Uittredingen

Uittreding in de zin waarin ik het vanavond zal bespreken kan als volgt worden omschreven;

Het verplaatsen van besef en waarneming met vergeten van lichamelijke toestand en lichamelijke aanwezigheid naar elders waarbij waarnemingen en belevingen op afstand in tijd en in bepaalde sferen mogelijk zijn, mits men daarvoor geestelijk rijp is.

Dan gaan we nu kijken wat uittreding behelst, wat het mechanisme is.

Elke mens bezit een geest. Deze geest heeft ook nog voertuigen waaronder het astrale voertuig. In dat geheel zit de ziel. De ziel kunnen we buiten beschouwing laten. Deze is hier eigenlijk van geen belang, dan alleen door de verbinding, die er tussen lichaam en geest blijft bestaan door middel van het z.g. zilveren of gouden koord. Als er een uittreding plaatsvindt, dan is het noodzakelijk dat het eigen bewustzijn zich eerst losmaakt van het lichaam, er is dus een droomtoestand. Wanneer deze optreedt, kan de eigen geest zich losmaken van het lichaam omdat er geen voldoende binding meer is. Er is een zodanig verhoogde bewustzijnsdrempel, dat het lichaam niet reageert op signalen uit de omgeving. In het ego is een afstemming die bepalend is voor de uittreding.

U kunt dus niet willekeurig uittreden. U zult altijd uittreden, nádat u van ergens anders een signaal wordt gegeven. U zult dan naar die plaats gaan (welke sfeer of welk deel van de wereld dat ook is), dan wel een andere mogelijkheid, u zult door een sterke concentratie op een persoon of een plaats uzelf daarheen verplaatsen. Er is dus altijd een signaal voor nodig. Indien dit signaal niet in concreto aanwezig is kan het bij trainingsprocedures soms worden vervangen door een proces van zelfsuggestie waarmee men zich een bepaalde toestand of situatie dermate sterk voorstelt, dat het mogelijk is om a.h.w. in die situatie te treden. In dit laatste geval is er geen besef van uittreding en zal dat besef eerst nadien komen.

Is er sprake van een bewust gaan of van een “geroepen” worden, dan zal over het algemeen de geest althans in het eerste gedeelte van de uittreding bepaalde lichamelijke procedures nabootsen. Bijvoorbeeld: Als u in een stoel zit en uw lichaam is in een schijnbare slaaptoestand, dan zal uw geest meestal samen met het astraal voertuig (zonder is beter) opstaan en inderdaad enkele schreden doen. U gaat bv. de deur van de kamer uit. Op dat ogenblik echter treedt meestal een verplaatsing op. Dat wil zeggen: als u die deur doorgaat, komt u niet in de gang, maar u komt binnen in een andere kamer in een andere wereld, u staat op een straat etc. De situatie moet verder als volgt worden bezien.

Bij uittredingen op aarde kan een astraal voertuig zekere voordelen bieden. In dergelijke gevallen namelijk kan je je enigszins kenbaar maken. Iemand, die is uitgetreden met astraal voertuig kan doorkomen bij bv. “kruis‑en‑bord”. Hij kan onder sommige omstandigheden, indien hij zelf sterk geladen is met kracht, bepaalde kleine tekens geven, hij kan kloppen, soms zelfs een voorwerpje verplaatsen en soortgelijke dingen doen.

Treedt men uit naar een sfeer, dan is het astraal voertuig altijd gevaarlijk en wel om de volgende reden. In de astrale wereld houden zich een groot aantal schrikvormen, imitatie goeden, demonen etc. op, al dan niet bezield plus nog een stel “schillen” van stoffelijke aard, die na het overlijden zijn blijven hangen, eventueel bezield door entiteiten uit een lagere sfeer. Indien wij daarmee worden geconfronteerd, dan betekent elk contact, elke relatie ‑ of dit er een is van begeerte of van angst ‑ dat wij kwetsbaar zijn geworden voor alles wat daar gebeurt. Astrale verwondingen slaan terug op het zenuwstelsel en hebben hetzelfde effect als een zeer sterke suggestie. Dat wil zeggen: er kunnen dan door dergelijke belevenissen lichamelijke laesies (verwondingen) ontstaan. Wilt u dus uittreden, dan is het in het begin verstandig om dat zo weinig mogelijk met een astraal voertuig bewust te doen.

Enkele raadgevingen of proceduretips.

Bij uittreding naar een sfeer dient het volgende te worden onthouden.

Een sfeer onttrekt zich in haar wezen en structuur aan al datgene wat u kent. U zult daarom bij uw erkenningen in een sfeer reageren als In geest die pas is overgegaan u refererend aan alle gegevens die in u bestaan.

Een herinnering aan een sfeer is altijd gebaseerd op bestaande associatiesporen. Dat heeft te maken met de groepering van de herinneringsmoleculen in de grote eiwitcellen. Als u b.v. zegt; “stoel”, dan zult u denken aan een stoel die u kent of waarvan u heeft gehoord, terwijl eigenlijk alleen maar een rustplaats is bedoeld die niet nader is geformuleerd.

Als u een bepaalde kleur ziet met een uitstraling van leven, dan denkt u aan; “bloem”. U komt tot een associatie en u ziet een bloem in een kleur zoals u nog nooit heeft gezien. De kleur is namelijk wel in u op te nemen, maar de vorm die u eraan toekent is wederom die van een op aarde bestaan bloem of van een fantastische variant daarvan. U kunt dus nimmer zeggen: Bij een uittreding in een sfeer kan ik in mijn herinnering precies terugvinden wat die sfeer is. U kunt alleen zeggen; Ik heb een in menselijke termen uitgedrukte omschrijving van hetgeen ik in die sfeer meen te hebben meegemaakt. Daarbij zullen vormen en structuren minder juist worden weergegeven dan belevingen. Vooral belevingen, die enige emotie met zich brengen of die zich op zuiver rationeel vlak plegen af te spelen zijn over het algemeen goed overdraagbaar. De herinneringen daaraan zullen wel niet volledig zijn, maar ze zullen juist zijn voor zover het de overgebrachte gegevens betreft.

De uittreding kunt u zich als volgt voorstellen;

Een deel van het “ik” verwijdert zich van het lichaam, maar blijft ermee verbonden door een koord van kracht, die praktisch identiek is met levenskracht. Deze kracht is onbeperkt rekbaar, omdat het ego namelijk die kracht uit de omgeving naar believen kan opnemen. Het is dus niet mogelijk, dat u zo ver weg gaat dat het zilveren of gouden koord te dun wordt, wat men wel eens beweert. Wel is het mogelijk, dat u gaat twijfelen aan uzelf en aan de situatie waarin u zich bevindt en dat u dus bepaalde angsten of begeerten gaat ervaren. In dergelijke gevallen zult u zich afsluiten van de u omringende kracht en daardoor kan inderdaad het zilveren of gouden koord wel dunner of breekbaarder worden. Sterke emoties bij uittreding doorgemaakt kunnen onder omstandigheden dit koord zelfs doen breken. Het re­sultaat is dan de lichamelijke dood, die meestal. aan het falen van het hart zal worden toegeschreven. Niet ten onrechte, omdat bij een derge­lijke schok het hele bio-elektrisch mechanisme wordt gestoord, omdat de dwarsgestreepte spieren tijdelijk tot stilstand komen en dat betekent over het algemeen een flutter van het hart. Een aanmerkelijke versnel­ling van de hartslag, gevolgd door een periode waarin de hartslag niet optreedt. Is er geen gevoeligheid van het lichaam voor de omstandigheden, dan volgt er meestal geen voldoende prikkel zodat het hart zijn functie niet probeert te hervatten. Als een dergelijke situatie enige minuten duurt, vooral als de omgeving denkt dat je slaapt, dan heb je grote kans dat je erin blijft. Het kan dus riskant zijn. Als uittreedt, dan heeft u een “ik”‑besef. Dat “ik”‑besef is de vorm waarin u zichzelf meent te zien. U treedt dus niet uit zoals u werkelijk bent, maar zoals u dénkt. Ook dit is een belangrijk punt, want veel mensen hebben het gevoel; in de uittreding was ik veel jonger, of ook kon veel meer doen. Inderdaad omdat u normaal dat gevoel heeft. Een mens kan lichamelijk versleten zijn en toch het gevoel hebben dat hij pas komt kijken met alle nieuwsgierigheid, alle veerkracht, alle interesse erbij. De lichamelijke zullen dan het geestelijk voertuig niet kunnen schaden, tenzij men er een overwegend besef van heeft.

Afstand.

Afstand bestaat niet werkelijk. Voor de geest is afstand een wisseling van besef. Het houdt in dat u niet dezelfde moeite van hier kunt gaan naar het zuidelijkste puntje van Zuid‑Afrika of naar de buurman. De kracht die daarvoor nodig is precies gelijk. Men kar, dus niet zeggen. Verre uittredingen verstrooien mij uitermate. Wel kan men zeggen. Belevingen tijdens de uittreding vergen energie, die voor een deel aan het lichaam, vooral aan het zenuwstelsel zal worden onttrokken. Deze energie zal ik later moeten aanvullen. zodat ik na grote activiteiten in de geest inderdaad vermoeider kan wakker worden dan ik ben ingeslapen.

Enkele aanwijzingen voor uittredingen.

In de eerste plaats moet u onthouden; uittreding is lang niet al­tijd een pleziertje. Wees er niet al te verlangend naar.

In de tweede plaats; tijdens een menselijk leven zal de geest van de mens zeker meermalen uittreden. Bij sommigen zal dit zelfs elke slaapperiode geschieden.

In de derde plaats; Tijdsverloop tijdens een uittreding op aarde is gelijk aan het lichamelijke tijdsverloop. Er is dus geen versnelling of vertraging.

Tijdsverloop bij uittreding naar sferen is verschillend. Hier bestaat de mogelijkheid dat u in 5 minuten een aantal ervaringen doormaakt waar­voor u op aarde een week nodig zou hebben. In andere gevallen is het mogelijk, dat u in een uittreding van bv. 5 minuten het gevoel heeft, alleen maar een enkele blijk en de hoek van een andere wereld te hebben geworpen. Hier is het eigen “ik” van belang. Zodra je de wereld waarin je je bevindt als normaal aanvaardt, zul je aangepast zijn aan het gel­dend tijdsverloop, en bestaat er geen bindende vergelijking meer tussen het tijdsverloop op aarde en het tijdsverloop in de sfeer. Voorbeeld; Iemand, die gewend is geestelijke hulp te verlenen bij uittre­ding (dat zijn nogal wat mensen op aarde), zal bv. vele uren geeste­lijk actief kunnen zijn, terwijl het voor zijn omgeving lijkt alsof hij een ogenblik, misschien een minuut heeft zitten knikkebollen. Maar dit kan alleen, indien het gebeurtenissen betreft die zich niet op aarde afspe­len. Verleent u hulp bij bv. een vliegtuigongeluk (het komt wel eens, voor dat iemand, die is uitgetreden degenen die moeten overgaan proberen te helpen), dan moet u er rekening mee houden dat het werkelijke verloop wordt weerspiegeld in de tijd die u buiten bewustzijn bent van uw lichaam.

Wat kunnen we nog verder zeggen?

  1. In het begin is uittreding afhankelijk van uw vermogen tot herinnering. Een mens, die gaat slapen en zichzelf suggestief de opdracht geeft te onthouden wat hij/zij heeft gedroomd, heeft een grotere kans zich de dromen te herinneren dan iemand die dit niet heeft gedaan. Als u nadrukkelijk stelt, dat u alle ervaringen in de slaap wilt registreren en deze kort na het ontwaken zo goed mogelijk vastlegt (u dicteert het, u vertelt het, u schrijft het met enkele steekwoorden op), dan zult u meestal die dromen u kunnen herinneren. Dat betekent echter niet dat elke droom een uittreding is. Toch heeft u deze suggestie nodig, omdat ze voor u de enige mogelijkheid is om uw uittreding gemakkelijker te kunnen registreren. Bovendien, indien u een dergelijke bevel zeer nadrukkelijk en met volle concentratie aan uzelf geeft, blijft dit ook in de geest afgedrukt, zodat zij haast onwillekeurig haar impulsen sterker dan normaal zal terugzenden naar het lichaam.
  2. U heeft nodig, vooral wanneer u begint, een plaats waar u kunt heen gaan. Kies daarvoor een plaats die u goed kent. Zoek een plaats waarvan u enkele punten niet kent of waar enkele dingen zijn veranderd; die kunt u nu gaan constateren. Bijvoorbeeld: een winkelstraat waar u drie weken niet bent geweest. Probeer in de uittreding naar die winkelstraat te gaan en in een bepaalde etalage te kijken naar een artikel en hoe dat daar geprijsd is. Op deze manier is er een vergelijkingsmogelijkheid. Als u ontdekt, dat u inderdaad zo kennis kunt opdoen die u niet bewust heeft bezeten, zult u meer vertrouwen hebben in de uittreding. En dit betekent weer dat zowel de uittreding zelf als de registratie daarvan gemakkelijker verlopen.
  3. Als u eenmaal gewend bent aan uittreden, is het belangrijk dat u probeert met inductors te werken. Een inductor kan alles zijn. U kunt een voorwerp nemen, bv. een schelp die van elders is geïmporteerd en proberen de plaats terug te vinden waar ze vandaan komt. U kunt deze ervaringen meestal maar moeizaam controleren. Ze zijn echter kleurig, aangenaam en hebben weer het voordeel dat u zich gemakkelijker gaat bewegen en dat u minder snel bevreesd zult zijn, indien er bepaalde storingen optreden.
  4. Ik raad u aan om te proberen het menselijk gezichtspunt te verlaten. Als u zich indenkt dat u één bent met bv. een vogel en als een vogel boven een stad zweeft, dan krijgt u daar een totaal ander beeld van. Ik wil u wel een raad daarbij geven, probeert u het niet ’s nachts te doen. Er zijn mensen geweest, die geprobeerd hebben een dergelijke opdracht ’s nachts uit te voeren, daarbij vergetend;
  5. dat vogels ’s nachts over het algemeen niet vliegen,
  6. dat er dan niets te zien is,
  7. dat bij een dergelijk gebrek aan mogelijkheden doorgaans een frustratie optreedt waardoor eventuele herinneringen, die nog met de uittreding zijn verbonden teloor plegen te gaan.

Indien u iets dergelijks doet, kies altijd een plaats op aarde waar het op dat ogenblik licht is. Heeft u dergelijke proeven een paar keer herhaald en bent u tot de overtuiging gekomen dat het wel eens uittreding zou kunnen zijn, gaat u dan over tot de volgende fase;

Herinner u iemand die is overgegaan. Zeg niet, dat u die naar u toe wilt halen, maar tracht u voor te stellen dat u met deze persoon in contact kunt komen. Probeer dan uit te treden. Dus; stap in gedachten uit bed. loop door de deur en ga a.h.w. omhoog. U zult dan niet altijd direct resultaat hebben. Wel zult u dan binnentreden in een wereld, die geen stoffelijke zaken heeft. Misschien ziet u wel allerlei afzichtelijkheden, dat is best mogelijk. Daarom moet u zich bij een dergelijke trip altijd maar dit voor ogen stellen:

Alles wat ik nu zie is stoffelijk niet echt. Ik slaap. Ik keer terug tot mijn lichaam. Zodra ik bang ben. Indien ik iets begeer, geldt hetzelfde, het is niet echt. Er moet eraan voorbijgaan. Kan. ik dat niet, laat mij dan naar mijn lichaam teruggaan en kijken of ik mij er nog iets van kan herinneren. Door deze suggesties ontkomt u aan het merendeel van de gevaren, die er in een astrale sfeer kunnen optreden. Slaagt u er echter in een Zomerlandsfeer te bereiken, dan zult u ontdekken dat u niet altijd de gewenste persoon zonder meer zult kunnen bereiken, maar dat er toch wel personen zijn die u schijnen te kennen. Zij zullen u raad geven. Ga daarbij altijd uit van de ogen. Als de ogen zichtbaar zijn ofwel een uitstraling hebben die licht is, dan kunt u de raad aanvaarden. Als de ogen die u aankijken duister lijken, er geen oog­ wit of pupil zichtbaar is, geef geen gehoor aan de raad en keer zo snel mogelijk naar uw lichaam terug. Het is namelijk mogelijk, dat u in een si­tuatie van suggestie terecht bent gekomen waarin bepaalde entiteiten, die het niet zo goed met u voor hebben, proberen op te treden in gestal­ten die u door uw eigen concentratie heeft geprojecteerd.

Laten we aannemen dat u geslaagd bent en u krijgt raad. Een dergelijke raad moet geabsorbeerd worden. Probeert u zich niet die te herinneren. Ze is een soort hypnotische of posthypnotische opdracht. Bij een volgende uittreding zult u al deze feiten weer weten. Het is dus belangrijk ze vast te leggen. Wat u er eventueel van weet is over het algemeen maar een heel klein stukje van de werkelijkheid. Probeer die dingen dus niet als een recept op te schrijven. Niemand zal er resultaat mee bereiken. Voor uzelf echter kan dat recept wel werken, omdat u onbewust alles aanvult wat u zich stoffelijk niet kon herinneren.

Verder dient u bij uittredingen er rekening mee te houden.

De uittreding moet een doel hebben. Alleen maar uittreden om even heerlijk in de lichte sferen te gaan zweven is op den duur niet haalbaar. U kunt echter in dergelijke sferen lering ontvangen. Die leringen zijn wederom instructies, die voor een groot gedeelte in het onderbewustzijn worden vastgelegd en slechts een klein gedeelte ervan zult u zich – bewust – herinneren. Het geheel helpt u echter wel en in bepaalde situaties juist te reageren en geeft u verder een aantal associatiemogelijkheden die afwijken van de norm, maar waardoor u inderdaad tot de essentie van vele dingen zult kunnen doordringen. Denk niet dat leringen die u in de geest krijgt zonder neer stoffelijk overdraagbaar zijn. Dat kunt u niet; zeker niet in het begin.

Wilt u daarnaast wederom helpen, probeer dat dan niet op eigen houtje. Tracht altijd eerst iemand te vinden, die u daarbij wil helpen. U kunt dit doen, indien u het gevoel heeft contact te hebben met bv. een Zomerlandsfeer. Dergelijke figuren zullen gewoonlijk afwijken van wat u in Zomerland heeft gezien. Hun gedaante is wel lichtend, maar we onderscheiden hun kleding in verschillende tinten van grijs. Het gaat van wit tot een betrekkelijk donkergrijs zelfs. Indien zij u helpen, nemen ze de aansprakelijkheid voor u op zich. Dat wil zeggen, dat u over hulp beschikt bij uw taak.

Taken, die naar een duistere sfeer gaan, kunt u beter niet aanvaarden, indien de helper zelf niet heel dicht bij wit staat, want het is de hoeveelheid mogelijkheden en kracht welke die figuren bezitten die deze kleurwaardering veroorzaakt.

Werken in een duistere sfeer kan alleen geschieden, indien u zich van de duistere sfeer geheel afzijdig houdt, zij het dan dat u contact opneemt met één of neer personen in die sfeer om hun duidelijk te maken dat het licht er is; niet om tot hun wereld te gaan en die met hen te delen. Dit laatste is voor elke mens in de stof zeer gevaarlijk en kan leiden tot allerhande geestelijke storingen, ziekteverschijnselen in de stof etc. Dat kunt u beter vermijden. Dat zijn dan een paar feiten over uittreding.

Nu moeten we nog proberen de zaak heel simpel te stellen,.

Als u droomt kan de droom een uittreding zijn; je weet het niet zeker. Noem niets een uittreding, tenzij door feiten wordt bevestigd dat hier sprake is van een waarneming of beleving met werkelijkheidswaarde. Ga daartoe altijd uit van het standpunt dat ook een geest in Zomerland u een raad of een tip kan geven waaraan u kunt zien, of die beleving werkelijkheid was. Is die niet aanwezig, beschouw het voorlopig als een misschien mooie, maar toch zeker niet tot de werkelijkheid behorende droom. U zult in zo’n geval dikwijls falen naar de kant van voorzichtigheid. Dit is echter beter dan u van uw eigen wereld te vervreemden door een voortdurende illusie dat u in een andere wereld kunt leven.

Onthoudt u verder dat iemand niet naar de stof is gekomen om uit te treden. Hij is naar de stof gekomen om daar ervaring op te doen. Uw stoffelijk leven is en blijft het meest belangrijke. De uittreding kan een aanvulling daarvan zijn. Het kan echter nooit het hoofdelement van de stoffelijke beleving worden zonder meer. Ook daarom is het raadzaam eerst te zorgen dat u stoffelijk harmonisch bent, dat u stoffelijk praktisch zoveel mogelijk doet in uw eigen wereld, want anders krijgen we zo langzamerhand mensen, die in stille meditatie zitten, terwijl anderen verzuipen of verbranden zeggend; Ja, maar ik hielp op dat ogenblik iemand in de geest. Dat is niet de bedoeling. Uw eerste aansprakelijkheid ligt op uw eigen wereld, anders zoudt u niet in de stof leven.

Als u waarnemingen doet over de gehele wereld, dan kan er een discrepantie in tijd optreden. U ziet een ramp gebeuren. Laten we zeggen een schip vergaat. U komt terug, u wordt wakker en u zegt; Die ramp is nu gebeurd. Maar het kan net zo goed zijn, dat u een beetje in de tijd bent afgedwaald en dat die scheepsramp over een paar weken gebeurt of reeds enige tijd geleden heeft plaatsgevonden.

Bij uittredingen op aarde en vooral naar plaatsen waarmee men geen directe binding heeft, zal men altijd met dit tijdsverschuivingseffect rekening moeten houden. Hoe dit effect tot stand komt, kan ik u niet in kort bestek geheel duidelijk maken. Ik wil u wel een aanduiding daarvan geven.

Tijd is beweging in ruimte. Uittreding is een verplaatsing in bewustzijn én in ruimte. Als echter de verplaatsing in ruimte verder gaat dan de naaste omgeving. dan is het mogelijk dat u terecht komt op een punt in de toekomst waar dán de stof zal zijn, dus waar u zult zijn. U treedt dan vooruit in de tijd. Toch is voor u de beleving schijnbaar gelijktijdig, omdat bij uittreding de grens tussen twee punten eigenlijk niet eens wordt ervaren. Er is eenvoudig een overdracht van besef klaar.

U kunt op dezelfde manier natuurlijk ook terecht komen op een punt dat in de tijd reeds achter u ligt. Probeer daarom nooit prognoses op te stellen op grond van uittredingen alleen. U zult met verbazing ontdekken dat u zich soms jaren, soms weken vergist. Leg u in dergelijke gevallen vooral niet vast op het tijdstip. Heeft u dergelijke beelden, leg ze vast met zoveel mogelijk details en als u controle wilt uitoefenen, stel het geschre­vene in een gesloten enveloppe aan iemand ter hand die u kunt vertrouwen. Als u dan hoort dat iets dergelijks is gebeurd, vraag dan de ander dit na te gaan, de gesloten enveloppe die door beiden te voren is gesigneerd te openen en te kijken wat er in staat. Dit is niet wetenschappelijk bedoeld. Maar dit is de enige manier waarop u zichzelf kunt oriënteren, want die sprongen in tijd hebben vaak een zuiver persoonlijk ritme. Als u bv. vijf keer een sprong van vier weken heeft gemaakt in verband met een bepaalde emotionele toestand of een ramp, dan kunt u voortaan zeggen; Waarschijnlijk vier weken van heden. En dan zegt u niet; “Het is nu gebeurd.”

Het is erg belangrijk dat u zich persoonlijk leert bewegen. Er bestaan geen algemene regels voor uittreding, onthoudt u dat goed. Wat ik u heb gegeven is een grondschema, meer niet. Elke mens reageert op zijn eigen manier. Elke mens heeft eigen reacties ten aanzien van uittredingen in plaatsverschuivingen in tijd, eventueel in contacten met de sferen. Iedereen vindt na vele ervaringen de mogelijkheid tot het z.g. dwalen.

Dit is een leerproces en als zodanig moet dat ook doelbewust geschieden. U kunt gaan dwalen door een sfeer, maar dat wil niet zeggen dat u de sfeer en haar inhoud leert kennen zodat het geheel van die sfeer voor u naar waarde meer toegankelijk wordt. Wanneer u dat doet dan zal dat altijd gepaard gaan met het een of ander leerproces. Als u geluk heeft, vindt u een gezel of gezellin in de geest, een soort controle, die gedurende een lange tijd optreedt totdat u in staat bent voor uzelf te zorgen.

Wilt u zo veilig mogelijk spelen, suggereer uzelf dan niet alleen dat u zich uittredingen en dromen wilt herinneren, maar geef uzelf daarnaast de opdracht zo dicht mogelijk het licht te benaderen. U zult daarbij toch niet verder kunnen komen dan uw bewustzijn toelaat. Het betekent echter wel dat u duistere elementen, die in elke mens toch wel een rol spelen. Zoveel mogelijk uitschakelt.

Wat kunt u onder meer zien bij uittredingen?

Dat is heel erg moeilijk. Vroeger hebben wij geprobeerd de mensen daarvan enigszins bewust te maken. Wij hebben dat gedaan op de zondag­morgens in de vorm van een tour door de verschillende werelden. We heb­ben de mensen geconfronteerd met bv. de architectuur, die je daar wel degelijk kunt aantreffen. Die is fantastisch. Ze is uit denkbeelden opge­bouwd. Ze is niet werkelijk, maar de mensen denken zo en dus bestaan de gebouwen.

Daarnaast hebben wij getracht de mensen duidelijk te maken welke en­titeiten er optreden. We hebben soms een soort interviews gegeven en een enkele maal een bustocht gemaakt. Waarbij we bepaalde aspecten van een sfeer gingen belichten. In al deze gevallen werden reële gegevens verstrekt. Er werd een suggestief proces gebruikt waardoor de mensen, (die eventueel een dergelijke sfeer zouden bereiken), zich gemakkelijker zouden kunnen oriënteren. Maar wat we nooit hebben gedaan en ook nu niet zullen doen, dat is u zonder meer de uittreding mogelijk maken. Want om te kunnen uittreden moet men rijp zijn. Het is een proces dat een zekere beheerstheid vergt. Het vraagt, een innerlijke harmonie. Iemand, die dis­harmonisch is en uittreedt, verkeert teveel in gevaar; dat is niet ver­antwoord. Je moet zoveel mogelijk een doel kennen dat voor jou erg be­langrijk is. Hierdoor ontstaat er een gerichtheid en zul je de juiste le­ringen vinden in de sferen de juiste harmonieën treffen, maar ook op aarde de voor jou belangrijke waarnemingen kunnen doen.

Het zal u duidelijk zijn, dat we op een avond als deze nu niet direct een suggestieve rondreis kunnen gaan maken door de een of andere sfeer. Daar ben er overigens ook niet de geschikte persoon voor. Er was er vroeger één die noemde ze op aarde zelfs “de reisleider”. Hij deed het ook wel zeer suggestief.

U moet u goed voor ogen stellen; Alles wat u ziet in de sferen is ge­dachte, het is geen vorm. Als er een huis staat, dan is dat een huis dat iemand zich herinnert en waarvan anderen zeggen; Ja, dat zou daar horen te staan. En dan staat het er ook. Als u schoonheid ziet, dan zal die morgen misschien niet precies zo zijn. U kunt terugkeren naar een bepaald harmonisch gevoel of naar een bepaalde geluksbeleving, een bepaalde lering. U kunt echter niet terugkeren naar één bepaald plekje in één bepaalde sfeer. Want als u het op de plaats van de herinnering houdt, dan zult u meestal verkeerd terecht komen.

Ik heb u hier een aantal grondlijnen gegeven. Ik heb getracht u duidelijk te maken wat uittreding is. Zo dadelijk krijgt u alle gelegenheid om daarop in te gaan. Ik wil u echter één waarschuwing geven; komt u niet met uitvoerige verhalen van uittredingen, die u zelf heeft doorgemaakt. Die zijn over het algemeen voor uzelf wel belangrijk, maar – tenzij we zeer persoonlijk worden ‑ is het weer niet mogelijk om die goed te verklaren. Indien u bijzondere belevingen heeft gehad en u stipt ze kort aan, dan ben ik wel bereid mijn inzicht daaromtrent kenbaar te maken. Op zuiver persoonlijke betekenissen kan ik echter niet ingaan.

************************************

*  Bij het slippen met de fiets ben ik hard gevallen op de tramrails vlak voor een tram, die de brug afreed en mij bijna overreed. Plotseling stond ik naast mijn lichaam en kon ik alle gedachten zien en ook de sfeer. Maar even plotseling, toen de tram nog net kon stoppen, werd ik weer in mijn lichaam geduwd. Wie en wat deed dit?

Dat deed u zelf. Wat u hier beschrijft is een nogal veel voorkomen­ de reactie. U bent zelf in een enorme spanning, een grote angst. U wilt u dus distantiëren van hetgeen er met uw lichaam gebeurt en dat betekent dat u a.h.w. opzij springt. Maar nu constateert u ‑ zij het dat u geestelijk waarneemt en wat minder zintuiglijk ‑ dat het gevreesde gevaar niet meer aanwezig is. Dat resulteert dan in een hernieuwde iden­tificatie met uw lichaam.

Dit is een tamelijk eenvoudig geval. Er zijn zelfs gevallen waarin dat nog wat verder gaat. Wanneer u in zo’n situatie verkeert en een derge­lijke schok krijgt, dan kan het ook zijn dat uw lichaam inderdaad onbruik­baar wordt en dat u besluit om dat aan iemand mede te delen of om iemand te gaan groeten. En dan krijgen we dat vreemde verschijnsel van de dode, die midden in de nacht komt, vaak een boodschap niet kan overbrengen, maar zich alleen zichtbaar kan maken. Zo kort na de overgang heb je eigenlijk die techniek nog niet. Ook in een stoffelijke bewusteloosheid heeft iemand, die niet‑getraind is, niet de mogelijkheid om allerlei din­gen tegelijk te doen. En dan zien we ook daar ‑ dat is misschien in dit verband interessant ‑ dat tijdsverschuivingen optreden. Het verhaal is bekend van een Noorse zeeman wiens schip was vergaan. Hij ging dood en verscheen aan zijn dochter. Maar hij verscheen in de voornacht, terwijl het schip pas verging bij het ochtendgloren. Hier ziet u dus, dat hij a.h.w. niet alleen een afstand had afgelegd om zich te manifeste­ren, maar dat hij gelijktijdig ergens in de tijd een beetje verdwaald was. Dat komt heel vaak voor. Dit is het verschijnsel waarop u doelde. Ik mag u vanuit menselijk standpunt feliciteren met het feit dat u terug bent gegaan. U heeft de enorme roep van uw lichaam en zenuwstelsel weer gevoeld. Niemand heeft u er dus weer ingestopt. Dat wilde ik er nog even bij zeggen, anders krijgen wij de schuld en dat is niet de bedoeling. Aan de andere kant kan ik u ook vertellen dat als u zoiets zou overkomen en u kunt niet terug, maak u niet te druk. Kijk eens goed rond, dan ziet in altijd wel iemand die de andere mensen ook niet schijnen te zien en die naar u toekomt en zegt; “Kom maar mee, zo en zo is het.” Neem dat dan maar rustig aan, want dan gaat de rest vanzelf. Dit is een kleine praktische raad voor een geval dat ik ‑ u kennende – u allen niet toewens.

*  Kan iemand uittreden zonder te willen?

Een moeilijke vraag. Indien u had gezegd; “Zonder dat bewust te wil­len, dan zou ik onmiddellijk; “ja” gezegd hebben. Maar voor zover mij bekend is, moet er altijd wel een drijfveer zijn in de mens, die de uit­reding tot stand brengt. Dat kan het onderbewustzijn zijn, het kan ook suggestie zijn. Dan wil je het dus niet bewust, maar het gebeurt toch. Het geval, dat ik u zo net heb getracht uit te leggen, is iets derge­lijks. Die persoon wilde niet uittreden, maar er ontstond een gevaar­situatie waarvan het “ik” zich wilde distantiëren. Het was dus een onbewuste reactie van zelfbehoud waarbij de lichamelijke mogelijkheid was uitgeschakeld en de zaak overging naar het geestelijke. Dat was dus niet gewild, als ik de vraag goed heb begrepen, wilde de persoon eigenlijk ook niet zo erg graag terug, want er werd gezegd; “toen werd ik, weer in mijn lichaam geduwd”. Dat is zo met het idee van; nu ja, tegen wil en dank. Maar ook daar was een wil, want er was een levenswil. Die levens­ wil kan grotendeels in het lichaam berusten, maar ze is aanwezig. Deze wil is dan a.h.w. het mechanisme waardoor de zaak zo verloopt.

*  Het zou ook een inbezitneming kunnen zijn, als zo’n persoon onge­wild uittreedt.

U bedoelt; dan zou een ander van de gelegenheid gebruik kunnen maken….. etc. Dat is mogelijk. Die mogelijkheid bestaat echter alleen, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan:

  1. de persoon, die bezit neemt, moet sterker zijn dan de persoon, die het lichaam heeft verlaten; zonder dat is het niet mogelijk.
  2. de persoon, die bezit neemt moet een voldoende harmonie kennen met het lichaam en ook met de eigenschappen die in dat lichaam zijn verankerd, zonder dat is het niet mogelijk. Om u een voorbeeld te geven van een geval, dat overigens regel is. Een dame van ongeveer 66 á 67 jaar was mediamiek, ze werkte ook wel, maar ze was geen beheerst medium. Op een gegeven ogenblik werd ze in beslag genomen door een dronken zeeman. Nu zoudt u zeggen; Hoe is dat mogelijk. Waar ligt hier de parallel. Wel, deze dame dronk thee als er visite was en sherry als die er niet was. Daar lag dan in dit geval één van de bindende factoren.

*  Als men een straal op het hart krijgt met als gevolg een gelukzalig gevoel, is dit dan een soort uittreding of een bewustzijnsverhoging?

Als u een straal op het hart krijgt, dan voelt u zich niet bestraald, maar belazerd. Wat u bedoelt is; wanneer u een emotionele straal of uitstraling ontvangt, die u volgens menselijk ‑ en geheel verkeerd gebruik – meent op het hart te mogen plaatsen. Het is waarschijnlijk, dat u bent beroerd in een chakra, dus in een deel van de aura. Als u zich daarbij heel gelukzalig voelt, dan betekent dit een harmonie, en zeer waarschijnlijk met een hogere entiteit of een hoger wezen. Het is geen uittreding. Het is ook geen inbeslagneming. Het is meestal een zeer kor­te en harmonische binding tussen een mens in zijn eigen lichaam, en een entiteit in een andere wereld waarbij die wereld dan ‑ gezien de beschrijving ‑ een gelukzaliger wereld, een lichte wereld moet zijn.

*  Wanneer men uittreedt, kan men dan in contact komen met een over­leden vogel, die men in leven reeds aan iemand anders heeft gegeven?

Is dat contact ook mogelijk bij uittreding met een overleden mens? De kans dat u contact maakt met een overleden mens is aanmerkelijk groter dan de mogelijkheid dat u contact maakt met een overleden vogel. Ik zal proberen u duidelijk te maken waarom. Een vogel heeft een hersen­capaciteit, die aanzienlijk kleiner is dan die van een mens. Dat betekent dus dat zijn belevingen meer primair zijn. Zijn reacties zijn ook voor een veel groter deel stoffelijk (genetisch) bepaald. De geest, die in zo’n vogel leeft, zal dus over het algemeen een kortere tijd in de sferen kun­nen vertoeven, daarna verbleekt het bewustzijn. Er is geen verder opne­men van feiten en van gegevens mogelijk en men zal dus moeten incarneren. Dat gebeurt dan meestal wel in een wezen bij wie die ervaringscapaciteit groter is. Als zo’n vogel nu pas over is en er is een genegenheidsrela­tie, dan kunt u die wel vinden. Als u dat na 25 jaar nog wilt proberen, dan geef ik u heel weinig kans. Misschien dat die vogel zich onder­ tussen alweer aan het voorbereiden is om op aarde een vreemde vogel te worden; maar dan wel van menselijke aard. Dat is best denkbaar. Wat betreft het contact met overgeganen, u moet wel één ding onthouden: U kunt zelf dergelijke contacten bij uittreding maar zelden af­dwingen. Maar uw instelling op de persoonlijkheid betekent een harmonie met deze persoon. En indien het mogelijk is, zal de persoon in de geest met u contact opnemen. Voor personen, die in het duister verkeren is het voor u wel mogelijk het contact af te dwingen, maar dan is het weer minder raadzaam.

*  Is harmonie ook een vorm van aantrekking?

Ja. Harmonie is eigenlijk een vorm van verbondenheid of gelijkge­rechtigdheid. Dat zou met aantrekking kunnen worden omschreven. Laat ik het zo zeggen. Als je zegt; “aantrekking”, dan kun je ook den­ken aan iemand die langs het strand wandelt en zich plotseling tot iets moois vleselijks voelt aangetrokken; en dat is zeker niet wat hier een rol bij speelt. Dus gebruiken wij veel liever de term “harmonie” Maar als er tussen u en een ander een gedeeld bewustzijn bestaat of een grote gelijkheid van bewustzijn ‑ zij het misschien maar in een deel ‑ dan is hierdoor een contactmogelijkheid geschapen. Als u dan een beroep doet op zo’n persoon, is dat een signaal waarmee u eigenlijk zegt: “Laten we de oude eenheid, de oude harmonie verstevigen.” De ander zal daar meestal op antwoorden, omdat het gedeelde, datgene wat men teza­men heeft ervaren of gelijk beleefd en ervaren heeft (twee mogelijkheden) respons uitlokt.

*   Het zijn dus de gelijke trillingen die aantrekken?

Als u zegt “gelijke trillingen'”, dan probeert u daarmee eigenlijk te zeggen: een gelijk vibratiegetal. Trilling en vibratie is eigenlijk hetzelfde, maar vibratie kun je je voorstellen als onstoffelijke tril­ling. Een onstoffelijke trilling stel je je meestal niet voor als iets wat in materie plaatsvindt. Je zou moeten zeggen; een frequentiegelijk­heid of een frequentie harmonische in de eigen uitstraling. Ik geloof, dat je dat kunt zeggen, indien die bestaan. Maar zeg je nu alleen “ge­lijke trillingen trekken elkaar aan”, dan moet ik u toch waarschuwen, want dan geldt hetzelfde – wat ook voor een magneet geldt ‑; gelijke polen stoten elkaar af. De grootste band, die er in de geest en tussen mens en mens, mens en geest kan bestaan is het feit dat men a.h.w. elkanders besef en leven aanvult, zodat men beiden daardoor een grotere inhoud krijgt. Dat verkrijgen van een grotere inhoud betekent ook het overnemen van iets van de persoonlijkheid van de ander. Een dergelijke band gaat ook nooit meer helemaal teloor; ze blijft altijd bestaan.

*  Naar ik heb geleerd ligt alles wat ooit is gebeurd of is geweest vast als in een kroniek in Akasha. Wat is het verschil in sfeer tussen deze Akasha-sfeer en de gedachtestralen sfeer waar geen vorm blijvend is?

Het is eenvoudiger als wij het als volgt beschouwen. Als wij spreken over de Akasha-kroniek, dan hebben wij het eigenlijk over de goddelijke Uiting of het goddelijke Plan. Daarin zijn alle mogelijk­heden, alle feiten, alle denkbare vormen en vormloosheden bevat. Wat wij doen is niet de Akasha‑kroniek opbouwen, maar wij wandelen er doorheen. Als u wel eens door een park heeft gewandeld, dan weet u dat u links of soms rechts kunt afslaan. Iedereen kan datzelfde park weer op een andere manier zien en beleven. Er is een aantal ‑ van uw stand­punt uit beschouwd ‑ vormloze werelden, die gewoon deel zijn van dat Akasha. Ze behoren ook tot die totaliteit, alleen worden ze zelden ge­noemd. Ook daarin kunnen wij ons bewegen. Maar als wij komen tot concre­tisering van ons eigen wezen, dan verlaten wij eigenlijk de projectie van het Goddelijke en treden we in tot de werkelijkheid van het Goddelijke.

Dan kun je het als volgt zeggen;

In het Goddelijke zijn alle denkbare mogelijkheden (“denkbaar” dan uitgebreid tot alles wat leeft, dus niet alleen tot één mens) volledig aanwezig plus waarschijnlijk nog andere waarden. Door daartoe toe te tre­den hebben wij deel aan alles in een gelijktijdigheid, die we eeuwigheid noemen. Zolang wij echter niet in staat zijn die gelijktijdigheid innerlijk bewust te beleven en te ervaren, zullen wij afdalen uit die gelijktijdig­heid en daarbij komen tot een tijdsbeleving. In deze tijdsbeleving erva­ren wij de delen van dit totaal achtereenvolgens. Dit geeft ons de illu­sie van verandering en beleving, terwijl de werkelijkheid in het Godde­lijke natuurlijk onveranderlijk is. Daar een mens echter dient uit te gaan van zijn eigen besef en eigen wereld, lijkt het mij niet juist te stellen.

Alle dingen zijn vastgelegd, want voor hem is dit niet waar, omdat hij niet alle dingen volledig kan kennen en beleven, maar in een voortdu­rende keuze tussen de verschillende mogelijkheden slechts een klein deel daarvan voor zich realiseert, waarbij de keuze ‑ ofschoon deels door omstandigheden bepaald ‑ toch ruimte laat voor de eigen vrije wil, terwijl de eigen interpretatie van het beleefde bovendien de betekenis daarvan aanmerkelijk kan veranderen.

*  Er is gezegd; Als we uittreden en we willen naar een land gaan waar nacht heerst, dan zouden we daar niets kunnen zien….

Pardon, ik heb het gehad over de poging om uit te treden in een vorm die niet menselijk is en u in de plaats te stellen van een vogel. Daar het vogel-zijn bepaalde beperkingen kent, heb ik u de raad gegeven om dat niet des nachts te doen, omdat u dan geen ervaring zult hebben in dat beeld. Dat is heel iets anders.

*  Maar als wij ons voorstellen die vogel te zijn, dan moeten wij dat toch met onze astrale zintuigen doen.

Neen, we doen dat met ons bewustzijn. Onze astrale zintuigen zul­len daarbij weinig of geen rol spelen. We kunnen het zo zeggen. Wij hergroep eren ons bewustzijn tot een ander vormbesef en komen daarbij tot een registratie van al datgene wat in die vorm ook normaal stoffe­lijk-zintuiglijk aanwezig kan zijn, wat wij dan inderdaad middels het astraal ervaren. U moet niet de fout maken te denken dat u astrale zintuigen heeft. U heeft replica in uw astraal voertuig van alle stoffelijke faculteiten, dus ook van oren, ogen, neus e.d. Maar als u die vorm niet heeft, dan kunt u in het astraal voertuig waarnemen met elk deel van de buitenste grens van uw wezen. De waarneming is dus niet vormgebonden en daarom ook niet zintuiglijk te bepalen. Ze is hoogstens als een be­sefsrelatie tussen binnen het “ik” en buiten het “ik” te omschrijven.

*   Maar zou het dan niet gemakkelijker zijn om als je toch die reis wenst te maken en die als mens te maken en niet als vogel?

Dat moogt u voor uzelf uitmaken. Ik heb u een raad gegeven waar­door het u mogelijk wordt om niet alleen vanuit uw eigen standpunt te be­leven. U kunt zich dan veel gemakkelijker verplaatsen in een andere toe­ stand, een andere sfeer of andere mogelijkheden. En dat impliceert, weer, dat u minder door uw voorstelling van uw mens‑zijn zult worden beperkt in contacten met de sferen. Bij het ontvangen van leringen en wat dies meer zij. Maar dat was maar een voorstel. Als u dat wilt doen, dan kunt u dat het best zo doen. In die zin heb ik het geformuleerd. Als u zegt; Ik voel er niets voor, dan mag u voor mijn part olifantje spelen, u mag mens blijven, u mag proberen een engel te zijn.

*  Worden alle mensen van boven geleid of kunnen ze zelf de richting bepalen?

Als je een kind in een verkeerstuin zet, dan kan het zichzelf daarin bewegen, het kan fouten maken, het kan het ook precies goed doen, maar het blijft wel binnen de verkeerstuin. Wij worden door de kracht, die ons voortbrengt, gebracht in een bepaald kader van bewustzijn, en alleen binnen dat kader kunnen wij ons bewegen, Daardoor zijn onze mogelijkheden als mens dus vastgesteld. Wanneer wij de top, van het mens‑zijn, hebben bereikt, dan verlaten wij de verkeerstuin en komen dan ‑ bewust geworden door wat wij daarin hebben geleerd -, in een andere, een grotere wereld, die echter ook weer begrensd is. Je kunt dus zeggen: Er is wel een kracht die je daar neerzet. Maar aan de andere kant kun je ook zeggen; De stommiteiten die ik uit­ haal, worden mij niet door een goddelijke Kracht gedicteerd; die haal ik wel voor eigen rekening uit. Het lijkt mij heel verstandig, als de mens dat beseft. Want heel veel mensen zeggen: God beschikt alle dingen en als ik een stommiteit heb uitgehaald, dan ben ik het niet, dan is het God die dat zo wil. Een gemakkelijke uitvlucht. Maar het is mij ook op­gevallen, dat als die mensen eens iets verstandigs doen, ze zich wel op de borst kloppen. Daarom geef ik u dus de raad; Besef, dat u een vrijheid heeft die misschien beperkt is, maar de beperkingen daarvan beseft u niet. Beschouw daarom uzelf als een wezen, dat van bovenuit bepaald is, naar dat een zodanige vrijheid van streven, van willen en van leven heeft, dat het dit met eigen verantwoordelijkheid en voor eigen rekening moet volbrengen. Eerst dan zal men bewuster worden, zal men de regels van de verkeerstuin des levens leren ken­nen en kunnen evolueren naar een hogere klas, ja misschien aan het he­melse verkeer kunnen deelnemen.

*  Ik heb gehoord dat iemand die uittreedt alles anders ziet dan een gewoon menselijk wezen: alles van bovenaf of alles tegelijk, achter en voor.

Dat is zeer afhankelijk van de persoon. Ik wil u enkele feiten geven, die bij een eerste uittreding heel vaak optreden. Je hebt het gevoel veel groter te zijn. Je ziet meestal een bepaald, soms een zeer beperkt deel van de wereld of zelfs van de kamer waarin je je bevindt. Je ziet dat van bovenaf als een klein verlicht toneeltje in een vage of duistere wereld. Dat is een van de ervaringen, die je bij het kijken naar jezelf ondergaat. Als je jezelf als mens ziet, zul je slechts dat waarnemen wat je je als mens toekent. Indien je echter bent uitgetreden en je je niet bezighoudt met een “ik”‑identificatie (een besef van wezen en vorm) maar gewoon waarneemt, dan zal je waarderingvolledig zijn; d.w.z. in elke richting, a.h.w. in een cirkel. Er is dus geen voor en achter, geen boven en beneden. Je neemt naar alle kanten gelijktijdig en volle­dig waar, omdat de geest nu eenmaal aan alle kanten de inkomende signalen absorbeert en wat dat betreft ook naar alle kanten gelijktijdig gericht kan uitstralen indien dit noodzakelijk is.

*  Wat moet het toch naar zijn, als je jezelf zo ziet….

Och, misschien kijkt u bij het scheren liever ook niet in de spiegel. Elke mens maakt zich van zichzelf een voorstelling, die veel beter en soms ook slechter is dan hij werkelijk is. U moet nooit proberen om datgene wat u van uzelf ziet te corrigeren door te zeggen; Ik ben goed, of: ik ben kwaad. Aanvaard uzelf zoals u bent en u heeft nergens last van. Maar dan hoort daar wel één ding bij. Aanvaard dan ook dat u zoals u bent overal kenbaar zult zijn. Dat is altijd het grote probleem bij een uittreding zo goed als bij een opgaan in de sferen, u kunt uzelf niet vermommen. Ik hoop voor u dat dit niet een kwestie van zelfkennis is.

*  Zou een mens ook kunnen uittreden naar andere planeten als hij dat wil?

Voor de meeste mensen zal dat nogal moeilijk zijn. Want om naar een planeet te kunnen uittreden, zoudt u voor een bewuste uittreding een afstemming op die planeet moeten kennen. Theoretisch is het denkbaar dat u dergelijke contacten kunt krijgen gedurende een uittreding in een sfeer tegen de uiterste grens van Zomerland aan en dat u op grond van die contacten uittreedt naar een planeet. Het is wel denkbaar, maar niet erg waarschijnlijk. Uittreden betekent dat je overal in het Al kunt zijn, omdat je als geest in wezen het gehele Al in je draagt en je door alleen je waarneming te veranderen elk punt van dat Al voor je kunt realiseren. Dit is wel niet helemaal waar, maar het maakt misschien duidelijk dat het alleen een kwestie is van verandering van visie. Je moet eerst weten waar je naar kijkt voordat je het werkelijk kunt zien. Dat is het nadeel.

*  En als je je nu weet open te stellen, je weet dus niet waar je naar kijkt, naar je staat open en een harmonie te krijgen riet datgene wat voor jou belangrijk is …..

Ja. dan ga je met de muziek mee. Het is zo, dat in die openstelling, aangenomen dat u zelf harmonisch bent, u contact kunt krijgen met elk wezen ‑ of dat nu in de stof verkeert en uw wereld of op een andere wereld of in een bepaalde sfeer ‑ dat met u harmonisch kan zijn en dat de behoefte gevoelt om van die harmonie gebruik te maken. Dan kan elke entiteit zich middels die harmonie uitdrukken. U moet niet denken dat door een medium alleen iemand zal doorkomen die dood is. Dat denken de mensen vaak. Als er hier of daar een bewuste leermeester zit te mediteren en hij vindt het nodig om daarvan iets door te geven, dan is dat ook mogelijk, dan kan hij dat ook doen, mits er tus­sen die leermeester en een medium een voldoende contact bestaat. Zo iemand kan u ook inspireren, zoals ook de geest kan doen. De meeste mensen vergeten dat ze niet alleen zijn maar ook geest. Dat wil zeg­gen dat een bewuste mens, die zijn wezen werkelijk kent, alle dingen die menselijk zijn kan doen en beleven, maar ook alle dingen die geestelijk zijn kan doen en beleven en dus een dubbel aantal mogelijkheden heeft.

*  Kun je zeggen; Ik zoek de uittreding niet, omdat ik weet dat naarmate mijn geestelijk begrip groter is het een deel een aspect is van mijn ontwikkeling?

Indien uw bewustzijn groot genoeg wordt, zult u zelf de mogelijkheid tot uittreding beseffen en ten uitvoer kunnen brengen, indien dit vol­gens uw streven naar bewustwording noodzakelijk is. Aan de andere kant echter kun je ook weer stellen; Voor veel mensen is de mogelijkheid tot uittreden gelijktijdig een mogelijkheid tot uitbreiding van bewustzijn, daardoor een innerlijk rijper worden en een mogelijkheid op harmonischer in eigen wereld te staan en gelijktijdig krachten van de geestelijke we­reld, de sfeer waarmee men behoort bewuster op aarde uit te dragen. Het is dus iets waarmee je voorzichtig moet zijn. Het is precies hetzelf­de als u tegen mij zegt; Bent u het met mij eens; aarbeienpudding is altijd lekker. Dan zeg ik: Dat ligt aan twee dingen: aan de kok en aan degene die ze eet. Daarom zijn dergelijke vragen altijd dubieus. Voor u kan wat u zegt volkomen waar zijn, maar dat betekent niet dat het voor iedereen even waar zal zijn.

*  Zijn er wel mensen die nooit uittreden?

Die nooit bewust uittreden, inderdaad, die zijn er. Maar mensen, die nooit uittreden …. misschien zijn er.… maar ik heb er nog nooit van ge­hoord. Veel mensen zullen gedurende de nacht uittreden en dan in Schaduwland of in de laagste regionen van Zomerland contacten hebben en actief zijn. Zij zullen zich daarvan heel weinig weten te herinneren. En als ze het zich herinneren, dan is het een kwestie van; overdag leef ik en ‘s nachts heb ik dromen die wel een feuilleton lijken. Maar de tijd, die ik op aarde heb doorgebracht, schijnt daar dan ook verstreken te zijn, want als ik mij weer bewust wordt in die droomwereld, dan is daar weer van alles veranderd. Dit is één van de meest bekende voorbeelden van mensen, die niet weten dat ze uittreden (ze denken dat ze dromen) en die dat toch wel doen.

*  Sommige mensen treden niet naar de sferen uit maar alleen op aarde.

Onbewuste uittreding zal meestal naar de sferen zijn. Er is één uit­zondering; als een mens sterke emotionele bindingen heeft met bepaalde personen of plaatsen, zal hij in de slaaptoestand ook daarheen spontaan kan uittreden. Maar zelfs dan is het meestal een astrale uittreding. Dat betekent dat er vanuit de geest wel corrigerend moet worden in­ gegrepen.

*  Je hoort wel eens van mensen die zeggen; Ik heb die en die daar en daar gezien en dat is dan op een heel andere plaats. Is dat ook een uittreding?

Dat kan een uittreding zijn. Het kan ook een zien in ruimte en tijd zijn, maar in zo’n geval wordt het meestal telepathisch bepaald. Er is op dat moment een resonantie tussen de waarnemer en de andere persoonlijkheid. Iemand ziet dat dan ineens als een flits. Je kunt het eigenlijk niet eens “zien”, je moet het meer als “aanvoelen” definiëren. Je weet plotseling waar die ander is, hoe het met hem gaat e.d.. Dat is eigenlijk een zien in ruimte. Soms blijkt dat ook nog een zien in ruimte en tijd te zijn doordat er een tijdsverschil optreedt. Gebeurt het in een rustperiode en is het meer dan een enkele flits, is het een frag­ment van een gebeurtenis van zeg 5 minuten min of meer, die men helemaal. ziet en meemaakt, dan kan dat wel een uittreding zijn geweest.

*  Is het mogelijk dat iemand die uittreedt daardoor ook helderziend wordt?

Alles is mogelijk, zelfs dit. Aan de andere kant; niets is helemaal waar, zelfs dit niet. De werkelijkheid is geloof ik dit; Als je regelmatig uittreedt, dan gebeurt dat in een toestand van ontspanning. Wil je echter helderziend waarnemen, dan moet er sprake zijn van grote sensitiviteit waardoor men onmiddellijk reageert op meer telepathische impulsen. Dit houdt niet in dat iemand, die uittreedt daardoor automatisch gevoeliger wordt. Het is wel zo dat iemand, die al sensitief is eerder geneigd is om de waarde van een uittreding als reëel aan te nemen, omdat hij zoiets aanvoelt. Daarom zal een helderziende meestal ook uittreding kennen ‑ bewust of onbewust ‑ maar het is niet zeker dat iemand, die uittreedt daardoor ook zonder meer helder­ziend wordt. Het is een verschil in waarde, het ene is een gevoeligheid, het andere is een projectie van de persoonlijkheid naar een andere plaats.

SLOTWOORD.

Ik ben mij ervan bewust en ik geloof ook dat uw aantal op deze bijeenkomst, dat wel bewijst, dat de mensen erg geïnteresseerd zijn in uit­treding. Vraag u echter eens af, of uw behoefte aan uittreding eigenlijk niet voortkomt uit een behoefte om aan uw wereld en uw omstandigheden al is het een belangrijk punt, maar tijdelijk te ontsnappen? Dat is namelijk een heel belangrijk punt.

Indien u probeert om door uittreding en dergelijke te vluchten voor wat u bent, kunt u daarmee alleen maar bereiken dat de spanningen in u wereld voor u groter worden. Een uittreding, die voortkomt uit har­monie, is z.m. een aanvulling van hetgeen u bent. Maar een uittreding, die het gevolg is van een disharmonie, van een poging om te ontvluchten aan uw al dan niet bestaande beperkingen, is ergens altijd disharmonisch; het zijn dissonanten. Het is niet alleen gevaarlijk, maar het betekent bovendien dat de herinnering aan een uittreding – zo die al is gebeurd ‑ in uw stoffelijk bestaan frustreren werkt.

U heeft dan het gevoel dat het helemaal anders moet en u zult vaak proberen ‑ en dat is het ellendige ervan ‑ om uw persoonlijkheid om te buigen in de richting van datgene van de uittredingen bent geweest of heeft gezien, zonder daarbij te beseffen dat uw omgeving dat nooit kan aanvaarden, want die blijft u, zien zoals u bent. Als u verandert, dan kunt ú wel op slag veranderen, maar het duur altijd nog wel zo’n tien jaar voordat anderen er achter zijn dat het niet helemaal hetzelf­de is. Beseft u dat alstublieft goed!

Occultisme, geestelijke waarden zijn maar al te vaak een vlucht voor de werkelijkheid. Als zodanig zijn ze gevaarlijk en bovendien nutteloos. Het is een aanvulling, van de werkelijkheid. Maar iemand, die niet kan aanvaarden wat nu is, wat hij zelf is, wat hij zelf doet, die zal met uittredingen en met alle andere vormen van occultisme voor zichzelf alleen nog maar grotere gevaren oproepen, grotere bitterheden veroorzaken.

Harmonie baart harmonie. Disharmonie hoeft de neiging disharmonie te baren. Indien u disharmonisch bent en u probeert door uittreding eventjes te ontkomen aan de spanningen, dan heeft u grote kans dat u niet in een gelukkig Zomerland terecht komt, maar in een astrale sfeer waar u met demonen, en monsters wordt geconfronteerd en mogelijk zelfs nog schade aan zenuwstelsel en gezondheid oploopt. Ik zeg u dit niet zo maar. Er zijn ons genoeg gevallen bekend waarin met de grootste moeite blijvende schade door ons kon worden voorkomen.

Begin als mens eerst eens te aanvaarden wie en wat u bent. Zeg niet, dat u anders zou moeten zijn. Zeg niet dat u minderwaardig bent of dat men u minderwaardig vindt of dat u meerwaardig bent of dat de mensen uw waarde niet beseffen (dat is ook iets wat je vaak hoort), zeg maar gewoon: Dit ben ik, in mij is ergens een hoop goed…. Dat goede bestaat overal in de kosmos. Het dat goede wil ik verbonden zijn. Ik wil niet het kwade in mij bestrijden, dat vind ik niet zo belangrijk. Ik wil zorgen dat het goede in mij volledig tot ontwikkeling komt. Ga van dat standpunt uit.

Als u dan probeert uit te treden en u gaat eens wat verder dan al­leen een waarneming op uw wereld hier en daar, dan zult u tot verbazing ontdekken dat deze aanvaarding van uzelf en dit zoeken naar het licht en naar het goede, voor u een zekere band betekent met alles wat licht en Goed is. Het betekent een bescherming tegen gevaren, maar het betekent bovenal een toenemen van uw innerlijke kracht en veerkracht. Het betekent toegankelijkheid tot uw eigen wezen, zodat steeds meer krach­ten, die tot het licht behoren het in u bestaande goede daardoor juister kunnen richten.

Wij zijn allen wezens, die leven tussen tegenstellingen; daar doen we niets aan. Ons oordeel is altijd maar weer een oordeel dat wordt bepaald door ons onvermogen om de werkelijkheid te zien. Laten we beginnen met onszelf te aanvaarden. Als wij onszelf niet kunnen aanvaarden, hoe zou iemand anders dat dan kunnen doen?

Laten wij onszelf aanvaarden zoals we zijn, maar gelijktijdig in onszelf zoeken naar de dingen die de moeite waard zijn, die we zelf de moeite waard vinden. Laten wij proberen ze een betekenis te geven voor de wereld en voor de kosmos. En als we daarmee bezig zijn, zullen onbewuste uittredingen altijd eindigen in een gevoel van kracht, van uitgerust zijn, van een lichte, innerlijke vreugde. En dan zullen bewuste pogingen tot uittreding al heel snel u helpen om steeds meer bewust lering op te doen, steeds meer innerlijke wijsheid te ontvangen, die al kunt u ze dan misschien niet weergeven zoals u ze heeft ontvangen een stempel drukt op al datgene wat u voor uw medemensen kunt betekenen en vooral op wat u in de wereld waarneemt en correleert.

Daarom juist, vrienden, wilde ik niet eindigen zonder u te waarschuwen. Uittreding, Ach, het is alsof je wezen barst, of je als een vuurpijl in een regen van sterren neerdaalt op een onbekend land. Je ziet andere vormen en gestalten. Je ziet jezelf anders. En uit de lichte werelden, die met tekeningen ‑ half onwerkelijk, half echt ‑ verlicht schijnen te zijn, uit deze coulissen van een werkelijkheid die je nog niet helemaal aankunt, zie je dan de gestalten komen, die je zeggen waar te gaan.

Dan vind je je rust misschien in een kleine tempel ergens op een berg en je leert, of je wandelt rond de lotusvijvers en je ziet hoe de bewusten ontwaken.

Dan ga je door de kleine straatjes en door de dorpen en je zingt mee met de koren en kijkt naar de lichtende zuilen, die lering uitstralend neerdalen temidden van een gemeenschap, die zichzelf nog stoffelijk ziet.

Treed uit en wees gelukkig, maar keer terug tot je wereld. Want al wat kan bestaan voor u in een sfeer wordt mede bepaald door wat ge zijt op deze wereld.

Uittreding is; meer beseffen van de mogelijkheden die in u berusten. Terugkeren is noodzakelijk om ze te realiseren.

Zoek het licht; leef het licht. En als u daarbij kunt uittreden, wel, misschien ontmoeten we elkaar eens. Dan zal ik tot u zeggen; Ach, dat leven als mens op aarde heeft zijn goede kanten. U zult dan waarschijnlijk tegen mij zeggen: Jullie hebben het hier goed. Dan zeg ik weer; Maar hier moet je ook werken. Je werkt met vreugde, maar het is harde arbeid. Dan zegt u; Nou, dat moet ik nog zien. Maar ik ga terug, ik wacht eerst op mijn AOW. Dan knikken we elkaar toe en zeggen. Tot een volgende keer.