Seks en paranormaliteit

Het lijkt een wat eigenaardige combinatie. Zeker in een wereld, waar seks aan de ene kant een reclameonderwerp is en aan de andere kant een frenetiek vermeden taboe, waarmee de mensen geen raad weten. Maar laat ons eerlijk zijn: het is niet altijd zo geweest.

Er is een tijd geweest, dat seksualiteit even normaal was als eten en drinken en ik zou haast zeggen bijna net zo openbaar. Uit die periode is eigenlijk al het eerste begin gekomen van de seksualiteit die werd gebruikt voor paranormale doeleinden. Veelal gebeurde dat in het kader van godsdienst, van tempels. In andere gevallen als een uitleving van bepaalde natuurritmen. We kunnen constateren, dat in een heel ver verleden de paring reeds een rol speelde bij bv. het projecteren van boodschappen. Dat is heel vreemd. De telepathie, die in die dagen heus nog wel eens een rol speelde, werd kennelijk gestimuleerd door seksueel contact. Aan de andere kant vinden we en in deze zelfde periode als een absolute tegenstelling mensen, die in het geheel geen contact met de andere seksen mogen hebben. Maagdelijkheid is dus voor man en vrouw in bepaalde omstandigheden absoluut noodzakelijk; en om het dan nog een beetje erger te maken worden ze heel vaak rond zich geconfronteerd met een nogal vrij leven op dat terrein. De mensen, die dit doen, zijn over het algemeen degenen die zich bezighouden met o.a. zien; het zijn dus de voorspellers en profeten. In andere gevallen zijn het degenen, die gebonden zijn aan een bepaalde god of godheid. We vinden daar later experimenten van terug. De Pythia’s bv. mochten geen seksueel verkeer hebben. En zoals u weet, werd de beschermgodin van Rome eveneens door maagden gediend.

In de Isis‑cultus vinden we aan de ene kant een religieus gerichte promiscuïteit en aan de andere kant juist weer de eis van maagdelijkheid voor bepaalde priesteressen en priesters. Men heeft dus kennelijk in de oudheid, toen men tegenover de seks nog een beetje anders stond dan tegenwoordig, al bepaalde waarden daarin gezien; en men heeft die waarden, geloof ik, ook wel weten uit te buiten. Het zal u duidelijk zijn, dat wij over die oudheid heel weinig kunnen zeggen. Zeker als het geestelijke dingen zijn.

U leeft in een moderne tijd. In deze moderne tijd is het ontzettend moeilijk om nu eens precies te gaan bewijzen wat ze vroeger werkelijk hebben gedaan. Want als je gaat onderzoeken en je hebt ergens nog een stoffelijk bewijs, dan kun je zeggen: zo is het geweest. Anders heb je misschien een geloof, dat algemeen aanvaard is en als er dan een stoffelijk bewijsje komt, zeg je: kijk, dat is het dus; dan is de rest ook waar. Als het gaat over het gebruik van wat wij tegenwoordig paranormale eigenschappen noemen, dan is er eigenlijk geen enkel bewijs. We zien er alleen maar enkele verschijnselen van: de orakels. Van die orakels weten we dat ze zo nu en dan ook nog wel voor bedrog werden gebruikt. We hebben dus weinig houvast. Maar we kunnen het misschien dichter bij huis gaan zoeken.

Er zijn bepaalde culten geweest ‑ ongeveer in het jaar 500 – waarin de seksualiteit ook weer een bijzonder grote rol speelde. Dit stond geheel vrij van huwelijksbanden, die overigens in bv. de Germaanse gemeenschappen zeer sterk werden gerespecteerd. Men kwam bijeen en vierde het feest van bepaalde goden en van bepaalde ontwikkelingen. Daarbij speelden twee belangrijke factoren een rolt het eerste was het Joelfeest (waar u heel dicht bij staat), waarbij willekeurige personen, die gezamenlijk door de rook waren gegaan, werden beschouwd als vrij elkaar te ontmoeten, ongeacht verdere banden. En daarnaast het Oogstfeest, dat ook gevierd werd met de algehele roes plus de rest. Nu zullen de roes en de rest waarschijnlijk in deze dagen nog wel voorkomen, maar ze zijn tegenwoordig niet meer kerkelijk goedgekeurd. Er staat geen imprimatur op. Hier zijn we dus eigenlijk al een beetje dichter bij de moderne tijd. Want wat horen we?

In ongeveer 1100, 1200 beginnen de heksenvervolgingen. Wat doen die heksen? Wat is het meest verwerpelijke dat zij doen? Natuurlijk de duivel aanbidden. Maar veel erger is het dat ze ook allerhande orgieën houden. Orgieën, die we overigens in de oudheid overal vinden. Als we nog wat verder gaan, krijgen we zelfs te maken met duivelaanbidding: 16e eeuw. Onder ander in Duitsland en in bepaalde delen van Engeland. Ook hier precies hetzelfde aspect. Maar gaan we nu in ongeveer 1800 kijken in de Ver. Staten, dan vinden we daar ook verschillende christelijke of pseudo-christelijke cultussen, die seksualiteit ergens in hun banier hebben en heel vaak op een bijna rituele wijze. Het vreemde is, dat al die gemeenschappen tevens de roep hebben dat ze bepaalde dingen kunnen doen, die in het occulte thuishoren. Ze zijn paranormaal begaafd.

Wat is er van waar? We zouden het moeten nagaan en dan kunnen we twee facetten tegenover elkaar zetten. We hebben aan de ene kant de absolute onthouding (dat is dus niet het moderne kerkelijke celibaat, dat is nog weer iets anders), die zowel bij mannen als bij vrouwen kan voeren tot z.g. frustratieverschijnselen. Bij die frustratie wordt een enorm grote innerlijke spanning opgewekt. In deze spanning ontstaat een overprikkeldheid, maar ook een overgevoeligheid. Door die overgevoeligheid kan men inderdaad een groot aantal dingen aanvoelen, die normaal aan de mensen voorbij zouden gaan.

Indien ik mijn frustratie kan projecteren op een hoger niveau, dan komt het in zo’n geval zelfs wel tot belevingen, die andere sferen en andere tijden kunnen betreffen en die mij helpen om vooruit te zien, die mij soms kunnen helpen om bv. te genezen. Het is dus duidelijk, dat deze frustratie op zichzelf door de spanningen die zij wekt in de persoon een zeer sterk gerichte ontlading van mentale en psychische krachten tot stand kan brengen.

Aan de andere kant hebben wij een soort oververzadiging met seks. Nu weet u allemaal, althans dat hoop ik voor u, dat na een seksueel verkeer er een ogenblik van absolute lichamelijke ontspanning, intreedt. Je bent op dat ogenblik werkelijk helemaal rustig. Je zou eigenlijk niets liever doen dan alles laten zoals het is voorlopig. Een dergelijke algehele ontspanning, zowel ten aanzien van je wereld als van je lichaam, brengt met zich mee dat je op dat ogenblik eveneens neutraal bent t.a.v. alle krachten van je eigen wereld. En in deze neutraliteit kan wederom een bestaand geestelijk contact tot uiting komen. Het verschil is dus, dat wij bij het frustratieverschijnsel te maken krijgen met een gerichte werking, die altijd van onszelf uitgaat. Het is altijd een projectie. In het tweede geval, de verzadiging, krijgen wij te maken met een receptiviteit, waarbij soms invloeden nog wel van ons zullen kunnen uitgaan, maar waarbij toch in hoofdzaak invloeden van buitenaf werden ontvangen. Als u die twee dingen tegenover elkaar zet heeft u reeds een klein begrip wat seksualiteit kan betekenen op het gebied van het paranormale.

Er zijn mediums (tegenwoordig zal ’t misschien niet zo vaak meer voorkomen als in de oudheid) of profeten zoals ze toen ook werden genoemd, die eigenlijk alleen dan tot een redelijk goed contact komen, indien ze kort voordien een seksuele ontlading hebben doorgemaakt. Wij weten dat er bepaalde zieners zijn ‑ en dat geld voor deze tijd ook nog wel – die eveneens pas werkelijk goed ontvangen, dus goed voor een ander kunnen zien, indien ze die ontlading hebben gehad; als ze dus in die toestand van ontspanning zijn. Hier zou je je kunnen afvragen: Wat is de meest juiste gebruikswaarde van die seksualiteit, als je haar zou willen gebruiken binnen het kader van het occulte streven en het ontwikkelen van paranormale kwaliteiten? En dan meen ik allereerst te mogen zeggen:

Op het ogenblik, dat iets bij u spanningen opwekt, die niet worden ontladen (dat kan dus ook het geval zijn met een schuldbesef in een seksueel contact of iets dergelijks), dan zult u daaraan voor paranormaal verkeer niets hebben. U verwisselt dan een lichamelijke spanning met een psychische. Maar de gespannenheid blijft bestaan en u bent nog voortdurend gebonden aan uw eigen wereld. De receptiviteit wordt niet groter. Integendeel, door de belasting die u dan onmiddellijk ondergaat vanuit het onderbewuste ‑ later komt ze iets naar boven ‑ bent u eigenlijk ongevoeliger geworden voor alles wat er buiten u bestaat. Je zou het dus nooit kunnen opbouwen uit het denkbeeld “nou, dan moet het maar”, want dan heb je er niets aan; dan kun je er geen doel mee bereiken.

Maar stel nu, dat deze factor buiten beschouwing blijft. Geen schuldgevoel, maar een gevoel van vrijheid, van bevrediging. In dat geval word ik ontvankelijk. Die ontvankelijkheid omvat ongetwijfeld alle sferen waaruit ik kan ontvangen. Daarnaast bevat ze telepathische contacten met mijn eigen wereld, grotere gevoeligheid voor ontwikkelingen, die in de wereld aan de gang zijn. En daarnaast een versterkt optreden van het onderbewuste dat in deze conditie, indien het nodig is, een enorme hoeveelheid feitenmateriaal naar het waakbewustzijn weet te spuien. We hebben hier dus werkelijk wel te maken met iets, waarvan je gebruik kunt maken.

Nu zult u mij niet kwalijk nemen, dat ik weer even in het verleden duik om voorbeelden te vinden: Bij bepaalde bezweringsriten werd gebruik gemaakt van seksueel verkeer. Men deed dit omdat men daardoor in staat was de demon of de krachtdemon (misschien nog meer in het idee van daemon ‑ licht in het Grieks) op te roepen. Men had contact met een geest. Dan had men naast degenen, die de oproep deden, behoefte aan iemand, die kon bezweren; en dat was dan juist de persoon met de frustratie. Die had zich ‑ naar gelang van de ernst van de bezwering ‑ 72 uur, 3 weken, 7 weken of voor de zwaarste bezweringen zelfs gedurende ruim 4 maanden moeten onthouden. En dat terwijl zijn medewerkers tortelden dat het een lust was, met de beste geestelijke bedoelingen. U begrijpt wel, zo iemand was inderdaad zwaar geladen. Men beweerde dan dat men hierdoor een grotere zeggenskracht kreeg over de geest. En dat is ‑ gezien het voorgaande – helemaal niet onaannemelijk.

Of die demonen nu werkelijk een gestalte zijn of dat het alleen maar personificaties zijn van invloeden, die men aanvoelt, is hier eigenlijk niet van belang, want de voorstelling speelt geen rol. Het gaat om het resultaat. We weten, dat met deze praktijken zeer goede resultaten werden behaald. Dus moet er iets van aan zijn.

Dan weten we verder, dat sommige mensen juist door hun absolute onthouding komen los te staan van de mensheid. In dat geval ontstaat er iets, wat je geen onverschilligheid kunt noemen (er blijven bepaalde lichamelijke behoeften bestaan, daar ontkom je niet aan), maar ze komen los te staan van hun wereldbeeld. Terwijl ze dan gelijktijdig die geladenheid hebben – want het moet ergens naar toe ‑ komen ze tot genezingen. Voorbeelden daarvan zijn: een jonge Duitser, die ongeveer een 20 á 25 jaar geleden optrad o.a. in Rheinland (Westfalen). Een ander voorbeeld, ouder en ongetwijfeld kerkelijk goedgekeurd dus eerbiedwaardiger is Pater Pio in Italië Dan Bélémarque in de buurt van Nantes. Dat zijn er zo’n paar. Deze mensen blijken in staat om zeer snelle en bijna wonderdadige genezingen tot stand te brengen. Wat gebeurt er? We weten alleen dat een hoog potentiaal hebben en dat ze ‑ juist door die frustratie ‑ alles, wat een normaal mens in begeerte‑ en liefdeleven pleegt af te reageren, nu in brandpunt brengen op degene, die ze willen helpen. Het resultaat is, dat ze inderdaad zeer sterk genezende kracht hebben. Maar ‑ helaas misschien, want anders zou het zo eenvoudig zijn om het in te delen – daar staan andere mensen tegenover.

Er is in Engeland een bekend genezer, een spiritist, die zijn beste resultaten altijd juist behaalt, indien hij wel en zelfs rijkelijk geslachtsverkeer heeft gehad. Deze man krijgt daardoor een enorme suggestiviteit. Maar het vreemde is, dat hij onder deze condities alleen kan werken, als er een gezelschap van minstens 20 á 25 mensen aanwezig is. Kennelijk wekt hij een zodanige suggestieve eenheid op bij deze mensen, dat het totaal van hun invloed in de zieke, die hij onder handen heeft a.h.w. binnenstroomt. Zijn eigen suggestieve vermogens overtuigen bovendien degene, die hij wil genezen dan nog van het feit der genezing; en daardoor krijgen we inderdaad opmerkelijke resultaten. De man heeft grote resultaten o.m. bij gevallen van reuma. Dat is waarschijnlijk grotendeels wel zenuwreuma, maar het is bekend dat hij ook enkele gewrichtsaandoeningen heeft genezen.

Een ander voorbeeld is een bekend evangelist en prediker, die in Engeland en de Ver. Staten werkt en ook nog wel in andere landen van de wereld. Hij neemt altijd zijn vrouw met zich mee. Want hij komt kennelijk pas tot beheersing van zijn publiek, waarbij ‑ zoals hij stelt ‑ de geest Gods geneest wie zijn zonden aan God opdraagt, indien hij niets te kort komt. En als prediker mag hij dat natuurlijk alleen uit eigen koelkast halen. Dat begrijpt u.

Dit zijn dus weer strijdige voorbeelden. Kennelijk kun je op de ene manier en op de andere manier werken. Proberen we nu de magische dwang (het vermogen om de gebeurtenissen te richten volgens eigen denken en wezen) na te gaan, dan blijkt dat seksualiteit hierbij betrekkelijk weinig van belang is. Het enige, dat hier belangrijk is, is dat men een redelijke ontspannenheid blijft bereiken. En hoe je die nu bereikt en op elke manier, doet niet ter zake.

Hier is een mens, die zich zodanig kan voorstellen wat noodzake­lijk is, dat hij het daardoor a.h.w. voor zichzelf helpt verwezenlijken. Hij stelt zich de situatie zo uitvoerig voor dat hij elk detail, dat in het normale leven optreedt, daarmee in verband brengt en zo a.h.w. zich­ zelf en anderen naar het punt draagt waar de voorstelling grotendeels verwezenlijkt kan worden. Maar iemand, die niet ontspannen (een frus­tratieverschijnsel bv.) kan hier een absolute afwijking veroorzaken. Dan krijgen we mensen, die met heel hun wezen naar het ene streven en voortdurend alleen maar het andere bereiken. Dat is voor de mens in kwestie natuurlijk een beroerde zaak. Er zijn daarbij natuurlijk een aantal factoren in het spel, die van tijd tot tijd veranderen. U leeft op het ogenblik zelf in een periode, waarin men eindelijk de seksualiteit van de overdreven vroomheid aan het ontdoen is.

De vroomheid, let wel, die zegt: Dat het plezierig is, is een toeval en eigenlijk jammer, want je moet het alleen maar gebruiken om kindertjes in de wereld te zetten. Maar er zijn nu zoveel kindertjes in de wereld gezet, dat men langzaam maar zeker begint te wegen of dit noodzakelijke facet van het menselijk leven ook niet op een andere misschien wat plezieriger en wat minder bindende wijze zou kunnen worden beleefd. Het resultaat is, dat men meer uitgaat van de eigen persoonlijkheid. Het gaat niet meer om “mag het wel of mag het niet”, daar praten we niet over. Het gaat erom “wil ik wel of wil ik niet”. En zolang men in dit opzicht geen dwang aanneemt, kan men zeggen dat er een zekere ontspannenheid ontstaat. Maar bij die ontspannenheid blijft, juist door het keuze‑element en door de sociale achtergrond, toch altijd nog wel het een en ander hangen, waarvan je zegt: Ja, dat is natuurlijk voor het leven in de maatschappij noodzakelijk en goed, maar in het ontwikkelen van paranormale eigenschappen is het schadelijk

Het is n.l. de kwestie, dat men zodanig ingaat op de partnerkeuze, dat het doel van de partnerkeuze op de achtergrond wordt geschoven. En dat is nu een van de dingen, die we toch wel moeten stellen. Indien men paranormale resultaten wil behalen, dan moet het doel op de voorgrond staan.

Waarom, zult u vragen: Wel, omdat het doel in een periode van nog toenemende spanningen het best wordt geformuleerd. Dan ben je scherper; dan is er niet de laksheid, waardoor je langzaam maar zeker wegdoezelt en het eigenlijk wel gelooft. Door de scherpe gerichtheid voor de ontspanning kan de werking tijdens de ontspanning geheel doelbewust zijn. Als u dat vergeet, ja, dan is er weer weinig aan de hand. Ik heb dit alles gezegd vanuit een heteroseksueel standpunt. Nu moet u één ding goed begrijpen: dat hetero of homo of hoe u het wilt noemen, maakt geen verschil uit. In dit opzicht niet. Maatschappelijk en in het emotionele leven kan het grote verschillen betekenen, maar hier betekent het eigenlijk niets, omdat het contact op zichzelf en de ontlading belangrijk is; niet de manier waarop, en alle franje die er verder bijhoort.

Natuurlijk, ik weet het wel, er zijn bepaalde riten geweest indertijd, waarbij het zelfs tot op het laatste ogenblik was voorgeschreven hoe het precies moest gebeuren. Ik heb nooit gehoord, dat ze bijzonder grote resultaten hebben opgeleverd. Er zijn bv. heksencultussen, waar op een gegeven ogenblik een rondedans begint. (Die heksengroepen bestaan nu nog.) Daarna wordt er een bloedoffer gebracht op een vrouw, die op of gedeeltelijk op het altaar ligt en dan zingt men daarbij een bepaalde hymne. Op een vastgesteld moment moet de coïtus plaatsvinden; er moet dan werkelijk wat gebeuren. Men denkt dat dat wat uithaalt. Maar u kunt misschien wel begrijpen, waarom dat zo weinig resultaat heeft. Die goede man denkt aan niets meer, ook niet aan het doel. Hij denkt alleen maar aan het juiste ogenblik want anders staat hij voor gek. En die goede vrouw ligt daar wel en vraagt zich misschien af; “lig ik hier nou een beetje voor gek of niet” Er zijn daar allerlei factoren in het spel, die absoluut schadelijk werken. Maar aan de andere kant zou je toch kunnen zeggen: Is de methode op zichzelf niet onjuist. De omstandigheden zijn verkeerd. De absolute binding aan een ritueel is verkeerd. Er mag een zeker ritueel zijn misschien – voor sommigen is dat aanvaardbaar ‑ en daardoor wordt de hele situatie aanvaardbaar. Maar ik geloof toch niet, dat je zo ver moet gaan om dat allemaal precies te bepalen.

Kijk eens. Als je al het voorgaande nu eens probeert samen te vatten, dan kom je tot een aantal zeer zakelijke regeltjes. Natuurlijk niet mooi. Seksualiteit moet romantisch zijn, ze mag niet zakelijk zijn in uw tijd. Daarom wordt ze ook zakelijk geëxploiteerd in de hoop dat iedereen die exploitatie over het hoofd zal zien terwille van de romantische gevoelens. Maar scherp gesteld:

In de eerste plaats:

Elke mens heeft een aantal eigenschappen, die ‑ gezien de huidige erkenning en formulering daarvan ‑ behoren tot het paranormale. Elke mens zal die eigenschappen onder bepaalde spanningen tot uiting zien komen. Hij komt tot belevingen, die paranormaal heten of zijn. De mens wordt over het algemeen in zijn leven zowel in zijn normaal gedrag als ook, t.a.v. zijn religieuze voorstellingen echter voortdurend weggedrukt van deze niet aan te leren en spontaan opwellende erkenningen, kennis en ervaring.

Als wij voor onszelf zoeken naar erkenningen met paranormale mogelijkheden, dan zullen wij allereerst moeten nagaan, of deze in enige mate bezitten. Als u weet, dat u dingen bijzonder scherp aanvoelt en u wilt iets absoluut weten, dan zult u dat kunnen doen, mits u de voor u juiste methode ontwikkelt. Voor die methode kunt u dan kiezen ‑ aangezien het geen absolute receptiviteit vraagt – zowel uit de frustratie (de onthoudingsmethode) gepaard gaande meestal met een reinigingsmethode als uit de promiscuïteit. Welke methode voor u het best werkt, ligt aan uw persoonlijke gedachtegang, aan uw persoonlijk leven. Houdt u rekening met uw omstandigheden, dan moet ik u tot mijn spijt zeggen, dat dit niet van betekenis kan zijn. Uw wezen houdt geen rekening met de omstandigheden, maar met de juiste stimulans.

In de tweede plaats.

Elke mens kan dus komen tot prestaties, die boven de norm liggen. Voor 9 van de 10 mensen is daarvoor ontspannenheid noodzakelijk. Slechts bij uitzondering en in hoge geestelijke nood blijkt een soortgelijke gevoeligheid op te treden. In het eerste geval is praktisch elke ontwikkeling mogelijk, waarmee contact met krachten of erkenningen van buiten het eigen wezen worden gezocht. In het tweede geval kan alleen sprake zijn van een projectie vanuit het “ik”, waardoor een specifiek antwoord komt op de eigen toestand. Verder kun je het niet brengen. Dat betekent dus, dat algehele onthouding over het algemeen slechts zeer beperkte resultaten geeft. Degene, die fijn gespecialiseerd werk wil leveren, maar dan meestal op één enkel terrein, zal aan onthouding zeer veel hebben. Degene, die een ontplooiing op een meer algemeen en groter terrein zal zoeken, kan m.i. beter een andere methode volgen.

In de derde plaats.

Leven is niet alleen maar opgebouwd uit hetgeen u nu op aarde bent. Er zijn wat men noemt karmische banden. Een heel mooi woord, waarmee men alleen maar wil aanduiden dat men elkander in vorige levens of in andere werelden heeft ontmoet en men t.a.v. elkaar bepaalde verplichtingen kent. In zeer vele gevallen zullen dergelijke verplichtingen een bijzonder hoge emotionele waarde kunnen bevatten. Zo dit het geval is, zijn zij vaak het perfecte middel om te komen tot een vergrote erkenning en niet alleen meer van receptiviteit. In een dergelijk geval kan het contact eveneens een gerichte werking met zich brengen.

In de vierde plaats.

Degenen, die sekse en seksualiteit beschouwen als iets, waarover je eigenlijk niet moet praten in het openbaar (ik heb geprobeerd om ondanks alles hun gevoelens enigszins te sparen in mijn betoog) zullen zich moeten realiseren dat elke frustratietechniek, die is gebaseerd op een maatschappelijke verhouding dodelijk werkt op fijnere gevoeligheden. Dat betekent afstomping, zowel emotioneel als zelfs ten aanzien van conceptievermogen, concentratievermogen. Uw maatschappelijke vorm is dus niet bepaald ideaal.

Dit u realiserende zoudt u misschien kunnen overwegen, of u – daar uw gedrag moeilijk te wijzigen is ‑ toch door een andere instelling tegenover de wereld en haar gedragingen zoudt kunnen komen tot een grotere aanvaarding van de wereld, waardoor u eveneens meer van de invloeden uit die wereld in u kunt opnemen en daarmee misschien in uzelf juist kunt werken.

Dat is de hele inleiding. Ik kan u natuurlijk precies gaan beschrijven wat ze vroeger allemaal voor dingen hebben gedaan in naam van de goden. Dan kan ik uitgaan van de prostitutie voor bepaalde goden en godinnen, waardoor sommige zeelieden, wanneer ze in de haven kwamen, het eerst naar de tempel liepen om de goden of de godin te danken en gelijktijdig nog een ander plengoffer te brengen. Het zou weinig zin hebben.

Ik zou u kunnen vertellen, hoe bepaalde orgieën werden gevierd in de grote Egyptische tempels. Maar wat heeft u er eigenlijk aan. Die kans heeft u tegenwoordig toch niet en als het op technicolor komt, is het toch niet echt meer.

Wat betreft heksen en heksensabbats, ach, er zijn zoveel verhalen daarover, u zult er heus niet wijzer van worden. U moet leven in uw eigen wereld, in uw wereld van vandaag. Maar u leeft in die wereld met dezelfde mogelijkheden tot waarneming, tot gevoeligheid, tot projectie van bepaalde minder stoffelijke krachten als alle mensen voor u. En in verband daarmede kan het beschouwen van sekse en seksualiteit belangrijk zijn.

Als je een man bent, zul je uit de aard der zaak veel gemakkelijker projecterend werk doen. Als je een vrouw bent, zul je door je aard vaak meer receptief werk doen. Om u een voorbeeld te geven:

Een man zal in genezing zeer snel grijpen naar magnetiseren, dus naar directe beïnvloeding. De vrouw zal heel vaak grijpen naar intuïtieve diagnose, aangevuld eventueel met kruiden. Sekse, als de ene sekse tegenover de anderen, is eigenlijk veel minder belangrijk dan u denkt. Seksualiteit is alleen belangrijk, omdat ze zowel op het stoffelijk als op het geestelijk leven van de mens bepaalde invloeden heeft. En het is de geest, het is dit totale mentale wezen, dat veel meer kan presteren dan het normalerwijze presteert. Vandaar het paranormale in de titel.

**************************

*  Berust de mening, dat men na geslachtsverkeer het paranormale opwekt niet grotendeels op suggestie?

Dit berust niet grotendeels op suggestie. Suggestie speelt daar­bij echter wel een rol. Ik heb geprobeerd om u in mijn inleiding duide­lijk te maken, dat na het geslachtsverkeer een periode intreedt, waarin het lichaam bijzonder ontspannen en loom is en vaak ook de geest (al­thans het mentale gedeelte dat men kent) bijzonder ontspannen is. Door deze ontspannenheid wordt de receptiviteit natuurlijk veel groter. Dat is een feit. Maar wanneer ik daarbij mij voorstel, dat die recepti­viteit dan tot resultaten zal leiden en deze voor mijzelf misschien probeer te bepalen, ontstaat er wel een suggestie, die selectiviteit betekent t.a.v. hetgeen ik ontvang. Laat mij het zo zeggen: Iemand, die deze suggestie niet heeft, is een open ontvanger; daar kunnen dus alle kanalen gelijktijdig voor het binnenstromen open­ staan. Iemand, die door de suggestie selectief is geworden, is een af­gestemde ontvanger. Hij is dus alleen vatbaar voor invloeden uit een bepaald gebied of voor ervaringen op een bepaald terrein.

*  Seksueel contact kan dus enorm bevrijdend werken, maar aan de ande­re kant ook erg binden aan de partner, waardoor je gedachtewereld be­perkt wordt. Hoe dit te vermijden?

Ik geloof, dat de binding aan de partner voor een groot gedeelte voortkomt uit het voorstellingsvermogen van de mens. Zeker, er zijn ge­vallen bekend van seksuele horigheid, waarbij men zodanig aan een bepaald contact gewend is en daarop is ingesteld, dat men al het andere eigenlijk niet meer wil of kan beleven. Maar dat zijn uitzonderingsgevallen. Ik zou zeggen, die zijn dus op zichzelf al het resultaat van een neu­rotische persoonlijkheid. Dat kan zelfs een zuivere psychose zijn. Maar in het algemeen genomen leeft u in een wereld, waarin de gezins­vorming maatschappelijk een buitengewoon belangrijke rol speelt. En dat is begrijpelijk. Die gezinsvorming, is oorspronkelijk tot stand gekomen in de tijd van het bezit; de eerste bezitsvorming. Want aan de erfgenaam wordt het bezit overgedragen. Er zijn tussenvormen geweest, zoals bij een ma­triarchaat, waar de echtgenoot niet telt en de erfopvolging alleen door de vrouw als moeder wordt bepaald; n.l. de eerste vrucht komt het eerst aan de beurt en zo verder. Er zijn andere vormen geweest, zoals bij een patriarchaat, waar de man uit de vruchten van vele vrouwen zijn voorkeur kenbaar maakt en deze als erfgenaam aanstelt. Maar dat werd op den duur toch wel een beetje lastig, daardoor kwamen er te veel geschillen en zo kwam men tot een gezin, waar de vrouw kuis moest zijn, zoals bv. de domina in Rome. Niet omdat men de kuisheid op prijs stelde, maar om de doodeenvoudige reden dat men alleen vruchten wilde voortbrengen, die het erfrecht van de man zonder meer konden voortzet­ten. Uit die tijd heeft zich dat steeds verder ontwikkeld, ofschoon dat richtingen zijn geweest, waarin dat niet het geval was. De Walden­zers bv. hebben een ander patroon gehad t.a.v. het bezit. En het vreemde is, dat ook hun seksuele patroon dan onmiddellijk van de norm gaat af­wijken. Later bleek dat het gezin een bijzonder prettige band vormde; tenminste voor degenen, die wat te zeggen hadden. Want de man is gebon­den aan zijn aansprakelijkheid tegenover vrouw en kind en zal daardoor gedwongen kunnen worden tot handelingen, dader‑, enz., die hij voor zichzelf misschien niet zou stellen. Je kunt die opoffering als iets moois voorstellen ‑ en misschien is ze dat ‑ maar het is wel zeker, dat van die gezinsband maatschappelijk enorm veel misbruik is gemaakt. Nu leef je tegen een achtergrond, waarin deze gezinsvorm eigenlijk als bepalend wordt beschouwd. Dat is een emotionele bepaling. Zolang wij deze emotionele bepaaldheid (die in feite voortvloeit uit een suggestie uit de maatschappij, uit het milieu) terzijde schuiven, dan blijft over de gespannenheid; en dan blijkt de seksuele daad ook een veel vrijere daad te zijn. Zij is niet meer gebonden aan de voortbrenging per se. Zij is dus een daad, die wordt gesteld vanuit de persoonlijkheid en waarbij de voort­brenging eventueel ook bewust wordt nagestreefd en dan een wederkerige aansprakelijkheid met zich brengt, tot de tijd dat de kinderen rijp genoeg zijn om op eigen voeten te staan. Dat betekent dus nog niet, dat ze hun eigen brood kunnen verdienen. Het zal u duidelijk zijn, dat als we de horigheid, dit neurotisch­ psychotisch effect buiten beschouwing laten, de binding uit de maat­schappij voortkomt. Aangezien zij voortkomt uit een kunstmatige structuur, die bovendien door een minderheid wordt bepaald, omdat zij daardoor een greep heeft op een meerderheid, zullen we toch moeten toegeven, dat dat niet beslissend kan zijn ten aanzien van het paranormale, het religieuze en dergelijke.

Een stukje onaangename maatschappijleer is dat waarschijnlijk. Maar u moet maar denken: elke mens pretendeert altijd in de beste maatschappij te leven, die er ooit is geweest, omdat hij anders kotsmisselijk wordt van alles wat hij doet om die maatschappij in stand te houden.

*  Zoudt u ons een nadere uitleg kunnen geven omtrent de endocriene werkingen in verband met het door u behandelde thema?

Dat zou mij hier wel wat te ver voeren. maar we kunnen het misschien betrekkelijk eenvoudig stellen. Wanneer wij de werking van de geslachtsklieren krijgen, dan wordt hierdoor een verandering van functie tot stand gebracht, die o.m. op enkele afscheidingen van de hypofyse invloed heeft en die daardoor het totale lichamelijke evenwicht tijdelijk wijzigt. Er zijn zelfs gevallen be­kend, waarbij ook de alvleesklier reageert op een zodanige wijze, dat de persoonlijkheid zelfs tijdelijk verandert. Als u daarmee nu rekening houdt, dan heeft u dus reeds de endocriene kwestie.

Daarnaast zouden we dan ook moeten spreken over de kwestie van de chakra’s; de verbindingen van de mens met zijn buitenwereld op min­der stoffelijke wijze. En dan blijkt, dat bij de geslachtsdaad bepaalde chakra’s over het algemeen sterk worden geactiveerd (d.w.z. de lagere chakra’s), maar dat de energieën, die daar tot uitwisseling komen bovendien een grote invloed hebben op de functionaliteit en eventueel zelfs op het meer of minder open zijn (receptief zijn) van de hogere chakra’s.

Dan is er nog een laatste punt dat we hier in dit verband mis­schien kunnen aanstippen: de afscheiding van het vrouwelijk hormoon dringt in de man binnen; het is dus niet de man alleen die binnendringt, al denkt men dat meestal wel. Hierdoor ontstaat er dus ook bij de man tijdelijk een grotere neutraliteit. Die is betrekkelijk snel weer verdwenen. Het duurt ongeveer 5 tot 10 minuten. Maar in die 5 tot 10 minuten is seks als drijfveer uitgeschakeld; en dat gebeurt via die hormonen. Bovendien is dat voor het lichaam zelf zeker gezond en ook voor de vrouw. Omgekeerd is het contact met het mannelijk hormoon, dat eveneens wordt opgenomen corrigerend. Het brengt ook lichamelijk een zekere evenwichtigheid tot stand.

*  Ligt het ook aan de klieren, dat de ene mens erg seksueel is aangelegd en de andere niet?

Als u bedoelt de geslachtsdrift, die wordt inderdaad door klierwerkingen medebepaald. Je kunt dus niet zeggen: Nou, dat is maar een slome; die is zeker te lui of zo. Dat is doodgewoon: die man heeft te weinig prikkels, of die vrouw heeft te weinig prikkels in dat opzicht. Vrouwelijke frigiditeit en sommige vormen van mannelijke frigiditeit zijn overigens weer van het suggestieve type; ze worden door het milieu be­paald. Dat heb ik al geprobeerd duidelijk te maken. Voor de rest zijn er natuurlijk een hele hoop seksuele klieren, die overal rondgluren, maar dit zijn klieren in hun geheel. Wij kunnen deze dus niet meer in endocriene verband bezien; het is een niet maatschappelijk verband.

*  U bedoelt dat natuurlijk figuurlijk.

Ik bedoel; wanneer iemand nu niet een slome is, maar het tegenover­gestelde daarvan. Dan zou ik zeggen, dat het normaal zou moeten zijn, indien hij dit zou kunnen uitleven. Op het ogenblik, dat men zo iemand probeert te be­letten dit uit te leven, begaat men eigenlijk volgens mij wel een zonde tegen die persoonlijkheid, want die wordt daardoor gefrustreerd. En u weet als je dorst hebt en je hebt helemaal niets te drinken, want er is geen water in de buurt, dan is het niet erg. Maar als je nu elke keer maar een druppel water krijgt, dan kook je helemaal over. Dat is ook seksueel vaak het geval; en daardoor ontstaan er dan afwijkingen en een enorme agressiviteit. Een groot gedeelte van de agressiviteit, die wij in de maatschappij zien, kan eigenlijk ook wel weer worden teruggevoerd naar deze seksuele spanningen. Die zijn er voor een groot deel debet aan.

*  Mag ik iets vragen over die hormoonuitwisseling? Die zal toch wel eisen stellen aan de eventueel te gebruiken voorbehoedsmiddelen, eventueel aan de aanwezigheid daarvan?

Mag ik u een tegenvraag stellen? Eet u een broodje kaas met plastic erom heen?

*  Om welke redenen ‑ psychologisch gezien ‑ werd seks door maatschappij en kerk verdoemd?

Ze werd eigenlijk door maatschappij en kerk helemaal niet verdoemd; dat is juist het eigenaardige van de zaak. De maatschappij had er behoef­te aan om seks te kanaliseren en dat was begrijpelijk. De kerk had er be­hoefte aan om seks te kanaliseren, omdat zij daardoor een groter inzet, een grotere concentratie in een bepaalde richting meende te mogen ver­wachten. Maar vergeet één ding niet; dat voor de kerk celibaat een heel lange tijd niet, zelfs officieel niet betekend heeft dat een priester geen contact mocht hebben met een vrouw. Het betekende alleen, dat hij geen gezin mocht vormen en zich dus niet aan één per­soon mocht binden. Daarna is de zaak ernstiger genomen en zien wij in plaats van het verschijnsel van de cocottes of het bezoeken van de goede vrouwen der parochie langzaam maar zeker de huishoudster op­treden. Dat is voor wat de kerk betreft. De staat kreeg zeer snel in de gaten, dat ze meer had aan mannen, die te weinig vrouwen hadden; daardoor waren ze dus sneller op te winden, sneller tot gewelddadigheden te brengen. Vandaar dat we naarmate de tijd verder gaat eigenlijk grotere beperkingen zien ten aan­zien van de legertros. De legertros wordt steeds verder teruggetrok­ken. Zelfs in de tijd van Rome zijn er nog vrouwen, die met de cohorten meetrekken. Maar als we gaan kijken in bv. 1500, dan zien we dat de tros afzonderlijk van het leger optrekt en dat niet een ieder zonder meer de mogelijkheid krijgt ‑ aangenomen dat hij het geld heeft, want dat heb je er dan ook voor nodig ‑ om terug te gaan naar het bivak, waar de vrouwen, de marketensters en al die andere leuke dingen zijn. Bepaalde Duitse legers hadden zelfs nog in 1800 in de legertros een z.g. hoerenwaard. Deze zorgde er wel voor dat de meisjes niet de kans kregen om met één bepaalde soldaat al te veel te doen, of hij moest officier zijn en erg rijk. De hoerenwaard moest ervoor zorgen, dat de man­nen allemaal eigenlijk net iets te kort kregen. Het was het stukje spek, dat je de hond voorhoudt en dan wegtrekt; het worteltje, dat je de ezel voor de neus laat bengelen zonder hem te laten happen.

*  Grijpt het verband tussen seks, en paranormaliteit niet terug naar de tijd van Lemurië?

Ik zou niet willen teruggrijpen naar Lemurië. Wat wij verstaan onder Lemurië is, zoals u weet, de periode, waarin de mensen grotendeels nog instinct‑ en drangbepaald waren en daarbij a.h.w. door een rassenenti­teit op bepaalde tijden tot paring werden gedreven, waarna de geslach­ten t.a.v. elkander onverschillig bleven. Pas aan het einde van de Lemurische periode (de periode van Atlantis) zien we de seksualiteit lang­zaam maar zeker vrij komen van dit gemeenschappelijk op vrouwtjes jagen voor een korte tijd. Daarna krijgt men wat men vanuit het huidig stand­punt een zekere promiscuïteit zou noemen. Er zijn dus wel vaste koppels. En dan moet u een koppel zeker niet zien als alleen maar bestaande uit twee. Het konden soms ook groepen zijn van laten wij zeggen 5 mannen en 10 vrouwen of 10 mannen en 5 vrouwen. Dat was overigens iets wat meer voorkwam in Tibet dan in Atlantis. Daarbij was het heel normaal ‑ wat bij sommige stammen nu nog het geval is ‑ dat een reiziger of een gast, die bij je overnacht, automatisch ook een vrouw in zijn bed krijgt. Dat hoort bij de gastvrijheid. De seks wordt dus helemaal niet gezien als zo bepaald of belang­rijk. Er zijn zelfs zwervende stammen (dat is nog veel later, ongeveer 2000 v. Chr.), die ‑ wanneer ze een belangrijke gast op bezoek krijgen ‑ proberen hem vast te houden en hem dan zoveel mogelijk meisjes in bed duwen in de hoop, dat hij als het een kundig, een bekwaam, een eerbied­waardig man is, iets van zijn persoonlijkheid zal achterlaten in deze vrouwen en zo kinderen voortbrengen met dezelfde begeerlijke eigenschap­pen.

Ik geloof dus niet, dat je kunt zeggen dat dat contact met de pa­ranormaliteit nu voortkomt uit Lemurië. Ik zou wel zeggen dat de perio­de, waarin de frustratie begint ‑ en dat zou ik willen stellen op onge­veer 6.000 v. Chr. ‑ de paranormaliteit eigenlijk niet meer normaal tot uiting komt en daardoor valt de nadruk op de seksualiteit in verband met paranormale verschijnselen. Men ontdekt, dat er een samenhang is.

*  In hoeverre speelt de leeftijd bij de door u geschetste procedure van ontspanningsbereiking een rol? Ik denk hier aan het “poltergeist”­ verschijnsel bij pubers, maar ook aan gebruik of misbruik van kinderen. De juiste woordkeuze laat ik zekerheidshalve aan u over.

Bedankt voor het vertrouwen. Met andere woorden: zeg jij het nu maar, ik durf het niet. Laten we dat heel eenvoudig stellen: Op het ogenblik dat een kind geslachtsrijp is, zou het moeten kunnen beschikken over voldoende kennis omtrent de betekenis van geslachtelijk verkeer. Het zou daarnaast m.i. de mogelijkheid moeten heb­ben om niet‑bindend ook praktijkervaring op te doen. Het klinkt mis­schien een beetje gek, maar men vergeet dat seksualiteit, zelfs in uw maatschappij, een zo belangrijke factor is in het menselijk bestaan, dat alleen reeds de onkunde, dit niet weten wat of hoe, of het half weten, het verkeerd doen, voert tot enorme mistoestanden en misvattingen. Indien de puber normaal leeft, zal hij waarschijnlijk niet al te vaak in die periode tot werkelijk geslachtsverkeer komen. Dat is juist het ty­pische. Dat komt meestal pas tegen het einde van die periode. Tenzij na­tuurlijk er een geheim van wordt gemaakt en je wordt aangepraat als meis­je, dat het de grootste heerlijkheid is als een man je broekje uittrekt; en als jongetje, dat er niets mooiers is dan om met een meisje te knoeien. En dat is dan wat er ontstaat, wanneer dit iets verbodens, iets ge­heimzinnigs, iets bijzonders is; iets voor volwassenen. Dat willen kinde­ren graag. Maar zou dit niet het geval zijn, dan zouden daarmee ook niet de frustratieverschijnselen en de drangverschijnselen opkomen, die soms, maar lang niet altijd, de poltergeistverschijnselen veroorzaken. U moet daarbij goed begrijpen, dat de poltergeistverschijnselen in feite het resultaat zijn van de onbeheerste uitstroming van plasma. Men noemt het dan ectoplasma, maar in een andere vorm noemt men het pro­toplasma, waarvan het inderdaad de kernwaarde is. Daarmee worden dan da­den gesteld, die het kind in verzet tegen zijn omgeving normaal zou stel­len.

Indien u al deze seksuele nood‑ en drangverschijnselen zoudt wegnemen en al die geheimzinnigheid over het onderwerp, dan zal er toch vol­gens mij altijd het verzet van het kind zijn tegen zijn omgeving en daarmee zal onder die condities het poltergeistverschijnsel blijven bestaan.

Wat betreft de leeftijd, ik zou zeggen voor seks is vanaf het ogenblik van rijpheid eigenlijk geen leeftijd meer, tot de tijd misschien dat de moeiten de lusten niet meer waard zijn; maar dat is voor veel mensen betrekkelijk laat.

Ik geloof dus wel, dat we hieruit kunnen concluderen; De manier, waarop men de seksualiteit benadert in deze periode, is verkeerd. En denkt u nu niet, dat het altijd zo is geweest. Zelfs in 1700 was de benadering­ t.a.v. de seksualiteit een totaal andere. Toen waren kinderen van 9 á 10 jaar volledig op de hoogte van alles wat er gebeurde; en waren jongetjes, die eenmaal geslachtsrijp waren (een jaar of 13 ‑ 14) druk in de weer om eens te kijken bij de een of andere ervaren dienstbode hoe het eigenlijk in elkaar zat. Dat was heel normaal in die tijd. Voor de meisjes stond het een beetje anders. Die moesten eerst trouwen als maagd. Na het huwelijk konden ze dan al datgene doen wat de jongetjes voor die tijd hadden gedaan. Het was zelfs een lange tijd bon ton, zeker bij de ho­gere standen.

U moet dus niet denken, dat de strenge calvinistische opvattin­gen, die de laatste eeuw (de laatste 150 jaar eigenlijk) gepropageerd zijn en die ten dele ook zelfs praktisch hebben bestaan (het is voor het merendeel theorie gebleven, maar ja, daar was het praktisch ook zo) dat deze bepalend zijn voor de houding van de mensheid t.a.v. de seks in het christendom. Je mag op het ogenblik niet meer zeggen, dat in de eerste christengemeenschappen een onderling vrij seksueel verkeer normaal aan­vaard was, want dat zou ingaan tegen de leringen, die men tegenwoordig te dien aanzien verkondigt. Toch was dat een feit. En zo kun je verdergaan. Neen, ik geloof dat we moeten stellen: Wanneer een gezonde, open aanvaarding van de feiten des levens plaats vindt, zonder allerhande humbug e.d. en zonder allerlei krankzinnige verbodsbepalingen, die geen inhoud hebben en in de plaats daarvan er een voorlichting is, die zoveel inhoud heeft, dat men zelf in staat is te weten wat men doet, dat dan een groot deel van de bezwaren van de puberteit zullen wegvallen. Ik meen echter niet, dat poltergeistverschijnselen daarmee ook zullen wegvallen, omdat ‑ zoals ik reeds heb gezegd ‑ het verzet van de jeugd tegen de gevestigde maatschappij een normaal verschijnsel is van de jeugd, die probeert aan te tonen dat ze net zo goed is als degenen, die nu net doen alsof zij het alleen weten. Soms hebben ze zelfs gelijk ook, maar niet altijd.

*  Dus u bent er voor om voorlichting te geven aan de jeugd op school?

Ja. Daar ben ik absoluut voor. Ik zou zelfs zeggen; al voor die tijd. Ik vind het bv. ‑ al is het alleen maar uit esthetische overwegingen ‑ nu niet noodzakelijk, dat iedereen naakt gaat lopen. Maar ik vind het aan de andere kant krankzinnig, dat op het vertonen van het lichaam of van bepaalde delen daarvan een taboe rust, ook binnen het huisgezin. Ik geloof, dat dat niet noodzakelijk zou moeten zijn; dat dat niet zou moeten bestaan en dat alleen hierdoor reeds een normaler aan­vaarding van het lichaam bij de kinderen, zelfs op de jongste leeftijd, mogelijk is. Ik meen, dat de voorlichting door de ouders dan ook veel eenvoudiger zou zijn. De vragen komen spontaan en kunnen dus ook spontaan worden beantwoord binnen het begripsvermogen van de kinderen. En dan zou de voorlichting op de scholen voor een groot gedeelte eigen­lijk overbodig worden. De scholen zouden de technische details invullen van de praktische wenken en aanwijzingen, die de ouders reeds hebben geven. Indien seksueel onderricht op de scholen noodzakelijk is, betekent dit m.i. dat de ouders en daarmee de maatschappij, waaruit die ouders voortkomen t.a.v. de kinderen ergens falen. Misschien ben ik te progres­sief. Bovendien, we kunnen moeilijk verwachten dat dominee of pastoor op school precies komt vertellen hoe het in elkaar zit. Vooral de pastoor zal het moeilijk zijn, want theoretisch mag hij niet weten hoe het in el­kaar zit.

*  Hoe is het mogelijk, dat men na een sekservaring, die schuld‑ en zondenvrij werd beleefd, plotseling de sensatie krijgt, dat men door de partnerin “gezegend” is, en dit o.a. ervaart door het gevoel – tevens een zeker weten ‑ dat men een week lang in een zilverige wolk zit en een gevoel van onkwetsbaarheid heeft. Wat is hier gebeurd? Was deze subjectieve, intuïtieve, zekerheid zelfbedrog of berustte ze op waarheid?

Dat ligt er ongeveer tussenin, tenminste als we de beschrijving aanhouden, die uit de aard der zaak onvolledig is, omdat de meeste men­sen niet weten hoe ze een effectionele ervaring in woorden zouden moeten weergeven. Maar als ik het nu heel eenvoudig stel, dan is het dit: Men noemt de eenheid van geesten wel de communies spiritualis. Dat betekent, dat men elkaar dus geestelijk aanvoelt. De mens is normalerwijze in zijn gevoelsleven eenzijdig per geslacht. Bij de samenvloeiing van de geslachten ontstaat er tijdelijk een grote evenwichtigheid van dit gevoels­leven, indien men dus ook geestelijke waarden van de partner heeft over­ genomen. Deze evenwichtigheid heeft dan tot gevolg, dat men tegenover vele problemen, die normalerwijze door eenzijdigheid zouden optreden, in­ eens staat met het gevoel van verworvenheid. “ik weet immers hoe dit is”. Want je hebt nu a.h.w. beide delen van de sleutel en daardoor kun je de betekenis lezen.

Dat men daarbij dan een gevoel van vreugde kent, ja, dat geloof ik heel graag. En dat men dit dan wil uitdrukken als een zilverige wolk ‑ ik vind het buitengewoon dichterlijk. Je zou dan in de meimaand nogal wat zilveren wolkjes in parken en velden moeten zien dwalen, denk ik zo. Maar of het nu een zilveren of gouden wolk is of mijnentwege een donder­wolk of helemaal geen wolk en alleen maar een intens gevoel van levens­kracht, vitaliteit en levensvreugde (wat mij reëler lijkt) je moet toch toegeven, dat inderdaad dit evenwicht is ontstaan en dat men daardoor vaak ook gedurende een langere periode met de partner verbonden blijft. Er is dus een grotere mogelijkheid om met elkaar in contact te komen.

Men voelt elkaar in die periode dus veel sterker aan dan normaal, ook buiten lijfelijke aanwezigheid. Ik zou zeggen, dat is eigenlijk normaal. Zo zou het altijd moeten zijn. Dat het meestal niet zo is ‑ en dan kom ik weer op hetzelfde thema terug, ik hoop niet dat het vervelend wordt ‑ is het resultaat van een volkomen verkeerde benadering van de seksualiteit. Sommige men­sen zien het als een droevige verplichting, ons opgelegd om nageslacht voort te brengen waarvoor wij god‑zij‑dank in ieder geval dan kinderbij­slag krijgen. Anderen zien het als een soort krachtsport, die als je onvoorzichtig bent toevallig ook nog onaangename gevolgen kan hebben. Ik geloof, dat beiden het mis hebben; dat het samenkomen van mensen niet alleen in zuiver lichamelijk opzicht dient te geschieden, maar dat om de volle betekenis ervan te proeven men dus ook een zekere men­tale en emotionele overgave aan elkaar moet kennen, waardoor deze afronding inderdaad kan plaatsvinden.

*  Ik heb laatst in een artikel gelezen, dat de persoonlijkheid op het moment van orgasme kwetsbaar is, waardoor dus een typische aanval op inbezitname of zo iets juist op dat ogenblik kan plaatsvinden. Is dat waar?

Het is mij niet bekend dat dit waar is. Ik zal u dit zeggen: Op het ogenblik van orgasme ontstaat er tijdelijk a.h.w. een spasme (een kramptoestand), die voor het lichaam en het zenuwstelsel inderdaad tijdelijk een vergrote kwetsbaarheid met zich zou kunnen brengen. Die duurt echter zeer kort. U weet het: plaisir d’amour ne dure qu’un moment, om het dichterlijk te zeggen. Dat heeft dus ten gevolg, dat dit een zeer kort moment is. Is er een redelijke geestelijke afstemming, dan zal dat lichaam zeker niets kunnen gebeuren. Is de geest erbij betrokken, dan is zij zodanig afgeschermd tegen de buitenwereld, dat de gehele aura elke invloed uit de buitenwereld juist in het bijzonder en heel sterk afweert op dat moment van suprême eenheid. Dus alleen als we nu zeggen, dat kneusjes op een zeer gebrekkige manier en zonder begrip hiermee spelen, daarbij gekweld door allerhande andere gedachten (zij krampt voor een ogenblik op uit haar beschouwing van het huishoudboekje, terwijl hij nog steeds aan een nieuwe auto aan het denken is), dan is die kwetsbaar­heid er wel. Maar nemen we aan, dat er een normaal contact, een normaal in elkaar opgaan aan het orgasme voorafgaat, dan geloof ik niet dat er enig werkelijke kwetsbaarheid bestaat.

*  Ik heb zelf de ervaring dat de wijze, waarop wij onze eigen dochter opvoeden, in de geest die u vanavond zo juist heeft geschetst, toch ten dele teniet wordt gedaan door invloeden van buitenaf; de school, de vriendinnetjes, uit de hele maatschappij, waardoor zij als het ware wordt geïnfecteerd.

Dat is volledig juist. Maar per slot van tekening, je kunt niet van de maatschappij verwachten, dat zij de basis van haar bestaan in de huidige vorm, zal aantasten. En daarom is de enige mogelijkheid om dat te doen: uit te gaan van de opvoeding der jongeren. Niet door hen te dwin­gen in een bepaald patroon, maar door hun een grotere keuzemogelijkheid te geven binnen het kader van het bestaan. Dat lijkt me de enig juiste oplossing.

Ik ben het echter volledig met u eens, dat de invloeden van het milieu bijzonder storend kunnen zijn, ook nog in deze tijd. Het is op het ogenblik zelfs zo, dat het milieu in twee richtingen gelijktijdig storend werkt, enerzijds door een seksueel taboe dat nog veel te sterk wordt opgedrongen; anderzijds door een verzetshouding, waardoor de seksualiteit eigen­lijk in de protestsfeer wordt getrokken en haar betekenis verliest, met alle gevolgen van dien. Want daardoor wordt de werkelijke ervaringsmoge­lijkheid in het seksuele voor een groot gedeelte gestoord en soms zelfs voor langere tijd teniet gedaan. Dat is natuurlijk ook te betreuren.

*  De mens is dikwijls een heel vreemd wezen. Hoe is het eigenlijk psychologisch te verklaren dat bepaalde delen van het lichaam juist als scheldwoorden worden gebruikt?

Ja, ik weet niet, of het altijd een scheldwoord is. Ik heb zelfs “ouwe lul” wel eens heel liefkozend horen gebruiken. Deze woorden zijn dus taboewoorden. U weet hoe het gaat met een kind; “poep” is niet netjes. En als het kind zijn misnoegen wil uiten, dan roept het “poep, poep, poep”. Een volwassene is iets verder; die weet dat poep alleen onsmakelijk is. Maar er zijn toch nog andere dingen, die je prettig kunt gebruiken om een ander te choqueren. De bedoeling van het scheldwoord is n.l. in de eerste plaats choqueren en kwetsen. En dat men daarvoor bepaalde, onder taboe staande delen van het menselijk lichaam buitenge­woon graag gebruikt, dat is, zou ik zeggen, niet alleen psychologisch verklaarbaar, maar het is bijna onvermijdelijk. Indien u alles van uw li­chaam zoudt mogen laten zien behalve uw oren, dan zou de een of ander u ongetwijfeld uitschelden voor “ouwe zeiloor” of iets dergelijks,

*  Wat is uw mening over de transmutatie of de omvorming van het bewust richten van seksuele energie ter ontwikkeling van het denken?

Daarover zou je ontzettend veel kunnen zeggen. Ik geloof, dat het mij te ver zou voeren daarover een volledige verhandeling te geven. Maar in het kort:

Transmutatie kennen wij als de overdracht van seksuele potentie naar een andere potentie. Deze is echter alleen na training mogelijk en zelfs dan is het de vraag, of het altijd werkt. Heel veel gevallen krijgen door het frustratieverschijnsel een vlucht in een onwerkelijkheid en wordt het waanbeeld van een bereiking gebruikt om de frustratie weg te werken. Dat is nu niet ideaal.

De andere kant van de transmutatie kennen we, wanneer we de seksuele samenwerking zien, waarbij een hogere intentie of een hoger doel me­de ten grondslag ligt aan het seksueel contact. In een dergelijk geval is harmonie van de partners zowel t.a.v. het doel als onderling dus wel noodzakelijk, en kunnen wij ‑ zelfs ook bij coïtus interruptus e.d. tech­nieken ‑ komen tot een omzetten van de spanning in spanningen, die bv. de hersenen stimuleren. We kunnen zelfs komen tot een heroriëntatie van de levensstroom in het lichaam. Maar ‑ zoals ik zeg ‑ dit zijn tech­nieken, die moeten worden geleerd. Je kunt niet zomaar in het wilde weg daarmee beginnen; dat moet je heel langzaam leren

*  U heeft gezegd: De seksuele daad geeft een ontspanning, psychisch en ook fysiek natuurlijk. Maar hoe is nu te verklaren dat psychische spanningen de seksuele daad kunnen belemmeren of zelfs totaal verhinderen?

U bedoelt door psychische oorzaken ontstane impotentie. Dat kunt u het best zo bezien: Normalerwijze is er voor de erectie een bepaalde spierwerking no­dig, zoals u weet. Die spier moet worden geactiveerd door het voorstellingsvermogen. Het voorstellingsvermogen is daarbij zelfs bepalend en niet alleen maar lichamelijk contact. Op het ogenblik, dat u onder een sterke psychische spanning staat, bent u niet meer in staat terug te keren tot de eenvoudige ontspannenheid op psychisch terrein, die aan de fysieke arbeid vooraf dient te gaan. Het resultaat is, dat u waarschijn­lijk heel krampachtig denkt “dat het nu dan toch maar eens moet gaan ge­beuren” en dat er door deze krampachtigheid juist niets ontspant. U absorbeert het totaal van uw mentale vermogen en daarmee een deel van uw psychische krachten door uw behoefte om iets tot stand te brengen, dat alleen via ontspanning op mentaal terrein tot stand kan worden ge­bracht.

*  Is de enorme golf van seksblaadjes enz. kortom, de volle lichte lectuur in Den Haag ook niet het bewijs dat juist de maatschappij op seksgebied nog enorme frustraties kent, zodat het surrogaat op het ogenblik zoveel waard is en ook zozeer gezocht?

Ik geloof, dat de grote moeilijkheid hier ligt in het feit, dat men het verbiedt. Het is het taboe, dat men kan breken, dat men durft breken, waardoor men aan zichzelf bewijst iets te zijn, iets te kunnen, dat van enorm groot belang is. Het is een sterke stimulans in het menselijk gedragspatroon. En als je ziet dat men seksblaadjes of pornografie koopt, dan is dat voor een groot gedeelte omdat de stimulus niet is gelegen in het verhaaltje of de voorstelling, maar in het feit dat het eigenlijk niet mag. Zoals de appeltjes van de pastoor, die altijd lekkerder smaken, zelfs al zijn ze nog zo groen als gras en krijg je er buikpijn van, omdat je ze moet stelen. Tenminste, dat was bij mij in het dorp zo. Op het ogenblik dus, dat men deze dingen niet meer verbiedt, ontstaat er een betrekkelijk normale consumptie. En deze normale consumptie neemt zelfs voortdurend af, omdat de surrogaatbehoefte door een vrijere benadering van het gehele probleem langzaam maar zeker slinkt. Nu zijn de kopers van pornografie en de net aan deze betiteling ontsnap­pende lectuur en illustraties voor een groot gedeelte jongeren, die daaraan eigenlijk niet zoveel behoefte hebben. Per slot van rekening, ze zijn best in staat om het in natura af te handelen; ze hebben het niet op een plaatje nodig. Maar zij kopen dat, omdat het niet mag. Daarom is het sensationeel. Zodra je die verbodsfactor wegneemt, krijg je wel tijdelijk een vergrote belangstelling, dan wil iedereen wel eens kij­ken waarom het vroeger niet mocht, maar als dat voorbij is, och, dan gaat het net als met “Lady Chatterley’ s Lover”, die een lange tijd pornogra­fie was en op het ogenblik een klassiek literair werk aan het worden is.

*  Het zou dus economisch gezien zeer handig zijn van de kerken, indien ze hun verbodsbepalingen handhaafden en nog strenger maakten en aan de andere kant een pornohandel op touw zetten.

Neen. Hier gaat u iets te ver. Een pornohandel dat kun je niet doen, want dat zou kunnen uitkomen. Maar je kunt natuurlijk wel vrome prentjes gaan verhandelen, waarop men deze seksuele frustratie, a.h.w. kan afreageren. De H. Maagd Maria is voor vele mensen een vervanging van de moeder of de perfecte kuise minnares. Theresia van Lisieux is het kleine meisje, waarmee je graag wat zou willen doen, maar waaraan je eigenlijk niet mag beginnen; daar mag je eens aan denken. Maar de klei­ne Theresia mag je vereren. Bij de heiligenverering is dat zeer sterk het geval. De meeste mensen begrijpen de motiveringen niet. In de kerk zijn er heel wat studies over geschreven, o.a. door de Augustijnen en Be­nedictijnen. De Orde der Jezuïeten heeft alleen gesteld, dat “de voorstelling altijd in overeenstemming moet zijn met de bestaande behoeften van het volk”. Ze hebben dat dan ook bij hun missionarissen toepast, zo­dat wij tegenwoordig zwarte Jezussen, zwarte Maria’s, gele Maria’s en weet ik wat nog meer hebben. Kortom, Maria kan worden geleverd in alle kleuren met bijpassend kind Jezus. Dat is dus om aan die identificatie­behoefte tegemoet te komen.

Ik denk, dat we er zo langzamerhand zijn. Want als we van seks en het paranormale afdwalen naar het religieuze, dan denk ik dat we eigen­lijk een stap in de verkeerde richting aan het doen zijn. Daarom zou ik nu graag de bijeenkomst willen besluiten.

U heeft prettig geluisterd. U heeft zelfs ‑ en dat vleit me bijzonder ‑ enkele verstandige vragen gesteld. Er was maar één vraag, die eigenlijk in het antwoord slechts een repetitie behoefde van hetgeen ik reeds eerder heb gezegd. Ik vind dat buitengewoon vleiend, ook voor u. U heeft kennelijk toch wel goed opgepast. Ik zou nu aan het einde dit willen zeggen:

Er zijn heel veel mensen, die paranormale eigenschappen wensen, die ze ten koste van alles misschien zouden willen verwerven. Maar onthoudt één ding; de paranormale begaafdheid is in u aanwezig. Als u probeert haar met alle geweld te ontwikkelen, heeft u grote kans dat u er nooit in slaagt. Maar door uw wijze van leven, door uw wijze van denken ontwikkelt u een grotere gevoeligheid en ziet u tot uw verbazing waarschijnlijk dat op een gegeven ogenblik bepaalde paranormale vermogens steeds sterker gaan meespreken in uw beoordeling van het leven. Dat is ook de enig juiste ontwikkeling.

Het leven moet natuurlijk zijn en zo moet ook het paranormale in uw leven een natuurlijk element zijn. Niet iets dat bijzonder is, iets dat je boven anderen stelt, maar een eenvoudige gave, een eigenschap die je hebt, die je normaal in het leven gebruikt, zoals elke andere capaciteit die je bezit. Op die manier alleen kun je met het paranormale juist leven.

Ik geloof, dat ik aan het eind nog een parallel trek – misschien zonder het zelfs te willen ‑ tussen het paranormale en seks. Beide behoren een natuurlijk deel van het leven te zijn. Niet iets bijzonders, iets buitengewoons of iets waardoor je meer wordt of minder bent dan een ander, maar doodgewoon een deel van je leven. Misschien dat deze parallel mede de verklaring vormt voor de relatie, die door alle tijden heen steeds weer blijft te bestaan tussen seksualiteit en paranormale eigenschappen.

Ik hoop, dat ik u aan het denken heb gezet. En hopelijk niet alleen over de seksualiteit, maar vooral ook over het paranormale, al waren uw vragen hier en daar wel seksueel getint. Want als u gaat begrijpen hoe belangrijk het is dat je natuurlijk en spontaan leeft en denkt zonder taboes maar ook zonder de behoefte om nu op een bepaald terrein ineens meer te zijn dan een ander, gewoon groeien wilt met je gehele persoonlijkheid, dan geloof ik dat je veel kunt bereiken. Zou ik u tot een denken in die richting hebben kunnen aansporen vanavond, dan is wat mij betreft deze bijeenkomst zeer geslaagd. Ik dank u voor uw aandacht en ik wens u allen een goeden avond.