Strijd in Atlantis

10 mei 1985

De Atlantische tijd en het heden

Atlantis is een fabel, lang vergeten, vaak opgerakeld, nooit begrepen. Een aantal boerenstaten, langzaam uitgegroeid tot een soort handelsimperium met heel wat koloniale wensen en mogelijkheden.

Waar eenmaal de handel begint, daar zien we ook als vanzelf wat techniek en wat weten ontstaan. Dit was geconcentreerd in de kaste van de priesters en de kaste van de krijgers. Zo ontstond langzaam maar zeker een steeds grotere macht, waarbij ieder op zijn beurt weer andere uitvindingen had gedaan en weer andere machten van de natuur had getemd.

Waar macht ontstaat, daar wordt macht dierbaar.

Eens kwamen de koningen samen rond de Zuil van de Wet en ze bespraken alle dingen in goede vrede met elkaar. Maar langzamerhand werd het meer en meer wat u in deze dagen kunt noemen een rondetafelconferentie, waarbij iedereen op zijn beurt een veto probeerde uit te spreken. Zo deelden zich de partijen.

Er ontstond, zullen we zeggen, een wat zuidelijk blok en een wat noordelijk blok. Elk van hen meende ook over voldoende kracht, macht en wapens te beschikken om de ander zijn wil op te leggen. Natuurlijk, men sprak over vrede, want dat doen mensen altijd als ze aan oorlog denken. Hoe meer men roept: “Nu is de vrede voor altijd zeker gesteld” hoe gevaarlijker het wordt. Zo was dat ook in die dagen.

Men had bepaalde middelen waarmee men de toen nog wat jongere aarde in beweging kon brengen. U zou kunnen zeggen gecontroleerde aardbevingen en de mogelijkheid bepaalde erupties te veroorzaken. Dit laatste zou de ondergang moeten betekenen van het resterende noordelijke deel van Atlantis.

Maar in dit geval wonnen de Noordelijken. Want in het zuiden dacht men met andere middelen ‑ waarmee men onder meer een soort energie wist af te tappen uit de aardatmosfeer, vooral uit de ionensfeer ‑ voldoende mogelijkheden te hebben om door beïnvloeding van het weer, het opwekken van stormen en dergelijke, de Noordelijken een keer mores te leren.

Zo stonden ze tegenover elkaar en ieder riep uit: Ik heb gelijk. Wij weten het beter. Wij bedoelen het beter. Ons denken, onze manier van omgaan met de burgers, met de priesters, met de slaven, is de meest juiste.

Dan gebeurde het. Er kwam een betrekkelijk klein geschil, in feite een belediging. De Noordelijken hadden ter onderhandeling weer een paar mensen gezonden naar de leiding van de zuidelijke Koningenbond. Om duidelijk te maken hoe belachelijk hun voorstellen waren, werden ze door de Zuidelijken ontdaan van al hun lichaamshaar en kaal als geplukte ganzen, met een slavenrokje om, teruggebracht tot aan de grens van het noordelijk gebied.

Dit was voldoende. Hun trots was gekrenkt en het noorden besloot aan te vallen. En ja, ze waren er waarschijnlijk iets eerder bij dan de Zuidelijken, want de eerste bevingen die ze gecontroleerd wisten te veroorzaken, waren voldoende om de installaties waarmee men energie ontving en het weer eventueel kon beïnvloeden, voor een groot gedeelte onschadelijk te maken. Toen was het gebeurd.

Het is altijd zo dat wie het eerst vuurt de meeste kansen heeft. Dat was daar ook, alleen zeiden ze toen nog niet dat de eerste klap een daalder waard was. In de moderne tijd kun je dat ook niet meer zeggen, want een klap is ongeveer tien miljoen waard. Dat is de kostprijs van het projectiel.

Wat geschiedde er verder?

Degenen die deze conflicten onjuist vonden, waren voor een deel weggetrokken. In het noordelijke gebied, vooral in de koloniën, bleef nog een aantal witte priesters over. Het zuiden was praktisch door de zogenaamde witte priesterschap verlaten. Alleen bleef nog de stadspriesterschap over, die een soort godendienst hadden ingesteld. Overigens van visachtigen. Daar is later nog de Dagon‑verering en dergelijke van overgebleven. Zij hadden natuurlijk ook hun orakels en ze werkten met de krachten die op aarde zijn, de Ley-lijnen. Dat zijn krachtlijnen die te maken hebben met invloeden van sterrenstand, van planeten, maar ook met de eigen krachtverhoudingen op aarde. Die priesters hadden alles eruit gelezen wat ze dachten dat hun meesters wilden horen, want wie een goed bericht bracht werd rijkelijk beloond en wie een slecht bericht bracht, mocht voor zijn leven vrezen. Dus de priesters profeteerden aan beide zijden overwinningen. De wijzen trokken zich terug in eenzaamheid en meditatie en de krijgers besloten onderling eventjes het geschil te regelen.

Misschien dat het in deze tijd niet veel is, maar in die tijd was een miljoen mensen veel. De eerste ramp van Atlantis, deze eerste oorlog, kostte meer dan een miljoen mensen het leven. Wat er overbleef, was ook niet zo gezond. Want de aardbevingen waren weliswaar gecontroleerd, maar je kunt niet een aardschot verbieden op je eigen gebied mee te trillen.

Zo werd er erg veel vernietigd en de hoofdstad was praktisch geruïneerd.

Later heeft men die weer opgebouwd en toen volgens een systeem, dat oorspronkelijk in koloniale gebieden was gebruikt, omdat het een perfecte scheiding tussen de koning, hofhouding, priesters, krijgers, burgers en slaven mogelijk maakte.

Als ik u dit zo vertel, dan moet u zich realiseren dat dergelijke dingen steeds weer voorkomen. Er is altijd een opvallend punt. Bij dergelijke conflicten blijken de werkelijke protagonisten (voorvechters) en de werkelijke tegenstanders iets gemeen te hebben.

Iemand heeft eens gezegd over de Tweede Wereldoorlog, dat het eigenlijk een persoonlijkheidsconflict was tussen twee niet erkende kunstschilders. Hij doelde daarmee op Adolf en Winston, die beiden niet onverdienstelijk hebben geschilderd. Het is overdreven natuurlijk, er zit veel meer bij, maar tegenstanders hebben vaak iets met elkaar gemeen. Als er dus nu in de Sovjet-Unie een ex‑acteur aan het bewind zou zijn gekomen, zou ik werkelijk gevreesd hebben voor de vrede op aarde. Gelukkig is het nog niet zo ver.

Maar we moeten ons realiseren dat dergelijke conflicten ontstaan uit het onvermogen van bepaalde mensen hun eigen beperkingen te erkennen. Zodra iemand denkt dat hij alleen het weet, is strijd bijna onvermijdelijk. Zodra iemand uitgaat van zijn eigen stellingen en zijn eigen gelijk zonder meer, is de ondergang nabij. Wij hebben dat duizenden keren op aarde kunnen zien.

We hebben het kunnen zien bij de val van het Perzische rijk, de val van Babylon. We hebben het kunnen zien bij de ondergang van het toch in die tijd zeer grote Israël, de tijd van Salomo en daarna. We hebben het kunnen zien bij de Romeinen. We hebben het kunnen zien bij het rijk van Karel de Grote en ga zo maar door. Altijd komt er weer ergens iemand die denkt dat hij het beter weet. Iemand die zegt: “Ik weet het heel goed en mijn systeem is het enig juiste”. Vanaf dat ogenblik loopt alles mis.

Wat is die macht eigenlijk waar de mensen mee bezig zijn?

Voor driekwart een illusie. Het is het vermogen anderen te dwingen althans in schijn te bevestigen dat men gelijk heeft.

Als we de wereld vandaag bekijken, dan zien we wapens die misschien niet gelijk zijn aan datgene wat men in Atlantis heeft gehanteerd, maar toch wel vergelijkbaar in vernietigingskracht. Met één verschil. Bij een Atlantische ramp ging een deel van de wereld ten onder, maar wat restte bleef bewoonbaar. Als je moderne wapens gebruikt, is het een beetje anders. Bepaalde bacteriologische wapens bijvoorbeeld kunnen voor vijftig tot honderd jaar een bepaalde streek absoluut onbewoonbaar, niet exploiteerbaar maken. Atoomstraling zou bij bepaalde nu bestaande wapens een levensduur van gevaarlijke straling hebben van ongeveer duizend jaar, iets minder, waardoor dus de kern van het gebied na die duizend jaar nog steeds absoluut onvruchtbaar is en daaromheen mutaties van de meest verschillende soorten optreden. Dat is één bom.

Wat gebeurt er als er honderd vallen? Je kunt erover nadenken, je kunt er bang voor zijn en je kunt je schouders ophalen en zeggen: nu ja, het gaat alleen maar om de veiligheid en nergens anders om.

In Atlantis dachten ze ook dat het er alleen maar om ging de wet bij te stellen. Om op de zuil in het midden van de raadzaal een nieuwe gouden tafel met een licht gewijzigde interpretatie te hangen, want daar is het hele conflict mee begonnen. Niemand wilde toegeven.

Het is de onverdraagzaamheid die geboren wordt uit het besef van eigen vermogen en eigen macht. Men houdt geen rekening met anderen. Men bezit de enige waarheid. Eenieder die dat aantast, tast in wezen je persoon en je ik‑beeld aan. Liever dan dat ik‑beeld ook maar iets te laten wijzigen ben je bereid jezelf en alle anderen daarbij te gronde te richten. Dat is de gevaarlijke mentaliteit.

Het is de mentaliteit van mensen die nog niet zolang geleden hebben gezegd. Nou ja, een korte vrolijke oorlog is toch geen bezwaar, dan kunnen ze eindelijk zien dat we als militairen, als generaals, niet zo slecht zijn als ze altijd hebben beweerd. Wij zijn betere strategen, we hebben betere soldaten, we hebben betere wapens. Als ze dat niet hadden gezegd (eigenlijk al in 1934/35), is het de vraag of er een in 1939 zou zijn gekomen met de ondergang van 1945.

Zo schijnbaar onbelangrijk zijn die dingen.

Het ligt niet allemaal bij de leiders. Ik denk dat de vorsten in Atlantis ‑ die tenslotte die aanval hebben gedaan uit angst voor de macht van de tegenstander, laten we dat niet vergeten ‑ zelf hebben zitten bibberen en hebben gezegd: Was het maar niet nodig geweest. Ze wilden toegeven dat het in feite overbodig was. Maar door hetgeen zij hebben gedaan, hebben ze het aanzien van de aarde en de geschiedenis van de mensheid aanmerkelijk gewijzigd.

Hoe gaat het in deze tijd?

Ook hier zie ik mensen samenkomen. Er zijn vele internationale rostrums (sprekerstribunes), waar eenieder ‑ meestal zonder te luisteren naar wat anderen zeggen ‑ zijn eigen mening en oordelen verkondigt en alleen maar vecht om zijn eigen denkbeelden overeind te houden ‑ ten koste van alles.

Er zijn overal staatshoofden, die elkaar vriendelijk glimlachend de hand drukken, terwijl ze elkaar liever een dolk in de rug zouden stoten. Nu is dat natuurlijk burgerlijke beleefdheid die je tegenwoordig mag verwachten.

Overal zijn er generaals die zeggen: Wij zijn niet te verslaan. Wij kunnen altijd winnen. En er zijn altijd wel politici die luisteren.

Er zijn altijd weer economen die zeggen: Ons systeem heeft zo veel reserves, wij kunnen meer en beter produceren dan een ander. Wij kunnen de slag verdragen en toch onze welvaart behouden. Dat dat behoud heel vaak wordt gevierd op oorlogskerkhoven en misschien ook in concentratiekampen, ach, daar kijken ze liever overheen.

Men realiseert zich niet hoe dwaas soms de helden zijn.

Als we kijken naar het Engelse beleid in de Krimoorlog, dan valt op dat daar een ontstellend misverstand heeft geheerst ten aanzien van krijgsvoering, van strategie, van mogelijkheden. En dan doel ik heus niet op de beroemde charge van de Lichte Brigade, die eigenlijk het resultaat is geweest van het ingrijpen van ondergeschikten, die geloofden dat hun generaals gelijk hadden als ze zeiden: Wij kunnen alles.

In Atlantis is gevochten. Toen de restanten die konden wegvluchten naar het zuidelijk gedeelte (het waren er niet veel) onder meer in Afrika terechtkwamen, waren ze niets anders meer dan verstrooide stammen. Ze brachten wat vaardigheden mee, maar niet al te veel. Als de negerbevolking een hoog peil heeft bereikt ‑ dat is inderdaad in het verleden zo nu en dan het geval geweest ‑ en hele wetenschappen (alleen noemde men het magie) heeft opgebouwd op grond van kennis van natuur en natuurverschijnselen, dan hebben ze dat grotendeels te danken aan die soldaten. Hun oorlogvoering, de wijze waarop men nu nog met een assegaai werkt, herinnert in de verre verte nog aan de bewapening van een bepaald krijgsdeel van het zuidelijke Atlantis, al is er veel veranderd en verbeterd.

Strijd in Atlantis was dwaasheid. Strijd onder mensen is dwaasheid. Maar niemand gelooft dat hij zal worden verslagen. Niemand durft het te geloven, niemand wil het geloven. Niemand wil overwegen of er een compromis mogelijk is, want een compromis is eigenlijk toegeven dat je toch een beetje de mindere bent ‑ en dat gaat nu eenmaal niet.

Natuurlijk, je kunt in je hart denken dat opstandige mensen geen ongelijk hebben, zoals bepaalde mensen in Rusland deden in de tijd van Chroesjtsjov, maar ze hebben wel de tanks gestuurd. Je kunt niet toelaten dat een ander iets beter zal weten of anders of beter zou kunnen doen dan jij. Jij bent degene die heerst.

Er zijn koningen geweest die om een persoonlijke krenking strijd hebben gevoerd met anderen en zich niet hebben afgevraagd hoeveel van hun onderdanen daardoor in nood en ellende zouden komen. Ze hebben zich niet afgevraagd hoelang het zou duren voor de hongersnood en de pest voorbij zouden zijn.

U vindt het waarschijnlijk een raar verhaal. Misschien heeft u gelijk.

Als ik denk aan de glorie van het oude Atlantis (dat heeft bestaan, geloof mij). Als ik weer zie hoe men daar gebouwd heeft: de vreemde cyclopische structuren, stenen opeen gebracht en nauw aaneensluitend zonder enige mortel; de vreemde bogen wat steiler, vaak in een wat driehoekige vorm, soms een lintel met daarboven nog een driehoekige uitsparing; als ik denk aan de muren met zijn wonderlijke schilderingen en de kleurenpracht, aan vloeren belegd met ivoor en zilver, aan muren bekleed met platen van goud, aan de weelde en ook de beschaving die er toen was ‑ en ik denk dan aan de ondergang die daarop is gevolgd, de verwildering, waardoor mensen die eens bekwame bewerkers van metalen waren, langzaam maar zeker vervielen, omdat ze het metaal niet konden vinden en niet meer konden smelten en slechts wat priesterlijke overleveringen hebben nagelaten, terwijl hun nazaten zich op het vervaardigen van vuurstenen wapens hebben toegelegd, dan denk ik toch wel: Mensen, was dat nodig, waarom zijn jullie niet anders?

Als ik kijk naar deze wereld met al zijn voor-en tegens, met zijn industrie en ongetwijfeld ook zijn milieuproblemen, met zijn toenemende bevolkingsmassa’s, maar ook met zijn toenemende vermogen om die massa’s toch te voeden en in stand te houden, dan vraag ik mij wel eens af, mensen, waarom zijn jullie zo verdeeld? Waarom grijpen jullie naar macht? Waarom maken jullie van een denkwijze een geloof dat iedereen dient aan te hangen? Waarom dril je de jeugd, totdat ze niet eens meer kan luisteren naar iemand die iets anders zegt? Waarom maak je de mensen tot onmensen?

In Atlantis hebben de mensen met elkaar gestreden en vaak hebben vrienden elkaar moeten doden in kleine oorlogen. Toen kwam de grote oorlog en verzonken hele gedeelten van de wereld, die toen normaal was, een plaats die van vreugde scheen te bestaan en bestond uit lustparken. Op de achtergrond een rokende vulkaan, zeker, maar voor de rest vruchtbaarheid, parken, ja, er was zelfs wijn. Er werd gelachen, er werd gespeeld, er werden sporten bedreven en mensen die het konden doen ‑ niet slaven, maar anderen ‑ gingen graag daarheen. Het zou zoiets zijn als de droom van Parijs in de lente wanneer Europa niet meer bestaat. En niemand heeft ooit gedacht dat het zo ver zou komen.

In de koloniën zeiden ze. Voor bepaalde producten willen we toch graag afhankelijk blijven van het moederland, dat moet van ons blijven. Maar juist daardoor vielen de koloniale gebieden uiteen, zowel na de eerste als na de tweede ramp van Atlantis.

De theorieën die men had over winstpercentages in die tijd, leidden ertoe dat men monopolievorming kreeg, zodat er bijvoorbeeld lange tijd een kolonie is geweest die een monopolie heeft gehad van aardewerkleveranties in het gehele gebied rond de huidige Middellandse Zee. Men vond het heel normaal dat je anderen die kunst niet leerde, dat was hun geheim. Pas na de ondergang probeerden ze die kennis alsnog over te brengen, maar de perfectie die ze zelf bezaten hebben ze nooit helemaal aan anderen kunnen geven.

In Atlantis was een beschaving die mede gebaseerd was op allerlei principes die je tegenwoordig misschien magie noemt, paranormale vermogens, wat ook te verklaren valt uit de bijzondere natuurgebondenheid van zeer velen.

Het was een beschaving die veel wist en veel kon. Maar ze is verdwenen en wat rest is slechts een verre legende. Geen statige tempels meer. Geen hoog ommuurde pleinen waarop plechtigheden plaatsvonden. Geen religieuze dansers meer die eer betonen aan het licht van de maan en het licht van de zon. Geen vreugde meer om de verandering van het jaargetij. As, bezinksel, stilte.

Waarom kunnen mensen elkaar niet begrijpen?

0 natuurlijk, ieder zal zijn bezwaren hebben. Men zal uitroepen: de paus is veel te orthodox, daar kunnen wij niet mee praten. Men zal uitroepen: je kunt met de communisten niet onderhandelen want ze zijn onbetrouwbaar. Men zal uitroepen: je moet niet met imperialisten praten, die denken alleen maar aan winst.

Maar zijn die leuzen zo belangrijk dat er een wereld voor ten onder moet gaan? Voor zover wij kunnen voorzien, zal dat niet gebeuren. Maar zijn we misschien net zo dwaas en verdoofd als de priesters die eens in het Atlantische rijk uitriepen: Nooit zal ons rijk verslagen worden!

Misschien hadden ze gelijk. Het is niet verslagen. Het is verdwenen, verzonken.

Waarom niet zoeken naar begrip voor de ander?

De communist kan veel leren van de kapitalist. De kapitalist die luisteren wil, kan veel leren van de communist. Menig vrijdenkende christen kan heus wel wat leren van de paus. De paus zou ook nog moeten leren van de christenen die hun geloof een beetje anders beleven. Is het de moeite waard je gelijk te bewijzen door ten onder te gaan?

Een tijdje geleden hebben we bij ons een jongen binnengekregen, een zekere Jan Hus die door zelfverbranding om het leven is gekomen. Hij heeft natuurlijk een signaal gegeven, ongetwijfeld. Maar wat heeft het uitgehaald? Wie herinnert zich zijn naam nog goed? Wie weet nog waarom hij het heeft gedaan? Wie van degenen die hij heeft willen stimuleren tot een verzet is op het ogenblik nog ontevreden met de mogelijkheden die het regime hem nu biedt? Het zijn er maar weinigen.

Van een Napoleon is alleen een overdreven nationale trots en het voor toeristen aantrekkelijke Pantheon overgebleven. Toch meende hij dat hij heel Europa tot eenheid kon brengen.

De vorsten die hem hebben bestreden dachten dat zij daarmee hun eigen grootheid hadden bewezen. De vorstenhuizen zijn grotendeels verbleekt. Degenen die eens koning of prins geworden zouden zijn, verkopen nu misschien auto’s, zijn internationale playboys of zijn in dienst van een of ander concern.

Je bereikt nooit werkelijk iets. Je dromen van macht en grootheid vervallen altijd. Dat wil een mens niet begrijpen, omdat de mens niet in staat is te begrijpen wat de zin is van het mens‑zijn.

Toen voor het eerst de geschillen opkwamen over wetten, zeg maar afspraken en regels, die de koningen van Atlantis onderling hadden getroffen, kwam er een wijze van de berg, een zogenaamde witte priester, die tot hen zei: “Vergeet uzelf en probeer dienaar te zijn van hen die u dienen, dan zult gij allen vreugde en vrede willen geven. Maar indien gij uzelf, uw eigen macht en recht zoekt, zo zult gij uzelf en anderen tot ondergang doemen.”

Omdat hij een heilige man was hebben ze hem ongeschonden laten gaan, maar ze hebben wel gezegd: “Verdwijn, eerwaarde heer, want anders kunnen we niet instaan voor de volkswoede”. Zo ging het in die dagen ook al.

In deze dagen, nu er toch weer enkele wat meer kritieke situaties dreigen te ontstaan, zou ik willen herinneren aan die oude geschiedenis. Ik heb daarvoor Atlantis genomen, de strijd in Atlantis, omdat dat een legende is en niet iets wat je kunt terugvinden in geschiedenisboeken, waarin het onbegrip wordt overwoekerd door de beschrijving van zegepralen en grote heren die hun gelijk met de wapens hebben bewezen.

We zijn nog niet door de kritieke tijd heen, vrienden. We hebben nog 1986 en voor een deel 1987 voor de boeg. Pas daarna zal men misschien de grootste spanningen en geschillen achter zich hebben. Steeds weer houden wij u voor dat er geen wereldoorlog komt, omdat wij die bij ons zoeken in de toekomst niet zien. Maar soms aarzel je en vraag je je af: Zijn we blind? Beseffende dat spanningen ontladen moeten worden, zeggen we dan tot onszelf: Nu ja, dat zal dan wel in vele kleine oorlogen gebeuren. Zoals men ongetwijfeld in Atlantis heeft gedacht dat het tenslotte zou gaan om wat schepen die elkaar bevochten en wat troepen die, van een ander eiland aan land gaande, daar eens een inval deden. Zoiets als de inval in de Varkensbaai in Cuba zo’n vijfentwintig jaar geleden.

Maar wat is er werkelijk gebeurd?

Zoals in het verleden het geval was, zit ook nu de wereld weer enigszins op een kruitvat.

Er zijn grote veranderingen aanstaande, onder andere in Zuid‑Amerika. Er zijn nu mensen die overwegen of je dat niet zou moeten onderdrukken, desnoods met gebruik van atoomwapens, als het niet anders gaat, zodat “de vrijheid en de democratie van de wereld gehandhaafd blijven”, zoals zij dat uitdrukken.

In Rusland is een worsteling gaande tussen wat men noemt de Duiven en de Haviken. Rusland heeft een paar nieuwe wapens waarvan nog niet veel bekend is.

In Amerika hoopt men bepaalde sociale en economische problemen op de een of andere manier door militaire operaties die veel ruchtbaarheid moeten krijgen, te kunnen oversluieren, zodat men tijd krijgt interne problemen op te lossen. Juist het feit dat men de laatste tijd steeds minder geld krijgt voor allerlei projecten, natuurlijk ter behoud van de democratie elders en de versterking van de zekerheid van de eigen staat, maakt een aantal heren nog veel feller dan ze ooit geweest zijn. Ze denken niet aan anderen.

Dacht u dat Hitler en de zijnen werkelijk hebben gedacht aan de slachtoffers in de steden die in vuurzeeën ondergingen, terwijl in een voortdurend bombardement nacht na nacht een bevolking langzaam maar zeker meer dan gedecimeerd werd? 0 ja, ze vonden het erg natuurlijk. Maar hoe gaat dat? Je doet of het er niet is.

Bij de raids op Berlijn, dat toen toch al behoorlijk werd vernietigd, gold het volgende als een grap.

Als er werd gesproken over een aanval op Berlijn werd erbij gezegd: Er was alleen schade aan enkele voor de landbouw bestemde gebouwen en er zijn ook twee koeien getroffen. De grap van de Duitsers was dan: Ja, maar die koeien staan op wieltjes en die worden overal heen gereden waar een bom valt. Zelfs in de ogen van de eigen onderdanen was de voorlichting dwaas maar de betrokken instanties zien het niet. Ieder denkt in zijn eigen systemen, in zijn eigen zekerheden en is voortdurend bezig zichzelf op te zwepen tot hij de zekerheid en het bewijs van zijn gelijk heeft. Maar waar blijft de redelijkheid?

Strijd in Atlantis. Lang begraven en lang vergeten. Iets wat zelfs via de overleveringen niet meer bekend is, ook niet fragmentarisch en uit elkaar gerafeld door schrijvers die hun eigen staatkundige of andere ideeën daarmee zouden willen verstevigen en in voorbeeld weergeven. Vergeten zijn ze, al degenen die dachten machtiger en sterker te zijn dan anderen.

Maar laten we niet optimistisch zijn en begrijpen dat het mogelijk is, dat men eens de namen van staten van heden niet meer zal kennen.

Het is mogelijk dat de gemuteerde kinderen eens dansen op de duinen waaronder de puinhopen van Londen begraven liggen en dat andere kinderen zeilen en vissen vangen in een meer waar eens Nederland lag. Dat is mogelijk. Ik zeg niet dat het zeker is.

Het is mogelijk dat de woestijn die eens Rusland heette en een graanschuur voor de wereld had kunnen zijn, nog bezocht wordt door trage karavanen die wat verderop ploegen, omdat er in het noorden misschien nog het een en ander te halen valt. Of omdat men toch weer een weg heeft gevonden die voert tot een ver gebied in India of China, waar men dan nog wat, specerijen kan vinden.

Laten we alsjeblieft niet te dwaas zijn. Strijd is een dwaasheid. Als een ander niet wil luisteren dan moet je hem isoleren, niet ombrengen, niet bestrijden, maar isoleren. Eenvoudig geen rekening meer met hem houden. Als er machtsmiddelen komen, zoals dergelijke figuren meestal maar al te graag gebruiken, moet je die macht eenvoudig in een luchtledig laten opereren. Er is niets, er is niemand. Zolang ze die macht uitoefenen zijn ze alleen. Dan kun je misschien iets bereiken.

Zeg niet dat een vredelievende revolutie niet mogelijk is. Ik denk aan Gandhi, deze advocaat die alles achter liet en een heel knappe politicus is geweest, maar die gelijktijdig zonder geweld meer hervormingen heeft afgedwongen dan zijn navolgers in India tot stand hebben kunnen brengen met alle staatsgeweld en alle verkiezingen en alle partijen bij elkaar.

Denk aan uw eigen land. Toen uw land in oorlog was bestond er een eenheid. Je vroeg niet meer: wat ben je, of wie ben je? Men vroeg alleen: heb je hulp nodig? Hoeveel onderduikers zijn er geweest? Hoeveel mensen hebben hun leven geriskeerd door te zorgen dat die mensen eten kregen?

Maar helaas, het was weer niet genoeg. Er moest natuurlijk weer verzet komen. Door dat verzet zijn soms hele dorpen omgekomen. Overal werden mensen gefusilleerd, zonder zin en zonder reden, omdat het verzet niet rekening hield niet de feiten, maar alleen met de machtsillusie die anderen, die niet voldoende wisten, koesterden, of met de plannen van strategen die alleen dachten aan het slagen van hun plannen en niet aan de mensenlevens die ermee gemoeid waren.

Ik noem nogmaals uw eigen land. In bezet Nederland bestond een verbondenheid en een eenheid die heel wat verder is gegaan dan alles wat je je nu kunt voorstellen. En waarom? Omdat men een gezamenlijke vijand had.

In Atlantis was de gezamenlijke vijand niet, uitdrukkelijk niet, de tegenpartij met zijn andere denkbeelden. De werkelijke vijand was het onvermogen van de mensen om toe te geven dat ze het ook niet allemaal wisten en het onvermogen van de vorsten om toe te geven dat hun denkbeelden, hun uitoefening van macht, niet onaantastbaar waren.

De vijand van nu is het onbegrip van mensen die niet denken aan mensen, maar die denken aan structuren, socio-economische ontwikkelingen en aan strategische noodzaak.

Als de mens aan mensen denkt, blijft de strijd beperkt tot de kleinigheden die nu eenmaal in elke samenleving onvermijdelijk zijn. Maar als de mens vergeet dat het gaat om mensen en van mensen getallen maakt of vee of de een of andere onderlaag die alleen maar te dienen heeft, dan dreigt de ondergang.

De strijd in Atlantis heeft bewezen dat het zo kan gaan en dat daarmee een hele zich hoog achtende beschaving zelfs zodanig uit de herinnering van volken kan worden weggevaagd, dat er alleen nog een legende en een vage mythologie overblijven, waaraan ‘wijzeren’ natuurlijk schouderophalend voorbijgaan.

Als u hoort dat bepaalde dingen zo nodig zijn, dat een verzet zo nodig is, of dat het zo nodig is een waarheid te verkondigen, vergeet dan de strijd in Atlantis niet.

Zij die niet kunnen luisteren naar anderen, die niet willen proberen anderen te begrijpen, gaan aan zichzelf ten onder. Soms doen ze er lang over, soms kort, maar te gronde gaan ze. Ze worden weggevaagd. En wanneer zielen die in Atlantis leefden nog terugkomen op aarde ‑ in uw dagen incarneren dergelijke zielen nog steeds ‑ dan gaan ze schouderophalend verder, belast met de problemen van de tijd waarin ook zij vee waren, of nummers, of onfeilbare machthebbers, de betweters die alle recht en macht bezaten.

Dat wilde ik u vandaag voorleggen.

Er zullen weer heel wat berichten op gang komen binnenkort, waarschijnlijk al binnen een paar maanden. Iedereen zal proberen u te overtuigen van het gelijk van deze of gene zijde. Ik zeg u: Gelijk bestaat niet behalve in de medemenselijkheid.

Hij die een mens, onverschillig wie hij is, wat hij is of waar hij ook vandaan komt, als medemens aanvaardt, als medemens behandelt en zich alleen persoonlijk verzet tegen de bedreiging door die medemens, werkt aan het voortbestaan van de mensheid.

Wie ten strijde trekt op grond van allerlei leuzen, vernietigt zichzelf en anderen zinloos en bedreigt het bestaan van de mensheid. Laat u niet inpakken door leuzen. Een Rus is niet slechter of beter dan een Amerikaan, ze zijn alleen anders. Een Hollander weet het ook niet allemaal beter, al denkt hij meestal van wel. En of je beneden zit in de sociale zorg, of dat je boven zit en dus sociaal zal moeten zorgen, maakt ook geen verschil uit. Je bent mens.

Als mensen moet je de dingen tezamen doen, je moet het gezamenlijk oplossen. Niet in conflicten maar door samen oplossingen te bereiken die voor iedereen goed en aanvaardbaar zijn. Niet alleen maar je eigen gelijk vooropzetten en iedereen daaraan opofferen.

Wanneer u de berichten leest met al die eenzijdige voorlichting die op komst zijn, denk daar dan aan. Als u hoort dat nooit een bepaald volk, een bepaald land, een bepaald systeem werkelijk overwonnen zal kunnen worden, herinner u de strijd in Atlantis, dat alleen maar een vage legende is geworden, een mystiek bijgeloof, waarvan de werkelijkheid door de eeuwen overspoeld is en van de bereikingen alleen wat primitieve magie is overgebleven.

Ik wil nogmaals nadrukkelijk stellen dat ik u geen wereldondergang verkondig. Maar ik wijs u op een mentaliteit die daartoe kan leiden en die op het ogenblik in sterke mate wordt aangekweekt. Ik vraag u alleen: luister en spreek niet alleen. Tracht te begrijpen en waar u niet begrijpt, vraag desnoods. Maar probeer met elkaar een eenheid te zijn. Want het mens‑zijn in ware verbondenheid met de medemens is het sterkste wapen tegen vergetelheid op aarde en tegen een geestelijke duisternis na de dood.

De laatste jaren van Atlantis

De Atlantische beschaving is pas in de tijd van het tweede rijk technisch wat verder gekomen. Het eerste Atlantis was eigenlijk een vereniging van eilanden waarop boeren en vissers woonden en waar enkele voorname heren ook handelaren waren geworden. Deze kleine rijken hebben elkaar altijd een beetje bestreden, al bestond er officieel wel zoiets als een overeenkomst en was er een gemeenschappelijke raad.

Toen de eerste grote ramp van Atlantis had plaatsgevonden waren de heren ervan overtuigd dat je toch samen moest werken. Zo zien we dan in de prehistorie een soort NAVO in het klein. Er was een grote zaal waar schilden hingen, waarop men dan ook nog had geprobeerd uit te beelden en voor een deel in een soort schrift neer te schrijven wat de regels van het spel waren en wat men wel en wat men niet zou doen.

Doordat deze eilanden bepaalde eigen behoeften hadden ‑er waren enkele grotere en nogal wat kleinere bij – begon men ook vaklieden uit te wisselen.

De tempels, die ook in die tijd betrekkelijk machtig waren (al had de eredienst meer van sjamanisme dan van een echte afgodendienst), hadden een onderling contact opgebouwd. Iets daarvan vinden we later nog weer terug, onder andere bij de vroege Kelten, die er restanten van overgenomen hebben. Een deel van de regels van de Druïden stamt indirect nog af van de regels die voor de priesterstand golden in de laatste tijd van Atlantis.

Wat zijn de dingen die je nodig hebt in een eilandenrijk? In de eerste plaats moet je een betere vorm van transport hebben dan alleen vlotten. Dus ontstaan de eerste scheepjes. Sommige van die schepen zijn toch al twintig tot vijftig ton, wat niet zo klein is als we rekenen hoever in het verleden dat allemaal is gebeurd.

Daarnaast leert men gebruik te maken van natuurkrachten, zoals bijvoorbeeld de vulkanische krachten die men zo hier en daar heeft.

Men weet wat te doen met ertsen. Het bekende aurichalcum, het harde goud, waarvan het recept nog steeds zoek is, is ook van Atlantische oorsprong. Dat recept is door de vluchtende bevolking destijds meegenomen en terecht gekomen onder meer in het noorden van Zuid‑Amerika, later in Midden‑Amerika en zelfs meegebracht tot bij de Navajo­ stam. Wanneer je dat allemaal bekijkt, kun je zeggen dat het vroege Atlantis van dit alles de basis is.

De ramp van Atlantis betekent een geweldige noodzaak tot aanpassing, tot herziening en brengt de eerste technieken.

Tot deze technieken behoren onder meer het verwerken van metalen, het bewerken van harde steensoorten (zoals bijvoorbeeld de lapis lazuli), het werken met hout in velerlei vormen en gedaanten, het werken met gehamerde platen van verschillende metalen die uitgesmolten werden.

Later ontstond ook een gangen‑ of puttenmijnbouw, die dus niet meer alleen aan de oppervlakte naar sporen zoekt.

Er zijn heel wat legenden over de technische bereikingen van Atlantis.

Luchtvaart bijvoorbeeld. Ja inderdaad, er is een korte periode van nog geen 150 jaar voor de laatste ramp geweest, waarin twee eilanden een soort luchtvaart hadden ontwikkeld. Maar het is geen luchtvaart zoals u zich die voorstelt. Het gaat hier om betrekkelijk lichte platforms van een houtsoort die wat sponsachtig is en die doet denken aan balsahout. Ze worden met gaszakken of luchtzakken en ook wel met verwarmde lucht drijvende gehouden. Er wordt gebruik gemaakt van een soort straalmotor, waarbij een verbranding plaatsvindt en door de verbranding stoom wordt uitgestoten. Het was dus nog een levensgevaarlijk project ook. In de allerlaatste fase had men geleerd voor een deel met gedachtekracht te werken, maar dat was dan ook wel een speciale afdeling van de priesters die dat deed.

Men heeft gebruik gemaakt van elektriciteit. Nee, u hoeft niet te schrikken, ik denk niet dat deze mensen elektriciteit precies hebben beschouwd zoals u dat doet. Maar ze hadden één ding geleerd en wel dat er een groot luchtpotentiaalverschil is, zodat je ‑ wanneer je twee punten met elkaar verbindt die voldoende ver van elkaar af liggen, een stroming krijgt naar het punt met het laagste potentiaal. Daardoor kon je enorme statische ladingen produceren en die ladingen werden dan weer voor sommige dingen bruikbaar gemaakt. Maar ze hadden dus niet de elektriciteit zoals u die nu kent.

Een ander zeer opvallend punt is dat ze in die tijd al wisten van magnetisme. De werkelijke oorsprong van die kennis is wat vaag. Volgens de legenden zijn het mensen geweest uit de ruimte die deze kennis hebben overgebracht, maar of dat waar is weten we niet. In ieder geval wisten ze dat je met magnetisme en met het aardmagnetisch veld bepaalde dingen kunt doen. Het was een van de grapjes die ze gebruikten voor het met gedachten besturen van hun vliegtuigen, die overigens ‑ nogmaals ‑ helemaal niet leken op de moderne vliegtuigen en in feite maar levensgevaarlijke constructies waren.

De medische wetenschap was wat eenzijdig ontwikkeld.

Men was zeer goed in het behandelen van allerlei wonden. Ook bepaalde ziekten wist men, vaak met geïmporteerde plantensappen, aardig te genezen.

In de laatste 400 à 500 jaar voor de tweede ramp zijn ook de eerste hersenoperaties voorgekomen. Hoewel ‑ en daar moeten we ook weer even bij stilstaan ‑ deze meestal gebeurden wanneer een zeer voornaam mens op sterven lag en men zijn geest een uitweg wilden verschaffen. Dus niet de trepanatie (doorboring van de schedel) voor operatieve doeleinden, zoals men die tegenwoordig toepast.

Van bloedsomloop was het een en ander bekend maar niet veel. Vreemd genoeg wist men wel het een en ander over het zenuwstelsel.

Werkelijke ziekenhuizen heeft men nooit gekend en ook huisartsen niet, want deze kunde viel binnen het bereik van de priesters, die daar een soort monopolie van hadden gemaakt. Verpleging van zwaar zieke mensen kon in aparte gebouwen bij de tempels plaatsvinden.

In deze tweede periode heeft men ook nogal gekoloniseerd, zij het in beperkte mate. Zo heeft er een stad gelegen die voor een deel was nagebouwd van de hoofdstad van het eiland in de buurt van het huidige Cádiz, Iberia dus.

Er is een aantal, we zullen maar zeggen gevluchte groepen geweest; deze hebben grote invloed gehad op de beschaving rond de Middellandse Zee. Van hen komen bijvoorbeeld de eerste pottenbakkers. De beste pottenbakkers waren natuurlijk degenen die de baas waren in hun eigen land. Daarom heeft de pottenbakkerij zich op de eilanden beter ontwikkeld dan bijvoorbeeld in Griekenland. Maar in beide gevallen is zowel de vormgeving als de manier van versiering vergelijkbaar en heeft alweer Atlantische achtergronden.

In Egypte is betrekkelijk weinig overgebleven. Egypte heeft wel een aantal van de mythen overgenomen. Het regeringssysteem is in feite gevormd aan de hand van het Atlantisch denken, maar dan wel door een besluit van de krijgsheren die bepaalde gebieden en ‑ zogenaamd ‑ de boeren beschermden. Ook toen baden ze al: O God, bescherm ons tegen onze beschermers.

De kennis in de tempels is wel van Atlantische origine en vooral te danken aan de zogenaamde tweede trek, die de Noord Afrikaanse kust heeft gevolgd en vandaar is overgestoken naar Zuid‑Azië. Daar bleven namelijk priesters achter die zich bij de plaatselijke tempels (andere waren er nog niet) verdienstelijk hebben gemaakt en daardoor tenslotte ook weer die eenheid, die samenwerking van allerlei steden met hun eigen goden, in de naam van één oppergod bereikt hebben. Ook het beeld van de farao en diens goddelijke afstamming van de zon is iets wat we in Atlantis enigszins terugvinden, zij het dat men daar niet geloofde in een werkelijke persoonlijke afstamming van de zonnegod, maar meende dat de kracht van de zon kon neerdalen in een heerser wanneer hij door priesters op een bepaalde manier gewijd was.

Een andere reeks nederzettingen werd gevestigd in de buurt van zeg maar de Guyana’s en op de eilanden daar. Ook daar zijn er nog restanten van over, naar ik aanneem. Men heeft daar een ontmoeting gehad met Mongolen. Dat is een heel ingewikkelde geschiedenis, maar er zijn dus Mongolen geweest die vanuit het noorden van China een tocht hebben gemaakt vermoedelijk over de Beringstraat, dus een korte oversteek. Ze zijn verder getrokken naar beneden en hebben contact gehad met de Indianenstammen van wat men tegenwoordig het Caribisch gebied en het noorden van Zuid‑Amerika noemt. Ze hebben overigens ook invloed gehad op vooral de Eskimo’s en de Canadese Indianen. Daar kun je nu misschien nog enige sporen van terugvinden.

Ik vertel dit allemaal om duidelijk te maken dat we niet, zoals men wel eens denkt, te maken hebben met een echt wereldrijk. We hebben te maken met een conglomeraat van vorstjes, zeer provinciaals, die uit hun midden een leider kiezen. Die is dan een soort goddelijk heerser geworden en heeft voor het volk alle zeggenschap. Maar eens per jaar is hij verantwoording schuldig aan de vorsten over wie hij, althans in naam, regeert.

De verschillende contacten met andere delen van de wereld maakten de handel natuurlijk erg attractief en er is een periode geweest dat de eilanden zeer rijk waren, niet door hun eigen opbrengst, die was betrekkelijk karig, maar door hetgeen ze in andere landen bijeen wisten te garen en eventueel, hoofdzakelijk voor ruilhandel, weer te exporteren naar andere delen van de wereld.

In de laatste periode van Atlantis zijn de Atlantiërs bijvoorbeeld de eerste exploitanten geweest van tinmijnen in Wales en in het zuiden van Ierland. Ze hebben ongetwijfeld een grote invloed gehad op de geaardheid van de bevolking van Wales en zijn daar enige tijd handelaren geweest, met een zekere missioneringsdrang ten aanzien van de cultuur.

De weerspiegeling daarvan kun je vinden in de sieraden die door de Kelten tot ongeveer vijfhonderd voor Christus werden gemaakt. Daarna ziet u dat de vorm vereenvoudigt en iets verandert.

Later krijgen we wel een veel verfijndere uitvoering, we zijn dan al in de tijd rond Christus’ geboorte of in de tijd van de Romeinse bezetting, maar deze zeer oude symbolen blijven terugkeren. Het kruis in de cirkel, iets dat we bijna de hele wereld door tegenkomen, is eveneens te herleiden tot de Atlantische beschaving.

Atlantis had namelijk een hoofdstad, zoals u weet, die in een aantal ringen was gebouwd. In het midden vond je paleis en tempels, verdedigbaar, dus door een soort muur en gracht gescheiden van de rest. Daarachter lag de wijk van de edelen en de handelaren, wederom beschermd door een soort gracht en een soort wal. Daarachter vond je een derde laag, waar voor een deel slavenbarakken stonden en waar ook warenhuizen waren. Ook deze werden weer door een gracht verdedigd.

Men moest dus over water om daar binnen te kunnen vallen.

Daarbuiten lag dan een soort rede, een soort gegraven haventje, zelfs bij bepaalde eilanden en ook bij de hoofdstad, waar de betrekkelijk kleine schepen van die tijd veilig waren wanneer het stormde en dergelijke.

Nu waren er in deze hoofdstad wat bruggen nodig, dat zult u begrijpen, en die bruggen waren op de vier windrichtingen gebaseerd, dus noord, zuid, oost, west. Zo waren er vier wegen met concentrische ringen. Dat nu is weer de basis geweest van onder andere het Keltische Kruis, in een Vereenvoudigde vorm het hindoe‑zonneteken. En zo zijn er meer. U kunt ze allemaal zelf wel nagaan.

Wanneer we bijvoorbeeld kijken bij de stammen van de Sioux en de Loir(?), dan vinder we daar ook in het wampenschrift een soort zonnekruis en in dit geval, vreemd genoeg, voorzien van drie cirkels.

Een cirkel die niet door het kruis wordt beroerd en twee cirkels die door het kruis worden doorsneden.

Het is allemaal heel aardig om het zo te bekijken.

Maar wat heb ik nu eigenlijk gezegd over die laatste dagen van Atlantis? Niet veel, als ik het goed bekijk. Er is ook niet veel over te zeggen.

Men had paleizen, zeker, maar dat was zogenaamde cyclopenbouw. Men gebruikte betrekkelijk grote steenblokken en stapelde die op elkaar. Van voegen was geen sprake.

Vele van de voornaamste gebouwen bestonden feitelijk uit een muur die iets meer dan manshoog was en die dan verder door hout werd ondersteund. Het kwam voor dat er twee verdiepingen waren en dan was de bovenste verdieping meestal van hout gebouwd.

Over het algemeen was bij de grote huizen of paleizen een regenbekken aangebracht om de regens op te vangen en ze in een soort cisterne op te slaan. Vanuit die cisternen waren er dan kanalen die in de woning zelf uitkwamen.

Een vergelijkbaar iets, maar dan met water wat uit de bergen wordt aangevoerd, zien we op verschillende eilanden, onder meer op Cyprus. Daarnaast treffen we een dergelijk systeem ook nog eens een keer aan in de Romeinse tijd, waarbij mag worden opgemerkt dat de Romeinen dit weer hebben overgenomen van een wat noordelijker stam met een hogere beschaving, die al ongeveer 700 jaar v. Chr. een dergelijk systeem en ook een rioleringssysteem gebruikten.

Al die dingen bij elkaar zeggen ons dat het dus wel een beschaving was die in die tijd en bij die bevolkingsdichtheid heel groot was.

Er waren steden en dan moet u denken aan een stad, inclusief de slaven, tot vijfduizend bewoners – veel meer werd het niet; er waren versterkte dorpen, gemiddeld bewonersaantal honderd tot tweehonderd; er waren niet‑versterkte dorpen, bewonersaantal tien tot vijftig.

Er was een zeker wegennet, al zou u het eerder als een soort looppaadje of karrenspoor beschouwen. Op de eilanden maakte men geen gebruik van rijdieren, dat is duidelijk, daarom had men een bodesysteem. Een bodesysteem dat niet zo goed was georganiseerd als we later in de Azteekse tijd zien en de Tolteekse tijd in Mexico, maar dat dan toch met lopers en zelfs met bepaalde bootjes in staat was in een voor die tijd betrekkelijk korte tijdspanne een grotere afstand te overbruggen.

Er waren wat wonderlijke dingen, wat technische inrichtingen, maar ze waren specialistisch en in feite onderdeel van de tempel en soms gelijktijdig ook nog machtsapparaat van de heerser.

Een van de grootste stommiteiten die ze hebben uitgehaald is dat zij, toen ze eenmaal op een vulkaanhelling aan het delven zijn gegaan en tot de conclusie kwamen: daar is vuur en als je er water bij gooit dan ontstaat er kracht, die kracht wilden gebruiken om de vijand te vernietigen. Feitelijk veroorzaakten zij daarmee een aardbeving.

U weet, een vulkaankrater waar zeewater binnenkomt is nogal een eigenaardig gebeuren. Aangezien er een fout zit in de oceaanbodem, ongeveer op de hoogte waar die hoofdeilanden lagen, kunt u ook nagaan wat er verder is gebeurd waardoor de zaak tenslotte uit elkaar is gebarsten. Resultaat: een verzinking van een groot aantal van die eilanden.

Jammer genoeg zijn de voornaamste eilanden op het ogenblik alleen nog maar hele kleine bergrillen, die je op de oceaanbodem terug kunt vinden, grotendeels begraven onder sediment. Het zal dus moeilijk zijn daar iets van terug te vinden.

Aan de andere kant is een aantal eilandjes, althans bergtoppen, overgebleven, waarbij je nog wat van die overblijfselen van de beschaving, althans delen van cyclopenbouw en van de niet zo erg gevorderde beeldhouwkunst, zou moeten kunnen terugvinden.

De wegenbouw uit de laatste periode is voornamelijk in het meest westelijke deel van het rijk geweest, omdat men daar de mogelijkheid heeft gehad een paar landbruggen aan te leggen. Een deel van die wegen is verzonken en moet althans voor een deel terug te vinden zijn.

Een ander aardig gegeven is dat in die tijd de Sahara nog een meer, een binnenzee was en dat er legenden over een stad bestaan die helemaal aansluiten bij datgene wat we weten van Atlantis en de bouwwijze die men daar gebruikt heeft.

Hier zitten we dan met de geschiedenis van een land dat zichzelf te gronde heeft gericht, omdat eenvoudige mensen kennelijk niet in staat zijn te zien dat geweld meer geweld oproept en dat wanhoop niet meer vraagt naar de houdbaarheid van de wereld, maar alleen naar de mogelijkheid de tegenstander te vernietigen. Dat is daar gebeurd.

De resten die zijn overgebleven zijn twee richtingen uit getrokken.

We krijgen beïnvloeding van voornamelijk Zuid‑Amerika en, gezien de levensomstandigheden, een vlucht die ten laatste heeft gevoerd naar de noordelijke Andes.

Aan de andere kant krijgen we de zogenaamde tweede uittocht, waarbij ook de eerste stad, waar het latere Troje op is gebouwd, werd verbrand en die ten dele oorlogstocht was, met slaven die eigenlijk geen slaven meer waren en nog wat priesters erbij.

De wijsgeren waren meestal nog wat eerder gegaan en zij hebben dus een trektocht gemaakt, ik heb het u verteld, richting Egypte, vandaar naar Zuid-Azië, van Zuid-Azië weer terug naar, zeg maar Turkije, vandaar de Bosporus over en dan splitst het zich een beetje. Een deel komt in Griekenland terecht en een deel komt terecht in het zuiden van Rusland en heeft ook de Kaukasische beschaving beïnvloed.

Al die dingen samen zeggen ons een belangrijk ding. Een volk dat over wapens beschikt, hoe primitief ook, een volk dat bereid is alle middelen te gebruiken, slaagt er meestal in zijn eigen huis te vernietigen.

Het tweede wat het ons zegt is: wanneer een technische beschaving, hoe bescheiden en beschaafd dan ook, is opgebouwd, zullen de meeste van die technieken na heel korte tijd verdwijnen. De kennis zal bij velen nog wel aanwezig zijn, maar in een cultuur waarbij we een splitsing krijgen in taken en beroepen, is het heel erg moeilijk weer terug te keren naar een overkoepelend produceren van iets.

Eenvoudig gezegd: u weet waarschijnlijk wat buskruit is en ik denk dat er onder u wel zijn die met een beetje zwavel en kool en nog zowat, best een soort kruit zouden kunnen produceren, zij het primitief.

Maar hoe kom je aan de zwavel, hoe kom je aan de nitraten en aan de houtskool. Dat is moeilijk.

Er waren mensen die heel goede smeden waren, maar ze moesten beschikken over een gietoven. De gietovens in Atlantis waren betrekkelijk groot, ze werden doorgeblazen met grote blaasbalgen die door slaven bediend werden. Je kon dus zachtere metalen heel goed gieten en je was zelfs in staat metaal‑mengingen te maken. In de laatste periode zijn bronzen gegoten van een heel behoorlijke kwaliteit en hardheid.

Maar als je datzelfde weer moet gaan doen met de meest primitieve middelen dan krijg je te maken met een specialisme en zo’n specialisme met zijn overleveringen wordt dan heel vaak een cultus. In Noord‑Afrika vindt u nog steeds smeden die bepaalde bezweringen zingen. Oorspronkelijk waren het geen bezweringen maar waren het gewoon de formules die behoren bij het proces.

Namen zijn vervangen door godennamen, er zijn allerlei voorouders bijgehaald en wat overblijft is een ratjetoe.

Bewerken van harde metalen ‑ en dat ging toen vooral om een legering van goud en koper, er kwam zelfs wat nikkel en mangaan aan te pas ‑ vergde ook bepaalde processen. Het is opvallend dat de hardingsprocessen die we bij het bekende Damascener‑staal en later het Toledo‑staal aantreffen (maar in Spanje dus eigenlijk, pas ongeveer 900 na Chr.) heel veel lijken op de hardingsmethoden met olie en wijn, zoals die gebruikelijk waren in een deel van Atlantis in zijn laatste periode.

Ik kan dan ook in ieder geval de conclusie trekken dat ‑ ongeacht de zelfvernietiging, de zelfoverschatting, die ongetwijfeld de Atlantiërs van de laatste periode heeft gekenmerkt ‑ dit volk en dit gebied met zijn cultuur een heel grote invloed heelt gehad op vele delen van de aangrenzende wereld. Onder andere zowel wat bouwwijze en irrigatietechnieken in het gebied van de Andes betreft, als ten aanzien van bepaalde gebruiken bij sommige Amazone‑indianen, en aan de andere kant de cultuur zoals die in Noord-Afrika is ontstaan en die eigenlijk loopt van stammen van grotbewoners tot volkeren die toch al aardig op weg waren, zoals bijvoorbeeld de Egyptenaren.

Er is ook nog een geestelijke trek geweest, maar die heeft plaatsgehad ongeveer achthonderd jaar voor de eindfase intrad met zijn oorlogen en zijn strijd.

Dat was de trek der wijzen, ook wel van de witte zieners en zo genoemd.

Daarbij is een aantal van hen eerst doorgedrongen naar het Ganges‑dal, daar toen voor een deel verdreven en voor een deel niet in staat geweest zich aan te passen en vervolgens verder gevlucht. Zij zijn de aanleiding geweest, indirect, voor de specifieke beschaving in bepaalde delen van de Karakorum. Van daaruit hebben ze weer een heel grote invloed gehad op laten we zeggen het huwelijk tussen godsdienst en natuurverering, zoals we dat onder meer in Tibet zelfs nu nog tegenkomen, ongeacht de rode Chinezen. De Tibetanen zijn wat dat betreft dan wel rare Chinezen geworden.

Ik zou zeggen, Atlantis is een legende. Het is niet iets waarvan je het bestaan zonder meer kunt bewijzen. Je kunt nagaan dat er historisch enigszins betrouwbare overleveringen zijn, die wel wijzen op het bestaan van steden en een wat hogere cultuur of beschaving dan de omgeving, onder andere in Spanje, in een deel van Noord-Italië en, aan de andere kant, ook in het Andes gebied, de noordelijke Andes. Maar je kunt niet bewijzen dat het bestaan heeft.

Eigenlijk is dat ook niet nodig, want Atlantis is ten onder gegaan.

Als de mensen van die ondergang zouden willen leren, zouden ze in deze dagen veel voorzichtiger moeten zijn. Maar mensen leren niet graag, zeker niet van het verleden. Het is wat dat betreft dus niet zo heel belangrijk dat er oudere beschavingen zijn geweest. Er zijn nog veel oudere beschavingen geweest. En wanneer we in een Etrusken-graf soms sporen vinden die dan toch weer heel sterk doen den­ken aan die Atlantische overleveringen, moeten we niet zeggen: die Etrusken waren dus kennelijk verwant met de Atlantiërs, of: ze hebben handel met hen gedreven, maar dan moeten we gewoon zeggen: nou ja, goed, het is een cultuurinvloed. Klaar.

Het is opvallend dat we een beperkt deel van de overleveringen terugvinden in Noord‑Afrika en nog in bepaalde delen van Zuid‑Europa en Zuid‑Azië, maar evengoed ‑ met andere namen natuurlijk. In Midden‑Amerika, een deel van Zuid‑Amerika, Mexico en zelfs, laten we maar zeggen in de zuidelijke staten van de USA. Dat moet toch een betekenis hebben.

Wanneer we ons realiseren dat er een brug bestaan kan hebben, kunnen we misschien ook beseffen dat de mensen veel meer gelijk zijn dan je wel denkt. Door een omgeving worden ze beïnvloed natuurlijk, door hun levensomstandigheden. Hun cultuur is de uiting van hun manier om dingen te benaderen. Maar op de achtergrond ligt de mogelijkheid om ieder op zijn eigen wijze te werken met één leer, één waarheid, een reeks van gegevens.

Ik heb zonet de Navajo‑indianen genoemd. U weet misschien dat ook zij smeden hebben. Het zal nog niemand zijn opgevallen, neem ik aan, dat wanneer voor ons op oude traditionele wijze nog eens een keer iets wordt gesmeed, dat dit gebeurt met een techniek die vergelijkbaar is met de techniek die op het ogenblik de smeden van de Toeari (de Toeareg zegt u dan) nog wel hanteren.

‘De hele wereld deelt in alle dingen’, die les zou je eruit kunnen trekken.

Heeft Atlantis bestaan? Ja, het heeft bestaan.

Het heeft in zijn laatste tijd laten zien dat ook een dergelijke beschaving uiteindelijk aan zichzelf te gronde gaat. Dat hebben we zo vaak gezien.

Rome is ook aan zichzelf ten onder gegaan. Zelfs de Griekse cultuur en beschaving is voor een groot gedeelte alleen door assimilatie met de Romeinse overheersers in stand gebleven. De les is, dat wat er in de mensen leeft belangrijker is dan al het andere. En dan kunnen we wel zeggen: Ja, er is een gemeenschappelijk bewustzijn, er zijn gemeenschappelijke waarden en daar komt het allemaal uit, of: Ja het is een psychologische noodzaak. Erg leuk gezegd, maar het verklaart toch niet waarom er in zoveel gebieden die sterk van elkaar gescheiden waren, volgens alle overlevering zo veel gelijke en vergelijkbare benaderingen voorkomen. Niet alleen van de natuur, maar ook van zuiver menselijke dingen. Atlantis is daar een verklaring voor.

Wat deze beschaving is geweest? Och, het is een grote beschaving geweest, inderdaad. Maar ze was zeker niet de modelstaat die een Griekse filosoof ervan wilde maken. Ze is niet de wonderbeschaving die ver uitstak boven alles wat de mensheid tegenwoordig kent. Dat zijn gewoon menselijke verlangens of behoeften en begeerten, denkbeelden zelfs, overgedragen op het immers niet meer kenbare of bereikbare Atlantis.

De laatste tijd van Atlantis zou misschien voor iemand die erin wil geloven een les kunnen zijn. Namelijk: je kunt niet ongestraft proberen alle krachten van de natuur ondergeschikt te maken aan de mens. De wensen, eisen en belangen van de mens kun je niet altijd blijven stellen boven de evenwichten die in de natuur noodzakelijk zijn. Verstoor je ze, dan kun je zaken op gang brengen die tenslotte je vernietiging tot gevolg hebben.

Zo, dat was dan misschien niet precies wat u wilde horen, maar ik dacht dat ik toch aardig wat heb verteld, ook over Atlantis zelf in zijn laatste tijd. Daarnaast over de invloed die het heeft gehad en (neem me niet kwalijk) ook de les die je er vandaag de dag uit zou moeten trekken.

Vragen

Blijft alleen nog over om u te vragen of u er specifieke vragen over wilt stellen of dat u opmerkingen hebt die u van belang acht.

  • Is er na de vernietiging van het laatste Atlantis een cultuurbreuk opgetreden? Met dien verstande dat de bevolking die nog over was zich in grotten moest ophouden en dat alles wat er was verdween’?

Er zijn aanwijzingen dat dit het geval is geweest met een deel van de wegvluchtende bevolking in het noorden van Zuid‑Amerika.

Daarnaast bestaan er soortgelijke overleveringen ten aanzien van voornamelijk priesters met hun volgelingen, die in Tibet of in de Karakorums ergens ook in grotten gevlucht zouden zijn. In Tibet geeft dat aanleiding tot de legende van de Heer der Wereld met zijn Raad en aan de andere kant onder meer tot een soort zondvloedlegende, waarbij het ook vuur regent en grote stenen vallen. Het is kennelijk niet helemaal vergelijkbaar en het is opvallend dat we daarnaast bijvoorbeeld in het geheel van Midden‑ en Noord-Afrika zondvloedlegenden kennen.

Misschien kunnen we aannemen, maar dit is voor mij deels speculatief, dat hetgeen gebeurd is bij het verzinken van Atlantis een zodanige duurzame werking heeft gehad, dat het bij alle mensen, maar op een verschillende wijze, reacties heeft uitgelokt. Grote vloedgolven, vooral in de Atlantische Oceaan en omgeving, zijn zonder meer aan te nemen. Overstromingen, overmatige neerslag, en verduistering van de zon zijn eveneens bij een grote vulkanische ramp niet ongebruikelijk. Dat zou veel zondvloedverhalen kunnen verklaren.

Het zou daarnaast kunnen verklaren waarom we ook die holen‑ of grottenlegenden hebben. Zelfs, wanneer we aannemen dat een aantal uitbarstingen op sympatische wijze is ontstaan na die eerste grote ramp, wordt daardoor ook nog verklaarbaar hoe zelfs jaren daarna vulkanen in werking treden, grote brokken vuur uitspuwen en door de mensen, die dan toch al wat verwilderd zijn en weggevlucht, worden gezien als een kosmisch verschijnsel. Wat dan weer tot goden‑, hergeboorte‑legenden en dergelijke aanleiding geeft.

  • In Egypte is zo’n invloed geloof ik ook geweest?

Hun invloed in Egypte is betrekkelijk groot geweest.

  • Zijn zij de bouwmeesters of de plannenmakers geweest voor de piramiden?

Ja, dat is inderdaad waar. Ofschoon de piramiden die ze zelf in Egypte tot stand hebben gebracht, Zandpiramiden waren. Zover ik weet is er zelfs geen tichelsteen‑piramide opgericht in die periode. Maar dat het denkbeeld van dit soort tempel inderdaad is meegenomen, staat wel vast. Dit is ook begrijpelijk, want als we hun spoor volgen komen we in Perzië, Babylonië, en vinden daar een Ziggoerat, een tempelpiramide, die ook weer dezelfde structuur vertoont als de trappiramiden, die we ook weer aantreffen in Mexico.

Het is dus heel goed denkbaar dat ze deze denkbeelden met zich hebben meegebracht en het is bijna zeker dat de bekwamere en waarschijnlijk ook van slaven voorziene priesters, en misschien ook krijgers, daar de macht gegrepen hebben, voornamelijk in het Boven Egyptische rijk, merkwaardig genoeg, dus in het Nubische deel, terwijl van daaruit pas later de contacten en de vorming van een soortgelijke vorstenstam, met afstammingsdenkbeelden etc., tot stand zijn gekomen in het meer Noordelijke deel, zeg maar deltagebied. Dat is heel opvallend.

We moeten aannemen dat de legenden (of moet ik zeggen godenverhalen, onder meer de verslagen Osiris e.d.) dus oorspronkelijk niet alleen symbolische betekenis hadden, maar zijn ontleend aan krijgstochten uit een zeer ver verleden.

Heel waarschijnlijk hebben krijgers van een ander dan het eigen ras aan deze krijgstochten deelgenomen. Nemen we dat aan en houden we rekening met wat bekend is over de trek van de Atlanten, dan is het bijna zeker dat we hier te maken hebben met Atlantische slaven ‑ die overigens zelf vaak Nubiërs waren, ze werden er onder meer uit weggehaald ‑ en met blankere, of moet ik zeggen bruine vorsten (want ze zullen meer op Arabieren hebben geleken dan bijvoorbeeld op Germanen), die dan met hun lichte kleur en hun geheiligdheid regeerden en een personificatie waren van een onbekende macht. Mogelijk hebben ze zich nog beroepen op Atlantis en is dat later vertaald in de wereld van de goden die achter hen staat, waardoor ze afstammelingen zijn geworden van die goden en pas werkelijk helemaal zonnegod na het samenkomen van de twee kronen, dus de eenwording van het rijk.

  • Die vroege Egyptenaren, zijn zij de oorspronkelijke bouwers van de piramiden geweest?

Wanneer u de piramiden bedoelt zoals die van Chefren en zo, ja. Die zijn gebouwd door bouwmeesters, voor een deel van zuiver Egyptische afstamming (maar in enkele gevallen kwamen ze ook uit de, buurt van het huidige Libanon) en zij hebben daar inderdaad de bouw geleid. Ook de bouw van een aantal tempels en rotstempels is door het volk van Egypte zelf uitgevoerd. Maar er zijn piramiden geweest die vervallen zijn omdat ze niet duurzaam waren opgetrokken en die waarschijnlijk door de Egyptenaren op bevel of op verzoek van hun vroegste heersers zij gebouwd. Opvallend is dat we daarbij het eerste bewaarde graf te zien krijgen. Dat is vreemd genoeg geen staande maar een inverte piramide, die dus ingegraven is, waarbij wel de symboolstructuur en de labyrint‑structuur aanwezig is, inclusief dodenkamer, schatkamer enzovoort, maar in een soort omgekeerde piramidevorm. Zeer opvallend is dat je onder de grafkamer een aantal lege ruimten aantreft zonder dat je dat bouwkundig kunt verklaren.

  • Tot welk ras behoorden de Atlantiërs?

Ja, dat is een beetje moeilijk te zeggen. Ze leken het meest op Euraziërs, zoals je tegenwoordig de mengafstamming hebt van Aziaten en blanken en dan een klein tikje naar het blanke toe. Dan heb je ongeveer het type van de Atlantiërs. Ze waren niet al te groot. De gemiddelde grootte is niet meer dan l.65 meter. Ze zijn over het algemeen slank van postuur en erg pezig. Ook begrijpelijk bij een volk van boeren, jagers en landbouwers. Het zijn veelal gevluchte jagers, die later vissers worden. Dus echt een volk waarvan de werkelijke heersers vermoedelijk ook weer uitgestoten edelen zijn uit een vroeger rijk. Dat was weer hoofdzakelijk een rijk van nomaden en jagers. Maar ze hadden al vaste plaatsen waar handel werd bedreven. Dus wanneer je het zo bekijkt moet je zeggen: het is eigenlijk een mengras geweest. Vanuit het huidige standpunt wel.

  • Is het niet aannemelijk dat die mensen Cro‑magnons zijn geweest, zo’n dertigduizend jaar v.Chr.? Men heeft aan de westelijke oever van de Dordogne allerlei resten gevonden van mensen, waarvan men de grootte fysio‑antropologisch heeft vastgesteld. Die mensen moeten ongeveer een lengte van 1.90 tot 2.10 meter hebben gehad, dus een vorm van reuzen. Wat zegt u daarvan?

Dat is iets wat we overal aantreffen. De legenden van reuzen zijn overigens rond de Stille Oceaan aanmerkelijk talrijker dan in de buurt van Atlantis en deze kusten, zoals u weet. Maar de Atlanten zelf waren geen reuzen.

Er is echter een ras geweest, en u kunt het Cro‑magnon noemen, we kennen het elders als de hypothese van homo‑giganticus, waarbij inderdaad mensen voorkomen die tot 2.70 meter groot zijn en merkwaardig genoeg ook krijgers waren, ofschoon je je dat met die omvang haast niet kunt voorstellen.

Opvallend is daarbij de schedelbouw van deze mensen. De hoek van het gelaat is aanmerkelijk geprononceerder, laag voorhoofd en doorgezet. Het achterhoofd heeft een iets ruimere welving dan het uwe, het zijn dus niet helemaal platschedels. Van deze mensen afstammend is een aantal krijgers wel in Atlantische dienst geweest, maar zij waren dus niet zo groot. Hun gemiddelde lengte was niet meer dan 1.80 meter, toch nog reuzen voor het gemiddelde Atlantische volk. Zij kentekenden zich vooral ook doordat hun herseninhoud als het ware naar achteren gegroeid was, zodat ze een beetje punthoofden hadden. (Als u dat wilt imiteren moet u veel naar kamerverslagen luisteren, dan krijgt u zo’n hoofd vanzelf.)

Maar er is een groot aantal menssoorten geweest in het verleden. Je kunt dus niet alleen maar uitgaan van de gedachte: we hebben die typen en daar kwam dus op een gegeven ogenblik de Sapiens en dit en dat, en ze wisselden elkaar af. In feite heeft een groot aantal mensrassen, sommigen zeer simiaans (aapachtig), andere soorten minder, naast elkaar bestaan en over het algemeen is het het recht van de sterkste en de slimste geweest dat heeft uitgemaakt wie zou overleven. Daardoor vinden we overal kleine gebieden waar nog primitieve soorten leven, terwijl andere typen daaromheen zich alweer beter weten te handhaven en te verdedigen, misschien een beetje gemener zijn (het zijn uiteindelijk uw voorouders) en daardoor eigenlijk de rest van het gebied voor zich opeisen.

Meer kan ik er helaas niet over zeggen.

Vrienden, ik hoop dat ik voor u enig interessant materiaal heb kunnen aandragen, al ben ik niet alwetend of onfeilbaar. Onthoudt vooral: Alles wat over Atlantis is geschreven en gezegd, is zo sterk beïnvloed door uw eigen beschaving, dat een reëel beeld ervan niet geheel te verkrijgen is.

Maar het is al voldoende als u beseft dat er volkeren bestaan hebben en vergaan zijn. Denkt u niet. Wij zijn de kroon van de evolutie. Denk gewoon. Wij zijn een soort die het tijdelijk voor het zeggen heeft, tot ze zichzelf om hals brengt of tot er een nieuwere soort komt die handiger is. Mag ik het daarbij laten?