Reïncarnatiecycli van ingewijden

6 maart 1989

Een gastspreker hebben we weer gevonden. Zijn belangstelling ligt bij reïncarnatiecycli, meesters, reïncarnatie van ingewijden onder meer, adepten, dat soort dingen. Ik heb er wat over gevraagd en om eerlijk te zijn, ik kan het niet uitsorteren, dat laat ik aan u over.

Er zijn andere dingen, waar we in onze inleiding over kunnen praten. Hebt u gehoord dat het zeer fataal is met de ionosfeer? Een heel gat erin? Nou, is dat honderd keer voorgekomen, maar niemand heeft dat ooit ontdekt. Dat er natuurlijk allerhande moeilijkheden kunnen komen doordat het warmer wordt. Ja, op den duur kan broeikaseffect ontstaan, maar er is eigenlijk nog niet eens aangetoond, dat dat gaande is. Dat er een kleine ijstijd op komst is, weten we ook wel, maar de grote ijstijden liggen zo anderhalf tot twee miljoen jaren uit elkaar. En de kans dat u die op uw dak krijgt, is betrekkelijk gering. Ik vraag me weleens af: wat is er eigenlijk aan de hand op het ogenblik? Zijn de mensen zo ongerust, dat ze allerhande dingen zoeken om bang voor te kunnen zijn, opdat ze niet te bang worden voor zichzelf?

U weet het allemaal: met eieren voorzichtig zijn, want er is iets aan! Vet moet u niet eten: te veel cholesterol. In tomaten zitten schadelijke stoffen: moet u voor uitkijken. Suiker absoluut niet! Suiker is slecht voor u. Niet teveel zout, wilt u eraan denken. Uitkijken met andere kruiderijen, zoals peper, kerrie en dergelijke dingen: heel voorzichtig zijn. En dan noem ik er maar een paar op, want dan moet u verder nog bang zijn voor: luchtverontreiniging, bodemverontreiniging, waterverontreiniging. Dan hebben we verder nog de sociale verontreiniging, dan moeten we ook nog bang zijn voor het fanatisme van religieuze groepen.

De hele wereld zit vol met angsten. En eigenlijk gaat het net een beetje beter. Misschien zijn de mensen wel te bang om te kijken naar de werkelijke oorzaak van al die dingen. Natuurlijk, het zal wel weer uitvoerig gezegd worden: het is allemaal de schuld van de rijke landen! Niet over praten hoor, maar de rijke landen hebben het gedaan. Want kijk, die rijke landen, die hebben auto’s en die hebben ijskasten en daar komen al die gekke dingen vandaan (hoe heet het ook weer) ja, Pvc’s. Al die dingen daar zitten ze over te zeuren. De arme landen hebben niets gedaan, nee. Alleen ze vernietigen de longen van de aarde. Zou je ook bang voor moeten zijn eigenlijk. Hetzelfde wat de rijke landen hebben gedaan, willen de arme landen ook doen. Daardoor heb je nu de dustbowl‑verschijnselen, de eerste keer eigenlijk in 5-6000 jaar (dat was in de V.S., daar heeft een zekere meneer Roosevelt nog zijn best gedaan om er wat aan te doen), en nu zie je dat in Afrika, maar vreemd genoeg ook al in bepaalde delen van Argentinië.

Wat moet je ermee? De mensen denken aan hebben. De hebzucht van de mens brengt hem ertoe om alles dan zoveel mogelijk naar zich toe te halen. Dat is sociaal onaanvaardbaar en daarom moeten er regels komen. En als er eenmaal regels zijn, dan blijkt dat de mensen handiger zijn dan de regelaars. Dan moeten er nieuwe regels komen, opdat de regels door aanvullende regels meer vat geven op degenen, die zich van een regel geen steek aantrekken.

En als je dat dan allemaal bij elkaar pakt, wat is dan eigenlijk de grote kwaal van de mensheid? Dat ze haar oude gemeenschapsgevoel in een paar honderd jaar voor driekwart verloren heeft. Dat is alles.

We kunnen zeggen: ja, we moeten niet sentimenteel zijn, je moet het technisch bekijken (dat is technocratie – en bureaucratie ook). Als je het technisch bekijkt, kun je het alleen verstandelijk bekijken en dan vergeet je een van de belangrijkste dingen in het leven van een mens. Dat is z’n gevoelsleven. Niet alleen als je doodgaat en je in die andere wereld komt, zijn je gevoelens bepalend voor de werelden die je beleeft en voor de mogelijkheden, die je voor jezelf vindt – maar ook op aarde. Angst, begeerte, liefde, al dat soort dingen, die bepalen veel meer wat er gebeurt, dan alle verstandelijke redeneringen bij elkaar.

Waarom zien we bv. nieuwe uitvindingen en nieuwe ontdekkingen vaak begraven door de deskundigen, alsof ze honden zijn die een bot begraven waar niemand ooit bijkomt. Angst? Ik ben iemand, maar als dat waar is dan ben ik dadelijk niemand. Of anderen die zeggen: “Ja, maar ik wil liever doodgaan als een groot man, dan verder leven als een vergeten held van een ouderwetse theorie.” Waarom? Het werkelijke gevaar ligt in de mens. De mens denkt niet aan de medemens, hij denkt aan zichzelf. En daarmee heeft hij iets gebroken, wat heel erg belangrijk is. Dat is nl. de saamhorigheid, die niet alleen maar bestaat op stoffelijk terrein, maar die ook geestelijk aanwezig is. We kunnen dan wel schouderophalend kijken naar een kleine dorpsgemeenschap, waar de mensen elkaar controleren en dit en dat, maar aan de andere kant helpen ze elkaar ook. Het blijven mensen, maar ze zijn een eenheid. Neem die eenheid weg en wat blijft er over? Een aantal mensen die de hele wereld eigenlijk een beetje beschouwen als een soort vijand waartegen ze moeten vechten, of iets waar ze zich maar weinig van aantrekken omdat zij hun eigen gang willen gaan.

Mensen horen samen in groepen. Boven elke groep staat een groepsgeest. Het geheel van de groep kan geestelijke leiding gemakkelijker ontvangen dan de eenling. En zo hebben we rassen. Een ras behoort onder een bepaalde rassengeest. Natuurlijk, zolang als het een eenheid blijft, kan het beïnvloed worden. Op het ogenblik dat de groep uiteenvalt in vele groepen, wordt het al moeilijker. Gaat iedereen alleen nog aan zichzelf denken, dan gaat de hele zaak in de soep. En als je kijkt wat er van die soort soep er deze tijd al is, dan lijkt het wel of maggi zijn assortiment met een nieuw gros verschillende smaken heeft uitgebreid. Het is iets verschrikkelijks.

Een mens is deel van de mensheid. Een mens wordt beïnvloed door het geheel van de mensheid zover hij daarmee harmonisch is, zich erbij betrokken weet. Een mens is deel van de groep. Hij wordt door die groep geholpen, gesterkt en beïnvloed zolang hij zichzelf ziet als deel van de groep en de groep als iets wat minstens even belangrijk is als hijzelf is.

Dat is een waarheid waarvoor je wel kunt weglopen, maar je zult iets van je individualisme moeten prijsgeven. Let wel: het individu is de bouwsteen van de gemeenschap, je kunt niet zeggen: geen individualisme meer. Maar het zelfstandig denken, bestaan, werken, leven van een mens moet bindingen kennen met anderen. En hoe intenser en hoe beter die bindingen zijn, hoe vollediger ook de geestelijke reactie, die op de achtergrond zit en van daaruit de stuwkracht die vaak via het onderbewustzijn de mens helpt om in moeilijkheden de juiste keus voor die gemeenschap te maken. Dat kun je een computer niet bijbrengen. Je kunt het misschien zien aan de weerberichten, soms kloppen ze aardig, maar ze komen uit een computerprogramma en dat wil zeggen dat soms het weer totaal anders wordt dan iedereen redelijk had berekend.

En dat is toch maar een kleinigheid. Een kleine verschuiving van de luchtdruk, een kleine anticycloon die ontstaat en hup …weg is ie weer! Iedereen heeft gezegd: “Het wordt een mooie dag”, nou vergeet het maar, het is donderen. Of iedereen heeft gezegd: “het gaat regenen!” En daar loopt u met uw regenjas, puffend en zwetend door de zomer. Hoe vaak is het u niet overkomen? Het computerprogramma kan rationeel zijn. Maar de mens is in wezen irrationeel. Zijn rationaliteit is een werktuig, niet iets waarmee je je moet bezighouden als al‑bepalend. Op het ogenblik dat je gaat begrijpen dat je met de geldhandel natuurlijk veel kunt verdienen, maar dat je er iets tegenover moet stellen, dan kan de bankier inderdaad een hulpmiddel zijn. Maar op het ogenblik dat de bankier zichzelf ziet als dominant, als de heer en heerser en alles ondergeschikt wil maken aan zijn idee van rentabiliteit, gaat de hele gemeenschap er aan ten onder.

U kunt nu wel zeggen dat het niet zo is, u hebt zelfs een tante, die zit tegenwoordig ook al in het bankwezen, tante Pos, en weet u wat pos is? Pos zijn van die heel kleine visjes, die je hoogstens kunt gebruiken om ze voor vismeel te verwerken. Juist. En als je gaat denken in termen van rentabiliteit, dan is dat alles wat je overhoudt: een goeie vorm van kunstmest op het ogenblik dat de menselijke gevoelens weer opleven. Maar als de menselijke gevoelens opleven in zo’n tijd, waar wordt dan de drang uit geboren? Niet uit welbehagen. Uit een soort wrokkigheid, tegenover die hele maatschappij en alles wat erin bestaat. Een soort angst, dat men zichzelf niet zou kunnen handhaven, dat men het beeld dat men van zichzelf heeft, niet kan waarmaken.

En wat zien we als een mens bang is, werkelijk bang is? Dat hij niet meer weet waar normen of grenzen liggen. Dan ontstaan de excessen. Soms hebben ze mensen, die daar aardig profijt van weten te trekken. Denk aan meneer Khomeini. Die wil gewoon van de satanische verzen Khomeini‑kaas maken, gegarneerd met het lijk van de schrijver. Ik gun het de man, het is erg handig, maar wat slaat daar los? Een denkbeeld waar ze zelf geen raad mee weten. Het denkbeeld aan de ene kant van geweld – want dat wordt door het geloof gerechtvaardigd – en aan de andere kant: Ja maar persoonlijk kan ik het eigenlijk niet, ik zou het niet willen, maar ik moet nou eenmaal ja zeggen. En als er dan iemand komt, die het geweld pleegt, kun je niet anders meer doen – anders sla je een figuur – dan applaudisseren! Maar als je dan applaudisseert, wordt er geweld tegen jou gebruikt; gebruik je geweld terug. Onzin eigenlijk.

Ik weet het, dit is esoterie, maar kijk eens een keer naar binnen. Hoeveel vooroordelen zitten daar en in hoeveel gevallen eigenlijk neemt u stelling tegenover anderen? Hoe vaak beklaagt u zich over anderen? Hoe vaak vraagt u zich af hoe het voor de ander is en hoe vaak houdt u zich alleen bezig met wat het voor u betekent?

Ik denk dat al die vergiftigingsverschijnselen die dreigen, en al die geheimzinnige ziekten die losbreken, voor driekwart veroorzaakt zijn juist door die angst die in de mensen leeft. De verwerping die er in de mensen leeft. Want ze kunnen zichzelf niet goed in de ogen zien wanneer ze eerlijk zijn.

Er zijn voorbeelden genoeg. Neem nou Engeland: Engeland is een van de meest vervuilende en vervuilde landen die op het ogenblik op Gods aardbodem bestaat. Dat dit zo is geworden, is te danken aan de leiding van een vastberaden leidster, die is uitgegaan van een nuts‑principe. Ze heeft gezegd: “We moeten de economie gezond maken.” Maar ze vergat één ding, want als je de economie gezond maakt, maak je de mensen ongezond. En nu op het ogenblik spreekt ze zich ineens uit voor allerhande verbeteringen, maar ze kan er zelf niets aan doen. Want als zij werkelijk alle vervuiling ongedaan zou willen maken, dan moet ze tenminste tien atoomcentrales sluiten terwijl ze de stroom hard nodig heeft en ook het rendement, omdat ze besmet water lozen, voornamelijk in de Ierse Zee. Ze moet een aantal chemische bedrijven sluiten, die in wezen op het ogenblik een belangrijk revenu opleveren en die daarnaast allerhande nieuwe mogelijkheden schijnen te bieden.

Zaken, waar ze zelf kapitalen heeft ingestoken, dat kan ze toch niet doen, nietwaar? En dan moet ze andere dingen gaan regelen. Neem nou een heel eenvoudig voorbeeld: er zijn nog veel steenkolencentrales in Engeland voor elektriciteitsopwekking. Waarom? Omdat er een steenkolenindustrie is, die gehandhaafd moet worden. Maar op het ogenblik dat ze de beste brandstoffen moeten gaan gebruiken en de verbetering – door bv. oliecentrales meer te laten werken – dan valt haar hele schema in elkaar. Ontstaat er werkeloosheid, dat kan je toch niet? Dan word je niet gekozen! Dat kan ze toch niet. En zo is het in uw eigen land ook. Nederland is een land, dat graag predikt. Ik vermoed dat dat komt omdat de kansel altijd veel invloed heeft gehad in het Nederlandse cultuurpatroon en dat iedereen, die dus invloed wil hebben, de kansel op klimt. Zelfs mensen als Joop den Uyl, die nu bij ons ook zegt dat‑ie blij is dat de vraag gesteld is, maar het antwoord is natuurlijk “ten eerste… valt in twee delen uiteen … of drie”. Die man meende het altijd goed, maar zo nu en dan was‑ie eigenlijk gewoon een socialistisch prediker. En als je hoort hoe minister‑presidenten zich in de loop der tijd tot een volk hebben gericht, dan vinden we daar iets terug soms van de ouderlingenraad, maar vaker nog de klank van de wat radeloze dominee, die en de goegemeente en de kerkenraad tevreden moet stellen.

“Politiek is onvermijdelijk en is noodzakelijk!” roepen ze uit, maar politiek is in feite handelen in waandenkbeelden. En op grond van hetgeen je daardoor aan macht kunt kopen, dan proberen via compromissen de schijn te wekken dat je doet wat je beloofd hebt. Wat gebeurt er dan, hoeveel mensen – denkt u – dat nog werkelijk vertrouwen heeft in de democratie van Nederland? Zou het nog 50% zijn? Ik denk dat het iets minder is, als je diep in hun hart kunt kijken. En een groot gedeelte ervan hoopt dan zelf nog een keer in de politiek vooruitgang te kunnen maken.

Dus: wees reëel. Een van de belangrijkste dingen van de Christelijke leer is dat je je naaste lief moet hebben gelijk jezelf. En een van de belangrijke elementen in de Islam is dat je als het ware verplicht bent voor de armen te zorgen, want jij hebt meer dan zij. Wat komt ervan terecht, hè? Niet veel. Maar dit is teruggrijpen op die eenheid. Je kunt een medemens niet in de kou laten staan. Vroeger kenden ze dat als nabuurschap. Dat wil zeggen: je bent voor je buren in zekere zin aansprakelijk, of je ze leuk vindt of niet. Als ze in nood zijn – jij bent de buur, dus je moet helpen want jij bent het dichtstbij, daarom moet je die hulp geven. Nou, van nabuurschap zie je niet veel meer tegenwoordig, zeker niet in de flatgebouwen.

De verbondenheid met de groep is belangrijk voor je geestelijke ontwikkeling. Daardoor word je losgeweekt uit een te sterk persoonsgebonden wereldbeeld. Zo komen je emoties meer overeen met kosmische tendensen en invloeden zoals die voor het geheel bestaan. Je doet ervaringen op en die kun je geestelijk verwerken. En dan moet je ook niet de dingen eenvoudig terzijde schuiven.

Er is een tijd geweest in Nederland dat handoplegging werd beschouwd als een zonde tegen de Heilige Geest, of hekserij. Tegenwoordig is een magnetiseur iemand: nou ja hij kan misschien wel wat, maar dan moet het toch wel via zijn organisatie bewezen zijn en dan is hij natuurlijk nog geen dokter! Nou, dat klopt! Maar aan de andere kant zou je ook de vraag moeten stellen: “wat is de dokter, of wat was vroeger de chirurgijn?” Die niet gelijktijdig iets van die levenskracht en van die harmonieën beseft, waardoor hij een ander kan genezen. Het is niet alleen maar het biomechanisch ingrijpen van een arts, het is daarnaast de bijna magische wederkerige acceptatie patiënt/arts, arts/patiënt. Pas dan kunnen die geestelijke krachten werken.

Er zijn zoveel andere dingen. Ik wil helemaal niet alle zonden opsommen van de laatste tijd in Nederland, maar weet u bv. dat er kort geleden nog een groot geschrift is verschenen van een oude en zeer gerespecteerde internist, die zich afvroeg of al dat gedoe met die Chinese naalden nou werkelijk zin had?! Acupunctuur, drukpunctuur en noem ze maar op. Was dat eigenlijk niet een magische handeling, een illusie? “En die moet je de mens dan maar geven”, zegt hij er achter aan, “want anders nemen ze ons niet meer au sérieux.” Maar wij weten het; een ander niet. Typisch, wij weten het en een ander niet. Wij zijn de uitverkorenen, zelfs bij de Orde komt je het wel eens tegen. De Orde der Verdraagzamen, we verdragen het dat een ander anders denkt, maar wij zijn de uitverkorenen! Wij staan een stapje hoger, wij zijn dichter bij Zomerland.

Net of dat het wat uitmaakt wat je denkt en wat je gelooft, zolang je er niets mee doet. En dan zijn het de daden, die je telt, de intenties die je hebt gehad, de emoties die erbij een rol hebben gespeeld, die uitmaken waar je terechtkomt. En niet of je nu toevallig een volgeling van A, B of C bent of dat je aldoor tot Z gevorderd bent en je zit je af te vragen of je nergens aan gelovende – misschien toch weer A en daarna B moet zeggen.

De werkelijkheid is, dat ons innerlijk wezen bestaat in een aantal dimensies, die niet uitdrukbaar zijn binnen het kader van het in feite vierdimensionale systeem, waarin een mens rationeel pleegt te leven. Drie dimensies plus tijd. In werkelijkheid zal de gemiddelde mens zes dimensies kennen. Zes afmetingen en daarvan zijn er drie niet rationeel. En drie rationeel. Dat wil zeggen: ratio en niet‑ratio zijn een evenwicht in de mens. Wanneer hij dat kan handhaven, dan is hij de perfecte mens. Dan is hij het evenwicht en dan wordt hij de symbolische perfecte hermafrodiet, omdat hij enerzijds in zich draagt de redelijkheid waardoor hij zijn eigen wereld kan overzien, ontleden en benaderen, en anderzijds in zich heeft de gevoelspersoonlijkheid die eveneens – maar nu emotioneel – de waarden kan opsommen die in de wereld aanwezig zijn. Zodat een totaalbeeld ontstaat en niet alleen maar een soort schema.

Of u het weet of niet, u hebt uw intuïtieve waarde, zo goed als uw rationele. Veel van hetgeen u kennis noemt, zal in de ogen van latere geslachten misschien bijgeloof blijken. Maar het is voor u de wijze waarop u uw wereld kunt hanteren. Als u gevoelens uitschakelt, dan kunt u niet verder gaan. Dan kan de kennis, dan kan het besef, dan kan de beleving, dan kan de geest niet evolueren. Kijk en daar zitten dan de knopen. Ach er zijn zoveel dingen die je de mensen zou willen zeggen. Een van de meest simpele is dit: Zoek altijd de eenvoudigste verklaring, ga daarvan uit, tot blijkt dat zij onjuist is. En de tweede is nog veel eenvoudiger: Kijk naar hetgeen bereikt is, niet naar de beredenering waarop bereiking mogelijk zou moeten zijn. Want zij, die bezig zijn te ontwerpen wat mogelijk zou moeten zijn, maken onmogelijk wat nu mogelijk is.

En wanneer u droomt van innerlijke verdieping, vindt dan rust in uzelf en laat die rust in uzelf gelijktijdig de krachtbron worden waardoor uw denken en ook uw gevoelsleven harmonisch en juist in uw wereld weet te projecteren.

Wees niet bang voor jezelf, voor je achtergronden, of ze nu uit vorige levens komen, of ergens anders vandaan. Aanvaard jezelf zoals je bent, maar leer met jezelf werken. Gebruik je rede als een toom waardoor je de emotie eventueel kunt leiden, maar gebruik ook de emotie als de kracht, die beweging brengt mits je ze in toom weet te houden.

Er zijn geen grenzen tussen mensen, buiten de grenzen die mensen maken! Wanneer je je dat gaat realiseren, dan kom je als vanzelf terecht in een totaal andere wijze van beleven. En de waarheid van de beleving kan de vrede brengen, de rust die je nodig hebt. Niet het schema, niet het plan. Niet het afschuiven van verantwoordelijkheden of schuld! Je deelgenootschap met anderen kan je die rust doen winnen. Nooit je agressie tegenover anderen.

Als ik kijk naar deze tijd, denk ik: “de mensen zijn bang!” Of ze het willen weten of niet. Het is hun angst, die ze doet zoeken naar gevaren en ze opsommen, keer na keer. Ze hebben niet honderd procent ongelijk, maar hun benadering maakt het onmogelijk het te veranderen. Vanuit een innerlijke rust kun je dat doen, nooit vanuit een angst. En veel mensen worden daarnaast gedreven door begeren, ze willen iets zijn, ze willen hebben wat een ander heeft, ze willen meer hebben: En op het ogenblik dat je begeert, word je de slaaf van je begeren.

De mensheid is verslaafd aan het droombeeld van haar almacht en de angst voor haar onvermogens. En als onze geestelijke vriend zo dadelijk het een en ander te zeggen heeft, misschien over incarnaties en over de incarnatie of terugkeer van al die meesters en al die dingen meer, vergeet dan dit niet:

Weet u, tienduizend meesters kunnen u niets leren wanneer u niet open staat en in uzelf de rust, maar ook de beheersing vindt, waardoor u datgene wat u verstandelijk opneemt en datgene wat u geestelijk opneemt met elkaar in overeenstemming kunt brengen. En zo waarlijk mens kunt zijn.

Zelfs als geest, als je naar de wereld kijkt, komen er bepaalde gedachten los. Ik heb er een paar van uitgesproken. Nu zullen heel veel mensen zeggen: “Ja, maar dat is niet rationeel.” Natuurlijk niet, een geest kan niet redelijk zijn, want redelijk gezien bestaat een geest niet. En als een onredelijk bestaand wezen kun je alleen vanuit het bovenredelijke of schijnbaar niet-redelijke de mensheid als geest benaderen. En dat heb ik dan vandaag gedaan. U hebt meer dan genoeg om over na te denken. Als u denkt, dat het erg wordt, wordt het erger. Als u denkt dat het wel zal meevallen, kunt u zich uiteindelijk altijd eruit redden Onthoudt u dat maar.

Gastspreker

Ze hebben mij gevraagd om tegen u te praten over dingen, die mij interesseren, maar die u misschien geen bal interesseren. Weet u, ik hou me nog weleens bezig met al die kringlopen die er zijn. De kringloop van het leven en al die dingen meer. En dan kom je allerhande reïncarnatiecycli tegen. Dan ga je je afvragen: wat zou er nu eigenlijk gebeuren met een ingewijde? Je zou willen weten: wat zouden zij nu eigenlijk doen? En dan ontdek je dat de meeste ingewijden zo’n medelijden hebben met al degenen, die het nog niet zijn, dat ze nog teruggaan ook. En dan zie je ze het ene ogenblik als heerser optreden en het volgende ogenblik als een eenvoudig wijs man; het volgende ogenblik trekken ze rond als leraar, enfin ze hebben het ontzettend druk. En dan kijk je naar hun laatste karakter zo op aarde en dan vraag je je af: als ze nu weer incarneren, wat zullen ze dan doen?

Jezus bv. als hij terug zou komen. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat hij de paus zou ontslaan. En als je Mohammed zou laten terugkomen, dan vrees ik dat hij zijn tulband en zwaard onmiddellijk weer zou opnemen en Khomeini een kopje kleiner zou maken. En Boeddha zou zeer waarschijnlijk op heel vreedzame wijze een aantal vooraanstaande Boeddhisten tegen het achterwerk schoppen, zeggende dat ze de vrede in zichzelf moeten zoeken.

Maar elke cyclus van incarnatie geeft een eigenaardige herhaling te zien. De angsten, begeerten en de deugden van je laatste incarnatie zul je bij je volgende incarnatie weer hebben. Bewust of onbewust. De meeste mensen hebben zo tenminste twee, drie incarnatieherinneringen, die ze dan onderbewust ervaren en dat ze daardoor in hun leven vaak geconditioneerd zijn om bepaalde keuzes te maken. Dat het op hun gevoelsleven invloed heeft. Dat het erbij hoort. En altijd weer zit er ook een zekere progressie in.

Wanneer je als stommeling geboren wordt en je incarneert daarna weer, dan denk je dat je iets kunt leren. Maar als je jezelf bewezen hebt dat het maar een beperkte mogelijkheid is, dan zul je een volgende keer misschien incarneren met het denkbeeld dat je dom bent, maar dan ga je je hersens gebruiken. En voor je het weet, ben je dan een coryfee of een genie. U weet trouwens wat een genie is? Een genie is iemand, die maatschappelijk waanzinnig genoemd zou worden, als hij niet zo nuttig was voor anderen.

Voor mij waren meesters natuurlijk erg interessant. Ik ben er eigenlijk aan gekomen omdat ik een paar incarnaties van Tibetaanse abten ben nagegaan. Je loopt tegen zo’n abt op, je praat ermee en je hoort dat hij 7 keer in hetzelfde klooster is geïncarneerd.

Nou ben ik daar later achter gekomen. Die man had inderdaad een behoorlijke geestelijke inhoud bereikt, maar hij was veel te lui met het overdragen ervan. En dan moest hij terugkomen om het werk af te maken. En dan dacht hij: “dat kan morgen ook wel.” Dan ging hij vandaag weer dood en kwam hij weer terug. Ja, u lacht erom maar het is reëel zo. Dat heb ik werkelijk bij enkele gevallen zo geconstateerd. En ja, toen kwam ik er een tegen en die bleek dus inderdaad een heel hoge geestelijke bereiking te hebben. Wat u noemt een meester of een ingewijde. En toen ben ik eens gaan kijken: hoe is die toen de volgende keer geïncarneerd?

Toen zag ik verdorie dat hij weer als een gewoon priestertje was geïncarneerd. Ik vroeg me af hoe dat kon. En toen begreep ik eindelijk iets van die incarnatiecyclus van de hoge omes. Kijk, de man had zo’n medelijden met het onverstand van vele gelovigen, dat hij zichzelf tot gelovige maakte om wijsheid te brengen in de plaats van theologie. En de theologie is de logica van het onverklaarbare.

Dan denk je als ik bv. kijk naar Jezus, waar is die altijd geweest? Omdat die hoog is, denk je: ik ga ver terug. Ik heb hem vier incarnaties terug gevolgd en toen was dat nog voor Noë tot zeevaarder werd. In die tijd was hij een man, die probeerde om de losbandigheid te maken tot iets, waar dan toch een zekere waardigheid inzat. Dat was dus z’n eerste gevecht. Toen een tweede incarnatie: en dat was kort na Noë zullen we zeggen (ofschoon die zondvloed ook niet wereldomvattend was), toen incarneerde hij en kwam terecht bij een Mongoolse stam. En het vreemde is dat hij daar bepaalde begrippen van fairness, van eerlijkheid en respect voor elkaar eigenlijk heeft gepredikt. De vierde incarnatie, die was al een eindje dichterbij, heeft hem eigenlijk al tot een soort profeet gemaakt. Hij verkondigde allerhande waarheden en ondersteunde die door te wijzen op wat er zou gebeuren. Dat is zo ongeveer geweest in de tijd van de stadstaten en hij was toen geïncarneerd in de buurt van het huidige Perzië.

Van daaruit is hij Jezus geworden. En hij had voor die tijd al een bewustzijn, waardoor die incarnaties eigenlijk overbodig waren. Je vraagt je af: waarom gaat die man terug? En dan zie je een heel eigenaardig verschijnsel. Hij was “vrij” geworden in zijn laatste profetische gedoetje, was dus innerlijk volledig vrij en hij kon het niet zetten dat anderen die mogelijkheid niet bezaten. Hij wilde de mensen leren om vrij te zijn.

Die vrijheid ligt in een relatie met God natuurlijk, maar ook in een relatie met je wereld. En zo heeft hij daar geprobeerd de mensen duidelijk te maken hun gelijkheid bv. dat er geen uitverkiezing bestaat, maar dat iedereen op zijn eigen manier, langs zijn eigen weg de waarheid kan vinden. De waarheid die hen vrijmaakt.

Toen heb ik Prins Siddharta, de Boeddha, genomen en ik ben gaan kijken waar die vandaan kwam. Het is heel eigenaardig. De man is in z’n incarnatie een krijger geweest (dat was in de tijd dat de Gobi nog geen woestijn was), van krijger uit is hij handelaar geworden. Maar hij probeerde altijd ergens vrede en rust te vinden. En de incarnatie daarna werd hij een paria. Hij dacht dat als je een uitgeworpene bent dat je wel rustig zult zijn en rust zult hebben en toen ontdekte hij dat je dan ook geen leven hebt. Toen besloot hij een betere gooi te maken en incarneerde in een vorstenhuis. Tot zover was het voor mij logisch.

Maar wat gebeurt er nu? Hij wordt geconfronteerd met ouderdom, met dood enz. enz., u kent al die verhalen wel. Dat is reëel gebeurd, niet precies zo mooi als het beschreven staat maar het is wel gebeurd. En op dat ogenblik kwamen die vroegere levens terug. Het is dan ook heel eigenaardig als je ziet hoe hij eigenlijk al – terwijl hij nog aan het rondzwerven was – probeerde om te prediken dat de paria’s ook mensen waren. Zijn vorige incarnatie sprak mee.

Daarnaast wist hij ontzettend goed, hoe gemeen de handelaren konden zijn. En hij heeft ze dat ook verweten. Dat heeft hij trouwens ook nog gedaan in de tijd dat hij het klooster van de drie bomen heeft gesticht. Dat was de eerste plek, die hij cadeau kreeg en dan moet je weten van wie? Van iemand, die wel van vorstelijke bloede, maar bovenal een rijk koopman was! Ik denk, dat hij hem heeft verteld hoe gemeen hij was, zodat de andere heeft gedacht: “daar moeten we wat tegenover stellen, want anders praat hij door.”

En van daaruit is zijn hele leven eigenlijk geweest: “Mensen, maak je los van al die onbelangrijke dingen, want het belangrijke ligt ín je. Rust, vrede is de oplossing!” Iets waar hij zijn laatste paar levens naar verlangd had. Vergeet dat niet. En wat hij brengt is een leer van onthechting, zeker, maar ook een zekere gedragsleer. De ‘pijlers’.

En op die manier probeert hij de mensen eigenlijk los te maken uit een sociale verbondenheid. Een soort slavernij en daarvoor in de plaats te brengen, de vrijheid van werken. Hij zegt ook niet: “Je mag niet werken in de wereld, je mag geen handel drijven. Je mag niet vechten!” Hij zegt alleen: “Het is niet belangrijk.” En elke keer moet je dan toch proberen om even los te komen van die dingen. Want de ware vrede ligt in jezelf en als je die bezit, kun je daardoor in die wereld veel betekenen. Hij zegt ook niet: Je moet medelijden hebben, maar mededogen. Je moet de fouten van een ander niet veroordelen, maar je moet ze een beetje kunnen accepteren.

En dan heb je er nog een paar, die de Theosofen de begeleiders van het “Pad van Inwijding” noemen. Ik zal ze niet verder bij name hanteren, maar ik heb er een paar van nagegaan. Als je dan ziet wat voor rotzakken ze waren in hun eerste incarnatie en hoe ver ze het hebben geschopt! … Dan sta je even te kijken, tot je ziet dat ze soms 7, 8 (eentje zelfs 20!) levens zijn bezig geweest om elke keer verder te komen naar iets, wat je kosmisch bewustzijn kunt noemen. Wanneer je het dan eenmaal bereikt, niet kunt zeggen: nu heb ik het afgelopen! Want: ik heb in al die levens de mensheid leren kennen. En ik kan alleen maar helpen wanneer ik de mensen een pad toon of tenminste – als ze een pad willen gaan – help, begeleid. Nou, en toen heb ik ook Mohammed nagegaan. Mohammed is oorspronkelijk gewoon een zwerver geweest. In de woestijn. Hij is zelfs – omdat hij te veel stal – eruit getrapt. In dat leven was hij een bandiet. Van daaruit is hij terecht gekomen bij een stel priesters, leraren, die allerhande afgoden vereerden. Hij heeft er aardig van geprofiteerd, maar hij heeft ook geleerd hoe onjuist dergelijke dingen zijn. En als je dan later kijkt, zie je het er allemaal inzitten. Hij is ook nog handeldrijver geweest, heeft met zoutkaravanen rondgesjokt. En hij is ook nog bij de Phoeniciërs geweest, als roeier.

Als je naar zijn laatste leven kijkt, wat zie je dan? In de eerste plaats: hij zit weer in de karavaan‑business. Natuurlijk: vorige incarnatie. Hij verzet zich tegen de afgodendienst. Ja, hij is zelf erbij geweest, zonder dat hij weet hoe gemeen en waardeloos dat is. Hij heeft een zenuwstoring bovendien (ja de man had vallende ziekte). Hij huwt en op een gegeven moment heeft hij het idee: die afgodendienst, daar moet ik wat tegen doen! En dan zet hij de woestijnstammen op, want de eerste heilige oorlog is maar een klein hoopje aanhangers, die hij heeft, en een hele hoop woestijnstammen, die zich graag rijk willen stelen! En die woestijnstammen is de grote krijgsmacht.

En daarmee heeft hij dan Mekka van de afgoden bevrijd. Als je dan zou zeggen: nu is de man een geestelijk leraar geworden, neen. Hij gaat voor rang en waardigheid, wordt sheriff van Medina. En zo gaat dat verder. Als hij dan overlijdt, heeft hij zijn begrippen van rechtvaardigheid en zijn begrippen van God al het ware gedicteerd aan anderen. Daar zitten wat visioenen bij die hij overhoudt aan zijn aanvallen, natuurlijk. Deze man is eigenlijk geworden tot wat hij was; de invloeden uit voorgaande levens. En zelfs die vallende ziekte zou daar weleens wat te maken mee kunnen hebben omdat hij namelijk als koopman een ontzettende driftkop was en zo nu en dan zichzelf een halve beroerte bezorgde als iemand beter kon afpingelen dan hij zich kon handhaven! Het zit er allemaal in.

Als je dat allemaal bij elkaar haalt, kom je tot enkele conclusies. Ik geloof dat dat voor elke mens geldt: dat zijn vorige leven of levens meebepalend zijn voor zijn karakteristiek in het huidige leven. Dat hij daardoor bepaald keuzes maakt, bepaalde idealen koestert, bepaalde angsten kent, voorkeuren, afkeuren heeft. Al die dingen hangen ermee samen. En het interessante is dat het bij ingewijden niet anders is.

De ingewijde is iemand, die uit eenzelfde reeks van mogelijkheden een begrip heeft weten te bereiken, een innerlijk begrip, dat verder gaat dan dat van de doorsnee. Ook is opvallend dat ergens een soort versmelting een rol speelt bij al die dingen: Boeddha gaat naar het Nirwana, Jezus gaat naar het Huis Zijns Vaders met vele woningen, en Mohammed verkondigt vruchtbare tuinen, melk en honing.

Al deze dingen komen neer op het vinden van een eenheid. Een gevoel van verbondenheid; en die verbondenheid is pas volledig wanneer je alles kunt aanvaarden wat er is. Ingewijden komen terug, meesters komen terug, omdat ze net nog niet zover zijn gekomen. En door te proberen anderen iets meer begrip te geven, voor zichzelf de aanvaarding moeten leren van alles.

Het is eigenlijk heel gek; kijk naar Jezus bv.: hij wekt Lazarus op. Maar hoe is Lazarus overleden? Hij was lazarus. Hij praatte met de tolgaarder, dat is zoiets als een oplichter, die vriendschap sluit met een belastingambtenaar! Bijna onvoorstelbaar. Iemand die tegen het establishment is met iemand die er de zelfzuchtige representant van is. Hij zit heel rustig te praten met een vrouw, die volgens anderen van slechte zeden was (want ze was vele malen gehuwd – in die tijden was dat nog zo). Hij houdt zich bezig met de Romeinse hoofdman, (dochtertje van Jaïrus) – eigenlijk krankzinnig: hij houdt zich niet aan de uitverkorenheid van Israël. Hij houdt zich niet aan de heiligheid van de gebruiken van de wet. Hij accepteert ze, zeker, als er niets belangrijkers is. Die man heeft dus eigenlijk geprobeerd de stap te zetten van één waarheid naar een algemeen beleefde en beleefbare waarheid.

De samensmelting van Farizeeër met lijfeigene, van vreemdelingen in Jeruzalem in één vrede. De Agape, wat was dat eigenlijk: vriendenmaaltijd met een religieuze achtergrond. Het samen delen. Het vloeit eruit voort.

Als die Groten – want dat zijn ze! – die eenheid zo belangrijk vinden, dan moet achter dat alles een zin verborgen zitten. Er is één kracht en die staat los van alle dingen. Een eeuw kan een seconde zijn en omgekeerd zeggen ze wel eens, maar: er is geen tijd. Er is geen reeks van incarnaties, maar alle incarnaties samen zijn eigenlijk de persoonlijkheid. Die persoonlijkheid kan alleen werkelijk beseft worden wanneer hij opgaat in al het andere. Ik heb vroeger altijd gedacht dat Nirwana een rusthuis was voor verheven zielen. Maar toen ik het ben gaan onderzoeken, heb ik me afgevraagd: wat is dit voor een toestand? Het blijkt een toestand, waarin je zelf niet meer de dingen doet, omdat het geheel dingen is. De veelheid maakt het persoonlijk optreden, het persoonlijk betrokken zijn als het ware overbodig. Met het geheel verbonden ben je gelijktijdig deel van alles wat het geheel is, doet, tot stand brengt of oplost.

Toen ik daarmee bezig was, dacht ik: dan kijk ik ook nog even naar het Huis des Vaders. Het Huis des Vaders is de veelheid, die tot eenheid is geworden. Er zijn wel vele woningen, maar er is maar één huisbaas. Alweer die eenheid. Wanneer je een ingewijde wilt zijn, moet je begrijpen dat er dingen zijn, belangrijker dan jezelf. Maar je moet die dingen niet buiten je zoeken, doch in jezelf. In een mens‑zelf, buiten al die drangverschijnselen en die impulsen van incarnaties, die vage herinneringen, is er nog iets. Dat is gewoon rust, maar een levende rust. Een licht dat levenskracht is en wanneer je dat bereikt, ben je eigenlijk al deel van het geheel. Je schrikt er weer uit wakker.

Die ogenblikken dat je – al is ’t alleen maar proeven van die stilte – proef je ook van alles wat je bent, niet alleen van een stukje. En als je dat gevoel (want dat is het) kunt vasthouden, dan ben je voordat je het weet ineens een meester of een ingewijde. De inwijding is alleen maar het behouden van het contact met wat je werkelijk bent. Het uitdragen ervan, het manifesteren ervan, is niet meer iets wat jij doet, maar het is het uitvloeisel van jouw bestaan in een eenheid, die al die anderen omvat.

Besef: het is niet belangrijk wat ik nu ben. Belangrijk is wat nu in mij leeft. Zodra ik dat accepteer, is wat “ik ben” ineens ongedaan. Dan ben je een prins, die ineens de volgeling wordt van een of andere arme goeroe‑yogi en vervolgens nog magie gaat studeren ook. Omdat hij de weg zoekt tussen zijn innerlijk en de wereld waarin hij nog steeds denkt te bestaan.

Al die studies die ik heb gemaakt, brengen mij tot het besef dat ik al studerende, mezelf nog te belangrijk acht om waar te zijn. Maar als ik innerlijk “waar” ben, dan heb ik vrede. En dan is daarmee de incarnatiecyclus als het ware afgelopen. Een vorm, door mij bezield, kan nog wel eens terugkeren omdat ik nog iets gemeen heb toch, met dat waar ik mee uit besta en mee uit ben voortgekomen. Maar ik zal nooit helemaal teruggaan.

Dat is me opgevallen bij een aantal ingewijden (vroegere en latere); er is altijd een stukje van hen – en daar blijven ze zich van bewust – dat in die eeuwigheid is, in die vrede of dat nirwana. En het andere is uiting. Die uiting kan volledig menselijk zijn, maar zij kan nooit de volledige mens zijn. De uiting wordt altijd gedreven door een innerlijke kracht.

We praten op aarde nogal eens over de liefde; de liefde is de honingzoete stroop waarmee het leven verzoet moet worden voor velen. Ik bedoel liefde, mensenliefde, naastenliefde: aanvaarding van anderen eigenlijk! Die liefde is niets anders dan de onbewuste beleving van wat we werkelijk zijn. Velen denken dat de liefde, de naastenliefde of wat anders de hoofdzaak is. Maar het is gewoon een uiting, en als we niet van binnen beseffen wat we zijn, heeft al onze naastenliefde weinig zin en betekenis. Wanneer we niet in onszelf de kracht en de rust en de vrede gevonden hebben, dan is onze liefde altijd een strijd. Om lief te hebben en toch gelijktijdig ook weer in zekere mate om gebonden te zijn. Maar als het van binnenuit komt, dan is het weer de aanvaarding.

Het deel‑zijn, niet van andere mensen, maar het deel‑zijn van die kracht die je in jezelf al beseft, maar die je niet omschrijven kunt. Als je het zo bekijkt is het wel vreemd dat, wanneer je al die reïncarnaties bestudeert en al die feilen en fouten – die een volgend leven daardoor kent eventueel – je toch tot de conclusie moet komen:

Zolang we de buitenkant zoeken, of ons daar voornamelijk op richten, zullen we altijd weer het slachtoffer zijn van wat we geweest zijn. En op het ogenblik dat we diep in onszelf zoeken en dat we daar iets vinden wat ons losmaakt van al datgene, wat is geweest en ons vrijmaakt van al datgene, wat nog zou moeten komen, dat dat ons gewoon maakt tot deel van de kracht, die in ons ook bestaat. Maar die voor zover ik kan begrijpen, de ware kosmos is.

Ik hoop dat dit een lichte weerkaatsing is, van iets wat in mij moet bestaan. Ik heb mijn gedachten met u gedeeld, met woorden kan je alleen gedachten delen. Maar ik heb ook iets gevoeld: dat u diep in uzelf weet wat die kracht van eenheid is, dat het alleen zo moeilijk naar buiten komt.

Vrienden, we gaan afscheid nemen. Maar eigenlijk kunnen we geen afscheid nemen, omdat we buiten die grenzen van ons bewustzijn deel zijn van één en hetzelfde. Laten we dan maar gelukkig zijn met wat we zijn en laten we gelijktijdig proberen iets van ons geluk in te ruilen voor die innerlijke vrede, die de werkelijkheid onthuld. Waarvan ook wij deel zijn.

De waarheid, die ik probeer te zeggen, is onveranderlijk en als u niet langs mijn weg kunt komen, dan zijn er ontelbare. Moge het u gegeven zijn om tot ingewijde te worden door de innerlijke wereld volledig te beleven en te aanvaarden.