Tijd en eenvoud

21 juni 1959

We zullen dan vanochtend weer eens over een paar problemen nadenken. En zoekende eigenlijk naar een mogelijkheid om. ook een meer praktische oplossing van sommige raadselen te geven, ben ik gestrand te midden van vele oude schrifturen, waaraan de herinnering in onze sferen nu eenmaal nog bestaat. Het onderwerp, dat ik zocht, was eigenlijk “eeuwigheid” een omschrijving ervan. En datgene wat ik gevonden heb; tijd en eenvoud.

Het is voor ons erg moeilijk ons voor te stellen, dat het leven eenvoudig is. En zeker wanneer we in de stof leven, doet zich het bestel van de Eeuwige aan ons voor als iets van onvoorstelbare ingewikkeldheid. Een constructie met voortdurend elkaar in evenwicht houdende punten onderhevig aan talloze veranderingen. Maar voor ons is het niet te begrijpen. In de oude periode en dat is het einde van het hyperborees tijdperk geweest werd reeds een poging gedaan om deze wijsheid tot uitdrukking te brengen. En nu doen misschien de formuleringen, wanneer ze vertaald worden, een klein beetje denken aan de abstracte dichters van heden. Je zou het eigenlijk moeten vertalen: “In de dwaas warrelende wereldwijsheid gaat de werkelijkheid teloor.”

Hoe complexer wij de zaak maken, hoe moeilijker het voor ons wordt om te leven, om te denken en zelfs om een bewustwording te bereiken. Dat neemt niet weg, dat wij bij vele problemen ongetwijfeld komen te staan tegenover zeer moeilijke begrippen en voor ons haast onvatbare concepten. Maar er moet ergens een eenvoud zijn, die het ons mogelijk maakt om uit al die verwarring toch het ware te distilleren. “De kolkende verkrachting van tijd, die de oneindigheid beheerst is de waan, de illusie, waaruit bij verwaarlozing werkelijkheid wordt geboren.” Ik geef toe, dat mijn vertaling misschien wat te modern is, maar de zin van het oude geschrift wordt er geheel door weergegeven. De zin van het leven is niet de veelheid der verschillende dingen, maar daar is het eenvoudige, het simpele, waarin wij rechtstreeks op ons doel afgaande, ten slotte kunnen komen tot een verwerkelijking en niet slechts tot een vaag thesen stellen, dat achter geleerde woorden, vakuitdrukkingen enz., teloor gaat. Vaak lopen we onmiddellijk vast op reeksen van vreemde en haast onvoorstelbare namen, wanneer we soms mensen gadeslaan bij hun poging om de kosmos te beheersen om te komen tot een idee van werkelijkheid. Er zijn mensen, die er helemaal niet schuw van zijn om bij hun verklaring van de eeuwigheid te gaan spreken over het prayana, waarin de Mahdi Krishna komt. Maar wat hebben we daaraan?

We kunnen het veel eenvoudiger zeggen. We kunnen zeggen, dat uit  de lotsbestemming voortkomt de verlossende eenheid. Dan zijn we er echter nog niet. We moeten het nog veel meer persoonlijk en veel simpeler uitdrukken: “Uit de werkingen der oneindigheid wordt een voor ons kenbaar en met ons in directe relatie staand feit geboren.” Het is ongetwijfeld dit, wat Jezus bedoelt wanneer hij zegt: “Zo gij niet zijt als de kinderen, gij zult niet ingaan tot het Koninkrijk Gods.” Want wanneer wij gaan proberen om die wereld te verklaren en daarbij onwillekeurig onszelf buiten geding gaan stellen in een poging tot objectief waarnemen, dan raken we maar al te vaak het spoor bijster. Omdat wij onszelf en ons eigen weten en werken niet meer hebben als een gids, dreigen we in de verwarring van allerhande begrippen eenvoudig verloren te gaan, te verdwalen. Tijd is natuurlijk een zeer moeilijk probleem, zodra we het willen gaan zien in haar werkelijke wezen. Maar waarom zouden we het doen? Waarom zouden we, wanneer we nog niet voldoende verstand hebben om te begrijpen wat de verschillende velden van kracht zijn, die de wereld nog beheersen, wel trachten om nu de flux van tijd eens stil te zetten en te projecteren als een afmeting in de ruimte, waardoor de eeuwige begrensdheid van cirkelgang zuiver wordt uitgedrukt. Ik geloof, dat we verstandiger doen met de tijd te nemen zoals ze komt, moment na moment. Een beetje kinderlijk misschien. Een kind, dat zich zelfs niet afvraagt, of dat ijsje nu wel goed is of slecht. Het zegt voor zichzelf: “Het is begeerlijk.” En wanneer het door ervaring geleerd heeft, dat tien ijsjes te veel zijn, dan gaat de strijd heel eenvoudig tussen de begeerte en de kennis van de consequentie. Soms overwint de begeerte naar het ijs, soms de angst voor maagpijn. Het is zo eenvoudig als twee keer twee is vier. Het kind zegt: “De volwassene belooft mij iets* Ik vertrouw erop.” Totdat blijkt dat die volwassene niet te vertrouwen is, althans niet in dat, opzicht. Dan halen ze de schoudertjes op en denken: “Nou ja, we zullen het wel zien. We hopen wel, maar we wachten af.” Alleen wanneer het kind een zekerheid heeft, dan blijft het streven naar een verwerkelijking, zelfs tegen het onmogelijke in. Denkt u maar eens aan het kind, dat ‘s avonds gaat slapen, terwijl het de volgende morgen jarig is en dan probeert om terwijl het anders het eeuwige liedje van verlangen zingt al om zeven uur naar bed te gaan, want dan is het vroeger “morgen”. Het offert eenvoudig alle andere dingen op, alle andere gewoonten en verlangens om het begeerde te zien en te bereiken.

Een gevaarlijke theorie, denkt u misschien. Ja, zeker een gevaarlijke theorie wanneer wij zien hoe in Atlantis een dergelijke gedachtegang tot twee geheel verschillende levens-beschouwingen moest voeren. Wijzelf echter doen een keuze. In de z.g. “zilveren geschriften” van Atlantis dat waren de geheime boeken in tegenstelling tot de “gouden geschriften” die wetten waren, een soort regeringsovereenkomst vinden we gegrift de opvatting.

“Het is in het leven noodzakelijk voortdurend te beantwoorden aan ons innerlijk denken. Wie de noodzaak van eigen wezen weet uit te drukken in de wereld, zal komen tot een beheersing van de wereld.”

Deze opvatting is later geperverteerd en geworden tot een zwart magische beschouwing, want men verbond daaraan: “Zodat het “ik” het voornaamste is in de wereld.” En dit is een aanvulling, die pas honderden jaren later kwam. Een tweede beschouwing geeft ons inzicht in de gedachtegang van de Witte Broederschap, die vandaag aan de dag nog bestaat en zij toont ons aan dat ook daar het kinderlijke element wel erg belangrijk was. “Vragen wij niet: Vanwaar komt de stem? Waarom spreekt mijn hart? Doch laat ons aanvaarden dat, wat geboden wordt, niet berekenende en niet overwegende, echter steeds beseffende dat wat ons gegeven wordt slechts zin kan hebben, indien de wereld het beleeft.”

Daar heeft u dus het verschil tussen twee op zichzelf eigenlijk heel kinderlijke gedachtegangen. De ene zegt; “Nou ja, wat het leven geeft, natuurlijk, dat zullen we accepteren en als we nu maar onthouden, dat we zelf het meest belangrijke zijn, dan zal er verder niets gebeuren.” Dit leidde op de duur tot een poging als ik-heid, voor persoonlijk genoegen en persoonlijke impulsen, een wereld te domineren. En het resultaat is natuurlijk het zwartmagisch ingrijpen, waarbij het egoïsme de mens afsluit van de werkelijkheid van zijn wereld. Wanneer een dergelijke stelling te veel overheerst, dan komen we zelfs tot de ondergang van Atlantis.

De andere gedachtegang is eigenlijk even simpel. Je zegt tegen jezelf: “Ja, maar wat heb ik ermee te maken, dat die stem, die ik hoor of die verschijning, die ik zie nu God is of misschien een engel of misschien een eenvoudig ander wezen. Wanneer het voor mij nu een goddelijke bestemming heeft en ik leef daarin, ik kan er een licht vinden en ik geef dat licht aan de wereld, wat gebeurt er dan verder nog wat mij aangaat.” Dus hier is het precies omgekeerd. In het eerste geval afsluiten van het “ik”. In het tweede geval openstellen van het “ik” en beleven van de wereld. Die problemen worden nog interessanter, wanneer men daar voor het eerst eigenlijk een tijdsbeschouwing gaat zien, die afwijkt van het normale. We weten nl, dat in Atlantis oorspronkelijk de tijdrekening en dus ook het registreren van uur verloop o.a. gebeurde met gelijke zand en waterglazen, alleen was het dan geen glas, het was aardewerk. Maar men deed het alleen om een afspraak te kunnen maken. Dus als een bevelhebber tegen zijn soldaten zei: “Over zoveel uur moeten jullie bij mij zijn,” dan moesten zij daarvoor een maatstaf hebben. Later zien wij zelfs tijdkaarsen, dus een soort vetkaars, die ingedeeld is in stukjes, die een bepaalde periode branden. Zij moesten elkaar op tijd kunnen ontmoeten. Wanneer de vorst of de handelsman een afspraak maakte: “Over zoveel dagen,” dan moest dit kunnen worden vastgelegd. En de grote getallen waren in die periode een beetje moeilijk. Zo kwam men tot namen voor bepaalde perioden, die soms haast gelijk elders werden gevonden, bv. in China. Het is dus heel begrijpelijk, dat de tijdrekening daar oorspronkelijk een kwestie van overeenkomsten was. Op een gegeven ogenblik echter ging men nadenken over de tijd. En dan vroeg zich bv. een priester af: “Waarom is de ene dag anders dan de andere?” En dan zou je zeggen: “Ja, dat is toch heel gewoon, de ene dag is nou eenmaal anders dan de andere.” Neen. De tijd moest gedefinieerd worden en men kwam zo tot een zeer ingewikkeld systeem, waarbij verschillende goden, voortekenen die dus weer uiting zijn van goddelijke of demonische wil samen werden gevat en men voor de dag kwam met een standaardprogramma a.h.w. Zo iets van: Wanneer je opstaat en de zon staat zo hoog en verder zie je die en die voortekenen, dan weet je, dat dat en dat gaat gebeuren. Dus het begin van wichelarij. Het vervelende is echter, dat niemand daarmee klaar komt. Men komt nimmer gereed met het onderzoek der “voortekenen”.

Bij de wit-magiërs ontstaat ook de behoefte om die tijd enigszins te lokaliseren in het leven. Zij zeggen dan: “Tijd is voor ons de niet begrepen wisseling van invloeden,” Punt! We behoeven er ons niet druk over te maken, we weten nu eenmaal niet wat die tijd veroorzaakt. Er moet dan de consequentie uit deze stelling worden getrokken. En die consequentie luidt als volgt:

“Het is onze taak te leven, Het leven wordt geregeerd door de tijd. Laat ons dus de tijd, die wij ervaren gebruiken tot een zo intens mogelijk leven en beleven.” Eenvoudiger kan het haast niet. Het lijkt, of de ingewijden en de wijzen niets anders doen dan de kosmische veelheid van ingewikkelde wetten en verhoudingen voor zichzelf terugbrengen tot een enkele waarheid, Denken wij aan Jezus. Wat kan er een eenvoudiger verklaring zijn dan: “De Vader en ik zijn een.” Zeker, deze uitspraak heeft tot een hoop misvattingen aanleiding gegeven, omdat de mens niet simpel kan denken, omdat hij niet beseffen kan, dat scheppende Kracht en schepsel altijd een zijn. Het woord “Vader” geeft op zichzelf ook alweer de verhouding weer; uit de goddelijke Kracht voortgekomen schepping bestaat door, uit en in de goddelijke Kracht en is daar voortdurend deel van. Maar het is alweer veel ingewikkelder. Wij moeten leren om eenvoudig te zijn, eenvoudig te denken. Een veel latere beschouwing die ook de moeite waard is om te onthouden zegt ons b.v.:

“Indien wij in staat zijn om het gebeuren te aanvaarden, zo zullen wij het beheersen. Maar zoeken wij naar de gronden, die tot het gebeuren voeren, zo zullen wij niet meer in staat zijn het gebeuren. te begrijpen en te verwerken, zoals noodzakelijk is voor onze beleving. Daar is heel veel voor te zeggen. Want stel u nu eens voor dat wij precies willen gaan uitrafelen, waarom wij vandaag zo denken en vandaag zo doen. Dan komen wij niet meer tot de daad. In de oudheid vinden wij telkens weer de “daad” genoemd als het belangrijke punt. Men gaat zelfs zo ver, dat men probeert om in de meest simpele menselijke daadstelling alles uit te drukken wat later gebed en theologie en wat niet al is geworden. De wetenschap baseert zich uitsluitend op de praktijk. Men houdt zich niet bezig met beschouwingen omtrent verschillende wetten en werkelijkheden, de mogelijkheid om tot een constructie te komen. Men stelt voor zichzelf vast: we construeren. Men construeert en wanneer het niet deugt, dan verbetert men net zo lang, totdat het wel deugt. Omslachtig misschien maar het geeft een hoop ervaring. Het geeft een hoop kennis, die uit de theorie alleen kan opbloeien, wanneer ze in de praktijk wordt gebracht.

Het leven is zo simpel, zo eenvoudig, zo door en door normaal, dat we er over het algemeen geen genoegen mee kunnen nemen. Wanneer wij komen te staan tegenover een magisch verschijnsel, zijn we al heel gauw geneigd om aan te nemen, dat hier wonderen achter schuilen. We begrijpen niet dat het een resultaat van de toepassing van eigenlijk heel eenvoudige wetten en krachten is. Dat wij persoonlijk in staat zijn allemaal zoals we hier bij elkaar zijn, geest en stof tegelijk om diezelfde magie te volbrengen, mits we de juiste instelling kunnen vinden. En die instelling is ten dele een gevoelskwestie, ten dele dat geef ik graag toe, een ervaring hebben met krachten, die bestaan. Maar het is in principe eenvoudig.
We kunnen het natuurlijk erg ingewikkeld maken. Men kan uit de simpele gedachte, dat God altijd bij de mens is, of in christelijke zin, dat Jezus altijd daar is; ”waar verscheidene in zijn naam vergaderd zijn”, daar kan men een hele ingewikkelde structuur maken van een misoffer met een transmutatie van waarden en een transfiguratie a.h.w. van goddelijke kracht in brood en wijn en wat er verder bijhoort. Men neemt de eenvoudige dingen en men maakt ze ingewikkeld. De vraag is alleen, of dit voor de geestelijke bewustwording nu werkelijk goed is. We moeten nadenken, natuurlijk. We kunnen er soms niet omheen bepaalde vragen te stellen, want we zijn misschien niet eenvoudig genoeg meer. We zoeken raadselen te doorgronden. En we houden ons onwillekeurig bezig met alle geest en alle geestelijke sfeer, alsof dit het enig belangrijke ware. Want dit trekt ons, het boeit onze aandacht. Maar maken we daardoor ons eigen leven niet veel, te ingewikkeld? Zal een mens, die nu, vandaag, probeert te leven, alsof hij in een andere sfeer leeft, in staat zijn om in deze wereld ervaring op te doen, kracht te vinden? Kan hij, zich onttrekkend aan het feitelijk verloop van de tijd, nog deel hebben aan de bewustwordingsmogelijkheden. van deze tijd? De tijd is in God ongetwijfeld een vaststaande waarde. En wij zullen eens leren, hoe we elk moment van die tijd op zich en voor onszelf kunnen doormaken. Maar zoals de oude Druïdefilosofie zegt:

“Wie weet dat machten bestaan, werke ermee. Maar hij vrage zich niet af, hoe deze machten zijn ontstaan. Wie weet hoe hij vele dingen in korte tijd kan doen, hij volbrenge deze. Maar hij vrage zich niet af, waarom het bij anderen anders is. Belangrijk is dat wij doen, wat wij kunnen.”

Ik kan het met die stelling volledig eens zijn. Wat is er eigenlijk belangrijk, vrienden, buiten het feit dat wij leven zo goed als we kunnen? Wat is er nu werkelijk belangrijk voor ons buiten het praktisch erkennen en beleven, waar wij misschien soms een verklaring bij nodig hebben als leidster, terwijl we er toch niet onderuit kunnen komen. Wij kunnen hier nog zo goed proberen te zijn, maar u weet het allemaal de dames zullen ongetwijfeld op een gegeven ogenblik een potje moeten gaan koken. En de heren zullen ongetwijfeld op een gegeven ogenblik huishoudgeld binnen moeten brengen, anders gaat het niet. Anders kan men niet leven. En dan kun je er over treuren en zeggen: “Ach, wanneer ik nu maar eens vrij was van deze zorgen.” Daar kom je niet verder mee.

De eenvoud van het leven is eigenlijk terug te brengen tot dit:  Elk ogenblik van de tijd brengt ons bepaalde wetten en krachten onder ogen. Wanneer wij deze beleven zo goed als we kunnen, wanneer we het nooit doen met een zelfzuchtigheid, die dus het “ik” stelt boven de wereld, dan zullen wij langzaam maar zeker meester worden over de geheimen van de tijd, Dan zullen we juist door de eenvoud van ons denken binnen doordringen tot in de diepe betekenis van de kosmos.

Ja, ik ben eigenlijk wel vastgelopen, wanneer ik zo bekijk wat ik u allemaal voorzet. Niet in de slechte zin “vastgelopen”, maar onwillekeurig ben ik ook blijven hangen aan die eenvoud, die poging tot eenvoud, welke ons vaak zo moeilijk valt. Ik zie uit alle landen, uit alle tijden gedachten samen komen, gedachten, gedachten, theorieën, verklaringen. Ik zie stapelende hoeveelhedengoden. Ik zie wreedheden bedreven tijdens monsterlijke offerplechtigheden. Ik zie wonderen, die geen wonderen zijn. En ik hoor stellingen, die eigenlijk geboren zijn uit zelfverheerlijking. Maar achter dat alles vind ik een eenvoudige waarheid: de mens leeft, zoals hij leven moet. Wanneer hij alleen maar niet zichzelf als middelpunt ziet van de wereld, maar probeert te begrijpen dat anderen ook betekenis hebben, dat anderen net zoals hij kunnen denken, lijden en werken en streven. Dat is voldoende. Uit die eenvoud, vrienden, wordt het begrip voor wat de tijd biedt, geboren. Het gebruikmaken van wat de tijd biedt, is misschien weer de beste weg om de tijd zelve te beheersen.

o-o-o-o-o

Bij het zoeken naar het geheim van de tijd kom je tot de conclusie, dat bepaalde krachten zijn vastgesteld. Het is ons onmogelijk te beseffen op welke wijze deze krachten in feite functioneren. Deze krachten worden door u in de wichelarij, de astrologie, vereenzelvigd met sterrenbeelden, met werkingen van planeten, de omlooptijd van hemellichamen rond uw zon. Wij weten echter, dat een wereld niet alleen uit deze invloeden is opgebouwd of door deze invloeden wordt bepaald. Er zijn in onszelf elementen, die ons dwingen tot bepaalde handelingen, tot bepaalde gedachten.

Wanneer wij eenmaal daadwerkelijk onze wereld bouwen, dan zijn inderdaad die sterren machtig. Zij veroorzaken de varianten van het bestaand patroon en geven als zodanig aan in welk ritme onze bewustwording zal plaatsvinden. De grondwaarde, die het milieu bepaalt, is niet alleen af te meten aan de heerschappij van zekere sterrenbeelden. Er zijn in onszelf werkingen, die – zeer waarschijnlijk althans – bepalend zijn voor ons erkennen van tijd, ons erkennen van mogelijkheden. Deze factoren zijn kort en eenvoudig te noemen; het bewustzijn, dat de wens schept, vervulling van wensen bouwt de wereld.

Droom omtrent niet-mogelijke wensen; dit schept de handelingen, die de volmaaktheid van een wereld bedreigen en zo moeilijkheden baren – het onvolledig of onjuist erkennen van leidende invloeden en krachten -, waardoor men – zich beroepend op niet-gekende hogere waarden – zich verheven meent tot een inwijding, die in feite niet bestaat.

Eerst wanneer deze factoren tezamen een wereldbeeld, beschaving, cultuur tot stand brengen, zal de werking van de sterren daarin kenbaar zijn en zo het ritme, waarin de verschillende gebeurtenissen zich voltrekken. De tijd zelve is niets anders dan het product van ons eigen bewustzijn, inbegrepen de drie punten door mij genoemd, onderworpen aan de variërende invloeden, die wij die der sterren plegen te noemen. Het is daarom dat ik, sprekend op verzoek van een van uw vrienden, zou willen zeggen:

Beperk u in het leven allereerst tot de eenvoudigste waarden, die voor u nog aanvaardbaar zijn. Van daaruit zult ge minder gebonden dan velen, die een ingewikkelder structuur, prefereren door de werking van sterren, planeten, zo goed als de uitbreiding van uw eigen bewustzijn, leren de vloed der tijd zo te stuwen, dat zij beantwoordt aan uw eigen behoeften van uiting in uw eigen wereld.

o-o-o-o-o

Ja, vrienden, dat was dan eventjes een stem uit een andere wereld van denken. En wat dat betreft, werkend met geleende woorden, omdat hij zelf van het Nederlands geen woord afweet. En waar wijzen en engelen aarzelen te treden, daar stormt zoals men zegt de idioot vrolijk voorwaarts. Wat ik dan in dit geval ook wil doen. Ik ben nl. van mening, dat aan het voorgaande toch een commentaar verbonden moet worden en aangezien niemand me tegenhoudt…..me voilà.

Wanneer we gaan redeneren over de tijd als iets wat onoplosbaar is, zitten we natuurlijk erg vast. Onze vriend met al zijn ingewikkelde woorden heeft geprobeerd ons duidelijk te maken, dat eigenlijk ons eigen leven en denken voor een groot gedeelte bepaalt wat die tijd doet. Dat we zelfs, wanneer we nog niet in de wereld zijn, met ons leven en denken al bepalen in wat voor soort puree we ten slotte terecht komen. De eindconclusie, die hij trekt, is er een waar ik het wel aardig mee eens kan zijn. Namelijk deze: Door je eigen geestesgesteldheid kun je voor jezelf de werking van de tijd wijzigen, zonder daarbij het contact met een algemeen aanvaarde tijd te verliezen.

Jonge, jonge, jonge, dat noemen ze eenvoud. Maar ja, laten we dan het voorbeeld maar nemen. Niets beter dan een voorbeeld, zeg ik altijd, om een beeld eenvoudig en duidelijk te maken. Behalve voor degenen, die denken wijs te zijn, want die gaan het onderwerp uiteenrafelen, waarbij zij niet zoeken naar de zin ervan, zoals deze bedoeld is, maar waarbij zij zoeken naar een betekenis, die er bovendien nog uit gedistilleerd zou kunnen worden en die komen dan precies averechts verkeerd uit. Neem nu dit; op een gegeven ogenblik verveel je je dood, je zit te werken, dan duurt de tijd lang, maar je presteert niets. Op een ander ogenblik ga je zozeer in de dingen op, dat je de tijd vergeet. Je schiet ook niet op, maar de tijd gaat snel. Maar nu komt er een ogenblik, dat je bewust het ritme van je eigen denken en handelen op gaat voeren. Dan lijkt het net, of de tijd langzaam gaat en je zelf toch het gevoel hebt dat ze snel voorbij trekt. Want je presteert per tijdseenheid veel meer dan anders. Weet u wel, dames, dat aardige wollen jasje, dat af moest? Wat gek, hé, dat het die ene middag zo heerlijk opschoot. Voor je het wist, had je er twintig toertjes op zitten. U zegt misschien: “Ja, maar wat heeft dit met leven en levenswijsheid te maken?” Nou, ik zou het zo willen definiëren: De mens, die door zijn eigen concentratie te bepalen zijn eigen verhouding t.o.v. wereld en tijd beïnvloedt, zal in staat zijn te presteren naar zijn eigen behoeften zonder te kort te schieten t.o.v. de eisen, die de wereld stelt.

Deze wijze van redeneren vraagt nog een aanvulling: Hoe groter het aantal factoren, dat wij betrekken in ons eigen denken, hoe moeilijker het zal worden om met deze gedachte in korte tijd tot een ruime en goede prestatie te komen.

Dus op het ogenblik dat de boer, die de koe gaat melken te veel weet over de anatomie van de koe en te weinig over het begrip “melken” zelf, zal hij zo heerlijk in gedachten verdiept zijn, dat de koe zegt: “Ja, verdikkie, als ik geen aandacht krijg, dan krijg je van mij geen melk.” Dan doet hij er tien keer zo lang over en heeft hij nog pijn in zijn pols op de koop toe. Dat is toch een heel logisch verschijnsel, zou ik zeggen. Maar dan vraag ik me af, waarom een hele hoop mensen proberen om ingewikkelde theorieën in praktijk te brengen, wanneer ze het met een eenvoudige kunnen doen. Per slot van rekening. laten we het nu eens anders stellen.

In het begin was een auto een zeer ingewikkeld voertuig met allerhande pedalen en al heel gauw kwamen er allerhande klokjes bij. Dat is voortgezet in de ontwikkeling van de vliegtuigen. Er zijn vliegtuigen waar men over het geheel genomen om te vliegen, zou moeten bedienen wat men meestal met twee doet ruim 70 schakelaars, contacten, stuurinrichtingen, enz. enz. terwijl men om te weten of men dat goed doet, zal moeten aflezen een kleine 280 meters. Weet u wat het gevolg is? Dat geen mens kan vliegen en dat degene, die vliegt, nog de kans loopt, dat hij zich vergist. Maar breng nu alles eens tot het eenvoudigste terug. Een bromfiets is een eenvoudig apparaat. Er zitten een paar pedalen op om het apparaat in beweging te brengen. Daar zit ergens nog een handvat aan, daar draai je mee en dan voor de rest zitten er ook nog een lamp en een stuur aan en dit laatste houd je vast op hoop van zegen, nietwaar. Maar iedereen kan bromfiets rijden, autorijden kan haast iedereen, vliegen kan haast niemand, vooral wanneer het gaat om een ingewikkeld vliegtuig. Toch is het verstandiger vaak voor een kleine afstand een bromfiets te nemen dan eerst een rijbewijs te gaan halen. En zeker is het verstandiger om met een auto zelfs van hier naar het zuiden van Frankrijk te gaan of zo, dan eerst een pilotencursus te gaan volgen en dan waarschijnlijk in je zenuwen toch nog brokken te maken. Wij moeten ons niet afvragen: “Wat zou de, mogelijk beste methode zijn om te werken?” Wij moeten vragen: “Wat is de methode, die wij het best beheersen?” We moeten ons afvragen: “Waar kunnen wij nou het meest mee klaarspelen?” En als we nu eens op de vraag: “Hoe kan ik ‘t zo eenvoudig mogelijk doen?” een antwoord kunnen vinden, dan weten we zeker, dat we ook zo weinig mogelijk fouten maken. Hoe minder fouten we maken, hoe gemakkelijker het wordt om in de wereld dus onze eigen plaats en onze eigen functie te bepalen. Laten we die plaats en die functie dan zo bepalen, dat de eenvoudige wijze, waarop wij werken voor anderen een verrijking betekent van hun bewustzijn, maar gelijktijdig dat we – juist door onze eenvoud – met anderen evenveel rekening houden als met onszelf. Je moet maar eens opletten, als je twee kinderen een toverbal geeft, dan staan ze om de beurt een kleurtje te zuigen. Maar als de grote mensen de toverbal van het leven in handen krijgen, dan staan ze te proberen om elkaar nog een extra kleurtje af te troggelen, maar ze willen niet meer geven. Voelt u het verschil. Verschil in eenvoud. Die kinderen denken: “Ik heb er plezier van. Ik heb plezier van mijn royaliteit tegen over jou, desnoods kan ik het later nog een keer terugvragen.” Zo moeten wij eigenlijk in het leven staan, dunkt mij. En ik geloof, dat wat onze goede vriend daar met al zijn voorbeelden, met al zijn betoog over de sterren en de invloed van de sterren, heeft willen zeggen, heel simpel kan worden samengevat in een zinnetje. Goed opletten daar komt het:  Wat de sterren ook schrijven, dwingen of bieden, wat in het leven ook bestaat, zolang wij zo eenvoudig mogelijk trachten de voor ons direct beste weg te kiezen, zullen we ze allemaal te slim af zijn. Maar zodra wij met alle invloeden rekening gaan houden, breken we meestal onze nek van louter voorzichtigheid.