Ufo’s en luchtvervuiling

28 september 1979

U weet dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn, dus zelf nadenken is raadzaam.  Het gevraagde onderwerp is: Ufo’s en luchtvervuiling.

Een mooie combinatie. In feite zijn het twee onderwerpen, want je kunt alles wat gesteld wordt, deze beide, niet werkelijk met elkaar in verband brengen. Maar goed.

Een ufo is een eigenaardig iets. Men zegt nu wel, dat het betekent: “unidentified flying object”. Maar voordien werden mogelijk voor het eerst in de moderne tijd deze voorwerpen gezien door een boer en een paar brandweerlieden. Toen de voorwerpen met grote snelheden voorbijvlogen sprak de boer: “oef”, waarop de brandweerman “oh” zei. En zo is het gekomen, want van een redelijke benadering was op dat ogenblik geen sprake.

Nu komen er op aarde steeds weer verschijnselen voor die men niet werkelijk en geheel kan verklaren. Wanneer wij alle ufo meldingen samenvatten, kan je er wel zeker van zijn dat negentiende daarvan berusten op misvattingen of een verkeerde interpretatie van een verschijnsel.   Maar goed, er blijft dan nog een 10% over. Wanneer je wilt, kan je, zij het met enige moeite, nog rond 7% weg verklaren, door aan te nemen dat waarnemers fouten hebben gemaakt, dronken waren, of wel te stellen, dat men bijvoorbeeld een ster zag, waarvoor echter geen bewijs is te brengen. Dan blijft er nog altijd 3% over, waaraan de zogenaamde deskundigen geen redelijk klinkende verklaring schijnen te kunnen verzinnen. Met andere woorden: er is iets. En ofschoon eenieder dan kennelijk denkt te weten wat, weet niemand er wat van af. Soms meent men dat het schijnbeelden of lichamen zijn, die ontstaan in een vervuilde atmosfeer. Maar wanneer wij de ufo’s nader bezien, vallen ons enkele eigenaardigheden op, die ook een dergelijke verklaring minder aanvaardbaar maken dan de uitleggers wel zouden willen.

Ik som er enkele van op. Allereerst blijkt dan, dat overal waar ufo’s zo dichtbij komen dat zij duidelijk te zien zijn, ook elektrische storingen ontstaan. Volgens de verklaringen komen auto’s opeens, en onverklaarbaar tot stilstand, uurwerken houden op te tikken, radio ontvangst wordt tijdelijk onmogelijk, en daarin zijn een tijdlang felle, krakende storingen te constateren. Het zegt reeds iets. Overal, waar een echte ufo de aarde benadert blijkt er sprake te zijn van magnetische en elektrische storingen. Wat erop schijnt te wijzen, dat een ufo wordt aangedreven door een op magnetisme of mede op magnetisme gebaseerd drijfwerk.

Een ander opvallend vaak gemeld verschijnsel: ufo’s stralen licht uit, maar dit schijnt nogal eens van kleur te veranderen. Zo hoort men nogal eens, dat de aankomende ufo een groen of blauwachtig licht uitstraalt dat kort na de overvlucht verandert en roodachtig wordt. Ufo-fans beschouwen dergelijke lichtverschijnselen vaak als signalen of uitingen van gezindheid. Maar indien wij nu eens uitgaan van zeer hoge snelheden is een kleurvertekening denkbaar. Zeer waarschijnlijk heeft het verschijnsel te maken met een versnellen van de ufo en de richting, waarin het de beschouwer benadert of verlaat.

Gaan wij uit van de schaarse malen, dat deze schotels op de radar werden geconstateerd, zo valt op, dat er onwaarschijnlijk hoge snelheden worden behaald en onwaarschijnlijk scherpe hoeken worden gemaakt. Er zijn gevallen, waarbij men de waarnemingen als onjuist beschouwt, omdat in korte tijd binnen de atmosfeer, snelheden bereikt schenen te worden van meer dan 10.000 km/u. Zeker is, dat gewone voertuigen niet in staat zijn op korte termijn een dergelijke snelheid te bereiken. Iets, wat zich met een dermate grote versnelling door de atmosfeer verplaatst, wekt dermate hoge luchtweerstanden op, dat het zou moeten gaan gloeien en waarschijnlijk zou verbranden. Ufo’s gloeien echter volgens de waarnemers maar zelden en dan nog voornamelijk wanneer zij stilstaan en niet, wanneer zij zich versnellend bewegen. Van hitte uitstralingen is ook niets te zien wanneer men probeert infrarood foto’s te maken, wat slechts enkele malen is gebeurd.

Het antwoord dat men dus altijd te maken moet hebben met een illusie of met een atmosferisch verschijnsel lijkt mij overdreven. Indien wij uitgaan van de mogelijkheid, dat er werkelijk sprake is van een voertuig moeten wij echter wel aannemen, dat er iets is, waardoor te grote luchtwrijvingen voorkomen kunnen worden. Gezien ook wat wij onder het eerste punt reeds hebben opgemerkt, is de meest aanvaardbare oplossing dan, dat er sprake is van een soort veld dat de atmosfeer terzijde drukt. Men kan hierbij denken aan bv. een zeer hoogfrequent pulserend veld, waardoor de lucht a.h.w. rond het voertuig wordt geleid, terwijl daarvoor of daaromheen  een soort luchtledig of een sterke verdunning van de atmosfeer ontstaat. Ofschoon mensen iets dergelijks nog niet tot stand kunnen brengen is het denkbaar, dat ruimtevarende rassen dergelijke zaken wel tot stand weten te brengen en het strookt in ieder geval wel met alle waargenomen en enkele gemeten verschijnselen.

Een mens is geneigd aan te nemen, dat alle ufo’s dan wel van een gelijk type zouden zijn. Maar niets is minder waar. Alleen reeds de vormen worden vaak afwijkend beschreven. Waarom nu altijd weer stellen, dat dit alleen het gevolg is van het waarnemingspunt of fouten van de waarnemers? Afgaande op beschrijvingen blijken de schotels bijna altijd een discusachtige vorm te hebben. Sommigen hebben in het midden een uitstulping aan de bovenkant, soms aan beide zijden. Er komt echter ook een klokachtig model voor, dat doet denken aan een ouderwetse gaslamp, waaronder dan vaak enkele kogels schijnen te hangen, symmetrisch verdeeld. De koepel is hier veel groter en kennelijk ook belangrijker.

Waarnemingen in zowel Australië, USA, Canada en enkele Zuid-Amerikaanse landen beschrijven een type, dat tijdens en kort na stilstand stralen schijnt af te geven. Gaat men de verklaringen na, dan schijnt het, dat kort voor een in beweging komen en kort daarna op verschillende plaatsen felle blauwwitte stralen uit het voertuig komen, die zich oplossen in een fel witte rand die de indruk geeft met grote snelheid te draaien. Maar ik kan niet bepaald geloven in wezens, die er werkelijk aardigheid in hebben een tijdlang eerst in een soort helse carrousel rond te draaien voor zij weer een hortje verderop gaan. Er moet dus een andere verklaring zijn volgens mij, dan een draaien van het voertuig of een deel daarvan. Een dergelijk effect zou ook kunnen worden veroorzaakt door een snel en achtereenvolgens inschakelen van elementen die zich aan of nabij de rand van het voertuig bevinden. Elementen, die bij het in werking treden voor kortere of langere tijd een lichtschijnsel veroorzaken. Voor de beschouwer zou op deze wijze inderdaad een razende wenteling schijnbaar ontstaan. Het zou tevens kunnen verklaren, waarom alleen kort na de stilstand de “ring van licht” rond het voertuig te zien is. Wanneer wij aannemen, dat dergelijke “motoren” eerst op toeren moeten komen, is ook begrijpelijker, hoewel in het begin een grote versnelling zichtbaar wordt, maar dat deze eerst zijn top schijnt te bereiken op het ogenblik, dat de lichtring verdwijnt. Dit weg te verklaren door bv. een luchtspiegeling, vraagt volgens mij heel wat meer fantasie.

Denk nu niet, dat ik u sprookjes zit te vertellen. Alle door mij genoemde verschijnselen zijn te enigerlei tijd of meerdere malen vermeld in dagbladen, opgenomen in rapporten en als zodanig na te slaan.

Bij het stellen van het onderwerp bracht u luchtvervuiling met de ufo’s in verband. Ofschoon deze onder omstandigheden aansprakelijk kan zijn voor verschijnselen lijkt het mij niet aanvaardbaar, dat deze verschijnselen aan alle gestelde waarden kunnen voldoen zoals grote versnellingen, het maken van rechte hoeken, lichtschijnsels e.d.

Blijft de vraag, of ufo’s dan onder omstandigheden iets tegen luchtvervuiling zouden kunnen doen dan wel deze zouden kunnen veroorzaken. Hier is een redelijke benadering wel mogelijk. Wij weten namelijk dat men bij vervuiling van lucht een verbetering kan bereiken door een ionisator. Hierdoor komt er meer ozon in de lucht en gelijktijdig blijkt er een snellere verbranding plaats te vinden van de verontreinigende deeltjes. Nu werkt een ionisator met een spanningsveldje, dat in een zeer hoge frequentie kleine ontladingen tot stand brengt. Indien de aandrijving van een schotel berust op stralingen en ontladingen van een zeer hoge frequentie, is het denkbaar, dat het voertuig een dergelijk effect op grotere schaal veroorzaakt.

Maar zou het ook zelf een verontreiniging kunnen veroorzaken? Misschien zou een dergelijk voertuig – mits van een bepaald type – stralingsverontreiniging kunnen veroorzaken. In het verleden zou dit inderdaad enkele malen gebeurd zijn, maar zover ik weet worden dergelijke typen landingsvaartuigen al lang niet meer gebruikt, omdat zij ook voor de inzittenden bezwaren hadden. Deze oude typen hadden voor landingen en verandering van hoogte de beschikking over een reactiemotor, waarbij o.m. gammastraling ontstond. De nieuwe typen werken met protonen- straling buiten een atmosfeer, maar zodra een bepaalde atmosferische dichtheid betreden wordt, gaat men over op een zich t.a.v. het heersende magnetische veld, oriënteren door een eigen polariteit met variabele veldsterkte op te wekken. Dit is praktischer en heeft het voordeel, dat geen blijvende radioactiviteit of stralingsschade wordt aangericht, zodat men bij landingen zonder meer en onmiddellijk het voertuig kan verlaten.

Misschien vreest u voor andere vormen van milieuverontreiniging door bv. het uitwerpen van afvalstoffen. Gezien de gebruikte conversatietoren  is dit niet bepaald waarschijnlijk. En bovendien, wanneer je een vreemde cultuur ontmoet, zal je niet geneigd zijn bv. lege bierblikjes eenvoudig overboord te zetten, tenzij je misschien van de aarde stamt. Volgens mij zal men zelfs heel voorzichtig zijn om geen sporen en voorwerpen achter te laten, omdat dit de mogelijkheid met zich brengt, dat men een vanuit eigen standpunt bezien, lage cultuur zou beïnvloeden in haar ontwikkeling. Alleen bij ongelukken is het denkbaar, dat er stoffen worden aangetroffen op aarde, die daar in feite niet thuis horen. En onder ons gezegd, juist wanneer je te maken hebt met een wereld, waarop zich reeds een redelijke, technische beschaving ontwikkeld heeft, zal men ook in geval van ongelukken zoveel mogelijk alle materiaal terugwinnen, dan wel vernietigen, om geen grote sprongen in technische ontwikkeling te veroorzaken. Waarbij je immers niet weet, waartoe die voor de bewoners van de planeet, maar mogelijk ook voor hun mogelijkheden tot het bereiken van ruimtevaart zouden kunnen voeren.

Met de verontreiniging van milieu en lucht zal een ufo dus weinig te maken hebben. U weet trouwens zelf ook wel, dat elektrische aandrijvingen behoren tot de meest milieuvriendelijke die maar denkbaar zijn. De meeste stralingsaandrijvingen zijn dit eveneens. Het is mij dan ook bijna onmogelijk, enkele veronderstellingen van geleerden buiten beschouwing latende, om ufo’s en luchtverontreiniging met elkander in een redelijk verband te plaatsen.

Er zijn natuurlijk wel mensen die denken, dat de reizigers in de ufo de toenemende luchtverontreiniging op aarde zien en dan onmiddellijk zeer bezorgd worden en zullen proberen daaraan iets te doen, evenals aan atoombommen en andere zaken, waarmede de mensheid volgens hen zichzelf bedreigt. Het zogenaamde zendelingsprincipe. Deze denkbeelden duiken steeds weer en in de meest wonderlijke samenhangen op. Hogere wezens willen de mensheid redden en bekeren. Je zou het het z.g. zendelingsprincipe kunnen noemen. Zoiets van: wanneer je alles al gehad hebt, krijg je dat ook nog.

Realiseer u liever eens hoe de zaken werkelijk liggen. De wezens in schotels behoren tot een andere cultuur.  Wanneer zij al een indruk van de menselijke cultuur hebben zal die waarschijnlijk voornamelijk middels radio en tv. uitzendingen verkregen zijn. Zij zouden op grond van de radio dan aannemen, dat mensen, tussen de vreemde klanken waaraan zij verslaafd zijn door, voornamelijk lange gedachten uitwisselingen plegen, die saai en taai zijn en waarbij men uiteindelijk vooral met heel veel woorden niets schijnt te zeggen. De tv. zou hen doen veronderstellen, dat 3/4 van de mensheid bestaat uit lolly-kauwende, regenjas dragende, steeds weer lunchende of de steden te paard op stelten zettende figuren, die zich bezighouden met het vinden van lijken, die anderen eerst gemaakt hebben. En wanneer zij daarmede geen genoegen nemen, zien zij legers die elkander vernietigen, strijders van allerlei soort, ontladingstechnieken en massamoorden.

Niet bepaald een reclame voor de mensheid en zeker geen uitnodiging voor ruimtevaarders, om zich eens intens met de ‘hoogstaande’ mensheid te bemoeien. Stel u eens voor, dat u uit allerlei berichten zou vernemen dat in een ander land mensen rond lopen met pistolen, die voortdurend op een ieder en alles schieten, een ieder tiranniseren, afranselen in de tijd die zij overhebben tussen drinken en yipee-yee roepen. Zou u daar dan heen gaan? Dat is niet aantrekkelijk, vindt u niet.

Stel dat je dergelijke tv. uitzendingen volgt en bovendien kunt constateren, dat overal op deze wereld geweld en oorlogen voorkomen. Zou u als vreemde, die bovendien er waarschijnlijk anders uitziet dan de bewoners van de planeet, besluiten om met de mensen contact op te nemen en hen onverwijld de zegeningen van uw hogere beschaving te gaan brengen? Zelfs indien men dit van plan zou zijn, zo meen ik dat men nog veel voorzichtiger te werk zou gaan dan een dikke zendeling, die overweegt aan kannibalen, het woord, te gaan verkonden. Wees reëel. Al die mooie dromen over buitenaardse wezens, die opeens zullen verschijnen om tussen u te leven en alles, wat de mens verknoeid heeft, weer in orde te brengen, kunt u maar beter uitvoerig op dat deel van uw lichaam noteren, dat zich bevindt tussen kin en knieën. Want daarop hoeft u werkelijk niet te rekenen.

Wat die landingsvaartuigen dan wel komen doen? Want dat zijn de ufo’s die zich binnen uw atmosfeer wagen werkelijk. Zij hebben de mogelijkheid tot interplanetaire vluchten en mogelijk soms een beperkte mogelijkheid tot het maken van interstellaire vluchten op beperkte afstanden, m.a.w. er zijn wel schotels, die in noodgevallen van de ene naar de andere ster kunnen komen, maar zij behoren toch altijd bij grotere vaartuigen. Hun doel, zo denkt men vaak, is vooral het waarnemen van alles, wat er op de wereld gebeurt. Maar dat kan men ook wel op een handiger wijze doen dan met grote voertuigen en een persoonlijk bezoek. Wanneer u naar Artis gaat, kruipt u ook niet in de leeuwenkooi, maar blijft achter de tralies. Dacht u, dat buitenaardse onderzoekers, die alles op een afstand met technische middelen kunnen gadeslaan, tussen u zouden landen en doelloos rond de aarde zouden zwerven?

Ik wil hierbij aantekenen, dat men inderdaad elektronische ogen kan uitsturen en wel in  zeer kleine voertuigen, die niet opvallen en op afstand bestuurbaar zijn, terwijl dezen bovendien zo nodig door middel van een soort parabolisch veld ook geluidstrillingen gericht kunnen opvangen over grote afstanden. Wanneer de FBI zou weten wat op dit gebied mogelijk is, zouden de meeste leden daarvan meteen een beroerte krijgen. Wat mogelijk dan weer zeer op prijs gesteld zou worden door de mensen van de CIA, daar deze in bepaalde operaties nogal te lijden heeft onder de controle van de FBI. Simpel gesteld, de vreemdelingen kunnen alles waarnemen zonder enig ongemak of gevaar.

Waarom zouden zij dan wel landen? Er zijn immers nogal wat landingen geweest. Soms bleek het te gaan om het nemen van monsters. Dit echter waren altijd landingen, die in de nachturen of in zeer dun bevolkte gebieden werden uitgevoerd. In andere gevallen bleken landingen ten doel te hebben, zich van materiaal te voorzien, en wij mogen wel aannemen dat iemand die alle technieken beheerst die het mogelijk maken door de ruimte te zwalken van ster naar ster, ook wel de mogelijkheid kent om met bv. een paar handen aarde een hele hoop te doen. In andere gevallen heeft men behoefte aan reactiemassa voor de moederschepen. Water is hiervoor bijzonder geschikt.

Maar dan land je op of nabij grotere watervlakten. Soms zal men ook water en andere stoffen nodig hebben, omdat men in ruimtevaartuigen nu eenmaal met een gesloten circuit werkt, maar toch wel te maken heeft met bijvoorbeeld een verlies van vocht e.d. De aarde biedt voor vele rassen de mogelijkheid, dergelijke tekorten snel aan te vullen.

Alles in overweging nemende kun je stellen: er zijn ufo’s. Wat zij zijn, weten de mensen niet zeker. Alles daaromtrent, van Adamski af tot de laatste nieuwe ontdekkingen toe, staat geen afdoende conclusie toe. Zien wij de verhalen over ruimtevaarders en vaartuigen, dan blijkt steeds weer, dat alles wel heel erg in het menselijke wordt betrokken. Er bestaan nogal wat boeken die heten te handelen over ontmoetingen met ruimtevaarders, maar zozeer gebaseerd zijn op aardse wetenschappen, opvattingen en toekomstverwachtingen, dat zij eerder doen denken aan de werken van Jules Verne dan een beschrijvingen van werkelijke contacten. Er zijn ook heel wat speculaties over hetgeen de wezens uit de ruimte met en voor de aarde zouden doen. Wanneer nu de aarde het gehele zonnestelsel in gevaar zou brengen is het denkbaar, maar lang niet zeker, dat ruimtevaarders inderdaad zouden ingrijpen. Wanneer bv. de zon, nova dreigt te worden is het ook denkbaar dat men uit humanitaire of andere, bv. wetenschappelijke, overwegingen zou proberen althans een deel van het ras te redden.

Maar zover is het nog niet. Dus van een opzienbarend ingrijpen door ruimtewezens hoeft men niets te verwachten. Waarop men zal opwerpen, zeker van bepaalde kanten, dat er toch ook ruimtezendelingen bestaan enz. Inderdaad. Maar die zijn ook verstandig genoeg om in te zien, dat voorlopig evenveel of meer bereikt kan worden, wanneer men de mensen kan beïnvloeden zonder daarbij zelf in verschijning te treden. Men beschikt bij sommige rassen over een soort versterker voor telepathische signalen. Dus wat doet de zendeling?  Hij brengt een klein voertuig met een dergelijke versterker in omloop en kiest voor zich een veilig en onopvallend plaatsje, vanwaar hij voortdurend zijn gedachten kan uitsturen naar bv. de aarde. Een dergelijke werkwijze betekent overigens geen voortdurende beïnvloeding. De baan van de zender zal niet altijd optimaal zijn, de zendelingen worden regelmatig afgelost. Er zal in de praktijk bv. een periode van rond drie maanden zijn, waarin uitgezonden wordt, dan weer een maandje dat er niets komt, dan weer kan men door omstandigheden een half jaar wel of niet zenden. Maar een dergelijke beïnvloeding heeft weer niets te maken met ufo’s of luchtverontreiniging. Wanneer deze messiaanse drang, die niet alleen bij mensen voorkomt, maar ook veelvuldig een rol speelt bij de gedragingen van o.m. een ras dat woont nabij Antares, dus optreedt, zal zij bij ruimtewezens voornamelijk wegen hanteren, die volgens menselijke begrippen paranormaal zijn. Voertuigen spelen bij dit alles slechts indirect een rol.

Moeten wij dan beweren, dat ufo’s alleen tekenen van luchtverontreiniging zijn of omgekeerd, dat zij zich daarmede bezighouden wanneer die op aarde toeneemt? Laat ons dat nu maar vergeten. Over luchtverontreiniging wordt op aarde de laatste tijd veel gezegd en er is natuurlijk nog heel wat meer over te zeggen. Maar ook hier dienen wij redelijk te zijn. Dacht u bv., dat er vroeger geen luchtverontreiniging geweest kan zijn? Realiseert u zich wel, dat er in de geschiedenis van de wereld perioden zijn geweest met een dermate groot vulkanisme, dat er per 24 uren meer stoffen en gassen de atmosfeer in werden geblazen dan u nu met al uw industrie per maand de lucht in stuurt? Vraag u zich ook eens af, wat er tijdens uitbarstingen van grote omvang, zoals die van de Krakatau, aan stof en gassen de lucht in is geslingerd en tot in de hoogste lagen van de atmosfeer lange tijd in omloop is geweest. Realiseer u, dat in dit stof vele verschillende stoffen waren opgenomen. Dat er ook veel gassen zijn geloosd. De atmosfeer van de aarde heeft dit alles kunnen verwerken; wanneer je goed kijkt besef je, dat de samenstelling van die atmosfeer voortdurend, hetzij langzaam verandert.

Mogelijk kun je stellen, dat de mens in deze dagen nogal wat stoffen in de lucht en de wateren loost, die een te snelle aanpassing vergen om door de mensheid zonder meer verwerkt te kunnen worden. Dan zal het de mens mogelijk niet zo gemakkelijk gemaakt worden, om ook in de toekomst het op aarde heersende ras te blijven. Je kunt je af vragen, wat er aan de hand is met de milieuverontreiniging. Want wanneer je dit onderwerp eenmaal aansnijdt kun je niet volstaan met een afzonderlijk beschouwen van een van de elementen.

Neem als voorbeeld een atoombom. Radioactiviteit komt in grote mate los, maar slechts op een beperkt gebied. Mutaties zijn dan mogelijk, bestaande levensvormen kunnen zich daar niet meer goed handhaven. Maar het betreft dan toch altijd nog een beperkt gebied, zodat er plaatsen blijven bestaan, waarop de nu bestaande levensvormen zich kunnen vestigen en de mogelijkheid krijgen, zich langzaam aan gewijzigde omstandigheden aan te passen. Fall-out kan inderdaad gevaren opleveren. Maar wanneer je nagaat, in hoeverre de invloed daarvan fataal kan zijn, blijkt dit nogal mee te vallen. De radioactiviteit die door de meeste elementen in de fall-out veroorzaakt wordt is slechts korte tijd werkelijk gevaarlijk, daarna valt zij dermate terug, dat deze vergeleken met de normale radioactiviteit in de natuur, niet meer van overwegend belang is. Zelfs indien atoombommen niet bepaald iets aangenaams betekenen, zo zouden er wel heel veel moeten vallen opdat het leven op aarde daardoor werkelijk en geheel teniet zou worden gedaan. Atoomproeven kunnen soms tijdelijk de weersomstandigheden beïnvloeden, dat is waar. Maar dat kan een hevige vulkaanuitbarsting ook. Zij worden echter niet genomen in een mate die werkelijk gevaarlijk voor het menselijke ras genoemd kan worden vanuit genetisch standpunt.

De industrie dan, die zoveel gevaarlijke stoffen uitbraakt in de atmosfeer of in oppervlakte- wateren loost? Want om alle stoffen op te schrijven, die zo in omloop worden gebracht en gevaarlijk kunnen zijn voor het welzijn van de huidige mens heb je wel vijf bladzijden nodig en zelfs dan is de lijst niet volledig. De atmosfeer neemt al deze stoffen op. Inderdaad. Zij oxideert grote delen van de opgenomen stoffen. Zij verandert van structuur. Maar die verandering is dermate traag, dat organismen die in die atmosfeer leven zeer waarschijnlijk de mogelijkheid zullen vinden, zich aan de gewijzigde omstandigheden voldoende aan te passen. Die verontreinigingen zullen mogelijk schadelijk genoemd mogen worden wanneer men uitgaat van het standpunt dat men wil blijven wat men is en op aarde alles wil behouden wat men daar nu heeft. Wanneer je echter uitgaat van het standpunt, dat het voldoende is, wanneer de mensheid voort kan blijven bestaan, is er voorlopig nog niets aan de hand.

Velen maken zich zorgen over de grote hoeveelheden koolmonoxide die in omloop komen. Denk hierbij niet alleen aan auto’s, maar ook aan stookinstallaties e.d. Die afscheiding is inderdaad nogal fors, maar zal alleen schadelijk zijn, wanneer er te weinig planten overblijven, om dit gas weer af te breken en de zuurstof weer vrij te maken. Wel kan men stellen, dat de regelmatige en grote lozingen in de atmosfeer haar doorlaatbaarheid beïnvloeden. De kans is, dat zij wat meer zonnestralingen gaat weerkaatsen, terwijl ook geïoniseerde lagen in de atmosfeer hierdoor tijdelijk kunnen worden aangetast. Dit kan tot gevolg hebben, dat het na enige tijd kouder wordt op aarde.

U dacht juist aan een broeikaseffect? Dat kan alleen ontstaan, wanneer de interne warmte van een planeet voldoende is, om de vermindering van infrarode zonnestraling op te vangen. In dat geval stijgt inderdaad de temperatuur, omdat de uitstraling van warmte naar de ruimte afneemt. Heeft de planeet niet voldoende eigen warmte, dan zal echter de temperatuur eerder dalen en kan zelfs een reeks kleine ijstijden het gevolg zijn van de verontreiniging. Op het leven kan verder ook een afname of toename – afhankelijk van de soort verontreiniging – een grote invloed hebben. En wat die kleine ijstijden betreft: veel kwaad kan het niet bij de huidige stand van kennis en milieubeheersing die de mens bereikt heeft. Er zijn zelfs heel wat heethoofden op aarde voor wie een dergelijke afkoeling niet veel kwaad zou kunnen doen en hen ertoe zou kunnen brengen hun energieën op meer constructieve wijze te gebruiken. Zo pessimistisch als sommigen zijn, behoeft men dus niet te zijn.

Maar men roept uit, dat toch het gehele milieu verontreinig wordt. Dat is waar. Hoe lang drinkt u al gechloreerd en bewerkt water, omdat de normale wateren te veel vreemde stoffen herbergen? En aan dit kunstmatig gereinigde en geoxideerde water moet u zich maar houden ook, want zelfs de regen is tegenwoordig op de meeste plaatsen nog viezer en ongezonder. De wereld is de laatste 50 jaren niet meer wat zij eens is geweest, dat staat wel vast. Maar is alles daarom ook meteen zoveel slechter geworden? Het is eerder een kwestie van wennen. De plantengroei lijdt onder de verontreiniging. Zeker. Maar terwijl bv. mos steeds minder voorkomt, zien wij andere planten als bv. de vogelkers sneller groeien dan ooit.

Waar de ene vorm van leven bedreigd wordt of uitsterft, blijkt een andere vorm van leven zonder meer de vrijgekomen plaats in te nemen. De vervuiling brengt wel veranderingen tot stand. Maar zijn die ook werkelijk een verslechtering? Dit blijkt alleen waar te zijn, wanneer wij niet het geheel overzien, maar van een zeer bepaald standpunt uitgaan. Men heeft met zijn pessimisme ongetwijfeld gelijk, wanneer men de laatste eeuwen voor de vervuiling als norm neemt. Maar dan moet men teruggaan tot rond 1820, toen de industriële vervuiling in feite begon.

Het is niet waarschijnlijk, dat buitenaardse machten u zullen willen redden van de gevolgen van deze door uzelf veroorzaakte veranderingen, daar het leven op aarde als zodanig nog niet in gevaar komt. Een aardig voorbeeld van dergelijke veranderingen kunt u in vele sloten zien. Door lozingen van bepaalde stoffen en een te hoge gemiddelde watertemperatuur zien wij bv. een bijna ongeremde groei van algen. Fosfaten bevorderen dit. De vissen houden hierdoor minder ruimte om te leven en ook minder zuurstofhoudend water voor ademhaling over. Hun aantallen nemen dus af. Maar gelijktijdig neemt het aantal zoetwaterslakken in vele gevallen sterk toe.  Soorten waaraan u gewend was, als de blei, de brasem, de zeelt, nemen in aantal steeds verder af. De visstand moet kunstmatig op peil worden gehouden en zelfs dít lukt soms niet meer. Andere vormen van leven zijn echter in opmars, ook al zult u dit eerst na enkele eeuwen geheel kunnen constateren, omdat hun aantallen niet zo sterk toenemen, dat u er met de neus op gedrukt wordt. Het leven als zodanig gaat dus volgens mij niet ten gronde. Waarmee ik de gestelde punten m.i. redelijke uitvoering heb behandeld.

  • In de afgelopen week is bekend geworden dat Russische geleerden menen te hebben aangetoond, dat ufo’s ontstaan uit elementen, die zich in vervuilde lucht bevinden. Zij hebben proeven genomen en menen dit te hebben aangetoond.

Wat zij aan kunnen tonen is dat onder zeer speciale omstandigheden in sterk vervuilde lucht, verschijnselen optreden – verdichtingen – die mogelijk door leken als een ufo zouden worden beschouwd.  Deze geleerden vergeten echter iets. Deze verdichtingen tonen niet alle verschijnselen van licht, beweging, snelheid enz. die over vele ufo waarnemingen verbreid in de gehele wereld zijn geconstateerd. Zij zien verder over het hoofd, dat er bv. een Duitse brochure is, naar ik meen verschenen in houtdruk in 1652 te Neurenberg, waarin gesproken wordt over de schijfvormige monsters der duisternis, die zich op vele plaatsen, o.m. boven Keulen, zouden hebben vertoond. Indien je de afbeeldingen ontdoet van overtolligheden en de beschrijvingen nagaat klinkt alles  verdacht veel als de berichten, die men ook nu wel uit primitievere landen over ufo’s hoort.

In vele opgetekende volksoverleveringen, tot in de in het Sanskriet gestelde heilige boeken van India, horen wij over verschijnselen aan de hemel, donkere en lichtende schijven. Je kunt je daar natuurlijk vanaf maken door te beweren, dat die mensen iets heel anders gezien hebben dan zij beschreven, je beroepen op hun bijgeloof, godsdienstige opvattingen enz. Dit is een ontwijken van het feit, dat kennelijk ook in het verleden ufo´s zijn geconstateerd. In meerdere overleveringen worden zelfs wezens beschreven die kennelijk ruimtevaarders geweest zijn. Elders treffen wij afbeeldingen aan van zowel schotelachtige voorwerpen als van wezens, die sterk doen denken aan ruimtevaarders in complete uitrusting.

Ook in verschillende zogenaamde visioenen – en Ezechiël is maar een van degenen, die iets dergelijks beschrijft – treffen wij dergelijke beschrijvingen aan. Is dit alles bijgeloof en van geen belang? Is het feit, dat vele van deze verschijnselen plaats vinden in tijden, waarin niet over grote luchtverontreinigingen gesproken kan worden, dan van geen betekenis?

Steeds weer treffen wij in het verleden gegevens aan, die ons herinneren aan vliegende schotels, zoals wij die nu noemen. Moeten wij de waarnemingen als waardeloos beschouwen, omdat daaraan allerhande verhalen over goden, duivels, djinns en andere bovennatuurlijke wezens verbonden werden? Volgens mij bewijst dit alles, dat het verschijnsel reeds lange tijd heeft bestaan en niet alleen een product van luchtverontreiniging hoeft te zijn.

Nu komen er Russische geleerden en zeggen: wij hebben ontdekt, dat je in vervuilde lucht, mits er sprake is van een voldoende lucht elektriciteit, schijfvormige wervelingen kunnen ontstaan, waarin ook vocht aanwezig is, zodat de tijdelijke verdichting van de materiedeeltjes in de lucht zichtbaar wordt als een soort schijf, dus dat is de verklaring voor alle vliegende schotelmeldingen.

Voor u dit aanneemt, moet u zich een ding herinneren: Rusland is het vaderland van het dialectisch materialisme. Daarin mag er niets bestaan, dat geen natuurlijke oorzaak heeft en zich aan het vermogen tot erkennen, onderzoeken en constateren van de mens geheel kan onttrekken. Zeker mag er niets zijn, wat buiten het menselijk kenvermogen ligt of aan de mens meer waardig is. De praktijk wijst steeds weer uit, dat er geen melding aanvaardbaar is over ontwikkelingen, mogelijkheden, zaken, die verder reiken dan datgene wat valt binnen de stellingen van de staat en liefst ook nog binnen een aantal jaren in en door die staat te verwezenlijken is ook.

Wanneer nu bovendien de laatste tijd in dit land nogal wat vliegende schotels zouden zijn gezien, zou een dergelijke wetenschappelijke verklaring dan niet bijzonder welkom zijn en ook bijzonder snel overal verkondigd worden? Let wel: Ik zeg niet, dat deze wetenschapsmensen niets ontdekt hebben, dat hun gegevens onjuist zijn. Ik geef u enkel enkele argumenten waarover u eens na kunt denken. En wanneer ik u aan het begin van mijn lezing mag herinneren: ik stelde reeds daarin, dat rond 90% van alle ufo meldingen op natuurlijke wijze verklaarbaar is, dat 7% alleen met moeite weg verklaard kan worden door uit te gaan van bv. foutieve waarnemingen, terwijl 3% van alle meldingen op geen enkele wijze kan worden verklaard en ook niet zonder meer weg verklaard kan worden. Drie procent is niet niets. Ik stel dan ook, dat je dit feit niet ongedaan kunt maken, zelfs niet wanneer je met wetenschappelijke proeven een mogelijke verklaring hiervoor denkt te kunnen geven. Iets wat wordt verklaard, is heel iets anders dan iets, wat wordt weg verklaard door feiten buiten beschouwing te laten, veronderstellingen te uiten zonder dat bewijs mogelijk is.

Misschien is het goed, dat ik hier even stelling neem. Wij in de geest zien dingen natuurlijk niet zoals u en ons weten stoelt op een andere basis dan het uwe, Ik zeg u echter dat volgens onze waarnemingen er in de ruimte, binnen dit melkwegstelsel een nogal groot aantal ruimtevarende rassen te vinden is. Onder hen zijn er meerdere honderden, die in meerdere of mindere mate ook de interstellaire ruimtevaart beheersen, soms reizende middels dimensie verschuivingen en dergelijke, soms door de z.g. lange reis, waarbij men ten hoogste de lichtsnelheid benadert.

Enig begrip hiervoor bestaat ook in bepaalde kringen op aarde, al worden gegevens en feiten vaak onderdrukt. In Rusland, in Zweden, op drie plaatsen in de USA en ook een plaats in Canada, zijn brokken gevonden, die mogelijk resten zijn van vreemde voertuigen. Hierbij werd metaal gevonden, meestal in slakvorm, maar op twee plaatsen ook in brokjes, dat in deze kwaliteit en dit alliage op aarde niet voorkomt. Het metaal lijkt op titanium, maar is lichter en sterker. Het past niet in de schaal van bekende elementen als metaal. Bij de brokken bleek bovendien, dat een deel van dit metaal op de een of andere wijze verdicht was, grote hitteweerstand bood en een bijzonder grote hardheid bezat. Laboratoria zijn nog steeds bezig deze resten van deze, meteorieten, te onderzoeken. Publicatie van het onderzoek vond niet plaats, de soms reeds gedane melding van de vondst werd ofwel gerectificeerd dan wel zo snel mogelijk in het vergeetboek gebracht.

Verder zijn enkele vreemde staven gevonden, waarop een wonderlijk lintschrift staat. Een daarvan werd aangetroffen in een park in Washington, een ander in een dorpje nabij Kiev en naar men zegt een derde bij een datsja even buiten Moskou. Voor dit laatste kan ik niet instaan. Deze staven bestaan uit een vezelsoort, maar geen plant of hout zoals deze op aarde voorkomen. De primitieve voorstellingen beginnen met een soort vereenvoudigde mathematica en eindigen met een aanduiding van twee sterren in sterrenbeelden. Toevallig zijn twee publicaties hierover indertijd verschenen, maar werden aan de omloop onttrokken. Sindsdien is hierover niets meer gehoord. En of er nog niet genoeg toevalligheden waren, is kort nadat deze sprookjes, zoals autoriteiten ze noemden in omloop kwamen opeens veel geld beschikbaar gesteld en wilden de twee grootste naties opeens ten koste van alles naar de maan gaan. Vreemd.

Opvallend is ook, dat men de laatste tijd zich kennelijk niet meer zo sterk interesseert voor dit soort experimenten. Wel heeft men nog grotere kapitalen gebruikt voor de bouw van allerhande robot-satellieten en sondes. Verkenners dus. De meesten van u realiseren zich kennelijk niet, dat het zonder verdere redenen onzin is om een verkenner die miljarden kost te lanceren, terwijl men maar enkele korte perioden daarmede contact kan hebben. De verkenner die Saturnus voorbij is gegaan in deze periode is zelfs zo duur, dat je het tekort van de Nederlandse staat met de prijs ervan voor drie of meer jaren zou kunnen dekken. Denkt u nu werkelijk, dat men dergelijke investeringen alleen maar doet uit louter wetenschappelijke nieuwsgierigheid? Daar moet nog wel een ander doel achter zitten.

Neem al het voorgaande nu eens samen en de conclusie wordt wonderlijk. Gezien de berichten, waarnemingen en de wijze, waarop dezen werden afgedaan moet je wel afleiden, dat men in de hoogste kringen wel degelijk meent dat er iets in de ruimte is. Maar men wenst niet, dat het volk daarvan op de hoogte is. Mogelijk vreest men hierdoor politiek in moeilijkheden te komen of vreest men dat de mensen op aarde zouden zeggen: “Hemeltje, wezens uit de ruimte? Dan moeten wij samenwerken en geen oorlog meer voeren op aarde.” En daarmee zouden dan heel wat machtige industrieën om hals gebracht worden en heel wat machtsposities tot nul worden gereduceerd.

Vreemd is ook het feit, dat langere tijd twee grote staten – USSR en USA – feiten omtrent vliegende schotels officieel hebben verzameld om opeens en praktisch gelijktijdig, alsof het een afspraak is, te verkondigen dat dit alles niet meer belangrijk is en de officiële instanties die zich met het verzamelen van gegevens bezighielden opheffen. Het enige wat nog blijft is een klein bureau, dat althans naar buiten toe alleen de taak heeft, dergelijke meldingen belachelijk te maken, berichtgevingen daarover zoveel mogelijk te beperken enz. Daarnaast komt men met wetenschappelijke verklaringen, zoals nu de Russen, maar ook de Amerikanen hebben daarvan al enkele staaltjes weggegeven, waardoor het verschijnsel kan worden weg verklaard of tot iets onschuldigs kan worden gemaakt, dat niets meer met de ruimte van doen heeft.

Mijn vraag: Wanneer de verschijnselen alleen berusten op hysterie, weerballonnen, eventueel verschijnselen in vervuilde lucht, waarom geven de regeringen zich dan zoveel moeite, om steeds weer alle geloof aan ruimtevaarders van andere werelden belachelijk te maken, te ontkrachten enz.? Wanneer er werkelijk niets achter zit, waarom maakt men dan zoveel kosten, spaart men geen moeiten en instrueert men zelfs de pers om vooral een iedereen duidelijk te maken, dat er werkelijk niets van belang is? Indien het alleen maar een sprookje is zou men volgens mij het rustig de mensen kunnen laten behouden. Zeker wanneer je, zoals men steeds weer pretendeert, op elk gewenst ogenblik kan bewijzen dat er niets van waar is.

Het feit, dat men zich zoveel moeite getroost om alles, wat met ufo’s samenhangt belachelijk te maken, weg te verklaren en aan de andere kant publicaties met lachwekkende verhalen daarover financiert, is voor eenieder wel erg veelzeggend, zo dunkt mij. Ik kan mij deze inspanningen alleen maar verklaren door als feit aan te nemen, dat ufo’s echt zijn, maar dat men om welke redenen dan ook, daarvoor erg bang is. Ik stel dit niet als feit, maar vraag u, hierover eens zelf na te denken.

  • Zijn er ook binnen ons eigen zonnestelsel wezens die ufo’s produceren?

Niet, wanneer u meent stammende uit dit zonnestelsel. Toch zijn er nogal wat wonderlijke zaken. Ik herinner u aan Phobos en Deimos, maantjes, die een massa hebben, die niet strookt met hun omvang en zich bewegen langs banen, die niet natuurlijk schijnen te zijn.

Wat wezens van buiten dit zonnestelsel betreft? Er is naar ik meen nog een vestiging op Venus, er was er een op de maan die echter reeds jaren geleden werd opgeheven, er was of is er een op Mars, vlak bij de zogenaamde zuidpool. Mogelijk zijn nog elders stations of nederzettingen, waarschijnlijk op de manen van de verschillende planeten. Trouwens, een vestiging op bv. Jupiter zou volgens mij maar voor een enkel ras uit de buurt mogelijk zijn. En zover ik weet komen die weer niet vaak langs de aarde. Hun belangstelling is zo afwijkend, zelfs hun stofwisseling is dermate anders dan de uwe, dat zij in dit zonnestelsel niet erg geïnteresseerd zijn.

Er zijn vier volkeren, die regelmatig in deze buurt reizen. Zij leven dan ook op planeten rond sterren die vanaf de aarde te zien zijn. In Cygni, Antares, bij Vega enzovoort.   De reden, dat zij wel bij uw zon plegen langs te komen schijnt voornamelijk de eigen drift van de zon te zijn. Deze maakt haar kennelijk tot een goed punt om de reis te onderbreken en zijn koers te controleren. Wanneer de juiste ruimtelijke condities heersen, geen magnetische storingen van grote omvang, geen stofwolken zoals de laatste duizenden jaren rond uw zon, is dit aantrekkelijk voor de ruimtevaarders.

  • Wat voor wezens komen op Venus voor?

Degenen die daar een kunstmatig milieu hebben gevormd waarin zij leven, bestaan uit twee rassen. Beiden zijn humanoïde en hebben een wat andere bouw van organen, ademen zuurstof. De grootsten maken permanent deel uit van de bezetting, en komen uit de buurt van Antares – twaalf om precies te zijn. Een niet permanente bezetting komt van verder, n.l. Algol. Deze ster heeft een slechte reputatie en een slechte straling. De kleineren zijn voornamelijk opbouw- en onderhoudstechnici. De grote soort is in uw termen groot, groen van kleur, sterk telepathisch en begaafd met suggestieve kwaliteiten. Wanneer zij zich aan uw zouden tonen, zou u waarschijnlijk menen een soort Germaans heldentype te zien, compleet met witte gewaden of een dergelijk voor uw beschaving zeer aantrekkelijk iemand. De kleinere soort heeft deze gave niet. Zij zijn gemiddeld 1,20 m., zijn technisch buitengewoon begaafd, hebben geen armen, maar bundels tentakels en hebben dus bijzonder veel manipulatiemogelijkheden. Ogen zijn anders dan de uwe, lijken op facetogen maar zijn niet te vergelijken met de facetogen van insecten. Zuurstofademers, maar kunnen ook in andere atmosfeertypes, zoals bv. een methaanatmosfeer redelijk goed bestaan zolang zij maar een geringe hoeveelheid zuurstof op kunnen nemen.

Soms zijn er nog andere wezens, maar dezen zou men eerder als gasten moeten omschrijven, daar zij een beperkte tijd daar verblijven en geen bemoeiingen hebben met de installaties van het onderkomen of met de reparatie of constructie van bv. vliegende schotels.

  • Hoe lang zal het nog duren voor wij mensen contact krijgen met deze beschavingen?  

Dat kan ik u niet met zekerheid zeggen. Op het ogenblik, dat de aarde in staat is interplanetaire ruimtevaart te bedrijven zal er wel contact mogelijk worden. Komt men tot interstellair verkeer dan is contact onvermijdelijk, al is het maar om de mensen duidelijk te maken, dat er in het interstellaire verkeer bepaalde regels bestaan.

Om u een voorbeeld te geven: men doorkruist dermate grote ruimtelijke sectoren, dat iemand, die panne heeft bijna niet meer te redden is. Juist daarom is het registreren van elk voertuig, waarmede men contact heeft van groot belang, evenals de plaats, waarop het zich op dat ogenblik bevond en zo mogelijk verdere gegevens. Dezen dienen aan anderen zonder meer te  worden doorgegeven. Wanneer eenmaal ruimtestations buiten de aarde in omloop zijn en voortdurend bemand worden is de mogelijkheid dat men een ruimtevoertuig ziet natuurlijk groter. Pogingen tot het opnemen van contact zullen dan waarschijnlijk wel resultaat hebben, dit volgens de algemeen in de ruimte geldende regels.

Wanneer de mensheid als geheel zover zou komen dat zij meester is van haar technische  vaardigheden en er niet meer, zoals nu voornamelijk, de slaaf van is, zou dit een verandering van mentaliteit teweeg brengen waardoor bijna zeker de zendelingen en hun helpers direct met uw wereld contact op zullen nemen en daar ook zullen landen. Om dit in tijd om te zetten is moeilijk. De bouw van een ruimtestation van redelijke omvang en met permanente bemanning zal naar ik meen nog wel vijftig of meer jaren op zich doen wachten.

Voor mensen de mogelijkheid tot interstellair verkeer ontdekken lijkt mij nog veel verder weg in de tijd, ofschoon hierbij toeval een grote rol kan spelen. Ik acht de mogelijkheid niet uitgesloten dat men eerste pogingen tot interstellair verkeer volgens de lange reis methode en mogelijk het lichtzeilen binnen 200 jaar zal doen. Maar dan moet de mensheid aan dit project wel eerst een eeuw hard werken.

Of dit gezien de toestand op aarde, werkelijk zal komen, kan ik niet zonder meer beantwoorden. En wat de ommekeer in mentaliteit bij de gehele mensheid betreft, ook hier kan ik geen vaste getallen geven, maar volgens mij ligt dit nog minstens 700 jaren in de toekomst. Tenzij zeer bijzondere noodsituaties optreden zal het dan ook volgens mij nog heel lang duren, voor er stoffelijk contact wordt gemaakt tussen de mensheid en wezens uit de ruimte. Zeker wanneer u als eis stelt, dat niet enkel contacten worden gelegd, maar dat ook eenieder kennis kan nemen daarvan. Voldoende?

  • Wat is de zin van al dat spelen in de stof? Geestelijke aspecten prevaleren daar toch boven? Hebben die wezens uit andere delen van het Al hogere geestelijke aspiraties dan de mens op het ogenblik heeft?

Wat dit laatste betreft kun je niet uitgaan van hetgeen de mens hoger of beter noemt. Vergeet niet, dat een andere bewoonde planeet een ras zal bergen, dat een geheel andere wordingsgeschiedenis achter zich heeft en dus ook een andere mentaliteit en moraliteit zal kennen dan een mens. Dit kan betekenen, dat zaken die u verwerpelijk acht voor hen mogelijk als je van het, als zeer goed en begeerlijk gelden en omgekeerd.

Misschien beseft u dit beter wanneer u zich realiseert, hoe klein theoretisch gezien het verschil is tussen bv. een christen en een moslim, maar hoe verschillend hun benadering is, hoe verschillend ook zij sommige zaken beoordelen. En dat is op uw eigen aarde en ondanks voortdurende contacten tussen beiden. Onder die omstandigheden kun je moeilijk spreken over hogere geestelijke aspiraties volgens een menselijke norm.

En wat de zin van al dat spelen in de stof betreft: zelfs een wezen, dat door uittreding zonder veel moeite door de ruimte kan reizen zal soms de behoefte gevoelen om een bepaalde wereld in de stof en dus volledig tot handelen bekwaam, te bezoeken. Men zal dan allereerst natuurlijk willen weten of alles, wat men schouwde ook inderdaad zo is en of alles, wat men er zou willen volbrengen ook werkelijk haalbaar is.

Geestelijk streven en werken heeft weinig zin wanneer het alleen bij theorieën of daadloze aanschouwing moet blijven. In elk levend wezen dat mij bekend is leeft dan ook ergens een drang om de zaken waarin men gelooft ooit ook waar te zien worden. Stel dat u op een winteravond een bijzonder eenvoudige constructie bedenkt voor bv. een boekenkast. Laat u het ontwerp dan verder rusten? Ik denk dat er een ogenblik komt waarop u wilt weten, of het werkelijk zo kan gedaan worden als u dacht. Mogelijk maakt u alleen maar een model. Maar het proces in uw brein is voor u pas geheel voltooid, wanneer de zaak buiten u op de proef kan worden gesteld. Zelfs de geest, die toch leeft in een wereld met heel wat meer mogelijkheden dan die, waarvan u zich bewust bent, komt op een gegeven ogenblik zover, dat zij zichzelf afvraagt: ik weet het allemaal nu wel, maar wat moet ik er verder mee aan?  Waarop zij in de stof incarneert om daarin op de proef te stellen wat zij in de geest voor zich als mogelijk en begeerlijk heeft leren beseffen. Hiermede rekening houdende moet het u toch wel duidelijk zijn dat het niet altijd en zonder meer juist is over geestelijke waarden te spreken als hoger dan al het stoffelijke. Geest en stof vloeien uit elkaar voort.

Laat mij het zo zeggen. Ik stel het zeer op prijs, wanneer u goed onderlegd bent in het christendom een goed apologeet bent, een goed theoloog desnoods. Maar wanneer u nu met al die kennis en kunde, al dit weten omtrent de essentie van het christendom een medemens laat verrekken, is al uw kennis dan nog iets waard? Is al uw innerlijk beleven dan nog van betekenis? De hoogste en edelste denkbeelden van geestelijke zijde krijgen pas werkelijke betekenis en worden pas werkelijk beleefbaar op het ogenblik dat zij worden omgezet in de praktijk. De materie biedt gemeenlijk meer mogelijkheden om iets in de praktijk te brengen dan andere sferen. Dit spel in de stof is dus van groot belang, omdat vele geestelijke ervaringen, mogelijkheden, ontdekkingen eerst werkelijk geheel beheerst beseft en gebruikt kunnen worden, wanneer je er proefondervindelijk mee kunt werken.

Neem de christenen: Jezus heeft tot zijn volgelingen gezegd uit te gaan en in Zijn Naam en de Naam des Vaders de zieken te genezen en duivelen uit te drijven.

Hoe komt het dan, dat de meeste christelijke autoriteiten zo tegen geestelijke genezing gekant zijn? Juist bij de christenen. Zijn de gezagsdragers misschien bang om de leer van hun Meester, die zij als volledige waarheid zeggen te aanvaarden, voor zich op de proef te stellen. En aan de andere kant: wanneer zij niet bereid zijn ook op aarde het woord van hun Meester te geloven en in de praktijk om te zetten, waarop baseren zij dan eigenlijk hun gezag? Zonder deze proef blijft hun lering een vaag geklets, mogelijk waar, maar onbewijsbaar en dus voor niemand bindend, hun gezag een pretentie, die zij alleen met onchristelijke middelen mogelijk waar kunnen maken.

Hoog geestelijk is een mooie term. Laat ons daarvoor liever zeggen bewust en beheerst. Zolang een wezen in de geest kan ervaren en daaruit conclusies kan trekken, is dit belangrijk. Zeker. Maar eerst wanneer het ook bereid en in staat is, zijn conclusies in de praktijk om te zetten – als het niet anders kan desnoods in de materie – gebeurt er iets. Dan eerst kan er iets veranderen. Dan eerst kan van een geestelijk stijgen inderdaad sprake zijn. Maar de mensen die zich voortdurend alleen maar aan mooie geestelijke theorieën bezatten krijgen mogelijk geestelijk de hoogte, maar zij komen overigens geen stap verder.

Vergeef mij deze reactie. Ik wil tegen niemand hatelijk doen, maar zou ook op dit gebied graag realistisch willen blijven. De theorieën zijn altijd weer heel mooi. Dan kun je van de ufo wezens mensen maken die aan zullen komen snellen om de aarde te bevrijden van alle dictatuur, een ieder te bevrijden en een ideale maatschappij in te stellen – al zou ik niet weten hoe je dit met al die verschillende mensen ooit zou moeten doen. Zoals wij de hoge geestelijke waarheden los kunnen maken van alle werkelijkheid en kunnen verkondigen als iets wat de gehele mensheid als bij toverslag om zal vormen tot een grote vergadering van ingewijden. Maar al zeg je het, daarom is het nog niet zo.

Theorieën klinken meestal erg mooi, maar veel maakt men er niet van waar, dat blijkt overal en steeds weer. Laat ons daarom reëel blijven en zeggen: Een ras uit de ruimte zal vanuit ons standpunt beoordeeld mogelijk allesbehalve hoog geestelijk bewust blijken te zijn. En wij zullen mogelijk met al onze hoge geestelijke waarden en waarheden, vanuit hun standpunt, alleen maar kinderachtige en onbewuste wezens zijn. Wie zal het zeggen? Maar elk ras maakt zijn ontwikkeling door. En een materiële ontwikkeling die voert tot ruimtevaart is gemeenlijk alleen dan mogelijk wanneer het ras dat deze bereikt een voldoende zelfkennis en zelfbeheersing heeft bereikt om zo een bewust en nuttig gebruik te maken van al zijn materiële mogelijkheden. Wat aanduidt dat er, voor men zover komt in een ras, ook geestelijk het een en ander gebeurd moet zijn.

Er zijn uitzonderingen in de ruimte. Enkele rassen schijnen zelf niet de mogelijkheden tot ruimtevaart ontdekt te hebben, maar een voertuig te hebben gevonden dat bv. een noodlanding had gemaakt, waardoor het hen mogelijk was, ook zelf de ruimte in te gaan. Deze enkele rassen worden door hun ruimtevaart in feite beheerst en trekken rond, vooral om ergens iets te kunnen veroveren. Maar de doorsnee ruimtevaarder weet al lang dat een verovering in feite niets waard is. Zoals hij weet, dat je maar weinig aan rijkdom van een andere wereld kunt meenemen, maar dat je wel in grote mate kennis kunt opdoen, denkbeelden kunt overnemen, kunstwaarden kunt leren kennen. Hij beseft ook, dat voor zijn wereld een enkele mooie melodie, die hij meebrengt, vaak meer van betekenis kan zijn dan een heel schip vol diamanten, omdat de muziek weer een nieuwe ontwikkeling op die eigen wereld mogelijk kan maken.

Zo bewust moet je wel worden, voor je met goede resultaten aan de ruimtevaart deel kunt nemen. Maar staat zo iemand nu hoger of lager in geestelijk opzicht? Wat zij zelf zouden zeggen speelt hierbij geen rol, ook op uw wereld zijn er mensen die beweren, hoog geestelijk bewust te zijn, maar die rustig het noodlot zich aan hun medemensen laten voltrekken zonder een vinger uit te steken. Je krijgt dan het gevoel, dat deze mensen eerder in een soort geestelijke isoleercel zitten dan in een hoge geestelijke sfeer.

Ik wil hierop niet verder doorgaan en meen uw opmerking voldoende beantwoord te hebben.

  •  Zijn er kernwaarden, goddelijke principes in de kosmos?

Inderdaad. Maar hoe dezen te omschrijven? Het principe is namelijk in zijn geheel voor een bewustzijn dat nog in de stof leeft en wat dat betreft zelfs in vele sferen, niet omschrijfbaar. Wie poogt deze waarden te omschrijven komt even ver als degene die het bestaan van een Jupiter postuleert om duidelijk te maken, dat het onder bepaalde omstandigheden onweert. Er zijn kosmische normen, die niet uitdrukbaar zijn. Wel kun je het volgende nog stellen:  Wanneer een ras een bepaald bewustzijn bereikt heeft, zal het in zich een steeds grotere honger gevoelen om door te dringen in het onbekende. Dat is kennelijk ingeschapen aan alle leven en hangt samen met het deel zijn van de kosmos en de innerlijke kern van het ik. Een ras kan nooit verder gaan, dan zijn beheersing van eigen ik mogelijk maakt. Op het ogenblik dat een ras verder gaat op technische of andere wegen dan zijn beheersingsmogelijkheden reiken, wordt het in gevaar gebracht door zichzelf. Het kan door dit gevaar mogelijk er alsnog toe komen, zichzelf te leren beheersen, maar indien het daarin niet zou slagen, zal het zichzelf vernietigen.

Dergelijke zaken gelden zo algemeen, dat je wel van een kosmische regel kunt spreken. Er zijn natuurlijk wel andere en zelfs belangrijker beginselen, maar die kunnen wij alleen vanuit onze eigen gezichtshoek omschrijven, zoals ook andere volkeren dit doen. Deze regels zijn dus niet algemeen uitgedrukt of uitdrukbaar en zullen bij verschillende rassen tot geheel andere reacties voeren, ofschoon hun uiteindelijke werking altijd weer geheel gelijk zal zijn.

Kortom er zijn bepaalde grondwaarden, die gelden in het geheel van de kosmos en zover ik weet ook in alle geestelijke werelden. Zij hebben betrekking op bewustwording, levensprocessen, veranderingen. Omschrijfbaar zijn zij echter niet zodanig, dat zij altijd en voor eenieder begrijpelijk zijn en volgens zijn visie juist zullen zijn. Waarmede ik eindig.

Er is veel gezegd over vliegende schotels, luchtverontreiniging, levenswaarden, de kosmos. Ik heb opzettelijk vermeden te zeggen, dat men soms meent vliegende schotels te zien, terwijl het in feite alleen maar luchtverontreinigingen zijn. Mijn reden? Op het ogenblik dat wij een ver- schijnsel kennen en op grond daarvan stellen dat alles, wat uiterlijk vergelijkbaar is, dit ook in oorzaak zal zijn, maken wij fouten. Bewust of onbewust worden wij dan blind voor de werkelijkheid. Juist het herkennen van de vele mogelijke verschillen in schijnbaar gelijke verschijnselen en ontwikkelingen geeft ons de mogelijkheid, ons beter bewust te worden van de werkelijkheid, waarin wij leven.

Dit geldt ook geestelijk. Verder moet u beseffen, dat niemand uiteindelijk meer voor u zal kunnen doen dan u zelf. In uw maatschappij klinkt dit als een lachertje, maar toch is het waar. Want de dingen die voor een mens werkelijk belangrijk zijn, die zijn bewustwording en geluk uitmaken, de zaken die hem de kracht geven werkelijk en bewust iets te maken van zijn leven, zijn in hemzelf verborgen. Daarom zal de mens zelf daarmede moeten werken. Niemand anders kan dit voor je doen.

Ten laatste zou ik willen zeggen: Laat ons als het u belieft niet te bang zijn voor veranderingen. Wanneer je kijkt naar de wereld van vandaag lijkt het wel of alles in het leven schadelijk is. Suiker is niet goed, teveel aardappels is ongezond, teveel melk kan kwalen veroorzaken enz. enz. Zelfs brood is niet gezond, zo beweert men. Volkorenbrood kan er volgens sommigen nog net mee door, maar helemaal goed is anders. Het lijkt wel, of alles opeens vol gevaren steekt, of een mens eigenlijk alleen maar niets moet doen en zo weinig mogelijk voedsel moet genieten om in leven te kunnen blijven. Trek u er niets van aan. Geniet alles met mate en u zult zien, dat niets werkelijk zo ongezond, gevaarlijk of schadelijk is als men beweert. En doe ook in geestelijke zaken hetzelfde. Of men nu beweert dat iets goed voor u is of verderfelijk, trek u er niet teveel van aan. Doe alles met mate, streef met mate, werk geestelijk met mate. Dan zult u ontdekken, dat u veel meer hebt bereikt dan u dacht, dat er veel meer mogelijkheden en ook vreugden in het geestelijk streven zijn verborgen dan u ooit meende.

En voor de rest, probeer reëel te zijn. Zet alle overdrijving op zij. Dan blijkt, dat het meevalt, zelfs met milieuverontreiniging en luchtvervuiling, want het leven past zich voortdurend aan. Onze taak is het, ons leven, wezen en besef steeds weer aan te passen aan steeds veranderende mogelijkheden en omstandigheden. Dan zullen wij als mens en geest slagen.

Grijp niet teveel terug op het verleden, verwacht geen wonderen of een oplossing van anderen, maar leef uw eigen leven, streef volgens uw bewustzijn en werk naar uw mogelijkheden.

DE INVLOED VAN DE NAAMKLANK OP DE PERSOON

Klanken hebben buiten een mentale waarde ook een emotionele waarde. Niet alleen het redelijk deel van het ik wordt door een klank getroffen, maar ook het lichaam en zelfs soms delen van het geestelijk ik en de astrale wereld. Dit wil zeggen dat een naam die op de juiste wijze wordt uitgesproken niet alleen maar een persoonsaanduiding of desnoods omschrijving van eigenschappen bevat, maar ook een andere, verder strekkende werking heeft.

Een mens, die weet hoe met klanken om te gaan en dus namen op de juiste wijze weet te spreken, beïnvloedt daardoor niet alleen anderen, maar zal ook eigen wezen bewust kunnen beïnvloeden en zo zijn eigen bewustzijnstoestand mede kunnen bepalen. Het is duidelijk, dat dit wel degelijk tot een verdere bewustwording van een mens zal kunnen bijdragen.

Mede hierom werd het al in een ver verleden zo, dat de mensen die een inwijding ondergaan, daarbij een andere naam te geven. In vele gevallen is daarbij sprake van een naam, die door een meester voor je wordt uitgezocht.

Zo vreemd als men dit soms acht is het zeker niet. Want wanneer je die andere naam krijgt, worden door de andere klanken die je steeds weer bereiken ook andere facetten van je persoonlijkheid op de voorgrond gebracht. Niet, dat je erdoor verandert. De mogelijkheid en inhoud van het ik blijven bepalend.

Wanneer bv. iemand altijd Jaap werd genoemd en je gaat hem opeens Petrus noemen, zo wordt hij daardoor nog niet sterker dan hij innerlijk reeds was of kon zijn. Anders gezegd: Petrus mag op den duur uiterlijk anders schijnen dan Jaap was, maar hij kan alleen bestaan uit eigenschappen, die tenminste potentieel reeds in Jaap aanwezig waren. Men kan dus niet zeggen, dat je door het krijgen van een andere naam ook anders wordt. Wel kan worden gesteld, dat een andere zijde van de persoonlijkheid daardoor vaak de mogelijkheid krijgt, zich verder te ontplooien.

Het is moeilijk u voorbeelden te geven, waarin dit duidelijk wordt. Mogelijk kan ik het u enigszins duidelijk maken door op klankverschillen te wijzen. Stel dat iemand altijd Bram wordt genoemd. Spreek die naam eens voor uzelf. Kort mogelijk, bijna bevelend met iets er in van; hijs de zeilen. Zeg nu de werkelijke maar eens voor u heen, maar dan voluit: Abraham. Laat de a’s eens wat resoneren en u bemerkt zelf, dat het plechtig klinkt en toch vooruit schijnt te stuwen. Juist gesproken heeft de volledige naam een invloed, die de afkorting nooit zal kunnen bezitten.

Maar let wel, elke klank moet dan ook werkelijk gesproken worden, dient zijn volle waarde te krijgen. Mensen die aan esoterie doen of zeer gelovig zijn lezen vaak spreuken, waarin namen voorkomen voor zich heen. Zij beseffen niet, dat zij de klanken door hun gemompel van zijn werking beroven. Lees bv. Messias of Adonai voor u heen en het blijven woorden. Spreek nu deze namen hardop en met de juiste nadruk: Messias… Adonai …, vreemd. Opeens klinkt het, of er een echo in verborgen zit. Het heeft werking.  Het voelt even de invloed als een soort rilling, als iets, waardoor uw haren even op gaan staan. Die klanken zijn sleutel voor gevoelens. Zij roepen stemmingen op, zijn in feite afstemmiddelen. Iets, waarvan men overigens in de magie vaak gebruik maakt. In vele bezweringen enz. speelt dit werken met klanken als sleutel voor andere waarden zelfs een hoofdrol.

Ik weet niet, of u zelf zich ooit hebt beziggehouden met evocaties, incantatie en dergelijke zaken. Indien u echter dit ooit gedaan hebt of zelfs maar er belangstelling voor koesterde, dan zult u ook weten, dat bij dergelijke formules altijd weer zeer veel namen aan te pas schijnen te komen. Deze namen zijn absoluut zinloos, vaak zelfs indien je er een wezen achter zou zoeken, zinledig. Maar wanneer zij worden uitgesproken op de juiste wijze – wat bij een incantatie een soort uitzingen van de woorden betekent – krijgen zij opeens een bijzondere waarde, omdat zij niet alleen de magiër en zijn omgeving afstemmen, mits juist geïncanteerd, maar bovendien de astrale wereld beroerend en op deze wijze tezamen met de instelling van de magiër ook allerhande geestelijke mogelijkheden scheppen.

Wanneer je dus stelt, dat de klank van een naam invloed kan hebben op zowel de uitingen van een persoon als de gemiddelde ontwikkeling van zijn bewustzijn, heb je daarmede inderdaad, gelijk. Er is echter een voorwaarde aan verbonden, de naam moet dan ook regelmatig en op de juiste wijze worden gesproken en in een verband worden gebruikt, waardoor zij voor de persoon zelf geen negatieve betekenis kan krijgen. Wanneer de naam op een bepaalde wijze wordt geroepen op ogenblikken waarin men iets doet, dat verkeerd is en zelfs straffen uitlokt, zal een klank veel van haar waarde verliezen door de associaties, die daaraan verbonden worden. Associatie is dus ook belangrijk. Wanneer je Rudolf heet en iedereen vult aan met “the red nosed reindeer” zal de klankwaarde van de naam vaak teloor gaan in de ellende die je voelt door de associatieve vergelijking, die er voor jou in verborgen ligt. Trouwens, ook wanneer mensen niet met hun eigen naam te maken hebben zijn vaak aan de klanken associaties verbonden. Zeg eens Rudi en sommige mensen denken daarbij onmiddellijk Schuricke, anderen echter Carell. Ook van dergelijke associaties bij jezelf of bij anderen kun je last hebben, zelfs wanneer het om een roep- of bijnaam gaat. Je wordt er psychisch dermate door beïnvloed, dat het bijna niet meer mogelijk is alleen de klankwaarde te doen gelden voor je innerlijke reacties.

Opvallend is dat men, eenmaal met een bepaalde naam gezegend, kiest voor een uitspraak of naamafleiding, die tot een ander taalgebied behoort. Dit kan zowel in klank als associatieve betekenis grote verschuivingen tot stand brengen. Een voorbeeld? Neem Karel. Dat is in deze omgeving een bekende naam. Zij doet wat nuchter, maar niet onvriendelijk aan, ofschoon er een soort machtsbegrip in verborgen ligt. Spreek de naam nu Duits uit: Karl. Korter, meer machtsbewust. Kort ook eens af. Hier spreekt men dan van Kalle of Kali. Spreek die namen eens fel uit en je krijgt het gevoel of je Kali Durga aan het oproepen bent. Er zijn dan destructieve invloeden opeens kenbaar, die in Karel wel aanwezig, maar niet duidelijk geuit zijn. Frans: Charles, doet denken aan een grote neus en voelt weids aan. Charly echter erkent op de achtergrond wel de bekwaamheid en macht, maar doet door de y-klank erachter voelen dat je het alles niet zo ernstig moet nemen.

Soms zie je meisjes een eigen naam kiezen, die in feite weinig meer met hun roepnaam te maken heeft, ook al schijnt die er van afgeleid te zijn. Soms noemt een meisje zich Miesje, terwijl de werkelijke naam Miriam is. Spreek de namen en ontdek, dat in Miesje nog geen honderdste van de kracht, invloed en het vermogen schuilt, dat de klanken van Miriam zonder meer doen aanvoelen. Een dergelijke keuze betekent, dat men angst heeft voor zichzelf, niet gekend wil worden voor wat men werkelijk is. Maar het betekent ook, dat men zich eigenschappen probeert toe te eigenen, die men niet werkelijk heeft.

Elke keer wanneer je met dergelijke ontwijkingen en naam vervormingen te maken krijgt, vraag je je onwillekeurig af, of die mensen wel beseffen, hoe belangrijk de klank van de roepnaam bij de vorming van de persoonlijkheid is. Altijd Mies genoemd worden brengt iets kattigs in de persoonlijkheid naar voren. Miriam genoemd worden maakt je… eerder tot iemand, die probeert de lasten ook van anderen te dragen. Mies wordt dan in feite de meer egoïstische zijde van Miriam. En ofschoon de persoonlijke eigenschappen niet alleen door de naam worden bepaald, zal hun ontwikkeling en de richting, waarin deze gaat, wel degelijk mede bepaald worden door de klank. Omgekeerd zullen mensen vaak een roepnaam vinden, voor anderen die volgens hen past bij de persoon. Niet elke Eduard wordt Eddy.

In de jeugd kiezen de ouders, vaak op associatieve gronden, de naam voor de kinderen. Maar zodra de persoonlijkheid zich wat meer ontwikkelt blijken de kinderen onderling al andere namen te hanteren. Soms eisen zij zelfs, dat zij voortaan bij de door hen gekozen naam zullen worden genoemd. Maar hoe vaak krijgt u niet een soort bijnaam of wordt uw eigen naam op een geheel andere wijze gebruikt dan voorheen? Dat is dan kennelijk mede het gevolg van kwaliteiten, die men in u aanvoelt. Protesten helpen dan gemeenlijk niet veel meer. De roepnaam is dus in vele gevallen ook nog een aanduiding van hetgeen u in de ogen van anderen bent.

Hou je je met dit alles bezig, dan kun je natuurlijk alleen uit die veranderingen van roepnaam, de wijze, waarop deze gesproken wordt enz. reeds heel veel omtrent jezelf te weten komen en vaak bovendien achtergronden in de wereld buiten je beter beseffen dan voorheen.

Er is hier reeds vele malen, over klanken en hun betekenis gesproken. Ik wil u in herinnering brengen, dat klanken ook wanneer zij geen menselijk gebruikte woorden vormen, wel degelijk een kosmische betekenis kunnen hebben, dat een stoffelijke stem zonder meer door kan klinken in een hogere sfeer. Maar wanneer je een lage toon op een piano aanslaat, zullen verschillende hogere tonen mee gaan trillen. De klanken van de menselijke stem veroorzaken harmonische verschijnselen in andere werelden en bovendien een afstemming van de voortbrenger van die klanken, zodat hierdoor toch een werkelijk contact met die andere wereld voor het ik mogelijk wordt.

Dus: de klank heeft veelal kosmische betekenis. Maar klanken zijn nu juist weer de bouwstenen van een naam, daarom zullen door de naam hogere waarden een rol spelen in het leven en wel in overeenstemming met de harmonieën, die erdoor gewekt kunnen worden. Maar u zult vanuit uw standpunt iemand in feite alleen maar zo noemen, omdat het strookt met iets, wat u in die ander ziet of aanvoelt. Ik kan u vele voorbeelden geven.

Petrus bv. betekent “van steen”. Toch zal niemand het gevoel hebben, dat deze naam vooral keikop betekent. Zij duidt eerder op een buigzame hardheid, zoals staal die bezit. Of indien u iets anders wilt dan namen, denk eens aan het Evoë bij de Griekse mysteries. Maak er een kreet van en je hebt een betekenis die in de juiste omstandigheden gebruikt, krachten weergeeft die in de woordbetekenis nooit bevat werden.

Maar ik moet eindigen. Nogmaals, verander de klank van uw naam en uw uiterlijk wezen verandert daardoor mede. U ontwikkelt zich in een andere zin of richting. Maar uw innerlijk potentieel blijft gelijk. Het innerlijke evenwicht kan erdoor worden beïnvloed en soms zelfs geheel veranderen, maar als geheel bezien ben en blijf je dezelfde.

Taal is, zoals namen, grotendeels emotioneel en niet slechts rationeel van betekenis en werking. Hiervan kan gebruik gemaakt worden om de eigen persoonlijkheid te leren kennen. Men kan innerlijke waarden of eigenschappen ermee wekken, men kan er illusies mee opbouwen en de werkelijkheid door leren kennen.

Taal is machtig, wanneer je haar beheerst, niet slechts als uitdrukking van denkbeelden, maar evenzeer als drager van emoties en sleutel tot de gevoelens en innerlijke waarden van anderen.

Associatieve betekenissen, ritme, klank geven tezamen aan de woorden een betekenis voor u en wekken emoties, die zonder dit bewust gebruik nooit middels deze zelfde woorden bereikt zou kunnen worden. Zelfs zinloze aaneenvoegingen krijgen betekenis.

Taal is een sleutel tot veel meer dan alleen de rede. Zo ook uw naam.