Steravond

image_pdf

13 december 1963

Wij zijn dan bijeengekomen voor onze jaarlijkse Steravond. Deze maal echter zal deze Steravond in enkele opzichten afwijken van hetgeen tot nu toe gebruikelijk was. Wij bevinden ons op het ogenblik in een wat wonderlijke periode, een tijd, waarin – zoals u weet – grotere krachten het stuur in handen beginnen te nemen en wij, met onze groep, ons daaraan ondergeschikt moeten maken. Dit brengt wijzigingen mee, zelfs in de opbouw van een Ster-bijeenkomst. Ik zal dus allereerst trachten u een inzicht te geven in hetgeen wij vanavond zullen doen. Wij beginnen dus met een inleiding. Dit deel van de avond is mijn taak. Ik zal trachten u daarin de nodige gegevens te verschaffen aangaande de krachten die optreden, de werkingen.

Ook wil ik u enig inzicht verschaffen in de krachten die op deze avond op kunnen treden en de bedoelingen van het geheel. In tegenstelling met hetgeen tot op heden bij dergelijke bijeenkomsten de regel placht te zijn, volgt hierna onmiddellijk de instraling van de voorwerpen en draagtekens, die hier op tafel nu aanwezig zijn. Eveneens in tegenstelling met de gewone gang van zaken, zal hierop niet getracht worden de werking van deze krachten, door incantatie enz. opgewekt, naar buiten toe uit te breiden.

Wij prijzen ons zeer gelukkig op deze avond een gast te mogen ontvangen, die behoort tot de hogere graden van de Grote Broederschap. Deze zal de avond voor u beëindigen. Hoe? Ach, dat weten ook wij niet precies. Zelfs nu, op dit ogenblik dus, is het voor ons nog een vraag, wat bij zijn komst precies zal plaats hebben. Gezien het ons gedane verzoek, niet zelfstandig over te gaan tot een mogelijk uitstralen van optredende krachten over de gehele wereld, nemen wij echter aan dat deze Meester daarmede voor zich iets wenst te doen.

Wat deze Meester betekent op een avond als deze is moeilijk te zeggen. In de eerste plaats zal men zich reeds afvragen, wat in dit verband een betiteling als Meester eigenlijk inhoudt. Hier wil dit alleen zeggen dat wij – in de geest – ons als zijn leerlingen beschouwen en hem onderdanig willen zijn. Het wil dus niet zeggen, dat hij ook úw Meester hoeft te zijn. Hij beschikt over krachten, die de onze ver te boven gaan. Eens heeft hij op aarde geleefd, terwijl hij ook nu nog op aarde werkzaam is. Zijn naam zullen wij niet bekend geven. Tenzij hijzelf deze bekend wil maken, menen wij er goed aan te doen ons ook in dit geval aan de door ons gevolgde regel, geen namen bekend te maken, te houden.

De instraling zelf krijgt deze maal een ietwat bijzonder karakter, omdat hierbij gebruik zal worden gemaakt van de kosmische krachten, die op het ogenblik optreden. Dit wil zeggen dat u minder bezweringen te horen en te zien zult krijgen dan u misschien meent te mogen verwachten. Want wanneer de gehele wereld zich in een toestand bevindt, waarbij sterke gedachten een bijzonder felle uitwerking hebben, is het afweren van het kwaad niet belangrijk meer. Belangrijk is nu slechts het scheppen van een grote en zo positief mogelijke waarde, het doen ontstaan van een gedachte waarin wij allen – geest en stof gezamenlijk – iets kunnen vinden van grotere eenheid, grotere harmonie. Door u deze gegevens te verstrekken, meen ik u omtrent het verdere verloop van deze bijeenkomst voldoende te hebben voorgelicht.

Wel zou ik u nu gaarne nog het een en ander vertellen over de krachten en invloeden, die in deze dagen werkzaam zijn. Dit lijkt mij van belang, omdat immers juist deze, en de mogelijkheden die daardoor nu bestaan, hun stempel in zeer sterke mate op de werkingen en mogelijkheden van deze avond zullen drukken. Wij weten, dat in een zeer ver verleden grote krachten uit de geest geholpen hebben om de nodige voertuigen voor mens er dier te scheppen. Deze krachten wisten stof tot voertuigen te vormen en hieraan een zodanige graad van perfectie te geven, dat zij konden dienen als goed en waardig middel voor een verdere ontwikkeling, van de nog onbewuste geest. Deze krachten waren hierdoor echter met de rassensoorten, volkeren, die zij hielpen ontwikkelen, zo wel als met de wereld zelf, verbonden. Op gezette tijden zien wij hen dan ook tot de wereld terugkeren, waarbij zij ons echter niet voorkomen als persoonlijkheden, maar eerder als krachten of facetten van een Scheppende kracht. Hun inwerking is namelijk niet te vergelijken met de meer verstandelijk wijze van ingrijpen, die wij vanuit de geest kennen. Hun optreden resulteert eerder in een zonder meer versterken of verzwakken van mogelijkheden, werkingen, toestanden, die op aarde bestaan. Soms achtereenvolgend, soms ook gelijktijdig, beïnvloeden zij de wereld, om daardoor de mens a.h.w. een verandering van milieu te geven.

Deze krachten hebben in het verleden ook contact opgenomen met de leiders van de eerste mensenrijken op aarde. Dezen waren priesters en koningen of priesterkoningen. De priesters, die u nu misschien kent als de Witte Broederschap, een groep, die in Atlantis eerst werkelijk is gevormd, maar die reeds zonder vaste vorm in vroegere rijken als Mu in de priesterlijk bewuste mensen van die dagen begon te ontstaan, hebben eveneens met de vorming van de wereld veel van doen.

Wanneer de krachten van buitenaf, die eens een zo belangrijk aandeel hadden in het tot stand brengen van aardse levensvormen, opnieuw de aarde benaderen, is ook deze Witte Broederschap meer dan normaal actief. Uit genoemde broederschap zowel als uit enkele grotere krachten – de entiteiten van zon en aarde bv. – zijn leraren voortgekomen, die optraden, als “Stem”. Zij waren dus de stem van een hogere kracht op aarde en werden door de gewone mensen soms profeet of ingewijde genoemd, soms ook Boeddha of meester. Ook vele u minder bekende titels en namen heeft men aan deze “stemmen” gegeven, terwijl hun werk op de meest verschillende wijze werd en wordt beoordeeld. Ook deze grote Meesters en Leraren zijn uit de aard der zaak onder de hiervoor omschreven omstandigheden zeer actief. In deze tijd bestaat voor hen immers de mogelijkheid datgene op aarde, waarvoor zij mede aansprakelijk zijn, de godsdiensten, levensbeschouwingen en leefwijzen, die op hun werken is gebaseerd, aan te passen en de nodige veranderingen daarin aan te brengen.

Wij bevinden ons op het ogenblik in een tijdperk, waarin dergelijke invloeden met steeds kortere tussenpozen op de aarde worden gericht. De kracht van het vorige jaar was hoofdzakelijk een kracht van Licht en levenskrachten. Daarna zijn nog enkele andere, kleinere krachten opgetreden. Op dit ogenblik hebben wij te maken met een invloed, die hoofdzakelijk inwerkt op de gedachtewerelden en de gedachtekracht. De resultaten daarvan zijn voor de mens misschien niet zo onmiddellijk merkbaar: De mensheid is nu eenmaal als geheel een massa, die slechts zeer moeizaam in beweging is te brengen. Als geheel beschouwd zijn de reacties van de mensheid traag. Daarom zijn voor de mensen de gevolgen van een dergelijke inwerking vaak eerst na twee of meer jaren geheel merkbaar. Eerst dan kan men als mens overzien, wat er werkelijk in een periode van beïnvloeding gebeurd is. Nu bemerkt men daarvan binnen het grote geheel nog slechts weinig. Alles schijnt bij het oude te blijven, alleen geleidelijk en onmerkbaar veranderen de voor de ontwikkeling van de mensheid zo belangrijke evenwichten op aarde, wanneer men het vanuit een zuiver menselijk standpunt beziet. Van de invloed op het geheel bemerkt men dus weinig of niets.

Maar de mens die, door eigen instelling, zijn streven of zelfs maar zijn wijze van denken en piekeren bijzonder sterk gebonden is met een dergelijke werking – voor heden dus de versterking van gedachtekrachten – zal reeds nu ervaren, dat er voor hem of haar persoonlijk opeens grotere veranderingen op gaan treden.

Voor deze mensen openbaren zich opeens andere mogelijkheden. Nieuwe wegen openen zich, nieuwe inzichten ontstaan, nieuwe verantwoordelijkheden en vaak ook nieuwe zorgen worden op onverwachte wijze deel van hun leven. De anderen zien niet, hoe de gehele wereld zich verandert. Zelfs zij, die persoonlijk zo sterk de invloeden van de tijd ondergaan, bemerken vaak nauwelijks, hoe de gehele wereld aan een gelijke ontwikkeling en beïnvloeding onderhevig is.

Wanneer in deze dagen zo een invloed bv. werkt met het overlijden van staatslieden, oorlogsdreigingen, noodtoestanden in sommige landen, zo ziet men dit natuurlijk wel. Men is daardoor vaak zelfs diep bewogen. Maar de feitelijk betekenis van dit alles gaat toch aan de meesten geheel voorbij. Men ondergaat, men beleeft, maar men realiseert zich het uitzonderlijke van de ontwikkelingen niet en zoekt zichzelf gerust te stellen, door parallellen met het verleden te trekken.

Op een avond als deze is het echter zaaks de betekenis van de tijd en haar werkingen niet ongemerkt aan zich voorbij te laten gaan of zelfs deze te ontwijken. U heeft uw eigen angsten en gedachten, uw eigen verdeeldheden. U bent soms strijdig met uzelf en weet lang niet altijd, welk doel u in wezen nastreeft.

Zeker zult ook u vastgesteld hebben, dat men in deze dagen dergelijke dingen niet terzijde kan stellen of overwinnen langs een menselijk redelijke weg, zoals de mens van heden ook harmonie in zichzelf slechts zeer zelden langs een redelijke weg zal kunnen bereiken.

Daar dit voor een gemeenschap als deze dus praktisch onmogelijk is, terwijl het bereiken van de juiste harmonie voor ons werk van heden van het allerhoogste belang is, zullen wij dus een andere weg moeten zoeken. Deze weg staat op vele verschillende vlakken bekend als de weg van ‘de grote werkelijkheid’, ‘de tweede werkelijkheid’, ‘de magische werkelijkheid’ enz. Deze werkelijkheid geeft vele mogelijkheden. Onder meer stelt deze weg, dat, wanneer je voor een ogenblik je eigen begeerten en angsten kunt vergeten, in je wezen een harmonie mogelijk wordt met alle waarden in het Al, iets wat zonder deze toestand nooit zou kunnen ontstaan. Er is dan een ogenblik, dat de mens waarlijk evenwichtig wordt, zij het dan, dat men daarbij een deel van eigen wereld en leven tijdelijk zal moeten verwaarlozen. Deze evenwichtigheid brengt de mens in een direct mystiek contact met vele hogere waarden en krachten, waaronder ook de door mij aan het begin van mijn betoog genoemde.

Wanneer wij op deze avond met dergelijke krachten gaan werken, zoals zo dadelijk bij het instralen van de voorwerpen op deze tafel, zo hopen wij, dat u ook al het andere voor een ogenblik wilt vergeten. Wij hopen zelfs, dat u zult willen vergeten, dat u nieuwsgierig bent om te zien, wat er u eigenlijk gebeurt. Want dat alles is op zich immers zonder werkelijk belang. Wij krijgen natuurlijk weer bepaalde gebaren te zien, maar zijn deze gebaren nu op zich werkelijk belangrijk? Volgens mij niet. Zij hebben natuurlijk een eigen betekenis. Goed. Maar deze betekenis alleen is niet voldoende. Slechts indien de gebaren een uitdrukking worden van hetgeen er leeft in de geest, in de mens, in de krachten van de tijd – en alleen dan – zal er hierdoor waarlijk iets verricht kunnen worden.

De draagtekens en voorwerpen worden ingestraald, zoals de meesten onder u wel zullen weten, om zo een zeer kleine wijziging daarin tot stand te brengen. Deze verandering, die hoofdzakelijk berust op een zeer geringe veldwijziging in de interatomaire ruimten, maakt het mogelijk in het voorwerp zekere trillingen vast te leggen. Deze trilling kunt u zelf versterken of verzwakken.

Verzwakt u de invloed, bv. door uw gedrag, dan wordt zoiets in korte tijd onwerkzaam en betekent niets meer. Tracht u echter in uzelf steeds weer iets terug te vinden van hetgeen wij op deze avond gezamenlijk zullen doen, wilt u in u zelf steeds weer iets terugvinden van de innerlijke harmonie, dan wordt de lading van een dergelijk voorwerp steeds sterker. Het werk dan eigenlijk dus als een soort kleine accumulator.

Elke keer, wanneer uw stemming, uw persoonlijke geestelijke afstemming, met de ingelegde trillingen in strijd komt, treedt het voorwerp op als krachtgever en tracht de ontstane onevenwichtigheden te compenseren. Het tracht a.h.w. u terug te trekken naar het vlak van harmonie, waarvan wij bij onze werken van deze avond uit zullen gaan. Dat betekent dus, dat u een zekere mate van beheersing hierdoor kunt verwerven en over een kleine krachtreserve kunt beschikken.

Ofschoon deze reserve dus niet zo groot is, als u misschien zou wensen, is zij toch meer dan voldoende om u in staat te stellen, uzelf te overwinnen, waar dit voor een werkelijke harmonie van uw wezen noodzakelijk is, u te beheersen ook, waar dit voor uw juiste harmonie met alles, wat op deze wereld belangrijk is voor uw geestelijk en stoffelijk welzijn nodig is. U zult beseffen, dat dit voor u in deze tijd buitengewoon belangrijk kan zijn.

Verder hebben meerderen onder u, naar ik meen, reeds vastgesteld, dat er zich op het ogenblik hier rond ons iets opbouwt. Er is hier thans, en was zelfs reeds enigszins vóór het werkelijke begin van deze avond, een zekere spanning aanwezig. Deze spanning wordt voor een deel door uzelf voortgebracht. Maar zij wordt op het ogenblik zeer sterk aangevuld door al degenen onder ons, die niet meer in de stof leven en toch op dit ogenblik hier tegenwoordig willen zijn. Want wat wij op dit ogenblik proberen, is niet alleen maar het scheppen van een harmonie. Wij willen meer.

Wij willen trachten voor een kort ogenblik de grens tussen stof en geest a.h.w. weg te vagen. Voor een kort ogenblik willen wij onze krachten en mogelijkheden samenvoegen, opdat wij gezamenlijk meer zullen kunnen doen voor – en beteken voor – de wereld. Wij hopen daardoor, al is het maar voor korte tijd, alle gebreken en onvolkomenheden die eens deel waren van ons leven en nu ongetwijfeld ook deel zijn van uw stoffelijk bestaan, op te kunnen heffen.

Het is voor ons erg belangrijk, dat wij dit kunnen doen. Want waar moet de wereld naar toe, wanneer alle mensen voortdurend en zonder pauze of bezinning voortgejaagd worden door de krachten van deze tijd? Waarheen zal het gaan, wanneer eenieder zich op laat jagen tot een te groot optimisme of een afgronddiep pessimisme, wanneer de mensen onbeheerste neiging tonen om alles als hun recht op te eisen of zich onwaardig achten, om in het leven maar iets anders te zijn en te doen dan gevers, offeraars zonder werkelijke betekenis? Er is, juist in deze tijd, bezinning, matiging en beperking van deze reacties op de invloeden van heden noodzakelijk.

Vooral is daarbij het winnen van verdraagzaamheid in eigen wezen van het hoogste belang. Al werken wij onder een grotere en belangrijkere Kracht op deze avond dan deze van onze Orde alleen, zo speelt toch ergens die verdraagzaamheid een grote rol. Wat wij willen bevorderen, is niet een hulpeloos aanvaarden van alles, wat in de wereld geschiedt, maar eerder een pogen ergens begrip te vinden in onszelf voor anderen.

Laat ons een voorbeeld nemen: Nederland telt, alles tezamen, op het ogenblik rond 900.000 volbloed spiritisten, 900.000 mensen dus, die met de geest in contact treden, 900.000 mensen, die seanceren, 900.000 mensen, die een werkelijk begrip hebben omtrent het leven na de dood. Maar zij komen samen in kleine groepen, die onderling strijden over de juistheid van de werkwijze en inzichten van anderen. Mediums klagen elkander aan, noemen anderen en hun werk waardeloos, onwaar of onwaardig. Toch is het paranormale in deze wereld op het ogenblik zeer belangrijk. Het vormt het enige daadwerkelijk tot resultaten voerende tegengewicht tegen techniek, materialisme in denkwijze, leefwijze en beschouwingen.

Indien deze 900.000 mensen waarlijk verdraagzaam zouden zijn, zouden zij gezamenlijk eerst eens streven naar het grote doel: Een gezamenlijk uitdragen van de waarde van de geest en geestelijk werk, de mogelijkheden van eigen geestelijke vermogens, ook op deze wereld.

Gezamenlijk zou men duidelijk kunnen en moeten maken, dat de vermogens van mens en geest niet stop staan, zodra een meter geen uitslag meer geeft en een fotograaf niets meer op de plaat krijgt. Dit is allen een voorbeeld. Er zijn 1000, ja, 100.000 punten te noemen, waarop een samenwerking evenzeer belangrijk is en voeren kan tot goede en noodzakelijke resultaten.

Laat ons in deze dagen steeds weer zeggen: wij, gezamenlijk, wij allen, zoals wij nu hier zijn, willen deze geschillen wegvagen of tenminste hun belangrijkheid voor mens en geest terug doen treden achter de mogelijkheden en noodzaken van een samenwerken in goede harmonie. De geschillen mogen desnoods blijven bestaan. Maar wij moeten op deze avond trachten in onszelf de kracht te vinden en vanuit onszelf de kracht te geven om de mens te brengen tot een zoeken naar alles, wat zij gezamenlijk kunnen bereiken, hen te brengen en hen te doen inzien, dat niets bereikt wordt met een voortdurend elkander bestrijden om punten, die uiteindelijk van ondergeschikt belang zijn.

Zeker, verdraagzaamheid impliceert ook liefde. Het is immers een vormen van een begrip, het winnen van een waardering. Maar liefde en begrip betekenen nog niet een absolute weerloosheid of een absolute tolerantie. Het betekent alleen, dat men anderen zal helpen, waar dit mogelijk is en steeds weer middelen zal kiezen, waardoor men zijn doel kan nastreven, zonder anderen te dwingen. Het betekent bovenal, dat men vanuit zichzelf de juiste weg kiest en volgt, zonder een enkele aarzeling, zonder zelfs maar de mogelijke gevolgen daarvan te achten. Wat de juiste weg is zal eenieder voor zich moeten vinden. Wij willen echter gezamenlijk nu de kracht vinden, om meer te zijn. Niet belangrijker, maar eenvoudigweg: méér te zijn en méér te kunnen betekenen voor anderen. Meer te zijn en meer te betekenen ook voor het vinden van een positieve oplossing bij de vele problemen, waarmee uw wereld op het ogenblik worstelt. De vele vraagstukken die ook wij in de geest steeds weer moeten beschouwen en oplossen, maken hiervan deel uit.

Juist op een avond als deze is het ook noodzakelijk, goed te begrijpen, hoe wij tegenover elkander staan. Het is nu immers, voor u, net zoals voor ons, nog een tijd om te stellen, dat de geest de mens moet helpen, ongeacht al zijn eigen fouten en zijn verkeerde instellingen. Het is een tijd, waarin wij uit de geest mogen waarschuwen en helpen, daar waar uzelf streeft en zoekt. Het is ook een tijd, waarin alleen de hoogste krachten – maar dan met een absoluut geweld – ingrijpen in het leven van mensen, wanneer dit noodzakelijk is. Daarbij zullen deze krachten niet letten op het al dan niet aanvaardbaar en prettig zijn van de gevolgen voor de mens. Vele resultaten van het ingrijpen der hogere krachten in deze tijd zal u zelfs wreed lijken. Maar het gaat in deze dagen voor de geest dan ook om veel meer dan enkele mensenlevens of zelfs enige miljoenen mensenlevens. Het gaat hier om belangrijker zaken dan menselijke nood en gebrek. Het gaat nu om het al dan niet slagen van de gehele mensheid. Deze jaren vormen een vuurproef.

De krachten en spanningen, die wij opbouwen – intenser en sterker dan ooit tevoren, zoals ik begin te beseffen – zijn dan ook niet bedoeld als een gezellig gezamenlijk ééns per jaar Kracht uitzenden. Dit is deel van een weloverwogen plan. Een wel overwogen plan, waardoor juist in deze dagen, waarop door de grote krachten uit het verleden een zo groot mogelijke versterking van gedachtekrachten wordt gegeven, een positieve waarde wordt geschapen in menselijke wereld en astrale wereld, terwijl tevens een versterking van het streven uit de geest wordt beoogd.

Wij menen, dat er krachten kunnen ontstaan, waaruit wij allen langere tijd zullen kunnen putten.

Wat deze krachten zijn? Tja… De kracht, die u op dit ogenblik rond u gevoelt, is ten dele de kracht van uw eigen gespannen verwachtingen. Want als een mens iets verwacht, stelt hij zich open. Door dit zich openstellen, brengt hij reeds een zekere kracht en enige verbondenheid voort. Ten dele echter wordt deze kracht en spanning rond u ook vanuit de geest gegenereerd. Alles tezamen kan dit misschien het best worden vergeleken met een vloed van de kracht, die ook een magnetiseur voort kan brengen. Een tussenvorm van levenskracht en gedachtekracht dus.

Zo dadelijk wordt dit geheel van krachten – u zult dit zelf wel kunnen opmerken – gemoduleerd.

Er worden dus bepaalde trillingen in aangebracht. Deze trillingen hebben invloed op u en op de materie. Misschien sluit u zich daarvoor af. Dat vinden wij dan heel jammer. Misschien kunt u deze trillingen niet opvangen. Dat betreuren wij dan zeer. Maar deze krachten, deze trillingen, zijn er. Wanneer u dit werkelijk wilt beleven en daarvoor al het andere terzijde stelt, zult u innerlijk en misschien zelfs lichamelijk dit alles ondergaan en beleven.

De Meester, die zo dadelijk komt, zal juist ná de instraling tot ons komen, omdat hierdoor reeds een zeer grote kracht aanwezig is. Dit maakt het voor Hem eenvoudiger in deze vorm tot u door te dringen, alles naar voren te brengen, wat Hij noodzakelijk acht en al datgene te verrichten, wat Zijns inziens voor dit ogenblik en deze tijd het meest juiste is.

Dit alles betekent echter een zeer zware belasting voor uw medium en betekent ook een zware belasting voor uzelf. Er zullen er onder u zijn, die zich een ogenblik wat zwakker voelen of opeens de lust tot gapen vertonen. Misschien treedt zelfs hier of daar een duizeling op. Laat u daardoor echter niet van de wijs brengen. Alle kracht, die hier aanwezig is en gebruikt wordt, keert tot u terug. Niet alleen uw eigen krachten ontvangt u terug, maar u ontvangt deze kracht gereinigd terug.

De levenskracht, die u misschien voor een ogenblik hebt afgestaan, keert helderder, Lichtender en zuiverder tot u terug. Dit kan u misschien helpen, kan uw lichamelijke toestand verbeteren, uw zenuwstelsel versterken. Al wat u verder hebt uitgestraald aan gedachtekracht, is deel van de omgeving geworden. De krachten, die zo op uw wereld worden uitgestraald en daarin worden vastgelegd, zullen ook na de bijeenkomst een bron van krachten betekenen voor allen, die er mee in contact zijn, kwamen of zullen komen. Ook voor u dus. Wat betekent, dat u zeker niet armer aan krachten heen zult gaan, dan u gekomen bent. Integendeel. Wanneer er verder iets in of met u gebeurt – een mogelijkheid hiertoe bestaat zeer zeker – zo wil ik u nu reeds verzoeken, daarover niet al teveel te praten. Zelfs, wanneer u meent genezen te zijn van een kwaal, een visioen te hebben gezien, of iets dergelijks, verzoek ik u, rustig te blijven en dit eerst eens in uzelf te laten bezinken. Want niemand van ons, ook in de geest, is in staat te zeggen wat de uitwerking zal zijn van een directe manifestatie van een zo hoge entiteit binnen een gezelschap, waarin reeds intense en grote krachten uit stof en geest tezamen komen.

Eén ding weten wij echter wel zeker: Deze kracht zal niet bedoeld zijn als een kleine demonstratie, doch zal gegeven worden, om daarmede iets blijvends op te bouwen. Ontheilig deze dingen niet te veel door uw woorden. Alles, waarover u gaat praten, wat u wilt verklaren, of waarover u misschien uitbundig wordt, betekent ergens voor u en misschien ook voor anderen, dat de band met onze wereld en werkelijkheid, die wij op deze avond hopen aan te knopen of te versterken, zwakker wordt.

Ook wat dit alles betreft, mag ik u, vrienden, dus wel verzoeken, boven alles de rust te bewaren. Wanneer de meester is heengegaan, zal het medium waarschijnlijk zo snel mogelijk willen verdwijnen. Blijft u dan nog even rustig zitten. Wacht, tot u voelt, dat de spanning voor u wat afgeflauwd is. Indien anderen reeds heen moeten of willen gaan, hoeft u zich daaraan immers niet te storen. Wacht dus even rustig af, tot u voor uzelf voelt: Nu weet ik, dat ik weer normaal ben. Misschien klinkt dit vreemd, maar een innerlijke beroering, zowel als andere verschijnselen, zijn nu eenmaal mogelijk. Daarom is het noodzakelijk ook dit even te zeggen.

Met een korte samenvatting kom ik nu tot het einde van dit inleidende betoog.

De krachten uit een ver verleden, de krachten, die vandaag aan de dag direct werkzaam zijn, zelfs de kosmische invloeden, die wij moeilijk een naam kunnen geven of als persoonlijkheid kunnen erkennen, zijn allemaal een openbaring van het voor ons belangrijkste aspect van de Goddelijke Kracht zelf. U zult dit misschien liefde noemen. Het is echter meer: Het is de absolute saamhorigheid, die alle bewustzijn in de schepping bindt. Wanneer wij alle uiterlijke geschillen en verschillen over boord gooien, blijft er maar één ding over: Het geheel, waarvan wij deel zijn. Het geheel zonder welk geen van ons werkelijk zou kunnen bestaan, gelukkig kan zijn.

Gij mensen, ziet mij en degenen die zo dadelijk komen, vooral als geest. Maar wij zijn deel van dezelfde kracht als jullie. Al hetgeen in afgelopen tijden is gedaan voor de mensheid, werd gedaan uit ditzelfde besef. Wij willen ons niet afzonderen van de verdere kosmos. Wij willen niet een persoonlijk rijk, een persoonlijke macht, of een persoonlijke erkenning gewinnen. Wij willen de erkenning van de eenheid bereiken, het samen werken, het gezamenlijk streven, eenieder eigen rechten en mogelijkheden latende, maar toch gezamenlijk strevende, elk zich opofferende voor anderen, waar dit noodzakelijk is, elk in de zekerheid ook, dat anderen zich voor hem of haar op zullen offeren, wanneer de noodzaak daartoe zou rijzen.

Alle krachten van lering, van liefde, van wijsheid, van Licht, zijn met ons verenigd. Wanneer u dit kunt aanvaarden zal het volgende deel van de avond u ongetwijfeld zeer veel kunnen zeggen. Het gehele verleden van de aarde komt met het heden samen, om gezamenlijk een toekomst te bouwen voor de aarde en voor alle bewustzijn, dat daar thans leeft, of ooit geleefd heeft. Alles en allen, zullen bouwen aan hetzelfde doel: Het bereiken van de eeuwigheid, de tijdloosheid, waarin ook plaats en ruimte geen zin meer hebben; het bereiken van de toestand, waarin beseft wordt, dat eigen geluk en eigen leven binnen het geheel zinvol is, omdat het altijd voor anderen een weg betekent tot grotere eenheid, tot bereiking én vervolmaking.

Vrienden, wanneer u na deze inleiding nog eens even wilt gaan verzitten, of de keel wilt schrapen, zo verzoek ik u dit nu te doen. Daarnaast wil ik u verzoeken, bij de nu volgende instraling allen zo rustig mogelijk te zijn en u zoveel mogelijk open te stellen voor de Kracht.

Zo het even mogelijk is, laat uw wil om dit werk te volbrengen met de onze samenvloeien. Laat ons gezamenlijk, stof en geest, bij deze instraling trachten de zuivere kracht vast te leggen. Laat ons, wanneer daarna de Meester komt, niet alleen stilzwijgend luisteren naar hetgeen hij zegt, maar trachten ook deel te hebben in zijn werken, in zijn wil, om voor een ogenblik a.h.w. deel te zijn van zijn wezen.

Ik geef nu het medium over aan degene, die de instraling zal verrichten, doch blijf aanwezig. Zo nodig zal ik, nadat onze gast heeft gesproken, nog een ogenblik overnemen. Zo dit echter geschiedt, zal ik echter geen woorden meer spreken. Laat ons de krachten en zegeningen van deze avond gezamenlijk ondergaan.

Voorbereiding

Tezamen gekomen in de naam van de Allerhoogste, Schepper van hemel en aarde, instandhouder van alle leven, Kracht der Krachten, wijden wij dit ogenblik aan Zijn wil, aan Zijn bestaan en trachten een uitdrukking te geven aan Zijn wegen in ons.

Wij trachten dit alles te doen, opdat dit werk, dat wij nu trachten te verrichten, de uiting moge zijn van Zijn Kracht, de kracht van allen, die Hij ons heeft gezonden: de kracht van de Christus, waarin Hij zijn openbaringen aan de mensheid geeft, de krachten ven het Al, de geesten, die Zijn licht aanvaarden en Zijn macht erkennen.

Ik hoop dat u, oh krachten van stof en van geest, Meesters der Lichtende stralen, Gij, levenden der Lichtende sferen, gij, ouderen, die men engelen noemt, hoort op mijn stem.

Weest één met ons in dit ogenblik, opdat de Goddelijke Wil, de Goddelijke harmonie door ons ervaren en ontvangen mogen worden.

Hoort mij, Gij Krachten! Hoort mij, Gij Krachten van geest en stof!!!

Ik roep tot U in de naam van de Allerhoogste, Hem, die wij kennen, verborgen achter het masker Ehue.

Ik roep U in de naam van Hem, die wij kennen als Adonai.

Ik roep U in de naam van Hem, die wij in zijn uitingen kennen als Christus, de uiting van Goddelijke Liefdekracht en Openbaring.

Laat Uw Krachten samenvloeien.

Laat onze wil één zijn.

Laat ons de eenheid binnen de Goddelijke Harmonie erkennen, opdat wij dit werk mogen volbrengen, dat gewijd is aan de Schepper, de Oneindige.

Gij, Krachten van alle wereld en sfeer, geef mij uw Kracht, uw Licht, uw Harmonie.

Geeft mij uw Licht, uw Kracht, uw Harmonie!

In de naam van de Schepper! Geeft mij Licht! Kracht! Harmonie!

In de naam van alle geest en kracht, die het Licht van de Schepper erkent, bevestig ik, in al hetgeen aan teken en metaal mij is gegeven hier, de waarde, die de Schepper heeft gelegd in deze tijd.

Dat, in de Naam van de Almachtige God en de Krachten, door Hem geschapen, in deze materie gelegen moge zijn de Kracht, die Hij ons zendt, de Harmonie van Zijn Wezen, zoals Hij ons deze geeft, de harmonie van Zijn Wezen, waaruit Hij ons heeft voortgebracht.

Dit zij werkelijkheid, opdat in dit geheel moge liggen, voor allen, die daarmede in contact komen, de sleutel tot openbaring van Kracht, herwinning van Harmonie en volbrenging van elke taak, hen in het leven gegeven.

Zo zij het in de Kracht van dit werk. Zo zij het in Zijn Naam volbracht.

Zo het Uw Wil is, o Schepper, Gij die Leeft in alle dingen, schenk Uw Harmonie aan onze gemeenschap, hier aanwezig. Schenk hen de Kracht, om Uw werken en Licht te beleven. Maak hen waardig de openbaringen, door Uw Wil ons gegeven, te aanvaarden.

De Meester komt ………………… Moge ons werk op dezen avond niet te vergeefs zijn, mogen wij allen waardig zijn te ontvangen, hetgeen hij ons schenkt.

Celebrant

Lieve vrienden.

Dit is een tijd, waarin meer dan ooit jullie verenigd worden met de krachten van ons streven.

Weet, dat deze dagen, hoe vreemd of moeilijk zij u ook mogen schijnen, een ware openbaring zijn van uw eigen wezen aan uzelf, een openbaring van de nutteloosheid der dingen die gij begeert en nastreeft, van de onwezenlijkheid van veel, dat u nu nog belangrijk vindt.

Het leven van de mens is een voortdurend ontmoeten van wat hij kent als dood.

Doch ziet, alle dood is een herboren worden in nieuwe Kracht, in nieuw besef, in een nieuwe werkelijkheid.

Gij leeft naar de dood. Leeft echter naar het leven, dat onbeperkt is en niet te beëindigen, zoals het korte bestaan is, dat gij hier kent.

Namens de broeders en allen die met ons verenigd zijn, wil ik u deze avond trachten iets te tonen van het Licht, van de werkelijkheid, waartoe wij allen behoren.

Gij, gij zijt als kinderen. Kinderen, die nog vrezen voor het duister, kinderen, die nog niet weten, wat het Licht is. Maar in deze dagen wordt u het Licht gegeven.

Het duister zal spreken. Uit de diepte van de aarde zal de stem klinken, die gij dood noemt. Aan de hemel zullen de stemmen weerklinken van de angst, die bij u komt voor de dood. Over de landen zal de stormwind der emoties wegtrekken, die gij zozeer vreest.

Niet is dit de tijd dat de ruiters uitgaan, want nog zijn de tijden niet vervuld. Dit is echter de tijd, dat de Kracht uitgaat om te scheiden dat, wat goed kan zijn van dat, wat zichzelf verliest in zelfzucht.

Wie zich in angsten dompelt, wie angsten gebruikt, wie angst aanjaging als macht ziet, zal deze wereld moeten verlaten.

Terneer getreden worden zij, die als hoogmoedigen, vergeten mens te zijn.

Veel zal geschieden, wanneer de vloed rond de wereld trekt, wat u zal verbazen en u doen vragen: Is dit het leven, is dit de werkelijkheid, of is het een dwaze droom?

Ik zeg u: Al dit, wat komen gaat is geen droom. Het is werkelijkheid.

De storm, die raast, de stortvloed, die rond de wereld gaat, is geen illusie: Zij is de beroering van materie, maar ook de beroering van uw geest, van uw leven.

Het is de proef of gij waardig zijt.

Allen zouden wij de Kracht willen doen ervaren, de grote Kracht van het Licht, waarover nu reeds jaren is gesproken, waarover ik sprak in de stof en waarvan ik spreek in elke wereld, die ik beroer.

Dit is de tijd van de grote Kracht.

Daarom zeg ik u: Bemin het bewustzijn, dat in u leeft en bemin alles, wat bewustzijn kent, ongeacht zijn vorm.

Beperk u niet tot land of aarde, maar schenkt uw liefde, uw begrip, uw aanvaarding aan alles, wat bewustzijn draagt.

De tijden zijn nabij, waarin gij ook hierover op de proef zult worden gesteld.

Tracht uw leven dan niet te baseren op de werkingen van het verstand alleen. Begrijp, dat deze tijd, juist deze tijd, ook u kan maken tot profeet.

Veel wordt u geschonken.

Gij meent, dat deze woorden, plechtig als zij zijn gesproken, zinloos zijn? Ach neen. Gij zult  echter de werkelijke betekenis van mijn woorden eerst beseffen, wanneer de proeve voor u komt.

Gij zult bevreesd zijn, gij zult verward zijn. Maar gij, gij zijt als kinderen. En kinderen zijn immers de bescherming van de ouderen waardig?

Niet om uw verdienste op deze wereld, maar omdat gij zijt en aanvaarden wilt, zal u alles gegeven worden aan kracht en begrip, aan inspiratie en erkenning, wat noodzakelijk is.

Onderwerp u aan het vreemde gezag, dat gij noodlot noemt. Want voorwaar, ik zeg u: Wee hen die strijden tegen de machten Gods. Niet zullen zij vergaan, maar in grote eenzaamheid zullen zij lijden, omdat voor hen het leven stilstaat.

Gelukkig geprezen echter degenen, die aanvaarden kunnen, zonder daadloos te worden, aanvaardend, wat hen wordt geschonken, wordt gegeven.

Want dit is de tijd, dat gij geroepen wordt.

Wie antwoordt, zal weten, hoe groot het rijk is van eenheid van leven en bewustzijn, waartoe wij allen behoren.

Eens ben ik opgestegen van de wereld door de 7 hemelen, de 7 graden van bewustzijn, waardoor men tot de eerste fase van erkenning kan komen.

Ik zei: ik trad in de hoogste hemel en ontmoette daar de Almachtige. Nu weet ik, hoe belachelijk deze verklaring was: De macht, die mij God scheen, is slechts de nederigste dienaar in het verblijf, dat de Allerhoogste zich gebouwd heeft door Zijn Wil.

Gij zult vaak goden op uw wegen ontmoeten. Maar zij zijn slechts dienaren, dienaren van het Hogere, rechters en knechten. De macht, die ons is gegeven, is niet afhankelijk van de wereld, die wij betreden. Indien gij waarlijk beseft en wilt, zal uw wezen zich openplooien als een bloem, die na lange droogte en eerste regen in de woestijn ontspruit.

Indien uw wezen de kracht is, die aanvaarden kan, de volle liefdekracht, de volle werking van dat, wat in Al bestaat, zult gij sterk zijn als een rots, die niet buigt voor de sterkste orkaan.

Dit mag ik u beloven: Indien gij in uw gedachten de juiste wet van aanvaarding volgt, indien uw leven gebaseerd is op harmonie en op liefde, indien uw streven is naar het erkennen van eigen nietigheid in het geheel en eigen dienstbaarheid aan de Kracht, die schept, zo zullen jullie de krachten gegeven worden, die jullie in de ogen der mensen tot goden maken. Zo zal u de wijsheid gegeven worden, waardoor gij de ketenen van menselijk denken kunt verbreken en uw geest vrijelijk daar zenden, waar zij voedsel zal vinden, voor haar honger naar liefde en kracht.

Niets zal u geschieden, dat niet dienstig is voor het geheel en niets zal u genomen worden, doch steeds zal u gegeven worden. U zal dit waar zijn, zelfs indien de wereld meent, dat gij verliest.

De kracht, waaruit ik leef, is waarborg voor mijn woord. Gij kunt reeds als mens in deze dagen leren in te gaan in het rijk, waar de Volmaakte heerst.

Aan uw streven daartoe zal alle Kracht gegeven worden, die gij behoeft.

Maar dit is niet genoeg. Gij, hier aanwezig, gij vindt die kracht misschien. Gij zult misschien deze taak kunnen dragen, kunnen volbrengen.

Maar rond u, rond ons, is een wereld, die niet weet. Zij beseft niet, hoe onbelangrijk de kleine verschillen zijn. Zij kan niet aanvaarden, dat eenheid en samenwerking belangrijker zijn dan al het andere op aarde en in de hemelen. Zij stellen hun dwaze beperkingen en eisen. En zo dragen zij het zaad van de ondergang met zich.

Laat ons, die hier tezamen zijn, dan niet alleen denken aan de grote en ware belofte, die ik een ogenblik voor u verklankte.

Laat ons een ogenblik denken aan hen, die nog niet bewust zijn.

Laat ons denken aan de dwazen, die strijden en niet de vrede waarlijk dienen.

Laat ons denken, aan hen, die geweld zien als een middel tot beheersing en macht, maar zichzelf niet beheersen.

Laat ons denken aan hen, die bezit aanbidden en bezit vergarende, armer zijn dan ooit tevoren.

Laat ons denken, vrienden, aan al hetgeen in uw eigen omgeving en zijn zo onvolmaakt lijkt, aan al, wat gij misschien meent te ontberen.

En laat ons, ons wezen in dienst stellen van de Grote Kracht.

Nu – acht mijn woorden wel – zeg ik u: Indien gij, in de naam van de Kracht, die u geschapen heeft, in naam van de God, waarin gij gelooft en in naam van de hoop, die gij hebt op het gelukkig voortleven in de geest, uzelf onderdanig wilt maken aan het Grote, zo zult gij erkennen, dat hierin macht is, zo sterk, dat zij een wereld kan doen beven, vernietigen of redden.

De Kracht, u gegeven, niet slechts nu, op dit ogenblik, maar rustende in u, is de Kracht, waarmee gij uw wereld kunt redden, alle grenzen kunt breken, waarin gij de band van mens en mens, mens en geest, kunt maken tot een waarlijk Goddelijke erkenning der harten.

Ik zeg u: Gij, die weet van deze dingen, dít is het ogenblik dat tot u gesproken wordt. Gij kent uw taak. In uw dromen hebt gij deze weg reeds begaan. Ga thans tot deze taak over. Nu. Van heden af.

Gij weet in uzelf, hoeveel gij kunt doen. Gij weet in uzelf, dat gij sterk zijt. Gij weet, dat de harmonie in uw wezen de kracht is, die u leidt.

Aanvaard uw taak op dit ogenblik. En gij, die deze taak waarlijk aanvaardt, u zou ik willen vragen: Wees één in uw streven met mijn broeders, met alle krachten, die met ons zijn in deze dagen.

Laat ons gezamenlijk Kracht in u bevestigen en bevestigen in de wereld. Laat ons een deel van de atmosfeer reinigen van haat, laat ons een deel van deze wereld de harmonie doen kennen.

Zo gij wilt, waarlijk wilt, geeft mij uw steun. Want ofschoon ik in uw ogen misschien machtig ben, zonder u is mijn macht waardeloos.

Broeders, zusters, Krachten van liefde en Licht, het is uw wil, die ik volvoer.

VREDE ZIJ DE WERELD

Vrede en Kracht zij in uw aller wezen. Vrede en Kracht en Licht, vernietig de haat!

Wees één met mij. In de liefde van mijn wezen voor leven en schepping, in mijn liefde voor u, o Schepper, in mijn besef van de harmonische eenheid, die Gij ons als doel stelt.

Laat er vrede zijn. Laat de haat sterven en licht zijn de vrede.

Maar laat het Licht reinigen gedachten en sferen, opdat de harmonie en uw vrede deze wereld moge openbaren het Licht, gezond makende wat ziek is, herstellende wat gebroken is, brekend al wat is de kracht des kwaads.

In de Naam van mijn God en van u allen, o broeders, in naam ook van allen, die met mij zijn… volbreng deze daad in liefde. Bemin de wereld, bemin het leven. Schenk met ons voortdurend deze kracht aan uw wereld, helpende de zwakken, beschermend. En zo de harmonie is erkend en de taak aanvaard, zullen wij trachten de laatste gave, die ik u uiten mag voor deze dag, te schenken.

Aanvaard dan, wat wij u geven mogen….

Vrede in uw harten, genezing voor uw kwalen, sterkte in uw streven en het zien van de waarheid, die u bestemd is…..

In de naam van de Almachtige God, in de naam van de Meesters en Krachten der Sferen, in de naam van u, o verkondigers der waarheid…. en in de naam des Lichts…. zij de gave bevestigd….

Vrienden, het voertuig verdraagt mijn aanwezigheid niet langer. Maar al verlaat ik u, mijn liefde en streven is met u. De liefde en het streven van alle Meesters en Leraren, van alle krachten en stralen des Lichts is met u.

Wees sterk, wees vreugdig, wees in harmonie, opdat wij gezamenlijk mogen bereiken.

Moge de Onsterfelijke en Onmetelijke met u zijn en u helpen uw gedachten te overwinnen, opdat gij de waarheid van uw wezen moogt vinden.

image_pdf