Symbolen en de mens

13 april 1981

Inleiding

De gastspreker van vanavond is iemand die zich erg heeft beziggehouden met symboliek, mystiek en dergelijke. Hij is een tijd lang burger geweest van Montserrat. Zijn hele visie is gebouwd op de goddelijke oorsprong van de mens.

Ik weet dat dat voor ons een beetje moeilijk is om te zien en te geloven, maar hij zal het zelf wel duidelijk maken neem ik aan.

Wanneer we uitgaan van de mens als basis kom je als vanzelf tot het denkbeeld dat die mens een vaste relatie moet hebben met de eeuwigheid. Het schijnt dat de eeuwigheid in de mens voortleeft, maar in beelden, in voorstellingen en symbolen, omdat hij in de tijd verdwaald geraakt en zichzelf die eeuwigheid niet meer voor ogen kan stellen. Daarom gebruikt hij voor alle facetten van de eeuwigheid tekeningen, spreuken en beelden, kortom vervangende voorstellingen. Dit is overigens niet van mij; ik heb het aan onze gastspreker ontleend.

Als inleider geef je ook een beetje je eigen denken, je eigen mening en ik heb zo het gevoel dat wanneer we te maken hebben met symbolen, we eigenlijk niet met de werkelijkheid te maken hebben. Het symbool is eerder iets wat wij gebruiken om in ons bestaande waarden of denkbeelden te sluiten.

Dat de mens zoveel verschillende symbolen gebruikt, is waarschijnlijk te danken aan het feit dat hij voortdurend het gevoel heeft dat iets, wat geheim is, iets wat een beetje voor een beperkte groep bewaard wordt, dat dat meer betekenis heeft dan de dingen die algemeen bekend zijn.

Wanneer mijn stelling juist is (de mijne en niet die van de gastspreker) dan worden we regelmatig geconfronteerd met allerlei innerlijke moeilijkheden en innerlijke waarden die aan het mens‑zijn eigen zijn. Er zijn veel facetten waarmee je te maken hebt waarvan je zegt : dat is typisch menselijk. Een mens is vaak heerszuchtig, vaak jaloers. Soms is hij een beetje verward en probeert hij de werkelijkheid te verschuiven. Al die dingen bij elkaar maken voor mij het beeld van de mens.

Wanneer ik dan probeer een houvast te vinden in een wereld die ik op de een of andere manier niet helemaal kan formuleren in de termen van mijn eigen bestaan en ik grijp naar symbolen, dan moet ik niet teruggrijpen naar iets wat specifiek voor mij is of wat specifiek van een God komt of van een heilige geest of iets dergelijks. Want dat is – tenminste zo zie ik het – iets dat deel is van de mensheid.

Nu zijn er bij ons deskundigen – jullie hebben ze waarschijnlijk wel eens aan het werk gehoord – die het over een gemeenschappelijk bewustzijn en een gemeenschappelijk bovenbewustzijn van de mensheid hebben. Toen ik werd geconfronteerd met al die symboliek, met al deze bijna raadselachtige spreuken en tekens heb ik me afgevraagd : wanneer ik zoek naar de gemeenschappelijke taal in de mens, dan kan ik het niet in de mens afzonderlijk vinden. Dat is eenvoudig niet zo.

Wanneer je mensen vraagt : “Wat betekent dat teken ?” dan zeggen ze : “Mij lijkt dit een lucifermannetje.” Vraag je het echter aan een ingewijde, dan zegt hij : “Dat is een teken dat zeer heilig is. Dit is het sterreteken dat hoort bij de zon in dat en dat huis.” Nu wist ik niet eens dat de zon meer huizen had, laat staan dat ik zo’n stokpoppetje thuis kan brengen.

Ik zei toen tegen mezelf : dan is er misschien een gemeenschappelijk bewustzijn waardoor die dingen in leven worden gehouden. Want het is toch wel gek dat er zelfs in deze tijd nog steeds groepen zijn die symbolen gebruiken die al in het vroege Egypte – dus zeg maar 5000 à 6000 jaar geleden – gebruikt werden. Het is krankzinnig dat er in deze tijd nog mensen met precies dezelfde tekens aan komen zetten die naar we weten ruim 10.000 jaar geleden al gebruikt werden en waarvan we hier en daar nog overblijfselen kunnen aantreffen

Er moet een gemeenschappelijke factor zijn en voor mij is dat dan maar dat gemeenschappelijk bovenbewustzijn of bewustzijn van de mensheid. Maar als ik zo ver ga, dat ik dat beweer, moet ik ook aannemen dat er in dat gemeenschappelijke bewustzijn veel meer aanwezig is. Dan kan dat niet alleen maar blijven staan bij een paar beeldjes en een paar voorstellingen. De mensheid zou in het geheel van haar bewustzijn wel eens allerhande kosmische waarden kunnen bewaren; zaken die veel verder van alle stof af liggen dan wij ons kunnen voorstellen, zelfs in de geest.

Misschien is het ogenblik van de schepping en al wat er mee samenhangt wel bewaard gebleven in dat bovenbewustzijn dat we nu zien als het gezamenlijk bewustzijn van de mensheid.

Nu weten jullie tenminste dat ik het een beetje anders bekijk dan iemand die dat allemaal precies zit uit te pluizen. Ik geloof niet dat het zoveel verschil uitmaakt of je een haaltje linksom geeft of rechtsom. Zeker, in de rituele magie moet dat erg belangrijk zijn : Als je in plaats van 3 keer, 22 keer rond de tafel hebt gelopen, dan gebeurt er iets wat niet hoort. (Ofschoon waarom je daarvoor rond de tafel moet lopen weet ik ook niet, want het gebeurt zo ook vaak). Ik denk dat die haaltjes op zichzelf niets te zeggen hebben. Het zijn de dingen die ze voor ons zeggen.

Wanneer ik in mijn geestelijke wereldje op een gegeven ogenblik wegdroom – dat komt wel eens voor – dan voel ik mijzelf eigenlijk of ik zwem in een soort zee. En die zee is nu toevallig niet blauw, maar goud. Waarom ? Waarschijnlijk omdat ik nog ergens associaties heb met licht, zon en werkelijkheid.

Wanneer ik in die gouden zee drijf, zie ik visioenen. Maar het gekke is, ik kan ze mij nooit herinneren. Wat er van over blijft, zijn een paar begrippen of een paar woorden. Ik werk er mee en probeer er iets mee te doen. Maar in wezen kan ik de samenhang toch niet terugvinden. Ik weet dat het meer is dan ik er ooit uit kan halen.

Wanneer jullie ergens zo’n symbool opvissen, kan het voor een ander niets betekenen, maar het is ergens gelegen in het centrum van het mens-zijn, dat wil zeggen dat het voor jullie een waarde betekent die jullie net zo min kunnen begrijpen als ik datgene, wat ik beleef wanneer ik in dat gouden licht drijf. Ons begripsvermogen schiet vaak te kort. De symbolen echter – wanneer ze in ons ontstaan – geven ons toch toegang tot iets.

Ieder natuurlijk op zijn manier, maar ik voor mijzelf zeg wanneer ik bepaalde dingen doe : het is net of ik daardoor andere krachten krijg. Dan gebeuren er dingen die ik misschien niet helemaal kan begrijpen of uitleggen, maar er is een kenbaar resultaat. Ik dacht dat symbolen eigenlijk pas betekenis kregen wanneer ze een verbinding leggen tussen de onbekende wereld en de resultaten die ik in mijn eigen wereld kan zien.

Misschien is onze gast het er niet mee eens. Dat is best denkbaar. Misschien wil hij speciaal uitgaan van dat, wat voor hem de christenheid is en dan vooral nog de leer van Johannes.

Wanneer ik voor mijzelf denk, is er geen verschil tussen een christelijk symbool en een ander symbool. Wanneer ik oneindigheid of eeuwigheid uitdruk en daardoor beleef, moet ik ook effecten kunnen veroorzaken in de tijd. Anders heeft het geen zin.

Het blijkt steeds weer dat er meditatie, contemplatie en concentratiemethoden bestaan waardoor je gekke dingen tot stand kunt brengen. Neem nu alleen maar genezers.

Geestelijke genezers zijn altijd een eigenaardig volkje geweest. Dat zal het wel blijven ook. Maar er zijn geestelijke genezers die b.v. denken aan b.v. een laars. Als ze aan die laars denken, stralen ze ineens kracht uit. Waarom ? Ik weet het ook niet. Maar voor hen is dat beeld iets wat van belang is.

Ik herinner me dat dit medium in het verleden vaak de gewoonte had om zich op een omslagplaat van een of ander boek te concentreren. Lange tijd heeft hij zich geconcentreerd op een vaag blauw geheel met een soort berg in de verte en een paar kennelijke bloedvlekken op de voorgrond. Zoiets van : de bloedvlek op de rots of zo. Wat is de relatie tussen zo’n voorstelling en de mogelijkheid om een trance te bereiken ? Er is geen redelijke, geen reële, ja zelfs geen emotionele relatie te leggen. En toch werken die dingen. Waarom ? Ik denk omdat voor ons zo’n voorstelling – die dan heel vaak zuiver persoonlijk is – gewoon een middel is om onze eigen toestand te veranderen.

Zo ook bij het genezen. Je kunt wel genezen met je verstand, maar dan kom je niet ver. Je bereikt resultaten, maar die resultaten blijven binnen het redelijke vlak. Zodra je verder wilt gaan dan dat, komt er een ogenblik dat je niet meer redelijk, niet meer rationeel kunt werken. En dan heb je vaak een symbool nodig om die toestand van onredelijkheid a.h.w. voor jezelf te activeren.

Het is eigenlijk net zo gek als wanneer je op een knopje drukt en de lamp begint te branden. Er zit natuurlijk heel veel meer achter. Maar voor jullie is de relatie : wanneer ik op de knop druk, gaat het licht aan. Ik denk dat het voor de mens die werkt met al die symbolen en mystieke voorstellingen, op dezelfde manier gaat. Hij weet ook niet precies hoe het werkt. Maar hij heeft geleerd : als ik op de knop druk gaat het licht aan.

Nu heb ik voor mijzelf natuurlijk het een en ander uit zitten pluizen, dat kunnen jullie wel begrijpen. En ik kom tot de volgende conclusies : In de eerste plaats moet er een soort gemeenschappelijke taal zijn die alle mensen en geest ooit begrepen hebben of gesproken hebben. Misschien stamt dit uit de tijd dat ons bewustzijn nog los was van de materie. Dat we misschien tijdelijk neerdaalden in gaswolken of ons bezig hielden met de vloed van de vulkanen of de dikke brei waar ooit leven in geboren zou worden. In die tijd hadden we – neem ik aan – een soort geestelijke communicatie. Of moet ik zeggen : een vorm van telepathie. Het lijkt er wel op.

In deze periode hebben we grondsymbolen gebruikt. En omdat denken ontzettend snel gaat, was het helemaal niet nodig om woorden te vinden waarachter hele begrippen schuil gaan. B.v. koffiemolen. Koffie is een begrip, molen is een begrip. Maar er zit veel meer aan vast. Ik denk dat ze vroeger zoiets gezegd zullen hebben : het ding dat de bonen van de koffiestruik, wanneer ze geroosterd zijn, kwetst totdat ze een aftrekbaar poeder geven. En elk woord zal dan wel vertaald één lijntje zijn geweest in een beeld of een klank.

Op die manier is er een gemeenschappelijk alfabet gegroeid dat, toen de mensen gingen spreken en de dieren met geluiden gingen communiceren, eigenlijk op de achtergrond is gekomen. Die oertaal is eigenlijk vervaagd. Er zal waarschijnlijk hier en daar nog wel iets van terug te vinden zijn. Maar omdat het denken, de denktaal veel minder gebruikt is, is die eigenlijk meer zichzelf gebleven. Ik heb zo het gevoel dat al die tekeningetjes en gekke structuurtjes eigenlijk niets anders zijn dan woorden van die gedachtentaal van eens. Ik kan het niet bewijzen, dat wil ik erbij zeggen. Maar wanneer je het onderzoekt, kom je zo in die richting terecht.

Er zijn periodes geweest waarin de symbolen veel machtiger waren dan tegenwoordig. Vooral wanneer je denkt aan de Atlantische periode. Er is een Atlantische periode geweest dat bepaalde symbolen werden gebruikt voor kracht die inderdaad kracht gaven. Dat is natuurlijk krankzinnig.

Er zijn ook in deze tijd wel eens proeven gedaan. Men gebruikte heel andere symbolen, meer symbolen uit de techniek van deze tijd. Men maakte b.v. een tekeningetje dat met bepaalde lijntjes een soort batterij voorstelt. Men tekende daar twee strepen aan als de lijntjes van een snoer. Het gekke is dat wanneer je daartussen een lampje zet van een laag voltage het ook nog gaat branden.

Ik weet niet of dit waar is hoor; ze hebben het mij ook maar verteld. In mijn tijd had je die rommel niet. Maar wanneer het zo is, komen we heel dicht bij een oud magisch principe. Dit principe zegt namelijk dat de voorstelling en het ding waarvoor het staat, in wezen identiek zijn. Dat kan natuurlijk niet in de vormenwereld, in de materiële wereld. Je kunt honderd keer ‘boter’ opschrijven, maar je kunt er niets mee bakken.

Je kunt op een gegeven ogenblik natuurlijk wel een voorstelling gebruiken die voor jou energie betekent, die kracht betekent. Wanneer je dat voldoende doet, heb je daarmee iets van kracht gerealiseerd.

Wanneer ik denk aan het licht in een bepaalde kleur – een heel bekend verschijnsel, waarvan ook genezers wel gebruik van maken – en zeg : iemand moet kalmeren, dan denk ik aan het blauwe licht. Waarom ? Omdat er een associatie is, denk ik, met maanlicht b.v. waarin de blauwtint altijd erg sterk spreekt. Waarvan men zegt dat dit erg rustgevend is, behalve voor maanzieken.

Wanneer ik echter aan die kleur denk, dan weet ik dat die kleur niet concreet en reëel bestaat. En toch brengt ze mij tot een heel ander contact met mijn eigen wereld. (Ik spreek maar weer uit mijn eigen ervaring. Het is net of ik een andere reeks van gegevens heb aangeboord. Of ik bij wijze van spreken ben aangesloten op een ander deel van een kosmische databank) Wanneer dit voor mij in de geest moet gelden, dan zal het ook in de stof gelden.

Een genezer denkt aan blauw, dan komt de rust en wat daar nog meer mee verbonden is, komt waarschijnlijk ook naar voren. Maar dat kan nooit wanneer die associatie met die kleur blauw niet voor de mensheid als geheel een bepaalde betekenis heeft.

Neem b.v. een kruis. Hoeveel kruisen zijn er niet in de wereld ? Het is gewoon krankzinnig wanneer je dat nagaat. De vroegste kruisen stammen uit de Chaldeese periodes. Tenminste, de kruisen die bewaard zijn. Er zijn echter ook kruisen als symbool aangetroffen in een ruïne in de Andes, die waarschijnlijk 6000 tot 7000 jaar oud zijn.

Wij zeggen : het Christendom en het kruis. Maar dat kruis moet er al veel langer geweest zijn. De vraag is nu : speelt het kruis een rol in het christendom door de betekenis die het heeft in het geheel van de mensheid ? Of is door dit laatste misschien de betekenis van het kruis als symbool voor de mensheid veranderd ? Dat laatste kan ik mij niet goed voorstellen

Als ik aan het kruis denk, vraag ik mij af : wat betekent het kruis ? Het kruis betekent een relatie. Het is een ruimtelijke uitdrukking. Het betekent een situatie : Een soort milieu en gelijktijdig in dit milieu één punt van bepaling, namelijk daar waar de balken elkaar snijden. Dan heb ik een wereld uitgedrukt door een kruis.

Het gaat niet alleen om de lijdende Heiland of iets dergelijks. Het gaat wel degelijk om het totaal van het leven. Om de betekenis van het stoffelijk bestaan. Misschien zelfs om de betekenis van alle geestelijke bestaan.

Het is gemakkelijk genoeg om te zeggen : Vissen is een vroeg christelijk kenmerk. Ik zal het wel met jullie eens moeten zijn. Maar hoe komt het dan dat op een zeer oud Chinees aardewerkstel uit de periode van 1200 tot 800 voor Christus een tekeningetje te vinden is van een vis en van vissen, zoals de Romeinse Christenen die ook gebruikt hebben en in de catacomben hebben gekrast. Dus zit ik me af te vragen of die vissen misschien iets anders betekenen.

Zouden die vissen misschien iets weergeven van de eerste levensvorm, de eerste stoffelijke incarnatievorm die een rol heeft gespeeld en waarbij denken en een vrijer bewegen mogelijk was ? Mogelijk zijn die vissen een teken van vrijheid geweest.

Men hoort ook van mystieke reizen. Daarvan denk ik ook weer : wat moet ik er van zeggen ? Er zijn altijd mensen die in vurig licht ten hemel stijgen of anderszins. Maar hoe komt het dat iedereen steeds weer spreekt over reizen, over twee keer reizen ? De reis naar de onderwereld en de reis naar boven toe.

Het Gilgamesj epos is een oude inwijdingsleer. Waarom eerst de neergang en dan daarna ineens een naar boven gaan ? Is dat alleen maar een uitdrukking van bijgeloof ? Ik kan me niet indenken dat dergelijke voorstellingen door de gehele wereld en door alle tijden heen steeds weer voorkomen zonder dat deze voortvloeien uit het feit dat er iets in ons eigen bestaan, het bestaan van de hele mensheid is, waarin deze factoren een rol spelen. Zoek ik dan een benadering dan kom ik o.m. bij de kringloop van de ziel terecht zoals die door de Rozenkruisers wordt gepredikt.

Ik probeer alleen maar wat duidelijk te maken : Ik probeer mijn eigen houding, mijn eigen visie t.a.v. al die symboliek enz. weer te geven . Juist daarom heb ik deze voorbeelden gegeven. Maar laten we nu nog een paar stapjes verder doen. Misschien verder van de gastspreker vandaan, dat zullen we wel zien. Gewoon om voor mijzelf eens te zeggen wat ik er van denk. Ik begin weer met die algemene taal.

Wanneer geesten – want dat moeten we toen geweest zijn – een taal hebben, dan zal het een taal zijn die ook krachten en daarmee ook geestelijke daden omvat. Het is a.h.w. een toestand van de geestelijke wereld die in die taal wordt uitgedrukt.

Op het ogenblik dat ik die taal transformeer naar stoffelijke tekens, blijft nog altijd het feit bestaan dat de mens ook geest is. Hij is niet alleen van stof. Dus activeert hij met die tekens in de materie zijn geestelijk wezen. Wanneer dat in de sferen op een wat andere manier ook werkt, activeer je daarmee weer een deel van je wezen dat boven je eigen besef in de geestelijke wereld ligt.

Ik stel dat alle tekens en symbolen die we hanteren hoe dan ook eigenlijk symbolen zijn die horen tot het verborgen deel van ons besef, tot het deel van het ik dat we nog niet tot ons bewustzijn hebben kunnen maken.

Ik stel dat daarbij niet alleen sprake is van een begrip, maar van een wereld, d.w.z. van alle krachten, van alle mogelijkheden en alle energieën die daartoe behoren. En dan wordt de conclusie duidelijk. Het symbool in zichzelf is, wanneer het door een mens beschouwd en beleefd wordt, gelijktijdig een geestelijke bron van kracht. En wel een zeer specifieke kracht in overeenstemming met de waarde die het volgens de gemeenschappelijke geestelijke oertaal zou moeten bezitten. Daarom geloof ik dat je de symboliek, die magische tekeningetjes en al die andere dingen niet zo maar helemaal terzijde kunt schuiven alsof ze onzin zouden zijn.

Ik geloof niet dat je al die mooie christelijke symboliek alleen maar moet beschouwen als een ontvluchting uit de werkelijkheid. Wanneer je doordringt tot het wezen ervan moet het de weergave zijn – dacht ik – van een krachtenveld, een krachtenwereld die ook in en door ons nog voortdurend actief is en bestaat.

Het magisch symbool wekt niet de kracht buiten mij, maar de kracht in mij. Het religieuze symbool wekt niet buiten mij de aanwezigheid van God, maar brengt in mij een relatie tot stand met werelden die zo hoog zijn dat ze voor mijn huidige besef misschien Goddelijk lijken. Dan is het ook helemaal niet zo dwaas meer – dacht ik – om toch een beetje te werken met al die symboliek en al die mystiek.

Ik weet dat mystiek soms het verklaren is van de dingen om het verklaren zelf. Maar daarachter moet toch ook weer een kennis liggen.

Ik stel dat in de kern van ons wezen wij allen tesamen – dus niet één afzonderlijk – kennis hebben van het geheel van de schepping en van alle krachten die daarin voorkomen, dat er voor ons geen blinde plekken bestaan in het Al, buiten misschien de oorsprong ervan.

Ik stel dat wij de kracht, die in de gemeenschap ligt, elk voor ons kunnen beleven, kunnen activeren aan de hand van riten, van voorstellingen, van vreemde spreuken enz.

Ik stel dat de mens, wanneer hij voor een ogenblik ontvlucht aan de beperktheid van zijn eigen wereld en van zijn eigen begrip, opeens deel kan gaan uitmaken van een werkelijke wereld waarin hij thuishoort. En dat hij, omdat die werkelijkheid alles overheerst, in staat is delen van die werkelijkheid zelfs in zijn eigen beperkte of illusiewereld kenbaar te maken.

Ik weet dat onze gastspreker zo dadelijk op zijn manier te werk zal gaan. Iemand die een groot gedeelte van zijn leven de bijbel als achtergrond heeft gehad, zich daarna ook nog enigszins met de bepaalde beginselen van kabbalistiek en alchemie heeft beziggehouden, zal misschien op een andere manier reageren dan ik.

Maar kun je ooit datgene wat een alchemist zegt te doen, waarmaken met de kennis die een mens heeft ? Leven scheppen ? Eeuwig leven voortbrengen ? Een steen der wijzen waarmee alle materie beheerst kan worden ? Ik zie het niet zitten.

Wanneer dat mogelijk is, dan moet dat zijn met een wetenschap die niet meer gelijk is aan datgene wat stoffelijk uitdrukbaar is. Kunnen we alle geheimen van het leven via de kabbala ontsluiten ?

Ik vind het hele leuke spelletjes. Je kunt met het wisselen van letters en woorden enz. heel wat bereiken. Soms kom je dicht bij de waarheid. Maar achter die zogenaamde taal van de kabbala moet iets anders liggen. Achter de hiërarchie van de kabbala moet iets anders liggen. Iets wat niet in menselijke termen uitdrukbaar is maar wat wel degelijk beleefbaar is.

Als je spreken wilt in de termen van het christendom, van alchemie, van kabbalistiek, is het mij allemaal best. Want je hebt de woorden niet die nodig zijn om de werkelijkheid weer te geven daar ik dacht dat je aan de andere kant, wie en wat je ook bent, hoe je het ook probeert uit te drukken en hoe je het ook beleeft, allemaal toegang hebt tot de oertaal van de mensheid. Dat je met bepaalde tekens en met bepaalde symbolen in jezelf dingen kunt wekken die wonderbaarlijk, die ongelooflijk zijn.

Misschien kan je daardoor een visie krijgen – een mystieke visie natuurlijk – op je eigen leven die krankzinnig is vanuit een materieel standpunt en die toch gelijktijdig voor jou een werkelijke en voortdurende bron van kracht is. Daarnaast kun je een mogelijkheid tot ingrijpen, tot werken en tot leven verkrijgen op een wijze die stoffelijk gezien onmogelijk of op zijn minst genomen onwaarschijnlijk is.

Daarmee heb ik dan wel alles zo’n beetje gezegd wat ik zeggen wilde. Ik heb jullie over onze gastspreker niet al te veel verteld. Ik geloof niet dat het veel zin heeft.

Wanneer je iemand omschrijft met precies de tijd en de naam en de toenaam dan let je op een paar maniërismen. Ik dacht dat het belangrijker was wanneer we probeerden om de boodschap op onze eigen manier te begrijpen. Ik heb dat gedaan. Ik heb jullie zo goed als het mij mogelijk was daarvan deel willen maken.

Ik blijf me ervan bewust dat ik ondanks alles in symbolen heb gesproken en kan alleen maar hopen dat het symbolen zijn die bij enkelen van jullie tenminste een herinnering aan die andere taal wakker roepen. Dat jullie misschien iets gemakkelijker in harmonie komen met dat gemeenschappelijk weten van de mensheid dat buiten het stoffelijk bewustzijn om, toch voortdurend aanwezig is.

Hartelijk dank voor jullie aandacht. Ik hoop jullie aanleiding te hebben gegeven om jullie zo nu en dan ook eens met symboliek en mystiek bezig te houden.

De Gastspreker

Alle leven is in feite een eenheid.

Alle weten is één waarheid.

Alle kracht is één werkelijkheid.

Wij, die zoeken naar de waarheid, zoeken naar het geheim van de werkelijke liefde. De werkelijke liefde is de versmelting zoals onze Heer en Meester die heeft onderwezen aan zijn leerlingen en in het bijzonder aan Johannes.

Alles wat wij doen, heeft zijn betekenis in een grote werkelijkheid.

Alles wat wij zijn, vloeit in wezen uit die hogere werkelijkheid voort. Wij worden gedragen door de kracht die wij God noemen en wij kunnen de waarheid eerst beseffen door deel te zijn van de Christus die onze Meester ons heeft geopenbaard.

Alle leven wordt neergeschreven. Al wat is, van het begin tot einde, is vastgelegd in die ene werkelijkheid, die eeuwigheid waarin Al bekend is. En wij, die zijn voortgekomen uit die eeuwigheid, zijn deel daarvan.

Wij kunnen elkaar niet ontkennen of waarlijk verwerpen zonder onszelf los te maken van het besef van die werkelijkheid.

Er zijn tijden geweest dat mensen hebben getracht met angstvallige nauwkeurigheid de wetten en de regels te leven die ze vormden in de leer die voor hen de waarheid was. Elke schrede had zijn betekenis. Elke taak had zijn eigen waarde. Iedere mens leefde uit het Woord en probeerde zo het Woord tot werkelijkheid te maken. Maar daarbij vergaten zij één ding : Het Woord is voor allen, niet voor enkelen. De waarheid is niet gebonden aan enkele regels, maar leeft in het totaal levende.

De waarheid blijft voor ons onkenbaar. Toch schrijven wij neer in onze gnostische tekens, op onze gemmen, op onze papieren, waarden als eeuwigheid, waarden als het levende kruis, waarden als de duif der openbaring.

We schrijven in symbolen wat wij niet werkelijk kunnen bevatten. Wij duiden aan in getallen wat voor ons niet wezenlijk kan zijn, tenzij wij het ontwaarden tot onze eigen wereld.

Leven is deel zijn van de eeuwigheid. Het werkelijk leven is onblusbaar, onbreekbaar en kan niet beëindigd worden. Het is alleen de schijn waarin wij leven, die verandert. Het is alleen de beperking van ons eigen denken die ons grenzen doet stellen aan het leven en ons doet dromen over het leven na de dood, want er is geen dood.

We kennen in onszelf de krachten van ons wezen niet. Toch zijn ze in ons aanwezig. De levende witte sulfer, het element dat het licht beheerst en uit zich voortbrengt. En de rode sulfer, de vormgevende sulfer die een binding aangaande met de witte, de vormen creëert, de beheersing schept voor alle materie. In jullie, in mij, in ieder die deel is van deze mensheid, leven deze krachten.

In elk van ons kan het besef ontstaan van werkelijkheid, die wij niet omschrijven kunnen.

Elk van ons bindt voorstellingen aan waarden waarvan hij de betekenis niet kent. Wij tekenen de vibraties van de oneindigheid op en splitsen ze uit tot ze voor ons de magische trillingsreeksen worden die wij ook in de toonladder terug kunnen vinden.

Wij ontleden de ritmen van zon en maan. Wij bestuderen de getijden en de bewegingen van de lucht en zeggen dat we weten wat onze wereld is. Maar we weten niet eens wat de kracht is die dit alles beweegt, waar de wezenlijke betekenis is van dit alles, wat wij ondergaan.

Eens in mijn leven op aarde heb ik gezocht naar de juiste weg, naar de juiste wet. Daardoor heb ik ook in dat leven leren werken met de vele geheime tekens, de sjablonen die niets anders zijn dan een korte weergave in lijnen van oneindige werelden die nooit kunnen veranderen.

Ik heb gebeden en geofferd. Ik heb geen antwoord gevonden dat mijn bidden en offeren rechtvaardigde. Toch heb ik een stem gehoord die mij – half verstaan – zei verder te trekken en te zoeken.

Ik heb gewerkt in de studeerkamer en in het laboratorium. Ik heb gewerkt in mijn geest en met de materie, maar ik heb geen grenzen kunnen overschrijden. Grenzen die ik kon zien en kennen. Toch werd mijn wezen ruimer. Toch overzag ik meer, ontwaakten er in mij tekens en symbolen die mij een toegang gaven tot de vreemde zwevende werelden van licht waarin een mens voor een ogenblik een God is.

Ik heb gezocht naar de geheimen, de geheimen van de eeuwige hiërarchie. Ik heb gezocht naar de geheimen van het ware gebeuren op aarde. Ik heb tekens en symbolen geleerd en diep in mijzelf samenhangen beleefd. Ik heb ze niet kunnen weergeven. Want wij zijn blinden wanneer wij schouwen door de rede. En wij zijn ziende wanneer wij beleven zonder de rede als grens te stellen.

Ik zeg jullie dit : Jullie zijn deel van alle kracht. En alle kracht is deel van jullie. Vind het teken dat voor de kracht staat en in jullie zijn de geheimen van de alchemist herboren. In jullie is het geestelijk werk geworden tot de macht over de materie. En niets kan jullie tegenhouden dan jullie eigen begeren of jullie eigen angst.

Ik zeg jullie : er is een plaats voor jullie. Een plaats die bepaald is. Een plaats die jullie deel betekent van alle leven. Jullie kunnen niet meer zijn dan die plaats aanduidt en jullie zullen nimmer minder zijn. Door die plaats zijn jullie één met al wat is.

Er zijn krachten die sterker zijn dan wij. Er is een weten dat verder gaat dan het uiterste dat wij kunnen bevatten. Maar wij zijn onszelf : In onze werkelijkheid zijn wij zozeer deel van al het andere, dat het besef niet nodig is omdat het ervaren voldoende wordt.

Jezus Christus is gestorven aan het kruis. Maar het kruis is het teken van de eeuwigheid. Wie sterft in de tijd, ontwaakt in de eeuwigheid.

Jezus heeft wonderen gedaan. Maar het waren wonderen voor anderen. Want voor Hem was het niet anders dan de kracht die Hij in zich besefte en die Hij soms aarzelend en deels in de woestijn heeft overgedragen aan de zijnen.

Wij zijn deel van die krachten zo goed als Hij. Niet dat wij zijn meerderen zijn, dat kunnen wij niet. Maar wat in Hem leefde, leeft in ons. De levende kracht die Hij gebruikte, is een kracht die in ons woont. De wijsheid die Hij gesproken heeft, kunnen wij misschien niet spreken. Maar de kern van die wijsheid die in Hem was, leeft in ons.

Wij zijn niet de slaven van het noodlot. Wij zijn deel van de vaststaande eeuwigheid.

Ik heb de dwazen gezien die met zwaard en kruis zijn opgetrokken voor een leer die ze niet begrepen. Ik heb gezien hoe het zwaard hen heeft gedood; hoe het kruis zelf voor hen een dodelijk gevaar werd. Ze werden overmeesterd door het onbegrepene en verloochenden in hun angst zelfs de waarheid die in hen leefde.

Ik heb gezien hoe mensen in het diepste geheim zoeken naar de waarheid en haar vindende, haar hebben verborgen als de grootste schat. Maar waarheid kun je niet werkelijk verbergen. Wanneer je de waarheid verbergt, sterft ze. Wanneer je haar openbaart, leeft ze.

Mijn wegen als mens zijn wegen van dwaasheid geweest. En toch heb ik waarheid gevonden. Mijn gedachten als mens waren streven naar de kracht die ik had zonder ze te beseffen. Mijn zoeken als geest is gebonden gebleven aan datgene wat ik was., de zoeker naar de werkelijkheid. Toch heb ik de grenzen naar het eeuwige nog niet overschreden.

Wat ik ben op mijn wijze, zijn jullie op jullie wijze.

Denk niet dat jullie alle dingen weten. Want jullie weten is redelijk en beperkt. Denk niet dat jullie aanvoelen waarheid is zonder meer. Want jullie geven er zelf vorm aan. En denk niet dat de kracht die jullie bezitten, jullie kracht is. Ze is de kracht van het geheel waaruit je soms mag putten.

Maar weet ook dat achter de grenzen van onze rede, achter de grenzen van ons geformuleerd geloof, achter de vele grieven en symbolen waarmee we proberen het onbegrepene te schrijven, de lichtende, de levende, de laaiende vreugde is die alle dingen verteert en maakt tot één kracht en één werkelijkheid.

Voorwaar, onze Meester leerde aan zijn leerlingen de waarde van de werkelijke liefde en het meest aan Johannes. Johannes, de geliefde leerling, wist : Liefde is het Zijn. Het één-zijn in de Geest en dat kan alles wat grenzen schept op aarde overtreffen, overbruggen of teniet doen.

Wanneer ik jullie zeg : “Ik ben de Kracht” dan is dat waar. Want ik ben deel van de kracht.

Wanneer ik jullie zeg : “Ik ben het Leven”, dan is dat waar. Want ik ben deel van het leven en uiting van het leven.

Wanneer ik jullie zeg : “Ik ben de waarheid” en ik spreek geen woord om haar te verduidelijken, zo spreek ik waar. Want de waarheid woont in mij, maar ik heb niet de middelen om haar zonder meer met jullie te delen.

Dit heeft de Meester geleerd aan Johannes. Dit heb ook ik mogen leren van velen die gezocht hebben naar de waarheid : De waarheid is in mij. Ik ben in de waarheid.

Ik heb mogen leren van hen die hebben gezocht naar de macht. De enige macht is die van de Schepper. De Schepper is in mij. Door Hem ben ik deel van zijn macht.

Van hen die zochten naar de krachten, heb ik geleerd : Ik ben deel van de kracht omdat de kracht in mij woont. Uit mij spreekt de kracht van het Al zodra ik het Al niet verloochen door mijn streven.

Je kan het kruis tekenen of het zwaard, de cirkel trekken of het teken van de slang. Je zegt daarmee alleen : hier is mijn innerlijke werkelijkheid.

Je kan de naam van God schrijven met duizend namen en in duizend talen en je zegt niets anders dan : “Dit ben ik”. Want dit is de enige waarheid.

Jij bent licht van licht. Jij bent kracht van kracht. Jij bent waarheid, diep in jezelf. Maar je bent leugen omdat je je waarheid wilt vormen naar een beperkt beeld dat je niet waarlijk bent. Dit heb ik geleerd. Dit heb ik gelezen in vele tekens. Dit heb ik gevonden in vele symbolen. Maar er is meer.

Er is vreugde. Vreugde voor hen die niet vrezen. Die niet beredeneren en denken, maar die “zijn”. Het ware zijn, is vreugde.

Er is kracht voor hen die niet vrezen voor de krachten van anderen, maar leven uit de kracht die zij in zichzelf dragen.

Er is waarheid in jullie indien je durft leven wat in jullie is en niet probeert neer te schrijven.

De werkelijkheid is wonderbaarlijk schoon. De werkelijkheid is één straling van kracht. Het is de veelkleurigheid van een regenboog, versmeltend tot het licht van de zon.

De waarheid ligt achter alle dingen. Het is het versmelten van tegenstellingen, het worden tot werkelijk licht totdat je zelf zweeft met het licht. Totdat je danst in het ritme van de enige blijvende openbaring, waar de Schepper spreekt tot Zichzelf.

Wees niet bang voor je leven, mens ! Vrees niet voor het gebeuren van je wereld, want diep in jezelf is een kracht, sterker dan dit alles.

Denk niet over het einde, want in jezelf is de tijdloosheid. In jezelf is een bestaan dat niet begrensd is. Vrees niet ! Durf ook nu te lachen en te dansen. Onze Meester zelf heeft steeds gelachen met zijn leerlingen. Zijn hart heeft gedanst langs de wegen, zelfs als zijn voeten moe waren. Zijn woorden waren steeds Liefde, zelfs toen een wereld Hem martelend ten einde bracht in zijn stoffelijke vorm.

Dit was Zijn waarheid die ik heb leren kennen. Maar dit is ook onze waarheid die wij moeten leren kennen. Geen kruis zonder eeuwigheid er achter. Geen godenbeeld zonder een werkelijk en ongedeeld Licht er achter. Geen symbool van wijsheid dat niet is tot totale Weten in Wezen en Ziel, dat achter alle dingen ligt.

Waarom zou een mens nog vrezen : het zwaard kan een illusie doden, maar niet de werkelijkheid. Een wereld kan vergaan, maar het is niet veel meer dan één vel, gepeld van een ui.

Wat kan er gebeuren wanneer je deel bent van de oneindigheid ? Niets. Maar waarom zou je dan treuren en vrezen en klagen ? Waarom zou je zeggen : “0, Heer, help mij ?” Zeg : “Mijn God, ik ben deel van U. Ik doe!”

Waarom zou je je afvragen waarom de wereld dwaas is ? Zoek de wijsheid in jezelf en laat ze vanuit jezelf werken, niet als woord, maar als kracht.

Wanneer de ingewijde gaat, dan gaan zijn voeten over de stoffige weg en zijn hoofd schijnt gebogen. Maar hij wandelt tussen de honderdduizenden entiteiten. De honderdduizenden die op pad zijn naar de werkelijkheid. Hij ziet hun wezen en hun aangezicht. Hij ziet de glorie van de eeuwige. En toch gaan zijn voeten vermoeid door het stof van de weg. Dat is leven als mens.

Maar als je schouwend naar het licht de engelen ziet dansen als glimmende libellen die spelen in een zee van tienduizend kleuren, voel je dan je voeten die moe zijn ?

Wanneer je leeft in de lichtende werkelijkheid, wanneer in je het woordloze woord galmt dat het begrip is van oneindig bestaan, kan dan wanneer de mutsaard (takkenbos) in brand wordt gestoken, je ziel nog kwetsen ? Je lichaam nog pijn doen ?

0 ja, de uitingen zijn er. De voeten worden moe. Het lichaam kronkelt zich gekweld. Maar de ziel is lichtend en sterk en de vreugde is zo groot dat het lichaam niet meer betekent dan de krabbelende gang van een mier door het stof.

Zo kunnen jullie zijn. In jullie staat de letter gegraveerd van jullie wezen. In jullie spreekt Aleph en het einde van jullie weg voert door de poort die Omega heet. Wie het licht kent, wie de kracht voelt, leeft in vreugde. Wie het niet beseft, leeft in droefenis, ondanks alles.

Denk niet dat je beperkt of krachteloos bent, want met wat je denkt, beperk je jezelf en word je de trotse haan die opvliegt tot de zon en roept naar de sterren die verdwijnen.

Ik leef de woordeloze wijsheid en jullie zijn ook deel van deze wijsheid. Laat haar binnen in jullie leven.

Ik ben deel van de levende Christus en jullie kunnen deel zijn van de levende Christus. Opdat wij in de naam van Hem, die ons dit al geleerd heeft, de naam van Jezus van Nazareth, Joshua de Nazarener, de eenheid vinden van de Liefde die de ware vreugde Gods is.

Ik kan niet met jullie delen waar ik al deel ben van jullie. Ik kan slechts trachten jullie te wekken tot dat wat wij zijn. Meer is onmogelijk, minder is zinloos.

Moge jullie zich van jullie erfdeel, jullie deelzijn bewust worden tot dit bewustzijn in jullie leeft en bereikt dat jullie één zijn met Al. Moge God – die in jullie woont – jullie voeten leiden, jullie gedachten beschermen en jullie de vreugde geven die het recht is van elke bewuste.

God zij met jullie.