Spiegel der werkelijkheid

SVGZ – 28 februari 1964

Wij kunnen de mens zien als een werktuig van de geest. Dit betekent, dat de menselijke wereld ergens een weerkaatsing moet bevatten van het geestelijk bestaan. Als zodanig meen ik dan ook de menselijke wereld een “spiegel van de werkelijkheid” te mogen noemen. Zoals een spiegel een beeld vangt onder een bepaalde hoek en van daarbij vaak slechts een zeer beperkt deel van de aanwezige ruimte weergeeft, zo is het met de wereld der mensen, wanneer wij trachten daarin de geestelijke werkelijkheid te zien. De verschillende facetten, die wij in de menselijke wereld kunnen erkennen moeten echter ook geestelijk ergens zin en betekenis hebben. Wanneer wij de vergelijking met de spiegel verder volhouden, zo blijkt ons verder, dat in vele gevallen een omkering van waarden plaats zal vinden. Wat in de geest links is, schijnt in de spiegel rechts en omgekeerd. Dit heeft niet alleen maar betrekking op richting, maar zal voor alles gelden voor oriëntatie t.a.v. Licht en duister. Ofschoon niet in alle gevallen, zal dit toch in de menselijke wereld en haar verhouding tot de geestelijke werelden vaak een rol spelen.

Ik wil nu trachten enkele verschijnselen uit de stoffelijke wereld onpartijdig te beschouwen, om daaraan onmiddellijk de ermee verbonden werkelijkheid, zoals wij deze in de geest kennen, toe te voegen.

Allereerst constateer ik dan, dat de mens op aarde in deze dagen meestal onrustig is en over het algemeen niet meer in staat is voor zich een juiste oriëntatie met betrekking tot geestelijke en stoffelijke waarden te vinden. Het feit, dat voor de mens het steeds moeilijker wordt eigen instelling en richting juist te bepalen, wijst er op, dat de mensheid als geheel zich in de buurt van een van de grote polen bevindt, die de geestelijke krachtstromingen plegen te bepalen.

Indien ik hier een stoute vergelijking mag maken: wanneer men zich naar een magnetische pool begeeft, zal in de nabijheid daarvan de naald van een kompas erratisch gaan werken. Wij zien geen vaste richtingsaanwijzing meer. Schijnbaar ligt voor het kompas het noorden nu weer zuid, dan weer west of oost. Vanuit de geest gezien, meen ik, dat een soortgelijk verschijnsel zich op aarde voordoet. Er is sprake van een toenemende verwarring, die niet alleen ten opzichte van geestelijke of religieuze problemen groter wordt, maar eveneens t.a.v. politieke, sociale en economische problemen steeds meer groeit. In al deze gevallen constateren wij, dat men richt- lijnen volgt, die ondanks alle mooie omkleding in woorden het doel wisselt, zoals een weerhaan zijn keuze van richting wijzigt.

Vanuit de geest constateren wij, dat de aarde op dit ogenblik uiting moet geven aan een grote samenballing van krachten. Zoals er zo nu en dan een verkeersknoop kan ontstaan, wanneer meerdere verkeersstromen samenkomen op een en hetzelfde punt, zo zien wij in de sferen vele verschillende incarnatiegolven, vele verschillende krachten en een veelheid van geestelijke meesters samenkomen, juist in dit moment van tijd, op dit punt der ruimte, waar de aarde deze invloeden moet ondergaan. Het zal duidelijk zijn, dat elk van dezen uiteindelijk naar hetzelfde doel zoekt.  Maar de mens is innerlijk niet op het hoofddoel van de geest georiënteerd. Als instrument van de geest is hij eerder aangewezen op een volgen van de heersende invloeden. Het zijn deze heersende invloeden die voor de mens in de stof moraliteit, geweten, levensdoel enz. zullen beslissen.

Meestal vormt de heersende invloed een eenheid. Nu echter is deze binding weggevallen. Er zijn teveel verschillende krachten en richtingen van streven gelijktijdig op en rond deze aarde werkzaam, met als resultaat verwarringen voor de mens. Voor de geest betekent dit een vaak wat moeizaam zoeken naar de doortocht, die de nieuwe wereld, de nieuwe golf van bewustzijn in stof en geestelijk bestaan bereikbaar en mogelijk maakt. Dan constateren wij op aarde in vele gevallen een toenemen van het contact met de werelden van de geest. Inwerking van krachten, die vroeger paranormaal genoemd werden, begint nu steeds meer op te treden. Het gebied van het occulte komt steeds dichter bij het terrein van de als redelijk aanvaarde werkelijkheid. Aan de andere kant ontdekken wij echter een steeds heviger verzet tegen een aanvaarden van deze waarden als liggend buiten de normaliteit van de mens. Er is behoefte een vast plan te vinden, dat alles omvat. Gelijktijdig treden echter steeds meer onbeheersbare, onvolledig gekende en toch alle mensen innerlijk beroerende waarden op aarde op.

Wanneer wij vanuit de geest trachten de oorzaak van dit verschijnsel te ontleden, zo constateren wij allereerst, dat de intensiteit van geestelijke werking binnen elk instrument – lichaam – afzonderlijk weerkaatst zal worden.  De veelheid van geestelijke invloeden neemt nu voortdurend toe. Wanneer dezen het menselijke bewustzijn bereiken, ontstaat een oriëntatie volgens de zogenaamde occulte of gesluierde wijsheid. Deze oriëntatie is op het ogenblik nog niet redelijk aanvaardbaar, maar zij moet toch meer en meer in de begrippen van redelijkheid worden ingepast, omdat anders het menselijk systeem van denken vastloopt. Wij menen, dat dit verschijnsel het resultaat is van een zoeken naar meer homogeniteit in de geest: de geest zelf tracht op het ogenblik de verschillen, die tussen verschillende incarnatiegolven bestaan, alsook de verschillen in bewustwording en voorstelling, die tussen verschillende ongeveer gelijkwaardige sferen of delen daarvan bestaan, zoveel mogelijk te elimineren.

Vergelijkend zou men kunnen zeggen, dat de geest op het ogenblik streeft naar een soort geestelijke E.E.G. Dit houdt in, dat de verschillen tussen deze geestelijke groepen steeds kleiner zullen worden en een steeds grotere uitwisseling plaats zal kunnen vinden, niet alleen van kennis en kracht, maar ook van de mogelijkheden tot stofbeheersing en de doelen, die daarmede bereikt zouden kunnen worden. Dat dit voor de mens in de stof niet direct aanvaardbaar of begrijpelijk is, zal voor eenieder duidelijk zien, die de spreker van de vorige week heeft kunnen volgen.

Een volgend facet is gelegen in het optreden van invloeden. De mens is geneigd om aan kosmische invloeden, beïnvloedingen vanuit de sterren en zelfs beïnvloedingen vanuit de geest althans in de praktijk, zoveel mogelijk te ontkomen! Hij voelt hierdoor zijn autonomie bedreigd, in zijn persoonlijk bestaan en leven bedreigd door niet volledig kenbare krachten. Als resultaat van de inwerkingen en het verzet daartegen nemen aan de ene zijde bijgeloof in de massa, aan de andere zijde de bestrijding van alles, wat bijgeloof wordt geacht, toe. Overigens betekent een niet meer als goden vereren van houten beelden enz. nog niet, dat de aloude waarden van totem en tabu nu uitgewerkt zijn. Integendeel. Uw moderne totem is nu misschien de verkeerszuil, uw tabu is vastgelegd in wetboeken. In wezen zijn deze dingen echter vaak even onredelijk, even bijgelovig als alle wetten en aanbeden voorstellingen die de eenvoudige mens aan het begin van de menselijke beschavingen heeft gekend.

Men aanbidt in uw dagen misschien geen geesten van rivieren en boomgoden meer, maar bepaalde theorema’s op economisch, politiek en sociaal terrein worden nu even onredelijk overschat als eens de kleine geesten, die in de elementen leven. Hoe de mens hiertoe komt? In zekere mate is zijn bijgeloof een verweer tegen de wereld, die hij niet geheel kent of beheerst, juist als vroeger. Maar een deel hiervan moet toch ook geweten worden aan de invloeden, die hij ondergaat, ofschoon hij de werkelijke draagwijdte en de mogelijke consequenties daarvan niet kan overzien.

Vanuit de geest toont zich dit beeld als volgt: het zoeken naar een intenser samengaan, een zich voorbereiden op een volgend wortelras betekent – vanuit de geest dus – dat men steeds meer grenzen wegvaagt, of op belangrijkheid doet verminderen, steeds meer activiteiten gezamenlijk onderneemt en de frequentie daarvan vergroot.

Voor de lageren in de werelden van de geest – ook al leven zij misschien reeds in een wereld van Licht – is er vaak geen mogelijkheid, de directe zin te beseffen van de bestrevingen, waarin het geheel der sferen nu verbonden gaat worden. Ook zij gebruiken, om dit voor zich aanvaardbaar te maken – evenals de mensen – rationalisaties. Want de behoefte, de zin van het leven voor zichzelf te verklaren, bestaat ook in de werelden van de geest. Naar ik meen, is het de behoefte tot het vinden van een verklaring en de even sterke behoefte tot het vinden van een regel – of deze nu juist is of niet – de oorzaak van de neiging in de mensheid om in bijgelovige eerbied op de knieën te vallen voor de statistiek, het wetenschappelijk of religieus dogma, de wetgeving enz.

Onbeperkt kan men deze verering niet voortzetten. Dit blijkt reeds nu in uw eigen wereld. Zo wij enkele punten met betrekking hierop aan willen stippen, valt allereerst een toenemend verzet op van kleinere belangen- en pressiegroepen tegen de tot nu toe als dogma aanvaarde regels van samenwerking en regeling. Daarnaast valt een neiging op – vooral op internationaal niveau – om afpersing op elkander te plegen, waarbij men de baten dan over het algemeen ‘hulpverlening’ pleegt te noemen. Daarnaast zien wij in direct verband met dit alles de neiging tot machtsconcentratie groeien, gepaard gaande met een steeds rigider machtsuitoefening.

Wanneer wij dit in meer primitieve staten zien, zo spreekt men over het algemeen van een zeer wrede dictatuur. Vindt de behoefte tot machtsconcentratie een wat geciviliseerder weg, zo spreekt men van de sociale noodzaken, het sociale systeem. Nu is men in de werelden van de geest op het ogenblik druk bezig verhoudingen te scheppen, die voor allen aanvaardbaar zijn. Dit betekent dat de geest ook via instrumenten – het lichaam in de stof – zoekt naar mogelijkheden om zo harmonisch mogelijk te leven en te werken. Om dit tot stand te brengen, zal zij trachten alle bestaande scheidslijnen aan te tasten.

Wanneer nu echter een menselijk voertuig is geboren met bepaalde vooroordelen, ingeschapen meningen en beperkingen van inzicht, zal het niet zo snel geneigd zijn, zijn werkelijke houding en visie te veranderen. De activiteit van de geest wordt door deze in de stof a.h.w. ingebouwde waarden en traagheden vertekend. Wij kunnen dit vergelijken met een machine, die los is opgesteld maar door eigen werking voortdurend trilt. De handeling, die de trilling veroorzaakt – bv. ponsen – is het eigenlijke doel van de machine. De verplaatsing van de machine, die door de trilling op den duur plaats zal vinden, is dus incidenteel. Maar zij blijft onvermijdelijk, zo lang de machine niet aan een vaste basis is verbonden.

Op gelijke wijze zien wij, dat de pogingen van de geest, in de stof haar streven tot grotere eenheid en verbondenheid tot uitdrukking te brengen, in strijd komt met de inertie van vooroordelen en bestaande begrenzingen. Dit voert tot een voortdurende verplaatsing van het werkmoment. De actie die de geest dus als volkomen harmonisch en gelijk blijvend bedoelt, is in feite een voortdurend verplaatsen van deze invloeden en acties geworden, waardoor steeds weer verschillende waarden en plaatsen daarin betrokken worden, wat in vele gevallen betekent, dat, als gevolg van dit streven naar harmonie, door verschuiving van waarden tot nu toe harmonische aspecten, tot disharmonie worden. Dit is voor sommigen een zeer moeilijke kwestie.

Het essentiële hier is dan ook wel de noodzaak om ingeschapen waarden van menselijke voer- tuigen, sneller dan redelijk is, te wijzigen of te vergroten. Er worden hierdoor noodsituaties geschapen, die vanuit geestelijk standpunt iets weg hebben van een operatie. Vergelijk hier de wijze, waarop men sommige vogels de tongriem snijdt om hen mogelijk te maken, spreken te leren. De operatie is voor de vogel pijnlijk, de noodzaak ervan zal door het dier niet worden beseft, ofschoon vanuit het standpunt van de mens de operatie ter bereiking van het doel nuttig, in wezen kleiner, ongevaarlijk, maar toch wel noodzakelijk kan zijn.  Op deze wijze grijpt dus de geest voortdurend in. Zij kan daarbij niet langs een geleidelijke en vreedzame weg komen tot het begeerde begrip en samenhorigheidsgevoel in de stof. Vaak is haar enige mogelijkheid – en daarom ook gevolgde methode – de agressies zo sterk en snel mogelijk uit te laten woeden.

Door de mensen a.h.w. met de gevolgen van eigen agressiviteit te verzadigen, zal een ressentiment hiertegen ontstaan. Hierdoor wordt het de geest mogelijk om, met uitsluiting van de oorspronkelijke gevoelens van meer- en minderwaardigheid, van recht en onrecht, een samenwerking over de gehele stoffelijke wereld te bereiken. Voor u echter betekent dit: stakingen, oproer, rebellie, oorlogshandelingen, mishandelingen, concentratiekampen enz.

Geloof mij, dit alles wordt door de geest in hoge mate betreurd. Maar, zoals ik reeds opmerkte, links en rechts kunnen bij de spiegeling geest-stof weleens verwisselen van plaats. Wat voor de geest belangrijk is, is zeker niet het menselijke bestaan zelf, doch slechts alles, wat door dit menselijke bestaan bereikt kan worden. Daarom acht de geest het geheel gerechtvaardigd wanneer zij besluit om aan het menselijke bestaan in de stof wat minder aangename consequenties en vormen te verbinden, zolang hieruit maar de beoogde geestelijke omvormingen meer mogelijk worden. Men zou kunnen zeggen, dat men vele instrumenten bot slijpt om het stempel te kunnen snijden, waarmee de voor een volgend ras noodzakelijke vormen en waarden in de materie ingelegd kunnen worden.

Ik geloof, dat u uit deze verschillende kleine voorbeelden reeds begrepen hebt, hoe groot het belang van deze tegenstellingen kan zijn. De schijnbare onbestemdheid van het menselijke bestaan heeft zijn waarden. Nu echter wil ik u eerst iets zeggen van de geestelijke werkelijkheid, om u daarna een indruk te geven van de wijze, waarop deze geestelijke invloeden en gebeurtenissen zich bij u spiegelen.

Wanneer de geest van een bepaalde planeet een zekere leeftijd en rijpheid bereikt heeft, creëert zij – met medewerking van kosmische en Goddelijke kracht – schepselen, die de weergave zijn van haar eigen persoonlijkheid, maar in veel snellere tijd de bewustwording kunnen doorlopen, die de geest van de planeet oorspronkelijk voor zich heeft moeten doormaken. De eerste vorm is altijd gelijk aan de vorm – geestelijk – van de planeetgeest zelf. Zij is qua bewustzijn daaraan aangepast en ook haar bestaanswaarden zijn in de vorm uitgedrukt, zij het op een meer beperkt vlak. Een beperking van dit bestaan in tijd komt meestal eerst wat later. Uit de geschapen vormen ontstaan dan conflicten en problemen. Vraagstukken, die door de planeetgeest opgelost kunnen worden in een betrekkelijk lange periode, kan de mens – die veel sneller leeft – in een in verhouding korte tijd oplossen.

U weet allen, hoe men de jongere broeders der mensheid als marmotten en konijnen, vaak gebruikt – al kan ik dit niet geheel goedkeuren – om de inwerking van bepaalde stoffen of stralingen dan wel een dieet, over meerdere geslachten te kunnen nagaan. Het levenstempo van deze dieren en hun voortplantingssnelheid is zoveel groter dan die van mens, dat men in een voor de mens betrekkelijk korte tijd resultaten bereikt en gevolgen kan overzien. De mens echter is, gezien levensduur enz., ten opzichte van een planeetgeest, nog eerder te vergelijken met een culture bacteriën. Ook daarin kan echter de mens in zeer korte tijd imitatievormen wekken en bepaalde problemen nagaan.

Wanneer er geen eigen geest voor elk der mensen zou bestaan, zouden wij het geheel kunnen bezien als een groot biochemisch experiment zonder meer. De geest echter, die aan de mens – en kleinere wezens – het werkelijke leven geeft, bereikt al snel een persoonlijk bewustzijn en een rijpheid die wordt ontleend aan de planeetgeest, die de eerste bewustwordingsmogelijkheid was plus de eigen ervaringen onafhankelijk daarvan.

De geest van de mens wordt steeds rijper terwijl ook de planeetgeest gelijktijdig een nieuwe fase van bewustwording ingaat. Aan de geesten van de mensheid – u bekend als overgeganen, meesters, maar ook de engelen – is de taak gesteld, de aanpassing die noodzakelijk is, de oplossing die een verdere harmonie en samenwerking tussen menselijke geesten en planeetgeest mogelijk moet maken, te vinden. Wij zouden dus kunnen zeggen, dat elke volgende ontwikkelingsfase van een wereldentiteit kortere tijd zal nemen dan de voorgaande, gezien de hulp die van “menselijke geest” verkregen wordt, zodat ook de oplossing van problemen met minder vergissingen en in kortere tijd zal kunnen geschieden.

Wij naderen nu een periode in het bestaan van de wereld, waarin een dergelijke aanpassing, een omwenteling in wezen, noodzakelijk wordt. Het probleem wordt echter niet aan de materie gesteld. Het wordt steeds geprojecteerd op het bewustzijn, dat de impulsen der grote planeet- geest kan volgen. Dat betekent, dat deze inwerking uitgaat naar alle sferen, die met de planeet nog middellijk of onmiddellijk gebonden zijn. Vandaar dit samendrommen van verschillende incarnatiegroepen en golven in een zeer beperkte tijd, het samenkomen van de meest verschillende Krachten en Meesters, die voor de afgelopen periode van groot belang waren. De eis, die hen wordt gesteld luidt echter niet: schept mij vrede, maar: schept vanuit uzelf de nieuwe vorm of mutatie, waardoor de waarde van alle menselijk leven kan worden aangepast aan het bewustzijn en de werkingen van de planeetgeest, gelijktijdig toch ook beantwoordende aan het bereikte geestelijk peil van de mensheid.

Tot zover is dit beeld algemeen, want dergelijke fasen zijn in de geschiedenis van de wereld steeds weer voortgekomen. Hierdoor bestaat echter ook een probleem en situatie, die geheel eigen is aan juist deze tijd. Nu blijkt dat dit probleem, dat opgelost moet worden, vooral te maken heeft met eenheid, zelfbeperking en persoonlijke aansprakelijkheid. Tot nu toe heeft de mens vaak zich gebonden gezien aan wat hij lot of fatum noemt. Nu echter komt een tijd, waarin hij steeds meer meester daarover zal moeten zijn. In zijn huidige vorm zal dit niet zonder meer mogelijk zijn. De geesten, die dit beseffen en toch hun taak willen aanvaarden, zijn soms in de sferen in contact met entiteiten, die veel verder geëvolueerd zijn. Dezen staan in wezen of bewustzijn zowel als in mogelijkheden boven – dan wel zijn hierin gelijk aan – de planeetgeest in kwestie.

In deze verbindingen ontstaan impulsen en leringen, die eerst tot uiting zullen komen in haast onbewuste erkenningen, een weten, dat verborgen blijft “achter de sluier”. In deze “sluier” van nog niet gekende waarden leven nu enkele Meesters, die nog in staat zijn tot de menselijke wereld in de stof of tot de sferen terug te keren en daarmee contacten te onderhouden. Dezen brengen de ontvangen impulsen en waarden van het Hogere over, zo in de eerste plaats de geest verrijkende, maar via de geest ook materiële problemen scheppende en oplossende, zodat zij weer invloed hebben op het bewustzijn van de planeetgeest zelf.

Dit proces versnelt zich, naarmate de behoefte bij de geest groter wordt. En dit is het geval, nu de geest beseft dat zij niet meer kan volstaan met haar huidige stoffelijke instrumenten zonder meer. Evenzeer beseft de geest, dat de veelheid van instrumenten, die in een bepaalde periode op aarde gehanteerd worden, op een gegeven ogenblik voor alle bewustwording en mogelijk- heden daartoe remmend kan zijn. Ook hierop dient de geest zich te beraden.   Wij zien als gevolg van deze problemen in de geest scholingscentra ontstaan, waarbinnen Meesters optreden, die alleen in de sferen werkzaam zijn. Daarnaast treffen wij actiecentra, die naar lagere sferen en soms zelfs tot de stof toe doordringende, die werken onder gezag van Meesters en grote geesten, die dan wel op aarde geleefd hebben, ofwel aan het stoffelijk leven op aarde door bv. vormgeving en leiding direct hebben bijgedragen.

Deze twee groepen bepalen a.h.w. de geestelijke theorie – die evolueert naar een nieuw plan, zoals de mensen plegen te zeggen – en de activiteit, die in samenhang daarmede ontwikkeld zal worden. Niet iedereen in de geest kan echter de theorieën begrijpen, niet iedereen in de sferen zal ook zonder meer de gekozen wijze van werken aanvaarden. Er vindt een splitsing in de geest plaats. Deze komt tot stand door allen te confronteren met het probleem: de noodzaak tot samenwerken met, en aanvaarden van anderen, en het beperken van de schijnwereld waarin de minder bewuste geesten ook in Lichtere werelden gaarne plegen te vertoeven.

Dit betekent, dat in deze dagen degenen, die in een schijnhemel zitten en halleluja gezangen zingen, ontdekken, dat hun gezangen steeds zwakker klinken en ze het Licht buiten de hemel van hen sterker zien worden, dat het Licht, dat daarin heerst. Zij die in wonderlijke tuinen tevreden dwalen, zien dat de planten verdorren, alsof het herfst zou worden, terwijl elders de zon schijnt en nieuw leven lokt, naar een leven vol vormen, die deze geesten nog niet kennen.

Zo zal in een groot deel van de lagere geest enerzijds een gedreven zijn ontstaan, dat voortvloeit uit het niet meer door het oude bevredigd worden, anderzijds echter zal men angstig zijn, omdat nieuwe omgevingen, vormen enz. voor dergelijke geesten nog niet geheel aanvaardbaar zijn. Zij zullen zich dan ook vaak onttrekken aan of ingaan tegen de acties, die door de Meesters, die met de menselijke wereld direct verbonden zijn, gedicteerd zullen worden.

Deze strijdigheid selecteert in de geest, door allen, die met het nieuwe niet harmonisch kunnen zijn, in mogelijkheid achter te doen blijven en hun binding met aarde en aardgeest langzaam maar onophoudelijk te beperken.

De geesten die wel kunnen aanvaarden, treden a.h.w. een nieuwe geestelijke wereld binnen, van waaruit de vorming van het stoffelijke voertuig en de hantering van dit stoffelijke instrument volgens andere normen dan tot nu toe zal gaan geschieden.

Dit alles zou mooi zijn, wanneer de wereld, de aarde, niet een spiegel zou vormen voor de werelden van de geest. Degenen, die zich verzetten voelen zich door de omstandigheden steeds meer beëngd en benauwd. Zij zullen dus trachten dit tot uiting te brengen. Direct kunnen zij misschien sommige voertuigen en hun geesten beïnvloeden. Anderen worden beïnvloed door contacten die in de geest worden opgenomen, terwijl sommigen door gebrek aan inzicht en beheersing van het stoffelijk voertuig zich gedwongen zien richtingen in te slaan, die niet meer stroken met de noodzaken van geest en planeetgeest.

Het gevolg van het voorgaande is dan ook, dat de mensheid uiteenvalt in minstens twee, maar waarschijnlijker in drie delen. Het grootste deel wordt hierbij op het ogenblik gevormd door de z.g. trage massa. Deze is niet doelbewust of bestemd, verlangt terug naar het oude, maar is niet in staat dit te herwinnen; ofschoon uiterlijk misschien vooruitstrevend, bestrijd zij in wezen al het werkelijk nieuwe.

De tweede groep aanvaardt de vernieuwing reeds, maar is daarbij toch wel angstig en bezorgd over de toekomst, die immers zovele onbekende waarden omvat. Deze bezorgdheid wordt op een bepaald moment ook redelijk en verstandelijk uitgedrukt en omgezet in een agressiviteit, die steeds stelt naar een uiterste van vernieuwingen te streven, maar wanneer het erop aankomt, toch terugdeinst voor de mogelijke consequenties van het totaal nieuwe, van het experiment.

De derde en kleinste groep, die op het ogenblik op uw wereld ook reeds optreedt, is de groep van hen, die het nieuwe zonder meer hebben aanvaard. Zij zijn dus niet meer bang. Zij hebben de grotere geestelijke leringen vaak ook reeds opgevangen – in vele gevallen door bemiddeling van de geest of leermeesters – en voelen zich genoopt een taak in het leven te aanvaarden en te vervullen. Stoffelijk gezien is deze taak echter nog niet geheel kenbaar. Dezen zijn voor hun medemensen zoekers, ontevredenen die het oude niet meer kunnen aanvaarden, maar aan het nieuwe nog geen definitieve vorm weten te geven.

Deze drie groepen bepalen dan uw wereldbeeld van heden. Zij hebben één ding gemeen: zij zijn allen ontevreden. Ontevredenheid overheerst dan ook, zoals u wel zult kunnen constateren, in uw wereld op het ogenblik ten sterkste.   Verder hebben zij gemeen een in de meeste gevallen op de voorgrond komende strijdvaardigheid: iets wat tegen hun eigen zoeken, denken en verlangen in schijnt te gaan, wordt maar al te snel als een bewuste agressie gezien.

De beste groep zal zich daarbij met een zekere zachtmoedigheid verdedigen of zich van de massa los trachten te maken, door zich daarboven te stellen.

De middengroep is op het ogenblik de meest gevaarlijke: zij weet in haar ontevredenheid wel dat een verandering noodzakelijk is, maar kan niet beseffen welke. In haar angst is zij bereid eenieder en alles te volgen, wat een verandering zonder gevaar of aansprakelijkheid belooft. Menselijke waarden gaan hierbij vaak teloor, omdat men zich zozeer geprest voelt tot het wezenlijk maken van iets, wat men toch nog niet waarlijk kent, dat men eigen menselijke waarden terzijde schuift en zo in gedrag tegenover anderen, maar ook in innerlijk begrip en denken, vaak alle toch noodzakelijke normen van menselijkheid en menswaardigheid achter laat.

De derde en laatste groep strijdt voortdurend om het verleden te doen herleven. Daarbij maakt zij van alle middelen gebruik en acht zich soms zelfs gerechtigd de wereld, of een groot deel daarvan, te vernietigen, wanneer daardoor de volgens hen belangrijke oude waarden herwonnen of behouden kunnen worden. Rond u zult u de strijd van deze groepen zien en in de komende jaren zult u ervaren, dat deze strijd in intensiteit en hardheid steeds toe gaat nemen.

Wat in en voor de geest goed is hierbij, de stuwing naar het onbekende, wordt op aarde als slecht gezien, een typische spiegelwerking. Wat in de geest wordt gezien als een juiste intensifiëring van persoonlijke aansprakelijkheid, wordt op aarde – weerspiegeling – vaak gezien als het tegenovergestelde, het afschuiven van aansprakelijkheden. Wij mogen dus wel stellen, dat uw wereld werkelijk een spiegelbeeld vormt van alles, wat er op het ogenblik in de sferen van de geest plaats zal vinden. De kern van deze veranderingen, zoals het brandpunt van uw spiegel, is niet vertekend. Het wordt dan ook geuit door een groep, die deels in de geest, deels in de stof bestaat.

U allen kent onze Broederschap en noemt haar meestal de Witte Broederschap, maar soms ook wel het Verborgen Priesterrijk. Deze groepering erkent wel degelijk de kosmische bestrevingen. Zij ontvangt Krachten, ook vanuit de Hoogste Waarde. Aan de andere kant wordt zij in haar uitingen steeds weer gedwongen zich te baseren op, en aan te passen aan, stoffelijke normen en mogelijkheden. Voor de Broederschap betekent dit een zekere hardheid van optreden en streven, die vele mensen ongaarne zullen aanvaarden.

Het midden van de spiegel is het enige punt, waarin geen werkelijke afwijking of verwisseling van links en rechts zal bestaan. Deze rechtlijnigheid vinden wij in de Broederschap. Deze zal daarom grote invloed op het verloop der dingen op de wereld kunnen uitoefenen. Wanneer wij zeggen, dat het voor een mens beter is te sterven, dan in strijd met zichzelf te moeten leven, zo klinkt dit in mensenoren overdreven, ofschoon het vanuit geestelijk standpunt geheel waar is. Zou een broederschap of groep uit de geest dit door willen zetten in de materie, dan ontstaat hieruit vaak een vernietiging van menselijk leven op betrekkelijk grote schaal, iets wat vanuit een zuiver menselijk standpunt steeds onaanvaardbaar is.

Aan de andere kant ziet de Broederschap en de Geest in het hanteren van middelen voor vooruit- gang, die voor het menselijke voertuig gevaarlijk kunnen zijn, niets bijzonders. Zij zegt: wanneer wij de mensen moeten leren, de krachten der natuur te beheersen, zo moeten wij hem ook de vernietigende atoombom in handen geven. Wij weten wel, dat hij hieraan geheel ten onder zal kunnen gaan, maar zonder dit kan men niet verder komen. De technische ontwikkeling op aarde kan dan ook, vooral in perioden als deze, gezien worden als een onmiddellijke weerkaatsing van geestelijke noodzaken. De gevaren, die de mens zichzelf schept, zijn vaak in directe verhouding tot de noodzaken van inzicht en beheersing, zoals deze in de werelden van de geest op het ogenblik bestaan.

Naar ik meen, zult u beseffen, dat dit alles u tenminste zeer bewogen tijden aankondigt. Zolang wij nu weten, dat de bewogenheid van deze tijden toch beantwoordt aan een zekere wet, kan men ontkomen aan de dwaalwegen, die het grootste leed voor de mens veroorzaken en maatschappelijk de grootste desoriëntatie ten gevolge hebben. Wanneer men niet meer op een kompas kan vertrouwen, zo zijn er nog andere middelen, om de juiste richting te vinden en te berekenen.

Wanneer de emotionele pressies, die op aarde uit de huidige geestelijke constellatie ontstaan, te groot worden, zal men zich niet meer kunnen oriënteren op alles, wat met het stoffelijk verstand samenhangt. Zelfs indien men alleen van eigen geestelijk bestaan uit tracht te gaan, zijn nog verwarringen mogelijk. Tracht men echter een zo groot mogelijk gevoel van doelbewust leven in zichzelf te vinden, zo blijkt men zichzelf steeds weer te corrigeren, wanneer de richting van het streven niet met de geestelijke werkelijkheid blijkt te stroken. Degenen, die in deze dagen de minste plannen maken, zullen dan ook degenen zijn, die de beste resultaten kunnen boeken.

Dit is logisch: elk plan is gebouwd op redelijkheid, op vast bestaande situaties, en niet op een  voortdurend wisselende situatie, waarin alles, menselijke maar zelfs ook geestelijke waarden, een voortdurende verandering ondergaan. Ik gebruikte zo even het beeld van een machine. Stel dat er een machine is, die door haar eigen trillingen “wegloopt”. Ik kan haar niet stoppen, maar ben wel in staat haar uiteindelijk ergens te verankeren op een aanvaardbare plaats. Zij zal dan, door de wegvallen van de in haar verplaatsing, en daarmee van een bepaald gevaar, tot een meer bruikbaar en nuttiger instrument worden. Zij zal dan echter een plaats innemen, die van haar oorspronkelijke soms veel verschilt. Voor de geest betekent dit, dat er een nieuwe norm van redelijk denken geschapen moet worden, waardoor alle acties in de stof in overeenstemming zullen kunnen zijn met de geestelijke intenties. Dit kan alleen bereikt worden door bepaalde stoffelijke waarden en ontwikkelingen voor korte tijd te fixeren. Een dergelijke fixatie betekent vaak het ophouden van een proces, waaraan de mensheid zich reeds gewend had en zo het opwekken van grote weerstanden onder de mensen.

Stel, dat bij de machine eerst een hoek gezekerd is door een pen, terwijl de drie andere hoeken nog op dergelijke wijze gezekerd moeten worden. Doordat de machine niet gestopt kan worden, zal bij deze ene pen een wringen en trekken ontstaan. Indien men op aarde bepaalde ontwikkelingen en denkwijzen, die uit de hand gelopen zijn, op deze wijze weer vast wil leggen – zonder hen gaat het ook niet – zal een dergelijke spanning ontstaan met alle gevolgen van dien. Vergeet hierbij niet, dat de geest verder moet gaan met incarneren, met het vergaren van bewustzijn enz. Gezien de bestrevingen in de geest zullen deze incarnaties enz. tevens het nieuwe individu, de vernieuwde mens op aarde, naderbij brengen. Het is dus ook noodzakelijk om zonder ophouden, ook al zal men sommige waarden vast moeten zetten en uit de hand gelopen denkwijzen en ontwikkelingen moeten remmen, aan het totale bewustzijn van de mensheid steeds weer de vorm op te leggen die voor een verwerkelijken van de nieuwe waarden in de tijd noodzakelijk is.

Voor het fixeren, tot vaste vorm brengen, ontheffen enz., van onder de mensheid heersende vooroordelen, denkwijzen enz., kan geen rust gegeven worden. Vandaar dat men u in deze dagen vaak zal zeggen: er is weinig tijd. Wat gebeuren moet, zal zo snel mogelijk moeten geschieden. De mens op aarde zal dit alles echter zien als een steeds toenemende wanorde. Het is bv.  noodzakelijk een nieuwe sociale verhouding en waardering bij de mensen vast te leggen. Als denkbeeld is dit betrekkelijk eenvoudig over te dragen. Men zal dan ook zien, dat men overal op de wereld ijverig tracht dergelijke nieuwe verhoudingen tussen mens en mens te scheppen. Gelijktijdig is er echter nog dat zogenaamde noodlot, het momentum van het verleden. Juist omdat reeds een bepaald punt gefixeerd is, worden de spanningen groter. Naarmate vanuit de geest bepaalde ontwikkelingen meer vastgelegd worden in geestelijk en materieel opzicht zullen, tot het proces der vernieuwing werkelijk voltooid is, grotere spanningen ontstaan, waaruit voor de mens meer mensonwaardige handelingen en gewelddadigheden voortspruiten.

Misschien vraagt u zich nu af, wat dit beeld van een geestelijke werkelijkheid nu direct voor uw wereld gaat betekenen. Het betekent een steeds groter verschil tussen de uiterlijk erkende en aanvaarde normen en de innerlijk erkende en aanvaarde normen. Het voert tot een steeds grotere strijdigheid tussen deze beiden en vandaaruit tot steeds grotere spanningen. Daar de mensheid over het algemeen als geheel tracht te reageren, zal men alles doen om de uiterlijke normen en vormen in stand te houden. Daartoe zal men trachten steeds meer elk uiterlijk gedrag vast te leggen, tot op den duur geen enkele vrijheid meer blijft bestaan.

Verder voert dit alles tot een behoefte, overzichtelijkheid te scheppen en zekerheid van regelingen. Hierbij wordt steeds meer macht gelegd in handen van steeds kleinere groepen, die hun eigen invloed steeds verder uit zullen trachten te breiden, omdat zij menen alleen zo de aansprakelijkheden die zij aanvaard hebben, ook verder te kunnen uitdragen.

De geestelijke stroming, die hieraan tegengericht is, veroorzaakt steeds meer verzet hiertegen, ontaardende in stoffelijke strijd, die toe zal nemen naarmate het moment van geestelijke fixatie naderbij komt en nieuwe maatschappelijke inzichten en opvattingen, religieus nieuwe leringen en normen, dichter bij de verwezenlijking komen. Rond dergelijk waarden zullen steeds grotere onrusten ontstaan, voerende tot burgeroorlog, oproer, staking, strijd. Wie dit alles weet, zal de begeleidende verschijnselen in de wereld aanvaarden in het besef, dat alleen zo een komen tot een werkelijk bruikbare en voor de geest noodzakelijke vernieuwing bereikt kan worden.

Wanneer u in uzelf veel moet aanvaarden, wat vroeger voor u niet aanvaardbaar was, zo zou ik u willen aanraden: aanvaardt voor de wereld alle dingen, doch aanvaardt voor uzelf en eigen praktijk alleen die dingen, waarmede u het innerlijk eens kunt zijn. U zult ontdekken, dat u op eigen wijze verandert, een aanpassing vindende bij de veranderde wereld zonder eigen persoonlijkheid daarom prijs te moeten geven.

Een tweede raad: betrouw nimmer op regels, tabu, totem, voor eigen veiligheid, zekerheid of ter ontplooiing van eigen mogelijkheden. Respecteer regel en wet, maar aanbidt ze niet, ga uit van het standpunt, dat de regels aanvaard dienen te worden tot zij door de spanningen vanzelf gewraakt worden, zonder daarom voor u zelf hierop een beroep te doen. In het verkeer kent men al een dergelijke raad: houdt u aan de weg verkeerscode, maar houdt er rekening mee, dat elke andere verkeersdeelnemer een idioot is, die dit niet zal doen.

Doe dit in het dagelijkse leven ook. Houdt u aan de wetten, zover u dit mogelijk is, maar houdt u in de eerste plaats aan eigen innerlijke zekerheid. Reken niet op uiterlijke waarden, wetten en normen, om daaruit voor uzelf zekerheid te putten, want een dergelijke zekerheid is schijn.

Ten laatste: juist daar, waar het kompas het minst betrouwbaar is, zal de magnetische werking rondom het sterkste zijn. Wie krachten uit het aardmagnetisch veld zou willen aftappen, zou dit bij de polen waarschijnlijk heel wat beter kunnen doen dan aan de evenaar. U bevindt zich in een periode, waarin de krachtlijnen van de geest wel zeer sterk zijn. Waar u de mogelijkheid hebt daarvan gebruik te maken, is het goed deze krachten boven elke andere kracht te prefereren. Deze kracht is zuiverder, minder beperkt en door haar kosmische geaardheid in staat binnen de bijna bijgelovige behoefte tot ordening van de mensen de juiste resultaten tot stand te brengen, zónder dat gij hierdoor in directe strijd komt met deze ordening.

Het leven, dat u leeft, is niet de werkelijkheid zelf. Het is de spiegel van de geestelijke werkelijkheid. U ziet slechts een klein deel van alles, wat zich in de geest op het ogenblik afspeelt, toch is dit spiegelbeeld vaak voldoende om u volgens deze werkelijkheid van de geest juist te oriënteren.

Zie naar uw eigen wereld. Aan de hand van de stromingen en pressies, die u daarin ziet, zult u in staat zijn een eigen standpunt te bepalen, eigen geestelijke krachten en vermogens in de stof te vergroten, eigen nutsfactor voor eigen werkelijk bestaan uit te breiden, en in de totale verandering, die nu geestelijk rond uw aarde gedecreteerd wordt op de meest doelmatige wijze bij te dragen.

Dit is alles, wat ik u heb voor te leggen, vrienden. U wilt nu misschien zeggen, dat elke geest toch tot gelijk bewustzijn zal moeten komen. Vanuit de geest is dit juist, maar de verdeling van groepen blijft voorlopig bestaan door verschillen van bewustzijn. In de komende 200 jaren zal in en rond uw wereld de geest nog niet ver genoeg gevorderd zijn, dat zij de vernieuwing zonder meer kan aanvaarden. Zolang dit het geval is, zullen geschilsituaties op aarde blijven bestaan. De door mij gestelde onlusten enz. hebben dus weinig te maken met de feitelijke situatie in de geest, maar is een gedeeltelijke weerkaatsing van zich in de geest afspelende processen op uw wereld.

Dat ook in mijn wereld meningsverschillen nog bestaan, vloeit uit het voorgaande voort. Wij streven naar eenheid van streven en denken, maar hebben dit nu nog niet geheel bereikt. In lagere sferen is de toestand nog vreemder, omdat het leven van velen daar door bepaalde waanbeelden wordt gedomineerd. De verschillen in waan zullen wegvallen naarmate de kosmische vernieuwing verder voortgang vindt. Juist de verdichting van de werkelijke krachten der geest, de krachtlijnen, houdt in, dat eigen denken door algemeen bewustzijn overvleugeld zal worden, zodat er voor een waanwereld, zelfs een door een groep geschapen waanwereld, zelfs in deze dagen al haast geen plaats meer is.

Er is hier sprake van een projectie van eigen waan op de werkelijkheid; iets wat vreemde resultaten kan hebben. Stel dat u een afbeelding van de pier op Scheveningen projecteert en  daarop nog eens het beeld van bv. een leeuw of tijger uit het dierenpark. In het begin waren beide projecties afzonderlijke waarden en konden afzonderlijk bezien en genoten worden. Nu liggen beide beelden echter over elkaar. Resultaat? Op de pier zit een enorme tijger. Gevolg: algemene ontsteltenis, angst voor de pier, het zeepier paradijs is verstoord, tot men zich realiseert, dat het beide maar projecties zijn en terugkeert tot de werkelijkheid, de ruimte, waarin de projectie plaats vindt.

Dit geeft een beeld van de wijze, waarop de verstoringen in de geest onder meer ontstaan. Hieruit vloeit verder voort, dat de geest, die nog dicht bij uw wereld leeft, het zwaarder heeft in deze tijd dan de geest, die zich in wat hogere sferen bevindt en minder tijd heeft om zich eigen toestand en mogelijkheden naar waarheid te realiseren. Haar ontwikkeling wordt voortdurend versneld, door het samenkomen van alle geest in een en hetzelfde doel en streven. Zij ondergaan deze inwerkingen, of zij dit nu wensen en beseffen of niet.

Het verzet van deze dicht bij de aarde levende geesten kan de aanleiding zijn tot meer incidentele wanordelijkheden en verwarringen op aarde. Want het is nu eenmaal niet prettig om een – naar eigen inzichten welverdiende – plaats in de tuinen der eeuwigheid prijs te moeten geven voor een voort worstelen naar een onbekende bestemming, waarin een nu voor het Ik nog verblindend Licht is.

Ik hoop, dat dit aanhangsel u duidelijk heeft gemaakt, hoe moeilijk zelfs voor hen, die in de geest leven, de werkingen van deze tijd onder omstandigheden kunnen zijn. Het is tevens een verklaring voor het zich op aarde nu steeds weer – en schijnbaar geheel zonder redenen – opeenstapelen van moeilijkheden.

Op uw verzoek, nog enkele richtlijnen als aanvulling op de regels die ik reeds aan het einde van het onderwerp zelf stelde.

Wanneer men zich voor de heersende hogere inwerkingen wil openstellen, komen de meest juiste raadgevingen in het kort hierop neer:

De mens dient zich te realiseren, dat moeilijkheden op aarde haast niet te vermijden zijn. Zij moeten gezien worden van buitenaf. Blijf op een afstand en heb er althans innerlijk niet intens deel aan. Zie het wereldgebeuren, erken het, maar wees er niet zonder meer deel van.

Besef, dat in harmonie zijn met eigen geest steeds zal inhouden, dat u voor uzelf en eigen geest het beste zult doen. Geestelijke krachten en leringen, die voor eigen geest niet aanvaardbaar zijn – hoe waar ook – zullen u voorbijgaan. Tracht daarom in harmonie te zijn met de kern van uw eigen wezen. Zolang u nog vertrouwen in uzelf en eigen innerlijk bezit, zult u ook op de voor u juiste wijze openstaan voor de krachten rond u en de voor u bestaande mogelijkheden.

En als werkelijk laatste woord zeg ik u nog:

Vermijd toch vooral het opsommen van het negatieve, of het u te zeer verheugen in opeenstapelingen van positiviteit. Laat het verleden en toekomst rusten, doch realiseer u elk ogenblik van het leven op het ogenblik zelf in verband met uw innerlijk. Hierdoor zult u intens kunnen werken met de krachten, die nu de uwe zijn en zo alle mogelijkheden, stoffelijk en geestelijk, van het heden gebruiken, zo de baten ervarende, die volgens uw eigen geestelijk peil van ontwikkeling voor u mogelijk werden.

ESOTERISCHE DENKEN

Ik heb maar een kort ogenblik, daar zo dadelijk een gastspreker komt. Ik zou daarin enkele eenvoudige dingen willen zeggen.

Wanneer je leeft, is er altijd weer in alle leven een groot verschil tussen dat, wat je van binnen bent en dat, wat je van buiten schijnt. Dit heeft o.m. aanleiding gegeven tot het esoterische denken, waarbij men zoekt dit innerlijke Ik te leren kennen.

Aan de andere kan meen ik toch wel, dat men zal moeten rekenen met een samenhang tussen het uiterlijke en het innerlijke beeld: het uiterlijke is volgens mij een aanvulling van alles, wat in je leeft en omgekeerd. Wat een mens droomt en denkt, is direct gereleerd met de werkelijkheid. Ook met de stoffelijke werkelijkheid, waarin hij bestaat. Maar deze werkelijkheid is beperkt.

 Als mens en als geest, ben je niet geneigd om beperkingen te aanvaarden. Als mens ben je net als een gas: misschien nu gecomprimeerd, maar met de ingeschapen neiging uit te breken en een steeds groter deel van de ruimte in beslag te nemen. Op deze wijze zoeken wij in de beperktheid van onze ervaringen een voortdurende mogelijkheid tot uitbreiding te vinden.

Deze uitbreidingsmogelijkheid wordt ons soms gegeven. Ik denk hierbij aan de grote Leraren en Meesters, aan de nieuwe Wereldleraar ook, die getracht hebben ons een formule te geven, waar- door wij op juiste wijze aan de lust tot expansie van het Ik gevolg te kunnen geven.

Omdat wij uiterlijk altijd weer beperkt blijven, zijn wij geneigd vooral innerlijk een zo groot mogelijke expansie te zoeken. Dit geeft aanleiding tot onevenwichtigheid. Want wat je innerlijk bent heeft alleen maar werkelijke betekenis, wanneer het ook naar buiten toe mede betekenis krijgt.

Wat je naar buiten toe pretendeert te zijn, is alleen werkelijk zinvol, wanneer je daar ook innerlijk achter kunt staan. Zolang dit niet het geval is, is er voortdurende strijd tussen ons innerlijk en onze uitingen.

Wij gevoelen onszelf voortdurend als bedriegers, oplichters, gemene mensen, zondaars enz. Het feit, dat zoveel mensen à priori stellen, dat zij schuldig zijn, wijst op een voortdurende onevenwichtigheid, in deze mensen tussen uiterlijke vormen en belijdenissen en innerlijk besef. Volgens mij moeten wij allen trachten deze verschillen niet te maken tot een aanklagen van het Ik of zelfbeklag, maar ze te herleiden tot een begrip van eenheid.

Zou de mens echter alles, wat in hem leeft, zonder meer gaan uiten, zo zou hij moeten ontdekken, dat hij daartoe materieel niet in staat is. Om er een misschien wat gemeen grapje over te maken: in dat geval staat men er meestal voor als een oude heer van 70, die een jonge bloem voorbij ziet gaan…, want je gedachten zijn niet in overeenstemming met je mogelijkheden.

U lacht hierom. Het is een feit, dat u onmiddellijk aanspreekt. Maar hoeveel mensen dromen er niet van om in het leven betekenis te hebben en blijken niet in staat de betekenis, die zij voor zich wensen, ook werkelijk te verkrijgen? Hoeveel mensen dromen er niet van een heilige te zijn en zondigen toch rustig verder. Volgens mij is dit precies hetzelfde beeld, alleen nu uitgedrukt op een ander vlak, een ander terrein. Wanneer deze oude heer zich echter bewust is van zijn mogelijkheden, zo zal hij bemerken dat het voor hem ook heel prettig kan zijn, met de jonge bloem een praatje te maken, zonder op de achtergrond nog wensen te koesteren van een … laat ons zeggen van meer gecompliceerde aard. Hij zal zelfs ontdekken, dat hij uit dit contact met de jeugd voor zich iets terug kan winnen van oude veerkracht enz. Ook al is dit zeker niet meer geheel lichamelijk, toch is er sprake van een zekere vergroting van werkelijke belangstelling voor anderen, van een zeker ontspannen zijn.

Ik meen, dat voor ons alles precies hetzelfde is, wanneer wij een grote droom in ons dragen. Die droom berust ergens op de waarheid, maar ook ons uiterlijk bestaan drukt ergens een vorm van waarheid uit. Wanneer wij weten, dat wij in de stof niet in staat zijn al onze innerlijke dromen waar te maken, laat ons dan beginnen met toe te geven, dat deze innerlijke beelden eenvoudigweg voor ons te hoog grijpen. Dan zal het ons gemakkelijker mogelijk zijn terug te keren tot het voor ons mogelijke. Laat ons trachten te leven en te denken, dat droom en daad een zekere verwantschap hebben, zodat de daad de droom sterker kan maken en juister, terwijl de droom op haar beurt steeds weer inhoud kan geven aan onze daden.

Dan zal ook de esoterie wat gemakkelijker worden: zolang wij ons willen verheffen tot in de hemel, terwijl wij in wezen ternauwernood in staat zijn een trap van 7 treden te beklimmen, zijn wij belachelijk. Wanneer wij echter, wetend omtrent onze beperkingen, durven dromen van één trede meer, zo zullen wij de verwerkelijking van deze droom misschien nog wel kunnen bereiken. Streef innerlijk naar die begrippen, die je om kunt zetten in de praktijk en tracht steeds iets verder te gaan met droom en innerlijk begrip, dat uiterlijk mogelijk lijkt. Maar nooit veel verder; de innerlijke droom moet in de werkelijkheid altijd bijna bereikbaar zijn. De mens, die op deze wijze innerlijk streeft, zal de meest harmonische ontwikkeling van zijn Ik bereiken, de meest juiste kennis van zichzelf verwerven.

Volgens mij zijn deze punten wel erg belangrijk, omdat een innerlijk pad nooit gegaan kan worden, wanneer men op geen enkele wijze door feitelijke ervaringen daaraan een zekere steun kan geven. Aan de andere kant weet u reeds, dat alle stoffelijk werken en beleven voor de geest waardeloos en leeg blijft, tenzij men innerlijk daaraan deel heeft. Wat u doet, zonder dat uw innerlijk en daardoor ook uw geest er deel aan heeft, is verloren moeite. Zij zullen in uw bewustwording geen rol spelen en geen waarde hebben voor uw hiernamaals of voor de vorming van een Ik, dat misschien later weer in de stof moet incarneren. Zoek, zo zou ik willen zeggen, de hanteerbare werkelijkheid, zowel in als buiten u, opdat u daaruit kunt komen tot een werkelijke bewustwording en een reëel esoterisch streven. Dit in tegenstelling met de hoogdravende dromen, die reeds zovele mensen van de werkelijkheid verwijderd hebben en juist daardoor grote moeilijkheden en tegenslagen voor hen opriepen bij hun geestelijk bestaan.

Met dit korte en eenvoudige praatje heb ik mijn deel van deze avond dan weer gehad. Rest mij alleen nog maar de spreker, die komt bij u te introduceren.  Zoals u weet, noemen wij geen namen. Onze gast is gebaseerd op de westerse beschaving. Hem beschrijvende kan ik hem een christen, een alchemist, een astroloog noemen. Wat hij u brengt zal ongetwijfeld in verband staan met de leringen, die de laatste tijd op aarde zijn gebracht en zelfs aan alles, wat ons in de geest de laatste tijd werd gebracht. Zijn beelden zal hij, naar ik meen, wel aan zijn eigen stoffelijk verleden ontlenen. Bedenk echter, dat juist dergelijke Meesters trachten met weinige woorden alles te zeggen. Luister dus goed.

STEEN DER WIJZEN

Het is mij een genoegen, tot u te mogen spreken.

In deze dagen, zoals altijd, zoekt de mens naar de steen der wijzen, naar de bron van eeuwige jeugd, naar het verborgene. Zij, die zoeken, zoeken in alle verborgenheid en begrijpen niet, dat de werkelijke grote waarden van het leven voor allen direct kenbaar en toonbaar worden uitgesteld binnen dit Al, waarin men leeft. Een steen der wijzen, steen der filosofen, is gelegen in betrekkelijk eenvoudige regels en waarheden. Want wie zich bewust is van zijn werkelijk bestaan, is eeuwig.

Wie zich bewust is van de Kracht, die in hem leeft, weet alle dingen. Hij, die zich beroept op de Kracht, die hem in leven houdt, beheerst alles, wat rond hem is.

Maar ook in uw tijd werd de weg naar deze bron van eeuwig leven eeuwige Kracht en eeuwige wijsheid verkondigd door Leraren in uw eigen wereld of vanuit onze sferen. Van hen zou ik willen trachten enkele leringen over te brengen en u iets te doen gevoelen omtrent mijn inzichten aangaande de mogelijkheden, die voor u bestaan.

Het levende Licht moet aanvaard worden als de Kracht, waaruit wij voortkomen.

Zoals de sterren aan de hemel schrijven welke kracht zal heersen, zo schrijft in ons het eeuwige Licht het doel, waartoe wij bestemd zijn.

Alle doel is eenvoud. Uit de veelheid der waarden wordt de Ene Waarheid geboren. Ondanks de veelheid der sterren regeert de zon.

Vertrouw op het Licht in u. Tracht niet het te zien, want wie schouwt in de zon, wordt erdoor verblind. Doch ziet rond u, hoe het Licht leeft in alle dingen en gij zult sterk zijn uit het Licht.

Wanneer gij verward zijt uit de tijden, zo weet, dat deze verwarring uit u is.

Doch zo gij in de tijden een doel erkent, wéét, dat dit uit de Schepper is.

Zo gij uw naasten ziet en hen niet begrijpt, zo weet, dat dit de verwarring is der mensen.

Zo gij uw naasten ziet en hun noden tot u spreken, zo weet, dat uit u spreekt de eeuwigheid en de kracht, waaruit gij geboren zijt.

Uit het hoogste Licht komen de krachten, die ons spreken van de eeuwige taak. Zij roepen ons steeds toe: “Ontdekt wie gij zijt.” En wij hebben steeds geantwoord, dat dit moeilijk is en zwaar.

Een van hen (die dit leren) daalde niet zolang geleden af tot uw wereld. Toen men hem dit probleem voorlegde, sprak hij: “Indien gij beseft te zijn, zo hebt gij reeds uzelf erkend. Zo gij beseft, dat uw Zijn deel is van de kosmos, zo hebt gij uw weg erkend. Zo gij bewust streeft uw doel t. o. v. anderen te vervullen, zo kent gij uw taak en uw Kracht.”

Zo heeft men tot Hem gesproken over de mogelijkheden, die de mens heeft en over het gene hij meent te ontberen. Hij antwoordde hen: “Wie de ogen sluit, is blind en zegt: “het is nacht”, terwijl de zon hoog aan de hemel staat. Zo gij uw ogen wil openen voor het Licht, dat rond u is, zult gij de heerlijkheid zien van deze dagen en de bestemming, die komt.

Het zij verre van mij aan Zijn uitspraken te tornen. Toch zou ik hierbij willen voegen, dat de mens niet kan begrijpen, wat hij is, dat de mens niet kan beseffen, wat zijn taak is en vaak zelfs niet weet, dat hij ogen bezit om te openen.

Zo meen ik tot u te mogen zeggen, dat hij die niet wil zien en hij, die tracht te zien, vaak gelijk zijn: het werkelijke zien is het aanvaarden der dingen. Het aanvaarden is de ontspanning van het eigen wezen, waarin men de ogen opent.

Er zijn vele wegen, die schijnbaar voeren tot het slot der wijsheid, waarin wij onszelf kennen zonder grens. Maar slechts één van de vele wegen voert tot een poort, die waarlijk toegang geeft. Het is deze, die ons steeds aantrekt. Het “zoek u zelf” begrijpen, betekent daarom voor mij: zoek vooral te begrijpen, wat uw neiging is, wat is uw karakter, wat is uw droom? Want zie: deze zijn het, die u tonen welke weg gij moet gaan. Zo gij deze weg gaat, vindt gij de poort open en zult gij de waarheid omtrent uzelf erkennen.

Hoe groot het belang is van dit zoeken naar jezelf moge u blijken uit het feit, dat ook bij ons, in de sferen, de Hogere Kracht ons daarover spreekt. Wanneer ik tracht haar les te vertalen, zo kan ik niet anders dan beperkt formuleren: “Gij zijt u niet bewust van uw kracht en uw wezen. Gij ziet uw dromen als einddoel in zichzelf, terwijl zij slechts een enkele trede zijn in de trap der oneindigheid, die gij gaat.” Wat gij droomt en vervult, is niet bevrediging. Het is oriëntatie, een nieuwe taak, een nieuw begrip. Wat gij vanuit uzelf meent als waarheid te vinden, is niet de volledige waarheid. Het is slechts een schrede verder, opdat gij zult leren beter rond u te zien en grotere waarheid te aanvaarden.

Eeuwig zijt gij allen en in de eeuwigheid bestaat gij onbeperkt. Maar uw bewustzijn is steeds gebonden aan één punt van bestaan, één punt van ruimte en tijd, waarin gij als een ster een vaste baan zoekt te beschrijven. Gij echter zijt niet als de sterren. Want niet zijt gij gesteld als Licht en Kracht aan de hemelen, maar uw baan is berekend om de begrenzing der hemelen te doorbreken.

Zo laat steeds achter u, wat gij bereikt hebt en zoekt steeds het grotere en het betere te bereiken. Daaraan – hoe onvolledig mijn vertaling ook moge zijn – wil ik toevoegen, dat het voor de mens wel goed is aan de richtingwijzer der sterren te vragen, waarheen zijn weg zal voeren. Maar dat hijzelf de weg zal moeten gaan, dat hijzelf het is, die steeds door het verleden te vergeten, door de toekomst niet te formuleren, maar in het heden te bereiken, dient men te beseffen, opdat men werkelijk de waarheid vindt.

Als u mij toestaat, een beeld te nemen van u en uw werkelijke krachten, zo kies ik dit uit mijn verleden:

Het leven is als lood, gesmolten en gloeiend en gezuiverd. De geest is het ordepoeder, dat de inhoud van het lood verandert, en ontbindt, wat gebonden is. Zo ik het poeder werp in het lood, zo verandert het zijn geaardheid. Maar ik heb ook nog het lichte poeder. Het lichte poeder, dat wederom vormt. Zo ik dit voeg bij het mengsel en de verhoudingen juist zijn, zo wordt mijn lood tot goud. Het lood is uw leven, het is de materie. Laat die materie dan werkelijk leven en zuiver dit leven steeds weer van het onnodige, het versteende, het niet-levende. Zo het zuiver is, voeg daarbij uw streven van geest en laat dit in verhouding zijn tot het leven, dat gij in uzelf beseft.

Zo dezen gemengd zijn, en leven en denken tot eenheid zijn gesmeed, zoek in het diepst van uw ziel. Daar zult gij het Lichtende vuur vinden, dat is als het witte poeder. Dit is het besef van uw innerlijke Kracht, van uw bestemming. Voeg dit dan in uw leven in. Niet té veel, niet té weinig, doch zoveel, dat alles voor u veredeld zij.

Gij meent misschien, dat het leven, zoals gij het kent, onbelangrijk is. Doch ik zeg u, dat het het grootste experiment is, de grootste proeve, die ons wordt toegestaan. Toch spreek ik tot u vanuit een wereld, die gij misschien reeds hemel noemt. Zoals de kracht van leven ons toestaat te veredelen het dof grijze metaal, zo staat de kracht van de eeuwige ons toe te veredelen materieel bestaan en erkenning, vormbesef en beleving, tot het eeuwige doel zich weerkaatst in de volheid van onze schepping.

Ik wil u niet te lang binden met woorden, maar een woord heeft vaak zijn betekenis en klank. Degene, die de proeven neemt, spreekt daarboven de geheime namen. Zo zullen wij, in het experiment van het leven, de geheime namen moeten kennen, die de Kracht zijn van ons wezen. Hier heeft Jezus ons veel geleerd: Het woord Vader, de naam Adonaï. Zij alleen reeds vertegenwoordigen geheel de grote kracht van Licht, die voor ons belangrijk is.

Niet zeg ik tot u: bidt, want zij, die smeken zonder meer, begrijpen niet wat zij doen. Maar ik zeg u: spreek in uzelf de naam van uw God, waarin gij gelooft. Spreek die naam in het experiment van leven, opdat de veredeling zuiver zij.

Bidt de kracht, die in u leeft, geeft het besef, dat gij verworven hebt en de aarde, waarin gij bestaat en laat in uzelf die Lichtende naam leven en klinken, opdat zij de emulsie compleet make, harmonisch en één in zich en waardig, onze Kracht en aan de Kracht, die ons voortbrengt.

De tijd is de smeltketel. De wereld en uw stof zijn het lood. Uw begrip is als de leeuw van vuur. Uw geest, is haar besef, én de god, die gij erkent, zijn de witte griffioen, die het experiment vervolmaakt.

Deze dagen zijn gunstig voor het experiment. Zelden tevoren hebben zovelen in zo korte tijd zo grote mogelijkheden gevonden in de werkplaats de wereld. Aarzel dan niet, opdat de tijd niet voorbij ga. Roept nu tot de Kracht in u. Zoek nu naar besef van uw leven.

Zie nu, uit uw begrip de waarheid te scheppen van uw daden opdat de krachten rond u, die nader komen in deze dagen, versmelten mogen met uw wezen en, door anderen wonder genoemd, kenbaar mogen maken, dat ook gij iets hebt gevonden van de steen der wijzen, dat uw geest zich verfrist aan de bron der eeuwigheid en uw werkelijkheid niet slechts is geboren uit de materie, die vergaat, maar uit de eeuwige vorm, die te allen tijde waar is.

Dat, wat onder het zegel is, kan niet verhuld, maar kan ook nog niet verklaard worden.

Ik zeg u, dat, voor een jaar voorbij is gegaan, het zegel verbroken wordt en zij, die kunnen ervaren de waarheid zullen lezen van een volgende fase van bestaan. Zij, die niet willen lezen of kunnen lezen, zullen bedolven worden onder een stortvloed van nieuwe krachten, die zij niet beseffen.