Ritueel en magische principes

uit de cursus ‘Inleiding tot de esoterische magie’ 1961-1962

Ritueel en magische principes

Wanneer ik de rituele magie in haar bestanddelen ontleed, dan blijkt ze ‑ evenals bv. de kabbala en bepaalde symboolsystemen – te bestaan uit een aantal vaste tekens en vaste procedures die elk voor zich in een betrekkelijk willekeurige volgorde met andere kunnen worden samengevoegd. Zoals men met de cijfers van 1 t/m 0 alle getalswaarden kan uitdrukken, zo kan men binnen de rituele magie met een bepaalde reeks van tekens, gegevens en gebruiken, praktisch alle kosmische wer­kingen tot uitdrukking brengen.

Nu moeten we goed begrijpen dat deze rituele magie niet in de eerste plaats gelooft dat wanneer men bepaalde dingen doet er bepaalde gevolgen uit zullen voortkomen. Oorzaak en gevolg zijn slechts ten dele volgens de menselijke maatstaf geldend. Ik zal proberen u nu duidelijk te maken wat die grondslag is.

Als u werkt en u krijgt daarvoor loon, dan kunt u dat loon in iets omzetten. Wat u koopt is natuurlijk afhankelijk van hetgeen u hebt verdiend; verder van uw eigen smaak en van de mogelijkheden waarover u in uw eigen milieu beschikt.

Als ik ritueel magisch werk, dan moet ik ook hier ‑ zoals bij een nor­male arbeid ‑ uitgaan van mijn eigen geschiktheid. Dat wat ik doen kan is dus in de eerste plaats de grondslag. De gave die ik heb of mijn kennis ga ik nu omzetten in een bepaalde hoeveelheid Kracht. Dat is mijn loon. Wanneer ik die kracht heb, dan kan ik haar gebruiken om een bepaalde harmonie te wekken. Dat is mijn aanschaf. Door die bepaalde harmonie kan ik resultaten tot stand brengen. En dat is dan de gebruikswaarde van mijn aanschaf.

Het is eigenlijk heel eenvoudig. Wanneer ik bv. begin met een invocatie, dan is dit eigenlijk een kennisgeving en in zekere zin een op­roep. Ik ga daarbij voor mijzelf eerst eens na wat in mij een harmonische waarde is. Daarvan ga ik uit. Nu ga ik die harmonie omschrijven. Ik leg haar in mijzelf vast. Daarbij gebruik ik misschien bepaalde gebaren of ik brand er zekere reukwerken bij. Maar dat doe ik alleen om die harmo­nie die voor mij mogelijk is, reeds nu te omschrijven. Op zichzelf heeft dit dus weinig of niets te zeggen. Dat is maar goed ook. Want als u zegt; “De duivel moge je halen” dan is dit niet alleen een vervloeking, maar het is wel degelijk ook een ken­nisgeving dat in mij een bepaald verlangen bestaat. En in deze zin zou het dus rechtstreeks tot die hypothetische duivel gericht kunnen zijn. Die duivel zal dan bereid zijn om harmonisch met mijn wens ‑ ik neem nl. aan dat hij houdt van een mazzeltje in mensenzielen ‑ klaar te staan om op te treden.

Wanneer ik dat heb gedaan, begin ik met een feitelijke aanroeping.

Dat wil zeggen, ik ga wat in mij harmonisch is nu niet alleen meer in mijzelf en voor mijzelf omschrijven, maar ik ga kijken wat ik daarmee kan doen. En daarbij spelen relaties een rol.

Wanneer een magiër uitroept. “In de naam van de Allerhoogste‑ beveel ik u,” dan bedoelt hij daarmee niet alleen een Allerhoogste die ergens buiten hem bestaat, maar hij doet ook een beroep op een innerlijk licht, een innerlijk weten of bewustzijn dat hij bezit. Wanneer hij daarna tot die kracht zegt dat zij bv. bepaalde dienaren moet sturen, dan put hij wederom uit zijn kennis Dat is zijn innerlijke waarde. En nu zegt hij dit nog steeds vragend. Want hij is het zelf die aan het woord is. Hij zal ook dat vaak ondersteunen met het ontsteken van lichten, wederom het gebruik van reukwerken, bepaalde gebaren en ritualen. Heeft hij dat gedaan, dan keert hij in zichzelf. En nu probeert hij om de goddelijke Kracht die in hem is als een harmonisch iets, in zichzelf te voelen. Hij stijgt tot het hoogste in zichzelf dat hij kan bereiken; en vandaaruit gaat hij nu bevelen. Dan zegt hij dus niet meer: “Ik roep u in de naam van de Allerhoogste”, maar: “Ik beveel u in de naam van de Allerhoogste, doe dit en dat”. Hierbij blijkt dus wel dat een van de eerste grondslagen van de rituele magie eigenlijk is: de innerlijke bereiking.

U hebt allen wel gehoord dat men daarbij werkt bv. met het grootzegel van Salomo. Het grootzegel als persoonlijk zegel van de een of andere rabbi, van een magiër. Maar wanneer ik werk bv. met het zegel van de magus Simon, dan werk ik in feite met mijn kennis daarvan. Er bestaat een innerlijk stelsel van krachten. Dit is heel moeilijk te beschrijven Je zou het moeten aanvoelen. Misschien kan ik het, het best zo zeggen: Wanneer een mens zou zijn afgesloten van alle dingen (van horen, zien, voelen en al wat daarbij hoort, dan zou hij zich inner­lijk misschien alle bindingen die tussen hem en het Al bestaan, kunnen voorstellen als kleurige draden. Dus een draad rood, wit, goud, enz. Elk van die draden is een beetje anders. Door die draden in trilling te brengen, brengt hij een harmonie in werking. Door de wijze waarop hij de zaak in trilling brengt, brengt hij buiten zich een gevolg tot stand. Door nu in jezelf te gaan en in jezelf te zoeken naar de hoogste kracht, vind je de belangrijkste verbinding met het Al. Ook in de magie geldt steeds: Door harmonie met de Heerser verkrijgt men gezag. Door gezag kan men werkingen tot stand brengen. Elke tot stand gebrachte werking is een effect. Door een opeenstapeling van effecten bereikt men resultaten. Het is alles dus nogal eenvoudig, wanneer je je kunt voorstellen hoe dat zich in de persoonlijkheid afspeelt.

Om nu te komen tot een eenvoudig begrip ga ik de relaties, die dus uitgedrukt zouden kunnen worden als de draden, die ik in trilling kan brengen, omschrijven. Die omschrijving breng ik tot stand met symbolen. Het zijn bv. symbolen voor planeten, de heersers van planeten, symbolen voor engelen, voor grote geesten. En elk symbool is voor mij identiek met een innerlijke draad.

Nu maak ik bv. een pentagram op de grond. Ik trek mijn cirkels, want ik moet de zaak afsluiten. Die cirkel betekent niets, maar de beslotenheid van de cirkel is het rad der gebeurtenissen. Ik weet dat waar een cirkel is getrokken, begin en einde in elkaar overgaan. Daar­door heb ik een begrenzing van mogelijkheden geschapen. Nu ga ik daarin misschien eens een tweede cirkel trekken. Want er is een kracht, die ik rond mij voel en waarvan ik zeg; Die kracht werkt met mij. Zij komt tot uiting in verschillende getallen.

En dan kom ik bv. tot het gebruik van verschillende Godsnamen. En of ik daar nu neerschrijf Allah of Jahwe, of dat ik ga werken met Griekse namen maakt weinig uit. Met dien verstande dat de namen die ik neerschrijf begrenzingen moeten zijn van mijn God. Zij moeten a.h.w. het spel van de tegendelen binnen de God, Die ik erken, weergeven. Heb ik dit gedaan, dan heb ik de wereld getekend, waarbinnen mijn magisch streven zich zal ontwikkelen.

Nu ga ik daarin een figuur tekenen. Dat kan van alles zijn. Dat kan een rechthoek zijn, een vierkant, een vijfhoek, een vijfpuntige ster, een zeshoek, een zes‑ of achtpuntige ster. Het kan een rad zijn. Want ik ga daarmee uitdrukken wat ik tot stand wil brengen. En nu zijn er een paar typische dingen die ik u misschien in dit geval even kan beschrijven.

Wanneer ik te maken heb met een vijfpuntige ster, dan heb ik de onderlinge relatie van alle vlakken, die voor mij bekend zijn, uitgedrukt. Namelijk mijn menselijke drie dimensies (dat zijn de twee onderste voetjes plus de vlakke lijn) en de drie hoge dimensies, zoals deze voor mij in mijn begrip bestaan. Tussen deze bestaan vele verschillende verbindingen, die elkaar zoals u bemerkt kruisen, Want in de vijfpuntige ster ontstaat een vijfhoekig vlak. Dit vijfhoekig vlak is het menselijk werkzame. En nu ga ik daar weer wat in schrijven. Dat kan een reeks van symbolen zijn; dat kunnen dus letters zijn van het Joodse alfabet, Arabische tekens, het geeft niet wat. Daarmee druk ik uit de kracht, die volgens mij in deze wereld suprême is. Wat heb ik nu gedaan? Ik heb de tegendelen van goddelijke waarden, waarbinnen mijn actie ligt, omschreven. Ik heb uitdrukking gegeven aan hetgeen er zich in mij afspeelt en ik heb gezegd dat het vlak, waarop elke harmonie die ik tot stand breng, tot uiting komt, wordt bepaald door de naam, die het vijfhoekig vlak weergeeft. Zo ben ik gekomen tot de omschrijving van een actie in de wereld der mensen. Maar dan ook in geen enkele andere. Dat moet u goed begrijpen. Want alleen de wereld der mensen kan op die vijf functies reageren. Hiermee heb ik een heerschappij in materie uitgedrukt.

Nu zou je zeggen: Dat is voldoende. Neen. Want verschillende delen van de materie zijn, naar wij aannemen, harmonisch met bv. verschillende planeten. IJzer is Mars, kwik is Mercurius, lood is Saturnus, goud is de zon, zilver is de maan en ze ga je verder. Als ik dus bepaalde krachten of materialen wil beïnvloeden, zal ik de tekens van die planeten erbij zetten. En wanneer die nu de eerste draad of snaar vormen, die ik aansla, zal ik daarvoor een andere uitdrukking gebruiken dan wanneer het bv. de derde snaar is, die ik aansla. Zo zijn er heel veel varianten mogelijk. En het geheel dat ik neerleg, is een poging om weer te geven wat zich in mij, de magiër afspeelt.

Nu kan ik ook beginnen met bv. een zespuntige ster te tekenen. Een zespuntige ster kan nooit een uitdrukking zijn van een wereld, die al­leen menselijk is. Ze vergt altijd de uitdrukking van de wereld van de geest en die van de mens. Het vlak dat wordt uitgedrukt (een zeshoekig vlak), geeft dus nooit iets aan wat ik kan overheersen. Daarom zal ik in dat zeshoekig vlak altijd een heersende Godsnaam moeten plaatsen. Want bij dit zegel is het God, Die bepaalt en niet mijn wezen dat bepaalt krachtens God. Dat is een groot verschil. Daarom zal ik aan de buiten­kant ook heel andere symbolen gaan gebruiken. Ik kan uitdrukken wat ik verwacht. Ik geef bv. het zwaard en de dolk van de magische beheersing. Ik teken misschien de vis als symbool van een bepaalde tijdskracht die ik wil beleven. Ik teken elders de symbo­len en cijfers van planeten die naar ik hoop werkzaam zullen zijn Maar ik zet ze altijd buiten ‑ let wel buiten mijn figuur. Het enige, dat ik in de figuur kan inwerken (en dan wel in de laagste driehoek meestal), is een aanduiding van de krachten die in mij werkzaam zijn. Zo kan ik daarin bv. afbeelden de twee slangen, de lichte‑ en de duiste­re slang van kracht, die in mijn eigen wezen heersen. Verder kom ik niet. Ik kan wel proberen symbolen van lering te gebruiken. Daarom zie je soms bv. een passer of een haak afgebeeld. Door met die zeshoekige en ook de zespuntige invloed te werken onderwerp ik mij altijd aan het Goddelijke. Mijn heerschappij is er een die niet van mijn eigen wetten en harmonieën alleen uitgaat. Mijn voorbereiding zal dus in het eerste geval een andere zijn dan in het tweede geval. Het ri­tueel is anders.

Nu zult u zich afvragen, waarom ik u dit zo met nadruk vertel. Wel, in de esoterische magie moet men rekening weten te houden met alles wat er werkelijk gebeurt. Want esotericus als ik ben, moet ik de wereld buiten mij in harmonie brengen met de wereld in mij. Als ik weet dat ik de magische mogelijkheden in feite in mij draag, dan kan ik een grotere evenwichtigheid en in feite ook een zekere harmonie veroorzaken tussen de wereld buiten mij en de wereld in mij. En daarom wordt die magie belangrijk.

Om echter juist te werken zullen in de rituele magie heel vaak ook vaste spreuken, ja, ook vaste gebeden worden gebruikt. Dat doet men even zo goed bij de jongens die het liever zoeken bij het personeel van de stoker als bij degenen die het eerder zoeken bij de krachten, die het licht van boven brengen. Men tracht in overeenstemming met hetgeen men tot uiting wil brengen een aantal vaste formules uit te spreken, Zo’n formule kan soms heel oud zijn. In de rituele magie wordt gebruik gemaakt van spreuken die op zichzelf kolder lijken. Er worden woorden gebruikt die absoluut onverstaanbaar zijn. Niet voor niets noemen de mensen die onverstaanbare en vreemde woor­den wel eens abracadabra. (Dit is overigens ook weer uit een magische Pyramide, in dit geval met letters; een equivalent voor de cijfer Pyramide, waar wij de vorige maal over spraken.) Men geeft daarmee aan dat het zin­loos is volgens menselijk denken. Maar als ik weet wat het in mij betekent, dan is het in het geheel niet belangrijk of die woorden nog ver­staanbaar zijn. Zo zal het u opvallen, wanneer u zich ooit met de rituele magie bezig­houdt, dat er bv. heel veel erg slecht Latijn in voorkomt. Wat er aan oud‑Hebreeuws in voorkomt is over het algemeen onherkenbaar verminkt. Het Grieks schijnt gesproken te zijn door de een of andere slaaf, die zich in het verleden ternauwernood kon uitdrukken. En dan vraag je je af; Moeten wij die onvolkomenheden aanvaarden? Het antwoord is: ja. Want in deze formule heb ik een gevoelswaarde gelegd. In mij is dit een harmonie met een bepaald streven, met een bepaalde kracht‑ en met mij hebben vele anderen hetzelfde gebruikt.

 U kunt als esotericus heel rustig voor uzelf weg filosoferen. Maar als u een filosofie gebruikt, waarin contactpunten voorkomen met anderen, dan hebt u harmonie met die anderen. Wat in u leeft, wordt van buiten a.h.w. aangevuld.

Ik kan het misschien het best vergelijken met een evenwicht. Als je het weegt in de lucht, weegt het meer dan als je het weegt in het water. Dan kun je zeggen: dat is door de waterdruk. Maar hoe het ook zij, eenzelfde draad zal dus een groter gewicht kunnen dragen, zodra dit in het water komt. Dezelfde draad van bewustzijn kan een grotere hoeveelheid kennis, een grotere hoeveelheid beschouwing verdragen op het ogenblik dat er iets is wat dragend werkt, zoals het water dragend is voor het gewicht, waarover ik sprak.

Nu is dit wel niet helemaal volgens de wet van Archimedes te berekenen; trouwens, iemand die dat zou uitvinden, zou waarschijnlijk wederom met al­leen zijn badzeep de straat op lopen om “Eureka” te roepen. Maar het is zeker dat het gebruik van een vaste formule van een vaststaande denkwijze, een vaststaand en meer gebruikt punt van uitgang, een harmonie be­tekent met alles wat er al in leeft, wat er al mee tot stand is gebracht. Het principe van de rituele magie en ook het gebruik van de vast­staande formules, regels en gebaren is noodzakelijk omdat alleen zo een maximum aan werkzaamheid van het ritueel en van de magus kan worden verwacht.

Alweer een heel simpel iets. Als je het goed bekijkt, is het eigenlijk heel begrijpelijk en heel gewoon. Maar je moet je verplaatsen in de gedachtegang van die innerlijke harmonieën. Die innerlijke harmonieën zijn niet altijd even eenvoudig vast te stellen en niet iedereen voelt ze zo in zichzelf; want het kan heel wat levens duren voor je in staat bent om al die innerlijke banden met andere sferen, personen en toestanden zelf in trilling te brengen zoals je wilt. Daarom gebruikt men een soort handleiding. Je zou kunnen zeggen: het is een soort magisch‑esoterisch klavierschrift. Handeling voor handeling wordt voorgeschreven. En omdat men begint met de eenvoudige handelingen en met de eenvoudige begrippen kan ‑ zonder dat je innerlijk volledig bewust bent ‑ toch een zekere vaardigheid worden bereikt. Maar de vaardigheid blijft afhankelijk van het innerlijk begrip dat je ervoor hebt.

Alles wat magisch wordt volbracht is een uitdrukking van bestaande waarden en wetten die niet slechts kunnen leven in de mens, maar inherent zijn aan het wezen van de kosmos zelf. Er kan nooit en te nimmer iets worden bereikt of tot stand gebracht dat strijdig is met het wezen van de kosmos of zelfs het werkelijke wezen der dingen.

De rituele magie gebruikt de waan. De waan wordt gebruikt om als tegenwicht te dienen voor een bestaande waan. Want u leeft in een werkelijkheid die voor 9/10 is gebaseerd op denkbeelden die niet werkelijk zijn, die een niet‑reële achtergrond hebben. Wanneer de magiër daar tegenover een andere waan stelt, die eveneens in beperkte mate reëel is, kunnen de twijfels die beide werelden t.o.v. elkaar veroorzaken, elkaar tijdelijk op­heffen. Door twee tegengestelde waanwerelden elkaar te laten inwerken, kan ‑ ongeacht het feit dat ze niet zuiver zichtbaar wordt ‑ de werke­lijkheid zelf worden gehanteerd.

Hierop is heel veel bv. van het gebed en zo gebaseerd. Gebed en een sa­menkomst, waarin het gebed een rol speelt, het lezen van geschriften of het samenkomen met een bepaald quorum en het proberen een zekere inner­lijke harmonie of openbaring tot stand te brengen, dat alles is gebaseerd op het zoeken van die waarheid.

Het bijgeloof, dat helaas aan de rituele magie sterk is gebonden en verbonden, heeft langzaam maar zeker deze waarde ervan doen wegvallen. Om echter te komen tot een zuiver begrip van esoterische magie en haar mogelijkheden, is het noodzakelijk dat u leert om rituele magie te zien als iets wat niet onzinnig, overdreven of kinderachtig is, maar als een voor sommige mensen heel goed hanteerbaar middel waardoor zij kunnen ko­men tot bereikingen die anders onmogelijk zouden zijn.

Parallellen en synoniemen

Wanneer ik een bepaald iets een naam geef, terwijl elders daarvoor een andere naam bestaat, dan kan ik dus zeggen. Dat ding heeft twee namen. Maar als ik beide namen eenmaal ken, kan ik ook zeggen dat ze synoniemen zijn.

Wanneer ik een reeks van namen op punt. A. heb ontdekt, dan is het logisch dat ze volgens dezelfde wetten op punt B. ook tot stand kunnen komen. Er is altijd een parallel en deze parallel maakt het mij mogelijk aan de hand van de eenmaal erkende wet elk punt dat ik niet ken, te berekenen. Ik kan dan uitmaken wat de waarschijnlijke aanduiding daarvan is volgens een ander volk, een ander ras, enz. Bij de taalkunde wordt dit gebruikt. Wanneer u zich herinnert hoe men is gekomen tot bv. de ontleding van het Egyptische en het spijkerschrift en zo (denk aan de rol van de Steen van Rosetta), dan kunt u zich voorstellen dat wanneer men eenmaal een bepaald aantal synoniemen heeft, men krachtens bestaande en erkende parallellen een geheel gebied kan gaan beheersen dat men oorspronkelijk niet kende. Een taalgebied, maar mogelijkerwijze ook een gebied van actie, of van materie of van chemische reactie, of van innerlijke bewustwording. Deze grondgedachte heeft de mensen ertoe gebracht om te zoeken naar de oertaal, of ‑ zo ge wilt ‑ de Goddelijke taal. Die goddelijke taal – zo neemt men aan ‑ is de taal die gesproken werd door de engelen, door de grootmachten, voordat de aarde werd geschapen.

Die stelling op zichzelf is natuurlijk aanvechtbaar dat weet ik.

Maar het is toch logisch aan te nemen dat als er een kosmische werkelijkheid bestaat, er in die kosmische werkelijkheid aanduidingen zullen bestaan die volledig juist zijn. Dan kan de ware naam van een engel dus bv. zijn plaats aangeven in de kosmos. Hij kan de plaats aangeven die hij heeft in de wereld van de mensen. Hij kan aanduiden welke relaties hij heeft met anderen. Een naam uit de werkelijkheid is een wezensomschrijving, een vaststelling van kosmische plaats en verhoudingen. En als zodanig een macht die niet slechts het wezen zelf kan beroeren zegt de magiër ‑ in sommige gevallen ook “dwingen” ‑ maar die het geheel van de kosmische relaties kan erkennen, waardoor die kracht begrijpelijk wordt en onder omstandigheden hanteerbaar. Daarom ‑ hebben de mensen gezegd ‑ moeten wij proberen uit te vinden wat er nu in werkelijkheid bestaat. En ze zeiden al heel gauw: Ja, maar mensen hebben namen voor dingen die misschien in God hetzelfde zijn. Ik maak een verschil tussen een potje met een rechte hals en met een schuine hals. Maar voor God kan het wel zijn dat er maar een oerpot is. Wanneer ik nu potten wil regeren, moet ik weten hoe die oerpot heet en wat die betekent. Dan kom ik vanzelf verder en dan zijn al die verschillen die elders bestaan gemakkelijker later te overzien. Zij die dat deden waren mensen die geloofden in de boeken, die men nu het Oude Testament noemt, als een directe goddelijker openbaring. En ‑ zo zeiden ze ‑ wanneer God iets openbaart, dan zullen Zijn eigen woorden en dus ook de kosmische taal daarin tegenwoordig zijn. Wanneer ik nu weet wat die verwarring van begrippen is geworden, wat de kosmische synoniemen zijn voor bepaalde namen en voor bepaalde woorden, dan weet ik wat de kosmos is. En daarmee ken ik dingen die in mij en buiten mij volkomen gelijk en werkelijk zijn en heb ik krachtens hun naam invloed op hen.

Zo ontstonden de eerste systemen, waarbij de mens overging tot het substitueren van letters. In het begin deden ze het heel eenvoudig. Ze schreven een alfabet neer, zoals u het voor uw eigen alfabet dus ook kunt doen, met de helft van de letters aan de bovenkant en dan teruggaande aan de benedenkant de andere helft. Ze zeiden: Kijk, Gods taal is eenvoudiger dan de onze. De letters kunnen onderling vervangen worden. Dus een A kan ook een Z zijn bij wijze van spreken. Een B kan dus een Y zijn, enz. Door nu te gaan kijken of ik bij een bepaald woord door die verwisseling van letters een andere beteke­nis krijg, is het mogelijk dat ik een aanduiding verkrijg omtrent de rela­tie, die in de kosmos bestaat. Zo zocht men vooral in namen in het begin om een synoniem te vinden. En dan bleek het heel vaak dat zo’n naam omgerekend kon worden tot een andere naam, of dat die naam een cijfercombinatie gaf ‑ want je kunt de letters natuurlijk ook door cijfers vervangen – waarin weer bepaalde grondprincipes van eigen leer en geloof tot uiting kwamen.

Nu zult u wel begrijpen, dat deze systemen (alleen in de kabbala vinden we er een stuk of 7 à 8 gangbare, en nog een heel stel, die ernaast bestaan) alle eigenlijk alleen een probeersel zijn. Maar nu was er een handige man, Levi ben Saul, een oude magiër, die leefde kort nadat David was gestorven. Hij was verwant aan het huis van Uriah, die ook in de Bijbel is vermeld. En deze rabbi Levi zei; “Kijk, wanneer ik in mij voel dat een letter verwant is aan een andere letter en ik teken dat op en ik doe dat steeds weer, dan moet ik op den duur alle letters kunnen vervangen.”

Nu moet u wel begrijpen, dat was het Hebreeuws schrift, waarbij je dus a, o, e enz. soms wel door een zgn. geleide-teken kunt aangeven, maar het meestal niet doet. Je kunt dus de klanken aanduiden; soms zijn het een paar puntjes boven een letter, soms is het een haakje of een streepje eronder; daarmee kun je de zaak leesbaar maken. Hij heeft nu die begeleidingstekens buiten beschouwing gelaten en zei: Wanneer ik een letter aanvoel als het synoniem van een andere letter en dat blijkt meermalen het geval te zijn, dan mag ik aannemen, dat op grond van deze synonimiteit in ‑ laten we zeggen 10 gevallen ‑ Het ook in 99 van de 100 waar zal zijn. En zo stelde hij voor zichzelf een systeem op waarbij dus letters onderling verwisselbaar waren. Later ging hij nog een stap verder en gaf aan die letters ‑ en dat was in zijn tijd een hele kunst, want dat grote rekenen was toen niet zo algemeen ‑ ook nog een getalswaarde die gebruikt werd om de letter te vergelijken met bepaalde delen van de Openbaring, dus a.h.w. met bepaalde gestalten van God. Nu was hij in staat om hierdoor een reeks van ontwerpen te maken bv. van dingen, die in Genesis voorkomen. En hij kwam tot de conclusie dat de daarin aangeduide getallen (bv. 4‑stromenland enz.) ook nog wel eens wat anders konden zijn. En al schreef hij het niet precies zo op, hij kwam bv. tot de conclusie dat de eerste mensen leefden in een wereld, waarin er een afmeting meer was dan in de tegenwoordige. Hij zei: Dat zijn geen stromen, dat zijn afmetingen. Hij vond synoniemen tussen bepaalde aanduidingen van de Schepper en sommigen van Zijn engelen en het begrip tijd. Hij vond synoniemen tussen gewone woorden en verborgen Godsnamen. En op grond daarvan ging hij toen de Schrift herzien. Maar dat heeft hem zijn leven gelost. Hij werd gestenigd. Wat hij echter had ontworpen ging niet helemaal teloor, want men meende toen dat men die gedachtegang kon gebruiken om orakels te verkrijgen.

De orakelkunde ‑ zo zou je het kunnen noemen ‑ wordt overgebracht naar verschillende andere landen en daar ging ieder weer proberen dit op zijn eigen manier uit te rafelen. Zo ontstond er verwarring. Maar de synoniemen die hij had gevonden, waren waardevol. Wij vinden ze later verschillende malen terug en waarschijnlijk wel het best uitgedrukt in de vergelijkingen van Simeon ben Joechei. Deze Simeon nl. zei. Wanneer dit eerste systeem (of wat ons daarvan is overgeleverd) redelijk is, dan mag ik voor alles wat er in de wereld bestaat, een soortgelijk systeem bedenken. En hij zei: In elke taal, voor elke schriftuur, ja, voor elk gesproken woord dat ik kan neerschrijven, geldt hetzelfde. Op grond daarvan kan ik door berekening in alle dingen begrippen uit de goddelijke werkelijkheid vinden. (Later zou men zeggen uit het Rijk Gods.) Zo kwam hij tot een reeks parallellen, nl. bepaalde namen hielden in, een bepaalde oorzaak‑ en gevolgwerking; bepaalde woorden bevatten een bepaalde verplaatsing, een bepaalde handeling of een bepaald vermogen. Hij kwam daardoor tot ‑ wat men noemt – de voorspellende kabbala, die hij overigens maar met mate gebruikte.

In de voorspellende kabbala, was het dus mogelijk om aan te geven wat er in de wereld buiten de mens werkzaam was. Zijn systeem was bedoeld om aan de meer modern levende mens de vierde dimensie uit het paradijs terug te geven: het contact met de anderen.

Nu wil ik het u ditmaal niet al te moeilijk maken. Maar u moet toch eens goed luisteren. Wanneer u het woord “reis” uitspreekt u leest het gelijktijdig en u hoort daarna nog driemaal van reis, dan is er een werking in dit woord aanwezig, die rond u sterk kenbaar wordt. Want dit paralleloptreden van “reis” kan betekenen, dat het een synoniem is voor een kracht, die voor u op datzelfde ogenblik bestaat. Nu blijkt dat u nadat dit is gebeurd uw voet verstuikt. Dan doet u er verstandig aan om, wanneer het woord “reis” weer plotseling in zo’n grote frequentie rond u voorkomt, op te passen voor kleinere ongevallen. Wanneer een ander ditzelfde ondergaat, zult u geneigd zijn tegen die ander te zeggen: Wees voorzichtig, want er wacht je een ongeval. Dat is toch duidelijk, nietwaar? Het zal niet altijd kloppen, omdat deze parallellen nooit volledig gelijke synoniemen zijn voor elke mens. Maar een benadering is mogelijk.

Zolang wij dit nu doen in de wereld van mensen, spelen daarbij het menselijk leven en de menselijke verhoudingen en het menselijke ge­drag een grote rol. Maar op het ogenblik dat ik het esoterisch ge­bruik, hanteer ik ergens een vaste waarde. Wanneer ik leer een bepaal­de innerlijke werking te associëren met bepaalde woorden, dan mag wor­den aangenomen dat het woord zelf een verborgen betekenis heeft die synoniem is met de werking die in mij optreedt. Kan ik ontdekken welke kracht dit is, kan ik leren dit woord te berekenen, dan volgt hieruit dat ik mij innerlijk kan sterken door contact met die krachten en perso­nen, wier aanwezigheid rond mij reeds is gebleken. Dat ik door de juiste instelling gebruik kan maken van al wat zij mij aan wijsheid, aan bewustwording bieden. Ik kan mijn begrip voor de wereld aanmerkelijk verhogen. De levensboom rijst sterker en bewuster ten hemel. Daarbij komt nog iets. U zult denken dat het er niet bij hoort, maar eigenlijk is het in zekere zin ook weer een synoniem.

U droomt. Dat gebeurt zo nu en dan. In die droom spelen bepaalde personen of toestanden een rol. Het is wel duidelijk, dat wat u droomt nooit precies werkelijk kan zijn. Maar de droom is vaak een innerlijke vertaling van een relatie. Een relatie met een waarheid die u niet kent. Het blijkt dat in de droom beelden optreden als synoniemen voor bepaalde krachten, bepaalde gebeurtenissen, bepaalde realisaties.

Wanneer ik dit heb ontdekt, ga ik natuurlijk zoeken naar parallel­len. En dan zeg ik dit: Wanneer ik bij een bepaalde gebeurtenis in vrije associatie, dus alleen maar door ineens een begrip te krijgen; bv. u ziet iemand lopen die er uitziet als een spinnenkop maar u denkt aan een hond, dan betekent dit iets. Deze vrije associatie drukt een beeld uit dat in u ontstaat. En dat is niet alleen het onderbewustzijn. Daarbij speelt wel degelijk ook de geest een rol en dus een geestelijke wereld of waarheid.

Associaties worden eveneens beschouwd als synoniemen voor feitelijk optredende omstandigheden, vooral wanneer zij zich herhalen. Ik kan aan de hand van symbolen vaak tot een ontleding komen van krachten rond mij en zo een begrip krijgen van de werkelijkheid, waarin ik leef, de werkelijkheid die verborgen is achter mijn waanwereld.

Het praktisch gebruik van in ons bestaande synoniemen

Elke mens heeft een zeer eigen en persoonlijke instelling, zowel tegenover de wereld als tegenover zijn eigen persoonlijkheid. Daarbij zullen een groot aantal factoren redelijk lijken. Het blijkt echter dat je zowel t.o.v. jezelf als t.o.v. de buitenwereld soms niet‑redelijke factoren ziet werken, die je voor jezelf moeilijk kunt omschrijven. Er zijn veel mensen die zeggen: Dat staat in verband met karma. Of: Dat is het noodlot. Of: Dat is een afwijking. Elk naar zijn geaardheid.

Wanneer wij nu echter eens goed opletten, zullen wij ontdekken dat bepaalde voorstellingen in ons eigen wezen, evenals bepaalde manieren van spreken of, en ons uit te drukken in dezelfde omstandigheden steeds weer voorkomen. Dan mogen, wij aannemen, dat deze een verhouding bepalen voor onze persoonlijkheid. Niet alleen t.o.v. onze omgeving op dat ogenblik maar t.o.v. een kosmische werking, een kosmische kracht of een kosmische persoonlijkheid. Of deze reactie zich nu in een droom voordoet, in een vrije associatie of in een haast opgedrongen terugkerend beeld, is van weinig belang. Want wij moeten proberen deze dingen te doordenken om daarvoor begrip te krijgen.

Ik wil nu trachten een aantal beelden te nemen die voor de doorsneemens wel gelden, niet voor eenieder precies gelijk, maar een benadering ervan geldt voor nagenoeg iedereen. Ik zal u zo dadelijk ver­tellen wat men daarmee kan doen en wat men daardoor bovendien eventueel innerlijk zowel als uiterlijk kan bereiken.

In een droom: een associatie of een dwangvoorstelling “eten”. Dat kan zijn het gebruiken van een maaltijd, het kan ook gewoon ineens honger zijn, snoeplust enz. Dus het begrip voeden, eten, tot zich nemen. Wanneer wij dit begrip ontmoeten, zal dit in de meeste gevallen synoniem zijn voor een gebrek aan harmonie. Deze plotseling opkomende eetlust, beelden van voedsel enz., duiden aan: gebrek aan harmonie. Het “waarmee” kan door het beeld soms ook worden bepaald. In de meeste gevallen echter doet men er goed aan zich af te vragen wat in het “ik” niet harmonisch is. Door jezelf die vraag te stellen en zo goed en zo kwaad als het gaat te beantwoorden, wordt men zich van een vorm van denken, van willen of van handelen bewust. Breng deze vorm in onmiddellijke relatie met je hoogste begrip van goed. Is dit stoffelijk, dan kun je dit stoffelijk doen. Maar ik zou de doorsnee‑esotericus toch willen raden om zijn hoogste geestelijk doel daarvoor te nemen. Erken voor uzelf, hoe deze oplossing van een bestaande disharmonie u in contact brengt met een bepaald deel van de wereld, een bepaald deel van de geest, de mens en zo; en u zult aan de hand daarvan leren bepalen wat er rond u aan geestelijke krachten en vermogens aanwezig is. Op den duur zult u zelfs leren, hoe u door juist te handelen en te denken daarvan zelf kunt profiteren in uw bewustwording zowel als in uw werken.

Een afwezig zijn van voedsel, een degout tegen eten, een onlust, zowel stoffelijk ervaren als uitgedrukt in droombeelden of associaties, be­tekent voor de doorsneemens dat hij een overlading ziet. Er is ergens zoveel aanwezig, dat men het op harmonische wijze niet kan verwerken. In dit geval moet ge overwegen op welke wijze ge uzelf kunt beperken. Welke geestelijke of stoffelijke lasten ge te zwaar laat meetellen. Door deze terzijde te stellen, komt ge vanzelf tot een andere wijze van denken en van handelen. Hieruit vloeien weer gevolgen voort. Die gevolgen zijn voor u een teken van een bestaande harmonie of een uitdrukking daarvan. Wanneer deze ge­volgen aanvaardbaar zijn, stel u dan innerlijk in op de werking als zoda­nig en u zult ontdekken dat u vaak, zonder dat de degout daarvoor weer behoeft op te treden, dezelfde werking uiterlijk en innerlijk tot stand kunt brengen.

Op het ogenblik dat wij te maken krijgen met de zgn. seksuele symbolen (dus phallistische of ovoïde symbolen), moeten wij ons realiseren, dat zij lang niet altijd de uitdrukking zijn van een stoffelijk tekort of een stoffelijke behoefte. In droom of in associatie kunnen deze dingen ons ook zeggen dat onze eigen instelling onjuist is. Indien daarmee een gevoel van tekort gepaard gaat, kunnen wij stellen dat wij aan een bepaald, aspect van de schepping te weinig aandacht gaven. Wanneer dit als mannelijk wordt aangeduid, betekent dit dat wij te weinig aandacht hebben geschonken aan het vergaren van kennis, aan het zoeken dus in het redelijke en het mentale. Blijkt het gevoel van tekort gepaard te gaan met een uitdrukking in een vrouwelijk symbool, dan betekent dit dat wij de innerlijke krachten te veel verwaarloosd hebben en niet in staat blijken voldoende innerlijk contact op te nemen. Tracht uw instelling te wijzigen aan de hand van het symbool.

Dan: in positieve of bevestigende zin (dus met welbehagen, goedkeuring of verlangen) een bepaald symbool bezien. Het mannelijke betekent: de noodzaak tot grotere redelijkheid; het vrouwelijke: de noodzaak tot sterkere gevoelsbeleving. U ziet het is weer eenvoudig.

Een natuurscene, waarin wel dieren maar geen mensen voorkomen, duidt aan: de mogelijkheid tot harmonie met natuurkrachten Indien u daarbij aspecten ziet als regen, water, rivieren, bronnen stel u dan in op alles wat in de natuur met de wateren verband houdt. In menselijke zin kunt u zich bezighouden met hen die astrologisch onder een waterteken zijn geboren.

Vuur, het zien van woestijnen, kale grond dus, het zien van plantengroei en wind, zij hebben alle een soortgelijke betekenis. Weemoed in dit geval betekent; gebrek aan harmonie. Aanvaarding, begrip en zelfs vreugde betekent: de noodzaak tot uiting van harmonie.

De gegeven voorbeelden moeten natuurlijk niet worden gezien als een alomvattende opsomming. Zij zijn alleen een aanduiding van mogelijkheden en interpretaties.

Altijd is er tussen de mens en de krachten in de geest een direct verband. Dit verband wordt in het gehele leven tot uitdrukking gebracht. Wanneer wij door dergelijke gevoelens, associaties en dromen worden attent gemaakt op de band, die er tussen ons en een deel van het geestelijke gebied bestaat, dienen wij daarvan gebruik te maken.

Esoterisch gezien is samenwerking met de geest altijd een uitbreiding van bewustzijn, van vermogen en vaak een aanmerkelijke versnelling van het huidig bewustwordingsproces. Stoffelijk gezien betekent het gebruikmaken van deze contacten met de geest, dat op harmonische wijze en in overeenstemming met een kosmische werkelijkheid daden kunnen worden gesteld. Voorts betreft het overwegingen zelfs omtrent toekomstige daden, die in uw bestaan passen, daarin geen onnodige conflicten veroorzaken, integendeel u sterker, gelukkiger, rijker maken en belangrijker voor uw medemensen.

Begrijp heel goed dat alle krachten in het Al onder deze harmonie vallen. Dus het geldt evengoed voor de zgn. doden, de overgeganen die bewust zijn of die in een eeuwige reidans van duister zijn. Het gaat even­ goed om de krachten als natuurgeesten in de aarde, in de oude elementen, als om engelen. Het gaat evenzeer om krachten, die in de stof leven bui­ten deze aarde, als om de hoogste Heersers. Welke harmonieën bestaan, kunt u over het algemeen niet zo snel ontdekken. Maar wel kunt u door gebruik te maken van de tekens die u steeds weer opmerkt, zekere syno­niemen erkennen en daardoor de in het “ik” reeds vastliggende mogelijkhe­den, harmonieën en werkingen. Wanneer u op een terrein hebt ontdekt, dat zo’n synoniem dus inderdaad bestaat, is het wel zeker dat voor andere werkingen in uw leven een parallelle omzetting mogelijk is. Op deze wijze kunt u alles wat u beleeft ‑ geluk en ongeluk, vrede en onvrede ‑ op den duur terugbrengen tot een contact met kosmische krachten of waarden, persoonlijk of niet‑persoonlijk. Doet u dit, dan wordt u zich van uw werkelijke toestand bewust en dan kunt u dus juister leven, terwijl u bovendien een veel grotere invloed in de wereld hebt gekregen.

En nu gaan we nog even een lijstje geven van bij veel mensen voorkomende belangrijke punten:

Cijfers

Cijfers worden geïnterpreteerd aan de hand van de u bekende esoterische uitleg. Ook zgn. loterijgetallen worden verstandelijk door de eso­tericus teruggebracht tot de kabbalistische grondwaarden onder de 10. Zij worden gezien als aanduiding van een harmonische inwerking van bui­tenaf op het terrein dat door het cijfer of het daaruit getrokken grond­getal wordt aangeduid.

De getallen 1, 2 en 3 zijn altijd aanduiding van directe kosmische inwer­kingen. De getallen 4, 5, 6 en 7 hebben directe betrekking op het licha­melijke en de relaties die daarin voorkomen. De getallen tot 0 of zo gewild tot 12 (naargelang het systeem dat u volgt) kunnen worden gezien als aanduiding van geestelijke graden ofwel mogelijkheden tot geestelijke bewustwording.

De instelling op alle krachten die men innerlijk erkent als verwant met deze gebieden, is een grote hulp voor juister realisatie van het Al en wat ermee samenhangt.

Wanneer ik een bepaalde kracht ontdek bv. op geestelijk terrein – laat ons zeggen het getal 8 of het priesterlijk getal ‑ dan weet ik voor mij­zelf dat ik mij dus eveneens in de stof op het priesterlijke (eventueel offerende) zal moeten instellen en dat de directe kracht ‑ of moeten wij zeggen; het spreken met God? ‑ dus in de goddelijke of zielewaarde tot uiting komt. Deze parallellen kunnen altijd worden getrokken en zijn voor praktisch el­ke mens bruikbaar.

Dromen over mensen.

Wanneer u van mensen droomt, moet u dit nooit direct met de personen associëren, tenzij ‑ en dat is een uitzondering ‑ deze mensen in een re­delijk verband staan met de droom en daarin onmiddellijk passen. In dat geval wordt de droom terzijde gelegd. Komen zij echter voor zonder dat u hen kent of in een totaal onredelijke samenhang, die ook door directe sym­boliek niet gemakkelijk verklaarbaar is, dan wordt gesteld:

Jonge personen geven aan vernieuwing, revolutionaire krachten, revolutionair ingrijpen, maar ook de mogelijkheid tot een nieuwe bereiking. Instelling in dit geval op positieve stimulansen, die zowel innerlijk nieuwe denkbeelden en realisatie, als uiterlijk nieuwe handelingen en nieuwe mogelijkheden inhouden.

Personen van middelbare leeftijd moeten worden gezien als een be­vestiging dat het huidige aanvaardbaar is, maar dat men daarin een zo hoog mogelijk esoterisch of geestelijk begrip mocht trachten te bereiken. Instelling daarop betekent de mogelijkheid tot correctie van het heden, meestal met behoud van de uiterlijke waarden.

Dromen over oude mensen, grijsaards, enz. betekenen over het algemeen: mogelijkheid tot contact met het oude, ofwel de mogelijkheid tot overschrijden van de tijdsgrens. Dit kan betekenen, het optreden van een vroegere incarnatie en haar werkingen, maar in vele gevallen ook het optreden van oude banden, welke dus opnieuw sterk worden. Naarmate deze oude banden aanvaardbaar of niet aanvaardbaar waren (meestal wordt in de begeleidende verschijnselen daarvoor wel een lichte aanduiding gegeven), stelt men zich hierop volledig innerlijk in, dan wel zet men deze geheel uit zijn gedachten en gaat men over tot een stoffelijke handeling in de richting van vernieuwing. Is men harmonisch, dan zal heel vaak enig besef van de banden met het verleden en bovendien een besef van de huidige ware verhouding of taak kunnen worden gewonnen.

Dromen over dieren.

Wanneer wij dromen over dieren, moeten wij er rekening mee houden dat dieren in de meeste gevallen voor de mens symbolen zijn. Binnen de Christenheid echter komen meestal de volgende gunstig symbolen voor.

Duiven, lammeren, levende vissen duiden op een mogelijkheid om innerlijk contact te krijgen met een hogere invloed die rond u is. Vooral wanneer deze diersymbolen gepaard gaan met manifestaties van de kleuren geel, wit en blauw of lila. Wanneer dergelijke dieren worden gezien gedood of dood en daarbij bv. de kleuren groen of bruin als associatie naar voren komen, betekent dit dat men op het ogenblik zijn band met hogere kosmische krachten aan het verliezen is. In het laatste geval is het noodzakelijk door zelfonderzoek te trachten tot een meer onzelfzuchtige leefwijze te komen.

Wanneer u droomt van papegaaien, dan betekent dat hier meestal een sprekende vogel. Dat geldt dus voor deze contreien. U moet dan op­passen, want dan hebt u twee eigenschappen, die storend zijn. De eerste is: U bent niet in staat uw snaveltje te houden en u zegt dingen die u ten slotte niet meent. En de tweede is: U zult de neiging hebben om uit pronkzucht anderen na te volgen. Zorg ervoor dat u bij dergelijke dromen dus ten eerste: zo weinig mogelijk zegt,

ten tweede: voorkomt dat u anderen na-aapt, want u zou daardoor voor uzelf moeilijkheden kunnen veroorzaken. (Associaties, die niet redelijk kunnen worden verklaard, hebben dezelfde betekenis.)

Dan wil ik u wijzen op contact met stralende figuren,

Het is nu niet direct nodig, dat Jezus met de 12 apostelen op bezoek komt; het kan ook een Meester of iets dergelijks zijn; of het kan ook een directe en onredelijke associatie met de naam van een Meester of een grote profeet zijn. Dit betekent in 9 van de 10 gevallen dat niet de profeet of de Meester zelf, maar de kracht waarvan hij de vertegenwoordiger of uiting is, in uw nabijheid sterk aanwezig is, Kunt u de associatie thuisbrengen, dan is het wel het ogenblik u daarop ‑ hetzij door contemplatie of concentratie ‑ verder in te stellen, dan wel daden te stellen in overeenstemming met de kracht die in uw omgeving is.

Als u droomt van doodgewone dingen, gewone dagelijkse handelingen die elkaar op een vreemde manier afwisselen, of als u onredelijke associaties krijgt (bv. u bent net bezig een put schoon te maken en u denkt er ineens aan, dat u nog een klosje, achter de deur moet timmeren, terwijl het eigenlijk helemaal niet nodig is), dan moet u zich altijd afvragen, of het zo opkomende beeld in verband staat met het volgende:

  1. Openen of sluiten van huizen, kamers of perioden,
  2. Het beëindigen van een bezigheid, het voltooien van een werk ofwel het beginnen daarvan, de aanvang van een streven. In al deze gevallen betekent het beeld, ongeacht de associatie, dat voor u een nieuwe taak ligt te wachten. U hebt in de werkelijkheid een nieuwe taak. Concentreer u in dit geval ‑ vooral als esotericus ‑ op uw innerlijke stem. Vraag u verder eens goed af, of u inderdaad niet toe bent aan een vernieuwing, en begin naast uw huidig streven niet een nieuw streven dat aan uw innerlijke stem beantwoordt. Dit kan evengoed een studie zijn of een lichamelijke bezigheid als een nieuwe wijze van geestelijk streven.

In alle genoemde gevallen zijn vele parallellen te noemen en aan te tonen. Voorlopig hoop ik echter dat u niet deze uitleggingen genoegen wilt nemen. Zij zijn overigens psychologisch niet verantwoord, dat zeg ik u erbij. Ze zijn echter wel verantwoord indien men een werkelijk innerlijk strevend mens is, omdat in deze de normaal stoffelijke associaties geen rol meer spelen.

Als u uitgaat van het door mij gestelde, dan zult u ontdekken, dat wij ‑ door op de juiste wijze van synoniemen gebruik te maken – de voor ons onbewust bestaande contacten met geestelijke krachten, werkingen en waarden in het Al, tot bewuste en daardoor ook tot door ons bewust bruikbare ervaringen kunnen maken.

Het is belangrijk dat de mens zich bewust is op welke plaats in het web der krachten hij zich bevindt. Hij zal dan zijn vermogen tot den­ken en tot handelen evenals de hem ten dienste staande krachten, daardoor positief kunnen gebruiken om tot het Goddelijke in te keren en zo de verbinding te vormen tussen het stoffelijke in zijn desnoods meest primitieve en laagst‑chaotische vorm en het absolute beeld van de kosmos, de perfecte werkelijkheid, die in God reeds bestaat.

De achtergronden van de vuurmagie

(Door een oud‑Perzisch priester.)

Men heeft mij gevraagd u iets te vertellen van de achtergronden van de oude vuur‑magie en van het geloof en het denken van hen die deze magie in hun zoeken naar waarheid beoefenden.

Waar wij het vuur zien als een louterend element dat alles verteert en doet vervallen tot stof, maar de essence daarvan vrijmaakt, zien wij het vuur als de poort tot een ander bestaan, een andere werkelijkheid.

Het vuur is de louterende en de bevrijdende kracht. Wanneer wij uitgaan van dit vuur, zo is het duidelijk dat ons streven en denken eveneens gericht moet zijn op loutering, op een vervallen van het overbodige, op het vrijmaken van de essentie in mensen en dingen. Wij beginnen daarbij vaak met magische rituelen, komen tot aanbidding van natuurverschijnselen en aanbidden zelfs de­ zelfgeschapen vlam, omdat zij voor ons het symbool is van het grote en het machtige. Ik weet dat men ons later heeft verweten dat wij bijgelovig waren. Ik wil trachten duidelijk te maken wat deze magie was.

Wanneer ik een mens louter door de vuurproef, zo tracht ik hem te louteren van zijn denken zowel als van zijn kwalen. Wanneer ik mijzelf voorbereid om door het vuur te gaan, dan doe ik dit om te bewijzen dat ik rein, zuiver en waardig ben. Wanneer ik een ritueel volbreng en spreuken uit een lang vergaan verleden uitspreek, dan doe ik dit omdat zij voor mij waarde hebben en waar zijn.

Elke magie is een zoeken naar oerkrachten en een oersymbool. Het is onmogelijk om als Mirzahmed bv, een vaste leer op te stellen, een vaste proef. Er is slechts het persoonlijk zoeken naar een weg, er is de overlevering van geheimen en van gedachten. Wij zijn daardoor niet meer dan mensen, maar wij zijn de meerderen van alle mensen die niet van deze geheimen afweten.

Wanneer ik de symbolen ken en de poort open door het vuur, zo reinig ik mijzelf in de aanschouwing van de vlam. Ik baad mijzelf misschien in haar rook en haar essence. Zo verdrijf ik uit mijzelf de beperkingen van het heden en aanvaard ik een toekomst. En dan zie ik wat voor mogelijkheden er in die toekomst liggen en ik spreek het orakel. Maar ik spreek het uit in naam van het vuur, want slechts door deze poort van loutering kan ik die toekomst kennen.

Ik spreek van sterren als vuren aan de hemel. Niet omdat zij vuren zijn, maar omdat zij het symbool zijn van reiniging en loutering.

Meesterschap bezitten in de magie wil niet zeggen, meer of anders zijn dan een mens. Wel, beseffen dat naast de menselijke werkelijkheid er een tweede bestaat.

Roep vuurgoden op. Laat uit de vlam, de machtige strijders, de verterende demonen komen. Wij kunnen dit doen door suggestie, door de beheersing van onszelf en zo van de menigte. Maar wij weten zeer wel, wat getoond wordt is niet waar. Het is een droom. Maar deze droom is machtiger dan de werkelijkheid.

Gij zult zeggen; “Maar zien dan allen niet hetzelfde beeld? “Ach ja, allen zien hetzelfde beeld, want allen die niet weten, zijn onderworpen aan de waan der mensen. Allen die wel weten, zijn vrijwillig onderworpen aan dezelfde voorstellingen en beperkingen, omdat zij immers slechts de uitdrukking zijn van een hoger iets, wat erachter ligt.

Wie het vuur kent, is machtig. Bezittingen en rijkdommen vloeien hem toe. Maar voor wie waarlijk het vuur kent, hebben ze geen zin, want het vuur verteert ze.

Men brengt een offer aan het vuur en niets blijft over, niet omdat men daarmee een offer wil brengen en daardoor schoonheid of rijkdom wil overbrengen naar een andere wereld, zoals de eenvoudigen denken, maar omdat men hun wil tonen dat het stoffelijke op zichzelf, het beperkte op zichzelf niet voldoende is.

Ge vraagt u af, wat vuur‑magie is. Het is eenvoudig te zeggen: Vuur stellen wij in de plaats van God; niet als God, maar in de plaats van God. Zoals men eens ook de God der Joden aanbeden heeft in de gedaante van een vlam. En wij zien het licht als de vijand van het duister. Het licht en het vuur zijn in ons en bestrijden het duister en de nacht in ons.

Nacht is dood en ondergang, vuur is licht. Waar ondergang noodzakelijk is: neem het licht weg, neem het vuur weg en niets blijft over dan bederf. Daar waar veredeling nodig is: laat het vuur sterk gloeien en branden, laat het zijn offers vergen, laat het de mens verteren en hem gelouterd achterlaten.

Men wierp ons voor dat wij mensen hebben verbrand. Er zijn dwazen geweest die dit deden met onschuldigen. Maar als een mens schuldig is, is het dan niet beter om hem te louteren, dan hem te laten verkommeren in het duister, dat dan zijn noodlot wordt?

Wij hebben regen geroepen en onweer. We hebben getracht de stromen te beheersen en wij hebben het vuur in de bergen doen spreken. Want wie het vuur kent, is machtig. Maar besef wel, dat het vuur voor hen, die werkelijk recht, werkelijk God en werkelijk licht zochten, altijd het symbool was.

Symbolen zijn nodig. Ze zijn een middel tot macht, Symbolen zijn nodig voor mensen, zelfs wanneer zij de gefantaseerde figuur van een demon worden. Want slechts door symbolen zijn mensen te beheersen en te begrijpen. Een mens te leiden door waarheid is vaak niet mogelijk. Zo geef hem velerlei dromen, geef hem het wonder en het onbegrijpelijke. En wie niet kan en niet wil streven, die onderwerpt zich eraan en leeft tenminste in het licht en de warmte van het vuur om tenslotte, gereinigd te worden. Maar zij, die meer beseffen, zij zoeken achter de dingen, achter de gehei­men. Want er zijn velen ingewijd, die niet geleerd hebben in de scholen van priesters, die niet in de eenzaamheid van de bergen hebben gezocht, maar die alleen in zichzelf vonden dat, wat niet waar was, wat niet waar kón zijn; en wetend wat niet waar kón zijn, leerden zij dat achter de on­waarheid een waarheid ligt verborgen. Zij waren vaak de grootsten. Azzeyalid was eens een machtige op dit terrein, En niemand heeft hem ooit geleerd. Wanneer hij sprak voor het volk, dan sprak hij in de termen die ook wij gebruikten. Wanneer hij leraarde, leraarde hij de stellingen die ook wij verkondigden. Want in de magie is het uiterlijk noodzakelijk om het innerlijke te verbergen, is de vorm nodig om aan het vormloze een voor de mens vatbare gedaante te geven,

Ik weet dat ik mijzelf voor u niet behoef te rechtvaardigen, Dat hebben tijd en licht gedaan. Maar ge moet beseffen wat magie is, vooral de magie van het vuur, de magie van de loutering. Zij betekent: uiterlijke vorm en overdaad, waarachter innerlijke reini­ging zich afspoelt.

Zij betekent: onvoorstelbare veelheid en verscheidenheid, waaruit de eenvoud kan worden gewonnen. In mijn dagen zeiden wij: “Het is onmogelijk iemand tot magiër te maken. Hij maakt slechts zichzelf. Ik meen dat dit ook waar is in uw dagen. Misschien leert gij andere waarden dan het vuur. Maar zoekt ook gij niet de loutering? Gij kent misschien andere wijzen van denken en van leven dan het offer, dan de overgave of de leegheid van het ritueel misschien, waarachter de waarheid schuilgaat. Maar voor velen geldt nog ditzelfde. Eens heeft men mij gezegd dat een doolhof het beste beeld is van de leringen van de magie. Een weg waarin ge zelf zoekt en die ge zelf moet gaan. Wat men u kan leren is het onbelangrijke, zo zei men mij. Maar dat, wat gij ‑ dit beschouwende ‑ zelf leert, is het enig ware en belangrijke.

Zoals wij ten slotte onze weg in eenzaamheid gingen, wetende dat het vuur een natuurlijke kracht is en het toch God noemden; wetende dat het lou­tert en toch een andere loutering in onszelf beseffende, zo zult gij le­ven in uw dagen.

De innerlijke achtergrond is deze;

Elke mens droomt van een ware wereld. Een wereld vol van licht, vreugde en goedheid. En elke mens ziet een voortdurende strijd, waarin licht en duister in chaos tegen elkander opbotsen. Wie nu alleen de strijd beziet, kan nooit de waarheid vinden. Maar wie alleen de droom van licht beziet, zal altijd machteloos blijven. Zoals in u een strijd is tussen licht en duister en zo ook op geheel uw wereld, zo bestaat er een dergelijke strijd om te komen tot een juist begrip. Uw God kunt ge niet kennen dan door strijd.

Wie echter in de strijd het vuur durft aanvaarden (d.i. de beproeving en de loutering), wie het licht, dat het vuur geeft, wil gebruiken om het duister te doorgronden, die vindt de waarheid. Niet de wereld, die hij zich droomt en niet de eeuwige strijd van de verschijnselen, maar een vreemde, gelukkige wereld, waarin het vuur is geworden tot een vloeibare essence die alles doortrilt, terugkerend tot het leven dat het betekent naast loutering.

Elke mens draagt in zich het vuur. Maar slechts indien hij daardoor is gelouterd, kan hij de wereld van het vuur betreden.

Elke mens erkent buiten zich iets dat voor hem is als het vuur. Een God om aan te roepen, een symbool om te gebruiken, een wapen en een kracht. Dit uiterlijke is de vorm. De vorm van zijn dagen, van zijn tijd en van zijn wezen.

Maar wie in zich het vuur voelt, in zich weet dat het is een kracht, die laaiend omhoog kan stijgen om, zich uit het eigen wezen met het groot‑ kosmische of het wereldvuur te verenigen, beseft: Uit het uiterlijk en de vorm kan ik de werkelijkheid vinden. Door het uiterlijk ritueel, door de magie en het gebruik vind ik de werkelijkheid en maak ik het anderen mogelijk hun waan te dragen en van daar tot werkelijkheid te komen.

Schep het goede met de middelen die gij kent. Wees gezag voor hen die zelf niet durven of kunnen gaan.

Wees wonderdoener en meester voor hen die een wonderdoener of meester van node hebben,

Lees het schrift van de hemelen, versta het woord van de wachtvuren aan de hemel. Lees de wereld en haar gebeuren. Maar wees in uzelf de gelouterde, die het onbelangrijke als een mantel draagt, daardoor verbergende de glans die hij in zich heeft gevonden, tot de ogen van anderen in staat zijn die glans te verdragen.

Dit is de hoogheid van de ware magiër. Dat is de innerlijke wereld van de machtigen uit mijn tijd en van de waardigen en krachtigen in uw dagen.

 Ik wens u toe de loutering door het licht en het vuur, het begrip dat u uit de doolhof der waan doet zien uw waarheid uw licht, uw band met de levende oneindigheid en de kracht om uw eigen paden te volgen, tot ook gij meester zijt van het vuur, heerser over duister en dienaar van de verborgen krachten. Want dit is het Schoonste dat bestaat.

U zij vrede gegeven en licht.