Tao

17 december 1968

Tao wil zeggen lot, noodlot, maar ook “plaats” of “verhouding”. Het is kennelijk een restant van een veel oudere godsdienst die, naar ik meen, op deze wereld bijna verloren is gegaan, waarin men dus meende dat men ten aanzien van het leven, de maatschappij en alles wat er denkbaar was in een vaste relatie verkeerde.

Het Taoïsme in zichzelf is wel gemaakt tot een geestelijke filosofie. Maar eigenlijk was het dat niet. Het is eerder een sociale filosofie die uitgaat van het standpunt dat een mens een bepaalde plaats heeft in de kosmos. Wanneer u geboren wordt, zult u door uw geboorte op die plaats gesteld zijn. Niet uzelf proberen te verhogen tot een andere toestand of plaats, zonder dat u eerst vanuit uw eigen situatie gegroeid bent. Maar aan de andere kant ook niet tekortdoen aan uw eigen mogelijkheden. Dat is eigenlijk de basis van Tao.

Dit Taoïsme werd de basis van de hele Chinese beschaving. En deze beschaving was dus gebouwd op een soort unie-idee. Er zijn een aantal provinciën. In deze provincies zijn oorspronkelijk plaatselijke vorsten. Deze plaatselijke vorsten worden door omstandigheden onderdanig en dat is hoofdzakelijk via handel aan de zoon des hemels, aan de keizer in Peking. Deze hele situatie wordt langzaam maar zeker een vaste verhouding. Een vaste verhouding waarbij dus de keizer met zijn ambtenarenkoor a.h.w. de bovenlaag gaan vormen van die maatschappij en de uiterlijke vorm aangeven. U vergist u wanneer u denkt dat deze ambtenarij aan het keizerlijk hof dus eigenlijk de maatschappij richting geeft, dat is helemaal niet waar. Zij zijn er om de uiterlijke vorm te handhaven. Binnen die uiterlijke vorm speelt zich een ontwikkeling af die hoofdzakelijk door de bonden en verenigingen tot stand wordt gebracht en deze brengen dus een religieus element in deze Taoïstische staatsverhouding.

Vanaf het ogenblik dat hierdoor het tegenwicht ontstaat tegen de keizer met zijn ambtelijk apparaat en de stadhouders, de vroegere koningen die in hun eigen provincie bijna almachtig zijn, komt natuurlijk de vraag wat dan wel juist is? En Tao wordt nu de inzet eigenlijk van een soort rechtvaardigheidskwestie. Wat is rechtvaardig? Dus niet alleen meer, wat is juist, wat is mijn juiste plaats, maar wat is rechtvaardig? Deze rechtvaardigheid geeft dan aanleiding tot een filosofie waarbij we te maken krijgen met de juiste verhouding van de mens tot zijn medemens. Het wordt een levensleer. In deze beschouwing kun je dan weer zeggen dat de mens door de diensten die hij verleent aan anderen, ook rechten heeft op anderen. Hierbij komt dan, door het religieuze element waarover ik reeds sprak, ook de voorouderverering in het geding. Want degenen die ons zijn voorgegaan zijn degenen die ons, onze plaats hebben gegeven. Wij moeten dus deze ouderen a.h.w. erkennen, eren, omdat wij hun product zijn en van daar uit naar de eenvoudige oudere directe voorouderverering in religieuze zin is maar een enkele stap. Men komt zover dat de Taoïsten een hemelrijk opbouwen met een hemelse keizers, als stadhouder, de zon en de winden en een hele hofhouding erbij, kortom alles wat je maar denken kunt. Er is zelfs een uitbanningsoord. Er zijn Goden en demonen die over de wereld gaan en hier zien we wederom de invloed van een veel ouder geloof dat zich met dit Taoïsme vermengd. Maar het resultaat is vreemd maar onvermijdelijk. Er komen kloosters, taoïstische kloosters, nonnenkloosters en monnikenkloosters. In deze kloosters gaat de magie een rol spelen en tracht men dus het herkennen van plaats, van rechtvaardigheid, van situatie, van evenwichtigheid over te dragen op een geestenwereld. Wij krijgen dan de zonen van de Witte draak o.m. in een monniksorde die nogal wat opzien heeft gebaard in haar tijd. We krijgen te maken met allerhande procedures en praktijken waaronder wichelaarspraktijken, boeken van voorspelling enz. Maar de werkelijke filosofen begrijpen dat dat niet juist is en zij gaan terug naar de werkelijke betekenis, naar de werkelijke basis eigenlijk van Tao. Tao zeggen ze is mijn wezen, zoals het behoort te zijn. Tao wordt het ideaal van het “ik” geplaatst in de totaliteit en bepaald door zijn verhouding met alle delen van die totaliteit. Er werden daar heel wat werken over geschreven en later heeft men dat ook wel wat verwesterd. Er zijn filosofische strijdpunten. In de tijd van Koeng-Foe-Tse, (Confusius) zijn er heel wat mensen zoals Lau-tze, die zeggen: wij moeten toch weer de mystieke richting ingaan. Al deze filosofieën tezamen zijn terechtgekomen in wat men tegenwoordig het Taoïsme noemt, ofschoon het dat eigenlijk niet meer is. Het is een erkenning van de komische ordening waarbij de magie, die uit de kloosters is gekomen een rol speelt en die we vreemd genoeg in China zelf niet meer aantreffen. Maar bv. wel in Japan en in delen van Korea. Wat we er in deze van moeten zeggen, ach ik weet het eigenlijk niet. Je kunt zeggen de wichelarij berust op het feit dat alles een eigen plaats heeft en die plaats ook door het toeval voortdurend bepaald zal worden. We kunnen zeggen: de astrologie die gebruikt wordt ook in het Taoïsme past bij dit Taoïsme omdat het daarmee de plaatsing van het ego in een kosmische ordening aangeeft, maar ik geloof niet dat we daar veel verder mee komen.

Zouden we eenvoudig voor de westerse wereld het geheel van al deze producten van menselijk zoeken en denken willen uitdrukken, dan kun je dat betrekkelijk eenvoudig doen door te zeggen: Een mens wordt geboren als datgene wat hij is. Door datgene wat hij is zo goed mogelijk en voortdurend mogelijk te uiten, beantwoordt hij aan datgene wat hij moet zijn. Hij die is of wordt tot hetgeen hij moet zijn is de ideale mens en hij zal dus de uitdrukking zijn van de perfecte mensheid en verder kom je eigenlijk niet.

Laten we eerlijk zijn, elke mens wil graag iets meer zijn dan een ander en dat kun je hem niet kwalijk nemen, zo is hij nu eenmaal. Maar aan de andere kant moet die mens begrijpen dat hij nooit meer mens kan zijn dan een ander. Je kunt alleen maar “mens” zijn. Je kunt je gedragen als een goed mens, een slecht mens of onmenselijk. Maar je bent mens en je blijft mens. Zolang men echter niet wil aannemen dat dus het “menszijn” zoveel factoren met zich meebrengt, die alle wezens op aarde die mens zijn tezamen verenigt, zal men de nadruk blijven leggen op al dan niet ingebeelde verschillen en zal men proberen duidelijk te maken waarom de ene partij beter is dan de andere. Daardoor komen dan allerhande idiote conflicten tot stand. Dingen die u waarschijnlijk ernstig vindt maar die toch eigenlijk zouden moeten wegvallen tegenover de gemeenschappelijkheid van het menszijn, het gezamenlijk iets tot stand kunnen brengen. En dat kunnen de meeste mensen niet. Een mens moet leren niet méér te zijn dan een ander. Belangrijk is jezelf te zijn. De meeste mensen beseffen niet dat ze in hun streven om meer te zijn dan een ander, hun eigen persoonlijkheid, hun eigen mogelijkheden eenvoudig overboord gooien.

Een mens die behoefte heeft aan vrijheid komt onmiddellijk in botsing met de gemeenschap omdat die gemeenschap als geheel juist gebaseerd is op het opleggen van het recht van de sterkste, de mening van de sterkste partij en al die dingen meer. Wanneer wij dus vrijheid als mens zoeken dan komen we of we willen of niet in conflict met de instanties. Het idee alleen dat iemand zou zeggen: ik heb hier een product. Dat wil ik nou eens weg gaan geven, of heel duur gaan verkopen, of heel goedkoop. Daar zou al direct allerhande ellende uit voort kunnen komen omdat men zegt: “ja te goedkoop mag niet want dan kan een ander zijn brood niet meer verdienen en weggeven dat is helemaal uit den boze, want de mensen moeten werken om iets te krijgen en al te duur verkopen dat is waanzin dat kun je niet doen, daar moet je aan failliet gaan en dat is weer niet verantwoord. Begrijpt u. Om dus de mens die vrijheid helemaal te geven, moet de maatschappij veranderen. Maar die maatschappij is zodanig gefixeerd dat een grote verandering een hele schok betekent die de hele wereld uit elkaar dreigt te slaan. Er zijn nu ook mensen die op hun wijze vrijheid zoeken en de één wordt misschien kluizenaar in één of ander kloostertje, in een hutje ergens ver weg en de ander loopt hier misschien rond in de kleding die u belachelijk vindt en die speelt gitaar en die zwaait met heupen en maakt beat op een manier die u ook niet aanvaardt. Die mensen zijn erg, die mensen moeten zichzelf leren kennen, ze moeten gaan begrijpen dat het niet voldoende is om te doen waar je zin in hebt, of alleen maar te beleven wat jij belevenswaardig vindt, omdat je het altijd zo moet doen dat je het met medemensen kunt delen. Dat zal zeker in de tijd dat de meesten van u nog te leven hebben hier geschieden.

Er zullen van die mensen zijn. Maar als u denkt aan een mensheid, betwijfel ik of dat ooit helemaal waar zal zijn. Want een mens die leert om vrij te zijn, om mens te zijn in de eerste plaats mens en voortdurend mens, die zal als mens een zodanige grote ervaring opdoen dat die niet meer op deze wereld terugkomt. En het zijn altijd de dommen, de sterken en de egomanen die deze wereld beheersen. En over het algemeen heeft iedereen die deze wereld beheersen wil en daar enigszins resultaat mee heeft, die eigenschappen ergens in zich. Dat betekent dat de vrije, dat de wijze dus nooit aan het gezag komt. Hij zou het niet eens kunnen of willen.

De mens die zichzelf wil zijn kan niet de verantwoordelijkheid dragen van een staat om de doodeenvoudig reden dat hij dan andere dingen zou moeten beslissen dan volgens zijn persoonlijkheid juist zijn. En aan de andere kant toch niet het recht heeft om voor anderen alleen te doen datgene wat hij juist acht, wanneer die anderen daarvan het slachtoffer zouden kunnen worden. Dus de werkelijke vrije man zal nooit naar een gezagspositie gaan streven. En daardoor zal het gezag nog een hele lange tijd vrees ik gehandhaafd blijven. Gezag zal nooit verdwijnen omdat gezag voor vele mensen nog een levensnoodzaak is en het is juist de domme die het gezag nodig heeft. Macht is dus iets wat juist de zwakke nodig heeft. Een sterke mens die durft zijn eigen verantwoordelijkheden aan, die durft zijn eigen beslissingen te treffen. Maar naarmate de mens minder zeker en zwakker wordt in zichzelf, zal hij meer vragen naar iemand of iets waar hij zich kan aan houden. Of dat nu een boekje is met voorschriften, één of ander geloof waar hij dan zich in rechtvaardiging uit kan putten, of dat het een wetboek is, een leider die hij volgen kan, dat doet minder ter zake. Juist de mens die zwak is, onzeker van zichzelf heeft nu eenmaal de moed niet om mens te zijn.

Om het eenvoudig te zeggen: ik leef voor wat ik ben, ik wil God en Licht en werkelijkheid waarmaken zoals ik ben en op geen enkele andere manier. Ik wil proberen om God te laten spreken in mijzelf en niet aan te nemen dat anderen het weleens een keer gehoord hebben. Kijk eens een mens die dat niet aandurft, die niet de risico’s aandurft van het mens zijn, die kan de vrijheid van het mens zijn niet gebruiken. Ik kan een leider kiezen en zeggen: dat is de man die mij ergens brengen zal. Je zegt: kijk dat is nu mijn voorbeeld. Maar dan moet ik mijzelf dus dwingen om al wat niet bij het voorbeeld past te onderdrukken. Er is een tijd geweest dat mensen niet eens durfden te zeggen wat ze dachten. En toen ze dat lang genoeg hadden gedaan, dachten ze niet meer. Ze zeiden nog alleen wat hun voorgezegd werd. Ze voelden zich daar erg prettig bij ze hoefden zelf geen beslissingen te nemen, er werd voor hen gezorgd, er werd gezegd: je gaat daar werken. En wanneer ze dat ijverig deden dan waren ze goede mensen. En wanneer hen gezegd werd: je moet die leuze roepen, dan riepen ze die leuze. Ze vroegen zich niet af: wat betekent ze? Neen, er is immers gezegd, die leuze is goed, dus doe ik het goede, op die manier ben ik een waardig mens, een waardig burger. Die mensen zijn er overal. Tegenwoordig niet meer zo erg als vroeger, vroeger was de gezagsuitoefening meer direct.

Tegenwoordig heb je heel vaak in plaats van “dit is verboden, dit is slecht”, de gematigde uitdrukking “dat doet men niet” en iedereen wil graag “men” zijn. Bij de ploeg horen, zekerheid hebben van de massa “men doet dat niet” althans niet wanneer een ander het zien kan. Kijk en dat is nu eigenlijk het geheel waarop het gezag gebouwd is. Gezag is zinloos zodra er geen onderdanen zijn. Stel u voor een generaal die commandeert een leger, het hele leger zegt “ja jongen we zijn net aan het kaarten, ga jij alleen maar oorlog voeren,” wat moet de generaal doen? Een beroerte krijgen, dat is het enige. Het gezag is dus afhankelijk van de gehoorzaamheid. En de gehoorzaamheid komt van degenen die voor zichzelf geen beslissing kunnen nemen. Gezag komt voort uit een angst, angst komt voort uit onzekerheid, onzekerheid komt voort uit een onvoldoende erkenning en aanvaarding van het eigen “ik”.

Je kunt dat gezag niet aanvallen. Dat zou trouwens geen zin hebben want wanneer ik vrij wil zijn om zonder gezag te leven, dan moet ik een ander de vrijheid gunnen om gezag uit te oefenen waar hij het kan. Die ander is een mens, heeft dezelfde rechten als ik. Als ik in een kerk wil knielen en een ander wil met hesp en bier een Breugelfeest vieren, dan moet ik zeggen: laat die ander drinken en eten dat is zijn bestaan. Dat is de grote moeilijkheid waar u altijd in verzeild raakt. De mensen hunkeren naar gezag. Ik weet dat wij veel meer zouden kunnen bereiken op deze wereld, wij van de O.D.V., wanneer wij tegen de mensen zouden zeggen: nu doe je zus en zo. Wanneer wij klaar en duidelijk zouden zeggen: dat is het goede en dat is het verkeerde en als je zo doet dan zullen we je zus en zo helpen of belonen en als je dat niet doet dan zullen we je straffen. Dan zouden de mensen gehoorzamen, zouden ze meekomen, maar zouden ze dan nog mensen zijn? Zouden ze geen marionetten zijn, schimmen zoals velen van u marionetten zijn. Marionetten van de bonden waar ze bijbehoren, marionetten van hun partijen en regeringen. Mensen die denken dat alles wat gezegd wordt wel waar moet zijn in ieder geval. Je behoort er eenmaal bij, je moet blijven bij diegenen die niet zelf durven denken, durven reageren. Een goed katholiek is niet iemand die ja en amen zegt op al wat de pastoor zegt. Een goed katholiek is iemand die gelooft wat het katholicisme predikt, die dit waar maakt met zijn hele leven en die dan desnoods de kerk links laat liggen. Dat is de grote moeilijkheid. Je kunt niet de uiterlijkheden in de plaats zetten van het innerlijk. En daarom zal elke evolutie in de innerlijke mens moeten beginnen, het zal uit het eigen vrij besef moeten voortkomen. Het gezag, de binding zal weg moeten vallen en daarvoor zal de vrijwilligheid, de persoonlijke aanvaarding en ook het persoonlijk aansprakelijk zijn moeten komen. Een mens moet leven vanuit zichzelf, zoals hij is, maar dan ook met een aanvaarding van de consequenties daarvan. Hij moet zich niet vrij willen maken door het behoud van de zekerheden die er bestaan er iets meer bij te krijgen. Hij moet bereid zijn veel van zijn zekerheden en zijn grote maatschappelijke verworvenheden en zijn bezit en alles eenvoudig prijs te geven wanneer ze hem beletten om zichzelf te zijn.

En denk nu niet dat ik hier iets nieuws sta te prediken. Indien een oog u ergert, ruk het uit, maar de mensen willen het niet. En daarom zoekt men naar de ordening en daarom maakt men van iets als een Tao niet “de erkenning van mijn plaats in de wereld die ik waarmaak, en dat is ook mijn persoonlijkheid, maar datgene wat mij a.h.w. een plaats geeft boven anderen,”. Wil men niet uitgaan van gelijkheid, maar wil men uitgaan van verschil in stand van opvoeding, van bezit, van taal, relatie, en hoe kolderachtig is dat eigenlijk? Anderen doen het werk voor u, anderen dragen de lasten, u zit er eigenlijk maar bij te kijken, maar meent dat u beter bent, dat u het beter weet. En wanneer die anderen dan niet doen zoals u wilt dan beklaagt u zich erover in plaats van het zelf beter te doen. Kijk eens zolang die mentaliteit er is, moet u niet denken dat het gezag wegvalt. Het gezag dat is de heerschappij bv. van de ondeskundigheid over de kundige. Het gezag dat is de heerschappij van degene die brute kracht wil gebruiken omdat hij niet over de middelen beschikt om iets verstandelijk te doen. Dat is niet tegen de staat, dat heeft er niets me te maken, dat is het begrip gezag, macht. Er zijn mensen die hun hele leven ploeteren om geld bij elkaar te krijgen, veel geld, want met dat geld kunnen ze anderen omkopen om hun meerderwaardigheid te erkennen, dat is de achtergrond. Ze zeggen: we doen het voor onze zekerheid of wij moeten dat doen voor onze arbeiders. Maar in feite gaat het erom belangrijk te zijn. Ik, chique mens. Zolang die mensen er zijn, kan er toch niets van komen, niemand heeft het absolute zeggenschap over een ander, niemand heeft het recht tot absolute zeggenschap over een ander, maar zolang er mensen zijn die die zeggenschap begeren, zullen ze ook hun dienaren vinden die begeren de opvolgers te worden van degenen die nu macht hebben, de aanbidders van de macht, die kleine machtelozen die zich door het verbonden zijn met hun machthebbers, voelen groeien tot iets nieuws en belangrijks.

Wanneer u hier in het verkeer bent en u gehoorzaamt aan een verkeersregel, niet omdat u bang bent dat u anders weer zoveel zult moeten betalen maar alleen omdat u weet op die manier gaat het verkeer goed, dan leeft u in vrijheid al aanvaardt u regels. Maar dan komt het uit u voort, niet uit anderen. Wanneer u zegt ik ga naar een kerk toe want daar vind ik mijn God en wanneer iemand zegt dat ik anders moet doen al zou het de paus zelf zijn, dat interesseert me niet, want dat is voor mij leven, dat is goed, dan bent u vrij. Zodra u iets doet omdat u bang bent, zodra u iets doet om een beloning te verdienen in de eerste plaats en niet omdat het deel van uzelf is, dan vind ik het bedenkelijk. De wereld is aan het veranderen. De wereld kan niet blijven bestaan zoals ze is en het is logisch dat eenieder die in het machtsidee zit dat die naar die macht blijft grijpen, die macht probeert te behouden en op een nieuwe manier uit te drukken.

Het is ook begrijpelijk dat steeds meer mensen zeggen: ach wat heb ik nog aan het leven, ik trek me van die macht niets meer aan. Dat wordt het conflict van het komende jaar. En dan ziet het er allemaal heel erg onprettig uit natuurlijk, maar op zichzelf is dat helemaal niet belangrijk natuurlijk, wanneer u gaat begrijpen dat dit het begin is van die verandering. Om de mens vrij te doen worden moet hij niet in conflict met het gezag staan. Dan wil hij de revolutie, dan zegt hij: zij die macht hebben zijn slecht, ik moet die macht hebben. De onverschilligheid voor de macht moeten we krijgen. En dat gaat het komende jaar ergens brengen, met een hoop uitbarstingen, protesten, maar protesten die veel minder één zijn in hun massaliteit dan u zou denken, waarbij ieder op zijn eigen manier probeert om iets duidelijk te maken, zelf iets probeert te zijn en ook zelf risico’s gaat nemen en dat is een belangrijke factor in uw wereld. Dit is het begin van een omwenteling. U moet kijken naar de veranderingen, naar het losbreken van de burgerlijkheid. Laten we beter zeggen: van het gebonden zijn in een bepaald patroon, sociaal en anderszins. Een poging om eerst jezelf te leven, maar dan zo dat je met jezelf tevreden bent, dat er vreugde zit in dat leven, dat je die innerlijke kracht, die Godheid met je voelt. U zit in een overgangsfase die buitengewoon interessant is en meer dan interessant alleen. Belangrijk wanneer u er niet probeert tegen in te gaan met het idee we moeten het gezag het oude vasthouden, maar het idee: ik moet mijzelf blijven zoals ik meen dat het juist is.

Dan nog een raad: Overwin uw eigen angst, realiseer u dat anderen angst hebben dan zult u in staat zijn om voor uzelf juist te handelen zonder daardoor tot onbegrip voor anderen te komen.