Uit het verleden tegenover het heden

13 augustus 1963

Vanavond zou ik willen spreken over dingen die een hele tijd geleden gebeurd zijn.

Er was een tijd dat de mens zocht naar een aanpassing in deze wereld. Niet altijd heeft hij die wereld zo kunnen beheersen als u nu doet, en zelfs tussen de hoogtepunten van beschaving vinden we altijd weer een tijd dat de mensheid moet worstelen om zijn bestaan, dat die mensheid zich moet aanpassen aan de condities die de natuur stelt.

Zolang dit nu alleen een kwestie is van de natuur en natuurlijke krachten, dan kunnen we zeggen het is noodlot, het is een situatie waar we ons bij neer hebben te leggen. Maar er komen ook perioden voor in dezelfde geschiedenis van de mensheid, waarin die mensheid voor een keuze wordt gesteld die niets te maken heeft met lichamelijke condities alleen, ook al heeft dit op de zuiver stoffelijke omstandigheden een heel grote invloed. We kennen bijvoorbeeld een punt waarbij Egypte kiezen kan tussen een absolute grootheid, de bron van een “ééngodendom”, en een verval door de strijd om de macht, tussen de priesters van verschillende Goden. Die keuze is verkeerd. Ichnaton (Amenophis IV van Egypte  1375 – 1358 v.Chr.), die zich profeet noemt, en niet in staat is om zijn leer werkelijk door te zetten bij het volk. En misschien hebben de priesters gelijk wanneer ze zeggen dat het volk er niet rijp voor is. Maar zijn boodschap is van het uiterste belang want alleen op deze manier kan een nieuwe eenheid worden geschapen in Egypte. Vanaf het ogenblik zien we wel de weelde stijgen, maar gelijktijdig de werkelijke macht van Egypte afnemen. De veerkracht is er uit.

Indië. Destijds een grote zee in de buurt van de tegenwoordige Gobi. Daar woont een volk dat zich geheel wijdt aan de priesters en waarbij door een selectie van mensen, een scheppen van omstandigheden van beproevingen niet alleen een sterk ras maar ook een wijs en verstandig ras ontstaat. Er komt echter een dag dat men gaat denken aan zijn weelde, aan zijn gemak, dat men de bestaande regels niet meer wil aanpassen en vanaf dat ogenblik ontstaan er in toenemende mate grote rampen.

Allereerst gaat er een stad, een eiland gelegen in de Gobi waarvan nu nog een klein stukje hoogland overblijft ten onder  in een aardbeving (toen zeebeving). Daarna droogt een rivier op, en wat eens vruchtbaar land was, is verlaten en voor de mensen blijft weinig over. Hun denkwijze, hun zienswijze vinden we later terug bij de vroege Ariërs, maar de energie de werkelijke geestelijke bewustwording is teniet gegaan.

Atlantis kent ook zijn periode. Er is een tijd dat de mens voor zijn God kan treden. Er is een tijd waarin hij technische macht heeft, er is een tijd waarin de wijzen en priesters in staat zijn het volk leiding te geven in al wat belangrijk is. Dan is het een gelukkig land, en dan komen er mensen en die zoeken naar God voor hun eigen doeleinden. Ze willen alles inschakelen in hun eigen kader van machtsverhoudingen en handel. Zwarte priesters ontstaan, en daar begint het verval van Atlantis dat ongeveer een 1000 tal jaar later een eerste ramp ondergaat. Zelfs dan blijft er niet voldoende verstand over. Een tweede ramp een groot aantal jaren later vernietigt al wat overblijft van Atlantis. Enkele kleine kolonies zijn overgebleven maar hun invloed is eigenlijk zeer gering. Alleen in de godsdienst, in het denken hebben ze enige invloed.

Hun overleveringen verdwijnen. Waarom? Omdat er een ogenblik komt dat de mens geconfronteerd wordt met de waarheid omtrent zichzelf, en de waarheid omtrent zijn Godheid. Dat hij geconfronteerd wordt met de grote vraag, of hij bewust zelf wil streven of alleen maar geleid wil worden door een spel van belangen en zekerheid wil scheppen waaraan hij in feite zelf geen deel heeft. Kiest hij deze laatste weg, dan is er een ondergang. Griekenland is ten onder gegaan aan een soortgelijke gang, waarbij men niet dacht in belangen, maar in de schatten die men kon veroveren. In de haat die men had tegen andere steden. Men dacht echter niet aan dat ene dat noodzakelijk was, dat de wijsheid van Athene verenigd moest worden met de hardheid van Sparta.

Waar wij ook gaan in het verleden, altijd weer breekt het kritieke punt aan. De mensheid staat voor een keuze, een keuze die ze op dat ogenblik meestal niet beseft. Haar leven wordt omringd door allerhande verschijnselen die een primitieve maatschappij “omen” noemt, voortekens, en die een ingewikkelder maatschappij toeval noemt, of ten hoogste de wil Gods. U moet begrijpen dat men daar zelf iets tegen moet doen. Dat men zelf moet reageren, wil men iets bereiken. Want het is te moeilijk om afstand te doen van ideeën die vele geslachten lang ingeroest zijn. Het is veel te moeilijk om je een idee te vormen van een maatschappij die anders is, die eisen gaat stellen die je nu nog niet kunt voorstellen. Een maatschappij waarin je aansprakelijkheden moet dragen die je nu zo heerlijk op anderen kunt afschuiven.

Kijk eens. Dit is dus het verleden, maar wat is deze tijd? U heeft er genoeg over gehoord. Is deze tijd niet precies zó kritiek? Gaat het ook niet om het doen van een keuze? Moet ook nu de mensheid niet besluiten wat in haar leven waardevol is en wat ze veranderen kan? Volgens mij is dit juist en terecht gesteld.

Wat is kentekenend voor een periode van overgang, van verandering die slaagt. In de eerste plaats een psychologische aanpassing. Wij zien bijvoorbeeld in China een dergelijke geschiedenis zich ontwikkelen. Meerdere malen wordt het rijk van het midden onder de voet gelopen. Onder meer door de Mantsjoes. Daar zijn de veroveraars en wat zegt het volk? Zegt het wij gaan nu opstandig worden, want de samenhang wordt verbroken. Neen, zij aanvaarden nieuwe wetten en regels ook wanneer ze het niet prettig vinden. Ze dragen de staart, (de haarvlecht) die vroeger voor iedere Europeaan het kenteken was van een Chinees, omdat de Mantsjoes dat hebben verordineerd.

Want een mens moet gemakkelijk gegrepen worden, wanneer je hem zo beet grijpt, kun je hem nl. zijn hoofd gemakkelijk afslaan. Het volk ontwikkeld rustig zijn eigen filosofie. Het past zich aan, het leert dat ordening en samenhang zoals die tot nog toe bestonden niet voldoende zijn. Dat er ook nog een kwestie is van vasthoudendheid van moed. Dat er een ogenblik komt dat je datgene wat juist is moet doen, ook wanneer het je ondergang brengt. En dan vallen er veel slachtoffers, maar wat is het eindresultaat? Dat die Matsjoes, meer Chinezen zijn dan de Chinezen zelf. Dat de “klassieken” van het Chinese volk het handboek worden van de vreemde overheersers. Dat men op den duur niet meer beter weet of een Matsjoe is een Chinees. Kijk dat leert de historie.

En dat er een grote psychologische aanpassing noodzakelijk is zal u duidelijk zijn. Want je denkt in het kader van je eigen wereld altijd aan vaste waarden. Je begrijpt niet dat ze zich verplaatsen, zomin als de mens die naar de sterren kijkt, zich kan verbeelden dat over een paar duizend jaar die sterrenhemel anders zal zijn. En toch is het zo. Je moet allereerst loskomen van de vaste gewoonten, de vaste gedachten, de vaste maatstaven, die gebruikt worden in je eigen wereld.

Zo zou een mens dus in een tijd van veranderingen ook tegenover het leven moeten staan. En laten we even nagaan wat de psychologische remmen zijn voor een aanvaarding van de vernieuwing.

In de eerste plaats heeft men het van zijn ouders, grootouders enz. gehoord en gezien: zo is het goed en anders niet. Er is geen stoffelijke prikkel om een verandering te brengen. Waarom zouden we dan iets veranderen. Daar begin je mee. En dan heb je daar dus al een terughouden van elke belangrijke vernieuwing. Het is niet voor niets dat in Europa het feit dat de aarde rond de zon draait zo laat bekend is geworden. Het was wel vroeger bekend maar men wilde het niet aanvaarden. Dat de aarde rond was, was lange tijd Anathema, een vervloekte ketterij geweest. Zo handelen wij heden ten dage ten opzichte van vele andere dingen. Ten opzichte van sociale verhoudingen en rechten, ten opzichte van verplichtingen en naastenliefde. Van begrippen als morele rechtlijnigheid. U heeft nu eenmaal een bepaald aantal artikelen en daar leeft u naar. U ziet de uiterlijke vormen, maar niet de innerlijke vormen. Wanneer u Belg bent vanuit uw innerlijk zult u het altijd blijven, niemand kan u veranderen ook geen vreemde overheersing. Wanneer u het bent op de grond van uiterlijke omstandigheden, dan kunt u nog zo fier brullen als de beste Vlaamse Leeuw, dan komt er een ogenblik dat u gedresseerd wordt door de behoefte en de noodzaak.

En wij staan in deze tijd niet alleen tegenover stoffelijke veranderingen. Zeker de aarde beeft, er zijn vloedgolven, er zullen een paar tekenen aan de hemel zijn, ongetwijfeld allemaal waar. Maar we staan tegenover iets heel anders. We staan tegenover een ogenblik, waarin de wereld haar eigen inzichten en houdingen zeer snel moet gaan veranderen. Omdat zij anders in een egoïstische groepsstrijd verzeild raakt, die niet alleen maar stoffelijke waarden aantast, dat zou zo erg niet zijn, maar die geestelijke veerkracht wegneemt, die de mogelijkheid ontneemt om waarlijk mens te zijn.

Dan kom je vanzelf op de kwesties, wat is in de eerste plaats noodzakelijk?

  1. De mens moet leren dat alle wetenschap een vorm is van geloof en geen stoffelijke of materialistische godsdienst mag of kan zijn.
  2. U moet zich realiseren dat er geen zekerheid is, noch ooit bestaan heeft. Er is slechts de innerlijke zekerheid waarin je zelf bent en je verbondenheid met je God en de Hogere Krachten erkent.
  3. De mens moet zich realiseren dat hij niet tegen de natuur in zijn menselijk leven kan voeren. Dat hij dat slechts kan doen als deel van de natuur. U kunt niet zeggen wat de natuur doet met planten en bloemen en dieren gaat mij niet aan, ik ben een mens, ik ben meer, ik ben anders. U moet zeggen als mens ben ik evenzeer deel van alle natuurlijke ontwikkelingen en wetten als elk lager wezen, in mijn stoffelijk leven moet ik mij daarop baseren. Niet op een ideaal.
  4. De mens moet begrijpen dat er een verschil bestaat tussen geloof en godsdienst als een uiterlijke vorm en als een innerlijke erkenning. De waarheid is datgene waarvan u innerlijk zo overtuigd bent, dat u niets anders ziet.

Een objectieve waarheid bestaat er niet in de wereld. Alles is begoocheling, waan. Maar op het ogenblik dat u in uzelf iets als juist erkent (u hoeft het niet prettig te vinden) dan is dat voor u waarheid. Leef uw waarheid mens en niet uw droom. Bereik uit uzelf en tracht niet, de bereikingen van een ander tot de uwe te maken.

Omwentelingen in het menselijk gedragspatroon. Ze betekenen een totaal ander begrip van de samenhang in de economie, en de politiek. Ze betekenen bovenal een geheel ander begrip van de band tussen mens en Hogere Krachten en geesten.

Nu gaan we ons verder afvragen wat wel en wat niet noodzakelijk is. Wanneer u leeft vanuit uw natuurlijke drang bent u soms geen mens. Maar wanneer u uw natuurlijke drang ontkent, dan bent u noch mens noch dier, dan bent u het stervend bewustzijn. De mens moet zich realiseren dat het leven niet is gemaakt om zorgen te hebben, om een bepaalde wereld te bouwen, maar dat die wereld is gemaakt om voor hemzelf harmonie te vinden op de voor hem juiste manier. Hij moet begrijpen dat dit geldt op elk terrein, u kunt geen uitzondering maken. U kunt niet zeggen in alles is de innerlijke wet de hoogste kracht, behalve in het economische verkeer of behalve in het contact tussen de seksen. Dat gaat niet. Wanneer men iets aanvaardt dan moet men dit totaal doen, zonder voorbehoud.

En daarbij moet men afgaan op zijn innerlijk gevoel van juistheid. Is het innerlijk juist en aanvaardbaar, dan blijft het innerlijk juist en aanvaardbaar, onverschillig wat er in de wereld gebeurt. En doordat het een innerlijke juistheid is, schept het de juiste samenhangen de juiste verhoudingen en betekenis voor allen die op de wereld leven.

We hebben verder te maken met, een ook al de mensheid beheersend idee dat een scheiding moet bestaan tussen goed en kwaad, tussen licht en duister. Een eenzijdigheid waarbij aan de ene kant alles lichtend goed deugdzaam, aan de andere kant alles duister, slecht en demonisch is. Kan dat bestaan? Zolang de mens begrijpt dat licht en duister gescheiden waarden zijn en niet beseft dat het licht eerst kenbaar is door het duister en het duister eerst door het licht dat beiden voortkomen uit dezelfde bron zal de mens een voorbehoud maken in zijn denken en zijn leven en werken waarbij hij de werkelijkheid uit het oog verliest. De stoffelijke maar vooral de geestelijke werkelijkheid.

Wanneer ik God zoek, dan zoek ik die God zeker op mijn manier. Maar ik doe meer; ik zoek die God als een bevestiging van mijn wezen, en ik wil mijn wezen beleven en erkennen als een directe bevestiging van de waarheid van het bestaan van die God. Anders heeft het geen zin. Dan vervalt een hele hoop van wat op het ogenblik bestaat.

Ik weet dat er mensen zijn die zeggen: ja maar dit of dat kan niet. Misschien hebt u gelijk. Wanneer het een innerlijke waarde is, zeker. Niet wanneer het een voorkeur is, maar wanneer het een directe innerlijke erkenning is. Zolang datgene wat u doet, niet als een deel van het Goddelijke erkent wordt, maakt u fouten. De doorsnee mens in deze tijd erkent zijn leven niet in de eerste plaats als komende uit God, als verwerkelijking van Gods wil, maar als een verwerkelijking van een maatschappelijk beeld waaraan hij innerlijk niet beantwoordt. Dat zou moeten verdwijnen.

Iets meer over licht en duister. U kent het argument: God heeft alle dingen geschapen. De mens kent de Goddelijke Wil niet, of slechts zeer beperkt. Wanneer die beperktheid van erkenning niet wordt vervangen door de illusie van een volledig kennen van Gods Wil en Wezen, dan zal de mens met een beperkte openbaring zeer veel kunnen doen en tot stand brengen. Maar zodra hij de beperkte openbaring stelt voor het geheel, ontkent hij delen van God.

Hij heeft het altijd gedaan, hij heeft niet gezegd: God is heer en meester en in zijn wezen hebben alle dingen een zin en betekenis. Hij heeft gezegd: God is er en de duivel is van God weggelopen, en de duivel doet alles tegen God in. Die duivel is sterk en is krachtig. Neen, (ik zeg niet dat het kwade niet bestaat) maar het kwade voor u kan voor een ander het goede zijn. Zoals we ons voor kunnen stellen dat onder water leven voor een mens kwaad is, voor een vis is het natuurlijk, is het goed.

Er zijn verschillende richtingen misschien van beleving en ontwikkeling. Maar ze hebben hetzelfde doel en ieder behoort in zijn eigen milieu, en dan is de duivel ineens niet onze tegenstander, onze vijand, ondanks God, hij is de tegenstelling die in ons leven wordt geschapen dank zij God en dat hangt zeer sterk samen met die psychologische veranderingen waarvan ik spreek.

Wanneer ik stel dat de weg van een demon voor mij niet goed is, mag ik die weg niet gaan. Ik mag die demon niet beletten zijn weg te gaan zover hij mij mijn weg laat gaan. Ik leef nl. niet uit een bepaalde wet, ik leef uit de Goddelijke Kracht. Binnen het totaal van die schepping heb ik een eigen plaats, eigen wet, ik ben een direct deel Gods, er is niemand die mij kan ontzeggen deel te zijn van die God. Ik ben uit Hem geschapen. Mijn licht is het Licht van Zijn licht mijn kracht is kracht van Zijn kracht. Er is niets dat mij scheid van die God, behalve één ding, mijn eigen voorbehoud tegen delen van die God en zijn Wereld en van zijn Schepping. Mijn verwerping van datgene van wat Hij, in Zijn besef van de volmaaktheid, heeft geschapen. En op dat ogenblik van innerlijke waarheid, zoals dat nu ook op de wereld praktisch is aangebroken, zal men moeten beslissen wat men wenst. De Kracht van God in jezelf en de waarheid van leven rond je, het volgen van de eigen wet die God in je legt of het volgen van een weg die menselijk is, maar die altijd weer illusie is.

Deze argumenten zullen velen natuurlijk niet overtuigen, maar wanneer de mens niet begrijpt dat zijn eigen weg een bijzondere en voor hem persoonlijk bestaande is, dan kan hij niet overgaan tot een beleven van zijn persoonlijke waarheid. Je maakt er zo gauw een verkeerde voorstelling van.

Bijvoorbeeld: Abraham hield er een paar vrouwen op na. Nu zegt men; Ja dat kon toen, maar dat kan tegenwoordig niet meer. Wanneer dat eens Gods wet is geweest waarom kan dat niet voor de mensen van deze dagen wanneer zij innerlijk dit als juist en waar aanvaarden en erkennen. Wat vroeger geschiedde dat was Gods wil, tegenwoordig mag dat niet. Zou God veranderen? Neen God verandert niet. God in de mens is en blijft altijd de wet die elke mens zijn bestemming geeft. Die bestemming is niet iets te zijn, voor of in de ogen van de mensen, maar om een factor te zijn in het beeld dat God schept van het totaal. U leeft niet om uw medemensen te helpen, hoe prettig het is wanneer u het kunt doen. U leeft om in de mensheid Gods Liefde te openbaren en dat is heel iets anders. U leeft niet om vreugde te kennen zonder meer. U leeft om de vreugde van geheel, dit beperkte deel van de Schepping innerlijk te beleven, te ervaren en a.h.w. als een fakkel te dragen door de duisternis van anderen.

Zo gezien is die psychologische omwenteling dus nog heel wat meer.

Dan stel ik het volgende: de mens in deze dagen, leeft in een periode waarvan gezegd kan worden dat zij harmonie eist en bevestiging van harmonie in alle vormen.

Elke gedachte die harmonisch is, elk beleven dat harmonisch is, elke daad die harmonisch is bevestigen de waarde van deze tijd. Maar het is meer dan dit, het is een bevestiging van een bepaalde fase van groei, groei waaraan wij allen, geest en stof deel hebben. Het is de bevestiging van de vernieuwing. Wanneer u die harmonie zoekt, kunt u dat niet doen zo maar. De één vindt misschien harmonie bij een pint bier, de ander op straat, een derde met een hengel in zijn handen. Elk op zijn eigen manier. Belangrijk is dat een mens de mens leert respecteren als een vrij wezen, een wezen waarop men geen rechten kan uitoefenen, een wezen waaraan men geen plichten kan opleggen, een wezen waarmee men leven moet, maar dat men nimmer kan omvormen, naar zijn eigen beeld, kan herscheppen tot een soort appendix van eigen bewustzijn.

Dan zeg je: Ja maar wat is dan die harmonie die door mij bepaald wordt, en dan antwoord ik weer de innerlijke wet. Waarop u in stilte zegt: Innerlijke wet, innerlijke wet, mooi, heel mooi gezegd, maar ik heb geen innerlijke wet. Misschien heeft u gelijk, misschien heeft u er nog nooit over gedacht. Misschien zou u die wet graag gegraveerd hebben op een gouden plaatje op uw borst. Zo is het nu eenmaal niet.

Innerlijke wet is dit: Wanneer u nadenkt over dingen die goed zijn, over dingen die u eigenlijk noodzakelijk acht, dan zult u ontdekken dat zodra u deze niet meer betrekt op anderen, maar alleen op uzelf, dat zij zich steeds herhalen. In duizenden verschillende situaties blijkt voor u de gelijke drijfveer te bestaan. En wanneer u daarbij geen gewin zoekt voor uzelf, maar alleen eerlijk zegt wat zie ik nu als juist, wat voel ik in mijzelf dat eigenlijk goed is. u zegt niet wat denk ik zelf ervan, of wat denkt een ander ervan, dan krijgt u steeds weer die wet voorgeschoteld, zoals ieder van u een eigen richting heeft in het leven. U kunt natuurlijk wel denken: ik ben tot zekere hoogte vrij, dat is waar. U bent vrij in uw persoonlijk leven en beleven, in uw bewustwording, maar ik zeg u één ding: Wanneer u een mens moet doden dan kunt u kwaadwillig doen en hem vermoorden, het kan ook zijn dat u die mens ontmoet in stervensgevaar en dat u hem niet kunt redden ondanks al uw pogen. Maar wanneer het contact in het stervensuur vastligt, dan is het er. Dat zijn dingen van een Goddelijk scheppingsplan. Daar kunt u niets aan veranderen. U kunt alleen veranderen wat het voor u is, hoe uzelf hier tegenover staat wat het voor waarde of bewustwording heeft voor u en misschien ook voor die ander. Dat laatste weet u nooit zeker.

Zo kun je dus zeggen: er zijn gebeurtenissen die plaats zullen vinden. Zeg maar rustig tegen uzelf, wanneer ik het deze keer in de stof vermijd dan zal het een volgende keer in de stof zijn dat ik het moet doormaken. Intenser, sterker dan tevoren, want je kunt niet ontkomen aan de noodzaken die van het kosmisch plan uitgaan. Je hebt een bepaalde weg te gaan, je hebt een bepaalde betekenis en die betekenis moet je vervullen en daarbij speelt de tijd geen rol. U hebt altijd de illusie als mens dat je iets kunt ontsnappen door het uit te stellen, dat is niet waar, wat vandaag niet is, komt morgen, of over 10.000 jaar, komt het niet op deze wereld dan op een andere, maar komen doet het, je behoort het te leven.

Ga nu eens na wat uw eigen leven is, wat zijn je mislukkingen? Waar heeft u altijd tekort aan gevoeld. Waar heeft u tevredenheid en geluk gevonden? Wat zijn uw denkbeelden, wat zijn uw realisaties? Vraag u eens af, eerlijk, en u zult ontdekken dat, eerlijk gezien, uw mislukkingen in een bepaalde categorie vallen. Dat ze allemaal ergens iets gemeen hebben en u zult zien dat ook datgene waarin u slaagt altijd ergens iets gemeens heeft. Zo gezien heeft uw leven dus wel degelijk een bepaalde richting, of een regel, of een taak. Die wet te erkennen, is erkennen dus welke weg u gaat binnen het totaal van het zijnde, wat u bent in de volmaakte schepping. Dus geen volmaakte zelfkennis, ‘t is alleen begrip voor je betekenis, voor je samenhang met het leven. Begin die te vervullen en je zult ontdekken dat de innerlijke gevoelens, datgene wat je innerlijk aanvaard en verwerpt, wanneer je eerlijk bent als noodzakelijk of verwerpelijk dat, dat eigenlijk daarbij past. Ook hier weer dezelfde betekenis. En zo kan iedere mens in zijn leven, naarmate hij ouder wordt, met grote zekerheid weten welke kracht, welke wet zijn persoonlijk bestaan regeert. Die wet en die kracht die komt niet voort ergens uit de schepping. die komt van God.

Zolang de mens dit niet beseft dan zal hij spreken over een gelijkschakeling. Hij zal zeggen wij moeten allen dit of dat doen. Ik zou u graag regels geven voor uw persoonlijk gedrag, maar hoe kan ik dat doen? Er zijn hier zeker 5 verschillende wegen aanwezig. Ik zou zeggen, mensen die behoren tot een andere trap van bereiking, tot een andere wijze van vervulling, die gehoorzamen aan een andere regel, aan een andere wet. U heeft veel gemeen. Maar niet alles. Ik kan u alleen zeggen hoe meer u geleefd hebt, hoe meer u beleefd hebt, hoe sterker die wet voor u duidelijk wordt.

Er is nog een punt dat vanuit geestelijk standpunt van groot belang is. Datgene wat stoffelijk gebeurd is, is gebeurd, het heeft geen belang. Datgene wat stoffelijk vandaag beantwoordt aan mijn innerlijk begrip, mijn innerlijke noodzaak mijn innerlijke verplichting, is van al overheersend belang tot het ogenblik dat die innerlijke verplichting, die noodzaak wegvalt dan is het van geen belang. Wat morgen gebeurt kun je nooit volledig overzien, maar je kunt je richten naar de krachten die vandaag leven. Ge kunt vandaag beginnen met een streven naar ontwikkelingen en bewustwording die morgen ergens een nieuwe werkelijkheid vormen. En zo: leef vandaag wat uw materieel bestaan betreft, trek uw lessen uit gisteren wat betreft uw innerlijke wet, uw geestelijke waarheid, dan zult u daarin vanzelf die harmonie vinden en die wegen tot harmonie zowel geestelijk als meer materieel die voor u moeten voeren tot een deel-zijn van de nieuwe tijd.

Ik ben niet voor niets begonnen met u te wijzen op de mislukkingen van een verleden. Vandaag wordt er gezegd, er is een nieuwe God. Dat wil niet zeggen dat er een andere God is gekomen maar een nieuwe, een nieuw aangezicht van God is kenbaar geworden in de schepping. Dat betekent niet dat het oude waardeloos is, elk woord van Jezus geldt vandaag de dag zo goed als vroeger. Zijn werkelijke woorden, maar ook de wijze waarop de mensen dit kunnen verwerkelijken en beleven is een totaal andere dan de tijd waarin Jezus leefde. De hele mogelijkheid die men vindt, ligt op een ander vlak. Men moet aanvaarden wat de nieuwe tijd aan eisen stelt. Men moet begrijpen dat er nieuwe verhoudingen moeten zijn tussen de mensen, dat er nieuwe krachten moeten zijn waaruit je werkt. Maar je moet ook begrijpen dat alles wat uit de oudheid komt, daarbij alleen een hulpmiddel is wanneer het op een nieuwe of bewuste wijze gebruikt wordt.

Wanneer u rekening houdt met de volgende punten dan zult u mijn inziens, waarschijnlijk die aanpassing aan die nieuwe tijd kunnen bereiken:

  1. Wat geldt in de mens is de Goddelijke Wet en de Goddelijke Kracht en niets anders.
  2. De mens kan niet alleen voor de geest of alleen voor de stof leven, maar kan zijn wezen op aarde alleen tot uitdrukking brengen door beide in volledige harmonie tot uitdrukking te brengen, op beide vlakken gelijktijdig.
  3. Alle dingen die God geschapen heeft zijn voor de mens aanvaardbaar of hij ze aanvaarden wil, zal afhankelijk zijn van zijn erkenning omtrent zijn eigen wezen. God is alomvattend, de mens moet trachten zijn beperkingen van denken, zijn dogmatiek terzijde te stellen, hij zal ook moeten trachten dit in zijn dagelijks leven te doen.
  4. Iets dat gelijktijdig misschien een waarschuwing en een belofte inhoudt. De grootste naam en de grootste kracht is machteloos en nutteloos voor ons, wanneer we die kracht niet leven. Maar alles wat in ons bestaat, wat wij in onszelf voor werkelijkheid kunnen aanvaarden, dat kunnen wij ook tot werkelijkheid maken in elke wereld waarin wij bestaan. De beperkingen die wij scheppen zijn misleidend, laat ons een volledige vrijheid van denken en geloven en van handelen aanvaarden, ja voor onszelf a.h.w. opeisen, in een bereidheid alle consequenties daarvan te aanvaarden, en laat ons gelijktijdig stellen dat wij onze eigen weg gaan. Dan zal blijken dat, zoals een vogel zijn vast gebied heeft van jacht, vast nest, zijn vaste wegen heen en terug ondanks de vrijheid die hem gegeven is, de mens door zijn wezen en bestemming de begrenzingen zal vinden waarbinnen zijn wezen harmonisch met het al kan bestaan.
  • Als men wil leven volgens zijn eigen wet, en zijn eigen weg wil gaan, dan wordt u dit vaak verhinderd?

Wanneer u uw eigen weg gaat dan zal dat in uw omgeving consequenties hebben natuurlijk. En ik zeg niet dat u uw eigen lust moet volgen of uw eigen besef van juistheid, dat is iets anders. Zolang u begrijpt dat niemand u iets beperken kan, mag of zal, buiten uzelf. En daarbij niet probeert om het leven van een ander a.h.w. te leiden. Of zelfs de lasten van een ander te dragen, anders dan ze in uw eigen leven bestaan en daarvan deel zijn. Dan zult u niet ten gronde gaan. Dan zal ongetwijfeld uw omgeving soms zeggen: Ja maar dat past niet en die omgeving zal zich terugtrekken, en dan berust dat ook op een bestaand verschil, dan is dat goed. Ik kan me voorstellen dat u met een duikersuitrusting onbeperkt onderwater kunt leven met de vissen. Maar is het daarom goed voor u?

Wanneer u leeft buiten de waarheid die uzelf is ingeschapen, buiten uw innerlijke wet. Wanneer u probeert anders te zijn dan u bent, en niet probeert God te verwerkelijken die zich in het totaal van uw wezen openbaart. Dan kunt u misschien uiterlijk de vrede een tijd bewaren, en dan zal uw omgeving lijden onder u, zowel als u onder uw omgeving, dat is niet de bedoeling. U kunt het voorbeeld zijn van uw omgeving en uw omgeving kan u verwerpen of aanvaarden, dat moet ze zelf weten. Maar op het ogenblik dat u probeert uw omgeving te leiden, lijdt de omgeving onder u. Als u dat maar in uw hoofd krijgt. Dan zult u zeggen, ja maar op een gegeven ogenblik kan ik die keuze niet maken, ik kan de consequenties niet aanvaarden van mijn innerlijke wet. Goed, dan doet u het niet, maar weet dat, dat toch een keer komt. En begrijp dat de nieuwe tijd voor u pas dan een werkelijke en reële waarde wordt wanneer u die innerlijke wet kunt uitdragen en beleven. Dus uw bewust deel aan de schepping a.h.w. gelijk maken aan het werkelijk deel dat u hebt aan de schepping.

  • Denkt u niet dat we in de samenleving elk onze eigen wet volgen, we tot een hopeloze verwarring komen?

Ja. op het ogenblik bent u tot een hopeloze orde gekomen, het is maar de vraag waar u de voorkeur aangeeft.

  • Ik denk juist dat het door het persoonlijk egoïsme is dat we tot een wanorde komen. Dat we meer tot een collectieve gemeenschap moeten komen.

Dat klinkt heel mooi. Maar hoe meer u spreekt van een collectief voordeel, hoe meer groepen er zullen zijn die zeggen, dat een collectief voordeel in de eerste plaats voor hen zal zijn, datgene wat voor hen voordelig is. Om het anders te zeggen: Bij de toename van sociale zekerheid en het vormen van een communale structuur, blijkt het persoonlijk egoïsme, de harteloosheid van de mensen steeds toe te nemen. Ja wat meer is, zij tonen in vele gevallen tekenen van een zeker geestelijk gestoord zijn, waardoor ze elk begrip voor reële normen uit het oog verliezen. Het product van uw samenleving is misschien wat minder honger, en wat meer moordenaars, vindt u dat mooi? U kunt niet leven naar een gemeenschapsdoel dat niet is opgebouwd uit bewuste individuen. En dan is het beter dat de mens individueel bewust wordt in iets wat chaotisch lijkt, maar wat dan zijn gestalte krijgt uit de gezamenlijke bestreving uit de erkenning van een Godswaarheid in elke mens. Dan dat we voortgaan uit een opgestelde these, een theorie, een wereld te bouwen die de mens steeds verder vervreemd van zichzelf en van zijn God. En hem op den duur maakt tot een willoos product van zijn eigen lusten, lasten en voorkeuren. Dat is juist de keuze waarvoor u staat dat is een van de keuzen waarop ik gezinspeeld heb.

U kunt een maatschappij bouwen waarin niemand honger heeft, waarin iedereen alles krijgt wat hij nodig heeft in het begin. Het resultaat zal zijn dat die maatschappij alles wat voor haar niet nuttig is uitstoot, en dat die maatschappij dan zichzelf gaat zien als het doel. Dan kunt u de mensen laten leven als mieren en dan is dat menselijke belangrijker. Het innerlijk bewustzijn waarbij eenieder langs zijn eigen weg streeft, waarbij men toch door zijn gemeenschappelijk mens-zijn, tot een gezamenlijke beleving, een gezamenlijk produceren, een gezamenlijk vormen van een maatschappij komt, zal teloorgegaan. Het gevaar daarvoor is in deze dagen veel groter dan u zich kunt voorstellen.

De inwerkingen van deze maand zijn veel intenser dan velen zich realiseren, ook op dit gebied. Dit is de reden waarom ik dit onderwerp vanavond heb aangesneden. Denk verder ook niet waarde vriend, zoals u misschien meent dat het goed is te zeggen, dat de wijzen de dwazen moeten leiden. Wanneer de dwazen geleid willen worden ja, maar de wijze die de dwaze wil leiden tegen zijn wil, wordt niets anders dan een dresseur die zijn eigen wijsheid verliest, in zijn voortdurende strijd met het onvermogen van anderen. Het idee van kennis en bewustzijn van stand, van begrip als maatstaf voor het leiden van de mens tegen zijn eigen wil in, is veel te veel voortgeschreden. Wanneer dat verder voortgaat dan vormt er een stand wiens doel leiding is, ik zou zeggen macht zonder meer, maar die niet meer zal weten hoe die macht op een menselijke wijze te gebruiken. U staat er heel wat dichter bij dan u denkt.

Als de mens de macht en de gemeenschap ziet als belangrijk en de eenling als niet belangrijk, waar blijft dan die gemeenschap als er geen mensen zijn? En om die gemeenschap zo alomvattend en machtig te maken, moet je de mens zijn menselijkheid ontnemen. Dat is het grote conflict van deze tijd. Hetzelfde conflict vinden we op godsdienstig terrein. Waarbij de mens staat voor de vraag, of hij zijn innerlijke God kan volgen, of dat hij zich aan zijn uiterlijke Godswet moet onderwerpen. Niet beseffend dat beiden soms heel dicht bij elkaar liggen. En dat men zijn eigen weg volgende, in eerlijkheid en oprechtheid God zeker vindt, en dat men alleen op uiterlijkheden afgaand, niets vindt. Dat is het probleem juist dat er gesteld wordt. En wanneer u dan zegt, moeten wij dan niet naar de gemeenschap toe? Ja wij moeten naar de gemeenschap toe van vrije mensen, die vrij zijn om te denken en te doen wat ze zelf noodzakelijk en goed achten. Vrije mensen die in elkaar erkennen een aanvulling van eigen bestaan. Die in elkaar zien een taak en een mogelijkheid, waarbij zij als dienende en nooit als heersende zichzelf verwerkelijken.

Dat is de nieuwe tijd, niet een heersen over of een regeren van, maar een dienen vanuit eigen middelen en krachten. Niet een wetenschap die vergaard is maar met behulp van een wetenschap die eventueel vergaard werd door anderen, het ontstaan van een innerlijk weten dat toepasselijk blijkt vanuit eigen wezen. Het staat u vrij uw eigen weg te kiezen, dat kan niemand u beletten. Maar wanneer u het zoekt in een vergroting van binding – en dat is nu eenmaal elk sociaal stelsel dat zekerheid zoekt – dan zult u daarmee bereiken dat de mensheid ten ondergaat. Dat de primitieven, die u nu ongelukkig en arm vindt, de rijken zijn die de aarde beërven.

  • Krishnamurti, zou de taak als wereldleraar hebben kunnen vervullen maar heeft die niet aanvaard. Een totale individuele vrijheid loopt bij hem uit op het niet steunen van de meester. Wat is uw gedacht daarvan?

Dat de mens die reeds bewust is van zijn eigen wet en deze volgt een meester is. Een mens die in waarheid zijn God leeft, kan geen meester kennen buiten God. Een meester dat is een wandelstok, om een verlamde mensheid het mogelijk te maken, verder te gaan en die meester zelf juicht het meeste wanneer die mens zegt ik heb u niet van node. Althans wanneer hij een meester is van licht. En daarom mogen wij de meesters ontkennen, wanneer wij ver genoeg gevorderd zijn, maar wij moeten begrijpen, dat onze eigen ontwikkeling in vele gevallen bepaald wordt door het tijdelijk aanvaarden van een meester. Dat wil zeggen het erkennen van diens grootheid en het vinden van een harmonie met diens grootheid in ons eigen wezen, dat geldt in de geest en in de stof. Maar de gedachte dat een mens tot inwijding komt door de meester is dwaasheid. Een mens wijdt zichzelf in en het is de meester misschien die hem brengt tot de poort van inwijding maar hij zal er zelf doorheen moeten gaan. De hoogste kracht kan u misschien brengen tot voor God. Maar om God te aanschouwen zult u zelf moeten zien, vergeet dat niet. Zeker zijn er meesters, heel veel, maar die meesters zijn er als een kruk, als een hulpmiddel, en steun, niet als een openbaring. Openbaar God in uzelf en u zult erkennen dat een meester niet anders is dan één, die de hoge kracht in zichzelf erkennende, zijn eigen wegen als geschapen door de schepper tot uiting brengt in elk vlak en in elke sfeer. Daarmee is hij niet uw meerdere of uw mindere, hij is uw gelijke en uw broeder. Dat geldt voor alle groten.

Nog een punt. Er zijn heel veel wegen om tot een bepaald punt te komen. Het zijn godsdiensten, filosofieën, ja zelfs gebondenheden in het leven, maar er komt altijd weer een ogenblik dat men deze hulpmiddelen, deze steun los moet laten. Dan krijgt men geleidehulp van een meester. Die meester maakt het u mogelijk om losser en vrijer te gaan, maar zodra ge zelf kunt gaan dan trekt hij zich terug. Een ding zult ge nooit mogen vergeten: uw meester kan misschien door harmonie uw weg zijn, maar gij moet die weg gaan. Een meester kan u het Al openbaren, maar de openbaring aanvaarden kunt alleen gij zelf. Gij zijt, gij leeft, niet wat anderen doen of zeggen, maar wat gij innerlijk erkent en wilt volbrengen. Dat is van belang voor uzelf in deze tijd, dat is uw antwoord a.h.w. op de taak die uw Schepper u, op het eerste ogenblik voor ge wist te zijn, heeft ingelegd als doel. Vergeet niet dat wij allen die deze weg gaan – er zijn andere wegen – kinderen van het Licht zijn. Wij moeten de kracht van het licht vinden en beleven. Dat betekent ook dat ons leven de vreugde moet kennen van het licht, de erkenning van alle vreugde die het licht geschapen heeft en openbaart. En dat wij in vreugde streven, de waarheid van ons wezen uitdragen zo goed wij kunnen. Uiteindelijk moeten komen tot een vernieuwing die niet alleen maar een periode van de aarde betekent, maar die betekent het uittreden uit de tijd als beleving en het ingaan in een alomvattend eeuwig zijn waarin alle bestaan en alle tijden voor ons wordt één en dezelfde waarde uitdrukking, ons aandeel in het beeld Gods dat zich spiegelt in de schepping.

Tweede deel

Wanneer de mensheid door de tijd wordt gedwongen zichzelf te zien, zo is het haar vaak moeilijk te begrijpen wie en wat zij is. Nu worden in deze dagen de tekenen geschapen die van groot belang kunnen zijn voor u om u te overtuigen van de waarheid van de vernieuwing. Er zullen aan de hemelen een reeks tekenen zijn; in de zonsopgang zullen in oranje en violet bepaalde tekenen zichtbaar zijn op vele delen van de wereld, en wanneer de avond valt zal een aantal dagen achtereen een soort kruis van wolken zichtbaar zijn dat uiteen zal vallen. Dit alles opdat de mensen begrijpen dat dit de tijd is waar vele malen van werd gesproken.

De wet van deze dagen is de wet van alle tijden. De waarheid die nu de mensheid weer beroert in een waarheid die altijd heeft bestaan.

En zelfs de krachten die nu in, rond en met u zijn, zijn krachten die altijd met de mens zijn geweest, ook al is hun naam misschien veranderd, al is hun wezen soms een ander geworden.

Weet dus, dat dit de dagen zijn waarin uw wezen zich vormt. Wanneer ge ongedurig zijt, wanneer ge prikkelbaar zijt (zoals zo vaak in deze laatste jaren) besef dan dat dit kort en fel voorbij gaat, want het licht breekt reeds aan de einder. Reeds klinken de eerste wekroepen die de slapende mensheid uit hun materiële machten wekken tot een dag van licht, van vreugde, waarin zij dansend kunnen gaan over zonnig weiden van het leven. Gij, op het ogenblik, nog zo vaak geschokt, gij zult moeten leren, leren wat die nieuwe tijd is, leren wat de vreugden van de dag zijn, maar u zal gegeven worden in overgrote mate al datgene wat noodzakelijk is.

Wanneer de schijn van vrede soms dreigt te verkeren in strijd, vrees niet, vrees niet, omdat de krachten bij u zijn, omdat alle grote lichtende wezens met u zijn. Zoals ook ik met u zal zijn, nu en altijd. Want gij, gij zijt deel van het licht waaruit wij geboren zijn. Licht dat ik draag de Kracht die mij beweegt.

En zo gaan wij samen ook wanneer er dreiging is. Indien ge zwak zijt, vrees uw zwakheid niet, maar beroep u op het licht en ge zult zien dat uw zwakheid in kracht verkeert, gij zult zien dat uw duisternis wordt tot Licht, gij zult erkennen dat uw tijd wordt tot een flits van oneindigheid.

Voor heden wil ik u dan nog dit zeggen: De wet die alle dingen regeert, de Kracht van de Vader die in ons allen woont, is de harmonie, de Liefde die alle dingen bindt. Erken deze liefde in uw wezen, opdat gij deel moogt zijn van Zijn Rijk.

Het weten dat ligt in de Goddelijke gedachte, de Kracht die u wordt gegeven, laat dan de Kracht in u spreken, opdat niet het menselijk weten en zoeken u doof maken voor de wetenschap u gegeven. Want ziet de sleutelen der wijsheid worden gegeven in deze dagen aan eenieder die vraagt.

Begeer geen macht, want wie zich macht begeert, begeert iets waaraan hij kan tenonder gaan.

Dien, en heers niet.

En een grote wet die in deze dagen u duidelijk zal worden is ook deze: waar de Schepper spreekt, daar dient het Al te zwijgen. Waar in u is het Licht, daar zult gij uw eigen duister vergeten, waar rond u is de zekerheid, daar zult u uw eigen angst ontkennen, opdat wij in vertrouwen en geloof zullen gewinnen de Kracht die noodzakelijk is.

En gij geliefde vrienden, gij kunt niet zien wat zich afspeelt rond u. Gij ziet niet hoe de lichtende vleugelen van Serafijnen, de lichtende Kracht over uw aarde gaat en hoe schichten plek na plek beroeren. Maar ik zeg u, wees bereid, want dit is de tijd der openbaring. Wees bereid om al te aanvaarden wat komt op uw weg, al te vervullen wat komt in uw wezen in de naam van de Kracht Gods waaruit gij leeft. Want dit is de tijd dat de weg openligt tot de tijdloze heerlijkheid, tot het Rijk van de Schepper.

Ik kan u veel geven, maar kunt gij aanvaarden? Gelooft gij in een lichtkracht van een God die u liefheeft? Gelooft gij dat alle Licht gezonden wordt tot u mensen, opdat gij gedoopt en herboren in het Licht, moogt herrijzen van uw beperkingen? Zo gij gelooft zo zeg ik u, ziet dat Licht dat is de Vader, dit Licht waaruit gij leeft en geboren wordt. Deze Kracht die voor u is het herstel tot al wat leven is en erkenning schenk ik u in de naam van de God die u geschapen heeft, in de naam van de Vader die ons zendt tot u, in de naam van alle Lichtkrachten die rond ons zijn.

En uit naam van dat wat ik was, en in naam van dat, wat ik zal worden, schenk ik u de Krachten van de vrede opdat gij mijn geliefden, sterk moogt zijn en waarheid vinden in uw wereld. Nu nog ga ik u voor op uw wegen. Leer met mij gaan opdat wij gezamenlijk vervullen de raadsbesluiten van de Vader.

Dat de vrede met u gaat op alle paden.