Uitstraling of gedachtekracht

image_pdf

7 februari 1966

Aan het begin van deze bijeenkomst zou ik er graag allereerst op willen wijzen dat we niet alwetend of onfeilbaar zijn. U weet het waarschijnlijk wel, maar denkt u daar a.u.b. ook deze avond aan. Wanneer u zelf nadenkt, dan zult u waarschijnlijk al gedacht hebben, wat hebben we een eigenaardige titel voor onderwerp vanavond: Uitstraling of gedachtekracht.
Of als u het om wilt draaien: Gedachtekracht of uitstraling?

Ik zal proberen om in mijn inleiding het e.e.a. daarover te zeggen, want elk mens heeft wat men noemt een uitstraling. Die uitstraling kunnen we dan gaan ontleden, we noemen dat soms ook wel de aura en dan komen we tot de conclusie: Een deel van de uitstraling is in feite de gewone warmte-uitstraling wegens het omzettingsproces in het menselijk lichaam. Daarnaast hebben we een laagje, dat blijkt wel een soort inductie te zijn van het zenuwstelsel en daar achter hebben we nog iets, dat lijkt een beetje meer astralerig levenslichaam, astraal lichaam, geef het maar een naam. En daar buiten hebben we nog iets en daar weten we helemaal geen raad mee, dat is een onbeheersbaar gebied, dat noemen we dan maar de geestelijke uitstraling.

Die uitstraling kunt u ongeveer bekijken als de draaggolf van een radiozender. Ik weet niet of ze dat in Hilversum begrijpen wat dat is. Maar dat is datgene dat uitgezonden wordt als u uit uw toestel niets hoort en dat toch de zender in de lucht is. Dan hoor je zo’n heel vaag longetje misschien.

Wij stralen altijd, wanneer we in een lichaam zijn, uit. Die uitstraling kan gemoduleerd zijn. D.w.z. daar kan iets in zitten; ze kan ook betrekkelijk ongemoduleerd zijn, dan is er wel iets, maar dat is zwak. Op het ogenblik dat die uitstraling sterk gemoduleerd wordt, kunnen we zeggen: er is in dat lichaam of in die geest iets aan de hand. Dan moeten we kijken waardoor ontstaat dat moduleren, waardoor ontstaat deze variant op de draaggolf? En dan blijkt dat te zijn – bij het lichaam zelf – een afwijking van de normale lichamelijke processen.

Als u ergens een ontsteking hebt, dan is bv. de temperatuur op die plaats waarschijnlijk hoger,  d.w.z. als ze infectieus is. Is er sprake van een zenuwontsteking, dan blijkt dat heel vaak in de aura die temperatuur en dus wel in het lichaam, iets lager ligt. Hebben we een grote zenuwspanning, dan zal de emotie van die zenuwspanning kenbaar zijn, we zien een soort pieken. En nu komt er bij een zenuwspanning ook nog weer een proces in het bloed; men noemt dat uitwisseling van interne secretie aan de hand van diverse stimuli.

Mooie geleerde woorden die u rustig mag vergeten wat mij betreft, maar het klinkt zo plechtig, daarom zeg ik het even! Daar hebben we te maken met allerhande afscheidingen en die afscheidingen beïnvloeden het totaal van het lichaam. Wanneer u onder een zenuwspanning staat, dan kan dat geleidelijk zijn, dan hebben we het idee dat de draaggolf sterker is geworden, de kleinere signaaltjes, kleine reacties die normaal niet opvallen worden vergroot, je kunt ze aanvoelen.

Wanneer we daarentegen ineens een schok krijgen, dan is er eigenlijk niets, dan ontstaat een enorme piek. Om in radiotermen te blijven, je krijgt zo’n donderende klap, dat het lijkt of de microfoon neerslaat. Nu, ik geloof dat ik daar niet veel succes mee heb met die radiovoorbeelden hier. Ik had dat anders gedacht. Nu heb ik hopelijk duidelijk gemaakt dat we lichamelijke reacties en impulsen en ook waarnemingsimpulsen – want als u schrikt, dan kan dat zijn door iets dat u hoort of ziet – om kunnen zetten in iets dat uit het lichaam wordt uitgestraald. Dat zijn dan wat men noemt: onbeheerste impulsen. Daar doe je zelf niets aan.

Als u er, met permissie, de pest in hebt, dan ligt dat niet alleen aan uw gezicht, want als een ander die kamer inkomt die u net verlaten hebt, wat gebeurt er dan? Daar hebt u misschien wel eens ervaring mee gehad. Dan zeg je, nou laten we maar voorzichtig zijn, want hij of zij heeft er de p… in. Je voelt het. Die uitstraling die niet beheerst wordt, wordt kennelijk ergens opgezameld of weerkaatst, want anders zou het niet in die kamer kunnen zijn als u er zelf niet meer in bent.

Daarom kunnen we zeggen, uitstralingen worden door de mens zelden of nooit bewust beheerst. Zij geven zijn persoonlijkheid weer en een aantal van de factoren die in die persoonlijkheid optreden. In enkele gevallen – maar dat zijn uitzonderingen – kan de gehele persoonlijkheid op die manier worden uitgestraald.

De uitstraling wordt opgenomen door alle daarvoor in aanmerking komende voorwerpen, waarbij we ontdekken dat steen – dan bedoel ik geen gebakken steen, die doet dat niet zo goed, maar rots, kalkstenen e.d., meestal natuurlijke formaties – dat het sterkste doet en kristallen. Daarnaast blijkt ook hout nogal gevoelig; metalen nemen langzamer op, maar behouden de weerkaatsing, a.h.w. de ontvangen indruk, langer. Daarmee heb ik het eerste punt hopelijk gemaakt.

Een uitstraling wordt niet bewust tot stand gebracht, zij is er altijd. Zij zal, naar gelang de gevoeligheid van anderen, op die ander in sterker of minder sterke mate inwerken. Naarmate ze bewuster zijn op dat terrein, zullen ze dat ook meer of minder bewust ervaren.

Maar als we nu komen met gedachtekracht, wat hebben we dan? We hebben onze eigen uitstraling; die uitstraling heb ik zo-even, niet erg succesvol overigens, vergeleken met een draaggolf. U moet dus zeggen, de normale uitstraling is een weg. Nu kan ik daar willekeurig verkeer krijgen, loopt alles door elkaar. Ik kan ook alles afsluiten en zeggen éénrichtingstraat, die kant uit. Wanneer ik nu gedachtenuitstralingen bewust produceer – ongeacht wat ze verder inhouden, het kan energie zijn, het kan een denkbeeld zijn, dan zal ik gebruik maken van mijn eigen uitstraling. Ik zal daarop een bewuste gedachte enten en naarmate mijn concentratie op datgeen dat ik uitzend vollediger is, zal ik een sterkere en meer gerichte overdracht daarvan kunnen bereiken. En aan wat, aan wie kunnen we dat overdragen? Ik heb het al gezegd: een voorwerp, maar ook mensen. Naarmate die kracht sterker is, zullen we meer dingen kunnen beïnvloeden. Nu, ik zou zeggen dat is eigenlijk iets voor de kinderkamer op die manier, maar ik hoop dat u dat allemaal hebt begrepen. Dat is makkelijk, want dan kunnen we wat ingewikkelder worden. Ik begin altijd langzaam en dan voeren we het tempo wat op.

  • Het is niet helemaal begrepen. U zegt dat op een gegeven moment de gedachtekracht zich superponeert op de uitstraling. Dat zou dus moeten zijn dat het ene signaal het andere signaal a.h.w. draagt?

Ja, en dat is heel logisch, want wat is denken?

  • Misschien een elektromagnetische golf van hele kleine orde.

Kan als zodanig beschreven worden, ik zou wel willen spreken over een micro-elektrisch verschijnsel in de cellen met een zeer sterke inductiewaarde op het omringend weefsel, vooral op de delen van het zenuwstelsel. M.a.w. wanneer ik denk, dan breng ik een gerichte actie tot stand, waaraan – of ik dat nu wil of niet, want dat heeft er verder niets mee te doen – mijn hele lichaam ergens deel heeft. Daarmee is ook verklaard waarom de normale uitstraling a.h.w. als draaggolf kan functioneren voor de gedachten. We zijn nog steeds in de materie bezig. Is het nu aanvaardbaar of niet?

  • Ja, dank u wel.

Wanneer we nu aanvaardbaar kunnen maken – en ik dacht dat ik dat gedaan heb, dus ik hoop er het beste van – dat uitstraling beschouwd kan worden als een niet bewust gemoduleerd signaal, waarbij de gedachtenuitstraling een bewuste modulatie van hetzelfde signaal betekent (mooie woorden!) dat het ene ogenblik eventuele uitgezonden vibraties niet beheerst is en dat ze bij het denken bewust beheerst wordt, maar deel uitmaakt van dezelfde kracht, dan hebben we daarmee het begin gemaakt.

Wanneer we nl. die vraag stellen, want dat is eigenlijk een vraag die in dit onderwerp zit: Is het uitstraling of gedachtekracht? En dan moeten we beginnen met te constateren dat op stoffelijk niveau gedachtekracht niets anders is, dan een bewust hanteren van de normale uitstraling. Maar daarmee zijn we er niet, want ik heb al gezegd: in die aura zitten nog allerhande andere dingen.

Nu kennen we allemaal wel die kwestie van ectoplasma, enfin, zeg maar plasma of levenskracht, want de energie is eigenlijk dezelfde die we in de cellen vinden en in bepaalde cellen in grote mate. Nu kunnen we zeggen dat het ectoplasma een vorm van energie-dragende fijne materie is, die normaal behoort tot het astrale vlak. Dat moet u nu maar even aannemen, dan kunnen we daar dadelijk bij de vragenstelling nog even over debatteren. Als ik dat zeg, dan moet ik ook aannemen dat op het ogenblik dat ik denk, er mogelijk door mij iets wordt afgegeven of uitgestraald dat op astraal vlak ligt. Dan verder, normalerwijze vinden die uitstralingen wel plaats. Ze zijn echter niet bewust, ze zijn niet gericht. Hun vormende werking is daardoor betrekkelijk gering. We krijgen wel wolkjes, maar die wolkjes nemen geen gestalte aan, om het zo eens te zeggen. Op het ogenblik dat ik denk, kan ik echter die gedachten overbrengen op die uitstraling op het astraal niveau. Er ontstaat nu een scherp beeld en in dat scherpe beeld kunnen mogelijkheden of eigenschappen scherp zijn ingelegd.

Bij een uitstraling is er een vaagheid. Een vaagheid die door anderen misschien gebruikt kan worden om er iets van te maken, maar niet iets dat ikzelf bewust produceer. Bij gebruik van gedachtekracht produceer ik zelf iets. Dan zijn we er nog niet, want als dat op astraal terrein mogelijk is, dan komen we aan de vraag: “Hoe zouden we dan zitten bij de werkelijke geestelijke waarden van de mens?”

Wel, de geest van de mens omvat meer dan in zijn stoffelijke persoonlijkheid tot uiting komt. Het werkelijk ego is dus groter dan het materiële ego. Dat houdt in dat elk mens maar een deel van zijn werkelijke “ik” via de stof uit, en dat het mogelijk is dat verschillende delen van het ware ego afwisselend via de stof tot uiting komen. Kunt u het volgen?

Dan willen we dat maar weer vergelijken met kleuren; het is natuurlijk kinderlijk en niet helemaal juist, maar het helpt misschien om een beeld te vormen. Zeg dat het ego de zon is. Het totale zonlicht kan niet worden opgevangen; nu op een gegeven ogenblik komen we dus met een deel dat blauw is, die uitstraling is blauw, d.w.z. een bepaalde vibratie en dat wil zeggen dat we van wat rond ons is een grotere weerkaatsing kunnen krijgen wanneer daar de harmonie met blauw bestaat, terwijl er andere dingen zijn die niet of onjuist zullen reageren. Nu verandert mijn innerlijke toestand, ik kom vanuit een toestand van bezinnelijkheid ineens tot de behoefte om nu eens wat te doen, te leven. Resultaat? Ik schakel over, laten we zeggen op rood.

Nu zullen dingen die zo-even voor mij harmonisch en benaderbaar waren niet meer benaderbaar zijn. Die reageren op rood anders, terwijl dingen die daarnet niet telden nú voor mij kunnen gaan spreken, geestelijk. Maar dit geldt ook voor bv. voorwerpen. Wanneer we alleen met die uitstraling te maken hebben, dan kun je een voorbeeld nemen, laten we zeggen: we hebben psychometrie.

Wanneer de psychometrist een voorwerp heeft van metaal en hij heeft er een van steen, dan leest hij verschillende aspecten van dezelfde persoonlijkheid af, dus niet dezelfde. Zo veranderen we dus eigenlijk als het ware ook de buitenkant van die uitstraling en daarmee datgene waar wij een antwoord uit kunnen wekken. Dat is misschien wel heel belangrijk.

Want wanneer ik gedachten wil uitzenden, gedachtekracht, dan zal ik eerst zelf in een stemming moeten komen met datgene dat ik bereiken wil. Een zekere harmonie. Pas op het ogenblik dat mijn innerlijke waarde, de sfeer die in mij leeft, in overeenstemming is met datgene dat ik wil gaan doen en datgene waarmee ik het wil gaan doen, bij wijze van spreken, zal ik werkelijk resultaat krijgen.

Hier blijkt alweer dat de uitstraling dus, wat de geest betreft, voor een deel maar niet geheel beheerst kan worden. Wanneer wij onszelf lichamelijk instellen op bepaalde werkingen en op bepaalde krachten en we doen dat met inzet van de hele persoonlijkheid, dan maken we het daardoor voor ons werkelijke ego gemakkelijker om het daarbij passende deel ook in de uitstraling tot uiting te brengen. Dat is ook weer een punt.

Dan kom je tot de conclusie dat de afstemming voor de geestelijke aspecten van de zaak belangrijk is. Voor de astrale aspecten is het veel minder belangrijk.

Wat betreft de stoffelijke uitstraling is de instelling van de mens niet van belang, daar is alleen de bewuste gedachte van belang. Voor het astrale is ook weer de vormende, de scherp gedefinieerde gedachte van belang. Zodra wij komen op een niveau waar geestelijke krachten bij betrokken zijn, dan is de eigen instelling, de eigen gesteldheid van denken, maar ook lichamelijk en al wat er bij hoort, het belangrijke, de sfeer die we voor onszelf gecreëerd hebben. Is dat ook allemaal te volgen? Dan gaan we nog een stapje verder.

Dan ben ik zover dat ik nu duidelijk heb gemaakt waar de verschillen liggen en waar de overeenkomst ook een beetje schuilt, dacht ik zo. En nu gaan we het eventjes heel vlot doornemen verder, anders duurt die inleiding te lang.

Op het ogenblik dat ik in mijzelf een gedachte kan vormen en ik formuleer deze scherp en duidelijk genoeg, zal ik de gedachte die in mij leeft zonder meer en ook zonder dat ik dat eigenlijk precies wil, overdragen aan mijn omgeving zover dit stoffelijke effecten betreft.

Op het ogenblik dat ik mijzelf instel op meer geestelijke waarden en tracht niet slechts een denkbeeld te formuleren, maar mijn denken, mijn wezen in harmonie te brengen met de sfeer die ik geschapen heb, zal ik uitwerkingen verkrijgen op geestelijk niveau en daar kan werkelijk van gedachtekracht worden gesproken. Want hierbij ontstaat niet alleen de directe materiële beïnvloeding, maar een beïnvloeding van geestelijke werelden, daarnaast van het astraal gebied, welke op hun beurt kunnen weerkaatsen op de menselijke wereld.

We nemen nu een heel eenvoudig voorbeeld. Ik heb kracht nodig. Die kracht heb ik niet nodig voor een alleen maar materieel doel – ja, als je natuurlijk een kast op wilt lichten is het wel makkelijk als je ze zuiver materieel te pakken krijgt – maar we stellen nu eventjes: ik wil een geestelijk doel dienen, desnoods met stoffelijke resultaten. Wanneer ik nu geestelijk heel hoog kan reiken, dan nemen we maar het voorbeeld, dan kan de kracht daar als een steen weer in mijn eigen wereld terugvallen. Hoe hoger ik stijg, hoe compacter, concreter het beeld is dat ik in mij draag, hoe groter de inslagwaarde op mijn eigen wereld. Kunt u het volgen?

Daaruit volgt dat de hoogste geestelijke sfeer die ik bereiken kan als mens (dat is meestal nog wel een vormsfeer) dus voor mij altijd de meest onmiddellijke resultaten geeft. Om die resultaten te verkrijgen moet er sprake zijn van een instelling van mijn eigen persoonlijkheid en wezen, welke alle normale stoffelijke condities en waarden buitensluit.

Wanneer ik met mijn eigen wereld bezig ben, dan vind ik niet de juiste afstemming. Er is bij het hanteren van de gedachtekracht een scheiden nodig van de normale wereld én het normale denken én de wereld en sfeer als het ware rond ons, die absoluut irreëel mag zijn, die kolderachtig dwaas mag lijken desnoods, waarin wij ons isoleren van het normale bestaan, maar waarin wij een eenheid gevoelen met hogere geestelijke waarden. Datgene dat ons doel is, bepaalt wat in het ego spreekt, de eigenschappen van het ego hebben door de instelling bepaald en treden in de aura op.

Wanneer ik een beïnvloeding heb die een hoge sfeer bereikt, zal ik een gelijksoortige beïnvloeding rond mij produceren, ook wanneer de gedachtekracht in feite ver weg is gericht. Dat is zeer begrijpelijk hè? Dan gaan we aan het volgende stuk beginnen.

Op het ogenblik dat de mens deze gedachtekracht hanteren kan, vergeet hij meestal dat er onvermijdelijk neveneffecten zijn. Naarmate ik vager werk, met een vagere sfeer, met een vager denkbeeld, een vagere doelstelling, zal ik een groter terrein misschien bestrijken, maar gelijktijdig mijn eigen uitstraling, afstemming minder definitief bepalen. Naarmate men met gedachtekracht een groter, algemener doel wil bereiken, is de kans op bereiking minder.

Naarmate dus – en dat is de tegenovergestelde regel – ik mij realiseer wat ik precies wil en een precies omschreven doel neem, daarbij zo juist mogelijk mijn sfeer bepaal, daarbij de meest juiste conditie schep, zal ik gemakkelijker en groter resultaten bereiken; naarmate ik vager ben, is er sprake van iets dat meer uitstraling is dan gedachtekracht. Want het bewuste element wordt kleiner, de bewuste beïnvloeding en het bereiken van een bewust bedoeld resultaat wordt kleiner.

Dan stellen we dat al datgene dat ook als gedachtenconcentratie en gedachtekracht op vage waarden wordt gericht, in feite zonder meer een uitstraling is. Een uitstraling die door het “ik” niet volledig wordt bepaald, waarvan de gevolgen en werkingen – ja zelfs de mogelijkheden – niet te overzien zijn. Dat vraagt ook om een paar voorbeelden, als u me niet kwalijk neemt.

We gaan mediteren voor de vrede. Mooie meditatie, schitterend! We bouwen een sfeer op – schitterend – maar ja vrede, wat willen we eigenlijk? Willen we dat meneer Verwoerd op straat alle negerinnen gaat kussen, willen we dat de Russen ineens tegen de Amerikanen gaan zeggen: “Jongens kom ons eens vertellen hoe jullie het eigenlijk doen?” Wat willen we? Willen we misschien dat Mao pinda-pinda gaat verkopen op de Dam in Amsterdam? Wat willen we voor die vrede. Wat achten we voor die vrede van belang? Zolang we het alleen maar doen voor die vrede, blijft het uitstraling.

Genezing, wij willen een mens genezen, al of niet met handgebaar. Dat handgebaar heeft ook zijn zin hoor. Al is het alleen maar door de suggestieve waarde die erin zit en heel vaak de grotere mogelijkheid tot onbewuste concentratie. Maar nu wil ik een mens genezen; ik weet niet wat hij mankeert. Ik ga genezen, genezen. Nu kan ik wel wat krachten overdragen, dat is uitstraling, maar kan ik aan die kracht nog iets bijgeven? Neen, want ik weet het eigenlijk niet, dat moet dat lichaam zelf maar weten. En als dat lichaam van de patiënt dat zelf weet, dan haalt het wat uit, maar het kan wel eens zijn dat er een ziekteverschijnsel is waarbij het lichaam zelf in de ziekelijke toestand een evenwicht heeft bereikt en dat evenwicht weer gaat proberen te handhaven; dan kan ik niks meer doen. Tenzij ik weet wat er moet gebeuren. Dat ik zeg: Die nier moet beter gaan functioneren of bv. dat moet beter, regelmatiger, dus moet er dit of dat gewijzigd worden; wanneer ik dat weet en ik ga me daarop concentreren, dan zal alle kracht die ik uitstraal en overdraag, worden uitgestraald met een brandpunt op dat ene punt waar ze nodig is.

Als iemand kanker heeft leggen ze hem onder een kobaltbom. Niet dat dat altijd veel uithaalt, soms is het helemaal niet zo goed wat ze er mee doen, maar ze weten nog niet beter denk ik, dat moet ook langzaam groeien, maar dan ga je toch ook niet die hele mens onder die uitstraling zetten? Daar wordt hij ziek van. Men zegt: We gaan berekenen waar het gezwel zit. We laten de tafel, waarop zo iemand zit zó roteren, dat de gewone weefsels maar een heel klein beetje krijgen, maar dat die straal precies steeds door het gezwel gaat. M.a.w. we brengen de zaak in het brandpunt, dat kunnen we ook wanneer we werken met gedachtekracht, dan moeten we weten waarop we richten, maar dan kunnen we alle kracht bij wijze van spreken op een speldenknop samen richten. Hoe weten we waarop?

In de eerste plaats zul je dus als je genezing wilt doen een beetje moeten weten van het menselijk lichaam, en in de tweede plaats – zelfs al ben je nog zo sensitief – dan zul je altijd toch je eerst moeten realiseren wáár volgens jou die kwaal dan zit, want anders kun je niets doen. Dan kun je alleen maar kracht geven en dat kan veel uithalen, maar er zijn toestanden waarbij het niet helpt. Daar krijg je de gekste dingen mee. Ik zal nu een eenvoudig voorbeeld geven.

U hebt een attaque gehad met een bloeduitstorting in de hersenen. Het resultaat is een retractie van geestelijke vermogens. De patiënt valt terug naar de mentaliteit van de kinderjaren. Nu kunnen we daar natuurlijk niet altijd heel veel aan doen. We kunnen alleen dié delen van de hersenen, die niet door ademnood helemaal uitgeschakeld zijn, activeren, maar misschien kunnen we toch die toevoer vergroten. Wanneer we nu een klein denkbeeld hebben, alleen maar hoe dat in die hersens zit, dan kunnen we ons daarop concentreren en dan kunnen we dat proces van voortdurend terugvallen tenminste tot stilstand brengen.

Met deze voorbeelden hoop ik ook weer te hebben aangetoond, dat er wel degelijk een verschil bestaat tussen gedachtekracht en uitstraling, hoezeer zij op zich misschien verwant lijken. Wanneer we onze uitstraling bewust hanteren, ach, dat is een lancet, dat is een heel fijn haarpenseel waarmee je een lijntje kunt zetten als een vliegenpoot, tegenover een grote knuppel of een witkwast als we alleen werken met uitstraling en daarom zou ik de inleiding willen afsluiten met een paar eenvoudige regels. Als er ten minste geen bezwaar tegen is.

In de eerste plaats: Uw uitstraling is altijd aanwezig. Wanneer u die uitstraling bewust goed maakt, zult u daardoor rond u een sfeer van goed scheppen, die zichzelf vaak kan herstellen, dus ook op u invloed kan gaan uitoefenen door de waarde die als het ware zijn opgeslagen in de omgeving. Maar u kunt daarmee altijd alleen vage waarden bereiken. Voor krachtenoverdracht geldt hetzelfde. Wanneer wij alleen via de uitstraling iets overdragen is en blijft het vaag en ongericht. Indien ons doel het vage en ongerichte kan omvatten, zal het vaak dienstig zijn om met uitstraling te werken.

Op het moment dat wij echter een nauwkeuriger te beschrijven doel willen bereiken, zullen we ook moeten trachten dat doel te kennen. Voor het werken met gedachtekracht is het noodzakelijk:

  1. een nauw omschreven beeld te geven van datgene dat men wenst;
  2. een nauw omschreven beeld in zichzelf te wekken van de stemming die er bij past;
  3. deze stemming – ongeacht met welke middelen – tot stand te brengen en die, vanuit die stemming, het beeld bewust en met inzet van alle krachten, te herhalen terwijl men alle normale waarden van de wereld eigenlijk buitensluit;
  4. wanneer wij dit gedaan hebben dienen wij alle geschapen denkbeelden van ons af te zetten, terug te keren tot de normale toestand. En hoe eerder hoe liever eigenlijk. En eventueel te controleren in hoeverre wij resultaat kunnen boeken.

Dan zeggen we verder: Daar het werken met uitstraling een algemene waarde is, is daarvoor geen aparte plaats noodzakelijk. Het kan overal geschieden waar de stemming voldoende is. Het zal zelfs automatisch geschieden wanneer we het niet willen.

Voor het hanteren van de gedachtekracht is altijd nodig een plaats waarin de sfeer zo rustig is om er in te verkeren, dat we ons kunnen afsluiten tijdelijk van de werkelijkheid, van de rest van de wereld. We zouden ervoor nodig hebben een plaats waarin de sfeer overeenstemt met datgene dat wij willen bereiken. Wij kunnen dus niet altijd met dezelfde plaats volstaan. Soms zullen we naar een kerk moeten gaan, soms zullen we in onze eigen binnenkamer een plaatsje moeten zoeken.

Dan, bij het gebruik van gedachtekrachten en het gebruik van het nauw omschreven denkbeeld, dient men zich een voorstelling te maken van het doel waarop gericht wordt, ook indien deze voorstelling niet volledig juist is, zal het bijdragen tot betere en snellere resultaten.

En dan het laatste regeltje. Als u een rotbui hebt (ik mag het wel zeggen), onthoud dan één ding, hetgeen u dan hebt uitgestraald komt uit uw omgeving terug, het beïnvloedt alle mensen die met u in contact komen. U krijgt uw trekken thuis. Schep dus waar u kunt altijd een zo gelijkmatige en prettig mogelijke sfeer. Probeer ook als u alleen bent tegenover de wereld de houding aan te nemen die u van de wereld tegenover uzelf ook zou begeren, dan heeft u de grootste kans dat u in uw eigen leven evenwichtig bent.

Er is natuurlijk veel meer te zeggen, maar dat doen we dan wel dadelijk als jullie aan de beurt komen met de vragen. Nu, dat was dan het eerste stukje en dan moet u er maar eens over nadenken.

Elke vraag in samenhang met het onderwerp die ik beantwoorden mag, zal ik beantwoorden als ik het kan. Dus, vrienden, tot over een kwartiertje – 20 minuten misschien. Dan hoop ik u weer te treffen en dan gaan we eens verder kijken wat er voor u in dit onderwerp aan belangrijks ligt. Als u nu vond dat ik het te kinderlijk heb gedaan, vertel het me rustig, hindert allemaal niet, want als ik nog één ding mag zeggen dat niet met het onderwerp samenhangt? Een vriend van mij heeft dat gezegd; hij zei nl.: Onverstand erken je het beste wanneer je op een avond over een onderwerp spreekt, dat zij, die het meeste zwijgen en het hardst ‘ja’ knikken, het minste begrijpen. Ik hoop dat we vanavond dit kunnen vermijden. Tot straks.

Tweede gedeelte

Het schijnt dat de fluit voor het begin van het werk weer is gegaan. Daarom zou ik voor willen stellen om eerst te beginnen met de punten die schriftelijk naar voren zijn gebracht. Ik zal proberen elke vraag het antwoord te geven dat die verdient.

  • Misschien mag ik vraag 1 en 2 achter elkaar lezen; zij komen praktisch op het zelfde onderwerp neer. Hebben genezingsdiensten, zoals die bv. in de Vrij Katholieke Kerk plaatsvinden wel waarde, als de priester dus de eigenlijke ziekte niet in finesses kent? Dat is het eerste. Wanneer een priester in de Vrij Katholieke Kerk een genezingsdienst houdt, wat gebeurt er dan precies? En welk effect sorteert dat?

Nu, een heel ingewikkelde geschiedenis, hè? We zullen maar beginnen met eventjes de ‘vrij katholiek’ te schrappen. Ik hoop niet dat u dat erg vindt, dat mag u er zelf bij denken.

Kijk eens, wanneer we een genezingsdienst hebben, dan zien we het volgende. In de eerste plaats is er een geloof. En geloof is een bepaalde instelling, gepaard gaande met bepaalde suggestieve waarden. In de tweede plaats, we hebben genezingsbijeenkomsten, d.w.z. men komt daar in de hoop of misschien zelfs met de overtuiging, dat genezing op deze wijze bereikt kan worden. Wederom een kwestie van instelling en een kwestie van suggestie. Er zijn ook weer suggestieve waarden aanwezig. In de derde plaats krijgen we te maken met een vaste gang van zaken waarin symbolisch zekere krachten tot uitdrukking worden gebracht. Ik hoop dat ik het netjes genoeg zeg.

Als we die dingen bij elkaar pakken, dan kunnen we zeggen: Er is misschien geen sprake van een bewuste genezing, zoals die door directe gedachtenuitstraling tot stand gebracht wordt, maar er is wel iets anders. Er is een sfeer opgebouwd waarin de mens de tegenwoordigheid van God misschien kan aanvoelen, althans van hogere krachten of waarden. Hij zal zich daarop richten. En nu ga ik even terug naar mijn inleiding. Ik heb daar een beeld gebruikt van een steen, weet u wel? Hoe hoger je hem brengt, hoe groter zijn doorslagkracht als deze valt. Elk mens die daar aanwezig is en genezing wenst voor zichzelf, richt de genezing op zichzelf. De priester is hier intermediair of de genezer. De mens zelf is eigenlijk de actieve factor. Hier wordt een beroep gedaan niet op de kennis van de priester, maar op het persoonlijk erkennen van een kwaal. Hoe juister dit erkennen is, bewust of onderbewust, hoe groter het geloof is en hoe beter de sfeer is, hoe groter de genezende werking die kan ontstaan.

Daarmee hebt u dus al antwoord op de vraag of dit nu zin heeft of niet. Het heeft zeker zin, maar de zinrijkheid wordt ergens beperkt. Die beperking ligt in de benadering van het probleem der genezing. Wanneer je bv. zoals in sommige diensten – ja, geen oud katholieke, maar daar praten we nu niet over – gebeurt, gaat zeggen dat de ziekte het gevolg is van de zonde, dat de genezing God’s vergeven is, dan ga je er een psychische kwestie aan vastknopen, waarbij innerlijke onzekerheid, schuldbewustzijn, over het algemeen eerder een verergering van de kwaal dan een genezing tot stand brengt. En waar een genezing tot stand komt, is deze waarschijnlijk het gevolg van een hysterische zelfoverschatting. Dat is dan niet direct de ideale manier.

Maar laten we het voorbeeld nemen van een genezingsgroep of dienst, waarin we te maken hebben met een geloof en waarbij we verder te maken hebben met althans redelijk nuchtere mensen. Zij komen samen, ze bidden, ze zoeken God, sfeer scheppen, er is een verwachting. De verwachting definieert de sfeer en zo zullen de meeste van de aanwezigen hun geloof richten op de mogelijkheid genezing te ontvangen of te geven. De priester zelf of de leider van de groep voelt in zichzelf dat God de genezing kan geven. Hij maakt zich bewust of onbewust tot een soort brandpunt voor een goddelijke kracht. Hij heeft er zelf niet mee te doen, God doet het. D.w.z. dat als iedereen in een eigen kleur ingesteld zal zijn, de priester over het algemeen ingesteld zal zijn op wit of goud. Een kleur dus die vele andere kleuren pleegt te omvatten.

Dan is er aanwezig een aantal receptieven, mensen die ontvankelijk zijn, er is iemand aanwezig die zichzelf erkent als kanaal en krachtbron voor die andere. Er is vanuit diegenen die receptief zijn nog eens een ontvankelijkheid ten opzichte van het goddelijke en er is sfeer geschapen die in zichzelf al een zekere genezende kracht bergt, al is het alleen maar levenskracht plus suggestie. Wat kan er dan gebeuren?

Dan kan er gebeuren dat feitelijk een hoge kracht wordt aangeboord. En dan kan het gebeuren dat er een soort wonder gebeurt, dat er een genezing voorkomt, dat je zegt: “Hé, dat had je nooit durven denken.” Dat kan.

Is niet zeker, maar wat wel zeker is, is dat eenieder die aanwezig is geweest, gesterkt is. Men heeft ofwel een verbetering van zijn eigen toestand bereikt of een volledige aanvaarding van die toestand met de zekerheid dat er eens een ogenblik komt dat die toestand verandert. Er is dus geestelijk iets bereikt, er is psychisch iets bereikt en heel vaak ook lichamelijk iets bereikt. Wat gebeurt is volledig zinvol, mits allen daaraan in een geest van werkelijk geloof deelnemen, mits het ritueel geen dode formule is, maar een doorleefde symboliek van hogere krachten. En ik zou zeggen, daar heb je dan eigenlijk wat er gebeurt.

Dan zult u zeggen: Er kan veel meer gebeuren; ja, het kan. Het is mogelijk dat Jezus in de geest daar persoonlijk tegenwoordig is en tegen iemand zegt:  “Nu, pak jij je botten op en wandel.” Het is mogelijk, maar zeker is dat niet. Het kan een enkele keer gebeuren, maar zeker is dat het in ieder geval een positieve werking is geestelijk en misschien ook lichamelijk. Dat is geloof ik toch wel voldoende om hier te zeggen op die twee vragen.

Mensen wanneer dergelijke diensten eerlijk en oprecht worden gehouden, ook zonder dat er nu sprake is van een bewust hanteren van de gedachtekracht door één persoon of allen, is er nog de mogelijkheid dat ieder voor zich weer suggestie, sfeer, aanvaarding en dergelijke voor zichzelf tot brandglas wordt en op zichzelf de goddelijke kracht op de juiste manier richt of misschien de menselijke en geestelijke kracht aanwezig is.

  • Dus de kring is niet noodzakelijk hè?

Er is niets noodzakelijk als je het in jezelf draagt. Maar je moet altijd maar zo rekenen, dat je natuurlijk in het hoofd een optelsom kunt maken van 37 getallen van zes cijfers. Maar de kans dat je je vergist en dat je vastloopt is groot. Schrijf ze op, dan kun je dat in ieder geval beter hanteren en noteer met potlood eventjes deeluitkomsten, dan hoef je nooit het hele stuk terug te lopen. Begrijp je? Zo is het met een ritueel vaak, zo is het met de kring, ze zijn hulpmiddelen. Ze zijn het vijfde gebod, het zijn hulpmiddelen. Maar ze zijn in vele gevallen hulpmiddelen waardoor falen voorkomen wordt of de kans op falen thans vermindert.

  • Moet dat ritueel nu altijd christelijk zijn of zou het ook eventueel een heidens ritueel kunnen zijn?

Dat is een erg christelijke vraag, want wat is heidens? Heidens is voor een christen, niet christelijk, maar mag ik even opmerken dat vanuit een boeddhistisch of islamietisch standpunt u eigenlijk wel half heiden bent als u christenen bent.

  • Ik bedoel hier nu specifiek de hele oude oer geloven, die heidense stammen.

Dan is het altijd nog een geloof. En een geloof is altijd een deel, nooit het geheel. Begin daar nu mee. Gekoppeld aan een voorstelling die in negen van de tien gevallen grotendeels onwaarheid is. Maar het geloof op zichzelf is een instelling. En die instelling maakt het bereiken van resultaten mogelijk. Wanneer u zegt: ‘heidense gebruiken’ en u bedoelt daarmee de oudheid, dan kunnen we alleen maar zeggen dat in de tempels van de genezende goden (hij noemt twee onverstaanbare godennamen) dat ze daar met al hun heidense praktijk in feite hetzelfde hebben gedaan als nu in bepaalde christelijke genezingsgroepen en spiritistische spirituelen. De vorm is aangepast aan de behoeften van de mens, maar de essentie blijft hetzelfde. Of om het anders te zeggen: als je een mooie dame hebt en je trekt haar een chic kostuum aan van een goede couturier, dan zeg je: Daar gaat een society beauty. Laat haar een tijdje daar en je trekt haar een oud ding aan, dan zeg je: Daar gaat assepoester; wat er onder zit blijft precies hetzelfde. En zo is het met die geestelijke waarden. Je kunt ze aankleden zoals je wilt, maar de essentie, de geloofsbinding en eventueel de wetenschap – die er ook soms bij te pas komt – die moet aanwezig zijn, anders haalt het niets uit. Maar is die er, dan is de rest “dressing the salad”

  • Acht u het volgen van een cursus in yogaoefeningen nuttig om te komen tot een betere en meer gerichte concentratie van gedachten? En wat is uw mening in het algemeen over de yogaoefeningen ten aanzien van het lichamelijk en geestelijk welzijn?

Laten we dan even heel kort beginnen. In de eerste plaats, er zijn zovele soorten van yoga, dat een algemene beantwoording onmogelijk is. In de tweede plaats, de zogenaamde aangepaste, aan het Westen aangepaste yogaoefeningen kunnen vaak helpen om de lichamelijke conditie te verbeteren en de daarbij vaak wel gebruikelijke geestelijke oefeningen, als er een goede leiding is, kunnen eventueel nog voeren tot een zekere innerlijke evenwichtigheid. Als zodanig kan het nuttig zijn.

Heeft het nut er een cursus in te volgen? Ja, het ligt er helemaal aan wie die cursus geeft en wat u wilt. Wanneer u denkt dat u met yoga geestelijk verder komt dan bv. met heilgymnastiek en u heeft het hier over de eenvoudige op het lichaam gerichte yoga, nu dan zou ik zeggen: kom neem maar heilgymnastiek of mensendieck of wat anders. Dat vraagt minder lichaamsverrekkingen waar u als westerling niet aan gewend en niet op gebouwd bent. Maar als u denkt dat het bij u past, het past bij uw denkwijze, uw sfeer, kies dan de koninklijke weg. Probeer dan tenminste bij raja-yoga terecht te komen en als u het niet kunt verwerken, misschien is een andere richting voor westerlingen nog wel aanvaardbaar: de karma-yoga. Dat zijn filosofische systemen en als zodanig moet je ze beschouwen. De lichaamsoefeningen zijn niets anders als een methode waardoor je lichamelijk gezondheid verwerft om in staat te zijn de zware geestelijke inspanningen te dragen zonder schade.

En als je nooit aan ochtendgymnastiek hebt gedaan en je wil nu voor je geestelijk heil ineens yoga doen, zou ik zeggen: begin eerst eens met ochtendgymnastiek.

De mensen die op hun hoofd staan, kunnen de wereld niet eens gewoon zien, want de hele wereld staat op zijn kop.

  • Mag ik er even op inhaken? Karma-yoga; ik dacht dat karma-yoga niets anders was dan het je trachten te realiseren wat je ervaart in het normale leven en daarvan te leren. Dus door schade en schande wijs worden.

Er is nog wel iets meer. Het hoort nu niet direct bij ons onderwerp van vandaag. Kort gezegd: karma-yoga berust in de eerste plaats op de aanvaarding van het karma en in de tweede plaats om de erkenning van de oorzaken van het huidig karma; en in de derde plaats de eliminatie van toekomstig karmische werkingen waardoor het ‘ik’ vrij kan worden van de wereld. Dat is nu heel in het kort gezegd, maar het is een heel systeem. Boeken vol.

  • Ik dacht dat u het karma als zodanig niet direct erkende, dat u daar toch andere opvattingen over had?

Ja, we hebben beschouwingen die nogal eens afwijken van de hier in het Westen gangbare, dat ben ik direct met u eens. Maar driekwart van de westerse opvattingen, omtrent de oosterse filosofie, zijn gebaseerd op de misverstanden die ontstaan wanneer een westerling probeert te denken als een oosterling. Karma is de wet van oorzaak en gevolg, uitgedrukt over vele levens, maar niet een noodzakelijke gebondenheid. Het is zó, dat het ‘ik’ ten allen tijde vrij is om in het karma door een wijziging van eigen houding een wijziging van de oorzaak-en-gevolgwerkingen tot stand te brengen, zodat het gebeuren in het verleden niet noodzakelijk het gebeuren in het heden onafwendbaar bepaalt. En dat kunt u nu ook terugvinden in karma-yoga en dat kunt u overigens ook terugvinden in het boeddhisme, dat er helemaal op gebaseerd is. Zullen we weer proberen terug te gaan naar ons onderwerp?

  • Er zijn geen schriftelijke vragen meer. Dat was wel fijn dit laatste, het ging reuze goed. Namens een hele hoop aanwezigen hebben we nl. een heel merkwaardige vraag. We zouden graag willen weten of u vroeger medicus geweest bent?

Nou, het spijt me, maar ik ben geen medicus geweest.

  • Dat klopt dus.

Ja, dat klopt wel. Ik zou, haast zeggen, dat ik mijn meeste pecunia verdiend heb nadat de medische stand haar werkzaamheden beëindigd had en wel door de uitvoering van beschikkingen tijdens het ziekteproces opgemaakt. Dan kun je het zelf invullen.

  • Vandaar dat zwarte tasje dat men aan u gebonden zag.

Nou dat is wel mogelijk dat men dit symbool nog ziet, maar ik was in zekere zin ook verloskundige, want ik verloste de erfgenamen van een vaak voor hen ondraaglijke spanning

  • Daar zou men haast uit concluderen dat u beul was!

Nou, soms heeft men mij een dergelijke betiteling niet onthouden, maar ik had toch wel de koninklijke goedkeuring en aanstelling die voor de vervulling van mijn ambt nodig was. Het werd met de pen en niet met de bijl uitgevoerd. Ik wil persoonlijk toegeven, dat je met de pen soms meer kwaad kunt doen dan met een bijl. Zullen we nu het raadspelletje maar staken?

  • Ik wil u nog wat vragen. Gedachtekracht is toch ook in verband met visualisatie? Maar nu visualiseert de ene mens makkelijker dan de andere.

Ja, als je dat wilt zeggen in de vorm van het beelddenken, ben ik het met u eens. Er zijn twee manieren van denken. Ten minste algemeen gangbaar, er zijn er meer. De eerste is het beelddenken; men denkt in voorstellingen en dat is wel de handigste manier eigenlijk, maar we kunnen ook het woorddenken hebben. Nu is het zo, wanneer je niet kunt komen tot het beeld, het concrete beeld, dan kun je vaak volstaan met een vage voorstelling die het woord hoorden, in feite begrippen dus, nader omlijnd. Je hoeft het dus niet correct te zien, maar je moet het definiëren. Daar komt het op aan. Nu gebruikt men die term’ visualisatie’ heel vaak zonder dat er van een werkelijk visioen – want dat zou daar eigenlijk uit voort moeten komen – sprake is.

Wanneer ik iets in een beeld zie, dan kan ik veel meer gelijktijdig zien. Neem bv. Dante’s Inferno, dat is een tamelijk dik ding hè en neem daarnaast nu eens het bekende drieluik van Jeroen Bosch over de zondaars. Dan kun je zeggen: Op dat ene luik staat meer dan in het boek van meneer Alighieri. Wanneer je dus een beeld werkelijk gedetailleerd op kunt bouwen, dan kun je daar onnoemelijk veel meer uitdrukken, niet alleen in omschrijving, maar ook in aanduiding van relaties, dan met woorden alleen mogelijk is. Maar iedereen moet roeien met de riemen die hij heeft.

En ofschoon ik van mijn kant af zou zeggen, wanneer we met gedachtekracht werken, is visualisatie (en die is met training heus wel te leren op de duur, maar het kost je soms een paar jaartjes) het beste. Maar wanneer je nog niet zover bent, maak dan met woorden voor jezelf een beeld en omschrijf dat zo nauwkeurig mogelijk.

  • Hoe doe je dat?

Nu, dan moet u maar eens gaan luisteren als twee jonge heren het hebben over een dame, dan weet u wat deze scriptieve kunst van het woord geeft. Ik moet zeggen, de voorstellingen rijzen soms buitengewoon fantastisch.

  • Mag ik nog wat vragen over dat visualiseren? Als je weet dat iemand een zieke nier of een zieke lever heeft, dan hoef je die persoon niet te visualiseren, maar je moet die lever voor je gezicht halen, dacht ik?

Nare geschiedenis. Wanneer men weet wat de functie is ongeveer. Iemand heeft een zieke lever of een zieke nier en u weet wat die lever doet, want dat moeten we een klein beetje weten. We weten wat er niet aan in orde is. We hoeven geen portret van zo iemand te gaan bouwen, (het is misschien handig als je een portretje bij je hebt, zodat je de voorstelling voor ogen kunt halen) dan ga je voor jezelf zeggen: Kijk eens, er ontstaat een vergiftigingetje, want dat werkt niet voldoende. We moeten dus cel voor cel die lever opnieuw opbouwen, dan haalt u hem niet voor uw gezicht, maar u zegt tegen dat lichaam, we kunnen die cellen vernieuwen en we moeten dat doen. Dan probeert u met uw denkbeeld als het ware een hernieuwing van die lever tot stand te brengen. Maar die hernieuwing houdt in gezonde toestand op en omdat u zich daarbij op die lever concentreert, kunnen zich daarin dan ook nog enigszins andere processen gaan afspelen. Het kan nl. zijn dat in die lever de cellen vooral – vooral de buisjes zeg maar – in een meer normale relatie tot het geheel gaan functioneren. Je hoeft niet precies te zeggen wat er moet gebeuren, maar wanneer u dat beeld zo opbouwt is dat voor een leek al voldoende.

Maar als een medicus datzelfde gaat doen, dan weet hij – hij heeft ten slotte ook nog wel eens plakjes gesneden hè? – de anatomie kennende, per slot van rekening veel beter wat het is en hij kan nauwkeuriger omschrijven en als het goed is, een beter resultaat hebben.

Daar staat tegenover dat de medicus de ellende heeft dat hij geleerd heeft in medisch wetenschappelijke termen te denken en te geloven. Daardoor zal hij vaak een mindere geloofswaarde, en ook een minder juiste instelling kunnen opbrengen. Niet altijd hoor, maar vaak. Dan is het maar de vraag wie nu het beste is, de dokter met geringe kracht en een juiste definitie óf de ander met een grote kracht en een minder juiste definitie, maar een definitie nog net goed genoeg om in dat lichaam een proces aan de gang te zetten door de uitgestraalde kracht.

  • Dan kun je de persoon dus vergeten?

Wanneer je eerst die persoon hebt gedefinieerd. Het is eigenlijk zo: We mogen over Parijs praten, dan moeten we zeggen we gaan naar de kant van Frankrijk toe, maar als we eenmaal de Belgische grens over zijn, dan hebben we in Frankrijk geen pest meer te doen, alleen nog maar in Parijs, mooie stad Parijs. Het was een mooie stad, ik weet niet of het nog zo is.

  • Willen wij in kleuren zien of in een symbool, dan komt er een ogenblik dat je een totale verandering van de symbolen ziet. Wat betekent dat?

Het ligt er aan welke symbolen.

  • Bijvoorbeeld als je een gouden centrum ziet en dan gaat dat goud over van het middelpunt in blauw en op hetzelfde moment zie je eigenlijk een doorstraling door het middelpunt van goud, dat je helemaal niet gerealiseerd hebt dan in een flits.

Dat kan afhankelijk zijn van je eigen instelling. Maar symbolen zijn een heel moeilijke kwestie. U moet het zo bekijken: Het symbool is een weergave die ergens uit uzelf komt. En nu is het natuurlijk wel mogelijk om te zeggen, nu tja, er is een algemene rassenondergrond, waardoor bepaalde symbolen bepaald worden en daarnaast hebben we een geloofsondergrond, die ook weer bepaalde symbolen bepaalt, maar – tenzij u hier heel persoonlijk de zaak wilt ontleden – kunnen we niet gaan zeggen, dát symbool betekent vast en zeker dát. Dat ligt aan de samenhang en de relatie. Ik wil hiervan wel een voorbeeld geven.

U zegt dus: Ik heb het gouden licht en van dat gouden licht ga ik een blauwe straal maken, en het wordt blauw, je ziet blauw. Nu moeten we dat voorlopig blauw, blauw houden en daar ineens komt een schicht goud. Wat is er gebeurd? U hebt wel gezegd blauw, maar uw instelling was goud. U zegt in feite tegen uzelf: De kracht die ik probeer op te wekken of uit te stralen is niet de werkelijke kracht, want zij bevat in zich datgene dat ik heb zien flitsen, dat is een mogelijkheid. Maar ik kan u een andere verklaring ook geven, die ook niet onjuist is in een bepaald geval. Hou dat erbij.

  • In een van de vorige mededelingen van de Orde heeft nl. gestaan, dat bij het programma van het komend jaar, dat er een enorme steun verleend zou worden aan hen die overgaan. Waarom is dat speciaal in dit jaar, waarom is dat niet altijd gebeurd?

Nu dat is eigenlijk omdat we in deze periode – ja, hij is me lekker op afwegen aan het voeren! Kijk eens, dat zit zo. Dit jaar is het resultaat van die voorgaande crisisperiode. En we gaan nu weer naar een volgend crisispunt toe. Nu is een groot gedeelte van de mensheid losgeslagen ergens. En dat betekent dat ze aan de ene kant – doordat ze wankel staan – gemakkelijker iets aanvaarden, maar dat ze ook aan de andere kant gemakkelijker wegvluchten en daarom is er meer hulp nodig, maar er kan door die hulp bereikt worden dat een groot aantal entiteiten die overgaan, gemakkelijker bewust worden dan anders. Je hebt in verhouding meer werk, maar je hebt ook zeer veel meer goede resultaten. En als u nu dit jaar bekijkt – o, nee dat kan niet, het begint pas. De komende paar dagen moet je maar eens opletten wat we weer voor een soepje binnenkrijgen bij ons. Daar komt weer heel wat in de komende drie, vier dagen. We hebben er trouwens al heel wat gekregen. Dat gaat zo door en dan krijgen we de volgende maand er ook nog een paar.

Niet zoveel. En dan gaat het weer eens eventjes van dik hout zaagt men planken zo hier en daar en dan moeten we toch werkelijk rekenen dat het abnormale overgangen, die de meeste zorg vragen, dat dat bepaalde momenten, ik denk in maart en waarschijnlijk nog eens een keer zijn half augustus tot oktober, tot veertien/vertwaalfdvoudigd is. Dat betekent dat je dat op moet vangen. En omdat er zovelen gaan en we weten dat de mensen zich af zullen vragen: Ja, hoe moet dat nu in de geest? hebben we gezegd: we zullen daar bijzonder veel aandacht aan geven en we zullen daar desnoods ons andere werk voor terugzetten. Zo, dat was extra cumulatief onderricht.

  • Wat bedoelt u met het ‘soepje’ dat overgaat? Ik hou wel van uw terminologie, ik ben er ook niet vies van, maar ik wou even weten wat u onder de soep verstaat?

Nu de soep wordt meestal van zeer gemengde bestanddelen gemaakt. En wat we krijgen is wel een zeer mixed gezelschap. We verwachten bv. in de komende dagen een stelletje Amerikanen, een zwikkie Fransen en dan krijgen we natuurlijk wat Grieken en dan komen er wat ziekte-sterfgevallen; dan hebben we verder nog een hele zwik in India; we krijgen misschien zelfs een heel behoorlijke dosis van Afrika, Midden-Afrika. Dat is dus werkelijk wel, als we het nu eens in terminologie uitdrukken, een soepzooitje, of in moderne termen “mixed pickles.”

  • Is dat niet altijd het geval?

Niet in dergelijk grote hoeveelheden,

  • Is dat dan door oorlogshandelingen of rampen?

Er zitten nogal wat rampen, wat oorlogshandelingen, er zit hongersnood bij, daar zit revolutie bij en een poging om een revolutie te onderdrukken. Dat zijn er dus een paar; het is erg door elkaar.

Kijk eens, dit jaar krijg je de resultaten van het vorige jaar te verwerken. Het vorige jaar heeft de omstandigheden gewekt waardoor heel veel mensen een levenshouvast, een weerstand, een levenskracht voor een groot deel verloren zijn. Daarom kunnen betrekkelijk onbelangrijke dingen in dit jaar vaak de kritieke factor worden, waardoor die overgang in korte tijden sterk stijgt. Het is net of het kantoor uitgaat; allemaal ineens op straat.

  • Zet dat in verband met de geweldige toename van bevolking wel zoden aan de dijk?

Nou als u bedoelt ten aanzien van de overbevolking, neen. Het enige dat daar zoden aan de dijk zou zetten, zou zijn meer menselijke zelfbeheersing én daar zijn we nog niet aan toe. Maar dat moet je toch wel even goed bekijken en zeggen: al zet het dan geen zoden aan de dijk ten aanzien van de overbevolking, het zet zoden aan de dijk t.a.v. een aantal bewusten dat overgaat en hoe meer mensen bewust overgaan en misschien later terugkeren, hoe bewuster het gemiddeld menselijk ras zou kunnen worden in toekomstige tijden. En dat lijkt me toch werkelijk hard nodig en daarnaast hoe meer hulptroepen wij aan onze kant krijgen – en die kunnen we ook voorlopig niet missen.

  • Wat verstaat u onder een bewuste overgang?

Een bewuste overgang – dat zegt het woord zelf – is een overgang waarbij men zich van het feit bewust is dat men overgaat. M.a.w. je gaat niet alleen dood, maar je weet dat je dood gaat en als je wakker word weet je dat je dood bent. Zeg het maar zo.

  • Of leeft?

Ja, dat je dus wakker wordt terwijl je dood bent impliceert dat er iets van je voortleeft, dat is logisch.

  • Mag ik een paar vragen nog over het onderwerp stellen?

Ja, heel graag zelfs.

  • Twee vragen. In de eerste plaats: Wanneer zo’n groep waarover u het nu gehad hebt, die een bepaalde werking door gedachtekracht tot stand tracht te brengen, maakt dat iets uit of hij zijn werking óf op grote afstand wil tot stand brengen of bij wijze van spreken naast de deur?

Neen, dit maakt geen verschil uit omdat …. Eh tja, hoe moet je dat zeggen?  Ik zal het maar ingewikkeld zeggen, als je het niet snapt, dan zeg je het wel; de gedachte is een werking die weliswaar kenbaar is in het tijdsruimtelijke continuüm, maar daarbuiten staat en dus elk tijds- en plaats moment als gelijk punt erkent, afhankelijk van de afstemming der gedachte.

  • Heb ik het dan goed begrepen, dat de werking van deze gedachtekracht niet te vergelijken is bij wijze van spreken met een radiogolf die zich verplaatst, maar dat het inderdaad a.h.w. overal waar je hem hebben wilt tegelijkertijd aanwezig is?

Nee, niet overal, omdat we krijgen een diffusering van kracht zodra we overal willen zijn, dat begrijpt u dus. De uitgezonden kracht blijft gelijk en kan op elk omschreven punt, ongeacht afstand en zelfs tijd, voor de bewuste in zijn volle kracht geprojecteerd worden.

  • Is het beslist nodig dat een andere persoon je geneest of kan de mens zich ook door gedachtekracht zelf genezen?

Ja, het is mogelijk jezelf te genezen, maar dat vergt nogal veel. Het is nl. zo: wanneer je jezelf probeert te genezen, dan zou je afstand moeten doen van elk denkbeeld van ziek zijn en dat is voor een mens psychologisch haast onmogelijk. Daardoor ontstaan ook onevenwichtigheden. Nu de genezende gedachte, waarbij deze zichzelf vaak frustreren kan, zal dan buiten dit jezelf genezen altijd nog iets moeten zijn, dat als stabilisator dient, al zijn het maar broodpillen van de dokter bij wijze van spreken of een ander medicijnman, magnetiseur of wat ook, het geeft niet wat. Voor mijn part met een relikwie of wat je maar bij elkaar haalt, maar je moet iets hebben waaraan je de zekerheid ontlenen kan, die je in jezelf door erkenning van het ziek zijn, zonder dat niet kunt krijgen. Dat is de doorsnee, de regel.

  • Maar Coué dan?

Nu ik zou zeggen: Coué is een suggestief proces.

  • Maar het werkt toch wel.

Voor de een wel, voor de ander niet, maar dat is de kwestie van herhaling. Dat is het politieke dogma van deze tijd. Als je lang genoeg zegt: het is een welvaart, het blijft een welvaart, we worden steeds welvarender, dan worden we welvarender. Daarom is de gulden op het ogenblik in vergelijking met mijn tijd nog maar 17 centen waard.

Coué is een suggestief proces. En een suggestief proces is in staat op den duur door de herhaling een aanvaarding van de suggestie als waarheid te veroorzaken, waarna het ‘ik’ binnen zijn mogelijkheden zal reageren alsof de suggestie een feit ware. Door deze reactie kan dan vaak een normaliteit hersteld worden, maar dat zal toch wel hoofdzakelijk het geval zijn voor ziekten die een meer psychische oorzaak hebben, denk ik zo.

  • U zei ook, dat voor de vrede bidden of mediteren zo in het algemeen, daar bereik je niets mee – dal ben ik ook helemaal met u eens – maar er zijn wel eens mensen die zeggen: Ja, dan moest je je eigenlijk op een bepaalde staatsman of enkele staatslieden die nogal over grote macht beschikken concentreren, maar bergt dat niet grote gevaren in zich?

Dat bergt inderdaad wel gevaren in zich. Het gevaar nl. is aanwezig dat men in de plaats van het idee van vrede een bepaalde weg tot de vrede voor gaat schrijven. Dat is iets dat met proefnemingen ook inderdaad wordt gedaan. Men heeft – u denkt misschien dat het gek is, maar het is wáár – in het Pentagon, in de buurt van Moskou zelfs ook, mensen met die paranormale begaafdheid bij elkaar gehaald en men probeert inderdaad ook elkaar zo te beïnvloeden en u begrijpt wel dat wanneer dat slaagt, het heel dicht bij zwarte magie komt, hè. En dat moet je dus wel vermijden.

Maar wanneer die mensen samen komen, dan geloof ik wel dat ze meer bereiken wanneer ze bv. de idee van broederschap uitstralen naar een staatsman of een stad desnoods ergens in een ander land, dan wanneer ze alleen maar zitten te denken over vrede.

Want weet u, iedereen op aarde wil vrede, maar alleen op zijn eigen voorwaarden. En het idee van rust, van evenwichtigheid zal voor het bevorderen van de vrede veel belangrijker zal zijn.

Zijn we zo wat aan het einde van de vragen gekomen? Dan gaan we aan het slotwoord beginnen, dat hoort er ook bij.

Kijk eens, vrienden, we hebben nu over heel veel dingen gesproken, zelfs over uitstraling en gedachtekracht. Wanneer we nu de avond sluiten, dan geloof ik dat we zonder het te weten, toch nog wel iets hebben gezien vanavond van uitstraling en gedachtekracht, want uw eigen reacties zijn gevolgen van uw ingaan in deze sfeer van uw eigen mentaliteit. En de manier waarop we hier samen zijn, met een zekere gezelligheid, die overigens op bepaalde momenten de luidruchtigheid niet ontbeerde, is er toch ook iets van sfeer geweest. En zo’n sfeer, daar neem je toch iets van mee. Misschien helemaal niet de idee: ‘dit is nu de waarheid geweest’; dat geeft ook niet. Wat er van waar is, zul je heus op zijn tijd ontdekken, maar je hebt in ieder geval iets om te denken. Een nieuwe benadering en dat is het belangrijk. Wij moeten proberen als mens, en wij als geest evenzeer, is niet zozeer om een ander een waarheid te vertellen, maar om de sfeer te scheppen waarin het die ander mogelijk wordt iets van zijn eigen waarheid te zien. Zo is het met onze gedachtekracht ook. Onze gedachtekracht zouden we misschien kunnen bundelen hier met elkaar en zeggen: nu, we gaan dit of dat doen. Maar of er nu werkelijk iemand gaat lopen of hinkelen op de Groest, of dat het niet gebeurt, is van geen belang.

Wat wèl van belang is, is dat we leren dat onze gedachtekracht gebruikt kan worden om iets te doen gebeuren, maar dat we het nooit mogen gebruiken om een ander tegen zijn wezen of zijn wil in anders te laten worden. Want we hebben – en dat is meteen zo’n beetje het slot van mijn onderwerp – een eeuwigheid voor ons. Ook als je als mens denkt dat je haast hebt en in die eeuwigheid moeten we elkaar vinden door begrip, niet door eenvormigheid of om het anders te zeggen:

God bouwt zichzelf een stad uit al wat is geschapen

En smeedt zichzelf een wapen uit eigen god ‘lijk licht

Een wapen dat Hij richt tegen de eenvormigheid, want hij gaf al zijn plaats, zijn doel, zijn zin.

En waar Hij al tot Zich geleidt

Grijpt Hij al Zijn wapens in

Waar één eenvormigheid begeert

De kracht der schepping leert

God heeft het Al zijn zin

En in het Al aan al wat is Zijn eigen taak gegeven

Zo zij ons aller streven de taak van anderen te erkennen

En eigen taak dan te volbrengen, zodat wij samen zijn de stad

Die God Zichzelve bouwt,

Een stad waarin wij steentjes zijn, maar die wordt levend goud

Waarin de volheid van het zijn zich aan zichzelve openbaart.

Ja, dat was een toegift, vrienden; nu zijn we aan het einde van de bijeenkomst. Ik zou zeggen: Wie gedachtekracht gebruikt, denk aan die paar dingen die ik gezegd heb. Ze zijn handig, je kunt er wat mee doen. En als u daar niet op wilt letten, let dan eens een keer op die uitstraling, misschien dat je dan gaat begrijpen hoe belangrijk het is, dat je je eigen innerlijk net zo hygiënisch behandelt als het uitwendige in deze tijd met baden en schoonheidsmiddelen zonder tal.

image_pdf