Toespraak Meester Andrees

6 juli 1958

Op deze bijeenkomst hebben wij zo dadelijk een gastspreker en die wil ik graag even aankondigen. Normalerwijze geven wij de namen niet, maar onder bepaalde omstandigheden lijkt het mij beter om dit nu althans te doen. Wij krijgen n.l. vanmorgen Meester Andrees, een leerling van Meester Koot Hoomi. Dat ligt dus wel in de richting van de theosofische Meesters. Er bestaat een bepaalde reden, dat wij juist iemand uit deze kringen hebben verzocht om zo tegen het einde van onze bijeenkomsten ook hier een uiteenzetting te geven. We staan hier n.l. voor enkele moeilijkheden.

In de wereld is op het ogenblik de toestand ietwat verwarrend en wijzelf mogen en kunnen U niet zoveel vertellen over de geestelijke achtergronden daarvan. Ik kan U hoogstens aanduiden, dat ook geestelijk natuurlijk bepaalde erediensten en gedachtegangen bestaan: een geloof. En het gaat erom deze dingen voor U iets duidelijker uiteen te laten zetten. De spreker in kwestie: Meester Andrees, behoort niet direct bij de Orde, hoewel hij wel vaak in de hogere leiding zitting heeft gehad. U zult dus begrijpen, dat we ons zelfs een klein beetje gevleid voelen, dat hij beloofd heeft voor ons een viertal lezingen te houden, waarvan dan één voor Uw groep, dus een in Nederland.

Wanneer wij ons goed realiseren, hoe eigenlijk al dit geestelijke werk op het ogenblik in een crisisperiode is gekomen; wanneer wij ons realiseren, hoe deze crisis gepaard gaat met grote veranderingen in de algehele mentaliteit op deze wereld, dan zal onwillekeurig ook bij U de vraag gaan rijzen, waarheen en ook waarom. Het waarheen dat kun je niet zo gemakkelijk voorzien. Het hangt voor een groot gedeelte af van de mensheid. Per slot van rekening ,de Al-Ene, de Groot scheppende Macht, zal ongetwijfeld de gelegenheid scheppen voor elke geest om tot bewustwording te komen, maar er staat nergens vastgelegd, dat dit op de aarde moet geschieden.

Deze aarde is velen van ons dierbaar. Ofschoon we misschien ook nog wel behept zijn met enkele fouten, die we aan deze aarde ontlenen, zijn we aan de andere kant zo gewend aan deze wereld met haar eigen ontwikkeling, haar eigen gedachten. En het is vaak tragisch, wanneer je ziet, hoe de mensen de beste bedoelingen van de geest soms trachten te torpederen. Ik denk hierbij bv. aan verschillende religieuze groepen, die op het ogenblik eerder strijdlustig en strijdvaardig worden, in enkele landen interne moeilijkheden beginnen te veroorzaken i.p.v. – wat toch erg nodig is – voor de vrede te zorgen. Het is al even pijnlijk om te zien, hoe vaak men de betekenis van geestelijk werk mis verstaat; hoe men in vele gevallen de beste inspiraties, die gegeven worden, tracht terzijde te schuiven, omdat ze niet sensationeel genoeg zijn; kortom het wordt ons soms wel erg moeilijk gemaakt. En deze moeilijkheden zelf verklaren? Ach….dat kunnen we alleen maar doen door op te sommen, wat er nu eigenlijk niet goed is. De grote meesters en de grote leraren zien natuurlijk wel wat er achter gelegen is en ze delen ons dat ook wel mede, maar wij zijn altijd bang, dat we dat toch verkeerd begrijpen. Er is in deze wereld heel veel mogelijk, dat wonderbaarlijk is, maar daarvoor moet de mens zelve meewerken. Het bewustzijn van de mensheid zelve moet mede de taak volbrengen van eenwording, van bereiken, van eenheid.

Daarom willen wij trachten in deze bijeenkomst onze aandacht allereerst eens te richten, niet op de oude wijsheid maar juist op datgene wat zo belangrijk kan worden: de geestelijke wijsheid, die met deze aarde werkt, onze aandacht ook te richten op de grote invloeden, die de mensheid trachten bij te staan. Wanneer ik een ogenblik somber mag zijn, voordat ik het woord ga overgeven aan onze gast, mag ik erop wijzen, dat ondanks alle zorgen van de mensen ziekte, dood, oorlog steeds naderbij zijn gekomen. Een materialistische schijnwelvaart, die een tijdlang deze wereld althans de illusie heeft gegeven, dat het goed gaat, begint af te brokkelen. De conferenties over de vrede worden steeds veelvuldiger, de resultaten worden steeds minder.

De geestelijke groepen, die werken, vinden soms betrekkelijk grote aanhang en ook de esoterische scholen krijgen steeds meer toeloop. Maar er zijn weinig mensen, die in staat zijn om het geleerde ook in de praktijk te brengen om zo te komen tot een geloofsbeleven, dat de werkelijke geestelijke krachten ook binnen de mens activeert.

Van onze kant zullen wij in onze groep ongetwijfeld alles doen om te helpen, waar ons dat mogelijk wordt gemaakt. Wij zullen strijden, totdat desnoods de laatste mens op deze aarde is overgegaan. Maar wij hopen toch, dat het anders zal zijn. En die hoop wordt bevestigd door hetgeen onze leraren ons vertellen. Juist om U iets van deze troost, die ook wij krijgen, te kunnen geven, hebben de lageren onder ons voortdurend geageerd voor gastsprekers uit de hogere orden, de hogere groeperingen. Het is meestal niet zo gemakkelijk om zoiets te bereiken. Onze verbindingen zijn soms zeer moeilijk. We worden soms beïnvloed door stoffelijke condities. U zult dus begrijpen, hoe dankbaar we zijn, dat we hier iemand gevonden hebben, die voor ons spreken wil, behorende tot de werkelijk hogere kringen enerzijds, anderzijds in staat om zelfstandig en zonder tussen contacten tot U te spreken.

De moeilijkheden, die er bestaan in de manipulatie (dus het weergeven in goed Nederlands) hebben we kunnen overwinnen door een zeer simpele methode van hulp, van leiding. Er is dus niets, wat op het ogenblik een goed resultaat in de weg kan staan, voor zover ik dit kan overzien. Ik hoop alleen, dat U zelf door Uw aandacht zult helpen om eventuele storingen hier absoluut te verdringen. Laat U door niets storen, laat U door niets hinderen. Met Uw hulp en dank zij de steun, die ons van hogerhand gegeven wordt, geloof ik toch wel, dat we in staat zullen zijn Uw visie op de wereld ietwat te verruimen en U een inzicht te geven in de groot-geestelijke krachten, die op het ogenblik helpen om ondanks alles, toch nog weer de mensheid op aarde haar bestemming, hoger bewustzijn en nieuwe fasen te doen bereiken.

En nu na deze inleiding,  vraag ik dan Uw aandacht voor Meester Andrees. Ik weet niet, hoe lang hij zal spreken, ik weet zelfs niet precies, wat hij zal zeggen. Ik weet alleen, dat wat hij zeggen zal uit het standpunt van de hoge geestelijke leiding zeer belangrijk is. Wij zullen ook geen commentaar geven daarna.

o-o-o-o-o

De inleider heeft U reeds gezegd, met welk doel ik hier kom. Want door de vele verwarringen, die thans Uw wereld bedreigen, zou soms in U een onzekerheid kunnen ontstaan. Wij weten immers, hoezeer de zorgen van de mens zelve en zijn onbegrip het hem moeilijk maken te aanvaarden, wat de wereld zo al brengt. Zeer zeker zal menigeen niet begrijpen de noodzaken van al, wat thans gebeurt. Ik wil daarom trachten U in eenvoudige woorden uiteen te zetten, wat er op het ogenblik met Uw wereld gaande is.

Wanneer een wereld jong is, wordt zij geleid door de oudere geesten, die helpende optreden en zelf voordien op een andere wereld leefden. Zo wordt het erfdeel van het licht overgegeven van de ene wereld aan de andere. De eerste fase is die van dierlijke ontwikkeling. Langzaam maar zeker wordt de mensheid geboren door een bewustzijn van de geestelijke leiding.

Dan krijgen we de periode – de tweede fase dewelke dat de mens experimenteert. Deze fase van experimenten gaat van uit het primitieve standpunt der magie tot een zeer grote bereiking der wetenschap. In deze periode geeft de oude geest leiding. Zij spreekt en werkt, zij openbaart.

En naarmate de mensheid strevende op een wereld, meer zichzelf bewust wordt van het “ik” en van die wereld, wordt het noodzakelijk, dat wij ons terugtrekken. De taak, die dan volbracht wordt geestelijk, berust ten slotte grotendeels op hen, die op deze wereld zelve geboren zijn en daarop een geestelijke ontwikkeling hebben doorgemaakt.

De derde fase is een fase, waarin de techniek langzaam maar zeker de geestelijke inhoud erkent. Waarin de wetenschap en al wat daarmede gepaard gaat langzaam maar zeker deel gaat worden van een esoterie, die ook geestelijke waarden kent. Dit is de gang naar het vredesrijk, waarin dan voor haast alle werelden een lange periode van bloei bestaat. Ondanks hun dan vaak zeer grote bevolking zijn zij in staat door vrede en samenwerking de natuur te bemeesteren en door te dringen in die grote geheimen, die zo slecht zichtbaar zijn voor allen, die geestelijk nog niet ontwaakten,

Wanneer de mens eenmaal bewust is geworden en zo zichzelf gaat gedragen als een wezen met een eigen bestreving en een eigen kennen, lijkt het of elke mens deel is van een lichtend adernet, dat het zenuwstelsel uitmaakt van groot-kosmische wezens. Niet alleen Uw eigen aura, maar ook Uw eigen verbinding met de kosmos wordt intenser en belangrijker. Het erkennen hiervan doet de grote geest van eenheid steeds bewuster werken op een wereld, tot zij hem behoort en al wat daar leeft kan opgaan in zijn krachten en werken.

De aarde bevindt zich thans aan het begin van de derde periode. De derde periode gaat tezamen met de ontwikkeling van het zevende ras. Dit betekent, dat in de mens plotseling een nieuw erkennen moet ontstaan. Dat hij de verantwoordelijkheden, die hij dacht te hebben, verveelvoudigd ziet; dat hij de vrijheid van wil, die hij meende te bezitten, langzaam maar zeker beperkt ziet. Het is begrijpelijk, dat de lagere krachten zich hiertegen verzetten. Zich verzetten tegen een eenheid van alle wezens, die denken in een hele wereld; tegen het scheppen van een lichtende kracht, een kracht, die in staat is het goddelijke werk voort te zetten tot diep in het Al. Zo zal alles, wat tot de duisternis behoort, aanvallen waar dit mogelijk is.

De mens zelve zal in deze tijd voortdurend gekweld worden door misvattingen en misverstand. In de eerste plaats zal het geloof veelal te kort schieten. Want het zoeken naar de redelijke uitleg i.p.v. naar het innerlijke begrip, brengt een voortdurend sterkere tegenstelling tussen de mensen met zich, gepaard gaande met een verwerpen van geestelijke krachten. Een mens, die niet vertrouwt, die geen overgave kent, die niet gelooft, dit, mijne broeders en zusters, is het begin van zijn ondergang. Hieraan gaan de mensen zelf onder, maar ook de volkeren.

Het is niet zo lang geleden, dat de wijzen en meesters gehele volkeren hebben geleid. Nu komt de tijd, dat deze leiding langzaam moet ophouden. De tijd voor aparte volkeren en landen is voorbij. Maar de krachten, die zich stoffelijk daarin gevestigd hebben, de mensen zelf, menen hieraan juist hun gezag en belang te ontlenen, verzetten zich daartegen met alle macht. Men weigert de noodzaken van het heden te erkennen, Daardoor zal Uw wereld in verwarring zijn.

Voor ons in de geest liggen de zaken ietwat anders. Tot voor ongeveer 60 jaren was er een weg tot inwijding open, waardoor wij in staat waren althans enige krachten op aarde te activeren en geschikte leerlingen aan te trekken. Toen echter rond de eeuwwisseling voor ons bleek, dat deze weg niet meer voldoende was, hebben wij de oude poorten gesloten. Het heeft geen zin een inwijding van enkelingen te voltrekken op een tijd, dat zij in de wereld ten hoogste meer strijd en lijden betekenen, dat zij onbegrijpend, vele misvattingen veroorzaken en zich soms zelfs vernederen tot bedrog om zo hun stellingen te doen doordringen tot de wereld. Wij weten, dat ook de lagere geesten soms zich niet zullen ontzien, ommentwille van effect en aanvaarding van hun stellingen, verder te gaan dan redelijk aanvaardbaar is, dan voor de mensheid goed is. Natuurlijk zullen wij, waar dit de geest betreft, trachten om dergelijke storingen te voorkomen.

Maar in ons begint een nieuwe vrijheid te bloeien. Rijp begint de mensheid te worden en het zal niet lang meer duren of hetgeen wij gezaaid hebben gedurende honderdduizenden jaren moet zijn vrucht gaan dragen. Er is meer in het Al, dan gij kent. Achter het leven van de sferen zelfs, die gij aanvaardt, ligt een wereld van zo grote vrijheid, van een zo grote eenheid, dat wij – onze taak bijna volbracht ziende – meer en meer getrokken worden tot dit, waaraan alle vormen vreemd zijn. Onze meesters treden soms reeds binnen in dit rijk. Zij tonen ons reeds de weg. In ons wezen brandt het verterende verlangen om een einde te maken aan de strijd en aan de ontwikkeling, die we zo lang hebben moeten leiden.

Toch zullen wij U niet verlaten. Maar het moet nu snel gaan. Snel, omdat het verlangen zo groot is. Er is geen tijd meer om U, mensen, langzaam maar zeker Uw eigen weg te laten gaan. Ge hebt rijpheid gevonden, nietwaar? Gij staat aan de grens van een nieuwe era, van een nieuw bestaan, een nieuw menselijk beleven. En daarom moet dan de vernieuwing geschieden volgens de aloude wetten. De aloude wetten zeggen, dat slechts het grote bereikt kan worden, wanneer het onwaardige, het niet-passende wordt teruggedrongen tot geestelijke werelden. Niet om te vernietigen laten wij toe, wat er geschieden moet. Niet uit haat voor de mensheid of uit gebrek aan genegenheid. Maar wanneer de vernieuwing komt, moet de wereld gereinigd en gewassen worden. Helaas is de mensheid alleen te wassen in het bloed van hen, die onrein waren.

Denk niet, dat wij bloedoffers willen brengen. Wat wij U besparen kunnen, zullen wij U besparen. Zelfs nu, waar ons wezen verdeeld is tussen de naderende bereiking en de blijvende plicht, zijn wij verbonden met Uw wereld, met U allen. Wij zullen geen enkele plicht verzaken, wij zullen niets nalaten om Uw lijden te verzachten. Maar ge zult de grote wereld moeten kunnen aanvaarden; een wereld, die minder plaats heeft voor een stoffelijk “ik”. Een wereld, die vraagt naar groter geestelijke eenheid. En wie niet de grote krachten van het Al kan aanvaarden, zal moeten lijden, wie niet het innerlijk geloof en de innerlijke stem kan vinden, zal teleurgesteld worden. Wie niet de noodzaak tot vrede voelt als een kern van alle bestaan, zal in geweld ondergaan. Want de oude dingen gaan voorbij.

Toch, vrienden, gij, geboren uit dezelfde Geest als wij allen, deel van dezelfde kracht, die ons beweegt, het valt ons moeilijk U over te leveren aan het lot, dat gij Uzelf schept. Want ook wij geloven, ook wij bidden, ook wij erkennen, mediterend en onderzoekend, veel wat verwant is met U. Achter het lichtende licht, achter de leegte der erkenning, schuilt ons aller kracht: God. En in die God zijn we met elkaar verenigd: in die God zullen wij elkaar blijven ontmoeten, fase na fase, sfeer na sfeer, volk na volk. Wij geloven, dat eerst wanneer al wat deze wereld heeft bezield vrij is, onze taak teneinde is. Wanneer wij de fakkel van bewustzijn en van weten hebben kunnen overgeven aan andere volkeren, die wonen op andere sterren, dan is het genoeg. Dan is er vrede.

Wij zouden die tijd naderbij willen trekken niet slechts voor ons maar ook voor U.

En wanneer wij dan de goddelijke wetten gebruiken om daardoor de wereld te prikkelen en aan te sporen tot een nieuw bereiken, opdat aan het einde van de derde fase eindelijk het grote begrip komt en de zeven fasen voltooid worden, moet U ons dat niet euvel duiden. Want wij zijn één met U en verbonden met U. Onze stem en de klank van onze klokken zal klinken over de wereld, als een laatste maanteken. En de krachten der hemelen, geleid door hem, die men wel Ezechiël noemt, zullen het U schrijven in de lucht. De aarde zal spreken, indien de mens slechts wil horen. Want niets van het uiterlijke is nog belangrijk. Dat, wat ge rond U ziet, is mors en verteerd en zal vervallen. Maar wat in U leeft als een nieuwe vrijheid, een nieuwe aanvaarding, dat is de nieuwe tijd. Dat is de oplossing voor alle problemen en voor alle raadselen.

De meesters hebben besloten, dat hij, die thans leeft en werkt, hij, die thans – tezamen met velen, die ingewijd waren en terugkeerden tot Uw wereld, een laatste maal – de vernieuwing brengt, de laatste zal zijn, die op deze wijze op de aarde zal neerdalen. Het einde van de profeten en van de meesters. Het einde van de stoffelijke weg en de stoffelijke openbaring. Want nu moet de fase beginnen van het geestelijk begrip. En indien gij, mijne vrienden, U wilt voorbereiden, indien gij, mijne broeders en zusters, innerlijk deel hebt aan dit werk, erkennende de vrijheid van de stof, maar voor alles de plicht van de geest aan de goddelijke wet, dan zal onze taak snel teneinde zijn.

Dan zult gij het licht kunnen voortdragen, totdat het hele Al bezield en erkennend, één is met de Kracht, Die ligt achter alle werelden.

Dat zij, die weten, zij, die de geheimen kennen of ze zoeken, in zich dit heiligdom openbaren en dragen. Want dit is de weg en er is geen andere. Dat zij echter, die gebonden zijn aan de stof en slechts de stof liefhebben beseffen, dat de dagen kort zijn. Dat zij, die geloven, de kracht mogen gevoelen, die het lichtende Zelf, Al-geest en Schepper, op deze wereld thans zendt als een tijding van Zijn liefde. Dat zij, wier geloof niet sterk genoeg is, zich haasten. Want hun wereld van feiten valt in elkaar.

Maar vreest niet. Want de vernieuwing is er een des lichts. En waar het licht zich openbaart, waar de stemmen der meesters een laatste maal klinken, daar is U een weg bereid tot nieuw bestaan, tot vernieuwing van wereld en geest.

Dat de vrede van de weg en de kracht van de rechtvaardigheid des Scheppers in U moge rusten.

o-o-o-o-o

Ja, ik kan moeilijk commentaar gaan geven. Per slot van rekening, als we kleine jongens zijn, proberen we de wetgever de wet te gaan uitleggen en dat is een beetje verkeerd. Maar misschien mag ik er wel wat aan toevoegen, tenzij U bezwaar hebt.

Wat hier door deze spreker is gezegd, betekent heel wat meer, dan in de woorden staat natuurlijk. We moeten een beetje tussen de woorden doorlezen om werkelijk te begrijpen, wat hij bedoelt. Het schijnt nu eenmaal zo gebruikelijk te zijn en ook wij ontkomen daar niet altijd aan.

Maar wij van onze kant, wij verwachten ook een nieuwe tijd, weet U. Daar werken wij ook voor. En ik heb het idee, dat die nieuwe tijd voor de meesten van ons, die dus ook soms op aarde leven, een blijde tijd zal zijn.

Per slot van rekening wat moet het tot dankbaarheid stemmen, wanneer je dogma’s ziet vallen en je jezelf vrij voelt worden om geestelijk zo te streven als je wilt. Ik kan mij zelfs voorstellen, dat het vallen van die vele beperkingen, die de wereld heeft opgebouwd als grenzen en wetten, dat ook dit een zekere zegepraal wordt, een zekere nieuwe bewustwording. Dat wat op het ogenblik bestaat, moet zo zijn. Daar kunnen wij niets aan doen, daar kunt U niets aan doen. Het is zo gegroeid in de loop der tijden en het hoort bij de ontwikkeling van de mensheid. Maar we mogen misschien – vooral omdat we zelf ook geleefd hebben in die bekrompenheid en die omstandigheden – toch wel zeggen, dat je soms blij bent als het eerste onweer de lente aankondigt, al is dat ook nog zo dreigend en gaat het gepaard met storm en met harde regen.

Weet U, wij hebben zo het idee, dat het eerste onweer van een nieuwe tijd op losbreken staat. Niet direct als een grote oorlog, hoor. Een grote wereldoorlog zal het nog wel niet zijn. Maar wel als een reeks van gebeurtenissen, die zich steeds meer gaat ontwikkelen. En wij zijn er blij om. Per slot van rekening wat kan er beter zijn, dan het afbreken van het oude, dat zijn levensvatbaarheid verloren heeft en het geboren worden van het nieuwe?

Toch gaan we heel rustig door, zoals we dat de laatste honderden jaren gedaan hebben. Want onze plicht is; U te blijven helpen, totdat de vernieuwing er is. En zo is het ook voor U natuurlijk. Het is Uw taak U voor te bereiden op de vernieuwing, maar tevens Uw plicht om zolang deze vernieuwing er nog niet is, nog niet kenbaar optreedt, U te houden aan de verplichtingen van het oude. Dat zal zo’n wijze meester misschien wel eens over het hoofd zien. Die denkt alleen in die grote termen van honderden jaren, misschien wel van duizenden. Maar wij zijn dan toch wel wat beperkter. Als we nu alleen maar begrijpen, dat alles, wat er verandert, ook al lijkt het nog zo slecht, een verandering ten goede is. Wanneer wij begrijpen, dat elke nieuwe bewustwording voor ons een schrede is naar een nieuwe wereld. Ik geloof, dat we er dan wel vrede mee kunnen hebben. En wat U misschien hier en daar onder angstige vermoedens hebt gemist bij deze spreker, hij heeft het toch duidelijk gezegd, dat al deze grote meesters onze vrienden zijn. Dat ze naast ons staan. Dat ze ons niet in de steek laten. Dat ze ons helpen, omdat ze ook ons genegen zijn. Dat ze voor ons de liefde hebben, die misschien naastenliefde genoemd mag worden of kosmische liefde.

Wij staan niet alleen in wat gaat komen en wat gaat gebeuren. En alle veranderingen, die komen, zullen wij accepteren. Soms zal het pijnlijk zijn zo’n verandering helemaal te aanvaarden, omdat we …..nu ja, er zelf ook een beetje schuld aan hebben. Maar laten we dan proberen er het beste van te maken. Laten we ons geloof, ons vertrouwen niet verliezen en laten we verder streven in een positieve zin. Dan zal al hetgeen onze meester zo even heeft gezegd, toch, denk ik, licht betekenen, grotere vreugde, grotere blijheid om het nieuwe, dat komen gaat.