Simsalabim

uit de cursus ‘Zelfprojectie’ 1984-1985

Als je hoort over al die projecties en tweede werkelijkheden, dan krijg je het idee. Het is een soort goocheltrucje. Eigenlijk is dat wel een beetje waar.

Bij de goochelaar is de hand vlugger dan het oog. Maar je zou met evenveel recht kunnen zeggen dat in geestelijke zaken het innerlijk bewust­zijn sneller is dan de rede. Want de mens leeft in een rationele wereld, maar die rationele wereld is eigenlijk alleen rationeel, omdat men alle irrationaliteit dan menselijk noemt. Dat ik kies voor de goochelaar als een voorbeeld is overigens niet nieuw.

U weet misschien dat de jongleur in het grote tarotspel, het beeld is van de mens die de inwijding zoekt en kent. Wat is hij? Hij is een goochelaar, niet meer en niet minder. De ingewijde eindigt altijd aan de galg. Ook dat is heel begrijpelijk, want niemand kan het uitstaan dat een ander zoveel beter is dan hijzelf.

Wat doen wij? Als je kijkt naar de goochelaar op de tarotkaart, dan is hij bezig met het bekende bekertjesspel: een balletje onder deze beker en een balletje onder die beker. Datzelfde doen wij eigenlijk ook in de geest.

Wij zorgen ervoor dat het balletje daar ligt waar niemand het ver­wacht. De krachten waarmee wij werken zijn dood, natuurlijk. Ze zijn hele­maal niet iets bijzonders of paranormaal. Wij leven gewoon in een wereld vol energie en vol krachten. Maar de grote moeilijkheid is nu dat wij zelf van die krachten een voorstelling hebben en die moet een ander dan ook hebben. Als ik mijn voorstelling nu zo kan plaatsen dat ze voor een ander niet meer past in zijn rationele wereld, dan hebben we te maken met een goocheltruc. Het paranormale is goochelen.

O, er zijn natuurlijk goochelaars bij die werken met allerlei aflei­dende gebaren. U kent dat wel. Terwijl deze hand ondertussen al het konijn uit de rokzak haalt, is de andere hand bezig wijds te gebaren en nog even een kaart te laten zien. Op diezelfde manier werken een hele hoop mensen; soms ook voor zichzelf.

Er zijn mensen die bezig zijn paranormaal te genezen. Het is net alsof ze zeggen: Jongens, er is nu iets aan de hand. Maar in feite staan ze te wapperen met de handen, met vingers die op spinnen lijken die webben weven in de aura. Het zou niet eens nodig zijn, als je weet hoe de levens of krachtstromen door het lichaam lopen. Misschien kun je dat met de hand aanwijzen, maar dan laat je het verder daar maar bij.

Ik heb een goochelaar gekend die tevens ook een heel beroemd jong­leur was. Balanchine heette hij. Deze man had een heel aardig trucje dat eigenlijk neerkwam op het zgn. verschijnsel van zo’n 30-tal balletjes; ze glommen ook erg mooi. Het is tamelijk lang geleden. Tegenwoordig heb­ben ze andere trucs. Het leuke was; de man wist dat uit te spinnen. Met dat ene nummer met de balletjes was hij 8 á 9 minuten bezig. Hij had hetzelfde trucje kunnen vertonen in 11/2 minuut.

Nu zie ik bij heel veel mensen die geestelijk bezig zijn een soort­gelijk effect. Genezers, helderzienden die gebaren maken alsof hun hoofd uiteen dreigt te barsten. Of in versuffing staren naar theeblaren of naar een glimmende biljartbal e.d. Zij versieren het eigenlijk op dezelf­de manier.

Kijk, je zou gewoon kunnen zeggen: Ik zie dit en dat. Klaar. Maar dan is het niet indrukwekkend. Je moet het langzaam opbouwen zoals Balanchine.

Had hij één balletje dan zei hij: hup en had hij er twee. Dan zei hij weer: hup en dan had hij er twee en daar ineens vier. Hij gooide ze weg en dan ontstonden ze opnieuw. Dat gebeurde allemaal met een plechtige nadruk.

Dat zie ik nu bij die mensen ook. Ze zijn bezig het te versieren. Een voorbeeld van genezen; Ze zouden kunnen volstaan met een kort instralen (zeg 1 minuut, 2 minuten, misschien 5), maar dat is niet ge­noeg, (de spreker maakt diverse gebaren van instralen) 15 minuten lang. Het helpt geen pest: In die 1/2 minuut kun je volle energie ge­ven. Heeft u wel eens uit een lege batterij energie zien vloeien? In een halve minuut als je werkelijk goede ontlading geeft, is die leeg. Maar dat alles hoort erbij. Sommige mensen doen het alleen, omdat ze het voor zichzelf belangrijk vinden. Anderen doen het weer omdat je moeilijk f 40 kunt vragen als je in 12 minuut even instraalt.

De helderziende die stamelend beeldje na beeldje zit uit te sto­ten, is weer precies hetzelfde. Je kunt natuurlijk zeggen: Ik zie dat u een conflict heeft. Het is zakelijk. U moet oppassen, want er zit een donkere man bij. Hij heeft het niet goed met u voor. Je kunt ook zeggen, Ik zie vaag. Ik zie het ja, ja het heeft iets met zaken te maken. Zo wordt dan woord na woord eruit gesleept. Dat is niet nodig. Het is a.h.w. het spelletje van de goochelaar.

Het ergste is dat die mensen het van zichzelf niet beseffen dat ze heel vaak denken dat het niet anders kan. Ze hebben nu eenmaal een bepaald idee (de spreker zit met zijn handen te wapperen). Het is natuurlijk goed voor de polsen, maar verder heb je er niets aan.

Als je reëel bent, dan zeg je: Waar gaat het mij om? Gaat het mij om het effect of om het gebeuren. Als je een heel moderne goochelaar bezig ziet, dan is hij al bezig met de volgende truc voordat je goed hebt begrepen dat hij de eerste al heeft vertoond. Er zit tempo in.

Bij geestelijk werk is eigenlijk precies hetzelfde te doen. Dat is een van de dingen die ik van dit medium zeer op prijs stel dat er geen langdurig krampachtige en spastische bewegingen voorafgaan bij het begin van een seance.

Ik heb eens een medium gehad, dat was iets verschrikkelijks. Ik heb er tien keer door gewerkt en toen heb ik het maar voor gezien gehouden. De inleiding was voor mij ook uiterst vermoeiend. Je moest eerst aanwezig zijn voordat hij begon. Dan zat hij een kwartier, maar plasma over zich heen te trekken Nou ja, als je daar als geest een kwartier naar moest kijken dan zou je bijna de geest geven:

Toch, geloof mij, die mens kon het niet anders. Waarom? Omdat hij zelf geloofde dat hij daardoor de belangrijkheid van zijn werken duidelijk maak­te. Het was voor hem een zelfexpressie.

Als wij geestelijk met dit willen werken of het nu een projectie is, een tweede werkelijkheid dan is het eigenlijk doodeenvoudig. Het kan allemaal heel gewoon, heel nuchter, heel logisch. Maar heel veel mensen hebben dan het gevoel dat het paranormale verdwijnt. Dan wil ik niet zeggen dat je nooit iets nodig hebt. Natuurlijk, je hebt soms bepaalde dingen nodig: een gewoontegebaar of iets anders; omdat dat voor jezelf een bevestiging is dat je bezig bent te werken. Maar je moet het toch niet overdrijven.

Stel u voor dat dit medium eerst tien minuten gezichten tegen u gaat zitten trekken (de spreker trekt lelijke gezichten). U hoort de reactie; O, wat vreselijk eng, roept er al iemand. Dat is niet nodig. Maar als je nu denkt dat het erbij hoort, dan is het nodig.

Dit medium werkte vroeger altijd met een reflex. De mensen dachten altijd, wat zorgt die jongen goed voor zijn schoenen; ze glimmen. Maar dat kwam omdat hij altijd de weerspiegeling van het licht in de neus van zijn schoen fixeerde. Voor die tijd had hij het gedaan met allerlei glimmende voorwerpen. Maar dan wordt het een automatisme. Als er thee werd geschonken dan stond er een kristallen voorwerpje op de tafel. Het medium zat te wachten op zijn thee en daar ging hij dan; langzamerhand wennen zij zich die dingen wel af.

Maar waarom zouden wij met het overbodige bezig blijven? Hebben wij het toverwoord Simsalabim zo hard nodig? Het miraculeuze, de bevesti­ging van onze eigen gewichtigheid? Of gaat het gewoon om de dingen waarmee wij werken? Dan zou ik zeggen.

Een geestelijke kracht is een geestelijke kracht. Die kan niet in tijd worden uitgedrukt; die kan alleen worden uitgedrukt in intensiteit. Een geestelijke mededeling zal altijd tijd nodig hebben, omdat mensen nu eenmaal niet kunnen luisteren naar een versnelde stem. Je kunt het wel proberen maar dan kunnen ze geen woord meer verstaan van hetgeen je wilt zeggen. Beperk die tijd dan tenminste tot de tijd die je nodig hebt om de dingen redelijk en aanvaardbaar te zeggen. Probeer met niet aller­lei dingen omheen te weven.

Er zijn wel entiteiten bij ons die dat ook doen. Ze hebben bv. een uitdrukking in het medium gevonden, ze horen het, ze zien de reactie en denken dan; dat was het! Dus knopen ze er nog een zin aan vast, komen nog eens terug op het oude beeld met andere woorden, maar het is nog de reactie niet. Ze doen mij altijd denken aan een hond die 25 keer in het rond draait voordat hij gaat liggen. Het is niet erg eer­biedig t.a.v. mijn broeders, maar die zijn er bij. Ik wil niet zeggen dat het hondse entiteiten zijn. Helemaal niet. Ik bedoel het heel goed. Het is alleen de manier waarop het gebeurt, moet gebaseerd zijn, vol­gens mij, op de uiterste eenvoud.

Je moet ook een manifestatie in duur weten te bekorten. Dan zegt u dadelijk dat ik veel langer gekletst heb dan nodig was. U heeft ge­lijk. Maar hoe eenvoudiger en korter je de dingen houdt, hoe beter ze werken.

Als u zich gaat bezighouden met het projecteren van allerlei geestelijke krachten, realiseer u dan a.u.b. dat het zo simpel mogelijk moet gebeuren. Natuurlijk, als u een beeld van uzelf moet vormen, dan zit u wel een tijdje te worstelen. Vooral als u allerlei vervelende ­dingen in uzelf ontmoet, dan zegt u; Ja, maar dat ben ik niet. Het zal de duivel wel zijn. Maar dat bent u ook. Aanvaardt uzelf zoals u bent. En als u dat dan een beetje in uzelf heeft, dan kunt u daar­mee werken. Dat is het ik dat u overal kunt plaatsen. Dan moet u ook niet bezig zijn om eerst 2 uur te mediteren.

Stel u voor dat er eentje aldoor zit te zeggen. Aum, aum, aum. Er komt iemand binnen en zegt: Oom is er niet, maar tante komt dade­lijk thuis. Ik kan begrijpen dat er mensen zijn die daar druk mee bezig zijn, maar dat is allemaal zo overbodig. Het is eigenlijk de goochelarij waar de werkelijkheid van de kunst helemaal verloren gaat.

Je kunt gewoon, als je je even concentreert en je een voorstel­ling opbouwt en dat gaat betrekkelijk vlug, zeker als je enige rou­tine hebt, dan kun je daarmee werken. Je kunt op afstand genezen, waarnemen of wat je maar wilt. Als je dan terugkomt, heb je daarvan een beperkte herinnering. Een volledige herinnering heb je nooit. Maar dan moet je ook niet zeggen. Was het nu wel zo. Of: Dit is de waarheid als een evangelie. Je moet gewoon zeggen: Zo heb ik het er­varen. Een volgende keer beter. Dat is gewoon een methode waarmee je moet leren leven, moet leren werken.

Er zijn ook mensen die zeggen: Er zijn regels. Waarom denkt u dat er regels zijn? Regels zijn er niet om u in een korset te rijgen van al­lerlei geestelijke oefeningen. De regels zijn er om als u niet anders meer kunt of weet, iets achter u te hebben waaraan u zich kunt vast­houden.

Als u hier een voorschrift krijgt dan heeft dat natuurlijk zin, maar het is ook een basis Het is a.h.w. een aanduiding: op deze weg geldt de snelheid van 50 of 70 km/u. Maar als u met die snelheid wilt inhalen, dan lukt u dat niet. En als u toch wilt inhalen, dan moet u 70 of 100 km/u rijden. Dan valt u wel weer terug, maar u moet zich ge­woon aanpassen aan hetgeen er moet gebeuren en aan de omstandigheden waarin u verkeert. Dat is de grote kunst van alle geestelijk werken.

Je moet nooit zeggen: Zo zijn de regels. Je moet zeggen: Zo ben ik. Dat wil ik bereiken. Dit zijn de omstandigheden, dus moet ik zo reageren en anders niet.

Als u anderen geestelijk wilt helpen, dan kunt u zeggen: Deze of gene persoon heeft een dwangvoorstelling en die wil ik nu met grote concentratie verwijderen. Goed. Maar je zet de asbak niet buiten, ter­wijl de baby er nog in zit; dan haal je eerst de baby eruit.

Je kunt eenvoudig niet zo’n complex probleem een, twee, drie verwijderen. Je moet er eerst achter komen: wat is de werkelijke per­soonlijkheid en hoe is het complex eigenlijk in samenhang daarmee ont­staan. Dan pas kun je het complex losmaken van de persoonlijkheid en kun je het geestelijk inderdaad verwijderen. Het is gewoon weten wat je moet doen. Daar zijn geen vaste regels voor.

Het gekke is dat de kosmos zonder regels bestaat. Er zijn wel bepaalde wetten, maar die zijn geen regels die zijn opgesteld. Het zijn gewoon natuurlijke kwaliteiten zonder welke de kosmos zich niet in stand kan houden; dus wezenstrekken,

Die wezenstrekken heeft u ook. Daarvan moogt u rustig uitgaan. Maar u moet daarbij niet allerlei interpretaties gaan toepassen van zo moet het wel, zo moet het niet.

Ik heb lang geleden een goochelaar gekend die een heel bijzondere machine had ontwikkeld. Daar gooide hij kaarten in en die werden dan automatisch gemixt en gewassen. Dan kon je er een uitzoeken. Er werd dan een kaart uitgetrokken en die werd er weer ingelegd. Die kaart ging, zonder dat de man er zelf aankwam, in hetzelfde kastje. En ja, die ene kaart kwam altijd naar boven. Wat niemand wist natuur­lijk, was dat die kaarten een tikje taps waren. De helpster, die de kaarten aanbood om te trekken, zorgde ervoor dat die ene kaarter omgekeerd in kwam te liggen. Dus wat deed nu de machine? Die gleed iets naar boven tot ze op een punt kwam waar die ene kaart net toevallig de andere kant uitging. Die kaart ging dan omhoog. Zo eenvoudig was dat. De man is zelfs aan het hof van keizer Frans Jozef daarmee opgetre­den. Ik denk dat ook hier weer het wonder een heel eenvoudige uitleg heeft. Je moet weten wat er gaande is.

Dat wonder berustte daarop dat er geen perfecte symmetrie was, maar een bijna perfecte. En dat is nu iets wat je ook, vooral als je`met geestelijk problemen te maken hebt van mensen, heel vaak ontmoet.

Er is een bepaald punt dat regelmatig op de voorgrond komt. Als je dat nu weet, dan moet je dat heel gewoon tussen de andere feiten in zetten, want voor die mens is het een geheel. Maar je draait het wel een slag om. Je kijkt naar de tegenstelling die erachter zit en dan komt het automatisch omhoog. Het zegt je echter ook: Dit is in feite het probleem. De willekeurigheid van al het andere wordt tenietgedaan door de overheersing van dit ene.

Dan kun je zien: kan ik dat probleem a.h.w. omdraaien dan past het weer perfect tussen de andere kaarten (feiten) en dan komt het niet meer naar buiten. Het zit erin en het blijft erin zitten, maar het is niet iets wat zich manifesteert; dat kan dan een manie zijn, een fobie of iets derge­lijks.

Wat natuurlijk ook van belang is; als je bezig bent met mensen en hun geestelijke problemen, dan vergeten heel veel mensen hoe complex een mens is. Daarom is het ook heel belangrijk dat je even nagaat: ligt het in dit leven, in deze levensvoorstelling vast of is het in feite een onbewuste invloed die mogelijk uit een vorig bestaan of uit een geestelijke beleving stamt. Door dat te weten, weet je welke kaart je moet beïnvloeden. Het is gewoon het uitzoeken.

De mensen die anderen willen helpen, bv. door ze beter te la­ten leren, rustig te laten zijn bij een examen, zullen zich waarschijn­lijk ook afvragen of dat nu met een bezwering kan worden gedaan. Eigenlijk niet.

Een bezwering kan een groot hulpmiddel zijn als je erin gelooft, omdat je daardoor perfecter projecteert wat je wilt projecteren. In de praktijk is het echter zo: als je iemand wilt helpen, dan moet je gewoon aan zo iemand denken, verder niet. Als je dat op het juiste moment en op de juiste manier doet, dan blijkt die ander ineens rustig te zijn of, dat hij plotseling toegang krijgt tot een veel groter deel van zijn onderbewustzijn. En dan slaagt de persoon cum laude, terwijl iedereen heeft gezegd: Nou, die stuntel zal er nooit doorheen komen.

Het zijn allemaal eenvoudige dingen.

Ik zeg niet dat het heel simpel is. Dat is het voor ons niet. Maar de waarheid die erachter schuilt is eenvoudig. Door nu te weten waar de afwijking van de eenvoud schuilt, kunnen wij over het algemeen de eenvoud en daarmee de harmonie ervan weer herstellen.

Onthoud ook dit: wat je ziet, is niet altijd waar. Kent u dat goochelnummer waarin een man overal uit de lucht, uit zijn mantel, uit zijn hoge hoed, ruikers bloemen tevoorschijn haalt en die dan overal rond zich neerwerpt (ze zijn natuurlijk van een scherpe punt voorzien) totdat hij plotseling a.h.w. midden in een bloementuin staat. Waar berust dat op? Alles zit in elkaar gevouwen. Als je zo’n grote bloementuil ziet, dan is het in feite een klein staafje, maar als je het neergooit, dan ontplooit het zich.

Ik denk dat het in onze menselijke en ook wel onze geestelijke wer­kelijkheid zo is dat we in feite heel simpele dingen, die een eenheid zijn, uit elkaar zien vallen in heel kleine bestanddelen. Daardoor krij­gen we een overweldigende indruk en vergeten dat de werkelijkheid maar een heel klein ding is.

Alles wat wij op de manier van simsalabim doen, is uitpluizen, uitbreiden en niet essentieel bekijken zoals het is. Hoe dichter wij bij de essentie komen in onze erkenning van de feiten, hoe meer invloed wij kunnen hebben op de manier waarop voor de ogen van anderen zich iets ontvouwt. Dat heb ik ook eens heel leuk gezien. Dat was met diezelfde goochelaar: Hij had ook nog een stel bloem­potten. Hij haalde uit zijn hoge hoed een bloempot en hup daar stond een struik in; die werd dan achter hem neergezet. Op een gegeven ogenblik greep hij iets verkeerd en toen kwamen de bloemen niet uit de pot. Pas toen hij onder de pot stond te kloppen schoten ze tevoorschijn. Dat had hij nooit moeten doen. Hij had de pot opzij moeten gooien en zeg­gen: Die is leeg.

Begrijpt u wat ik bedoel? Het kan wel eens een keer verkeerd gaan. Maar dat betekent niet dat de dingen er niet zijn. Het betekent alleen dat ze zich niet hebben ontplooid, zodat wij ze niet zien zoals wij ze zou­den willen zien.

Het hele trucje van alle geestelijke werkelijkheid is, dat we de re­ductie (herleiding) kennen tot de essentie. Keren tot de werkelijkheid, of als u wilt tot de hoogste inwijding of de hoge geestelijke bereiking, is in feite het herleiden van de werkelijkheid zoals wij die kennen tot de essentie van de werkelijkheid zoals die overal is. Zodra wij dit gaan besef­fen weten we ook dat wij het ontplooien zelf in de hand hebben. De mogelijkheden zijn beperkt door de essentie. Maar de wijze waarop die kenbaar wordt, is wel degelijk afhankelijk van de manier waarop wij de zaak hanteren.

In jezelf draag je de essentie van hetgeen je bent, een ik-voor­stelling, een essentievoorstelling van het zijn, ook al noem je dat wereld. Als je die twee op de juiste manier manipuleert, op de juiste manier bij elkaar brengt of eventueel tijdelijk van elkaar losmaakt, dan krijg je al die paranormale effecten waar iedereen met zijn ogen tegen staat te knipperen. Ik zeg met de ogen, want met de oren klapperen doen ze alleen onzichtbaar.

De zgn. wonderen die wij doen zijn geen wonderen. Alles is eenvou­dig een uiting van een en hetzelfde. Maar als je de uiting van de din­gen kunt veranderen, kun je daardoor het aanschijn van de dingen veran­deren. Elk wonder, tot de opwekking uit de dood toe, is daarop geba­seerd.

Wij, die innerlijk een beeld hebben van onszelf, zullen doordat wij ons één voelen met dit beeld, ons ook één kunnen voelen met de wereld zoals die vanuit het beeld bestaat. Daarbij zitten wij in de uiterlijkhe­den, niet in de essentie, maar voldoende dicht bij de essentie om de uitingen opnieuw te arrangeren.

De kracht waarover wij beschikken is altijd aanwezig. Maar ze kan alleen aanwezig zijn volgens de normen van ons ik beeld en van onze wereld. Daarom moeten wij begrijpen dat het onze zaak is om zowel ons eigen beeld als ons beeld van de wereld zo eenvoudig mogelijk te maken en alles wat we doen aan te passen aan de grootst mogelijke eenvoud. Daarmee nemen we niets weg van de waarde en de betekenis. Integendeel, wij geven dan pas de mogelijkheid om zich in de werkelijke waarde te openbaren.

Een mens, die wil blijven goochelen, zal nooit waarlijk grootse dingen bereiken. Wat de goochelaar doet is aardig voor het oog. Maar als je meer magisch wilt leven en denken, dan zul je moeten grij­pen naar de innerlijke waarde en naar de essentie. Hoe meer je dit leert doen, hoe eenvoudiger het gebeuren wordt, maar gelijktijdig hoe ingrijpender de veranderingen in het gebeuren zullen worden die je zelf kunt bepalen.

Wij zijn geen meester van het heelal; dat zullen wij nooit worden. Maar wij zijn meester van de wereld waarin wij denken te leven. Als je dat dan een tweede werkelijkheid wilt noemen, mij best. Maar dit heer ­zijn van je eigen wereld, dit meesterschap kan nooit een meesterschap zijn over anderen. Het geldt alleen voor jezelf, voor je eigen wereld­beeld en voor je eigen vermogen om daaraan een extra dimensie van een andere wereld toe te voegen.

Alleen daar waar een absolute overeenkomst bestaat tussen datgene wat jij denkt en doet in jouw beeld van de werkelijkheid of van de twee­de werkelijkheid en het besef of het verlangen van een ander, is over­dracht van feiten mogelijk. Verder niet.

Ten laatste zou ik er aan willen toevoegen. Wij zijn altijd bezig, zelfs als wij anderen proberen te helpen, met onszelf. Dit is onvermij­delijk en dat moeten wij gewoon aanvaarden. Maar het is misschien erg goed voor ons, als wij de waarde van dit ik waarin en waaruit wij leven gaan afmeten aan de betekenis of hulp die wij voor anderen zijn. Hierdoor ver­krijgen wij een grotere mogelijkheid van harmonie en een grotere activiteit vanuit onszelf.

En als wij dan eindelijk zeggen: Ik kan veel, dan beseffen we pas dat we werken in een wereld van illusies. En dat daarachter een soort God leeft, een soort werkelijkheid die ons in onze mogelijkheden bepaalt, maar die wij vanuit onszelf of vanuit onze voorstellingen nooit en te nimmer zullen kunnen veranderen. Dat is dan het besef waarin je beper­king ligt door je deel zijn van de goddelijke totaliteit. Want pas dan zul je je mogelijkheden, die je hebt van je beperkt beeld van de wer­kelijkheid optimaal kunnen gebruiken.

Aandachtig leven

Leven is bestaan, is zijn. Maar als een zijn niet door het beseffen tot beleven wordt gemaakt, wat blijft je zin van het zijn? Maar wie aandach­tig leeft, die in alle dingen steeds weer zoekt naar wat hij zelf is en wat de wereld wel kan zijn, die boekt de resultaten van de pijn, van zoeken en streven, want in het hele leven wordt steeds het zijn gevuld door beter zien en meer begrijpen.

En met oneindig groot geduld leer je zelfs aanvaarden dat noden, die soms schijnbaar nijpen, slechts deel van leven zijn.

Ja, wie aandachtig leeft, hij geeft het leven waarde door zijn be­seffen. En de groei van al wat in hem leeft, weeft een wereld om hem heen waarin hij langzaam leert verstaan hoe achter schijn en achter ranken van de onwerkelijkheid het ene ware zich verschuilt en langzaam zich onthult totdat je in beseffen van eigen zijn, zonder schuld, het zijnde zelf als zijn aanvaardt.

En dan in het kennen van het Al erkent het ik dat als een deel zichzelf vervullen zal door deel zijn van het Al.