooit kan bestaan of zelfs maar reageren volgens regels die wetenschappelijk zonder meer definieerbaar zijn. Over de massa kun je het misschien doen, als je werkt met een miljoen, dan kun je wel een trend ontdekken, maar als het om een eenling gaat niet. En als we met reïncarnatie te maken hebben, hebben we te maken met de eenling. De voorgeschiedenis van elke mens is een beetje anders. Maar de kwaliteiten die elke mens meebrengt, gaven zeg maar of de talenten die in hem verborgen liggen, die moet hij gebruiken zo goed als hij kan. En die in zich ontdekken betekent even afstand doen van de strenge wetenschappelijkheid; je niet meer afvragen of er nu wel of niet een god is, het is niet eens belangrijk.

Het is belangrijk wat jij bent diep in jezelf, wat je waar kunt maken van hetgeen er werkelijk in je leeft en wanneer die hele rage daartoe bijdraagt, dan moeten we er blij mee zijn. Niet omdat het verschijnsel op zichzelf zo verbluffend is, zo overweldigend of zo buitengewoon interessant en waar; maar omdat het een verandering kan bewerkstelligen in de mens, omdat de mens kan leren dat hij van binnenuit moet leven, dat hij binnen meer is dan hij naar buiten ooit waar kan maken; dat hij zich nooit in een zelfverzekerdheid kan wiegen van: ‘ik heb bereikt en ik ben, dus iemand’. Je moet niet iemand zijn, je moet jezelf zijn.

Wanneer iemand werkelijk denkt dat hij altijd gelijk heeft, dat hij het beter weet dan een ander, dan is het misschien tijd om zo iemand eens aan een regressieonderzoek te onderwerpen en eens te kijken waar je uitkomt. Ik denk dat je dan terecht komt bij mensen die zeer ijverige predikanten zijn geweest, hagepredikers misschien of aan de andere kant in de inquisitie werkzaam zijn geweest, leiders van de Bundschuh of de onderdrukkers, de officieren van bijvoorbeeld Tilly in de tijd dat het roomse leger probeerde op te trekken tegen de toch reformatoire andere en opstandige gemeenschappen, tot uiteindelijk zelfs een vreemde vorst, Gustav Adolf, toe. Dan zou er misschien iets uit te halen zijn.

Maar laten we eerlijk zijn, zou iemand als een Reagan of een Maggie Tatcher of een Lubbers het interessant vinden zijn vorige levens aan het volk voorgelegd te zien? Ik betwijfel het ten zeerste. En ik kan het ook heel goed begrijpen. Wanneer ze denken dat ze het allemaal weten, dan is het tijd om je af te vragen: hoe komen ze er toe. Maar als ze voortdurend streven om te begrijpen en om te weten, wanneer ze steeds weer zoeken hun kwaliteiten die ze in zich hebben gevonden, een vorm te geven die dienend voor de mensheid kan zijn, die niet voor jezelf maar voor de kosmos bestemd is, dan zou ik zeggen: mensen, welke rage je ook volgt, als ze daartoe voert, is ze lovenswaardig, maar als het alleen maar een mode is die ontvluchtingsdrang e.d. weerspiegelt, laat het zijn.

Therapeutisch is er wel degelijk waarde te hechten aan onderzoek naar vorige incarnaties. Er kan daardoor inderdaad veel van psychisch kwaad verminderd worden of overwonnen worden. Verder echter gaat de belangrijkheid volgens mij niet. En als u van een andere mening bent, we gaan nu pauzeren, dan kunt u precies erover nadenken wat u op wilt schrijven of als er tijd over blijft eventueel zeggen en dan kunt u zelf zeggen: je hebt een hele hoop gekletst, maar voor mij heb je niets gezegd. En dan zal ik proberen u duidelijk te maken dat de nietszeggendheid voortkomt uit u en niet uit mij. En als u vindt dat ik de dingen te rooskleurig of te triest heb voorgesteld, zeg het rustig, maar alstublieft wel met redenen. Want het verstand heeft de mens gekregen om te communiceren met zijn eigen wereld. En in zich draagt hij zijn geest en die is bestemd om te communiceren met alle krachten in de kosmos die niet stoffelijk vertegenwoordigd zijn. Ik dank u zover voor uw aandacht en ik zie met belangstelling al hetgeen u naar voren brengt, om de avond interessant te maken natuurlijk, tegemoet. Tot straks.

Vragen

Zo vrienden, dan gaan we nu eens kijken of het interessant kan worden. De ervaring leert dat men van inleidingen altijd zegt, nu ja, eigenlijk wist ik het wel, maar nu weten we dus wat u zelf wilt vragen, waarvan we aannemen dat u het niet weet, ofschoon velen denken dat ze het weten en het vragen om gelijk te krijgen, wat dan vaak erg pijnlijk uitvalt, maar dat moet u mij niet kwalijk nemen. We zullen beginnen met de schriftelijke vragen. Mag ik de eerste vraag?

  • Is er in het verleden ook aan reïncarnatieregressie gedaan? Gebeurde dit op dezelfde manier, hypnose en suggestie; waar en wanneer?

Ja, ik zal het maar een beetje kort houden, maar bijvoorbeeld in Babylon onder de ziggurat had je een paar speciale hoven waar priesters waren en wanneer er iemand kwam met problemen die ze dan verder niet konden thuisbrengen, wat in die tijd nogal wat was. Dan begon men dus inderdaad zo iemand op zijn gemak te stellen en te laten praten en dan probeerde men terug te gaan om erachter te komen wat hij eventueel voordat hij geboren werd, gezondigd had. En dan werden die zonden hem vergeven en dan nam men aan dat hij daar gezond van zou worden, ofschoon de resultaten wel eens veroorzaakt hebben dat de patiënt de priester liever had vergeven.

Maar daarna hebben we dat gezien in de esculaaptempels bijvoorbeeld, waar ook gebruik werd gemaakt van het eigen innerlijk van de mens om diagnosen te stellen, geneeswijzen aan te geven en daarbij kwamen ook bepaalde trekjes die aan regressie doen herinneren. Maar zo nadrukkelijk vorige incarnaties nagaan, dat begint men eigenlijk in deze tijd pas te doen als een onderzoek. In het verleden was het een deel van een poging iemand te genezen of van het kijken of iemand voor een bepaalde taak geschikt zou zijn. Dus dat is iets anders dan tegenwoordig.

  • Wellicht dat de vraag al beantwoord is: bij de tempels van Asclepius kennen ze de tempelslaap. Is dit regressie?

Neen, de tempelslaap in zichzelf is geen regressie. Zij is een toestand waarin men door voorafgaande plechtigheden plus het ronddragen van de heilige slang en de beroering daarmee, wordt gebracht in een lichte zelfhypnose, terwijl gelijktijdig wordt gezegd dat de God zal spreken tot je en je zal zeggen hoe je moet genezen. Hierdoor wordt de onbewuste kennis van eigen lichaam en gebreken gewekt en daaruit kunnen dan inderdaad nuttige aanwijzingen komen voor eventuele geneeswijzen. Er zijn daardoor inderdaad nogal wat genezingen goed geslaagd en in een tijd dat een diagnose door de dokters – of priesters moet je eigenlijk zeggen -, niet zo makkelijk en volledig diepgaand gesteld kon worden, was het natuurlijk wel erg belangrijk dat men een diagnose had, zelfs wanneer die uit de patiënt zelf moest komen, omdat men op grond daarvan dan volgens ervaringen met kruiden en andere therapieën de genezing kon vereenvoudigen.

  • Was dat alleen met volle maan of zo?

Men zei dat onder het licht van de volle maan de invloed het grootste was. In feite werd er dus bij wassende maan ongeveer een dag of vijf achtereen een dergelijke tempelslaap georganiseerd. Na de volle maan had men ook nog wel een aantal dagen van tempelslaap, maar daarbij werd dan de nadruk toch een beetje meer gelegd op wat je innerlijke of geestelijke achtergronden kunt noemen. Dus afnemende maan werd gezien als betrekking hebbend op de innerlijke mens, wassende maan op de lichamelijke toestand van de mens.

  • Is reïncarnatieonderzoek, wanneer dit grootscheeps genoeg gebeurt, niet belangrijk om grotere groepen mensen te leren realiseren dat de rotzooi die ze nu maken ook door hen moet worden opgelost in een volgend leven?

Ik wilde dat u gelijk had! Maar de ervaring heeft geleerd dat wanneer je iets tienduizend keer nadrukkelijk bewijst, er altijd nog mensen zijn die er zoveel belang bij hebben om er niet in te geloven, dat ze het onzin blijven noemen zelfs tegen beter weten in.

  • Kan het leven na de dood door regressie bewezen worden?

Zoals ik in mijn inleiding al heb gezegd, is er misschien één op de tienduizend, misschien één op de honderdduizend bij wie dus vage beelden van het hiernamaals in de regressie naar voren komen. De grote moeilijkheid is dat ze moeilijk omschrijfbaar of uitdrukbaar zijn, omdat het hier gaat om een totaal andere toestand, waar je stoffelijk gezien weinig referentiewaarden voor hebt en die je dus niet gemakkelijk kunt weergeven. Wanneer wíj moeten spreken over het hiernamaals, dan doen wij dat over het algemeen door analogen op te bouwen, waarbij we in omschrijvingen en beelden proberen een soort parallel te geven van de werkelijkheid, omdat die werkelijkheid zelf niet zuiver omschrijfbaar is. Een leven zonder lichaam, gebaseerd op gedachtebeelden met een sterke beïnvloeding van het eigen beleven door het eigen gedachtebeeld plus de weerkaatsing daarvan is nu eenmaal niet uit te drukken in termen van stoffelijke werkelijkheid.

  • De tijd lijkt op een facet van het lichamelijk leven. Als er geen stoffelijk leven meer is, is er dan geen tijd meer?

Tijd is geen facet van het lichamelijk leven, ofschoon het wel in tijd wordt gemeten. In feite wordt tijd bepaald door de achtereenvolgende reeks van ervaringsmomenten, waardoor dus een schijnbare continuïteit van beleven ontstaat. Het beleven zelf wordt dan in tijdsduur gemeten. Dit betekent niet dat er op aarde geen vaste tijdsnorm bestaat, maar die is te danken aan de eigen bewegingen van de aarde plus zijn gang rond de zon. Dat is dus een indeling, die op uiterlijke verschijnselen en hun regelmaat in feite gebaseerd zijn.

Maar uw persoonlijke tijd, hebt u wel eens zitten kijken naar de klok dat het vijf minuten voor vijf was en dat u haast had om weg te komen van kantoor? Wat loopt die klok dan ineens traag… En misschien dat u wel eens zo’n moment hebt gehad dat u met vrienden of met een vriend of een vriendin, want dan gaat de tijd ook meestal vlug, bezig bent geweest en dat u met schrik ontdekte dat dat uurtje dat u zat te babbelen tot vier uur was uitgelopen. Uw eigen tijdservaring is dan in de war, omdat de intensiteit van uw beleving dus kennelijk de normale tijdservaring opheft. Op grond daarvan kunnen we zeggen: Tijd is gebaseerd op belevingen en niet op lichamelijkheid zonder meer. Voor de geest is eveneens een tijdservaren mogelijk en wel o.g.v. de belevingen en de snelheid van realisatie die voor de geest bestaat. Omdat die snelheid over het algemeen groter is, zeker in de lichtende werelden, dan bij u, loopt bij ons de tijd dus sneller dan de uwe. Iets waarvan wij soms bijvoorbeeld bij het schone woord op een schromelijke wijze misbruik maken.

  • Hoe zijn reïncarnatiebeelden en regressiebeelden te onderscheiden voor therapeut of cliënt? Kan de therapeut dit onder hypnose navragen?

Je kunt het navragen, omdat wanneer je een vroegere persoonlijkheid krijgt die genetisch dus is herinnerd, het vragen naar de naam van de persoon het vaak mogelijk maakt in diens stamboom die persoon terug te vinden. En dan kun je aannemen dat er genetische herinnering is. Er is dus een controlemogelijkheid.

  • U noemde een aantal gevallen op waarbij regressie met name zin heeft. Was dit aantal voorbeelden afgerond of kunt u er nog een paar noemen?

Ach, er zijn er zoveel. En, mensen met bepaalde angsten, mensen met neigingen waardoor ze met zichzelf in conflict komen, kunnen heel vaak door regressietherapie daar ook althans een beter beeld van krijgen en zo gemakkelijker zich aanpassen aan de werkelijkheid van het heden. Dus het was geen afgerond geheel, het was alleen maar een monsterlapje uit een hele lappendeken van mogelijkheden.

  • De taoïstische sekten werden volgens de overlevering geacht te beschikken over de geheimen van onsterfelijkheid. Het verhaal gaat dat er onsterfelijken bestonden in China. Wat is het realiteitsgehalte van deze overlevering?

Wanneer u het wilt zeggen in herinnering aan vorige levens, dan moet ik inderdaad zeggen: ja, er zijn mensen geweest die zozeer vorige levens bij het huidige leven wisten te betrekken, tot zelfs meester Kung Fu Tze toe, dat je kunt zeggen: zij hadden eigenlijk het eeuwige leven, omdat de dood voor hen alleen maar een fase was in het totaal van een levensproces.

Daarnaast, en dat is ook opvallend, bestond bij een aantal ingewijden van de taoïstische leer die daarnaast ook een deel van de taoïstische magie beheersten, de mogelijkheid om hun eigen levenskracht voortdurend te verhogen. Dit betekent dat neurale en stofwisselingsprocessen aanmerkelijk beter gereguleerd en bewuster beheerst kunnen worden en hierdoor hadden deze mensen in verhouding tot normale mensen een veel langere levensduur.

  • Onderzoekingen in het begin van deze eeuw in Engeland en Nederland tekenden op dat bij 92 stervenden de dood leidde tot een gewichtsverlies van circa 20 gram. Weegt het uitgetreden astrale lichaam inderdaad 20 gram?

Nee, dat is niet waar. Je moet één ding goed onthouden: Wanneer iemand sterft, dan houdt het ademhalingsproces op, maar de gasafscheiding gaat verder. Er wordt dus een deel aan lichaamsvochten en aan gassen uitgescheiden op het ogenblik van de dood of kort daarna. En dit op zichzelf bedraagt meestal al tien tot vijftien gram. Een astraal lichaam dat zeer gezet zou moeten zijn dan, zou misschien vijf gram kunnen halen.

  • De wereld is vanaf 1900 enorm toegenomen door incarnaties uit het dierenrijk. Hadden dieren vóór 1900 niet zo’n kans om als mens te incarneren? Waarom dan ineens wel? Zal dit proces zich in de toekomst in vergelijkbare mate of misschien nog sterkere mate zich gaan voortzetten en betekent dit een nog grotere verwording van het menselijk ras?

Of u het een verwording wilt noemen, dan laat ik voor uw rekening. Maar het is toch duidelijk: Er zijn steeds minder mogelijkheden voor dieren om te leven op een wijze die past bij hun karakteristiek. Vele tussentrappen in een ontwikkeling vallen weg. Neem alleen maar paarden bijvoorbeeld. Hoe is het aantal paarden in de wereld niet afgenomen. Toch is het paard een van de hogere incarnatietrappen, wanneer je in het dierenrijk bent en gaat meestal vooraf aan de incarnatie voor de mens. En wat honden betreft bijvoorbeeld, honden met een natuurlijke ontwikkeling hebben inderdaad ook incarnatiemogelijkheden. Trouwens, katten ook. Maar op het ogenblik zijn er zoveel die erfelijk zwaar belast zijn, dat voor incarnatie dergelijke lichamen niet bepaald meer aantrekkelijk zijn. En dan praat ik niet eens over de soorten die uitgeroeid zijn. Het is dus duidelijk: Wanneer een incarnatiebehoefte bestaat, blijft over het algemeen de mens over die in de ogen van het dier zeer machtig is en zich dan met schrik later van zijn machteloosheid bewust wordt, wat dan de gewelddadigheid van de eerste incarnatie uit het dierlijke over het algemeen voldoende verklaart.

  • Waarom is de reïncarnatieleer in het hindoeïsme en boeddhisme, waar machtspraktijken toch ook niet van de lucht zijn, niet afgeschaft?

Omdat het niet af te schaffen was. Laat me u een eenvoudig voorbeeld geven: Wanneer u op het ogenblik gaat, zelfs naar Lima bijvoorbeeld, Bolivia dus, Equador e.d. en vooral die staten die dus in de buurt van het Andesgebergte liggen, dan zult u ontdekken dat in de kerken soms heel eigenaardige uitvoeringen zijn van heilige Mariabeelden. En als dan u heel goed kijkt en een beetje kennis hebt van de vroegere godenleer, dan ziet u dat ín die beelden de eigenlijke goden weer verborgen zijn. M.a.w. een katholicisme dat honderden jaren absoluut domineert, is er niet in geslaagd om de aanbidding van de oorlogsgod enz. enz., de zonnegod, noem ze maar op, om die te verdrijven. In feite kun je op eenzelfde manier zien hoe in andere staten weer en in delen van Afrika ook het christelijk geloof wel wordt beleden, maar daarin trekken liggen van het oude natuurgeloof, inclusief de natuurgoden die erin gebonden zijn.

Het is niet zo gemakkelijk om het denken van een mens te veranderen. En wanneer we kijken naar bijvoorbeeld de beieren, dan vinden we in hun manier van denken en uiting, ongeacht hun modern zijn e.d., nog steeds iets van de boertige hardnekkigheid van de volgelingen van Irmin terug.

En wanneer we kijken naar de Nederlanders, dan zien wij in hen nog steeds de vereerders van Wodan en Odin die eigenlijk in hun hart de strenge orde en de wilde jacht door de hemelen nog steeds zien als bepalend voor het noodlot van de mensen. En als ze dan gereformeerd of hervormd of katholiek uitdrukken, dan is er toch iets van diezelfde jachtdrang in hen die in de oude Bataven en hun voorgangers, inclusief de konijnenvangers, de Kaninefaten, dus bestonden. En dat is toch maar een kleine tweeduizend jaar geleden. Je kunt deze dingen niet veranderen. Het geloof dat uiteindelijk hindoeïsme is geworden, stamt van ongeveer 3500 vóór Christus.

In die tijd is het eerste geloof in het kastenstelsel plus de reïncarnatie die dit kastenstelsel gelijktijdig weer draaglijk en aanvaardbaar maakt, tot stand gekomen. De uitdrukking daarvan plus de wisselwerking met de goden, zoals we die in de Oepanishaden aantreffen, maakt verder duidelijk dat de incarnatiecyclus ook nog te maken heeft met een kosmische taakvervulling en zo is daarmee de basis geschapen voor het handhaven van de macht die toen in de kleine rijken overal bestond. U kunt namelijk India en het hindoeïsme niet afmeten na datgene wat er ontstaan is nadat de Europeanen in casu de Engelsen en de Portugezen daar de heersers zijn geworden. Ik hoop dat het verduidelijkend is.

  • Kunt u uitleggen hoe je innerlijke sleutels kunt vinden?

Ja, u zoekt eerst uw innerlijke sleutelbos op, dan zoekt u het slot op uw innerlijke werkelijkheid en past sleutel na sleutel tot er een de deur ontsluit. En dat klinkt erg spottend, maar het is nog waar ook. U hebt een aantal dingen die in uw leven steeds een hoofdrol hebben gespeeld, realiseer u dat. Bepaalde feiten, maar vooral ook meningen, dingen waardoor u als het ware gedreven werd. Dit zijn de sleutels tot uw wezen. Wanneer u mediteert, neem eigenschap voor eigenschap en probeer al mediterende te begrijpen hoe het met uw innerlijk in verband staat. U zult ontdekken dat één of twee daarvan inderdaad een gevoel van innerlijk licht zijn om niet te zeggen een ogenblik van vergetelheid veroorzaken. Gebruik deze sleutels voortdurend en u wordt daardoor u bewust van hetgeen u werkelijk bent, zij het in de termen van uw eigen wereld natuurlijk.

  • Een aansluitende vraag: Wanneer je moeite hebt met te herkennen hoe je werkelijk bent en waar je talenten liggen, wat kunt u aanbevelen om hier beter zicht op te krijgen?

Ja, wat je innerlijk bent, probeer nooit jezelf te ontleden, je bent een totaliteit. Maar probeer elke dag met alles wat je goed en kwaad vindt voor jezelf een ogenblik te mediteren, te herdenken en in jezelf een beeld van juistheid te laten ontstaan. Dit helpt je om de bedoeling te zien die voor jou in je leven is gelegen. In de tweede plaats: Je hebt bepaalde voorkeuren, soms voor kunsten, soms voor mensen, soms voor eenvoudige arbeid. Je zult vaak deze niet volledig beheersen, maar ze zijn je liefhebberij. Wanneer je daarmee bezig bent, probeer dan eens heel rustig en stil te zijn en gewoon je handen te laten werken zonder je brein er volledig bij te betrekken. Na enkele mislukkingen zult u ontdekken dat u dingen kunt creëren die veel verder reiken dan hetgeen u beseft had. U zult ook ontdekken dat bepaalde van uw liefhebberijen eigenlijk geen enkele resonans wekken. U blijft dan gewoon maar een beetje versuft bezig en u verknoeit meer dan u goedmaakt, zonder dat u er ooit iets definitiefs in verandert. De talenten die u bezit zijn die talenten waarbij u door gewoon uw wezen als het ware te laten werken zonder uw denken al te veel in te schakelen, resultaten bereikt die voor uzelf verbluffend zijn.

  • D.m.v. pendelen ben ik kortgeleden achter enige vorige levens gekomen die geloof ik bepalend zijn voor bepaalde eigenschappen die ik nu heb. In dit leven krijgen ze echter zeer weinig kans. Bijvoorbeeld een leven als musicus en als generaal. In dit leven ben ik echter zeer onmachtig. Mijn vraag is: is het mogelijk door pendelen vorige levens te ontdekken en als je er zo achter komt, heeft dat dan een bedoeling?

Ja, of het een bedoeling heeft.., het is in ieder geval uw bedoeling en ik denk dus dat u inderdaad een regressief pendelaar bent dan; u pendelt heen en weer tussen een verleden dat mogelijk was en een werkelijkheid die het niet is. Wanneer we ons realiseren dat de verklaring die u hebt voor de feiten juist duidelijk maken waarom u bepaalde dingen niet bent, dan kunt u misschien gemakkelijker leven met hetgeen u nu bent. Als u een generaal bent geweest, dan zou u ontzettend graag bevelen; maar bevelen kan slechts degene die geleerd heeft wat het is om te gehoorzamen. Dan zal dit laatste in uw leven hier en daar een grote rol spelen. Wanneer u zegt: ‘ik ben in een vorig leven musicus geweest’, ja, u bent het wel geweest, maar u had graag gelijktijdig de dirigent en de componist willen zijn plus het uitvoerend orkest. U zocht dus de totaaluitdrukking. U moet nu begrijpen dat een deel bijdragen belangrijker kan zijn dan een totaal overzien. En zo heeft u dan de verklaring van uw huidige leven. En op deze manier kunt u er wel iets mee doen.

En ik denk inderdaad dat je door pendelen al datgene wat in je onbewuste leeft wel degelijk naar voren kunt brengen. Het pendelen is namelijk voor een groot gedeelte het resultaat van onbewuste bewegingen. En wanneer deze ook klein zijn en dus door de pendel zeer versterkt worden, dan kunnen we daardoor onze innerlijke drijfveren en onze diepste aanvoelen en denken wel degelijk tot uiting brengen. En wanneer u dus bezig bent met het zoeken naar een verklaring en in uw wezen deze verklaring ligt voor uw huidig bestaan, dan zult u die vorige incarnaties inderdaad kunnen uitpendelen. Ik zeg niet dat het altijd zal lukken, maar mogelijk is het wel degelijk.

  • Dan een vraag met even een lange inleiding: Grote gebieden van ons nog resterende regenwouden der aarde worden neergehaald met een oppervlakte van Nederland per dag. Ten behoeve van verkoop van bepaalde houtsoorten, ten behoeve van o.a. de meubelindustrie in de rijke landen etc. en het onbewuste areaal te bestemmen voor de landbouw. Het eerste is in te delen als een begeringsobject der rijken van de rijke landen; onnodig dus. En het tweede: na enkele beplantingen blijkt de grond verder onvruchtbaar en ontstaan dan medio hoogstzomer grote kale vlakten waar de erosie vrij spel heeft. Met het verdwijnen van bedoelde oerbossen verdwijnen diverse mogelijkheden, ze zijn ontstaan in miljoenen jaren. Deze bossen zijn niet meer te herstellen. De mogelijkheden om medicinale kruiden voor geneeskundige onderzoekingen te winnen verdwijnen voorgoed. Al de levende wezens in deze bossen gaan verloren. De eerbied voor al deze scheppingen der natuur wordt door machts- en begeerlust vernietigd, voorgoed. Als de mens doordrongen zou zijn van de reïncarnatiegedachte en mogelijkheid, zou anders gehandeld worden. Hoe staat de astrale wereld hier tegenover en wat is hier nog aan te doen, opdat de aarde waarin we allen mogelijk terug incarneren niet een totaal verschroeide wordt, evenzo de overbevissing der zeeën, het vergiftigen van de wateren, luchten en gronden der aarde, zoals de zure regen.

Ja, dat is iets, daar zou je eigenlijk een cursus over moeten geven, maar u vraagt gelukkig alleen een astraal of geestelijk standpunt. Ons standpunt is: ‘Nu ja, laat ze maar, dan komen ze wel bij ons terecht en als ze dan zien waar ze naar terug moeten, schrikken ze zich zo dood dat ze alles zullen doen om te veranderen’; dan sterven ze de tweede dood inderdaad. Dus, wat dat betreft, wat ons aangaat, nu ja, een geest neemt geen plaats in, dus van overbevolking is bij ons niet snel sprake, alleen de hulpverlening die degenen die overgaan toch meestal krijgen, die zal natuurlijk wel heel wat voeten in de aarde hebben, voeten die de geest overigens ook niet meer heeft.

Wat betreft uw stellingen: ze zijn voor een deel juist, voor een deel onjuist. Mag ik duidelijk maken, dat a) bijvoorbeeld het Amazoneproject allang onderbroken is; dat de houtwinning aanmerkelijk verminderd is; dat het oerwoud zelfs bepaalde kaalgeslagen vlakten en wegen alweer overwoekerd heeft; dat zelfs de grote weg die men heeft aangelegd voortdurend vrij gehouden moet worden, omdat het oerwoud gewoon zijn plaats terugvraagt. De natuur is veerkrachtiger dan u denkt.

In de tweede plaats: Wanneer we zien dat er vergiftiging van de wateren plaatsvindt, dan betekent dit dat bijvoorbeeld vissen daarin niet kunnen leven, maar we zien dat algea en andere lagere levensvormen daarin in veel grotere mate optreden. Er is dus een verandering van het leven, er is geen vernietiging. Wanneer we zien dat de atmosfeer vergiftigd is, zure regens bijvoorbeeld, dan zien we aan de ene kant inderdaad dat bomen sterven. Aan de andere kant zien we dat bepaalde mossoorten, en bepaalde varensoorten wel beginnen op te bloeien en eigenlijk groter worden dan voorheen.

De natuur zoekt eenvoudig een aanpassing en maakt bij een sterke verandering van omstandigheden evolutionaire sprongen die bijna onvoorstelbaar zijn. De aarde zal dus niet teniet gaan, ten hoogste de dominantie van de mens op aarde. En als hij kijkt wat hij ervan gemaakt heeft, nu ja… Het ik bestaat toch nog voort. Misschien is het heel goed dat bepaalde mensen eindelijk zelf eens moeten leven in de omstandigheden die ze nu zonder enig bedenken en uit winstbejag voor anderen creëren. Ik denk dat een dergelijke incarnatie een zeer opvoedende werking kan hebben.

  • Vonden in de Lemurische, pre-Atlantische tijd de eerste incarnaties als mens altijd plaats in Afrika? Is er in elke grote periode wat dat betreft een voorkeursgebied. En is het waar dat veel zielen in de periode Atlantis-Aquarius de hele evolutie, het hele rad hebben afgewerkt?

Eh ja, een beetje moeilijk om dat allemaal precies te zeggen. Je kunt een algemene gooi ernaar doen, maar je kunt het nooit op persoonlijk gebied zeggen. Er zijn Atlanten die nu nog incarneren, maar er zijn er heel velen die dus voldoende geleerd hebben en die andere taken op zich hebben genomen.

Hetzelfde geldt ook voor de Lemuriërs. De eerste incarnaties die plaatsvonden en belangrijk waren, waren in feite een soort longvissen, ze zagen er een beetje robachtig uit, maar wat kleiner, met zeer sterke vinnen en konden dus in moerassen en vloedgebieden leven. Zij vormden kleine kudden zeg maar en begonnen zich te beschermen tegen de wisselingen van getij en dergelijke, kregen daardoor een beperkte samenleving, in die samenleving hadden ze contact met iets wat op zeer simpel niveau voor hen een soort God was.

En van deze incarnaties uit zijn we langzaam maar zeker verder gegaan tot een bepaalde soort warmbloedige voorouders van mens en semianen dus, eveneens een dergelijk begrip kregen en zelfs de eerste zeer beperkte onderlinge taal en het eerste zeer beperkte werktuiggebruik. En van daaruit hebben zich toen de mens en de apen ontwikkeld. Soms als je op straat loopt zal het verschil je misschien niet zo opvallen, maar ze zijn toch different vooral o.a. door een totaal verschillend werken van de geheugencentra t.a.v. inkomende impulsen.

  • Loopt het rad van reïncarnatie enigszins synchroon met de opeenvolging van verschillende rijken: Afrika, Mu, Atlantis, Inca, Maya, Egypte enz. Worden deze rijken doorlopen?

Nee, die worden niet altijd doorlopen. Wanneer een ziel eenmaal aan een menselijke incarnatie begint, is de kans dat hij dus terugvalt tot een dierlijke zeer beperkt, dit ongeacht het geloof dat in India bijvoorbeeld en ook in delen van Indonesië heerst. De werkelijkheid is dat je dan incarneert in al die situaties die met hetgeen je geworden bent in dat eerste leven een bepaalde mate van harmonie, om niet te zeggen een deel omstandigheidssynchroniciteit vertonen. Wanneer die incarnaties optreden, er zijn tussenpozen bekend van zevenhonderd jaar en de vlugste incarnatie die wij kennen vindt ongeveer twaalf maanden na het overlijden plaats. Dus er zijn heel grote verschillen in. Het is de manier waarop je je verwant voelt met de aarde plus je mogelijkheden en onmogelijkheden in het geestelijk bestaan die tezamen de volgende incarnatie bepalen en daarmee het rad dus voor de een veel sneller laten draaien dan voor de ander. Aan de andere kant zijn er mensen die in het rad blijven zitten en het beschouwen als een soort draaimolen waarbij je voort kunt gaan zonder bij te betalen.

  • Welk voordeel heeft het te reïncarneren in een mannelijke vorm, welk in een vrouwelijke vorm? Wat leert men in beide het best?

In een mannelijke vorm leer je denken; in de vrouwelijke vorm leer je je gevoelens om te zetten in concrete besluiten. Beide seksen zijn geneigd dit te ontkennen, maar de man denkt altijd eerst rationeel – daarom kletst hij ook net zoveel als een vrouw, maar op een andere manier -; de vrouw denkt over het algemeen sterk intuïtief. D.w.z. waar de man een redelijk proces opbouwt met een volkomen logische sequentie, overspringt de vrouw een groot aantal van de tussenliggende trappen steeds en komt tot een stelling die zij emotioneel bevestigt, zonder dat ze die logisch geheel kan bewijzen vóór zij een wetenschappelijke opleiding heeft gehad, waarna ze haar intuïtie altijd achteraf weet te rechtvaardigen door een logische opbouw.

  • Zijn de chakra’s in de loop der evolutie ook na elkaar in een bepaalde periode bijvoorbeeld Stier, Ram, Vissen, Aquariustijdperk ontstaan en ontwikkeld? Hoe ongeveer is dit verloop?

Nou, er is geen verloop eigenlijk. Kijk, die chakra’s, die zijn altijd aanwezig geweest. Maar met de veranderingen in het menselijk zenuwstelsel en daarnaast de grotere invloed dus van bewustzijn, en ik zou haast zeggen gevoelswereld, zijn de chakra’s iets gegroeid in omvang. Maar er is altijd, zelfs bij de eerste wezens, die longvisachtigen zeg maar, reeds sprake van ten minste zeven chakra’s – dat wordt door hun bouw meebepaald -, en daarbij komt inderdaad niet het 144-bladige, maar wel het 62-bladige komt dus aan de top voor. Het 144bladige ontstaat op het ogenblik dat we de eerste tussenvorm krijgen, de halfmens zeg maar. Vanaf dat ogenblik is er dus sprake van chakra’s. Wanneer we kijken bij bijvoorbeeld de neanderthaler, heidelbergmens enz. enz. pekingmens, dan hebben we te maken met voor een deel voorlopers van sapiens. Deze voorlopers hebben reeds ontplooide chakra. Maar de ontplooiing van de topchakra is aanmerkelijk minder dan die van de lagere. En dat is dus zeer opvallend. De volledige ontplooiing komt overigens in deze tijd ook maar zeer zelden voor.

  • Hoe ziet de aura er uit in verschillende fasen van de evolutie qua gevuld raken en kleurschakeringen?

Wel, wanneer het denken zeer beperkt is en het weten eveneens, dan krijgen we een sterke emotionele dominantie. En dat wil zeggen dat de tweede laag van de aura voortdurend sterk doorvlamd wordt door gevoelens, omdat de mogelijkheid om te beseffen waarom dus niet aanwezig is. En naarmate je meer begint te begrijpen van de mens, van je wereld, van je eigen plaats erin en je relatie met die wereld, wordt de blauwfactor weer sterker en zullen we dus in de tweede uitstralingslaag veel meer de wisseling zien tussen goud, waarin de uitvlammende emotionele pieken veel minder sterk zijn, maar soms als een soort zonnevlekken een achtereenvolgende reeks van sterke uitbarstingen plegen te vertonen. En dat is op het ogenblik nog het geval.

  • Is het juist al onze tegenslagen, verdriet enz. te zien als een product van daden uit vorige ronden of zelfs als een afbetalen daarvan. Wordt bij het proces van zelfconfrontatie na de dood niet al een hoop afgewerkt?

Voor veel mensen is het een troost of een verontschuldiging wanneer ze zeggen: ‘dit is mijn karma’ en daarom zullen er heel veel mensen zijn die het blijven zeggen. Onthoud u één ding: ‘Alles wat u meemaakt heeft met uw heden te doen of met de noodzaak tot beleving, niet met daden uit een vorig bestaan’.

  • Waaraan zijn vorige levens voor u in de geest of een helderziende in de stof afleesbaar; aan de aura in het algemeen, aan het onderbewustzijn zoals dat in de hersenen is afgedrukt,

Neen

  • of aan de chakra’s?

Ook dat niet. De aflezing is in feite pas dan mogelijk, wanneer men met het geestelijk deel van het ego een contact krijgt. Hierdoor is het mogelijk tot de totale persoonlijkheid door te dringen. In de totale persoonlijkheid zijn de belangrijkste herinneringen aan vorige incarnaties allen vastgelegd.

  • Waar in de Bijbel wordt letterlijk van terugkeren in een ander lichaam gesproken?

Nu, in al die verhalen over heropstanding. Overal waar gesproken wordt over het laatste oordeel bijvoorbeeld, dan staat er dat iedereen zal herrijzen en dan weet iedereen dat het nooit in hetzelfde lichaam kan zijn, want dat lichaam van jou dat is langzaam maar zeker plantenmest en pierenvoer geworden; de bloemen zijn opgegeten, de pieren zijn opgepikt, zijn weer deel geworden van andere levensvormen, die op hun beurt misschien weer misschien ergens anders zijn opgegeten. Dus als u het heel goed bekijkt, dan kunt u een koe eten, die een bestanddeel heeft van een 18e eeuwse dichter (hilariteit). Dus het is duidelijk dat niet iedereen dan kan herrijzen met hetzelfde lichaam. En dan moet er dus een nieuw lichaam komen. Dat kan niet anders.

En daarnaast wordt gesproken over terugkeer, zonder overigens daarbij de vraag van incarnatie of reïncarnatie aan te snijden, bij bepaalde profeten die ten hemel worden opgenomen en eens terug zullen keren op aarde. Van Jezus wordt ook gezegd dat hij terug zal keren, zittend op de wolken enz. Er zijn dus een aantal plaatsen in de bijbel aan te wijzen, waarin inderdaad, maar in specifieke gevallen over het algemeen, wordt gesproken over deze terugkeer. Jezus zelf zegt overigens: ‘Voor Abraham was, was ik’. En dan wordt graag gezegd: ‘Ja, in de geest’, maar dat zegt hij er niet bij. Hij kan dus zeer waarschijnlijk verwijzen naar een vorig bestaan op aarde. De tegenzin om reïncarnatie te erkennen – in de christelijke wereld zeker – zal er toe voeren dat men een dergelijke uitleg uiterst aanvechtbaar vindt. Maar wie de bijbel goed leest en er op let, zal vele malen uitspraken ontdekken, die kennelijk te maken hebben met heel andere zaken dan de kerk erin ziet.

Een visioen van Ezechiël lijkt meer op een aantal ruimtevaarders met een ruimtevlotje, die even plaatselijk onderzoek doen dan engelen die zich daar tonen. En zo zijn er een hele hoop dergelijke dingen. Een andere waarneming van een lichtende gestalte in de hemel doet mij meer denken aan een hopperkotter dan aan een engel die daar zweeft. En zo zijn er meer van die dingen. Je kunt in de bijbel, wanneer je een beetje kritisch naleest, allerhande eigenaardigheden ontdekken, maar je zult ook ontdekken dat ze allemaal in feite vertekend worden, omdat ze de grootheid van God en zijn spreken door de profeten proberen te bewijzen.

  • De essentiële punten in de opvattingen van de katholieke kerk zijn: De kerk gelooft in de wederopstanding der doden; zij benadrukt het overleven en het bestaan na de dood van een geestelijk bestanddeel dat met bewustzijn en wil is begiftigd in die mate dat het menselijk ik blijft bestaan; men gebruikt voor dit bestanddeel het woord ziel. Zij verwacht de glorieuze wederkomst van Christus die in verband met de dood van de mensen is opgeschort. In afwachting hiervan genieten de rechtvaardigen gelukzaligheid en moeten de zondaren gezuiverd worden. Zijn deze punten in tegenspraak met de leer der reïncarnatie?

Ze zijn daar niet mee in tegenspraak, maar ze berusten op een schromelijke eenzijdigheid en overdrijving. En dat komt omdat de kerk zich niet realiseert dat wat zij doceert niet in een eindtijd ligt, ergens. Het laatste oordeel voltrekt zich ook vandaag aan de dag. Voortdurend wordt de mens geoordeeld en beoordeeld door wetten en krachten die hijzelf misschien onvolledig beseft. Voortdurend weer zul je na de dood op grond van een schuldbewustzijn of een gevoel van rechtvaardiging bepaalde werelden aanvaarden en anderen mijden. Er zijn duistere en sombere werelden, voorstellingswerelden, zoals alles in de geest. Maar bevattende, entiteiten die de moed niet hebben om zichzelf volledig a.h.w. open te stellen voor ieder ander en dus zichzelf te aanvaarden zoals ze zijn met alle fouten en alle goede dingen. En als we zien dat er werelden zijn waarin meer bestaat dan vreugde en vrede zelfs, meer dan een hemeltje met stoffelijke voorstellingen, maar een verbondenheid met anderen die alleen nog als een symfonie van klanken en kleuren kan worden uitgedrukt, dan wordt duidelijk dat zelfs de hemel die de christenheid zich voorstelt maar een zeer zwakke afschaduwing is van de mogelijkheden van een ego na de dood, ongeacht het feit of het wel of niet zal moeten reïncarneren.

En ik geloof dat ik daarmee heb duidelijk gemaakt: In elk geloof schuilt een splinter van de waarheid. Maar een vriend van mij heeft mij eens een verhaal verteld van een alchemist die uiteindelijk de steen der wijzen voor het eerst tot stand had gebracht en daar dan meteen een hele klont van had gemaakt. Toen de dood hem riep, besloot hij onmiddellijk dat ding mee te nemen naar de hemel. En terwijl hij die grote trap opklauterde en steeds moeër werd, struikelde hij een ogenblik bijna en liet van schrik dat ding vallen. Dat kwam met een klap op de aarde terecht en versplinterde in tienduizend splinters. En eenieder die er een splinter van vindt, roept: ‘Ik heb de enige waarheid’.

  • Waar en hoe in de reïncarnatiecyclus ontstaat voor het eerst verantwoordelijkheidsgevoel?

Op het ogenblik dat het eigen wezen een gevoel van verbondenheid kent met andere wezens en door deze relatie zichzelf bevestigd voelt. Dat kan dus al zijn een dier dat leider wordt van een kudde, dat kan een moederdier zijn dat haar kinderen moet beschermen. En daardoor ontstaat dus het eerste verantwoordelijkheidsbewustzijn.

Maar verantwoordelijkheidsbewustzijn moet voortkomen uit de eigen gevoelswereld en de eigen gedachte- en ervaringswereld, en kan niet van buitenaf worden opgelegd. Dus hoe meer wetten je maakt, waarin de mensen zichzelf niet erkennen, hoe minder verantwoordelijkheidsbewustzijn ze zullen tonen. De tijd is hier een zuiver voorbeeld van.

  • Oppervlakkig gezien lijkt mij dat iedereen wel wil uiten wat hij of zij werkelijk is. Waarom en waardoor wordt dit dan zo bemoeilijkt?

Omdat de mensen zichzelf niet eens toe willen geven wat ze zijn. Ze bouwen voor zichzelf een valse façade, een soort glinsterende kermispoort waarachter ze datgene verbergen wat ze werkelijk zijn. Geeft iemand zichzelf werkelijk wel eens toe dat hij uiteindelijk een intrigant is en alles alleen maar doet om daardoor zijn eigen grootheid, zijn macht of zijn bezit te vergroten? Geeft iemand wel eens toe dat al zijn gewelddadigheid niet voortkomt uit het onrecht van de maatschappij, maar alleen uit zijn eigen behoefte te bewijzen dat hij ook nog meetelt? Dat komt maar zelden voor, vrienden. En komt iemand die een bepaald geloof verkondigt, er gemakkelijk toe om zichzelf toe te geven dat hij dingen leert die hij verstandelijk wil aanvaarden, maar die hij innerlijk niet kan accepteren? Men kan dat eenvoudig niet doen; de mens verbindt zich met uiterlijkheden. Laat ik het zo zeggen: De grote moeilijkheid van de mens is heel vaak dat hij zichzelf niet mooi genoeg vindt en wil lijken op Brigitte Bardot, inclusief pruimenmondje enz. en dan Bardot probeert te imiteren en daardoor zichzelf onmogelijk maakt zijn eigen kwaliteiten volledig te ontwikkelen.

  • Waar in de evolutie begint reïncarnatie in engere zin, in het plantenrijk, begin dierenrijk?

Reïncarnatie als een keuze-element begint eigenlijk in het kleine dierenrijk van wel meercelligen, dus niet in de amoeben e.d.. Van daaruit breidt het zich uit, maar reïncarnatie op bewuste basis vindt u bijvoorbeeld niet bij die wezens die zich tijdelijk met een mineraalrijk of een deel daarvan vereenzelvigen.

  • Wat vooral is de bewustzijnswaarde door te incarneren in diverse continenten, Noord- en Zuid-Amerika, Europa, Afrika, Rusland, China, India?

Ik geloof niet dat je van een bewustzijnswaarde kunt spreken, hoogstens van een belevingswaarde. Wanneer u de mensen ziet, die op straat lopen en ze proberen een plaats te vinden om wat te gaan eten, dan zult u zien dat sommige zaken mensen afstoten, omdat ze te luxe zijn, anderen omdat ze te simpel schijnen te zijn. Ieder zoekt dus een omgeving waarin hij zich thuis kan voelen. Bij incarnatie heb je eenzelfde geval. Je zoekt naar een geestelijk sfeertje, let wel, een geestelijk sfeertje, waarin je op een of andere manier past en ervaringsmogelijkheden ziet. Je vraagt je niet af wáár dat sfeertje ligt; dat merk je wel als je geboren bent; tenminste als je oud genoeg wordt om te denken. Dus het is duidelijk, er is geen absoluut bewuste wisseling, bijvoorbeeld: deze keer ben ik een neger geweest, de volgende keer wordt ik een rare chinees; als overgangsfase kies ik de Nederlander en uiteindelijk word ik Amerikaan. Dit zijn gewoon illusies als u die koestert. Er zijn heel veel systemen opgebouwd, maar u vergeet één ding en dat is dat de onderscheiden die u op aarde kent uiterlijke zijn, terwijl innerlijk een veel grotere vergelijkbaarheid en eenheid bestaat dan u zich op dit moment kunt indenken, omdat uiterlijke omstandigheden voor de geest van veel minder belang zijn dan innerlijke situaties. En deze zijn bij incarnatiekeuzen meestal beslissend.

  • Blijven velen in een groepsziel aanwezig, bijvoorbeeld van negers, indianen, tot een bepaald groepskarma is afgewerkt. Maakt men zich daarna als individu daaruit los, blijft men dan op elkaar wachten tot iedereen zover is en kunt u voorbeelden geven van verschillende van dergelijke soorten ….?

Nee, nee, nee, dit bestaat niet. Het spijt me dat ik misschien weer een lievelingstheorie moet torpederen, maar een groepsziel is niet zoals u denkt een soort verzameling, om niet een andere term te gebruiken als een coöperatieve of zo. Een groepsziel is doodgewoon een entiteit met een mogelijkheid om een ras te overzien en zorgend voor de ontwikkeling van dit ras, opdat het in zijn geheel, voor een geheel dat ook dit ras omvat, een betekenis heeft die voor de hoge geest aanvaardbaar is. D.w.z. als je als neger dood gaat, dat je misschien een hele tijd denkt: ‘nu, ik ga naar Harlem of zo’, maar dan ineens ontdek je: goh, dat is gezellig, dat doet me denken aan al die feesten met getrommel, weet u wel, en ons bier en voor je het weet ben je een geïncarneerde beier.

  • Welke eventueel praktische gevolgen zal het hebben wanneer de reïncarnatiegedachte algemeen aanvaard zal zijn? Welke gevolgen voor het dagelijks leven, voor de opvoeding en het onderwijs, voor de psychiatrie en voor de rechtspraak?

Voor de rechtspraak zal het heel weinig betekenen, omdat de rechtspraak uiteindelijk de uitdrukking is van het recht van de sterkste, volgens de normen die voor de meerderheid nog net aanvaardbaar zijn. Wat betreft de betekenis voor de mensheid: Wanneer je weet dat je een volgend leven krijgt om het eventueel te herstellen, heb je in dit leven minder haast om de hemel te verdienen. Dat zou voor de invloed van kerken, maar gelijktijdig ook voor de macht van bepaalde andere systemen frustrerend en fnuikend kunnen zijn. Men zou dan zeggen, ja, je kunt mij nog meer vertellen, maar ik leef vandaag en de meeste mensen zullen dat in het begin ook doen tot ze beseffen dat je vandaag leeft om morgen te maken. Het zou dus een aantasting betekenen van een deel van de sociale hiërarchie en zeer zeker een sterke aantasting van alle kerkelijke hiërarchieën, zoals ze op dit moment in het westen bestaat.

  • De christelijke kerk schijnt oorspronkelijk ook in reïncarnatie geloofd te hebben, maar dat is afgeschaft. Is dat omdat als ze daar niet in geloofden, het individu beter manipuleerbaar is voor de kerken?

Wanneer de mens gelooft dat hij op aarde terug zal keren, kun je hem niet met de gesel van de hel drijven tot de daden die jij goed vindt en die voor de ander nadelig zijn.

  • In een van uw antwoorden zegt u dat er in het verleden lang niet zo sterk als nu inderdaad aan reïncarnatieonderzoek wordt gedaan of werd gedaan.

Eh, pardon, niet onderzoek, maar regressie, dat is iets anders.

  • Ik wilde graag weten of daar een speciale rede is dat het in deze tijd dan wel zo populair is?

Ik heb dat in mijn inleiding al heel duidelijk gezegd: Er is een voortdurend groter wordende frustratie, zeker bij de jongeren t.a.v. de ontwikkelingen in deze wereld. Men ziet hoe belangengroepen in feite iedereen beheersen en regeren en een werkelijk verzet daartegen is maar zeer beperkt mogelijk; je kunt je er alleen aan onttrekken. De aandacht voor alle geestelijke waarden, inclusief het volgen van de Bhagwan enz. enz., die Hare Krishna, u weet wel, die kappersbeweging (hilariteit), dat is allemaal in feite een poging om los te komen van een uiterlijke wereld die je niet meer kunt begrijpen en niet kunt aanvaarden, en terug te gaan naar een innerlijke wereld. Wanneer je je nu bezighoudt met vorige incarnaties, krijg je een beter gevoel in jezelf voor datgene wat je dan nu moet zijn. Dan kun je zeggen, nu ja, ik heet vandaag Piet S. of Jan L., maar vroeger ben ik Lodewijk de Vrome geweest, waarbij men dan vergeet dat die vroomheid niet religieus was, maar alleen zijn moed in sommige gevallen weergaf.

Vrienden, ik geloof dat het langzaam tijd wordt om te eindigen. En al is dat op avonden als deze niet altijd gebruikelijk, ik zou u toch míjn denkbeelden nog op een andere manier even duidelijk willen maken. Eeuwig draait het rad van leven. Leven rijgt zich aan bestaan.

En altijd is het ondergaan van wat je bent en niet erkent, geworden tot de schepper van een waan, die je weer bant, wanneer je even vrij en in de sferen bent. Maar leer je diep jezelf verstaan, te weten wat er in je leeft.

En heb je eindelijk de kracht, waardoor jezelf de vorm je geeft, die in je reeds bestaat.

Dan komt een ogenblik dat je het wentelend rad verlaat en op de naaf een wijle toeft en naar het zijnde schouwt, om dan te richten tot de kracht die het Al heeft opgebouwd.

En zeggend, in jezelf misschien: nu ben ik deel van u een lidmaat, wezen dat u dient en uit uw wezen gaat, tot al wat aan het rad verbonden of wervelend verder gaat, gevonden heeft zichzelve.

De mensheid wordt één mensen zo de mensheid overschrijdt, de tijd, die omtrent eigen zijn en scheppingskracht elk wezen vaak misleidt.

Ik hoop dat ik u daarmee een voldoende beeld heb gegeven.

Ik dank u voor uw aandacht, voor uw vragen, waarvan sommigen amusant, anderen op zijn minst genomen belangrijk waren. Ik hoop voor u dat ik u een beetje inzicht heb kunnen geven in deze materie. Ik dank u voor uw aandacht, wens u een goedenavond en een gezellig weekend, ook al kan het zondag donderen worden.

image_pdf