Spontane reactie

uit de cursus ‘Occult practicum’  (hoofdstuk 18) – juni 1967

Spontane reactie

Wij hebben gesproken over intuïtie. Nu zal het u duidelijk zijn dat daar een aanvulling bij is, en dat is: spontane reactie.

Wanneer een mens spontaan moet reageren, dan zal hij in vele gevallen juist reageren zolang hij niet onder pressie staat van grote angst of gevoelens van onzekerheid. Spontane reactie omvat voor een deel onbewuste intuïtie, want zij treedt ook op t.a.v. personen, van gebeurtenissen en kan vaak beslissend zijn voor de eigen reactie op personen en zelfs voor de eigen daden.

De spontane reactie ontbeert de beheersbaarheid, die wij in de door de wil geleide en bewust gebruikte intuïtie aantreffen. Maar dit neemt niet weg dat de spontane reactie bij ons toch dikwijls van groot belang kan zijn. Aangezien niet alle reacties, die spontaan in ons opwellen, de weergave zijn van al hetgeen kosmisch waar en goed is, zou ik in dit tweede en zeer korte stukje enkele regels daarvoor willen geven.

  1. Elke spontane reactie is zinvol en bruikbaar, indien zij een vergroting van harmonie ten gevolge heeft, dan wel het ontstaan van een disharmonie voorkomt. Daarom is het belangrijk dat bij het spontaan reageren men zich tenminste afvraagt: Bevordert dit harmonie of vermindert dit deze? Blijkt dit laatste het geval te zijn, dan is het vaak mogelijk door een bewuste reactie de spontane reactie zodanig aan te vullen, dat te grote disharmonie wordt voorkomen.
  2. Een spontane reactie welt op. Men kan haar niet omschrijven. Zij hangt zelfs niet geheel samen met gevoelens, met lichamelijke moge­lijkheden of noodzaken. Zij is. Zij is de uitdrukking voor het “ik” van een in de totaliteit van eigen lot, karma en persoonlijkheid bestaande mogelijkheid, noodzaak of toestand. De spontane reactie is altijd een uiting van mijzelf. Zij zal de evenwichtigheid der dingen vaak schijnbaar verstoren. Laat ik mij daardoor afschrikken, dan verlies ik alle spontaniteit en daarmede ook alle mogelijkheid om zonder bewuste overwegingen of zelfs maar intuïtief te reageren. Spontaniteit is in zekere mate begeerlijk en wenselijk. Maar zij mag het evenwicht niet werkelijk verstoren, alleen schijnbaar. Daarom geldt: Elke spontane actie en reactie dient achteraf te worden gecompenseerd. De compensatie zal kunnen liggen in een geestelijke benadering van het gebeuren en een eventueel stoffelijk aanvullen van de daarin geestelijk erkende of aangevoelde tekorten. Daarnaast zal de evenwichtigheid worden bevorderd, indien op geen enkele wijze aan een spontane reactie achteraf eisen worden verbonden, noch op grond daarvan verwachtingen worden gekoesterd. Spontane reactie moet worden geaccepteerd zoals zij is, een ogenblikkelijke weergave van het “ik”, die ‑ zolang zij harmonisch blijft ‑ altijd voor het “ik” gunstig is.
  3. Onder spontaniteit verstaat men al te veel ongebondenheid. Deze is niet hetzelfde. Spontaniteit wil zeggen, dat het opwellen van impuls en gevoel in het “ik” zo wordt uitgedrukt, dat het binnen het kader van de omgeving valt. Daarom moet gelden: elke spontane opwelling moet worden omgezet in een desnoods nog juist aanvaardbare reactie in verband met alle omringend bewustzijn. Elke verstoring van evenwicht in het omringend bewustzijn zal onmiddellijk haar weerslag vinden in degene die het tot stand brengt.
  4. Juist wanneer wij zeer veel werken met occulte krachten en daarnaast ook leren intuïtief te werken, zullen wij dikwijls zeer spontaan reageren vanuit het standpunt van anderen. Deze spontaniteit geeft ons het voordeel van vitaliteit. Wie spontaan is, is ook vitaal. Wie in alles terughoudend en berekenend is, heeft geen werkelijke vitaliteit. Daarom: wie vitaal wil zijn, móét leren onmiddellijk en scherp te reageren. Het maken van plannen is in vele gevallen schadelijk, indien spontaan reageren eveneens mogelijk zou zijn

U heeft hier een klein overzicht gekregen van punten die met intuïtie in verband staan. Ik neem aan, dat uw leraar u een volgende maal een afsluitende rede zal geven, waarin het praktisch occultisme dus nogmaals wordt samengevat. Ik hoop echter dat deze korte door mij gegeven les, door u allen zal worden bestudeerd in samenhang met alle andere lessen en voorschriften. Het zal u dan blijken, dat zowel spontaniteit als het werken met intuïtieve vermogens kan bijdragen tot de ontwikkeling van de door u misschien begeerde geestelijke gaven en het juister gebruiken van de in u aanwezige levens‑ en andere krachten.

Het satanisme

Er is in de laatste tijd weer wat drukte geweest over duivelvereringen, zwarte missen e.d.. Het is misschien goed na te gaan wat ‑ occult gezien ‑ de betekenis van dergelijke dingen kan zijn, waaruit ze voortkomen en ook waartoe ze leiden. Ik zal trachten dit in kort bestek weer te geven.

De z.g. zwarte missen zijn ontstaan in het jaar 1400. Ofschoon oorspronkelijk in Italië plaatsvindende en waarschijnlijk daar deel uitmakende van nog resterende heidense godsdiensten, werden ze al snel hoofdzakelijk via Zwitserland en Oostenrijk ook naar het noorden toe verbreid. Deze duivelverering vindt dan ook haar hoogtepunt in de 15e en 16e eeuw, wanneer gehele kloosters (voornamelijk in de Rheinpfalz) deze duivelverering aanhangen en de zwarte mis regelmatig wordt gelezen.

Men schrijft aan dit satanisme vele duistere bedoelingen en praktijken toe. Het is niet mijn taak om hier te oordelen over datgene, wat de geestelijk zieken onder de vorm van duivelverering hebben bedreven, zoals bv. Gilles de Rais. Wel wil ik erop wijzen, dat er in de mens in bepaalde tijden een grote innerlijke onzekerheid ontstaat. Deze komt vaak voort uit een zekere overvloed met daarnaast een gebrek aan eigen problemen. Zodra dit gebrek aan werkelijke problematiek ontstaat, verplaatst het zoeken naar weerstand zich naar het geestelijk terrein. En onze grootste vijand is dan over het algemeen God.

Dit klinkt een beetje vreemd, maar het zal u duidelijk zijn, dat wij aan de ene kant God moeten aanvaarden (Hij is almachtig) en dat wij aan de andere kant het maar heel zelden met Hem eens zijn. God doet de dingen wel en wij leren dat wat God doet welgedaan is, maar wij vinden heel vaak dat Hij het beter anders had kunnen doen. Het resultaat is dan, dat men zoekt naar een invloed of kracht, die kan helpen om het eigen denkbeeld van juist en goed te verwezenlijken. Als men moet kiezen, dan moet men wel kiezen voor de tegenstander van God. Want God trekt Zich ‑ althans in Zijn algemene raadsbesluiten ‑ kennelijk maar weinig van ons aan. Wanneer Hij Zich iets van ons aantrekt, dan doet hij dat op Zijn eigen wijze en houdt daarbij blijkbaar heel weinig rekening met datgene wat wij nu toevallig belangrijk vinden.

Het ontstaan van deze duivelverering is dus eigenlijk primair een verzet tegen een te grote rigiditeit in het geloof. Dat juist kloostergemeenschappen deze verering overnemen, is eveneens begrijpelijk. De kloostergemeenschappen dienen in de periode, waarin zij ook de duivelverering gaan verbreiden, als een sociaal centrum. Zij hebben een groot gedeelte der scholen in handen en zij zijn van groot belang voor de politieke situatie. Zij hebben grote rijkdommen. Deze kloosters zien dat wat er in de wereld gebeurt niet in overeenstemming is met hun eigen verlangen. Hun zwarte mis is oorspronkelijk alleen het lezen ‑ in omgekeerde volgorde, maar door een gewijd priester en in een gewijde kerk ‑ van het normale misformulier. Dat men daarvoor het middernachtelijk uur kiest, is ook al weer begrijpelijk. Dat is nl. de tijd dat duivels en demonen het gemakkelijkst bereikbaar heten te zijn volgens de legende.

Er worden bij deze diensten oorspronkelijk geen bloedoffers gebracht. Later brengt men onder bepaalde omstandigheden wel bloedoffers; en wel speciaal met de bedoeling augurie te bedrijven; d.w.z. voorspellingen te vernemen.

Men heeft dit satanisme heel vaak verward met heksengedoe en dergelijke. Ik geloof niet dat dit juist is. Wij moeten dit zien als een direct verzet tegen de maatschappij en daarbij een beroep op de satan, op de duistere macht, die wel met de mens rekening wil houden, opdat de mens met die duistere macht rekening zal houden. De handel, die je moeilijk met God kunt drijven, is met de duivel kennelijk gemakkelijker te doen.

Dit satanisme nu is niet dood. Het leeft voort tot in de huidige tijd en is daarbij zeker niet altijd negatief gericht. Het heeft vaak een zeer positieve bedoeling. Wij kunnen het niet “goed” heten. Want wat is het gevolg?

Als ik met een duivelverering begin en dit blijft op een vrijblijvende basis, dan kunnen we zeggen: Nou ja, er is eigenlijk niets gebeurd. Dan is dit alleen maar een binnen de christelijke religie passende uiting van het normale natuurgeloof. En vele van de riten, die ook plaats vinden bij de z.g. zwarte missen, zoals wat men noemt seksuele misdragingen e.d., passen dus ook direct in het natuurgeloof en de daar voorkomende magie. Maar het belangrijke is, dat de mens zich gaat binden. Hij voelt zich steeds meer verbonden met het demonische, omdat hij begrijpt, dat ‑ een beroep gedaan hebbende op de satan ‑ hij niet meer in staat is om vrijelijk een beroep te doen op God. De mens maakt zich dus tot tegenstander van God. Maar niet alleen van God. Hij gaat op den duur al datgene wat goddelijke ordening uitdrukt, eveneens beschouwen als iets wat schadelijk is voor zijn eigen mogelijkheden. Zonder te spreken van een morele achteruitgang (daarvan is in het satanisme heus niet zo vaak het geval), kunnen we wel spreken van een totale omkering van waarden,

Het bestrijden van al wat goddelijk is, betekent ook het bestrijden van al wat vrij is. Bandeloosheid wordt aangemoedigd; niet omdat zij vrijheid zou betekenen, maar omdat zij een satanische wet zou zijn. Al datgene wat vrijheid betekent in de normale zin van het woord, wordt daarentegen belemmerd. Want dit is een uiting, die binnen het goddelijk patroon kan vallen. En de mens, die eenmaal zover gebonden raakt in deze denkwijze, komt tot een filosofie, waarbij op den duur niets anders meer belangrijk is dan het “ik” en de duistere meester, die men voor zichzelf heeft gekozen.

De weg van het satanisme is er een, die ‑ beginnende vaak met altruïsme ‑ voert tot een bijna absoluut egoïsme; en die ‑ beginnende met bedoelingen ten goede van de gehele gemeenschap – langzaam maar zeker voert tot een zich alleen bepalen tot zelfverheerlijking en soms ook zelfbevrediging. Dit alles dus wat de geschiedenis betreft.

Nu is er een grote vraag; en die is altijd weer deze: Geloof ik aan God of niet? Wie ziet wat er op de wereld gebeurt en moet aanvaarden dat God dit toelaat, zal zich vaak van die God willen afwenden. Maar te zeggen, dat God niet bestaat, dat God geen zinrijk wezen is, geen kracht, dat is te veel. Men keert zich dan tot iets anders en maakt daarvan ‑ helaas ‑ het zoeken van het tegengestelde van het Goddelijke.

Wat is nu de magische werking, die we bij het satanisme krijgen?

Als we in de normale gemeenschap tot God bidden, dan doen we iets wat algemeen aanvaard is. We blijven dus eigenlijk binnen de sporen, die reeds voor ons zijn getekend. We hebben daarmee geen bijzondere moeilijkheden. Wij zien daarin geen bijzondere gevaren. Het is duidelijk, dat wij tegenover die God dus veel minder actief zullen staan dan tegenover het duister, dat ‑ omdat het een verweer is tegen de bestaande orde ‑ in feite ook een grote dreiging, een gevaar inhoudt. Er is dus een veel sterkere en veel grotere geestelijke overgave.

Als men een zwarte mis leest met een bepaald doel voor ogen, dan is het duidelijk dat juist de spanning, het gevaar, de sensatie en daarnaast ook het gevoel misschien van uitgesloten zijn, dat langzamerhand ontstaat, de mens tot een bijna wanhopige overgave brengt, een wanhopige inspanning van zijn eigen wezen. Dat zal hij niet doen indien het gaat tegen God. Hij zal daardoor op grond van de gewone magische wetten, de gewone occulte wetten zelfs, veel grotere krachten in het geweer kunnen brengen dan een normaal mens.

Het is duidelijk, dat het beroep op het magische, komende uit deze wanhoop, dit absolute verzet, dit afgescheiden zijn van het gangbare, veel intenser, veel krachtiger is en veel grotere resultaten oplevert. En die resultaten zijn voor de gelovige weer een bevestiging van de juistheid van zijn eigen weg.

Dat ik dit in deze dagen te berde meen te mogen brengen ‑ en dat nog wel binnen het kader van een cursus over praktisch occultisme ‑ heeft zijn reden. Wij behoeven niet tot het duivelse, het demonische te roepen om toch buiten het gangbare te staan.

Dit is langzaam maar zeker zozeer geformaliseerd, dat elke stap naar de realiteit van het Goddelijke en de wetten van het Goddelijke die heersen in feite al inhouden dat je je buiten die gemeenschap plaatst. Als je dan in verweer tegen de vrome riten een soort satanisme invoert, betekent dat helemaal niet dat je werkelijk duistere machten aanroept.

Een dergelijke zwarte mis is geen zwarte mis in de volle betekenis van het woord. Het is een betrekkelijk zinloos protest geworden. De mens echter, die zich buiten de maatschappelijke normen en wetten gaat stellen, krijgt een intensiteit van levenshonger en daarmee ook een intense bewogenheid, die de norm ver te boven gaat. Hij verkrijgt dus inderdaad een groter magisch vermogen, als hij maar weet hoe het te gebruiken.

Dat veel minder mensen in deze tijd die mogelijkheden beseffen dan eens de monniken, is begrijpelijk. De mens van vandaag denkt veel materialistischer en is veel minder opgevoed in de toch dikwijls ook op magie stoelende kerkelijke dialectiek.

Als wij buiten de gemeenschap stappen en een eigen gemeenschap vormen, die voor het geheel niet helemaal aanvaardbaar is, als wij in die gemeenschap een intentie leggen ‑ ook al richten we die op God en niet op de duivel – dan zullen wij door het gevoel van afgeslotenheid en ook van een zeker gevaar (de mogelijkheid van moeilijkheden) veel intenser kracht uitstralen en daarmee ook veel meer kunnen doen dan een mens die gewoon bidt.

Het satanisme zou in deze dagen wel eens zeer sterk kunnen gaan toenemen. Want de neiging om te protesteren tegen het leven, zoals het vandaag aan de dag is, wordt steeds sterker. De verachting of de haat, die velen koesteren voor de kerken (vaak ook de kerken in wier geloof zij zijn opgevoed), mag in deze dagen zeker niet worden onderschat. Juist daarin is het goed een onderscheid te maken tussen de positieve benadering van het leven en de negatieve. Binnen de gemeenschap kun je alleen werken volgens het gemeenschappelijk gemiddelde. Dit is geestelijk gezien te laag om werkelijk resultaten op te leveren.

Wanneer ik het satanisme zie, dan zal ik hierdoor mijzelf verbonden voelen met krachten, die mij steeds meer afsnijden van de Bron van alle leven, van de mogelijkheid tot een vreugdig, eeuwig leven misschien ook. Ik kan mij hoogstens nog een stoffelijk voortbestaan denken in een soort andere wereld. Doe ik dit, dan moet ik wel egoïst, egomaan, worden en word ik een vijand van de gehele wereld. Ga ik echter uit van het feit, dat God Zijn wetten anders gegeven heeft dan de mens ze pleegt te interpreteren, ga ik uit van het feit dat de kracht Gods niet kan worden uitgedeeld via kerken en priesters, maar dat zij een persoonlijke beleving is, dan kan ik door het verlaten van de middelmatigheid van de massa, door het zoeken van een zuiver persoonlijke beleving, desnoods van een persoonlijke ritus, een expressie van grote krachten wekken, zonder dat ik mij daarbij verlaten voel. Integendeel, mij verbonden voelend met de Eeuwige, met de Levende Kracht, zal ik mij eveneens in staat voelen om die gemeenschap te helpen om een grotere geestelijke en ook stoffelijke betekenis voor die gemeenschap te verkrijgen. Ik zal verantwoordelijkheden voor de gemeenschap kunnen, willen en leren dragen, die ik zonder dit niet zou kunnen volbrengen. Ik kan maatschappelijke plichten aanvaarden en volbrengen, die mij anders te zwaar zouden zijn.

Het satanisme was eens een verweer tegen het absolute gezag van de kerken. Het was een poging om de gebondenheid te ontvluchten. En zij, die zich daaraan hebben overgegeven, hebben zeker niet altijd beseft dat zij daardoor zichzelf ook uitsloten van het vermogen om te leven voor de totaliteit.

Wie in deze dagen zoekt naar nieuwe wegen en mogelijkheden, zal ze moeten zoeken buiten de gangbare moraal, buiten de gangbare geloofswaarden, ja buiten de gangbare regelingen en wetten van de gemeenschap om. Dat is wel zeker. Maar hij zal ze moeten zoeken met God als bewegende Kracht en achtergrond. Op deze wijze kan het verzet vrucht dragen; kan het nieuwe en grote geestelijke waarden in de wereld brengen. En op deze wijze kunnen vele dingen, die nu haast instinctief gebeuren, die eigenlijk meer een bijna onbewuste reactie zijn op het leven en de problemen daarvan, worden gemaakt tot een bewust werken met lichtkrachten en een bewust uitstralen daarvan.

Het satanisme is in de schijn van nieuwe waarden en nieuwe harmonie eigenlijk een desintegratie van eigen verbondenheid met het geheel van de schepping. Het zoeken naar God op eigen wijze met ontkenning van de negatieve aspecten van het geestelijk bestaan betekent daarentegen een groeien naar God toe en een steeds meer bewust deel uitmaken van de goddelijke totaliteit. Dit laatste zal in deze dagen ook als praktisch occultisme hand over hand gaan toenemen. Het zal een nieuwe vorm van Godsbeleving worden en daarmede ook een nieuwe mogelijkheid zijn om in een wereld, die is vastgelopen in haar onbesef, God weer als een levende waarde te doen bestaan voor de mensen.

Meer dan kerken, meer dan z.g. revival‑bijeenkomsten, ja, meer dan alle streven naar positief mens‑zijn, kan het erkennen van een eigen waarde, die buiten de wetten en machten staat die de gemeenschap hanteert, maar gebaseerd op de God waaruit ook die gemeenschap leeft, bijdragen tot de geestelijke gezondwording van een wereld, die dreigt te verdrinken in haar technische bereikingen en haar eigen onvermogen zich aan haar bereiking en weelde aan te passen.