Relatie tussen geest en stof

15 september 1987

Herinner u, we zijn niet alwetend of onfeilbaar. Denk zelf na, vorm een eigen oordeel. Als u direct geen oordeel hebt, denk er dan over na. Hebt u conclusies getrokken, probeer er wat mee te doen.

Wanneer we bezig zijn op avonden als deze dan denken heel veel mensen: ja dat is nu spiritisme. Is het dat? Wanneer we de werkelijkheid bekijken is het weten van de mens, de kennis van de mens, een eilandje in de oceaan van het onbekende. Er zijn veel werelden, veel vormen van leven en de mens beoordeelt alles vanuit zijn eigen beperkte standpunt. Dat moet hij ook wel doen want hij heeft de ratio, de rede en hij moet daarmee proberen te werken.

Maar hij heeft ook nog iets anders, de psyche. En de psyche van de mens is een samenspel van allerhande onbewuste, halfbewuste beïnvloedingen en daarnaast herinneringen en vooral gevoelens. Onze wereld, en nu spreek ik over de wereld waarin ik woon, is een wereld waarin eigenlijk de gevoelens de taal zijn gaan vormen. Daar waar u redelijk nadenkt, voelen wij aan. En het blijkt dat, zo goed als wij uw taal nog kunnen leren beheersen weer, en oude spraakgewoonten weer opnieuw kunnen gebruiken, u in uw eigen wezen die gevoelswereld hebt, deze psychische wereld waarmee u helaas maar weinig raad weet.

Een bijeenkomst als deze is gebaseerd op een samenvloeien van twee dingen: aan de ene kant de rede, want het menselijk denken moet de dingen kunnen verwerken. Aan de andere kant deze wereld van gevoelens, van onbestemdheid die in jezelf een zekere resonantie wekt maar die gelijktijdig redelijk moeilijk te vatten of te omschrijven is. Als u zegt: het is spiritisme, want het gaat om geesten, natuurlijk. Maar dezelfde mensen die ons verwerpen, roepen heiligen aan en wat zijn heiligen anders dan mensen die dood zijn gegaan? 0, hele goede mensen, of tenminste mensen die een goede reputatie hadden op een of andere manier. Maar zijn ze geen overledenen? Het leven houdt niet op bij wat u dood noemt. En de werkelijkheid van uw eigen mogelijkheden houdt niet op bij datgene wat u redelijk kunt overzien.

Wanneer ik op een avond als deze probeer om het dan en dan hopelijk niet al te zwaarwichtig, een beetje duidelijk te maken waar het om gaat, dan zal ik een poging wagen om enkele punten die we toch voor de komende periode belangrijk vinden allereerst maar eens gewoon te stellen.

God is het onkenbare. Datgene wat wij in voorstellingsvermogen of anderszins als God kennen is niets anders dan een schaduw die geworpen wordt door het Licht dat we niet kunnen aanschouwen. We hebben te maken met gedachtebeelden, niet met werkelijkheid. Al datgene wat we denken over het hiernamaals, of het nu de hemel is of zomerland of die hele grote roostervereniging daarbeneden, een stookhuis van onderen. Al deze dingen zijn in feite denkbeelden, geen werkelijkheid, niet wezenlijk. Het zijn schaduwen. Maar datgene wat in ons leeft moet deel zijn van al het levende. We kunnen niet zeggen dat we onafhankelijk bestaan, hoe graag we het ook zouden willen doen. Een mens kan bijvoorbeeld op aarde niet leven als er niet voldoende planten zijn die de zuurstofhuishouding, de uitwisseling, enz. in stand houden. Een mens heeft voor zijn voeding planten nodig, vaak ook dierlijk voedsel. Die mens kan niet zondermeer ergens wonen. Hij moet daar voeding vinden, een onderdak, een zekere veiligheid en al die dingen bij elkaar vormen dan zijn wereld.

En u zegt: Er zijn ook ingewijden. En wat is een ingewijde? Waarschijnlijk iemand die meer voelt dan u weet dat hij kan weten. Zo’n ingewijde, ja, die gaat daar rustig op een bergtop zitten en of het nu regent, of vriest, of dooit, hij trekt er zich niets van aan. Zijn hele wereld is anders. Het is een deel geworden van het heelal. En dan existeert hij ook stoffelijk verder. Zou het misschien zo zijn dat in ons allen een deel van dat Licht leeft, van die Kracht, die we dan bij gebrek aan beter ons maar voorstellen en dan in zijn schaduw God noemen? Ik meen dat dit juist is. Maar dan zijn wij ook deel van het geheel en geen afzonderlijk wezen. Alles wat wij als afzonderlijk wezen ervaren komt voort uit ons vermogen te denken, ons vermogen te beredeneren, ons voor te stellen, ons herinneringsvermogen. Die maken ons een wereldbeeld. Ook na de dood is dat nog een tijd het geval.

Maar op het ogenblik dat onze gevoelens gaan spreken en in die innerlijke gevoelswereld het begrip IK langzaam wegebt, ontdekken we dat we deel uitmaken van een onmetelijke zee die we alleen nog maar als een emotie, en zelfstandig nog maar met moeite kunnen omschrijven. Mystici die het meemaken spreken dan over verrukking, opgenomen zijn in de hemel en dergelijke dingen. Maar als je vraagt: Wat is het? Dan komt er een heel verhaal maar het slaat nergens op. Want een gevoel laat zich niet zonder meer vertalen.

Daar vanuit gaande stel ik: Wanneer je iets voelt en je voelt dat niet alleen met betrekking tot jezelf en één of twee dingen op aarde, maar werkelijk als iets dat voor een ogenblik algemeen geldend is, dan beschikt u onder de kracht van het geheel. Dat is geen magie. Het is doodgewoon gebruik maken van de krachten die er zijn. Krachten waarvan je zelf deel bent en die zo goed door jou als door ieder ander deel dat er is uit voortgekomen, zich kunnen manifesteren.

U leeft in een wereld waarin nogal wat problemen zijn. Valt het u ook op dat de mensen zo tegenvallen de laatste tijd? Ja? Maar is het wel waar? Of stelt u andere eisen dan uw eigen praktijk in de werkelijkheid mogelijk maakt? Als u dat voelt, probeer dan uzelf te veranderen. Wanneer uw gevoel verandert, verandert uw wereld. Zeg niet dat anderen iets moeten doen want wat de anderen doen is beperkt, is tijdelijk. Al datgene wat uzelf doet wordt deel van uw wezen, dus deel van uw gevoelserkenning maar ook deel van uw bewustzijn. En dan komt u als vanzelf terecht in een wereld waar door u heen krachten kunnen vloeien, waar er vanuit u mogelijkheden kunnen ontstaan. Het is geen wereld die menselijk of zakelijk te hanteren is. Je kunt niet zeggen: 0, ik heb kracht in mij en die zal ik dan ter beschikking stellen tegen vergoeding van… Natuurlijk, u hebt het recht om te leven en te eten zoals iedereen, te wonen, je te vermaken zelfs. Maar die kracht is niet iets wat kan worden omgewisseld in geld. Datgene wat je bent of wat je doet is niet iets wat beloning of bestraffing vergt: Het is iets wat je eigen positie ten aanzien van de gehele kosmos bepaalt. Ten aanzien van dat Licht waarvan ik u gesproken heb. U bent een bron van licht, wanneer u het in uzelf maar wilt erkennen. U bent een bron van kracht. U kunt veel meer dan u denkt, wanneer u het maar innerlijk kunt aanvoelen als juist. U kunt de hele kosmos soms omvatten, zolang u niet probeert haar om te vormen tot redelijke, menselijke begrippen want dan faalt u. U bent een eeuwig wezen in een tijdelijke verschijningsvorm. U bent goddelijk Licht voor een ogenblik in beperking afgezonderd en geworden tot een persoonlijkheid. Het is van hieruit dat we verder moeten gaan.

Waarom, zou ik willen vragen, twijfelt u zo vaak aan uzelf? Waarom bent u voortdurend bezig met het zoeken naar regels en wetten die u dan zouden moeten beschermen? Bent u niet sterk genoeg? Waarom zoekt u voortdurend naar redenen wanneer u innerlijk voelt wat goed is en niet goed is? Ik zeg u: Dat wat in u leeft, mits ge uw God, de Kracht van het onbekende, innerlijk kunt aanvoelen een onbeperkt vermogen betekent. Als je wilt genezen, dan kun je genezen. Als je gedachten wilt zenden, dan kun je gedachten zenden. Wanneer je de mogelijkheden van de toekomst wilt aanvoelen of aflezen, je kunt het. Denkt niet dat het alleen aan bijzondere mensen met bijzondere gaven is gegeven. Alles wat voor u voorstelbaar is, alles wat u innerlijk kunt aanvoelen, is voor u waar wanneer het aanvoelt. En die waarheid kunt u dan ook in uw eigen wereld voortdurend openbaren.

Het klinkt een beetje of dat ik reclame wil maken voor iets en ja, als ik mij afvraag waarvoor, dan maak ik eigenlijk reclame voor u, voor wat u zelf bent en wat u steeds weer een beetje opzij gooit. Er zijn krachten die in ons allen gelijkelijk bestaan. Of we nu als mens leven of als geest. Er zijn werkelijkheden en zekerheden die tot de kosmos behoren en daarom ook deel uitmaken van ons, onverschillig waar of hoe we leven. Wij zijn het zelve die goed en kwaad scheppen. Wij zijn het zelve die door al datgene wat in ons bestaat vorm te geven en gestalte, wetten scheppen die het ons onmogelijk maken de innerlijke waarheid nog verder te beleven. Dat wil niet zeggen dat er geen orde of regel moet zijn, maar die kan; alleen bestaan daar waar u ze innerlijk ook gevoelsmatig aanvaard. En wanneer u ze aanvaardt, bent u daaraan vollediger gebonden dan welke macht op aarde ook u zou kunnen binden. Want u bent de mens u bent de geest, u bent deel van God.

Heel veel van hetgeen waarmee we ons bezig houden wordt door mensen die het ook niet goed begrijpen omschreven als magie of toverij of een andere naam gaande van waanzin tot oplichting toe. Maar wij zijn de werkelijkheid en niemand anders is dat. Wij zijn onze eigen wereld en niemand anders is dat. Wij zijn het die de gedachten vormen waardoor we onze wereld beschouwen. Wij zijn het die de gevoelens in ons dragen waardoor we een deel van de wereld verwerpen en een ander deel aanvaarden. Wij zijn het die de totaliteit kunnen omhelzen en terugschrikken daarvoor, niet alleen onszelf beperkend, maar proberend anderen tot slaven van ons eigen onvermogen te maken.

De kern van alle magie is het innerlijk weten dat geen woorden kent. De uiting van alle magie is het in symbolen en namen uitdrukken van datgene waarvoor je geen woorden hebt; Maar als je het niet innerlijk hebt, dan blijft het bij een holle en lege vertoning. Maar als je de vertoning achterwege laat, maar je voelt het in je, je weet dat het in je bestaat, ook al weet je niet hoe of waarom, dan werk je zoals de magiër werkt.

Het is zo gemakkelijk jezelf te bedriegen. Natuurlijk, er zijn dingen die we graag willen horen, willen zien, willen weten. En als het even kan voorspellen we onszelf een toekomst waarin al onze vijanden te gronde gaan en wijzelf in verhevenheid en vol naastenliefde redden. Dat is illusie, een droomwereld. Je hebt je naaste niet lief omdat hij nu toevallig je naaste is en omdat het een gebod is. Maar als je beseft: In de andere leeft God zoals Hij leeft in mij. In de andere is de Kracht, zoals de Kracht bestaat in mij, dan kun je de ander niet verwerpen. Dan beschouw je hem als deel van jezelf, niet meer en niet minder.

De werkelijkheid is dat wij ons open moeten stellen voor die onredelijke wereld van gevoelens, van mystiek. Dat we niet moeten vragen: Levert het ons wat op? Maakt het ons meer of minder dan de ander? We zouden ons alleen maar af moeten vragen: Voel ik in mijzelf dat dit de juiste weg is en zo ja, dan moet ik die gaan. Is dit de Kracht die in mij is, dan moet ik die Kracht gebruiken ook wanneer het niet redelijk is die Kracht in mijzelf te veronderstellen. Als ik voel dat ze er is, moet ik proberen ze te gebruiken. Ik kan geen grenzen trekken met de rede rond de oneindigheid die voor de mens die dat woord zo graag gebruikt onvoorstelbaar is. Het onbegrensde is voor de mens datgene wat hij gelijktijdig verheerlijkt en vreest. Maar wijzelf zijn grenzeloos. Wanneer we dat aanvoelen dan zullen we ons altijd nog richten op datgene waarin we op dit ogenblik leven en werken en dat is ons recht. Maar de Kracht zal onbeperkt zijn. Het weten dat eruit voortvloeit zal misschien niet redelijk zijn, maar toepasselijk.

Misschien denkt u nu dat ik van magie al afgedwaald ben naar de mystiek en de filosofie. Mensen geven graag namen aan de dingen. Wanneer je met ze spreekt dan vragen ze: Broeder, kunt u mij zeggen – en waarom ze me broeder noemen weet ik ook niet, waarschijnlijk omdat het de naam is voor familieleden die elkaar haten in volkomen eensgezindheid, – maar broeder, kunt u mij zeggen, zijn er nu zeven of negen sferen? Wat voor onzin. Dacht u werkelijk dat u de oneindigheid in stukjes zoudt kunnen verdelen zonder haar gelijktijdig van al haar kwaliteiten te ontdoen? Zeker, er zijn voorstellingsniveaus, maar ze behoren allen tot dezelfde Kracht, ze behoren allen tot hetzelfde wezen. En zo moet je je ook niet afvragen: Is dit magie of is het geen magie. Is dit geoorloofd of niet geoorloofd?

Je moet je afvragen: In mijzelve diep in mijzelve, als ik eerlijk ben en alles uitschakel, wat voel ik dan? Is het alleen maar een begeerte, zet het opzij. Is het alleen maar de behoefte om meer te zijn? Zet het opzij. Maar als het gewoon een innerlijk overtuigd zijn, is het gevoel, laat het uit jezelf uitgaan. Werk met de kracht die je hebt door het wezen dat je bent opdat elke kracht steeds duidelijker kenbaar worde in al datgene wat de wereld is van mens en geest.

Mensen delen hun leven in. Dat is een kind. Dat is een jongeling, een jonge vrouw. En dat is een volwassene. En dat worden al ouderlingen. En dat zijn mensen waarvan de begrafenis nog is uitgesteld. Maar kun je dat? Elke mens die begint te leven op aarde vormt zich en vervormt zich, blijft verder gaan. Maar als hij honderd jaar is, dan is hij ook de dag tevoren nieuwgeboren wanneer hij maar de kracht die in hem leeft, laat werken. Ons hele bestaan, waar en hoe dan ook, is een voortdurende hergeboorte. Het is een steeds weer opnieuw ervaren, leven en al wat we dan geleerd hebben, al wat we eens menen te weten, is morgen misschien anders, maar het hindert niet. Want wij moeten zijn wat we nu zijn. Zoals de eeuwigheid onomschrijfbaar is, is het woord nu in feite onomschrijfbaar. Als je het uitspreekt heb je het al over het verleden. Maar als je in jezelf de kracht voelt wellen, zend haar uit voor de vrede in de wereld, om de mensen te genezen, een bedroefde te troosten, mijnentwege alleen maar om te zorgen dat het morgen niet regent. Want dat is niet belangrijk.

Belangrijk is dat de kracht werkzaam is. En als u vandaag alleen denkt, morgen mag het niet regenen, dan zult u morgen misschien denken: Die mens hoeft niet radeloos te zijn. En overmorgen zult u misschien denken: Dat wat wij samen zijn moet sterker spreken in allen en altijd weer zult u een resultaat boeken, tot u uiteindelijk niet alleen meester bent over het weer, maar bewust deel bent geworden van het heelal.

Gebruik geen termen die uw innerlijke eenheid schaden. De hel is de hemel voor degene die het altijd koud heeft gehad. En de hemel kan de hel zijn voor iemand die een hekel heeft aan gouden straten en lammetjespap. De voorstellingen zijn zinloos. Wat is een hemel? Wat is een hel? De hemel, de hel, ben je zelf. En wat is de kracht die je gegeven wordt? Dat is de kracht die je bent. Waarom wilt u altijd buiten u zoeken wat binnen in u bestaat? Laten we eens heel nuchter zijn. Er zijn toch mensen die uw hulp nodig hebben op het ogenblik? Er zijn dingen die u toch een klein beetje zou willen veranderen? U bent beginneling in ’t vak natuurlijk, het gaat niet zo één, twee, drie, maar waarom zou u er niet aan denken? Niet meer als: Zo zou het moeten gebeuren, maar alleen als het voldongen feit: Dat moet bestaan, dat moet waar zijn. Niet ik, niet voor mij, maar gewoon waar, werkelijk, onveranderlijk. Zend je gedachten uit. Laat je gevoelens uitstromen. En als je voelt dat je een verbondenheid innerlijk bereikt met dat omschrijfbare, denk dan misschien aan je doel nog een keer. Het is zo eenvoudig.

U bent veel meer en u kunt veel meer dan u denkt. Uw machteloosheid gaat uzelf aan. Uw onwetendheid is de blinddoek die u vrijwillig aanlegt omdat u niet weet hoe u met de waarheid zou moeten leven. Maar u bent waarheid, of u het wilt of niet. U bent kracht, of u het wilt of niet. Geloof in uzelf. Geloof in de kracht die in u woont en laat die kracht uitgaan. Laat haar troosten, genezen en veranderen desnoods. En zeg niet: Zo is het en zo zal het altijd blijven. Maar zeg: Zo ben ik nu. Dat is mijn band met het onbekende en deze band maak ik vanuit mezelf waar, zo goed als ik kan. Morgen heb ik nieuwe ervaring, ben ik herboren misschien. Ik zal andere woorden spreken, andere vormen denken voor de kracht die in mij bestaat, maar de kracht zelf nooit verloochenen, opdat dat deel daarvan dat in mij woont, vrijelijk zich kan openbaren. Opdat het vanuit mij en vanuit alle anderen langzaam maar zeker uitvloeit tot het een werkelijkheid wordt.

Ik weet niet of u in de religie u bezig hebt gehouden met de vreemde dingen die erin staan. Onze Vader, Uw Koninkrijk kome in de hemelen zowel als op aarde. Kome. Is het er dan niet? In de hemelen en op aarde? Een beetje moeilijk, vooral als Jezus tegen zijn leerlingen zegt: Het Koninkrijk Gods is in u lieden. Dat ligt niet buiten je. Het moet ontstaan, in ons. Overal waar een ik bewustzijn bestaat, moet de Kracht waaruit het geboren is de waarheid worden waardoor het wezen zijn plaats is het geheel kan innemen.

Dat is het koninkrijk. Het is aardig om te spreken over al datgene dat slecht is. De mensen letten veel meer op de dingen die slecht zijn dan op de dingen die goed zijn. Maar zou het niet verstandiger zijn in jezelf te proberen een gevoel te vinden voor iets wat goed is en dat goede dan inderdaad te beleven, te laten uitgaan van jezelf? En als er dan dingen gebeuren die wetenschappelijk of rationeel niet helemaal verklaarbaar zijn, hoef je je daar toch niet druk over te maken.

Wanneer een zieke geneest die ongeneeslijk is, ’t is goed voor die zieke en ’t is goed voor u dat u die genezen hebt. De erkenning is toch niet nodig. Het feit is genoeg. Wanneer u morgen een mens laat vliegen, levitatie heet dat dan, dan is het niet de vraag of mensen geschapen zijn om te vliegen. Dan gaat het er alleen om dat er iets gebeurd is wat op dat ogenblik noodzakelijk was en de noodzaak ligt in het totaal van onze mogelijkheden.

Als je mens bent heb je een bepaald karakter, een bepaald lichaam, een bepaalde denkwereld zelfs. De dingen bepalen wat jij op dit ogenblik moet en kunt zijn. Dus jouw gebied waarin die innerlijke kracht zich kan openbaren. Bij ieder mens zal het een beetje anders zijn. Maar wanneer de kracht in alle mensen werkt, versmelt zij en dan is het Koninkrijk het totaal van alle menselijke gedachten, behoeften en mogelijkheden, uitgedrukt in één vervulling. Dat is het Koninkrijk.

Het is vaak moeilijk om te weten wat je nu wel en wat je niet moet doen, ik ben het met u eens. En als je dood gaat dan sta je ook voor een tijdje voor Jan je weet wel voor dat je erachter gekomen bent dat a) je dood bent, b) dat je leeft en c) dat je met dat leven toch weer iets moet doen. Maar het gaat er niet om wat je weet of wat waar zou moeten zijn. Je kunt toch niet doen als de boer die in de dierentuin komt, een giraf ziet en zegt. Ik kijk er niet naar, dat is nep, zo’n beest bestaat niet. Dat kunnen we ons eenvoudig niet permitteren. Of het nu waarschijnlijk is of niet waarschijnlijk, of het nu herhaalbaar, of het bewijsbaar is of niet, wanneer het bestaat en het werkt is het er. De levende werkelijkheid waarvan u deel bent, de levende werkelijkheid die ook in en door u werkt is dat dan magie, tovenarij, zwarte kunst? Of is het misschien het ontwaken tot een werkelijkheid? Het is maar een vraag.

En daarmee ben ik door punt twee van mijn betoog voor heden heen dat u me zo welwillend hebt toegestaan zelf te kiezen.

Dan kom ik aan punt drie. Ik heb in het eerste gedeelte geprobeerd de relatie te stellen tussen geest en stof. In punt twee heb ik getracht duidelijk te maken dat je er wat moet mee doen. Het derde punt kan niets anders zijn dan een poging om nu menselijk redelijk te wijzen op de mogelijkheden waaraan mensen voorbijgaan.

Er zijn mensen die zieken genezen zonder geneesmiddelen. Als ze niet gestudeerd hebben noemt men het kwakzalverij. Vraag: Is het belangrijk dat de patiënt geneest of is het belangrijk dat de wetenschap gehandhaafd wordt? Want laten we eerlijk zijn: Wanneer we de geneeskunde bekijken dan zien we enorme vooruitgang in de chirurgie. We zien dat ook in de psychologie, de psychiatrie en voor de rest staan we nog heel dicht bij het punt van 1880. Zeker de geneesmiddelen zijn veranderd, maar ze zijn er heus niet beter op geworden. De mogelijkheden zijn groter geworden, zeker, maar door immuniteit te geven voor de ene ziekte, maken we vaak vatbaar voor de andere. Is het dan niet belangrijker dat we leren genezen dan dat we verantwoord en wetenschappelijk optreden? En is het in alle andere gebieden natuurwetenschappen bijvoorbeeld niet veel belangrijker dat we het denkbeeld hebben, de flits, de herkenning en dat we daardoor iets kunnen doen, dat we door vele bewijzen aan te voeren uiteindelijk onze stellingen aangenomen krijgen? Natuurlijk, het laatste is voor het ik vleiender. Maar is dat eigenlijk niet de doodskist waarin je je inspiratie begraaft?

De mens heeft wetten gesteld. Sommige van die wetten zijn heel oud, sommige zijn heel modern. Maar wat kan een wet anders zijn dan een regeling die een vorm van samengaan, van samenwerken en leven mogelijk maakt. Op het ogenblik dat ze verder gaat dan dit, ontwaard de wet zichzelve, wordt het recht tot het recht van de sterkste en wordt in feite de wetgeving heel vaak het manifest van de onmacht.

Is het niet veel belangrijker dat de mensen innerlijk bepaalde dingen doen, dat dat ze onder voorschriften of misschien onder dreiging of wapengeweld uiteindelijk handelen zoals anderen, dat juist achten? Zeker, dan gebeuren er een hoop dingen waar veel mensen het niet mee eens zijn, maar hebben die dan vaak niet gehandeld zoals zij voelden dat het juist was om iets tot stand te brengen dat zij waardevol achtten? Hebben ze dan het recht om anderen dezelfde rechten en mogelijkheden te onthouden? Iedereen heeft de mond vol over vrede. In feite is er voortdurend een stilzwijgende oorlog. Wapens worden legaal of illegaal geëxporteerd naar spanningsgebieden. De derde wereld wordt opgescheept met de afval van allerhande bergen die economische contracten hebben veroorzaakt, productie onevenredigheden die zijn ontstaan door pogingen om bepaalde standen en procedures of industrieën te beschermen. Als u in een dergelijke wereld wilt leven, moet u niet denken. Koop een computer, die doet het veel beter. Maar als u wilt leven waarin uzelf langzaam maar zeker uw weg vindt naar een andere samenleving, naar een betere samenleving, naar grotere geestelijke waarden en geestelijke contacten, dan zult u moeten uitgaan van uzelf, niet omdat u zo belangrijk bent of omdat u het het beste weet, maar omdat vanuit uw innerlijk de enige mogelijkheid bestaat om datgene te zijn, te beleven, uit te stralen wat behoort tot uw ogenblikkelijk wezen, tot uw ogenblikkelijke taak. Dan kunt u datgene zijn wat het ware product is van het gehele proces van uw ontstaan en bewustwording.

Wanneer ik naar uw wereld kijk en ik zie welke godsdiensten ze predikt en welke systemen, dan ontdek ik dat de theorieën allemaal buitengewoon goed zijn. En ik zie dat de praktijk precies het tegenovergestelde is. In de naam van Gods vrede zegenen wij de oorlog. In de naam van het voortbestaan van onze prediking en ons gezag helpen, we anderen onze medemensen te martelen en te onderdrukken. In de naam van God begint een oude, wraakzuchtige man een oorlog en vernietigt zijn eigen volk en een deel van een ander volk.

Laten we ons niet meer op God beroepen om datgene wat we zijn en doen te rechtvaardigen. Laten wij ons beroepen op de kracht in ons. Datgene wat God en misschien meer dan God is in ons. Wij kunnen meer, we zijn meer dan we onszelf toegeven en ook in de geest blijkt dat regelmatig juist te zijn. Kunstmatig hebben wij ons op emotionele en geestelijke gebieden a.h.w. gecastreerd, ontdaan van iedere mogelijkheid van verder contact, van verdere ontmoeting. En toch zijn we deel van het geheel, want zonder het geheel kunnen we niet bestaan. Als je de mens spreekt over voeding dan heeft hij het over diëten want je moet een redelijke voeding hebben. Natuurlijk, dat is juist, maar wanneer je niet te veel eet en je eet volgens je eigen neiging dan zul je over het algemeen precies dat eten wat je lichaam nodig heeft.

Op diezelfde manier zou je dat kunnen zien in de totaliteit. De mensheid is, ook op aarde, een soort zelfregulerend organisme. En wat we ook zijn en doen als klein deel ervan, we kunnen er niet veel aan veranderen. Het enige wat we kunnen veranderen is de innerlijke kracht, het innerlijk weten, de innerlijke waarheid. En dan zeg ik: Aan de hand van de feiten en de bewijzen, die ieder op dit ogenblik op aarde kan vinden in ruime mate, is het belangrijk dat ons weten, ons beseffen zich ontwikkelt, want dan blijkt dat we gelijk hebben, ook in de wetenschap. Het is belangrijker dat we waarmaken wat we in onszelf hebben, wat uit onszelf voortkomt, dan dat we het respect van anderen of vette bankrekeningen verdienen. Het is belangrijker dat we worden tot een deel van de kracht, dan dat wij deel worden van het erkende establishment van deze wereld. Zoekt en u zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan. Maar je zult moeten zoeken in uzelf om te vinden en kloppen om open te doen, dat betekent alleen uzelf geven met de kracht die u in uzelf vindt en zo de poorten van het bewustzijn te doorschrijden, de poorten van inwijding door te gaan en zo nieuwe werelden te betreden die de oude wereld mede omvatten. Maar haar belangrijkheid verandert. Politiek verzet is waanzin. Terrorisme is machteloosheid gewroken op hulpelozen. Maar innerlijke kracht uitstralen betekent krachten wekken in anderen. Gevoelens en daardoor bewustzijn doen ontstaan waar het verdoofd is of bijna uitgestorven. Krachten zijn in jezelf. Het verhogen om in anderen op te wekken het hernieuwen van het leven, het opnieuw opglimmen van de ogen in een vreugdige erkenning dat het leven de moeite waard is.

Hoeveel vreugde is er nog in de wereld? En hoeveel van de vreugde die er nog is berust alleen op zelfbedrog? Maar de werkelijkheid is meer dan vreugde. Het is een geluk, een onbewezen zekerheid maar gelijktijdig een onbeschrijfbaar vermogen. Daarmee te werken betekent de wereld werkelijk veranderen, de wereld werkelijk verbeteren en gelijktijdig zelf herboren worden in een steeds ruimere wereld waarin langzaam de schaduwen gaan wijken, de ideaalvoorstellingen verbleken tot het werkelijk Licht van alle bestaan overblijft. Weten te zijn deel van datgene waarin en waaruit alles bestaat.

Daarmee wil ik mijn betoog afsluiten, ook al ben ik er mij van bewust dat zelfs in het laatste deel ervan ik niet al te redelijk, om niet te zeggen wetenschappelijk geweest ben. U hebt mij de keuze gelaten. Ik heb u als een soort eerste onderwerp eigenlijk, we kunnen er mogelijk later mee doorgaan, willen wijzen op de wereld van de kracht en macht die er bestaat. Uw werkelijkheid die overblijft wanneer uw illusies sterven.

Hiermee zal ik mijn betoog beëindigen. Ik zou u één ding willen vragen; Wanneer iets van hetgeen ik gezegd heb een weerklank heeft gewekt, denk erover na en laat het in uzelf een tijdje rusten. Doe geen dingen waarvan u denkt dat ze goed zijn omdat het strookt met hetgeen u van mij begrepen denkt te hebben. Laat het innerlijk werken. Laat het in u ontstaan dat u weet, niet redelijk misschien, wat de juiste weg is. En wees niet hopeloos, want slecht zij die de hoop verliezen, die zich verzetten tegen de wereld en hun bestaan, leven in een hel zonder het te beseffen.

IMPROVISATIE

Er is een Kracht, noem ik zijn Naam, Jehovah, Adonai, Messiah. Ik roep de Kracht van ’t ware Licht, mijn wezen op dit Licht gericht wil door dit Licht dan zelf zijn de bron van Licht, een bron van Kracht, niet zelve zijnd, maar deel van Macht die uit oneindigheid ontstaat. Kracht die ik roep, Kracht die ik bid: Gij die mij leven laat, geef mij uw Licht geef mij Uw Kracht opdat ik Kracht en Licht mag zijn en zo als zelve haast versmeltend mag tonen wat Uw Wezen is, ontgaand aan alle zelfzoekpoging, ontgaand ook aan ’t gemis van eigen erkenning en eigen succes. Ik vraag U niet Heer maak mij wijs, geef mij les. Ik roep U, ik roep U bij oeroude naam: Jehovah, Adonai, Messina wilt mij verstaan. Maak Licht, mij en Kracht. Laat de zin van mijn leven zijn Uw Licht en Kracht aan eenieder te geven die het kan bevatten, die het wil verstaan. Heer, geef mij Uw Waarheid, vernietig mijn naam en laat mij zo zijn Uw dienaar van Kracht, het Licht op de weg ontdaan van de macht dat gaan kan door leven en gaan kan door sfeer tot het opgaat in U en dan zelf is. Dat is een woord waarin Kracht staat geschreven, dit is werkelijke adem, dit is inhoud van leven. ’t Is moeilijk te dragen wat het Licht in je geeft. ’t Is moeilijk te dragen de Kracht die beweegt en jou doet gaan, paden die je aarzelend betreedt of doet ondergaan waarvan je reden niet weet. Maar blijf steeds herhalen diezelfde woorden. Droom niet van rijkdom, van grootheid, van macht. Jehovah, Adonaï, Messiah, Uw Wezen en Wil zijn mijn bestaan, de bewegende Kracht opdat ik bewust aan het Licht steeds wil geven, tot het einde Uw Weg door Uw Wezen mag gaan.