Samenvloeiing van verstandelijk en innerlijk weten

uit de cursus ‘Het probleem van vernieuwing en ontwikkeling’ februari 1985

Wij bevinden ons in een tijd waarin veranderingen, al zijn ze voor u misschien niet zo opvallend, zich in een enorm snel tempo voltrekken.

Er is een tijd geweest dat de mens alles intuïtief deed. Er is daarna een periode gekomen waarin de mens alles technisch en logisch verantwoord wilde doen. In de laatste tijd is er een ommekeer gaande.

Wij zien steeds meer dat men intuïtief en bewust intuïtief reageert en dit dan op verstandelijke wijze inpast. Het betekent ook, dat hier en daar leerstellingen e.d. eigenlijk wat beginnen af te brokkelen. Een typisch voorbeeld kan ik u geven aan de hand van de laatste ontwikkelingen in China.

De mensen daar waren vroeger op hun manier erg gelovig. Er was een taoïsme waarin men geconfronteerd werd met de juiste plaats en de juiste werking. Men heeft dat een tijdlang voortgezet.

In het maoïsme heeft dit, op een andere manier toch ook zijn plaats gekregen. Nu echter is men tot de ontdekking gekomen, dat je door algemeen en centraal geleid voor eenieder de juiste plaats vast te stellen, eigenlijk elke mens de mogelijkheid ontneemt om op juiste wijze zichzelf te zijn. Dit heeft geleid tot een groot aantal veranderingen in China die u zeker hier en daar wel heeft kunnen vernemen

Er is bv. voor de landbouw een zeer grote mogelijkheid geschapen om, als eenmaal het vastgestelde quotum is geleverd, alle andere producten op de vrije markt te verkopen. Vreemd genoeg voerde dit niet alleen binnen 3 à 4 jaar tot een toename van de productie van het platteland met 40, maar ook nog tot een veel grotere variëteit van producten en tot een aantal opmerkelijke verbeteringen in landbouwmethoden.

In de staalindustrie had men eveneens een te strak keurslijf waarin men door de regering werd gedreven. Men wist wat men moest maken, hoeveel men moest maken en dat moest men dan maar voor elkaar brengen Nu is dat een beetje anders geworden.

Men geeft de leiding en daardoor in zekere mate ook de arbeiders een veel grotere vrijheid. De fabriek kan tot op zekere hoogte beslissen welke producten zij het best kan leveren. Zij kan daarbij winst maken. Die winst kan ze gebruiken om bv. een vernieuwing van haar productieproces op gang te brengen.

Het is opvallend dat verschillende staalfabrieken op het ogenblik veel grote aankopen doen en hebben gedaan in Japan, zodat ze dus computers en observatiesystemen zijn gaan gebruiken die tot dat moment in China bijna onbekend waren. Het resultaat is, dat niet alleen de kwaliteit aanmerkelijk is verbeterd, maar ook de productie omhoog is gegaan.

Gelijktijdig zien we dat de vindingrijkheid van de mensen veel gro­ter is dan we in zo’n staatsbestel zouden verwachten. Er zijn alleen al in het staalbedrijf in de laatste drie jaren ruim 70 behoorlijke uit­vindingen gedaan die o.a. hebben geleid tot een andere productie van landbouw apparatuur, die tot vernieuwingen hebben geleid van de staal­verwerking en daarnaast hebben bijgedragen tot een beter gebruik van legering.

U zult zeggen: Wat heeft dit nu te maken met het samengaan van innerlijk weten en denken?

Wel, als wij alleen willen uitgaan van een logisch systeem, dan zijn al die experimenten weliswaar mogelijk, maar hun rendement is veel te onwaarschijnlijk. Het kan misschien wel, maar laten we maar verder ­gaan zoals we hebben gedaan.

Je kunt natuurlijk ook zeggen: Ik grijp naar mijn innerlijk aanvoelen, mijn innerlijk weten. Als dat mij zegt, dat ik daar een kans heb, dan mag ik dat risico nemen. Dat is in China gebeurd.

Het omgekeerde hebben wij gezien in Japan. Japan was vooral geeste­lijk nogal sterk gebonden aan de voorouderverering, de verering van de keizer en al wat er verder bij kwam. Dit land werd geconfronteerd met de Amerikaanse ingrepen, de Amerikaanse industrie. Het gevolg was dat er niet alleen een enorm productieproces op gang is gekomen, maar ook dat die producten veel beter, veel moderner worden gemaakt en dat ze daarnaast (dat is misschien ook wel opvallend) kwalitatief veel beter zijnde in prijs, voortdurend concurrerend blijven.

Het is wel vreemd dat Amerika op het ogenblik allerlei middelen verzint om de import uit Japan wat te bemoeilijken. Ook de EEG is met hetzelfde geconfronteerd.

U denkt misschien. Als ik Philips koop, dan koop ik Philips. De kans is heel groot dat wat u van Philips koopt in de buurt van Kyoto is gemaakt. Als u dan een ander kastje krijgt met andere knopjes eraan, dan denkt u; o dat is een ander type, dat is een videorecorder van Grundig. Diezelfde recorder, tenminste in zijn hoofdbestanddelen, is van hetzelfde Japanse systeem dat ook in de Philips zit en dat ook in bepaalde Engelse en Amerikaanse merken is verwerkt. Het kastje is anders. Er zijn enkele veranderingen in de bediening. De een heeft wat meer mogelijkheden dan de ander, maar het basissysteem is hetzelfde, het is Japans. Waarom?

Wel, de verbondenheid die in de Japanse gemeenschappen altijd zo sterk heeft geleefd, heeft men overgedragen op het bedrijfsleven. Je bent niet de werknemer en verder hebben we niets met je te maken. Je bent deel van een gemeenschap. En dat deel-zijn van de gemeenschap betekent, dat je binnen die gemeenschap zo goed mogelijk werkt, dat je probeert je waardig te tonen. Want dat is de geestelijke achtergrond.

Het resultaat is: veel grotere arbeidsproductiviteit van de ar­beider, een grotere en meer gewetensvolle uitvoeringsdrang, daarnaast nog een veel intensere trots in hetgeen men bereikt en produceert.

Het.is eigenlijk krankzinnig, als je het goed nagaat, dat een fa­briek, die General Motors heeft moeten sluiten in de buurt van San Francisco omdat men niet genoeg wagens kon slijten, nu weer is geopend. Maar wel in samenwerking met een Japanse fabriek. Wat wordt daar ge­maakt? Daar worden Japanse auto’s gemonteerd. Die worden dan door General Motors aan de Japanner op ongeveer 50/50 basis verkocht door de gehele U.S.A. Het zijn vreemde dingen. Maar ze tonen iets aan. Ze tonen aan dat er een innerlijke wereld is waarin je moet aanhaken, als je naar buiten toe een zo goed mogelijk resultaat wilt krijgen. Dat is het punt waar­mee wij ons vandaag willen bezighouden.

U heeft innerlijk bepaalde dromen. U heeft het gevoel ergens bij te horen of niet bij te horen. U heeft verder het idee dat het eigen­lijk zo zou moeten zijn en niet anders, maar u kunt het niet rationeel waarmaken, niet redelijk aantonen, voor anderen begrijpelijk maken. Maar u heeft ook uw dagelijkse werkkring.

U werkt. Goed, u werkt misschien niet, maar u heeft andere con­tacten met mensen. In die contacten bestaat een voortdurende uitwis­seling. Daarin bestaat een mate van productiviteit, van samenwerking en ongetwijfeld ook van onderlinge tegenwerking, want waar mensen zijn, daar is die ook aanwezig.

Dan moet u eens zien, hoe zit dat redelijk in elkaar? Heb je dat eenmaal begrepen, dan kun je je eigen inbreng (dat innerlijke, die droom, dat gevoel) wel degelijk kwijt binnen het kader van die schijn­bare redelijke benadering, maar niet als je het gebruikt om te betogen. Wat je preekt, wordt door dwazen gelooft. Wat je doet, als je het goed doet, wordt door wijzen bewonderd. Dat moet u goed begrijpen.

In een wereld waarin de problemen in deze dagen, zodra je ze al­leen redelijk en logisch benadert, je gewoon boven het hoofd dreigen te groeien, heb je behoefte aan een vernieuwing, aan een nieuwe in­breng, aan nieuwe mogelijkheden. Dat heb je als mens voor jezelf, dat heeft ook de gemeenschap als geheel. Maar in de mensen vloeien uit de innerlijke wereld, uit dat aanvoelen, uit dat onbewust weten, zoveel impulsen voortdurend naar buiten. De mensen voelen zich daardoor vaak zelfs gefrustreerd, omdat ze er verstandelijk geen weg mee weten en dan in onvrede met zichzelf voortgaan met dingen te doen die niet bij hen passen of dingen te doen op de manier die eigenlijk minder goed is dan ze zouden kunnen. Daar moeten we van af.

Het is een noodzaak dat het innerlijke leven en daarbij ook het innerlijke weten steeds meer betrokken worden bij de uiterlijke gang van zaken. Ik denk niet dat u zich daarvan een voorstelling kunt maken. Ik moet toegeven dat het mij soms ook moeilijk valt mij voor te stellen hoe een dergelijke verandering op korte termijn zou kunnen plaatsvinden. En toch, in mijn voorbeeld van China gaat het over een periode van maximaal 5 jaren waarvan ik slechts 3 jaren in be­schouwing heb genomen.

Bij de enorme veranderingen in Japan en die zijn enorm of u het begrijpt of niet, spreken we over een periode van ongeveer 25 jaar. In die tijd kan een wereld veranderen. Waarom kan dat hier niet? Er is een groot aantal punten die u kunt aanhalen. Bijvoorbeeld.

De grote hinderpaal in Europa voor deze werkelijke ontplooiing is voorlopig de bureaucratie. Ik wil niets kwaads zeggen van bureau­craten, de mensen die ambtelijke zaken moeten regelen en uitvoeren, maar het systeem is fout.

Het systeem gaat voortdurend uit van gemiddelden. Het is ergens keihard, of je het weet of niet. Het probeert steeds de mensen a.h.w. te dwingen binnen een bepaalde norm. Zij willen gewoon niet toegeven dat er buiten de norm ook nog dingen zijn. 0, dat kan wel, zegt men dan, maar dat valt buiten onze bevoegdheid. Kijk, daar zit voor Europa de grote kwaal, maar misschien ook voor u.

Hoeveel mensen in Europa redeneren niet: Waarom zou ik iets doen voor deze of gene mens? Waarom zou ik hem uit het water halen? Waarom zou ik beginnen een brand te blussen? Waarom zou ik proberen het verkeer te regelen, als het in de war zit? Dat gaat mij niet aan, daar zijn mensen voor.

Er zijn ogenblikken dat je weet, dat je zou moeten ingrijpen en dan moet je dat ook doen. Rekeninghoudend met alle redelijke gegevens waarover je beschikt, maar wel uitvoerend wat je op grond van een innerlijk we­ten dan als een stuwkracht ervaart. Dan wordt de wereld anders.

Ik denk dat in Nederland een groot gedeelte daarvan in feite niet tot ontplooiing komt. Het voert alleen maar tot frustraties, een toe­nemende agressiviteit overal. Dat komt gewoon, omdat je je innerlijke wereld niet kwijt kunt en gelijktijdig wordt geconfronteerd met een wereld die werkt met keiharde normen en je zoekt het verder maar uit.

Ook Europa zal moeten veranderen.

Ik heb gesproken over de Chinese staalindustrie. Misschien reali­seert u zich niet dat de staalindustrie in Europa veel minder kan af­zetten sedert het EEG-verdrag dan voordien het geval was. En wel, om­dat men meer aan normen gebonden is.

Het zal u waarschijnlijk ook niet bekend zijn dat men uit velerlei overwegingen een 20-tal goed befaamd zijnde en ook goed internationaal werkende staalverwerkende bedrijven heeft gesloten omdat men andere in stand wilde houden. Dat is natuurlijk onzin.

Men kan het misschien in de richting van de kunst. Het is begrij­pelijk, dat men de kunst een kans wil geven om zich te ontplooien. Daar ben ik het absoluut mee eens. Maar realiseer u nu eens dat kunst een intuïtieve zaak is. Kunst is een vaardigheid zeker. Maar zonder enige inspiratie, zonder een innerlijke werking (een soort innerlijk we­ten dat je misschien niet eens kunt uitleggen) kom je niet tot werke­lijke kunst.

Als je nu zegt: Dat is voldoende, dan ontstaat er een kunst die geen achtergrond heeft. Ze kan niet meer teruggrijpen naar het volk. Ze is eigenlijk meer de uitdrukking van een heel klein clubje, vaak nog in zelfbewondering verbonden, specialisten. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Kunst moet niet alleen kunst zijn. Kunst moet ook verkoopbaar zijn. En als dat niet het geval is, dan is die kunst niets waard. Ze heeft dan wel haar eigen betekenis, maar ze heeft niet haar sociale betekenis. Als wij ons realiseren dat voor kunst, mecenassen een lange tijd bepalend zijn geweest in Europa voor alle grote ontwikkelingen. Dat grote kunste­naars als Rembrandt, Hals of de grote Italianen afhankelijk zijn geweest van de kunst en dat daardoor hun kunst overal werd verbreid. Dat Rubens grote doeken heeft hangen in kerken. En ofschoon het onderwerp er niet altijd bij paste daardoor juist bij het volk een reactie teweegbracht.

Het zou nu ook moeten gebeuren. Maar dan moet je eerst voor het volk begrijpelijk zijn. Anders gezegd; Je moet met je normale denken je afvragen; Wat willen de mensen? En dan moet je met je innerlijk weten je afvragen: wat leeft er in mij, wat wil ik? Dan moet je de dingen a.h.w. samenvoegen zodat je iets krijgt waarin je jezelf uitspreekt; je innerlijk leven, je gevoelens, je wereld waarmaakt zonder dat je ge­lijktijdig eigenlijk de rest van de mensheid buitensluit.

Het zijn dingen waarover veel gepraat kan worden. Het zal echter weinig uithalen. De Europese Gemeenschap gaat ten onder aan haar eigen verpolitiseerde, verambtelijkte structuur. Dat wil zeggen, dat er ver­anderingen nodig zijn wil Europa levensvatbaar blijven.

Nu heeft Europa een cultureel erfdeel dat ontzettend groot is. In de mensen in Europa leeft nog heel veel dat in deze dagen misschien onredelijk wordt genoemd of wordt vergeten. Realiseer u wel dat het Europa van de middeleeuwen de grootste alchemisten, maar ook de groot­ste filosofen heeft voortgebracht. Als u zich dat realiseert, dan zegt u: Dat hebben we nodig. Wij moeten terug naar de innerlijke wereld, dat innerlijke weten. Wij moeten dat mede verwerken in al datgene wat we doen.

Wij kunnen niet leven aan de hand van computers of dode letters. Wij kunnen alleen leven aan de hand van de innerlijke menselijkheid waar­door een voortdurende verandering, een voortdurende evolutie nodig en mogelijk is.

Dan komt het punt dat wij moeten zeggen: Wat is mijn innerlijk weten waard? Innerlijk weten is logisch meestal geen cent waard. Intuïtie is in 9 van de 10 gevallen bijgeloof of zelfbedrog vanuit een redelijk stand­punt benaderd. Maar dan nemen we een norm aan de hand van het bestaande.

Denk aan Van Gogh. Tegenwoordig als een van de grootste kunstenaars verheerlijkt, in zijn tijd maar een arme idioot. In de eerste plaats misschien omdat hij juist dat innerlijke tot uiting wilde brengen. In de tweede plaats omdat hij steeds werd gefrustreerd door het gebrek aan begrip dat er om hem heen bestond. Hij heeft fouten gemaakt, hij wil­de alleen dat doen wat hij zelf wilde.

Als je nu kijkt naar zijn kunstwerken die het meest bekend en be­roemd zijn geworden, dan blijkt dat ze uitmunten door een herkenbaarheid en dat de gedreven kleurenwerveling die hij anders hanteert daarin in veel beperkter mate aanwezig is. In feite zijn zijn beroemdste schilderij­en compromissen tussen dat wat is en voor anderen begrijpelijk en datge­ne wat er in die kunstenaar leeft.

Wij moeten op eenzelfde manier voor onszelf die innerlijke wereld, hoe onlogisch, hoe onredelijk, hoe bijgelovig ze ook moge zijn, proberen te verwerken in de redelijke wereld. Dan moeten wij dat niet alleen doen op zuiver persoonlijk vlak al zal het daar ongetwijfeld beginnen.

Het is op het ogenblik iets dat een grote rol speelt en waardoor juist door het contrast met die zgn. redelijke wereld ontzettend veel slachtoffers vallen. Maar wij zullen ermee door moeten gaan. Want eerst als de wereld het innerlijke, het schijnbaar onlogische en onredelijke ook wil aanvaarden, als het niet gebruikt kan worden als een argument om de mensen iets te laten doen maar gewoon om iets te laten groeien, iets te laten ontstaan, dan komen we verder.

U vraagt zich misschien af hoe het op uw persoonlijk leven zou kunnen uitwerken? In het begin zal uw poging om uw innerlijk weten mede te hanteren on­getwijfeld moeilijkheden veroorzaken. U bent er niet aan gewend dat om te zetten in zuiver redelijke termen, om a.h.w. achter een uiterlijke redelijkheid gelijktijdig de innerlijke dieptemode te verwerken. Daardoor zult u conflicten ervaren. Maar naarmate u meer gewend raakt uw innerlijk weten te hanteren als iets wat voor allen van belang is en daardoor ook in een voor u alleen begrijpelijke vorm gepresenteerd moet worden, zult u steeds meer begrip vinden.

De frustratie is niet noodzakelijk, maar er is een zekere volhar­ding nodig. Als u dat doet, dan zult u ontdekken dat u in uw leven minder regelmatig bent. U gaat de dingen veel meer op impuls doen. ­Dat kan tot op zekere hoogte. Dat die beperkingen er zijn, zult u ook aan den lijve moeten ervaren. U kunt niet zonder meer alles intuïtief doen, maar u kunt wel met de intuïtie rekening houden. U kunt niet alles baseren op een innerlijk weten, maar u kunt wel dat innerlijke weten gebruiken om de zinvolheid van alle dingen voor uzelf te bepalen en eventueel daardoor ook meer te doen.

Er komt dan het ogenblik, waarop wij voor het eerst een soort syn­these ervaren. Onze redelijke wereld is a.h.w. plooibaarder geworden. Wij zijn niet noodzakelijkerwijs logisch en wij beseffen dit. Gelijktijdig we­ten wij hoe wij moeten werken. Er komen veranderingen in ons werk en levenstempo en heel waarschijnlijk zullen er ook veranderingen komen in onze contacten met mensen. Maar daardoor voelt u zich steeds meer verrijkt.

U zult ontdekken, dat u dan in deze perioden wanneer die eerste synthese plaatsvindt ook ineens veel meer medewerking van anderen ondervindt. Het is niet meer een conflict, een worstelen om iets te bereiken. Het is bijna iets onafwendbaars geworden, het gebeurt. En elke keer als u innerlijk goed reageert, schijnt u daardoor een hele trein van gebeurtenissen vast te leggen. Daardoor gaan ook andere mensen steeds meer mee. Misschien dat zij dan niet spreken over het innerlijke weten, de innerlijke kracht, de evolutie daarvan en de ver­andering die daaruit voortkomen, maar ze voelen het aan. Zij zien hoe u het doet en onwillekeurig gaan ze ook grijpen naar die intuïtie naar dit ongeweten weten. Daardoor passen zij zich beter aan.

Denk niet dat alle mensen dan gelijk worden, dat kan niet. Maar er komt een grotere mogelijkheid om gemeenschappelijkheden te er­varen. Dat zijn de banden die kunnen ontstaan door je werk, je opvat­ting, je taak, je mogelijkheden in het leven, misschien zelfs in de plaats waar je woont of bij het volk waartoe je behoort. Deze banden zijn dan ook niet in leuzen uit te drukken.

Het “Neerlands vlag” is natuurlijk een prachtig lied en het heeft menigeen in den vreemde tranen ontlokt, maar dat is vals sentiment. Het gaat niet om een vlag of om een symbool. Het gaat niet om het va­derland of het moederland. Het gaat om de mens. En als je dan als mens je aanvoelen bovendien gaat gebruiken om met steeds meer anderen tezamen meer harmonisch te werken, dan zijn er veranderingen denkbaar die op dit ogenblik helaas nog niet op gang zijn gekomen Dan gaan we over naar een volgend punt.

Er zijn mensen bij wie het denken is vastgeroest in een door een schijnlogica bepaalde eenzijdigheid. Ik denk hier aan machthebbers, militairen van hoge rang e.d. Deze mensen weten niet dat zij zo zijn. Innerlijk hebben zij soms wel het gevoel dat ze anders zouden moeten of zouden willen zijn, maar dan zetten ze het opzij. Plicht is plicht.

Plicht kan alleen bestaan, als je haar ook aanvaardt. Maar dan moet je haar met je hele wezen aanvaarden en niet alleen op grond van een carrière, op grond van eenzijdigheden of van aantasting van anderen. Laat mij u een paar typische voorbeelden geven:

Het aantal kernkoppen in de wereld neemt voortdurend toe. Er zijn er zoveel dat je de wereld al drie keer zou kunnen vernietigen. Onzin. Waarom dan? Omdat men die wapens maakt, terwijl men het voorne­men heeft om ze niet te gebruiken. En dat is onzin. Gaat u een huis bouwen om er niet in te wonen? Toch is driekwart van de bewapenings­wedloop op het ogenblik op dat systeem gebaseerd.

Ik wil niet ingaan op de aantallen virussen, gifgassen en de ze­nuw-aantastende gassen en materialen die zijn ontwikkeld. Er wordt niet eens gesproken over de chemisch biologische oorlogsvoering. Wat daar allemaal is ontstaan is niet alleen onmenselijk maar het is ook onbruikbaar. Je kunt in theorie een zenuwgas gebruiken, om je vijand te doden zonder alles wat erbij hoort te beschadigen. In de praktijk echter kun je niet voorkomen dat daardoor veranderingen in de atmosfeer optreden die ook je eigen mensen aantasten. Dat weten ze ook wel, maar ze willen het niet weten.

Deze mensen redeneren vanuit een standpunt wij moeten die mogelijk­heid hebben, want onze tegenstander zou ze waarschijnlijk ook hebben. Zij vragen zich niet af of die tegenstander misschien die dingen ont­wikkelt, omdat hij weet dat zijn tegenstander dat ook doet. Dat zijn die eenzijdig denkende mensen.

Er zijn machthebbers die uitgaan van het standpunt dat je een volk moet bedriegen. Waarom? Waarschijnlijk omdat ze daardoor hun macht beter behouden en innerlijk vaak beter wetend voor zichzelf het geloof blijven handhaven en allerlei redeneringen aanvoeren om te zeggen: Wij zijn onmisbaar.

Als men zich dat realiseert, dan gaat men ook die mensen een beetje anders zien.

Als er steeds meer harmonieën ontstaan tussen mensen juist omdat innerlijk weten en innerlijke kracht ook een rol zijn geen spelen, dan zul­len dergelijke mensen hun eenzijdigheid steeds moeilijker kunnen handha­ven. 0, de Die Hards zullen waarschijnlijk een beroerte krijgen. Dan ko­men ze in onze wereld en moeten ze volledig opgekalefaterd worden.

Heeft u zich wel eens afgevraagd wat er zou gebeuren als iemand de bewapening zou afschaffen? Iedereen zegt: Dan zouden de anderen je onmiddellijk bezetten. In de praktijk zouden ze dat niet doen. Want dan zullen ze zich daardoor zelf als agressor kenmerken, ook tegenover hun eigen mensen. Dat kunnen zij zich niet permitteren. Je kunt geen grote legers ter bezetting uitsturen tegen een ongewapend volk zonder dat daar iets van terugkomt.

Als u wist hoeveel moeite men heeft gehad in Rusland en hoeveel soldaten er verplaatst zijn naar Siberië etc. omdat ze te veel gegevens hadden meegebracht over de opstand in Hongarije, dan kunt u zich inden­ken dat men een bezetting van een zich ontwapenend West-Europa niet eens zou aandurven in Rusland. Integendeel, men zou beginnen aan een ander soort offensief.

Men zou beginnen met een handelsoffensief, met een vriendschaps­offensief. Maar wat zit daar voor kwaads in? Is het zo erg, als men het met elkaar eens kan worden, als je een zekere verscheidenheid weet te handhaven en desondanks in goede vrede leeft? Denkt u daar eens over na.

Als u zich gaat realiseren hoe op dit moment iets dergelijks feitelijk onmogelijk wordt gemaakt niet alleen door de eenzijdige lei­ding, maar wel degelijk ook door de redelijke eenzijdigheden die bij een deel van de bevolking nog steeds de overhand hebben, dan zult u het met mij eens zijn dat die verandering en vernieuwing nu toch werkelijk snel op gang moeten komen. Ik denk niet dat het een lange tijd be­hoeft te duren.

Ik kijk naar de processen die zich op het ogenblik overal afspe­len, zowel achter het IJzeren Gordijn, in Engeland, in de Ver. Staten als ook in Nederland, Frankrijk of waar dan ook. Ik zie dat door die processen de mensen anders gaan reageren, anders gaan handelen, anders gaan denken. Maar helaas nog niet de innerlijke synthese laten volgen door het scheppen van een uiterlijke harmonie in plaats van een uiter­lijk gevoel van meerwaardigheid.

Die meerwaardigheid haalt weinig uit. Wat blijft er over? De moge­lijkheid om dan toch ondanks alles eerst maar eens met samenwerking te proberen iets te bereiken. Begin je met die samenwerking, dan weet je innerlijk dat dit goed is. En dan zal dat innerlijke weten zich vertalen in de nuchtere, mentale en redelijke benadering van de zaken. Dan zal daardoor mogelijk worden wat onmogelijk werd geacht. Ik neem aan, dat binnen 10 jaar de veranderingen, die plaatsvinden in de maatschappij, groter zullen zijn dan in de afgelopen 40 jaar. Dat wil heel wat zeggen.

Het tempo van de verandering en de vernieuwing versnelt zich voort­durend. Wij kunnen er innerlijk deel aan hebben door het steeds meer in overeenstemming brengen van onze innerlijke wereld met datgene wat we naar buiten toe zijn, wat wij proberen waar te maken en de manier waarop wij dit doen. U hoort ervan. U denkt er misschien over na.

Daardoor heeft u een zeker voordeel. Het maakt u niet méér dan een an­der, maar het geeft u wel de mogelijkheid iets sneller dan aan ander ook voor uzelf vrede te vinden met deze andere manier van leven, van denken, van bestaan. Het zal u misschien ook de ogen openen voor al datgene wat schijnbaar langzaam, maar in feite onmetelijk snel gebeurt in de maatschappelijke opzet.

De wereld kan in vrede leven. De mens kan in vrede en met een behoorlijke mate van geluk bestaan. Maar dan moeten de mensen datgene wat in hen leeft mede tot basis maken van wat ze naar buiten toe zijn.

Het heeft geen zin goden aan te roepen en bezweringen uit te spreken om dingen tot stand te brengen die u zelf zou moeten doen. Hoeveel mensen bidden God om vrede, terwijl ze overdag wapens maken? Deze tegenstrijdigheden moeten verdwijnen.

Wat er op dit moment gebeurt, is een steeds grotere aantasting van de zgn. redelijke normen en zekerheden in de maatschappij. Wat nu gebeurt, is een steeds grotere uitholling van de machtsposities van hen die zich nog zien als de regeerders of de dictators van een land en van de wereld.

Er is een vernieuwing op komst. Neen, er is een vernieuwing gaan­de. Die vernieuwing, mijne vrienden, wordt gedragen of u het beseft of niet door al die mensen die langzaam hun innerlijk bestaan tot een synthese weten te brengen met al datgene wat uiterlijk en maatschappe­lijk onvermijdelijk en noodzakelijk lijkt.

Je kunt de uiterlijke wereld niet veranderen. Maar als je de in­nerlijke wereld eraan toevoegt, krijgt de uiterlijke wereld een andere inhoud en een andere betekenis. En dan zal zij als vanzelf vele van haar overbodigheden verliezen.

Dat is de les, die ik u voor vandaag heb toegedacht.

  • Ik heb moeite met de term bewust intuïtief.

Bewust intuïtief wil zeggen, dat men zich bewust is van het han­teren van niet redelijke ingevingen en denkbeelden. Deze noemt men nor­maal intuïtie. Zodra men zich daarvan bewust is, heeft men echter iets tot stand gebracht waardoor de tegenstelling tussen de uiterlijke we­reld en deze in u opkomende denkwijze of drang beter wordt begrepen. Door dit begrip kunt u die twee gemakkelijker in overeenstemming bren­gen. Intuïtief handelen voert anders heel vaak tot misverstanden op het ogenblik, dat daar meer mensen dan alleen uzelf bij betrokken worden. Bij bewust intuïtief reageren echter, wordt met deze factor reke­ning gehouden en kan dus het conflict voor een groot gedeelte worden vermeden.

  • Een heel relaas over Duitsland gedurende het Naziregime.

Wat u zegt over Duitsland is volkomen waar. Een zeer groot gedeelte van het volk had het kunnen weten. Maar men wilde die innerlijke twijfels aan de juistheid van het bestaande regime enz. liever vermijden. In de eerste plaats was er een zekere angst voor het regime bij zeer velen.

In de tweede plaats, men voelde dit als een rechtvaardigen van zijn Duit­ser zijn. Daardoor werd deze intuïtieve kennis, die bij velen toch aanwe­zig was, eenvoudig terzijde geschoven. Je zou kunnen zeggen: Men wilde het niet weten. Maar dat laatste veronderstelt dat er veel meer feiten bekend zijn dan er feitelijk bekend werden. Men zag alleen symptomen. Men overzag nimmer het geheel. Dat gebeurde alleen in een zeer speciale kring. Als u op het ogenblik bezig bent met het werken voor ontwapening of het bevorderen van bewapening, dan zien we precies hetzelfde. Men voelt wel aan dat bepaalde dingen anders zijn, maar men wil het niet weten. In het ene geval is het de angst dat een ander sterker zal zijn dan u. In het tweede geval zit de angst voor de wapens en wat ze zouden kunnen betekenen. Er is dus ook hier eigenlijk een onderdruk­king van innerlijke kennis aan de hand van emotionele drijfveren en rationele factoren.

Als wij dit alles samenvoegen, dan wordt ook weer duidelijk dat de vernieuwing nooit kan beginner vanaf een top of vanaf een vaste onderlaag. Ze kan zich alleen ontwikkelen in elke afzonderlijke mens. Pas als daarin dit innerlijke weten steeds meer tot gelding kan komen en steeds meer a.h.w. één gaat worden met de uiterlijke gedragsnormen en de wereldbenadering, dan krijgen wij inderdaad mensen met een ander wereldbeeld die daardoor invloed gaan uitoefenen. Het klinkt misschien vreemd als ik het zo zeg. Staat het zelfs niet in het Evangelie: Steek het zwaard in de schede. Hij, die het zwaard opheft, zal door het zwaard vergaan. Dat geldt dan niet alleen voor degenen die bewapening, maar ook voor degenen die toch vaak ook met excessieve middelen die bewapening bestrijden. Ze gaan een strijd aan.

In de plaats daarvan zouden zo een andere, betere manier van le­ven moeten demonstreren. Daarin ligt het grote conflict en ook het grote probleem van deze dagen. Maar dat zal niet zo lang meer duren.

  • Hoe moeten wij de inval van Rusland in Afghanistan zien met deze achtergrond?

U zoudt eerst moeten begrijpen, dat de inval van Rusland in Af­ghanistan niet gedragen werd door het Russische volk en niet gewenst werd door het Afghaanse volk, ook niet door degenen die trouw zijn aan het regime. Maar wij zien hier weer de verblindheid van machthebbers.

Voor de generaals was het een aanleiding om hun kunnen te demon­streren en meteen bepaalde technieken te beproeven. Voor de staats­lieden was het een mogelijkheid om zichzelf te bevestigen en gelijktijdig het hoogheilig systeem te handhaven dat in de praktijk allang teloor was gegaan. Indien men echter in Afghanistan had gezegd; Probeer het dan maar. Wij gaan je niet bestrijden maar we gaan gewoon geen rekening met je houden, dan was dat systeem wel verzwakt. Er was geen strijd tegen het bewind nodig. Er is eenvoudig niet rekening gehouden met het bewind. Er is het normaal je gang gaan nodig. Ik geef toe dat dat in de Oostbloklanden wat moeilijker lijkt. Maar als we denken aan landen als Roemenië, Joegoslavië en Hongarije, dan zullen we zien dat de bevolking daar, ongeacht de beperkingen van het regime dat men dan aanvaardt, eigenlijk allang bezig is om zich los te maken van dit centralisme, van die bijna religieuze gemeenschapszin en daarvoor zelf op een andere wijze de gemeenschappelijkheid is gaan beleven, U kunt dat in elke grote stad zien.

Daar zijn natuurlijk avonden van de Partij, de demonstraties en de concerten. Maar waar gaan de mensen het liefst naartoe? Naar het pleintje in de buurt waar gewoon wat buurtmensen onder elkaar musiceren en waar ook volksdansen worden vertoond natuurlijk, maar door de mensen uit de buurt. Daar beleven ze een gemeenschappelijkheid die zo groot is, dat men ofschoon men in het begin heeft geprobeerd dit te onderdrukken, nu zelfs dit systeem is gaan beschermen. Want men wilde de mensen te vriend houden.

Zo zijn er in de landen, die ik u noemde veranderingen ontstaan die eigenlijk ondanks het regime en niet dankzij het regime plaatsvonden.

  • Kunt u ook zeggen in welke vorm een geestelijke indruk aanwezig is in de mens?

Wij hebben dat al eens gedaan in de cursus, maar ik zal het nog eens kort formuleren.

In de eerste plaats; In de mens leeft een geestelijk besef van vorige levens. Hierdoor zijn een aantal herinneringen en herinnerings­beelden aanwezig die in het huidige handelen beïnvloedend optreden zon­der dat echter de oorzaak ervan de vorige ervaring wordt erkend.

In de tweede plaats: er is een gemeenschappelijk bovenbewustzijn. Het is de uitstraling van denkbeelden, gedachten, die de mensen beïnvloedt omdat ze in hun massaliteit bepaalde waarden in het denken van iedereen inschuift.

In de derde plaats: de eigen geest blijft voor een deel bestaan in haar eigen wereld. Dat wil zeggen, dat ze de kennis van die wereld en vaak ook de normen ervan hanteert, ongeacht hetgeen lichamelijk is ge­leerd. Ook dit is deel van het innerlijk weten.

In de vierde plaats: Er worden vele ervaringen en waarnemingen gedaan die niet bewust worden verwerkt. Ze maken deel uit van een onbe­wuste reserve aan weten die eveneens in het innerlijk weten een rol speelt, maar naar buiten toe slechts zeer zelden en dan alleen door excessieve omstandigheden tot uiting komt.

Dat is de samenstelling van datgene wat wij als innerlijk weten omschrijven. De werking.van het geheel kan echter niet in delen worden gescheiden. Er is dus altijd een vermenging van alle genoemde factoren plus wat men kan noemen het geestelijk weten omtrent het eigen ik en de noodzaken van het ik welke tezamen de reactie geestelijk en innerlijk bepalen op de wereld, de mogelijkheden van de wereld, maar ook op het ik-beeld dat men zich heeft geschapen.

Zo verandert het

Er zijn heel veel dingen in de wereld waar de mensen op het ogenblik eigenlijk geen kijk op hebben. Als je de problemen ziet in bv. India, dan vraag je je af: hoe is dat mogelijk? Maar als je dan even nadenkt, dan zie je dat er iets heel belangrijks aan de hand is.

Groepen die naast elkaar hebben geleefd, komen nu tot een mate van eenheid. Dan zijn ze nog wel tegenstanders van andere groepen die op eenzelfde wijze uit andere groepen zijn samengesteld, maar ze begrijpen elkaar en ze gaan elkaar waarderen.

Als we kijken naar de situatie zoals die is in bv. Afghanistan, dan denkt u waarschijnlijk: Wat is dat verschrikkelijk die burgeroorlog. Dat is het ook. Maar realiseert u zich wel dat het volk daar georgani­seerd is in betrekkelijk kleine stammen met elk een eigen hoofdman, een soort sjeik. Deze maakt de dienst uit. Die heren zijn voortdurend met el­kaar aan het kissebissen over wie er gelijk had, wie dit had, wie dat had en wie dat moest hebben. Nu, na zoveel jaren oorlog blijkt echter dat die leiders het wel met elkaar kunnen vinden dat mensen die tot geheel verschillende stammen en groepen behoren onderling leren samenwerken.

Dat wil ook zeggen dat er sprake is van een vermengingsproces en dat als er ooit vrede zal zijn in Afghanistan (hetzij westers vrij of socialistisch vrij, dat zijn twee verschillende dingen) het in ieder geval nooit meer het oude volk zal zijn van eens. Er zijn veranderingen gaande.

Kijken wij naar Afrika. Wij kijken naar de hongersnood. Op het ogen­blik is Ethiopië in de mode, maar er zijn andere landen genoeg waar het net zo erg is. Je moet je realiseren dat het hier helemaal niet gaat alleen maar om een hongersnoodprobleem. In feite is het een veel gro­ter probleem.

Het is het probleem van mensen die niet in staat zijn om samen­hangen te overzien. Zij worden in kampen bij elkaar gedreven. In hun nood zitten ze eigenlijk hutje bij mutje bij elkaar. Ze zijn afhankelijk van anderen. Dat is natuurlijk erg gemakkelijk aan de ene kant, aan de andere kant zit je toch niet prettig. Je bent niet meer met je eigen clubje. Heel verschillende soorten volksstammen zitten daar bij elkaar. Er zitten landbouwers en veetelers, normalerwijs vijanden van elkaar, bijeen. Al die mensen moeten leren dat ze op een andere manier moeten leven en werken. En dan is het erg dat er hongersnood is en dat er zoveel mensen moeten sterven, maar ondertussen is er een gistingspro­ces gaande, er is iets aan de gang.

Er verandert iets op een manier die wij natuurlijk menselijk gezien niet zo graag willen erkennen, want je zegt dan: Is dat nodig? Al die kinderen die sterven, al die ellende van de mensen, al die revo­luties, al die oorlogen. Dan is er maar één antwoord: In mijn tijd moesten kinderen een hoop dingen leren die kinderen liever niet leren. Zij hadden dan de keus, leren met hun hoofd of leren met hun achterwerk en voelen.

De mensheid is nu eenmaal zo, ze verandert niet graag. Ze wil zich veel te graag vastklampen aan allerlei dingen die van de voorvaderen zijn geweest, aan de oude tradities, de oude zekerheden, de oude rech­ten en voorrechten. De mensheid heeft misschien geen achterend, maar een pak slaag moet ze zo nu en dan ook hebben. En dat zullen we heus wel zien.

U denkt dat dat alleen beperkt blijft tot de Derde Wereldlanden. Vergist u zich niet. Er zijn op het ogenblik grote veranderingen gaan­de in bv. de U.S.A. En dan hebben we helemaal niet te maken met mijn­heer Reagan en wat daar nog meer omheen zit. Weet u dat in bepaalde staten de integratie aanmerkelijk is toegenomen en de verhouding tus­sen blank en zwart niet slechter maar beter is geworden de laatste jaren?

Realiseert u zich dat een groot gedeelte van de belangrijkheid van de oostelijke staten (New York, Washington) eigenlijk wordt overge­nomen door andere staten voornamelijk Californië. Er is een voortduren­de verschuiving van evenwichten gaande. Dit betekent dat de troon waarop velen generaties lang zo rustig hebben gezeten, aan het wankelen is. 0, het zijn geen verschuivingen die zich in de verkiezingen zullen aantonen. Het zijn verschuivingen in mentaliteit. Het zijn veranderingen van benadering en grote veranderingen van optreden.

Natuurlijk, de Amerikanen hebben hun eigen mentaliteit, daar zal niemand over vechten. Maar die mentaliteit is dan toch wel van een zeer dorpse, langzaam maar zeker aan het veranderen in een meer universele. En die veranderingen tellen.

We kunnen zeggen dat het Russische volk bestaat. Het Russische volk bestaat uit een aantal deelstaatjes, heel verschillende volksstammen met heel verschillende mentaliteiten. Je kunt de Kirgies misschien een beetje vergelijken met een Kozak, maar als je dat weer wilt doen met een Wit Rus, dan zit je al in een heel ander vaarwater. Maar wat gebeurt er?

In dit grote rijk treedt een vermenging op. Dat is ook vermenging van mentaliteiten. Het is niet een wegvallen van tradities. Integen­deel daar zijn ze nogal trots op. Het is eerder een veranderen van tradities. Tradities krijgen een andere plaats. Ze zijn het ornament geworden van de samenleving en zijn niet meer de basis daarvan. Hierdoor is een vrijheid van denken op gang gekomen die vooral voor degenen die in Moskou zetelen nogal verontrustend is. Die mensen pra­ten anders. Ze denken vrijer. Ze durven rustig zeggen dat de staats­fabriek rotzooi levert en ze durven het in de krant schrijven ook. Dan komt het wel niet in de Prawda maar toch wel in de Komsomol.

Als je dat zo bekijkt, dan is daar dus een mentaliteitsverandering gaande. Maar dat wordt niet in dank afgenomen. Dat is nergens in Nederland ook niet. Iedereen denkt aan zijn eigen belang, zijn eigen voordeel, zijn eigen voorrechten. Die verdedigt hij ten koste van alles. Maar er valt steeds meer op.

Wist u, dat er in de laatste jaren meer dan 40 districtsleiders van industrieën door de arbeiders in feite zijn afgedankt? Vroeger was dat ondenkbaar. Nu gebeurt het. Ik wil maar zeggen er zijn verande­ringen gaande op allerlei terrein.

Wat dat gaat betekenen kunnen we eigenlijk niet helemaal zien. Vooral omdat de snelheid van verandering zo groot is, dat het haast niet mogelijk is te zeggen waar ze zal stoppen. Het is als een over­beladen vrachtwagen die op een natte weg opeens moet remmen. Je weet dat ze een lange remweg heeft, maar hoelang die precies zal zijn dat hangt van te veel omstandigheden af.

Het verandert zo. Mensen gaan anders denken. Mensen worden zich universeel bewust. Mensen vermengen zich bewust of onbewust. Ze nemen gebruiken van elkaar over. En als dat gebeurt, dan ontstaat er een andere vorm van denken. Ik kan dat misschien in Nederland illustreren.

Wij hebben op het ogenblik in Nederland een tamelijk behoorlijk aantal Surinamers. Nu zou men zeggen: Er is een grote afstand tussen Surinamers, de verschillende groepen onderling en de Nederlanders. De praktijk wijst uit dat het anders is. In de eerste plaats beginnen de Surinamers meer naar elkaar toe te trekken. Wij zien dat bv. de Hindoestani en de Creolen, elkanders te­genstanders altijd in Suriname, op vele gebieden toch tot samenwerking komen en een beetje meer begrip voor elkaar gaan krijgen. Maar wat zien we ook? De Nederlanders nemen dingen van de Surinamers over. In het begin misschien een paar gerechten uit de Surinaamse keuken, want daar begint het altijd mee bij Nederlanders. Als een Neder­lander iets overneemt van een ander volk, begint hij met de verwensin­gen en dan gaat hij over tot de keuken

Weet u dat de Surinamers op het gedrag van de mensen ook al in­vloed beginnen uit te oefenen? Realiseert u zich dat de andere arbeidsmentaliteit van de Hindoestani in bepaalde Nederlandse bedrijven veran­deringen noodzakelijk heeft gemaakt, die ook voor de Nederlandse arbeiders en voor het geheel van de arbeid gunstig zijn. Dat wist u waarschijnlijk niet. U denkt wellicht als al die roetmoppen maar opdonderen naar hun eigen land. De praktijk is echter een beetje anders.

In Nederland wonen heel veel buitenlanders. U denkt misschien: als ze maar naar huis terug zouden gaan. Maar kijkt u nu eens in de win­kels. Hoeveel dingen vindt u daar nu die er vroeger niet waren? Hoeveel mensen zijn niet aangestoken door Spaanse, Italiaanse Algerijnse of zelfs Turkse denkwijzen en gebruiken? Het is geen directe invloed, het is een indirecte. Maar ze werkt door. Dan moet u niet gaan kijken in de souks, de winkelstraatjes waar de winkeltjes zijn van Algerijnen, Tunesiërs, Turken. Gaat u maar gewoon rustig kijken in het stadsbeeld. U ziet die vreemdelingen daar lopen. Dan moet u eens goed opletten.

Er zijn kleine verschuivingen in gedrag. Bij de vreemdeling valt het op, omdat diens afwijking van het normgedrag excessief is. Maar kijk nu eens hoeveel Nederlanders ongeveer zo zijn gaan reageren? Het is een langzame, maar ook niet af te remmen verandering. Het zijn kleine verschuivingen in gedrag, in denken, maar tezamen hebben ze een enorm momentum veroorzaakt. En als we vandaaruit verdergaan, dan beginnen wij ons af te vragen Wat moeten wij denken van de Grünen in Duitsland? Vroeger ondenkbaar. Nu weten ze met hun parlementaire mogelijkheden nog steeds geen raad. Eerlijk is eerlijk. Maar aan de an­dere kant brengen zij een nieuw element in de Bundestag. Ook daar verandering.

Kijk dan eens gewoon in de straten van de steden. De Turken zijn daar wat meer afgsloten van het geheel dan hier. Maar dat komt door het Deutsches Bewusstsein dat bij de Duitsers nog wat sterker is. Een restant misschien van voor de wereldoorlog. Maar toch, er is iets veranderd in het gedrag van de Duitsers, vooral in het denken van de Duitse jeugd. Niet altijd ten gunste, maar er is verandering.

De mensen denken anders, reageren anders. Ze zoeken misschien ergens meer zichzelf omdat zij zichzelf niet meer kunnen terugvinden in de maatschappij. Dat doen ze dan soms verkeerd dat geef ik toe. Maar ondertussen veranderen ze wel heel veel. Dan is het natuurlijk jammer dat er vele slachtoffers vallen van drugs e.d. of van exces­sieve bewegingen, extremisten. Maar ze zijn het noodzakelijke bijproduct van een vernieuwing die plaatsvindt.

De wereld van vandaag is van binnen al heel anders dan ze er van buiten uitziet. Iets wat je van vele mensen ook kunt zeggen. Maar de mensen komen er niet voor uit. De maatschappij echter kan die innerlijke verandering niet binnen de perken houden. Ze heeft niet dezelfde dwang die een persoon zichzelf misschien nog kan opleggen. Daardoor, vrien­den, zou ik willen zeggen, is in de actualiteit van deze dagen steeds meer te vinden van een terugkeer naar een gemeenschappelijkheid.

De harde strijd als die van Thatcher met de mijnwerkers kan misschien heel veel leed hebben veroorzaakt. Ze kan ook t.a.v. de huidige rege­ring en van bepaalde voornemens die zij koestert een heel grote invloed hebben. Maar er is een ding dat de mensen hebben geleerd. De mijnwer­kers hebben geleerd dat zij het niet alleen kunnen en dat ze het ook niet alleen met de vakbonden samen kunnen. Zij beginnen zich te reali­seren dat ze alleen zolang hebben kunnen vechten omdat de middenstan­ders achter hen stonden.

Dat betekent dat hun linksheid, die was bij zeer velen nogal erg, eigenlijk langzaam maar zeker aan het veranderen is. Dat ze weer gaan denken in termen van: onze gemeenschap met alle voor- en nadelen ervan. Zodra ze dat doen, ontstaat er iets waar het Thatcherisme niet tegenop kan. Een gemeenschap die zegt: Jullie kunnen me niet nog meer…, is nu eenmaal voor een staat veel moeilijker te hanteren dan een vakbond die tegen je strijd of een belangengroepering die voortdurend bezig is met lobbyen en demonstreren. Die dingen kun je aan. Maar een gemeenschap die zegt: Jullie doen maar, ik trek mij er niets van aan, die vergt een heel andere benadering. En dat betekent een andere mentaliteit bij de bureaucraten, bij de regeerders, bij de parlementariërs. Ik vind de ontwikkelingen in Engeland erg interessant op het ogen­blik. Ik denk dat degenen onder u die zich bezighouden niet alleen met de politiek, maar ook met datgene wat er onder de mensen gebeurt, dat die heel vaak met hun ogen hebben zitten knipperen, omdat zij zich afvragen: Hoe kunnen de mensen daar nu zo op reageren?

Hier is het antwoord, de mensen zijn aan het veranderen. Het den­ken van de mensen is aan het veranderen. Dit heeft, of men het wil toegeven of niet, invloed op alles. Op het verkeerspatroon, op de economische ontwikkeling, op de politieke ontwikkeling en zelfs op de mogelijkheid om de massa te bedriegen, te regeren of te beleren. Dan hebben wij het wel zo’n beetje gezien.

Er zijn natuurlijk wel enkele zeer interessante punten in het voor­uitzicht, zoals het bezoek van de Paus aan Nederland. Ook dat zal en­kele verrassende openbaringen van veranderingen en vernieuwingen doen zien die de Paus liever niet zou zien. Ik verwacht namelijk, althans van twee groeperingen, nog enkele zeer demonstratieve toespraken tot Zijne Heiligheid. Al die dingen samen, daar moet u eens naar kijken. Als u daar open ogen voor heeft, dan zult u op een gegeven ogenblik zeggen: Er is niet alleen een vernieuwing gaande. Neen, zo verandert het. En dan wordt het pas interessant.

Kleur

Wat is een kleur? De kleur is de weerkaatsing uit het geheel van een gamma dat grotendeels wordt geabsorbeerd.

Zo is het bij ons ook. Ook wij hebben onze eigen kleur. Wij hebben een uitstraling. Maar is die uitstraling eigenlijk niet, het door ons weerkaatste residu, uit al datgene wat wij absorberen?

Je moet weten wat kleur kan zijn. Kleur kan de uitdrukking zijn, de samenvoeging, ongetwijfeld. Maar dat is naar buiten toe. Ze kan ech­ter nooit bestaan zonder dat andere gedeelte van het licht dat niet wordt weerkaatst.

Zo is het ook in ons leven, in ons bestaan. Zo is het in de ont­wikkeling van de mensheid. Zo is het praktisch overal in de kosmos zo ver ik kan zien.

Er is altijd een geheel dat ons bereikt en dat absorberen wij. Wat wij uitstralen is juist datgene wat we niet opnemen. Kleur is dus eigenlijk de aanduiding van het tekort. Want als wij werkelijk alles ab­sorberen, dan zijn wij innerlijk licht, maar aan de buitenkant blijft al­leen maar het zwart over.

Wie zwart is vanbinnen, weerkaatst alles. Die is schijnbaar veel­kleuriger dan de regenboog. Laten we ons dus eens afvragen wat we uit­stralen, wat wij zijn. Want die twee dingen tezamen zijn de omschrijving van de kracht waaruit wij leven.