Runenmagie

De mensen denken aan runen als lettertekens uit de Germaans-Keltische cultuur. Dat is gedeeltelijk waar, want hun oorsprong ligt veel verder terug. Als wij gaan kijken bv. bij het ‘Iraans Onderras’ (dat is de benaming die werd gegeven door de Theosofen), dan vinden wij ook daar runen. Nu rijst de vraag: Wat waren toen runen? Wel, runen waren stokjes, die werden gebruikt als een soort orakel. Men gooide deze om antwoord op een vraag te krijgen. Het aantal stokjes dat men wierp verschilde nog weleens naar gelang van de belangrijkheid van de vraag of van de vraagsteller.

Bij de Germaanse gebruiken, die toentertijd in een deel van Nederland bekend waren, werden doorgaans oneven getallen toegepast. Het oneven getal wordt overigens in de kabbala en in vele magische praktijken gebezigd. Waarom? Omdat aan het oneven getal ‑ vooral aan het priemgetal ‑ als op zichzelf staand en ondeelbaar, een speciale eigenschap, goddelijk of priesterlijk werd toegekend. Verder redeneerde men als volgt: Als ik de goden aanroep en ik werp de staafjes dan zal de boodschap der goden daarin leesbaar worden. Men meende dus dat het toeval niet bestond. Dit houdt echter in dat door het werpen van deze staafjes op een bepaalde wijze het toekomstige gebeuren uit de figuren kan worden afgelezen. Dat wil zeggen: de toekomst is reeds bepaald en daaraan is geen ontkomen meer mogelijk. Het is dit gevoel van onvermijdelijkheid dat een zo grote rol speelt in de gehele verdere ontwikkeling die met de runen in verband staat. Deze denkwijze van het noodlot dat dwingt kent U allemaal. In de oude tijd werd de mens geconfronteerd met de bezielde natuur, gepersonifieerd door vele goden die over zijn lot beschikten. Als er iets op aarde gebeurde, dan moesten de goden daarop reageren. Er bestaat n.l. een wederkerigheid: “Zo boven, zo beneden!” Dat wordt misschien wel eenvoudiger uitgelegd en wat magischer aangepakt, maar deze wederkerigheid vormt de achtergrond.

Eens was er een man, die nadat hij met het werpen van de runen niet het gewenste antwoord kreeg, op het idee kwam het de volgende keer op een andere manier te doen. Deze handige man begon dus de runentekens zodanig te leggen dat het gewenste antwoord onvermijdelijk was. Pas daarna riep hij de goden aan en stelde zijn vraag. Want hij redeneerde als volgt: De Goden zien het toch niet wanneer ik de runen gooi, zo slim zijn zij niet (het is werkelijk opvallend dat de mensen meestal aannemen dat de goden net zo dom zijn als zijzelf). In dit geval bovendien nog, dat de goden dan wel verplicht zijn ervoor te zorgen dat van alle mogelijkheden slechts die ene door de runen aangeduid, een grote rol zal spelen.

Hiermede werd iets geboren, dat veel grotere consequenties zal hebben dan deze “handige man” ooit had kunnen voorzien. Er bestonden namelijk bepaalde combinaties van deze runenstaafjes waarvan het ene staafje bv. het “leven” aanduidde en een ander de “dood”, weer een ander staafje betekende “open” en een ander staafje “gesloten”. Kortom,er waren zoiets van 24 tekens die later werden uitgebreid tot 33. Eerst werden deze runen slechts wichelend gebruikt, later ging men woorden daarmee vormen. Want men moest een woordenlijst hebben om zijn wensen te kunnen formuleren voordat men de goden aanriep. Zo ontstond de runenmagie en gelijktijdig werden de runen meer en meer een soort “ideografisch schrift”, d.i. een weergave van begrippen en ideeën.

Dit concept van de rune als vehikel van een idee is tot in het heden nog terug te vinden. Zelfs in de handlijnkunde ‑ hoe vreemd het ook moge aandoen – bestaat er een “rune van de hand”. Vooral in Duitsland wordt deze methode toegepast om de handlijnen te duiden, waarbij men het heeft over de “horoscoop”. Deze horoscoop past in het lijnenstel van de hand en geeft in een bepaalde volgorde een aantal vakken aan. De “rune van de hand” begint op een gegeven punt van de hand en loopt zigzag door de palm om dan “net als een pijl” weer te verdwijnen. Dit heeft de volgende verklaring: De lijnen interpreteert men naar gelang van een systeem. Doch het is het leven dat deze lijnen heeft gegrift. Daarom is het een eeuwige waarde en een levende waarde. Als wij deze hand willen lezen, dan is daarin het besluit van de goden, van de natuur of hoe men het wil noemen, reeds vastgelegd.

Er bestaat nog een ander begrip van de rune die bewaard is gebleven tot in de huidige tijd. Hoofdzakelijk in de Scandinavische landen is de rune nog hecht verbonden met de mythologie en de magische kracht der goden. Hierbij gaat het om de oorspronkelijke functie van de runen, namelijk de voorspelling. Zo spreekt men thans nog van het “zingen van een rune” die dan een orakel‑ of toverspreuk inhoudt. Bijzondere omstandigheden of gebeurtenissen, de aanwe­zigheid van bepaalde persoonlijkheden en vooral de sfeer kunnen de aanleiding zijn dat een der hedendaagse skalden een “Rune” voordraagt waarin verleden en heden verweven zijn tot een fijne draad, gesponnen door de drie Nornen of schikgodinnen.

Steeds weer ontmoeten wij het denkbeeld van de “dwingende kracht”: het noodlot, kismet, fatum of hoe men het dan ook moge noemen.

Het dwingend karakter van het noodlot en het geloof in de voorspelling der runen.

De rune was oorspronkelijk niets anders dan wichelhout waarvoor de hazelaar bij voorkeur werd gebruikt. De wijze waarop de mens magisch dit benaderde gaf aanleiding tot het ontstaan van de runentekens, die later de vaste runentekens, de woordtekens, de begripstekens werden. De toepassing van deze begripstekens als de “Wil der goden” bleef echter heel lang bestaan en speelt zelfs nu nog een rol in bepaalde vormen van het occultisme.

Wat kon men met de Runen doen?

Men kan een vraag stellen aan de goden. De procedure was eenvoudig genoeg: Men nam een aantal stokjes in de hand, hield deze vast bij elkaar en maakte ‑ dat was gebruikelijk ‑ met deze stokjes dan het teken van de hammer. Daarna werden de geworpen runen geïnterpreteerd.Wat valt hierbij op? Alle dwingende krachten, die niet van de mens zelf zijn, worden aangeduid met gesloten tekens: d.w.z. dat er geen straal, geen richting werd aangegeven. Alle krachten, die de mens zelf betroffen, worden aangeduid met open tekens. Als voorbeeld kan gelden: de levensrune of de doodsrune die tegenwoordig nogal opgang maken als symbolen voor de ene of andere “ban de bom‑actie” of een dergelijke, want ook dat zijn runentekens.

Met gesloten tekens wordt gesteld, dat deze invloeden onaantastbaar en onveranderlijk zijn. Maar alle levenskrachten, dus de invloeden die van onszelf uitgaan, kunnen daarom door onszelf worden beheerst, want het is iets dat van ons uit gebeurt. Dat is namelijk zeer belangrijk in de magie.

Om deze redenen kan de magiër het zich niet permitteren slechts met “gesloten” tekens (namelijk kosmische tekens) te werken. In elke samenstelling zal hij aan een “open” teken de voorkeur geven, al is het maar om aan te duiden hoe zijn wil ‑ in casu ‑ de wil van de god die hij aanroept, werkzaam is. Dit houdt eveneens in, dat deze runen geen cirkels vormen, want een runencirkel kan slechts daar bestaan waar een kosmisch begrip of samenhang wordt aangeduid. Elke andere vorm ‑ dat kan van de doolhof tot de open rechthoek of de gedeeltelijk open driehoek gaan ‑ geeft alleen maar aan wat veranderlijk is, dat wil zeggen: menselijke en geen kosmische begrippen.

Terloops zij opgemerkt, dat een god ook een werkend principe is. De godheid doet iets. Daarvan is de gelovige overtuigd totdat blijkt, dat deze god niets uitvoert en dan gelooft de gelovige niet meer in deze godheid. Daarom,als ik een god wil aanduiden moet ik daarvoor een teken hebben. Dit teken mag natuurlijk niet zuiver menselijk zijn, d.w.z. dat het slechts een richting aangeeft. Hoe kan het dan zijn? Het kan bv. het samengaan van twee vlakken voorstellen. Er zijn steeds twee lijnen in verschillende richtingen: dus een T‑vorm al dan niet verrijkt met verschillende daarvan uitgaande stra­len. Het zou ongeveer op een drietandteken (zoals het symbool van Neptunus) kunnen lijken. De tekens van de goden geven dus wel een actie aan maar dit op twee vlakken. Hiervan vinden wij een goed voorbeeld in de zogenaamd gehei­me tekens van de planeten. Deze werden namelijk als godheden beschouwd en daarom fungeerde de zon eveneens als planeet dus ook als godheid.

In deze tekens is de kosmische gerichtheid terug te vinden. Het zijn allemaal gesloten runen. Bijvoorbeeld een huisje met een dakje of een vierkant met een streepje er doorheen. Eveneens ziet men vaak tekens met langere en kortere in twee richtingen lopende lijnen met daarop een aantal verticale strepen zonder dat deze de horizontale lijn doorkruisen. Hier is dan sprake van een bepalende invloed van zo’n planeet. Deze tekens worden nog vandaag de dag in bepaalde vormen van de zegelmagie gebruikt.

Bij het vervaardigen van magische zegels dient het gesloten teken om een kosmische positie aan te geven. Het open teken, uit twee vlakken bestaande, dient als aanduiding van de invloed die wordt uitgeoefend. Daarnaast hebben wij de directe bezweringstekens die zich aan de top van het zegel of daaronder bevinden. Soms ziet men deze eveneens in het centrum van een zegel, dus niet in de randschriften die er omheen staan, Indien deze symbolen helemaal vrij staan, dan hebben zij betrekking op mensen net zoals de levens‑ of de doodsrune en omdat het krachten zijn, die men aan de goden toekent, heeft men balletjes in het zegel getekend. Hoe het ook zij, hier is weer de oude runenmagie tot leven gekomen. Want de runenmagie was nog niet uitgestorven toen de laatste barden of skalden zich terugtrokken en zich schuil hielden toen de “Ragnarök” uitbrak. Neen, het is werkelijk een levende magie die nog vandaag aan de dag voortleeft.

Waarde van de runen.

De runenmagie is een overlevering, die waarschijnlijk een dominerende rol heeft gespeeld gedurende het tijdvak van twee of drie subrassen (in de theosofi­sche betekenis) en die nog steeds ‑ zij het ook in mindere mate ‑ wordt ge­handhaafd. Hoe komt het dat de runenmagie nog voortleeft? Omdat dit lijnenspel kennelijk de mens in staat stelt bepaalde waarden van de oneindigheid te vi­sualiseren en daardoor een ruimer begrip te verkrijgen. Een frappant feit, dat niemand tot nu toe heeft opgemerkt, is het voorkomen van een kruis onder de runentekens. Het is wel geen katholiek kruis, maar wel een kruis dat halverwege op een X lijkt en als aanduiding van het noodlot werd gezien. Bij een kruis met een horizontale balk verandert de betekenis, want dit duidt op een openstaan voor de goden (d.w.z. het ontvangen van de magische gave der goden). Deze rune wordt trouwens gelezen als symbool van vereniging, trouw en ook het huwelijk, want de oorspronkelijke diepzinnige betekenis der runen heeft plaats gemaakt voor een oppervlakkige zeer mondaine,interpretatie. Overigens is het hier niet de verticale balk, maar de bijna horizontaal liggende balk, die de kracht der goden opvangt als impuls om daardoor zichzelf beter waar te kunnen maken. Want deze “kracht der goden” stelt de mens in staat zijn begonnen taak ‑ zijn persoonlijkheid ‑ beter te kunnen verwezenlijken.

Om de vroegere gedachtegangen enigszins te begrijpen volgen hier een paar scènes uit de tijd toen deze runen nog zeer in zwang waren.

Een man was ziek geworden en zoals gebruikelijk wordt de tovenaar geroepen. Deze toverdokter zei: “Wij moeten hem eerst in contact brengen met de kracht der goden”. Zij gingen dus naar de heilige eik of de heilige wilg ‑ of wat er toen bestond, meestal was het een eik. Men gaf de voorkeur aan een eik met een gespleten stam. De zieke man werd dan door de spleet van die boom gehaald. Men had toen nog geen verdoving en dat was net zo pijnlijk als een operatie: maar het moest eenvoudig gebeuren, want ‑ zei men – zo werd hij geladen met de kracht der goden. De zieke wist dan natuurlijk nog niet wat met hem nog meer stond te gebeuren. Zo kwam het dat maar heel zelden iemand, die zoveel pijn had geleden bij het doorhalen door de gespleten boom niet zei: “ik voel mij beter en ga weg”. Er stonden een of twee tovermannen bij met een soort “schouderrokje”. Zij begonnen met de hand uit te steken naar de zieke man. Dan grepen zij in een buideltje en haalden de runenstokjes eruit. Deze werden over het lichaam van de patiënt bewogen opdat door de kracht der goden de kwaal geopenbaard zou worden. De familieleden stonden erbij. Men had alles betaald en wilde ook precies weten wat er gebeurde: (tegenwoordig zou niemand eraan denken om bv. een operatie bij te wonen, omdat men ervoor heeft betaald). Op dat ogenblik werden dus de runen geworpen. En evenals bij specialisten, indien er twee aanwezig waren, dan konden zij het nooit met elkaar eens zijn. Soms werd dan nog iemand erbij gehaald. Dit gebeurde vooral, als de familie “er goed bij zat”. Na afloop van dit consult werd dan gezegd: Zie, hij kan nog lang leven, want daar ligt een levensrune, maar voor dit leven is het nodig ‑ dat zit erin besloten ‑ dat hij in contact wordt gebracht met bepaalde kruiden of voedsel. Het gebeurde ook dat de patiënt moest worden ingesmeerd met het vet van een wild varken dat net gejongd had. Deze eigenaardigheden kende men toen evengoed als thans. Ziekte en geneesmiddel werden dus uit de runen “gelezen”. Daarna verdwenen de runenstokjes weer in de buidel waar zij vandaan kwamen.

Er was toen een handige man (want handige jongens bestonden er in de oude tijd evenals vandaag) die zei: “Ach, dat runengooien, dat is toch niks.” Hij had namelijk een lindeboom gevonden, die stond in de buurt van het hui­dige Lunteren op de Veluwe. Deze boom was sterk gespleten. Het is zelfs aan te nemen dat men de spleet nog had vergroot, zodat het weinig moeite zou kosten om iemand daar doorheen te halen. Wat deed bovendien deze handige man? Hij tekende boven in de boomstam drie runen, t.w. 1. de rune van het “leven”, 2. de rune van de “vuurgod” voor de listen en de handigheid die men nodig heeft om te overleven en 3. de rune van de “oppergod”, die in zijn goedheid voor het materiële welzijn van de mens vaak placht zorg te dragen. De handi­ge man zei dan: “Daar staan drie zo belangrijke runen dat iedereen die daar doorheen wordt gehaald dit zonder meer kan overleven.” Hij kreeg dank zij de­ze methode een heel groot inkomen. Maar hij heeft het niet overleefd toen een patiënt overleed. In het verleden werd op deze wijze magie uitgeoefend.

Ter beveiliging van een plaats worden eveneens runen geplaatst. Meestal gebruikte men tekens die demonen op een afstand moesten houden, maar ook tekens die onbevoegden met de wraak der geesten en goden bedreigden. Men zou kunnen vergelijken met een “verboden toegang”, maar dan niet strafbaar volgens de Wet. Daarvoor in de plaats luidde de waarschuwing: “Anders dan wordt je door de demonen achtervolgd en zal de wraak der goden je vernietigen”.Maar desondanks waren er genoeg mensen die deze waarschuwingen in de wind sloegen en daardoor omkwamen. Dit gebeurde omdat zij té sterk ervan over­tuigd waren dat hen iets moest overkomen. Dergelijke voorvallen kenmerken de primitieve magie die gebaseerd is op suggestie. In de oudheid werden de men­sen op deze wijze door de runenmagie beïnvloed. Werkt thans niet het moderne­ advertentiewezen met suggestie? Vandaag aan de dag wordt een “image” gescha­pen, vroeger was het een “voorstelling”. Natuurlijk had toen de suggestie nog meer vat op de mens. In het heden moet de massa eerst door middel van eigentijdse denkbeelden overtuigd worden. Vroeger was dit eenvoudiger. De vrees voor het onbekende wekte ontzag voor degenen die de runentekens vervaardigden (dit waren de echte tovenaars) en die deze konden interpreteren in hun samen­hang.

De runenmagie werd ‑ tenminste in West‑Europa ‑ voor een groot gedeelte bepaald door het geloof in de werking en macht der runen. Waarom hadden deze runen zo’n grote macht? Verhalen, legenden kenden een dwingende invloed toe aan de runen. Want runen waren het maaksel der goden: zij waren heilig. Hun kracht was namelijk gelegen in het feit dat men zelf niet in staat was de tekens te begrijpen noch te interpreteren. Nu is het merkwaardige: ofschoon de tijden zeer veranderd zijn wat de menselijke kennis, levensgewoonten en milieu betreft, zo is de runenmagie toch blijven voortleven. Voordien werd de diepere, haast esoterische betekenis van de runen aangeduid. Nu volgt de meer praktische benadering.

Hoe werkt men met de runen?

Een lijn kruist een lijn. Dat lijkt zo eenvoudig. Maar eigenlijk geeft men reeds richtingen aan. Richtingen zijn dimensies of mogelijkheden. Meerdere lijnen sluiten een vlak af. Wat betekent dit? Hier is een begrenzing of een gebied waarin vier krachten gelijktijdig werkzaam zijn en van waaruit geen uitwijkmogelijkheid bestaat. Indien ik er meer lijnen bij trek, ontstaan er meer richtingen en meer dimensies en ook wel meer mogelijkheden. Zelfs op een stuk papier of ‑ zoals dat vroeger gebeurde ‑ meestal op gladgestreken zand kan men dus met dit “lijnenspel” meer mogelijkheden scheppen en doelein­den verduidelijken. Want als de mogelijkheden groter worden, dan begint men te leven dan groeit men en leert de beperkingen te overwinnen. Als de moge­lijkheden steeds kleiner en beperkter worden, dooft het leven uit. Want dan kan men zelf niets meer bepalen. Het denkbeeld, dat elke afmeting in een andere richting 90 graden moet afwijken of verschillen van de vorige richting is niet juist. Er zijn kleinere verschuivingen mogelijk en elke verschuiving betekent een verandering, dus een nieuwe wereld.

De wereld is voor degene die met de runenmagie werkt, gevuld met een groot aantal “subwerelden”. Elk van deze subwerelden heeft haar eigen kracht, invloed en verhoudingen zowel als haar eigen bewoners. De lijnen geven juist aan vanuit welk wereldje voor mij invloeden vandaan komen, waarmede ik dus a.h.w. een binding heb. Iemand kan sterk zijn, maar de sterkste heeft niets aan zijn kracht als hij niet iets ontmoet waartegen hij zich kan afzetten, waartegen hij kan duwen. Er moeten twee punten zijn. Een punt waarop men zich baseert en een punt waarop men ‑ op welke wijze dan ook ‑ een pressie kan uitoefenen. Wanneer dat ene vlak nu ontbreekt ‑ of dat nu de houvast is of de weerstand waartegen men zou willen drukken ‑ dan kan men niets doen. Onder deze omstandigheden is de mens machteloos. Dat wil zeggen, zodra er geen wereld is waarop hij invloed kan uitoefenen en indien er in hemzelf geen waarde of wereld leeft die hem als basis of maatstaf kan dienen.

Dat klinkt erg mooi, ofschoon het een eenvoudig en zeer zeker geenszins nieuw denkbeeld is. In deze dagen wint het zelfs steeds aan actualiteit. Indien U zich bezighoudt met ruimtevaart, dan weet U hoe belangrijk hier het bewegen in een ruimte zonder zwaartekracht is. Eigenlijk is het de wil te overleven die ons dwingt op de ene of andere manier een weg te vinden. Door de astronauten is het bewezen dat, als men zonder voldoende “elan” of stootkracht een beweging maakt, en dit in een ruimte zonder zwaartekracht, men eenvoudig blijft hangen. Dan moet men “blazen” in de richting van de meest dichtbij zijnde wand en zie, zo drijft men naar de tegenoverliggende wand. (n.l. tegenover de blaasrichting).

Nu is het bv. ook zo dat men met de fijnste kracht veel kan bereiken zelfs als er maar weinig weerstand is. Want deze weerstand ontstaat pas op het ogenblik dat wij in de andere wereld binnenkomen en a.h.w de zwaartekracht van de andere wereld in werking treedt. Dus wat doet men? Men let erop welke werelden voor ons toegankelijk zijn. Als er nu twee werelden bestaan, die wij kunnen bereiken, dan is het misschien eveneens mogelijk deze twee werelden door middel van ons wezen of door onze invloed onderling in contact te brengen. Dan kunnen invloeden, die normaliter ons zouden beheersen, elkaar compenseren. Dit geeft mij de kans doordat deze twee krachten elkaar in evenwicht houden om zélf een vrije keuze te doen. Dit denkbeeld wordt dan uitgesponnen in een groot aantal lijnen: het is overigens terug te vinden in de zogenaamde “Heelrune” en eveneens in de “Baarrune”.

Waarom dit spel van lijnen, dit vastleggen van gedachten in tekenen die later emotioneel worden geladen opdat deze rune of dit magisch zegel kracht moge uitoefenen? Steeds weer grijpt de mens terug naar de magie, naar het geheimzinnige, naar de in het onbewuste sluimerende krachten. Hierin kan hij zich nog uitleven en aan zijn fantasie de vrije loop laten. De mens meent met de natuurkrachten te kunnen werken en daardoor deze ook te kunnen beheersen.

Het is dit geloof in krachten die buiten het ik zijn gelegen, dit verplaatsen van ons energiebesef in een abstract teken dat aan de magie der runen een bijzonder karakter geeft. In het concipiëren van de runen, in het “lijnenspel” is een magische procedure verborgen. Om dit “lijnenspel” te kunnen begrijpen moet men leren “anders” te denken, “anders” te concluderen. Hier is er niet sprake van een Amulet ter bescherming, noch van een “Totem”. Dit Iraans Onderras (zoals de Theosofen plegen te definiëren) onderscheidt zich van de andere voorafgaande mensentypen door zijn capaciteit abstract te kunnen denken.

Aan de hand van de zegelmagie kan de runenmagie beter worden begrepen. Beschouwt men namelijk de zgn. persoonlijke zegels, bijvoorbeeld van een planeetgeest zoals Mars: het symbool van de daadkracht en impulsiviteit of het mannelijke exoterisch gerichte levensprincipe, dan is duidelijk dat er hier een lijn naar boven en naar beneden moet lopen. Want zo’n zegel is niets anders dan de omschrijving van de krachten waarover de geest in kwestie beschikt. Een zegel geeft dus slechts een krachtencombinatie weer. Hier stoten wij op astrologische begrippen, want het samenspel van krachten die werden toegekend aan de planeten ‑ Mars in dit geval ‑ komt precies overeen met de in de astrologie aan de planeten toegekende eigenschappen. Zo komt b.v. in de astrologie Mars in de symboliek tot uiting als een ruiter met een kanssymbool (beker, dobbelsteen e.d.). Het gaat hier om de neiging risico’s te nemen en om erg horizontaal te reageren. De gedragslijn van de marsmens vindt men dus in het zegel van de planeetgeest zowel als in de astrologische karakteristiek. Deze overeenkomst is geen toeval. Beide zijn namelijk voortgekomen uit dezelfde bron. Eveneens de runenmagie was de uitdrukking van een bepaalde levensbeschouwing.

Hetzelfde heeft plaatsgevonden in Egypte: het ontstaan van een ideografisch schrift waarin de begrippen in vorm van hiërogliefen werden weergegeven. Men begon met de zegels der goden, waarmee men het karakter, de eigenschappen, van de goden aanduidde. Later zei men: Deze eigenschappen kunnen wij ook gebruiken als er geen god daarbij is betrokken, want met behulp van deze tekens kunnen wij eveneens andere ideeën uitdrukken.

Dit gebeurde in Egypte bv. nog lang voordat de twee Rijken van de boven‑ en beneden Nijl nog maar enige macht bezaten. Op een dergelijke manier is eveneens het runenschrift ontstaan. Deze runen zijn zelfs door hun uitbeelding van krachten en denkbeelden, zowel als de hier­uit voortvloeiende aanduiding van invloeden – net als een soort spoorboekje – voor gebeurtenissen. Wie namelijk in staat is de runen te lezen, die kan het toekom­stige gebeuren voorzien aan de hand van de bestaande evenwichten en algemene verhoudingen. Dit getuigt van het wichelkarakter der runen dat eigenlijk in het begin hun hoofdfunctie was en dat in hun magie zo sterk tot uiting kan komen.

De runenmagie kan nimmer het wezen der dingen veranderen maar wel hun werking. Uit een demon kan men geen god maken, maar met een bezwering op de juiste manier kan men zijn naam, dus zijn wezen binden aan een aantal runen die goddelijke eigenschappen weergeven. Dan kan ten aanzien van degene die dat zegeltje draagt de demon niet anders ageren dan als god. Hij moet gunsten verlenen, hij moet beschermer zijn, hij kan geen kwaad doen. En als ik nu bv. aan het beeld van god de eigenschappen van het slechte toevoeg, wanneer ik iemand wil ver­vloeken, dan bind ik de werkingen van deze god aan mijn eigen begrip. De mens denkt meestal dat hij alles kan bepalen en voelt zich in zekere zin als heer­ser van de onbekende wereld van de geest, net zo goed als van zijn eigen wereld.

In beide gevallen behoeft hij meestal niet ervoor te vechten, maar hij denkt. Daardoor is hij gekomen tot deze opbouw van lijnen: de runen. Daarin legt hij zijn wezen, zijn persoonlijkheid, eigenschappen, gewoonten, enz. en concentreert, zo zijn harmonieën en disharmonieën met al wat rond hem is. Want de emotionele verhoudingen bepalen ons beleven en daarmede ons besef van de mogelijkheden. Dit besef van wat mogelijk is bepaalt namelijk het resul­taat dat wij behalen.

Ik hoop te hebben verduidelijkt, dat in de runenmagie niet alles slechts humbug is, maar dat ook hier ‑ zoals in praktisch alle soorten van magie ‑ er sprake is van een richten en bundelen van krachten door de mens zelf. Het is het verlenen of wegnemen van zelfvertrouwen. Het is het scheppen van angst of van overmoed. Het is het zich concentreren op een doel en daardoor afwijken van de normale baan waardoor de geestelijke werelden eveneens worden beïnvloed. Elk wezen leeft door zijn harmonie met de kosmos. Naarmate deze harmonie meer bevat, zijn er minder specifieke verschijnselen, maar wel een grotere bewustwording en een sterkere persoonlijke resonans. Als men verschijnselen wil veroorzaken moet men aan magie doen en juist zeer eenzijdig ageren en reageren ten opzichte van de kosmos. Dit wordt bereikt door middel van de magische formules, door het gebruik van runen op de juiste wijze natuurlijk, want hiervoor is het scheppen van bepaalde beslotenheden en een bepaald openstaan t.a.v. het onbekende een vereiste.

Het belang van de windrichting.

Bij de druïden was de windrichting zeer belangrijk omdat men geloofde dat bepaalde krachten in een bepaalde windstreek thuishoorden. Men zei dan: Dat is een ontwikkeling waarin de krachten, die in een zekere windrichting vertoeven, een grote rol zullen gaan spelen. In het Christendom en in de Mithrasdienst vinden wij voornamelijk een oriëntatie in de oostelijke richting (opgaande zon). De verhouding duister en licht is hier klaarblijkelijk van het grootste belang. Trouwens in de oudheid spelen alle natuurverschijnselen een grote rol zodat ook in de runenmagie bepaalde windstreken als hoofdfactoren kunnen gelden. Dit stond vooral in verband met de genezende werkingen die aan de runen werden toegeschreven. Speciale runen moesten namelijk bij zonsopgang (in richting oost) worden opgesteld opdat de patiënt beter kon worden. Wij moeten niet vergeten dat zon en maan zichtbare tekenen waren. Maan en zon zowel als de overige planeten van ons zonnestelsel werden ook in de runenmagie betrokken. Hun algemeen bekende eigenschappen dienen ook hier als factor of esoterische waarde in het magische samenspel der krachten. Dat is begrijpelijk want zon en maan waren zichtbare tekenen en van magnetische velden en dergelijke hadden de mensen van toen maar weinig of geen verstand.

Wij moeten niet vergeten dat de maan een grote rol heeft gespeeld i.v.m. algemene oriëntatie. De maan was trouwens de eerste grote hemelgod die aanbeden werd.

Magie: Omstreeks 500 voor Christus tot ongeveer 500 na Christus is er een soort magie ontstaan, die zich baseerde op lijnen namelijk machtslijnen of noodlots­lijnen, zo dacht men toen. In die tijd werd een zegel vervaardigd voor elke kracht of macht die men kende. Ook de handlijnkunde blijkt in die dagen te zijn opgekomen. Er speelden zich heel eigenaardige voorvallen af. In de tijd van de heksenvervolgingen werden er zgn. duivelscontracten gevonden of gereconstrueerd. Het vreemde was, dat daarin een aantal duivels, aangegeven met de rang van eerste legeraanvoerder onder Lucifer of helse minister van Financiën, hadden getekend en dat hun handtekening doet denken aan oude planetenzegels of krachtenzegels. Men zou dus moeten concluderen, dat gepersonifieerde natuur­krachten of ‑invloeden, die op dergelijke zegels waren weergegeven later als kentekenen van helse machten werden gebruikt. Dit stemt overeen met de opvat­tingen van de heksenvervolgers. Heksen waren nu eenmaal natuurvereersters en als zodanig ontkenden zij de alleenrechten van de kerk. De reactie daarop waren de heksenvervolgingen. Om dezelfde redenen werden toen ook de joden vervolgd. Dit was de tijd van de eerste autodafe’s in Spanje. Dat de runensymbolen als zegels ter bekrachtiging van contracten met de duivel dienden betekent dat deze tekens langzamerhand vaste begrippen vormden in het collectief bewustzijn. De eenvoudige symboliek der runen ‑ later pla­netenzegels – hadden zich in de loop van vele honderden jaren versmolten met de opkomende begrippen van het Hogere, met het beeld van de Goden als ingrij­pende machten, met de natuur als Hogere Kracht.