Vandaag – morgen

uit de cursus ‘Het probleem van vernieuwing en ontwikkeling’ juni 1985

Wie zich de moeite getroost om na te gaan wat er op het ogenblik gebeurt, kan een aantal opvallende feiten constateren. Om een paar voorbeelden te geven.

In Londen is een meisje van 14 jaar, als afgestudeerde van een universitaire studie cum laude geslaagd. Zij heeft daarbij de mogelijkheid om voor haar achtiende jaar een doctoraat te halen. Haar hoofdrichting is niet wiskunde maar filosofie.

In Pittsburgh is een jongen van 14 jaar. Hij heeft juist bewezen dat hij het curriculum van de High School volledig beheerst en kan nu verder gaan met universitaire studies. Hij zal zeer waarschijnlijk een scholarship krijgen van een van de universiteiten in Californië Twee gevallen. Ik wil de rest niet noemen Wat blijkt nu daaruit?

Er zijn op het ogenblik heel veel jonge mensen die kennelijk buitengewoon begaafd zijn. Vroeger had men waarschijnlijk gezegd Het zijn genieën, het zijn wondermensen. Ze zijn nog jong. Wat wil zeggen dat ze bezig zijn zich kennis en middelen te verwerven. Het zijn kinderen, maar tevens hebben zij een grote begaafdheid en in een aantal gevallen ook een buitengewoon goed psychologisch inzicht. Als dit alles is, dan zou het toch wel hoopgevend zijn voor de toekomst. Maar er is meer.

Er zijn de laatste tijd in de verschillende landen, waaronder Italië, Rusland, Zuid Duitsland en in de Ver. Staten een aantal kinderen gekomen die paranormaal begaafd zijn. Sommige daarvan blijken vooral telekinetische beheersing te bezitten. De jongsten onder hen veroorzaken alleen poltergeistverschijnselen. De ouderen blijken in staat te zijn telepatisch zeer veel te presteren. Ze hebben vaak ook buitengewone empathische gaven. Ook hun aantal is inderdaad verwonderlijk, want waar zie je dat binnen tien jaren ineens bijna 1.000 kinderen met paranormale begaafdheid worden ontdenkt. Het is in de historie bijna uniek dat zoveel van die dingen samenvallen.

Ach, elke eeuw heeft wel haar wonderkinderen. In elke eeuw zijn er wel een paar paranormaal begaafden die dan afhankelijk van de maatschappij zich ontwikkelen tot kwakzalvers of als heksen worden verbrand.

In deze tijd zitten we echter in een enorme verwarring. Als wij kijken naar de algehele situatie, dan wordt duidelijk dat het oude machtsbestel steeds grotere moeilijkheden krijgt. Het is duidelijk dat in steeds meer staten de politie moet worden gebruikt om het gezag en de bestaande orde te handhaven. Overal zijn er revolutionaire tendensen. Ze zijn er even goed in Rusland (wat trouwens een staatsman een tweede functie heeft gekost kortgeleden) als in de Ver. Staten waar het politieoptreden buiten­gewoon ernstig is de laatste tijd, vooral tegen de zgn. hippies en de losgeslagen mensen. Wij zien het in Engeland waar o.m. de politie be­gint op te treden tegen de vredeskaravanen, tegen demonstraties en zelfs tegen vakbondsmensen. Dat laatste is in Engeland heus niets bijzonders.

Ook in Nederland zien wij dat de machthebbers om hun gelijk door te zetten weer meer gaan grijpen naar een wat gewelddadig optreden van de politiemacht, al is het nog niet zover gekomen dat het leger erbij te pas komt. Dat laatste is in Duitsland reeds enige malen gebeurd. Ook dat punt moeten we in de gaten houden.

Jonge begaafden in ontwikkeling. Chaotische toestanden waarbij ge­weld langzaam maar zeker de macht moet handhaven die door de rede niet meer te handhaven is. Dit wijst erop dat er niet alleen een revolutie gaande is op sociaal terrein (die is er trouwens altijd wel op de een of andere manier), maar het wijst erop dat wij te maken hebben met een verandering in het menselijke ras.

Grote resultaten behoeft men in de eerste jaren daarvan niet te verwachten, dat is duidelijk. Maar de bewustwording van de mensheid als zodanig zou ongetwijfeld bevorderd kunnen worden door jonge mensen met een veel groter invloedsvermogen, met een groter vermogen tot feiten­absorptie waardoor we die wonderkinderen studenten krijgen en daarnaast mensen die practisch en feitelijk reageren.

Zij nemen dus eigenlijk veel meer afstand van allerlei constructies die de maatschappij zo langzamerhand heeft bedacht. Zij confronteren ook hun medemensen met een andere manier van denken, met andere mogelijk­heden tot benadering en doen. Vandaag begint morgen. Eerlijk waar.

Dan wil ik verder kijken naar hetgeen er in de techniek en de we­tenschap de laatste tijd is gebeurd. Als ik u vertel over de chip, de microchip enz; dan zult u waarschijnlijk het wijze hoofd schudden en zeggen: Daar hebben we al meer van gehoord. Wat u waarschijnlijk is ontgaan, is dat men op het ogenblik op een oppervlak niet groter dan dat van een dubbeltje zoveel informatie kan opslaan dat men daarvoor eerder een computer nodig had die een paar zalen vulde. Wat u eveneens zal zijn ontgaan, is dat bij een automatiseringsproces zoals dat tegenwoordig loopt niet meer alleen sprake is van het program­meren van machines die dan functies vervullen, maar ook van machines met leervermogen, die zich automatisch gaan instellen op bv. afwijkend materiaal, die in staat zijn eventuele ontworpen handelingen te verbete­ren door ze rationeler, juister en betrouwbaarder uit te voeren.

Wij hebben dus te maken met een generatie van machines met leerver­mogen en dan met een zelfstandig leervermogen. Dat wil helemaal niet zeggen dat het machines zijn die als mensen kunnen denken en reageren, daarvoor hebben ze de mogelijkheid niet. Maar die binnen het redelijke en logische kader dat ze is ingelegd, kunnen denken en kunnen reageren. Dit betekent dat een groot gedeelte van de functies die op het ogen­blik door mensen moeten worden vervuld meer en meer door machines zul­len worden overgenomen. Dit houdt ook in dat de leefwijze van de mensen moet gaan veranderen

Ik kan mij wel voorstellen hoe degenen die nu de macht en het inzicht hebben in deze ontwikkelingen daarover denken. Zij zeggen: Wij zullen tenslotte bepaalde wijken en steden moeten reserveren voor de mensen die geen werk hebben. Degenen die wel werk hebben krijgen betere woningen in de buurt van hun bedrijven. Misschien dat er al een enkeling is die denkt: Nou ja, als die werklozen lastig worden, dan maken wij er een soort getto van waar ze niet zo gemakkelijk uitkomen. Maar dat de mensen dat zullen accepteren, gelooft u toch zelf niet.

Wij hebben dus ook te maken met een economische en sociale omwenteling. Een mens die niets te doen heeft, een mens die niet kan werken zoals dat heet (dan bedoel ik met werken niet tegen betaling werkzaam zijn, maar zijn belangrijkheid in de gemeenschap op enigerlei wijze kan demonstreren) is geen mens meer. De mensen zullen dus moeten zoeken naar een andere mogelijkheid om hun gaven, hun ontwikkeling enz. te ge­bruiken.

In het begin lijkt het gemakkelijk, wij maken er vrijwilligerswerk van en we stellen heel veel mensen aan als stratenmakers dan worden de stra­ten weer eens goed bestraat. We nemen een hoop vuilnismannen aan, dan wordt de stad weer schoon en misschien zelfs een hondepoepvanger erbij. Allemaal heel aardig, maar het werkt niet. Het kan niet werken, omdat een dergelijke taakinstelling, een dergelijke taakverdeling ervan uitgaat dat het niet mogelijk is om het met een machine beter te doen.

Als machines het wel beter kunnen doen, dan moet de mens terug­vallen op datgene wat hij wel kan doen en wat een machine niet kan doen. De mens kan inspiratief denken en toch aan de hand daarvan logisch re­ageren. Daarmee bezit hij iets wat geen enkele machine heeft. De nadruk zal dus steeds meer vallen op het gebruik van het menselijke brein en niet meer als basis van een logische ontwikkeling, maar eerder als een inspiratieve aanvulling waardoor programmeringsmogelijkheden ontstaan die ook zelflerende machines voor zich niet kunnen vinden. Dat houdt in dat ideeën voor de mensen belangrijk worden. Ik denk niet dat die toekomst zo heel ver weg is om eerlijk te zijn.

Trek dan uw verdere conclusies. Als mensen gaan beseffen dat het ontwikkelen van hun mentale vermogens het meest belangrijke is en dat hun positie, hun belangrijkheid in de gemeenschap niet meer door kracht kan worden bereikt of door taakvervullingen zonder meer, maar werkelijk afhankelijk is van hetgeen zij mentaal en emotioneel kunnen presteren en produceren, dan zal het hele scholingssyteem anders worden. Dat wil zeggen, dat alle gaven, die nu althans voor een groot gedeelte worden onderdrukt door een gerationaliseerd onderwijs dan zullen worden aan­gemoedigd. Dat maakt het mogelijk om binnen 3 à 4 geslachten een meer­derheid van mensen te krijgen die werkelijk van hun geestelijke en mentale begaafdheden volledig gebruik gaan maken.

Daarnaast blijkt dat we de laatste tijd eigenlijk zitten in een verval van allerlei gebruiken. Er zijn zelfs mensen die het decadentie noemen. Ik wil niet alleen wijzen op de veranderende manier waarop men bv. seksualiteit is gaan beschouwen. Ik wil ook wijzen op de wegvallen­de absolute gezagsverhoudingen binnen bepaalde kerken en geloofssoorten.

De mens gaat vanuit zichzelf reageren. Dat wil zeggen dat ar be­paalde sjiieten zijn die dingen doen die zelfs in de Sjia niet aanvaard­baar zijn; Dat wil zeggen dat er katholieken zijn die halleluja en “viva il Papa” roepen tegen de Paus en dan naar huis gaan en doen waar ze zin in hebben. Het wil zeggen dat heel veel systeemdenkers worden geconfronteerd met de onmogelijkheid om hun systeem in de praktijk te handhaven. Kijk naar Rus­land, kijk naar Rood China. Daar heeft u aardige voorbeelden.

Wij zien ook dat de neiging tot centralisatie, die zeker na de laat­ste wereldoorlog zeer sterk is geweest, begint af te nemen. 0, niet bij degenen die het voor het zeggen hebben, natuurlijk niet. Maar bij de groe­pen die zich niet daaraan wensen te onderwerpen.

Het is wel wonderlijk dat we juist in deze tijd hele provincies ho­ren spreken over een eigen bestuur. Men wil natuurlijk wel blijven samen­werken met de gemeenschap waartoe men behoort. En dat is niet alleen hier of in bepaalde provincies in Turkije, in India. Dat is net zo goed in Rus­land waar op het ogenblik een sterke Georgische beweging is die een grotere zelfstandigheid binnen het Sovjetblok probeert op te eisen. Azerbeidzjan dito. Zo zijn er nog een paar.

De mens wil terug naar de kleine gemeenschap kennelijk. Waarom? Omdat in een kleine gemeenschap je persoonlijkheid een inbreng betekent in het geheel. Hoe meer je de zaak echter centraal regelt, des te moei­lijker het wordt om je als persoon te laten gelden enerzijds en ander­zijds om als persoon inzicht te hebben in de ontwikkeling. Dat is nu ge­woon de achtergrond ervan. Dan moeten we ook hieraan weer een conclusie verbinden

De neiging om van het centralisme terug te gaan naar kleinere en in feite steeds meer zelfstandig wordende gemeenschappen impliceert, dat de menselijke samenleving haar ontmenselijking langzaam maar zeker gaat verliezen. Ze gaat niet meer uit van normgedrag, van een soort burger met dit nummer, maar ze begint weer uit te gaan van een bepaal­de gemeenschappelijke beleving en van al datgene wat logisch daaruit voortvloeit.

Ook dit zal kunnen bijdragen tot een verbetering van de situatie op de wereld en tevens tot een intensere beleving van de mensen, zeker als u het voorgaande ten aanzien van mentale en emotionele ontwikkelin­gen daarbij betrekt.

Dan krijgen wij de specialistische gemeenschappen. Hun achtergrond kan een geloof zijn, een sociaal systeem. Het kan zelfs alleen een gevoel zijn dat men het onder elkaar toch veel gemakkelijker en beter kan doen dan met vreemdelingen erbij. Onder die groepen zullen we ongetwijfeld fanatici aantreffen, daarnaast filosofen, wijsgeren, mystici en al wat u maar wilt. Maar ieder zal gespecialiseerd zijn. Dat wil zeggen dat elke groep voor bepaalde noodzaken en functies ideaal is. Wij krijgen dan te maken met een maatschappij waarin de func­tieverdeling niet meer door scholing en discipline zonder meer wordt bepaald, maar waarbij iets als roeping een hoofdrol gaat spelen.

Ik noem deze dingen niet omdat ze zo ver van u af liggen. Al wat ik tot nu toe heb gezegd, kunt u vandaag reeds constateren. Allemaal wel in beginsels, het is nog niet ver uitgegroeid, maar wij zien dat het steeds verder uitgroeit. Ik geloof dat daarnaast dan nog een factor geldt die in deze dagen heel scherp naar voren treedt:

Er is een vermindering van tolerantie. Dat klinkt erg negatief maar is het dat wel. Men wil weer terugkeren naar gemeenschappen die hun eigen kwaliteiten zonder meer kunnen bewaren. De wijze waarop men dit doet, kan ik in vele gevallen niet goedkeuren, dat wil ik eraan toevoegen. Maar het is ook een beginnend streven.

Turken bv. in Nederland hebben een eigen mentaliteit, een eigen overlevering, eigen achtergronden en niet alleen een eigen geloof en eigen taal. Als ze kunnen integreren in Nederland, dan zullen zij daar­mee Nederland inderdaad niet alleen beïnvloeden, maar ook nieuwe moge­lijkheden geven. Dat is trouwens in uw eigen stad meermalen gebeurd.

Niet voor niets heeft men het over Den Haag waar het overal ruikt naar saté. Als u alleen maar kijkt naar uw eetgewoonten, hoe sterk die door Indonesië zijn beïnvloed. Hoe sterk die zijn beïnvloed ook door Bel­gië, dan kunt u begrijpen dat alleen al culinair gezien de mogelijkheden van Nederland groter zijn geworden. Dat daarnaast helaas het epicurisme het heeft laten afweten, dat wijt ik dan maar aan de aard van de nuchte­re Nederlander, want fijnproevers zijn de Nederlanders nog steeds niet.

Als wij kijken naar de manier waarop nu de mensen reageren, dan is het opvallend dat althans een deel van die reacties zijn overgenomen van o.a. de Surinaamse bevolking. Gelijktijdig zijn de Surinamers een deel van Nederland, dat vele Nederlanders ontzettend graag per kerende post retour zouden sturen naar de afzender. Maar toch hebben zij veranderingen teweeggebracht. Hun eigen wijze van denken en leven of u het daarmee nu eens bent of niet beïnvloedt in toenemende mate vooral de jongeren. Want de werkelijke integratie vindt eigenlijk op het schoolplein plaats. Een vermenging op zich is dus niet kwaad.

Een gemeenschap moet ook een gestalte krijgen die voor ieder lid daarvan beleefbaar en aanvaardbaar is. Daardoor krijg je dan een aantal nieuwe persoonlijkheden die tevens als groep zich kunnen manifesteren door hun speciale begaafdheden, hun eigen kwaliteiten en misschien zelfs door hun sociale gedragingen, hun geloofssystemen en wat dies meer zij.

Inderdaad, er is op het ogenblik heel weinig dulding. Er is tegen­woordig ontzettend veel polarisatie. Maar laten wij niet vergeten dat die dulding en die polarisatie dingen zijn die niet op natuurlijke wijze in de mensen tot stand zijn gekomen.

Polarisatie is het resultaat geweest van politieke manipulatie eventueel onderstreept door socio-economische factoren. Dulding is even­eens een voortdurend prediken van een bepaalde manier om naar het leven te kijken, waardoor een groot aantal mensen wel anders denkt, maar gewoon beschaamd is om het te zeggen, laat staan om het te doen. Het is duide­lijk, al deze kunstmatige factoren zullen moeten verdwijnen.

Een mens kan pas werkelijk in een nieuwe bewustwording en in een nieuwe ontwikkeling leven, als hij zich heeft losgemaakt van al datgene wat hem kunstmatig is opgelegd. En dat is nogal wat. Het houdt in dat zijn moraal enerzijds veel sterker gebaseerd moet zijn op eigen wezen en persoonlijkheid. Anderzijds minder moet zijn aangepast aan de theorieën van anderen. Het houdt in dat zijn gedragscode moet worden bepaald door de eisen van een samenleving en niet door datgene wat anderen daarin ge­wenst achten. Zo kan ik door gaan. Deze samenlevingsontwikkeling kun­nen wij, zij het in beginsel, in deze dagen constateren.

Nu kan ik u nog vertellen dat er tegenwoordig zo ontzettend veel mensen uittreden. Niet dat u daar wat aan heeft. Bovendien, het merendeel van hen wenst eigenlijk alleen maar geestelijk aan de rol te gaan.

Het aantal uittredingen neemt toe. Confrontatie met andere werel­den, met andere situaties neemt toe. De manier waarop men dit naar de wereld toe probeert te vertalen is meestal irrationeel, zelden gefun­deerd en soms zelfs uitermate dwaas. Maar het feit blijft bestaan. Dromen die herinnerd worden en betekenis hebben, nemen toe. Belang­stelling voor dromen eveneens.

Erkenning van toevalsfactoren die tevens een voorspellende waar­de hebben, neemt hand over hand toe. Zeker, de kaarten van Madame Le­normand hebben grotendeels plaatsgemaakt voor wat men noemt de origi­nele Tarot of het werpen van munten of van de stengels van het duizend­guldenblad. Maar of wij nu de I Tjing gebruiken of andere manieren om het toeval te manifesteren en daardoor voor onszelf conclusies te kun­nen trekken, dat maakt weinig uit. Het gaat erom dat we het leren doen.

Wij moeten begrijpen dat het niet gaat om hetgeen wij zinvol vinden, maar dat het doodgewoon gaat om de vraag of die toevalligheden niet gelijktijdig een soort wetmatigheid geven, of ze a.h.w. niet vooruitlopen op onvermijdelijkheden Als dat het geval is, dan kunnen wij datgene wat onver­mijdelijk is voor onszelf misschien als gebeuren toch nog vermijden of van betekenis doen veranderen.

Het houdt in dat de mensen bewust of onbewust steeds meer rekening gaan houden met natuurritmen, met beïnvloedingen die van buitenaf plaats­vinden. Ik denk aan kosmische invloeden, astrologische beïnvloedingen tot zelfs de uitbarstingen op de zon toe. Rekening houden daarmee betekent weer dat je leven voller wordt.

U begrijpt het misschien zelf nog niet helemaal dat het merendeel van uw problemen, maar ook van uw moeilijkheden (innerlijk zowel als uiterlijk) wordt bepaald door uw onvermogen om bestaande ontwikkelingen aan te voelen en te ontleden. Hoe meer u gebruik maakt van middelen waardoor u hiermee wordt geconfronteerd, hoe meer u in u die gave van voorvoelendheid ontwikkelt. Alweer, het bestaat vandaag de dag en het zal ongetwijfeld in de toekomst sterker worden en niet minder sterk zoals ve­len hopen. Wat zien we vandaag nog meer? Heel veel mensen willen terug naar het verleden. Dat gaat van de mensen die hun toevlucht zoeken in een fanatieke orthodoxie tot de jongelieden toe die eindelijk hebben beslo­ten dat geverfde kuiven ook niet alles zijn en daarom grootvaders brosse weer hebben aangeschaft. Iets wat bij kappers natuurlijk niet welkom zal zijn, want verven levert meer op.

Al deze veranderingen in het gedrag laten zien dat de mens zich niet thuis voelt in de wereld zoals ze vandaag is. Zoals men eens de dui­vel had of een andere boeman, zo heeft men tegenwoordig dan o.m. de atoombom of de Russen zijn al onder ons en dergelijke leuzen. Die leuzen zijn allemaal even reëel. De duivel, zoals beschreven is, heeft nooit bestaan.

Het was gewoon Pan, die door een stel oude bokken tot duivel werd gemaakt omdat hij te veel achter de geiten aan zat.

Laten wij ons dus heel goed realiseren dat de veranderingen, die schijn­baar teruggaan naar het verleden, in feite voortkomen uit een verwerping van de verwarring van het heden. Maar teruggaan naar het verleden betekent dat men de problemen verwisselt, niet dat men ze oplost. Daarom zal men, juist wanneer de nieuwe stimuli komen (ik heb ze in het begin genoemd: de kinderen die geniaal zijn op zo’n jeugdige leeftijd, kinderen die para­normale prestaties leveren waar volwassen mediums van de hoogste orde lik­kebaardend naar zouden kunnen kijken), zult u ook begrijpen dat bewustwor­ding en ontwikkeling zaken zijn die alleen werkelijk kunnen plaatsvinden door verandering.

Niet alle verandering zal onmiddellijk als verandering kunnen worden ontdekt. Er zullen perioden zijn van verstarring en stilstand. De rups die zich verpopt, hangt ook een hele tijd in de cocon als een dood ding. Je vraagt je af: Wat is de zin daarvan? Maar wanneer het eindelijk zover is dan komt er ook een vlinder uit. Dat is wat de mensheid te wachten staat, een periode waarin al die veranderingen a.h.w. ondergronds plaats­vinden en onbegrepen worden geconstateerd.

Men probeert ze dan in te passen in de bestaande systemen. Maar ge­lijktijdig is ze de invloed die zich over alle mensen verbreidt, die alle mensen confronteert met nieuwe delen van het eigen zijn, zowel innerlijk en geestelijk, mystiek misschien ook als zuiver rationeel en menselijk. Daar ligt inderdaad de vernieuwing.

Nu vraagt u zich waarschijnlijk weer af, want dat is de gebruikelijke vraag: Wat kunnen wij daarvoor doen? Ik zal trachten het u duidelijk te maken. Als u wilt meedoen aan die golf van ontwikkeling die op het ogen­blik gaande is :

Punt 1; houdt dan een beetje rekening met hetgeen u aanvoelt en een beetje minder met wat u zou willen of met wat anderen juist achten.

Punt 2; Veroordeel anderen niet. U kunt hen niet begrijpen. Probeer alleen anderen te helpen, mits zij daarom zelf vragen.

Punt 3; Denk niet dat kinderen dom zijn, omdat ze nog zoveel moeten leren. De kinderen van vandaag moeten heel veel dingen afleren die voor u nor­maal zijn. Begrijp daarom dat ze een beetje anders zijn. Maar onthoud ook, dat kinderen een mate van zekerheid (geborgenheid noemt men dat) en discipline nodig hebben, omdat hun wereld zonder deze er een is van tome­loze fantasie.

Punt 4; Indien u te maken krijgt met medemensen die afwijkend zijn t.a.v. uzelf, probeer datgene in hen te vinden wat u toch gemeenschappelijk bezit. U heeft dan een basis om uzelf te verrijken door hetgeen die an­deren u kunnen leren.

Punt 5; Probeer nooit uw eigen gezag, eigen weten en onfeilbaarheid te stellen boven de wil, het denken van anderen. Als u dit laatste doet, dan bedoelt u het misschien uitstekend, maar u doet het wel averechts verkeerd. U roept dan dingen op waarvan u de gevolgen meestal niet kunt overzien.

Voor het overige; leef zo gelukkig als u maar kunt. Maak u niet al te druk over alles wat er in de grote wereld gebeurt, daar kunt u toch niets aan veranderen. Maar u kunt misschien wel gelukkiger, een beetje tevredener leven hier waar u bent. Als u dat doet, dan draagt u bij tot die vernieuwing. Dan heeft u beperkt of wat ruimer, dat ligt aan de om­standigheden, deel aan de bewustwording. Want vandaag is morgen eigen­lijk al aanwezig; zoals het blad opgevouwen zit in de knop. Morgen is eigenlijk vandaag maar alleen in ontplooide situatie.

De tijd waarin u leeft, is veel belangrijker dan u beseft en heus niet omdat het jaar 2000 naderbij komt. Doodgewoon omdat zich op dit mo­ment en reeds sinds enige tijd (als je de kinderen nagaat kun je zeggen vanaf 63 – 64) grote psychische veranderingen aan het voltrekken zijn en deze zullen tot uiting komen in toenemende mate. Ze zullen uw wereld niet plotseling veranderen, maar ze zullen wel nieuwe accenten leggen op datgene wat bestaat en daardoor op den duur de vernieuwing en de ver­andering mogelijk maken.

Wij hebben een cursus gehad waarin we allerlei dingen aan de orde moesten laten komen. Dat is gewoon niet te vermijden. Wij hebben ons in deze cursus moeten bezighouden met zaken als economie en politiek, zo goed als met innerlijke bewustwording en geestelijke ontwikkeling. Alles behoort tot het onderwerp van deze cursus. Al deze dingen te sa­men en niet een daarvan afzonderlijk is verantwoordelijk voor de veran­deringen die plaatsvinden. Het besef daarvan is de bewustwording. Het resultaat daarvan is de vernieuwing.

Denk niet dat wij u hebben willen overbluffen met feiten of gege­vens. Het heeft weinig zin om dat te doen. Wij hebben u willen wijzen op tekenen die u in uw wereld voortdurend kunt constateren. Ik ben zo vrij geweest om vandaag enkele van die zaken nog eens bijzonder te onderstrepen.

Uw bewustwording is mede afhankelijk van de wijze waarop u zich deel van het geheel kunt voelen. En dat betekent, beste vrienden, dat juist door die kennis, door die achtergronden, het voor u ook innerlijk mogelijk zou moeten zijn tot een grote rust, een grote vrede te komen.

Ik heb u een paar eenvoudige regels gegeven die, als u ze in prak­tijk brengt, uw gevoel voor de werkelijkheid die achter de feiten schuilgaat en vooral achter de berichtgeving over de feiten, u beter kunt be­leven en aanvoelen, waardoor u innerlijk ook steeds meer gaat begrijpen dat de onredelijke elementen van uw persoonlijkheid wel degelijk saillante commentaren geven op het gebeuren van vandaag en de mogelijkheden van morgen.

Deze cursus heeft u niet willen ontplooien tot paranormale begaafden. In deze wereld betekent het voorlopig nog, zeker als je ouder bent, dat je meer abnormaal dan paranormaal bent in de ogen van anderen. Maar wij hebben u wel de basis willen geven waaruit u voor uzelf kunt concluderen dat de vernieuwing gaande is. Wij hebben u de richtlijnen willen geven waardoor u vrede kunt vinden met uw wereld, ook al is ze niet direct zo aanvaard­baar vanuit uw eigen standpunt.