Spiegeling

19 april 1971

Alles wat in de macrokosmos bestaat, wordt gespiegeld in de microkosmos Het is in feite niet alleen: zo boven zo beneden. Het is veel meer: dat al wat bestaat zich reflecteert in al wat bestaat.

Een mens is een kosmos, de kosmos is een mens. Dat klinkt misschien vreemd, maar wij kunnen er ons een voorstelling van maken door te zeggen: de mensheid is een totaliteit. Die mensheid kent vele ontwikkelingsfasen. Al die ontwikkelingsfasen bij elkaar bepalen het beeld van de kosmos waarin de mens op aarde leeft.

Die totale kosmos is dus totaliteit van het mens-zijn, van de menselijkheid, de ontwikkelingsweg van het wezen dat zich mens noemt. Maar daar in principe alles wat je ooit kunt worden ook in je ligt, ben je gelijktijdig ook een beeld van die totale kosmos. Het is van dit punt uit dat wij vandaag één en ander gaan bezien.

Wanneer ik de kosmos ben en ik beheers mijzelf, zo beheers ik de kosmos. Indien de kosmos denkend en levend is, zo beheerst zij ook mij. Er is een voortdurende wisselwerking tussen al wat ik ben en de totaliteit waartoe ik behoor. Daarbij kan ik in mijzelf mijn beeld van die totaliteit veranderen, maar gelijktijdig verandert de totaliteit mij in overeenstemming met het totaalbeeld dat in het geheel voortdurend wordt gehandhaafd.

Wij noemen dit verschijnsel wel spiegeling, ofschoon daarbij wel wat eigenaardige verschijnselen plegen voor te komen. Wanneer wij bv. spreken over de spiegeling tussen een hogere wereld en een lagere wereld, dan hebben wij het over een spiegeling die niet het geheel reflecteert. Het gaat om een deel van de totaliteit, dat slechts een deel van uw eigen wezen beroert. Maar nu het moeilijke. Het brandpunt daarbij wordt bepaald door uw besef, uw totaal vermogen. Dat totaal vermogen kan dicht bij de aarde liggen, het kan ver weg liggen en wij zeggen: elke reflex die ontstaat uit hogere werelden, zal bepaald worden in omvang – dus in het totaal van vermogen, kunnen en eventueel gebied – door de plaatsing van het bewustzijn van de mens boven de materiële waarden uit. En wanneer u dat gaat tekenen is dat eenvoudig. Wanneer u zegt: beneden is de aarde, daarboven de sfeer waaruit de reflex komt en u zet daartussen, vlakbij de aarde, het punt dat bewustzijn betekent dan kan ik wel een kruis trekken, maar dan is er hier maar een heel klein stukje, zelfs wanneer boven de wereld groot is. In spiegeling zal niet de aard van het beeld veranderen, maar door de focus kan wel de omvang en daarmee de betekenis en intensiteit van dat beeld voor u veranderen.

De meeste mensen, die dicht bij de wereld zitten nemen een foto van de oneindigheid en wat zij krijgen is een dia waarop men geen details kan zien. De mens, die een hoger bewustzijn heeft, kan een beeld krijgen waarbij de kosmos, de sfeer die geactiveerd is en de aardse mogelijkheid in overeenstemming zijn. Maar stel dat uw bewustzijn groter is, dat uw bewustzijn dichter ligt bij de sfeer van waaruit u werkt, dan ligt het brandpunt hoog en dan zal dus alleen door de placering van uw bewustzijn het totaal van mogelijkheden op aarde veel groter zijn dan het totaal van mogelijkheden dat in de sfeer op dat punt scheen te bestaan. Wij krijgen gewoon een veel grotere projectie en die projectie is bepalend voor hetgeen wij ermee kunnen doen.

In de magie gebruikt men dit principe wel. Men zegt dan wel niet spiegeling maar men spreekt dan over de rang die men aanspreekt. Laten wij het zo zeggen: Wanneer ik een gewone engel aanspreek, dan is er een mogelijkheid dat de kracht van die engel goed overkomt. Een aartsengel is veel groter. Dus dan moet mijn bewustzijn alweer bijna op de hoogte van de engel zijn, om de kracht van de aartsengel te kunnen openbaren. Maar stel dat mijn bewustzijn komt ter hoogte van de aartsengel, dan ben ik in vermogen op dat moment zelfs op aarde méér dan de tronen en zit ik waarschijnlijk dus ook boven de heerschappijen uit. Ik kom werkelijk bij de totaliteit en vandaar uit is die kracht werkzaam.

Nu is het zo dat een spiegeling nooit de werkelijkheid is en daar zijn dan nog weleens moeilijkheden mee. De meeste mensen denken: Wanneer ik iets uit een hogere wereld krijg, dan is dat onmiddellijk werkelijkheid in mijn wereld. Neen, het is een projectie. Het is een soort meesterplan. En eveneens in de magie zegt men wel: De hogere wereld projecteert het beeld dat wij met onze wil en krachten invullen. En dan moet u maar denken aan de oude camera obscuratechniek, waarmee sommige schilders hun beeld maakten. Ze gingen in een camera obscura zitten ze lieten via een lens of soms zelfs via een opening in de wand, een beeld in die donkere kamer vallen en ze registreerden dan de omtrekken en de lijnen. Zij maakten het beeld, dat uit de buitenwereld binnenkwam maar zij konden de gelijkheid daarvan veel beter en vlugger bepalen dan anders.

Bij een spiegeling is het dus niet zodat je kunt zeggen: Ik heb nu eenmaal een reflex gevonden, nu kan ik mijn gang gaan. Neen. Ik heb een reflex gevonden, ik heb die erkend, ik zie het rond mij in de wereld en nu kan ik met mijn eigen wil – die is een heel belangrijke factor daarbij – a.h.w. die lijnen waarmaken. Daarom zegt men ook weleens – en dan zitten wij weer dichter bij de esoterie en filosofie: Elke erkende mogelijkheid kunnen wij waarmaken. Maar het waarmaken is niet afhankelijk van de erkenning maar van de verwezenlijking, dus van het zelf waarmaken. Dat is een typisch verschijnsel dat je ook hebt wanneer je in jezelf leeft.

Een mens leeft op aarde. Hij heeft een bepaald karakter, bepaalde eigenschappen, bepaalde fouten – anders zou hij geen mens zijn – hij heeft ook deugden. Dat is het wezen. Nu kan ik een hoger besef in mijzelf bereiken en ik projecteer iets dat behoort tot het hogere ik in die materie. Dan ben ik niet veranderd, maar ik heb wel de mogelijkheid gekregen om met mijn wil vervormingen en aanvullingen tot stand te brengen. Ik kan dan dus streven naar de verwezenlijking van het hogere ik.

Het is geloof ik wel interessant om dit zo te bezien, want in heel veel gevallen denkt men aan directe krachtsoverdrachten uit allerlei werelden. Dat bestaat wel. Een hoge wereld kan van zich uit een kracht op aarde projecteren. Daarvoor moet zij die wereld erkennen of er een brandpunt hebben. Maar nu zien wij een vreemd verschijnsel. Er is hier ook een spiegeling, het totaalgebied blijft wel gelijk, maar links en rechts zijn gewisseld. Dit brengt ons tot een verklaring van veel eigenaardige verschijnselen. Waarom zijn dingen in wezen gezien kosmisch goed en toch voor de mens verkeerd en waarom zijn bepaalde dingen in de mens absoluut verkeerd, terwijl zij in kosmische waardering een hoog goed betekenen? Dat is heel eenvoudig een omkering van waarden en van belangen. Er zijn mensen die zeggen: Dan moet je maar doen wat kwaad is, want dat is kosmisch gezien goed. In vele gevallen zou dat waar kunnen zijn, mits men in staat zou zijn die beleving op die manier ook naar een hogere wereld over te brengen. Maar dat gaat ook niet want daar werkt ook het spiegeleffect. Het kwaad, dat u gedaan hebt, verandert wel van betekenis, maar het komt aan de kant terecht waar u hier zegt: goed; maar het betekent daar kwaad. Omkering van waarden.

Het is verder interessant om hierbij rekening te houden met de tijd. Wij hebben gesproken over tijd en ruimte en u weet zo langzamerhand wel dat u tijd kunt definiëren als een opeenvolgende reeks van mogelijkheden van momenten van besef (dan is het een persoonlijke tijd). Al deze momenten omvatten verschillende spiegelingen. Het is dus niet zo dat elk moment dat u iets beseft in een hogere wereld, dit op aarde éénzelfde beeld geeft. Het totaal blijft wel gelijk. Denkt u maar aan een scène uit een film: Die kan bestaan uit 1200 beeldjes, maar de details daarin veranderen. En daarom kunnen wij met details bij een projectie uit een hogere wereld geen rekening houden. Wij stellen: Wanneer wij een erkenning hebben vanuit de kosmos, dan dienen wij de hoofdlijnen waar te maken in onze eigen wereld. De details zijn onbelangrijk, daar ze voortdurend veranderen.

In de spiegelingen die optreden zit natuurlijk ook nog iets anders. Want tijd is in een hogere wereld een element dat meetbaar en beheersbaar is. Op aarde is tijd een opeenvolging, terwijl het in sferen eerder een aaneenrijging is op één niveau. Overzienbaar. Dat betekent dat ik, wanneer ik het brandpunt hoog genoeg kan leggen vanuit mijzelf, ik een visioen of een beeld kan krijgen uit de hogere wereld en dat visioen of beeld omvat een grotere spanne van de aardse tijd. Het omvat altijd een ontwikkeling.

Daarom zeggen wij: Alle visionaire beelden die gespiegeld worden vanuit een hogere wereld, omvatten een langere tijdsduur en kunnen dus niet gewaardeerd worden als één enkel moment van tijd. Zodra wij dit doen, ontstaat een verkeerde interpretatie. En dan voegen wij daar onmiddellijk aan toe: Het menselijk besef is geneigd de hoofdlijnen uit het geheel te onthouden en de wisselingen en veranderende details voor een groot gedeelte te vergeten. Hierdoor ontstaat een visioen dat langere tijd geldingskracht heeft en dus in zekere zin waar is. De details, die ontbreken, worden dan vaak uit het stoffelijk besef aangevuld en hierdoor wordt het visioen in zijn details meestal onjuist.

Dat is eigenlijk magie, maar wij kunnen net zo goed omschakelen naar de esoterie. De mens is niet, zoals u weet, alleen maar stof en hij is ook niet een reeks van geestelijke voertuigen in stoffelijke verpakking. Je zou hem eerder kunnen zien als een soort marionet, die vanuit de hogere persoonlijkheid deels wordt gemanipuleerd, deels door gebrekkige manipulatie eigen dwaze bewegingen maakt. Maar is de hoge geest absoluut bewust – zeg maar superego – dan zal het lichaam volvoeren met zijn mogelijkheden en middelen, wat de hogere geest oplegt. Naarmate nu – en dat is in tegenstelling tot het marionettenspel – de draden langer worden, dus de afstand tussen het ik en het bewust agerende superego groter is, zal de manipulatie met grotere juistheid kunnen gebeuren.

Nu zegt de mens: Ik wil in mijzelf bewust worden. Maar als je in jezelf bewust gaat worden wat kun je dan doen? Dan kun je ten hoogste in jezelf het beeld krijgen van het nu bewuste superego. Dat omvat niet de gehele persoonlijkheid. En omdat het niet die gehele persoonlijkheid werkelijk omvat, is het beeld dat je krijgt van jezelf en je mogelijkheden – zelfs bij een hoogste bereiking in de stof – nimmer volledig. Pas wanneer wij de hogere wereld geprojecteerd zien in onze eigen wereld en de waarden daarvan voortdurend rond ons zien en erkennen en vanuit onszelf deels of geheel kunnen waarmaken, krijgen wij een vollediger weergave van de door ons bereikte sferen. Er zijn mensen die zeggen: Ja maar, het superego is in God. Dat is volmaakt. Ik weet niet hoe men zich dat voorstelt. Je kunt zeggen: het is deel van God, dat ego heeft mogelijkheden. En die mogelijkheden worden langzaam in de reeks van een lange ontwikkeling door allerlei werelden en sferen heen tot gelding gebracht, zodat tenslotte het superego een bewust deel is van de Goddelijke totaliteit op het hoogste niveau. Maar dat moet bereikt worden. Het is wel het superego, maar het wordt beperkt door het bewustzijn dat het op dit moment verkregen heeft. Het houdt dan wel alle voorgaande ervaringen, alle verworven krachten en inzichten, behorende tot de sferen waarin het ik ervaringen heeft opgedaan, in, maar het omvat niet hetgeen het ik nog niet beseft heeft. Wanneer ik in mijzelf naar deze waarheid van het ik toe stijg, dan is er dus geen absolute verlichting mogelijk. “Ik ben nu deel van de Goddelijke werkelijkheid”. Dan is slechts een erkenning van het reeds bereikte mogelijk.

In de esoterie zoek je naar je ware ik. Maar het ware ik, waar je naar zoekt als mens, is niet het kosmische ik zonder meer, ook al denk je dat. Het is een gedeelte daarvan en door het feit dat het onvolledig is, zou de erkenning hiervan als een volledige waarde van het ego misleidend kunnen zijn.

Een wonderlijke situatie ontstaat als je van wereld of sfeer wisselt. Bij u betekent dat dus doodgaan, bij ons betekent het een soort gaan door een poort (gaan door een poort van inwijding, zegt men weleens). Wanneer je dit doet, verandert je eigen status. Niet de status van het al, waarin je leeft. Wij spreken in de termen van spiegeling daar dan ook over als een verschuiving van brandpunt. Wanneer u op aarde een groot besef hebt, maar niet komt tot een ervaring die ook voor het hoogste ik een uitbreiding van besef betekent, dan blijft de lijn boven gelijk, maar uzelf komt dichter bij het brandpunt van besef dat nog niet verandert.

De geest, die overgaat, ziet haar gebied van mogelijke projectie van eeuwige waarden verkleind en niet vergroot. Eerst wanneer haar bewustzijn groter is geworden, zal ze in staat zijn haar oude faculteiten te verwerven. Een situatie, waar de mensen ook weer vreemd tegenaan zien, want dan komt men al vlug tot de conclusie: Dan is overgaan een vermindering van waarden. Neen, het is een intensifiëring maar gelijktijdig een beperking. En dan moeten wij hier gaan spelen met de idee van projectie. Als u een lichtprojectie hebt, dan krijgen wij een diffusering van licht naarmate de afstand groter wordt. Wanneer je met dezelfde lichtsterkte een beeld projecteert op ca. 20 meter, op 10 meter of op 1 meter, dan kunnen wij zeggen dat het beeld op 20 meter vaag is. Op 10 meter redelijk scherp, op 5 meter is het gestoken scherp en op 1 meter is het vol van verblindende contrasten. Dan volgt hieruit dat wij, naarmate wij dichter bij het brandpunt van ons eigen wezen liggen, wij een grotere intensiteit hebben t.a.v. de ervaringen die van bovenuit inwerken.

En dat is nu weer een verklaring voor het fanatisme van veel mensen. Mensen, wier eigen besef nog niet in staat is ver boven de stoffelijke wereld te rijzen, krijgen wanneer ze die eeuwigheid proberen te bereiken, wel een beeld van het superego. Maar dit is zodanig in zwart‑wit, zodanig verblindend dat van een werkelijk bezien, inzicht, geen sprake kan zijn. Er is slechts sprake van een wereldverdeling in zwart en wit. En de fanaticus kiest dan voor wit of voor zwart en verdedigt dit dan. Terwijl hij het andere dan niet beschouwt als noodzakelijke aanvulling, dus verdere definitie, maar eenvoudig als iets, dat geëlimineerd moet worden.

Iemand, wiens besef niet ver boven zijn eigen wereld gaat, zal dus proberen om wat hij ziet als waarheid aan eenieder op te leggen. En als hij iets ziet als begeerlijk in het duister, dan zal hij proberen die duisternis over de gehele wereld te brengen. Dat is een veel voorkomende zaak, want er zijn enorm veel mensen die niet in staat zijn met hun bewustzijn afstand te nemen van hun eigen wereld en wereldverhouding. En dat betekent dat alle waarden die van dat grotere ik afkomen, weliswaar intens tot uiting komen, maar dat de werkelijke kracht, het areaal a.h.w. waarin die kracht gebruikt kan worden, zeer klein is. Er is hier een aantekening bij te maken. Zoals u weet, zijn er mensen op aarde, die worden beschouwd als idioten, mongolen e.d. Dergelijke mensen hebben een besef dat voor de rest van de wereld niet aanvaardbaar is. Omdat hun eigen besef, hun hoogste besefmogelijkheid zo dicht bij de wereld ligt, zullen zij op een klein terrein met bijzondere intensiteit waarnemen, beleven en reageren. En, daar wat gebeurt op beperkte schaal, daardoor ook zeer intens naar het superego wordt uitgestraald, zijn er vaak toch belangrijke aanvullingen mogelijk uit zo’n betrekkelijk klein besef.

Bewustwording impliceert in vele gevallen ook in contact komen met of het bezielen zelf van grotere lichamen. En laten we dan als voorbeeld een ster nemen, ofschoon er vele andere dingen te noemen zijn. Wanneer het eigen ik een ster wordt, dan zal het als ster gelijktijdig een spiegeling naar het hogere doormaken en zo komt in het superego niet alleen een bestaan als ster tot uiting, maar ook het totaal van de energieën die daarin kunnen bestaan, terwijl ook een projectie naar beneden toe mogelijk is. Dat is voor een mens praktisch nog niet het geval, men kan nl. als ster zien naar lagere levensvormen. Die lagere levensvormen zijn dan bv. de mensheid of planeten. Hierdoor ontstaat gelijktijdig een projecteren van het ik naar beneden toe en naar boven toe. Een dubbele wisselwerking die bij een ster bovendien nog eens het brandpunt van een Goddelijke werkelijkheid of totaliteit wordt, en absolute verdeeldheid, het chaotische misschien dat wij dan het individueel bestaan zouden kunnen noemen van de velen, de massa.

Hieruit komen dan weer verschillende eigenaardige verschijnselen voort. Want die zon is gelijktijdig een god voor het kleine waarin hij zich projecteert, omdat hij dat als een eenheid kan bevatten en hij is, omdat hij zich als eenheid in een veelheid naar bovenuit, individu. En de God, die gelijktijdig individu is, speelt vaak een heel belangrijke rol in het leven van bv. de mensheid in haar lagere fase. Het is geen wonder dat die God overal vereerd werd. Tot in een heel ver verleden werden zon en maan aanbeden. Het lijkt misschien wat bijgelovig. Maar als u zich realiseert dat de maan en de zon een eigen besef hebben en dat dit besef zich niet op de mens als enkeling richt, hoogstens op een enkeling als representant van een veelheid, maar in feite op het geheel of op een groot deel ervan, dan is het denkbeeld dat hier een God aan de gang is, niet alleen meer begrijpelijk, maar het is zelfs logisch, het is waar. De zon en de maan hebben invloed. Andere planeten hebben invloed, net als de aarde dat heeft. Want zij zien het leven van de mensheid als een totaliteit en de spiegeling daarvan naar boven toe geeft voor hen het gevoel dat zij als eenling, als persoonlijkheid een relatie hebben met het leven. Die relatie wordt geput uit het hoogste besef, maar zij wordt verwerkt in het begrip van de eenling en geprojecteerd als eenling naar beneden toe.

Hier moet ik wat verder teruggrijpen want wij komen nu in de oude waarheden terecht. In de tijd van de zonaanbidders is er o.m. de volgende spreuk geweest. “Hij, de zon, omvat ons allen. En wat hij geeft is voor ons allen. Of het goed is of kwaad.” Waarmee bedoeld wordt dat nooit de eenling uitverkorene van de God kan zijn, maar dat de God niet anders kan reageren dan op het geheel. Ook wanneer de eenling tijdelijk het uitvoerende orgaan wordt binnen die massa. Die situatie is ook weer van belang voor de astrologie. Want in de astrologie hebben wij allemaal te maken met de vaste betekenissen van planeten en sterren. Die betekenissen worden in een deel van de magie omgezet in persoonlijkheden. Maar wij spreken niet alleen van de zon als heerser (voor een groot gedeelte in de horoscoop), maar wij spreken ook van de zon als de goddelijke kracht, die door zijn bode Arcan werkt, etc.

Wij hebben dus een tweeledig beeld. Nu zeggen wij: De zon zelf is in haar wezen niet te doorgronden. Maar wij kennen uit haar de functie die wij omschrijven als Arcan. Het karakter van Arcan is bepalend voor de invloed van de zon in de horoscoop. Deze Arcan treedt bovendien nog als heerser op; hij wordt ook wel Sin genoemd voor de maan. En daar heeft hij hetzelfde karakter, maar ontdaan van de wil van de werkelijke bezieling van de zon.

In de oude horoscopie vinden wij werkelijk de persoonlijkheden van de planeten en de sterren terug. Zij worden dan misschien engelen of goden genoemd, maar het zijn diezelfde planeten, die men op het ogenblik beschouwt als klompen materie, die door de ruimte zwerven. En de manier waarop men daarmee in het verleden werkte, was dus werken met persoonlijkheden. Men zegt: wanneer Mars invloed heeft, dan heeft Mars in de totaliteit van de wereld dezelfde invloed. Wij kunnen rustig aannemen dat deze entiteiten met elkaar strijden. Heel goed denkbaar. Maar wij kunnen daarnaast aannemen dat het resultaat daarvan altijd beide factoren omvaamt. Dus wij kunnen niet zeggen: Er is een Marsinvloed die de Mercuriusinvloed wegdrukt en wij kunnen ook niet zeggen: Deze twee bestrijden elkaar, dus er is een conflict op aarde merkbaar, maar wij moeten zeggen: Voor de totaliteit is een overal gelijkelijk optredende resultante aanwezig. Dat past niet helemaal in het kader van de moderne horoscopie, die, zoals u weet, werkt met de stand op een bepaald ogenblik.

In de oudheid zei men: Dat ogenblik is natuurlijk wel zo, maar die korte ogenblikken, die men voor het individu bepalend acht, die zijn eigenlijk voor het geheel niet van belang. Voor het geheel zijn perioden van belang; en men rekende dan in periodiciteiten van 8 dagen, van 24 dagen, 28 en 48 dagen. Dat waren de periodiciteiten die in de oudheid gebruikt werden. De situatie bleef dus ongeveer gelijk gedurende zo’n periode.

In de verschillende auguriën, die met de sterren te maken hebben, treffen wij dit trouwens aan. Voor de mens, die in zichzelf naar waarheid zoekt, geldt natuurlijk ook dat de horoscoop die men zo graag voor de ontwikkelingen trekt, misschien op het materiële kan slaan, maar dat ze nooit feitelijk bepalend kan zijn voor het innerlijke proces. In het innerlijk proces is het nog steeds die samenwerking van persoonlijkheden, zoals die vroeger berekend werden, die invloed hebben. Zij bepalen nl. de bewustwordingstendensen binnen het ik. En daar men zegt dat het sterkste punt van bewustzijn bepalend is voor het brandpunt tussen de hoogst bereikbare sfeer en aarde, wordt de innerlijke kracht in dergelijke perioden bepalend door de verhoudingen, die aan de hemel heersen.

Nu bent u bezig met hoge geestelijke kracht, u bent bezig met zielen en ineens staat men daar gewoon met de stand der sterren, alsof men het heeft over een geboortehoroscoop. Maar is er zoveel verschil? Wanneer wij van die spiegelingstendensen uitgaan, dan moeten wij ook nog een stap verder doen. Dan gaan we de richting in van de oude Arcana en dan zeggen wij: “Er is één Goddelijke werkelijkheid. Rond die Goddelijke werkelijkheid is de begrenzing, uit welke begrenzing de spiegelbeelden van de werkelijkheid ontstaan en de spiegeling van deze spiegelbeelden is de wereld, waarin wij leven.” Dit klinkt inderdaad ontstellend theoretisch. Maar laten wij de theorie toch maar even voor lief nemen, want er zit een praktische mogelijkheid in:

Wanneer wat wij zijn alleen maar een spiegelbeeld van een spiegelbeeld is, dan moeten wij zeggen, dat het niet volledig concreet is. Het is niet helemaal echt. Het is veranderlijk, het is amorf. Gedachten kunnen een groot gedeelte bepalen van wat er werkelijk gebeurt. En wanneer dit aanvaardbaar zou zijn dat gedachten ook vormende krachten zouden hebben, zelfs onder de mensen, zelfs t.a.v. de wereld waarin ze leven, dan wordt het nog veel belangrijker in welke relatie wij komen te staan met deze hogere zielen, die hogere orde van de mensheid, die in de sterren en in de planeten kunnen leven. Want de relatie, die wij hebben, is er geen van stoffelijke, vaste waarde. Het is er één van denken. Als mijn denken verandert – door de invloed misschien van krachtige persoonlijkheden – verandert daarmee ook voor een deel – voor mij – de wereld. En daar de mogelijkheden van de wereld praktisch onuitputtelijk zijn, is er een zeer grote variatie van beleving, maar ook van concrete daadstelling mogelijk. Mensen die elkaar ontmoeten in de wereld, kunnen gelijktijdig in een geheel verschillende wereld leven, waarbij de waarden die zij beiden erkennen voor hen geheel differente betekenissen hebben en ook geheel differente manipulatiemogelijkheden scheppen.

Ik stel nu: Elke spiegeling uit de oneindigheid is en blijft een reflexie. Waarvan is zij de reflexie? Van iets dat reflecteren kan. Wat is de hoogste vorm van bewuste energie die wij kunnen denken? Het is de gedachte. Dan is elke reflex van de hoogste waarheid de reflex van een gedachte, een bestaand besef naar lagere niveaus.

En als u dat nog steeds te ingewikkeld is, dan gaan we het nu wat vereenvoudigen. God denkt. God denkt ook u. Het deel van de Goddelijke gedachte, dat u bereikt, bepaalt uw wereld. Op het ogenblik dat u beseft dat het een Goddelijke gedachte is, kunt u uit het totaal van de Goddelijke gedachte ook andere elementen mee putten, die dan uw werkelijkheid worden. En daar is dus iets heel belangrijks mee gezegd: Er is mee gezegd dat gezien deze spiegeling, er geen vast bepaald lot bestaat, omdat elk lot bepaald wordt door het besef van de persoonlijkheid, die het lot ondergaat t.a.v. hogere krachten. Iemand, die een groter deel van het hogere beseft, is daardoor meester omdat hij zijn lot a.h.w. kan verschuiven; een andere inhoud kan geven.

De situatie wordt nog veel ingewikkelder als wij ons bezig gaan houden met de weerkaatsing van de krachten in de natuur. Want er wordt dus ook gezegd, dat alles leeft. Dus niet alleen een zandkorrel of een vogel, maar ook een atoom zuurstof, dat u naar binnen krijgt. Het resultaat is dat er een voortdurende uitwisseling van leven bestaat. En nu zeggen wij dat het geheel van de wisselingen van kracht – leven is identiek met kracht in deze beschouwing – die plaatsvinden op het laagste niveau altijd gelijk zullen zijn aan het totaal wisselingen van kracht op het hoogste niveau. Ook wanneer wij de potentie van het hogere beschouwen als groter, zo is dit niet in feite het geval, alleen daar is dezelfde kracht in eenheid tegenwoordig, die hier in een enorm aantal individuele veelheden voorkomen. Maar de kracht blijft gelijk.

Men zegt dus: De kracht van de hoogste kosmos is gelijk aan de kracht van elk beseft deel van de kosmos. En daar lopen wij bijna vast, want dat klinkt onlogisch, maar het is niet zo. Omdat het besef van de kosmos bepalend is en het besef van de kosmos in elk deel openbaart de volle kracht binnen de beperkingen van dit deelbesef. God is dus niet te beschouwen in deze als een wezen dat alles gelijkelijk in stand houdt of als een wezen dat bepaalde dingen of persoonlijkheden bevoordeelt met zijn kracht, maar als een wezen dat op grond van een besef situatie, die dan ook beneden bestaat, zijn volledige kracht in alle verschillende facetten uit. Dat is voor ons, wanneer wij op de wereld leven of in een zomerlandsfeer moeilijk denkbaar, omdat wij zeggen: Maar dan kan dat alleen maar achter elkaar. Inderdaad. Voor ons wel. Maar waar tijd een vaste lijn is, is een schijnbare gelijktijdigheid van alle krachtuitingen mogelijk, omdat het verschil voor ons ligt in het besef en niet in de feitelijke waarneming.

Hier is een situatie ontstaan, waarover wij de hersenen kunnen breken. U leeft op aarde. In uw leven spelen de sterren een rol of u het weet of niet, of u het wilt of niet. De rol van die sterren is tweeledig. Ze zijn uiterlijk krachten die op de materie invloed hebben, waarbij ze dus stimulerend of remmend kunnen werken. Gelijktijdig zijn het persoonlijkheden. Persoonlijkheden die omdat ze dichter bij u liggen dan de totaliteit, de Godheid, voor u begrijpelijker zijn. En zo kunnen in u begrippen ontstaan die behoren tot dergelijke kosmische persoonlijkheden. Deze begrippen zijn echter afhankelijk van de situatie die dergelijke grote entiteiten op een dergelijk moment onderling innemen. De persoonlijkheid zal dus niet alleen domineren omdat u contact hebt met die persoonlijkheid, maar ze zal domineren omdat deze persoonlijkheid gelijktijdig in relatie met andere persoonlijkheden op het eigen niveau tijdelijk domineert.

U zou het zo kunnen zeggen: Er is een kamer, een kamer vol grote mensen. Je zit er als kind bij. Wanneer die grote mensen met elkaar spreken, dan is dat een verwarring. Je krijgt er niets uit. Nu ga je als kind proberen om één zo’n mens te verstaan. Dat kan, maar wat je verstaat wordt bepaald door het gesprek dat hij met de andere voert. Als kind hebt u misschien die situatie weleens meegemaakt.

Op die manier wordt zowel onze innerlijke bewustwording als onze uiterlijke beleving getint door hogere persoonlijkheden die echter liggen in dezelfde ontwikkelingsgang als de mens. En dat is een heel belangrijk punt. Want het is gemakkelijk genoeg om goden te stellen als geheel afzonderlijke wezens. Om te stellen: Planeten zijn misschien bezield, maar het zijn zo geheel andere entiteiten. Maar dat is niet waar. Ze behoren tot dezelfde ontwikkelingsgang als de mensheid, ook wanneer ze feitelijk zijn voortgekomen uit een andere ontwikkelingsgolf. Dus in ons tijdsbesef, heel ver in het verleden al een punt bereikt hebben dat verder is dan de mens op het ogenblik. Omdat ze bij elkaar horen is er een communicatiemogelijkheid.

U hebt misschien weleens meegemaakt dat u met een vreemdeling sprak die een andere taal spreekt. Dan kunt u toch nog middelen vinden om elkaar te begrijpen. Maar je kunt moeilijk aan een geit duidelijk maken met gebaren dat je bereid bent om hem een goede lunch aan te bieden als hij je jasje met rust laat. Die geit begrijpt dat eenvoudig niet. En u begrijpt die geit niet, want anders zou u hem een bosje gras of iets anders aanbieden en dan zou het in orde zijn. Er is geen verstaan mogelijk tussen verschillende gerichtheden van ontwikkeling. Als je tot de mensheid behoort en laten wij eens aannemen dat er een ontwikkeling van engelen is, dan zal er tussen die engelen en de mensheid geen volledig begrip mogelijk zijn. Maar wanneer een hogere entiteit die u misschien als engel aanspreekt, uit de menselijke ontwikkeling is voortgekomen, dan zal die engel kunnen begrijpen wat u zegt. Maar de invloeden, die van die engel uitgaan, zullen ook voor u begrijpelijk zijn, al zal het begrip beperkt zijn door het besef dat uzelf pas bereikt hebt.

Er is een communicatiemogelijkheid die gaat van de hoogste mensheid, van de totaliteit van de mens tot elk individu, hoe laag dan ook die tot die ontwikkeling behoort. En als dat een amoebe zou zijn, dan is er niets aan de hand. Voor die amoebe is dezelfde begripsmogelijkheid aanwezig als voor u. Hij heeft alleen nog niet de begripsmiddelen, omdat hij niet de nodige ervaring heeft. Als je zo aan die totaliteiten gaat denken, dan wordt het begrip van de spiegelingen wat meer hanteerbaar. Want er zijn spiegels die alles weerkaatsen. Maar wat u ziet is alleen maar wat uw oog ontvangt. Zo is het bij de kosmische spiegeling precies eender. God is voortdurend weerkaatst in elk deel van de schepping. Maar elk deel van die schepping zal van die godheid slechts dat gedeelte kunnen erkennen, waarnemen, waarvoor het zelf de middelen bezit. En dat voert mij tot het einde van dit betoog met het volgende.

Naarmate ik het begrip van het hogere kan terugvinden in een groter deel van de wereld rond mij, zal ik in mijzelf een verdieping van besef ondergaan en gelijktijdig een verhoging van besefswaarde. Ik zal niet slechts vanuit mijzelf beter begrijpen wie en wat ik zelf ben, maar ik zal ook de hogere krachten op een andere wijze kunnen bereiken, zodat in mijn wereld het zichtbare deel van het Goddelijke voortdurend groeit. En wanneer dit het geval is, zal in het ik, het besef van het Goddelijke op den duur identiek worden met het besef van het eigen superego. Je gaat niet naar God toe, je gaat naar het superego toe. En in het superego komt de ervaring van de relatie met God die echter niet de erkenning is. Het beeld van de spiegel in de kosmos en de feitelijke werkingen die er zo ontzettend veel op lijken, kunnen op het eerste gezicht verwarrend werken. Iemand echter, die eenmaal begrijpt waar het om gaat, zal ontdekken dat die spiegeling voor hem zelf een gradatie van mogelijkheden inhoudt. Het houdt verder voor hem in, een gradatie van de krachten die hij in zichzelf kan bereiken.

En wie krachten in zichzelf wil vergaren, zal dus een bewustzijn moeten hebben dat uitgaat boven het normaal stoffelijke. Dan kan je normale denken zo materialistisch mogelijk zijn en dan kun je je alleen maar met stoffelijke zaken bezighouden, mits de associaties, die je daarin kent – dat is het belangrijke – met het hogere in verband staan en deze associatief het geheel op een hoger niveau plaatsen.

Ik hoop dat u allen de moeite zult getroosten om deze lezing een paar maal na te gaan. U zult in deze lezing een goede aanvulling van de vorige lessen vinden maar gelijktijdig ook een goed begin voor een eigen ontwikkeling op esoterisch en indien gewenst ook magisch terrein.

Het Wessacfeest

Ik wil u ditmaal het één en ander vertellen over het Wessacfeest; de betekenis daarvan, de inhoud daarvan. U weet dat dit feest in het begin van de volgende maand plaatsvindt. Ik zou haast zeggen: Deze grote galabijeenkomst van de Witte Broederschap. En daarbij voltrekken zich dan verschillende fasen van beraad en besluitvorming, terwijl centraal staat een soort plechtigheid. Deze plechtigheid kan eenvoudig beschreven worden.

Er is sprake van een groep hoge ingewijden, men noemt hun plaats wel het altaar, daarvoor staat dan meestal nog een driehoek en een vierhoek, dat zijn dan weer ingewijden van een andere graad met een zekere concentratieopdracht, en daaromheen dan de z.g. maan, een soort amfitheateropstelling, waar dus in de stof en in de geest velen aanwezig zijn die nog geen volledige inwijding hebben gehad, maar toch regelmatig deelnemen aan het werk van de Broederschap. In de praktijk kunnen wij zeggen dat degenen die aan het altaar staan en degenen die in de z.g. driehoek voorkomen, gezamenlijk het beraad uitmaken, waarover wij zo dadelijk zullen spreken.

Er is in de eerste plaats een samenkomen, een soort broederschapserkenning voor degenen die in de stof aanwezig zijn. Hierbij zijn bepaalde entiteiten uit de geest meestal ook aanwezig en manifesteren zich daar.

Wanneer het feitelijke feest begint – dat hangt o.a. met de maanfase samen – dan komen in de geest mensen die op aarde leven (uittreden) en vele entiteiten uit de verschillende sferen samen. Zij vormen de omschreven structuur en dan begint er iets dat je het beste met een soort rituele plechtigheid kunt vergelijken. Er is een spreker, dan volgt daarop een vibratie – een telepathische overdracht die ten doel heeft een zo groot mogelijke eenheid onder de aanwezigen tot stand te brengen – en vanaf dat ogenblik wordt de leiding van het gemeenschappelijk denken overgenomen door degenen die aan het z.g. altaar staan. Hierbij wordt getracht een zo hoge afstemming te bereiken dat op een eenvoudige wijze de hoogste krachten zich kunnen manifesteren. De uitstraling zou u kunnen vergelijken met een zoeklicht uit onbekende hoogte dat met een grote felheid het altaar en hen die daaromheen staan, belicht.

Maar het is geen gewoon licht, het is een zuil, waarin allerlei verschillende uitstralingen en kleuren voorkomen. Verder weten wij dat de intensiteit van de verschillende kleuren nogal eens afwijkt. Zou men dit onbevooroordeeld beschouwen, dan zou men verder kunnen vaststellen dat er een soort warreling en draaiing is, of sommige kleuren rood zijn die in verschillende dichtheden zich door de andere kleuren heen slingeren. Wel in afgepaalde banen, maar desalniettemin zonder een kenbaar systeem of een kenbare regelmaat. De kracht, die ontvangen wordt, is het symbool van de krachten waarover men, gezien de gemeenschap, zal kunnen beschikken. De verschillende kleurwerkingen en wervelingen die daarin voorkomen, betekenen eigenlijk de kosmische verhoudingen. Je kunt daar dus uit aflezen hoeveel kracht er beschikbaar is, wat wij maximaal zullen kunnen doen.

Er is verder duidelijk welke invloeden zullen domineren, welke invloeden niet behaald zijn – dat zijn die rookachtige kleuren – en welke feiten a.h.w. onvermijdelijk zijn. Dat ligt vooral in de directe projectie op het altaar van verschillende hoofdkleuren. Dit wordt door allen beleefd. Men gaat daarin op. Men probeert die kracht te absorberen. In de halve maan is dat over het algemeen niet zo gek veel, maar wanneer wij komen bij vierkant en driehoek, dan is er toch wel een enorme krachtabsorptie mogelijk, ook voor degenen die nog in de stof leven.

Een overdracht van die krachten, wanneer je in uitgetreden toestand aanwezig bent, is eveneens mogelijk. Het is geen energie die je kunt beschouwen als onmiddellijk bruikbaar. Het is een soort afstemmingsenergie. Het veroorzaakt een afgestemd zijn op de persoonlijkheid, waardoor hij de krachten, waarvoor hij in het bijzonder vatbaar bleek, later in verhoogde mate kan opnemen uit de kosmos, uit de sferen.

U zult begrijpen, dat deze plechtigheid eigenlijk maar een begin is. Voor die tijd is er meestal beraad, want in de Witte Broederschap houdt men de situatie in de wereld nauwkeurig in het oog en men probeert voor zichzelf na te gaan wat de wenselijkheden zijn. Het doet een beetje denken aan de poging om een partijprogramma op te stellen. Men komt tot een aantal prioriteiten, men duidt een aantal gevarengebieden aan, men zegt voor zichzelf: We zullen in deze richting toch het eerst moeten werken. Maar nu komt de plechtigheid en dan weten wij, wat wij kunnen doen. De aanwezige kracht en de aanwezige reeks van tendensen worden dan vergeleken met de wenselijkheden die men reeds besproken had. En vanaf dit ogenblik begint er een eigenaardig werken van de raad; hierbij spreekt men van de hoge raad. In de hoge raad hebben zeer hoge entiteiten, zeer bewuste entiteiten zitting en zij zijn het die een algemene taakverdeling opstellen. Hier wordt gezegd tegen de verschillende groepen, zoals ze in de geest en op aarde werken: Gezien de krachten, gezien de wenselijkheden moet u zich richten op dit of dat project. Het is een verdeling van projecten. Daarna komt de z.g. raad aan het woord en deze raad heeft iets van een kruising van een parlement en een markt. Want u zult begrijpen dat niet iedereen zo’n toegewezen taak zonder meer zelf denkt aan te kunnen of in sommige gevallen acht men die taak eenvoudig niet passend, en heeft men er geen behoefte aan daaraan tegemoet te komen. Toch is men ervan overtuigd dat die taken zo goed mogelijk moeten worden vervuld. Er wordt nu eigenlijk in details besproken, wat wel en wat gedaan mag worden en daarbij ook door wie.

Voor onze eigen Orde betekent dat, dat wij in vele gevallen reserve staan. Onze bijzondere bezigheden beperken zich meestal tot inspiraties in bepaalde landen, natuurlijk met een zekere tendens. En daarnaast ook vaak het afhalen van overgeganen, wanneer rampen of oorzaken die door de Witte Broederschap geëntamineerd zijn, om zo aan de aansprakelijkheid die wij daartegenover hebben, te voldoen.

Er zijn andere groepen, die veel actiever zijn. Ze gaan bv. na: Wat gaan we doen met bepaalde revolutionaire tendensen? Andere groepen zullen de werking van natuurkrachten nagaan en proberen om ogenblikken van uitbarsting, van aardbeving e.d. te doen samenvallen met ogenblikken, waarop spanningen kunnen worden weggenomen of omgekeerd een gewenste spanning kunnen opbouwen. Dan krijgen wij dus uit deze raad een reeks die we misschien subcommissies kunnen noemen. Want wanneer die projecten een beetje verdeeld zijn, dan moeten wij nog gaan uitmaken: Hoe zit dat eigenlijk? We moeten dat gaan omzetten van een geestelijk inzicht in materiele tendensen en dat is vaak een betrekkelijk langdurige periode. De activiteiten beginnen over het algemeen een week na Wessac. Dan is men reeds in grote lijnen actief. Maar het kan heel vaak augustus worden dus maanden later, voordat men het eens is geworden over een aantal details.

Nu moet u er verder rekening mee honden, dat de Witte Broederschap niet alleen van jaar tot jaar werkt. Van jaar tot jaar bepaalt zij – als een soort begroting – haar mogelijkheden en wenselijkheden. Haar doelstellingen zijn vaak al duizenden jaren geleden vastgelegd: En er zijn projecten bij, die misschien 1000 of méér jaren vergen. Het is duidelijk dat deze projecten een zekere voorrang hebben en dat men alleen tot een bijzonder scherp ingrijpen kan overgaan, wanneer deze lange termijnprojecten worden bedreigd.

Het klinkt allemaal nogal zakelijk omdat ik dit in woorden moet weergeven. Maar wanneer je te maken hebt met de geestelijke communicatiemethode – een soort versmelten van gedachten – dan is dat toch heel iets anders. Er is geen sprake van twistgesprekken of partijen die het tegen elkaar opnemen Het is een projectie van beelden voor zover deze beelden elkaar a.h.w. overlappen, komt men tot een beslissing en de bijkomende beelden worden afzonderlijk weer geprojecteerd tot wij daar weer een beslissing vinden. Het is een soort vergelijken, zoals je dat doet bij foto’s, die uit een vliegtuig zijn genomen, bv. om te kijken: Is er iets in het landschap veranderd? Dan bekijk je ze naast elkaar door een soort stereokijker.

Bij ons is het zo, dat het denkbeeld van de één en het denkbeeld van de ander gelijktijdig geprojecteerd wordt en beiden nemen de projectie waar. De moeilijkheid ligt heel vaak in de belangen, die wij moeten schaden. Je kunt nu eenmaal niet iedereen alles geven wat hij zou willen of zelfs datgene geven waar hij recht op heeft.

Wanneer je een bepaald land in een revolutie stort, dan is dat niet alleen maar een revolutie die doden kan kosten, het betekent ook schade. Schade voor mensen die het niet verdienen en misschien ook schade voor mensen die het wel verdienen. En het eindresultaat is het belangrijke. Maar je moet toch proberen om de zaak zo te regelen dat degenen die belangrijk zijn, veilig blijven. Soms moet je een soort lijfwacht geven om te voorkomen dat iemand voortijdig van het toneel verdwijnt. In andere gevallen is iemand bijzonder waardevol, maar hij zou zijn betekenis of zijn waarde gaan verliezen en dan moet je juist proberen het mogelijk te maken dat zo iemand sterft. Dat zijn de grote moeilijkheden, waarmee men te kampen heeft.

De gedachten die men op aarde over de Wessac heeft, zijn vaak een beetje vreemd. Men denkt: Hier is een uiteenzetting a.h.w. vanuit de hoogste kracht, God projecteert zijn plan voor dit jaar, de Witte Broederschap zit daar, noteert, neemt het over, voert het uit. Maar elke entiteit, ook wanneer hij deel uitmaakt van een groep of van de broederschap, heeft een eigen ontwikkeling, een eigen besef en eigen voorstellingsvermogen. Wanneer b.v. 3000 personen die straal van licht op hun wijze hebben gezien en ontleed, dan is er niet direct sprake van een eenstemmigheid. De één legt nadruk op dit detail, de ander op dat. Er is geen directe objectivering van de waarneming. Elke waarneming is – zeker wanneer je in de geest bent – nu eenmaal subjectief. Door de vergelijking van de vele subjectieve beelden moet je tot een zekere objectiviteit zien te komen. En dat betekent wel degelijk een vaak langdurig zoeken en werken. Er zijn mij gevallen bekend, waarbij de beslissingen van de grote raad binnen twee dagen vielen en de raad zijn beslissingen binnen drie weken ongeveer klaar had. Daarentegen is mij ook een jaar bekend dat de mogelijkheden zo groot waren dat de grote raad bijna vier weken nodig had om tot een geobjectiveerd, voor allen aanvaardbaar en gelijkvormig beeld te komen. En daarna pas kwam de raad aan het woord en toen vielen de beslissingen eigenlijk pas begin oktober.

Er wordt voor die tijd al gewerkt, want zodra wij het eens zijn over een bepaalde actie, dan zullen degenen die daarvoor bestemd zijn onmiddellijk aan het werk gaan. Het is dus niet een kwestie van het eerst aannemen van de begroting en dan gaan wij uitvoeren, maar het is eenvoudig: Wij moeten alle details verwezenlijken, verwerken totdat men ermee akkoord kan gaan, totdat het ook past in de mogelijkheden op aarde en dan worden ze uitgevoerd, terwijl dan verdere beslissingen door het in uitvoering zijnde project mede worden beïnvloed. Het is een groeiproces en als zodanig geloof ik wel erg interessant, óók voor degenen die alleen maar de plechtigheid meemaken.

Het ligt in onze bedoeling om u na de Wessacbijeenkomst – zo snel mogelijk ‑ nadere voorlichting te geven omtrent de besluiten, tendensen enz. Maar voor we een absoluut programma kunnen voorleggen, kan het weer maanden duren. Dat weten wij nooit zeker.

De vertegenwoordiging van de gemeenschappen is ook weer vreemd. Bij ons bv. wordt de Orde heel vaak vertegenwoordigd door een paar broeders, waaronder ook de u bekende Altheüs. Zij nemen aan de raad deel. Maar gelijktijdig nemen degenen onder ons, die vrij zijn en geïnteresseerd, mee aan die raad deel. Alleen: zij reageren dan via de vertegenwoordiger. Het is als in de V.N. Daar zit één meneer die de zaak vertegenwoordigt, daarachter zitten dan soms 6 mensen, die elk op hun gebied moeten leren reageren en daar lijkt het wel een beetje op.

Onze Orde zelf is betrekkelijk groot, ze is niet één van de belangrijkste groeperingen maar ze behoort toch onder de grotere geestelijke groeperingen. En zij zal dus niet alleen proberen zoveel mogelijk taken op de juiste wijze aan te nemen, maar zij zal ook proberen vooral die taken te vinden, die overeenstemmen met eigen persoonlijkheid, de afstemming van haar leden.

Wanneer er een groep is – er zijn er verschillende – die sterk christelijke formuleringen gebruiken, dan is het duidelijk dat deze groep het best geschikt is wanneer gewerkt moet worden in een christelijk land en vooral wanneer gewerkt moet worden met mensen met een christelijk geloof. Aan de andere kant zijn er groepen, die zich gebaseerd hebben op het boeddhisme; wij kennen ook taoïstische groepen in de geest en deze zullen dan weer proberen daar in te grijpen, waar hun mentaliteit het meest juist is. Alleen het christendom omvat bijna de gehele wereld. Taoïsme niet, maar gaan wij naar het boeddhisme toe, dan vind je ook weer groepen over de gehele wereld. En zo werk je vaak naast elkaar.

Het kan dus voorkomen dat op één ogenblik in Nederland 5 of 6 verschillende geestelijke groepen actief zijn, meestal met een tamelijk zware bezetting. Dat duurt dan tot een bepaald project aan de gang is en dan laat men een paar wachters achter. Dat zijn degenen die als waarnemer fungeren en zien of het zich geestelijk juist ontwikkelt. Materiële ongeregeldheden neem je op de koop toe, maar het geestelijk proces moet zuiver zijn. En deze waarnemers vragen dan vaak hulp. Maar al zijn er enorm veel geesten, het kan weleens zijn dat dan niet de geesten die daar dan het meest voor geschikt zijn, ogenblikkelijk beschikbaar zijn.

Vergeet niet dat het soms een kwestie is van een beslissing die een mens neemt in een tiende van een seconde. Om die te beïnvloeden moet er bij wijze van spreken in 1/1000 seconde voldoende energie aanwezig zijn, moeten er voldoende entiteiten aanwezig zijn om te helpen en in te grijpen. En dan kennen wij dus in de Witte Broederschap een soort bijstandsysteem. Wanneer een wachter om hulp roept, ga je ernaartoe. Iedereen, die niet bezig is, gaat daarnaartoe en omdat afstand niet telt ben je er bijna onmiddellijk. En degenen, die dan de mogelijkheden hebben, helpen dan onmiddellijk, ook wanneer het niet hun taak is.

Dat is een fijn systeem en het kan in menselijke termen betrekkelijk volledig uiteengezet worden. Er zijn dingen die je niet helemaal kunt verklaren. Wanneer ik bv. ga spreken van de overschaduwing van een land, iets wat in het programma van de Broederschap vaak voorkomt, dan is het heel moeilijk u duidelijk te maken wat dat betekent. Want dat is de manipulatie van een gemeenschappelijk bovenbewustzijn, waarbij dan bovendien weer bepaalde personen in het bijzonder gemanipuleerd worden, zodat je een verandering van denken krijgt in de gemeenschap en daardoor de mogelijkheid, via een bepaalde persoon weer bepaalde prikkels te uiten. Het is interessant om te zien, maar dat werpen van een kap is een technisch proces. Dat is zoiets als het proces van het weven van allerlei denkbeelden en gedachten op de basis van het denken van de mensen zelf. U zou het misschien kunnen vergelijken met een soort borduurwerk, waarbij je op een aanwezig raster bepaalde patronen vormt die er wel in passen, maar die toch anders zijn of zelfs misschien geheel nieuw zijn.

Wij hebben u beloofd dat wij u op de hoogte zouden houden en u zo nu en dan een kijkje achter de schermen zouden gunnen in de komende tijd, omdat er nogal wat spanningen zijn. En ik geloof dat je dat het gemakkelijkst kunt volgen wanneer je enig idee hebt van de werkwijze, van de structuur, van de samenstelling.

Een ander punt waar de mensen zich vaak in vergissen is dat ze denken: Wanneer er voor één mens één geest aanwezig is, is dat voldoende. Maar je hebt te maken met de gewoonten van de mens, met de invloeden van zijn omgeving. Om bij wijze van spreken bv. president Nixon dingen te laten zeggen vanuit de geest die afwijken van hetgeen hij normaal denkt, dan is daarvoor het ingrijpen van misschien wel 5000 entiteiten nodig. Er is een afscherming noodzakelijk, er is een ingrijpen in het gevoelsleven noodzakelijk; het besturen en bovendien de man is niet mediamiek, dus het is niet zo gemakkelijk hem te overschaduwen of in beslag te nemen. Dan zijn er werkelijk moeilijkheden.

Zou je datzelfde willen doen met een premier de Jong, een andere mentaliteit, dan heb je waarschijnlijk genoeg aan een 2500 entiteiten.

En nu noem ik vooraanstaande persoonlijkheden. Maar u moet zich realiseren dat in een bepaalde actie het soms nodig is om 10.000 tot 20.000 mensen op een bepaald moment te inspireren. En als u zich dan realiseert dat je dan toch vaak 100 entiteiten nodig hebt – behalve voor een medium, daar kun je meestal met een man of 10 volstaan – voor elke persoonlijkheid minstens, dan gelijktijdig nog weer een coördinatie naar boven, dan zult u begrijpen dat betrekkelijk kleine acties soms toch wel een inzet van miljoenen entiteiten kan betekenen. U ziet het op een menselijke manier en vergeet daarbij vaak de grote afstand die kan liggen tussen de instelling, de mentaliteit van de mensen op aarde en van de entiteiten die moeten manipuleren.

Dan zijn er bovendien nog andere moeilijkheden. Wij hebben zekere voorschriften. Wij kunnen iemand niet iets laten doen, wat buiten zijn eigen wil ligt. Wanneer Piet altijd fietst en je wilt Piet een keer in een taxi laten rijden, dan betekent dat dus van tevoren een opbouw die soms dagen kan duren, voordat je dat ene ogenblik krijgt, waarin je de keuze kunt beïnvloeden. Want dan heb je eerst het besef van de keuzemogelijkheid gewekt, je hebt bepaalde gevoelens te dien aanzien gewekt en je hebt de mens telkens de kans gegeven om weer te bekomen.

Het is gemakkelijk genoeg iemand in een suggestie mee te slepen – en dat gebeurt ook wel een enkele keer – maar daarmee neem je de volledige aansprakelijkheid over. Het zal u duidelijk zijn dat men er de voorkeur aan geeft om iemand zelf te laten inzien dat bepaalde mogelijkheden bestaan en dan kun je dus door eenvoudig te zeggen: Maar dat betekent dit of dat, een vrije keuze mogelijk maken, mits de suggestie juist is. Je moet niet gaan zeggen: Piet, neem maar een taxi, want het kost toch niets. Dat is onzin. Maar je kunt wel zeggen: Door de tijd die je spaart dat en dat doen. Of hij het dan doet, moet hij dan zelf weten. Dan zijn er altijd opvangers nodig.

Zoals ik u al verteld heb is onze Orde één van de groepen die deze heel vaak levert, want wanneer er een ramp gebeurt en wij zouden tegen die ramp hebben kunnen waarschuwen en wij hebben dat om de een of andere reden niet kunnen of willen doen – maar de mogelijkheid was er – dan betekent dit dat wij ook moeten zorgen dat degenen die door die ramp – die niet onze schuld is – aan onze kant komen, geen nadeel hebben van onze nalatigheid. En heel veel mensen denken dan: Een mens die overgaat, daarvoor is één geest voldoende. Maar veel van die mensen hebben een zeer sterke voorstelling van hetgeen er gaat gebeuren, sterke gebondenheden aan de wereld en dan zou het weleens kunnen zijn dat je tien of honderd entiteiten moet inzetten om één ziel de overgang gemakkelijk te maken, maar dat gebeurt.

Wij hebben op het ogenblik veel moeite om vooruit te lopen op de Wessac, omdat de Orde met een aantal inspiratieve taken bezig is. Wij hebben verschillende inspiratieve taken, vooral in China op het ogenblik en in de VS en daarnaast hebben wij een reeks van mediamieke openbaringen in Zuid‑Amerika. Dat zijn dingen waaraan wij ook werken.

Daarnaast hebben wij dan nog het gewone netwerk, waarin de Orde regelmatig spreekt vanuit de geest. Als u zich de hele opbouw voorstelt en u begrijpt hoe belangrijk de eisen kunnen zijn van een extra taak, dan kunt u ook wel begrijpen dat je wel eens een enkele keer in moeilijkheden zit met je personeel a.h.w. Want het is belangrijker te helpen het bewustzijn van de mensheid als geheel een stapje verder te brengen, dan dat je één lezing niet goed geeft. Het kan zijn dat degene die die lezingen het beste zou kunnen geven, gelijktijdig degene is, die bij een inspiratie a.h.w. doorslaggevende invloed kan uitoefenen, door afgestemdheid, kennis e.d. Dan begrijpt u dat zo’n eigen groep een beetje achterblijft, niet te veel, dat probeer je te voorkomen.

Wij zijn niet de enige groep die zo werkt. Wanneer ik de grotere gemeenschappen samentel – en nu overdrijf ik niet – dan zeg ik: Er zijn toch wel 60 à 70 groepen. Tel ik daarnaast de kleintjes mee, dan kom ik aan actieve groepen op deze wereld op het ogenblik op zo’n kleine 40.000. Elk van die groepen heeft een eigen actie, heeft een eigen instelling. Elk van die groepen werkt aan een project. Ons project is bv. de mensen te helpen zelf te denken en gelijktijdig een inzicht te geven in de mogelijkheden. Andere mensen hebben weer het project om een christelijke weg te vinden, om een bepaald esoterisch systeem te vinden, om een magische ontwikkeling mogelijk te maken. Dat verschilt enorm.

Maar elk van die groepen wil zoveel mogelijk die eigen taak blijven vervullen. En dat betekent dat er vaak heel wat geschipper is, voordat je alle taken zuiver hebt ondergebracht en verdeeld. Toch kunnen wij stellen dat de Witte Broederschap op het ogenblik instrument is voor het voorkomen van iets wat op een wereldoorlog zou kunnen uitlopen. Er zijn nog andere gevarenfactoren die nog wel even blijven bestaan, maar wij hebben al grotere oorlogshandelingen voorkomen. Wij hebben ervoor gezorgd dat bepaalde excessen niet te ver gingen. En met te ver gaan bedoelen we: uitgebreid worden. De slachtoffers komen bij ons terecht en zij hebben het dan veel beter. Dat is helemaal niet het probleem.

De broederschap, met haar planning en haar ideeën, zal vanuit menselijk standpunt vaak heel eigenaardige dingen doen. Men zal b.v. zeggen: Kijk eens, laten we op die plaats – er is toch een ramp mogelijk – nu maar een grote ramp forceren. Dat kost misschien wel 10.000 mensenlevens, maar daaronder zijn er een paar, wanneer die aan onze kant komen, dan verandert de gehele geschiedenis van dat land. Dan zegt u: Ja, dat is wel een grote prijs. Bij ons zeggen ze: Dood moeten ze toch. Wanneer daar iets mee bereikt kan worden om ze op die manier te laten sterven – we kunnen ze toch niet allemaal redden – laten we dan maar zorgen dat degenen die gaan, ook degenen zijn die het gevaarlijkst kunnen zijn. Dat zult u binnenkort ook wel kunnen zien met een paar explosies. Ik neem tenminste aan dat men die nog wil uitvoeren vóór Wessac. Ik heb tenminste zoiets gehoord.

En dan het laatste wat hierbij hoort. Er zijn veel mensen op de wereld die bewust en soms niet eens helemaal bewust, meewerken aan de taak van de Witte Broederschap. Veelal behoren ze daarnaast nog tot een andere groepering, een school, een geestelijke groep e.d. Deze mensen moet u niet zien als een soort geheime agenten. Het is niet: ingewijde 007 zorgt ervoor dat er een oorlog voorkomen wordt. Het is eerder dat zij een centrum van gedachtenkracht vormen. Daardoor is het manipuleren van een gemeenschappelijk bewustzijn mogelijk, is het kalmeren of stimuleren van bepaalde emoties mogelijk. Dit is eigenlijk het belangrijkste.

Daarnaast heb je dan de meer ingewijden die heel vaak proberen weer anderen in te wijden, d.w.z. bewust te maken van iets wat ze kunnen doen. Soms wordt daarbij eerlijk gezegd dat het gaat om de Witte Broederschap, maar heel vaak zegt men alleen: Ik zal je leren hoe je verder kunt gaan. Dan zegt men dus niet: Het is dit of dat. Zoals er bepaalde missiescholen zijn: Wij komen je wat leren. En daarachter bedoelen ze: Wij leren je ook het christendom kennen. Maar dat staat dan niet voorop.

Zo is het bij ons net zo. En deze stoffelijke medewerkers hebben wij de laatste tijd geprobeerd te verrijken met een aantal centrumgroepen of kerngroepen. Die groepen bestaan uit mensen die al dan niet regelmatig samenkomen, dat is niet zo belangrijk, en voldoende op elkaar zijn afgestemd. Door dit afgestemd zijn en door het contact dat wij bv. in bijeenkomsten of soms ook door projectie met hen hebben, zijn wij in staat hen tot een gezamenlijk denken te brengen. Het is een soort resonantiekring – afgestemd zijn – en door die afgestemde kring kun je dan bepaalde intenties vanuit de geest met betrekkelijk grote kracht brengen.

Laat ik het zo zeggen. Wanneer je om een bepaald iets hier in Den Haag te laten doordringen alleen vanuit de geest werkt, dan zal het aantal entiteiten dat daarvoor nodig is, tussen de 5000 en 15.000 liggen. Het ligt eraan wat je wilt doorzetten. Wanneer er nu een dergelijke kerngroep aanwezig is, die a.h.w. ontvanger en transformator is, dan kun je voor dezelfde actie volstaan met 500 tot 1500 entiteiten. Dus je kunt kiezen. Of je kunt een veel grotere kracht uitzenden, dan wel met minder inspanning vanuit de geest hetzelfde bereiken. Dergelijke groepen zijn niet alleen door de Orde, maar ook door andere geestelijke groepen overal gevormd.

Daarnaast heeft men inspiratief bovendien nog gewerkt bij bepaalde loge‑systemen, theosofen e.d., waar men dus ook afgestemde groepen tot stand heeft gebracht. De mensen weten zelf misschien niet eens waarvoor ze dienen maar ze worden alleen gebruikt in overeenstemming met hun eigen wezen en eigen denken en daarom is het toelaatbaar.

Wij hopen het op deze manier zo ver te brengen, dat wij – laten wij zeggen – met 15 à 20 jaar de mentaliteitsomslag die voor deze periode nodig is, voor ruim een derde van de mensheid voltooid hebben. Is dat eenmaal gebeurd, is bij een derde van de mensheid de mentaliteit veranderd, dan verandert de rest vanzelf. Maar je moet een zeker aantal – bewust geworden of veranderde mensen – hebben om daarmee in de wereld werkelijk iets te bereiken. En dan hebben wij voor sommigen ook nog wat geestelijke geluiddempers nodig, voor sommige te luid wordende kleine groepen. Die zullen waarschijnlijk na de Wessac ingezet kunnen worden. Men is het van plan, maar wij weten nog niet precies hoe het gaat.

Met dit alles hebt u een beeld gehad van alles wat de Wessac‑bijeenkomst betekent. U weet misschien dat het niet meer in Azië plaatsvindt. De naam werd oorspronkelijk ontleend aan een riviertje, maar tegenwoordig is dat alleen het voortzetten van een traditie waardoor je zegt: Het is een Wessac-bijeenkomst omdat het begrip het geheel van die samenkomst, die maatregelen, die stralingen dekt, waarover wij spraken.

Het zal u ook duidelijk zijn dat deze acties gepaard gaan met een bijzondere straling in de kosmische zin en dat daardoor vaak een aanmerkelijke versterking in de daaropvolgende periode voor een groter deel van de aarde, van gewone normale kosmische invloeden plaatsvindt. Dit kan betekenen dat in de tweede helft van mei bepaalde conflicten bijzonder scherp op de voorgrond komen, maar ook dat edelmoedigheid en zelfverloochening bij mensen optreden in veel grotere mate dan anders kenbaar wordt. Dat kunnen wij zo zonder meer zeggen.

Wat er verder gaat gebeuren en wat er komt, zullen wij u mededelen na de Wessacbijeenkomst, zodra wij daarover voldoende inlichtingen hebben. En wij zullen voor deze kring in zoverre één uitzondering maken dat wij zullen trachten ook de beslissingen van de grote raad onmiddellijk door te geven, zonder de detailbeslissingen van de raad verder af te wachten.

Loutering

Loutering, zuivering, reiniging. Iemand, die gelouterd wordt, wordt ontdaan van het overbodige. Het is geen proces van pijn en vertering. Het is een proces van het verliezen van het onbelangrijke. Alles wat in een mens leeft, is waardevol en heeft kracht en betekenis, óók in de kosmos, óók zelfs in de uiteindelijke bereiking. Maar de mens zal deze dingen vaak op onjuiste wijze zien en hanteren. Hij verbindt er denkbeelden, handelswijzen, beoordelingen aan die niet juist zijn en het zijn deze die hij moet verliezen.

De Goddelijke werkelijkheid is een objectieve wereld. Er is geen subjectieve interpretatiemogelijkheid. Hoogstens een enkele maal een subjectieve belevingsmogelijkheid. Iemand, die gelouterd wordt, is iemand, die opstijgt naar deze hogere wereld. Naar een grotere objectiviteit en naar een groter besef van en een juister werken met de waarheid. Hij moet dan veel verliezen. Hij moet zich ontdoen van vele denkbeelden omtrent zijn rechten, maar ook omtrent zijn plichten. Hij zal vele voorstellingen die hij lang gekoesterd heeft, moeten prijsgeven, zoals bv. een uitverkorenheid of de juistheid van zijn geloof. Hij zal moeten beseffen dat hij als mens in feite alléén staat, juist omdat hij één is met alles in de hoge geest. Voor de mens kan een dergelijk proces pijnlijk zijn en lijden betekenen.

Toch moeten we loutering niet zien in de zin waarin in bv. Dante dit gebruikt, wanneer hij het heeft over een louteringsberg. Het is niet een boeten voor wat je misdaan hebt. Het is een verliezen van datgene, wat niet waarlijk deel van jezelf is en wat je wel als zodanig beschouwt. Het is een proces van terugwinnen van het zuivere goud uit het amalgaam dat ontstaan is uit de vele denkbeelden, vele invloeden die niets met jezelf te maken hebben.

Hij, die volledig gelouterd is, kan het Goddelijk licht verdragen, omdat in hem geen onwaarheid bestaat. Daarom wens ik u allen toe dat u al dan niet pijnlijk uw loutering zult doormaken en in het verteren van de overbodigheden in uw wezen de Goddelijke werkelijkheid die daarin schuilt, zult leren kennen.