Sterren

uit de cursus ‘occult practicum’ (hoofdstuk 13) – maart 1967

Sterren

In heel veel occulte werkingen worden wij geconfronteerd met astrologische berekeningen en wij kunnen zeker tegen de wetenschappelijke aanvaardbaarheid van de astrologie menig punt aanvoeren. Toch kunnen wij constateren, dat het licht van bv. de maan op de emotionele inhoud en gesteldheid van de mens een grote invloed uitoefent. Ook kunnen wij bewijzen, dat volle maan bij bepaalde planten grotere concentraties tot stand brengt. Wij zien bv. in bepaalde kruiden ineens een grotere digitaline afscheiding dan normaal. De maan werkt dus.

Wanneer de zon in een bepaalde fase t.o.v. de aarde staat, dan is zij werkzaam en kunnen wij aan hetgeen er in gewas en zelfs in dieren en ook in mensen geschiedt bepaalde werkingen zien.

Indien wij de sterren willen beschouwen als de regelaars van het menselijk leven, zijn wij absoluut fout. Maar indien wij uitgaan van de sterren (en dan denk ik hier niet alleen aan de planeten, maar wel degelijk ook aan de vaste sterren e.d.), die in het emotionele leven en reageren van de mens wijzigingen kunnen doen ontstaan, dan geloof ik dat dit volledig juist is gesteld.

Hieruit volgen dan weer de nodige conclusies.

  1. Geen enkele horoscoop en ook geen enkele directe beïnvloeding door het licht van één ster of van verscheidene sterren of van de sterrenhemel, kan een feitelijke verandering bij u zonder meer tot stand brengen. Er kan een emotionele verandering ont­staan; en hierdoor veroorzaakt u zelf de feitelijke verandering.
  2. Aan de hand van de sterren is een noodlot niet afleesbaar. Wel is een emotionele verandering in de mens afleesbaar. Wij kun­nen dan daaruit wel enige conclusies trekken.
  3. De invloed van sterren, planeten, enz., geldt niet alleen voor de mens. Zij zal gelden voor alle daarvoor gevoelige organis­men en zelfs dode stoffen. Hierdoor kunnen wij onder bepaalde omstandigheden, waarbij de menselijke emotie vaak een grote en bepa­lende werking betekent, van planten, van dieren en zelfs van dode stoffen een andere reactie verwachten.

In de astrologie is het niet zozeer belangrijk dat wij ons oriënteren op wat die planeten en sterren nu eigenlijk te zeggen hebben. Belangrijk is, dat wij beseffen dat bepaalde emotionele wijzigingen zich in ons wezen kunnen afspelen. En nog belangrijker is, dat wij beseffen dat tegelijkertijd die eigenschappen worden vastgelegd in materie, in plant en dier. Wij kunnen daardoor bepaalde inwerkingen en invloeden bewaren.

Nu ga ik maar weer even in de richting van de magie. U weet allen dat heksenzalf, waarin veel kruiden voorkomen, die o.m. laudanum, digitaline en nog wat andere stoffen bevatten, worden bereid uit kruiden die op een bepaalde tijd zijn geplukt. Dus niet het ogenblik van verwerking is belangrijk, maar dat van afzondering van het leven of afzondering uit het normale milieu. Dit betekent, dat wij bv. water kunnen blootstellen aan het licht van de maan, daardoor daarin een heel kleine verandering van vibratie tot stand kunnen brengen en dat water behoudt (zolang er geen ander licht bij komt en zeker niet langdurig bij kan komen) iets van die eigenschap. Dat een plant, die bij volle maan of bij nieuwe maan (dat komt ook wel voor) is geplukt en onmiddellijk daarna zo goed mogelijk is gedroogd en tegen ander licht beschermd, bepaald grondstoffen en eigenschappen bevat, die van de normale plant eigenlijk verschillen. Eigenschappen, die weer kunnen worden gebruikt, wanneer wij die kruiden hanteren.

Wij weten dat er in dieren bepaalde mogelijkheden en eigenschappen zijn. Zo blijkt, dat om olifanten te vangen (dit is misschien een gek voorbeeld; maar waarom eigenlijk niet?) wij het best gebruik kunnen maken van de periode met wassende maan.

Willen wij echter slangen vangen, dan kiezen wij bij voorkeur enkele dagen na volle maan, omdat wij dan het grootste resultaat kunnen verwachten. Er zijn dan bepaalde affiniteiten tussen de mens en de slang en tussen de mens en de olifant zelfs denkbaar. Een olifant, die na volle maan is gevangen, blijft langer wild dan één die vóór volle maan is gevangen. Waarom? Niemand kan het verklaren. Maar ik denk dat hier de emotionele toestand van het dier een grote invloed uitoefent. En als wij daarvan uitgaan, dan kunnen wij heel rustig als volgt redeneren: wij behoeven niet aan de horoscopie en de astrologie als een onver­anderlijke en vaststaande waarde of zelfs wetenschap zonder meer te ge­loven om er gebruik van te kunnen maken. Indien wij beseffen, dat wat in de mens een emotioneel evenwicht betekent en in plant en dier meestal een afscheidingsevenwicht is, op bepaalde momenten kan worden gefixeerd en dat de astrologie ons kan helpen om in grote lijnen de juiste ogen­blikken te constateren, dan kunnen wij stoffen afzonderen, planten dro­gen en afzonderen, zelfs vloeistoffen doen bestralen en afzonderen en daardoor deze emotie wekken, eigenschappen bewaren, ook buiten de perio­de waarin zij natuurlijk voorkomen.

Dit is zuiver magie. Het is niet redelijk, maar het werkt. En zo ik dit weet, kan ik nog verdergaan en zeggen: Het is mij dus mogelijk om de eigenschappen, die normalerwijze alleen zouden optreden bij bv. volle maan of bij een bepaalde conjunctie Mars‑Saturnus‑Zon, op elk willekeu­rig ogenblik, zij het in zwakkere mate, te trekken uit de daarvoor spe­ciaal bewaarde materialen.
Heksenzalven en vele recepten van oude halve magiërs (zelfs Paracelsus) benutten deze kwaliteiten. Nu weet ik wel dat u natuurlijk niet van plan bent zo’n hele krui­denkamer aan te leggen en dat het voor u misschien heel erg moeilijk is om alles nu precíes na te gaan. Maar als u een bepaald voorwerp als gelukbrengend ziet en een bepaalde constellatie voor u als gelukbrengend beschouwt, zou het goed zijn juist in deze periode het voorwerp bloot te stellen aan het sterrenlicht en het daarna verborgen te dragen. Dit is grof bijgeloof vanuit wetenschappelijk standpunt, maar in het occultisme betekent het een versterking van werkingen en waarden. Als u een bepaalde eigenschap kennelijk beter bezit bij wassende of bij afnemende maan (noemt u maar iets) en u wilt die eigenschap ook op andere tijden kunnen ontwikkelen, dan is het misschien juist u te reali­seren op welke wijze u iets van die situatie kunt bewaren. Onthou daarbij:

Afsluiting voor bijkomende invloeden dient over het algemeen te geschieden door het voorwerp te bewaren zo goed mogelijk afgesloten van de lucht, volledig afgesloten van licht en ‑ indien even mogelijk ‑ gewikkeld of gehuld in t.a.v. statische elektriciteit tenminste met één tus­sentrap verschillende materialen: bv. ivoor, zijde en glas. Drie ver­schillende materialen; tezamen kunnen ze een redelijke afscherming vor­men. Ik kan u niet precies verklaren waarom; dat zou te ver voeren. Maar het blijkt dat u die dingen kunt doen.

Wat kunnen wij uit dit korte lesje nu nog meer aan praktische regels halen.

  1. Geloof niet in de lotsbepalende werking van uw horoscoop, maar realiseer u dat zij wel degelijk uw emotionele reactie op de feiten kan aanduiden.
  2. Realiseer u dat voor u gunstige omstandigheden vaak te fixeren zijn, zelfs in memento’s, maar in het bijzonder door daar­voor speciaal bestemde materialen te isoleren. U kunt dan de ge­wenste invloed, zij het in zwakkere mate, voor uzelf later wekken en uw eigen afstemming veranderen.
  3. Bij het benaderen van anderen dient u rekening te houden met hun reactie. Het kennen van de geboortehoroscoop zal u misschien niet alles zeggen omtrent het karakter, maar het zal u wel een grote aanduiding geven in de richting van de emotionele reactie en daarmee van vele psychische processen. Door hiermede rekening te houden kunt u op de juiste momenten altijd goede resultaten ver­krijgen.

Voor dit laatste geef ik dan nog een klein voorbeeld.

Laten wij aannemen dat u handelsreiziger bent of mijnentwege docent of iets anders. U krijgt in uw beroep met mensen te maken. Indien u in staat bent om ongeveer uit te maken welke mensen voor bepaalde constellaties gevoelig zullen zijn, dan kunt u ook op die momenten voor die mensen een zo groot mogelijke invloed vormen en zult u, indien u zelf binnen deze constellatie nog voor u gunstige eigenschappen kunt opwekken, zelfs de ander gedurende deze periode kunnen domineren. Het is hierdoor dus mogelijk voor de handelsreiziger om meer te verkopen en voor de docent om bepaalde punten dieper in het brein van de leerlingen te prenten en ten slotte ook een logische reactie op deze punten bij de leerlingen te bereiken.

Hiermee heb ik voor vandaag mijn lessen beëindigd. Ik ben mij ervan bewust, dat dit tweede deel summier is en vele punten onaangeroerd laat. Voor degenen die zich over dit gebrek aan ontwikkeling van theorieën zouden willen beklagen, verwijs ik naar de titel van de cursus.

Geesten

De voorstelling van de mens over de wereld van de geest is wel wat vreemd. Hij denkt eraan als een wereld, waarin allemaal levende wezentjes zijn. Meestal wezentjes die je niet kunt zien en pakken; die allerhande macht hebben, welke de mens niet bezit en waarvoor je moet uitkijken, zelfs indien zij goed zijn. Deze voorstelling is natuurlijk een teruggrijpen naar het oude natuurgeloof van de mens, waarin hij overal onbekende krachten zag en die zonder meer persoonlijkheid toekende. Maar als wij het wezen van de z.g. geesten nader gaan ontleden, dan komen wij tot de conclusie, dat er zijn:

  1. werkelijke persoonlijkheden;
  2. z. g. schijn‑persoonlijkheden (restanten van werkelijk bestaand hebbende persoonlijkheden op een bepaald vlak);
  3. z.g. gedachtebeelden;
  4. z.g. projecties, die voor een kort ogenblik kunnen bestaan;
  5. z.g. natuurgeesten of elementalen, die in hun vorm meestal door de mens worden bepaald en in hun wezen door de levenskracht van de wereld waartoe zij behoren.

In het occultisme krijgen wij met die geesten altijd weer te maken en daarom is het misschien wel goed om juist voor het verkeer met geest en geesten een paar eenvoudige regels te geven en een paar conclusies te trekken.

le regel: Elke werkelijke persoonlijkheid, die door de mens als geest wordt aangesproken, heeft feilen en mogelijkheden. Hij kan op bepaalde gebieden sterker zijn dan de mens, op andere gebieden zal hij steeds zwakker zijn. Er is dus in dit geval een an­dere reeks waarden in de geest aanwezig, maar niet noodzakelijkerwijze grotere krachten of mogelijkheden.

2e regel: Elke geest, die niet werkelijk bezield is, kan door alle waar­den, waarin een wil en een denken bestaat, worden bezield. De z.g. `schil” of schijnvorm kan dus zowel door uzelf worden bezield ‑ ook als u het niet weet ‑ als door ieder ander. Het betekent dat contacten met de geest, voor zover het openbaring betreft, zeer zeker controle behoeven.

3e regel; Alle z.g. natuurgeesten zijn voor hun vorm‑eigenschappen en optreden grotendeels afhankelijk van het beeld dat u zich ervan maakt. Indien u dus met natuurkrachten wilt werken, zult u eerst een beeld daarvan moeten ontwerpen. Nu een paar eenvoudige conclusies: Een werkelijk contact met de geest kan alleen bestaan volgens de mentale waarde. Een geest kan dus alleen datgene uitdrukken, wat volgens het verstandelijk denken en vermogen van de mens uitdrukbaar is. Het wil verder zeggen, dat elk contact met een geestelijke wereld beperkt is; dat visioenen bv. nimmer volledig juist kunnen worden uitgelegd; en dat geen enkele uitspraak van een geest als absoluut bindend mag worden beschouwd.

De mensen, die in spiritisme e. d. met de geest in contact komen, moeten dus heel goed begrijpen, dat hetgeen belangrijk is niet uit die geest zelf voortkomt. Wat wordt medegedeeld, is steeds een hergroepering van menselijke waarden, waarbij de groepering van de geest kan uitgaan, maar het besef en de reactie altijd in de mens zelf moeten liggen.

Als het een kwestie wordt van helderziende waarnemingen e.d., moet u er altijd aan denken dat u zelf het beeld kunt maken dat u of een ander bij u waarneemt.

Hier heb ik dan nog enkele persoonlijke commentaren aan toe te voegen.

Indien u de geest op enigerlei wijze gebruikt, contact ermee heeft of uit de geest iets ontvangt, dan is dat wel iets van uzelf, maar het is iets dat u niet beseft. Contact met de geest betekent voor de mens een vergroting van zelfkennis.

Alle occulte werkingen (dus de op aarde kenbare resultaten van een contact met de geest) zullen tenminste mede vanuit de mens zelf worden veroorzaakt. En dat houdt in, dat ‑ als u genoeg weet ‑ u in de meeste gevallen de geest niet nodig heeft om iets tot stand te brengen. De geest treedt op als vervanging van de hiaten in uw eigen bewustzijn.

Verder vind ik het ook wel aardig erop te wijzen, dat de meeste mensen van de geest een soort vraagbaak en klaagmuur maken, waartoe zij zich steeds wenden, wanneer zij in zich de erkende noodzakelijke oplossingen onaanvaardbaar achten. Als zij dan doen wat zij willen, geven zij daarvan de geest de schuld; en als het dan verkeerd uitloopt, dan hebben zij de geest verkeerd begrepen of de geest heeft daarmee een bijzonder diepe bedoeling. Geef u a.u.b. niet aan dergelijke idioterie over. Realiseer u, dat u altijd zelf moet beslissen; dat de geest, of het contact met de geest, een toelichting kan betekenen op die delen van uw bewustzijn, waartoe u nog niet direct toegang heeft, maar dat het in feite grotendeels daarbij blijft.

Dan over de kracht van de geest. De geest heeft kracht, dat is zeker waar. Maar die kracht is op aarde door de geest zelf over het algemeen niet volledig hanteerbaar en bestuurbaar. Er is altijd menselijk bewustzijn en menselijke tussenkomst voor nodig om vanuit de geest iets op aarde te doen. Indien u dus bepaalde werkingen uit de geest ontmoet die u niet leuk vindt, dan moet u daarvan eenvoudig afstand nemen en zij houden vanzelf op.

Nu kom ik aan het punt natuurkracht en natuurgeesten, dat vandaag schijnbaar nogal belangrijk was. Daarvan moet u dit onthouden:

Als u verwacht dat een watergeest u kwaadaardig gezind is, dan is waterschade bijna niet te voorkomen. Maar waarom zou u aannemen dat de elementen u, juist u, vijandig gezind zijn? Waarom zou u aannemen dat de krachten der natuur, die de vitaliteit van de aarde uitdrukken, strijdig zijn met uw werkelijke belangen en behoeften? Indien u aanneemt, dat de natuurverschijnselen en de daarin lovende krachten een bevestiging vormen van al hetgeen er in u leeft, dan zult u ontdekken dat die natuurkrachten u voortdurend helpen en steunen. Het is hier niet het ingrijpen van elementalen of natuurkrachten wat bepalend is, maar de houding die de mens aanneemt ten aanzien van het element.

En nu heb ik zo even ook gesproken over schijnvormen. Als u een vorm opbouwt van bv. een aardmannetje of een feetje, dan moet u niet aannemen dat die in feite zo bestaan. U schept het beeld. Als u het scherp genoeg heeft gemaakt en u associeert het met een element, kan voor u een deel van de levenskracht van het element binnen die vorm worden uitgedrukt. Daar het beeld een schepping van uzelf is, is een verstandelijk contact voor u mogelijk, zelfs met elementaire en elementale krachten, waarin feitelijk geen redelijk vermogen bestaat. Het is n1. de harmonie van het beeld met het element, waardoor een weergave van de eigenschappen van het element op redelijke wijze mogelijk wordt.

Hetzelfde is het met de beheersing van elementale krachten. Als ik mij voorstel dat een bepaald geestje in staat is om de trapnaaimachine te laten lopen (ik neem dit voorbeeld, omdat iemand, die nogal veel wist van geestelijke zaken dat inderdaad heeft gedaan), dan moet u begrijpen dat de mens, die:
a. een natuurkracht voor zich concretiseerde en dus voor zichzelf mentaal bereikbaar maakte door er een vorm aan te geven, en
b. die kracht op een bepaalde manier richtte door zijn wil, daarmee inderdaad die kracht als energie kon gebruiken op elk stoffelijk vlak dat met de voorstelling en de kracht van de aarde zelf in overeenstemming was. Vandaar dat Helene Blavatsky natuurgeestjes in haar dienst had, die veel voor haar opknapten. En dit brengt ons weer een stap verder in de richting van het juiste beeld van de geest.

Als ik bang ben voor de geest ‑ of het nu een echte of een namaakgeest is ‑ dan zal die geest altijd verschrikkelijk zijn. Als ik niet bang ben voor een bepaalde geest, dan kan die geest niet verschrikkelijk zijn. Als ik niet bang ben voor iets, overheers ik het; en ik kan dus wel het andere aantasten, maar het kan mij niets doen. De beste verdediging tegen al hetgeen je in de geest als onaangenaam of onjuist ervaart, is dus:
a. er niet bang voor te zijn;
b. proberen je die werking of kracht voor te stellen als iets wat voor jou werkt. Het resultaat zal dan vaak zijn dat bepaalde krachten uit de natuur en zelfs uit de geestelijke werelden (entiteiten) u werkelijk helpen.

Als je met de geest bezig bent, dan komt je natuurlijk voor die bekende warwinkel van voorstellingen t.a.v. de geest te staan. U weet wel,. In de islam hebben ze de houris; en aangezien seks in het christendom zondiger was, hadden zij daar succubi e.d. Hier werd dus ‑ en dat is zeer interessant om na te gaan ‑ een geestelijke vorm gegeven aan primair menselijke instincten en behoeften. Is het dan zo vreemd om aan te nemen, dat juist in het contact van de mens met de geestenwereld de mens vele geesten zelf opbouwt en vormt, die niets anders zijn dan een weergave van zijn eigen behoeften en tekortkomingen? En hebben we dat eenmaal aanvaard, dan weten we dat de oplossing voor alles, wat met de geestenwereld verband houdt, in onszelf ligt.

Dan kunnen wij doorgaan in de richting van het z.g. magische, waarbij de een of andere magiër, die bv. Piet Jansen heet, maar zich misschien Adalbertus Magnus noemt, de geest van de een of andere duivel uit de diepste hel bezweert om daarvan bepaalde gegevens te verkrijgen of hem taken op te dragen. Wat is daarvan waar?

Een geest uit het duister oproepen is uit de aard der zaak wel mogelijk, maar de gestalte en de eigenschappen van die geest en ook de kracht, welke in die geest schuilt en van haar uitgaat, worden niet bepaald door de geest zelf. Ze worden bepaald door de voorstelling van de magiër. Dat wil dus zeggen, dat onze vriend Piet in feite zelf uitmaakt, of precies dezelfde kracht onder dezelfde omstandigheden optreedt als een zingende en weldoende engel of als een verschrikkelijke en als het even kan ook hem verterende demon. De verschillen in de werelden van de magie worden gemaakt door de mens. En aangezien ze door de mens worden gemaakt, zijn alle verschillen in de menselijke en menselijk‑magische benadering van de geestenwereld te herleiden wederom tot de stoffe­lijke behoeften en angsten van de mens.
Wie dus de werkelijke wereld van de geest wil zien, zal zijn begeerten en angsten moeten overwinnen. Wie slechts met begeerten tot de geest gaat, wordt over het algemeen in de vorm van de geest geconfronteerd met zijn angst, omdat zijn begeren de onderbewuste uitdrukking is van zijn angsten. Wie vol angst tot de geest gaat, ziet – daar hij in die angst ook zijn begeerten vreest ‑ de geest als de uitdrukking van zijn begeerten. Wat natuurlijk heel erg jammer is voor mensen, die zo ontzetten geleden hebben onder de bezoekingen van de duivel. Zoals meneer de pastoor van Ars of Antonius en andere kluizenaars en anachoreten, die de duivel maar steeds zagen in allerlei liederlijke gestalten. Uw conclusie kunt u hier zelf trekken.

Maar als ik niet vrees en niet begeer, dan ben ik neutraal, in zoverre het de vormende werking betreft. Wat ik dan concipieer, is de werkelijke uiting van de geest, voor zover ik die kan bevatten. Om de waarheid van geest en geestelijke krachten te benaderen, moet je zonder begeerte of angst de indruk van de geest opnemen. De weergave zal dan nimmer het volledige wezen van die geest geven, maar wel alle aspecten waarmee je bewust nog harmonisch kunt zijn.

En dat wordt aardig. Want als ik geestelijk een operatie nodig heb (nu ja, voor een ander natuurlijk), dan is het voldoende mij voor te stellen, dat een geest:

a, een arts is;
b. de operatie kan uitvoeren;
c. over het nodige instrumentarium beschikt;
d. daarbij geen feitelijk stoffelijke beschadiging tot stand behoeft te brengen.

Deze voorstelling bepaalt de wijze waarop de kracht uit de geest, al dan niet bezield, in verschijning treedt. Heb ik nu bovendien nog contact met een werkelijke entiteit in de geest, dan zal deze haar gevoelig­heden toevoegen aan het door mij geprojecteerde beeld en daardoor werke­lijk in staat zijn iets te volbrengen, wat ik dan bij gebrek aan beter en met mijn verstand later als “geestelijke operatie” zal omschrijven. Hier is dus helemaal geen sprake van het goede doktertje in de geest, een soort “goed heertje”, dat als boete voortdurend magen opensnijdt, nierstenen verwijdert en andere bezigheden verricht, die voor geesten geloof ik niet attractief zijn. U kunt dan dat beeld vervangen door het begrip van een altijd aanwezige kracht, die in deze vorm altijd kan optreden, zolang u daaraan de nodige eigenschappen toekent. En dan kom ik weer tot enkele conclusies:

  1. De voorstellingswereld van de mens. is niet alleen bepalend voor de vorm waarin de geest optreedt, maar ook voor de resulta­ten, die het optreden van de geest in de materie eventueel kan hebben.
  2. De kracht, die door de mens aan een bepaalde geest wordt toegekend, is bepalend voor de kracht die deze werkelijk bezit.
  3. Daar hierbij de fantasiewereld een grote rol kan spelen, is het belangrijk om ‑ althans wat de resultaten en ontwikkelingen betreft ‑ zo dicht mogelijk bij de bekende werkelijkheid te blijven. En ook dit is, gezien het voorgaande, volledig logisch.

Nu zullen er heel veel mensen zijn, die mij gaan aanvallen en zeggen: Hoor eens, waarde vriend, je hebt mij nu verteld dat die geest in feite niets is en niets kan. Maar dat is niet waar. De geest bestaat volkomen reëel. Zij heeft haar eigen wereld, waarin zij een eigen persoonlijkheid heeft. Die persoonlijkheid kan zij beter uiten, naarmate de mensen neutraler tegenover die geest staan. Om u een voorbeeld te geven:

Wanneer ik met u kom spreken, gebeurt het wel eens dat men van mij niets anders verwacht dan flauwiteiten. Het wordt dan voor mij zeer moeilijk om nog enig ter zake doend antwoord te geven of enig terzake doende opmerking te maken. Het zijn uw verwachtingen, die mij in mijn mogelijkheden beperken. Ik heb wel een wil, maar in die wil zit toch altijd de noodzaak tot een zekere overeenstemming met u; zonder dat kan ik niets bereiken. Voor u geldt precies hetzelfde, als u naar de wereld van de geest wilt gaan of daarnaar uitreiken.

U kunt in de wereld van de geest alleen datgene van uw menselijke wereld tot uiting brengen, wat door de geest wordt aanvaard en toegelaten. In feite zijn onze werelden dus nogal van elkaar gescheiden.

Het resultaat van dit alles heeft u vaak kunnen meemaken op menige bijeenkomst. U heeft het in menige les kunnen lezen. De ernst, waarmede u zelf de zaak benadert, de aandacht, die u heeft, de verwachtingen, die u koestert zelfs, zijn mede bepalend voor de resultaten die u krijgt. En dan zegt men wel eens dat het de schuld is van de geest, als het dan tegenvalt. Maar in 9 van de 10 gevallen is het uw eigen schuld. Dit is niet om een verantwoordelijkheid af te schuiven, maar het is om duidelijk te maken welke verhoudingen er bestaan tussen de werelden van stof en geest.

En toch weet u ook allemaal dat u met die geest ergens verbonden bent. U kunt op de geest een beroep doen en zij zal u vaak helpen. Hoe zit dat dan?

U heeft iets verloren. Indien u onderbewust wel weet waar het is en bewust niet, kan de geest daarvan gebruik maken hetzij door u een impuls te geven, waardoor u zich in de juiste richting beweegt en daar zoekt, hetzij door u de herinnering te geven.

Wanneer u geestelijke hulp nodig heeft en u zoekt in de geest zekerheid, een zekere stabilisatie, dan geeft u daarmede de geest, die u aanroept (of dat nu God is of Ome Jaap, die al 10 jaar over is) de gelegenheid om u die rust te geven.
Dus, begrijp het heel goed: de geest kan in feite voor u alleen datgene doen, waartoe u de geest machtigt en haar de middelen ertoe geeft.

Dan zult u zich afvragen wat wij op aarde zo druk doen met bv. de Witte Broederschap? Dat is ook werk van de geest.

In de eerste plaats zijn er mensen op aarde, die zich van de opzet van de Witte Broederschap volledig bewust zijn. Hierdoor is er dus reeds een verbinding geschapen. Zonder die mensen zou het veel moeilijker zijn.

In de tweede plaats kunnen wij gebruik maken van de gedachten en verlangens van de mensen, die ‑ bewust of onbewust ‑ daarbij een beroep doen op hun God of de geest; op de hulp van niet‑stoffelijke krachten. Door die hulp te geven, in overeenstemming met ons eigen wezen, en daar waar de mens in zijn verwachtingen voor ons niet harmonisch is weg te blijven (wat dus heel natuurlijk gebeurt), kunnen wij inderdaad invloed uitoefenen.

Nu ga ik het geheel samenvatten in een stelletje korte en naar ik hoop ook praktische regels:

  1. Doe zoveel mogelijk alles zelf zonder de geest. Door dit te doen bereikt u een innerlijke gesteldheid en eventueel kennis, waardoor in noodgevallen de geest u inderdaad kan helpen. U verschaft dan de geest de middelen ertoe.
    Iemand, die niet heeft leren lopen, kan nooit het uithoudingsvermogen tot lopen uit de geest krijgen. Iemand, die voortdurend loopt, heeft reserves en kennis omtrent de lichaamsprocessen in zich, waardoor de geest hem kan helpen langer, beter en harder te lopen.
    Dit geldt ook zowel t.a.v. leren als van wat anders.
  2. Ga ook bij uw studie van de geest en uw werken met de geest uit van uzelf. Baseer uw werken zoveel mogelijk op stoffelijke condities en omstandigheden en eerst wanneer uw mogelijkheden uitge­put schijnen, doe dan een beroep op de geest en de krachten uit de geest.
  3. Maak u niet te veel en te concrete voorstellingen van geesten en geestelijke krachten. Indien u dit doet, schept u ze zelf en veel van hetgeen zij voor u betekenen ‑ ook wanneer dat lijden of tegenwer­king is ‑ wordt uit uw eigen levenskracht genomen. Door een zo klein mogelijk voorstelling en een zo neutraal mogelijk beroep op de geest zijn de beste resultaten te verwachten.
  4. Besef, dat u in de materie een zekere mate van vrede moet be­reiken om de werkelijke, de bezielde entiteiten, die in hogere sfe­ren bestaan, te kunnen ontmoeten. Als u een Meester meent te hebben en u bent onevenwichtig, dan heeft u daarmede reeds gezegd dat u geen Meester hebt, maar slechts een projectie van uzelf. Innerlijke evenwichtigheid, levensaanvaarding, bewust streven, betekenen dat contact met hogere werelden mogelijk is en dat die hogere werelden juist door uw eigen activiteit en streven in uw eigen wereld kunnen helpen om bepaalde resultaten te bereiken.

De vier elementen

Vier zijn de richtingen, waaruit de winden waaien.
Vier zijn de krachten, die men zich voorstelt als grondbestanddeel van het bestaan, van de aarde, van de wereld en zelfs van het eigen ego.
Vier zijn steeds de krachten, die men elementen noemt. Grondstoffen. Maar de grondstoffen hebben geen zin en geen waarde indien er niet een vijfde element aanwezig is. Want zelfs in de oude indeling der elementen is er boven de vier de ether, de levende Kracht, die alles doordringt.
Zo moeten wij beseffen, dat de elementen ‑ t.o.v. elkaar in evenwicht zijnde ‑ de ether zo volledig mogelijk tot uiting brengen, maar in hun onevenwichtigheid niet kunnen bestaan, indien de kracht van de ether, de werkelijke levenskracht, er niet is om zelfs hun strijd en geschil mogelijk te maken.
Indien u de tegenstellingen met elkaar in overeenstemming brengt of tijdelijk gelijkschakelt, dan zal de waarde van de levenskracht sterker spreken. Indien u de tegenstellingen ziet als een voortdurende strijd, dan zult u misschien de strijd ondergaan en daardoor de levenskracht niet erkennen, die toch aanwezig zal blijven, altijd. Want boven de elementen staat de Kracht van alle bestaan en alle leven, die wij de goddelijke Kracht, het goddelijk Licht of zelfs het scheppend Woord noemen. Het is deze Kracht, die wij ook in de materie, in de materiële wereld en in de tegenstellingen van de mens zelf voortdurend geopenbaard zien.
Het besef van deze openbaring als beslissend en niet de houding, de relatie, de werking van de elementen op zich, maakt de mens tot een bewust wezen, dat ontsnapt aan een al te elementaire gebondenheid aan de elementen. Een bewust burger van een Groot‑Kosmische wereld, die zelfs in de materiële elementen het Groot‑Kosmisch besef voortdurend uitdrukt en in de beleving daarvan de elementen voortdurend herleidt tot een juist evenwicht in een strijd, die uiting geeft aan de goddelijke Kracht, die in hem wordt beseft.