Spiritisme en spiritualisme

uit de cursus ‘God in verschillende gedaanten’ 1985-1986

Spiritisme en spiritualisme

U weet allen dat er geloofs- en beginselverklaringen zijn ook voor deze stichtingen. Een daarvan zegt dat we overgaan en daar aankomen zoals we op aarde zijn geweest etc.

Het is eigenlijk opvallend dat men aan de ene kant wel een tamelijk juist denkbeeld heeft over het proces dat zich tijdens en na de dood afspeelt. Aan de andere kant zien we ook een gek verschijnsel zolang je leeft, luisteren ze niet naar je. Zodra je dood bent en kunt doorkomen, luisteren ze naar je of je woord een evangelie is. Met andere woorden elke uil die sterft wordt een valk. Dat is natuurlijk niet waar. Misschien zoeken de mensen dan in de geest toch een soort plaatsvervanging voor alle goden, engeltjes en weet ik wat nog meer waarmee ze zich vroeger hebben beziggehouden.

Wat zijn eigenlijk de feiten?

Het spiritisme heeft natuurlijk veel langer bestaan dan in de huidige vorm, dat begrijpt u ook wel. Soms werkend onder bedwelming. Pythia bv. was bedwelmd door dampen waar wat zwavel maar vooral veel ozon in zat. Ze verkeerde dus in een roes. Zo waren er meer. Zij gaven dan allerlei orakels door. Een medicijnman van de indianen danste zichzelf in een soort trance en deed dan vaak uitspraken die niet helemaal van hemzelf waren. Zo zou ik vele voorbeelden kunnen geven. Het is dus zeker niet alleen een kwestie dat het paranormale pas in het spiritisme tot uiting komt. Het was er vroeger ook, alleen wordt het ingedeeld bij andere dingen.

Helderziendheid hoorde thuis bij goddelijke visioenen, Theresa van Avila bv. Aan de andere kant had je de wonderen die in kerken plaatsvonden. Als ze daarbuiten gebeurden, dan was het hekserij, dan kwam het van de duivel.

In het spiritisme hebben we te maken met het samenvallen van de mogelijkheid tot bedrog en tot manifestatie van het paranormale. Er zijn in het begin klopgeesten geweest. Dat was zo’n beetje wel het begin. Maar als die klopgeesten niet kwamen, dan waren er ook dames die met een knakkertje (een voorwerp dat je met je tenen kunt bewegen en dat dan klikt) kwamen. En dan met lenige tenen uitspelden wat een geest zou moeten zeggen die er niet was.

Er zijn manifestaties geweest van telekinese zoals in vele kabinet zittingen. Er zijn demonstraties geweest van levitatie van o.a. Home, één van de bekende figuren. Er zijn allerlei manifestaties geweest waarvan je moet zeggen: Ik weet eigenlijk niet wat het is geweest. Het is een mixture zoals bij Eusapia Palladino. Al die verschijnselen samen hebben geleid tot een ander begrip voor het bestaan na de dood. Toen dat begrip voldoende gevestigd kon worden, viel het experimentele karakter, dat het spiritisme toch eigenlijk kenmerkt, meer en meer weg en werd het een beetje kerkser, spiritualisme. Zonder spiritualiën maar heel vaak toch met enige roes en geestvervoering als een geest voorgaf te zijn wat hij niet was en zei wat hij niet meende. Zo komt men langzaam maar zeker tot de meer moderne vorm.

Nog altijd denkt ment: het is alleen de geest die het voor het zeggen heeft. Dat is natuurlijk onzin. Per slot van rekening, als een trompettist probeert gitaar te spelen, al heeft zo’n instrument nooit in handen gehad, dan komt er een kakafonie uit. Als iemand, die een medium wil hanteren geen rekening houdt met de eigen kwaliteiten van zo’n medium, dan wordt het heel moeilijk om er nog iets goeds uit te krijgen. Er is altijd een samenwerking nodig. Je maakt gebruik van de bewustzijnsinhoud en tot op zekere hoogte van het associatievermogen dat een medium heeft.

Ik praat nu even vanuit geestelijk standpunt. Dat wil zeggen, dat de persoonlijkheid van een medium heel sterk bepalend is voor datgene wat via dat medium doorkomt en wat er mogelijk is via dat medium.

Er zijn mensen die heel veel gaven hebben, die bv. trillingen kunnen aflezen die zich aan voorwerpen hechten, die helderziend kunnen waarnemen, die in staat zijn in de tijd terug of vooruit te gaan en daarnaast ook medium zijn. Maar ook als zo iemand doorgeeft wat hij op een andere plaats waarneemt, dan kijkt hij naar de dingen die voor het medium gewoon zijn. Dus dat hele stelsel is eigenlijk een mengsel geworden van de karakteristieken van mediums en daarnaast het gebruik dat van die karakteristieken werd gemaakt door entiteiten.

Het zal u duidelijk zijn dat we dan nooit mogen uitgaan van een absoluut gezag. Alleen is het jammer dat heel veel mediums juist behoefte hebben aan dat absolute gezag. Wij hebben hier toevallig te maken met een medium dat het helemaal niet erg vindt als alles een beetje betrekkelijk wordt gesteld. Maar als dit medium dat erg zou vinden, dan zal er een onbewuste remming gaan optreden op elk moment dat je dat duidelijk wilt maken. Je kunt dat hoogstens nog een beetje impliceren, maar naar implicaties luisteren de toehoorders meestal slecht.

Dat je daarnaast nog te maken hebt met allerlei andere factoren vergeten de mensen ook. Om een voorbeeld te geven: Wanneer wij hier een lezing houden dan is tussen de 10 en 30 % van het gesprokene direct of indirect het gevolg van telepathisch aflezen van de aanwezigen. Er is een wisselwerking tussen de mensen die luisteren en datgene wat wordt gezegd. Het betekent, dat de veronderstelling dat die geest het allemaal veel beter weet eigenlijk een beetje onredelijk is.

Nu weet ik wel dat het hele spiritualisme en het occultisme in zijn vormen onredelijk zijn. Maar het onredelijk bestaat dan uit het feit dat het niet behoort tot de bewijsbaarheden zoals men die op het ogenblik hanteert. Op zichzelf zijn het verschijnselen die constateerbaar zijn, alleen de uitleg staat niet vast. Als wij echter uitgaan van het standpunt dat deze dingen waarheid zijn zonder meer, dan komen we in moeilijkheden. Daarom vinden wij het bij de Orde erg prettig dat we lange tijd hebben kunnen werken met een medium waar dat niet noodzakelijk was.

Het is niet alleen de kwestie dat wij zeggen: Wij zijn niet alwetend en onfeilbaar. Dat kan iedereen die goed luistert zelf merken. Het is vooral dat wij daarbij zeggen. Denk zelf na. U bent de beoordelaar, niet iemand anders. Wij brengen geen absolute waarheid. Dat kunnen wij ook niet. Een absolute waarheid vanuit onze wereld is in uw wereld niet uitdrukbaar.

Je vraagt je dan af waarom zoveel mensen zich toch vastklampen aan dat beeld van de geest die nu bewust is, want hij komt door en dus weet hij veel meer dan een mens.

Ik ben geneigd om hier een parallel te trekken met bepaalde vormen van voorouderverering. Want ook daar zien we dat men in moeilijkheden zit. Men gaat dan naar de één of andere tovenaar toe die zijn reukwerken brandt, misschien ook nog als een krankzinnige zit te schudden en dan ineens met een andere stem begint te vertellen: Ik ben generaal Tjio Tji en ik weet precies hoe je dat moet oplossen. Het zit zo. Of men zegt: Geachte voorouders, uw nakomelingen hebben uw bescherming nodig. En er dan op rekent dat je met weinig steekgeld toch een gunstige beslissing krijgt van autoriteiten. Dit kwam in China veel voor. Niet dat steekgeld elders niet gebruikelijk is, alleen heten ze daar meestal anders, reiskosten of iets dergelijks.

Dus als ik het zo bekijk, als een mens op een gegeven ogenblik zelf niet zeker is, dan zoekt hij een bevestiging. Ten slotte zijn geesten, geesten van overgeganen. Ze zijn van ons. Ze horen erbij. Zij hebben het zelf doorgemaakt. Daar moet je toch begrip voor hebben. Als zij dat zeggen, dan houden ze rekening met ons. Zoals je dat in de voorouderverering ook aantreft. Het kan wel eens misgaan dat kennen we overal.

Op Java, op Dali, meestal in de hindoestreken, vind je nog allerlei mediums die, als er in de familie moeilijkheden zijn, even betovergrootmoeder laten doorkomen die dan precies vertelt waarom dochter A. niet mag trouwen met zoon C. van die en die. Of waarom dat wel mag, maar alleen op een bepaalde tijd. Dat is natuurlijk erg tragisch. Maar als die tijd nu erg kort is en de mensen kunnen de bruidsschat en het feest niet betalen, dan is de bruid ineens overtijd. Dat is ook niet leuk. Ook daar dus weer, wij kunnen het zelf niet oplossen. Wij vragen het aan iemand die dood is, want die weet het beter.

Er zijn bij ons heus entiteiten die aardig wat weten. Wij hebben een samenwerkingssysteem opgebouwd waardoor we over heel veel dingen heel verstandig kunnen praten. Maar wat we geven is altijd alleen maar een idee.

In het spiritualisme heb je niet te maken met absolute zekerheden. Dat moet u goed begrijpen. Als een geest vertelt hoe het hem is vergaan bij zijn sterven en na de dood, dan is dat een persoonlijke momentopname. U zult toch niet aan de hand van een momentopname van Reagan willen beslissen wat de aard is van die opvolger van Mao. Dat zoudt u krankzinnig vinden. Maar dat doet men in het spiritisme en het spiritualisme in deze tijd nog wel.

Dan vraag je je af: Zijn daar regels voor? Ze hebben gezegd: In deze cursus mogen we ook een beetje praktisch zijn. Een beetje wel maar als we te praktisch worden, dan is dat ook niet mooi meer. Als je mensen dingen vertelt die ze niet begrijpen, dan vinden ze het mooi omdat ze denken dat ze er iets van begrijpen en daardoor het feit, dat ze er niets van hebben begrepen in hun oordeel (het was toch heel mooi) kunnen verbergen.

Elk mens is een individu d.w.z. hij heeft een eigen voorgeschiedenis, een eigen oriëntatie, een aantal levenservaringen, een eigen geloof, eigen emoties en die zijn nooit 100 % vergelijkbaar met die van anderen. Heel kleine verschillen kunnen echter heel grote gevolgen hebben.

Iemand die schiet en een afwijking heeft van 110 millimeter, terwijl hij schiet op een afstand van 100 meter, komt een aardig eind van de roos af. Vergelijkbaar is de afstand tussen ons en u toch nog iets groter dan dat. Dus elke ervaring is een specifiek persoonlijke. Elke ervaring van werelden na de dood is in wezen een persoonlijke beleving. Nu kun je wel zeggen: Wij kunnen een gemiddelde maken in zo’n kansberekeningsspel, zo’n spel van statistieken. Zomerland is dan wel ongeveer zo en zo, maar je kunt het nooit met zekerheid zeggen.

Ik ben bang, dat je juist in het spiritualisme zoveel mensen hebt, die toch eigenlijk daarin een vervanging zoeken voor een kerk, die geconfronteerd worden met een aanvaarding die eigenlijk niet terecht is. Zij begrijpen niet dat je gewoon het fenomeen moet zien voor wat het is.

Ik had het daarnet over Eusapia Palladino. Zij liet o.a. tamboerijnen rammelen en zweven en dat bij open kabinet. Dat was iets heel bijzonders. Meestal gebeurde dat achter gesloten gordijnen. Als je dan een beetje handig was en een beetje lenig, dan was je vastgebonden en rammelde je met de voeten. Ze zei tut tut in plaats van dat je op een toetertje blies en dan vonden de mensen dat al heel mooi. Palladino liet werkelijk zien dat de tamboerijn zweefde, dat ze geluid gaf. Dan zeggen de mensen: Het zijn geesten die het doen. Maar toevallig waren die demonstraties van haar zuiver telekinese d.w.z. uitstulpingen van een soort plasma uit haar lichaam, voor de meeste mensen niet zichtbaar, waarmee ze voorwerpen kon bewegen en verplaatsen. U ziet hoe gauw een vergissing is gemaakt.

Het spiritisme is eigenlijk heel oud. In zijn oervormen kunnen wij het zelfs terugvinden bij zeer primitieve mensen zelfs voor homo sapiens. Daar bestaan al krachten van doden, zegt men dan misschien, die iets te vertellen hebben. Paranormale fenomenen zijn de hele historie door te constateren, ook als de oorzaak daarvan anders wordt beschreven dan in deze tijd.

Laten we dan reëel zijn. Laten we zeggen: Goed, spiritisme, spiritualisme, het is prima zolang ik kan uitgaan van mijn denken, mijn reageren. Als ik fenomenen zie, dan kunnen die door de geest zijn veroorzaakt, maar ik weet het niet zeker. Ik kan echter het fenomeen constateren.

Ik weet dat er heel veel krachten zijn die werken. Iemand kan genezende kracht uitstralen. Als hij nu toevallig extra energie krijgt, komt die dan uit de geest? Het kan. Het kan net zo goed zijn dat de lucht bijzonder ozonrijk is en dat daardoor de innerlijke spanningsmogelijkheid van die mens aanmerkelijk oploopt. Laten we ons niet vastleggen op zekerheden. Laten we uitgaan van datgene wat we kunnen beleven, wat we kunnen zien, kunnen interpreteren, waarmee we te maken hebben.

Als u naar mij luistert, zeg niet: Dat is een geest, dus die weet het. Zeg; Ik weet niet precies wat het is. Het was interessant. Op die manier komt u verder.

Wat op het ogenblik nog een kerkelijk karakter heeft, moet zich ontwikkelen tot een voortdurend vrij denken van de mens waarbij men echter ook fenomenen aanvaardt die niet binnen het redelijk kader vallen, zolang ze maar kenbaar zijn. Dan zou het spiritualisme wel eens de basis kunnen vormen voor alle godsdienstigheid en zelfs voor een deel van de wetenschappelijke benadering van de toekomst. Want als de wetenschap verdergaat op het ingeslagen pad, dan komen er omwentelingen die nog veel groter zijn dan Einstein eens in de wetenschap teweeg heeft gebracht met o.a. zijn relativiteitsleer. Bij die omwentelingen zal men dan ongetwijfeld moeten gaan in de richting van wat men nu nog mystiek noemt.

Zoals bv. Jung. Jung in zijn benadering van de menselijke psyche komt in zijn laatste levensjaren tot zijn beste ontdekkingen, tot iets wat mystiek is. Het is geen wetenschap meer volgens de huidige norm. De mystiek zal toenemen. Maar die mystiek is gekoppeld aan de onbevooroordeelde waarneming, van fenomenen en een erkenning dat er een leven is na de dood. Dat mag ik zeggen omdat daarvoor, al wordt het niet algemeen aanvaard, toch wel een aantal wetenschappelijke bewijzen bestaan. Zoals van reïncarnatie is aangetoond, ook volgens de moderne wetenschappelijke normen, dat ze tenminste een grote waarschijnlijkheid is.

Laten we vandaaruit verder gaan. Dan komen wij tot een wereldbeleving waarbij we niet meer uitgaan van de gezaghebbende stem van de doden of van iets anders, maar uitgaan van een voortdurende wisselwerking tussen ons en datgene, wat wij niet helemaal kennen, wat we nog niet zijn. En uit die wisselwerking kan dan de bewuste mens groeien. Want de ideale oplossing van alle spiritisme en spiritualisme ligt in de bewustwording van de mens waarbij zijn gevoeligheid zozeer vrijkomt van dogmata, van beperktheden dat hij de wereld van het hiernamaals gaat beleven als een deel van zijn eigen wereld. En zelfs dan blijft toch nog alles sterk gebonden aan persoonlijke beleving en persoonlijke interpretatie.

Daarom ben ik zo vrij te zeggen: Spiritisme en spiritualisme hebben reeds lang bestaan. Ze zijn een benadering van iets wat nog moet komen, maar op zichzelf zijn ze zeker niet de gezaghebbende vorm die velen erin zoeken.

Laten we daarom deze dingen maar aanvaarden voor wat ze zijn, een mogelijkheid om kennis te nemen van nieuwe gedachten, nieuwe verschijnselen, nieuwe mogelijkheden. Dan komt er een ogenblik dat we de magie, het spiritisme, het spiritualisme en al die andere vormen van occultisme niet meer nodig hebben, omdat hetgeen ze nu mogelijk maken door onze aanvaarding dan een vanzelfsprekend deel is geworden van het dagelijks leven, ook van de mensen.

  • De wetenschap wordt die geïnspireerd door wat er in de geesten­wereld leeft? Waar ontmoeten die elkaar?

Deze kunnen elkaar ontmoeten in de processen die wij inspiratief noemen, maar die sommige wetenschapsmensen intuïtief noemen. U moet goed begrijpen, de topwetenschappers van deze tijd zijn vergroeid met een realiteitsopvatting die wordt be­paald door in feite zintuiglijke waarneembaarheid en herhaalbare con­stateerbaarheid. En juist in geestelijke fenomenen zijn die dingen niet aanwezig. Daardoor blijven ze, althans voorlopig, ten aanzien van dit alles begrensd. Pas als ze op hun eigen gebied op een punt komen waar­door het niet meer mogelijk is die aan te tonen, beginnen zij te veron­derstellen. En als ze daar dan fenomenen bij betrekken waarvan geen di­recte samenhang kan worden vastgesteld, kunnen wij spreken van een vorm van mysticisme. Dit vinden wij bij de betere wetenschappers in deze tijd in toenemende mate.

  • Is dat manifest in de taal over de psychics?

Ik ken het manifest niet.

  • Een geschrift over de oerbestanddelen van de stof

Dat is een mooi verhaal en niet eens onjuist. Ik wil u wijzen op hetgeen wij in 1957 te dien aanzien al hebben gezegd namelijk alles is energie. De werveling van de energie wordt bepaald door onderlinge bindingen plus werveling. Nu zijn we heel wat verder en hier en daar begint de wetenschap erover na te denken of het misschien zo zou kunnen zijn. U kunt zeggen dat wij onze tijd voor­uit waren, maar dat is ook niet waar. Wij gingen gewoon uit van datgene wat wij in onze eigen wereld meenden te constateren.

40 jaar humanisme

Is dat wel waar? Is het humanisme niet het zien van de mens als mens? Zolang de mens de medemens niet kan zien als mens, kan hij zelf niet mens zijn. Zo wordt het al duidelijk dat het humanisme veel verder teruggrijpt dan men denkt. Dan denk ik niet alleen aan de grote filosofen als Spinoza en andere humanisten, Augustinus heeft er ook wat van weg gehad.

Ik denk gewoon aan de wijze waarop een mens beseft dat je om mens te zijn de gelijkwaardigheid van je medemens moet aanvaarden. Dat je om vrij te zijn moet beginnen de vrijheid van je medemens mogelijk te maken.

Als u zegt. Veertig jaren. Ach zeker, het is een beweging en die is veertig jaren oud. Maar zelfs in die beweging zijn niet alle humanisten even humanistisch gezind. Want juist het erkennen van de ander als je gelijke, de verdraagzaamheid, maar daarnaast ook het vanuit jezelf het de ander mogelijk maken om volgens je beste begrip en opvatting een vrij mens te zijn, is het meest belangrijke.

Als ik daaraan denk, dan vind ik toch ook in de bijbel een zeer humanistisch principe terug. Heb uw naaste lief gelijk uzelf en God boven alle dingen.

Maar wat is God? Dat weten we niet. Wie is onze naaste? De mens met wie je te maken hebt. Laten we die dan aanvaarden zoals hij is. Laten we hem verdragen ook al zijn wij er niet altijd mee eens. Laten wij hem de vrijheden gunnen, die wij voor onszelf niet willen of durven nemen, maar die wij die ander dan toch toestaan.

Laten wij de moed hebben om zelf vrij te zijn. Niet vrij om anderen te misbruiken en te redigeren, maar om onszelf te uiten zoals wij zijn.

Werkelijk humanisme is eenvoudig verdraagzaamheid, respect voor de medemens. Laten we hopen, dat dat niet bij veertig jaren blijft. Dat alle eeuwen in het verleden en alle ontwikkelingen in die richting niet één, twee, drie teniet worden gedaan door mensen, die zo nodig anderen moeten vertellen hoe ze moeten leven, hoe ze moeten denken, hoe ze moeten geloven.

Laten wij hopen, dat het begrip voor de waardigheid van elke mens de menswaardigheid van het bestaan mogelijk maakt. En dat het respect voor de ander in zijn wezen, in zijn denken en zijn vrijheid voert tot een aanvaarding van de mensheid en zo tot een bewustwording, die geestelijk een grotere harmonie mogelijk maakt en daardoor een ruimer begrip schept zelfs als je nog een keer zou moeten incarneren.