Varia en spiritisme

Inhoudstafel

uit de cursus ‘Occulte praktijk’ (hoofdstuk 9) – juni 1966

Varia

Wij hebben in de afgelopen tijd een betrekkelijk groot aantal facetten van het occultisme gezien. Daarin zal u zijn gebleken, dat deze verschillende lessen tezamen de mogelijkheid scheppen om voor uzelf experimenten te doen op diverse terreinen. Aangezien het occultisme echter als gebruikswaarde in deze tijd zo buitengewoon belangrijk kan worden, meen ik er goed aan te doen op deze avond een aantal meer praktische gegevens te verstrekken, die u bij de toepassing van praktisch elke vorm van occultisme zonder meer dienstig zult vinden. Dan beginnen wij met een paar heel eenvoudige regels, die vallen onder wat men misschien zou noemen: astrologie of magie

Astrologie

  1. Al het werk, waarin we kracht, vooral lichtende kracht, willen gebruiken of waaruit wij lichtende kracht willen ontvangen, zullen wij zoveel mogelijk volbrengen bij klimmende zon. Dat wil dus zeggen: vóór de zon het hoogste punt op haar baan heeft bereikt en voor zover mogelijk in de tijd, dat de zon naar u toekomt en zich niet van uw deel van de aarde schijnt te verwijderen.
    De reden hiervoor is heel duidelijk. De energieën (ook de astrale energieën die op aarde aanwezig zijn), staan ergens met deze zonnekracht in verband. Nu blijkt dat vormgeving e.d. in het duister veel gemakkelijker is, maar het ontvangen van werkelijke kracht (vooral zenuwkracht voor genezing of kracht om voorwerpen in te stralen of het in jezelf verzamelen van voldoende kracht om veilig te kunnen uittreden) kan het best geschieden, als de zon aan het klimmen is en haar energie dus toeneemt. Want bij een dergelijke poging zal uw eigen energie of uw concentratie op de duur verminderen; die vermindering wordt dan gecompenseerd door het klimmen van de zon.
    Men gebruikt daarbij nog een regeltje, dat hiermee in verband staat. Wanneer de zon de horizon net overschrijdt, geeft zij op aarde haar grootste kracht.
    Dat is niet helemaal waar, maar wel in zoverre dat de bijzondere gesteldheid, de frisheid van de aarde, die in de ochtenduren pleegt te domineren, op de mens een zekere invloed heeft. Daarbij geldt verder:
    Alle handelingen die het vergaren, gebruiken en uitstralen van kracht ten doel hebben, mits deze zuiver lichtend zijn, zal men zoveel mogelijk doen in de vrije natuur, althans op een plaats waar licht en lucht volkomen vrije toegang hebben. U zult ontdekken dat dit ook voor uw concentratieoefeningen heel goed is. In dit verband een kleine tip als punt
  1. Vooral in de tijd dat u meestal een beetje ongedurig bent, dat u zich wat minder prettig voelt, dat u behoefte heeft aan kracht of dat uw dagtaak u zwaar toeschijnt, zou u zich in de ochtenduren (nadat u zich normaal heeft gewassen enz.) eigenlijk gedurende een kwartier moeten neerzetten of weer neerleggen, daar­bij de adem regulerend, op een plaats waar frisse lucht voldoende toegang heeft. Dit brengt voor u een zekere ontspanning van de geest teweeg, het neemt eventuele gevolgen van slapeloze nachten, dromen of moeilijkheden weg en het haalt ook de vermoeidheid weg, die soms het resultaat is van uittreding en laat u de dag werkelijk fris beginnen.
  2. Deze regel heeft te maken met de maan. Ze is zeer eenvoudig en kan niet worden gedefinieerd.
    De maanfasen zullen voor verschillende personen ook een andere uitwerking hebben. Het is bijna zeker, dat als u rond nieuwe maan een bepaalde tendens (bv. geluk of ongeluk) hebt, deze zich rond elke nieuwe maan zal herhalen. Het zelfde geldt dus voor laatste kwartier, eerste kwartier en volle maan. U kunt dit controleren.
    Indien u plannen hebt, die daadkracht, doorzettingsvermogen en hardheid vergen of misschien een zekere macht inhouden, dan dient u deze uit te voeren  in de periode dat de maan in de ochtenduren nog net zichtbaar is (dus in de gestalte die voor u de juiste is). U zult dan de voorgaande oefeningen het best volbrengen en daaruit enorm grote resultaten kunnen verkrijgen.
    Dan moeten wij bij de maan ook nog rekening houden met het feit dat zij ‑ vooral als ze vol is en ook wel als ze nieuw is ‑ op de natuur een zekere invloed, een inwerking heeft. Het volksgeloof spreekt daarvan. Men verwacht omstreeks die tijd weeromslag. Men zegt, dat de vis bij volle maan gevangen sneller bederft. Of het bijgeloof is of niet, wij kunnen er wel zeker van zijn dat de maan op de menselijke psyche, juist in deze genoemde fase, een bijzonder sterke invloed heeft.
    Als wij een fantasiewereld zouden willen betreden, een tweede werkelijkheid willen opbouwen of gewoon de scherpe kantjes van de wereld even willen vergeten om een totaal beeld te krijgen dat een beetje harmonischer is, dan zullen wij dat altijd het best doen bij volle maan. De volle maan schept een vergroting van het voorstellingsvermogen, een versterking van bepaalde psychische en zelfs fysieke procedés; en hierdoor kan men vooral met magie, waarvoor een nieuwe werkelijkheidsvoorstelling noodzakelijk is, het best werken.
  3. Als wij de nieuwe maan zoeken, dan moeten wij weten dat dit eigenlijk een vernieuwing is, een nieuw begin. Als men op het punt staat een totaal nieuwe richting in te slaan, dan zal voor de meeste mensen (behalve voor hen aan wie nieuwe maan uitdrukkelijk altijd kleine ongevallen en grote onzekerheden brengt; zij mogen dit dus niet doen, voor de anderen is het wel geldig) de nieuwe maan de beste tijd zijn om hun plannen te overdenken. U kunt proberen u die plannen voor te stellen. U zult ontdekken dat dit erg moeilijk is, maar daardoor gaat het ook reëler. De plannen die u dan maakt, kunnen over het algemeen concreet worden geformuleerd en zullen dus ook kunnen bijdragen tot een meer overlegd en geregeld handelen in het dagelijks leven.

Dan zijn er nog twee kleine punten, die nog met astrologie samenhangen:

  1. Alle astrologische invloeden zijn te allen tijd onderworpen aan kosmische invloeden. U zult dus, ook als u een juiste geboortehoroscoop hebt en misschien een behoorlijk berekende progressieve horoscoop in uw bezit hebt, nooit precies kunnen weten wat er gebeurt, tenzij u aanvoelt tot welke tendens of straal u behoort. Dit laatste lijkt de mensen altijd erg moeilijk. Ze zeggen: Tot welke straal behoor ik dan? Dat is toch eigenlijk heel eenvoudig. U kunt het reeds een beetje herkennen aan uw voorkeur.
    Mensen, die een preferentie hebben voor rood, kunnen in 9 van de 10 gevallen wel zeggen dat ze tot een van de rode stralen be­horen. Mensen die een voorkeur hebben voor blauw, behoren meestal tot een van de blauwe stralen. Mensen, die snel en veel kleuren wisselen, behoren zeer waarschijnlijk tot een van de gele stralen. Degenen, die eigenlijk wel een vaste kleur hebben, maar die steeds geheel aan de gelegenheid aanpassen, zelfs ook hun voorkeur voor muziek, hun eten, smaak enz., zullen in 9 van de 10 gevallen veel invloed van het witte licht ondergaan. Onthoudt u bij deze regel dit:
    Een blauwe tendens legt nadruk op mystieke belevingen, voor zover dat het innerlijk betreft; echter op logische, wetenschappelijke beredenering en erkenning, voor zover het de uiterlijkheden betreft.
    Rood legt nadruk op de emotionele zijde. De belevingen zijn emotioneel, maar zelden volledig mystiek wat betreft de geest. In het dagelijks leven is de enige mogelijkheid actie. Deze mensen zullen dus altijd aan hun horoscoop moeten vragen: Welke tijden zijn voor mij gunstig om te handelen? Overleg telt voor hen minder mee.
    Behoort u tot een der gele stralen (zoals u weet zijn het er twee: drie hogere, drie lagere en de witte als overvleugelende), dan kunt u zeggen: Alle dingen, die uitgesproken zijn, zullen voor mij dubbel zwaar tellen. Is er dus een vierkant of een oppositie, dan krijgt u er een sterkere duw van dan een ander. Maar is er een gunstig aspect, dan is ook dit meer spectaculair.
    Dan kan ik u nog een paar planeten noemen, die erbij horen. Voor degene die behoort tot de rode straal: Mars‑ en Venus invloed zeer sterk.
    Voor de blauwe straal: Uranus, Neptunus en Mercurius zeer sterk.
    Voor het gele licht: sterke invloed van Venus, Saturnus en ook wel weer iets van Uranus.
    Voor het witte licht zijn alle zonneaspecten dominant.
  2. Wij weten allen dat de sterren alleen maar een soort richtingaanwijzer zijn en dat ze dus geen vastliggende weg aanduiden. Wij moeten onthouden, dat indien wij een bepaalde weg eenmaal zijn in­geslagen, alle aspecten in de eerste plaats op die weg wijzen. Zij geven dus niet andere mogelijkheden of veranderingen aan. Neen, ze ge­ven alles aan in overeenstemming met eigen streven en eigen toestand. Dat kan u bij de interpretatie al heel veel helpen.
    En onthoudt u er verder bij: veranderingen kunnen wij het best forceren op het ogenblik, dat in een horoscoop een zekere vrijheid door een zeer gunstig as­pect tot uiting komt. Wij zullen zelf verder een zeer positieve actie moeten voeren om de verandering mogelijk te maken. Daarmede is dan tot het volgende aspect de gang van zaken volledig aangeduid.Nu wij zo het een en ander hebben gezegd, dat samenhangt met de astrologie, wordt het in dit variaprogramma tijd om ook nog te wijzen op:

Magie

Als wij magisch willen werken, dienen wij wel te onthouden dat de magie nimmer mag worden gebruikt om iets te doen wat we normaal ook zouden kunnen doen. De magie vergt immers een veel grotere inspanning. Het is niet eens rendabel. Maar als wij ontdekken dat wij met ons beste streven iets tekort schieten, dan kunnen wij een beroep doen op al die magische principes; dan kunnen wij gebruikmaken van bepaalde wetten van harmonie, van overdrachtelijkheid, van besmetting, van gelijkheid, zoals we die hebben geciteerd. Het zal u duidelijk zijn dat men dus eerst moet proberen met normale middelen te werken. Het is voor iemand heel erg moeilijk om normalerwijze de grens te weten: waar mag ik magisch werken en waar moet ik zelf werken. Dan zijn hier twee regels die u daarbij kunnen helpen.

Magisch werken mag u op het ogenblik dat uw streven kennelijk tekort gaat schieten of dat de vrees voor een tekortschieten bestaat. De magische werking moet dan gebaseerd zijn op de eigen acties, die reeds een maximum aan eigen inspanning inhouden en deze versterken. Op die manier kunt u dan heel veel bereiken, zelfs als u leek bent, terwijl een ieder die werkelijk magische arbeid wil verrichten, daarvoor een groot specialist moet zijn en zelfs dan nog bepaalde dingen zeker met heel wat meer moeite bereikt dan hij door gewoon zelf te handelen ooit zou moeten geven.

In de magie is het niet belangrijk wie of wat u oproept of aanroept, zolang degene of hetgeen u roept in overeenstemming is met uw beeld van wat u wil bereiken. Wie zich met een doel tot het hogere richt, zelfs zonder daarvoor een naam te kiezen of te gebruiken, zal uit dat hogere als een reflex het contact met de harmonische krachten ontvangen. Toch zal het voor u vaak goed zijn namen te gebruiken; maar gebruikt u dan a.u.b. namen waarvan u de betekenis kent. Dan moeten we naar:

Helderziendheid

  1. Helderziendheid heeft zoals u weet voor- en nadelen. De voordelen wegen op tegen de nadelen, zodra we in staat zijn de helderziendheid te beheersen. Het beheersen van een helderziende waarneming is betrekkelijk eenvoudig. Men neemt eenvoudig waar zon­der te reageren. Men concentreert zich op het normale. U zult zien dat na enige oefening elke helderziende waarneming wegblijft, tenzij u zich speciaal daarop instelt.
  2. Wij willen allen zo graag helderziend zijn. Helderziendheid is nooit alleen maar een gave. Het is een kwestie van gevoeligheid en van waarneming. Wie echter met helderziende waarnemingen wil beginnen zal nooit een concreet beeld mogen verwachten. Dit komt misschien later. Men zal moeten afgaan op eerste indrukken. Vooral als deze niets te maken hebben met de omgeving, zou het heel goed zijn die even neer te schrijven of uit te spreken. Hierdoor krijgt u langzamerhand de mogelijkheid om elke geringe indruk onmiddellijk te ontvangen. Die indrukken zullen dan sterker doorwerken en we zullen het werkelijk helderziend schouwen zien optreden, Overigens is dit laatste zeker niet begeerlijk, want er zijn in de astrale wereld vaak meer lelijke dan mooie dingen.
  3. De helderziendheid heeft verder nog verschillende andere aspecten en daarop wil ik ook even wijzen.
    Iemand, die helderziende waarneemt, zal heel vaak geen ge­stalten zien, maar eerder een soort aura, een kleur. De betekenis van de kleuren kunnen wij gewoon afleiden van de bekende kleurenscala, waarbij we dan zeggen:
    De diepst mystieke kleur is paarsblauw. Is ze helder, dan duidt dat op weten.
    Zilver is het goddelijk weten. Dat is dus niet het witte licht; dat is nog iets anders.
    Groen zijn geloofstinten. Vooral de pasteltinten, de mengkleuren die vaak voorkomen, geven bepaalde intenties aan.
    Goud is over het algemeen een schitterende kleur.
    Geel en zijn varianten, mits het niet vuil is en naar het bruin toegaat, kunnen alle worden gezien als bijzonder krachtbrengend en ook een beetje heilig.
    Alle rode kleuren zijn, als ze helder zijn, een aanduiding van energie, van daadwerkelijke hulp en eventueel ook van materieel ingrijpen en helpen.
    Alle kleuren, die vuil zijn, dus troebel schijnen, geven aan dat ongewenste invloeden aanwezig zijn.

Komt er in een kleur (bv. in een aura) een punt voor dat zwart is, dan weten we dat hier een absoluut tekort aan energie is. Op een dergelijk punt wordt energie verteerd.

Als wij in een helderziend schouwen diezelfde tint tegenkomen, dan weten we dus dat wij te maken hebben met entiteiten, wezens of krachten, die ons niets geven, maar die alleen van ons willen nemen.

Zien wij een bruinachtige kleur met een lichtgroene glans erover (een soort bruin emaille met een lichtgroene bovenschittering), dan weten we dat er een beroep wordt gedaan op het zuiver materiële en wel op een onaanvaardbare manier. Ook hier wordt wel eens kracht genomen, maar aan de andere kant kan u wat kracht worden gegeven. Het grote gevaar hier is het voorstellingsvermogen, dat verkeerd wordt gericht en een eventueel gelijk blijven van energie of een tekort aan energie.

Zien wij dit in een aura, dan weten wij dat wij te maken hebben met bv. een ontstekingsproces, een infectie of een afwijking in een lichaamsdeel. Als wij te maken hebben met aderverkalking bv. en een bepaald aderkanaal is te verkalkt, te nauw, te moeizaam geworden, dan zien wij ook daar die bruine kleur met de lichtgroene schemering optreden. Ook bij hart‑ en vaatziekten zien wij datzelfde heel vaak.

Kanker is actief en neemt kracht. Die zal dus altijd zwart zijn. Is zij in het beginstadium en dus nog niet in staat uit de omringende cellen alle energie te nemen, dan zien wij dat vaak als een heel vuil bruinrood.

Nu weet ik wel dat u dat allemaal nog niet ziet, maar het kan bijdragen tot een beeld van de waarde van die kleuren, opdat als u eens een kleur ziet, ook bij een medemens of een impressie van een kleur heeft bij de aanwezigheid van een entiteit, u ongeveer weet waar u aan toe bent.

Een ander punt, dat wij ook onder helderziendheid hebben behandeld, is het:

Vooruitzien.

Alle vooruitzien in tijd wordt uitgebeeld niet volgens de realiteit (dat komt alleen voor bij het zeer bewust schouwen buiten de tijd), maar in symboolbeelden; en dat betekent vaak tegenstellingen.

Als u droomt van bv. een doodkist, dan zou u kunnen zeggen: Dat is een helderziende waarneming, een prognostische droom. Deze doodkist betekent uitdrukkelijk niet dat er iemand doodgaat of misschien uzelf. Het kan evengoed betekenen dat er iets nieuws komt; en dat kan net zo goed een klein kindje zijn als iets anders. Het geeft verandering aan.

Dan moeten wij bij het schouwen in de tijd rekening houden met het feit dat een vaststelling van datum zeer moeilijk is. Als u dus helderziend iets waarneemt en u weet: dat ligt in de toekomst, probeer zoveel mogelijk te kijken of er ergens een datum en een jaaraanduiding is. Want misschien droomt u dat de oorlog begint wanneer de bladeren groen zijn, maar dat is in het jaar 2050; alleen u wist het niet. U dacht dat het het volgend jaar zou zijn. Dan maakt u zich kopzorgen voor niets en bovendien staat u nog voor gek. Denk dus goed na. Als er geen definitieve datumaanduiding is te ontdekken en u vindt het nodig er iets over te zeggen, wees dan uitermate voorzichtig.

Houd er eerder rekening mee, dat een tijdsaanduiding die u uit de geest wel eens ontvangt nimmer geheel parallel kan zijn aan de tijd op aarde. Om het heel eenvoudig te zeggen: Soms is de geestelijke tijd veel sneller en spreekt men over weken, terwijl het voor u maar dagen zijn; en soms loopt ze langzamer en spreekt men over dagen terwijl het voor u weken zijn. Die afwijking is voor iemand, die niet zeer bekwaam is, moeilijk te zien, omdat nl. de tijdswaardering t.a.v. de aarde in de geestelijke wereld zich als een golflijn beweegt. Zolang we naar boven gaan, gaan we sneller dan de aarde. Zodra we naar beneden gaan, gaan we langzamer, totdat we langzamer zijn dan de aarde ‑ en dan net zoveel als we eerst overgewaardeerd hebben ‑ en weer terugkomen. Het vaststellen van  een tijdsmoment is haast onmogelijk.

Waarnemingen van plaats.

Waarnemingen van plaats in de geest geschieden altijd vanuit een vaste standplaats. U bent dus op één punt. Wat u ziet, is in de overbrenging echter niet een reëel driedimensionaal beeld, ook al herleid u het daartoe. Het is een tweedimensionale voorstelling geworden, waardoor de afstanden moeilijk zuiver zijn te schatten. Wilt u afstanden nagaan, dan zult u zich in die waarneming moeten proberen te bewegen. Aan de hand van uw beweging kunt u een beeld krijgen van verhoudingen en afstanden, nimmer vanuit de visuele waarneming alleen.

U zult dan ook nog ontdekken dat het heel erg moeilijk is te zeggen hoe de dingen staan. U ziet bv. een huis met een torentje erop. Later blijkt dat een eind daarachter een kerk staat, waarvan u de torenspits achter het huis hebt gezien. Ook hier: wees voorzichtig. Omschrijf vanuit een bepaald standpunt, maar ken zo weinig mogelijk eigenschappen toe, die niet bij direct zicht waarneembaar zijn als behorende tot het omschreven huis of wat anders. Dus nooit: een huis met een torentje. Neen, ik zag een huis en vanwaar ik stond zag ik een torentje. Op deze manier kunt u langzaam maar zeker leren juist te definiëren.

Dan hebben wij het punt genezing.

Iedereen kan genezen. De een wat beter, de ander wat minder. Maar er zijn bij genezing bepaalde handgrepen mogelijk en deze kunt u globaal onderscheiden in doorstralen, instralen en afnemen.

Doorstralen doen wij daar, waar wij het zenuwstelsel beïnvloeden en alléén daar, dus waar wij een actie in het zenuwstelsel nodig hebben.

Instralen doen wij op die punten, waar wij voelen dat er een tekort aan energie bestaat; en alleen een tekort aan energie.

Afnemen doen wij alleen om overbodige energie of spanningen weg te nemen (zelfs pijnen), maar nimmer om te genezen. Met deze eenvoudige regels weet u al een klein beetje wat u kunt doen. Dan moet u verder dit onthouden:

Daar praktisch het gehele lichaam vanuit de hersenen via het zenuwstelsel wordt beheerst, zal dus uit de hersenen en de nekaanzet praktisch ook alles bereikbaar zijn. Dit voorkomt vaak dat men heel veel uitgebreide gebaren moet maken en daardoor energie verliest. Wie instraalt of doorstraalt zal dus altijd terecht kunnen bij de aanzet van de kleine hersenen, waar de meeste zenuwkanalen samenkomen, indien men zich een voorstelling maakt van de plaats waarop de energie is gericht.

Het genezen op afstand.

Daarvoor een eenvoudige tip. De mensen zeggen vaak: Ik geloof eraan en ik ga erop liggen wachten. Als u op afstand wilt genezen, moet u eens proberen dit te doen: Als u volgens afspraak op afstand wilt behandelen, dan maakt u uw afspraak niet voor het feitelijke ogenblik van genezing, maar u maakt dit zo, dat u met het genezend uitstralen begint ongeveer dertig tot veertig minuten vóór het moment dat de patiënt zich begint te concentreren. Hierdoor krijgt u een werking, die het onbewuste in de patiënt beter beroert, terwijl de suggestie van het contact plus de uitgezonden kracht de behandeling voor de patiënt toch voldoende kenbaar maken. De resultaten zijn vaak beter, omdat de patiënt nu eenmaal van de genezer niet verwacht dat hij hem geneest, maar dat hij bepaalde dingen, die hij niet prettig vindt, zal wegnemen.

Iemand heeft hoofdpijn. Die hoofdpijn is niet belangrijk. Belangrijk is dat er een verkeerde bloeddruk is. Wij moeten op de bloeddruk werken. De patiënt wil echter de hoofdpijn voelen verdwijnen. Onze kracht wordt nu gericht op het wegnemen van het symptoom, niet van de oorzaak. Vandaar dat juist dit handigheidje u vaak kan helpen op afstand betere resultaten te bereiken.

Voor behandelen op afstand is het gunstig als u tenminste een beeld, een voorstelling of zelfs maar een symbool van uw patiënt hebt. En het is ook erg prettig als u een voorstelling hebt van de plaats of de omgeving waar de patiënt zich bevindt. Door u op beide te concentreren kunt u geestelijk praktisch zelf aanwezig zijn en is het mogelijk op de duur waarnemingen te doen t.a.v. de toestand en de behoeften van de patiënt.

Dat waren dan verschillende gegevens; eigenlijk allemaal kleine handigheidjes. En dit voort mij tot het slotdoel van de les.

Zoals in elk vak bestaan er ook in het occultisme vele ezelsbruggetjes. Er is slechts een ding jammer: ook deze ezelsbruggetjes vragen energie. Occult werken is altijd, zelfs indien het gaat om het ontvangen van de hoogste kracht, een zelf met volledige inzet actief zijn. U zult begrijpen, dat we in het occultisme dus wel in de eerste plaats moeten zoeken naar onze eigen fouten als het niet gaat. En dat we onze ezelsbruggetjes en handigheidjes alleen dan kunnen gebruiken, indien onze eigen persoonlijkheid er volledig achter staat.

De eenvoudige suggesties, zoals ik u gegeven heb, zijn absoluut volledig bruikbaar voor praktisch iedereen. Maar ze zijn alleen bruikbaar als een aanvulling van een zeer ernstig eigen streven. Ze kunnen nimmer in de plaats komen van uw eigen kracht, uw eigen concentratie of energie. Ze helpen u alleen om ze juister te gebruiken. En dat is bij de meeste zaken zo.

U kunt wel veel weten, maar met veel weten bent u er niet. Al kent u alle theorieën van alle occulte wetenschappen ‑ en dat zou heel wat zijn ‑ dan zult u praktisch nog zeer weinig kunnen bereiken. Want als het op resultaten aankomt, gaat het niet om de precieze uitleg, de precieze samenstelling of inhoud. Het gaat om het zelf concreet, sterk werken. Het gaat om de mogelijkheid dit werken doelbewust te richten op hetgeen men wil bereiken. Het gaat erom de kracht zo weinig mogelijk te verspillen in bijkomstigheden. En al de kleine aanwijzingen, die u hebt gekregen in de loop der tijden, zijn daarbij dienstig. Toch geloof ik dat we uitdrukkelijk moeten stellen:

Bij het praktisch gebruik van occulte krachten is geen aparte en diepgaande scholing noodzakelijk. Bij sommige scholingen ontstaat het occult vermogen als een nevenverschijnsel. Maar willen wij het occulte zonder meer gebruiken, dan is dit eenvoudig een handwerk. Als u geen behanger kunt krijgen, dan behangt u misschien wel eens zelf. En als u niemand kunt krijgen, die bv. de deur verft, dan doet u het misschien ook zelf. U behoeft daarvoor geen behanger of schilder te zijn. Geeft men u enkele tips, dan behoren die eigenlijk in het vak niet eens thuis. Maar ze maken het u mogelijk de taak van een vakman op een redelijke wijze te vervullen, zonder de scholing en zelfs zonder de routine.

Op deze wijze moet u ook het occultisme te lijf gaan. Niet met het denkbeeld: ik moet alle boeken gelezen hebben. Maar wel met het idee: ik moet de moed hebben eraan te beginnen. Ik kan natuurlijk op de duur altijd wel resultaten bereiken, maar wat anderen aan kleine tips, aan kleine aanwijzingen geven, dat bespaart mij veel moeite.

Vraag u ook niet af: waarom? Ik heb ik de redenen meestal reeds vermeld, het waarom is niet belangrijk. Zomin als het belangrijk is waarom je het behang eerst moet snijden door alle rollen op een bepaalde manier op elkaar te leggen en dan pas moet gaan insmeren enz. Dat is op zichzelf natuurlijk niet noodzakelijk, maar daardoor werkt u beter. Gaat u vragen naar het waarom, dan verspilt u zoveel tijd, dat u de kamer niet kunt behangen.

Bij het occultisme is het zo, dat een mens, die een bepaalde taak wil vervullen en zich te veel in de theorie verdiept, juist hierdoor zich het bereiken van een resultaat onmogelijk maakt.

Er zijn veel mensen die zeggen: Ja, maar het zijn toch wetenschappen. Het occultisme is een wetenschap, inderdaad. Maar de wetenschap die wij nodig hebben, is de toegepaste wetenschap. Om een aspirine te slikken als je hoofdpijn hebt, behoef je niet te weten hoe dit product voor de eerste maal bij Bayer werd vervaardigd en waaruit. Het is voldoende te weten hoe het te gebruiken. Dat is nu met occultisme het meest belangrijke en zeker in deze tijd.

De oproerige tendensen van deze dagen zijn u allen zo langzamerhand wel duidelijk geworden. En dat er heel veel vreemde dingen aan het gebeuren zijn en er nog meer gaat gebeuren, ach, dat kan een kind wel zien. Wat hebben we dus nodig?

We hebben een middel nodig, waardoor onze bereikingen op velerlei terreinen net iets méér worden dan we normaal zouden kunnen doen. De mens van vandaag moet in staat zijn een zekere overprestatie te leveren. Degene die normaal gelooft, moet in staat zijn dit geloof juist dat kleine tikkeltje meer te geven, waardoor het voor hem een concrete beleving en van betekenis wordt op aarde. Niet alleen een theorie of een geesteshouding, maar iets wat resultaten brengt. Dit beetje bereikt u met occultisme, geloof me. En de eenvoudige manier, waarop u al die dingen kunt proberen, geeft u ook de aanwijzing: hoe.

Het is eenvoudig: probeer het. Als u denkt dat het nodig is, probeer het. Zeg niet: Dat kan ik alleen, als de geest mij helpt. Zeg tegen uzelf: Als het Gods wil is, dan kan ik het.

Vraag uzelf ook niet af, of een bepaalde methode beter zou zijn dan een andere, want degenen, die over de verschillende methoden twisten, laten meestal het punt van handelen voorbijgaan. Neem de methode, die u op dit ogenblik erkent als de juiste. Handel daarnaar. Later kunt u het gevolg dan desnoods nog iets corrigeren.

Onthoud dat de hele wereld in deze tijd erg negatief is. Dat negatieve kunnen we niet zozeer beschrijven als een wil ten kwade, maar eerder als een onvermogen om op te houden; een soort stuurloosheid. U zult zelf in vele gevallen ook daarin gevangen worden. Maar het occultisme geeft u de mogelijkheid er even uit te trekken, al is het maar door de gecontroleerde slaap en eventueel de uittreding.

Het occultisme geeft u de mogelijkheid om uw vermogens, uw eigen krachten te vergroten. U kunt uw sleur doorbreken. U bent er niet aan gebonden. En zelfs wanneer de natuur, de krachten van de kosmos rond u op een wijze optreden, die eigenlijk niet aanvaardbaar is, dan zult u erkennen dat u door uzelf innerlijk te veranderen niet alleen de zaak aankunt, maar meer dat u er iets mee kunt bereiken.

Er gebeurt niets voor niets, ook niet in deze dagen. De occultist weet dat wat er gebeurt mede door de geestelijke kracht daarachter een doel heeft. Door het doel te erkennen kan hij in vele gevallen zichzelf a.h.w. dichter bij zijn doel brengen. De wereld is er niet om te ondergaan. De wereld is er om geloofd en beheerst te worden. Zuiver stoffelijk wordt u door de wereld gedomineerd. U kunt wel bepaalde dingen overwinnen, maar nooit alles. Geestelijk echter wordt u niet gedomineerd. Geestelijk hebt u de vrijheid, die alleen wordt beperkt door uw eigen bewustzijn en uw band met de lichtende kracht. Daardoor kunt u langs de geestelijke weg de vrijheid verwerven, die zuiver materieel niet te verwezenlijken is.

En dan een laatste waarschuwing: Onconventionaliteit is in deze dagen een mode geworden. Maar niet‑conventioneel zijn betekent nog niet tegen de conventie ingaan. Iemand, die aan occultisme doet, is wel eens geneigd om al het andere daarvoor te vergeten. Wanneer wij echter de krachten die wij gebruiken, datgene wat wij zijn, onze vrijheid van leven en streven, dat beetje meer dat wij hebben gebruiken in een zo groot mogelijke overeenstemming met de heersende conventie, dan bereiken wij een maximum aan resultaat. Het is verkeerd weerstanden op te roepen. En wat dat betreft willen wij nog een kleine tip geven aan degenen, die zich misschien wel eens met magie bezighouden.

Spreek nooit kwaad van de duivel. Want als deze geest dan al een boze geest is (in feite de representant voor vormen van bestaan, die geestelijk en anderszins tegengericht zijn aan het menselijke) en wij gaan daar bang voor worden, we gaan daarop schelden, we gaan haar afwijzen of verbannen, dan weten we dat ze tot op zekere hoogte naar ons toekomt. Dat heeft alleen zin, indien we bv. een zeer bepaalde plaats tijdelijk moeten beveiligen. Dan moeten we die geesten zeggen: Blijf weg. Maar laten we het dan toch nog beleefd doen. Wees vriendelijk tegen de duivel, maar dien God. Dat is het best wat ik u kan zeggen.

In deze dagen zult u heel vaak ontdekken dat er veel kwaad is; en u bent dan geneigd om maar te veroordelen. Maar hoe harder u veroordeelt, des te meer het kwaad opkomt. Zijn we echter vriendelijk, eerlijk – niet neerbuigend of een beetje slinks als wij proberen werkelijk vriendelijk te zijn – en aanvaarden wij God als onze eigen waarheid, als onze kracht, ons innerlijk leidsnoer, dan zullen wij weinig weerstanden wekken. Wij zullen dus minder kracht verspillen aan het onnodig bestrijden van het kwade of het niet‑aanvaardbare onder de mensen of in de geest en wij zullen energie overhouden om het positieve te bereiken.

Deze raad is eigenlijk niet helemaal occult. U kunt haar in het dagelijks leven ook gebruiken.

Als u een zieke wilt genezen, richt u dan niet tegen de ziekte, probeer niet de ziekte te vernietigen, maar tracht de gezondheid in zoverre te vergroten dat de ziekte onmogelijk wordt. Bij kanker kunt u proberen het kankergezwel te vernietigen. Het zal u echter zelden gelukken. Maar u kunt proberen het omringende weefsel te versterken en dan ontstaat er een inkapseling. Op den duur kan dan de kanker regressief worden, ze gaat in omvang teruglopen en verliest haar vermogen tot snelle uitzaaiing wat haar grootste gevaar is. En dat kunt u met betrekkelijk weinig moeite soms doen. U hebt er tijd voor nodig, natuurlijk. Maar ook hier: wees vriendelijk voor de duivel.

Als wij een kwade geest op ons zien afkomen en wij gaan die geest uitdrijven, dan dwingen wij eigenlijk een strijd af, die misschien niet nodig is. Wij erkennen dat de ander er is en richten ons op het eigen doel en vergeten hem daardoor. Dan moet de geest kracht verspillen om ons allereerst aan te roepen en eventueel aan te vallen. En dat maakt ons veel sterker.

Bij uittredingen is het precies hetzelfde. Angst, onverschillig voor welke schrikvorm, voor welke gestalte of deel van uw eigen we­zen dan ook, kan alleen worden verdreven door te zeggen: Ik erken het niet. Ik keer terug naar mijn eigen lichaam. Probeer het te weerstaan. Als je eenmaal bang bent, heeft het geen zin. Dan ben je in 9 van de 10 gevallen eraan onderworpen. Maar ga uit van het denkbeeld, dat niets zo verschrikkelijk is, of de kracht Gods is groot genoeg om die verschrikking teniet te doen. Voel u veilig in die kracht en ik garandeer u dat u door de meest duistere sfeer kunt gaan, zonder dat één kracht, demon of dolende geest u ook maar kan beroeren.

Het is allemaal een vorm van mentaliteit. Dat is een training, die u ook in het dagelijks leven kunt doorvoeren. Keur nooit iets af. Zoek het goede dat u goedkeurt en negeer het kwade voor zover mogelijk. Pas als het u aanvalt, dus als het zelf agressief is, stel er een grens aan. Probeer het niet te vernietigen of uit te roeien. Door op deze manier te reageren bereikt u de beste resultaten.

U ziet, het is vanavond wel een variarubriek geworden. Toch hoop ik dat degenen onder u, die de lessen nog eens herlezen, tot de ontdekking zullen komen dat de enkele punten u gegeven nog duidelijker ma­ken hoe men in de praktijk met het occultisme moet werken.

Spiritisme

(De verhouding tussen geest en wereld.)

In de wereld van het spiritisme bestaan vele misvattingen. De denkbeelden van de mens omtrent de wereld van de geest zijn over het algemeen ontleend aan oude hemellegenden, aan voorstellingen uit de oude Hindoe‑wereld en daarnaast in zeer beperkte mate aan de eigen interpretatie, zoals deze pleegt te resulteren aan de hand van uittreding, die in de hersenen wordt verwerkt tot een beeld van een wereld, die zeer aan de eigen wereld nabij komt.

Daar u zich bezighoudt met allerlei occulte verschijnselen en wetenschappen is het misschien interessant na te gaan welke verschillende mogelijkheden er zijn voor de verhouding tussen stof en geest, wat de geestelijke wereld in feite wil, als ze zich tot de aarde wendt en ook omgekeerd: wat de wereld der mensen kan verwachten van de geest, als ze zich tot die geest wil richten.

De wereld van de geest is met die van de mensen niet te vergelijken. Het is een wereld, waarin denkbeelden een rol spelen en waarin men als mens vele verschillende werelden zou menen te onderkennen, zonder dat van een feitelijke grens sprake is. De geest zelf kan worden gerangschikt in een aantal groeperingen.

Allereerst de groepering van de geest, die zich tot de mensheid op aarde richt met een eigen doel. Er zijn zeer veel geesten die de mensen wel helpen, maar in een zekere zelfzuchtigheid. Het is een ruilhandel. Indien een mens van dergelijke entiteiten gebruik maakt of hun diensten aanvaardt, dan zal hij daarvoor met energie en ook vaak met een hem opgelegde emotie moeten betalen.

De tweede groepering van geesten heeft een belangstelling, die meer op de totaliteit van de mensheid is gericht, waartoe de geest krachtens haar vroeger bestaan als mens in de stof dus pleegt te behoren. Haar belangstelling is niet gericht op de eenling en zijn persoonlijk bestaan, maar eerder op een totaliteit, waarin men zekere veranderingen tot stand wenst te brengen. Onder deze entiteiten kunnen er zijn die uitgaan van een zuiver religieuze groepering, een zuiver religieuze denkwijze. Anderen proberen gegevens te verstrekken, bepaalde esoterische lessen en inwijdingen te geven of zelfs maar de mens te overtuigen van het bestaan van een andere wereld.

Daarnaast vinden we ‑ ook behorend tot deze groep ‑ degenen, die zich niet tot de mens zelf richten, maar die trachten het menselijk milieu te handhaven of eventueel te veranderen. Zij zijn degenen die met de mensheid experimenteren; en daar de geest op vele lagere levende wezens invloed kan hebben, zal men op aarde de condities vaak kunnen aanpassen aan de wens die men als geest koestert.

Deze geesten stellen in feite de mensheid voor bepaalde problemen, waarvoor zij weten dat er een oplossing door de mensheid voor gevonden kan worden. Misschien kunt u hier denken aan de intelligentietest van een rat in een kooitje, die door een doolhof moet lopen om bij haar voedsel te komen. Maar dan met dit verschil dat de mens, die eenmaal een weg heeft geleerd, voortaan vrij is om die weg te gaan; ze wordt niet gewijzigd. Wanneer hij dat doel wil bereiken, zal hij die weg dus altijd kunnen gaan. Het is voor hem een bereiking.

Er zijn ook entiteiten in de geestelijke wereld, die absoluut geen interesse meer hebben voor de wereld en de mensheid als zodanig. Zij trachten zich een voorstelling van het heelal te vormen. Hun belangstelling is het best te vergelijken met die van een wetenschapsman, die onderzoekt omwille van de gegevens en pas in de tweede plaats denkt aan het eventuele nut dat eruit kan worden getrokken.

Daarboven vinden wij dan entiteiten, die eigenlijk los staan van alle gerichtheid en materiële belangstelling, die zich geheel richten op de eigen wereld. En daar komen we op een terrein, waarmee men als mens geen contact meer zal krijgen, ook niet via het spiritisme of een andere methodiek, zodat wij deze van hieraf buiten beschouwing zullen laten.

Verder kunnen wij nagaan wat de relatie van de mens tot de geest is. En dan blijkt harmonie bepalend te zijn voor een contact tussen mens en geest. Maar wat is harmonie?

Harmonie kan een gelijkheid van denken zijn. Het kan een gelijkheid van voelen zijn. Het kan ook een totale wederkerige overgave betekenen. Er is geen definitieve uitdrukking voor te vinden. Wij stellen daarom: Wanneer er sprake is van een volledige aanvaarding, krijgen wij een verschijnsel dat eigenlijk niet meer spiritistisch is, omdat de geest concreet in de wereld kan optreden, al dan niet via het lichaam of de krachten van de mens, waarmee zij harmonisch is; terwijl de mens op zijn beurt de krachten kan ontvangen uit de geestelijke wereld en deze voor een groot gedeelte zal kunnen omzetten in voor hem belangrijke zenuwkracht en andere energieën.

Deze contacten met entiteiten kunnen liggen op een laag of op een hoog vlak. Het lage vlak houdt in, dat men als geest bv. terughunkert naar bepaalde stoffelijke ervaringen. Om deze ervaringen te kunnen opdoen, zoekt men een sterke gebondenheid te bereiken met een persoon op aarde, die dan de daad stelt, waarvan de essentie a.h.w. door de entiteit wordt opgenomen. Deze kunnen wij misschien vergelijken met de bloedzuiger. De bloedzuiger immers wacht tot de mens of het dier door zijn voedsel en al wat erbij komt zichzelf heeft versterkt, zodat het aanwezige bloed gezond en rijk is en neemt dan het verwerkte levenssap tot zich. Het is een vorm van parasiteren; en die komen we veel tegen. Omdat een dergelijk parasiteren niet altijd mogelijk is, ontstaat er vaak een vorm van symbiotische samenwerking, waarbij de geest bepaalde inspiraties of een zekere erkenning of een zekere overheersing over medemensen presteert via de persoon, zodat deze prettiger leeft, terwijl aan de andere kant de geest door het leven van die mens voor zich weer bepaalde belangrijke energieën verkrijgt. Dit kan zeer negatief zijn. Bijvoorbeeld mensen, die gedreven worden tot het gebruik van opiaten, het doen van allerhande domme, dwaze, menselijke dingen, zoals dronkenschap. Het kan liggen op een niveau, waarbij een intellectuele aanvulling over en weer ontstaat; en dat ligt dan alweer wat beter. We kunnen het zelfs zover krijgen, dat er sprake is van een zodanige geestelijke harmonie, dat er eigenlijk geen lichamelijke, geen materiële beïnvloeding meer geschiedt, maar dat de ervaring wordt aangevuld door een geestelijk beleven, waarbij dat, wat de mens dan zijn lering noemt (in feite een uitwisseling van gegevens), plaatsvindt in wat men een sfeer pleegt te noemen.

Daarboven kennen wij degenen die contactpunten zoeken. Voor de bovengenoemde punten is er wel een volledige harmonie en een volledige wederkerige aanvaarding noodzakelijk. Maar op het ogenblik dat de geest zich een doel heeft gesteld, dat niet meer op haarzelf alleen is gericht, maar dat is gericht op bv. het onderwijzen van de mensheid of het veranderen van het milieu van de mensheid, zal één punt van harmonie voldoende zijn. Dan kan een emotionele harmonie voldoende zijn, zonder dat er verder iets bestaat en is toch het contact geest ‑ stof mogelijk.

Wij zullen verder zien dat de mogelijkheid bestaat om verstandelijke harmonieën te hebben. Meestal resulteert dit eerder in een inspiratie dan in een directe inwerking van de geest, die kenbaar is. Toch zien wij op deze wijze zelfs ook de z.g. beheersing van de materie ontstaan, zoals bv. een David Hume tot stand heeft gebracht in zijn tijd. Deze transporten, levitaties e.d. zijn weliswaar gebaseerd op de fluïdieke krachten van de mens zelf, maar zij kunnen gemakkelijker beheerst en geregeld worden door een entiteit, die daarmee weer de voor zich belangrijke probleemstelling bij de mensen bereikt, of misschien ‑ wat ook mogelijk is ‑ voor zich een noodzakelijke wijziging van milieu voor bepaalde mensen verzorgt, waaruit weer een invloed op anderen wordt verwacht.

Nu zijn er verschillende verschijnselen van samenwerking en hulp, die heel eigenaardige beelden hebben opgeroepen bij de mensen. Er zijn bv. geestelijke krachten die op aarde genezing brengen. Zij krijgen daarvoor ook iets. Zij krijgen daarvoor een zekere dankbaarheid, een zekere verbondenheid. Die entiteiten zijn over het algemeen niet zo buitengewoon lang geleden overgegaan. Zij worden heel vaak voorgesteld als de z.g. Indian scouts, Indiaanse verkenners. Deze voorstelling is dus geheel uit de vreemde overgenomen. Zij is afkomstig uit Engeland, waar men vroeger indianen heeft gehad. Deze indianen hebben een grote indruk gemaakt en daarom denkt men bij het wonder aan de indiaanse medicijnmannen, die zich zelfs aan het hof van koningin Elisabeth hebben kunnen voorstellen.

Nu moet u zich goed realiseren, dat een entiteit vaak als Indian scout wordt aangediend, zonder het te zijn. Of dat een dergelijke entiteit zich voor helderziende waarneming manifesteert als een Indian scout; maar nu één die uit een boek, van een plaatje is weggewandeld. Niet een reële mens. Het is een voorstelling.

De geest zal, vooral in dergelijke gevallen van samenwerking, pro­beren te beantwoorden aan de voorstelling van de mens. Het beeld van het ego is immers niet zo belangrijk, als men maar in zijn arbeid die harmonie, dat contact kan bereiken. Dit impliceert weer, dat zeer veel entiteiten om dit punt van contact te vinden en te versterken zich uitgeven voor iets, wat ze absoluut niet zijn. Dan zegt misschien een heel eenvoudige lekenprediker van het Leger des Heils op een gegeven ogenblik op een seance: “Ik ben Thomas van Aquino.” En hij begint dan een hele leerstelling op te bouwen. Want, zo denkt hij, de mensen horen graag iemand die voornaam is; en heel vaak gelukt dat zo’n geest. Dan kan hij controle van een bepaalde groep worden. Hij kan dus invloed gaan uitoefenen en ook zijn eigen meningen spuien.

Er zijn zelfs entiteiten, die a.h.w. maskerade-kunstenaars zijn. Zij komen eerst in de gestalte van Julius Caesar, dan als Antonius, nog eens als Brutus en dan weer als Nero. Daarna komen zij als Napoleon of Josephine om ten slotte terug te keren als de heer Gerritsen of Jansen, een slager uit de Achterhoek. In al deze vormen is dezelfde entiteit aan het woord. En het vreemde is, dat deze entiteit eigenlijk probeert een toneelspel op te voeren, dat voor de toeschouwers of toehoorders een emotionele binding teweeg brengt. want zo iemand zoekt de emoties van de mens. Hij bespeelt dus de emoties, zoals de harpist een harp, hier een snaar aanslaan en daar één, zo een melodie vormend. Die­ melodie kan voor de geest bevredigend zijn en misschien ook doelgericht op de mens zelf. Dat is echter secundair.

U zult begrijpen, dat wij naast de geestelijke wereld, de wereld van de astrale materie, van de astrale mogelijkheden hebben. Daarin kent men allerhande gedachtevormen. Maar wat de meeste mensen niet weten is, dat daarin onnoemelijk veel dierenzielen nog langere tijd een gestalte kunnen behouden. Een dier is nl. een wezen, dat zich zeer sterk gewend aan zijn jachtgebied of zijn omgeving. Deze gebondenheid is vaak zo sterk dat het dier zijn bewustzijn, zolang het functioneert, gebruikt om zich op dat oude terrein te manifesteren. Maar de binding met het milieu wordt steeds vager en er komt een ogenblik waarop dat dier zich niet meer getrokken voelt tot de omgeving of de plaats, maar tot datgene wat voor hem de representant is voor de sfeer, de gevoelswereld ervan. En dan ziet u op een seance opeens een of andere aap opduiken misschien. Apen voelen zich bij mensen graag thuis. Honden en katten eveneens. Paarden komen minder voor, maar ze zijn ook nog wel aan de mens gebonden.

In de natuur zult u heel vaak de spookbeelden zien van bv. de grote jagers, zowel onder de vogels als onder de roofdieren. De werkelijke jager ziet u als een spookwezen op zijn eigen terrein terugkeren. Het is een astrale vorm. Deze verbleekt na enige tijd. Mensen die manifestaties daarvan zien, begrijpen vaak niet dat het een diergeest is. En zo komt het voor, dat dergelijke astrale dierwezens worden vereerd door primitieven of misschien door de een of andere groep van verkeerd gerichte occultisten, (ergens in Engeland, Duitsland en Frankrijk komt dat voor) en waarbij men gaat zeggen: Dit wezen is een godheid. Zij geven daardoor het dier de kracht, die energie en een beperkte mate van vergroot bewustzijn door de gedachten die ze daarin leggen. Zo komt dus een zeer complex wezen tot stand, dat een dierziel heeft (het is dus een bezielde entiteit en daardoor niet berekenbaar), waarin zoveel menselijke capaciteiten en mogelijkheden zijn gelegd, dat van daaruit een zekere macht wordt ontwikkeld. Dat zijn soms de afgoden. Het zijn ook wel eens de geleiders van bepaalde groepen. Van dergelijke wezens kan men zeggen: Ze zijn absoluut niet systematisch en meestal zeer sterk wisselend in hun belangstelling en in vermogens.

Deze wezens kunnen ook bijdragen tot genezing. Zij kunnen bepaalde wonderen verrichten en vooral bij z.g. kabinetsseances (waarbij de trompet rondgaat, de tamboerijn rinkelt en stemmen uit het duister spreken, de directe stem) kunnen vaak ‑ niet altijd ‑ bepaalde dieren uit de geest, die op de een of ander manier astraal nog kracht toegevoerd krijgen, daarbij worden betrokken.

Sommige wezens worden beschreven als elementaire dienaren. U kunt daarvan voorbeelden vinden in bv. ‘Het leven van Helene Blavatsky’. U moet u voorstellen dat dit geen zuiver natuurgeesten zijn. Dit zijn dierentiteiten, die tijdens of na de overgang ergens in een gedachtewereld verstrikt zijn geraakt. Vandaar ook hun zeer beperkte intelligentie

Verder hebben wij in de wereld van de geest natuurlijk te maken met gemeenschappen. Een gemeenschap kan een volk maken, een stad stichten. Ze kan een vereniging oprichten, een godsdienst stichten. Dat is in de wereld van de geest precies zo. Op het moment dat elke geest de andere kan begrijpen, dat een bindende factor, een samenwerking mogelijk is, ontstaat er een geheel. Een dergelijk geheel kan zich manifesteren in een persoonlijkheid, die echter door zeer vele verschillende entiteiten wordt gedragen.

Dan kunnen wij ons bv. een mens voorstellen als Victor Hugo of andere groten. Deze wordt de spreekbuis van een bepaalde geestelijke groep. Deze entiteit komt steeds weer, maar het is niet dezelfde persoon. Het is het masker (de gedaante) waarin de groep zich uit. Daarbij geldt over het algemeen:

Naarmate er minder maskers worden gebruikt, kan worden aangenomen dat de groep in zichzelf ‑ hoe groot zij ook is ‑ in haar denken ster­ker beperkt en gericht is; zij is eenzijdig. Wordt het aantal maskers, dat wordt gepresenteerd, groter, dan zien wij vanzelf dat ook de belang­stelling meeromvattend is. Tevens zien wij dat persoonlijkheden kunnen optreden als representanten van een dergelijke groep. Hier gaan de bin­dingen dus niet meer uit van het weergeven van de gedachten van de groep, zoals bij de maskers die ik u heb genoemd, maar er komt een werkelijke persoonlijkheid die op aarde heeft geleefd, met enkele van haar eigenschap­pen misschien, met iets van haar uiterlijk en deze presenteert zich, geeft haar eigen visie en mening weer, maar op een zodanige wijze, dat daarmee het doel wordt gediend van de grote groepering, waartoe zij behoort. Het is dus een weergeven van een eigen visie. Het is alsof een gaullist praat over De Gaulle.

Nu is er in het spiritisme de neiging om de geest te verheerlijken. De geest kan niet verheerlijkt worden. Zij is niet méér dan een mens. Zij is anders dan een mens. Haar wereld is een andere dan de menselijke. De mogelijkheid om zich te doen gelden vanuit de geestelijke wereld is geheel anders dan vanuit de menselijke wereld. Vergelijkt u dus niet in belangrijkheid maar in stand- en gezichtspunt. Een mens die neerkijkt op een mierennest en een mier die in het mierennest rondkijkt. Twee die in een verschillende wereld leven, zien dezelfde wereld. Zo ziet de geest de wereld van de mens op een andere wijze. In bepaalde gevallen overziet zij de dingen meer en zal zij voor de mens belangrijke details eenvoudig over het hoofd zien; die kán zij niet zien. Het resultaat is dat er een verschuiving van accent ontstaat.

Als een geest iets meedeelt over de wereld, dan geeft zij wel degelijk iets aan wat ze overziet. Het is een realiteit. Maar omdat deze realiteit van­uit een geestelijk standpunt is gezien, is zij voor de mens onjuist georiënteerd. Het klopt wel, maar het klopt niet helemaal. De mens ziet de zaak anders. Resultaat: heel eenvoudig, dat de mensen aan de ene kant menen te mogen rekenen op hetgeen de geest overziet, zonder dat het concrete waar is en aan de andere kant de geest de mens vaak dingen belooft of zegt, die wel waar  zijn en die wel uitkomen, maar op een heel andere ma­nier dan de mens dit verwacht.
Voorbeeld: er is iemand die een lot in een loterij heeft gekocht. Nu komt de geest en zegt: “U zult een hoofdprijs winnen.” Het lot is een miet! En de mens zegt: “De geest is gek.” Maar de geest bedoelde niet het lot. Zij bedoelde het meisje dat die mens heeft ontmoet.
Als u dat zo ziet, dan zult u begrijpen hoezeer de opvattingen eigenlijk uiteenlopen. En daarom is het in het spiritisme zeer belangrijk, dat men de fenomenen niet alleen menselijk ontleedt, maar dat men ze gaat zien in hun betekenis. Dat men gaat begrijpen dat het een contact is tussen twee werelden, die op zoveel manier verschillen, dat een vergelijking maken tussen deze beide eenvoudig onmogelijk is.

Een tweede punt. Men moet begrijpen dat men van het spiritisme geen godsdienst kan maken. Men kan het gebruiken als een middel om God te erkennen, dat is waar. Maar de goede God is wat anders dan de geest. De mens, die de wereld van de geest te veel gaat vereren en verheerlijken, zal daardoor eerder verderaf komen te staan van de goddelijke waarheid dan dat hij daar dichterbij komt. Hij moet wat de geest is en wat zij geeft zien als iets, wat hij zelf moet nagaan, of er iets mee te doen valt. De geest zal dan ook in heel weinig gevallen volledig concreet zijn.

Er zijn gevallen dat de geest u precies zegt: Dit en dat en zus en zo moet u doen. Maar als dat wordt gezegd, dan bestaat daarvoor een ma­terieel doel dat zelfzuchtig is. Het is geen poging tot lering of ver­betering, maar alleen om voor zich een bepaald effect of een voldoening te bereiken.

Als de geest u gegevens moet geven, dan doet zij dat altijd zo, dat u daar zelf mee moet vechten. Men kan van elke geest, die het eerlijk meent met de wereld, zeggen dat zij ergens een beetje vaag is. Ze is niet scherp omlijnd. Ze is nieuw, anders. En juist omdat dat het geval is, zeggen de mensen vaak: Ja, maar de geest kan niet beantwoorden aan mijn eisen. Dat kan die geest inderdaad niet. Zij kan wel haar waarheid zeggen. Maar wat goed eten is voor de krokodil is nog lang niet altijd goed voor M. Pierre Dubois. En wat goed is voor M. Pierre Dubois is misschien absoluut ontoereikend voor een engel. Er zijn verschillen.

Men kan wel zeggen: Een goed dieet moet dit en dat inhouden. Maar men kan niet zeggen: Dan moet je dus dit en dat eten. Men kan zeggen: Er zijn twintig wegen, die alle voeren van Den Haag naar Parijs. Maar wie kan u zeggen wat voor u de goede weg is. Dat ligt er aan hoe u gaat; per trein, auto, motor of te voet. Wat zijn uw vermogens? Kunt u op een drukke weg rijden of alleen maar op een stille weg. Dat zijn allemaal dingen die u zelf weet. Er kan geen beste weg zijn. Er kunnen alleen twintig wegen zijn. En dan kan men zeggen: Parijs ligt in die richting, zoek zelf een weg uit. Men moet dus niet verwachten dat de geest in staat is de menselijke wereld a.h.w. de voorschriften te geven waarmee ze iets kan presteren.

Er is nog iets anders. Wanneer op het ogenblik een geestelijke entiteit een daad stelt op aarde, ontstaat er een intieme verbondenheid, een soort geestelijke liaison met deze mens, die niet zo gemakkelijk kan worden verbroken. Als men u de juiste termen geeft voor een wetenschappelijk onderzoek, voor een geestelijk of magisch bereiken, dan is daarmee een geestelijke band geschapen; en indien u daarvan gebruik maakt, is dat een verbinding, die niet gemakkelijk meer los te maken is. Het is als bij een bloedtransfusie, waarbij de naald is ingebracht in de ader en men daaraan niet kan ontkomen zonder veel pijn, last en misschien gevaar. Daarom zal menige geest zich op een afstand houden en het zijn vooral de dwaze geesten, die dergelijke bindingen tot stand proberen te brengen.

Als ik dit alles mag samenvatten, zou ik willen zeggen: Men moet begrijpen, dat de wereld van de geest niet vergelijkbaar is met de wereld der mensen. Dat alle vergelijkingen in zich een zekere onjuistheid bevatten. Men moet begrijpen, dat de geest niet kan zijn zoals zij zou willen; dat zij daarbij de mens soms als middel gebruikt en de mens soms een weg aangeeft. Maar de mens, die werkelijk een contact met de geest wil hebben, zal in staat moeten zijn bewust met zijn geestelijke voertuigen in de sfeer van de geest te treden. Daar kan hij leven en zien als die geest en kan hij voldoende begrip (geen voorstelling) ervan meenemen om te weten wat die geest op aarde zou willen en kunnen. Dan is er een samenwerking mogelijk en dan is de binding ook niet meer zo fataal. Maar zolang de mens wacht op de geest, die iets zal geven, blijft er een hiaat.

De voorstelling, die men van de geest maakt, is gebaseerd op het wensleven, de wensdroom van de mens; niet op een werkelijkheid die bestaat. Achter de beelden, die de mens zich bouwt, bestaat een werkelijke geestelijke wereld. Maar om deze wereld a.h.w. te maken tot een wereld van zoetheid, braafheid, orgelmuziek en mooie tuinen, is ergens irreëel. Zo is die wereld niet werkelijk. Op het ogenblik, dat de mens zijn wensdroom projecteert op de wereld van de geest, zullen de reacties uit die wereld voor hem onvoldoende en teleurstellend zijn en zal hij of van de werkelijkheid vervreemden of in de werkelijkheid die geest gaan afwijzen. Alleen begrip voor de gelijkwaardigheid kan helpen.

Alle waarden, die in de wereld van de geest bestaan, kunnen in een andere vorm en op een andere wijze in de mensheid eveneens bestaan. De mens is niet kleiner dan de geest. Hij kan – maar op zijn eigen wijze – in zijn leven precies zoveel zijn en betekenen als elke geest, die contact opneemt met de wereld. Het heeft dus geen zin een Meester te vereren. Het heeft geen zin een gids of geleider boven alles te stellen. Men moet begrijpen: de gunstigste vorm is een symbiose, waarbij men elkaar nodig heeft, maar ook zeggenschap heeft.

Elke absolute onderwerping aan geest en geestelijke leiding zonder meer is kwaad, dwaas en dom. Alleen een bewust gebruikmaken van de waar­den van de geest is voor de mens aanvaardbaar. En als men uit eigen verantwoordelijkheid en met begrip handelt en de leiding van de geest be­schouwt als een welwillend commentaar waardoor een verbetering in ei­gen resultaat is te bereiken, dan zal men ontdekken, dat de Meester, die eens zijn leven heeft gedomineerd, plotseling een heel handige krui­wagen is om de boodschappen thuis te brengen. En dan kan men veel berei­ken. Wie zich onderwerpt, begraaft zichzelf geestelijk. Hij wordt er niet beter van.

Wees u er wel van bewust, dat het spiritistisch experiment op zich, behalve misschien een onderzoek van de parapsychologische mogelijkheden, betrekkelijk weinig te zeggen heeft. Het kan alleen gaan om de persoonlijke betekenis en inhoud, die men aan deze dingen ontleent. En wanneer de mens daarin geen voldoende waarden voor zich ontvangt, doet hij er beter aan om naar de een of andere school te gaan en daar wat te leren wat hij kan gebruiken.

Ik geloof dat ik daarmee iets van de relatie tussen mens en geest heb kunnen weergeven. Ik ben ervan overtuigd dat degenen, die aanhangers zijn van het spiritisme het mij niet kwalijk zullen nemen dat ik hier die feiten heb geponeerd. Deze feiten stroken misschien niet met wat u graag zou willen, maar het is de werkelijkheid. Accepteer die werkelijkheid en uw spiritisme krijgt waarde en betekenis. Verwerp haar en u zult ontdekken dat u zowel nu als later meer schade ondervindt dan goed.