Stoffelijke wetten vanuit geestelijk standpunt bezien

image_pdf

20 maart 1956

Ik wilde vandaag met u spreken over de waarde die ligt in de stof voor de geest en de wijze waarop de geest daarvan volledig gebruik kan maken. Wanneer wij leven, gebonden aan de stoffelijke wereld, dan zijn wij onderdanig aan een groot aantal stoffelijke wetten, die, vanuit geestelijk standpunt bezien, voor ons belemmerend zijn.

Het blijkt alras, dat wij – mits ons geestelijk streven ook in de stof voortgezet – in staat zijn om buitengewone prestaties (ook op geestelijk gebied) te verrichten, want wij hebben wat de geest niet bezit: een pied-à-terre. Wij hebben een lichaam, dat met al zijn onderdanigheid aan de wetten van vorm, de voortgezette wetten, die u binden in het milieu; de wetten van erflijkheidswaarden; de stoffelijke wetten en waarden, zoals die op aarde gemaakt worden, en toch ook weer de kracht om steeds weer te vergelijken. Wij hebben een vast punt van vergelijking gevonden en door steeds onze geestelijke waarden te toetsen aan de op zichzelf lage, maar voortdurend vaststaande waarden in de stof, kunnen wij komen tot een zeer grote realisatie van werkelijkheid, meer dan menige geest, die nog niet tot de hoog lichtende sfeer behoort.

Wat maakt de stof voor de geest zo waardevol en zo aantrekkelijk? De stof biedt de mogelijkheid tot een emotionele beleving op een wijze die de geest niet kent. Een frustratie, die geestelijk voorkomt, kun je alleen maar wijten aan God of aan jezelf. Elk ander verwijt realiseer je zeer snel als zijnde onzinnig. Je kunt in een waan ondergaan in de geest, inderdaad, maar je zult daar nooit uit gewekt worden door krachten rond je, die je dwingen een bepaalde werkelijkheid, hoe klein dan ook, te aanvaarden. Het feit dat de stof ons dit wel biedt, maakt haar voor ons reeds zeer belangrijk. Wij kunnen echter verder gaan, want wij kunnen door bepaalde eigenschappen en kwaliteiten in de stof op de juiste wijze te gebruiken, in de stof waarden transponeren, die het ons mogelijk maken met de geest door te dringen in het aan de geest vreemde rijk van de materie.

Alle stof draagt in zich ontelbare herinneringen en zichzelf voortdurend hernieuwend en schijnbaar instabiel, betekent zij voor ons de gehele ontstaansgeschiedenis van al het zijn. Elke trap van de bewustwording vinden wij in de stof uitgedrukt. Elke kracht, die ooit in het Al geopenbaard zal zijn, vinden we terug in de materie, zij het in het klein, zij het in het groot, terug.

Daarom acht de geest, die zich werkelijk bewust is, de materie hoog. Velen menen dat het eenvoudiger is om de weg van de geest alléén te gaan. Zij verlaten zo snel mogelijk hun stoffelijke voertuigen en werpen alle aansprakelijkheid af in een wereld, die niet onmiddellijk reageert op hun gedachten. De materie reageert niet onmiddellijk op uw gedachten. Zij wordt niet eenvoudig en licht beheerst. Beheersen van de stof is een zware taak. Het betekent je gehele wezen voortdurend weer inzetten voor één enkel doel. Het betekent voortdurend weer streven naar één realisatie. Heel uw wezen. En wannéér je dit doet, dan staal je je wil. Je leert je geestelijke vermogens als het ware tot op een speldenpunt nauwkeurig te richten over afstanden, die de hele kosmos kunnen omvatten. Je leert jezelf beheersen en besturen.

En uit het standpunt van de geest, doet de stof zich als volgt voor: Voortdurende beweging, waarbij van werkelijke massa weinig sprake is. Zodra onze geestelijke wereld voor ons reëel wordt, dat wil zeggen wij haar beelden en haar uitingen als werkelijkheid kunnen ervaren, wordt wat voor u vaste materie is tot een soort van nevel, een vloeistof en in sommige gevallen, wanneer wij lager zijn, een soort van brei, waar je je doorheen kunt waden. Zij laat geen sporen achter op je. Deze bewegingen echter blijken te beantwoorden aan eigenschappen, die wij in onszelf kennen. Wij kunnen vanuit ons eigen wezen, soms wel in het kleine, de richting besturen van stoffelijke krachtsuitingen. Wij kunnen banen wijzigen, waardoor de geaardheid van de stof, naar buiten toe althans, verandert. Wetende, dat wij door onze wil meester kunnen zijn van de stof, gaan we dan ook de materie opzoeken en trachten juist daarin te komen tot een volledig beleven. Volledige beleving in de stof betekent: nooit iets uit de weg gaan. Volledige beleving in de stof betekent met vol bewustzijn en zo goed mogelijk overleg alle toestanden in de wereld opnieuw zien, zoeken, beleven en voor jezelf constateren wat hun waarde is. Het betekent echter ook: leren de geest zo vrij te laten, dat zij als het ware buiten de stof uitgaande, dwalende soms in andere omgevingen, soms doordringend in gedachtebeelden of uitstralingen van anderen, een voortdurend dieper begrip kan krijgen van datgene, wat in anderen levensbestaan is.

Het leven van elke mens en elke geest is een kleine kosmos apart. Daarin vinden we elke constellatie terug die u in het Al ziet. Daar vinden wij de mogelijkheid die uw hele wereld en maatschappij kent; dus vol met mogelijkheden, maar heeft ook een uitgesproken vorm. En deze mogelijkheden zijn juist in het IK, die persoonlijkheid en die uitstraling, gerealiseerd. Wij zien er de fouten in, we zien er de mogelijkheden bestaan. Daarom vinden wij voor onszelf een voortdurend grotere kracht en een voortdurend sterker wordend vermogen in de materie in te grijpen, haar te beheersen en (zeer belangrijk) haar in haar ontwikkeling bij te staan. Want meer dan in de geest, leren wij in de materie de volgende les: niemand kan alleen gaan. Er bestaat geen geest en geen mens, die volledig afgezonderd van het zijnde uit zichzelf zijn eindbestemming kan bereiken.

Er is niet één weg, die wij gaan, recht als een lijn getrokken vanuit chaos tot God. Ons hele leven is een craquelé: de oppervlakte van de Goddelijke volmaaktheid. Wij omvamen het met vreemde, grillige netwerken van gedachten, wij voeren onszelf voortdurend op tot een groter begrip van het terrein, dat wij doorsnijden, steeds verder grijpen waardig. Maar anderen zoals wij gaan van hun kant dezelfde weg, en er komt een ogenblik, dat wij elkaar tegenwerkende, voor elkaar betekenen een remming, die het bewustzijn verkleint. Want samengaand daarentegen vinden wij een vergroting van bewustzijn en een volledige bereiking. Misschien dunkt u deze les van weinig waarde. Maar zij is belangrijker dan iets anders. Wij allen tezamen, wij vormen het leven. Wanneer ik zeg wij, dan gaat het verder dan de geest, die mens is geweest in de mensheid op de aarde. Dan omvat dit alle Leven, van het kleinst onbewust zwevende wezen, dat gedreven door de straling van het licht door de ruimte reist tot de kolos van de monstergrote zon, die in vlammende gloed voor zichzelf bewustzijn zoekt, eenzaam banend in de ruimte van het Al.

Al deze dingen behoren tot ons, behoren tot het Leven. We kunnen deze dingen niet scheiden.

Daardoor kunnen wij – wanneer wij samen willen gaan, samengaan met al die krachten rond ons; wanneer wij trachten om de gedachten en de taal van de planten te verstaan zo goed als de dieren; om de waarden van de dode materie aan te voelen in haar koude en haast onveranderde uitstraling, zo goed als de volle werking van de krachten die uit de kosmos tot ons doordringen,- kunnen wij in de stof de werkelijkheid leren begrijpen, want, onze geest verrijkt met deze werkelijkheid ziet voor zich wereld na wereld ontsloten.

Eenheid is bewustwording. Het leven heeft reeds vele regels geschapen, die vooral in de stof een kracht en werking hebben. Ik zal trachten enkele daarvan op te sommen, mij daarbij de vrijheid voorbehoudende een standpunt van de geest in de eerste plaats naar voren te brengen.

Want ik kan mijn eigen wereld en leven niet verloochenen noch mijn eigen aanvaarden. En ik weet ook dat deze wetten, uit de oudheid geboren, overgeleverd van geslacht op geslacht, inderdaad de kern zijn van de grootste wijsheid van de mensheid. Ik weet dat mijn visie daarop voor iedere mens en iedere geest ongetwijfeld waarde kan bezitten. Het leven in de stof is het beleven van de dingen. Daar waar de beleving wordt uitgeschakeld, het bewustzijn wordt teruggedrongen vanuit de stoffelijke wereld tot andere gebieden, gaat de mens ten onder en verkommert de geest. Voor de ware ingewijde bestaat er geen wet en geen gebod dan de wet en het gebod, dat hij in zichzelf draagt. Hierbij heb ik een commentaar:

Dit is waar, indien de ingewijde bewustzijn voldoende bezit om de Goddelijke wetten te erkennen met hun rede en deze in zichzelf als waarheid erkent. Maar op het ogenblik dat men nog niet zover gekomen is, verandert mijns inziens de betekenis van deze uitspraak en kan zij beter worden gesteld: Elk ingewijde is slechts onderdaan van de wetten, die hij niet kent. Elke Wet, die men kent is onderdanig geworden aan het ‘IK’, zodat het ‘IK’ daarmee kan werken. Er is in het leven geen enkele waarde die vernietigd kan worden. Dit is juist vanuit geestelijk standpunt, maar mijns inziens stoffelijk moeilijk te realiseren. Beter zou het zo gezegd kunnen worden: Wie geestelijk het begrip van de eeuwigheid vindt, ervaart de onvernietigbaarheid van het stoffelijke in zichzelf krachtens de eeuwigheidswaarden van zijn geest. Want in de materiële wereld kan er veel ten gronde en veel ten onder gaan.

Maar de geest kan te allen tijde teruggaan tot het moment, dat het bestaan vol was en reëel.

Zij kan dit voor zichzelf realiseren en zelfs een groot gedeelte van de kwaliteiten en eigenschappen op een verder gelegen moment transponeren, zo zij zelf daarbij belang heeft.

Wanneer de geest vrij is, hecht men niet aan de materie. Vanuit geestelijk standpunt omgekeerd wetend: wanneer men niet hecht aan de materie, is de geest vrij.

Er zijn vele wegen, die voeren naar de bewustwording. Er is een weg, die AL ervaart, AL zoekt en in zichzelf behoudt. En deze weg is een zware. Er is een weg, die AL verwerpt en in het verwerpen een leegte schept, waardoor God in het IK tot kenbare uiting komt. En hiermee kan ik het volledig eens zijn. Er is geen grens gesteld aan de stof dan de grens van het voorstellingsvermogen, en dit wordt beheerst door de geest. Zou de geest en het bewustzijn gezamenlijk de stof bevelen, zou zij gehoorzamen. Deze waarheid is theoretisch juist. In de praktijk blijkt ons echter, dat, zolang wij overtuigd zijn van de realiteit van onze huidige omstandigheden, het erg moeilijk wordt om ze door bewustzijn en wil gelijktijdig te veranderen in datgene wat wij verlangen. Want ons bewustzijn is gebaseerd op een begrip van werkelijkheid en wij zien dat deze werkelijkheid in de materie wel degelijk stoffelijk is.

De geestelijke wereld blijft voor de meesten ireëel. Degenen die haar kennen, zien haar eerder als een tweede werkelijkheid, dan als de enige werkelijkheid. Ik heb nog niemand ontmoet, stof of geest, die in staat was elke werkelijkheidsvoorstelling uit zichzelf uit te bannen en zich baserend op de waan van alle verschijnselen in en buiten het ‘IK’, volledig te richten op God en deze te ontvangen. Dit is zelfs Gautama Boeddha niet gelukt, deze weg volgend. Men kan echter ongetwijfeld ver gaan op deze wijze.

En dan een zin, die mogelijkerwijze moeilijkheden baart: “Wij dienen alle gaven, die ons gegeven zijn in de wereld ten volle uit te buiten. Wanneer we één gave niet gebruiken, zijn we schuldig.

Wanneer wij alle gaven gebruiken volgens ons beste inzicht en ons oordeel, kunnen wij niet schuldig zijn. Schuld bestaat alleen in nalatigheid.” Ik zou het eens kunnen zijn met diegene die dit gesteld heeft, wanneer de interpretatiemogelijkheden hiervoor niet te vaag waren. Ik zou dit scherper omschreven en gesteld willen hebben en misschien ook met een wat andere tendens.

Van mijn standpunt uit zou ik willen zeggen: De mens die elke mogelijkheid, die hem geboden wordt, elke mogelijkheid, die hij ten volle kan aanvaarden, uitbuit; de mens, die geen van zijn geestelijke en stoffelijke mogelijkheden, ongebruikt voorbij laat gaan, maar die in al deze niet zoekt naar de uitingen zelf, doch slechts naar het bewustzijn daarin verborgen, zal inderdaad volledig tot bereiking komen. Of de wereld spreekt van schuld en de geest spreekt van schuld of niet, doet hier niet terzake. Want in het wezen is geen bewustzijn van schuld, daarentegen een vergroting van bewustwording.

Wanneer men echter een mogelijkheid voorbij laat gaan, wanneer men een geestelijke of stoffelijke gave die men bezit, ongebruikt laat rusten, dan verloochent men een deel van zichzelf en beperkt men hiermee zijn eigen bewustwording. Ik geloof dat inderdaad de ouden gelijk hebben, wanneer zij zeggen dat de grote en enige schuld nalatigheid is. Datgene, wat wij niet gedaan hebben, terwijl wij het hadden kunnen doen, belast ons. Datgene, wat wij echter gedaan hebben, onder volle overtuiging, dat is voor ons een noodzaak, een behoefte, een bewustwording betekenende, dat kunnen wij onszelf nooit verwijten. En God kan ons niet oordelen dan naar het bewustzijn, dat in ons leeft, anders zou Hij onrechtvaardig zijn. Een laatste punt ter beschrijving: Geest en stof zijn één in hun wezen, in hun oorsprong, in hun oorzaak. Waar hun wegen echter verschillend zijn, zo dient men zich vroegtijdig te realiseren welke weg men wil gaan. De weg van de materie brengt vernietiging. Wie zichzelf wil handhaven, wie wil zijn en verder stijgen, zal deze weg vermijden. De weg van de geest betekent het behoud van het ‘IK’, de uitbreiding van het ‘IK’ en de bewuste realisatie van de Goddelijke waarden als einddoel. Wie deze weg gaat echter, zal de zuiver materiële bestreving terzijde moeten stellen. Alle krachten in het Al staan dan de geest ter beschikking, mits zij zichzelf als Ik-heid weet te realiseren en gelijk zich weet te identificeren van de kracht van waaruit zij is voortgekomen. Op het ogenblik dat u dat nalaat is zij machteloos.

Commentaar mijnerzijds: Inderdaad is de weg van de stof de weg van de chaos. De stof behoudt als het ware haar oerwaarde voortdurend. De vorm die zich voortdurend hernieuwt is uiteindelijk slechts een schijn, die aan het werkelijk wezen van de materie noch recht doet toekomen, noch op enigerlei wijze haar wezensaard tot uiting brengt. Commentaar: De materie is chaos en blijft chaos. Voortdurende wording en ondergang van de eenvoudigste en simpelste delen met als resultaat een voortdurende veredeling van de materie en de kracht, die materie is. Er wordt geen bewustzijn geboren, er is geen realisatie door vrij bestaan. Wanneer wij een weg van de materie voor onszelf kiezen, dan kunnen wij ervan overtuigd zijn dat deze weg voor ons ook chaos betekent. Chaos betekent: het wegvallen van bewustzijn, het wegvallen van alle waarden, die ons tot leven brengen en die ons het leven doen waarderen. Naar ik meen zal geen enkele geest een dergelijke wijze van ontwikkeling en begrijpen kunnen appreciëren.

De stofmens kan het in sommige gevallen volbrengen, tegen de wil van de geest in. Wanneer we echter de weg van de geest gaan, dan moeten wij goed onthouden, dat voor de geest de ervaring en de vergelijkingsmogelijkheid van het meeste belang is. Hoe zullen wij het Licht erkennen, wanneer wij de schaduw en het duister niet kennen? Hoe zullen wij God kunnen realiseren, wanneer wij de tegenstelling van God: het Niet niet kennen? Als geest en stof gelijkelijk gaan, zien we dat wie de weg van de geest gaat in alle dingen voortdurend bewustzijn moet zoeken en niets anders. Bewustzijn is de enige waarde. Dat bewustzijn het enige middel is, waardoor wij kunnen komen tot voleinding van onze weg. We gebruiken hiervoor dan ook het magische principe, waarbij wij door ons tijdelijk of voorgoed te vereenzelvigen met andere toestanden, wezens, andere materiële en geestelijke werelden, voor onszelf een steeds grotere realisatie vinden van ons eigen wezen en de eigenschappen, die ook daarin ontstaan.

Want hoe wij ook gaan in de esoterie, wij komen altijd weer terug op het éne woord, dat het hoogst belangrijke is, ja het meest belangrijke: Ken jezelf, dring door tot de kern van je eigen Zijn. Alle Zijn in alle wereld leeft slechts in jezelf. In jezelf slechts is de waarheid te vinden, die je zoekt buiten jezelf.

In je is de levende kracht, die haar kern en oorsprong vindt bij God. Zo kun je slechts in jezelf tot God komen. Want, om tot die God te gaan moet je eerst jezelf kennen. Om jezelf goed te kennen, moet je een begrip hebben van de wereld rond je.

————————————

HET OUDE GEESTENGELOOF

Wanneer er gesproken wordt over esoterische waarden, dan zijn er veel gebieden, die zich voor bespreking lenen. Ik zou een ogenblik met u willen praten over het oude geestengeloof en de oude werkelijkheid van kleine werelden, die met elkaar in voortdurend contact staan. Men meende vroeger dat Al in de wereld te zien was. En dit is een werkelijke en juiste waarde. Want, al hetgeen rond ons is, in de geest of in de stof, legt zijn eigen wezen en zijn eigen kracht in zich. Wat meer is: al, wat rond ons is kent meerdere werkelijkheden. Eén van die werkelijkheden is hetgeen wat men in die oudheid als geest zich zuiver realiseerde.

De geest oproepen en bezweren is bij de mensen al een zeer oud gebruik. Lang voordat de mensheid zijn eerste Atlantische beschavingsperiode doormaakte werden reeds geesten vereerd, aangeroepen en besproken. Nog altijd is de wereld zich bewust geweest van een contact van die eigen wereld, die stoffelijke en materiële wereld, met een ander bestaan, dat, met de wereld verwant en toch daarvan gescheiden was door onbegrijpelijke wetten en onbegrijpelijke grenzen.

Wanneer wij op een avond als deze samen zijn, dan is er niet zoveel verschil tussen de oude priester die zijn geesten, zijn broeders uit de andere wereld tot zich riep en u, die samenkomt om te luisteren naar hetgeen wij, broeders uit een andere wereld, tot u zeggen. Het grote principe, dat ten grondslag ligt aan al deze bezweringen, aan al dit zoeken van de geest, is terug te brengen tot een paar simpele woorden.

“Alle geest leeft en heeft bewustzijn, alle mens leeft en heeft bewustzijn. Maar het bewustzijn reikt verder dan de mogelijkheid, die men in de eigen wereld vindt. Zo reikt het bewustzijn van de mens tot in de wereld van de geest en van de geest tot in de wereld van de stof. Het punt waar het bewustzijn van de 2 werelden elkaar raakt, schept de mogelijkheid om deze werelden tijdelijk als eenheid te doen handelen en zijn.” Het is misschien een zeer kleine moeite voor u om op dit ogenblik een kracht op te roepen uit onze wereld, welke niet eens stoffelijk zichtbaar wordt, maar alleen voelbaar. Want in onze wereld bestaan eenvoudige dingen, die voor u geen waarde hebben, maar voor ons veel waard zijn. Wij hebben ook krachten in overvloed, die in uw wereld zeldzaam zijn. En deze uitwisselingen zijn het, die ons tot vele en vaak eigenaardige experimenten hebben verleid in beide werelden.

Ik ga u niet bezweren met gebaar of woord. Ik ga alleen trachten om een klein beetje van hetgeen u het Licht van onze Wereld noemt een ogenblikje door te doen stralen. Misschien dat u dit langzaam beroert en u in deze beroering door onstoffelijke en toch belangrijke kracht, iets kunt ervaren van de banden, die tussen onze werelden bestaan. We zijn ons wel degelijk bewust van elkaar. En omdat we dit bewustzijn kennen, voelen wij vaak de behoefte om met elkaar in contact te komen. Naarmate het bewustzijn van uw wereld vlugger loopt, wordt de behoefte van onze wereld in dit bewustzijn mede te delen ook eveneens vlugger. Naarmate uw wereld meer verlangt naar het onbegrepene, heeft zij meer interesse. . .

Een oude bezwering brengt de geest terug tot stoffelijke vorm. Zij dwingt de mens zichzelf als voertuig te stellen en elke demonische kracht die er bestaat, wordt door die mens geuit. Het heeft niet veel betekenis en waarde. Toch is er één factor bij die dit alles grotere belangrijkheid geeft dan vele van de zogenaamde seance-uitingen. De mens die zich ter beschikking stelt, is zich bewust van hetgeen hij riskeert, is zich bewust van de kracht, die hij zal ontvangen en verlangt, ondanks de offers die dit betekenen kan, deze kracht op de wereld te doen uiten, opdat haar wezen, haar weten en haar vermogen in eigen wereld, baten zullen vinden. De krachten, die onze wereld geeft zijn simpel. Zij zijn wat levenskracht, wat veerkracht. Soms doet onze wereld u haast inslapen. Dan voelt u zich heerlijk ontspannen en wanneer er al gesproken wordt, dan deinen de woorden voorbij en schijnen de zinnen hun betekenis te verliezen. En toch onttrekt u iets. Want uw weerstandsvermogen, uw arbeidskracht, ja, uw hele levenszin is groter en opgewekter, wanneer deze beleving voorbij is, dan voorheen.

Deze kracht kunnen wij het best noemen: onze materie. De wereld van de geest heeft namelijk een soort materie. Iets wat aan uw zenuwkracht overeenkomt. En deze kracht wordt gebruikt bij ons om werelden te bouwen. Uw wereld heeft het altijd geweten. Eerst aangevoeld, naderhand beredeneerd en omschreven. Zij heeft de eigenschappen, die die kracht kan hebben, godennamen en demonennamen gegeven. Zij heeft de geest van de dode, die voortleeft in een andere wereld gemaakt tot een symbolische figuur. Men geloofde in de oudheid, dat men tot in Hades kon gaan en terugkeren, dat men op kon stijgen tot in de jachtvelden, die liggen boven de hemel en van daaruit op aarde terugkomen, verrijkt met een schat. De oudheid heeft begrepen dat de grens tussen onze werelden minder groot is dan men zich voorstelt. Wanneer zij een Prometheus vuur laten stelen uit de hemel, dan is het niet veel anders meer dan levenskracht, die men ontleent aan onze wereld om ze in uw wereld tot uiting te brengen. Ieder groot wonderdoener beroept zich steeds weer op de krachten van de geest en bewerkt daarmee wonderen. Maar die krachten worden niet gegeven zonder dat daarvoor iets in ruil wordt gegeven. Soms vraagt de geest een leven, leed van de mens. Leed van de mens is zeer kostbaar, want in zijn beleven van waarden in diepe droefheid geeft hij nieuwe krachten en emoties af, impulsen, die het voor ons mogelijk maken paleizen te bouwen, waar eerst de schamele hutten van de onbewuste gedachten onze woonplaats waren. Kostbaar zijn ook de stoffelijke belevingen van de mens op aarde en menige geest dient een mens gaarne, wanneer hij daardoor diens leven mag delen, en een deel van zijn eigen bewustzijnsimpulsen in de mens over mag planten.

Er is altijd een ruilverkeer tussen onze werelden. Men stelt zich tegenwoordig in uw wereld maar al te gaarne voor, dat boven hoogverheven werelden tal van lichtende krachten alleen maar geven. Maar alleen geven zou het evenwicht van het zijn verstoren. Zelfs wanneer wij zouden willen geven en niets terugvragen, dan zou u onwillekeurig ons iets teruggeven.

Wij spreken op een avond als deze met u en wij nemen geen krachten van u weg. Wanneer het mogelijk is geven wij wat meer kracht en wat meer weerstand. Wij geven u allen datgene, wat wij menen wat wijsheid is. En wij krijgen van u gedachten en impulsen. Wij zien uw strijd en uw verlangens en hierin vinden wij rijkdom. Het is dan ook duidelijk dat elke bezwering van geesten op deze ruilhandel gebaseerd is. Of dit bewust of onbewust geschiedt ligt aan de tijd. Vroeger heeft men geesten bezworen door bloedoffers, door hen de Odd-kracht, de levenskracht van schepselen aan te bieden, niet begrijpende dat deze kracht op een andere (onbloedige) wijze beter, eerlijker en schoner gegeven kon worden. Men heeft zichzelf gemaakt tot een offer en men heeft zich uitputtende tot een laatste levenssprank, nog slechts een ogenblik flikkerende, ontbloot van alle levenskracht en zo de geest bewogen om eigen beeld te werpen in de stoffelijke wereld.

Thans vraagt men van de geestelijke wereld vooral wijsheid en bijstand. Wij kunnen u die altijd geven. En ook u kunt vandaag aan de dag geesten bezweren, indien u dit wenst. Maar onthoud wel, elke geestelijke hulp heeft een prijs. Elke geest, die tot de aarde komt en daar helpt en bijstaat, neemt ook iets van u mee. Wat wij meenemen is vaak veel onbegrip, het zijn vaak waanbeelden, voor ons kostbaar, alsof het specimenen waren van een eigenaardige diersoort, die men onderzoekt om zo tot een beter besef te komen van de indelingen van de kosmos.

Wanneer u geestelijke bijstand wenst en die geest wilt roepen, onthoudt dan deze grote waarden: Wie roept, wordt verhoord, of hij het nu bemerkt of niet. Wie tot een geest roept wekt een geest, ook al is het niet altijd degene, die men werkelijk meent geroepen te hebben.

U kunt daaraan niet ontkomen en u zult elke geest wekken in overeenstemming met uw eigen begeren en eigen verlangen. De geest kan slechts antwoorden op de waarden, die u te bieden hebt. Wilt u een geest zelf verloochenen, dan zal deze geest onzelfzuchtig helpen. Wat zij meeneemt is slechts de ervaring van licht in de materie, waardoor zij een beter inzicht krijgt in de eenheid van God. Tracht u de geest zelfzuchtig te roepen, dat vindt zij in u de emoties en gebondenheden van de materie, die voor haar een nieuwer beleven zijn en misschien zelfs een roes. Menige geest helpt de wereld die roept, alleen om zich te kunnen bedrinken aan ervaringen, die (ofschoon onwerkelijkheid roepend in eigen wereld) door haar worden verkoren ver boven alles wat die wereld te bieden heeft.

Wie de geest roept, betaalt die geest zijn loon. Maar het loon is in overeenstemming met de wijze waarop men roept! Wie de geest roept om dood te brengen op de wereld, zal met de dood moeten betalen. Wie de geest roept om leven te brengen op de wereld, zal zelf moeten leven om zo in het beleven van levende krachten, impulsen van het leven te versterken, niet alleen in eigen sfeer, maar ook in de daarboven gelegen wereld. De magische band, die tussen ons bestaat is in werkelijkheid een zeer nauwe samenwerking van gedachten in verschillende werelden. Niet slechts van twee werelden: de wereld van de stof en geest, maar van vele verschillende werelden, die in de geest bestaan en de vele niveaus van bewustzijn, die in de stof voorkomen. U kunt u bezwerende het dierenrijk oproepen, zo goed als de engelen. Maar dat dierenrijk wordt u tot demon, en roept u het satanische op, ja, dan roept u zelfs waarden op, die volstrekte vernietiging betekenen, voor alles wat er bestaat, ook voor uzelf. U bent het zelf, die bepaalt welke krachten tot u komen. U bent het, die bepaalt hoe die krachten u bijstaan, maar u bent het, die (en dit, zonder daarover te handelen) de prijs zult moeten betalen, die zij daarvoor vragen.

Een mens weet niet altijd, dat hij een prijs betaalt. Hij realiseert zich niet, dat voor gegeven licht soms licht wordt genomen. Dat voor vreugde ontvangen soms leed moet worden betaald. Maar wie dat begrijpt, zijn prijs zelfstandig en vrijwillig geeft, zich bewust dat slechts hierdoor de werking met de geest mogelijk is, die zal zich ongetwijfeld versterkt voelen en bewust in de rijkdom van zijn bestaan, waarbij twee werelden samen één bewustzijn uitdrukken en zal al het andere gaarne, zeer gaarne daarvoor geven. Wanneer men een mens zou vragen: “Wat wilt u missen: de spraak of het bewustzijn van de hogere wereld”, dan zal deze mens, mits hij zich enigszins bewust is van de wereld, nooit de spraak kiezen. Wanneer men die mens vraagt: “u kunt kiezen tussen bewustwording en vreugde op aarde”, geloof mij, wie de bewustwording in zichzelf kent, offert de vreugde daaraan gaarne op.

Het is soms moeilijk om het loon te betalen. Het is moeilijk om de consequenties van de eenheid van uw wereld en de onze te accepteren. Maar u bent het zelf, die hier bepaalt hoe en waarom.

Zo wij thans samenzijn is de prijs die u betaalt aan liefde licht, de Paasgedachten. Wanneer u meer verlangt uit onze wereld zal de prijs lager zijn. Maar geloof mij, zoals dingen uit uw wereld, die betrekkelijk onbelangrijk zijn, voor ons tot grote kostbaarheid worden. Zo zal ook veel, dat in onze wereld onbetekenend is en waarvoor wij geringe prijs vragen, voor u een kostbaarheid zonder gelijke zijn. Het is goed te handelen met de geest, te werken met de geest en te trachten één te zijn in deze band van bewustzijn. Maar onthoudt: lonend is dit slechts, indien u niet voor uzelf vraagt. Die voor zichzelf vraagt van de geest, moet zelf de prijs betalen. Die vraagt uit de wereld, put uit de wereld om zijn losgeld te geven.

Onzelfzuchtigheid betekent voor de mens de grootste zelfstandige bewustwording, de grootste geestelijke rijkdom en de mogelijkheid om altijd de juiste geest te bezweren. Ik kan niet zeggen: oproepen. Dat wil zeggen: Wiens zelfzuchtige hulp wordt geroepen en zelfzuchtig tracht te streven, zal altijd uit zichzelf moeten betalen en de prijs is zwaar wanneer je haar alleen moet opbrengen. Maar wat meer is: wanneer u bezweert, zult u nooit een geest kunnen zoeken, tot u kunnen trekken, die vrijheid zoekt en bewustwording, want deze kunt u immers in uw zelfzuchtigheid nooit roepen. Elke mens trekt de geest tot zich, die verwant is aan hemzelf. Leer dus goed uw geest te bezweren. Bezweer ook uzelf. Bezweer uzelf, opdat u niet zult treuren over de prijs, die wordt betaald. Verheug u in hetgeen u zelf hebt gekregen. Kijk naar de wereld rond u, die u met haar dankbaarheid met haar vreugde, meer dan voldoende loont voor al wat u doet.

Denk niet dat er ‘schatten’ zijn ergens op de aarde. Alles is gelijkmatig verdeeld en alles blijft in evenwicht. Maar wat werd genomen, moet worden gegeven, waar wordt gegeven moet worden genomen. Maar geef zo, dat hetgeen van u genomen wordt meer betekent voor een ander, dan wat u ontvangt voor u de grote rijkdom is. De grootste rijkdom, die er voor een mens bestaat is geestelijke bewustwording, omdat zij vrijwaart tegen vele zorgen van de stof, tegen ongeloof en wantrouwen, tegen smarten en angsten, die het mensenleven tot een hel maken, wanneer ook materieel alles aanwezig is, dat geluk schijnt te waarborgen. Zoek uw geluk in de bewustwording, bezweer de geest zoals uw voorouders voor u hebben gedaan. Wees u ervan bewust dat de wereld rond u leeft en niet dood is. Het leven rond u is samen met uw leven het leven van de eeuwigheid. Door u te wenden tot wat rond u is kunt u het leven van de eeuwigheid in uzelf bepalen. Maar tracht nooit te nemen. Tracht nooit te dwingen. Wie neemt of iets dwingt, dwingt slechts het onbewuste en neemt slechts het onrijpe. En dat brengt geen licht.

Nu vrienden, ik hoop dat u mijn onderwerp niet onbelangrijk vond. Er zit hierin voldoende waarde verborgen, dat u, die haar gebruikt (en ik ken er meerderen hier) zullen moeten toegeven dat ik gelijk heb en wat meer is, dat zij zich realiseren hoe dit is, of, zich herinnerende dat zij misschien dreigden te vergeten: zielenkrachten en om verder te gaan, een nieuw contact met de geest en een nieuwe vrijheid. Ik heb gedurende deze toespraak getracht om gedurende ongeveer 2 1/2 minuut van uw tijd inderdaad onze kracht en ons licht aan u kenbaar te maken. Bedenk: ook dit krijgt u niet voor niets. Deze kracht zult u aan de wereld rond u moeten geven, wilt u werkelijk het bezit daarvan als een vreugde in u kunnen dragen. Sluit de vrijheid niet in uzelf op en tracht het voor u te bewaren, want dan wordt het u zuur en wrang en het zal u meer smart baren dan vreugde.

———————————–

 Het etherisch dubbel.

  • Kunt u ons iets vertellen over het etherisch dubbel, waar de theosofen altijd over spreken?

Ja, daar kan ik natuurlijk iets over vertellen. Dan zullen we proberen dit onderwerp precies in deze kring aan te passen en dus er meteen even het ‘oorzaak en gevolg’ bij halen, als het ware. Wanneer men spreekt over het etherisch dubbel, dan bedoelt men daarmee een voertuig half stoffelijk of denk-stoffelijk, zoals u zeggen wilt, dat qua vorm, gestalte, uitdrukking en voor een groot gedeelte zelfs qua vermogens gelijk is aan uw eigen lichaam. Het vindt zijn ontstaan in de eigenaardigheid van de cel werking. In elke cel vinden we naast de normale bestanddelen een zekere vluchtige levens-essence. Deze vluchtige levens-essence draagt bovendien in zich een zekere lading, zij het een zeer kleine, die wij het best elektrostatisch kunnen noemen, hoewel dit niet geheel juist is.

Wanneer nu een mens met zijn geest zich gaat verplaatsen, maar zich daarbij voorstelt bijvoorbeeld, dat hij als geheel zijn lichaam achterlaat, dan vergezelt hem dit lichaam, dit tweede lichaam. Is hij bewust, dan bestaat voor hem wel degelijk die mogelijkheid (waar hij de kernkracht van zijn lichaam als het ware bij zich heeft). Hij laat slechts zeer weinig van zijn levenskracht achter, net voldoende om de levensfuncties niet geheel te staken, maar het levensmedium te handhaven. Dan kan hij rond deze oer bestanddelen, hernieuwd uit de materie, dus eigenlijk gewoon uit de lucht, en voldoende vochtigheid noodzakelijk is: water en nog een paar kleine gasbestanddelen en dan zo mogelijk, wanneer men dat eenmaal ook heeft wat ijzer in hoofdzaak. Wanneer men die allemaal zo bij elkaar heeft, dan heeft men een lichaam, dat als tweede lichaam kan dienen.

Hiervan wordt vaak gebruik gemaakt door degenen, die een bepaalde taak wensen te verrichten, terwijl ze gelijktijdig op een andere plaats aanwezig moeten zijn. De meest bekende voorbeelden hiervan zijn de zogenaamde levende heiligen of ingewijden. Een levende heilige gaat in meditatie en blijft binnen het klooster waar zijn normaal bestaan eigenlijk verloopt. Gelijktijdig echter, zich concentrerende, treedt hij handelend op, soms op zeer grote afstand. Hij heeft een groot voordeel tegenover een normaal mens: hij kan zich namelijk met het etherisch dubbel verplaatsen, zoals men dit doet, als het ware, met gedachten. De concentratie van de gedachte is reeds voldoende om hier een gehele verplaatsing te bewerkstelligen, ongeacht de afstand.

Dat is met het lichaam niet het geval. Iets wat overigens wel eens aanleiding tot misverstanden heeft gegeven, want ik herinner mij een geval, dat een paar onderzoekers in India (interesseert deze afwijking u tussen twee haakjes, ik wijk van mijn onderwerp af) dan eh, deze mensen waren in een dorp te gast, waar verschillende ingewijden waren.

Deze ingewijden wilden hen gaarne inzage geven van bepaalde oude boekwerken. Nu bestaat er echter een ‘verbod’ en dit verbod wordt zelfs door stoffelijke middelen gehandhaafd, tegen het betreden voor vreemdelingen buiten de zegelbewaarder om, die wel stoffelijk binnen mag treden in deze boekerij. Het eigenaardige was nu, dat deze mensen de illusie hadden, dat zij daarheen verplaatst waren en dat zij als het ware door hun wil van de ene kamer naar de andere konden gaan. In werkelijkheid waren ze alleen maar met hun etherisch dubbel aanwezig, maar zij zijn zich van deze realiteit nooit bewust geworden, dat hun lichaam ondertussen op doodgewone rustbanken in een betrekkelijk primitieve dorpshut rustten.

Het is dus een heel aardig voorbeeld, wat er zo mee kan gebeuren. Zo’n magiër, of beter gezegd ingewijde, kan bijvoorbeeld ook een bepaalde plaats wensen te vrijwaren tegen invloeden van geestelijke of stoffelijke oorsprong. Hij laat dan zijn lichaam daar achter en heeft daardoor een voortdurend contact met die plaats. Hij kan ondertussen zijn etherisch dubbel stabiliseren en elders handelend optreden. Hij is als het ware op twee plaatsen tegelijk, maar (ik moet er nog even bij zeggen) hij kan slechts op één plaats gelijktijdig volledig bewust en actief zijn.

Wanneer wij nu dit etherisch dubbel enigszins omschreven hebben, dan is het natuurlijk ook belangrijk ons af te vragen, waar het goed voor is. Het is in werkelijkheid eigenlijk de verbinding tussen geestelijke capaciteiten en de materie. Het etherisch dubbel schept namelijk voor de geest, door zijn fijnstoffelijk en daardoor makkelijk vormbare substantie, de mogelijkheid om daarin haar gehele wezen te openbaren. De geest kan zich daar geheel in uitleven. Wat zij in een normaal stoffelijk lichaam niet kan doen. Is de taak van dit tweede voertuig hoofdzakelijk het bemiddelen, bij een normaal mens althans? Het gaat niet zo snel teniet als een normaal levenslichaam, want deze energie kan, zolang wanneer de geest met haar gehele voorstellingsvermogen erin leeft, nog een lange tijd blijven voortbestaan. Vandaar dat een mens die sterft, zijn etherisch dubbel nog dagenlang kan meenemen.

Er zijn zelfs bepaalde omstandigheden (maar dan komen we zeer sterk op het terrein van de magie) waar men met behulp van bepaalde magnetische krachten (kwikzilver komt erbij te pas) en verschillende vluchtige stoffen, als het ware de nodige energie voor het continueren van het etherisch dubbel tot het onbeperkte kon stoppen in een hoekje en dan daar als het ware steeds door versterken. Waarschijnlijk ook, dat deze verschijnselen aanleiding zijn geweest voor vele zogenaamde vampiersagen. We hebben nu vastgesteld dus, dat de gedaante, het etherisch dubbel, gelijkt aan de mens naar het uiterlijk, ten tweede: de intentie, het interpreteren van de geestelijke beïnvloeding door de geest zelf in het lichaam.

  • Is dat een tussenstof tussen de vorm en de aura?

Een gedeelte van het etherisch dubbel komt ook in de aura tot uiting. Wanneer ik mij baseer op de ervaring, die ongetwijfeld de geest aanneemt, zult u zich herinneren, dat kort buiten het lichaam er een betrekkelijk intense kleursplitsing uitstraalt, die precies het lichaamslijden volgt. Dit is heel vaak de uitstraling van het ‘etherisch dubbel’, dat vaak iets groter is dan het lichaam zelf. Dus, hebben wij dan verder vastgesteld, dat het etherisch dubbel onder beheersing van geest en wil inderdaad zichzelf kan materialiseren, op bepaalde punten, mits daartoe stof in de kern aanwezig is.

Nu blijft ons nog de vraag: hoe kunnen wij dit etherisch dubbel dat wij natuurlijk allemaal hebben, gebruiken en hoe kunnen wij dat op zodanige wijze doen om een zo gunstig mogelijk resultaat te krijgen? In de eerste plaats moeten wij er ons van bewust zijn, dat het ons voorstellingsvermogen is, dat het etherisch dubbel verplaatst. Het is de gedachte, de sterkte van de gedachte. Willen wij dus werken met de krachten van het etherisch dubbel of met het etherisch dubbel zelf, zullen wij in de eerste plaats ons zeer scherp moeten concentreren op bepaalde voorstellingen. Hebben wij eenmaal het ‘afzenden’ van het etherisch dubbel bereikt, dan zullen we zien dat de rest van de handelingen en omstandigheden normaal verlopen. Zij het dan dat daarbij veel grotere vrijheid van stoffelijke banden en dergelijken optreedt.

Gebruik: Het etherisch dubbel bezit zeer grote krachtenreserves. Die krachten zijn wel ten dele ontleend uit het lichaam, maar heeft het lichaam voldoende kracht, dan zien wij dat het etherisch dubbel een gedeelte daarvan als reserve opslaat. Is iemand op deze manier krachtig genoeg, dan kan door een eenvoudige verplaatsing dus van eigen denken, het etherisch dubbel  verplaatst worden op een wijze, die voor anderen niet zichtbaar is. De geschiedenis van de parapsychologie in occulte verschijnselen geeft, geloof ik, van meerdere gevallen van onbewuste persoonlijkheidssplitsingen, dus alleen door denken zonder realisatie van de werkelijke deling, meerdere gevallen weer. Gevallen, over het algemeen door telelenzen  waargenomen, en dus ook redelijk betrouwbaar. Wanneer wij echter verder willen gaan en wij stellen onszelf voor, dat wij met het dubbel ergens anders zijn, dan moeten wij een indruk hebben van het feit: de plaats waar ik heen ga ziet er zo en zo uit. Men moet een beginpunt hebben. Wanneer u bijvoorbeeld naar een andere stad wilt reizen en u kent daarvan geen voorstelling, probeer u dan te materialiseren, als het ware u de toestand daar realiseren, desnoods in een trein of in een station of in een coupé, dat is betrekkelijk eenvoudig voorstelbaar. U moet niet zomaar in een vreemde stad uzelf materialiseren. Zou dat waar zijn, dan zou u eerst als het ware in de geest, dus zonder dubbel in uitgetreden toestand als het ware, daar waarnemingen moeten doen, om daarna teruggaande tot uw eigen lichaam ook trachten uw dubbel daarin terug te voeren.

Heeft met dit dubbel ergens, dan moet men onthouden, dat hier meer materiële krachten in schuilen dan in de geest. Als u normaal uitgetreden bent, dan kun je onzichtbaar en ongemerkt bewegen en je kunt zelfs een enkel grapje uithalen, zonder dat het te erg wordt. Maar vergeet niet dat de spanning, die u opwekt met uw etherisch dubbel een tafel eenvoudig een collaps kan bezorgen en desnoods een paar gebroken poten. Dat het servies, waarover u liefkozend hebt gestreken, terwijl u zich geestelijk concentreerde op dat portret, wat u een ogenblik stond te bekijken en aanroerde, door het etherisch dubbel op dezelfde wijze geraakt hierdoor inderdaad bewegingsimpulsen ontvangt, zodat inderdaad hierdoor ………. verschijnselen kunnen ontstaan.

Kort en goed: de soorten moeilijkheden voor de mensen is niet het gebruik van het etherisch dubbel, maar de manier om dit dubbel te scheiden van het eigen lichaam. Ik geloof dat u dit allen met mij eens bent? Dan kunnen wij ons het best afvragen, onder welke omstandigheden komt dit spontaan voor? Nu hebben we daar een punt, van waaruit we kunnen gaan werken.

Spontane afscheiding van het etherisch dubbel van het normale lichaam, treedt op in een toestand van verveling. Wanneer men zich verveelt en niets anders te doen heeft en geheel niet geïnteresseerd is en gelijktijdig de belangstelling ergens anders gericht is. Voorbeeld: U zit in een kamer en luistert naar een lezing en u interesseert zich veel meer voor een vogel of een bloem in de tuin. Dan kunt u haast onbewust, zonder het zelf te weten wat u doet dus, naarmate uw belangstelling en bewustzijn voor uw omgeving verslapt, uw eigen etherisch dubbel in sterkere mate zijn in de tuin. En, wanneer u dat zeer sterk doet, dus opgaat in de beleving in de tuin, dan kan het zo erg zijn, dat uw buurman u aanspreekt, omdat hij denkt u daar te zien staan.

Toestand van verveling. Wat wil dat zeggen? Absoluut geen belangstelling voor de eigen omgeving. Suffig. Gelijktijdig dwalen de gedachten naar een concrete plaats, met concrete gegevens en een concrete belangstelling voor bepaalde punten in die plaats of op die plaats.

Wanneer we nu deze waarden bewust gaan reproduceren, dan is de grootste remming die wij ervaren, dat wij het dubbel uit willen zenden. Hierdoor namelijk binden we ons weer aan het lichaam, waar we ons dubbel voorstellen als behorende in ons lichaam, zodat juist de bewuste actie niet mag gericht zijn op het uitsturen van het etherisch dubbel, maar gewoon op het zich voorstellen van een bepaalde plaats. Zodra men eenmaal met het dubbel dus een toestand ervaart, waar gaat nemen, denken, dan moet men dit normaal weten te continueren. Men mag dus niet gaan zeggen: “Nou, wat droom ik aardig”, want dan is het al weer afgelopen. U moet volledig verplaatst in die wereld, waar uw lichaam niet zelf aanwezig is, met uw dubbel kunnen vertoeven.

Waar het dubbel nu georchineerd wordt door het lichaam zelf, zal het natuurlijk alle eigenschappen van het lichaam in meerdere of mindere mate met zich dragen. Dat wil zeggen, dat het etherisch dubbel de ziekteverschijnselen reproduceert, welke in het lichaam bestaan.

Dat wil zeggen, dat lichamelijke bekwaamheden, die het verwerkt ook in het etherisch dubbel als normaal ervaren worden, zodat men veel gelijkt op dat wat men lichamelijk is. Het blijkt ons echter, dat we bepaalde tekortkomingen uit kunnen schakelen. We kunnen op een gegeven ogenblik bijvoorbeeld hardhorendheid, kortzichtigheid uitschakelen, enzovoort. Want er is een tijd geweest, dat wij normaal gehoord en gezien hebben. Is dat niet zo geweest, dan kunnen wij het etherisch dubbel niet daartoe brengen. En, wij kunnen, waar wij weten hoe het is, de toestand voor onszelf in het etherisch dubbel realiseren. Ik kan dus veel grotere capaciteiten, handelingsvrijheden enzovoort, verkrijgen door het dubbel te laten handelen, dan ik zelf kan doen. Dan moet ik onthouden dat een feitelijk ingrijpen in de wereld (en denkt u dan maar aan de bekende fakirbeurten) nietwaar, van de man, die een brief in Bombay of Malakka, of waar was het ergens, meenam, in trance ging, en een uur later ontwaakte. En het ding was weg en het was binnen dat uur bezorgd in Londen op een bepaald bureau bij een bepaalde mijnheer.

Die man was uitgetreden en had inderdaad het etherisch dubbel gebruikt om bovendien nog een dé- en rématerialisatie verschijnsel te veroorzaken. Het zijn per slot van zake dingen, die je alleen maar uithalen kan, wanneer je werkelijk heel goed weet waar je aan begint. Een tweede gevaar dat er bestaat, is dit: Wanneer u al zover komt dat u van uw lichaam los bent gekomen, dan kunt u ook wanneer een gevaar of een onaangename toestand op u af komt, zeggen: Nou, dat is mijn dubbel maar. Dan is het het dubbel niet meer, maar dan bent u al terug in uw lichaam.

U kunt ook bang zijn voor het gevaar. Wanneer het etherisch dubbel wordt beschadigd, zal uw lichaam dezelfde verwondingen ook krijgen en aan dezelfde gevolgen lijden, alsof het zelf daadwerkelijk deze toestand had ondergaan. Maar wanneer ik niet bang ben en mij eenvoudig voorstel dat ik niet geraakt word, bijvoorbeeld door een auto, die op mij afkomt, of dat ik een ogenblikje langer blijf zweven en daardoor veilig wegspring terwijl de aarde onder mij door gaat, dan gebeurt er niets. Want, mijn etherisch dubbel verzorgt onmiddellijk mijn gedachten, waar het niet gebonden is aan de traagheid van het lichaam. Ik reageer dus altijd veel vlugger dan in de stoffelijke waarden.

Daarbij kunnen wij met het etherisch dubbel in bepaalde sferen komen, maar niet in de lichtende sferen. Het heeft echter enkele gevaren, want degene die uitgetreden in het etherisch dubbel zich in een lagere sfeer beweegt, zal, wanneer hij bijvoorbeeld drank tot zich zou nemen, daardoor ook tijdelijk aan die sfeer geketend worden. Het lichaam is namelijk te grof en te eenvoudig gedematerialiseerd om aldus gerematerialiseerd te worden. Het is wel belangrijk dat u dit onthoudt: Hogere krachten zijn wel in staat om dergelijke lichamen eenvoudig te rematerialiseren op een andere plaats, maar de doorsneemens en ook de doorsnee werkende geest, kan dit nog niet. Wanneer u dus in lagere sferen terecht komt, onthoudt u, wanneer u het etherisch dubbel bij u hebt (en dan alleen bent u in de lagere sferen zichtbaar) dan heeft u zich te onthouden van het tot u nemen van goederen. Ruimten, zoveel mogelijk zelfs van onmiddellijk contact of beroering van degenen, die u omgeven. Zou u deze dingen doen, dan brengt u zichzelf wel eens in gevaar. Dit zijn zo een paar dingen omtrent de voorstellingen die ik ken.

  • De ‘schil’ is een vreemd woord voor het etherisch dubbel….

 Ach, je zou natuurlijk ook tegen je huid ‘schil’ kunnen zeggen. Ze hebben (bedoeld worden de theosofen) er zover aan gelijk, dat de vorm van het etherisch lichaam (ik heb het dus niet over het geheel, ik heb het alleen over de vorm), die een bepaald voorstellingsvermogen en tevens een bepaalde binding betekent voor de geesten en haar dus binnen een zekere ruimte beperkt. En daarom zou u schil kunnen zeggen en nu is alleen het ellendige, en nu ziet u weer wat voor kwaad onbegrepen dingen soms kunnen doen, dat de theosofen verder gaan en zeggen: Een schil is een verlaten lichaam en dat kan weer bezield worden. Maar dat kan niet zonder meer.

Een schil, zo reeds gezegd zou een verlaten etherisch lichaam kunnen zijn, maar een verlaten etherisch lichaam is afgesloten van zijn bron van krachten. Het bestaat immers uit een zekere essence van de cellen plus een zekere kracht, die ik elektrostatische lading heb genoemd, die als het ware vanuit het lichaam gevoed moet worden. Is daar geen contact meer, dan kan het niet zonder meer bestaan. En zij realiseren zich dus niet dat wanneer zo’n schil opnieuw bewoond zou worden, dit alleen zin heeft wanneer de bewoner reeds elders in de stof de nodige krachten kan opdoen om daarmee het lichaam te voeden. Een schil kan dus alleen nog maar bewoond worden door denkbeelden, waarbij gelijktijdig een soort vampierisme plaats vindt, waarbij krachten uit een ander levend wezen worden afgetapt.

  • Dus wanneer dat etherisch dubbel verlaten is door de geest kan je wel degelijk zien, dat je met een lichaam te maken hebt zonder ziel?

Dat kun je inderdaad zien. Maar die dingen blijven over het algemeen niet zo erg lang voortbestaan, tenzij de geest zich daarin begeeft en daarmee op zijn manier weer krachten weet te putten uit de materie. En dat kun je soms heel eenvoudig zien: Er bestaan mogelijkheden bij mensen, die zich eigenlijk in de roes van het een of ander bevinden, van opium, alcohol of dergelijken. Dus daar lukt de mogelijkheid om dat te doen, bij bepaalde handelingen van de mens. En wanneer je dus iemand hebt, die daar vatbaar voor is, dan kun je zo iemand als het ware beroven daarvan, maar erg mooi is het niet. Dat is nogal een slechte eigenschap daarvan.

  • Ja maar, als iemand overgaat, dan staat de aura al direct stil……

Ja, direct bij het lichaam, alleen bij het lichaam. Maar als wij ons de moeite getroosten om te kijken naar de voortvloeisels daarvan, dan zien we dat een aantal delen van de aurakleuren nog meegaan, alleen datgene wat in de weefsels zelf wegblijft, ja. En dat is die, laat ik zeggen tweede laag. De eerste laag is dat laagje, dat precies met het lichaam meeloopt, maar daarmee zeggen we dus eigenlijk de veerkracht, het reproduceert gedeeltelijk, maar daarnaast krijgen we als het ware de reactie-uitslag, u weet wel, waar je de woede in kunt zien en de stemming. Dat gedeelte vervaagt, omdat het afhankelijk is hoofdzakelijk van de werkingen van de spierweefsels of van de ………? hele reacties, interne secreties veranderen en die veranderd uitslaan. Ja, zelfs gedachten kunnen we eruit nagaan, maar werkelijke gedachten, die abstract beginnen te worden, die zien wij erbuiten. Dat is de derde laag, waar je het gedachtenspel in ziet en waar die emotievlammen van het zuiver lichamelijke willen doordringen, maar die het toch nooit helemaal opvangt. Een deel van die aura, ik zou zeggen het meest belangrijke deel, is dat gedeelte wat het gedachteleven aangeeft plus de uitstraling van het lichaam af. Is het lichaam weggevallen, dan ziet u dit thans als gestalte verloren gaan. Nou, ik geloof inderdaad dat voor deze kring dit een passend onderwerp was.

  • Wat vindt u van crematie?

Het enige wat u kunt zeggen is dit, dat bij de crematie de krachtbron onmiddellijk wordt afgesneden en vernietigd. Maar dat is nu net een groot voordeel. Stelt u zich eens voor dat u met een hoop bagage loopt te slepen. Het is niet meer nodig dat u het verder sleept, maar men laat u rustig verder slepen. U zegt als u dat achteraf ziet: nou ik wou, dat ze dat maar niet hadden gedaan, hoor. Hadden ze me daar maar even op gewezen. Bij crematie gebeurt iets dergelijks, want dan wordt de krachtbron van het etherisch dubbel onmiddellijk afgesloten. En wil men met dit dubbel verder bestaan, dan moet men wel heel gauw, binnen enkele uren als het ware, een compenserende krachtbron vinden. Begrijpt u? En daardoor kunt u het makkelijk kwijt.

  • Is crematie verkiesbaar?

Ja, van onze kant wel. Kijkt u eens: zachte heelmeesters maken stinkende wonden, zegt men wel eens. Het is ongetwijfeld een paardenmiddel, crematie, maar het heeft in ieder geval dit resultaat, dat de patiënt, die niet meer succumberen kan, zich de ware toestand moet realiseren en zich daar moet aanpassen. Ondanks de schok en de verandering.

image_pdf