Uitersten

19 juni 1964

Aan het begin van deze avond wil ik u er allereerst op wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. In de tweede plaats wijs ik u erop, dat na de pauze een gastspreker wenst zich tot u te richten. Het onderwerp dat ik heden met u wil bespreken, gaf ik de titel: uitersten.

In verband met de invloeden van deze tijd der vernieuwing is het belangrijk dat wij ons realiseren hoe de waarden van het leven voor ons eigenlijk wel liggen. Zonder daarover zwaarwichtig te willen doen, stel ik allereerst:

Er zijn bepaalde waarden en eigenschappen die in elk menselijk leven noodzakelijk zijn. Zij kunnen daarin voorkomen in een van hun uitersten, maar zullen daaruit niet weggecijferd kunnen worden. Wat in de praktijk hierop neerkomt: een mens kan in het leven niet werkelijk bestaan zonder een zekere mate van genegenheid of liefde. Wanneer hij deze ontberen moet, zal hij trachten deze voor hem noodzakelijke emotionele inhoud toch tot uiting te brengen. Hij reageert dan uiteindelijk met haat.

Elk mens heeft behoefte aan een mate van avontuur, van onzekerheid. Hij kan deze tot uiting brengen door zelf te zoeken naar nieuwe belevingen. Komt hij hiertoe niet, dan blijkt hij elke bestaande zekerheid aan te vallen met het doel een grotere zekerheid te scheppen. Wij zien dan de anarchistische drang, die in elke mens pleegt te bestaan, omslaan in een zo sterk dirigistische drang, dat zijn optreden dictatoriaal wordt.

Dit zijn slechts twee voorbeelden van uitersten in het menselijk gedrag, waarvoor natuurlijk meer voorbeelden te stellen zouden zijn. Ik acht deze echter voldoende, om voorgaande stelling aanvaardbaar te maken.

Wij moeten verder begrijpen dat wij ons in het leven voortdurend bewegen tussen uitersten. Er bestaat niemand, die absoluut zal haten of absoluut lief zal hebben, tussen deze beide uitersten van deze levensdrang vinden wij een haast oneindig aantal gradaties. Elk daarvan is positief – liefde – dan wel negatief – haat – gericht. Doordat wij leven in een wereld tussen de uitersten, zullen wij ons maar zelden geheel bewust zijn van de consequenties die verbonden zijn aan alles wat wij doen, en kunnen wij ons eigen wezen slechts zelden in zijn juiste betekenis voor de omwereld inschatten. Dat kan betreurenswaard zijn en ons er dan toe brengen naar meer zelfkennis te streven, maar wij blijven opgescheept met het feit, dat wij eigen wezen en betekenis in de wereld niet goed kunnen berekenen. Daarbij komt, dat wij op verschillende gebieden, vaak gelijktijdig positief en negatief gericht blijken te zijn.

In een tijd als de huidige, vol veranderingen, verwarringen en vernielingen zal de neiging bestaan om bij dit leven tussen de uitersten meer en meer sterk positief ofwel sterk negatief te worden. Naarmate de veranderingen van invloeden en omstandigheden verder voortschrijden, zullen wij ontdekken, dat het redelijke element, dat tot op heden steeds enigszins beperkend en samenvoegend is opgetreden, meer en meer wegvalt.

Zonder hier een actualiteitenrubriek te gaan behandelen wil ik u als voorbeeld hiervan herinneren aan de man, die uit wraak tegen de gemeenschap een school met een vlammenwerper bewerkte. Het is duidelijk, dat elk normaal redelijk element in acties en emoties als deze weg valt.

In de plaats van het normale denken ontstaat een andere vorm van rationaliteit, die echter niet past binnen de wereld en alleen vanuit een zeer negatief standpunt nog aanvaard kan worden.

Aan de andere kant zien wij ook mensen, die het zo goed menen, dat zij voor de waarden van de praktijk weinig of geen aandacht meer blijken te hebben. Zij stellen een bepaalde theorie en menen, dat men zich daarbinnen kan passen en gelukkig zal moeten gevoelen. Denk bv. aan de Nederlandse cao’s. Omdat voor deze mensen hun eigen theorieën geheel juist en onaantastbaar lijken, zullen zij de onjuistheid daarvan zelfs in de feiten niet willen zien en zo de onredelijkheid van hun standpunt, gezien vanuit anderen, niet eens kunnen begrijpen. Misverstanden zullen dus steeds sterker optreden, waarbij deze misverstanden vaak een steeds grotere vervreemding van de werkelijkheid met zich brengen en voor de mens – maar ook voor zijn omgeving – grote gevolgen kunnen hebben.

Nu hebben wij niet enkel maar te maken met de mens. In dit geval zouden wij het geheel af kunnen doen met een: uiteindelijk zullen allen in de geest tot hun bron terugkeren. Wij hebben hier echter niet alleen met de geest te maken, doch met het gehele Al, waarin de mens leeft. Dit heelal beantwoordt op zijn eigen wijze eveneens aan hetgeen ik stelde omtrent uitersten. Zoals menig dualistisch denker zijn wereld stelt tussen de uitersten God en de duivel, zo kan men voor het Al de uitersten stellen als de meest vaste en minst bewuste vorm van materie, en de meest bewuste en minst vaste vorm van materie. Deze uitersten worden beïnvloed door hun omgeving, ook door de mens. De rationaliteit van het menselijke bestaan is hieraan niet bepalend. Er zal dus nimmer een geheel op redelijkheid gebaseerde samenhang kunnen bestaan tussen de reactie der materie op de mens of de omgekeerde inwerkingen.

Er zijn daarbij werkingen, die men eenvoudig kan constateren en dan maar aan moet nemen. Bijvoorbeeld, de ene mens krijgt penicilline en reageert daarop gunstig, de tweede krijgt voor dezelfde kwaal hetzelfde middel en krijgt uitslag, jeuk, koorts. Zo iemand is dan, naar men zegt, overgevoelig voor penicilline. Wij vinden dezelfde reactiemogelijkheid bij bepaalde sulfiden. Bij praktisch elk organisch of chemisch product kan men wel zeggen dat er ergens iemand is, die daarvoor een overgevoeligheid vertoont. Het hoe en waarom is meestal moeilijk, heel moeilijk, te ontdekken. Zelfs wanneer men de oorzaak ontdekt, blijkt deze in vele gevallen te berusten op een zuiver persoonlijke reactie, een zuiver persoonlijke relatie a.h.w., die zich zo niet geheel aan een rationeel onderzoek, dan toch in ieder geval aan rationele overwegingen en vaststellingen vooraf zal onttrekken.

Wanneer de mensheid steeds sterker gedreven zal worden tot zijn positieve dan wel negatieve uitingen, waarbij het redelijk element gaat ontbreken, kan wel gesteld worden, dat de relatie tussen die mens en zijn zuiver materiële omgeving eveneens zal gaan veranderen. Dit vormt een punt van uitgang voor de besluiten van de Broederschap en de Grote Raad, terwijl het daarnaast ook wel degelijk een punt van uitgang zal vormen voor hen, die de verschijnselen van deze dagen willen begrijpen. Er zijn altijd wel mensen die denken, dat een verandering of vernieuwing zich plotseling en zich scherp tegen het oude afgetekende zal moeten voltrekken. De praktijk wijst wel uit, dat dit niet het geval is. Wij zien wel veranderingen, maar voor hen, die te midden daarvan leven, schijnen zij geleidelijk te komen en vaak zal men niet eens precies weten te zeggen, waarin het nieuwe, de vernieuwing, de verandering nu eigenlijk is gelegen.

Wanneer je het leven in Nederland vergelijkt, daarbij uitgaande van 1950 in vergelijking met 1964, zo zal men zeggen, dat er inderdaad veel veranderd is. Maar de vraag is, of dit nu werkelijk wel een zo grote verandering is. De prijzen zijn veranderd, de sociale verhoudingen en toestanden hebben zich wat gewijzigd, maar uiterlijk lijkt het nog, of alles zijn oude gangetje gaat. Dit is een van de voetangels van een vernieuwing: door het voor de mens geleidelijke van alle veranderingen ziet men ze niet, of bemerkt ze eerst, wanneer het te laat is. Aanpassing wordt zo moeilijker dan men zou denken. Toch kan gesteld worden dat de mentaliteit en levensgewoonten van het Nederlandse volk in genoemde periode een verschuiving hebben ondergaan. Denkwijze en mentaliteit ondergingen een grote verandering. Zo blijkt bv., dat men in 1964 meer perfectionistisch is dan in 1950 en weinig of geen begrip meer heeft voor de werkelijke noodzaken.

Men laat zich ten hoogste nog door het onvermijdelijke dwingen tot toegeven, maar handelt zelden in overeenstemming met de feiten. Men zoekt steeds, en steeds vergeefs, naar het volmaakte. Gelijktijdig ontstaat lusteloosheid, omdat men het gestelde nu eenmaal niet weet te bereiken en alle inspanningen door de feiten teniet ziet gaan.

Wanneer een volk zo leeft en denkt, zal de dode materie op die gedachtenstralingen ook reageren. Een volk, dat perfectionistisch denkt, zal in algehele harmonie zijn met alle dingen, die inderdaad perfectie bezitten. Wat geen absolute perfectie bezit – en hoeveel is dat niet in Nederland – komt onmiddellijk in strijd met de uitgestraalde gedachten. Er ontstaat een directe tegenstelling tussen bv. het huis, dat op een reeks van compromissen gebouwd is en de mensen, die menen van het huis uiteindelijk toch perfectie te mogen verlangen. Het huis zal daardoor sneller vervallen, meer fouten vertonen en sneller teniet gaan. Dit is alleen maar een voorbeeld. Het gaat niet alleen om het Nederlandse volk, maar om de gehele mensheid, die te midden van uitersten, die steeds minder rationeel beseft en beleefd worden, positie zal moeten kiezen. De rede speelt bij het bepalen van de positie geen werkelijke rol meer.

Wanneer u dit kunt begrijpen en beseffen kunt, dat emotionele inhoud, onderbewuste drijfveren, ja, zelfs gewoonten, op het ogenblik sterker zijn dan de ratio, de rede, dan kunt u ook ongeveer begrijpen, wat er door de invloed der vernieuwing op aarde al zo gebeuren gaat. U zult misschien inzien, dat er niet alleen sprake is van een zich verwijderen van de werkelijkheid, maar dat de menselijke handelingen en idealen worden bepaald door een geheel verkeerde interpretatie van de feiten, die men uit de werkelijkheid nog wel moet erkennen. In vele gevallen benadert men zijn problemen van een geheel verkeerde zijde of tracht men zelfs iets te volbrengen, wat door mensen eenvoudigweg nooit volbracht zal kunnen worden. Misschien beseft u ook, dat de wereld der materie, gebonden aan deze invloeden die van het menselijke denken uit plegen te gaan, aan de werkelijke toestand van het menselijk zijn beantwoorden moet.

Wanneer wij uitgaan van het denkbeeld, dat het menselijke denken een reeks van trillingen omvat, die uitgestraald worden, zo volgt hieruit, dat deze invloed de gehele omgeving beïnvloeden zal. Wanneer daarnaast in dezelfde grootorde een andere, sterkere trilling optreden zal, zal de materie de resultante van deze krachten ondergaan. Wanneer haar eigen vorm, structuur, samenvoeging, door de menselijke gedachte werd bepaald, zal zij door een uitstraling van grotere kracht met andere inhoud – gezien vanuit een menselijk standpunt – teniet gaan, verbrijzeld worden. De vorm en structuur, door menselijke uitstralingen bepaald, kan de eigen trilling of eigenschap van de materie genoemd worden. De vele andere invloeden die optreden, veranderen daaraan niets, tenzij zij allen gelijk worden, of een van hen zo krachtig is, dat alle andere trillingen daardoor onderdrukt worden.

Voorbeeld: Wanneer men op een brug allen in de pas loopt en daarmede toevallig het eigen getal van trilling van de brugstructuur treft, stort de brug in elkaar, ofschoon de kracht van de marcherenden in verhouding tot de bindende krachten in de brug zeer klein is. Men kan deze brug tot het veelvoud belasten, zolang maar dergelijke trillingen niet optreden, of optredende sterke trillingen elkander opheffen. Op deze wijze is het steeds sterker wordende streven, om de materie geheel te beheersen en naar eigen wil te vormen, een gevaar: zolang men in staat is een trilling te geven, die in overeenstemming is met de grondwaarde van de materie, is zij met betrekkelijk weinig moeite te vormen of te vernietigen enz., en zal dan aan de verlangens van de mens beantwoorden. Op het ogenblik echter, dat deze verlangens en denkbeelden niet meer juist gericht zijn of zelfs in strijd geraken met de krachten uit de kosmos zullen er zovele verschillende invloeden optreden, dat de vorm en werking van de materie niet meer veranderd kan worden. Zij blijft voor de mens onaantastbaar en gehoorzaamt de menselijke wil niet meer.

Voor een mens, die in de natuur leeft, zal dit zo erg niet zijn. Voor een mens, die echter voor zijn leven afhankelijk is van ingewikkelde structuren als de techniek voortbrengt – en dat is ongeveer de helft van de wereldbevolking – is het een ernstige kwestie: de materie weigert te beantwoorden aan de wil en wensen van de mens. Grondstoffen, die eens goed waren, blijken dan opeens te falen. Opeens blijkt dat iets, wat tot op heden bv. altijd met behulp van een chroomijzer legering bereikt kon worden, nu alleen bereikt kan worden met bv. titanium.

Eerst geloof je het niet en zoekt men een andere verklaring voor de ongelukken enz. Dan erken je het misschien uiteindelijk, maar kan je niet over de noodzakelijke hoeveelheid titanium beschikken. Dode voorwerpen beantwoorden dan niet meer aan de mens of, wat evenzeer mogelijk is, de mens kan niet meer beantwoorden aan de eisen, die de materiële structuren en eigenschappen hem stellen. De tijd, dat de mens in een auto kon stappen en deze beschouwen als een verlengstuk van eigen persoonlijkheid, gaat voorbij. Men worstelt nu met de machine, waarin men eens eigen persoonlijkheid kon overdragen.

Stel dit nu als iets, wat op elk terrein voorkomt. Bv. bij de mijnbouw, bij waarnemingen door instrumenten als bv. de seismografie, kortom bij elk gebruik van door de mens bewerkte grondstoffen, tot in de farmaceutische sector toe. Het resultaat wordt een haast onvoorstelbare warboel, welk volgt uit het feit, dat niets meer geheel betrouwbaar is. Wanneer de kosmos opeens een geheel nieuwe trilling afgeeft, zo een nieuwe heerser tot uitdrukking brengende, worden de mensen en zelfs geesten in bepaalde sferen opeens geconfronteerd met een reeks veranderingen van eigenschappen. Deze kunnen op het verloop van luchtstromingen, op eb en vloed in de oceanen invloed hebben en zelfs veranderingen tot stand brengen in andere getijden, of de staat van magmahaarden over de hele wereld. De spanningen tussen verschillende aardschollen zullen daardoor bv. in korte tijd aanmerkelijk kunnen veranderen. De mens ziet dit niet, of heeft nog niet voldoende zuivere waarnemingen kunnen doen, om geheel te beseffen, waaraan hij eigenlijk toe is. Soms kan hij echter wel iets daarvan ontdekken. Ik geef een voorbeeld uit deze tijd.

Niet lang geleden werd vastgesteld, dat bepaalde delen van de aardkorst ook een eb en vloed kennen – wisselende deformatie – welke toeneemt. Het eerste werd publiek gemaakt door de Russen, die daarmede een primeur wilden hebben ofschoon deze verschijnselen ook in Canada reeds onderzocht werden. Wat men niet publiek maakte, is het feit, dat deze stijging en daling toenemende verschillen vertoont, waarbij oorspronkelijk gemeten verschillen van enkele meters tot vele tientallen meters dreigen op te lopen, indien de verandering die men constateert, zich integraal voort zouden zetten. Een getijde verschil van tientallen meters zou wel eens net teveel kunnen zijn voor de aardkorst en bij starheid van de aardschol op vlakke plaatsen tot breuk kunnen voeren. Zo de menselijke mentaliteit meegaat met de invloeden, die de aarde beroeren, dan is dit niet waarschijnlijk. In dit geval zou de materie zich aanpassen en zou zelfs deze vorm van getijden nimmer de kritieke grens bereiken. De aardkorst zou plastisch genoeg blijven en a.h.w. rustig mee blijven golven, zoals zij altijd deed. Om het eenvoudig te zeggen: wanneer de mens een trilling – zij het positief of negatief – blijft uitstralen, die in strijd is met de kosmische invloeden, zou de aardkorst recht blijven en breken, terwijl het getijde geen enkele beperking zou ondergaan. Uiteindelijk zou dit tot een totale deformatie en kanteling van de aardas voeren.

Zover is het voorlopig nog niet. Maar wel zou op grond van het voorgaande aangenomen kunnen worden, dat men in de toekomst meer dan normaal en in toenemende mate te kampen krijgt met vulkanische verschijnselen, aardbreuk en aardbeving, aardverschuivingen, terwijl in verschillende gebergten het aantal steenlawines en de afbrokkeling van gesteente abnormaal toe zou gaan nemen. Nu kan men stellen, dat deze verschijnselen ook normaal voor plegen te komen. Dit is inderdaad waar en maakt de mens blind voor alles, wat zich werkelijk afspeelt. Zeker is echter wel, dat deze verschijnselen zelden in zo grote frequentie en met zo grote gevolgen optraden als in de laatste tijd, terwijl een toename van deze frequentie zelfs hier en daar voor de komende jaren op grond van wetenschappelijke waarnemingen verwacht wordt. Er zijn in de geschiedenis van de wereld reeds eerder perioden geweest, waarin ditzelfde verschijnsel optrad. Maar dan moeten wij toch wel vele duizenden jaren teruggaan: de eerste grote ramp van Atlantis bv.

Men kan zich dan ook wel afvragen, of dit alles niet eerder gezien kan worden als een eis, die aan de mensheid als geheel gesteld wordt: de eis om afstand te doen van haar vasthoudendheid, haar niet meer passende opvattingen en gebruiken, deze haast zonder rede of zin steeds weer gecontinueerde gedachtetrillingen en gewoonten. Met als stok achter de deur de dreiging: wanneer je dit niet doet, zal de natuur, die zich lange tijd redelijk naar je wensen en werken gevoegd heeft, zich tegen je keren. Wanneer wij vanuit de kosmos alleen maar met één enkele, uitgesproken en eenvoudige trilling te maken zouden hebben, zo zou het nog gemakkelijk zijn, tot een onmiddellijke aanpassing te komen. Iedereen zou dan kunnen zien, waar de fout ergens schuilt, omdat immers steeds een en dezelfde reactie op zou treden, steeds dezelfde verschijnselen zich op gelijke wijze zouden herhalen.

Maar een kosmische invloed, ook wanneer dit een nieuwe kosmische Heerser is, openbaart zich aan de mensen niet alleen als één enkele trilling, als één enkele gedachte. De nieuwe Heerser omvat in wezen een geheel wereldbeeld, dat een complete hiërarchie van krachten en werkingen omvat. Dit betekent, dat je niet alleen met de hoofdtendens te maken hebt, maar ook met een reeks neventendensen, die elk voor zich weer een gradatie zijn van de twee uitersten, waartussen de nieuwe Heerser in zijn wezen begrensd is.

Voorbeeld: Aquarius bevordert een zekere mate van onverschilligheid voor menselijke regels en wetten. Dit vloeit voort uit de drang, die hij uitoefent, dat men zichzelf zal zijn. Maar men kan zich zelf trachten te zijn in positieve of in negatieve zin. Er kan worden gesteld, dat binnen de hiërarchie weer een persoonlijkheid is, die zich speciaal instelt op het occulte, een soort god of engel van de tovenaars. Zijn werking ligt dan binnen de zwarte magie, het zuiver egoïstische, en de zuiver witte bestrevingen die gebaseerd zijn op een overgave van eigen wezen, verworvenheden en machten aan het welzijn van het kosmische bestel, waarvan men deel uitmaakt.

Stel nu verder, dat een dergelijke god of engel alleen op aarde werken kan, door geheel neutraal te zijn t.a.v. de uitwerking van zijn krachten en gaven. Dit is namelijk een feit. Dan betekent dit, dat de uitwerking van deze kracht op de mensen, gezien de omstandigheden, in het begin een toename van de zwarte magie tot stand brengt en men de negatieve invloeden en werkingen van het occultisme sterk naar voren ziet treden. Daar het menselijke egoïsme zich het snelste pleegt te manifesteren, kunnen wij immers wel aannemen, dat de positieve reacties op de inwerking van deze kracht voorlopig op de achtergrond zullen blijven.

Wij zien dan, dat deze trilling in haar werkingen binnen de mens strijdig is met de hoofdtrilling, met de kosmische trilling, die het komende tijdperk zal gaan beheersen. Want Aquarius als geheel is altruïstisch. Je kunt dus zeggen, dat, ofschoon het wezen, waarover wij spreken, in zijn werkingen en aard voor ons niet positief of negatief is, zijn uitwerking op de mensheid in het begin een versterking van negatieve tendensen betekent en zo een strijdigheid tot stand brengt tussen de mens en de Heerser van die tijd. Wij staan dan a.h.w. weer aan het begin van de eerste grote ramp van Atlantis, toen de mensen voor precies dezelfde situatie geplaatst, een verkeerde keuze deden: zij zochten niet door hun bewustzijn – zoals de Witte Broeders – meer macht en kracht aan de wereld te geven, doch hun eigen koninkrijken te versterken en te verdedigen tegen alle krachten die de hunne gelijk zouden kunnen komen. Waarmede zij zichzelf en een deel van de wereld ten gronde hebben gericht.

Het gestelde bestaat in werkelijkheid ongeveer, zoals ik het beschreef, wat de conclusie rechtvaardigt: in de komende tijd zal ons heel wat meer blijken van het gebruik van zwarte machten, dan tot op heden de mens ook maar redelijk aanvaardbaar leek als theoretische mogelijkheid. Zouden de mensen van heden in staat zijn deze zwarte magie te begrijpen en een plaats toe te kennen binnen hun leven, dan zou dit alles niet zo erg zijn. De trilling van het menselijke denken zou bij een bewust gebruik van eigen mogelijkheden, deze inwerking om kunnen buigen tot zij voor het geheel der mensheid toch nog positief zou zijn. De mensheid ontkent echter deze mogelijkheden en wil met deze krachten en nieuwe werkingen nog niets van doen hebben. Zodat de enige mogelijkheid voorlopig een grote disharmonie is, waardoor de onbegrijpelijke houding van de mensheid als geheel het desastreuze effect van deze zelfzuchtige en zwart magische krachten nog versterkt.   Nu kondig ik daarmede heus geen wereldomvattende rampen aan.

Een ondergang van de wereld wordt regelmatig eens per 60 jaren aangekondigd, maar stoort zich daaraan niet: de wereld gaat zo snel niet onder. Menselijke waarden en eigenschappen vergaan heel wat sneller. Daarop let men echter helaas meestal niet. Daarom is mijn betoog van deze avond gebaseerd op het feit, dat menselijkheid en mensheid ten gronde dreigen te gaan in een reeks van uit de mensheid en haar levenshouding voortkomende conflicten die, gezien de Heerser van deze tijd, bovendien de natuur tegen de mensen keert.

Laat ons nu eens terugkeren tot de mens zelf. U leeft in een maatschappij, die normalerwijze voor uw wel en wee belangstelling zou moeten koesteren. Deze maatschappij heeft zich echter, zozeer op een nivellering, een gelijkmaking van allen, toegespitst, dat zij niet meer in staat is, u werkelijk als individu, te erkennen of te bezien. Men kan u individueel behandelen, men kan individueel tot u spreken, maar u bent a.h.w. maar een enkele factor in de grote getallen, waarmede men meent te moeten werken. U bent maar een enkel punt ter vergelijking in de grote statistiek, die de maatschappij bepalend acht voor al haar handelingen en bestrevingen. Tenzij daarin uw eigen persoonlijkheid wegvalt, wordt u nolens volens daardoor tot een bewuste of onbewuste vijand van de maatschappij, waarin u leeft.

U bent nu eenmaal een persoonlijkheid en onder deze nieuwe invloeden wordt alles, wat uw persoonlijkheid betreft in u nog eens versterkt. Alles wat betrekking heeft op uw zelfstandig werken, leven en denken wordt a.h.w. met nadruk verstevigd, terwijl gelijktijdig de maatschappij, deze levensvorm der mensheid, tracht u daarvan te ontdoen en u terug te brengen tot een eenvoudige en betrouwbare factor in de rekensommen, waarmede men de waarden van het menselijk bestaan en streven wil bepalen en meten. Dan zult u daardoor, of u wilt of niet, een andere plaats in moeten gaan nemen tegenover de gemeenschap. Het is logisch, dat zeer vele mensen – en vooral de zwakkeren onder hen – stelling nemen tegen de maatschappij onder uiting van de uitersten, die voor hen tot hun leven en mogelijkheden behoren. Vanuit de haat dus.

Men geeft dit zichzelf en anderen misschien niet toe, maar ergens haten de mensen de politie, die een orde moet handhaven, die niet met eigen wil strookt, het parlement, dat besluiten neemt, waarmede men het niet eens is. De mensen uiten zich misschien niet direct zo, maar velen haten de baas, die hen in staat stelt hun brood te verdienen en de fabriek of het kantoor, waar zij moeten werken. Onbewust haten velen zelfs hun huisgezin, omdat het hen iets van de persoonlijke uiting en vrijheid schijnt te ontnemen, die zij menen voor zich toch te mogen eisen.

Wanneer dit het geval is, kunt u aan de hand van het voorgaande wel beseffen, dat zich dit overal voort moet zetten, zelfs in de materie, in de werkingen en uitingen van de natuur. Slechts de mens die, juist omdat de gemeenschap de vrijheid aan hem ontneemt, haar met begrip, genegenheid tegemoet treedt – wat strookt met de nieuwe tendens – zal de cijferwereld kunnen benaderen. In plaats haar te willen breken zal hij immers trachten, aan het cijfer zoveel ziel in te blazen, dat er geen mogelijkheid meer blijft om bv. mensen alleen maar als nummers en niet als persoonlijkheden te beschouwen. Dan komt er een positieve ontwikkeling en dus ook positief resultaat.

De sterken hebben meer tijd nodig om hun houding te bepalen en hun nieuwe inzichten te formuleren en te verwerken dan de zwakken, die immers onbewust, instinctief en onbeheerst plegen te reageren. Wie zwak is, laat op een gegeven ogenblik alle weerstanden varen en laat zich leven door zijn impulsen. Dan wordt hij misschien daardoor tot een man met een vlammenwerper, een moordenaar, iemand die aanslagen pleegt met dynamiet of iets dergelijks.

Zelf beseft zo iemand eigenlijk niet eens, dat hij in deze daden niet meer zichzelf is, dat hij alleen nog maar een onbewust en onbeheerst uiten van verzet is geworden tegen een wereld, wier rigiditeit van opvattingen en regels hem niet meer past. Het wonderbaarlijke daarbij is, gezien vanuit een menselijk standpunt, dat dergelijke mensen de materie en de natuur mee schijnen te hebben. De man met de vlammenwerper maakt zijn instrument zelf. Deskundigen zullen toegeven, dat het een wonder is, dat dit apparaat zo goed en betrouwbaar functioneerde als het heeft gedaan.

Gezien het gebruikte materiaal was het n.l. haast onvermijdelijk, dat het wapen zich ook tegen de drager ervan gewend zou hebben. Dit gebeurde niet, omdat deze mens met zijn denken en werken ergens – zij het zeer negatief – in harmonie was met de invloed, die in deze tijd op wereld en geest inwerkt. De houding en daad waren negatief, de gevolgen van menselijk standpunt uit onherstelbaar, ontstellend en verschrikkelijk. Maar toch was er een zekere harmonie.

Een dergelijk voorbeeld zien wij in de moordenaar, die met primitieve bommen in Afrika aan het werk is geweest: deze bommen zijn vervaardigd van gasbuis, gevuld met watten en zelfgemaakte nitroglycerine, een van de meest onbetrouwbare en gevaarlijke springstoffen die er bestaan. Hij zelf neemt grote risico’s. Redelijk gezien zou hij al lang zelf het slachtoffer van zijn wapens geworden moeten zijn. Maar hem treffen zij niet, anderen wel. Misschien klinkt het dwaas, wanneer ik u daarvoor de reden nog eens herhaal, maar zo is het: het materiaal was in harmonie met deze mens, niet met de wereld, waartegen hij zich richt.

Een ander punt: wij allen verlangen een zekere mate van onzekerheid. Wij willen verder kunnen het leven eist van ons een zekere mate van bewegelijkheid. Op het ogenblik, dat wij geheel tot rust komen, dat wij niets meer doen, niet meer veranderen, houdt ons leven in de ons bekende zin op en houden wij als mens of strevende geest op te bestaan. Nu streeft men overal echter naar een blijvende stabilisatie, waarin de mogelijkheden tot streven en bewegen van de eenling plaats moeten maken voor zijn vaste en onbeweeglijke plaats in het geheel. Dit is strijdig met de tendens van Aquarius om het nieuwe te zoeken. De nieuwe kracht zoekt de mens a.h.w. uit te tillen uit dit vastgelopen geheel van menselijke stellingen en frustraties. De nieuwe heerser wil de mens weer in beweging brengen, hem weer maken tot iemand, die voor zich en vanuit zichzelf weer iets bereiken kan. Aquarius schenkt daarom ook dromen, soms zeer mooie dromen, dat geef ik toe. Maar toch dromen, die alleen maar verwerkelijkt kunnen worden ten koste van haast onnoemlijk grote veranderingen.

De wereld blijft echter rigide. Dan kan de mensheid dus maar één ding doen: zij kan individualistisch gaan handelen, wat neerkomt op een zich anarchistisch verzetten tegen alle regels en gezag. Velen, die streven, zullen dit onbewust doen, zoals sommige groepen in Spanje, die schijnbaar zich alleen verzetten om vakbondsrechten te verkrijgen, maar in wezen bezig zijn de basis van het Franco regime te ondermijnen en teniet te doen. Dezen reageren juist en zullen uiteindelijk succes kennen, ook al beseffen zij zelf niet, wat zij eigenlijk doen.

Anderen zullen de negatieve weg willen volgen, door te pogen alle gezag in handen te krijgen en dictatoriaal anderen te willen zeggen hoe te denken, te werken en te leven. Ook dezen zal het misschien tijdelijk gelukken enige vooruitgang te forceren, maar deze gaat slechts in een enkele richting, leeft niet waarlijk in de mensen en draagt daardoor eigen ondergang in zich.

In Duitsland kunnen wij hiervan de laatste tijd vele aardige voorbeelden zien. Binnenkort komt dat nog wel duidelijker naar voren dan op het ogenblik het geval is, omdat de resultaten van enkele schandalen, die daar nu aan de gang zijn, een toelichting zullen geven op het optreden van verschillende regeringsinstanties. Of dit kenbaar worden van deze feiten onmiddellijk de feiten zal helpen verdrijven, betwijfel ik overigens. De goedmenenden zullen er wel allereerst weer een dik boek over willen schrijven, zo in de trant van: “Die Psychologische Gesimmungsgestaltüng der Regierung und ihre Instrumente innerhalb des Bonner Ministeriums”.

Of wij er nu grappen mee maken of niet, het feit blijft bestaan. Wij kunnen alleen anarchistisch denken of dirigistisch, in verschillende gradaties en met verschillende uitingen. Een stil blijven staan in de huidige ontwikkelingen is echter reeds onmogelijk geworden.

Voor de mens van heden betekent dit, dat men onbewust eigen tendensen gaat uitleven binnen een wereld, waarin men reeds meent zekerheid te kunnen vinden. Het is niet aannemelijk, dat iemand opeens zal zeggen: nu ben ik anarchist geworden en wil tegen alle gezag in de wereld werken. Men begint met mopperen tegen dit en dat, het niet meer aanvaarden van regels, het ontkennen van gezagsverhoudingen, de mening, “dat men toch niet kan verwachten, dat men zich zal onderwerpen!”.

Dit lijkt onbelangrijk bij eenlingen. In de massa betekent het echter het optreden van grote veranderingen en het vernietigen of snel wijzigen van bestaande structuren. Wat hieruit voortkomt, zal binnen de onbewuste massa in het begin vooral negatief zijn. Deze negativiteit schept binnen de materie vele mogelijkheden. Nogmaals: de materie antwoordt op precies dezelfde wijze op een positieve trilling als op een negatieve, mits zij maar met de heersende invloed in harmonie is.

Het zijn juist deze feiten, die in de grote raad van de Witte Broederschap gevoerd hebben tot een groot aantal besluiten en beslissingen, die wat ambtelijk aandoen. Zij immers moeten rekening houden bij hun besluiten en in hun werken met deze eigenaardige verschillen in trilling, die in deze tijd op zullen treden en deels reeds opgetreden zijn. Hun berekeningen hebben niet alleen maar te maken met een omschakelen van de wereld op een nieuw trillingsgetal. Zij moeten er zorg voor dragen, dat de negatieve en destructieve factoren in de komende tijd niet sterker worden, dan de positieve en opbouwende. Zij staan voor de moeilijke taak er zorg voor te dragen, dat ook binnen de chaotische ontwikkelingen van de vernieuwing, binnen de uiterste mogelijkheden, die daarin liggen, een zeker evenwicht kan blijven bestaan. Hun maatregelen zijn dan ook niet alleen maar het gevolg van hun behoefte om bepaalde spanningen op te lossen, maar vloeien voort uit een zoeken naar de mogelijkheid om zo delicaat mogelijk een blijvend evenwicht te scheppen, dat persoonlijke bewustwording en ontwikkeling bevordert zonder daardoor meer dan hoogst noodzakelijk is ten gronde te richten of mensen onnodig uit het stoffelijk leven te verwijderen.

Op het eerste gezicht lijkt het, of dit alles voor u weinig betekenis heeft. Maar met deze kennis gewapend, kunt u in ieder geval veel beter de werkingen en veranderingen begrijpen, die in uw eigen leven de laatste tijd optreden. In de tweede plaats zult u veel kunnen begrijpen van hetgeen er in de wereld gebeurt. Het zal u dus gemakkelijker zijn u te oriënteren t.a.v. berichtgeving en propaganda. Ten derde zult u toch wel begrijpen, dat alles, wat ik hier bespreek als betrekking hebbende op de mensheid, ook in uw eigen leven een rol blijft spelen en uw eigen daden en reacties zal beïnvloeden. Daarom kunnen wij voor onszelf de volgende les hieruit trekken:

Het is geen tijd meer, om beslissingen uit te stellen. Dat gaat moeilijk. In de meeste gevallen zal blijken, dat men bij het nemen van een beslissing de keuze heeft tussen een zeer positieve maar voor het ik minder aangename keuze, en een oplossing, die voor het ik veel gemakkelijker en aangenamer lijkt te zijn. Vaak is deze laatste echter negatief, omdat zij voor het, ik of anderen geen waarden schept, maar slechts van reeds bestaande mogelijkheden en waarden tracht te profiteren. Wees voorzichtig, dat u geen negatieve keuze doet, geen negatieve oplossing aanvaardt. Want wie in deze tijd het negatieve kiest, wordt gedreven. Wie een positieve oplossing verkiest, zal daarbij zeker meer moeilijkheden en strijd vinden. Daar tegenover staat echter, dat hij daardoor in staat is eigen lot te kiezen en op zijn streven een antwoord vindt in de kosmos, dat hij a.h.w. de resonans van eigen streven terugvindt in de materie rond hem. Hij bemerkt, dat hij de aarde gunstig beïnvloedt en door die aarde gesterkt wordt.

Het is moeilijk hiervoor een voorbeeld te vinden. Ik geef een gelijkenis:  U staat voor de vraag, of u luxueus op reis zult gaan op kosten van een ander of nogal spartaans, maar dan voor eigen rekening. In het eerst geval zal misschien menig verlangen bevredigd worden, maar men zal niet vrij zijn, men zal zichzelf prijs moeten geven en eigen  waarde en gevoelens vaak moeten verloochenen. In het tweede geval kan men reizen naar eigen inzicht en believen en alles kiezen, wat bij eigen wezen past. De een is dus tevreden, de ander niet. Stuur beiden naar de zee. Degene, die de luxe reis maakt, komt uit het water  waar hij misschien niet eens zelf in had willen gaan, met reumatiek en verkoudheid, de ‘spartaan’ gaat op dezelfde tijd en onder dezelfde omstandigheid in zee. Hem echter lijkt het wel, dat hem uit de zee bijzondere krachten toevloeien en hij is daarna sterker, gezonder, hij voelt zich prettiger, dan ooit te voren. Het verschil ligt dan ook niet in de zee, maar in de benadering daarvan door de mens. Deze gelijkenis maakt naar ik hoop mijn stellingen duidelijker.

Belangrijk is het voor ons verder, dat wij ook waar het geestelijke waarden en krachten betreft, iets definitiever worden. Er was een periode, dat men, zelfs indien men met het hoogste geestelijke werk bekend was, rond zich een zekere vaagheid en lusteloosheid gevoelde, zoiets van: vandaag of morgen komen zij mij wel vertellen, wat er moet gebeuren. Wanneer ik zo voortga, is het wel goed. Maar de nieuwe tendens betekent voor ons de noodzaak tot actie. Dit afwachten, die gezapigheid was in wezen een vorm van neutraliteit. Nu was het zeer wel mogelijk neutraal te zijn t.a.v. de vroegere inwerking op de wereld en haar geestelijke invloeden, maar dit is niet meer mogelijk voor de invloed, die nu komt.

Het conflict, dat in de laatste 50 jaren ontstaan is en zich steeds intenser uitte, dit botsen van trillingen en krachten, werkt nu ook door op het geestelijk leven van de eenling. Men moet een keuze doen. Gelukkig is de mogelijkheid, waarvoor wij staan, gemakkelijk te definiëren: wij zullen moeten kiezen of wij ons leven primair geestelijk dan wel primair stoffelijk willen oriënteren. Daarnaast zullen wij moeten erkennen dat elk primair geestelijk streven gesteund dient te worden door een secondair stoffelijk streven, terwijl elk primair stoffelijk streven zijn inhoud zal moeten ontlenen aan een secundair geestelijk streven.

Aan de hand van deze keuze zullen wij onze richting van werken en leven voor de komende jaren moeten bepalen en zullen wij actief moeten worden. Kiest u het geestelijke als basis, zo zult u ontdekken, dat u, juist door dit geestelijke werk, stoffelijke contacten zult moeten gaan leggen en werkzaamheden in de stof zult moeten beginnen, waardoor u anderen dichter bij de waarheid – niet uw waarheid, maar deze trilling – deze invloed van de nieuwe tijd, opdat zij in staat zullen zijn tot de openheid, die de nieuwe heerser nu eenmaal van de mens zal vergen.

Kiest men de weg van het materieel leven en streven, zo zal ook dit aanvaardbaar blijken, maar op de achtergrond daarvan zal een zekere droom, een ideaal, een zelfrechtvaardiging moeten staan. In beide gevallen, zult u, uw streven, werken, uw actie niet meer mogen bepalen tot eigen belangen of concentreren op bv. één mens. U zult uw acties en geestelijke werkingen uit moeten dragen in geest en stof, zodat steeds meer mensen daarbij betrokken worden. Naar ik meen is dit een van de belangrijkste factoren in het persoonlijk leven van de mens in deze dagen.

Je kunt het misschien ook nog wel wat anders omschrijven:  U heeft allen wel gehoord van een sneeuwbaleffect, een kettingbrief e.d. Wanneer alles goed zou gaan, krijg je na enige tijd voor je belegging van enige guldens honderden guldens terug. Toch is dit onzin: de ketting breekt immers ergens! Wij hebben echter te maken met een dergelijke keten, die niet breken kan, omdat de trillingen constant zijn en ons wel antwoord moeten geven, wanneer wij alleen maar de juiste afstemming vinden. Wanneer nu velen dezelfde trillingen leren hanteren, zo zal men, wanneer men strijdig is met de inhoud van de trilling, iets moeten offeren, iets moeten betalen. Men legt a.h.w. iets in de pot, maar anderen profiteren daar weer van. Is onze instelling echter goed, doen wij de juiste keuze, dan krijgen wij niet alleen revenuen uitbetaald in kracht of gaven daarvoor, maar ongeacht wat wij krijgen, wordt onze inzet voor een volgende handeling binnen dezelfde trillingsverhouding vergroot met oorspronkelijke inzet plus revenuen. Elke stap, die wij doen, geeft ons dus winst in kracht, wijsheid of zelfs stoffelijke mogelijkheden en bezit, en wel op een wijze, die ons niet slechts voor genomen moeiten beloont, maar gelijktijdig ons een steeds steviger basis geeft voor een volgend streven en een juister en doelmatiger streven in een volgende fase mogelijk maakt.

Dan kunnen wij zeggen: “Wanneer ik begin met een eerste instelling binnen de uitersten, die voor mij mede door mijn eigen wezen bepaald worden, die mede in overeenstemming is met de krachten en trillingen, die nu optreden, zo zal ik haast onverweigerlijk een direct contact krijgen met een van de deeltrillingen, een van de leden van de nieuwe hiërarchie”. Diens krachten en weten zullen dan in mijn wezen doordringen. Met dit alles gewapend, zal ik verder moeten gaan, waardoor ik het contact met de eerste persoon uit de hiërarchie weer verlies, maar de waarden daarvan in mijzelf zal kunnen behouden, omdat zij doel werden van mijn wezen.

Ik zal, verrijkt met deze kennis en kracht, deel kunnen worden van een nieuwe persoonlijkheid uit de hiërarchie en daardoor uit deze meer aan kracht en inzicht kunnen verwerven. Het is a.h.w. of men roulette speelt en zijn inzet steeds op het winnende nummer kan laten staan, terwijl men toch het bedrag van de inzet daarnaast nog eens kan incasseren. Op die manier zou je in korte tijd steenrijk kunnen worden.

Maar deze mogelijkheid bestaat ten goede zowel als ten kwade. Iemand, die een negatieve keuze doet en daarbij met een van de trillingen harmonisch wordt, zal zien, dat de beperkte negatieve effecten van eigen handelen en denken hun begrenzingen overschrijden en rond zich grijpen, waarbij hetzelfde cumulatieve effect optreedt, dat ik in meer positieve zin trachtte te omschrijven, Wat betekent, dat wij, binnen de uitersten, waartussen wij nu eenmaal moeten leven een keuze zullen moeten doen, die van groot belang is. Vooral voor degenen, die op aarde leven, is dit waar.

Ik zou u voor willen stellen, om in de eerste plaats uw keuze te doen in de richting van eenheid en liefde en zo alle haat in uw eigen leven zoveel mogelijk uit te schakelen. U zult, onverschillig of u uitgaat van de stof of van de geest, een activiteit moeten kiezen, die het geheel van de wereld rond u insluit, dus nimmer in deze tijd uitgaan van specialisatie. Deze komt, wanneer het goed is, vanzelf wel. In elke benadering moet men open staan voor de gehele wereld. Dat kan lastig zijn en consequenties met zich brengen, die vooral in het begin nogal lastig zijn in verband met eigen idee van bezit, eigen geld enz., maar geloof mij, dit is nuttig.

In de derde plaats zou ik u de raad willen geven voortdurend te kiezen voor actie, uitgaande van een volgens u zo positief mogelijke waarde. Inactiviteit, weigering tot actie enz. heeft in deze tijd gevolgen, die u nimmer geheel zult kunnen overzien, beheersen en soms zelfs niet eens zult kunnen begrijpen. Elke persoonlijke actie, onverschillig welke, brengt in deze tijd echter voor u resultaten voort, die overzienbaar blijven en daardoor ook beheerst kunnen worden. In deze tijd kunt u zeer snel groeien naar een voor u nieuwe persoonlijkheid, een bewustere en sterkere persoonlijkheid, dan u meent te bezitten. U kunt groeien tot inzichten, ja, tot voor u nu nog wonderlijk schijnende gaven en krachten. Maar dat is alleen mogelijk, wanneer u het oude terzijde kunt laten.

Uit hetgeen wij reeds bespraken weet u reeds, dat u zich hierdoor tevens verzekert van de medewerking van de natuur, of dit nu een plant is die u tot bloei wilt wekken, het koren dat u zaaide, de mijn, die u wilt exploiteren of alleen maar een stukje hout, dat u in de juiste vorm wilt snijden. Dit alles voert dus tot snellere en juistere resultaten. Kies tussen de uitersten van uw vermogen en leven. Wanneer u deze keuze doet, hoeft u geen rekening te houden met wat er op het ogenblik reeds is. Dat is toch aan veranderingen onderhevig of vergaat. Belangrijk is dat, wat kan ontstaan. Houdt daarmede rekening, houdt rekening met de nieuwe tijd. Dan kun je zeggen: er zijn oneindig grote mogelijkheden in deze periode voor ons gelegen. Waarmede ik aan het tweede deel van mijn betoog kom.

Wanneer men namelijk zoals bv. de Witte Broederschap en de Grote Raad, de werkingen van deze nieuwe heerser vanuit de sferen beziet, is het of de grenzen van de wereld veranderen. In een sfeer is het, alsof je verder kunt zien in de ruimte, alsof er een nevel aan het optrekken is, waardoor je steeds meer van een landschap ziet. Voor de stoffelijke wereld zal dit eerder lijken op een zich steeds meer ontplooien van eigenschappen Het is dus geen materiële horizon, die zich zo verwijdt, maar de grens van het begripsvermogen. Inzichten en mogelijkheden vergroten zich dus wel degelijk. De poging, om daaraan zin en gerichtheid te verschaffen zal nooit alleen kunnen bestaan uit zuiver geestelijk werk. Je zult ook iets met de materie moeten doen.

Nu bestaat er hiervoor weer een zeer eenvoudige regel: laat het negatieve zichzelf bestrijden. In wezen doet het dit toch reeds, dus iets nieuws doe je daarmede niet, maar je gebruikt het alleen bewuster. Wij zullen zien, dat in alles, wat de grote raad van de Broederschap besluit, naar voren treedt, dat juistere ontwikkelingen worden geconfronteerd met zichzelf. De oorzaak en gevolgwerking wordt nu gehanteerd als een wapen.

Waar dit ook tegenover volkeren gehanteerd zal worden, betekent het voor de leden van die volkeren eveneens een versnelling van oorzaak en gevolg, vooral waar het meer nationale eigenschappen betreft. Waar het negerstaten enz. betreft – ook de buurten van Soekarno – blijkt, dat de daar bestaande ontwikkelingen en negatieve inzichten alleen maar bestreden kunnen worden door voor het gehele volk de consequenties zonder enig pardon onmiddellijk op de onjuiste instelling te doen volgen.

Alles wat negatief is als punt van uitgang of benadering, zal in dezelfde mate negatief zijn voor degenen die er mee werken, in de resultaten. Wanneer wij stellen, dat Indonesië in deze tijd, ondanks zijn goede eigenschappen en goede wil, hoofdzakelijk door bedrog en bluf iets verkrijgt, zo kunnen wij er zeker van zijn, dat dit land in zich eveneens een vorm van bluf en bedrog ontwikkelt, die binnenkort alles, wat aanleiding werd tot dit optreden, aantast en vernietigt. Wat dit betreft zal het interessant zijn te zien, wat in de komende paar jaren de communistische partij in Indonesië gaat uitspoken. De negerstaten willen hun pas verworven soevereiniteit ten koste van alles vergroten en uitbuiten. Het is daarom logisch, dat zij in hun pogen deze soevereiniteit te vergroten en tot bron van inkomen te maken, conflicten zullen oproepen, waarin zij deze soevereiniteit niet meer werkelijk kunnen handhaven.

Persoonlijk betekent dit, dat wij bij enige overschatting van onze eigen belangrijkheid enz. gevaar lopen daaraan ten onder te gaan. Het is goed ook hiermede rekening te houden. Bedenk dat dit niets met noodlot te maken heeft, maar voortkomt uit een zelfgekozen invloed. De Witte Broederschap en de Grote Raad hebben bovendien besloten om, zover dit maar mogelijk is, elke mens afzonderlijk voortdurend te confronteren met hun eigen negativiteit, opdat ook dit negatieve aan zichzelf ten gronde zal gaan. Dit lijkt misschien wreed of hard. Maar bedenk wel, dat je iemand maar in beperkte mate tegen zichzelf kunt blijven beschermen. Er komt een ogenblik, dat deze bescherming alleen nog mogelijk is, door de gevolgen van hun optreden op anderen af te wentelen, iets wat onder de huidige omstandigheden zeker niet aanvaardbaar is. Elke mens, geconfronteerd met de dingen, die hij zelf oproept, zal snel leren of ondergaan: doe je iets negatiefs? Je krijgt er iets negatiefs voor terug. Hoe groter de negativiteit, die je schept, hoe meer in je eigen leven daardoor teniet zal gaan.

Verder zien wij, dat de Broederschap wel degelijk in zijn besluiten rekening houdt met wat ik gezegd heb omtrent de natuur: zij tracht a.h.w. deze eigenschappen en reacties van natuur en materie te verdisconteren in bepaalde acties, die men in sommige landen tot stand wenst te brengen. Indien zij dit doen t.a.v. volkeren, zo dient u zich toch eens af te vragen, of – onverschillig of de Broederschap dit nu wenst of niet – het mogelijk is te vermijden dat deze werkingen ook in uw eigen leven een rol spelen. Volgens mij is het onmogelijk dergelijke invloeden te gebruiken in betrekking met een volk en gelijktijdig de delen, de eenheden waaruit dit volk is opgebouwd, tegen diezelfde werkingen te beschermen. Je kunt evenmin bepaalde werkingen in de mensheid veroorzaken of bevorderen en toch elke mens afzonderlijk tegen de mogelijke onaangename gevolgen daarvan beschermen. Conclusie: wij zullen erg op onze tellen moeten passen.

Verder werd besloten geestelijk te gaan werken, zowel in als buiten de kerken een vernieuwing van geloof en vergroting van mystieke invloeden teweeg te brengen. Dit valt onder het occulte aspect van de nieuwe tijd. Daarom ook koos ik u juist deze persoonlijkheid van de nieuwe hiërarchie zo-even reeds als voorbeeld. Wanneer deze occulte of mystieke waarden de aarde bereiken, zo zullen wij in onszelf ook in verband daarmede toch wel egoïstische neigingen hebben. Maar dit egoïsme zal ook hier zichzelf bestraffen door ons van de werkelijkheid en het leven te isoleren. Aan de andere kant zal alles van deze waarde, wat wij voor de mensheid willen gebruiken, zich echter zowel binnen ons als op de wereld zeer snel ontwikkelen, hierbij geldt niet alleen deze hiërarchische invloed, maar deze wordt voor ons bovendien door de Broederschap als door een brandglas geconcentreerd.

Men zou kunnen zeggen, dat de kosmische krachten, die ook rond de aarde zijn, op deze wijze in focus worden gebracht op de wereld door de Broederschap.

Houdt er rekening mee, dat u bepaalde innerlijke ontwikkelingen mee zult moeten maken. De meest voorkomende zal de mystieke beleving zijn. De met mystiek verweven mythes kan echter ook verkeerd gebruikt worden. Hitler bv. gebruikte de mythe van de Germaanse Übermensch, om daarmede een negatief doel te bereiken. Hetzelfde zien wij op het ogenblik gebeuren in de Verenigde Arabische Republiek en op Kreta. Men kan dit echter evengoed in positieve zin doen.

De Broederschap gebruikt mythes en mystieke gebondenheid in de komende tijd dan ook, om zowel noodzakelijk geachte conflicten te doen ontstaan als om conflicten op te lossen, die ongewenst of overbodig worden geacht. Wij weten, dat deze invloed bestaat en sterker wordt. Laat ons daarom in ons zelf zoeken naar het hogere, het grotere, dat niet onszelf verheft, maar ons meer één kan maken met een groot geheel. Op het ogenblik, dat wij dit doen, zullen wij ongetwijfeld als geest en mens de verbondenheid met de nieuwe krachten scherp in onszelf gevoelen. Dit benadert ergens zelfkennis, omdat het voert tot het erkennen van eigen waarde, noodzakelijke functie en actie binnen het geheel.

Uit het mystieke erkennen van eigen functionaliteit binnen de nieuwe kracht wordt volgens mij eigen macht en erkenning geboren, zover deze nodig zijn, om tot een goede taakvervulling te komen. Bij de volkeren zal iets dergelijks zich aftekenen door een wijzigen van zienswijzen, procedures en leuzen. In onszelf zal het geschieden door een wijziging in de wijze, waarop wij onze capaciteiten gebruiken. Binnen de mensheid zal er sprake zijn van een wijziging van evenwichten, binnen volkeren een veranderen van nadruk, in het ik echter zal het worden tot een ontwikkelen van eigenschappen, die men reeds in zich draagt. De mens, die op deze wijze juist reageert, zal niet alleen de nieuwe trillingen beter ondergaan en mystiek beleven, maar hij zal, dankzij dit alles, eigen verhouding binnen het Al beter leren uitdrukken, zijn krachten beter leren gebruiken op de juiste wijze.

U gebruikt vele eigenschappen, die behoren tot het paranormale dagelijks, maar verkeerd. U zou met uw huidige gaven en eigenschappen veel meer met uw intuïtie kunnen doen, prognostisch veel meer kunnen verwerken en uitdrukken in een weten omtrent de toekomst en dus ook omtrent eigen noodzakelijke handelwijzen en instelling. De ontwikkeling hiervan zal in de komende jaren naar ik meen buitengewoon sterk zijn. Maar ook hier zal men zeer voorzichtig moeten zijn, omdat men zich ook hier tussen uitersten beweegt: alles werpen op het nieuwe en je daaraan geheel wijden, waardoor echter je vaak de basis zal ontbreken om het nieuwe juist te verwerken en tot uiting te brengen.

Wanneer je de nieuwe invloeden echter erkent als een omvorming van je eigen leven en dus je normale leven behoudt, maar de nieuwe elementen daarin een eigen plaats gunt, meen ik, dat je een positieve harmonie zult vinden met de tijd en de hiërarchie, die deze beheerst – en dus ook met al datgene,  wat zich als mystiek beleven binnen het ik uit, of wat door de invloeden van de tijd in de wereld tot stand komt.

Hiermede kom ik aan het einde van mijn betoog, dat, ondanks de schijn van het tegendeel, wel degelijk een samenhangend geheel is en een verband legt tussen vele factoren om u zo duidelijk te maken, wat in de komende tijd voor mens, geest en materie bepalend zal zijn. Het is deze samenhang, die m.i. beslissend zal zijn voor alles, wat de Grote Broederschap in de komende jaren tot stand zal kunnen brengen. Voor u kan het beslissend zijn voor de mate van harmonie, bewustzijn en geluk, die u zult kunnen vinden in de komende tijd.

  • Omvat de kosmische invloed dan meer dan de aarde, ook de zon bv.?

Een kosmische hiërarchie beheerst een deel van de ruimte. Een blok van de ruimte komt dus op een gegeven ogenblik onder nieuwe verhoudingen te bestaan. Neem aan, dat het door de huidige hiërarchie bestreken gebied een cirkel is met een straal van ongeveer 15 lichtjaren. Dit betekent dus, dat ook andere sterren dan uw eigen zon aan dezelfde invloed onderworpen zijn. Wanneer de zon zich in het middelpunt bevindt, zal geheel het zonnestelsel deze invloed in de kern en volledig ondergaan, terwijl dan andere sterren meer aan de buitenkant staan en dus de werkingen meer aan de periferie van geestelijke werking zullen ondergaan.

De invloed omvat dus niet alleen de aarde, maar ook de planeten, de zon en een deel van de ruimte. Dit is overigens iets, waarover u zich mag verheugen: wanneer enkel de aarde een verandering van trilling of tijdpulsatie zou ondergaan, zou dit betekenen, dat haar verhouding t.a.v. planeten en zon gewijzigd zou worden, wat baansverandering zou inhouden, het vlak van de baan zou veranderen, terwijl de baan zelf nauwer of wijder rond de zon zou komen te liggen, iets wat, naar ik meen, voor de mensheid onaangename gevolgen zou hebben, omdat het leven, dat onder deze nieuwe omstandigheden op aarde zou kunnen bestaan, zeker niet in vorm en wezen gelijk zal kunnen zijn aan dat wat nu op aarde bestaat.

U laat het daarbij? Dan hoop ik, dat mijn betoog ergens in u een snaar heeft geraakt, waardoor u aanvoelt, dat u met nieuwe krachten en invloeden wel degelijk rekening moet gaan houden, zelfs wanneer u daarin eigenlijk nog niet helemaal gelooft.

Hopelijk hebt u ook begrepen dat men de kwaliteiten en eigenschappen van eigen leven daartoe niet weg mag of kan cijferen, omdat zij deel zijn van uw eigen wezen zowel als van de wereld, doch dat u zult inzien, deze krachten te moeten gebruiken in positieve wijze.

U zult begrepen hebben dat u zelf bepalen kunt of u open voor de wereld, nieuwe ideeën en geestelijke invloeden wilt gaan beleven, dan wel in uw eigen denkwijze en belangen besloten wilt blijven leven, maar misschien heeft dit betoog uw ogen geopend voor de consequenties, die daaraan voor u verbonden kunnen zijn.

Gastspreker

De krachten die de wereld beroeren

Wanneer de Witte Broederschap vanuit haar Raad tot beslissingen komt, zo zullen deze voor de mensheid niet altijd even gemakkelijk aanvaardbaar zijn. Daarom stel ik er prijs op allereerst te verklaren, dat zeer velen van deze Raad en Broederschap slechts nog op, of voor deze aarde werken, door de grote genegenheid, de grote liefde, die zij kennen voor de wereld en haar bewoners. Al hetgeen zij beslissen, wordt zeker mede door deze genegenheid en liefde bepaald en is nimmer ‘ten detrimente’, maar altijd ten voordele van de ontwikkelingen op uw wereld en de geestelijke sferen, die daarmede gebonden zijn.

In het geheel van de tot nu toe gehouden besprekingen is duidelijk geworden, dat de krachten, die deze wereld beroeren, niet beheerst kunnen worden. Zelfs niet door de Broederschap. Het is daarom nodig, dat zij zich in haar bestrevingen, haar methodiek, haar hanteringen, geheel richt op de krachten, waarvan zij de aanwezigheid of komst reeds kent. Dit betekent, dat zij in vele gevallen ontwikkelingen, die zij betreurt of liever zou vermijden, zal moeten toelaten en dat zij in vele gevallen daarnaast over zal moeten gaan tot een voor haar nieuwe of andere wijze van werken en handelen.

Ten opzichte van de zuiver menselijke ontwikkelingen en structuren zal zij bv. geweld niet kunnen weren. Maar ook geweld kan zekere positieve waarden in zich dragen, en er wordt naar gestreefd, om juist een ontwikkeling van ethisch begrip en een nieuwe, zuivere moraliteit door het geweld mogelijk te maken.

De geschillen, die voor de mensheid voortvloeien uit het optreden van krachten in deze tijd en de daarbij volgende en zeer belangrijke krachten van de komende paar jaren, maken het noodzakelijk eerst de mens zelf te veranderen en te wijzigen, de mens zal dien ten gevolge genomen moeten worden, weg uit zijn begrippen van zekerheid en geborgenheid. Een revolutie, die de gehele wereld omvaamt, vloeit hieruit voort. Daarnaast zal de mensheid gewezen moeten worden op de noodzakelijke eenheid, waarmede alleen – in deze tijd – nog werkelijke bereiking mogelijk is. Het bevorderen van eenheid tussen mensen en volkeren op elk niveau wordt daarom een eerste bestreving.

Van uitermate groot belang wordt ook geacht, dat de krachten uit de geest, die op deze wereld kunnen en willen werken, steeds geruimer en vrijer toegang krijgen tot het geheel van het menselijk bestaan. Er zal worden gestreefd naar het vormen van juiste groepen, ja, desnoods het ontstaan van dienstige rites, waarbinnen deze openbaring vrijelijk plaats kan vinden.

De krachten, die ter beschikking staan van de Broederschap als geheel, kunnen door deze Broederschap onder de nieuwe omstandigheden niet gehanteerd worden van buiten de mensheid. Daarom zal zij deze krachten en vermogens binnen de mensheid moeten leggen en de ontwikkeling daarvan op zeer korte termijn niet slechte bevorderen, maar desnoods afdwingen. Slechts wanneer de werkelijke geestelijke krachten en geestelijke waarden van de mensheid zich openbaren en ontplooien, kan onze broederschap de mensheid voeren naar een nieuwe en juistere aanvaarding van de levende kracht, waaruit de schepping voortkomt.

De oude geheimen zijn lange tijd verborgen gebleven. Vele geheimen der esoterie en magie bestaan zelfs nu slechts nog in het verborgene. Openbaring daarvan wordt in toenemende mate noodzakelijk. Dientengevolge wordt overgegaan tot openbaring van bepaalde geheimen en van bepaalde procedures, die tot op heden alleen aan enkele groepen gegeven waren. Zich ervan bewust, dat dit kan voeren tot teleurstellingen en strijd met groepen, die tot op heden goed werk deden, kan men niet aan de noodzaak ontkomen en zal de Broederschap zich als geheel richten op een sterke openbaring van geestelijke waarden, gaven en wijsheid binnen de mensheid als totaal.

De strijd, die bestaat voor de mens, te wijten aan zijn ideeën, en die niet altijd de werkelijkheid dekken, zal worden geforceerd in de richting van de werkelijkheid. Het is beter dat vele duizenden stuurloos worden, dan dat de gehele wereld een verkeerde koers vaart.

Hieruit zult u, mijne geëerde en geliefde toehoorders, begrepen hebben hoe belangrijk het werk van de Broederschap is en hoe sterk ook het stempel daarvan zal zijn op uw leven.

Ik wil u daarom, vanuit mijzelf en mijn eigen inzichten, enkele punten voorleggen, die naar ik meen, binnen zeer korte tijd zich aan u voldoende sterk zullen openbaren, om daaraan alleen reeds de juistheid en betrouwbaarheid van mijn woorden af te meten.

Wie streeft naar Licht, zal door duister tot het Licht gaan. Wie streeft tot bereiking, zal uit begeerten en frustratie van begeerte komen tot bezit. Het is niet mogelijk dit alles enkel te doen in goede verstandhouding en goede verdraagzaamheid. De naastenliefde zal veelal scherpe facetten krijgen.

Ik ben ervan overtuigd, dat hij, die de naaste voor een grote ramp behoedt door hem te slaan, zijn naaste waarlijk liefheeft. In deze maatschappij zal het noodzakelijk zijn, dat velen hun naasten in benauwenis brengen. Maar alleen daardoor zal het mogelijk zijn hen te behoeden voor een dieper en ernstiger val.

De gedachten van de mens, dat mensenliefde bestaat uit stoffelijk welzijn, berust op een zodanige dwaling, dat een vernietigen van dit begrip onvermijdelijk wordt. Ik meen dan ook, dat wij binnen het kader van de grote Broederschap maatregelen zullen moeten nemen in die richting.

Alle materiële welvaart en het delen daarvan, zonder dat geestelijke eenheid bestaat of aanvaard wordt, is dwaasheid en voert onder deze omstandigheden slechts tot grotere problemen, grotere strijd, grotere zelfvernietiging in zowel geestelijke als stoffelijke zin.

Wij menen – en ik ben het in deze met de Broederschap en Raad volledig eens – dat het noodzakelijk zal zijn, bepaalde geestelijke en mentale banden over de gehele wereld te versterken, opdat men van daaruit in een gezamenlijk delen van bewustzijn en ervaringen, kan komen tot een handelen volgens de kracht, die waarlijk optreedt.

De krachten, die optreden, zijn als Licht. Zij zijn tweeledig: er is de brug van Licht, die alle kleuren omvat. Uit deze komt het Licht der waarheid, dat in zich het totaal der schepping harmonisch uitdrukt. Er is daarnaast de reeks concentrische cirkels die eveneens alle kleuren omvatten. Dezen echter zijn als een vortex, een wieling of draaikolk, die alles wat leven en bewustzijn heeft, tot zich zal zuigen en teniet doen gaan in zijn leven en uiting.

Deze wetenschap brengt ons ertoe, al datgene wat behoort tot deze draaikolk te bestrijden met alle kracht, die in ons is. Het houdt in, dat veel, wat op zichzelf schoon of wijs is, zal moeten ondergaan, opdat de waarheid van het Licht moge zegevieren.

De kracht, waarover de mens beschikt, zal in vele gevallen verveelvoudigd zijn. Wie bewust handelt, zal uit de impulsen van de eeuwigheid plus de krachten van de Broederschap bezield, gesteund en gestimuleerd worden. Ik ben persoonlijk ervan overtuigd dat dit tot vele onverwachte en soms zelfs tot dwaze situaties aanleiding zal geven. Maar de noodzaak ervan erken ik.

Zeer belangrijk en onvermijdelijk ook is de strijd, die vele mensen in zich zullen moeten voeren. Er zijn namelijk twee beelden van goddelijke werkelijkheid: De God, die de mens zich geschapen heeft en de werkelijkheid, die hij daaraan als een droom gehecht heeft, het vergankelijke, waarop de wereld gebouwd schijnt te zijn dus, en anderzijds een levende God, die niet beseft kan worden en een werkelijkheid die voor de mens een onbegrensd aantal mogelijkheden schijnt in te houden.

De keuze uit de mogelijkheden der werkelijkheid is voornaam en belangrijk. Slechts wie vanuit deze werkelijkheid in kan dringen in de waarheid van het leven, zal resultaten kunnen boeken. Omdat kracht alleen niet voldoende is, heeft de Raad reeds nu besloten, enkele grote golven van geestelijk inzicht op deze wereld af te zenden. Zij kunnen worden vergeleken met een suggestie, ja, een vorm misschien van geestelijke hypnose, waarbij aan allen de gelijke kennis en mogelijkheden op ongeveer gelijke tijd verstrekt worden.

De reactie, die men daarop zal vertonen, is natuurlijk bepalend voor de gevolgen. Wie deze krachten en inzichten ontvangende, onmiddellijk daarop handelt, zal ontdekken, dat hij – misschien zonder dit geheel te beseffen – is geworden tot een direct medewerker van de Broederschap en de krachten van deze Broederschap verder uit kan dragen, zolang hij bereid is, niet voor zich, maar slechts voor het geheel, actief te zijn.

De strenge wetten, de zeer strenge regels, die voor het komende jaar – zowel voor de geestelijke medewerkers, de ingewijden in de stof als de gewone mens – vanuit de Witte Broederschap zullen gelden, zijn volgens mij het begin van een periode, waarin de wet der uiterlijkheden en de wet van het gedrag kunnen worden omgezet in een erkenning van een innerlijke wet.

Velen zullen onder invloed hiervan, zich verplaatst zien: niet slechts in woonplaats of werkkring, maar vaak zelfs in hun contacten met alle mensen. Het aanschijn der dingen zal voor vele in zeer korte termijn zich volledig wijzigen. Bekommert u zich daarom niet, want de raad heeft deze besluiten slechts genomen, omdat zij u in staat stellen, de Lichte kracht van deze tijd te aanvaarden.

Ik zou niet volledig zijn indien ik niet trachtte de Lichtende kracht die nu de wereld gaat regeren, nader te omschrijven:  Zij is een kracht, die zich uit als een afzonderlijke wereld. Haar hoofdkleur wordt wel genoemd: blauw. Maar zij draagt in zich de zilveren en gouden glanzen van een meer kosmisch begrip. Zij wordt gevoerd door een zevental grote entiteiten, die gezamenlijk de kern van deze nieuwe invloed omschrijven en uitdrukken. Vandaaruit wordt waarlijk legio het aantal krachten, dat de werelden bereikt, dat de sterren stimuleert. Deze krachten zijn zodanig gemeten en gericht, dat zij alle sferen maar ook alle stoffelijke werelden zullen beroeren, die tot het beheerste gebied behoren.

De tendens, die het geheel beheerst, lijkt mij met de volgende woorden duidelijk omschreven: Door mijzelf te zijn in het Al, voor allen, ben ik waarlijk alles, wat ik zijn kan. Door te leven, niet in de beperkingen van mijn begrip, maar in het levende, dat door mij streeft, erken ik waarlijk alle leven. En in het bewustzijn daarvan zal ik als levende voortgaan, daar waar geen dood kan bestaan.

Uit de wijsheid, die ik verwerf en de wijsheid die ik schenk, tezamen, word ik gedoopt en herboren en draag ik in mij het bewustzijn van de geest, waardoor de Lichtende kracht van het hemelrijk mij bereikt door de poorten en mij duidelijk maakt, hoe ik mijn weg moet kiezen, om waarheid voor alle tijd te bereiken.

In deze korte zinsneden heb ik getracht de tendens van deze heerser weer te geven: Dit is de kracht waarover wij spreken. Dit is de harmonie, de trilling die een vernieuwing inhoudt. Niemand zal zich daaraan onttrekken. Niemand kan zich van de zo gestelde beperkingen en wetten bevrijden, voor hij deze kracht in haar geheel geëvenaard heeft. De Broederschap en de Raad daarvan zullen dan ook wegen zoeken, om juist deze kracht steeds sterkere gelding in het bewustzijn der mensen te verschaffen.

Zij zullen grijpen naar alle middelen, waardoor deze kracht in wereld en sferen juister en vollediger geuit kan worden en zij zullen zich ook, wanneer zij misschien anders zouden wensen, moeten richten tussen alles, wat blijft uit het verleden, tussen elke droom van de toekomst door op dit Licht en tegen alle Licht, wat daarmede niet harmonisch is.

Want uit de eenzijdigheid van deze periode kan eerst de al omvattende ontwikkeling van de toekomst ontstaan. Geen gebied zal voor deze invloed gespaard blijven. Zij zal tot u spreken vanuit de hemelen, zij zal doortrillen vanuit de aarde, zij zal zich tonen in uw voeding, zij zal zich tonen in uw beweging. Gij zult hieraan niet kunnen ontkomen.

Vreest gij deze dingen, zo is het gevaar groot, dat gij daarin ondergaat. Vrees daarom niet. De Broederschap, de Raad, de grote krachten van geest en materie, ja, de kosmische tendensen zelf, zijn een weergave van genegenheid en liefde. Zonder deze zouden zij niet rond en met u zijn. Betrouw dan in hen, die voor zich bereikend, terugkeerden om u tot bereiking te brengen, en in volle aanvaarding en vertrouwen op hun goedwillendheid zult ook gij bereiken.

Dit is alles, wat ik u te zeggen heb. Ik ben degene, die mij geholpen heeft u deze boodschap te brengen, dankbaar voor zijn bemoeiingen, alsook de anderen die elke storing konden voorkomen. U dank ik, dat u geluisterd hebt. U tracht ik te geven mijn vertrouwen in de kracht, die ons stuwt in deze tijd. Mijn verwachting is, dat de grote beloften waar zullen worden op korte tijd en mijn zekerheid, dat het Goddelijk Licht, met u zijnde, u het inzicht zal geven dat noodzakelijk is om al het noodzakelijke te volbrengen.

Ik wens u allen vrienden, een goede, snelle bewustwording en aanvaarding, ik wens u dagen waarin de harmonie steeds stijgt en uw innerlijke verdeeldheid wegsmelt onder het besef der waarheid.