Tussen minderwaardigheidscomplex en zelfoverschatting

Wij zullen het vanavond hebben over de mens die zweeft tussen minderwaardigheidscomplex en zelfoverschatting. Dat is ook begrijpelijk. De mens heeft de behoefte om zichzelf te bewijzen. Maar hij kiest meestal een weg die hij eigenlijk niet goed kan gaan. Dat is niet direct een kwestie van zelfoverschatting, maar hij wordt door de gehele gemeenschap waarin hij leeft, door de omstandigheden waarin hij verkeert in een bepaalde richting gestuurd en in die richting wil hij presteren. Als dat goed gaat, is er niets aan de hand. De man zal zichzelf dan niet teveel overschatten. Hij zal begrijpen dat hij tekortkomingen heeft. En in zijn prestatiebehoefte is hij zo druk bezig dat van een minderwaardigheidscomplex eigenlijk geen sprake is. Anders wordt het als je niet kunt beantwoorden aan de normen van de maatschappij. Ik geef hier een paar voorbeelden.

Als je qua gestalte bv. sterk afwijkt van je medeburgers, je bent een beetje klein zoals een zekere Napoleon Bonaparte, dan heb je het gevoel dat je juist daarom meer moet zijn dan een ander. Dat is in feite een minderwaardigheidscomplex. Je bent niet in staat je eigen prestatie reëel te beoordelen. Je ziet in jezelf tekortkomingen en gelijktijdig wil je de buitenwereld duidelijk maken dat je het veel beter doet dan zij het ooit zouden hebben gedaan.

Napoleon heeft deze techniek gevolgd. Hij heeft verscheidene malen op zichzelf krankzinnige experimenten gedaan met de placering van artillerie. Door een toeval, namelijk een plotseling afwijken van de normale strategie door de tegenstander, had hij een enorm succes. Zo heeft hij eigenlijk zichzelf omhoog gepraat.

Aan de andere kant had hij ook weer het gevoel dat hij niet voldoende was; hij wilde altijd meer alleen maar om te bewijzen wie hij was. Dat is geëindigd o.a. met de manier waarop hij Joséphine de Beauharnais, aan wie hij werkelijk een heel goede partner had, terzijde heeft geschoven voor iets anders. Dat is ook gebleken uit de wijze waarop hij Rusland heeft aangevallen. Want ‑ en dat weten de meeste mensen misschien niet ‑ zijn grootste ellende was dat hij niet in staat was om een soort entente met Engeland af te dwingen. Op zee was hij niets waard. Dan was voor hem het enige antwoord: dan maar het hele vasteland van Europa zodanig domineren dat Engeland vanzelf klein moest worden. Daarin is hij niet geslaagd. Vanaf dat ogenblik wist hij dat hij klein was; dat hij te ver was gegaan.

Als wij zien hoe hij in zijn ballingsoorden reageert, dan krijgen we het gevoel dat hij eerder door zijn omgeving wordt gemanipuleerd dan dat hij het zelf doet. De beruchte ‘honderd dagen’ zijn eigenlijk te danken aan een samenzwering van een aantal van zijn generaals en niet aan Napoleon zelf. Als we zien hoe hij zich op St. Helena gedraagt, dan krijgen wij het gevoel van iemand die blij is dat hij eindelijk geen vertoon behoeft te geven en die alleen als hij audiënties geeft (dat deed hij ook daar nog) een enkele keer weer uitvalt om duidelijk te maken dat hij toch de heerser van Europa is geweest.

Hoeveel mensen in deze tijd staan niet voor precies dezelfde problemen? Misschien hebben ze wel een gestalte die voor iedereen aanvaardbaar is, maar ze zouden zo graag laten zien dat zij in de maatschappij meetellen. En om in de maatschappij mee te tellen moet je ofwel aanhang gewinnen, dan wel geld verdienen. Dat zijn de twee methoden; de rest telt eigenlijk niet. En wat doet men dus? Men begint gewoon te zoeken naar de eenvoudigste weg waarmee men aanhang kan gewinnen of geld kan verdienen. Blijkt dat geen van beide zonder meer mogelijk is, dan zoekt men naar een weg waarmee men een eigen wereld kan scheppen dat eigenlijk buiten de gemeenschap ligt.

Ik heb helemaal geen kritiek op vele artiesten van deze tijd, maar er zijn nogal wat kunstenaars bij die eigenlijk in de kunst zijn gevlucht omdat ze geen mogelijkheid zien om in de maatschappij op een andere manier zichzelf waar te maken. Juist deze mensen dobberen voortdurend tussen minderwaardigheidscomplex en zelfoverschatting. Aan de ene kant het gevoel dat je in de maatschappij niet voldoende betekent. Aan de andere kant de behoefte om duidelijk te maken hoeveel je waard bent en daardoor je betekenis voor anderen ver overschat.

Willen wij deze zaak helemaal nagaan ‑ zeker voor de moderne tijd ‑ dan moeten we ook beseffen: wat de mens nodig heeft is waardering. Maar hoe krijg je tegenwoordig waardering?

Een kind dat opgroeit zal thuis een zekere mate van genegenheid krijgen. Ongetwijfeld. Maar de waardering is heel vaak ver te zoeken. Het erkennen dat jij jezelf bent en niet alleen maar een verlengstuk van het gezin, het erkennen dat je prestaties levert waarop niemand heeft gerekend, blijft achterwege. Dan moet je zoeken naar een mogelijkheid om jezelf kenbaar te maken tegenover anderen. Er ontstaat dan de bekende binding tussen vriendjes en vriendinnetjes wat later dan als vanzelf in een soort bendewezen ontaardt. Let wel, in al deze gevallen zijn het mensen die zoeken naar erkenning. Dat wil zeggen, dat hoe langer de erkenning uitblijft, hoe meer ook in hen een gevoel van onvolwaardigheid kan ontstaan. Het minderwaardigheidscomplex wordt in wezen voor een groot gedeelte gevoed door de maatschappij, door de wijze waarop men als jongere in de gemeenschap staat. En dan kun je maar één ding doen: eisen stellen. Dan sla je desnoods de boel kort en klein. En als het niet anders kan, blaas je het een of ander op. Want alleen op die manier kun je voor jezelf tenminste betekenis gewinnen. Zo goed als je eens op het schoolplein betekenis hebt gewonnen door een ander, die net zo groot en net zo dik was als jij, tegen de grond te werken en af te ranselen om te laten zien dat jij de sterkste bent. Dit is het spelletje dat de hele maatschappij tegenwoordig speelt: wie is de sterkste? En dan gaat het er niet om of je werkelijk wat bereikt. Het gaat er alleen om dat je doet alsof en dat anderen dat aanvaarden. Als je zover komt dat je het gevoel hebt dat anderen aanvaarden wat je zegt, als je maar voldoende ja‑broertjes om je heen vindt, dan wordt dat hele complex van onvolwaardig, van minderwaardig zijn omgezet in zelfoverschatting; op dit terrein kan ik mijzelf zijn. En dan krijgen we de meest krankzinnige situaties.

Een meisje van 16 jaar kan niet leren. Ze gaat naar een fabriek. Zij werkt een poos in die fabriek. Ze krijgt dan het gevoel dat zo er eigenlijk niet bij hoort. Het werk wordt niet al te goed betaald. Ze wil zich op de een of andere manier laten gelden. Toevallig komt ze met een groepje mensen in aanraking die erg actief zijn, die hevig ageren voor emancipatie van de vrouw en al die andere items die je bij elkaar op een hoop kunt vegen en maken tot een mesthoop waarop je koning kunt kraaien. En wat gebeurt er dan? Ze ziet het zo ver komen dat ze eindelijk als kandidaat wordt gezet op een lijst voor de verkiezingen. En dan kan ze haar mond niet houden. “Als ik in de Kamer kom, zal ik alles anders gaan doen.” Overal houdt ze toespraken met een wat iel stemmetje en met woorden die zeker niet de beheersing van de Nederlandse taal doen veronderstellen. Natuurlijk komt ze nergens. Het kind wordt depressief. Het minderwaardigheidscomplex, dat tijdelijk werd gecompenseerd, laat zich weer in versterkte mate gelden. Ze blijft weg van haar werk. Ze begint te roken (stickies) en al snel te spuiten. Dit is een historisch geval. Het meisje over wie ik spreek is op dit ogenblik prostituee in een van de grote steden van het westen. Zij heeft niets meer dan haar droom. Nu droomt ze dat ze toch meerwaardig is aan al die anderen, de gezapige burgers, omdat ze immers leeft zoals zij wil. Dat ze binnen een paar jaar dood zal zijn, kan haar voor geen cent schelen. Het interesseert haar gewoon niet.

Zo zie je altijd weer hoe die mensen heen en weer zwalken juist tussen de behoefte om meer te zijn en de daaruit voortkomende overschatting van eigen betekenis en mogelijkheden en het minderwaardigheidscomplex dat hen in wezen door de gemeenschap voortdurend wordt ingedramd.

Een kind wordt geconfronteerd met de bijbel; met de sterke uitspraken van de bijbel. En met de noodzaak om zich te beheersen, met de noodzaak om steeds meer kritiek te hebben op zichzelf, totdat het zich alleen nog maar een kleine minderwaardige zondaar vindt. Dat kind wordt groot. Dat kind heeft het gevoel: tegenover God beteken ik niets. Dan zal het kind juist daarom proberen op de een of andere manier tegenover zijn medemensen wel iets te zijn. Er komt dan een ogenblik, dat het zegt: het is de Heer die mij dit alles heeft gegeven. Hij overschat zichzelf. Hij begrijpt niet dat het de eigen prestatie is geweest. En juist door dit voortdurend beroep op de Heer, die de zaak verder wel zal regelen, ontstaat de nederlaag. De nederlaag, die dan bijna niet te verdragen is. Je kunt verder klimmen, steeds meer erkend worden, maar kun je dan ook de nederlaag werkelijk verdragen? Het is maar een vraag. Veel mensen slagen daar niet in.

Ik geef u voorbeelden, omdat het heel erg moeilijk is om psychische processen zonder meer uiteen te zetten.

De ontleding van de zelfoverschatting is nog betrekkelijk eenvoudig. Als je iets doet dat door anderen wordt gewaardeerd, al is het maar blaffen als een hond, dan heb je het gevoel dat je dat tegenover de hele wereld kunt doen; dat je overal waardering zult vinden. En dan begin je dus tegen de wereld te blaffen als een hond. Misschien breid je je repertoire uit: je miauwt als een kat, je loeit als een koe, je balkt als een ezel. De wereld zegt: nu ja, wat moet dat voorstellen? Imitaties. Dat is aardig voor tussen de schuifdeuren. En dan roep je uit: “Maar ik ben een geboren artiest!” Niemand geeft je echter antwoord. En dan ga je langzaam maar zeker de vernieling in.

Je zoekt naar iets waardoor anderen je aardig vinden. De een vindt het door snoepjes weg te geven. De ander misschien door iemand te beschermen. De derde door dingen te doen die oudere mensen zo lief en zo aardig vinden. Ik zeg niet, dat het onoprecht is. Maar ergens is dat het kopen van een bepaalde positie. Zolang je dat zelf niet beseft, is er niets aan de hand. Op het ogenblik, dat je gaat begrijpen dat je niet werkelijk lief bent voor je naasten omdat je ze liefhebt, maar omdat je hoopt dat de naasten jou zullen liefhebben, zit er iets fout. Dan krijg je het gevoel: kan ik dat volhouden? Dan ga je je afvragen, of je op die manier verder kunt gaan zonder ergens aan te gronde te gaan. En dan sta je voortdurend voor een afgrond. Je leven wordt dan steeds meer beheerst door een poging om juist die erkenning te behouden of toch weer te vinden wat je er ook voor moet doen en dat ogenblik van confrontatie met jezelf te vermijden.

De zelfoverschatting maakt het je dan mogelijk om de dingen die je doet een betekenis toe te kennen die ze in wezen niet heeft. In de zelfoverschatting ga je de waardering, die een enkel mens voor je heeft, uitbreiden tot de hele wereld; ga je die kleine flard van die je misschien bezit ombouwen tot een systeem waaraan de hele wereld moet beantwoorden, en de flard geloof die je wanhopig probeert vast te houden maken tot een leer, die je iedereen gaat opleggen. Het is heel vervelend om op die manier te leven.

U kent allen het verhaal van de man, die geen Chaplin heette en toch een snorretje had. De man was huisschilder en ook een verdienstelijk kunstschilder. Het enige dat je over hem kunt zeggen, is dat hij met zijn opvattingen sterk architectonisch dacht. Dat betekende dat niemand voor zijn werkstukken veel interesse had. Ze waren middelmatig goed, maar ze waren niet geniaal.

De man kreeg het gevoel dat hij eigenlijk geen betekenis meer had. Het resultaat was, dat hij op betrekkelijk jeugdige leeftijd al soldaat werd. Het was een vlucht naar voren. Een vlucht voor het niet‑erkend zijn, voor het gevoel eigenlijk geen betekenis te hebben. In de militaire dienst heeft hij ook een of twee dingen gedaan die werkelijk de moeite waard waren. Niet omdat hij moedig was, maar omdat er iemand stond te kijken van wie hij waardering wilde hebben. Dat heeft verder zijn hele leven eigenlijk beheerst. Hij deed de dingen niet omdat hij meende dat ze noodzakelijk waren. Hij deed de dingen vooral omdat hij daarmee een erkenning kon afdwingen. Er komt een ogenblik dat je denkt, dat je alles kunt doen omdat iedereen uitroept dat het goed is wat je doet. En dan ontstaat de zelfoverschatting.

Wij zien deze man, die ook wel Schickelgruber werd genoemd, worden tot een monomaan die meent profetisch een rijk te kunnen regeren; die meent zonder begrip van strategie levens te kunnen dirigeren en die bewust of onbewust zichzelf en anderen naar de ondergang sleept. Dat is het rijk dat ligt tussen het minderwaardigheidscomplex en de zelfoverschatting. Niet alleen voor mensen zoals deze, al is hetgeen hij tot stand brengt voor de gehele wereld iets ontstellends.

Hoeveel mensen beginnen niet op precies dezelfde manier? Jagen naar erkenning. Zoeken naar een beetje betekenis. Zoeken naar een beetje rang; een beetje meer zijn dan een ander, omdat ze het gevoel hebben dat ze eigenlijk hier en daar tekortschieten. Dan komt er voor hen een tijd, dat ze anderen tijdelijk kunnen overtuigen van hun gelijk. In die periode proberen zij vele dingen te doen. Zij hebben werkelijk heel goede plannen. Ze doen vaak heel goede dingen. Maar op den duur gaan ze niet meer begrijpen dat hetgeen zij doen toch onder een zekere mate van kritiek te lijden zal hebben. En dan komen ze tot acties die niet meer aanvaardbaar zijn.

Wij hebben dan te maken met een wethouder die moet heengaan, met een politicus die voor schandaal komt te staan, met een bakker die steeds gemakkelijker is geworden bij de fabricage van zijn brood en dan plotseling ontdekt dat hij geen afzet meer heeft. Dan heb je de slager, die steeds meer alle beleggingen heeft gedaan die hij zo belangrijk vond, ook buiten zijn eigen directe sfeer. Want in zijn eigen sfeer ging alles goed, dus daar buiten moest het ook goed gaan. Hij gaat failliet en moet opnieuw beginnen. Zo staan die zaken. Het is niet iets waarvan je kunt zeggen dat het alleen bij de hooggeplaatsten voorkomt, dat het alleen aansprakelijk is voor b.v. de agressiviteit van een deel van de jeugd. Het is een probleem waar de hele wereld mee te maken heeft. Dat komt omdat de wereld niet meer bereid is om u op uw eigen waarde te aanvaarden.

Er is een tijd geweest dat een boerenjongen naar een vreemde stad ging, zichzelf baron noemde, Freiherr of graaf en dan inderdaad als zodanig werd aanvaard zolang hij naar kans zag om zich ongeveer zo te gedragen. Nu geloven ze je niet eens, als je oprecht zegt wat je bent. Dan nemen ze altijd nog aan dat je ze op de een of andere manier in de maling neemt.

Vroeger was het voldoende dat je wilde werken. Dan kon je iets scheppen waarin je jezelf kon terugvinden. Nu moet je werk hebben. Maar het werk op zichzelf is niet interessant. Je wilt geld hebben, je wilt waardering hebben en die kun je niet meer vinden in het product dat jouw product is, dus wil je het hebben in de vergoeding die je voor je werk krijgt. Maar die vergoeding komt langzaam maar zeker los te staan van het werk. En als je geen werk hebt, wat dan?

O natuurlijk, je hebt je rechten en je kunt het direct gaan halen bij de Sociale Dienst. Alles tot uw dienst. Maar hoe voel je je? Zeker, je hebt lekker vrije tijd. Maar het geld dat je krijgt is geen erkenning; het is een aalmoes. Je hebt geen werkelijke betekenis. Dat weet je diep in je hart verduveld goed. Dan kun je je natuurlijk bezig gaan houden met het een of andere clubje. Je kunt proberen allerlei plannen te ontwerpen. Je kunt eindeloos oreren over zaken die met de werkelijkheid niets te maken hebben. Maar als je ook daartoe niet in staat bent, als je alleen met hetgeen je zegt al geen erkenning kunt krijgen, dan heb je nog een paar vuisten. Als dan een ander ernaar uitziet dat hij wel de erkenning van de maat­schappij krijgt, dat die wel veel verdient, dan drum je hem in elkaar, dan schop je hem halfdood. Je zegt dan tegen jezelf: zie je wel, ik ben op één punt meer dan jij. En zij denken dan: als ik het bij de een kan doen, kan ik het bij de ander ook doen. Maar dan lopen ze tegen een persoon aan die karate kent of judo. Ze beginnen met iets en de politie komt erbij. Ze worden gearresteerd; en dan roepen ze uit dat er een groot onrecht is gebeurd, want nu zitten ze weer in de vernieling. Nu zitten ze weer in diezelfde situatie van degene die de mindere is. En dat mindere zijn aanvaarden, is in de moderne maatschappij ontzettend moeilijk.

U zult zeggen: maar is het dan eigenlijk niet zo, dat je op een gegeven ogenblik toch wel iets kunt doen dat betekenis heeft? Dat kun je inderdaad. Maar let wel, de dingen die werkelijk betekenis hebben zijn dermate geïntegreerd in de maatschappij dat je daardoor niet bijzonder kenbaar bent; dat je daarvoor niet het dankwoord krijgt dat je meent te mogen verwachten; dat je daaraan geen positie, geen status kunt ontlenen. Dat kun je eigenlijk alleen, als je tegen de gemeenschap in gaat. Goed. Dan word je kraker, dan word je anarchist. Als je dan maar hard genoeg doorzet en bereid bent om iedereen op te offeren, krijg je erkenning. Dan zie je dat de burgemeester zijn vingers van je aflaat. Dan zie je dat de politie eigenlijk niet weet, of ze wel of niet moet slaan. En dan heb je grootheid bereikt; dan ben je iemand.

Zij zitten dan bij elkaar en praten erover wat ze morgen zullen gaan doen en hoe ze eens eventjes die gevestigde orde zullen bewijzen dat zij meetellen en dat die anderen eigenlijk maar stommelingen zijn. Het gekke is ook hier weer: tussen het begin, het minderwaardigheidscomplex dat je probeert te compenseren en de absolute zelfoverschatting ligt veel goeds.

Niet voor niets hebben wij een titel gekozen waarmee niet beide extremen alleen worden genoemd, maar het gebied daartussen wordt aangetoond als zijnde van betekenis, als zijnde belangrijker dan de beide eind‑ of beginverschijnselen, die zijn ingebouwd in het maatschappelijk bestel en die in de menselijke reactie onvermijdelijk worden.

Op het ogenblik, dat een mens zoekt naar erkenning is hij bereid tot presteren. Wat meer is, hij zoekt naar een manier van presteren waardoor hij erkenning vindt, hoe dan ook. Zolang hij dat doet binnen de maatschappij, is hij een positief element. Er zijn mensen die zeggen: ja, maar al die Strebers (daar gebruiken ze dan een Duits woord voor) zijn eigenlijk de pest voor de maatschappij. Dat is niet waar. Heel veel mensen, die beginnen met dat gevoel van minderwaardigheid, moeten zoeken naar belangrijkheid, zijn degenen die voor de gemeenschap juist de grootste betekenis hebben. Als u kijkt naar het ambtenarenkorps, naar de politici, naar de verschillende grote bedrijven, dan moet u eens zien hoeveel mensen daar zitten die juist uit een eenvoudige omgeving zijn gekomen. Zij hebben misschien gestudeerd, maar dan toch wel omdat vader en moeder werkelijk ervoor gebloed hebben tot het laatste. Dan ziet u dat die mensen niet alleen stijgen in de maatschappij, maar dat ze dat doen door voor de maatschappij iets positiefs tot stand te brengen. Zeker, ook voor hen komt de grens. Er komt een ogenblik, dat ze zo vaak geslaagd zijn ondanks hun gevoel van onwaardigheid, dat ze aannemen dat ze dwaas zijn om zichzelf nog aan enige kritiek te onderwerpen. Zij menen dat kritiek van anderen altijd ongerechtvaardigd is. En komen ze tot zelfoverschatting, de overwaardering van hetgeen er in hen leeft, zodat ze niet meer de feiten kunnen zien. Maar daartussen ligt juist het belangrijke.

Bedrijven worden opgericht meestal door eenvoudige mensen. Het zijn niet de rijke directeuren die steeds weer de weg weten te vinden waardoor een bedrijf zich verder kan ontwikkelen. Het zijn in wezen de eenvoudige mensen. En als u dat niet gelooft, dan is het misschien aardig eens na te gaan hoe de vernieuwingen in de Philips‑industrie zijn ontstaan. De Philipsen zelf zijn zeker geen mensen van wie men kan zeggen: ze zijn rijk. Maar het waren wel mensen die de behoefte hadden om iets waar te maken. Toen eenmaal het directeur zijn was ingeboren in de familie, bleken de vernieuwingen eigenlijk van onderaf te komen van personen die je langzaam in het bedrijf ziet groeien en die dan opeens zeggen; “Nu kunnen wij deze kant uitgaan”. Zij weten dan het bestuur daarvan te overtuigen. Philips is een groot internationaal bedrijf geworden niet dank zij de directeuren die geboren zijn in die waardigheid, maar juist dank zij degenen die met heel veel moeite tot posities zijn opgeklommen die hun tenslotte ook een directeurstitel hebben doen verwerven.

Datzelfde kunnen we zeggen voor de Nederlandse politiek. Het koninkrijk der Nederlanden geregeerd door de adel zou niet ver gekomen zijn. Het zijn in wezen de simpele zielen. De mensen die voortdurend ageren, omdat ze de behoefte hebben om zich toch een beetje te laten gelden op de een of andere manier. Als we het in een politieke naam willen uitdrukken: het is een Drees en niet een Colijn, hoe groot hij misschien als staatsman is geweest, die Nederland heeft geholpen om zichzelf bij de haren uit het moeras te trekken. Kijk daarnaar en u zult zien dat ik gelijk heb.

Juist tussen dat gevoel van minderwaardigheid en de periode, die toch onvermijdelijk weer aanbreekt, van zelfoverschatting ligt het gebied van de grootste productiviteit. Dat kan een troost zijn, als je wordt geconfronteerd met een gemeenschap waarin zelfoverschatting en minderwaardigheidscomplex in zo ruime mate gezaaid zijn dat het bijna lijkt, of ze tezamen met het geboortebewijs worden uitgedeeld. Er zijn ontzettend veel mensen die zoeken naar een weg om zich te laten gelden, om zich te ontplooien, om erkenning te vinden. En vandaag of morgen breekt er zoveel in het systeem dat die mensen de ruimte krijgen die ze nodig hebben en de gevestigde, de zetelende regenten langzaam maar zeker toch een beetje op een zijspoor worden geschoven. Dan zult u zien, dat juist de mensen die gedreven worden door dit gevoel van onvolwaardigheid enorme prestaties leveren met meer hartstocht en meer inzet dan men redelijk gezien in deze maatschappij ook maar van iemand kan vergen of verwachten. Ook voor hen komt de periode van zelfoverschatting bijna onvermijdelijk.

Als je begint met zelfoverschatting, dan is het zielig, het is pijnlijk. Er zijn heel veel mensen die geboren worden in een status en met een aantal mogelijkheden waardoor ze de hele wereld zo’n beetje als hun speelterrein kunnen beschouwen. O, ze werken soms hard. Ze studeren. Ze halen graden. Ze worden doctorandus, doctor etc. Maar eigenlijk is voor hen de wereld ‑ nu ja, daar speel je een beetje meer. Dat wil zeggen, dat hun inzet naar buiten toe misschien wel bestaat, maar als ze werkelijk tegenslag krijgen, dan zakken ze ineens in elkaar. Het is alsof je een ballon doorprikt, je houdt, alleen nog maar het velletje van grootheid over. Die mensen worden dan, als ze falen, geconfronteerd met een minder‑zijn, een niet‑volwaardig‑zijn dat voor hen niet te dragen is. Die mensen gaan dan anderen vermoorden of ze begaan zelfmoord. Dat is heel eigenaardig maar waar.

Laten we daarom maar niet teveel kijken naar degenen die zichzelf overschatten in deze periode, dat zijn er ook heel wat. Laten we kijken naar de mensen die ‑ al zijn ze naar buiten toe misschien persoonlijkheden, die hun mogelijkheden overschatten ‑ gedreven worden door een minderwaardigheidscomplex, die gedreven worden door de behoefte om zich waar te maken. Het zijn die figuren die het meest be­tekenen. Het zijn die figuren die het meest waarmaken.

Een neger in de Verenigde Staten, die zeer bekend is geworden, heeft eens gezegd toen hij begon met het publiek te werken: “Als kleurling moet je drie keer zo goed zijn als een blanke is, om ook maar enige erkenning te vinden. Ik zal tien keer zo goed zijn”. Dat heeft hij niet gehaald, maar vijf keer heeft hij gehaald. Hij is op het ogenblik rechter bij het hoogste Gerechtshof van de States. Dergelijke mensen zullen juist door de wijze waarop zij reageren en presteren de mensheid duidelijk maken dat er meer mogelijkheden zijn, dat er meer bereikt kan worden. Dat is het belangrijke van de mensen in een tijd als deze.

Zelfoverschatting, ach. Er zullen heel wat ballonnetjes leeglopen in de komende jaren. Er zullen heel wat mensen tot de ontdekking komen dat ze niet de mooie, geliefde jongens zijn die ze dachten te zijn, dat ze niet de eeuwige vamps zijn die oneindig kunnen voortgaan met erkenning af te dwingen zonder iets te doen. Dat zijn van die jeugdsyndromen die aan het einde van de puberteit vaak naar voren treden. Dan denk je alleen omdat je er leuk uitziet of een bepaald iets kunt – al is het maar wiebelen met je adamsappel of klapperen met je oren ‑ dat je meer bent dan een ander. Maar dat gaat er gauw genoeg af. Zelfs dan is het al een verschijnsel van compenseren. Een zoeken, het gevoel van niet volwaardig zijn, dat in menig gezin en in menige samenlevingsvorm ontstaat, op de een of andere manier teniet te doen door je te beroepen op je beste punt en menen dat je op dat terrein in ieder geval onfeilbaar zult zijn.

Van een vaste, geregelde maatschappij kun je altijd verwachten dat de plaats die je inneemt een plaats is waarop je ook betekenis hebt. Zelfs de dorpsidioot had vroeger een vaste functie. Daardoor kon hij zelfs als dorpsidioot een mate van tevredenheid bereiken. Nu zijn er geen dorpen meer, idioten zijn er nog genoeg.

Heel veel mensen worden steeds weer geconfronteerd met het feit, dat ze op het een of ander terrein de mindere zijn, want vaste verhoudingen zijn er niet. Maar je bent toch jezelf. Als je jezelf bent en jezelf kunt waarmaken hoe dan ook, dan beteken je toch net zoveel als die anderen. Heus, het is niet nodig om alles zozeer te compenseren dat je een Hitlertje wordt of een Napoleon. Het is niet noodzakelijk om jezelf te begraven in de woestijn en dan zogenaamd engelen op bezoek te krijgen (dat vertellen ze aan eventuele toeristen die komen kijken) om op die manier een reputatie te verwerven. U behoeft geen Anthonius te zijn, geen Hiëronymus of wie dan ook. U behoeft alleen maar uzelf te zijn.

Als u wordt geconfronteerd met het gevoel dat u minderwaardig bent, vraag u dan eens af: wat ben ik? Zeg niet: wat heb ik aan mogelijkheden of aan instrumenten? Vraag u af wat u bent. En als u kunt zeggen: ik ben een wezen dat in zichzelf zoekt naar licht, dat bereid is om ook anderen licht, vriendelijkheid te geven, dan bent u als mens de moeite waard, dan behoeft u geen minderwaardigheidscomplex te hebben. Want wat die anderen doen is ook zoveel niet. Maar denk dan niet dat u, omdat u op een bepaald gebied misschien de meerdere bent van anderen, daaraan rechten kunt ontlenen. Overschat niet de mogelijkheden en de positie die u heeft tegenover anderen. Durf aanvaarden dat u gewoon een mens bent met de mensen en… leef als zodanig. Dan vermijdt u die ellendige conflicten die voortduren weer opduiken.

Ik wil nog kort een definitie geven zowel van de beide uitersten als van het tussenliggende gebied. Het minderwaardigheidscomplex is opgebouwd uit een aantal emoties plus een aantal indrukken waardoor men zichzelf niet kan aanvaarden zoals men is. Een meerwaardigheidsgevoel ontstaat over het algemeen doordat men – een beperkte aanvaarding gevonden hebbend ‑ heeft besloten blind te zijn voor alle andere mogelijkheden en waarderingen. Tussen beide in ligt een gebied waarin de mens streeft. Elke mens moet streven om meer mens te zijn. Hij moet voortdurend proberen iets boven de normen te komen die hij aan zichzelf terecht zou mogen stellen. Want alleen daardoor krijgt hij het gevoel betekenis te hebben en kan hij voor de wereld veel betekenen.

*  Is het niet zo, dat juist veel mensen blijven steken in het minderwaardigheidsgevoel en wordt deze stagnerende ontwikkeling niet bepaald door het karakter van de betrokkenen? Dit zou dan mede astrologisch bepaald zijn en gezien onze maatschappijstructuur min of meer onvermijdelijk.

Tot op zekere hoogte heeft u gelijk. Wat betreft de onvermijdelijkheid, ben ik zo vrij om het niet met u eens te zijn. Een karakter is in de eerste plaats, en dat mogen wij niet vergeten, erfelijk aanwezig. Met andere woorden: het karakter komt mede van de ouders. De mogelijkheden in een karakter worden door de ouders bepaald en niet alleen door de astrologische kwaliteiten. Wat wij wel zien ‑ en daarin kan de astrologie een rol spelen ‑ is dat op een gegeven ogenblik zoveel planeten a.h.w. negatief staan dat hierdoor de minst goede kant van het karakter naar voren komt.

Stel, dat een karakter al enigszins wankelmoedig is. Stel verder, dat het de Tweelingen negatief heeft, dan zal de persoon de neiging hebben tot pessimisme, onzekerheid en daarmee op den duur een meer dan levensgroot minderwaardigheidscomplex. Bekijk je datzelfde bij een Steenbok met een verder gelijke stoffelijke structuur, dan blijkt dat ook hier een negatief effect een rol speelt, maar dat door de astrologische structuur er een sterke neiging is tot zelfbevestiging. Dat is namelijk een eigenschap van de Steenbok. Bij de Steenbok zullen we dus wel een minderwaardigheidscomplex zien, maar dat over het algemeen dermate redelijk gecompenseerd dat we ook zonder dat het overslaat tot een meerwaardigheidsgevoel toch kunnen spreken van een redelijk positieve ontwikkeling.

Hebben we daarentegen een Leeuw (ik neem nu maar enkele tekens) en gaan we weer uit de gelijke karakterstructuur van de ouders, dan blijkt dat de Leeuw, als de zaak negatief is, ontzettend heerszuchtig wordt. Wordt die heerszucht niet erkend, dan ontstaat er een zeer lang slepend minderwaardigheidscomplex. Let wel in dit geval ontstaat er altijd een meerwaardigheidsgevoel op grond van een enkele prestatie of een enkele persoonlijke mogelijkheid die dan wordt uitgebuit en wordt gezien als het enig gewichtige dat hierdoor de persoon tot een irrationeel gedrag komt.

Hier heeft u drie verschillende tekens. Bij al die tekens kunnen we zeggen: wanneer het sterrenbeeld negatief staat, dan is een minderwaardigheidscomplex in zekere mate aanwezig en zal de rest van de karaktertrekken gaan domineren.

Hebben wij bij dezelfde tekens echter een positieve werking, dan kan de gemeenschap weliswaar het minderwaardigheidscomplex veroorzaken, maar dan blijkt bv. de tweeling in staat te zijn om door een levenslust en daadkracht die weer op de voorgrond treden dit te compenseren.

Het minderwaardigheidscomplex kan op de achtergrond blijven bestaan, maar zal geen werkelijke invloed hebben op het leven. Daarmee is ook de zelfoverschatting, die op sommige punten ten dele eigen is aan de Tweeling, wel altijd zichtbaar, maar het is geen zelfoverschatting die blijft domineren. Ze wordt dus niet vanuit de wereld gezien als iets wat erkend moet worden. Het is gewoon een persoonlijke benadering.

Kijken wij bij de Steenbok, dan blijkt dat bij de positieve uiting de neiging bestaat om zichzelf een mate van zekerheid of onfeilbaarheid toe te kennen die gelukkig vaak wordt gecompenseerd door de mildheid die ook in dit teken gelegen is.

Bij de Leeuw blijkt dat de zelfoverschatting in zekere mate wel blijft bestaan, maar dat die wordt gecompenseerd door een zodanige grootmoedigheid dat zelfs vrijwillig nederlagen worden aanvaard om andere te sparen. Dat betekent dus in wezen dat we niet de astrologische invloed plus het grondkarakter (het erfelijk karakter) kunnen beschouwen als bepalend.

Dat in de maatschappij het minderwaardigheidscomplex nogal eens bevorderd wordt, dat ben ik met u eens. Maar ik meen, dat de interpretatie van die invloed sterk afhankelijk is van het karakter en van de astrologische beïnvloeding. Ik geloof niet, dat iedereen in deze wereld onvermijdelijk met een minderwaardigheidscomplex te raken heeft. Opvoedingselementen kunnen daartoe bijdragen. En dan blijkt dat mensen, die zeer streng worden opgevoed, over het algemeen hun hele leven een mate van onzekerheid en een minderwaardigheidscomplex behouden, terwijl mensen die zeer vrij worden opgevoed in het begin vaak een zelfoverschatting kennen. Wordt die gefrustreerd, dan ontstaat er tijdelijk een minderwaardigheidsgevoel dat echter snel kan worden gecompenseerd. U ziet het, het is in deze maatschappij dus niet zo dat men mede door astrologische invloeden plus de wereld zonder meer een minderwaardigheidscomplex krijgt. Het wil wel zeggen, dat men onder bepaalde omstandigheden sneller dit minderwaardigheidscomplex zal ontwikkelen in uw maatschappij dan in een andere maatschappijvorm.

*  Is er een bepaald teken dat minderwaardigheid of meerwaardigheid predestineert?

Neen, dat kun je niet zeggen omdat als we van een teken uitgaan, wij rekening moeten houden met een groot aantal variabelen die onder elk teken kunnen optreden. Als ik een teken zou willen noemen dat zelfoverschatting nogal eens in de hand werkt, dan is dat misschien de Maagd. De Maagd heeft namelijk de neiging tot zelfoverschatting. Maar het wonderlijke is, dat die door het leven vaak wordt gecompenseerd en dat bovendien in dit geval het rijzende teken (de ascendant) een zodanig sterke neveninvloed uitoefent dat je hierdoor eigenlijk een absolute vertekening van de oorspronkelijke eigenschappen ziet. Je kunt dus niet zeggen: er is een teken dat predestineert tot hetzij zelfoverschatting, hetzij minderwaardigheidscomplex. Je kunt wel zeggen dat onder bepaalde tekens de uiting van minderwaardigheidscomplex of van zelfoverschatting sneller naar voren komt. De tekens die ik daarvoor zou willen noemen zijn: de Leeuw, maar ook de Waterman en de Schutter.

In deze drie tekens zien we nogal eens de conflictsituatie optreden.

Maar deze tekens, zuiver zijnde (de Schutter met een Schutter ascendant, wat haast niet denkbaar is en bij de Waterman geen sterke dominantie van de maan, wat meestal wel voorkomt), kunnen inderdaad tot een sterk conflict leiden tussen minderwaardigheidscomplex en de neiging tot zelfoverschatting. Als daartussen een compromis wordt gesloten, dan hebben we hier weer te maken met tekens die ongewoon evenwichtig lijken. Of ze het innerlijk zijn, dat hangt van heel veel factoren af.

*  Zoudt u iets kunnen zeggen over de geestelijke ontwikkeling of het ontbreken daarvan bij de mens die sukkelt met minderwaardigheidsgevoelens en/of zelfoverschatting. Wat zijn de gevolgen na de overgang?

Als je een minderwaardigheidscomplex hebt, dan zal dit je van verhinderen bij het opdoen van ervaring. Je bent niet zeker genoeg om bv. bepaalde risico’s te lopen en dat is in het leven soms noodzakelijk. Het zou dus kunnen betekenen, dat je in mindere mate bewust wordt dan zonder dit het geval zou zijn. Daar staat natuurlijk tegenover dat, als je dat minderwaardigheidscomplex leert compenseren of zelfs in zijn geheel leert overwinnen dat dan juist de bewustwordingswaarde aanmerkelijk meer en beter is dan ze zonder deze factor zou zijn.

Bij zelfoverschatting is het onvermogen tot aanvaarden van mislukking een heel belangrijke factor en dit kan zelfs zeer schadelijk zijn. Dan geldt verder na de overgang: iemand met een minderwaardigheidscomplex is meestal aangenaam verrast. Iemand die lijdt aan zelfoverschatting heeft het gevoel dat de hele kosmos zich ineens tegen hem keert. Hij heeft dus meer de neiging om tijdelijk terug te vluchten naar de een of andere duistere omgeving waarin hij niet wordt geconfronteerd met de werkelijkheid van zichzelf.

*  In de sferen bestaan beide eigenschappen dus niet?

Daar kunnen die eigenschappen moeilijk bestaan, omdat in tegenstelling tot de wereld waarin je alleen de uiterlijke reflectie ziet van hetgeen je bent, je in de sferen de totale reflectie ontvangt omtrent je wezen uit alles waarmee je contact hebt. Het is dus heel erg moeilijk om jezelf te bedriegen omtrent jezelf, daar je voortdurend wordt geconfronteerd met het beeld van je zelf zoals het in anderen werkelijk leeft. Dat sluit dus zelfoverschatting voor een groot gedeelte uit. Het bete­kent ook, dat een minderwaardigheidscomplex snel ongedaan wordt gemaakt, omdat je met de reële waardering van anderen te maken krijgt. Je hebt een juister beeld van jezelf en dan vallen die kwaliteiten weg.

*  Is het niet zo, dat de grote Leraren van de mensheid zoals Jezus en Boeddha ook aan deze uitersten onderhevig zijn geweest?

Ja, die perioden hebben zij ook gehad. Als we denken aan Jezus, dan krijgen we dat gevoel van onzekerheid en minderwaardigheid kort voor de aanvaarding van zijn werkelijke taak. Wij zien dat later het onvermogen tot aanvaarden en zelfaanvaarding ook optreedt in de Olijvenhof waar Jezus een paar uren nodig heeft om tenslotte te zeggen: nu ja, als het moet, moet het maar. Wat de Boeddha betreft, zien we precies hetzelfde. Hij begint met een mate van zelfoverschatting, wordt geconfronteerd met de werkelijk­heid, komt tot onzekerheid en gaat van de ene leraar naar de anderen. Dat is weer een bewijs dat hij een zeker minderwaardigheidscomplex heeft, dat hij het gevoel heeft: ik kan nergens beantwoorden aan de eisen die mij gesteld worden. Dan overwint hij deze, aanvaardt zichzelf zo­ als hij is, en wordt dan inderdaad na korte tijd boeddha. Vanaf die periode maakt hij geen verschil meer tussen zijn innerlijk en de wereld. Hij ziet gewoon elke reactie als een normaal iets dat uit de ander voortkomt en waarmee hij zelf niets te maken heeft, maar waarop hij alleen behoeft te antwoorden volgens zijn eigen wezen.

Ook Mohammed heeft wel degelijk een minderwaardigheidscomplex. Dat minderwaardigheidscomplex drijft hem ertoe nutshuwelijken te sluiten. Hij heeft verscheidene huwelijken geploegd voordat hij met Fatima trouwde. Dan heeft hij aanzien en positie. Hij wordt een bekend karavaanleider. Hij gebruikt zijn aanzien en het geld van zijn vrouw om erkenning te krijgen waardoor hij een soort burgemeester wordt. Dan komt hij tot de zelfoverschatting die hem brengt tot de eerste ‘heilige oorlog’. Op dat ogenblik ziet hij zichzelf als de heerser van de wereld. Je zou zeggen dat hij vóór de tijd dat de mensen dit kenden al leed aan een Khoumeiny‑complex. Als hij eenmaal Mekka heeft bevrijd (dat is typerend voor de man), dan realiseert hij zich eigenlijk dat hij het niet is die het voor het zeggen heeft. De soera’s, die de meest mystieke betekenis hebben en ook de beste uitleggingen daarvan, komen ook uit de periode na de verovering van Mekka. Daarna trekt hij zich terug in Medina.

Zo ziet u dus dat ook grote Leraren, godsdienststichters e.d. wel degelijk die periode hebben doorlopen. Er zijn er ook die er niet uitkomen.

Brigham Young (stichter van de Mormonengemeenschap in Salt‑Lake City) begint uit een minderwaardigheidscomplex met bijbelstudie. Hij komt tot een zelfaanvaarding, krijgt volgelingen en vindt daarin inderdaad vrede. Hij gaat echter steeds verder. Dan komt het ogenblik, dat hij om nog meer waar te worden gaat fantaseren? Dus overgaat tot allerlei gedragingen die niets meer te maken hebben met de werkelijkheid, (de geestelijke of de andere werkelijkheid voor hemzelf) en die hem tenslotte voeren tot de ondergang. Hij had zich moeten houden aan al datgene wat Jozef Smith (stichter van de Mormonenkerk) oorspronkelijk heeft gezegd en heeft gedaan. Maar Brigham Young ging net een stapje te ver omdat hij zichzelf wilde worden en daardoor ‑ zich overschattend het eigenlijk zichzelf onmogelijk heeft gemaakt om in een normale maatschappij te leven. Dat is wel typerend.

* Heeft Krisnamurti ooit last gehad van een minderwaardigheidscomplex?

Neen. Hij heeft geen last gehad van een minderwaardigheidscomplex. Hij is vreemd genoeg vanaf zijn jeugd een zeer evenwichtig persoon geweest. Wat hij echter ontdekte, was dat de zelfoverschatting hem werd bijgebracht. Dat is in de Besant‑periode geweest. Toen men van hem de nieuwe wereldleraar wilde maken, besefte hij op een gegeven ogenblik dat hij zichzelf niet als zodanig zag, maar dat als hij anderen toestond dat te zien, hij tekort zou schieten tegenover zichzelf.

Dat betekent dat hij dus op dat moment geen minderwaardigheidscomplex had. En dan zien we dat hij zich terugtrekt; dat hij gaat, leven als filosoof die ook zijn kost verdient en aan het werk gaat. Dan vindt hij zijn werkelijke betekenis, namelijk de mens die innerlijke vrede vindt en vanuit die vrede een benadering kan vinden voor alle problemen van de mensen. Ik geloof niet, dat je hem moet overschatten of onderschatten. Hij is een van de weinige mensen die zichzelf heeft gevonden en aanvaard in deze tijd. Dat op zichzelf is natuurlijk al iets om met tenminste drie sterretjes te vermelden.

Ik heb getracht u in de inleiding een compleet beeld te geven. Maar er zijn nog wel een aantal zaken op te merken. Minderwaardigheidscomplexen worden meestal zo genoemd, als ze naar buiten treden. Minderwaardigheidsgevoelens bestaan echter bij elke mens. Het is alleen naar de vraag, of je met dat gevoel van de mindere zijn kunt instemmen.

Elke mens heeft zijn positieve en zijn negatieve kant. Als je de negatieve kanten aanvaardt en de positieve kanten zo goed mogelijk gebruikt, dan zul je heus wel eens het gevoel hebben dat je ergens toch niet helemaal meetelt of dat er ergens iets fout zit. Maar je zult nooit daardoor gedomineerd worden. Door het positieve in je persoonlijkheid altijd zo goed mogelijk te hanteren en te gebruiken kom je verder. Als je niet weet wat het positieve is, onthoud dan maar dit: het is al datgene waardoor je de mensen om je heen iets gelukkiger achterlaat of desnoods een zekere waardering afdwingt. Overschat uzelf nooit. Het is zo gemakkelijk om aan te nemen dat, als het ene gaat het andere ook wel zal gaan. Het leven is gokken. Het is een soort kansspel, altijd weer. U zult niet altijd slagen en u zult ook niet altijd missen. Maar neem niet aan, dat het slagen iets is dat de wereld u verschuldigd is. U bent uzelf. Als u uitgaat van uw mogelijkheden en nooit probeert anderen verantwoordelijk te stellen voor het bereiken of het verwerpen van datgene wat u voor uzelf erg belangrijk vindt, dan zal die zelfoverschatting heus wel meevallen. Ach, elke mens heeft wel ogenblikken dat hij denkt meer te zijn dan hij is. Dat kan geen kwaad, als het maar niet een permanente toestand wordt.

Uw beste leven en uw beste mogelijkheden zijn altijd weer gelegen in het streven, in het ontwikkelen van uw persoonlijkheid. Voor de een kan dat een kwestie zijn van leren, voor de ander kan dat een kwestie zijn van arbeid, van lichamelijkheid of van wat dan ook. Soms is het een combinatie. Dat doet niet ter zake. Kijk, als u uzelf kunt zijn, als u waardering kunt vinden bij een ander, als u het gevoel krijgt dat u iets betekent ‑ geestelijk of stoffelijk ‑ dan heeft u daarmee eigenlijk al een richting ingeslagen die het u mogelijk maakt bewuster te worden en in de wereld meer te bereiken.

Een van uw vragen was gebaseerd op de bewustwordingswaarde van deze beide uitersten. Ik zou zeggen: geen van beide heeft een concrete bewustwordingswaarde, al is het minderwaardigheidscomplex altijd nog iets gunstiger dan de zelfoverschatting. Maar juist door de weg die je aflegt van de erkenning van je tekortkomingen naar het waarmaken van datgene wat er in je leeft, kom je tot bewustwording, tot ervaringen, belevingen.

Het gaat er in het leven niet om dat je een standbeeld verdient. Het gaat erom dat je innerlijk zodanig weet stand te houden dat je jezelf kunt aanvaarden, ook als elke mogelijkheid tot zelfbedrog na de dood is uitgeschakeld. U ziet het, de zaak ligt betrekkelijk eenvoudig.

Ik weet, dat er heel veel mensen zijn (bekwame psychologen, psychiaters e.d.) die zich bezighouden met de twee facetten die vanavond aan de orde kwamen. Een psychiater kan u niet afhelpen van een minderwaardigheidscomplex en hij kan u ook niet afhelpen van uw zelfoverschatting. Hij kan u hoogstens helpen om die dingen zo te uiten dat anderen daar geen last van hebben. Realiseer u dat.

De hulp die u van anderen krijgt is alleen een aanpassingshulp. Wat u werkelijk moet doen, moet u zelf doen. Als u denkt, dat u minderwaardig bent op welk terrein dan ook, vraag u dan eens af hoeveel u positief tot stand heeft gebracht. Waardeer het positieve in uw leven en u zult ontdekken dat uw minderwaardigheidsgevoel toch eigenlijk maar overdreven is, zeker in sommige opzichten. Als u dat heeft bereikt, dan komt u als vanzelf van het complex af.

Blijf niet doordraven over uw tekortkomingen. Het heeft weinig zin; dat doen anderen wel voor u. Probeer niet uzelf duidelijk te maken hoe belangrijk u bent en hoe onmisbaar. Want geloof mij, er is geen mens in deze wereld die niet gemist kan worden. Ook al zal men van de een liever afscheid nemen dan van de ander. U bent niet onmisbaar. U heeft het lot van de wereld niet in handen. U bent mede een factor in de totale ontwikkeling. Overschat uzelf niet, maar onderschat uzelf ook niet, want u kunt door datgene te zijn wat u werkelijk bent ontzettend veel bereiken voor anderen.

Besef ook dat de waardering, die de maatschappij heeft voor prestaties en bereikingen een zeer relatieve is. Over honderd jaar denken de mensen weer anders. Maar als u in uw leven een mens gelukkiger maakt, als u een mens helpt om een probleem op te lossen, als u alleen maar anderen helpt, op welke manier dan ook, dan bent u waard te leven, dan heeft uw leven zin en betekenis gehad. De glimlach die u een ander ontlokt is een positief punt op de eindrekening. Zo bezien is het onderwerp inderdaad een onderwerp dat ligt tussen minderwaardigheidscomplex en zelfoverschatting. Het is juist het gebied daartussen waarin u alleen leeft en waar u voortdurend mee te maken heeft dat belangrijk is. Juist op dat gebied zijn de mogelijkheden om toch iets te zijn voor anderen onmetelijk groot.

O, ik weet het, u heeft misschien een schuldbewustzijn. Maar dat is iets dat u is aangepraat of aangeboren. Als u die schuld eenmaal heeft, dan kunt u er nooit iets aan veranderen. Maar u kunt in ieder geval zorgen dat u ondanks die schuld anderen helpt om beter, om gelukkiger te zijn. Dat is belangrijk.

U kunt zeggen: de wereld zou mij zoveel meer moeten geven.

U zult het moeten doen met hetgeen u heeft. En alles wat u meer wilt hebben, moet u zich moeizaam eigen maken. Dan alléén heeft uw leven voor u betekenis. Maar als u dan ook iets bereikt, als er dan iets is dat verdergaat dan u mogelijk achtte, wees er dan blij mee. De blijdschap van een mens met zijn leven, met zijn eigen nog zo beperkte mogelijkheden is een weg tot bewustwording en gelijktijdig een erkenning van vele kosmische krachten.

Veel mensen doen erg veel aan zelfonderzoek. Maar wat je zelf bent, kun je nooit mentaal onderzoeken omdat je de feiten niet voldoende op een rijtje kunt zetten. Zelferkenning is in de eerste plaats een aanvoelen van jezelf. Wat je voelt te zijn dat is belangrijk. Wat je voelt te zijn, is datgene wat je ook uiterlijk moet waarmaken. En dan moet je niet zeggen: ik kan het niet, want je kunt er iets van waarmaken. Zeg ook niet: dit geeft mij een recht om eisen te stellen aan de wereld, want de wereld is anders dan jij. Leef positief. Leef met de krachten die je gegeven zijn. Dat is het antwoord op alle problemen die zowel uit minderwaardigheidscomplex als uit de zelfoverschatting kunnen voortkomen.

Als u leiding wilt zoeken, best. Leiding kan u helpen, maar probeer nooit u te binden aan een leiding. U bent uzelf. Anderen kunnen u de weg wijzen, maar u moet hem zelf gaan. Anderen kunnen u zeggen wat hun waarheid is, maar u moet uw eigen waarheid vinden. Anderen kunnen zeggen dat u fouten maakt, maar dan moet u dit innerlijk zelf als zodanig erkennen en voelen voordat u kunt antwoorden en zeggen: Je hebt gelijk, ik moet het anders doen.

Leer, dat u zelf de enige arbiter bent. De enige die kan zeggen of hetgeen u bent goed of kwaad is. Als u dan alle lasten van de wereld moet dragen, onthoud dan maar dat u die lasten te dragen krijgt en dragen zult, als u ze dragen kunt. En als u denkt dat u helemaal geen lasten, op de wereld te dragen heeft, kijk dan eens rond u. U zult zien dat de bagage klaar staat.

Probeer niet verder te komen zonder te accepteren dat u ook bepaalde lasten moet dragen in uw leven. Maar probeer ook niet te bezwijken onder de lasten die anderen u misschien zouden opleggen. Draag wat u dragen kunt zo goed u kunt. Doe niet meer dan dat, want de mens die werkelijk bewustwording nastreeft, die eerlijk is en oprecht, uitgaande van hetgeen hij/zij is, werkt met de middelen en mogelijkheden waarover hij/zij beschikt. Niemand kan uitmaken wat u wel en niet moet dragen. Dat kunt u alleen zelf. Maar als u dan zegt: dit is de last die ik moet dragen, draag haar zonder morren. Want dan is het een deel van uw bewustwording.

Dat is eigenlijk alles wat ik te zeggen heb. Misschien zou ik meer tijd moeten hebben om een slotwoord te verzinnen. Maar wat moet ik u meer zeggen? Ik heb u de waarheid gegeven zoals wij die in de sferen gemakkelijker erkennen dan u op aarde. Neem uzelf maar zoals u bent en maak er dan het beste van, dan bent u meer dan goed genoeg.

Als ik u zeg: u heeft troost nodig. Ach, lieve mensen, troost helpt niet. Maar de erkenning, dat wat je doet nodig is, helpt wel. De erkenning, dat hetgeen je lijdt nu eenmaal onvermijdelijk is, helpt wel.

Hoewel het volgende met het onderwerp niets te maken heeft, is het wel een belangrijke uitsmijter.

Het aanvaarden van uzelf zoals u bent en het aanvaarden van de lasten die u moet dragen zoals ze zijn voor zover u ze kunt dragen, helpt u om in uzelf kracht te vinden die u nodig heeft om voort te gaan. Maar meer nog dan dat, het helpt u namelijk ook om uzelf te vinden in de werkelijkheid van licht en daarmee een steeds grotere bewustwording te ondergaan, een steeds grotere kracht in uzelf te kennen en zo nodig te betekenen voor anderen.

Denk dan niet dat u alles kunt. En denk ook niet dat u tekortschiet. Doe wat u kunt met het licht dat u in uzelf vindt. Dan geeft u de waarheid gestalte op aarde en daarmee uzelf gestalte in de eeuwigheid.