Suggestie en vierde dimensie

image_pdf

19 maart 1965

Aan het begin van deze bijeenkomst moet ik u erop wijzen, dat wij, sprekers van deze groep, wel beseffen niet alwetend of onfeilbaar te zijn, zodat het noodzakelijk is, zelf, en zo nodig ook kritisch na te denken.

Als onderwerp voor deze bijeenkomst koos ik: Suggestie en vierde dimensie.

Dit is, zoals u reeds denkt, een wat eigenaardige combinatie, maar zij is zeker niet zonder reden en zin zo gesteld. Wij weten dat de mens, krachtens suggestieve processen, niet alleen kan komen tot een beheersen van zijn lichaam, waarbij hij zowel traumata – wonden – kan laten ontstaan, als genezende processen tot uiting kan doen komen; maar weten verder, dat de mens onder invloed van sterke suggesties wel in staat is op afstand waar te nemen en in sommige gevallen tot een overprestatie kan komen op velerlei terrein. Dit alles moet ergens vandaan komen, de krachten en beheersing, die onder de suggestie tot uiting komen, moeten ergens reeds bestaan. Zo dit niet het geval zou zijn, zou men deze dingen ook niet via suggestieve processen kunnen oproepen.

Aan de andere kant moeten wij constateren, dat ook met alle weten, willen en het meest redelijke denken dat er maar bestaat, zulke resultaten niet behaald kunnen worden. Daarom kan men zeggen, dat er een eigenaardige – zo men wil, occulte – verbinding moet bestaan tussen deze gevolgen, de krachten die daarvoor aansprakelijk zijn en het suggestieve proces.

Een vierde dimensie is voor de mens een samenstel van waarden die liggen buiten de voor hem zonder meer kenbare en meetbare drie dimensies. Anders gesteld, dat wat wij vierde dimensie noemen, kan desnoods een samenstel zijn van een groot aantal andere dimensies of werkingen, die zich echter aan hen die in een drie-dimensionele wereld bestaan, als een geheel plegen te vertonen. Wij zouden bv. ook kunnen stellen dat de tijd een werking is die in vele verschillende factoren ontleed zou kunnen worden; toch kennen wij allen, zolang wij op aarde leven slechts één enkel proces dat wij tijd noemen.

In een vierde dimensie kunnen dus krachten en mogelijkheden schuilgaan, die de mens als zodanig niet kent en die voor hem niet behoren tot zijn normale wereld of leefwijze. Aan deze dimensie zijn vele eigenaardigheden verbonden. Indien wij bv. aannemen dat de berekeningen en stellingen van Einstein juist zijn, zo moet een moment in tijd plus een plaats, gelijk zijn aan en vervangen kunnen worden door elke combinatie van tijd en plaats, die een gelijk product levert (bij vermenigvuldiging: stel, tijd is a, plaats is a2 in Amsterdam. Elders is de tijd b4, in waarde gelijk aan a2, de waarde van de plaats is a. Iemand die te Amsterdam is zal op dat ogenblik dan Antwerpen op een andere tijd kunnen erkennen en beleven – en omgekeerd.)

Dit klinkt wat ingewikkeld. Indien men echter daardoor vooruit zou lopen op de tijdswaarde, zo kan men dit ook helderziendheid in tijd gaan noemen. Zelfs indien de waarneming in het verleden terug zou gaan, zal er nog altijd sprake zijn van iets, wat wij helderziendheid plegen te noemen.

Zien in tijd en/of ruimte is een term, die wij aantreffen binnen de moderne parapsychologie, maar dus evenzeer verklaard zou kunnen worden als een werking, waarbij de vierde dimensie actief werd voor een mens. Wanneer wij, via suggestie, een dergelijke toestand binnen een individu tot werkelijkheid kunnen maken, moet m.i. ook gesteld worden: op het ogenblik, dat iemand een voldoende en voldoend gerichte suggestieve werking ondergaat, veranderen zijn capaciteiten en heeft hij deel aan mogelijkheden en eigenschappen, die men ook wel verschijnselen van de vierde dimensie pleegt te noemen.

Nu zeg ik: Op het ogenblik, dat het normale besef, het redelijk besef, van de mens verdrongen wordt door andere waarden, zullen de normale redelijke beperkingen voor hem niet meer of niet meer geheel bestaan. Wanneer ik iemand door suggestie brengen kan in een toestand, waarin hij niet redelijk mogelijkheden of zaken voor zich als normaal en reëel aanneemt, breng ik hem in een toestand, waarbij ook de beperkingen, die hem door eigen rede en denken worden opgelegd, niet meer werkzaam zijn.

Naar ik meen, mag ik nu zelfs nog een stap verder gaan. Het redelijk denken beperkt de mens tot 3-dimensionale concepten. Het niet redelijke denken – zo wij ons dit voor kunnen stellen, in ieder geval een niet door menselijke redelijkheid beperkt denken – maakt het de mens mogelijk in andere dimensies waar te nemen of de krachten daaruit te gebruiken. Dan volgt hieruit, vrienden, dat alle suggestieve processen ongeacht hun oorsprong – daaronder kan men dus zowel godsdienst, hypnose, reclame als andere dingen verstaan – op den duur in staat zijn, het totaal der wereldwaarden voor de mens concreet te wijzigen.

Dit is vooral in deze dagen belangrijk. Wanneer ik u steeds vertel, dat u ziek bent, is de kans groot, dat u door de inbeelding die hier het gevolg van is, op de duur ook werkelijk u ziek gaat gevoelen en ziek wordt. Bv. bij zeeziekte werkt dit snel en overtuigend, zij het, dat het niet slechts snelle, doch ook onsmakelijke gevolgen pleegt te hebben. Zou ik de mensen zou suggereren, dat er oorlog komt, zo zal men zich eveneens geheel voorbereiden op oorlog. Is het aantal mensen, dat op deze wijze suggestief wordt beïnvloed, groot genoeg, dan maken zij vanuit zichzelf de oorlog tot een onstuitbaar en onloochenbaar deel van de werkelijkheid.

Bij een dergelijke suggestie zal men echter de normen van de rede op een niet al te opvallende manier moeten overschrijden. Er zullen daarom ook werkingen verwacht moeten worden, die niet redelijk bepaald of te voren reeds vastgelegd kunnen worden. De conclusie is dan ook gewettigd, dat een dergelijke suggestie een reeks van nevengevolgen zal hebben, die voor de mensheid – ook voor de suggestoren – onredelijk en onbegrijpelijk zijn, maar desalniettemin van vaak beslissende kracht en helaas ook vaak van blijvende werking zijn. Het is goed hierover eens na te gaan denken. U wordt in uw wereld de laatste 50 jaren voortdurend door allerhande suggesties belaagd. U leeft bv. in een welvaartsstaat – tenminste, dat zegt men u steeds weer, zodat u het uiteindelijk ook gelooft. Dit betekent, dat u zich steeds welvarender zult gaan gevoelen en daardoor ook onredelijke eisen aan het leven zult gaan stellen. Hierdoor zal dan een conflict tussen de werkelijke mogelijkheden en wenselijkheden ontstaan, waar zij niet meer stroken met alles, wat u ziet als de werkelijke grondslagen van het bestaan.

Er zijn dan twee mogelijkheden. Allereerst kan men krachtens de suggestie zozeer handelen en denken, alsof de welvaart een feit zou zijn, dat men daarmede de welvaart voor zich – en zelfs voor anderen – realiseert. Maar het is ook mogelijk, en dat is een tweede punt, dat u, ofschoon onder de invloed van de suggestie, u in de beginfase zich steeds weer stoot aan de kenbare bewijzen, dat voor u persoonlijk de welvaart niet zo groot is, als men u zegt dat zij voor allen is.

Het gevolg daarvan wordt dan een groeiend verzet tegen de welvaartsstaat, de maatschappij, die het ik niet geheel laat delen in de baten van die welvaart, en men voelt zich dan genoopt de welvaart te eigen bate te breken.

En nu het eigenaardige: In de eerste plaats handelt men dan onder invloed van de suggestie volgens eigen denken geheel redelijk, maar is dit gedrag voor anderen onredelijk, niet te voorzien, te begrijpen en dus ook in zijn gevolgen niet te remmen of te stuiten. U bent voor uzelf dan overtuigd, dat uw maatregelen de meest juiste zullen zijn, maar breekt daarmede gelijktijdig bij anderen het begrip van welvaart steeds verder af. Men verkeert dan in een toestand, waarbij de maatschappij steeds minder aan uw eisen tegemoet kan komen, terwijl u gelijktijdig meent steeds meer van haar te mogen en te kunnen eisen. Indien de massa, die zo reageert, sterk genoeg is, zal zij eindigen met de maatschappij geheel te vernietigen en daarmede haar eigen bestaan en gedeeltelijke welvaart aan te tasten, tot ook daarvan niets meer over kan blijven.

Dit is een misschien wat ver gaande extrapolatie van de feiten. Maar als voorbeeld is dit toch wel dienstig. Ik wil op grond van al het voorgaande nu echter eerst enige stellingen poneren.

  1. De intensiviteit waarmede ik geloof of onder suggestie bepaalde waarden als juist aanvaard, bepaalt de krachten, die ik boven het voor mij normale en redelijke, zowel voor mij zelf als voor anderen tot uiting breng.
  2. Wanneer ik suggestie uitoefen op anderen, zal ik daarmede nimmer alleen het door mij verwachte resultaat bereiken. Er zijn gevolgen, die zich aan mijn beheersing en vooral in het begin, ook vaak aan mijn opmerkingsgave zullen onttrekken.
  3. Waar tijd en ruimte in de 4de dimensie betrekkelijke waarden zijn geworden en een scheiding of afscherming, die 3-dimensionaal juist lijkt, in de vierde dimensie dus niet hoeft te bestaan, zal via suggestie of geloof een situatie kunnen ontstaan, waarbij geen vaste tijdswaarde meer voor een mens of mensen aanwezig is, geen gebondenheid aan plaatselijk besef meer aanwezig blijkt te zijn en geen mogelijkheid meer bestaat hen en hun waarnemingen of werkzaamheden door normale maatregelen uit te sluiten.
  4. Indien gebruik wordt gemaakt van geloof of andere vormen van suggestie of autosuggestie, kunnen deze voeren tot het verwerven, gebruiken en zelfs redelijk exploiteren van krachten, die redelijk gezien niet zouden kunnen en mogen bestaan.

Deze stellingen moet u, zo zij u niet onmiddellijk duidelijk zijn, maar eens overdenken. Ik tracht daarin namelijk zoveel mogelijk te zeggen op zo juist mogelijke wijze, met zo weinig mogelijk woorden. Het zijn basisregels die ik voor u echter nog wel verder uit zal werken.

Wij staan dan voor het feit, dat alle suggestie gevolgen heeft, die niet redelijk of zelfs aan de hand van redelijke ervaring, vaststelbaar en te overzien zijn. Wanneer wij in een wereld leven, waarin suggestie steeds grotere rol gaat spelen – vergeet hierbij niet, dat zelfs de wijze, waarop u wordt voorgelicht, suggestieve elementen pleegt te bevatten en uw gehele leven en waardering via suggestie worden bepaald, zodat zelfs uw denkbeelden omtrent goed en kwaad door herhaling op suggestieve wijze in uw werden vastgelegd – zo mogen wij veronderstellen, dat het voortdurend op deze wijze van de werkelijkheid vervreemd worden op de duur voor het ik van alle normale mensen een vervreemding van de werkelijkheid doet ontstaan, waarbij het wens of droomleven en niet de uiterlijke norm bepalend zal worden voor alles, wat men voor zich aanvaardbaar acht en innerlijk als juist ervaart.

Ik bemerk, dat u dit te ingewikkeld vindt. Wij zullen het eenvoudiger stellen. Wanneer je voortdurend met allerhande vormen van geloof geconfronteerd wordt en zoekt naar een contact met God, kun je jezelf suggereren dat bv. de heer Jezus uw kamer komt binnen wandelen.

Menselijk en redelijk gezien is dit dan onzin, maar het zo beleefde contact kan voor u een concrete waarde hebben. Deze waarde is niet gelegen in het feit, dat Jezus werkelijk bij u kwam, maar in het feit, dat, al zal uw rede dit niet willen aanvaarden, uw wezen zich heeft losgemaakt van het heden en zijn huidig plaats besef, om zo in een betrekkelijk chaotisch tijdloos zijn, een fragment van de eeuwigheid te beleven. Binnen het dagelijkse leven van de mensen kan iets dergelijks niet als werkelijkheid aanvaard worden en voert het ernstig nemen van deze dingen tot waanzin. Maar de waanzin wordt voor degene die het beleeft een ogenblik tot een werkelijkheid, terwijl al, wat voor de anderen redelijk en logisch is, voor zo iemand een ogenblik waanzin zal gaan heten.

Zo u dit kunt begrijpen, kunnen wij deze stellingen nog iets verder gaan ontwikkelen. Stel u voor, dat een mens zo sterk de suggestie ondergaat, dat hij niet gebonden is aan de werkelijke normen van plaats, en dat hij op een bepaald ogenblik met geheel zijn wezen en alle krachten, die in hem bestaan, zonder hinder van afstand of andere beperkingen, elke plaats kan betreden, die voor hem wenselijk is. Dat wordt een eigenaardige situatie. Vandaar dat men zelfs de mogelijkheid van zoiets over het algemeen afwijst.

Wanneer in de “Meesters van het verre Oosten” wordt beschreven, hoe men in de rotstempel te Tehala alleen door willen en het zetten van een enkele pas van het ene – gesloten – vertrek naar het andere kan gaan, stelt men onmiddellijk dat dit alleen voorbestemd is voor bewusten, ingewijden, of zegt men eenvoudig, dat dit weer een onzinnig verhaal van mystici is. Volgens het voorgaande kan dit echter volledig waar zijn en is zelfs geen inwijding, maar alleen een bepaalde instelling noodzakelijk, om dit te bereiken. Indien ik dit echter aanneem, dan moet ook een reizen in de tijd mogelijk zijn. Nu is een reizen in de tijd onmogelijk, zolang wij dit willen doen in concreto en in redelijke normen, en zal het m.i. onmogelijk blijven. Wanneer wij echter voor een dergelijk zich verplaatsen in de tijd uit willen gaan van ons bewustzijn, zo lijkt het mij wel mogelijk. Wij kunnen dan alles in het verleden zonder meer terugvinden.

Dit zou een reeks van zeer eigenaardige ervaringen kunnen verklaren, die o.m. Conan Doyle had. Ofschoon hij deze ervaring slechts ten dele heeft vastgelegd, heeft hij volgens eigen woorden in een droom de prehistorische tijden bezocht. De indrukken, die hij zo ontving heeft hij in een nogal fantastische roman verwerkt. Hij onderzocht op dezelfde manier “in een droom” ook historische tijden, waaronder o.m. de tijd van Napoleon. In een historisch werk, dat hij schrijft, vermeldt hij een aantal gegevens, die in zijn dagen nergens terug te vinden waren – ofschoon een deel daarvan veel later door teruggevonden correspondentie enz. wel zeer waarschijnlijk wordt gemaakt, – en heeft wel gezegd, dat hij in zijn uitwerking van de historie zeer knap de bekende gegevens gecombineerd heeft, om zo tot de niet algemeen bekende gegevens te geraken en zelfs feiten te kunnen verklaren, waarvoor geen historische verklaring bestond. Historici bestreden de waarde van een deel van deze gegevens, maar meenden andere punten toch als juist te moeten aanvaarden. Doyle beschikte echter niet over gegevens, waardoor zijn kennis verklaard kon worden en gaf geen bibliografie, waaruit zijn bronnen zouden kunnen blijken. Wel vertelt hij in een particulier schrijven, dat hij deze dingen gedroomd heeft. Hij beschouwt dit als werk van een beschermgeest. Maar volgens hetgeen wij nu bespreken, is het waarschijnlijker, dat zijn droom in wezen een herinnering aan een teruggaan in de tijd betekent, dat voor de schrijver zelf niet aanvaardbaar was en dus als droom moest worden verklaard.

Ik kan mij indenken, dat u dit betoog ergens onaanvaardbaar vindt: De rede is het enige, wat de mens stabiliseert in het heden, in zijn persoonlijk bestaan, zoals hij zelf dit kent. Zodra de beperkingen van de rede vervallen – niet de redelijke normen, want je kunt, uit menselijk standpunt gezien, gek zijn, zonder daarbij van de normen van redelijk denken of logisch denken af te wijken; alleen gebruikt men deze normen binnen een kader, dat voor anderen niet werkelijk is – zal de fixatie van het ik als mens in de moderne wereld voor het ego wegvallen. Er hoeft dan geen sprake meer te zijn van vaste tijdswaarden, vertoeven op vaste plaatsen en een zich bewegen in ruimte volgens vaste en steeds gelijkblijvende regels, er hoeft zelfs geen sprake meer te zijn van vaste vormen. Dit zou een wegvallen betekenen van de zekerheid, die de doorsnee mens behoeft om zich in zijn wereld een plaats te veroveren en zich te beheersen binnen het kader van zijn levensomstandigheden.

Het verbaast mij dan ook niet, dat iemand zich afvraagt, of ik nu knettergek ben, of dat alle mensen dit zijn. Geen van beiden. Wat ik u nu voorleg is een theorie, die voor de meeste mensen maar ten dele aanvaardbaar zal zijn. Maar zij heeft wel degelijk reële achtergronden, zoals ik hoop u nog te kunnen aantonen.

Naarmate de werkelijkheid minder een vaste waarde wordt, zal voor de mens een toestand ontstaan, waarin alles ook minder aan een redelijke en geordende wereld, zoals hij die prefereert, zal beantwoorden. Daarbij komen onverklaarbare feiten voor. Wanneer wij zien, dat iemand in een catatonische trance verkeert – een verstijving van alle spieren door angst of wereldontkenning – en in deze toestand 72 uren blijft verkeren, om daarna, zoals wel is voorgekomen, zonder kenbare tekenen van uitputting zijn bezigheden van voordien te vervolgen, zo rijst mij de vraag, welke kracht er wel bestaat, waardoor een mens deze inspannende situatie 72 uren lang kan ondergaan, zonder dat de patiënt daardoor qua krachtverlies of aantasting van vitaliteit iets schijnt te lijden. Toch is dit meerdere malen voorgekomen. Wij weten ook allen dat krankzinnigen zo ontzettend sterk heten te zijn.

Toch zal men dit meestal zien als een algeheel inzetten van alle beschikbare krachten door de geesteszieke en niet als een bestaan van bijzondere of extra krachten, welke aan de ziekte zelf ontleend worden. Maar hoe dan het volgende historische geval te verklaren, waarbij een betrekkelijk tengere en zeker normaal lichamelijk zwakke vrouw in een krankzinnigengesticht hier te lande na een periode van neerslachtigheid, gewelddadig werd en slechts met de grootste moeite door twee zusters plus zes broeders – twee vrouwen plus zes getrainde en sterke mannen – na langere strijd bedwongen kon worden? Dit is veel meer kracht, dan wij van een tengere vrouw op deze leeftijd, zelfs indien zij normaal zou zijn en getraind, ooit zouden kunnen verwachten. Waar komt die kracht dan vandaan?

Wij horen van een gelovig priester, die in Frankrijk bij Caen een bioscoop passeert, waarin tijdens een jeugdvoorstelling brand is uitgebroken. Hij slaat een kruis en dringt door de brandende voorhal de zaal binnen, ofschoon aanwezige brandweerlieden menen, dat men zonder speciale uitrusting hiertoe – gezien de grote hitte – niet meer in staat kan zijn. Hij forceert enkele nooddeuren in de brandende zaal met blote handen, ofschoon, volgen de door hem geredde kinderen, deze deuren reeds gloeiend waren. Hij brengt vervolgens ruim 40 van de kinderen in veiligheid, voor het gebouw instort, zich daarbij meerdere malen ver in de brandende zaal wagende. Het opmerkelijke van dit alles is wel, dat volgens getuigen, zijn lichaam geen enkele brandwond of blaar vertoonde, terwijl toch zijn klederen, evenals zijn lichaamsharen, geheel verschroeid waren. Dit laatste werd slechts als curiositeit vermeld in het persbericht uit 1956, dat ik hier citeer. Mijn vraag is: Hoe was het mogelijk, dat wel kleren en de dode cellen van zijn lichaam door de hitte werden verteerd, maar zijn lichaam geen wonden vertoonde, ofschoon deze man gloeiend – althans voor kinderen ondraaglijk warm – metaal met de handen loswrikt. In de kloosters van de orde, waartoe deze geestelijke behoort, zegt men wel, dat God een wonder aan deze mens heeft verricht. Elders noemt men het verschijnsel onverklaarbaar en veronderstelt men, dat de priester anders gehandeld moet hebben, dan hij en de door hem geredde kinderen verklaren, maar in zijn verwarring eigen handelingen niet geheel heeft kunnen volgen en behouden. Het feit bestaat in ieder geval.

Wij gaan verder. Een priester in Italië, bekend door zijn vaak wonderdadig schijnende genezingen – geestelijke genezingen wel te verstaan – wordt door zijn oversten drie maal achtereen naar een ander klooster overgeplaatst, omdat deze oversten niet wensen, dat deze mens door de bevolking wordt vereerd als heilige. Hij lijdt daaronder zeer en brengt in dit derde klooster vele uren in kruisgebed – dus biddende met gestrekte armen – voor het altaar door. Op zekere dag ziet men hem al biddende zweven in de kerk en wel op hoogte van de daar aanwezige communiebank – een zeldzaamheid in dergelijke kloosterkerken, want vaak komen zij in het zuiden daar niet voor. De hoogte van deze bank was 90 cm. Mijn vraag luidt: Hoe is het mogelijk, dat iemand gedurende twee of drie uren biddende zweeft boven de grond, steunende op niets en zich daarvan niet bewust is? Is dit een wonder van God? Voor de gelovigen misschien een aardige verklaring. Maar ik meen, dat wij voor al deze dingen een meer reële verklaring hebben. Ik meen, dat wij de krachten, die werkzaam waren in al deze gevallen, niet alleen maar redelijk kunnen omschrijven en vastleggen, maar ook kunnen leren gebruiken en beseffen, al is het alleen maar om de gevaren, die door negatieve inwerkingen uw wereld nog steeds bedreigen, te verminderen.

Ik stel: De z.g. vierde dimensie is voor ons in de eerste plaats een bron van kracht. Datgene wat wij normaal als “tijd” kennen, is een vorm van energie. Zelfs de fixatie van plaats is een vorm van energie. Op het ogenblik, dat wij, ongeacht door welke oorzaak of om welke redenen, deze krachtbron aan kunnen spreken met uitsluiting van alle door ons als werkelijk erkende verhoudingen, zal onze kracht in de mate toe nemen in overeenstemming met de mate waarin wij onszelf plaatsen buiten de redelijke normen van het menselijk denken en bestaan. Kracht, vitaliteit, levenskracht, uithoudingsvermogen zijn niet alleen kwesties van lichamelijke conditie en training. Zij zijn waarden, die mede worden bepaald door het bewustzijn van de mens, die kennelijk kan beschikken over een hoger energetisch potentiaal, naarmate hij minder aan de beperking van eigen krachten en mogelijkheden zal geloven.

Ik meen overigens, dat dit meerdere malen, zelfs op het gebied van de sport, is aangetoond. Ik herinner u hier aan een loper, die enkele malen als winnaar de marathon uitliep, zonder dat hij de eerste maal, toen hij zijn grote olympische overwinning behaalde, ook maar enige redelijke training of scholing had genoten. Hij wist niets van looptechnieken af, liep blootvoets. en wist niets anders, dan dat hij de afstand zo snel en goed mogelijk af moest leggen. Deze mens leverde een fantastische prestatie, omdat hij nimmer twijfelde aan zijn kunnen. Was dit laatste wel het geval geweest, dat had hij halverwege reeds op gegeven. Ik zou u ook op dit terrein meerdere onverwachte prestaties kunnen noemen en daarbij zelfs voorbeelden kunnen geven van sportmensen, die na training en dus een verwerven van het besef van de moeilijkheden van de prestaties die zij moesten volbrengen, opeens hun talent niet meer schenen te bezitten en niet meer tot de uitzonderlijke prestaties konden komen, die men van hen voordien en zonder training had kunnen zien. Ik meen echter, dat een verder geven van dergelijke voorbeelden voor ons niet belangrijk is. Het constateren van het feit is voldoende.

Een tweede punt: Natuurwetten, zoals wij dit op aarde kennen, zijn schijnbaar slechts in beperkte mate geldend; naarmate wij de natuurwetten minder bewust – of onbewust – als onverbiddelijk en alles bepalend aannemen, zal het ons meer mogelijk worden die wetten uit te schakelen of te overtreden. Deze natuurwetten bestaan voor een groot deel schijnbaar krachtens de bewuste en onderbewuste oriëntatie van de mens t.a.v. de verschijnselen.

Vervolgens moet ik nu wel stellen: Alles, wat wij onmogelijk achten, wordt daardoor voor ons – zover wij alleen zelf daarbij betrokken zijn – reeds zonder meer onmogelijk. Niet alles, wat wij in ons denken mogelijk achten, zal daarom echter ook voor ons mogelijk worden. De mogelijkheid is afhankelijk van de wijze, waarop de bestaande werkingen en krachten van wat wij de 4e dimensie plegen te noemen – en wat in wezen het geheel van onze gekende wereld doordringt – kunnen toepassen op onszelf en de omstandigheden, waarin wij verkeren.

Dan nog een laatste stelling: Wanneer wij weten, dat suggestieve invloeden zo vér gaande werkingen in en rond de mens kunnen vertonen en tot stand brengen, moeten wij trachten het wezen der suggestie beter te begrijpen en daarnaast moeten wij nagaan, welke wetten de 4e dimensie dan wel beheersen. Wij zullen moeten trachten vooral die wetten van de vierde afmeting terug te brengen tot, zover dit mogelijk zal zijn, redelijke en voor de mens begrijpelijke wetten en normen, zodat hij deze meer bewust kan gaan hanteren.

Waarmee ik aan het laatste deel van mijn betoog ben aangeland. Wanneer wij het voorgaande in aanmerking nemen en zeggen, dat de toevloed van suggestie over de gehele mensheid de meest onverwacht erge volgen tot stand gaat brengen, spreken wij, naar ik meen, een waarheid uit, die ook binnen het redelijk denken steeds meer vaststelbaar wordt. Om te weten, op welke wijze deze verschijnselen mogelijk zijn geworden, moeten wij ons afvragen, wat de mens wel weet over de vierde dimensie en de daar geldende ordeningen.

Allereerst blijkt hier dan te gelden: Alles kan herleid worden tot energie, het bewustzijn kristalliseert uit deze energie alle tijds- en plaatswaarden plus alle persoonlijke normen. Dit betekent, dat een bewustzijn uit deze energie voor zich die geheel en gevormd denkbare mogelijkheden kan concretiseren. Wij zien hierbij wel beperkingen, maar kennelijk komen dezen vooral voort uit de ongevormdheid van de denkbeelden of het verwerpen van mogelijkheden, zij het in bewustzijn of onderbewustzijn.

Ten tweede stellen wij: In de vierde dimensie kan geen tijdgebondenheid bestaan, zoals de mensen deze kennen. Het is dus mogelijk alle levensprocessen, ongeacht de gang in de normale wereld, desnoods om te keren, zo teruggaande in de tijd. Volgens mij is het echter ook mogelijk om levensprocessen als veroudering – een vorm van verontreiniging van het lichaam en een overdaad van niet meer verwerkte of te verwerken afvalstoffen – te reverteren, door de energie toe te passen voor een scheppen van de versnelde reinigingsprocessen, die in de jeugd van de mens nog mogelijk zijn en, via enige extra kracht, in het lichaam van de oudere volgens mij herschapen kunnen worden.

Wij zouden iets dergelijks zelfs in een voor de mens onvoorstelbaar korte tijd kunnen doen, zo wij het begrip van variabele tijd en reversie van tijd voldoende binnen eigen bewustzijn kunnen opwekken. Wanneer men dit bereikt, zal een onbeperkt of eeuwig leven nog ondenkbaar blijven – hierbij spelen andere factoren een rol, die buiten lichamelijk bewustzijn en onderbewustzijn liggen, maar toch zal een op aarde nu nog niet voorstelbare hoge leeftijd zeker bereikbaar worden, zonder dat deze gepaard gaat met een verlies van capaciteiten en lichamelijke mogelijkheden. In een dergelijk geval zal het voor de mens eveneens mogelijk zijn een grotere hoeveelheid menselijke kennis op te doen, dan nu voorstelbaar is en zal het tevens mogelijk worden om, mits men de juiste instelling weet te vinden en te behouden, eigen vorm bij voortduring te wijzigen. De vierde dimensie geeft ons dus de beheersing van levenskracht, tijd en menselijke tijdsnormen, zolang wij deze normen voor onszelf kunnen begrijpen en hanteren.

Al datgene, wat ik onbewust onttrek aan het gebied, dat ik vierde dimensie heb genoemd, is echter niet onderworpen aan geestelijke, maar alleen aan bepaalde kosmische wetten. Daardoor zal de invloed van uit de geest op deze waarden zeer beperkt zijn. Dit is een belangrijk punt.

Reken nu verder met het volgende: Alle energie wordt omgezet in de vorm, die krachtens een bewustzijn – of matrix – de dichtstbij zijnde en eenvoudigste zal zijn. Alle energie bestaat in bewegingen omzetting. In de vierde dimensie is kracht nimmer in rust. Alle kracht van de kosmos is terug te brengen tot de grondkracht van de door ons als vierde dimensie beschreven zijnstoestand. Elke waarde, ook van zon, maan, sterren, hemel en aarde, kan dan ook terug worden gevonden in soort binnen de 4e dimensie… Dan zal al het mogelijke, al dan niet geuit bestaand in welke wereld, dan ook bij aanwezigheid van de juiste matrix overal tot stand getracht kunnen worden, zelfs in uw eigen wereld.

Ten laatste: deze krachten zullen steeds het meest nabij gelegen denkbeeld gebruiken, mits volgevormd, om hun kristallisatieproces te beginnen en te voltooien. Daarom zal nooit het geschapen wensbeeld van de mens door deze energie vervuld worden, maar steeds het in het Ik bestaande beeld, dat de grootste kracht en sterkste vorming heeft, vervuld worden, waarbij de vervulling sneller mogelijk wordt, naarmate het beeld zelf het dichtst bij het voor de mens onredelijke ligt en zo het minst beantwoordt aan bestaande denkbeelden, vormen, enz. enz.

Ik weet, dat ik het u niet gemakkelijk heb gemaakt. Maar i.v.m. de wereld van vandaag is enig begrip voor dit alles toch wel van belang. Ik wil u echter enkele voorbeelden geven van de consequenties, die dit alles in de praktijk kan hebben.

Wanneer u meent, dat u door de steeds groter wordende water- en luchtverontreiniging ziekte zult leren kennen, is het bijna zeker, dat dit ook waar wordt. Wanneer u echter tracht deze dingen te ontkennen, zal dit geen resultaat hebben, omdat deze verontreinigingen nu eenmaal waarden zijn, die lichamelijk en redelijk kenbaar voor u bestaan. Het is dus noodzakelijk een voorstelling te vormen, die voor u geheel aanvaardbaar is en toch de gekende waarden niet zonder meer terzijde schuift. Bv. het denkbeeld, dat u zich zozeer aanpast aan de bestaande verontreiniging, dat deze u nimmer kan schaden. Daarmede zal vreemd genoeg alle werking daarvan voor u te niet worden gedaan.

Wanneer wij in een politieke kwestie een oplossing moeten zoeken en deze langs een redelijke weg willen vinden, is dit in vele gevallen niet mogelijk. Wanneer wij de belangrijkheid van de problemen ontkennen, of een oplossing zoeken op grond van idealen of geloof, kunnen wij slechts in zoverre iets tot stand brengen via de krachten van de vierde dimensie, als wij zelfs geheel in de juistheid en mogelijkheid van ons ideaal of geloof vertrouwen. Degene, die daarin niet gelooft en bv. een stelling aanhangt en verkondigt, zal als gevolg daarvan zijn angsten, die meestal meer concreet zijn dan zijn verwachtingen, in vervulling zien gaan, terwijl de beloften van zijn ideaal of geloof voortdurend beschaamd worden.

Een positief werken op deze wereld kan dus nooit bestaan uit een suggestie, dat alles in orde is, en het uitzenden van de gedachte, dat de wereld uiteindelijk zo slecht nog niet is, of iets dergelijks. De werkelijke gedachtekracht zal op aarde eerst dan kenbaar worden, wanneer de gedachte niet meer ontleend is aan de werkelijkheid en de menselijk redelijke verwachtingen, maar daarvan vrij is en desnoods een, vanuit menselijk standpunt bezien, geheel onredelijk geheel vormt, waarin de denker geheel opgaat en die hij daarom ook als een volledige waarheid kan hanteren. Zolang u dit kunt, zult u daarmede vaak het onmogelijke tot werkelijkheid weten te maken, zelfs indien dit redelijk voor alle andere mensen onaanvaardbaar en volstrekt onmogelijk lijkt. Dit houdt weer in, dat, wanneer de gehele wereld hoopt op vrede en streeft naar vrede, maar gelijktijdig innerlijk overtuigd is, dat geweld onvermijdelijk blijft, het geweld een concretere gedachtevorm zal zijn, dan de hoop op vrede, en zo eerder gerealiseerd zal worden.

Wanneer de mensen hoop of verwachtingen koesteren, die onredelijk zijn en wij trachten daaraan op een redelijke wijze tegemoet te komen, dan zal dit een mislukken inhouden. Het onredelijke kan slechts op onredelijke wijze benaderd worden. Hierbij is de verwezenlijkende factor altijd de mens zelf en kan men dus wel verstandelijk de suggestie toepassen, om zo anderen in staat te steller een resultaat te bereiken. Voor zich zal men hierdoor echter niets kunnen bereiken, omdat men als suggestori nu eenmaal de waarde en de werkingen van de suggestie te zeer zal baseren op eigen redelijk denken. Nog een laatste punt: De oplossing van de problemen, die in uw wereld bestaan, blijkt mogelijk te zijn door gebruik van suggestie, door de mensen illusies te geven, die zo sterk worden, dat zij deze voor zich als werkelijkheid hanteren en zo in eigen wereld tot concrete waarden maken. De overwinning op veel dreigend kwaad schijnt ons op het ogenblik langs deze weg inderdaad mogelijk. Wij menen, dat de eigenaardige vierde dimensie fungeren kan als een krachtbron, waaruit zowel wij als ook u kunt putten, doch waaruit wij allen slechts zullen kunnen putten volgens eigen bestaan en bewustzijn. Daarom beschouwen wij deze als een door eenieder aan te boren krachtreservoir, dat elke gewenste ontwikkeling mogelijk maakt, mits wij ergens ons begrip van de redelijke beperkingen weg kunnen doen vallen.

In de laatste tijd is dit meerdere malen gebeurd. Wij hebben ons daarvoor veel moeite moeten geven en ik meen, dat op bepaalde gebieden wij – althans voorlopig – geslaagd zijn. Wij moeten daarom rekening houden met de mogelijkheid, dat binnen niet al te lange tijd grote reeksen ook door ons niet verwachtte veranderingen, omwentelingen enz. plaats zullen vinden op elk terrein, waarop deze klachten werkzaam waren. Dit betreft zowel technisch en wetenschappelijk gebied als de economie en politiek. Redelijk zullen wij ons daarbij waarschijnlijk wel afvragen, hoe dit alles mogelijk is en waar de oorzaken daarvan toch eigenlijk schuilen. Zeker is, dat deze bronnen niet in uw wereld of onze wereld zijn gelegen. Zij komen via het denken van de mens in uw wereld tot aanzijn, als vervanging voor andere krachten of waarden, die daar tot op het ogenblik nog regeerden. Het vervangen van wetten en waarden, dat op deze manier mogelijk schijnt te zijn is, ook al beheersen wij dit vanuit de geest dus niet geheel, volgens velen in de Broederschap de perfecte uitweg uit de dilemma’s van deze tijd. Het lijkt immers voor ons vaak, of je de mensheid moet fixeren op haar huidig punt van ontwikkeling, dan wel haar een bijna zekere vernietiging tegemoet moet laten gaan, ofschoon beide waarden voor ons even onaanvaardbaar zijn.

Door deze suggestieve methode toe te passen en ook voor ons zelf de grenzen der redelijkheid wat opzij te zetten, komt een vorm van transmutatie op de voorgrond, waaraan u waarschijnlijk tot op heden niet of slechts heel weinig hebt gedacht. Het is een vorm van omzetting, die echter, dat kan ik u verzekeren, voor ons – zolang wij de redelijke waarden maar wat ter zijde weten te leggen – ongeacht snelle en goede resultaten kan produceren.

0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Vragen

  • U zei, dat de norm voor de verwerkelijking van een denkbeeld in zijn innerlijke vastheid, maar niet in zijn redelijkheid lag? Hoe zit het met de keuze van verwerkelijking?

Ik zal trachten het met een voorbeeld duidelijk te maken. Een denkbeeld, dat, redelijk of niet, door de mens geheel aanvaard wordt, is voor hem deel van zijn werkelijkheid.

Zeg dat dit een vorm is, die op de grond staat. Een denkbeeld, dat nog niet geheel concreet is, nog niet geheel aanvaard is als deel van de werkelijkheid, zweeft een weinig en bevindt zich dus boven de grond. Wanneer ik nu water neem, dat naar deze vormen – die dus de denkbeelden representeren – vloeit, zal het water het laagst gelegen denkbeeld, – dus het als meest concreet ervaren denkbeeld – het eerste vullen.

Wanneer het vervullen daarvan gelijktijdig betekent, dat de toegang tot de tweede vorm voor het water verder geblokkeerd wordt – zoals in mentale waarden meestal het geval is – betekent dit, dat niet een opgebouwd ideaal, dat nog niet als geheel werkelijk wordt gezien, maar de vrees, die men koestert en wel als werkelijk ziet, het eerst vervuld zal worden.

  • Er is dus sprake van een magisch beeld, dat een matrix kan vormen?

Ik heb niet gesproken over een magisch beeld, maar over een denkbeeld, dat op zich als matrix kan fungeren voor de energie en zo een uitkristalliseren van deze energie binnen de vorm van de matrix mogelijk maakt. Het woord magisch vermeed ik opzettelijk. Ofschoon dit alles zeker ook bij de magie een rol speelt, moeten wij toch zeggen: Bij de mens, die denkt, speelt het meest vaste denkbeeld altijd de meest bepalende rol. Over concreet kun je in de gedachtewereld ook al niet spreken. Het meest in de mens vastliggende, het sterkst in zijn bewustzijn en onderbewustzijn verankerde denkbeeld zal dus, wanneer de krachten van de vierde dimensie – zo deze actief worden -, het sterkste aantrekken en daarmede het dichtst bij de verwerkelijking komen.

Voorbeeld: U tracht met al uw magische macht een hoofdprijs in een loterij te winnen. Innerlijk bent u echter de overtuiging toegedaan, dat er wel weer een ‘niet’ zal zijn, dan kunt u wel al uw krachten inspannen, maar u kunt dit denkbeeld niet ongedaan maken. Bij aanwending van de krachten uit de 4e dimensie zal dit laatste denkbeeld zozeer overheersen, dat u een ‘niet’ zult krijgen, ondanks al uw inspanningen. Dit voorbeeld is wel zeer materialistisch, maar lijkt mij voor u een zeer sprekend beeld.

  • Zal hierbij niet eerder sprake zijn van een vooruitzien, een helderziend waarnemen van eigen denkbeeld?

Neen. Ik heb het begrip suggestie gehanteerd, omdat wij juist door de suggestie in staat zijn denkbeelden als reëel binnen de mens vast te leggen, die volgens alle redelijke normen niet als zodanig aanvaardbaar kunnen zijn. Wij kunnen dus bij wijze van spreken, door de suggestie het ideaal zo veel vastheid verschaffen, dat het zwaarder gaat wegen dan de slechte verwachtingen van de mensen. Daardoor zal bij activering van de 4e dimensie en de daarin gelegen krachten, dan het ideaal en niet meer de slechte verwachting gerealiseerd worden.

  • Vierde dimensie is voor mij een heel wonderlijk begrip. Heeft dit ook afmetingen?

Heeft lengte een afmeting of breedte ? Het is er een, dat wel. Op zich is zoiets eigenlijk een richting, langs welke wij een afmeting kunnen constateren. Elke dimensie is dus a.h.w. een richting in de ruimte, langs welke wij een waarde kunnen constateren of meten. Als dimensie kan worden gezien, zo stelt men een lijn, die onder een hoek van 90° een andere lijn kan snijden. Een lijn dus, die een andere lijn loodrecht snijdt, kan dit in een zelfde vlak doen. U kunt dit dus tekenen. Om een derde lijn daaraan toe te voegen, die als dimensie kan gelden, moet deze echter, van boven naar beneden, het plat getekende tweetal doorsnijden. Een vierde dimensie is nu nog een vierde lijn, die dus wederom de anderen onder een hoek van 90 snijdt. Maar dat is met de nu bekende menselijke middelen niet werkelijk weer te geven, al kunnen wij natuurlijk door vertekening wel iets maken, dat er uiterlijk op lijkt, maar een dimensie is dat niet.

Wij kennen de dimensies hoogte, breedte, lengte en als voortzetting van hoogte het begrip diepte. Dit is in feite een hoogte, die naar beneden gemeten wordt. Maar in geestelijke termen treffen wij, o.m. bij Paulus, de diepte aan als een afzonderlijk afmeting, een vierde dimensie; men zegt wel eens, dat dit in wezen duur – dus de tijd van bestaan – zou weergeven. Van een toren zou je dus b.v. kunnen stellen: Hij is zo breed, zo lang en zo hoog, maar bovendien is zijn afmeting in de tijd zoveel jaren. Dit is alleen maar een manier van voorstellen, want ik kan mij indenken, dat men ook andere waarden dan tijd als vierde afmeting gebruiken kan. Daarom moeten wij ons altijd weer bewust zijn, van het feit, dat een vierde dimensie wel eens een verzameling van voor ons niet zichtbaar en overzichtelijke richtingen, dimensies zou kunnen zijn, die zich voor ons, omdat wij geen overzicht hebben en zelfs geen definitie binnen de werkelijkheid kunnen geven voor de vierde dimensie, als een geheel tonen. De mensen zeggen wel eens, dat zij drie gefixeerde afmetingen of dimensies kennen plus een enkele, die niet gefixeerd is en noemen daarbij dan altijd weer de tijd. Maar niemand weet precies, wat tijd nu eigenlijk is, hoe zij ontstaat, wat haar veroorzaakt enz.

Ik heb geprobeerd u iets te vertellen over de waarde, die de vierde dimensie kan hebben voor de mens en de reacties, die een mens op het bestaan daarvan zou kunnen tonen. Wanneer ik haar wezen nader zou moeten omschrijven, zo zou ik de volgende prefereren: Een energie, die voortdurend vervloeit van vorm tot vorm en frequentie tot frequentie, zo eigen waarde en vorm voortdurend wisselende. Wanneer u zich hiervoor interesseert, kunt u hierover misschien beter nog eens een paar boeken doorwerken. Maar ik hoop u in ieder geval bijgebracht te hebben, wat men onder het begrip 4e dimensie op aarde verstaat of kan verstaan.

  • Zouden wij niet kunnen stellen: ons bewustzijn is de vierde dimensie?

Ik geloof niet, dat wij ons bewustzijn als een dimensie in de technische zin van het woord mogen beschouwen, omdat bewustzijn in zekere mate aan ons bestaan en aan alle bestaan eigen is. Men zou kunnen stellen, dat bewustzijn de matrix is, waardoor vorm en wezen bepaald worden. Daarbij kan men verder stellen, dat het menselijke bewustzijn heel wat veranderlijker, a.h.w. meer vloeibaar, is dan dat van een kristal. Maar ook het kristal heeft een eigen “‘bewustzijn”, zelfs indien dit vanuit, ons standpunt niet verder gaat dan de grondvorm, die het steeds weer voor zich kan reconstrueren. Indien ik hier moet definiëren, zou ik zeggen: Bewustzijn is de waarde van ons wezen, volgens dewelke wij ons organiseren tot een wezen.

  • Maar bewustzijn is toch energie?

Neen. Ten hoogste kunnen wij zeggen, dat bewustzijn een fixatie of een gebruiksvorm van energie is. Bij het kenbaar worden van een bewustzijn is dus wel steeds energie betrokken. Maar het bewustzijn op zich bepaalt alleen de structuur, waarbinnen die energie zich zal uiten, niet het energetisch gehalte der uiting, niet de flux of het bestaan van de energie. Want indien er geen kracht of uiting van kracht is, kan het bewustzijn nog steeds potentieel aanwezig zijn en weer factueel worden met al zijn waarden, op het ogenblik, dat het door energie wordt beroerd. Dit blijkt vaak bij een mens in nood; hij blijkt dan opeens veel meer te kunnen en te weten, dan hij van zichzelf ooit heeft gedacht, of ooit door hem voordien is geuit.

  • Mag ik vragen of de vierde dimensie niet alleen boven de andere dimensies uitgaat, maar een samenzijn betekent van bv. een vijfde, zesde en zevende dimensie plus een achtste dimensie, die alle andere dimensies weer insluit.

Een dimensie kan, krachtens zijn geaardheid, niet andere dimensies insluiten. Overigens vind ik het aangenaam, dat u op uw wijze de grondstelling, waarmee ik begon, wilt formuleren.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Esoterie

In dit tweede deel beginnen wij dan weer eens te spreken over esoterie. Nu is esoterie eigenlijk een vreemde zaak. Je zou kunnen zeggen, dat iemand daarbij in zijn eigen huiskamer probeert de afstand tussen bv. den Haag en Parijs werkelijk af te leggen. Want in wezen komt het daar toch wel op neer. Wij stellen ons de wereld, ook de geestelijke werelden, altijd voor als buiten ons bestaande. Omdat wij alle vorderingen in de esoterie in wezen beschouwen als een prestatie, die ons buiten onszelf voert – ook al spreken wij vaak anders – wordt het vaak een hopeloze zaak, wanneer wij met onze erkenningen alleen in onszelf trachten te komen.

Maar een mens heeft in zich vreemde reserves. Wanneer je oud wordt, begin je onmiddellijk je medemensen te vervelen met minutieuze beschrijvingen van alles, wat er in jouw jonge jaren is gebeurd. Toch heb je je al die dingen misschien wel 30 of 40 jaren lang niet eens herinnerd. Het is alsof er in jezelf een reserve van voorstellingen en denkbeelden bestond, waar je normaal geen toegang tot had, maar die, zodra je meer tot rust komt en meer tijd krijgt, of je een ogenblik af kunt sluiten van het normale leven en de dadendrang van het normale menselijke bestaan, weer over kunt beschikken. Ik meen, dat de reis, die men in de huiskamer van zijn eigen ik – je probeert te maken, niet zozeer een werkelijke reis is, maar eerder berust op het in jezelf terugvinden, het weer erkennen van oude waarden, die men in het verleden al eens beleefd heeft.

Er bestaat hiervoor een aardige beschrijving. Men zegt, dat de ziel afdaalt vanuit het verblindende goddelijke en zo via vele werelden tot de materie komt. De materie verlatende gaat zij door de onderwereld, om tot de materie terug te keren en verder te stijgen, alle gekende werelden in omgekeerde volgorde doorlopende, tot zij het goddelijke weer bereikt heeft en, verblind door het Licht daarvan, opnieuw een zelfde soort reis begint. Dit is een mooie omschrijving, ook al ben ik het er niet op alle punten mee eens. Ik meen, dat het wel een ietsje te eenvoudig is gesteld: Zo komt zij dicht genoeg bij de werkelijkheid om duidelijk te maken, waarom de innerlijke weg niet een uitgrijpen naar iets nieuws is, maar een herinneren van dingen, die reeds in je werkelijke wezen bestaan.

In het ik moet de herinnering liggen van alle tijden, waarin dit ik ooit bestaan heeft. Zoals in de periode voor de geboorte schetsmatig alle levensvormen der stoffelijke ontwikkeling, vanaf de eencelligen via veelcelligen en waterdieren, amfibieën langzaam de vertebraten tot stand komen, waardoor in de vrucht het wezen van de mens vormelijk geboren wordt, zo gaan wij m.i. terug tot het ogenblik, waarin wij alleen maar de adem, een vleugje van adem van God waren.

Vanaf dat ogenblik hebben wij alle werelden en sferen leren kennen: de hoge hemelen, waarheen wij streven, hebben wij reeds lang geleden beleefd. De werelden van de geest, die de mens zo graag zou willen betreden en ontmoeten, zijn in feite reeds deel van zijn herinneringen.

De esotericus is dus in zekere zin als een oud man, die terugdenkt aan zijn jeugd, een mens, die zich bewust geworden van het uiteindelijke van de menselijke vorm voor hem, de menselijke vorm misschien zelfs ziende als de laatste fase van zijn bestaan, terug gaat denken aan al datgene, wat hij reeds lang achter zich heeft gelaten. Het enige verschil is hierbij, dat voor de ziel verleden en toekomst hetzelfde zijn, zodat het herinneren van het verleden tevens een kennen van de toekomst inhoudt. Wanneer een oud mens teruggaat in de tijd, zien wij daarbij vaak een volgorde optreden: Eerst wordt gesproken over de dagen, kort voor men met pensioen ging. Daarna gaat men terug naar de tijd dat men een fikse zakenman of een ferme arbeider was. Dan komen herinneringen aan vroegere jaren, waarin elke oude man schijnbaar – al is het maar in eigen ogen – een Don Juan is geweest. Want het is eigenaardig, hoeveel Don Juans er in de herinneringen blijken te bestaan. Dan komt de tijd voordien, de tijd dat men een ongezeglijke jongen of meid was, maar voordien was men toch wel een aardig kind. En als baby heeft men reeds vreemde dingen gedaan, waarover men met veel smaak weet te vertellen. Op een soortgelijke wijze gaan wij binnen het kader van de esoterie terug. Deze herinnering van alles, wat als ervaring in ons bestaat, begint meestal met het denkbeeld, dat wij méér zijn, dan redelijk kenbaar of denkbaar is. Men realiseert zich vaag, dat er een tijd geweest moet zijn, waarin men het bestaan in de materie niet zag als een totaal bestaan, maar alleen als het uitdrukken van een bepaald en beperkt deel van eigen wezen. Men heeft deze dingen weliswaar, in de drukte van het stoffelijk bestaan, een tijdlang vergeten, maar nu zoekt men tastend de herinneringen weer te vinden. Men zegt zichzelf: Ik ben meer dan alleen maar een stoffelijk mens. Ik ben meer, maar hoe? Ik was of word een geest, maar dan moet er nog meer geweest zijn dan dit alleen. Ik voel dat zo, als geest moet ik een relatie gehad hebben met andere machtige geesten. Ik was deel van die andere geesten. Ik was in die andere geesten zelfs verbonden met andere, nog hogere, krachten: met die nog hogere kracht bestond ik wel, maar was nog niet zelfstandig. Ik ging eens geheel op in het hoogste en was een onscheidbaar, niet afzonderlijk kenbaar deel daarvan.

Dat is de reeks van herinneringen, waarmede men dan voor zich tracht te beseffen, wat men eigenlijk is. Zoals ik reeds zei is voor de oude mens een dergelijke reeks van herinneringen alleen maar een teruggrijpen in het verleden. Want de mens op aarde leeft nu eenmaal in de ban van de tijd. Een geest – of moet zeggen: Ziel – kent die ban niet. Tijd is zozeer subjectief, zozeer gebonden aan eigen persoonlijk zijn en wijze van actie en bestaan in de geest, dat het geen vaste maatstaf meer kan zijn. Daarom zal in de geest de tijd je niet zozeer meer binden.

Wanneer je terug denkt aan de tijd, dat je meer was dan mens, realiseer je je tevens een meer zijn dan alleen maar mens, dat nog steeds bestaat. Op het ogenblik, dat men zich dit herinnert en weer geheel denkend beleeft, is het weer waar geworden in het heden. Zo is de herinnering van het verleden voor de esotericus een bewust weer opbouwen van alles, wat je geweest bent en door de realisatie ook op dit ogenblik weer bewust kunt zijn.

Misschien dat dit voor sommige mensen vreemd klinkt, zoals zij het waarschijnlijk ook al eigenaardig zullen vinden, wanneer ik stel, dat er vele en geheel verschillende methoden bestaan in de esoterie, om dit alles te bereiken.

Sommige mensen zoeken in de esoterie iets te bereiken door gave plus training. Zij zijn vaak als reken wonderen: Zij hebben alle geestelijke tafels van vermenigvuldiging uit het hoofd geleerd, laten alle stoffelijke mogelijkheden van vermenigvuldiging verder buiten beschouwing en beginnen bij elke vraag, die in hen opkomt, de aangeleerde wijsheden af te raffelen: het gevolg is, dat, zonder dat je soms begrijpt hoe, deze mensen snel tot conclusies plegen te komen. Deze conclusies zijn vaak juist. Wij zouden dus met dit systeem wel tevreden kunnen zijn, indien het niet een belangrijke fout vertoonde.

Wanneer je terugwerkt in jezelf, tot je elke fase, die ooit deel van jezelf was, terug hebt gevonden en tot deel van het huidige bewustzijn hebt gemaakt, dan heb je het ik uitgebouwd.

Maar hoe kun je het leven van een werkelijke ziel, een werkelijke mens in zijn werkelijke betekenis en waarde terugvinden, wanneer je alleen zo nu en dan maar een snapshot laat zien, die alle persoonlijke elementen buiten de afbeelding zelf ontbeert? Deze dingen hebben alleen waarde, wanneer de herinnering daarbij te hulp komt en de onvolkomen beelden aanvult.

Daarom zal een reeks van van buiten geleerde stellingen en leringen nooit voldoende kunnen zijn om een concrete zelfrealisatie tot stand te brengen. Je kunt misschien enkele momenten in eigen bestaan ontdekken langs deze weg, die je helpen de persoonlijke waarheid verder te ontdekken. Maar meer niet.

Daarom geloof ik, dat esoterie ook nooit een werkelijk systeem kan zijn. Esoterie is voor mij een toestand, waarin je jezelf brengt. De systemen kunnen ten hoogste voor mij de aanleiding zijn tot het optreden van de toestand. Verder gaat voor mij hun betekenis niet. Zo zijn er ook al mensen, die menen, dat zij de kern van het ik – de erkenning daarvan is immers het doel der esoterie – kunnen ontdekken door voortdurend zichzelf te ontleden. Ik weet niet, of u ooit een paard hebt gezien en bereden. Wanneer je zo een paard nu ontleedt, de benen er af, de schedel er uit, de longen onderzoekt en deserteert, kun je dan op dit paard nog rijden? Neen, nietwaar?

Je kunt het hoogstens nog aan de slager verkopen als eerste kwaliteit vlees. Dus aan de zelfontledingen hebben wij ook al niet veel, omdat zij de samenhangen, die voor de zelfrealisatie zo belangrijk zijn, wel kenbaar maakt, maar gelijktijdig alle mogelijkheid tot verdere groei ontneemt. Onze zelfkennis kan niet het gevolg zijn van een steeds weer verrichten van sectie op eigen ik. Daarmede doden wij onszelf ergens en maken het ons bewustzijn onmogelijk de samenhangen in ons wezen bewust te beleven.

Wij moeten dus trachten om in plaats van een geestelijk ontleedmes te hanteren waarmede wij onszelf voortdurend in delen uiteen splitsen, de samenhangen van het geheel te zien. Wanneer je naar een paard kijkt, bv. een volbloed op een renbaan, dan zie je in het voorbij draven de spieren, de bewegingen, het ritme van een dier. Desnoods neem je het op een film versneld op en draait het vertraagd af, dan zie je alles van het werkelijke bewegen, van het werkelijke leven van het dier. Dit kunstje moeten wij op ons zelf toe leren passen: niet ontleden, maar beschouwen. Niet van elkander scheiden, maar de processen zo vertragen, dat wij de delen in samenhang kunnen beseffen.

Bewustwording is niet een steeds verder opzwepen van eigen denken, maar juist een jezelf tot rust laten komen. Je moet heel rustig nagaan, wat er in en bij je eigenlijk precies allemaal in verhouding beweegt; dan zie je de samenhangen. Het is niet erg, dat daarbij voor ons nog

bepaalde dingen verborgen blijven, zoals bij de beelden van het paard bv. het onmogelijk is te zien, hoe zijn nieren het bv. doen, al kun je verder het wezen paard, zijn bewegingstechniek en mogelijkheden wel degelijk inschatten. Zo kun je ook jezelf werkelijk leren kennen; niet door door te dringen in het diepste verborgene van eigen wezen, maar vooral door begrip te krijgen voor de samenhangen in je leven, inzicht te verwerven in de wijze, waarop je je beweegt in de wereld.

Nu zie ik ook veel mensen, die denken, dat esoterie eigenlijk alleen via het gevoel beleefd kan worden. Dit zijn mystici, die de term esoterie vooral plegen te gebruiken om daarmede de hoogheid van hun eigen beleven – en mogelijk eigen wezen – weer te geven. Kan ik echter met mijn gevoelens alleen iets werkelijk weten? Wanneer ik blij ben, weet ik lang niet altijd, waarom ik blij ben. Belangrijk is dit ook eigenlijk niet. Belangrijk is, dat die blijheid mijn relatie tot de buitenwereld wijzigt. Zolang men deze relatie niet beseft, heeft het gevoel van blijheid voor de bewustwording geen werkelijke zin. Zij zal dan ook snel sterven. Dus wanneer u eens echt blij bent, zo van binnen, doet u er goed aan, zo snel mogelijk een of meer anderen daarin te laten delen. Probeer eens wat extra te doen voor een ander, tracht de glimlach, die je van binnen gevoelt, bij anderen te doen verschijnen. Dan word de blijheid groter, dan leeft zij. Maar als je met je blijheid stil in een hoekje gaat zitten, is zij reeds voorbij voor je het weet.

Op de zelfde manier moet je het bij de esoterie bezien; je kunt de gevoelens wel nemen, zonder eerst na te moeten gaan, waar zij eigenlijk vandaan komen. Maar als je God dichter bij gevoelt, dan moet die God ook uitbaar zijn. Die God is een kracht, een motief, waar je iets mee moet doen.

Wanneer je met dit begrip, dit aanvoelen van God werkt, komt er voor jou een besef van Gods werken door jou tot stand. En dit is ook een belangrijke vorm van zelfkennis. Bovendien blijft daardoor de relatie God – Ik ergens in stand. Op het ogenblik dat je echter die gevoelens en ervaringen tracht te beschouwen en te ontleden, zonder ze te uiten, gaan zij te niet. Je hebt dan daarin jezelf niet erkend, maar hebt jezelf met je gevoelens van uitverkoren zijn of je rationalisatie van dit erkennen eenvoudigweg bedrogen. Je hebt dan niet het verleden in jezelf doen herleven, waarin je geheel deel was van de Scheppende Kracht, maar alleen een illusie geschapen, die je steeds weer met de teleurstellende wereld en eigen onvermogen zal confronteren.

Ik weet niet, of dit filosoferen u vermag te boeien. Maar ik vind het altijd weer zo komiek, wanneer je de mensen ziet, die zo erg esoterisch willen zijn. In plaats van te zeggen: “ik gevoel in mijzelf God”, zoeken zij belangrijker woorden en galmen: “De poorten in mijn wezen zijn doorbroken en het stralend witte Licht beroert mijn ziel voor een kort ogenblik.” Wat precies het zelfde betekent, maar de nadruk verschuift van het feit, naar degene, die dit zo mooi weet weer te geven. Bovendien klinkt het wel mooi, maar rijst de vraag, of dit nu wel duidelijk is gezegd, zelfs voor de spreker zelf. En ik meen, dat esoterie voor alles duidelijk dient te zijn.

Wat heb je er aan, wanneer je vele abstracte stellingen kent, weet te spreken over de levensboom, de Rode Adam, de verborgen strijd der engelen, maar nimmer tot het besef en de uitdrukking komt van het eigen wezen daarin, omdat men eenvoudig niet beseffen kan of wil, wat men zelf daarmee te doen heeft? Je hebt van die mensen, die alles kunnen. Als u een kleine vis gevangen hebt, hebben zij een veel grotere gevangen, maar geef hen geen hengel in de handen, want zij kunnen niet vissen. Wanneer u spreekt over de atoombom hebben zij er al lang geleden een gezien. Zij hadden er wel een in hun keldertje gemaakt, maar de politie vindt dat niet goed enz. Dit zijn mensen, die wel degelijk over veel kennis kunnen beschikken.

Zij weten veel van vissen af, maar deden het nooit. Zij hebben bij wijze van spreken alle verstand van voetbal, maar alleen wanneer zij langs het lijntje mogen blijven staan. Dergelijke mensen spreken wel veel en hoog, maar zij bereiken niets. Dat bent u toch wel met mij eens.

Wanneer ik nu esoterie ga beoefenen, en daarbij vele mooie theorieën op ga bouwen, bestaat altijd weer het gevaar, dat men zo onder de indruk komt van eigen kennis, dat men er niet meer toe komt er ook iets mee te doen.

Je kunt daar nu wel over lachen, maar in wezen is het diep treurig. Wat is dan wel de grootste eenvoud van esoterisch denken en zijn?

Esoterie is de uitdrukking vinden voor de verborgenheden van je eigen wezen. En daarmede heb je eigenlijk alles gezegd. Omdat de verborgenheid van het eigen Ik niet uit te drukken is in klipklare menselijke woorden, zal men een uiten vaak moeten gieten in de vorm van een actie, of, zo woorden noodzakelijk zijn, in een kleine gelijkenis. Een van onze vrienden specialiseert zich bv. in hemelpoortverhalen, die op zich aardig zijn, maar vaak een grote diepte verbergen, vaak zelfs dingen, die niet op een andere manier duidelijk en voor anderen begrijpelijk geuit kunnen worden. Neem bv. het volgende: Petrus liep eens trots voor de poort heen en weer met zijn sleutels in de hand, opdat vooral eenieder zou kunnen zien, dat hij de sleutelbewaarder van het koninkrijk der hemelen was. Zo schijnbaar onverschillig liep hij, dat hij op een bepaald ogenblik eenvoudig de sleutels uit zijn handen liet vallen, zij vielen door de poort ergens naar beneden. Een engel, die achter Petrus stond, noemde hem dom. Petrus echter beklaagde zich, dat nu de hemelpoort gesloten zou moeten blijven. “Zoek het ding dan op” antwoordde de engel en gaf de sleutelbewaarder een zetje, zodat hij over het hek van de poort kon komen, want uit de hemel komen is gemakkelijk.

Alleen het er in komen is moeilijker. Petrus vond de sleutels: Die lagen in de diepste modderpoel, die er op aarde maar te vinden was. Hij kwam terug met de sleutels, maar dorst zich eenvoudig niet vertonen de eerste tijd, omdat hij vreesde, dat iemand zou vragen: “Wat doet die bal modder eigenlijk aan de sleutels?”

Een esotericus, die een geheim in zich gevonden heeft, doet soms bijna even dom. Hij is zo verwaand, dat hij iets bereikt heeft, dat hij het daardoor verliest. Wanneer hij het verlorene terug wil vinden, zal hij dit zeker niet verkrijgen zonder veel moeite en veel vuil. Waarmede ik maar wil zeggen: Exact spreken is in de esoterie vaak niet mogelijk, zonder de verkregen waarden te verliezen. Laat ons daarom het spreken in een gelijkenis vooral niet schuwen. Wij hebben grote voorbeelden op dit terrein. Degenen, die misschien alles of toch veel weten en kunnen, vertellen altijd weer verhaaltjes, waarin zij de waarheid tot uitdrukking brengen. Jezus deed dit, Boeddha deed dit, alle grote meesters gebruikten deze vorm van expressie, waardoor het onzegbare toch zegbaar kon worden. Wanneer wij niet zoeken naar een mooi klinkende beschrijving of een nauwkeurige weergave, maar tevreden zijn met een verhaaltje, een sprookje, zullen wij aan onszelf zowel als aan anderen beter duidelijk kunnen maken, wat er eigenlijk in ons bestaat, wat er in ons eigenlijk gebeurt.

Besef hierbij vooral, dat een belangrijk deel van de esoterie humor van u vergt. Maar als je langs het innerlijk pad streeft, moet je allereerst wel in staat zijn om jezelf te …. lachen. En dat is voor mij de essentie van humor: Het ridicule zien, niet alleen bij anderen, maar ook in jezelf. Zelfspot zonder bitterheid is vaak een van de beste middelen om jezelf te leren kennen zoals je bent. God heeft volgens mij ook veel humor. Anders had hij nooit de mens geschapen. Om een beeld van een werkelijke scheppende God in mij te kunnen omvatten, moet ik beseffen, dat die God niet alleen maar met rechterlijke gestrengheid en dodelijke ernst regeert, maar zijn schepping in stand houdt met een voortdurende glimlach, zichzelf steeds weer in ons herkennende, zoals wij soms opeens onszelf zien in een aap. Want de aap is in wezen voor de mens zo attractief omdat hij zich steeds weer gedraagt als een karikatuur van een mens. Ik vrees, dat de mens zoals hij zichzelf leeft, ziet en beoordeelt, in de meeste gevallen een soort karikatuur van God is.

Besef hierdoor maakt zelferkenning gemakkelijker en doet de werkelijke verhouding inzien tussen mens en God. Dit geeft ons de kans, om meer onszelf te worden en gelijktijdig ons nader tot God te weten, zo onze werkelijke bestemming en oorsprong binnen ons bewustzijn bevattende en werkelijk makende, zelfs in het heden.

En als laatste raad: Wij treffen vaak raadselen, waarmede wij geen raad weten. In de esoterie worden wij steeds weer met vragen – ook over onszelf – geconfronteerd, waarop wij geen antwoord kunnen vinden. Laat die dingen rusten. Leg jezelf juist daar beperkingen op en los eerst de vragen van nu, waarop wel een antwoord mogelijk is, op. Want esoterie is niet het oplossen van alle raadselen die er in de kosmos bestaan, of het definiëren van God en zijn engelen, maar een erkennen van eigen wezen, een beseffen, hoe jezelf God ziet en beleeft.

image_pdf