Enkele sleutels tot het besef van wat u zelf bent

19 maart 1973

Ook deze avond zullen wij zoals de vorige keer, enigszins van de normale gang van zaken afwijken. Het ligt in de bedoeling om een verdere aanpassing te krijgen van de materie aan het gemiddeld bevattingsvermogen en wat dit betreft doen wij nog steeds verdere waarnemingen. Dit voor hen, die zich daarmee bezig hebben gehouden. Wij kunnen nog geen uitslag geven. Wij kunnen wel zeggen, dat wij verdergaan.

Het lijkt, dat op het ogenblik een paar experimenten mogelijk zijn

Wanneer wij in de werkelijkheid van het eigen ik proberen de kracht te vinden die ons beweegt, dan blijkt dat in vele gevallen zeer moeilijk, zowel mogelijk. Er zijn n.l. in het ik van de mens en ook in die van de geest een groot aantal verschillende krachten kenbaar en elk van die krachten blijkt op zijn eigen wijze harmonisch te zijn met een deel van de kosmos, maar daarnaast ook met een deel van het tijdloze, van het Goddelijke.

De poging om de werkelijkheid van jezelf te vinden, betekent een terzijde kunnen stellen van die factoren, die je van buitenaf worden opgelegd. En deze factoren zijn betrekkelijk groot in aantal.

Ik wil hier niet uitvoerig gaan praten over de kosmische tendensen, de geestelijke beïnvloedingen die er bestaan – u hebt daarover meer dan voldoende vernomen – maar ik zou u wel op het volgende willen wijzen.

Het werkelijke ik in zijn kosmische toestand is tijdloos en bevat als zodanig de totaliteit van licht. Deze totaliteit van licht kan slechts gefilterd en gefractioneerd doordringen tot de lagere voertuigen. Wat wij dus in wezen aan licht in onszelf dragen, is een fractie van de totaliteit die wij zijn.

Daarnaast echter zijn wij functioneel in het geheel. Er zijn dus een groot aantal verschillende krachten en werkingen, die tezamen het spel der schepping vormen. In dit spel der schepping hebben wij een eigen mogelijkheid, maar die wordt bepaald door ons bewustzijn. D.w.z. de hoeveelheid van het innerlijk licht, dat in ons gerealiseerd kan worden.

Daarnaast zijn er andere krachten die ons helpen, die ons b.v. leidinggeven – zij krijgen dan vaak de vormen van meesters – ze hebben ook vaak indirecte invloed. D.w.z. ze bepalen voor een deel de wereld, waarin wij leven, althans de wereld, zoals wij die zien. Om nu tot het werkelijke ik te komen, dienen wij de volgende punten voor ogen te stellen: Ik ben datgene wat mijn geaardheid mij toelaat te zijn. (Dat is vooral voor de mens belangrijk).

Het licht, dat ik in mijzelf erken, is een composiet beeld, waarin zowel mijn eigen persoonlijkheid als ook de krachten die mij stuwen, die dus een taakverbondenheid geven, aanwezig zijn. Om mijzelf te vinden zal ik eerst deze factoren terzijde moeten stellen. Het terzijde stellen van z.g. ik-vreemde factoren, die mee bepalend zijn voor hetgeen wij worden, hetgeen wij zijn hetgeen wij doen, kan als volgt geschieden:

  1. Wie heeft hier op mij invloed uitgeoefend?
  2. In hoeverre is dit beeld origineel en deel van mijzelf?
  3. Op welke kracht beroep ik mij?
  4. Ben ik in staat om de werkelijke waarde te zien van datgene, wat rond mij is?

U zult begrijpen, dat het antwoord op die vragen nimmer volledig is. Maar door uzelf deze vragen te stellen, gaat u uit van één bepaald standpunt. Wie probeert na te gaan wat zijn bestemming is – materieel -wat geestelijk de druk is die a.h.w. op je wordt uitgeoefend, wat de omgeving voor je betekent, gaat uit van het punt: Ik. En naarmate hij al het andere meer als zeg maar relatief beschouwt, zal hij ook beter kunnen beseffen: het middelpunt van al mijn redeneringen is deel van mijzelf.

Concentreer u vervolgens met verwaarlozing van al deze vragen op uzelf. Dus op het standpunt, dat je hebt ingenomen t.a.v. het geheel. In 9 van de 10 gevallen zal dit voor de mens nog niet betekenen, dat hij het ware ik volledig heeft gevonden, naar het betekent wel, dat het ontdaan is van een groot aantal bijkomstigheden. Ga dan in dit begrip zoeken naar licht. Het licht dat u daarin ontmoet, is deel van uw persoonlijkheid.

U zult u ongetwijfeld afvragen, waarom dit belangrijk kan zijn. Wel, in onze ontwikkeling zullen wij als mens en geest in contact komen met vele entiteiten. Met sommigen hebben wij bepaalde bindingen, aan anderen verplichtingen of wij zijn t.a.v. anderen schuldig. Al deze mogelijkheden komen voor. Wanneer er een dergelijke relatie bestaat, zal zij ons leven beïnvloeden.

Deze relatie is echter niet iets, wat tot ons ik behoort. Het is slechts een deel van onze ervaring, onze bewustwording, van het proces van weer één worden met jezelf. Realiseer je je dit, dan ga je begrijpen dat in je leven een groot gedeelte van hetgeen je bent, je doet en wat je kunt, zelfs van de wijze waarop je je gedachten formuleert, afhankelijk is van de relaties die je met anderen hebt.

Deze relaties kunnen verder ook bepalen wat u t.a.v. anderen wilt zijn. Want het geheel dat wij willen uitbeelden in de wereld, is een samengesteld beeld van al datgene wat wij aan verlangen, schuldgevoelen, aan harmonisch begrip e.d. bezitten. Hierin is over het algemeen een grote reeks van incarnaties en van daarnaast meerdere geestelijke bestaansfasen ingesloten.

Omdat je als mens en ook als geest sterk geneigd bent je in de eerste plaats op deze verbindingen te richten en dus niet op jezelf, zal het beeld dat je van jezelf hebt en dus ook van je bestemming en je mogelijkheden, vaak vervalst worden. Pas op het ogenblik dat je deze relatie niet beschouwt als bepalend voor het ik, bepalend voor het licht in het ik, of voor de relatie tussen ik en godheid, zal je komen tot de werkelijke krachtbron en daarmede de relatie weliswaar niet te niet doen, maar ze wel brengen in het licht der waarheid, waarbij geen persoonlijke voorstellingen of gevoelens meer een rol spelen, maar alleen harmonieën van een hogere graad.

Nu zijn er natuurlijk ook krachten, die in de kosmos bepaalde personen mede als voertuig, als hulpmiddel of helper kiezen. Wij beschouwen deze over het algemeen wanneer wij mens zijn of geest in bepaalde vormkennende sferen, als meesters of leiders. Dit is niet helemaal juist. Een meester die u hebt, is niet iemand die u brengt tot uzelf, maar die u helpt om een bepaalde functie te bekleden. Om een bepaalde betekenis te gewinnen. Hij kan u niet helpen naar de waarheid van het ik. Die kunt u alleen zelf vinden. Wat hij doet is echter uw relaties dermate harmonisch uitdrukken en u stuwen in een richting van een maximale harmonie, opdat u in de wereld of sfeer waarin u bewust bent, een zo goed mogelijke, een zo juist mogelijke beleving en betekenis hebt. De verwerking van al deze feiten is altijd uw eigen zaak en datgene dat gepresteerd wordt, is niet direct ten voordele van uzelf.

Dat is geen poging om het begrip meester of leraar te ontmaskeren. Integendeel, maar wij moeten goed begrijpen waar het om gaat. Wij leven in een wereld en die wereld bestaat uit allerlei relaties, verbindingen. Elk van die verbindingen heeft op een bepaald niveau betekenis, maar wanneer wij bij die verbindingen beperkt blijven tot één niveau van bestaan, dan is het duidelijk dat een groot gedeelte daarvan door ons niet eens beseft wordt. Die verbindingen samen maken uit wat wij betekenen voor de wereld, naar indirect is dit ook de betekenis die wij kosmisch t.a.v. onszelf gewinnen. In de hoogste sferen kan worden gezegd: “Het ik bepaalt zichzelf niet door zijn begrenzing t.a.v. de kosmos, maar door zijn functie die het als deel van de kosmos vervult.” Die functie wordt ons dus a.h.w. bijgebracht door krachten buiten ons. Leef je op één niveau, dan is het voldoende om te zeggen: “Wat ik ben in mijn leven wordt mede door anderen bepaald. En daaraan ben ik zelf niet schuldig, het is ook geen verdienste van mij, ik word a.h.w. op een bepaald spoor gebracht. Maar het besef van licht en waarheid dat ik daaruit gewin, dat is van mijzelf en zou eventueel in menselijke termen als eigen verdienste kunnen worden beschouwd.”

Wanneer je leeft op meerdere niveaus wordt het moeilijker. Er zijn mensen bekend die niet alleen in de materie een bepaalde houding hebben, een bepaalde betekenis gewinnen, maar die daarnaast in één, twee, drie, ja méér sferen vaak actief zijn. Deze activiteit zal dan sterk afwijken van hetgeen ze materieel presteren.

Je kunt je een toestand voorstellen, waarbij iemand die op aarde beul is, gelijktijdig helper, genezer of leraar is op een ander niveau. Je kunt je voorstellen dat iemand, die zich van de hele wereld niets aantrekt en schijnbaar onverschillig is op aarde, op een ander niveau gelijktijdig helper is van degenen die in het duister leven en een verbinding vormt voor anderen met krachten van licht.

Ik tracht u duidelijk te maken dat wat u hier op aarde bent of betekent of schijnt te betekenen, lang niet altijd bepalend zal zijn voor uw werkelijke inhoud en dat, naarmate u op meer niveaus leeft, het beeld van wat u betekent voor anderen complexer zal worden.

Dan volgt hieruit volgens mij, dat elke mens die meerdere niveaus van werken of leven kent, strijdigheden daartussen niet uit de weg kan gaan. Zodra je probeert je eigen besef door te zetten in elk niveau waarin je handelt, verwaarloos je de eigenschap en de persoonlijkheid die je daar bezit.

Je vergeet daarbij, dat ook in een andere sfeer, in een andere wereld, dat wat je doet mede gemanipuleerd, mede bepaald wordt door anderen. Je kunt niet zeggen: ik leef in een bepaalde sfeer en ben daar onafhankelijk. Want altijd is er een hoger bewustzijn, een hogere kracht, die ingrijpt om je relatie met de omgeving, met de kosmos en met de wereld te helpen bepalen, zodat je aan de eeuwige betekenis van het ego blijft beantwoorden. Ook hier is het belangrijk dat je beseft wat het betekent.

Nu kunt u het u zich ongeveer als volgt voorstellen: Het beeld dat ik geef, is niet voor 100% juist, maar voor degenen die een redelijk bewustzijn bezitten op dit terrein, zijn daarin toch wel sleutels, waardoor de volledige juistheid benaderd kan worden.

Ik leef. In dit leven heb ik een besef van een wereld, die mij domineert. Dat is de wereld waarin ik denk voornamelijk te bestaan. Wat ik in deze wereld ben en beteken wordt door anderen bepaald, maar de inhoud daarvan – zoals ik die zelf beleef – is mijn eigen zaak. Ik kan mijn daden slechts op een geringe wijze veranderen. Ik kan nooit zeggen, dat ik mijn betekenis voor anderen helemaal wijzig, tenzij dit ook door andere krachten mede gewild wordt. Ik kan wel zeggen, dat ik mijn eigen instelling wijzig en dat ik daardoor datgene, wat ik in mijn eigen wereld beteken, ga beseffen als deel van een groter geheel. Op het ogenblik, dat dit besef bestaat, wordt dit geheel ook meer kenbaar. Wat wij doen is uit het onbekende de feiten naar voren brengen van onze eigen persoonlijkheid, maar daarmee ook een besef van wat wij doen. Wat u hier op deze wereld bent en doet, kunt u niet helemaal beheersen. U kunt iemand het leven redden met het denkbeeld dat u goed doet, terwijl u in wezen daarmede voor die mens alleen maar een enorm probleem veroorzaakt, wat voor die mens zelfs ongeluk betekent. Maar het was ook niet belangrijk, dat u die mens redde en gelukkig maakte. Het was belangrijk dat u in het spel van de vele factoren rond u, het spel van het leven, dat ene accent gaf, waardoor een wijziging van het geheel van mogelijkheden tot stand komt.

Wij realiseren ons altijd maar een beperkt deel van hetgeen in God aanwezig is, maar het deel dat wij realiseren is wel bepalend voor de wijze waarop wij al datgene wat in God aanwezig is, in onszelf kunnen beseffen of kunnen waarmaken.

Het volgende is belangrijk: Datgene wat ik waarmaak, op welk niveau of in welke sfeer dan ook, is altijd een uitdrukking van een goddelijke werkelijkheid. Naarmate ik in mijzelf die werkelijkheid meer als één van kosmische betekenis ervaar, krijg ik als vanzelf een kosmisch inzicht en zal een groot gedeelte van wat eens alleen door manipulatie mogelijk was, nu mede vanuit mijn eigen besef veroorzaakt worden,

Ik zal trachten het iets duidelijker te zeggen:

Je kunt in een menigte zijn en door die menigte in een richting worden gedreven zonder dat je weet waar je naar toe gaat. Je kunt ook een ogenblik boven die menigte uitkijkend het doel zien. Wanneer je dit doel dan wilt bereiken, zullen je bewegingen binnen die menigte bewust worden. Het is niet meer de menigte die je stuwt. Het is je eigen doelgerichtheid, die gebruik maakt van de stuwkracht van de menigte. Vanaf dat ogenblik kun je niet meer zeggen, dat je van buitenaf bepaald wordt; maar dat je door je besef van binnenuit een gerichtheid hebt ontvangen.

Nu is het hele leven voor ons eigenlijk een zoeken naar dit vrij zijn. Er is een vrije wil, maar die vrije wil is sterk afhankelijk van ons inzicht. Niet het geheel van het menselijk leven is voorbestemd, maar er zijn toch zoveel dingen die je beperken en richting geven, dat je ook niet kunt zeggen dat je vrij gaat zoals je wilt.

Onthoudt u nu één ding. Wij bevinden ons altijd in een stuwing, die uit de Goddelijke werkelijkheid voortkomt. Binnen die stuwing moeten wij ons doel proberen te herkennen. Is dit doel herkend, dan kunnen wij van alle krachten rond ons gebruik maken. Wij zullen het doel bereiken op een voor ons aanvaardbare wijze en wij zullen van tevoren weten, wat het bereiken van het doel voor ons kan inhouden. Wij zullen dus bewust verder kunnen gaan.

In dit verband is het misschien aardig te wijzen op de poorten van inwijding.

“De poorten van inwijding” is altijd een heel mooie term, die door velen wordt gebruikt en door weinigen wordt begrepen. Wanneer wij spreken over een poort van inwijding, dan betekent dit dat wij gestuwd door krachten, een zodanig besef hebben gekregen van datgene wat wij gaan bereiken en dit aanvaard hebben ook, dat wij daardoor voorbereid de gevolgen daarvan aanvaarden. Ons besef treedt niet een onbekende en onbeheersbare wereld binnen. Wij treden een wereld binnen, waarop wij voorbereid zijn en van waaruit wij dus bewust met eigen inhoud en inzicht verder kunnen streven. Ook al worden wij hiermede bepaald in onze richting, althans in onze hoofdrichting, door de krachten die buiten ons daarin bestaan.

Nu zit aan dit hele verhaal nog een consequentie vast. Datgene, wat ik innerlijk bereikt heb en bewust nastreef op het ogenblik dat ik een poort doorschrijd, bepaalt mijn mogelijkheden, mijn kracht en mijn beheersing in het vlak van bewustzijn, dat ik betreed. Hierdoor kan een mens zover komen, dat hij krachtens zijn aardse belevingen en ervaringen in de geest zijn eigen taak tevoren en volledig kent.

Het is hierbij misschien aardig op te merken, dat je onder omstandigheden ook nog lering krijgt, hulp krijgt, waardoor je al geestelijke taken hebt volvoerd voordat je de geestelijke wereld geheel betreedt. Het feit, dat je die wereld kent en voor een groot gedeelte beheerst, bepaalt wat men noemt de incarnatiemogelijkheden. Hierbij gebruik ik incarnatie in de ruimste zin van het woord. Dus niet alleen reïncarnatie in de wereld, maar ook een eventueel aannemen van vorm op welke wijze dan ook, in weke sfeer of wereld dan ook, die maar denkbaar is. Elke relatie die ik voor mijzelf heb erkend en als deel van mijzelf zie, zal mij vasthouden, zal mij bepalen tot een bepaalde incarnatie, wanneer ik niet besef wat ze voor mij betekent. Een eenvoudig voorbeeld:

Een mens heeft op aarde veel dingen gedaan. Goed en kwaad. Hij voelt zich daarmee verbonden en dan zal hij – wanneer er voor hem een noodzaak tot incarneren ontstaat – veelal op die aarde incarneren en wel in samenhangen en met mogelijkheden en belemmeringen die ontleend zijn aan zijn vorige beleving op die wereld. En hierbij voelt hij zich ook gebonden aan dingen, die hij zelf niet veroorzaakt heeft. Die dus veroorzaakt zijn door andere krachten, die hem alleen als middel gebruikt hebben. Een mens, die weet hoe het is, die erkent wel bindingen en harmonieën, maar die harmonieën of bindingen zijn niet bepalend voor hem. Hij gaat uit van de werkelijkheid van zijn eigen wezen. Hij incarneert niet in een wereld waarheen hij getrokken wordt, maar in een wereld, waarin zijn eigen wezen de mogelijkheid van erkenning en harmonie ziet. Dat kan een wereld zijn die hoger ligt, een hogere geestelijke wereld. Het kan een totaal andere taak zijn vanuit de geest of zelfs vanuit een astrale wereld t.a.v. bijvoorbeeld de aarde of onverschillig welke ster of planeet. Door de vrijheid die je krijgt, zal je ook je verbindingen op een andere wijze gaan beseffen. En dat is het laatste punt, dat ik u vanavond wil voorleggen.

Een verbinding die bestaat op grond van menselijke gevoelens als liefde, begeerte, schuld, haat, is geen blijvende, tenzij wij die zelf als zodanig beschouwen. Maar de relatie, die wij met een mens hebben – onverschillig op welke basis – betekent wel degelijk een vorm van harmonie. Ook wanneer wij die als disharmonie ervaren. Er is een wederkerigheid, een op elkaar aanklinken, Het is een bepaling die ook kosmisch bestaat en tijdloos bestaat. Wij kunnen die ervaring, deze verbondenheid, niet terzijde stellen. Het enige is dit: Wij worden door die ervaringen niet bepaald. Wij leven a.h.w. wel mee in datgene wat de ander is of doet, maar onze eigen weg wordt daardoor niet belemmerd. En doordat wij zelfstandig verdergaan, zullen wij onze harmonie met al die personen enz. vinden op het niveau, waarop wij zelf bestaan.

Het komt dus hierop neer: Wanneer u zelf in staat bent u vrijelijk door vele sferen te bewegen of u leeft in een hoge sfeer, waarin geen vorm bestaat, dan zullen anderen hun verbinding misschien nog willen zien in een menselijke vorm, maar dat kan niet. Zij bestaan dan op het hoogste niveau dat u bereikt hebt. D.w.z. in die vormloze wereld is het een harmonie van krachten. Het is niet meer een harmonie van vormen, begeerten, angsten etc.

Zoals deze mogelijkheid bestaat in het geheel van de esoterische ontwikkeling van de mens, van zijn inwijding, maar wel degelijk ook van zijn begrip voor de magische relatie voor de wereld van het hoogste belang. Daar, waar de mens op zijn eigen of hoogste bewust bereikte niveau de harmonische contacten en bindingen met anderen aanvaardt en eventueel daarop antwoord geeft, zal hij uit het hoogste van zijn krachten een besef hebben voor de hogere krachten in de ander – ook wanneer deze die zelf nog niet beseffen – en zover de anderen onbewust zijn vanuit die hogere kracht op hen kunnen inwerken, zodat zij het voertuig worden van hogere krachten en daarmede voor zichzelf de mogelijkheid voor betere en hogere harmonie zullen vinden.

Wij kunnen ons niet onttrekken aan de verbondenheid. Banden die bestaan, blijven bestaan. Die kunnen wij niet tenietdoen. Maar die banden dienen op de hoogste vlakken van besef als harmonie, als uitwisseling van krachten, als werking van zeg maar tijdloze waarden beleefd te worden. Pas in deze beleving vinden wij de vrijheid. Dan is elke vormbeleving op zich onbelangrijk geworden. Dan is elke relatie die b.v. menselijk of geestelijk kan bestaan, een verschil in sfeer of wat anders, onbelangrijk geworden. Het enige wat dan blijft bestaan, is dan de kosmische harmonie. En het is deze kosmische harmonie, die het ons mogelijk maakt overal, waar een gelijksoortig besef bestaat van die relatie, wonderen te doen. Omdat we op dat punt beschikken over de tweeledige mogelijkheid, de één met wie u harmonisch bent en uzelf om uit het tijdloze het besef te nemen en dit besef vorm te geven. Dit besef vormt zich dan in overeenstemming met de tijdloosheid, met de eeuwigheid, maar openbaart zich gelijktijdig als een niet door oorzaak- en gevolgreacties van lager niveau beheerste openbaring of ontwikkeling in elke wereld waarin je werkzaam wilt zijn.

Met dit alles heb ik u een paar kleine sleutels gegeven. Ik heb ook getracht u een inzicht te geven in wat u zelf bent. Daarmee heb ik het eigenlijke onderwerp afgehandeld.

Er zijn nog een paar dingen, die ik daaraan wil toevoegen. U kunt die indien u dit wenst rustig verwaarlozen of terzijde stellen.

U hebt in uzelf vaak schuldgevoelens. Die schuldgevoelens moet u zich realiseren voor wat ze zijn. Schuld kan alleen bestaan vanuit uzelf en alleen op dat punt, waar u tegen uw eigen besef of inhoud gehandeld hebt of dwang hebt uitgeoefend op anderen. Verder kan er geen schuld bestaan. Wanneer u dit zo beziet, dan komt u als vanzelf tot de basis van uw eigen leven. Hebt u inderdaad vroeger wel veel verkeerd gedaan? Vanuit uw huidige standpunt ongetwijfeld. U kunt het verleden op dit moment niet meer beoordelen. Zet het dan om in een kosmisch begrip. Probeer een harmonie in uzelf te vinden, waarin u ook dat z.g. verkeerde mee aanvaardt. De afwijkingen en fouten, of ze van buitenaf zijn gekomen of van binnenuit. Aanvaard die erbij. Op deze manier immers zult u iets kunnen vinden van uzelf. Dan komt u in die sfeer die ik u in het eerste gedeelte omschreven heb.

In de tweede plaats moet u begrijpen, dat u geen rechten hebt op iemand. U kunt op niemand recht uitoefenen. U kunt ook niemands bezit zijn. U kunt ook aan niemand werkelijk verplicht zijn. Dat klinkt erg onhartelijk, maar het is zo. Wanneer u uitgaat van het standpunt dat geen verplichting en geen recht kan bestaan t.a.v. anderen, dan komt u als vanzelf tot de conclusie, dat het enig mogelijke is een harmonie. Die harmonie kan alleen bestaan op die punten, waarop anderen niet beheerst worden door angsten of begeerten. Een heel belangrijk punt.

Daar waar angsten of begeerten bestaan bij anderen, kunnen wij niet op harmonische basis werken. Het enige wat wij kunnen doen, is werken met magie. Magie is het manipuleren van bestaande mogelijkheden op basis van veronderstelde harmonieën ofwel harmonieën met andere krachten en sferen, welke invloed kunnen uitoefenen op iets of iemand, waarmee wij niet noodzakelijkerwijze harmonisch zijn.

Wij hebben dus heel wat mogelijkheden, maar die mogelijkheden moeten wij goed leren gebruiken. Om ze goed te gebruiken moeten wij beseffen, dat het gehele beeld van al onze fouten en onze goede kanten, niet van onze fantasie en onze plannen, maar van de feiten, aanvaard moeten worden en dat wij op basis van die aanvaarding het licht in onszelf moeten zoeken en dat wij dat licht dan moeten proberen te ontleden. Wanneer wij na die ontleding ook maar iets overhouden wat voor ons licht is, hebben wij daarmede kosmische betekenis gekregen voor onszelf en in relatie vanuit het nu geuite ik met het werkelijke ik, dat in het tijdloze bestaat.

Na de pauze krijgt u een andere spreker. Deze spreker zal ook weer op zijn wijze trachten invloed uit te oefenen. Het is de vorige keer redelijk goed bevallen. Wij denken, dat er misschien nog iets meer mee te bereiken is. Wij hopen dat u tegen deze proefneming geen bezwaar hebt. Misschien kunnen wij een nieuw niveau bepalen, waarop deze groep langzaam maar zeker toch weer groeit naar een meer magisch-geestelijke verbinding, waarbij het redelijke alleen maar het begeleidend element is en niet zoals tot nog toe in vele opzichten een hoofdelement.

Zoekt u zelf betekenis in dit alles te vinden. Experimenteer eens met uzelf op dit terrein. Ik ben ervan overtuigd, dat dit zal bijdragen tot uw innerlijke ontwikkeling en mogelijk ook tot een verandering van uw geestelijke mogelijkheden en grotere vrijheid in het bepalen van uw eigen actie en richting.

Experimenten met kleuruitstraling en verankering van mystieke krachten.

 

Wanneer je vanuit de geest kijkt naar de mensen, dan zie je allerlei stralingen en uitstralingen. Het is dan vaak erg moeilijk om daarin een zekere eenvormigheid te krijgen, althans in de reactie. Nu moet u niet denken, dat ik op het ogenblik alleen maar probeer als gelijkrichter voor uw gezelschap te fungeren, maar ik zou toch willen proberen om bepaalde dingen eens gewoon na te gaan.

Wij kunnen natuurlijk met elke straling en elke kracht werken. Ook met elke kleur, maar er zijn bepaalde stralingen, bepaalde kosmische waarden, waar je vaak heel veel mee kunt bereiken en die eigenlijk heel eenvoudig zijn om ze te produceren, wanneer je maar weet hoe. Nu zal ik straks wel weer het verwijt krijgen, dat ik niet gezegd heb: hoe… maar dat is iets, wat u alleen in uzelf kunt leren.

Er zijn mogelijkheden om iemand te laten reageren op b.v. het gouden licht. Wanneer ik mij het gouden licht voorstel, dan is dat een straling, die reikt van één van de hoogste geestelijke niveaus tot ongeveer het levenslichaam. Daar wordt het geheel samengebundeld en voor de mens is zoiets eigenlijk energie, maar het is een weldoende energie. Het goud, het levende goud, is niet alleen levenskracht, maar het is ook levensbesef. En wanneer je een dergelijk besef weet op te wekken en je weet het a.h.w. aan anderen uit te stralen, dan zal eenieder daar op zijn manier op moeten reageren.

Wanneer ik iemand heb, die b.v. zelf sterk ingesteld is in de zuiver wetenschappelijke richting, dan zal een deel daarvan worden afgestoten. Dat komt, omdat het eigen besef, het eigen bewustzijn, die kracht als onnatuurlijk erkent en dus afwijst. Hebben wij daarentegen te maken met iemand die erg mystiek is ingesteld, dan zal die kracht juist bijzonder gemakkelijk aanslaan. Men neemt die kracht eenvoudig aan als een hogere verschijning en men vraagt zich niet af waar ze vandaan komt.

Stel nu dat je het gouden licht een ogenblik laat uitstralen. Wat gebeurt er dan? Dan zie je bij de mensen, dat in de aura een lichte verandering plaatsvindt. Die verandering is in overeenstemming met hun eigen aard. Iemand die een aura heeft, waarin felrode vlammen uitschieten, die blijft nog wel degelijk die vlammen uitschieten en de kleur blijft ook enigszins rood. Alleen ze zal iets lichter worden en ze zal daarnaast naar ik meen ook wat harmonischer zijn. Heb ik te maken met iemand in wiens uitstraling ik de factoren blauw, groen en geel aantref, dan krijg ik niet een versterking van de geelfactor, zoals u zou denken, neen, dan zie ik dat er een versmelting plaatsvindt. Er ontstaat een soort gemêleerde kleur, waarin de stippen van de oorspronkelijke kleur nog zichtbaar zijn. De hele aura laadt zich op, totdat op een gegeven ogenblik groen en geel praktisch domineren.

Dat zijn heel eenvoudige dingen, die je alleen als proef doet. Ik heb – terwijl ik daar zo over heb zitten praten – natuurlijk geprobeerd hoe u op dat licht reageert. En ik zie, dat er gemiddeld een redelijke reactie is. Het is niet zo van: o mensen, er zijn er een paar bij, die gaan hier vandaan als levende accumulatoren van kracht, maar er ontstaat een zekere verbinding, een soort harmonie. En dat harmonietje maakt het mogelijk om een tweede kracht erop te zetten. Ik ga u die kracht niet beschrijven, straks zal ik u zeggen wat ik gedaan heb.

Er zijn in je wezen altijd dingen waarmee je geen raad weet. Er zijn krachten waarvan je je afvraagt: “Hoe werken die in mij en waarom ben ik zo?” En toch moet alles een bedoeling hebben. Alles moet ergens terug te voeren zijn tot een oervorm, een oerkracht, waarin die dingen bestaan en betekenis hebben. Want je kunt niet alleen bestaan. Je kunt niet geïsoleerd bestaan. Je kunt alleen in harmonie met anderen bestaan. En wanneer je dat op de juiste manier ervaart, dan krijg je een beleving, die een beetje van de norm weg ligt, een klein beetje jezelf getransporteerd voelen. Dan zijn er van die heel kleine verschuivingen in je denken. Je zou nuchter willen zijn, maar ergens grijpt er iets aan en er komt een nieuwe waarde uit. Het is a.h.w. of uit wat u redelijk bent of wat u geestelijk bent een soort amalgaam wordt gemaakt. Een totaal nieuwe samenstelling, die kan neerslaan in elke vorm, maar die je in jezelf draagt als een kostbare steen der wijzen. Nu moet u niet denken, dat ik u de steen der wijzen kan geven. Die kunt u alleen voor uzelf maken en vanuit uzelf. Maar de kracht die erbij hoort, die kun je soms een ogenblik een beetje als een schaduw over de mensen laten gaan.

Wanneer ik die kracht nu gebruik (u merkt dat ik er een beetje mee manipuleer), dan moet er ergens in u toch wel een kleurbesef zijn. En nu zitten we hier niet alleen om te kijken wat er gebeurt – ik zie het aan de aura’s op het ogenblik vreemd genoeg betrekkelijk sterk, sterker dan het gele licht, dat is opvallend – maar weet u welke kleur u hiervoor zou kunnen geven?

  • Geel, blauw, violet.

Violet, ja, daarmede komt u aardig in de buurt. Inderdaad werken wij met een soort violet. En waarom doen we dat? Mystiek. Heel goed, maar niet alleen omdat het mystiek is. Deze kracht heeft een harmonie, die voor een groot gedeelte bovenredelijk is. En voor een deel bovenzintuiglijk. En die kleur heeft een heel eigenaardige inwerking.

Wanneer u niet wilt deelnemen aan het experiment, dan sluit u zich af. U behoeft niet mee te doen. U moogt. Wanneer deze kracht, die ik al aardig heb opgeroepen, op een bepaalde manier in de aura van de mens laat doordringen, dan worden daarbij o.a. het mentaal lichaam en het levenslichaam geraakt en daarin kun je een deel opslaan. Dat kan bij elke mens. Dat is gewoon een kwestie die mede door emoties verder bepaald kan worden. En wat ik nu ga doen is heel eenvoudig. Deze kracht dus niet alleen oproepen, maar ik ga proberen een deel van deze kracht hier en daar een beetje te verankeren.

Nogmaals: als u hier neen tegen zegt, dan doen wij niets. Zegt u ja, dan gaan we niet alleen die kracht verankeren, maar dan gaan wij ook kijken of u op basis van die kracht tot een zekere beleving kunt komen. En dat doen wij nu niet, want die kracht kunnen wij rustig, laten we zeggen 4 dagen laten staan. Dan is ze nog goed. Wanneer je werkt met deze kracht van mystiek, van de innerlijke connectie met één van de hoogste en meest ware krachten in de kosmos, dan kan daar een openbaring uit voortkomen. Een openbaring voor uzelf en voor allerlei dingen. Maar het zijn allemaal mystieke dingen. Je hebt er praktisch, niets aan, maar het geeft je wel vaak een nieuw inzicht in jezelf. En dat ik dit hier heb gedaan, heeft ook zijn redenen. Dat ik die kracht een beetje manipuleer, heeft allemaal zijn reden. Wij willen eens kijken, hoever u kunt komen.

Wanneer ik hier op dit moment zie, zijn er hier inderdaad een aantal, die deze uitstraling aardig oppakken en in wie het verankerd is. Met een klein beetje geluk hebben wij uit deze kring toch zeker 17 à 18 ervaringen. Dat is heel mooi.

Waarom hebben wij nu deze kracht opgebouwd? Als je aan esoterie doet, dan kom je ergens ook bij de mystiek terecht. Je komt terecht bij het onzegbare, dat je dan maar weer een vorm geeft en waar je voorstellingen aan verbindt en dat onzegbare bepaalt een groot gedeelte van je geestelijk bestaan. En wanneer wij willen doordringen in de kern van het ego en al wat ermee samenhangt, wanneer wij willen werken met de kracht en de magie die eraan vastzit, dan moeten wij proberen om dat licht eerst te laten werken. En wanneer wij dat licht goed laten werken, wanneer het licht goed inwerkt, dan moet de mens daardoor niet alleen iets beter beseffen wat hij is, maar hij moet ook gemakkelijker begrijpen, wat hij kan doen en wat hij eigenlijk moet doen. Wat de kosmische harmonie is die je ermee maakt.

U denkt misschien: nu heeft hij al twee kleuren gebracht, maar ik zou nog graag een paar andere kleuren proberen. Er is n.l. nog een kracht, die ik niet eens een kleur zou kunnen geven. Maar het is een kracht, die de zaak a.h.w. in focus brengt, in brandpunt brengt. En dat kan heel erg belangrijk zijn. Want wat hebben wij eraan als we allemaal mystieke ervaringen hebben, ergens boven de wolken zweven en je plotseling naar beneden komt en alles is weer precies eender. Je moet iets hebben, waardoor je de kracht boven in je a.h.w. in brandpunt kunt brengen en op de een of andere manier zo, dat het betekenis krijgt op aarde. En als wij dat doen, dan zal er uit, een droom, een beleving, iets kunnen voortkomen. Er zou iets kunnen gebeuren. Niet dat u nu een daverend genezer wordt of zo, maar de tegenstellingen zullen wel wat scherper worden. Dat zit er wel een beetje in.

En nu roepen wij die kracht ook op en proberen haar kenbaar uit te stralen in u, want die kracht is er altijd. Als u nu zelf bepaalde gaven hebt, dan zult u misschien een beetje scherper kunnen zien wat het is en wat u ermee kunt doen. Het zou erg prettig zijn. U kunt voor uzelf misschien een beetje meer kracht vinden om bepaalde dingen die belangrijk zijn, even in die stoffelijke hersenen vast te leggen. Want wat heb je eraan wanneer je kosmisch weten bezit en je kunt niet in die hersenen terecht, al is het maar een klein beetje?

Wij moeten de zaak kunnen overbrengen. En dat overbrengen gaat met de kracht, waarmee wij nu bezig zijn. Ik ben hem aan het opbouwen. Het is een tamelijk ingewikkelde structuur. Hé, iemand die daarnet niet op het mystiek reageerde, reageert hier ineens heel fel. Vreemd is dat. Deze kracht gaat het voor deze kring misschien toch nog beter doen dan de mystiek.

We hebben gewoon een test gemaakt. Drie kleuren. Ik had er eigenlijk nog een paar meer willen nemen, maar het wordt voor u zo vervelend. We hebben een heel aardig sleutelpatroon op het ogenblik gemaakt. En nu ga ik u gewoon een paar dingen vertellen.

De basis van uw wezen is eigenlijk een vorm die op de mens lijkt. Het is niet helemaal menselijk. Misschien iets van een zwevende Boeddha of een dansende Krishna. Daarbij horen wij thuis, dat is onze vorm. Dat is niet ons wezen, het is onze vorm en aan deze vorm ontlenen wij wat wij nu zijn. Dat bepaalt die stoffelijke vorm en onze vormvoorstelling een heel eind weg in de sferen.

En wanneer wij nu op een gegeven moment overstappen van de ene straal op de andere – dat noemen ze dan inwijding – dan verandert er aan die vorm eigenlijk maar heel weinig. Dat is heel vreemd. Het is alsof die vorm ons in zijn greep heeft. Maar die vorm is ook een beperking. Wanneer wij in onze inwijding en in onze poging om een stapje hogerop te komen nu eens een klein beetje van die vorm zouden kunnen vergeten. Je hebt handen en voeten, natuurlijk. Je hebt een hoofd, maar het geeft niet hoe je eruitziet. Je bent a.h.w. een vlekje licht met een heel klein beetje gestalte. En daarin is je weten. Hoe minder de vorm je beheerst, hoe sterker je de kracht die rond je is, kunt ontvangen. Want dat vormbesef is niets anders dan een afsluiten van jezelf. Dat vormbesef moet je dus voor een deel kwijt. Je moet langzaam maar zeker worden tot een lichtend, misschien een wat vaag lichtend wezen, maar dat daar waar het donker is, toch een bundel licht kan neergooien. Als je dat n.l. kunt, dan maak je de brug, de verbinding. Want in elke wereld, in de meest duistere en de meest lichtende, is de basis van het licht aanwezig.

Maar wanneer wij nu door onze voorspelling ons putten uit het Hogere en het projecteren van het licht naar beneden a.h.w. het licht kenbaar, maken, dan is het aanvaardbaar. Besef is bepalend voor de aanwezigheid van licht. En dan zal je zien, dat daar veel gemakkelijker en veel duidelijker licht doordringt. Dat vormen, die zichzelf misschien nog steeds op aarde wanen – om een voorbeeld te noemen – dat die ineens in een licht staan en ineens zien: het is niet meer zo. Dat iemand die in het duister is en zegt: “Hoe kan ik eruit komen?” dat je die dat licht geeft en zegt: “Kijk, daar ben je.” Hij kan zich aan dat licht vasthaken a.h.w. En dan is het een soort lift. Maar daarvoor moet je zelf niet te veel vormbewustzijn hebben.

Wanneer je één handje uitsteekt, dan kan er maar één geest trekken. Het plakt nogal daarbeneden. Maar wanneer je dat licht inschakelt, dan heb je een soort hydraulische lift. Dat licht pakt die hele duisternis, die sfeer, verandert ze van aard en drijft zo iemand, wanneer hij maar wil, wanneer hij niet wegvlucht, omhoog. En daarom heb je dit nodig. En zoals wij de vorm ontlenen aan zijn oervorm, zo ontlenen wij ook het licht aan een- soort van oervorm. Nu moet u niet denken, dat het een soort van schijnwerper is, maar er is kosmisch gezien een bepaalde vibratie. Het lijkt een beetje op het kabbelen van water tegen de rand van een fontein met al die schitteringen erin. Wanneer je daarnaar kijkt, dan zie je steeds die schittering op je afkomen. Net alsof er een voortdurende stroom is. Er is dus in de kosmos een sfeer, een toestand, waarbij je die kabbeling van het licht a.h.w. voortdurend ervaart. Kijk je ernaar, dan word je gebiologeerd. Je moet ernaar kijken en a.h.w. het beeld dat je daarvan opneemt, één, twee, drie ergens anders naartoe gooien. Dan kun je die kracht overnemen en doorzenden. Maar omdat je een begrip van die kracht hebt aanvaard, is alles wat met die kracht verwant is, in je wezen – en dat is een groot gedeelte van wat je je ego noemt – a.h.w. daarmede verbonden. Je wordt de geleider voor die kracht en zo kan je enorm grote krachten naar beneden brengen.

Maar je kunt het niet voor jezelf houden. Op het moment dat je naar jezelf gaat kijken, kijk je niet meer naar het licht. Dan is het begrip van dat licht weg en dan sta je er weer precies zoals je was. Het is dus geen kwestie van zakendoen: we gaan even naar die bron van licht, wij kijken ernaar en dan zitten wij voorlopig goed. Het is alleen een proces wanneer je er zelf een besef van hebt en a.h.w. dat meteen op de wereld richt.

Het is eveneens duidelijk dat er nog andere vormen zijn, want al is dit wel één van de hoogste vibraties, een vibratie, die je je eigenlijk maar een heel klein beetje kunt voorstellen, maar die je wel voelt. Er is nog een vibratie, die wij levenskracht noemen. Die kracht is van lager niveau en die kun je heel goed voelen. Wanneer je naar die oervorm van licht grijpt en u krijgt het gevoel van: het kabbelt – zoiets van tussen lachen en klappertanden in – dan hebt u de hoogste kracht. Maar wanneer u gewone levenskracht nodig hebt, dan moet u zich weer op een andere manier instellen.

Bijvoorbeeld: Ergens in de ruimte zweeft een zon. Er is heel veel licht rond je, maar er is één stippeltje licht, waar flitsen in zitten van rood en zilver. Het flitst een beetje als een draaimolentje met verschillend gekleurde lenzen en een lampje in het midden, dat snel draait en wanneer je er rood en wit in hebt zitten, dan krijg je door elkaar heen schietende flitsjes van licht. Zo’n gevoel geeft het. Het lijkt alsof je naar een soort van mallemolen kijkt. En als je naar dat mallemolentje kijkt, dan houd je dat voor ogen en dan kijk je als het ware door dat mallemolentje naar de mens, of de kracht of de geest aan wie je die levenskracht wilt toevoegen.

Nu zijn er een paar dingen, die u hierbij moet onthouden. Bij de vorm is dat het besef dat die vorm bestaat en het besef dat ik die vorm niet nodig heb. Dat die vorm een mantel is die om mij heen hangt, maar dat ik die mantel kan openslaan. Dat is gewoon een kwestie van besef. Wat dat licht betreft is het een grijpen, grijpen en nog eens grijpen tot je die eigenaardige trilling krijgt. Dat eigenaardige gevoel in jezelf. En dan onmiddellijk je richten op een bepaald doel, een bepaalde bestemming. En wat die levenskracht betreft: wachten tot je het gevoel krijgt van: hier wervelt, hier flitst wat. Soms heb je het in jezelf, dan vraag je je af of er in jezelf een motor aan het draaien is. Wanneer u dat gevoel krijgt, dan weet u, dat het in u aan het werk is. Dan houdt u dat gevoel vast en dan zegt u: “Daar kan ik levenskracht geven.”

Eenieder zal het anders ondergaan, de één klappertandt wat meer dan de ander, een ander lacht wat meer. De één draait wat meer. Het is een ervaring van: ik ben mij aan het uiten. Ik sta onder invloed van iets. Er is iets in mij aan het roteren geslagen.

Hier hebt u de drie hoofdkrachten en daarmede kunt u veel doen. Maar als u met die krachten gaat werken, dan hebt u natuurlijk nog een laatste kracht nodig. En die laatste kracht – daar zeg ik niets van, maar wanneer u een kleur weet, moogt u het zeggen. Deze kracht is ook wel nodig. Die is ook kosmisch een beetje verwant met alles. We laten die kracht nu gaan. Hé, daar is iemand die probeert die kracht meteen om te draaien, het gebeurt niet eens bewust. Het is iemand, die waarschijnlijk erg politiek geïnteresseerd is. Daar is iemand die er niet helemaal raad mee weet. Ja, wij hebben reactie bij bijna allemaal. Weet u, wat de kleur is? (Verschillende reacties).

Hoe komt het nu, dat u allemaal een verschillende kleur zegt? Omdat ik hiervoor het zilverblauw heb gebruikt. Wat is zilverblauw? Dat is weten, kosmisch weten. En daar ieder op zijn eigen manier bezig is, komt dat naar buiten. Ik neem aan dat het oranje dat genoemd werd, niets te maken heeft met het vorstenhuis, maar dat het gewoon een idee is van vernieuwing van levenskracht. Maar we moeten iets meer weten dan dat. En als je wit roept: dan zeg je: ik zie tegenstellingen, maar je moet die tegenstellingen ook nog begrijpen. Dus uw reactie bewijst, dat u ergens nog niet de juiste invloed te pakken had. U voelde ze wel, maar u weet niet wat u ermee moet doen. Luistert.

In den beginne was het woord. Dat betekent wat. In het begin, zou men kunnen zeggen, was de betekenis. Er is een basisbetekenis, die al het andere omvat. En wanneer wij dat met wit licht benaderen, dan ziet u alleen zwart-wit verhoudingen. Dat moeten we niet zien. Wanneer wij het alleen met blauw bekijken, dan brengen we het teveel op menselijk niveau. Zouden we het mystiek benaderen, dan verwerken we het ergens wel, maar wij kunnen het niet hanteren. Daarom nemen wij het zilverwit. Met het zilverwit gaan wie naar die “woord”-waarde, dat begrip, wat er is. Dat begrip is leven, tegenstelling, maar het is ook een soort formulering van de tegenstelling. En met die kracht werken we nu wanneer wij iets willen begrijpen, want daar zit alles in. Elke afleiding van oorzaak en gevolg, die van het begin af aan mogelijk is geweest, is daarin vastgelegd. Hebben wij ergens een gevolg, dan grijpen we terug en dan vinden wij daarin de oorzaak.

Hoe je het doet? U stelt u in en u probeert te denken aan dat zilverblauw, dan hebt u een aanloopje. En nu zegt u alleen tegen uzelf één ding: er is weten. En dan denk je op een gegeven ogenblik: hé, net een beetje spinnenwebachtig. U krijgt het gevoel van een soort kleverige contacten. Op het ogenblik, dat u dat hebt, zegt u alleen wat u weten wilt. Dus de basis van hetgeen u weten wilt. En dan rustig ontspannen en u gaat dan niet wachten tot het antwoord komt, want dat komt vanzelf. U gaat gewoon verder.

Maar zolang wij dat antwoord nog niet bewust in onszelf hebben, herhalen we gewoon hetzelfde proces en dan op het gegeven ogenblik zitten wij met een denkbeeld, waarvan wij zeggen: dat slaat erop als een tang op een varken. Maar weet u, de waarheid slaat meestal op de problemen zoals de mens die stelt, als een tang op een varken. Daarover moet u zich niet verbazen, u moet zeggen, dat is toch het antwoord op mijn probleem. Ga dan van dat antwoord uit terugwerken naar uw probleem en u zult met verbazing ontdekken, dat u niet alleen de oplossing hebt, maar ook nog de oorzaak. Het gaat heel eenvoudig.

Ik heb nu getracht met deze krachten wat te werken en ik heb nu een sleutel gesteld voor u, zoals u hier aanwezig bent. En dat betekent, dat we een tikje meer mystiek moeten hebben, dat we moeten proberen daarbij veel van het directe weten over te dragen als impuls en het betekent daarnaast, dat we hier en daar een beetje meer met magie moeten werken dan we de laatste tijd gedaan hebben. Dan hebben wij het merendeel te pakken. Hier en daar valt er dan wel weer eens eentje voor een ogenblik buiten, maar dat geeft niet. Wij hebben nu een sleutel, waardoor wij het geheel kunnen gaan benaderen.

En nu hebben wij nog net de tijd om te kijken wat wij het volgend jaar reëel gaan doen. Want wanneer wij die sleutel hebben, weten wij wat wij kunnen gaan doen mede in verband met de uitspraken van de Wessac-bijeenkomst. We weten dan wat wij vanuit die Wessac als belangrijkste impulsen en krachten naar de aarde gaan brengen en wij geven die dan cadeau.

En nu ga ik alleen nog even sluiten.

Het was een echte experimentenavond. Er is een eenheid, een harmonie die de mensen soms weleens liefde noemen of kosmische liefde. Het is een band tussen alle dingen en wanneer wij die band aanvaarden, dan krijgen we antwoord. Dan zijn we verbonden. Die verbinding behoeft niet op een bepaald niveau te liggen, die band kan overal optreden. Deze kosmische band of deze kosmische liefde omvat alle krachten, waarvan ik u verteld heb en nog een paar meer. Want de kosmos zelf is een uitdrukking van een al-aanvaardende harmonie. Wanneer wij daaruit factoren lichten, dan is het gewoon omdat wij de gehele harmonie niet kunnen verwerken.

U weet wel, het komt weleens voor, dat u een grote snee brood hebt, die u niet ineens naar binnen kunt werken. Dat moet u bij stukjes en beetjes doen. En dat gaan wij ook doen, want een mens kan dan misschien wat dichter of wat verder van een bepaalde sfeer of een bepaalde waarheid afstaan, maar hij heeft die harmonie nodig. En in een tijd, dat de mensen maar al te vaak door disharmonie en door de gekste ontwikkelingen worden gestoord, heb je die harmonie bijzonder hard nodig. Want die harmonie kan de wederkerigheid brengen. Die kan je de relatie brengen met de kosmos en met God, maar ook met de mensen, de wereld en het gebeuren.

Die relatie hebben wij hard nodig. En die relatie noemen wij dan maar kosmische liefde of goddelijke liefde. De naam is niet zo belangrijk, maar het gevoel, dat wij in onszelf kunnen vinden, dat is het meest belangrijke wat er bestaat. Dat vanuit jezelf niet meer vragen of eisen, niet tegen die wereld zeggen: het moet zo of zo, maar gewoon die wereld in jezelf ontvangen en antwoorden op die wereld en uitgaan in die wereld. De relatie op geestelijk vlak is vooral erg belangrijk.

Er is op het ogenblik een enorme activiteit bij ons aan de gang, want zelfs vanavond hebt u niet uw gewone sprekers gehad en dat wil wat zeggen. En die activiteit is gebaseerd op het herstellen van die kosmische harmonie, van die kosmische liefde, van die kosmische kracht. En om dat tot stand te brengen wordt er bij ons enorm hard gewerkt. Maar wat hebben wij eraan wanneer wij ons kapot werken en jullie zitten hier op aarde allemaal te kijken naar wat ervan komt? Jullie moeten in die harmonie worden opgenomen. Jullie moeten een beetje verder komen. Niet alleen in het hoogste licht opzweven, hoe prettig dat ook moge zijn, maar licht zijn, met licht werken, vanuit het eigen ik de kracht geven. De verschillende stralen in jezelf samenbrengen en ze uitstralen daar waar ze nodig zijn. Ze opleggen daar waar ze nodig zijn, zonder dat je daarmee dwingt. Gewoon in die harmonie, in die kosmische liefde.

En iedere groep, die je daarvoor kan krijgen, is welkom, dat begrijpt u. En elke kracht, die je daarbij extra kunt ontwikkelen is welkom. Maar het is een kracht, die ook een beetje van u moet uitkomen. Ik heb u getoetst en ik heb getracht om iets te maken, waar wij wat aan hebben. Ik heb jullie een verankering gegeven van mystieke krachten, niet alleen omdat het leuk is, maar omdat die harmonie, die kosmische liefde, meer actief bewust moet zijn. Omdat die een beetje meer van jezelf moet uitgaan.

En op dezelfde manier heb ik u in het voorbijgaan een paar andere dingen gegeven. Niet omdat u die dingen op een afzonderlijk wijze zult beleven, maar omdat er in u de mogelijkheid moet zijn om op een gegeven moment de kosmos te aanvaarden. Om die mantel van vorm niet meer als afsluitsel te beschouwen, maar eerder als een bescherming wanneer u ze nodig mocht hebben, maar ze open te stellen voor het licht, de kracht en de werkelijkheid. En dat is een belangrijk experiment.

Ik ben niet de beste spreker, die de orde heeft, maar ik ben wel iemand, die aardig kan aflezen en aardig met krachtjes kan goochelen. Ik heb een conclusie gemaakt. Ik wil niet zeggen dat die 100% gunstig is, maar ze is ook niet voor meer dan de helft nadelig, gelooft u mij. Er kan van jullie heel wat uitgaan. Jullie kunnen heel wat doen. Het gekke is, dat dat bijna onverwacht komt en bijna als vanzelf en natuurlijk. Je moet alleen die vorm niet al te veel vasthouden. Je moet weleens even durven kijken naar dat hogere licht en het dan doorgeven. Dan moet je gewoon voor jezelf de levenskracht, hoe je ze ook voorstelt, eens goed naar je toetrekken, zodat je ze zien kunt met twee ogen en dan zeggen: “En nu richt ik die kracht.” Wanneer u dat kunt, dan gaan we niet alleen hoog-esoterische lessen geven, maar dan gaan we eens gewoon esoterische krachten uitstralen.