Spoken

Spoken

Wat is een spook? Een spook is over het algemeen iemand, die niet weet waar hij is of een nozem uit de geest, die de mensen komt plagen.

Spoken treden op in ruimten waar zij de kans hebben om de juiste energie bij elkaar te halen. Die energie kun je halen bij de mensen. Dat zijn dan de gemeenste spoken. Dezen halen de zenuwenergie van de mens weg en gaan daarmee ergens anders een vertoning geven. Dergelijke spoken zijn over het algemeen klagelijke figuren die wenend of ratelend door lege gangen plegen te schrijden. En als het hen niet lukt de ener­gie te onttrekken, dan krijgen ze er de pest in en gooien nog een paar dingen kapot ook. Dergelijke geesten komen niet zo erg veel voor. De doorsnee spoken zijn eigenlijk huis-, tuin- en keukenspoken.

Als u een huisspook heeft, is het heel vaak iemand die in uw huis heeft geleefd. Hij vindt het er nog steeds gezellig en hij vindt het al­leen niet prettig dat u alles verandert. Dientengevolge zal zo een enti­teit zich soms wel eens even kenbaar maken. Als bijvoorbeeld het behang hem niet bevalt, dan probeert hij om met kloppen of op een andere manier duidelijk te maken dat hij dat liever niet heeft.

Wat is nu de ellende met zo een geest? Hij zou de kans hebben om vrij en prettig in de geestelijke sferen te leven, maar hij zegt, dan moet ik mijn huis achterlaten. Heel vaak zijn het oude dames, maar evengoed ook oude heren die het geestrijke verkozen boven de geest. Die hebben dan de neiging om in de omgeving te blijven waar zij vertoefden en daar zo­veel mogelijk te profiteren van de mogelijkheden die ze vinden. Die mogelijkheden zijn soms niet zo erg groot. Deze entiteiten onderscheiden zich dus van geesten die zich manifesteren in die zin, dat een geest zich meestal tot een bepaalde persoon wendt.

Het kan zijn dat uw grootvader bij u op bezoek komt en dat u hem op een gegeven moment in een stoel ziet zitten. Maar dat is geen spook, dat is een geest die op visite komt. Maar als u nu plotseling een non ziet rondwaren door uw huis terwijl u een hekel aan nonnen heeft, dan moet u maar denken, dat is een spook die verdwaald is zeker. En als u dan gekraak of geklop hoort, dan is het beleefd om te vragen: Hoor, wie klopt daar, kinderen. Want het is natuurlijk mogelijk dat zo een arme geest een idee heeft waarvan hij niet af kan komen.

Een spook kan het gevoel hebben dat hij iets op aarde moet afhande­len. Dat zijn soms de meest krankzinnige dingen. Ik ken zelfs iemand die een hele tijd heeft gespookt, omdat hij vergeten had de grasmaai­machine terug te brengen die hij van de buurman had geleend. Dit is een tamelijk recent geval. Hij had de ellende dat zijn weduwe het huis on­middellijk had verlaten. Het heeft toen een hele tijd geduurd voordat de bewoners begrepen dat de machine iets was wat niet bij de inboedel hoorde. Maar het is die geest gelukt dat kenbaar te maken. Daarna voel­de hij zich vrij en is inderdaad, nou ja niet helemaal, in het licht geko­men, maar in de schemering dan toch wel.

Als u te maken heeft met geesten, die verborgen testamenten willen aanwijzen, die hun schatten nog een keer willen terugzien die ze begra­ven hebben en al dergelijke dingen meer, dan zijn al deze persoonlijkheden op zichzelf ongevaarlijk. Een spook is over het algemeen alleen dan gevaarlijk, indien het uit haat is opgebouwd en als het op aarde is ge­bleven om met iemand af te rekenen. Een geest, die uit haat achter­blijft, probeert vaak beslag te leggen op een bepaald gedeelte van een pand. En vanaf dat ogenblik is het of daar een druk en een bedompte sfeer hangt. Is dat het geval, probeer dan zo een spook uit te bannen. Dat kunt u op verschillende manieren doen. Want blijft zo een spook daar, dan zal het proberen uw energie aan u te onttrekken totdat hij zoveel macht heeft dat hij iemand bijvoorbeeld op de trap de nek kan laten breken. Dergelijke lieve jongens kunnen het soms zover brengen dat ze iedereen, die in zo een pand komt, eruit jagen of zelfs doden. Hartverlammingen e.d. zijn dan de medische verklaringen, maar die mensen zijn gewoon ge­storven aan een onnoemelijk angst voor iets wat ze niet helemaal konden begrijpen. Dat komt tegenwoordig gelukkig niet zoveel voor omdat er steeds minder mensen zijn die aan spoken geloven.

Ik heb kort geleden een geschiedenis gehoord waarmee ik mij wel heb geamuseerd. Er was namelijk iemand die wijn had weggesloten in een extra wijnkeldertje, vermoedelijk omdat zijn vrouw het niet goed vond dat hij extra wijn had. De man (de geest) vond het zonde dat daar zijn rode Beaujolais van 1901 lag te rotten. Dientengevolge heeft hij dus gepro­beerd om iemand naar die kelder te lokken en hem zover te krijgen dat die wijn naar boven kwam. Dat heeft geduurd tot, naar ik meen, 1971. Toen hebben ze de wijn inderdaad gevonden. Iemand ging achter die kermende geest aan, ontdekte dat er in de kelder een steen was met een ring eraan en dacht, misschien betekent dat wat, want wat doet dat hier in zo een betrekkelijk nieuw huis. (Het was een huis van ongeveer 1860, de man had het zelf laten bouwen). Toen vonden ze daar die flessen. Ze hebben die eerst heel voorzichtig bekeken en er daarna een van geprobeerd. Toen is die geest onmiddellijk naar onze sfeer gekomen, na­dat hij had ontdekt hoe ontzettend zuur die wijn was geworden. U ziet het, het is vaak krankzinnige, om het heel eenvoudig en kort te zeggen.

Deze soort spoken willen met alle geweld iets bereiken. Wilt u van een dergelijke entiteit worden verlost, vraag dan wat hij wil. Denk niet dat hij het onmiddellijk zegt, want hij kan zich moeilijk aan u en uw we­reld aanpassen, al denkt hij wel dat dat onmiddellijk gaat. Het gevolg is dat hij meestal verdwijnt, terugkomt, verdwijnt, terugkomt. Vraag elke keer weer: wat wil je? Dan komt er wel een ogenblik dat hij iets heeft bedacht en u door gebaren, soms door iets te schrijven, soms door de een of andere projectie, een enkele keer door middel van de directe taal duidelijk maakt wat er aan de hand is. En dan denkt u waarschijn­lijk, wat is dat onbenullig. Knap dat nu maar op, want u zit misschien zelf ook eens aan onbenulligheden vast en u zou later ook blij zijn als dat voor u werd opgelost.

Dan hebben we nog een soort spoken, dat zijn wat ik de nozems noemde, de kwajongens, de Hells Angels, al zijn ze niet gemotori­seerd. Deze hebben de neiging om, alleen maar om de aandacht te trekken, iets kapot te maken. Hoe moet u die entiteiten begrijpen. Ze hebben niet de mogelijkheid om zonder meer in het licht terecht te komen, anders zouden ze het niet doen. Aan de andere kant hebben ze voldoende energie om zich te manifesteren. Hun manifestatie is vaak een poging om een erkenning van hun aanwezigheid af te dwingen. Heeft u met dat verschijnsel te maken, zeg dan: ik weet dat je er bent. Als je nu wat te vertellen hebt, doe dat dan gewoon, want het interesseert mij erg. U zult met verbazing zien dat dan dergelijke baldadighe­den betrekkelijk snel over gaan. Denk overigens niet dat alle ruiten die breken noodzakelijkerwijze moeten veroorzaakt zijn door dergelijke en­titeiten. Want over het algemeen zijn er stoffelijke elementen genoeg die ruiten ingooien zo nu en dan.

Onthoudt u verder dat sommige geesten de behoefte hebben om te preken. Daar behoeft u niet naar te luisteren. Laat ze hun gang maar gaan, want als ze door hun voorraad schijnvroomheid heen zijn, komt soms een bood­schap die wel de moeite waard is. Dergelijke geesten zullen zich vaak manifesteren door iemand die mediamiek begaafd is. Als iemand een be­paalde mediamieke begaafdheid heeft, en dat kan zijn: zien, horen, schrij­ven, lichte transtoestand, inspiratie, diep-trance enz., en dan zal zo’n entiteit proberen daarvan gebruik te maken. Dat is op zichzelf helemaal niet erg, als je weet waarmee je te doen hebt. Maar nu merkt zo een geest op een gegeven ogenblik dat dat niet helemaal prettig zit, want de men­sen zeggen: wat heb ik aan dat gezemel. Hij heeft dan de keuze. Hij kan u telepathisch aflezen en zegt: hier is tante Anna. En dan verwacht hij niet dat u zult zeggen, ziet gij nog niets komen? of, hier is opa, hier is moeder, hoe gaat het met je? Zo een entiteit speelt gewoon komedie alleen maar om gehoor te krijgen. Anderen zoeken het nog hoger. Ik heb er een gekend, die begon altijd met Lodewijk XIV. Als dat niet aansloeg, ging hij over naar Thomas van Aquino en als dat ook nog niet aansloeg, dan noemde hij zich Pharao Nephtereteth. Hij had beter kunnen zeggen Nepteretet, want nep was het. Let op met dergelijke entiteiten. De kans is groot dat u meer te maken heeft met een spook dan met een bewuste geest.

Dan hebben we nog een andere soort. Dat zijn spookjes die eigenlijk wel sympathiek zijn. Er zijn dieren die zijn overgegaan en die in hun om­geving ontzettend veel liefde hebben ondervonden. Zij willen ook terug­komen omdat voor hen een hogere sfeer eigenlijk een verwazen van bewust­zijn betekent. Dientengevolge lopen er soms door uw huis honden en katten heen. Er is zelfs een leuk geval van een dergelijk spook geweest dat ik u graag wil vertellen.

Het was vlak bij de Jardin Zoologique in Parijs. Daar was een aantal professoren (zoiets als a.s. parapsychologen) met een ernstige proefne­ming bezig. Nu was er een wijfjes gorilla, die ontzettend verliefd was geworden op haar oppasser. Als je die oppasser ziet, kun je het ook begrijpen. Dat beest zocht haar oppasser en dwaalde normalerwijze voortdu­rend in die buurt rond. Nu beginnen ze daar met een zogenaamde donkere zit­ting en wat gebeurt er? Die gorilla ziet het en denkt, hier heb ik een kans. Misschien kan ik daar mijn oppasser vinden, want iets trekt mij daar naartoe. Zij dacht waarschijnlijk aan een mengsel van druiven, bananen en oppasser. Maar toen ze daar kwam, had men een veld geschapen waardoor zij zich ten dele kon materialiseren. En wat doet die gorilla? Ze gaat in elk gezicht kijken of het de oppasser was, wat een aantal flauwtes plus een zeer interessant maar onjuist rapport opleverde omtrent een demon, die in de vorm van een grote aap was verschenen. U kunt zeggen dit is apekool. Dat is niet waar. Het was wel een apenstreek.

Als dergelijke wezens in uw huis zijn, trek er u niets van aan. Ook niet als het uw eigen hondje of poesje is. Want als die dieren hier blijven, dan zullen ze proberen het oude dierlijke gedrag over te nemen. Ze blijven dus spoken. Wat ze nodig hebben, is een omzetten van hun genegenheid in iets anders waardoor ze bewuster kunnen worden en een vol­gende keer in een hogere vorm, misschien in een menselijke vorm, kunnen terugkeren.

Wanneer dus uw lievelingsdieren zich manifesteren als kleine spook­jes, laat ze dan in ‘s hemelsnaam met rust. Ook als u ze ziet, doet u maar net alsof u niets merkt. Dat is voor de dieren het best. Dieren hebben namelijk geen andere bindingen dan genegenheid, het zij voor personen, hetzij voor een jachtgebied. En hoe eerder ze merken dat die relatie niet meer bestaat, des te beter het voor ze is.

Nu heb ik de voornaamste spoken wel gehad en kan ik het gaan hebben over pseudo-spoken. Dat zijn oude geschiedenissen, die ergens in oude stenen zijn doorgedrongen. Die gedachten zijn zo sterk daarin verankerd dat, als er een sensitief persoon komt, de hele geschiedenis weer opnieuw begint. Het is net zo een kijkkastje die ze vroeger hadden waarin alle plaatjes achter elkaar gedraaid konden worden. Het is alleen maar het starten van een vastgelegde voorstelling. Dergelijke spoken herhalen al­tijd een en dezelfde scène. Het zijn geen levende wezens. Het zijn alleen gedachten, die tot leven worden gewekt door een gevoelig proefpersoon, die daar zijn eigen kracht aan geeft om het verschijnsel op te wekken.

Indien die persoon zich zou afschermen of zou weggaan, dan zou er niets aan de hand zijn. Dergelijke dingen hebben dan een grote reputatie en het is opvallend hoeveel vrouwen er overal rondlopen. Behalve na­tuurlijk in het noorden van uw land, daar dwalen de ‘witte wieven’.

Nu zijn ‘witte wieven’ geen spoken. Het zijn nevelflarden, die voor alcoholisch geladen of bijgelovige personen kennelijk een menselijke in­houd krijgen, waarna deze mensen door hun eigen angstdromen verschrikt op de vlucht slaan en verschrikkelijke verhalen vertellen over alles wat er gebeurd zou zijn. Bijgeloof heeft bij dit alles vaak een grote rol gespeeld.

Zo zijn er ook mensen die opeens een reusachtige kat zien. Dat is dan een heks, de duivel of een boze geest die op zoek is naar zielen. Geloof het maar niet. Wat die mensen zien is waarschijnlijk een klein hulpeloos katje dat om zijn moeder roept. De mensen zeggen dan: wat is dat een griezelig beest. Heeft u wel eens een rat van dichtbij gezien? Wat lijkt zo een beest groot, als hij dichtbij komt. Dat is omdat u er bang voor bent, want zo groot is hij echt niet. Dit om duidelijk te maken hoezeer je iets kunt vergroten. Als u zich realiseert dat uw eigen angst een vertekening betekent, dan kunt u ook begrijpen waarom zoveel verschijnselen tot spook zijn uitgeroepen zonder dat ze het ooit zijn.

Andere verschijnselen zijn tot spook uitgeroepen omdat ze onverklaarbaar waren. Denkt u maar eens aan moerasgas. De dwaallichtjes boven een moeras. Ja, zei men, dat zijn de dode zielen, die anderen willen meelokken naar het koude, modderige graf. Als ik nou een dwalende geest was, zou ik wel wat beters weten te doen dan iemand mee te lokken naar mijn graf. Dat maken de mensen er dus van. Er zijn veel verschijnselen die men niet begrijpt en die men dan ziet als een spookverschijning.

Als u geplaagd wordt door geheimzinnig getik, vraag u dan eerst af, of uw buurman misschien een schilderijtje aan het ophangen is mid­den in de nacht, voordat u denkt aan een geest met een boodschap. Begrijp het goed, driekwart van de spoken die de mensen zien, hebben ze zelf afgeleid uit dingen die op zichzelf niet spookachtig zijn. Van het kwart dat overblijft, is zeker de helft niets anders dan een gedachte hier of daar in de materie vastgelegd, die door een gevoelig persoon tijdelijk weer tot leven gewekt schijnt te worden. De rest die overblijft zijn de gewone spookjes. En van die gewone spookjes zijn er heel veel, die eigenlijk een klein beetje hulp nodig hebben om los te komen. Wees dus nooit bang voor spoken.

Nog een goede raad. Wanneer u eenmaal zover bent dat ‘Magere Hein’ u komt halen, zeg dan niet, ik moet dit of dat nog doen. Zeg doodge­woon: het is zover. Laat een ander die ellende maar opruimen. Als u dat doet, voorkomt u dat u zich bindt aan de materie of aan be­paalde aspecten. Zeg ook niet: ik moet nog voor mijn kinderen zorgen, of, ik moet nog dit of dat. U kunt het toch niet meer. Accepteer dat feit. Door te aanvaarden dat u, als u eenmaal stervende bent, niets meer op aarde kunt doen, zult u het contact met een geestelijke sfeer kunnen berei­ken en voorkomen dat u door een dwanggedachte tot een tijdelijk spook wordt gemaakt.

Als u toch een keer ergens komt spoken, doe het dan alstublieft met een beetje humor. Want spoken zijn altijd zo melancholiek. Die me­lancholie slaat dan over op de persoon en maakt het hem vaak onmoge­lijk om het licht te aanvaarden dat vlak bij is.