Synthese

uit de cursus ‘Het probleem van vernieuwing en ontwikkeling’ mei 1985

Als je op het ogenblik de verschijnselen in de wereld ziet, iets wat wij u regelmatig aanbevelen, dan zult u wel tot de conclusie zijn gekomen dat machtsstrijd en afpersingspraktijken tegenwoordig overal de overhand hebben. Dat is op zichzelf niet te verwonderen, maar er zijn enkele eigenaardígheden te melden, bv. dit:

Wij hebben de laatste tijd in verscheidene landen voorbeelden gezien van overeenkomsten tussen arbeiders (inclusief hun bond) en werkgevers waarbij regeringen hebben geprobeerd die overeenkomsten af te keuren en om er iets anders van te maken. Dat geeft aan dat we te maken hebben met twee verschillende structuren.

De eerste is een theoretische structuur die vaak zeer dogmatisch te werk gaat.

In de tweede plaats hebben wij te maken met een samenwerkingsstructuur die voor de eerste structuur weer niet aanvaardbaar is, maar die op zichzelf toch langzaam maar zeker een soort samensmelting laat zien van partijen die een lange tijd tegenover elkaar hebben gestaan.

Dit is nu toevallig op het gebied van arbeid, maar op velerlei terreinen zien wij soortgelijke zaken optreden. Ook wat kennisoverdracht betreft zijn er een aantal eigenaardigheden te constateren. Om u een voorbeeld te geven.

Er worden in landen als de U.S.A. en landen als Frankrijk en Rusland door de regeringen bijna wanhopige pogingen gedaan om te voorkomen dat wetenschappelijke resultaten en ontdekkingen naar anderen doorsijpelen. Gelijktijdig zien wij dat wetenschappers over de gehele wereld soms langs de meest krankzinnige kanalen hun gegevens onderling zijn blijven uitwisselen. Er is dus weer een tegenstelling tussen de machtsstructuur en in dit geval het begrip wetenschappelijkheid. Wij kunnen aan de hand van deze voorbeelden ons een klein beeld gaan maken omtrent de toekomstige ontwikkeling.

In de eerste plaats: Samenwerking is noodzakelijk. Maar samenwerking heeft alleen zin indien alle factoren door een voldoende aantal mensen kunnen worden overzien. Daarom zal het noodzakelijk zijn dat we steeds meer allrounders krijgen. Mensen die op elk terrein van wetenschap van bepaalde technieken, van bepaalde wetenschappen hoe dan ook overzicht hebben. Die dus in staat zijn om de gegevens van de verschillende takken en ontwikkelingen samen te voegen en te zien waar deze elkaar kunnen aanvullen en hoe zij elkaar kunnen stimuleren. In beginsel zou een dergelijke ontwikkeling zich op dit moment al moeten afspelen. Er zijn trouwens al enige aanwijzingen. In de betrekkelijk nieuwe wetenschap van de robotica vinden wij inderdaad al de neiging om algemeen ontwikkelde mensen boven de specialisten te stellen en zo te komen tot een samenvoeging van gegevens die anders afzonderlijk een wat dor bestaan zouden leiden.

Wij zien op andere gebieden hetzelfde. Maar er is meer. Als tweede punt voorzie ik in de toekomst steeds meer noodzaak tot sa­menwerking juist tussen gewone mensen. Op het ogenblik is de stelling helaas nog heel vaak: I m allright, Jack. Met andere woorden: mij gaat het goed en zie jij maar hoe je aan je trekken komt. Maar als men gaat begrijpen hoezeer men met elkaar verbonden is, dan zal men elkaar helpen. Dat is veel belangrijker dan elke regeringsstimulans, elke subsidiering of wat dan ook.

Mensen die elkaar helpen en die voor elkaar en met elkaar de meest passende systemen ontwikkelen voor het onderlinge verkeer mogen dan wel­iswaar dingen doen die voor de machthebbers niet zo aanvaardbaar zijn, maar daarvoor in de plaats scheppen ze wel een hechte samenwerking met ook een veel grotere veerkracht. Ze kunnen namelijk abrupte veranderin­gen op korte termijn opvangen iets wat n regeringssysteem meestal niet kan. Ik neem aan dat ook deze ontwikkeling op het ogenblik gaande is.

Het is natuurlijk krankzinnig om hier nu te zeggen: Er is in Neder­land ook al een gemeente die wil beginnen met volksraadpleging. Dat klinkt dan net alsof je reclame maakt. Maar is het eigenlijk niet beter dat een volk op de punten, die het volk direct aangaat, zelf mee kan beslissen? Ik weet het, er zijn heel veel nadelen aan verbonden, o.a. de reactie­snelheid wordt minder, er zullen onzinnige beslissingen uitkomen die voor de regeerders onaanvaardbaar zijn. Maar aan de andere kant, de re­geerders staan in dienst van het volk. Misschien zou het volk de toe­stemming moeten hebben om zijn eigen fouten te maken en niet slechts om het slachtoffer te zijn van de fouten van anderen.

Ik voorzie dat binnen tien jaar dit systeem van volksraadpleging overigens in verschillende vormen en op geheel verschillende manieren, hand over hand zal toenemen. Ik ben er ook van overtuigd, dat de raad­plegingsmethodiek niet te vergelijken zal zijn met bv. het systeem dat Zwitserland kent, maar dat er geheel nieuwe methoden worden ontwikkeld die in vele gevallen doen denken aan de wijze waarop men in de U.S.A. senatoren e.d. probeert te beïnvloeden. Dat is de kwestie van de brie­ven campagne zoals u weet. Deze is medebepalend voor de houding, die een dergelijke staatsman aanneemt in een nationale samenkomst. Dit op zichzelf is hoopgevend. Want geen volk wil oorlog. Geen gewoon mens wenst dat de helft of tenminste 1/3 Van het volksinkomen wordt besteed aan allerlei super de luxe wapens terwijl er eigenlijk al genoeg is.

Steeds meer gewone mensen gaan ook beseffen dat er verbijsterende luxezaken zijn die men zich in bepaalde delen van het leger of marine op zichzelf aanvaardbare gronden toe-eigent, terwijl dat overbodig is. Een van de bekendste voorbeelden uit de laatste tijd. Een Amerikaans marinecommandant had speciale asbakjes nodig voor de vliegtuigen van een vliegkampschip. Die heeft hij laten ontwerpen volgens ideale normen. Hij heeft ze ook besteld. Die asbakjes moesten 200 f per stuk kosten. Nu blijkt achteraf dat ze ook voor 50 ge­leverd kunnen worden en dat bij grote bestellingen de kosten waarschijn­lijk tot 2 terug zouden lopen. Ik noem dit als een enkel voorbeeld. Als de mensen daarmee worden geconfronteerd, zijn ze het er niet mee eens, dan gaan ze anders denken.

Wat wij in deze tijd zeker niet over het hoofd mogen zien, is in de eerste plaats een aanmerkelijke mentaliteitsverandering, ook ten aanzien van wat men noemt het paranormale, het mystieke, het religieuze. Als wij kijken naar wat hier gebeurt, dan valt allereerst op dat er heel veel mensen zijn die nog steeds leiders zoeken. In de tweede plaats, dat steeds grotere aantallen mensen zich zelfstan­dig gaan maken. Bepaalde technieken die ze hebben geleerd en bepaalde geloofsnormen wel blijven hanteren, maar zich onttrekken aan een gezag, aan een absolute leiding. Of om het heel eenvoudig te zeggen: In plaats van te luisteren naar de zgn. deskundigen luistert men naar zijn inner­lijk en eventueel naar de stem van God voor zover men meent die te horen.

Dat kan belangrijk zijn, omdat het wegvallen van gezag tevens bete­kent het wegvallen van een bepaalde soort mensen uit deze geestelijke samenleving.

Ik heb niets tegen orthodoxie. Orthodoxie is een bekend verschijn­sel. Ze zal overal daar voorkomen waar bepaalde instanties of lichamen hun eigen macht en discipline zo goed mogelijk willen handhaven. Dat is nu eenmaal het wezen van de orthodoxie. Maar zelf orthodox zijn, is iets anders dan de gehele wereld onderwerpen aan regels die in feite achter­haald zijn

Op dit ogenblik nemen nog steeds de krachten toe die de mens inner­lijk stimuleren. Bij de een krijgt het de vorm van denkbeelden. Bij de ander wordt het de een of andere praktijk, het gebruik van paranormale gaven en mogelijkheden. Bij weer anderen wordt het eerder een verandering in hun gedachtewereld. Ook dit proces zal kunnen leiden tot een mogelijkheid om elkaar te begrijpen.

Denkt u maar aan de manier waarop nog niet zo lang geleden in Neder­land katholieken en protestanten tegenover elkaar stonden. Je had de katholieke geitenfokkers, je had de gereformeerd geitenfokkers en ook nog de doopsgezinde geitenfokkers. En o wee, als een fokdier van de ene ver­eniging door de andere zou worden gebruikt, dat was gewoon zonde. Daar moeten wij van af.

Wij praten over oecumene. Maar wij kunnen ze pas bereiken als de mensen niet meer letten op de verschillen, maar eerder gaan begrijpen hoe ieder op zijn eigen manier geestelijk iets kan produceren, iets be­langrijks tot stand kan brengen. Ik zie dit in de nabije toekomst toch wel toenemen.

Dan kunt u ook zeggen: Ja, maar dan het voetbalgeweld. Inderdaad er zijn heel veel mensen die hun gevoel van minderwaardigheid afreageren door een abnormale agressiviteit en die in feite het uitoefenen van ter­reur ervaren als een compensatie voor hun onbetekenendheid. Dat is altijd zo geweest. Dus dit zijn verschijnselen die samenhangen met de maatschap­pelijke structuren, de economische tendensen en wat dies meer zij. Maar daarachter staat toch steeds weer begrip. Begrip dat niet zoals lange tijd het geval is geweest, gelijktijdig een je verontschuldigen, bijna een distantiëren is.

Als iemand mystieke gaven heeft en hij gebruikt ze, maar hij slaat zijn vrouw, dan zegt men: Wat mystiek betreft, kan ik met je overeenstemmen en dan kunnen wij samen misschien nog betere begrippen bereiken, maar je hebt je vrouw afgerost, ik zal jou ook even nemen. Dat klinkt vreemd maar je moet de zaken kunnen scheiden.

Als iemand door een godsdienstige opvoeding komt tot een bepaalde vorm van extremisme – dat komt voor – dan kunnen we wel begrijpen hoe hij daartoe komt en dan hebben we twee antwoorden. Het eerste is: begrip voor die mens en zijn achtergrond. Het tweede is: eenvoudig zorgen voor de orde zodat hij zijn trekken thuiskrijgt.

Ik meen dat die mentaliteit de laatste tijd sterk is toegenomen. Vroeger was het de misdadiger deugt niet. Het arme slachtoffer. Toen werd het: Ach, de misdadiger moet begrepen worden. Hij is eigenlijk zelf meer ziek dan schuldig. De gemeenschap is daar schuld aan. Men liet het slachtoffer aan zijn lot over. Nu begint men langzamerhand te be­grijpen dat slachtoffer en misdadiger in feite twee kanten zijn van de­zelfde zaak. Het slachtoffer is over het algemeen min of meer medeschuldig en de misdadiger is niet volledig schuldig. Maar we moeten eerst het slachtoffer beschermen, opdat de misdadiger kan begrijpen in hoeverre hij de grens heeft overschreden

Het zijn vervelende dingen, ik geef het graag toe. Maar als we naar een harmonie toe willen gaan en dat zal toch in de komende tijd moeten gebeuren, als de mensheid niet aan zichzelf ten gronde wil gaan, dan kan dat alleen vanuit dit begrip. Het samenkomen van zeer verschillen­de denk- en leefwerelden die wel degelijk zichzelf kunnen verdedigen tegen elke aantasting, maar die gelijktijdig in anderen dezelfde mogelijk­heden, hetzelfde recht erkennen.

Er is iemand geweest die heeft gezegd: Het zou beter zijn, als minder mensen minder gewichtig zouden spreken, dan zouden er meer men­sen luisteren. Dat geldt voor ons waarschijnlijk ook. Wij praten misschien ook te veel. Maar pas als je naar de ander kunt luisteren, kun je de an­der begrijpen. Eerst als je de ander kunt begrijpen, kun je juist reage­ren. Het wonderlijke is dat daar geen regels of wetten voor zijn.

De ene misdadiger is gewoon asociaal, die is toevallig geboren zonder geweten zoals dat heet. De andere misdadiger is misschien door omstandigheden daartoe gedreven. De derde heeft zijn misdaad ondanks zichzelf begaan. Dat zijn drie verschillende soorten. Dat hebben we in de gewone samenleving ook.

Mensen die hard zijn tegen anderen, zijn soms hard omdat ze niet anders kunnen. Soms zijn ze hard, omdat ze daarmee duidelijk maken hoe belangrijk ze zijn. En soms zijn ze alleen hard op die punten waarvoor zij geen verantwoordelijkheid kunnen dragen. Zij schuiven anderen dan hun persoonlijke verantwoordelijkheid toe. Dat laatste is natuurlijk de beste vorm.

Wat betreft de geestelijke ontwikkelingen; wij hebben daar al zo vaak over gesproken. Zeker er zullen steeds meer mensen zijn die ook de wereld van de geest gaan begrijpen en bepaalde dingen uit de wereld van de geest practisch kunnen gebruiken in hun eigen wereld. Dat is erg leuk, maar het verandert er niet veel aan.

Er zal natuurlijk tegen een dergelijke geestelijke invloed een groot verweer komen. Ik vermoed dat dat al binnen een paar jaren zal los­barsten. Want je kunt tegen een geest niet zeggen: Heeft u nog nooit Campari gedronken? Je kunt ook niet zeggen: Die auto is de beste. De geest zegt dan: Ik heb het niet over de auto die zo mooi is. Ik heb het over een aangepast vervoermiddel, dat is iets anders.

Die geest leeft in een andere wereld. Hij kijkt anders. Maar als die geest invloed krijgt, zal hij dan niet de mensen ertoe brengen om meer te denken in doel, in noodzaak, in gebruikswaarde dan te denken in termen van modieus zijn, van aanzien, prestige hebben en dergelijke? Ik denk het wel. Ook daar moeten we toch ergens een overbrugging voor vinden.

Je kunt deze wereld met haar reclamewaanzin, met haar productie-­indigestie nu eenmaal niet in een, twee, drie omschakelen naar een wereld die vanuit een geestelijk standpunt nauwelijks gezond is. Je zou dus moe­ten komen tot een punt waarop de reclame nog blijft bestaan, waarop de in feite overbodige productie nog door kan gaan, maar waardoor de selec­tiviteit van de koper en zijn waardering niet meer een technische is, maar eenvoudig een menselijke. Dan zullen er mensen zijn die zullen be­grijpen wat de normen zijn, die ook in een geestelijke wereld bestaan en die vanuit een begrip voor die normen, een begrip voor de verschillen­de psychologische achtergronden van de massa en van de doorsneemens, de juiste benaderingen kunnen vinden in de reclame, maar gelijktijdig ook een betere productvoorbereiding in de industrie. Dan kom je een eind verder.

De mensen denken vaak ach, de toekomst. Als Aquarius er maar een­maal is, dan zal het goed gaan. Maar ja, Aquarius is nu eenmaal een Waterman. U weet zelf hoe het te keer kan gaan als het 5 dagen achter elkaar regent. Stel je voor, dat het 2000 jaar duurt

Dan ga je begrijpen: Aquarius geeft wel bepaalde impulsen, maar de broederschap die men verwacht, de wereld waarin de een de ander lief­heeft zonder meer, die bestaat eenvoudig niet. Wat bestaat, is een we­reld waarin geestelijke elementen in voortdurend sterkere mate worden toegevoegd aan de materiele structuren zoals ze nu bestaan. En als je daarnaar kijkt, dan moet je zeggen: Mensen, er blijven evenveel strijd­ en verschilpunten over als vroeger, alleen de benadering ervan wordt een andere.

Er zal nog net zoveel haat en nijd op de wereld zijn als vroeger, maar de manier waarop men ermee werkt, zal een andere zijn. Dan krijgen we dus, zoals dat deftig heet, geen verandering in essentie maar in habitus ofwel niet in essentiële zaken een grote verandering maar in de gebruiken, de gewoonten.

Ieder die probeert te denken vanuit een synthese, zoals die on­vermijdelijk begint te worden zal rekening moeten houden met die feiten. Je kunt ze niet eenvoudig opzijzetten. Wat zijn de feiten van dit ogen­blik?

Het oorlogsgevaar is aanmerkelijk groter dan de meesten van u zich realiseren. Het wantrouwen van Rusland tegen de westerse wereld en ook tegen iedereen die niet deel is van Rusland, is eigenlijk ontstaan in en kort na de Tweede Wereldoorlog. Toen Stalin net niet te horen kreeg van zijn bondgenoten dat een atoombom zou worden afgeworpen, voor dat hij in een situatie verkeerde dat hij daar niets meer aan kon doen. Toen heeft hij gezegd: Het westen wil mij dus verraden.

Ofschoon Stalin sindsdien allang is bijgezet (ik geloof zelfs ook nog een paar keer is omgezet) zit hij toch nog steeds met deze denkwijze in het geheel van de politieke, maar ook van de volksstructuur. Men voelt zich daarin eigenlijk door het westen deels verraden. Het gaat niet erom of dat recht of ten onrechte is. Nu komt het westen met een zgn. harde houding. Men probeert niet eerst de Russen te vertrouwen. Neen, men probeert eisen te stellen, ze af te dwingen. Die pogingen op zichzelf geven de Russen dus het gevoel dat de tendens van verraad, die de koude oorlog eigenlijk voortdurend heeft bepaald, nog steeds voort­duurt.

De spanningen zijn op dit ogenblik buitengewoon groot. Aan kleine tekenen kun je zien dat het inderdaad kritiek is. De Russen zouden on­getwijfeld, geen grote acties in Afghanistan zijn begonnen, als ze niet het gevoel hadden dat ze hiermee moeten afrekenen, omdat er binnenkort een ander probleem komt.

De Amerikanen zouden zeker veel minder intrigeren in Zuid-Amerika en veel minder trachten om Zuid-Afrika te kopen. Het wordt nu moeilijk voor hen, maar ze hebben het altijd gedaan de laatste tijd, als ze niet het gevoel zouden hebben dat ze vandaag of morgen alle bondgenoten hard nodig zullen hebben. Zij zitten met een wantrouwen dat zo groot is gewor­den aan beide kanten dat van enige redelijkheid geen sprake meer kan zijn. Als er iemand een vlieg doodslaat en een agent van de tegenpartij, hoort de klap, dan wordt er gesproken over een nieuw superwapen

Als je je realiseert hoe dat in elkaar zit, dan word je duidelijk. Je kunt eenvoudig niet meer praten met die grote massa’s. Je kunt alleen nog praten met het individu. Je kunt niet meer voor of tegen een systeem zijn, je kunt alleen voor of tegen de mens zijn. Je hebt niet te maken met het onbetrouwbare kapitalistische of communistische blok. Je hebt te maken met een groot aantal integere en betrouwbare mensen aan alle kanten, die alleen niet in staat zijn om de integriteit van hun tegen­standers als gewone mensen te beseffen. Dat daar geestelijk het een en ander moet gaan gebeuren, is duidelijk. Dat wordt ook gedaan.

Men probeert inderdaad deze dingen langzaam maar zeker te laten doorsijpelen. Er zijn een aantal successen geboekt die vanuit ons stand­punt ontstellend groot zijn. Ik kan u zelf op een aardig effect wijzen

Na enkele proeven met een ongeveer vrije handel heeft Rood China nu de vrije markten ingevoerd waardoor een groot gedeelte van de produc­ten niet meer worden gesubsidieerd en alleen in staatswinkels mondjes­maat worden verkocht, maar op de vrije markt ook verkrijgbaar zijn. Omdat er een tijdlang al beperkte vrije markten zijn geweest waar men aan­vullend kon kopen, zijn de prijsverschillen ook niet zo ontstellend ge­weest al zal menige Chinees natuurlijk wel raar opkijken.

Rusland weet niet wat het moet doen en is op het ogenblik begon­nen met een heel voorzichtige actie om vooral in de grote steden en in de omgeving daarvan een vrije markt eveneens toe te laten. Dat is niet alleen maar een verandering in het systeem of een tijdelijke aanpassing aan noodzaken. Het is een aarzelende erkenning van menselijke kwalitei­ten die of u nu helaas zegt, of God zij dank, overal bestaan. Een mens werkt harder, doet meer als hij zelf daar ook de vruchten van kan plukken. Dat impliceert weer een mentaliteitsverandering.

Stel nu eens, dat er iemand komt die eindelijk de oplossing vindt voor een uitwisseling van producten tussen de gebieden die normaler­wijs eigenlijk elkaar niet zozeer bereiken. Een klein begin is gemaakt. Er wordt op het ogenblik via Hongkong overigens nogal wat Japanse elektronica binnengebracht in Rood China. Onder andere die kleine ra­diootjes die meer piepen dan spelen maar die toch een grote weelde zijn vanuit Chinees standpunt. Omgekeerd wordt ook uit Rood China heel wat uitgevoerd zowel naar Japan, als ook naar India. Er is dus een veran­dering op komst.

Ik geloof dat we juist hier te maken krijgen met begrip voor de medemensen. Want ze kunnen natuurlijk wel een Chinese naam op zo’n radiootje zetten, maar als er achterop staat ‘made in Japan’, dan komt de een of andere Chinees er toch wel achter wat dat betekent. Op deze manier gaan de mensen anders over elkaar denken en dat is het belangrijke.

Als de gewone mensen anders over elkaar denken, dan is het niet meer mogelijk om tegenstellingen kunstmatig in stand te houden zonder meer. Dan is het niet meer mogelijk om bepaalde vakgebieden helemaal van elkaar gescheiden te hanteren. Dan moet er een overbrugging wor­den gevormd. Dan is er een klasse nodig die tot denken in synthese in staat is. In de vernieuwing die Aquarius zal moeten brengen is dat een van de belangrijkste factoren, zeker voor de aanloopperiode.

Als je alle factoren bij elkaar optelt, dan blijkt dat er voedsel genoeg is voor de gehele wereld. Als je echter de feiten van het ogen­blik optelt, dan kun je zeggen dat ongeveer 2/3 van de wereld onvoldoen­de gevoed is en dat ongeveer 1/4 van de wereldbevolking honger lijdt, om niet te zeggen hier en daar door hongersnood bijna ten onder gaat.

Dit kun je niet opvangen met regeringssystemen, met regeringshulp met allerlei mooie acties al dan niet door radio en televisie onder­steunt. Dat kun je alleen opvangen door een vrije uitwisseling van pro­ducten, door een vrijelijk langzamerhand afvloeien van overproductie naar die streken waar ze noodzakelijk is. En dan geen kunstmatig hooggehouden prijzen, maar gewoon productieprijs. Vraag en aanbod bepalen de waarde. Als je daarnaar terugkeert kom je een eind verder. Dat zullen we in Aquarius, denk ik, meer zien gebeuren.

Wij hebben al eerder gezegd: een groot gedeelte van de grenzen gaat wegvallen. Dat daarbij allerlei grenzen eveneens verdwijnen, al is het alleen maar vanwege douanerechten, daar zullen de regeringen niet zo graag aan beginnen. Maar toenemende douane-unies, een soort verenigd Europa in economische zin is denkbaar.

Het is ook opvallend dat op het ogenblik grensformaliteiten tus­sen de Oostbloklanden voor personen nog zeer intens zijn, maar voor goederen steeds milder worden gehanteerd. Er moet een verandering ko­men in de vloed van productie en ze moet zich bewegen in de richting van het optimale verbruikspatroon Een synthese is wederom nodig. Niet meer hoe kunnen wij bv. de graanprijs zo hoog houden dat onze boeren tevreden zijn, maar hoe kunnen wij zoveel graan verbouwen tegen een prijs die het verbouwen nog aanvaardbaar maakt en gelijktijdig zor­gen dat iedereen die daar behoefte aan heeft, het kan krijgen.

Het klinkt misschien allemaal wat afgezaagd als ik het zo zit te vertellen. Maar geloof mij, deze eerste overkoepeling van schijnbaar tegengestelde belangen en waarden is noodzakelijk. Ze is de basis van elke verandering in een nieuwe periode. Ze is gelijktijdig de grondslag waaruit een vergroting van geestelijke mogelijkheden en invloed zal voort­vloeien voor de mensheid. Want als je geen rust en evenwicht kunt vin­den, dan zullen zelfs de beste geestelijke krachten vaak worden misbruikt

Het is niet voor niets dat de grootste studie van paranormale ver­mogens tegenwoordig plaatsvindt in geheime centra waar men probeert om via helderziendheid en telepathie, communicatie tot stand te brengen met spionnen in andere gebieden waarmee men probeert langs helderziende weg na te gaan wat er voor besluiten zijn genomen in bepaalde zittingen en wat dies meer zij. Op het ogenblik zou men het paranormale nog wil­len ombuigen tot een soort machtsmiddel, een wapen. Maar het moet juist zijn, een innerlijk gevoel van verbondenheid waaruit de werkingen voort­komen

Het moet niet zijn, het kennen van het bovennatuurlijke. Het moet ge­woon een ervaren in jezelf zijn en daaruit het groeien naar een beter beleven van een geheel, niet alleen maar van een enkel fenomeen. Het zal u duidelijk zijn wanneer al deze dingen meer en meer ge­stalte krijgen, kan de wereld veranderen.

Je kunt de wereld niet van bovenaf veranderen. Van onderaf door revolutie kun je haar ook niet veranderen. Je kunt haar alleen ver­anderen, als besef, bewustzijn en wijze van werken worden aangepast aan de werkelijkheid zoals ze nu bestaat. En daarvoor is een beter be­grip van de mensen onderling nodig. Daarvoor is de overbrugging tus­sen allerlei schijnbaar apart staande specialismen noodzakelijk. Daarvoor is de samenwerking geest en stof noodzakelijk.

Vraagt u mij alsjeblieft niet wat kunnen wij doen? U kunt gewoon uzelf zijn en gelijktijdig zorgen dat u voor uw medemensen zoveel mogelijk een positieve betekenis heeft. Dat u tevens de negatieve ontwikkelin­gen niet zonder meer probeert te bestrijden, maar dat u probeert hun betekenis te ontwaarden als u dat kunt, dan bereikt u iets. Zeg ook niet: Maar kan de geest dan niet zorgen dat en dan noemt u maar een paar namen, wordt beïnvloed. Er zijn mensen, die zou­den van ons gewoon willen dat een geest op de schouder van Lubbers zou zitten en hem voortdurend zou toefluisteren: wees niet zo stom. Daar hebben ze de kranten voor en hun tegenstanders. Ze trekken zich er toch niets van aan.

Wij kunnen mensen niet veranderen. Wij kunnen ze eens laten uitglij­den, natuurlijk. Maar als ze teveel uitglijden, dan verliest ook dat zijn betekenis, en gaat iedereen gewoon naar binnen om te zien hoe ministers en kamerleden uitglijden, Dan wordt dat nog een folkloristisch gebruik vooral voor de toeristen. Die dingen zijn zinloos. De verandering moet in de mens plaatsvinden. De geest is bereid om mee te werken aan die verandering, haar krachten en mogelijkheden toe te voegen aan die van de mens, maar ze wil haar geestelijke waarde en waardigheid niet opgeven om een soort onstoffelijke supermens te worden. Van de mens kan niet worden verwacht dat hij gaat leven alsof hij een geest was. Laat de mens maar leven als een mens met alle menselijke kwa­liteiten, met alle zgn. menselijke fouten op de koop toe. Geen bezwaar. Maar laten wij elkaar aanvullen waar het mogelijk is. Dat kan de geest, dat doet de geest. Er zijn steeds meer mensen die proberen dat ook te doen.

Dit, mijne vrienden is het begin van deze samenvloeiing en tevens overkoepeling waardoor twee werelden in hun krachten en mogelijkheden tot een grotere eenheid kunnen uitgroeien. Het zal die eenheid zijn, die en voor een mens en voor een geest ten slotte een verlossing, een verbetering, een totaal nieuwe ontplooiingsmogelijkheid gaat betekenen. Vandaar dat ik voor vandaag boven mijn onderwerp zette:  ‘Synthese.’

  • U heeft in 1984 gezegd dat de spanningen die tussen Oost en West bestaan zullen toenemen. Wanneer zullen ze in 1985 nu afnemen?

Na 1997, Wij kunnen aannemen dat tussen de mensen en waarschijnlijk ook tussen de staten de verhoudingen beter worden. Maar vergeet niet dat atoombommen worden gecontroleerd door betrekkelijk weinig mensen die over het algemeen zeer eenzijdig denken en die in hun eenzijdigheid weleens hun volk zouden willen redden van de vrede die ze zouden wil­len sluiten met de tegenpartij, omdat ze menen daaraan gaat ons baan­tje, ons gezag, onze belangrijkheid ten gronde. Maar dat zeggen ze niet. Ze zeggen: Daaraan zal ons volk ten onder gaan. De veiligheid van die apparaten is tamelijk groot. Dat is ook duidelijk. Kijk de controles op het afvuren van dergelijke wapens moeten wel buitengewoon goed zijn, omdat anders de eerste de beste idioot aan een knop kan zitten en zijn eigen gouvernement en een deel van de we­reld kan gaan afpersen. Daarom moeten er zoveel maatregelen zijn dat de veiligheid is gewaarborgd, dat dus een persoonlijk hanteren daarvan bij­na onmogelijk is. Degenen die deze controles uitoefenen, over de sleu­tels beschikken etc, zijn mensen die hun regeringsvorm en hun land over het algemeen sterk zijn toegedaan. Eerst als hun land zou afwijken van hetgeen zij beschouwen als juist, zeker en veilig, worden ze misschien gevaarlijk. Dat geldt in Rusland zo goed als in de Ver. Staten. Het geldt zelfs – zij het iets beperkter – in Frankrijk.

Na deze actuele toelichting kan ik alleen maar zeggen. Mensen, vreest niet voor een atoomoorlog. Dat heeft absoluut geen zin. Als mor­gen de hemel valt en het is mooi weer, dan heeft u allemaal een blauw petje op. Als morgen een atoombom valt op deze aarde, dan vallen er daar­na zoveel dat u allemaal in onze wereld kunt bijkomen van de overvloedige straling die de aarde u heeft geboden. Maak u gaan zorgen. Werk aan de vrede en aan het mens-zijn. Dat is belangrijk, al het andere is maar bijkom­stig.