Uw wereld vandaag

21 maart 1972

Wanneer we de wereld waarin u leeft vandaag bezien dan is ze vol van tegenstrijdigheden, en wij zien overal, een neiging om denkbeelden en ook acties, tot extremen door te voeren. In vele gevallen is men uitermate eenzijdig georiënteerd, men stelt bv.: dit is altijd verwerpelijk, dat is altijd goed. Een dergelijke keuze kun je alleen maken, wanneer de omstandigheden voortdurend gelijk blijven, en dan kun je ze nog alleen maken voor jezelf. Wanneer je echter iets algemeen stelt. En daarbij geen rekening houdt, met de voortdurende ontwikkelingen in een wereld waarin je leeft. Dan schep je niet alleen een verkeerde maatstaf, een verkeerde regel. Maar je schept ook iets wat geestelijk een zeer nadelige invloed kan hebben. Misschien zou je het zo kunnen formuleren: zowel in de gedragscode als de beschavingsinhoud, zal de mens moeten komen tot een veel grotere flexibiliteit. Om op deze wijze zijn geestelijke inhoud juist en voortdurend te kunnen verrijken.

Ik begrijp wel dat u dit een wel vreemde aanhef vindt. Ik zou natuurlijk met u kunnen gaan praten over de politiek. Over de grote economische storingen. Die de mens door een totaal verkeerde hantering van zijn productievermogen en zijn grondstoffen, zelf tot stand heeft gebracht. Ik zou met u kunnen gaan spreken over de verstarring van het ecologisch evenwicht. Die op het ogenblik bijna overal in de wereld plaatsvindt. Ik geloof echter dat deze dingen nevenverschijnselen zijn.

De kern van al deze dingen is een menselijk denken. Het is het denken wat de waardering van de mens bepaalt, voor wat hij rond zich ziet. Het is driekwart zeker het menselijk denken dat zijn angsten bepaalt. En het is bijna geheel het menselijk denken dat bepalend is voor zijn begeerteleven en al wat daarmee samenhangt. Natuurlijk er zijn factoren die in elke mens nu eenmaal bestaan. Misschien meer animale factoren, maar deze zijn in vergelijk tot datgene wat uit de mentaliteit van de moderne mens voortkomt, uitermate gering.

Wanneer ik probeer u hier een beeld te geven van de geestelijke betekenis, van hetgeen in de wereld gebeurt. Zo moet u goed begrijpen, dat ik ten aanzien van toestanden op aarde, hier geen beoordeling wil geven. Geen veroordeling wens uit te spreken. Want deze dingen zijn uiteindelijk bijkomstig. Het gaat om datgene wat zich in de mens afspeelt.

Menige mens wil teveel tegelijk. Dat is niet alleen de begeerte van iemand die meer geld wil hebben. Het is evenzeer vaak een invloed in een mens, die geestelijk toch wel degelijk vooruit wil. Je kunt niet gelijktijdig logisch denken en mystiek beleven. Je kunt wel soms logisch denken en soms mystiek beleven. Je kunt niet gelijktijdig een geloofsopenbaring als vaste waarde stellen. En dan op grond van die geloofswaarheid, een logisch en redelijk gedrag in de wereld tot stand brengen, dat is niet mogelijk. Je kunt op grond van bepaalde wetenschappelijke feiten, natuurlijk bepalen wat de mogelijkheden op dit ogenblik zijn. Maar je kunt niet op grond van wetenschappelijk denken, doordringen tot de kern van je eigen wezen. En de factoren begrijpen die, bijna bovenzinnelijk, een rol spelen in elk menselijk bestaan. Er moet dus een keuze worden gemaakt. En de belangrijkheid van die keuze zal voortkomen uit de vraag: wat stel ik mij ten doel, wat zie ik als mijn taak in het leven punt één. En punt twee: op welke wijze en met welke middelen, kan ik op dit ogenblik die taak het best vervullen. Eerst wanneer we een antwoord hebben gegeven, op die beide vragen voor onszelf, dan kunnen we aan de hand van de verschijnselen rond ons, komen tot een oriëntatie. Daarmee zeggen we niet dat iets goed is of iets verkeerd is, maar wij zeggen dat het één doelmatig, het andere niet doelmatig is.

Het lijkt een beetje koud, wanneer je zegt dat liefde op een gegeven ogenblik doelmatig moet zijn, toch is dat waar. Wanneer ik iemand liefheb, dan kom ik tot een associatie van mijn persoonlijkheid met die van de ander. En deze behoeft niet eens materieel uitdrukbaar te zijn. Ze kan zuiver mentaal bestaan, ze kan zelfs alleen op geestelijke vibratie berusten. Vanaf het ogenblik dat ik deze liefde in mijzelf erken, op welke wijze dan ook, en onder welke voorwaarden dan ook, zal ik dus rekening moeten houden met een twee-eenheid. Ik kan mijzelf niet losmaken van de ander, en gelijktijdig datgene blijven wat ik ben. Hier doe je dus een keuze. Liefde zegt: Ik wordt beperkt in wat ikzelf als persoonlijkheid kan zijn en tot stand brengen. Door degene die ik als mijn aanvulling, mijn alter ego als het ware aanvaard heb. Maar je moet dan onmiddellijk aanvullen. En hierdoor worden, zij het op een ander terrein, mogelijk mijn capaciteiten ook weer vergroot.

We zitten hier eigenlijk in het begrip van relativiteit dat in de benadering van uw wereld een heel grote rol moet spelen op het ogenblik. Want het absolute stellen van waarden of normen is op het ogenblik niet doenlijk. Wanneer je een wereld hebt, die vast geformuleerd is, die eenmaal een vaste regel heeft gevonden en daarmee een grote reeks van materiële en geestelijke zekerheden, dan kun je inderdaad een tijdlang althans met vaste normen werken. Maar als je staat tegenover een wereld als de uwe, uw wereld vandaag, die zo vol is van tegenstrijdigheden in denken, in streven, in problematiek dat je voortdurend af moet wegen, dat er geen vaste norm te hanteren is, omdat op het ogenblik dat je die norm aanlegt, elders zich plotseling een gebied openbaart, waarop ze niet toepasselijk is. Daar moet je relativistisch durven denken.

Je moet de dingen niet beschouwen als absolute waarden. Maar je moet hun waarden en betekenis in verhouding tot elkander bepalen, en wel van geval tot geval. Degene die daarin geestelijk slaagt zal tot zijn verbazing ontdekken, dat voor hem althans, een innerlijke vaste regel bestaat. Die regel kan worden uitgedrukt in geestelijke scholing. Maar de geestelijk scholing zal dan altijd weer een lichamelijke scholing, een lichamelijk gedrag met zich brengen. Daarbij valt de redelijkheid vanuit zuiver menselijke redenering vaak weg. Dat is ook niet belangrijk, want we hebben die redelijkheid niet nodig in ons geestelijk streven. Een bovenzinnelijke waarde kan nu eenmaal niet in zintuiglijke termen zonder meer en juist worden weergegeven, Daarom zoeken wij in onszelf bv. één van de vele mogelijkheden naar harmonie. Maar kan ik harmonie vinden met de totale wereld? Dat is wel mogelijk, maar dan moet ik zelf zo ontstellend ver gestegen zijn boven de werkelijke levensprocessen en gedachteprocessen die de wereld kenmerken, dat het onwaarschijnlijk is.

Een mens die dat bereikt is een heel grote uitzondering, en hij is zeker wanneer hij dit op aarde bereikt, een zeer grote ingewijde. Maar we kunnen misschien onze harmonie vereenvoudigen. Wij kunnen zeggen: wij wensen geen disharmonie. Maar onze harmonie wordt beperkt door de eigenschappen die we in onszelf dragen. Dan kom je daardoor tot het kiezen uit een totale reeks van mogelijkheden en waarden van enkele voor je geschikte. Daar zullen altijd nog weer alternatieven bij zijn, zaken die je weer tegen elkaar zult moeten afwegen. En ook daar zul je flexibel genoeg moeten zijn, om van ogenblik tot ogenblik te zeggen: Dit is nu voor mij juist. Aan de andere kant, het is dus mogelijk, in jezelf houvast te vinden. Een vaste lijn, een vaste regel die de uitdrukking is van je eigen persoonlijkheid. Dan zal het ik in de wereld die contacten maken, die voor dat ik het beste zijn, niet de prettigste, maar wel de beste. Dan zal dat ik, in het geheel van alle belevingen, of die nu aanvaardbaar zijn vanuit stoffelijk standpunt of niet, aanvaardbaar zij. Voortdurend voor zich een uitbreiding van besef en bewustzijn putten. Je kunt daarbij geen norm aanleggen. Je kunt alleen van jezelf uitgaan. Maar wanneer je van jezelf uitgaat, dan vindt je in jezelf een rust en een zekerheid. Juist door het beschouwen van de samenhang en het relativisme. Dus eigenlijk voortdurend van punt tot punt vergelijkend denken, kan je komen tot een innerlijke afstemming die voor deze tijd, voor dit ogenblik en voor uw persoonlijkheid de juiste is.

De kern van alle leven is de bewustwording. Een stelling, ik kan deze stelling niet bewijzen. Ik kan haar hoogstens bewijzen door haar in verschillende vormen te citeren. En u zult er zich wel van bewust zijn dat je nooit iets kan bewijzen krachtens zichzelf. Dat is niet aanvaardbaar, dat is nooit een zuivere waarheid, geen klaarblijkelijke waarheid, maar ik stel het toch.

Deel van alle leven is bewustwording. Op het ogenblik dat in ons niets nieuws ontstaat. Niets nieuws geboren wordt uit ons denken. Ons besef voor de wereld volkomen gelijkvormig blijft, leven we niet. Er zijn dan ook mensen die al dood zijn, voor ze overleden zijn. Mensen die zo zijn vastgeroest in één gedachtebeeld, in één denkspoor dat ze eenvoudig niet verder meer komen. Dus zelfs in het stoffelijk leven is het voortdurend openstaan voor de wereld. Het voortdurend nieuw en anders verwerken van je indrukken, is een eis. Een eis waaraan je niet kunt ontkomen. Als u daar eens rekening mee houdt, is het dan niet logisch dat we ook stellen dat voor de geest eenzelfde situatie denkbaar is. En eenzelfde eis gesteld moet worden. Want geestelijk leven wij in een wereld die bepaald wordt door onze wensen, onze angsten. De wereld van de geest is de uitdrukking van relativiteit. Daar is “goed” niet een absolute waarde. Daar is “goed” wat ik in verhouding tot dit ogenblik, en deze ervaring, deze mogelijkheid in mijn bewustzijn als goed ervaar. En “kwaad” is datgene wat ik op dit moment als onaanvaardbaar beschouw. Het kan het volgende ogenblik, voor mij toch weer het goede worden. En omgekeerd het goede kan voor mij het kwade worden. Ik bouw uit alle denkbeelden en harmonieën die in mijzelf zijn, een verband waardoor ik met anderen kan communiceren. Mijn gedachten kan overdragen, denkbeelden van anderen kan ontvangen. En ook mij meer bewust kan worden, van de factoren die in mijn wereld, zij het als denkbeeld, aanwezig zijn.

Het geestelijk leven is dus gebaseerd op het voortdurend groeien en het voortdurend zich wijzigen van de toestand. Er is eens iemand die heeft gezegd, de hel is de perfecte anarchie. Misschien is dat enigszins aanvaardbaar. Een wereld waarin alles voortdurend verandert zonder dat je daarin zelf een houvast kunt vinden. Maar dan mag ik misschien toch wel daartegenover stellen dat de wereld waarin de geest leeft, zeker wanneer hij boven de vormenwereld uitkomt, een wereld is, waarin een beperkte anarchie niet alleen bestaat, maar onvermijdelijk en noodzakelijk is. Omdat geen enkele vaste norm kan worden gesteld die voor allen geldt, buiten dan misschien het bestaan van een god, zullen wij ons voortdurend moeten aanpassen. Wanneer ik spreek met de ene entiteit, dan zal onze conversatie onze uitwisseling op een ander niveau liggen dan het volgende ogenblik, wanneer ik contact maak met een derde. En wanneer wij gedrieën communiceren, dan zal er weer een andere zijn. Ik kan nooit een vaste norm aanvaarden. Daardoor isoleer ik mij. Ik moet uitgaan van mijn persoonlijkheid, als een exceptioneel iets. Iets wat in zekere mate althans uniek is in de kosmos. En ik moet elk ander, ongeacht de vele bekende facetten daarin, ook als zodanig beschouwen. Pas dan is het voor mij mogelijk in de geest om te leven, om steeds meer  ervarend, te groeien. Waarom zou iets wat in de geest zo bestaat niet in de materie mogelijk zijn. Uw wereld vandaag kent een grote economische crisis, dat is waar. Maar is die economische crisis iets wat onvermijdelijk is? Velen zeggen van wel. Is de economische crisis echter niet eerder een gevolg van het vasthouden aan een bepaald denkbeeld omtrent levensstandaard en levenswijze?

Men spreekt over de ontkerstening in de kerken. Maar is die ontkerstening zoals men ze ziet een volledig terugvallen in een atheïstisch denken, materialistisch bestaan? Vele feiten spreken het tegen. Misschien is de ontkerstening niet het resultaat van een verandering in de mens, maar van een niet passen van de uiterlijkheden van de kerk bij de innerlijke behoeften van de mens. Dat betekent dat een verandering noodzakelijk is. Maar is er dan maar één oplossing? Wel neen, de oplossing zal bepaald moeten worden door elk afzonderlijk. Zodra je uitgaat in de richting van massaliteiten dan blijkt geestelijk dat je maar een betrekkelijk gering vermogen hebt tot groeien, verrijken van je eigen inhoud, de norm ligt te laag.

Wanneer je in een gemeenschap uitgaat van de massa, deze als volkomen gelijkwaardig poneert, zul je altijd met een te laag gemiddelde moeten werken. U moet dus niet denken in vormen van massaliteit, geestelijk niet, materialistisch niet. Van uit uw standpunt in uw wereld, zou de oplossing van een groot gedeelte van uw problemen al kunnen liggen in differentiatie. Het scheppen van verschillen op elk niveau, waardoor elke persoonlijkheid in de maatschappij niet alleen een plaats krijgt, maar in die maatschappij zijn eigen waarde bepaalt, en daardoor zijn eigen mogelijkheid om vanuit die maatschappij te verwerven. Dat klinkt natuurlijk erg ketters, een wereld die naar zekerheid zoekt. Maar hoe kun je materieel de zekerheid vinden? O zeker, u bent verzekerd tegen ziekte. En u hebt waarschijnlijk nog vele andere verzekeringen. Zodat het zelfs wel vaststaat dat een behoorlijke vergoeding aanwezig is, om u plechtstatig ten grave te doen dragen. Op het ogenblik dat dergelijke lichamelijke processen u waarschijnlijk weinig of niet meer interesseren. Maar bent u zeker? Morgen kan er iets veranderen in een staat. Morgen kan er iets veranderen in de middelen van een staat, en weg zijn veel van uw sociale voorrechten.

Morgen kan die verzekeringsmaatschappij failliet gaan en uw begrafenis is niet meer zeker. Het is een schijnzekerheid, de zekerheid moet ik zoeken in mijzelf. Zolang je de zekerheid buiten jezelf zoekt, kom je nergens toe. Vraag je dan af: kan ik in een dergelijk situatie gezag aanvaarden? Dat is ook een belangrijk punt. Bij ons in de geest zijn entiteiten wier inhoud zodanig rijk en veelomvattend is, dat wij onszelf in die ander kunnen ontmoeten. Uit die ander onszelf verrijken, in de communicatie, en daardoor het gezag van die ander erkennen. Dit gezag is niet iets wat wordt opgelegd, het komt voort uit een erkenning in mijzelf. Ik meen dat gezag op uw wereld op dezelfde wijze tot stand dient te komen. Iemand kan meer dan u, iemand is meer dan u, erken dan dit. En op het punt waarop die meerderwaardigheid door u erkend en beleefd kan worden, geeft u aan de ander gezag. Dat gezag bestaat zolang als die meerderwaardigheid volgens uw besef aanwezig is. Alweer een heel relatieve waarde. Je kunt niet zeggen: Iemand zal altijd gezag hebben of altijd op één punt gezag hebben. Je kunt alleen zeggen op dit ogenblik, gezien mijn toestand, datgene wat ik in de ander erken, heeft die ander gezag. Ik geef dit vanuit mijzelf. Ik dacht dat je daar zit met een probleem dat op uw wereld ook weleens belangrijk kan zijn. We hebben namelijk gezien dat in de loop der tijden de mensen heel vaak geprobeerd hebben om aan één persoon enorm gezag toe te kennen. Of die man nou de Leider, de Führer heet, of alleen maar Winston, maakt weinig uit. Door die mens dat gezag te geven, erkent men niet zijn werkelijke meerwaardigheid, maar probeert men zijn eigen aansprakelijkheid aan de ander op te leggen. Dat is hetgeen wat resulteert in wat je noemt kadaver-discipline. Het komt voort uit een afschuiven van eigen aansprakelijkheden. Niet in een erkenning van een feitelijke meerwaardigheid. Dat kan natuurlijk nooit goed zijn. Maar aan de andere kant, er zijn ogenblikken dat één mens reserves heeft die anderen niet bezitten. Dan moet hij op dat ogenblik degene zijn, die bepaalt wat mogelijk is. Er zijn mensen die op een bepaald ogenblik de inspiratie hebben. Misschien de geestelijke rijkdom, de rijkdom van denken, van kleur, van woord, van klank. Waardoor zij iets scheppen, dat door een ander als harmonisch kan worden ondergaan. Op dat ogenblik zijn ze op dat punt alleen, meer waardig. En moet hen, ten aanzien van dat verschijnsel, een gezag worden toegekend. Er zijn mensen die meer weten dan u. Zolang als u die wetenschap kunt volgen, of zij zichzelf, voor u zo begrijpelijk kunnen uitdrukken, dat u die wetenschap kunt aanvaarden, beseffen, kunnen zij uit hun weten gezag putten, dat gezag zult u ze toekennen op het terrein van hun wetenschap. Dat betekent dat een student in de rechten, nou niet altijd de meest ideale figuur is, om minister van sociale zaken te worden. Het betekent dat een man die in natuurwetenschappen bijzonder ver gevorderd is, niet direct de man is om een psychologisch probleem op te lossen. Het gezag is eenzijdig en beperkt en bepaald. Een van de fouten in uw wereld is wel dat u geneigd bent om een gezag toe te kennen over de hele linie, op punt van een gezag dat op één feit, één punt van meerwaardigheid die herkenbaar is, stoelt. Dat is onaanvaardbaar. We moeten in onszelf zoeken naar waarheid. Maar dan is toch al wat in de wereld belangrijk is, onze waarheid, niet datgene van een ander. Wanneer ik werkelijk geloof in mijzelf, een zekerheid opbouw, dan moet ik die zekerheid op de proef stellen. Maar wanneer ik dan met mijn geloof, dat voor iedereen onaanvaardbaar is, dat door elke deskundige als krankzinnig wordt uitgekreten, maar één feit bewijzen kan voor mijzelf, dan hebben wij geen gezag. Tenzij ze mij eerst het feit niet alleen kunnen verklaren tussen rationalisatie, maar volgens hun eigen stellingen en normen kunnen reproduceren.

Dat is misschien een hele hap. Maar u leeft op aarde om bewustzijn op te doen. Het is een stelling, het is niet bewezen. Maar u weet wel dat uw leven uit voortdurende vernieuwing van ervaring, de voortdurende groei van denkbeelden, de voortdurende wisseling van emoties bestaat. Zonder dat heb je geen leven. Maar natuurlijk kunt u dan tevreden zijn, met de kunstmatige gecreëerde emotie van film, van toneel, van televisie, van elk ander medium dat u op een billijke wijze verplaatst in een wereld waarvan uzelf beseft dat ze niet waar is. Maar die dingen zijn niet echt. Wanneer je daar aan verslaafd bent. En dat komt nogal eens voor, heb ik me laten vertellen. Dan komt dat, omdat je in jezelf die vernieuwing niet vindt. Omdat er in jezelf een problematiek is, waardoor je geen oplossing kunt vinden, of wilt vinden, of durft te vinden.

Keer terug tot je eigen emotie. En zoek op je eigen wijze naar een innerlijke harmonie. Dan kom je verder. Want geestelijk gezien moet het bewustzijn zich uitbreiden. Het is niet voldoende om te zeggen: Ik ben braaf geweest, en nu zal aan de hemelpoort wel iemand mij ontvangen. De hosanna wuivende engelen zijn nu niet bepaald echt. Ze zijn legenden, het sprookje dat de mens zichzelf vertelt. De vermomde waarheid die in een geestelijk leven wel bestaat, maar die nooit zo eenvormig en krankzinnig wordt uitgedrukt, als mensen vertellen. Iemand die voortdurend goed is, is alleen goed wanneer hij bewust de mogelijkheid tot kwaad vermijdt. En daarbij bewust ook weet in en vanuit zichzelf, dat het kwade inderdaad voor hem onaanvaardbaar en kwaad is. Er zijn weleens mensen die wat schouderophalend zeggen: nou ja de verloren zoo; meer vreugde in de hemel over één zondaar die zich bekeert. Wat is dat voor onzin, dat is niet rechtvaardig. Het is ook niet rechtvaardig wanneer je aanneemt dat goed, goed is, en kwaad, kwaad is. Maar het is wel rechtvaardig wanneer je beseft dat de zondaar die een goede daad stelt, dit bewust doet. Dat hij weet wat hij moet doen. Terwijl menige zogenaamde goede of misschien zelfs heilige mens, alleen maar in een sleur dingen heeft volbracht die anderen hem als goed hebben voorgehouden. En dat hij uit luiheid, traagheid, angst, onbesef misschien niet tot het kwade is gekomen. Een heel verschil. Ik dacht dat een mens die deze dingen gaat inzien, zijn innerlijk leven op een andere wijze zal proberen te vormen. Zeker, er bestaan spreuken als “ken uzelf”. Bent u mee doodgegooid waarschijnlijk, ook door ons. Je kun jezelf nooit volledig kennen, dat is waar.

Maar je kunt eerlijk beseffen wat je wel kunt en wat je niet kunt. Je kunt eerlijk toegeven wat je voelt in jezelf en niet proberen te vermommen tot iets anders. Je kunt eerlijk aanvaarden, dat je op bepaalde punten te kort schiet. En dan ben je met je zelfkennis al een eind gevorderd. Je kunt proberen om eindelijk eens te komen, tot een begrip van wat je bent in je eigen ogen. Zonder voorbehoud, zonder vermomming, zonder allerhande veredelende elementen. Die misschien van de grootste waanzin, nog een krankzinnige wijze fantasie maken. De waarheid dat ben je, dat wil je, dat doe je, dat kun je. Als je dat weet, dan heb je ook voor jezelf geconstateerd wat je op dit moment, in deze wereld, in dit leven tot stand kunt brengen. En u leeft in uw wereld. U hebt zich niet bezig te houden met wat in onze wereld mogelijk is, of wat in een vorig leven bij u het geval is geweest. Maar met datgene wat nu uw mogelijkheden zijn. Het gaat om uw wereld vandaag, niet uw wereld van overmorgen of van eergisteren.

Als u eenmaal weet wat je moet doen, dan weet je ook wat harmonisch is met je wezen. Dan besef je de dingen waar je bang voor bent. De dingen waar je voortdurend toe aangetrokken voelt, de begeerte. Vraag je dan eens af in hoeverre die beelden werkelijk zijn. Vraag je eens af, niet waarom ben ik bang, daar weet je wel een, verhaal voor, maar wat vrees ik nu eigenlijk werkelijk. Voor de mensen, is het de atoombom. Zijn ze bang voor de atoombom of zijn ze bang voor iets anders? Zijn ze in de vorm bang van de atoombom bv. bang voor de vernietigende inwerking van een ontmenselijkend technocratisch bestel? Dat is heel goed mogelijk. Dat vraag ik jou. Dan weet je op welke punten je zelf harmonie kunt scheppen en dan gebeurt er iets wonderlijks.

Een reïncarnatie bestaat, ik neem aan dat u daar voldoende over gehoord hebt. Wanneer ik leef in een wereld, doe ik een bepaalde hoeveelheid indrukken op, emoties plus gedachten die meegaan wanneer ik sterf. Mijn persoonlijkheid neemt bepaalde, maar niet alle impressies mee van een bestaan. Dat bepaalt ook de wijze waarop ik in de sferen contact kan hebben, het bepaalt de hiaten die ik vind in mijn bewustzijn, en dus ook de noodzaken tot uitbreiding van mijn ervaring en bewustzijn, die in mijzelf bestaan. In een volgende incarnatie spelen die een rol. Zolang je nu probeert van jezelf een beeld te maken dat past in de wereld van vandaag, bij de uiterlijke normen die men vandaag stelt als eeuwige waarheden, dan kun je niet voldoen, althans meestal niet voldoen aan datgene wat in je als behoefte, als noodzaak aanwezig is. Maar als je nu terugkeert naar de kern van jezelf. Met een eenvoudig begrip voor je motiveringen, voor je begeerten, voor je angsten, voor datgene wat voor jou harmonisch is, wat voor jou disharmonisch is, dan geef je daarmee ook weer de kern aan, van dat wezen dat incarneerde met zijn bedoelingen. Want de harmonieën die voor u op dit ogenblik bestaan, vloeien voort uit datgene wat u altijd geweest bent. Ze zijn het product van een ontwikkeling, en gelijktijdig een fase in een verdere ontwikkeling. Zolang die fase zich niet ontplooien kan, is er geen ontwikkeling op dat terrein.

Begint het te dagen in het Oosten? Maar waarom zou het dagen in het Oosten? Het zou op een gegeven ogenblik ook in het Westen kunnen dagen. Misschien dat de aarde anders gaat draaien. Of dat er een tweede zon in de buurt komt. Alles is denkbaar. Het is niet zo dat we definitief alle wijsheid in het Oosten zullen vinden. Het is niet zo dat we alle wijsheid altijd in onszelf zullen vinden. Maar onze harmonische vermogens vinden we wel in onszelf. Mijn werkelijke harmonische vermogens, mijn werkelijke drijfveren, ontdaan van allerhande verklaringen, zijn voor mij het punt van aanknoping bij de wereld. En daardoor mijn mogelijkheid tot ervaren en leven in de wereld. U in uw wereld vandaag vindt voortdurend mogelijkheden om uw besef uit te breiden. Om meer waarlijk uzelf te zijn, om meer te beseffen wat de wereld voor u betekent. Maar dan moet u wel afstand doen van allerhande normen, van allerhande eenzijdigheden. Dan moet u weten dat elke zogenaamde absolute waarde in feite maar zeer relatief is. Dat ze alleen in een bepaalde verhouding, en onder bepaalde omstandigheden, als concreet mag worden beschouwd.

Zo ziende kun je vanuit jezelf harmonie scheppen. Maar harmonie in jezelf scheppen en harmonie vanuit jezelf in de wereld scheppen, is niet alleen waarmaken wat uit incarnatie voortkomt. Het is ook het waarmaken van vermogen, van kracht, van energie. Kijk eens, u hebt een bepaalde hoeveelheid kracht, een bepaalde hoeveelheid levensenergie, zolang u zich beperkt tot de uiterlijkheden van uw bestaan, zijn die normen vastgelegd. Op het ogenblik dat u, met of zonder hulp van anderen, los weet te komen uit die beperkingen en nieuwe ervaringswerelden, nieuwe  harmonische belevingen kunt toevoegen aan datgene wat u bent, dan ontstaat gelijktijdig een vergroting van kracht. Misschien kan ik het zo zeggen: als je een loden kogeltje laat vallen van de hoogte van een centimeter, heeft het niet veel doorslagkracht. Maar laat het eens vallen van een hoogte van twee kilometer, dan is het praktisch een afgeschoten kogel. Dan is dat zelfde onschuldig stukje lood een dodelijk wapen bv. iets waar de zeppelins boven Londen in de eerste wereldoorlog dan ook wel gebruik van hebben gemaakt.

Als je, je dat realiseert, dan kan je ook begrijpen, dat al is mijn kracht misschien kosmisch gezien dan niet vergroot, dat ik door de harmonieën in mijzelf op een hoger niveau van denken, leven en bestaan kom. En dat elke kracht die ik bezit, van daaruit naar het normaal niveau geprojecteerd, grotere doorslagkracht heeft, ze kan meer presteren. De mogelijkheid blijft misschien gelijk, maar de energie die wordt toegevoegd, doordat ik een hoger besef heb, neemt toe. Dan zult u zeggen: ja maar een harmonie die gaat toch meestal een beetje horizontaal, dat is toch niet iets wat regelrecht naar boven toegaat. Dat lijkt zo, maar de harmonie betekent het begrijpen, het ervaren. Vaak ook het ondergaan van de zeg maar hogere delen van leven en beschaving. Het bereiken van een ander niveau van leven en daarmee ook een ander niveau van levenskracht. U hebt zich misschien nooit afgevraagd hoe het komt dat mensen die zo enorm veel werken, neem Schweitzer, Einstein, Edison, Thomas Alva, noemt u ze maar op, zo oud kunnen worden en toch zo enorm vitaal kunnen blijven, tot het laatste ogenblik. Hier heeft u het antwoord, zij vinden op hun manier en op een bepaald terrein misschien maar een voldoende harmonie om daardoor hun eigen levenskracht op een hoger niveau te brengen. Maar dat betekent ook dat zij daardoor ten aanzien van de anderen, manas hebben, kracht hebben die zij aan die anderen kunnen geven. Je kunt een ander beter bereiken, beter overtuigen, beter genezen. En misschien ook beter een inzicht in de werkelijkheid geven, wanneer je door het harmonisch niveau dat schijnbaar horizontaal is in zijn uiting, een verhoging van bewustzijn verkrijgt. En hoe verder dat bewustzijn stijgt, hoe krachtiger dat wordt, hoe groter de kracht die met een enorme snelheid zich kan ontladen.

De mens denkt vaak dat hij hulpeloos is. Relatief hulpeloos is hij altijd. Relatief omdat zijn besef en zijn relatie met de wereld, voor de mate van hulpeloosheid, bepalend zijn. Elke wijziging van zijn eigen innerlijk besef. Elke wijziging van zijn begrijpen en standpunt ten aanzien van de wereld, betekent een verandering van zijn hulpeloosheid of misschien zelfs het geheel verdwijnen daarvan.

Als je die dingen gaat doordenken, dan moet je tot de conclusie komen dat een mens een enorm vermogen kan hebben om van zich uit te werken, te creëren zelfs. Wanneer hij maar eerst loskomt van de beperktheid die hij, ten onrechte ziet, als de juiste en ware verhouding op zijn wereld. En daarmee kom ik bijna aan het einde van mijn betoog.

Leven, levenskracht, gevoelsintensiteit, ze zijn allen waarden waaruit we voortdurend moeten putten. Uw wereld vandaag is niet hulpeloos en ten ondergang gedoemd. De vervuiling van uw lucht en uw zeeën, uw rivieren, uw bodem is niet het einde, een doem voor de mensheid. Uw economische problemen zijn niet onoplosbaar en uw godsdienstige strijdpunten zijn niets anders als vage arabesken die de mens trekt, rond de waarheid die hij niet durft benaderen.

Uw wereld bepaalt u ten dele. Maar in veel grotere mate bepaalt u uw wereld. De wijze waarop u uw wereld zult kunnen bepalen, de wijze waarop u, om het eens kras te zeggen ook uw persoonlijke stempel kunt drukken, op de materiële wereld waarin u leeft en gelijktijdig uw geestelijk besef kunt verrijken, is afhankelijk van u, van niemand anders.

En daarmee ben ik aan het einde van dit inleidend betoog en zou ik willen vragen of u op dit ogenblik behoefte hebt, hierop hetzij aanvullende vragen te stellen, hetzij commentaar te geven.

  • Zou u in verband hiermee broeder, nog eens kunnen belichten: Zekerheid in jezelf zoeken en vinden, zoals u zegt, is het met betrekking op een zelfstandigheid van de persoon, of hoe dat te vinden?

Zekerheid in jezelf gaat natuurlijk eerst uit van zelfkennis.En wanneer je weet dat je negatieve punten hebt, dan moet daar niet de nadruk op leggen. Er zijn een hoop mensen die proberen op machteloosheid bv., op een bepaald ogenblik nadruk te leggen. Ik geloof niet dat, dat belangrijk is. Ga na, wat is op dit ogenblik voor jou positief, en werk daarmee. De innerlijke zekerheid wordt dan steeds groter. Omdat de mens die werkt volgens de werkelijke harmonie die in hemzelf bestaat, zonder verfraaiingen, zonder rationalisatie, vanuit zichzelf een steeds juister begrip krijgt voor de wereld, en dus uit de wereld ook een antwoord krijgt dat bij hem, haar past. En wanneer je dan weet dat er altijd een antwoord voor je is, dan voel je je al veel zekerder. Dat wil niet zeggen dat je zeker bent van een eeuwige waarheid, daar ben je nog niet aan toe, daar ben ik ook niet aan toe. Maar het is wel dat je zeker bent op dit ogenblik, is dit de grootste waarheid die ik kan bevatten. In die waarheid leef ik. Hierdoor vallen de schuldgevoelens weg die eveneens weer onzekerheid baren. Het gevoel voor jezelf, bewust verantwoord, te werken.

Ten laatste, innerlijke zekerheid ontstaat ook door de aanvaarding van de proef. Wanneer ik iets in mijzelf zeker meen te weten, dan moet ik nagaan of het juist is. Wanneer ik denk in mijzelf dat het op het ogenblik negen uur en vijf minuten is, dan moet ik niet bang zijn om een klok te beschouwen. En als die klok me geen gelijk geeft, mag ik er tien andere nagaan. Maar als die allemaal zeggen dat het vroeger of later is, dan moet ik ook zeggen: ik heb ongelijk. Waarom heb ik ongelijk? Wanneer je de moed hebt om steeds weer de proef te nemen, de som van je innerlijk besef, dan zul je ook daardoor je relatie met de wereld bepalen. Dan weet je wat aanvaardbaar is voor jou, en wat niet aanvaardbaar is voor jou op dit ogenblik. En dan heb je dus het gevoel dat je niet loopt in een doolhof. Blindelings misschien gaande door een stad die vol is met openstaande putten en met allerhande gevaarlijke voertuigen. Maar dat je wandelt over een pad in een park, waarbij je misschien zo dadelijk kan afslaan met de zekerheid dat nu niets je kan schaden. Dat gevoel van een onaantastbaarheid waarbij uiterlijkheden zelfs niet meer belangrijk zijn, omdat wat in jezelf waar en juist is, voortdurend tot uiting wordt gebracht. Dat is wel de grootste zekerheid. En uit deze zekerheden vloeit als vanzelf ook voort, het weten omtrent de kracht in jezelf, en de moed om die kracht te gebruiken. De moed verklaringen terzijde te leggen en empirisch te werken met datgene wat in jezelf bestaat. En dat vanuit jezelf in de wereld tot uiting gebracht kan worden.

Ik ga mijn betoog nu eindigen. Ik dank u voor de aandacht die u mij hierbij hebt gegeven. Ik ben mij ervan bewust dat het niet voor iedereen eenvoudig is om al deze denkbeelden ineens helemaal te verwerken, laat staan toe te passen. U hebt de tijd daarvoor. Onthoud u één ding. Wanneer u nog steeds onzeker bent, grijpen moet naar dingen die zekerheid garanderen buiten uzelf of dat nu is een staatsman, een geestelijke leider, een bankrekening of iets anders, dan is het de hoogste tijd dat u zich afvraagt: waarvoor ben ik bang? Wat kan ik?

De mens die zichzelf durft confronteren met zichzelf. En de schijnbare noodzaak van zijn behoeften weet te zien, in verhouding tot de werkelijkheid, heeft de eerste stap gezet naar bewustwording, naar een harmonische beleving van zichzelf. En die vindt ook juister en gemakkelijker zijn plaats in uw wereld van vandaag.