Steravond 1985

image_pdf

13 december 1985

Ja, het is steravond en eigenlijk zou ik nu moeten beginnen met een heel verhaal over alles wat we wel en niet gaan doen. Maar we leven op het ogenblik in een periode waarin het meer aankomt op datgene wat er feitelijk gebeurt dan datgene wat erover gezegd wordt.

U bent hier en we hopen dat u zich open zult stellen voor wat er gebeurt. Er zal u gevraagd worden om tijdelijk uw krachten één te laten zijn met de celebrant en ik denk dat dat wel goed zal gaan. Aan de andere kant moeten we ons realiseren dat we op het ogenblik te maken hebben met een voertuig dat maar beperkte spanningen kan verwerken, zodat we meer dan anders daarnaast afleidingen moeten scheppen. We zullen dat doen door een bijzondere afscherming nog een keer aan te brengen en de zaak zo veel mogelijk te reguleren.

In een jaar als dit staan we eigenlijk voor allerhande eigenaardige verschijnselen. Er is op het ogenblik een komeet op komst en wat de meeste mensen niet weten, het is zeer waarschijnlijk die komeet geweest, die de drie wijzen uit het oosten erop attent heeft gemaakt dat er ergens iets zou gebeuren. De komeet van Halley, die soms wordt gezien als de brenger van pest en onheil, de dood van hooggeplaatsten, soms ook weer als aankondiging van een vernieuwing, van een era waarin alles anders zal worden. We staan op de grens van een dergelijke era: Aquarius werkt al enige tijd – dat is uit de 60-er jaren – en we kunnen langzaam maar zeker zien hoe de mogelijkheden voor de toekomst gestalte krijgen.

Het is een tijd van omwentelingen, van veranderingen. En de grote moeilijkheid is dat wij onszelf in die veranderingen meestal niet terug weten te vinden, wanneer we op aarde leven. En dat er zelfs in de geest nogal wat entiteiten zijn die het een beetje moeilijk valt in een dergelijke ontwikkeling nu mee te gaan. Want wat gaat er in feite veranderen?

De kracht van de mens gaat veranderen. We gaan van een periode van zuivere wetenschap in de richting van een periode die toch weer het magische denken, de menselijk-magische kwaliteiten a.h.w. in het geding gaat brengen. In het begin waarschijnlijk met veel filosofie, daarna met een reële erkenning van deze mogelijkheden en een reëel gebruik ervan.

Wij staan dus eigenlijk aan de wieg van een nieuwe era. Reeds op het ogenblik. De komende tien jaar gaan bepalen in welke richting die era zich de komende paar honderd jaar zal ontwikkelen. Dat betekent dat we veel kracht nodig hebben, dat we veel gedachten zullen moeten uitstralen, dat er veel geïnspireerd moet worden, al was het maar om zo de mensheid de mogelijkheid te geven zich aan te passen, zonder te begrijpen wat er verandert. Want wanneer je een mens confronteert met totaal andere denkbeelden en structuren zonder meer, dan komt hij in opstand. Hij is een gewoontedier, maar wanneer je hem laat groeien in een voortdurende verandering , waarin deze mens kan denken zichzelf te blijven, dan heb je veel meer mogelijkheden. Wanneer je die mens in het onderbewuste, maar ook het geestelijke, kunt voorbereiden op wat er eigenlijk op de achtergrond ook in zijn eigen wezen reeds speelt, dan bereik je heel waarschijnlijk een positieve uitgang, een positieve voortgang ook, van al datgene wat toch op het ogenblik aardig ontwikkeld is.

Op een avond als deze zullen we vanuit deze plaats als centrum proberen een kracht uit te stralen en we hopen daarmee een heel behoorlijk bereik te hebben. Als het erg meevalt, dan halen we ook het Midden-Oosten nog makkelijk; valt het wat tegen, ach, dan blijft het wat meer beperkt tot Europa, inclusief Engeland.

Om de kracht op te kunnen brengen, is het natuurlijk nodig dat er allerhande entiteiten hier aanwezig zijn, en degenen van u die daar gevoelig voor zijn, zullen er al een heel aantal geconstateerd hebben. De spanning moet nog werkelijk opgebouwd worden. Wat er nu is, is eigenlijk nog maar een heel schamel begin. Om daaraan deel te kunnen hebben, om dat niet af te remmen, moet u op het ogenblik een keuze gaan maken. Deze keuze, om het heel simpel te stellen, is de volgende: U kunt zeggen: “Ik kijk me de zaak aan, maar probeer dan ook niet deel te nemen, blijf observeren. Je hindert dan niemand. U kunt ook zeggen: “lk voel mij hiermee één, ik voel mij a.h.w. deel van de sfeer die hier heerst. Denk dan niet aan wat er gebeurt, maar laat het over u heen komen. Laat de kracht a.h.w. werken in en vanuit uzelf. Die keuze kunt u nu maken, en u zou eventueel die keuze zo dadelijk nog kunnen maken als de tweede inleider aan het woord komt.

Wilt u werkelijk een volledige beleving hebben, realiseer u dan dat u pas later enige beelden, enige ervaringen terugkrijgt van hetgeen hier gebeurt. Het is nl. niet mogelijk u een totale indruk te geven die blijvend bewust beleefbaar wordt. Dan is het mogelijk u een grotere invloed te laten ondergaan die, wanneer u deel bent geweest van het geheel, later bij uw terugkeer,  u daarbij bepaalde ervaringen en mogelijkheden te doen beseffen.

Een punt dat ik toch ook even ter sprake moet brengen, is de bekende rust. U weet het, u bent ontzettend stil en het is eigenlijk zo geladen op het ogenblik, dat het net is alsof je alleen nog maar een vlak hebt en geen mensen meer. Maar het zou kunnen dat er een hoestbui opkomt – ik ken ook het Nederlandse klimaat zo langzamerhand – dus wanneer u kuchen of hoesten wilt: weinig bezwaar.

Maar wanneer de celebrant aan het werk gaat, dan is het anders. Dan is elke storing eigenlijk te veel. Dan worden er zo’n grote energieën opgebouwd en een zo’n grote concentratie veroorzaakt, dat het kan schaden wanneer u alleen maar eventjes stevig doorhoest. Wij van onze kant doen er alles aan dat dat niet zal gebeuren, natuurlijk. We hebben er een aantal loopjongens voor met geestelijke tissues, die de zaak dan tijdelijk komen dempen! Maar je kunt niet weten. De mogelijkheid bestaat; is dat het geval, mag ik u dan verzoeken om dat zo gedempt mogelijk te doen?

Een punt dat misschien ook interessant is voor u, is de soort rite die we krijgen. Ofschoon de achtergrond van de celebrant, zoals het vorig jaar, in feite magisch is, hebben wij besloten om de uitingen daarvan zoveel mogelijk terzijde te schuiven. Het gebeuren mag magisch zijn op geestelijk niveau. Er mag daarnaast zelfs een grote lading op astraal niveau tot stand komen. Maar we willen daarbij alle extra ladingen en inspanningen zoveel mogelijk beperken op stoffelijk niveau. U krijgt dan ook een betrekkelijk korte en betrekkelijk eenvoudige instraling en uitzending van krachten. Wat betreft de voorwerpen die hier voor mij liggen, wil ik ook nog iets zeggen. We hebben het al vaak gezegd, en misschien is het goed om het nog eens te zeggen: Edele metalen houden natuurlijk de stralingen die wij gebruiken het beste vast. Daarbij is goud in verschillende varianten en ook nog zilver het beste. Zilver is voor bepaalde energieën zelfs iets gunstiger: we kunnen daarin nl. een betrekkelijk grote lading vastleggen. Hebben wij te maken met koper brons en dergelijke mengsels, dan is datgene wat er op af straalt even groot, maar hetgeen wat erin kan worden vastgelegd minder en de uitstralingsratio is aanmerkelijk groter. Dus wanneer u voorwerpen hier hebt gedeponeerd, moet u zich wel realiseren dat ook het materiaal meespeelt. Maar we hebben gelukkig nog wat anders wat voor die straling vatbaar kan zijn: dat bent u zelf.

Nu weet ik wel dat de mens die energie aanmerkelijk sneller pleegt te verteren dan een dode materie, die uiteindelijk alleen maar afgeven wanneer daar de juiste trillingen in de buurt komen. Maar u kunt uzelf ook opladen vanavond. U moet dan niet denken dat u zo dadelijk naar buiten gaat, bij wijze van spreken uw krukken weggooit en met huppelsprongetjes jodelend over het trottoir springt. Wat u krijgt is een energie die uw eigen levenskracht vooral egaliseert en daarnaast enigszins stimuleert. U krijgt bovendien een verbinding die hoofdzakelijk op het gebied van het levenslichaam ligt en die dus met de verdraagzaamheid – althans degenen die daarvoor staan in een andere wereld – in verbinding is.

Misschien is het ook nog leuk om u te vertellen dat we op het ogenblik onder de aanwezigen in de geest een aantal ex-voorzitters mogen tellen, wat meer is: ze voelen zich niet meer als zodanig en dat is nog beter. Ze zijn er, deel geworden van de Orde – een enkeling nog niet volledig – maar dan toch reeds hier en daar actief, en ze maken deel uit van dit geheel. Het zijn leden, die overleden zijn – er is er een die al 25 jaar geleden overleed – hier ook aanwezig; ook zij doen het hunne om alles te laten slagen. U moet u dus wel realiseren dat het aantal aanwezige leden aanmerkelijk ligt boven de inschrijving die hier aanwezig had mogen zijn.

U moet zich daarnaast realiseren dat we in het werken van een bijeenkomst als deze eigenlijk een klein onderdeel vormen van een groter geheel. Nu kunnen we gaan praten over de Witte Broederschap, we kunnen gaan praten over allerhande Meesters, maar het belangrijke is dit: Datgene wat ook wij vanavond proberen enigszins waar te maken, enigszins uit te stralen, is deel van een totaliteit, een geheel dat een zo’n groot gedeelte van de mensheid in geest en stof omvat, dat daardoor alleen al een algemeen scheppingsplan wordt waargemaakt.

Wanneer een era verlopen is, verandert de mensheid. Soms na zoveel duizend jaar (ruim 20000) verandert zelfs de kwaliteit van het ras volledig. Er zijn zelfs mensen die zich daarmee bezig hebben gehouden en die geprobeerd hebben te spreken over het eerste, tweede, derde enz. sub-ras. Dat is natuurlijk maar gedeeltelijk waar, maar je kunt zeggen: Wanneer een nieuwe era aanbreekt, dan komt er een ander type incarnaties. Op het ogenblik zien we een groot aantal incarnaties die enerzijds een veel grotere vrijheid hebben van leven en denken, maar die anderzijds gelijktijdig een innerlijke mystiek gaan beleven en daardoor dan toch weer kosmisch meer gebonden zijn dan het merendeel van degenen die op het ogenblik wat ouder op aarde leven, Dat is geen verwijt, het is gewoon iets wat voortkomt uit de incarnatiecyclus,

We mogen daarom aannemen dat dat grote geheel van ons dat nu werkt, gelijktijdig een bevordering betekent van de vernieuwing in de mensheid. Waardoor a. h. w. een ander soort mensen wat meer op de voorgrond kan komen. Waarbij we eindelijk eens een keer kunnen afrekenen met al degenen die alleen maar systematisch en materialistisch denken en daarvoor in de plaats in toenemende mate geestelijke waarde, geestelijke kracht, geestelijke mogelijkheden kunnen brengen, wat een bijeenkomst als deze natuurlijk maar voor een betrekkelijk gering gebied, dat alles kan bevorderen is duidelijk. Maar uw bijeenkomst is niet de enige van deze aard die op de wereld wordt gehouden. De Orde heeft hiernaast nog een tweetal andere steravonden die nog vallen binnen deze kerstcyclus. Daarnaast echter worden bijeenkomsten van soortgelijke aard door minsten dertig andere bewegingen van zowel spiritistische als inspiratief -kerkelijke aard gehouden. zij zullen allen hun invloed voegen bij datgene dat wij proberen te doen.

Mensen moeten weer broeders worden van mensen. En niet onderdanen van systemen, of aanhangers van denkbeelden die in de praktijk maar zelden op hun waarde kunnen worden getoetst. We moeten terug naar de werkelijkheid. En die werkelijkheid is een heel andere dan de mensen zich voorstellen. De werkelijkheid is er een, waarin weinig plaats is voor vele factoren die tegenwoordig het geheel van de samenleving bepalen. Dat wil niet zeggen dat die samenleving maar ineens moet veranderen of verdwijnen. Het wil alleen zeggen dat er andere waarden belangrijker zijn, groter, machtiger. En die waarde moet in de mensheid weer gaan leven, opdat de mens, daarmee verbonden, een ogenblik zich los kan maken van een cyclus die zelfdestructie als een onvermijdelijkheid inhoudt

De mensheid kan zichzelf vernietigen, Maar het is niet de bedoeling dat zij het doet. Het is niet haar taak of haar lot dit te doen. Zij moet verder groeien, Zij moet van haar gebondenheid aan haar begrippen als macht, aan techniek, e.d. terugkeren naar de intensiteit van het geestelijk zijn en het geestelijk beleven! Dat willen wij op een avond als deze bevorderen met alle kracht die in ons aanwezig is.

Dan zijn er nog aspecten bij die we over het algemeen een beetje buiten beschouwing laten. Mensen noemen het vaak: liefde, mensenliefde, naastenliefde; naar hoe het ook zij, wij zijn met elkaar verbonden. Veel vollediger en intenser dan je op aarde pleegt beseffen. In die verbondenheid moeten we komen tot een beleving van het één-zijn, maar ook van het gezamenlijk werken van de eenheid in kosmische kracht, de uiting van totale kracht, waarbij geen grenzen meer bestaan tussen de verschillende werelden van stof en van geest. Geen scheiding meer bestaat tussen ras en ras, tussen systeem en systeem, stand en stand.

Onze tweede spreker zal daarom op de avond – ook al hebben we dat zoveel mogelijk vermeden – juist deze aspecten weer een keer op de voorgrond stellen. Maar je kunt een ander nimmer dwingen tot liefde, dat begrijpt u. Je kunt alleen proberen die liefde in jezelf te ervaren voor het geheel, zonder daar persoonlijk enige consequentie aan te verbinden en dan die genegenheid, die kracht a.h.w. uit te stralen in de hoop dat anderen zich daarmee verbonden gaan voelen. Dat ze hun gevoel van eenheid eigenlijk zover gaan beleven dat ze even vergeten dat je normaal als mens de tegenstander bent van alle anderen.

Als voorbereiding voor hetgeen we willen doen, lijkt me dit een uitstekende benadering, al zal het veel lijken of er hier een beetje op sentiment wordt gespeeld. Ik kan u verzekeren dat dat niet de bedoeling is. Wat betreft de opbouw, die op het ogenblik in de geest al aardig zijn vorm begint te krijgen, wil ik u erop wijzen dat natuurlijk in de benadering van deze gemeenschap op aarde bepaalde suggestieve processen worden gebruikt om daardoor het redelijk verzet dat tegen eenheid van emotie en trilling bestaat zoveel mogelijk te slechten.

Maar daarachter ligt een werkelijkheid. Het is een werkelijkheid die pas benaderbaar wordt wanneer je in jezelf een paar remmen even vergeet, een paar denkbeelden omtrent jezelf en omtrent de wereld even laat rusten.

De tweede spreker zal daar ongetwijfeld op zijn wijze vorm en gestalte aan geven. Mijn taak is – zoals altijd – het scheppen van een zekere eenheid, van een belangstelling, een soort gewenning ook aan de sfeer, aan de zaal, aan de anderen en aan het medium. Het betekent gelijktijdig dat ik daardoor de mogelijkheid geef de nodige afschermingen hier rondom op te bouwen en daarmee ben ik eigenlijk de minste van degenen die hier vanavond tot u spreken, degenen die hier vanavond voor en met u aan werken.

Misschien is het goed te beseffen dat we alleen niet veel waard zijn. Je bent eigenlijk onbelangrijk in het geheel. Toch ben je deel van het geheel. Wanneer je als deel van het geheel werkt, dan is wat gebeurt belangrijk. Jijzelf bent het nog steeds niet.

Wat hier bereikt wordt – en wanneer we geluk hebben kan dat heel veel zijn – is iets wat uit het geheel voortkomt. Ik spreek dan wel tot u, maar in dat geheel ben ik onbetekenend, een heel klein schakeltje en niet meer en zelfs de celebrant, die toch het brandpunt moet vormen van al de krachten die in hem samenkomen, die de dirigent is a.h.w. van een kosmische symfonie, is alleen maar een bestanddeel van het geheel. Zijn belangrijkheid verdwijnt, omdat hij het geheel weergeeft.

Ik zeg u dit opdat u niet zo dadelijk zegt: “0, wat zijn wij uitverkoren dat wij dit allemaal hebben mogen beleven” , of: “ja, maar in mij weet ik dat het nog allemaal anders en beter moet worden.” Die dingen zijn niet belangrijk. En als u erover wilt praten: ga uw gang, straks. Maar op dit ogenblik, zolang wij hier bezig zijn met dit werk, vergeet het. Sommigen van u zullen uitroepen: “Ja, maar ik heb een meester die mij zegt wat belangrijk is.” Kan zijn, maar die Meester is deel van het geheel, zo goed als u het bent. In het geheel bent u niet belangrijk. Het is het geheel dat belangrijk is.

En juist omdat dat geheel zo belangrijk is, moet dat zijn opgebouwd uit u allen! Personen met een ander denken, een ander leven, een andere mogelijkheid, een ander werken, maar gelijktijdig met een verbondenheid die hen tot bewustere delen van het geheel kan maken. Daar gaat het om. Dat wij allen even vergeten wat ons onderscheidt van anderen. Dat wij allen, belichaamd of niet op aarde, voor een ogenblik samensmelten, niet zeggende: “deze is hoog en gene is laag”, maar zeggende: “hier zijn wij,  wij zijn het ene, wij zijn de kracht, wij zijn de werkelijkheid!” Wanneer we dat kunnen bereiken dan garandeer ik u dat ook deze bijeenkomst een geestelijk licht uitgooit dat lijkt op het opgaan van een zon midden in de nacht. Want het is bijna nacht op aarde. De duisternis kruipt overal rond. O, u hoeft er niet bang voor te zijn, er zijn geen spoken. In dat duister en die verwarring kunnen wij een licht ontsteken. Een Licht, dat zelfs bij degenen die zich als dragers daarvan beschouwen, al bijna gedoofd is. Een licht dat je niet maakt tot meer of anders dan een ander. Maar een licht dat je gewoon de mogelijkheid geeft om weer te zien, weer adem te halen. Om weer te zingen, al is het maar van binnen.

Onze hele bijeenkomst heeft alleen maar zin wanneer wij in die duisternis, die op aarde zo algemeen bij ons bestaat, een beetje licht kunnen brengen. Het is daartoe dat de zelfvergetelheid zo belangrijk is. Het is daartoe dat wij u vragen: Vergeet Wat en Wie u bent, wanneer u wilt deelnemen aan dit geestelijk gebeuren. En wanneer u waarnemer wilt zijn: probeer dan niet te controleren of er iets op u inwerkt of niet. Sla het geheel gade. Wordt u getroffen door het licht? Goed. Wordt u niet getroffen? Even goed. Maar probeer u niet meer te mengen in datgene wat er gebeurt wanneer de celebrant aan het woord komt. Dan moet u uw keuze gemaakt hebben. En voor degenen die zeggen: “ja, ik wil wel, maar zou het me geen krachten kosten?”

Wanneer u naar buiten gaat, zult u zich ongetwijfeld anders voelen dan toen u binnen kwam. Maar dit is geen werkelijk verlies van energie en krachten. Het is alleen maar een tijdelijke verandering waaraan u nog niet aangepast bent. Die aanpassing vindt zeer snel plaats. D.w.z. dat u, een uur nadat u weggaat, of u nu heel intens hebt deelgenomen of niet, weer terug bent tot de norm met misschien een paar kleine wijzigingen, die echter voor u eerder een voordeel dan een nadeel, eerder een vreugde dan een last zijn.  En nu we dit hebben gezegd, geloof ik dat we de eenheid van aandacht voldoende bereikt hebben. We willen de zaak met zo weinig mogelijk schade voor ons medium en met zo groot mogelijke intensiteit voor ons in de geest laten verlopen.

Ik geloof dat het daarom nu tijd wordt plaats te maken voor de tweede inleider, opdat deze u verder kan voorbereiden tot de geestelijke kracht en eenheid zo groot is geworden, dat de Celebrant de mogelijkheid heeft daarmee te werken.

Ik neem afscheid van u als spreker, als persoon blijf ik deel van datgene wat gebeurt en hoop ik één te zijn met u in een van de grootste en beste krachtontladingen die wij in vele jaren tot stand hebben kunnen brengen.

Tweede spreker

Het is al een tijdje geleden dat ik door ben geweest , zoals dat heet. Er zijn zelfs een paar van u die denken dat ze me al door hebben. Maar vrienden, wat ons op dit ogenblik bindt, heeft toch niets te maken met wat en wie ik ben.

Natuurlijk, ik houd van u allemaal. Ik houd van de mensheid met al haar feilen. Soms droom ik zelfs nu nog van een tuin met een beetje bloesem, een vogel die slaat, de vrede van de namiddag, waarin ik me zo heerlijk één kan voelen met het hele landschap. Met al die mensen, die daar werkend of zingend, of zelfs treurend mee verbonden zijn. Maar vrienden, wanneer ik zeg: ik heb u lief, dan heb ik u niet lief omdat u mooier of beter bent dan anderen. Ik heb u lief, omdat u deel bent van de mensheid. Ik heb u lief, omdat u eenvoudig een deel van mij bent, omdat ik een deel van u ben. Ook al ben ik alleen maar een gedachte, een windvlaag die u streelt misschien. Of een geest, die probeert troost te geven, terwijl de mensen niet eens weten dat ze gegeven wordt.

Liefde is een wonderlijk ding: Het is een vreugde, een vreugde omdat je bestaat, omdat anderen bestaan. Het is een wonderlijk beleven dat je soms voor een ogenblik een ander schijnt te zijn. Even deel bent van iets wat in het verleden was of iets wat de mensheid nog niet heeft gezien. Soms denk ik dat ik weet wat het is om als Jezus rond te gaan en te leren. Dan weer zit ik in de stilte en beleef de laatste Boeddha zoals hij zocht en was. Ik ben soms één met een bedelaar, soms met een verslaafde, soms met een staatsman, met een playboy en zelfs – als geest mag dat nu – met een playgirl op zijn tijd. Niet dat ik persoonlijk gelijk ben aan die ander, maar ik aanvaard ze zozeer, dat ik weet wat het is om die ander te zijn.

Ik heb waarlijk alles lief wat bestaat. Mijn liefde houdt niet stil voor degenen die in de modder van duister schuldgevoel en dromen woelen in een duistere sfeer. Ze staat niet stil voor lichten die me verblinden en me toch een eenheid doen beleven.

Ik houd van het bestaan – niet van het leven in een bepaalde vorm – gewoon van het bestaan en al wat bestaat. En daarom houd ik ook van u.  Het is een lange weg, een hele lange weg geweest: van een je uitverkoren achten, tot een poging een herder te zijn, een poging om een gedichtje te schrijven, een poging om in de geest het oude werk voort te zetten, tot het punt waar ik nu ben gekomen.

Ik kan niet spreken over u – ik kan alleen maar zeggen: ik heb u waarlijk lief omdat u bestaat, omdat u betekenis hebt, want zonder u zou het anders zijn. Ik heb u lief om wat ge eens zult zijn. En ik heb u ook lief in de erkenning van wat ge hebt gedaan en wat ge geweest zijt. Als je werkelijk wilt begrijpen, wanneer je werkelijk wilt groeien naar die grote en lichtende Eenheid, dan moet je wel je oordeel vergeten. En daardoor komen tot die aanvaarding, tot dit je-één-gevoelen met al wat is. Ik heb u allen lief. O, niet op menselijke wijze. Die ellende heb ik met het lichaam achter mij gelaten. Ik zeg ellende, want het celibaat doet je soms strijden tegen jezelf en je gevoelens en daardoor de wereld haten en jezelf verachten. Maar ik heb u lief en ik hoop dat u ook mij zult willen aanvaarden. Hoe ver? Ach, dat kunt ge alleen zelf weten. Maar dit zeg ik u wel: Er zijn er velen, zo hoog en zo lichtend, dat ik ze alleen beleef, nog niet besef. Die u liefhebben, zoals ik u liefheb. Die met u samengaan op al uw wonderlijke paden, zoals ik het soms probeer te doen.

Laten we dan, tenminste op dit ogenblik, de mensheid en al wat wij kennen en beseffen in onszelf, liefhebben. Wanneer je liefhebt, dan vraag je niet of het je kost om te geven, dan ben je blij dat je moogt geven. Heb de mensheid een beetje lief en wees blij dat je haar iets kunt geven. Het is niet moeilijk: het is alleen maar even vergeten dat het ook om jou gaat. Want in die werkelijke Eenheid, je geestelijke eenheid, is al wat ik aan een ander geef, iets waarmee ik ook aan mezelf schenk. In die Eenheid gaat het om wat er volgens mensen of geesten op een bepaald vlak gebeurt, het gaat erom dat wij in de aanvaarding ervan ons een weten met alles.

Ik heb veel gepreekt over Onzen Lieven Heer. Maar waarom Lieven Heer? Ik heb het mij later nog wel eens afgevraagd: waarom hebben wij het over een Lieven Heer? Zo mooi is het nu ook allemaal niet. Zolang je oordeelt is er ook veel kwaad. Maar nu weet ik het. Het is Onzen Lieven Heer, omdat Hij de Liefde is, die ons aanvaardt zoals we zijn. En die zich niet vermoeit met beschuldigingen als we fouten maken, en die zich niet bezig houdt met wat mensenrechten, rechtvaardigheid noemen. Maar die in zijn Liefde zoekt naar een Eenheid met al het zijnde; die hoopt, die wenst, ja, die zorgt dat die eenheid eens bewust beleefd zal worden door iedereen.

Ik weet: die liefde die we kunnen opbrengen, heeft nog zijn feilen en zijn hiaten. Maar is het niet beter, zelfs met die feilen en die hiaten te kunnen zeggen: “ik heb u lief”, dan weg te vluchten in haat of onverschilligheid of verwerping? Het leven is niet altijd even prettig, ik weet het. Maar wanneer je het leven durft liefhebben, niet in één vorm, niet in één persoon of mens, maar het leven, de kracht van het leven die in je is, is het dan niet veel beter, dan opzij te gaan staan en het leven te verwerpen?

Ik weet dat mensen, als zij hunkeren om dood te gaan, tenminste denken dat je in de hemel komt. Want wij baseren onze zekerheden op illusies die we innerlijk wel beseffen dat ze onjuist zijn. Maar is het nu niet belangrijker om te zijn, om deel te zijn! Om te aanvaarden, om in wederkerigheid te ondergaan, alle dingen desnoods! En dan te kunnen zeggen:

Ik heb u lief, Ik heb u lief, mijn God. Maar ook: Ik heb u lief, mensheid; ik heb u lief, Geestenwerelden, wat ge ook zijt. Gij zijt het Zijnde, ik ben deel van het Zijnde. Hoe kan ik u verwerpen of veroordelen, zonder mijzelf te verwerpen of te veroordelen? Er is veel in de wereld wat u anders zou willen hebben. Het is een oude ziekte; ik denk dat die al begonnen is bij Adam en Eva. Maar of het anders is of wordt of niet, is er daarom minder leven? Zijn de vormen belangrijker dan het wezen? Het is als een dwaas die uitroept: De Mens is niet belangrijk, alleen het kostuum dat hij draagt!

Daarom zeg ik u: Heb het leven een beetje lief. Probeer, probeer tenminste even in een werkelijke aanvaarding en eenheid het Al te ondergaan; wees een deel van dat alles, zoals ik er deel van ben. Wees een beetje licht, wees een beetje schaduw, wees jezelf , maar gelijktijdig deel van al het andere en besef dat!

Weet u, vrienden, het is gemakkelijk om te zeggen: ”ik heb u lief” Maar het is zo moeilijk om te vergeten dat niet jij de arbiter bent, maar dat het heelal de bron is van de Liefde, de Ware Bestemming.

Wanneer wij spreken over Jezus, kunnen we van mening verschillen. Maar, wanneer we er aan denken, dat een mens sterft voor zijn medemensen, dat hij niet zichzelf redt, maar ten onder gaat om daarmee een ander iets te geven: is dat niet de schoonste liefde die er bestaat? En niet alleen Jezus heeft zo liefgehad. Er zijn mensen geweest die gestorven zijn; een priester in een concentratiekamp, een broeder, later pater in de leprozenzorg. Er zijn er zoveel geweest. Zij konden de mensheid liefhebben, zonder aan zichzelf te denken! Wilt u niet proberen, alleen maar proberen, om die Liefde te beantwoorden? Om die kracht die desnoods zichzelf vernietigt om u te redden, terug te geven; tenminste die onvoorwaardelijke aanvaarding? Zo dadelijk dan gaat het gebeuren.

Dan geven we vorm aan iets dat eigenlijk altijd zou moeten bestaan. Zoals ik op dit ogenblik tot u zeg: Ik heb u lief, maar die liefde is er altijd, die liefde blijft, die is niet door de uiting bepaald. En wat zo dadelijk gaat gebeuren is de uiting van een proces dat altijd bestaat. De kracht die hier ontstaan zal, doordat wij even vergeten dat we zo belangrijk zijn, en anderen niet. Het is een Kracht, die er altijd is, waaraan we altijd deel kunnen hebben, wanneer we leren wat het is om waarlijk het leven, de levenden, de overgeganen lief te hebben.

En nu de Celebrant mogelijkheid gaat vinden om met u samen, met ons samen, met het AL samen, uiting te geven aan datgene wat altijd zou moeten bestaan, kan ik u alleen maar vragen: Wilt u alle haat, vooroordeel en tegenstand nu niet even vergeten? Wij zijn hier, omdat we – wat u ook denkt – te dienen in Liefde. Laat die Liefde voor een ogenblik de grenzen opheffen. De grenzen tussen mens en mens, tussen mens en geest, tussen mens en geest en God. Dan zullen we waarlijk, zoals mijn vriend de inleider al zei, zien hoe de zon opgaat om middernacht, dan zullen wij zien hoe de Kosmische Liefde sterker is dan alle waan die mensen verdeelt. En dan zullen we weten dat het goed is om te leven, omdat wij deel zijn van de Liefde die ons allen omringt.

En dat, mijne vrienden, is dan het laatste wat ik u zeg. Ik ga plaats maken voor een celebrant, die zoveel meer Licht omvat dan ik, die ik toch niet slechts liefheb op mijn manier, maar die in zijn Licht voor mij een Liefde omvat die het me mogelijk maakt mijn beperktheid te aanvaarden.

Celebrant

Wij zijn bijeen in de Naam van de Kracht, die alle dingen heeft voortgebracht.

Wij zijn Deel van de Kracht. Wij dragen de kracht, Wij richten de Kracht.

Verenig U met ons, Gij, krachten van licht

Verenig U met ons, Gij, die mensen zijt geweest

Verenig U met ons, Gij die de Vormen en het Leven gestalte hebt gegeven

Verenig U met ons, Gij Zon, Planeten

Verenig U met ons, opdat ons Werk moge worden volbracht, de Zuiverheid , het Witte Licht en de Lichtende Kracht:

Het zij Licht. Het Licht omringe ons. Het Licht doordringe ons.

Daal op ons neer, Gij Kracht van Licht. Verenig  U met ons

En laat deze Kracht haar vorm krijgen, hier met allen

Opdat niets uitgesloten of uitgezonderd zij

Opdat de eenheid van ons, zoals wij stoffelijk nu zijn

Van ons, zoals we geestelijk nu zijn

Versmelte met de Kracht der Werkelijkheid

Zij met ons, Kracht van Licht, als brandpunt van Uw Kracht,

als deel van Uw Levende Kracht, als Een met U

Zeg ik tot al wat is  en verbonden is:

Ga  uit!  Breng  Licht ! Genees  de verdeeldheid !

Laat samenvloeien uit onbesef

Het in Al ik weten

Opdat de mensheid vervuld zij van de Vrede en de Kracht

Die  wordt  uitgedragen. En die is het Wezen van Uw Zijn

Laat de Kracht met mij zijn. Laat het Licht mij omringen. Laat het Licht mij vervullen.

Geef mij Uw Genade en Totaliteit opdat er troost zij, opdat er sterkte zij

opdat bewustwording zij voor hen allen, die rond ons zijn,

en laat de Kracht van Licht nu vanuit mij gaan naar al dezen die hier zijn.

Opdat zij innerlijk zullen worden gezuiverd. De Vreugde zullen leren kennen.

De innerlijke eenheid, de Verbondenheid zullen beseffen, die bestaat in het geheel van de wereld, het geheel van de Kosmos

met U, o Heer, Bron van alle dingen,

met U, O Heer, die Licht zijt, die Kracht zijt

Gij, die zijt Begin en Einde, vervul hen met Uw Licht!

Laat in de materie zijn vastgelegd de Kracht van Licht, Vrede en Verdraagzaamheid,

Dat zij uitga in de mens, vervulle de mens, de vrede scheppend die voortkomt uit de werkelijkheid en aanvaarding.

EEN met de kracht van Licht en Liefde,

EEN met de Kracht van Werkelijkheid,

Vervuld van de Christuskracht en de Christusgeest

Ten laatsten male

Verzamel U met mij

Wees EEN met het Licht, EEN met de Kracht

opdat de Vrede geboren worde in  de wereld

Gaat de  Kracht uit, zoeke de Kracht de Werkelijkheid te vinden en vernietige de Kracht

al datgene wat de vrede in de mens, de vrede in de geest belemmert.

Zo het Uw Wil zij, Bron, Kracht, God, laat de Vrede herontstaan in de mens.

Laat de Vrede worden tot genezing, tot besef en Kracht

Opdat Uw heerlijkheid bevestigd zij, ook in dit kleine deel der schepping.

Uit Uw Naam, en Uw Kracht, en Uw Genade, heb ik dit werk volbracht.

Dat het Licht , de Vrede , op al uw wegen vergezelle.

Dat  Kracht, Licht en de Vrede U allen brengt tot de Ware Beleving en het Besef van de Eenheid.

Amen

image_pdf