Spiraalwerking in de tijd

Spiraalwerking in de tijd

Als wij ons bezighouden met de werkelijkheid, dan denken wij altijd: ach, die dingen zijn allemaal een en hetzelfde. Wij leven volgens onze eigen regelmaat. Wij zoeken onze eigen wegen. Wij kijken terug naar de historie. Wij kijken misschien nog een keer vooruit naar de toekomst maar alles zal geregeld gaan. Dat geregeld gaan, is natuurlijk ten dele waar maar ook ten dele weer niet. Als je je namelijk de moeite getroost om te kijken naar het gebeuren in het verleden en naar het gebeuren in de toekomst, dan kom je tot de conclusie dat er perioden zijn van enorme historische versnellingen. Er gebeurt ineens van alles tegelijk en daarnaast weer perioden van vertragingen waardoor alles schijnt terug te vallen tot een zeer gezapig tempo waarin niets schijnt te veranderen en datgene wat er gebeurt, eigenlijk niet van groot belang is.

De mensen die in zo’n tijd leven, kunnen dat zelf niet overzien. Als je bijvoorbeeld tot de burgers uit 900 tot 1200 zout hebben gezegd dat zij zo belangrijk waren, dan hadden ze gezegd: vraag dat maar aan de Here. Want zij zagen dat voor zichzelf niet zitten. Als je tot de eerste christenen had gezegd dat zij tenslotte de hele Romeinse ordening zouden overnemen, dan hadden ze gezegd: ach kom, dat gebeurt nooit.

Wat is er in 1500 eigenlijk niet allemaal gebeurd. Denk eens aan al die waarnemingen, al die ontdekkingen, alle technische vernieuwingen die er ook al in die tijd waren. Daarna loopt het weer uit op wat sociale omwentelingen tot ongeveer 1890 en dan begint het weer langzaam te versnellen. Als je een beetje begrip hebt voor dit eigenaardig afwijkende effect, dan kun je ook begrijpen waarom het in deze werkelijkheid zo erg moeilijk is om de schijn te onderscheiden van de feiten. Want wij denken nu wel dat deze tijd steeds slechter wordt maar wordt hij slechter? Ja, vanuit ons standpunt, omdat we redelijk redeneren. Maar is dat reëel zo of is dat nu maar een veronderstelling?

Als je naar de feiten kijkt, dan zie je inderdaad een zogenaamde aflopende energiecurve. Die energiecurve loopt nu ongeveer 25 jaar waarvan 15 jaar met veranderende tendensen. Deze aflopende energie is maar een zeer korte fluctuatie want we zien dat we in de laatste eeuw een voortdurend ritme hebben gehad van ongeveer 10 jaar. Tien jaar opgang, tien jaar neergang, conflict, tien jaar opgang, tien jaar neergang. Dat ritme blijft zich herhalen. Het lijkt erop dat we terecht zijn gekomen in een tempo waarin veranderingen soms onvoorstelbaar snel plaatsvinden, maar het volgende ogenblik de zaak ineens stagneert.

Nu ben ik zo vrij te veronderstellen dat een dergelijke stagnatie en een dergelijke vooruitgang niet alleen maar iets te maken heeft met de aarde zelf. De aarde draait wel door. Ik geloof niet dat de dag- en nachtevening zoveel is veranderd in die paar duizend jaar. Maar als we gaan kijken naar de mensen, dan valt op dat de mensen qua mentaliteit een zeer sterke golfbeweging vertonen. En dat wordt interessant want dan zitten we op dit ogenblik eigenlijk met de residuen van aflopende golven.

In een aflopende golf zien we dat allerlei kleine overwegingen het werkelijke belang en de werkelijke feiten overspoelen. We zien dat er een onbewust onbegrip is omdat men niet wil veranderen. Dat zien we niet alleen bij vakbonden en regeringen. Wij zien het net zo goed in de wetenschap die tegenwoordig ook enorm aan het tegensputteren is nu er langzamerhand nieuwe uitvindingen en ontdekkingen worden gedaan. Het is gewoon een kwestie van: men wil niet. Maar als we door dat diep­tepunt heen zijn, als de mensen weer positief gaan denken en reageren, dan krijgen we juist het tegenovergestelde.

Er komt meer energie en daardoor worden alle overblijfselen van de laatste periode versneld verwerkt. Gelijktijdig zien we dat de mensen weer veel helderder gaan denken, scherper gaan reageren en dat ze daar­door eigenlijk in een enorm tempo vernieuwingen tot stand brengen en tevens, dat is het wonderlijke hierbij, vaak bepaalde morele verande­ringen ondergaan. Dit laatste moet ik nader uitleggen.

Moraal is iets dat niets te maken heeft met kosmische wetten, ook al denken de mensen dat wel. Moraal is namelijk een structuur-opzet. Je hebt een maatschappij. De moraal in die maatschappij is tevens de maat­staf volgens welke de maatschappij zich kan handhaven. Elke verandering in moraliteit betekent dan ook een aantasting van de stabiliteit van de gemeenschap. Zo is moraal dus eigenlijk een kwestie van handhaven. Als dat niet meer te doen is, dan zien we dat men op een gegeven ogen­blik alle normen loslaat. Men stelt geen nieuwe maar laat gewoon alle normen los. Het resultaat is dan gewoonlijk een periode waarin niemand meer precies weet hoe hij eraan toe is.

U heeft nu een tijdje kunnen zien waartoe dat allemaal leidt. Als jouw club niet wint, sla je de scheidsrechter in elkaar. Dat idee. Dat heeft natuurlijk niets meer te maken met werkelijkheidsbesef. Het heeft niets meer te maken met de realiteit van sport of zelfs maar normaal sociaal gedrag.

Als nu dat denken weer opkomt, als men dus weer gaat grijpen naar nieuwe waarden, dan zal men die nieuwe waarden ook moeten gebruiken, dat is duidelijk. Dat een dergelijke omwenteling ontzettend snel kan ge­beuren, kunt u zien aan het feit dat Pasteur gedurende 10 jaar werd bestreden met zijn bacterievrij maken van artsengereedschappen of in­strumenten. Maar na die 10 jaar duurde het slechts 5 jaar voordat zijn maatregelen in Engeland en Frankrijk in alle ziekenhuizen althans enigs­zins waren ingevoerd, zeker ten aanzien van operatiezalen. Als je ziet hoe snel dat is gegaan, dan kun je je ook voorstellen dat het even snel kan gaan als er maatschappelijk bepaalde dingen ver­anderen en als er geestelijk nieuwe factoren mede een rol gaan spelen.

Dan zeggen de mensen: wij worden dan weer vroom. Nou, vergeet dat maar! Vroomheid is de uiterlijke saus waarmee de mensen de innerlijke on­volmaaktheid voortdurend proberen te overgieten. Maar je kunt gieten wat je wilt, onvolmaaktheid giet je niet weg. Je moet gewoon uitgaan van het standpunt: ik heb te maken met werkelijke feiten. Ik heb te ma­ken met werkelijke krachten. Daarnaast heb ik te maken met feiteninter­pretatie en een oordeel over krachten dat niet inherent is aan de kracht zelf. Dan heb ik hier al iets gezegd over die tijd.

U zit nu al een paar jaren in de dal-spoorbaan. De zeer sociale Nederlandse gemeenschap zakt daar steeds verder onder door. Daardoor worden er steeds meer mensen kregel als ze horen dat er over solidari­teit wordt gesproken. Iedereen is solidair zolang het niets kost. Maar sla dit nu eens om en zeg tegen jezelf: wat gebeurt er in wezen?

De mensen gaan anders denken. Wat is dat anders denken? Nou, dit is erg interessant want we zien dat tegenwoordig meer en meer opkomen. Wij hebben te maken met een vorm van denken waarbij men weer meer uitgaat van het standpunt dat iemand ook nog een beetje voor zichzelf moet zorgen. En dan kan iedereen wel uitroepen: dat is toch eigenlijk niet verantwoord. Je moet toch iemand beschermen tegen toe­valligheden die hem kunnen treffen. Dat is nu eenmaal zo. Een mens moet ook een beetje voor zichzelf kunnen zorgen. Als dit nog een jaar aanhoudt (ik neem aan dat het nog wel 2 á 3 jaar aanhoudt voordat ze eruit zijn gekomen), dan is er net een zoda­nige ommekeer in denken ontstaan dat het daardoor weer noodzakelijk wordt de gemeenschap te zien als iets van jezelf en niet als iets waar­van je lid bent en de voordelen kunt genieten zonder dat je al te hoge contributie behoeft te betalen.

Een verandering van mentaliteit dus binnen 3 jaren van nu af. Het proces is al gaande maar het duurt nog 3 jaar voordat het zich heeft ontwikkeld. Dit zou impliceren dat mensen gaan zoeken naar nieuwe bronnen van kracht en leven want ze moeten iets hebben om uit te putten. En als het niet meer uit de staatsruif gaat, dan moet het ergens anders vandaan komen. Dat geldt niet alleen ten aanzien van de financiën maar het geldt vooral ook ten aanzien van zaken als levensvreugde, verantwoordelijkheidsbegrip en al dat soort zaken. Dan moeten we aannemen dat door deze korte periode en de verandering van instelling de mensen zich veel meer moeten gaan richten op de werkelijke waarden van levenskracht.

Zeker, het betekent dat het huidige rationalisme en de huidige neiging tot organisatie en overorganisatie een beetje wordt afgezwakt. Maar meer levenskracht betekent meer daadkracht en ook meer vermogen tot inzien, tot begrijpen, tot ontwikkelen van kennis. Dat is nu iets wat men op dit moment erg hard nodig heeft.

Wat u namelijk op het ogenblik heeft, is een maatschappij die wordt beheerst door haar eigen middelen van bestaan en ontwikkeling. Wij zouden ons kunnen voorstellen dat men zegt: laten wij die computer nu maar helemaal alle beslissingen laten nemen. Dat is helemaal niet zo gek want strategische computers staan er al overal, ook als u dat niet weet. Dus zou u nog veel meer worden beheerst door in feite niet‑menselijke effecten en een absoluut niet‑menselijke rede en logica.

Gelukkig gaat de mens veranderen. Hij zal daarom zijn eigen beslis­singen willen nemen, zelfs als dit hem bepaalde inspanningen gaat kosten en moeilijkheden kan bezorgen. Er komt een toenemend individua­lisme, niet in de negatieve zin van gemeenschapsverwerping maar in de zin van persoonlijke beoordeling van plaats en mogelijkheid in de gemeen­schap. Dan krijg je als gevolg daarvan toch weer enige terugval van de overorganisatie naar het particuliere initiatief.

U realiseert zich misschien niet dat de grootste ontdekkingen van de wetenschap waarmee men nu nog steeds bezig is, niet in de grote labo­ratoria tot stand zijn gekomen. Ze zijn eigenlijk allemaal begonnen bij een­voudige mensen. Amateurs, wetenschapsmensen die vaak in hun vrije tijd, in ieder geval op eigen kosten, hebben onderzocht, hebben uitgevonden. Een enkeling heeft het kunnen brengen tot het stichten van een uit­vindersfabriekje. Denk maar eens aan Thomas Alva Edison. (Alva vind ik hier zeer toepasselijk, al vroeg hij wel meer dan 10 %) Deze man heeft er een kunstje van gemaakt om zoveel mogelijk te onderzoeken en uit te vinden. Dat is heel iets anders dan in opdracht uitvinden. Dit zou een goede slagzin zijn voor vele industrieën. Aan de andere kant betekent het echter een enorme versnelling van ontwikkelingsmogelijkheid, juist omdat nu niet meer alleen commerciële belangen bepalend zijn voor het gebied waarop men onderzoekt en de pres­taties die men levert. Het is een verruiming van kennisgebied. Als ik dan zo vrij mag zijn een kleine vergelijking te maken in tijd.

Ik ben ervan overtuigd dat de periode tussen 1985 en 1995 meer ontwikkelingen te zien zal geven dan de hele periode van 1960 tot 1985. Wat gebeurt er dus hier? De tijd is een variabele. Er is geen rechtlijnigheid. Er is geen rationeel evolutionair proces. Misschien zou ’t het wel kunnen liggen aan de geaardheid van de tijd zelf. Daarvan heb ik ook nog een paar punten op mijn programma staan. De tijd zal voor een mens schijnbaar gelijk blijven, ook als voor al­les in zijn omgeving die tijd vertraagt of versnelt. Zolang je niets hebt om daaraan een verandering af te meten, neem je aan dat het ritme ge­lijk blijft.

Ik stel nu dat het tijdseffect, zoals u dat als mens beleeft, sterk wordt beïnvloed door bepaalde krachten (velden of invloeden) van bui­tenaf. Aangezien uw hele wereld gelijktijdig deel heeft aan dergelijke veranderingen, zal het u niet opvallen dat u het ene ogenblik veel sneller leeft dan het andere, maar feitelijk doet u het wel. Uw levens­ritme varieert ook.

Als we nu nog een stapje verder gaan, dan kunnen we ons voorstel­len dat, wanneer de reactiesnelheid en denksnelheid van een mens ver­anderen, zijn prestatiemogelijkheid per tijdseenheid toeneemt. Dat is nu wat er feitelijk gebeurt. Omdat je dus daadkrachtiger bent, maar gelijk­tijdig ook intelligenter, komt er een golf aanspoelen waarin alles, zeg maar, 10 % sneller verloopt. Maar die 10 % sneller betekent wel een aanmerkelijke verandering in het gehele proces waaraan de mensheid is onderworpen.

Wij hebben dat in de oudheid gezien. Wij hebben gezien hoe bepaal­de beschavingen zijn doodgelopen op hun onvermogen om afstand te doen van hun trage tempo zodat er een te grote splitsing ontstond tussen het individu en de gemeenschap. Wij zien tevens dat er hele volken zijn geweest die lange tijd kans hebben gezien om die balans voortdu­rend te volgen.

Als ik denk aan de Atlantische periode en ik realiseer mij hoe ze daar zijn begonnen, de vissers en landbouwers. Stel u niets voor van een reuze beschaving in dat begin. Het waren mensen die eigenlijk niets wisten en die zich steeds hebben aangepast aan de varianten in besefte tijdswaarde. Daardoor kwamen ze tot een aantal opmerkelijke perioden waarin de gehele samenhang sterk veranderde. Zeker, ze zijn hier en daar blijven steken. Zij hebben zich met hun gelijkhebberij eigenlijk op een gegeven ogenblik geworpen op zaken die ze niet konden beheersen. De eerste en de tweede ramp van Atlantis zijn daarvan indirect het gevolg. Maar in die tussentijd hebben ze toch maar geleerd om geweldige steden te bouwen. Ze hebben geleerd oceanen te overbruggen en hoe men allerlei producten kan gebruiken. Ik wil u eraan herinneren dat bepaalde zaken zoals o.a. het aurichalcum niet meer door de moderne wetenschap gemaakt kan worden en dat men deze goud‑koperlegering, harder dan staal, in die tijd wel kende.

Ik wil erop wijzen dat men tegenwoordig heel veel moeite heeft met de bewerking van bepaalde materialen. Dat is een van de redenen dat u zoveel met plastics doet. Die kun je gieten, vormen. In die tijd was men zelfs in staat om basalt op een eenvoudige manier te vervormen. Men kende misschien geen liften, takels en lieren zoals u ze kent maar men wist dan toch wel stenen te verplaatsen waarvan zelfs Blanchard nu een beroer­te zou krijgen.

Dus laten we goed begrijpen, ze hebben een enorme vooruitgang gekend en telkenmale zijn ze weer blijven staan. En omdat het daar theocra­tisch van structuur was, omdat er een heel sterk priesterelement was met een enorme invloed, werd die terugval elke keer weer gebruikt om de mensen te binden aan één bepaald systeem van denken. Men heeft gepro­beerd om het hen onmogelijk te maken anders te leven en anders te denken dan de hogere standen toestonden. Resultaat, de terugval was steeds groter dan de vooruitgang. Want elke vooruitgang werd teruggedraaid totdat ze paste in de doeleinden van de heersende klasse.

Dat zou in deze tijd natuurlijk ook kunnen gebeuren. Er zijn heel veel landen waarin het zou kunnen plaatsvinden op het ogenblik. Het kan ech­ter niet over de hele wereld geschieden omdat er niet meer sprake is van een beperkte cultuurbasis. Vroeger waren er meer. Maar hoe groot waren de aantallen mensen in die volken? Het waren er maar een paar mil­joen. Op het ogenblik heb je zo ontzettend veel mensen en zoveel verschil­lende beschavingskernen, verschillende beschavingsstructuren dat het niet meer mogelijk is om dat allemaal onder één noemer te brengen. Dat is niet mogelijk, zelfs niet door een belanghebbende klasse terug te schakelen.

Het is niet meer mogelijk voor een kerk om ze terug te brengen tot één dogmatisch geloof waar ze niet meer buiten kunnen en durven denken. Daar hebben we nu het belangrijke effect van de tijd. Het betekent dat de veranderingen, die in de komende tijd gaan optreden, veranderingen zullen zijn die in de wereld een groot aantal verschillen tot stand brengen.

Ik zie enorme verschillen in wetenschappelijke ontwikkelingen plot­seling optreden tussen verschillende gebieden die op dit moment schijnbaar gelijkwaardig zijn.

Ik zie dat op godsdienstig gebied de meest eigenaardige verschui­vingen plaatsvinden. Ik neem zelfs aan dat er een nieuwe christelijke gemeenschap zal ontstaan die werkelijk terug wil naar de leer van Chris­tus en niet meer naar datgene wat het Concili van Nicea in 325 heeft besloten.

Ik zie een samentrekken van begrippen waarmee men niet zozeer meer een verschil maakt tussen dit is de Boeddha en dit is Jezus, maar dat men gewoon zegt: dit is de leer, de weg die wij proberen te gaan.

Ik zie een geestelijke vooruitgang maar gelijktijdig, vanuit het huidige standpunt beschouwd, een geestelijke anarchie. Men wil zich niet meer binden. Ik voorzie een enorme versnelling hiervan. Toch moet u niet den­ken dat het allemaal moeiteloos verloopt.

Wij kennen allemaal die historische perioden en daarin de grote op­standen. De ene keer worden de Katharen verjaagd, de volgende keer wordt de koning het land uitgejaagd, om maar de Franse historie te citeren. Het is een kwestie van een volk in opstand. Ook dat moet u begrijpen.

De massa heeft een gemeenschappelijk bewustzijn. In een normale tijds­gang, zelfs in een teruglopende tijdsgang, is die massa in feite dociel d.w.z. ze heeft een gemeenschappelijk denken, één gemeenschappelijk ver­trouwen, ze zit voor een groot gedeelte in regeltjes ingepakt. Komt er nu een periode waarin dat niet zo het geval is, dan zien we dat die me­nigte losslaat, maar ze zoekt nog steeds naar regeltjes.

De regels die ze zoekt, dat moet u ook begrijpen, behoeven niet be­paald geestelijke of zuiver materieel of sociaal te zijn. Het kan alles zijn. Het kan uiteenlopen van een wanhoopsopstand van boeren (de Bund­schube indertijd) tot de grote revolutie van Frankrijk, waar iedereen zo over opschept ofschoon het ook niet veel waard was. Daarnaast kunnen we denken aan een vrijheidsoorlog, zoals na de Boston‑teaparty in de Verenigde Staten is uitgebroken. Altijd weer is de omwenteling een ontstaan van besef in de menigte waardoor ze hetgeen haar wordt opgelegd, onaan­vaardbaar vindt. Als dat geestelijk is, dan is er altijd wel een Luther om zijn artikelen ergens op een kerkdeur te spijkeren. Is het een kwestie van materiële belangen, dan is er altijd wel iemand die aanklager wil spelen en desnoods ergens de werven wil opgaan om de revolutie te pre­diken.

U zult zeggen: wat hebben wij daar nu geestelijk aan? Wel, het is erg belangrijk omdat de doorsnee‑mens niet beseft hoezeer deze vertragingen en versnellingen eigenlijk zijn ingebouwd, mentaal en geestelijk, in het gehele stoffelijke gebeuren. Hij kan meestal niet overzien wat er zich in hemzelf afspeelt. Wat zich in uzelf afspeelt, is altijd weer het geestelijk resoneren met een waarde die nog veel snel­ler gaat dan de tijd. Een waarde die eigenlijk de levenskracht zelf me­de bevat of, als u het zo wilt uitdrukken, een goddelijk ritme. Dit is het werkelijke ritme dat alles domineert.

Wanneer dan een zon ruimtelijk in een andere verhouding komt waar­door het tijdsbesef voor het gehele zonnestelsel verandert, dan maakt dat weinig uit. Zolang het geestelijk tempo gelijk blijft, zal het han­delingstempo misschien niet versnellen of vertragen maar het geeste­lijk tempo, het denktempo zelf, blijft praktisch precies gelijk. Maar stel u nu voor dat het geestelijk tempo, het levenskrachttempo, zich gaat versnellen, dan kunt u zelfs in een periode waarin de men­selijke tijd a.h.w. vertraagt, een versnelling van reactie krijgen. Dat is ook een verandering van besef.

Om deze inleiding af te sluiten, moet ik op een paar heel eigen­aardige verschijnselen van de laatste tijd wijzen. Het aantal paranormale belevingen is bijna duizendvoudig toegeno­men. Vlagen van helderziendheid, en helderhorendheid komen steeds meer voor. Geestelijke benaderingen, eigenaardige effecten, uittredingen, ze beginnen allemaal steeds meer zich te openbaren en om zich heen te grijpen. Als je daar rekening mee houdt, dan ziet het ernaar uit dat de levenskracht en de geestelijke kracht, die op het ogenblik al pro­beren de zaak in beweging te krijgen, hebben gegrepen naar wat men paranormale eigenschappen of occulte zaken noemt. Op grond daarvan moet men aannemen dat de eerste en belangrijkste ontwikkelingen en ont­dekkingen van geestelijke, van psychische aard zullen zijn. Dat zou wel eens kunnen inhouden dat er een totale verandering komt in de benade­ring van het leven.

Ik ben ervan overtuig dat wij op het ogenblik een zeer positieve fase doorlopen en niet een negatieve, zoals menigeen denkt. Zeker, de vertraging heeft haar effect gehad. Er is een economische crisis die geboren is uit dezelfde hebzucht waaruit eens de welvaart werd geboren. Maar achter de crisis zit nu de noodzaak om je te oriën­teren, om weer zelf te denken, om zelf een oordeel te vormen over wat je bent, kunt en niet kunt.

Er zit in diezelfde tendens de geestelijke kracht die steeds meer mensen gevoelig maakt voor invloeden die tot voor kort alleen van de duivel konden komen of helemaal niet bestonden. De menselijke redelijk­heid wordt aangevuld met nieuwe gegevens. De nadruk valt meer en meer op de geestelijke kwaliteiten van de mens. Dat kun je in deze dagen constateren ook als de eerste uitingen misschien een beetje twijfelach­tig zijn en lijken op krankzinnige vormen van sectarisme en bijgeloof. Maar de verschijnselen zijn er.

Dan moet volgens mij worden aangenomen dat wij ons niet slechts be­vinden in een tijd waarin. een nieuwe versnelling gaat plaatsvinden, waarin nieuwe levenskracht naar de aarde gaat toevloeien, waarin de mensen weer sneller, concreter, daadwerkelijker zullen gaan denken en een beetje uit de waanwereld stappen. Maar dat we gelijktijdig te maken krijgen met een grote geestelijke ontwikkeling in de mensen. Die zal tot gevolg hebben dat de waardering voor de materie in de menselijke maat­schappij een aanmerkelijke ommekeer, in betrekkelijk korte tijd, zal door­maken.

Het is een beetje goedkoop om nu weer over ‘Aquarius’ te spreken, toch zit het erin. Zeker, ‘Aquarius’ is maar een aanduiding. Maar als u gaat beseffen dat u het zelf moet doen, als u beseft dat er in u mogelijkheden zijn waardoor u het beter kunt doen, als u in uzelf een zekere zinrijkheid, een zekere vreugde of een zeker geluk gaat vinden dat u buiten u niet meer kunt vinden en ontdekt dat er bovendien sympatische invloeden en harmonische invloed bestaan die niet door uiter­lijkheden alleen bepaald kunnen worden, zult u dan uw benadering van sociale opzet en economische verhouding niet veranderen?

Nu lijkt het ondenkbaar dat op korte termijn de systemen van deze wereld veranderen. Maar ik zeg u, juist door die eigenaardige fluctu­atie van de tijd, door de versnelling die u nu weer tegemoet gaat, door de versterking van mogelijkheden plus de nadruk die reeds nu ligt op geestelijke ontwikkeling en mogelijkheden, zult u veranderingen zien ontstaan op deze wereld van een zodanige omvang dat ze zelfs nu bijna niet denkbaar zijn.

Met dit onderwerp heb ik u niet alleen willen wijzen op bepaalde aspecten die er bestaan van de tijd, van de eeuwigheid en al die din­gen meer. Ik wilde u ook duidelijk maken dat je op het ogenblik niet kunt kijken naar de uiterlijkheden en daarover een concreet oordeel vormen. De werkelijk belangrijke processen spelen zich nu nog sub rosa af. Niet alleen achter de schermen maar werkelijk diep in het inner­lijk van de mensen.

Zeer grote veranderingen op zeer korte termijn zijn denkbaar. Dat betekent dat je niet moet kijken naar de uiterlijkheden en je daar­door laten beïnvloeden maar dat je moet zoeken naar het enige dat je dan nog in jezelf hebt: het innerlijk weten. Dit putten, misschien zelfs uit een gemeenschappelijk bovenbewustzijn, waardoor je in staat zult zijn, ongeacht de schijnbare vertragingen en tegenslagen van deze tijd, innerlijk de krachten te ontvangen om jezelf als het ware op te laden zodat je steeds sneller, zuiverder en juister kunt denken en reageren. Alleen op die manier maak je een optimaal gebruik van je bewust­wordingsmogelijkheid op aarde en alleen op deze wijze ook zul je werke­lijk positief kunnen bijdragen tot een verdergaande ontwikkeling van de mensheid als geheel en een ontwaken van een groot gedeelte van de mens­heid voor een nieuwe en meer geestelijke wereld.

Noot:  Mogelijkheden voor de wetenschap in deze periode van versnelling
De huidige wetenschap is zeer rationeel ingesteld. Zij gaat ervan uit dat iets pas bestaat indien men kan bewijzen dat, hoe en waarom het bestaat. Dat wil zeggen dat de wetenschap zich niet voldoende re­aliseert hoe groot het aandeel is van haar stellingen die helemaal niet bewijsbaar zijn, die niets anders zijn dan werkhypothesen die men langzamerhand als een zekerheid heeft geaccepteerd.
Denk maar aan de wetten van Einstein, de afleidingen daaruit. De wetenschap probeert nog steeds terug te gaan naar het systeem, naar de bewijsbaarheid, naar het gezag van wat men de concrete kennis noemt. De uitschakeling van de innerlijke kennis waar het maar even mogelijk is en waar ze dan toch wordt gebruikt, moet alleen in verschij­ning treden binnen het erkende kader en systeem van hetgeen men weten­schap noemt.
Stel u nu voor dat dit laatste begint te verbleken, dat steeds meer mensen zeggen: Het gaat mij niet om de verklaring, het gaat mij om het fenomeen. Daar waar ik het verschijnsel erken en in het verschijnsel een zekere wetmatigheid heb ontdekt, zal ik zonder verdere theorie werken met het verschijnsel totdat mij duidelijk wordt wat mogelijk de basis daarvan kan zijn. Dan zijn we op een heel ander terrein terecht gekomen. Aan de ene kant gaat de wetenschap dan veel meer proefondervindelijk te werk dan voorheen. Zeker in deze dagen want dat is driekwart theorie.
Gelijktijdig zal ze afstand willen doen van vele beredenerings­systemen die op dit moment een apart aantal wetenschapsvormen schijnen te zijn geworden, waarbij het gaat om redeneringen die niets of zeer wei­nig met feiten te maken hebben. Op grond daarvan moeten wij veronder­stellen, dat de verrijking van de wetenschap uit vele daadwerkelijke mo­gelijkheden een aantasting zal betekenen van het gezag van vele theore­tici, totdat de theorie in feite wordt teruggebracht tot datgene wat ze behoort te zijn. En een soort karthoteek die je kunt raadplegen om te zien in welke orde van grootte datgene waarmee je werkt, eventueel zou kunnen vallen. Een indeling en niet meer een uitgangspunt.

Geloof en feiten

Geloof is iets wat nogal eens domineert in deze wereld. Er zijn mensen die geloven dat Ome Joop (Den Uyl) het precies weet. Anderen denken dat Dries (Van Agt) het weet, terwijl er ook nog weer zijn die denken dat Hans (Wiegel) toch beter is en voordeliger.

Als je dat bekijkt, is dat eigenlijk net zoiets als het geloof in God zoals sommige mensen dat hebben. Het geloof in maatschappelijke noodzaken. Het geloof in economisch onontkoombare ontwikkelingen. Geloof is iets wat zich met de feiten over het algemeen maar zeer be­perkt bezighoudt.

Ik zou nu willen proberen om een aantal feiten en veronderstel­lingen naast elkaar te zetten. In de eerste plaats gaat het de wereld op het ogenblik slecht want de huidige economie vertoont een teruglopende tendens terwijl de grondstoffenprijzen voortdurend stijgen. Dat is de stelling. Het lijkt waar te zijn. In feite moeten wij het echter als volgt stellen: Er zijn steeds meer mensen die behoefte hebben aan de producten die in de verschillende landen worden voortgebracht. Dit betekent dat steeds meer mensen meer geld nodig hebben om meer te kunnen kopen. Aangezien het geld om meer te kunnen kopen ten dele ook moet komen uit de bestaande winsten en de prijsvormingen zoals die normaal bestonden, is er een crisis ontstaan omdat er nog geen evenwicht was tussen de reële waarde der dingen en de eis van beloning die wordt gesteld.

We hebben nog meer. Men zegt dat God in de hemel zit en ons ga­deslaat. Men zegt verder dat Hij ons zal straffen voor al het kwade dat wij doen en ons zal belonen voor al datgene wat wij op aarde niet hebben gekregen. Dit is zo’n intens geloof dat een hoop mensen bereid ijn om in ellende te leven, alleen maar om het later beter te krijgen.

Wat zijn de feiten?

Indien God in zijn hemel zit en ons in het oog houdt, dan moeten wij het binnenkort zonder God stellen want als Hij naar dit zootje kijkt, dan lacht Hij zich dood. Zeker als Hij zo menselijk is als wordt voor­gesteld.

In de tweede plaats, de dingen die God zal bestraffen, zijn heel vaak de dingen welke degenen die ze verkondigen, niet passen. Het zijn echter ook zaken die inherent zijn aan het wezen van de schep­ping en van de mens. Een rechtvaardige of liefdevolle God zal niet be­straffen wat Hij Zelf als beginkapitaal aan de mens heeft meegegeven.

In de derde plaats, als je op aarde tekort komt en je bent er zelf verantwoordelijk voor, dan heb je dat zelf zo gewild en is het niet redelijk om te verwachten dat iemand je daarvoor beloont. Alleen als je alles hebt gedaan om het te krijgen en je kreeg het niet, kan ik mij voorstellen dat een liefdevolle vader zegt: Nu ja, hier heb je van mij een snoepje, dan hoef je niet meer te huilen.

Een andere stelling: De arbeiders dezer wereld zijn solidair. Een zeer opvallende stelling gezien het feit dat hun solidariteit over het algemeen niet verder gaat dan de bereidheid samen te staken als de bond de kosten draagt. Dan hoor ik zeggen dat de mensen natuurlijk voor elkaar opkomen. De praktijk wijst uit dat het tegendeel eerder het geval is. Men komt voor eenieder op zolang hij ver genoeg weg is.

Men vindt dat alles voor iedereen in orde gemaakt moet worden na­tuurlijk. Maar iemand die in de eigen buurt een afwijkend gedrag toont (of hij nu homo is of een andere huidskleur heeft), die moet liever weg­gaan al is het alleen maar omdat hij de waarde van de leefgemeenschap doet dalen.

De feiten zijn dat solidariteit een leuze is. Daar waar solidariteit in de plaats wordt gesteld van christelijke naastenliefde, heeft men in feite een uiterlijke discipline in de plaats willen stellen van een innerlijk besef. Maar waar innerlijk besef is, is solidariteit als zodanig niet meer nodig. Zij ontstaat dan spontaan op die ogenblikken dat ze noodzakelijk is. Dientengevolge is alle praten over ‘makkers, sluit de rijen’ niets anders dan prietpraat waarmee men de mensen wil verhullen dat zij eigenlijk niet alleen anderen, maar ook zichzelf, be­strijden. Wie het er niet mee eens is, mag het zeggen.

Dan hoor ik tegenwoordig ontzettend veel over het einde van de wereld. Dat vind ik ook een heerlijk onderwerp. Elke keer als mensen niet meer weten hoe ze verder moeten gaan, dreigen ze met een wereld­oorlog of met het einde van de wereld. Soms met allebei tegelijk en dan mag u zelf kiezen. Als je die mensen hoort, dan is dit onvermijdelijk. Ze hebben het gelezen bij profeten. Helderzienden hebben het gezegd. Het vloeit voort uit de gehele ecologische omwenteling van de laatste tijd, uit de ver­arming van de aarde en de toename van het bevolkingsaantal. De praktijk ligt een beetje anders.

In de eerste plaats, het einde van de wereld is heel vaak verkon­digd. Tot nu toe is het nooit gebeurd. De kans dat nu een profeet gelijk krijgt, is dus betrekkelijk klein.

In de tweede plaats, degenen die dergelijke dingen verkondigen, sluiten heel vaak zichzelf, direct of indirect, uit van deze ondergang. Dit bewijst dat ze liever de wereld zien ondergaan om meer zichzelf te zijn en in hun eigenwaarde te worden bevestigd. Geen reëel overtui­gend aanbod, meen ik.

In de derde plaats, de situatie van de oorlog. Een oorlog wordt doorgaans veroorzaakt daar waar de staatslieden de macht willen behouden en gelijktijdig intern niet meer in staat zijn hun normale geloofwaardigheid te behouden. Er is dan een vijand van buiten­af nodig.

Alles bij elkaar genomen, al deze onheilsprofeten en onheilsvoor­spellingen hebben niets te maken met feiten. Zelfs niet als ze op ecologische verstoringen en andere zaken zijn gebaseerd. Het zijn feite­lijk zinloze argumenten die worden aangevoerd om een eigen gelijk aan te tonen en door de angst die men wekt, anderen ertoe te brengen dit gelijk toe te geven.

Dan kunnen we nog spreken over de bevolkingsaanwas op de wereld die, zo men zegt, oneindig verder gaat. Toen wij een aantal jaren geleden hebben gezegd dat het bevolkingsoverschot aanmerkelijk zou dalen binnen 7 jaar, hebben ze gelachen. Op het ogenblik is het al zo­ver dat binnen afzienbare tijd moet worden gerekend met een reële daling van het bevolkingsaantal. Niet alleen in een land als Nederland maar in praktisch alle hooggeïndustrialiseerde gebieden. Gelijktijdig blijkt dat het sterftecijfer voor jeugdigen in die delen van de wereld waar men zeer kinderrijk is, nog steeds oploopt en dat de kinderrijkdom op zichzelf het middel is waardoor dan ook deze sterfte wordt bevor­derd, namelijk het doen ontstaan van grotere armoede en minder mogelijk­heden. Ik ben er dus van overtuigd dat ook dit argument niet juist is.

Ik heb hier nu een drietal punten gegeven. Ik kan er nog wel meer geven. Laten wij ons eens afvragen of het geloof van de mensen eigen­lijk niet een poging is om aan de werkelijkheid te ontkomen. Ik heb het gevoel dat dat maar al te vaak het geval is. Zeker, er is een geeste­lijke werkelijkheid. Er zijn dingen die je niet kunt zien maar je kunt deze zaken dan ook niet zodanig kennen en omschrijven dat je op grond daarvan regels en verwachtingen kunt opstellen ten aanzien van je eigen wereld.

Er zijn zoveel verschillende invloeden werkzaam die je zou kunnen ontleden als feiten (de eerste spreker heeft er een aantal van op­gesomd), dat het niet redelijk is deze zaken eenvoudig weg te vegen en daarvoor in de plaats een hypothetisch ingrijpen van een onbekende groot­heid te stellen. Indien dit het geval zou zijn, zou ik zeggen: ten aan­zien van de historie is hij tenminste een man van de klok. Je kunt er de klok op gelijk zetten wanneer hij weer voorbijkomt en even ingrijpt. Dat lijkt mij nu een beetje zonderling want ik geloof niet in een God die voortdurend heen en weer pendelt en in het voorbijgaan even de aar­de beroert. Dat zou maar een beroerde God zijn, vind ik.

U kunt zich nu afvragen, wat kun je voor positieve dingen zeggen? Ik geloof dat positief is een geloof dat zichzelf bewust blijft van zijn onbewezenheid en onbewijsbaarheid. Ik ben niet tegen het geloof per se. Integendeel, ik vind een geloof iets wat elke mens ergens nodig heeft. Als je helemaal niets hebt waarin je durft vertrouwen, waarin je jezelf durft te zijn en geven, dan blijft er niet veel over. Maar als je de scheiding blijft maken tussen de werkelijkheid en datgene waarin je gelooft, dan zul je eerst de feiten registreren en dan kijken op welke manier je volgens je innerlijk weten daarop moet reageren. Je zult het niet omdraaien en proberen alle feiten eerst aan je geloof aan te passen om dan vervolgens verwachtingen op te stellen die niet kunnen uitkomen. Neen, de hele wereld is met het geloof en met de feiten wel erg in de war.

Voor mij in de geest is het natuurlijk gemakkelijker om die dingen te overzien en uitteraard ook anders te bekijken dan de meeste mensen doen. Als ik kijk naar het innerlijke bewustzijn van de mensen in deze tijd, dan blijkt dat zeer velen van hen in feite een groei vertonen, maar dat ze dermate bang zijn voor de verschijnselen van die groei dat ze proberen deze te onderdrukken. Ik kan mij voorstellen dat iemand zegt: voor mij hoeft het niet: helderziendheid, helderhorendheid of iets der­gelijks. Want dat is, zeker zoals je nu leeft en denkt, alleen maar lastig. Maar als er mensen zijn die hele boetstonden beginnen, die op hun knieën liggen te bidden, alleen maar omdat ze denken door de duivel te worden benaderd, dan heb ik daar toch wel een beetje medelijden mee. Dan vraag ik mij af wat de duivel eigenlijk voor hen is. En dan blijkt dat de duivel alles is waarmee ze geen raad weten.

Ik zie in de wereld geestelijk zelfs vooruitgang, maar daarnaast zie ik ook grote veranderingen in denken. Mensen die eens dachten vanuit de orde, denken nu, naar zij menen, vanuit wanorde. Maar dat is niet waar want hun wanorde is eigenlijk alleen maar een poging om de orde te her­leiden tot datgene wat ze werkelijk is, een vorm van samenwerking en niet meer een gezag, iets waaraan je slaafs onderworpen moet zijn.

Ach, ik zie zoveel van die dingen die ik vanuit mijn standpunt kan billijken. Ik ben werkelijk geroerd als ik zie dat er christenen zijn die op een gegeven ogenblik zeggen: Paus, al ga je boven op de St. Pieter zitten, ik doe eerst wat ik volgens mijn geloof moet doen en dan zal ik wel eens zien of dat ook theologisch is recht te trekken. Trouwens, theo­logie is, wat dat betreft, net als geld. U weet wel, geld dat stom is enz.

De situatie, zoals ik die op het ogenblik beschouw, is voor mij ook heel aardig. Nu weet ik wel, het bestaan van kosmische krachten is niet aangetoond. Dat zal waarschijnlijk over een jaar of 15 wel enigszins aan­toonbaar zijn maar daar heeft u vandaag de dag niets aan. De kosmische invloeden die de aarde beroeren, worden door ons dan, omdat je nu eenmaal een systeem moet hanteren, in verschillende kleuren uitgedrukt. Als ik zeg, dat er op dit moment een heel sterke rood‑invloed is (d.w.z. dat drift, driftleven en onbeheerstheid vaak een hoofdrol spelen, maar dat daarnaast moed meer dan normaal voorkomt), dan zullen velen van u, op grond van de genoemde verschijnselen, aannemen dat die rood­-invloed bestaat.

Zeg ik u nu dat er een wit-invloed op komst is die zeer sterke ver­anderingen gaat brengen in denkwijzen en processen waardoor inderdaad een aantal mensen van de vlakte verdwijnen die op het ogenblik nog alles te zeggen hebben en anderen die naar de macht willen grijpen, plotseling fa­len en er toch weer iets of iemand komt die de zaak kan voortzetten, dan zegt u: dat kun je nu wel vertellen …..

Natuurlijk, ik kan het u vertellen. Deze wit‑invloed is niet meer zo ver af. In mei of in juni geloof ik wel dat we daarvan het een en ander zullen zien. Het is bovendien een heel mooie invloed, vanuit mijn stand­punt gezien, omdat ze zowel een materieel kosmische waarde bevat als ook een geestelijke waarde. Dat zeg ik weer vanuit mijn standpunt. Dit is iets wat voor u geloof is. Maar als dat, wat ik heb gezegd, uitkomt, dan is daarmee niet de juistheid van het geloof bewezen maar wel dat de conclusies die ik eraan verbind, kennelijk met de feiten in verband staan en dat lijkt mij heel belangrijk.

Alle ontwikkelingen van de hele wereld, van alle mensen en van alle geestelijke sferen kunnen wij zo mooi voorstellen als we willen, maar alleen op het ogenblik dat er een samenhang blijkt te zijn met de feiten, is er reden. om ermee door te gaan.

Magie is een heel mooi iets. Denk maar eens aan de Wicca (heksen­groepen) en de rest. Schitterende theorieën. Fantastisch! De natuurgods­diensten in alle finesses uitgelegd. Maar om eerlijk te zijn, ik vind dat je aan die uitleg niets hebt. Eén bezem die vanzelf veegt of vliegt, overtuigt mij veel meer dan 25 rituele plechtigheden en honderd lezingen over de reden waarom dat zo is. Ik vind dat de mens eigenlijk ook zo moet denken.

Wij worden geconfronteerd met heel veel zaken van geloof. Of dit nu economie, politiek, geloof, magie of wat anders is, het zijn toch de re­sultaten die tellen. Al datgene wat geen resultaten geeft of voor ons geen directe resultaten geeft, moeten wij toch vrijblijvend aanvaarden. Het is mogelijk, maar het kan ook anders zijn.

Als u zegt: wij gaan naar de Orde (nvdr: de Orde der Verdraagzamen) en die brengt ons de onomstote­lijke waarheid, dan bent u een dwaas. Want dan gelooft u wel maar u vraagt zich niet af wat de feiten zijn. Op het ogenblik dat u kunt zeg­gen: wat de Orde doet, heeft, direct of indirect, voor mij of voor mijn leven betekenis; dan kunt u zien wat die betekenis is. Is die beteke­nis goed, dan heeft u daardoor uw geloof ten dele gerechtvaardigd, maar niet uw onbeperkt en onnadenkend als juist aanvaarden van alles wat de Orde zegt. Ik weet wel, het zijn dingen die ze niet graag horen. Het is ook zo, in elk geloof mag je kankeren tegen elk ander geloof zolang je je­zelf maar ongemoeid laat. Dat is natuurlijk onzin.

Wij leven in een wereld, of het een geestelijke is of een stoffe­lijke, waarin de feiten het belangrijkst zijn. Niet datgene wat wij denken dat zal gebeuren of de verklaring die we geven voor het gebeuren, is be­langrijk maar het gebeuren zelf, voor zover dat direct voor ons kenbaar is. Als wij van die kenbaarheid durven uitgaan, zullen wij heel vaak onze denkbeelden moeten herzien. Maar het is beter onze denkbeelden te her­zien totdat ons geloof en de feiten zo één zijn dat het niet meer moge­lijk is om iets te geloven dat ook niet in de feiten wordt bevestigd, dan dat we in een geloof opstijgen tot de allerhoogste hemel terwijl wij in de praktijk op ons achterwerk ergens in de modder terecht komen. Misschien vindt u dit een wat onaangenaam betoog. Ik kan mij dat best voorstellen.

Feiten zijn er echter genoeg. De feiten van uw land bijvoorbeeld op dit ogenblik. Iedereen weet dat men anders moet gaan handelen en leven. Iedereen is bereid een ander een groot gedeelte van die last te laten dragen. Niemand is bereid om zelf de consequenties van een noodzake­lijke beslissing te aanvaarden. Maar als men die consequenties niet wil en durft aanvaarden, als men niet bereid is af te stappen van zijn ge­loof en zijn liefhebberijen, dan is de consequentie dat hetgeen wordt verteld om dergelijke mensen aan de macht te brengen en aan de macht te houden, op zichzelf niet veel meer waard dan het eerste het beste sprookje van Moeder de Gans. Als u dan een ganzenfarm wilt beginnen, het Binnenhof staat voor u open. Dat zijn dus de feiten.

Wij horen aan alle kanten het bedrijfsleven roepen dat het zo niet verder kan gaan. Maar het bedrijfsleven zelf heeft én door zijn eigen laksheid én door zijn ambtelijk denken én door zijn toegeeflijkheid om de zaak maar storingvrij te laten verlopen, zelf de situatie geschapen waar­in het nu verkeert. Dat zijn feiten.

Je kunt niet zeggen dat de vakbonden het hebben gedaan of dat de arbeiders het hebben gedaan. Het zijn de ondernemers zelf die de situa­tie hebben gecreëerd. Wanneer ze nu daarmee moeten afrekenen, kunnen ze dat niet doen door de verantwoordelijkheid aan een ander toe te ken­nen. Dan zullen ze vanuit zichzelf en volgens hun eigen mogelijkheden en middelen zo te werk moeten gaan dat verliezen worden gedeeld, maar ook dat winsten eenieder ten goede komen. En of ze dat nu leuk vin­den of niet, ze hebben het zelf veroorzaakt.

Wat het geloof betreft, ik heb u daar al veel over gezegd. Denkt u werkelijk dat het veel uitmaakt of de kerk leeg blijft of vol loopt? Als God alleen in een kerk te vinden is, dan is Hij geen God. Als God overal te vinden is, dan heeft u geen kerk nodig. Zij die kla­gen over het leeg blijven van de kerk, ontkennen de werking van de God waarin ze geloven. Want zij menen dat dit alleen volgens hun formule en in hun besloten gemeenschap zinvol is. Maar dan stel ik daar tegen­over dat de mensen die werkelijk zoeken naar geestelijke waarden in deze tijd, veel talrijker worden, al komen ze dan niet vaak in de kerk.

Ik stel daar tegenover dat steeds meer mensen zich gaan bezig­houden met praktische zaken. Oefeningen om hun eigen geest te ontwik­kelen, oefeningen om hun eigen lichaam te leren beheersen, pogingen om inzicht te krijgen in het gehele kosmische gebeuren zowel als in de eigen wereld.

Dan zeg ik u, er is op dit moment meer werkelijk geloof dan lange tijd het geval is geweest. Dat de kerken leeg blijven, is alleen maar het resultaat van een geloof dat zich heeft.ontwikkeld tot een theoretise­rende ambtenarij waarin de innerlijke mens niet meer aan het woord kan komen. Zo zie ik de feiten. U behoeft het niet met mij eens te zijn, maar het is misschien wel de moeite waard om er eens over na te denken.

En als we nu toch bezig zijn, is het ook wel de moeite waard om na te denken over de vraag of al datgene wat er vandaag de dag gebeurt, anders kan gaan indien wij bereid zijn om eindelijk ook eens een stukje verantwoordelijkheid op ons te nemen. Om zelf ook eens direct en bewust mee te werken. Dan moeten wij het niet houden op één liefhebberijtje alleen. Dan moeten wij het werkelijk houden op datgene wat wij in de ge­hele maatschappij zien en de noodzaken en behoeften die wij van de ge­hele gemeenschap kunnen kennen, te toetsen aan de feiten.

Vrienden, dat is het zo ongeveer. Het lijkt mij niet redelijk om er langer over door te zeuren. Maar als de eerste spreker vanavond u heeft willen invoeren in de eigenaardige uitdijing en inkrimping van de psychische tijd, dan mag ik toch wel zeggen dat al deze uitdijingen en inkrimpingen weinig zinvol zijn tenzij de gevolgen, de resultaten daarvan in de eigen wereld worden verwezenlijkt. Indien men op grond van die verwezenlijking en de feiten komt tot een nieuw innerlijk erkennen en ervaren waardoor men steeds meer meester wordt over zichzelf, meester wordt over de omstandigheden en zich bewust wordt van de een­heid die men vormt met het geheel.

De weg wijzen

Wie wijzen de weg? Zijn het wijzen of zijn de wijzen weg? En zijn de wegwijzers de onwijzen die wegen wijzen die er niet zijn, omdat zij de wegen niet willen nemen die de wijzen gaan?

Als je de weg wilt wijzen aan een ander, dan moet je eerst in staat zijn zelf de weg te vinden en te gaan.

Het is dwaas om ergens te gaan staan en tegen iedereen te roe­pen: “Dit is de juiste weg”, als je niet eens weet wat er aan het einde van die weg ligt.

Zeker, er zijn wegwijzers geweest op deze wereld. Ik denk aan Jezus die de weg heeft willen wijzen naar de werkelijke, innerlijke en vrije verbondenheid met alle dingen waardoor je kunt komen tot de werkelijke bewustwording, de werkelijke kracht. Maar wie volgt die weg? Men heeft daar heel snel een paar bordjes voor gezet met ‘omleiding’.

Als ik kijk naar de Boeddha en zijn onthechting, dan weet ik dat hij de waan terzijde wilde zetten. Het is een weg en je zou hem kunnen gaan. Maar de mensen hebben gezegd: Het is panoramisch mooier als we een omweg kiezen en dat doen ze dan ook getrouwe­lijk.

Wij moeten begrijpen dat de wegwijzers alleen degenen kunnen zijn die een weg zijn gegaan. En dat het alleen zin heeft om hun aan­wijzingen te volgen en hen tot onze wegwijzers te benoemen indien we bereid zijn die weg zelf te volgen, ook als wij dan misschien nog niet precies weten waar we tenslotte terecht komen.

Wijs niet de weg aan anderen, als je zelf niet weet waarheen hij voert. En als een ander je de weg wijst, probeer eerst te zien of hij weet wat die weg betekent.

Alleen op deze manier kunnen wij komen tot een begrip waar­door het ons eindelijk mogelijk zal worden om onze eigen wegen te gaan en onze eigen weg te kiezen in het bewustzijn tenminste van de richting waarin wij ons bewegen.

Daarmee zijn wij gekomen aan het einde van de bijeenkomst. Wij hebben allemaal ons best gedaan om de boot zoveel mogelijk in het midden te houden. Ik hoop dat u daarvoor begrip zult hebben.