Veranderende grenzen

Inhoudstafel

uit de cursus ‘Het probleem van vernieuwing en ontwikkeling’ 1984-1985

Het zal u zijn opgevallen dat enkele dingen, die voor enkele jaren nog onvoorstelbaar waren tegenwoordig tot het normale schijnen te behoren. De gewelddadigheid neemt overal toe, ook bij de jongeren. Het druggebruik blijkt niet te beteugelen. De verschillende besparingsmaatregelen blijken vaak averechts uit te vallen, alleen boekhoudkundig is er werkelijk resultaat. En zo kunnen we doorgaan.

Het is net of alles wat uit het verleden komt en alle overlevende waarden eigenlijk een beetje op de tocht staan. Wil je begrijpen wat er gebeurt dan moet je je allereerst realiseren dat de mens zelf aan het veranderen is. De eenvoud waarmee de mensen vroeger de dingen aannamen, bestaat niet meer.

Als je vroeger als reiziger in de een of andere stad kwam en je vertelde: ik heb heel veel mensen gezien met een oog in het midden van hun voorhoofd, dan vond iedereen dat buitengewoon interessant en dat was waar. Als je later daarmee kwam, dan moest je wel vertellen waar dat precies was, want eigenlijk wilden ze dat wel eens bij een ander informeren en controleren.

Daarna is er een periode gekomen dat ze zeiden: Dat kan eenvoudig niet, dat is mythologie. Nu is het een tijd waarin men zegt: Het zou toch mogelijk kunnen zijn, maar dan moeten we rekening houden met allerlei condities. En dan denken ze bv. aan de proeven op de Bikini atol of iets dergelijks.

Hetzelfde is het met de regeling van de maatschappij. Er is een tijd geweest dat een vorst zei: Zo is het, en dan was het zo. Daarna hebben we de parlementen gekregen. Er waren heren die besloten wat er beslist moest worden en dat werd dan ook heel braaf gedaan. Er zijn nu nog partijen die een dergelijke discipline proberen te handhavens maar het wordt steeds moeilijker.

Het CDA weet niet wat het moet zeggen omdat het innerlijk zodanig verdeeld is dat het eigenlijk zelf niet weet wat het wil en daarom ook niet weet wat het moet zeggen. Dit is een betrekkelijk recent citaat van een Kamerlid. Als je kijkt naar al die zaken, dan is eigenlijk de manier waarop je een maatschappij kunt regelen niet meer te handhaven. Je kunt niet met verbodsbepalingen en nog eens een verbodsbepaling nog eens een wet daaroverheen, de zaken toch nog in het goede spoor houden. Integendeel, het omgekeerde gebeurt. Hoe meer er geregeld wordt, des te meer er misloopt. Heel veel dingen beginnen pas goed mis te lopen als ze goed geregeld zijn, of althans dat heet te zijn.

De mens van vandaag gaat uit van zichzelf. Dat lijkt een tamelijk egoïstisch, tenminste egocentrisch standpunt te zijn. Maar dat is het eigenlijk niet. De mens wordt zich meer en meer bewust ervan dat hij zelf leeft hij wil zich niet laten leven. Hij wordt zich meer en meer bewust van een eigen wereld waarin allerlei factoren een rol spelen die voor anderen niet eens bestaan of geen betekenis hebben. Hierdoor wordt zijn benadering van het bestaan veranderd.

Zeker we kunnen zeggen: De gewelddadigheid komt van de televisie want daar worden elke avond moorden in overvloed geproduceerd. Alleen jammer dat ze hen, die de discussieprogramma’s daar plegen te leiden, nooit erbij betrekken. Dat zijn de enigen die door hun overlij­den toch de kwaliteit van het amusement omhoog zouden kunnen halen. Dit is niet mijn mening, ik heb die afgelezen van velen.

De grote vraag is niet of het komt van de t.v. Als u teruggaat naar alle sprookjes, fabels en legenden, de spookverhalen die u vroe­ger werden verteld, dan waren ze vaak nog veel griezeliger en veel bloeddorstiger dan men tegenwoordig op de t.v. laat zien. Als tegen­woordig Blauwbaard zijn vrouw vermoordt, dan mag je misschien de bloed­vlekken zien en de kreten horen, maar de rest mag toch nog niet op de t.v. worden vertoond. Dat kun je alleen doen, als je een bandje huurt waar die film compleet op staat.

Dus wie reëel is, moet toegeven: het is zeker niet het spreken over en het voorkomen van geweld waardoor de jeugd in deze tijd zo op­standig en zo gewelddadig is, zo weinig respect heeft voor anderen.

Maar als je het nu eens omdraait en je zegt dat er bepaalde vor­men van geweld zijn die niet meer als zodanig werden herkend en die nu weer als zodanig worden aangevoeld, misschien dat je dan verder komt.

Als iemand tegen je zegt, dat je soldaat moet worden, dan is dat ergens een aantasting van je vrijheid, van je persoonlijkheid. Als je het doen wilt, best. Maar als je het niet wilt doen en men dwingt je dan toch of probeert je te dwingen hoe dan ook met geweld of met moralistische betogen dan moet je zeggen: Daar klopt iets niet.

De moderne maatschappij is opgebouwd juist op een dergelijke voort­durende onderdrukking van de persoonlijke kwaliteiten en neigingen van de mens. Daar is het hele maatschappelijke bestel eigenlijk een beetje van afhankelijk.

Een mens die egocentrisch denkt, een mens die zonder direct egoïst te zijn zich van zijn uniek zijn steeds meer bewust wordt, zelfs als dat niet rationeel is, maar alleen emotioneel, is geneigd om in toenemende mate in opstand te komen. Dan zal men uitroepen. Maar dat geweld dan. Geweld, mijne vrienden, ook het meest grove geweld, is nu eenmaal een product van deze moderne samenleving.

Ja, het is jammer. Er is een fabrieksongeluk gebeurd. Er zijn al­les bij elkaar waarschijnlijk 5000 doden en ongeveer 65.000 aangetasten te verwachten. Wij betreuren het zeer, maar dat wil niet zeggen dat wij nu dergelijke experimenten niet meer zullen doen of dergelijke stoffen niet meer zullen gebruiken. Wat dat betreft zijn er enkele fabrieken in Duitsland en ik meen ook één in België waar soortgelijke stoffen zijn opgeslagen omdat ze in onkruidbestrijders en in meststoffen worden ver­werkt.

Niemand denkt er eenvoudig over te zeggen: Dit is krankzinnig, dit kan niet. Dat is ook geweld. Zodra grote belangen in het geding komen, zoals dat heet, of het nu zakelijke zijn of andere, dan kijkt men niet op een dode meer of minder. Dan vindt men het wel vreemd dat mensen, die dat zien voor zich een dergelijke houding prefereren. Dat ze zeggen: Goed als ik tenslotte toch mag doodgaan, hetzij voor het vaderland of voor de zakelijke belangen van een ander, waarom zou ik dan geen geweld plegen?

Dan zegt men. Dat is onverantwoord dat kan niet. Een verschui­ving van de grens. Dat is niet een verschuiving van de grens die on­gunstig is in haar volledige betekenis. Het houdt eenvoudig in dat de maatschappij nu wordt geconfronteerd met haar eigen structuur en beleid. En dat alles wat men anderen liet doen nu door die anderen evenzeer wordt gedaan.

In het geloof zien wij het ook. Het kerkelijke gezag gaat langzaam maar zeker ten onder. Soms begint de kerk zich in de politiek te bewe­gen en dan vindt ze er nog wat aanhang bij. Er zijn priesters en domi­nees geweest die eigenlijk heldhaftig waren. Of je nu kijkt naar Polen, Zuid-Amerika, ze zijn er. Maar dan worden die mensen vereerd dan volgt men hen en niet meer het gezag. Het leergezag is een bijkomstigheid aan het worden. Waarom?

De mens wordt gevoeliger; die gevoeligheid is er voor allerlei impulsen en daar horen ook geestelijke bij. Dan zal de mens niet meer zo geneigd zijn te zeggen zoals de Paus, het Moderamen of wie dan ook. Het is zo. Dan is het waar. De mens zegt: Zij zeggen dat het zo is, maar hoe voel ik het? Ik ben het criterium. Als ik God beleef, bestaat God voor mij. Als ik God niet kan beleven zoals Hij mij wordt gepredikt, bestaat Hij niet zoals Hij wordt gepredikt.

Het is misschien een simpele conclusie, het is een gevolgtrekking. Maar als je innerlijk gevoelig wordt, als de wereld zich gaat uitbrei­den (wat op het ogenblik meer en meer gebeurt), dan worden geesten, allerlei paranormale verschijnselen, gevoeligheden, voorgevoelens en dergelijke zaken veel belangrijker dan alle leerstelligheden. Dan ga je eerst bij je eigen hart te rade en niet bij de catechismus. Grenzen die verlegd worden.

In de wetenschap is men een hele tijd bezig geweest met het exacte onderzoek. Dat exacte onderzoek ontkende in feite zijn eigen vaak in­spiratieve bronnen en bases. Nu echter begint de wetenschap langzaam maar zeker haar grenzen te zien. Ze wil verder. Men probeert dan op een andere manier de mensheid toch te benaderen, dit mens zijn en het geheel van het wetenschappelijke beleid a.h.w. opnieuw te zien.

Wij krijgen dan de zgn. halfzachte wetenschappen zoals sociologie, politicologie, ontologie en wat dies meer zij. Een hele logos van onbewijsbaarheden samengevat in een uitermate logisch pakket van stellin­gen die op zichzelf voortdurend door de feiten worden gewraakt. Nu echter begint men te beseffen: Hé, naast het direct bewijsbare moet er nog wat anders bestaan.

Als ik zeg dat het werken met de levensstromen en het aanbrengen van naalden daarin, zoals de Chinezen doen, onzin is, dan kan ik niet voorbijgaan aan het feit dat je de mens daarmee kunt verdoven, dat er mensen daardoor beter kunnen worden, dat allerlei eigenaardige dingen daardoor kunnen gebeuren. Dan behoef je nog niet de basistheorie te aanvaarden, zegt de wetenschap, maar je moet de feiten in aanmerking nemen. Je moet proberen ze te verklaren. En als die verklaring niet mogelijk is volgens de bestaande normen en waarden, dan moeten we onze normen en waarden zodanig veranderen dat we ook dit verschijnsel mede kunnen omvatten.

Dat maakt natuurlijk ook een wat vreemde indruk als je als leek daarmee wordt geconfronteerd. Aan de ene kant de hardnekkigheid waar­mee men de oude waarden probeert te handhaven ten koste van alles. Aan de andere kant de wonderlijke vrijzinnigheid soms waarmee men van exacte methoden en onderzoekingen afwijkt om zich in wezen te bewegen aan de grens van het paranormale, aan de grens van het inspiratieve. Het weten van de mens moet het geheel van de mens omvatten, niet al­leen maar een klein stukje daarvan.

Wetenschap kan nooit blijven leven en zich blijven ontwikkelen, indien ze niet bereid is om ook in te gaan op datgene waaruit ze is voortgekomen, uit de mens zelf. Meer en meer wordt zelfs in de wetenschap het mens-zijn mede criterium voor aanvaardbaarheid en mogelijkheid. Dat zal de wetenschap nog niet bewust erkennen, natuurlijk niet, maar in de praktijk doet ze het wel. En dan staan we ook weer voor de verleggíng van een grens. De wereld wordt anders.

Wanneer ruimtevaarders naar de maan gaan, dan doen ze alleen wat een middenstander ook doet op een andere manier. Maar wanneer er een sonde wordt gezonden, die tot buiten het zonnestelsel doordringt en daar nog enkele signalen kan afgeven, dan is er ook een nieuwe grens overschreden. De mens staat op het punt om burger te worden, niet van een zonnestelsel, maar van een heelal. En ook dat heeft zijn invloed op de gehele mentali­teit van de mensheid. Misschien mag ik het zo formuleren.

Bij de veranderende grenzen, die we op dit moment al kunnen constate­ren, is de factor van het innerlijke mens-zijn veel belangrijker dan algemeen wordt beseft. De verandering van mentaliteit, die hier langzaam uit voortvloeit, kan alleen tot resultaten voeren, indien ook de samenleving in deze nieuwe mentaliteit, in deze nieuwe ruimere grenzen zich gaat be­wegen, inleven.

Het proces zou je vernieuwingsproces kunnen noemen. Wij hebben dat al eens eerder gedaan. Dan zullen heel veel mensen zeggen: Ja, maar alle verandering is niet een verandering ten goede. Het ligt er maar aan wat je goed noemt.

Er zijn op het ogenblik factoren in het spel waarvan menig gezeten burger begint te gruwen. Bijvoorbeeld en niet alleen in enkele landen, maar bijna overal een toename van homoseksualiteit. Dat is verschrikke­lijk zegt men. Maar in een situatie waarin de overbevolking van de aarde zo groot is, dat tenminste een vertraging van die bevolkingstoename van groot belang is, is het juist weer een factor die begrijpelijk wordt.

Eens was het nageslacht het doel van het leven, van de seksualiteit en van alles. Nu echter is het eerder de betekenis die je hebt voor an­deren. Die betekenis behoeft niet te worden uitgedrukt in een gezin dat je voortbrengt. Je kunt dan zeggen. Dat is toch niet goed. Het ligt er maar aan hoe je het beleeft, hoe je bent. Maar is in de huidige zuiver stoffelijke situatie dit niet onvermijdelijk?

Dan zien we aan alle kanten excessen. Als we kijken naar de emanci­patiebewegingen, dan zien we toch wel een zeer sterke overdrijving van het vrouw-zijn als een exclusief en ten koste van alles zich verdedigen tegen alles. Je zou misschien beter doen, als je het werkelijke mens-zijn nu eens op dezelfde manier ging verdedigen. Maar ja het is een over­gangsfase.

Bij al die overdrijving blijft er een feit bestaan. In de geschiedenis is het nu eens deze, dan weer gene sekse die in feite de baas is. Maar zo­lang er een baas-zijn is, is er ook een taakverdeling. Zolang er een taak­verdeling is, is er een verschil in belangrijkheid. Je zou kunnen zeggen een soort kasteverschil. Als je echter naar een nieuwe mensheid toe wilt, dan kan ze alleen ontstaan, indien alle mensen als gelijken kunnen samen­werken, indien de verschillen bijkomstigheden worden en de overeenkomsten bepalend.

Ongeacht de dierlijke aspecten die op aarde nu eenmaal zullen blijven bestaan, moet men eigenlijk naar een toestand toe zoals in de sferen waar iedereen zichzelf is en de bijkomstigheden eigenlijk niet veel meer zijn dan een spel, een fantasie misschien, een droomwereld die voortdurend veran­dert en eindelijk toch zijn betekenis zal verliezen. Ook hier weer in de gang naar werkelijk mens-zijn veranderende grenzen, die tot nu toe het mens-zijn op een bepaalde wijze en in een bepaalde belangrijkheidsgraad meenden te moeten definiëren.

Het is natuurlijk moeilijk om aan te nemen hoe het voor een Zuidafri­kaan zou zijn als er in Soweto een profeet kan worden geboren die veel groter is dan alle blanke staatslieden bij elkaar. Maar mogelijk is het. Nu beschouwt men het niet als mogelijk.

Het besef van de mogelijkheid die in elke mens schuilt, is het begin van een ontwikkeling van een totaal nieuwe en geestelijk ook veel belang­rijker periode van mens-zijn. Het is gemakkelijk genoeg om te zeggen: vernieuwingen en ontwikkelingen, klaar. Maar waar heb je werkelijk mee te maken?

Kijk eens naar uzelf. U denkt een beetje anders dan u naar buiten toe doet voorkomen. Dat staat wel vast. U bent innerlijk bezig met denkbeelden die u nooit in praktijk zult brengen. U heeft verlangens en we­reldvoorstellingen waar u nooit voor zult uitkomen. Integendeel, u vervalst ze elke keer weer, zelfs voor uzelf. Waarom? Omdat u uzelf niet durft zijn.

U wilt een beeld van de wereld zijn. Maar als u nu eens een beeld van God zou willen zijn, laten wij dat eens stellen, dan zou u niets van hetgeen er in u leeft mogen ontkennen. Je kunt geen dualistische mens hebben. Je kunt geen dualistisch Al hebben. Er is of eenheid of er is een absolute verscheidenheid. Een van beide. Maar je kunt niet zeggen: Alle dingen komen voort uit God, behalve die dingen die komen voort uit de duivel. En je kunt niet zeggen: Die dingen zijn allemaal goed, maar voor de mens zijn die en die dingen weer niet goed. Die ver­schillen bestaan eenvoudig niet.

Je moet komen tot een eenheid. Die eenheid kun je alleen bereiken indien je eerst jezelf erkent voor wat je bent. En al zul je in deze tijd jezelf misschien nog niet kunnen leven zoals je voelt te zijn, je zult toch in ieder geval jezelf moeten toegeven dat je een groot ge­deelte van je levenswaarden vervalst en misschien in het verleden al­tijd al vervalst hebt. Dat is een verandering waarvan steeds meer mensen zich bewust worden.

Het verschuiven van al die grenzen van moraliteit e.d. is geen toe­val. Het is geen rage, een mode die door de jaren alleen wordt bepaald. Elk verschijnsel daarvan is een fase die meewerkt tot het meer zichzelf aanvaarden meer zichzelf zijn van de mens. Dan kunnen we zeggen: Dit is niet slechts een verleggen van grenzen of van een verandering van grenzen het is een proces van rijping, van bewustwording.

Als we kijken naar de gemiddelde invloed die de geest kan uitoefenen, dan valt het volgende op. In het verleden kon een geest bijna absoluut een mens beheersen alleen door zich voortdurend met die persoonlijkheid bezig te houden. Daarbij was de kwaliteit van de geest niet belangrijk, alleen datgene wat hij voorspiegelde.

In deze tijd is het voor een geest nog steeds mogelijk om een mens te beïnvloeden. Maar deze beïnvloeding is veel meer dan vroeger gebonden aan de kwaliteiten van die mens. Daar moet de geest op inspelen. Nu blijkt reeds dat mensen, die zo worden beïnvloed, zich veel meer bewust zijn van hetgeen er gebeurt dan in het verleden denkbaar is geweest of we moeten bijna een paar honderdduizend jaren teruggaan, naar de oertijd. Dat houdt in dat de mens zich bewuster wordt van de geestelijke wereld.

Hoe lang zal het duren, denkt u, voordat steeds meer mensen bewust deel gaan uitmaken van de geestelijke wereld? Iets wat u misschien graag wilt, maar wat u nog niet kunt. U zit nog steeds vast aan uw beperkingen, aan uw onvoldoende aanvaarding en erkenning van hetgeen u zelf bent. Maar ze komen er die mensen.

De geest wordt steeds meer een deel van datgene wat men op aarde is. Zaken die eens als belachelijk en onwerkelijk werden verworpen, als een heidens bijgeloof, worden beschouwd, zoals bv. reïncarnatie worden meer en meer aanvaard en zelfs op die gebieden waar men wetenschappelijk onder­zoek pleegt te doen, steeds meer als tenminste waarschijnlijk erkend.

Kijk, nu zien we wat eraan het gebeuren is. Het verleggen van de grenzen is eigenlijk een nevenverschijnsel. De grenzen, die tot voor kort (tot de jaren 60) hebben bestaan, zijn eenvoudig niet meer in staat om de mens van heden te omvatten. Hoe langer men probeert de oude orde te handhaven, des te groter wordt het deel van elke mens waarop men abso­luut geen greep meer heeft. Als de wetenschap exact wil blijven volgens haar redelijkheid en logica, zoals ze die tot nu toe heeft gehandhaafd, dan zal ze ontdekken dat daarnaast een ander soort wetenschap gaat ont­staan die haar op vele van haar gebieden kan overvleugelen.

De oude wereld met haar grenzen is niet meer in staat om de nieuwe mens voldoende te omvatten. En daardoor ontstaan al die misstanden. Daardoor dat geweld. Daardoor ook het fanatisme waarmee bepaalde ver­ouderde begrippen nog steeds worden verdedigd. Vandaar ook die enorme hang naar macht en geweld bij zoveel mensen, want ze zijn bang voor het nieuwe. Ze zijn bang voor het helemaal zichzelf te moeten zijn.

Dan kijken wij eens diep in de mens en zien we dat heel veel mensen in deze dagen nogal eens een duistere trip hebben. Ze dromen van wereldondergang. Ze dromen van een vreemde duisternis waar ze doorheen moeten gaan. Ze dromen van een wereld waarin alle ongevallen op hen af schijnen te stormen, alsof het de reclame is van de een of andere levensverzeke­ring. Maar waar komt dat alles vandaan? Zijn ze werkelijk bang voor die dingen? Neen. Die dingen zijn een houvast daar kun je je aan vastklam­pen. Je kunt je vasthouden aan de atoombom of je ervoor of ertegen bent. Dat is een angst. Daar kun je bang voor zijn. Daarop kun je al je angst je verzet projecteren. Dan behoef je tenminste niet te erkennen dat je bang bent voor een deel van jezelf of voor een deel van de gemeenschap waartoe je behoort, dat je bang bent voor het mens-zijn zoals dat nu wordt gepredikt.

Dan kijken we verder in de mens. Wij horen van allerlei paradijsdromen. Maar al die dromen zijn echt geschikt voor exclusieve groepen. 0f het komt in deze groep ook wel voor. De Orde der Verdraagzamen waartoe men op aar­de heeft behoord, is een soort garantiezegel dat men door een aantal broe­ders verkrijgt, die eventueel, vergezeld van hun hofnar Henri, indien hij tenminste geen straf krijgt voor zijn behandeling van het leven van Sinter­klaas, klaar staan om u met een zekere jubel binnen te leiden in een we­reld die eigenlijk van de uw niet veel verschilt, die alleen veel aangena­mer is en waarin het weer altijd goed is.

Hetzelfde is het als het uitverkorenen zijn van andere groepen, of het zeker te zullen ingaan tot de wereld der goden of wat elders wordt verteld. Dat is ook weer een ontvluchting aan de werkelijkheid.

Wij kunnen als mensen pas werkelijk een kosmische factor worden, in­dien mensen of ze geest zijn of stof juist door de aanvaarding van hetgeen ze zelf zijn een eenheid weten te vormen met anderen. Het is die werkelijke eenheid, die innerlijk eenheid die bepalend is. Voor die inner­lijke eenheid is men nu bang. Het betekent dat men zijn illusies moet prijs­geven. Dan heeft men maar liever een waanidee dat alleen voor een beperkte groep geschikt is. Dan zoekt men leidslieden die vanuit de troon van on­feilbaarheid al datgene uittrompetteren waardoor je jezelf anders dan de ander weet en dus beter.

Je bent bang om toe te geven dat je leeft in een wereld, die aan één kant veel leger is dan je durft beseffen. Aan de andere kant vol is van krachten die zo enorm zijn dat je ze eigenlijk niet durft zien voor wat ze voor jou zouden kunnen zijn. Dat is de werkelijkheid. En toch moet je wel.

Je kunt onder de huidige omstandigheden niet alles meer blijven ontkennen wat er in je is. Het maakt weinig verschil uit of je een stem hoort, visioenen ziet of alleen zo nu en dan een tik krijgt of last krijgt van allerlei geklop in een tafel waarin toch geen houtworm blijkt te zitten.

Er zijn vreemde dingen. Die dingen op zichzelf zijn niet belangrijk maar het feit dat ze voor jou werkelijk zijn is belangrijk. Je staat aan de grens van persoonlijke, nieuwe werkelijkheden. Het is alsof je op de drempel staat van een deur. Als ze opengaat, zul je ineens in een heel andere wereld staan. En dan ben je bang.

Je weet nu wat je hebt, je weet nooit wat je krijgt. De meeste men­sen voegen dan daar aan toe: Als ik krijg wat mij toekomt, dan blijf ik toch maar liever hier. Want ze zijn geladen met allerlei begrippen die in de werkelijkheid geen rol spelen, maar die hun persoonlijke benadering, hun innerlijk leven voor een groot gedeelte beheersen. Je kunt niet ont­komen aan de veranderingen die zich steeds weer in je afspelen je kunt niet alle kleine paranormale verschijnselen eenvoudig opzijschuiven met: het is lastig, laten we er niet aan denken.

Ach, droom een beetje; dat is toch niet erg. Je moet langzaam maar zeker ermee leren leven. En om ermee te leren leven, moet je ook leren dat alles wat de wereld buiten je t.a.v. jou bepaalt alleen maar geldig kan zijn eventueel in je contacten met delen van die buitenwereld, maar nooit voor je innerlijk.

De mens gaat een periode tegemoet waarin innerlijke vrijheid gelijk­tijdig gepaard gaat met allerlei dingen die men op het ogenblik mis­schien een beetje minder aanvaardbaar zal vinden. Men zal waarschijn­lijk zeggen: Waarom moeten wij ons zo druk maken over mensen die elders verhongeren. Wij moeten gewoon ervoor zorgen dat wij daar geen schuld aan hebben. Wij moeten verder ervoor zorgen dat ze de kans krijgen, als ze willen, om daar wat aan te doen. Verder behoeven wij niet te gaan.

Zij zullen zeggen: Het is natuurlijk jammer dat er een hele hoop mensen zijn die misschien mindervalide zijn. Maar laten die dan probe­ren om op hun eigen manier te bewijzen wat ze voor de gemeenschap zijn en in die gemeenschap betekenis hebben. De gemeenschap is niet ver­plicht de last van hun tekortschieten te dragen om hun een schijn van volwaardigheid te verschaffen die ze toch nooit werkelijk kunnen waar­maken. Zoals: sentimentaliteit. Die past niet bij een werkelijke figuur. Maar een enorm gevoel van eenheid wel.

De grenzen van een mens gaan zich verleggen van een sentiment gedreven schuldbewustzijn naar een feitelijke aanvaarding van al datgene wat buiten hem bestaat voor zover die maar kenbaar en waarneembaar is en een gelijktijdig reageren vanuit een eigen innerlijke waarheid en een eigen innerlijke werkelijkheid. Dan zeggen de mensen: Blijft er dan niet veel waardevols achter op de weg? Ongetwijfeld. Veel dingen die bete­kenis hebben blijven altijd achter wanneer de mensheid verdergaat.

Eens was er een tijd die men tegenwoordig barbaars noemt. Een tijd van slaven. Een tijd van geweld ook, van allerlei eigenaardige wetten, van dictatuur, van absolutisme, van vele goden die vaak ook met elkaar in oorlog waren. Dan zegt men: Het is toch goed dat we daar vanaf zijn. Maar je hebt toch ook wat achtergelaten.

Je hebt achtergelaten, hele culturen waarin geestelijke scholing erg belangrijk was. Je hebt achter je gelaten allerlei belevingen, die sug­gestief geïnduceerd, ik geef het toe voor de mens de innerlijke wereld en ook de andere wereld meer benaderbaar maakten. Daarvoor in de plaats is dan toch een enggeestigheid gekomen. Neemt u het mij niet kwalijk, zo zie ik het nu eenmaal. Een enggeestigheid, die aan de ene kant voor de mens veel meer mogelijkheden gaf tot ontwikkeling, die ook innerlijk bepaalde mogelijkheden tot ontwikkeling in zich droeg op dat ogenblik, maar die niet in staat was om de mens de mogelijkheid te geven om zichzelf te zijn. Als je jezelf niet kunt zijn, dan kun je niet waarlijk deel hebben aan God. Dan kun je niet waarlijk deel hebben aan de kosmos. Dan ben je altijd iemand, die fata morgana’s najaagt en daardoor niet beseft welke weg hij kiest.

Ik denk, dat de zich langzaam verleggende en verschuivende gren­zen een aanduiding zijn dat we gaan in de richting van een mens, die juist doordat hij zichzelf is en zichzelf aanvaardt, gaat komen tot een mensheid waarin het waarlijk mens-zijn veel meer mogelijk wordt, maar waar­in gelijktijdig een geestelijk bewustzijn zich ontwikkelt waardoor dat mens-­zijn wordt verheven tot zijn werkelijke, zijn meer alomvattende betekenis.

Ja, vrienden, misschien wordt u ook geconfronteerd met allerlei dingen die u onaangenaam vindt. Bijvoorbeeld. Jongeren hebben weinig res­pect voor ouderen tegenwoordig. Dat is geen wonder. De meeste regeerders zijn ouder. En als je ziet wat die doen, dan valt het respect weg en daarmee ook het aureool van wijsheid dat eens de ouderdom placht te om­hullen.

Dat wil echter niet zeggen, dat de jongeren beter en wijzer zijn. Die denken alleen dat ze wijzer zijn. U zult zeggen: Dat vind ik toch jam­mer. Aan één kant misschien maar aan de andere kant, zou het niet veel beter zijn, als men werd beoordeeld op grond van hetgeen men wezenlijk is en doet? Niet op grond van wat men zegt te zullen doen. Niet op grond van een diploma dat men heeft behaald, maar op grond van de feitelijke prestatie.

Ik geef toe, juist in deze overgangstijd zijn er een aantal neven­verschijnselen, die voor bijna elk zgn. weldenkende mens onaangenaam moe­ten zijn. Maar wat zijn de feiten? Als je dat onder ogen durft zien, kom je verder.

Als je kijkt naar de veranderingen in het samenlevingspatroon, bv. het huwelijk dat zo langzamerhand toch aan betekenis begint te verlie­zen, dan moet men zich realiseren dat de mensen in het huwelijk heus niet alleen maar de seksuele vervulling of de spirituele eenheid nastreven.

Er zijn mannen die naar een moeder zoeken bij voorkeur iets jonger en gezelliger. Er zijn veel vrouwen die eigenlijk alleen maar zoeken naar iemand, die bepaalde verantwoordelijkheden van hen wil afnemen. Er wordt heus niet alleen gehuwd omdat er nageslacht moet komen of dat er bezit moet worden samengebracht zoals het eens was. Maar waarom doet men het wel? Om een vrijheid te gewinnen misschien die men tot nu toe niet meende te bezitten. Om iets anders te beleven misschien zodat men zijn eigen onvrede eigenlijk gebruikt als basis voor een samenleving die daardoor al bijna tot mislukking is gedoemd.

Zeker, het is jammer. De tradities waren zo mooi. Maar al die mis­lukkingen maken alleen maar duidelijk dat er een proces aan de gang is waarbij het niet meer gaat om huwelijk of geen huwelijk, maar waarbij het gaat om mens tegenover mens. Dat het gaat om een relatie waarbij geen macht, geen geweld, geen dwang, geen afpersing een rol behoeft te spe­len, als je maar eerlijk durft uitkomen voor wat je bent en zelf durft staan voor hetgeen je wilt en voor wat je kunt.

Het zijn ook deze verschuivingen, hoe beklagenswaard ze ook mogen zijn in de ogen van velen, die mede aanduiden dat we op weg zijn naar een meer kosmische mens.

Het is begrijpelijk, het duurt nog wel even voordat de eerste beman­de raket gaat tot aan de grens van het zonnestelsel. En het zal nog wel iets langer duren, neem ik aan, voordat mensen vrij en in eigen beheer op weg gaan naar de dichtstbij gelegen ster. Je moet daar rijp voor zijn. Je moet af van al dit je vastklampen aan uiterlijkheden, aan macht, aan meerwaardigheid, aan belangrijkheden. Je moet daarvoor in de plaats komen tot een werkelijk accepteren van een nieuw bestaan, van een nieuwe we­reld waarin alle gelijkwaardigheid wordt verondersteld en alleen aan de hand van de direct kenbare verschijnselen wordt geoordeeld.

Voordat de mensheid een gemeenschap wordt waarin de meeste vooroordelen zijn verdwenen, dat vergt nog wel enige tijd. Maar de vernieuwing, in deze dagen, is voortdurend afleesbaar. En als wij die afleeshaarheid begrijpen en om ons heen voortdurend de werkingen zien van de vernieuwing, dan zullen we niet meer zo geschokt zijn, wanneer de grenzen verschuiven, wanneer de grenzen van macht, van moraal en van al die an­dere zaken langzaam maar zeker zich bewegen op gebieden die wij nog nooit hebben betreden en waarvoor we misschien bang zijn.

We leren dan wellicht om dat egocentrisme, dat we bij zo velen tot nu toe hebben veroordeeld, te gaan beschouwen als iets wat ook voor ons van belang is. Iets wat in onze werkelijkheid een heel grote rol speelt. Dan zullen we weer met de dichter uitroepen: Mijn God, wanneer ik sterf, zo sterft ook Gij. Omdat wij beseffen dat voor ons het leven wordt be­paald door hetgeen wij zijn, door hetgeen wij bepalen, door hetgeen wij erkennen, door hetgeen wij beleven, ja zelfs door datgene wat we tegen al­le werkelijkheid in willen geloven of willen fantaseren. Vanuit die erkenning zullen we meer openstaan voor elk contact dat van elders komt van de wereld van de geest, misschien van andere werelden in de stof. Andere wegen en andere mogelijkheden. Veranderende grenzen zijn het bewijs van een veranderende mensheid. Een veranderende mensheid betekent een nieuwe fase van menselijk bestaan, een nieuwe ontwikkeling waarin de mensheid, zeker vanuit geestelijk stand­punt, veel meer mogelijkheden gaat krijgen, veel meer werkelijkheidszin gaat bezitten dan onzes inziens tot op heden nu het geval was.

  • (De mondelinge vraag is niet verstaanbaar.)

De mens heeft vaak een innerlijk waarin hem zijn eigen onvolwaardig­heid steeds wordt voorgespiegeld. Als hij dan buiten zich een leider kan vinden die hem meerwaardigheidsgevoelens aanpraat en geeft, dan is hij bereid te volgen, ongeacht wat hij daarvoor moet doen. Dat is de basis van fascisme.

  • (De mondelinge vraag is niet verstaanbaar.)

Als je met een verlamde of een blinde te doen hebt en je gaat hem als zodanig behandelen, dan maak je hem meer verlamd, meer blind, meer verminkt. Maar als je erkent wat zijn beperkingen zijn en tevens bereid bent om hem als een volwaardig medemens verder te aanvaarden, dan ver­andert de situatie. De blinde wordt dan niet minder blind, maar zijn blindheid wordt minder een handicap. De verlamde is nog verlamd, maar hij voelt zijn afhankelijkheid minder omdat hij zelf meer moet doen. Dat soort dingen is de juiste benadering. Je kunt niet zeggen: Met deze mensen kan ik mij niet één voelen. Je moet zeggen: Ik kan mij één gevoe­len met hun wezen, maar ik blijf mij bewust van hun kwalen. Juist in hun kwaal zal ik hen zover isoleren dat zij alleen die hulp van mij krijgen die ze werkelijk nodig hebben om verder te kunnen gaan

Vragen betreffende vorige les: ‘Andere stromingen’

  • In de vorige les is besproken dat er bepaalde ruimtelijke situaties zijn waarin magnetische stormen voorkomen die invloed kunnen uitoefenen op ons zonnestelsel en op de aarde. Kunt u misschien zeggen wat die in­vloed kan zijn op het stoffelijke bestaan van de mensen die er dan zijn?

Dat kan sterk variëren, als het zonnestelsel terecht komt in een zeer hevige magnetische storm. Dan moet worden verwacht dat er een bui­tengewoon hoge zonnevlekken activiteit optreedt als gevolg daarvan, terwijl gelijktijdig magnetische storingen, eventueel poolstoringen ontstaan bij de verschillende planeten. Het zou in ieder geval en voor de aarde zou het een grote ramp zijn, ten gevolge kunnen hebben dat al­le elektronische en magnetische apparaturen in het ongerede geraken. Zelfs minder hevige magnetische stormen, zoals die nogal eens kunnen voorkomen binnen een zonnestelsel en eventueel door de zon zelf gegenereerd kunnen worden, hebben bv. reeds ten gevolge dat elektrische uurwerken onjuist functioneren of blijven stilstaan dat er verzwakking optreedt van computergegevens die op banden of schijven zijn opgenomen en dergelijke. Er kunnen dus ingrijpende veranderingen daardoor optreden. Zouden wij een storm van de hoogste sterkte treffen, dan kan worden gezegd dat de aarde wordt geteisterd door een aantal overstromingen en gelijktijdig door droogte, dat daarnaast grote mechanische en magneti­sche storingen ontstaan en dat in het allerergste geval (dat staat nooit zeker vast) een betrekkelijk sterke aardasverschuiving optreedt met als gevolg daarvan een groot aantal vloedgolven, vulkanische werkingen nieuwe stuwingen van de landmassa’s en dergelijke.

  • Er is gezegd, dat in deze tijd geen afval van krachten plaatsvond maar een toename in geestelijk opzicht. Hoe moeten wij ons dat voorstellen?

Een toename van geestelijke krachten kan o.m. betekenen: meer mensen ontdekken dat ze genezende kracht bezitten en werken daarmee. Het kan betekenen: er is een veel grotere gevoeligheid voor de aanwezig­heid van de geest. Het kan betekenen dat iemand sterker dan voordien denkbaar was, zijn persoonlijkheid weet te projecteren op anderen en daar­door die anderen gemakkelijker kan bereiken en overtuigen. Het betekent een toename van magnetische, telepathische signalen. Al tezamen dus een verhoogde activiteit op het gebied dat normaal het paranormale wordt genoemd in uw dagen

Deze aarde

De meeste mensen denken aan de aarde als aan een wereld waarop je woont. Zij realiseren zich eigenlijk niet voldoende dat die aarde een geheel eigen structuur, een geheel eigen persoonlijkheid heeft. Om u een klein voorbeeld te geven:

In de kern van de aarde vinden we buitengewoon veel nikkel. Wij vinden daar ook veel ijzer. Daarnaast treffen we daarin een aantal normaal zeer vluchtige elementen aan, maar in een bijna kristalachtige, soms ook in een wat amorfe vorm, waaronder helium, argon en nog enkele andere.

Het is dus een wereld waarvan de gehele samenstelling eigenlijk ge­schikt is voor een groot aantal reacties op magnetisch terrein. Er komen juist in die kern onder enorme verdichting bepaalde structuren voor die net geen kristallen meer zijn, maar die toch een eigen lijnen­raster hebben en dus ook een eigen frequentie. Dat betekent dat de aar­de als geheel gevoelig is voor een aantal trillingen en signalen uit de ruimte die aan de bewoners van deze wereld ongemerkt voorbij zullen gaan.

De aarde is bezield d.w.z. er is een bewustzijn dat zich met de aar­de verbonden heeft. Maar zelfs als dit er niet zou zijn, dan zou op grond van alle gevoeligheden (door mij zijn er enkele reeds opgesomd) ze in staat zijn te reageren als tenminste half-leven. Dus bv. een reactiepa­troon als bij eiwitten of misschien bij de meest primitieve eencelligen. De wereld zelf is dus iets wat leeft, laten we het zo maar zeggen. Leven betekent ook dat er aanpassingsprocessen plaatsvinden.

Als we kijken naar de aarde, dan weten wij dat de wereld zich voort­durend heeft aangepast aan allerlei omstandigheden en situaties. Wie gaat kijken in het Karakorumgebergte of in andere gebergten, wie kijkt naar de rotswanden van de Grand Canyon en de vele andere ravijnen, die kan beelden genoeg zien waaruit blijkt dat zee en land eigenlijk voortdurend van plaats hebben verwisseld. Dat tijden waarin kalksteen voorkwam (dat betekent dus een periode van lage afzettingen en weinig directe activi­teit van vulkanen) wordt gevolgd door perioden waarin grote vulkanische activiteit is. Zoals kan blijken uit bepaalde graniet en basaltlagen en bepaalde ertslagen die dan weer boven de kalksteen liggen.

Het klinkt een beetje ongelooflijk en je kunt het verklaren door breuken in de aardkorst. Maar dat een schots zich helemaal zal omkeren, is toch tamelijk onwaarschijnlijk.

De aarde leeft. Haar levensprocessen beschouwen, betekent rekening houden met o.m. de zgn. vaste korst van de aarde die in een aantal schotsen is verdeeld. Maar het betekent ook rekening houden met de verschil­lende daaronder liggende lagen waarin o.m. vloeibare gesteenten voorko­men, maar waaronder nog weer andere vloeibare, althans niet vormvaste lagen voorkomen.

De temperaturen die men heeft berekend voor de kern van de aarde zijn niet helemaal juist. Maar als men zo ver komt dat men die leert bepalen, zal men ontdekken dat er een groot aantal afzonderlijke actie­centra zit in de aardkern ieder met een eigen, zeer intense stralings­bron en een temperatuur die t.a.v. de omgeving kan oplopen tot 2000 gr. Celsius hoger.

Als je dat zo beziet, dan wordt duidelijk: er zijn een aantal kernen waarvan signalen uitgaan die onder meer de aardkorst bereiken, maar die ook invloed hebben op het gedrag van vloeibare gesteenten en de dikte van de daaronder liggende amorfe laag.

Het is een situatie waardoor de mens eigenlijk in een mate van on­zekerheid komt te verkeren. Het is gelukkig dat die processen over zeer lange tijden plegen te verlopen. Maar er zijn enkele aanwijzingen dat het bv. mogelijk is dat in de buurt van Lake Michigan in de Ver. Staten een aanmerkelijke verschuiving op korte termijn mogelijk is. Dan is het zelfs denkbaar dat plotseling op die hoogte vulkanische verschijnselen, optreden. Zou dit gebeuren, dan zou dit weer grote invloed kunnen hebben op o.a. het klimaat in bepaalde delen van Canada.

Als u dus alles bekijkt, dan leeft u in een wereld die wordt bepaald door de menselijke visie en de menselijke levensduur, maar waarin de vast­heid van waarden die men veronderstelt, niet wezenlijk bestaat.

Ik zou u nu kunnen vertellen hoe de aarde gesprekken houdt met ande­re planeten en zelfs met andere sterren. Dat is een feit. Er worden signalen uitgewisseld. En met een beetje goede wil en erkenning van bezieldheid kunnen we erover spreken als een soort communicatie. Maar of we dat nu doen of niet, het feit blijft bestaan dat de aarde resoneert op grond van invloeden die van buiten de aardse dampkring komen. En dan wordt het inte­ressant.

Want invloeden van buitenaf kunnen mensen beïnvloeden. Maar als ze men­sen beïnvloeden, dan zijn ze meestal van een kwaliteit die de aarde niet in essentie raakt. Als de aarde echter in haar essentie wordt aangespro­ken, dan zullen mensen zich van die stralingen veel minder bewust worden, maar ze zullen wel de gevolgen aan de hand van veranderingen op aarde (vulkanisme, verschuivingen van aardschotsen, verandering in klimaat, verandering in stralingsgordel zelfs) kunnen constateren. De mensen moe­ten ze ondergaan. Daarbij is de eerste conclusie;

De mens meent wel dat hij heer van deze wereld is, maar in feite is hij de slaaf van de trage en semi bewuste processen die zich in de aarde afspelen. Zelfs het bestaan en het voortbestaan van het ras, dat van al­le leven op aarde, is mede daarvan afhankelijk.

Ik kom nu aan het tweede stukje. We weten dat in de aarde een be­zieling is. Er is een entiteit die zich daarmee één gevoelt. Bezieling is niet, zoals sommigen denken, een absolute vereenzelviging. Het is eerder een gedeeltelijke vereenzelviging waarbij het merendeel van de aandacht geconcentreerd is op de belichaming maar waarbij de reactie­structuur van de belichaming wordt beïnvloed door deze aandacht.

Stel u nu eens voor dat de aarde ook denkt. Ze wordt beïnvloed door haar omgeving en door de veranderingen in haar omgeving. Dan zal daardoor haar eigen werking en straling kunnen veranderen.

Wij hebben geprobeerd daarvan enkele dingen te bekijken. Toen bleek o.a. dat in die zgn. gloedpunten met een gemiddelde temperatuur van 2000 gr. Celsius hoger dan de omgeving en liggend in de aardkern zeer grote verschuivingen ontstaan. Niet alleen dat bepaalde gloedpunten schijnen te doven, terwijl andere opgloeien, maar er kunnen nieuwe ont­staan en er kunnen oude verdwijnen.

Dat betekent dat de straling op aarde en de verhoudingen op aar­de veranderen. De mensheid wordt beïnvloed door deze relatie tussen de stralingen die van binnenuit komen en de straling die van buitenaf eventueel de aarde kan bereiken. De mensheid is dus ook in haar gedrag, in haar fysieke en voor een deel ook in haar psychische opmaak afhankelijk van de aarde. Een beetje dwaas om dat te ontkennen, vind ik.

Er zijn mensen die zeggen dat de aanbidding van de zon als een god in ieder geval nog redelijk is, maar dat de aanbidding van Gea (godin van de aarde) eigenlijk onzin is. De zon en de aarde zijn echter de meest belangrijke factoren die op aarde werken en die bepalend zijn voor de mogelijkheden van de mens. Laten wij dan heel rustig ook erkennen dat je zolang je in de stof leeft voor je belevingen en je mogelijkheden afhankelijk bent van die twee factoren en in het merendeel zelfs afhankelijk bent van de varianten op aarde, omdat deze varianten namelijk in grotere mate invloed plegen te hebben op de ontwikkeling van het leven dan de meestal kortstondige wijzigingen in het stralingspatroon van de zon.

Daar zit je dan. Want als je op aarde komt, dan kom je om ervaring op te doen. En elke ervaring die je moet opdoen, kun je opdoen. Alleen de omstandigheden waaronder die ervaring wordt opgedaan, worden niet door jezelf gecontroleerd ze worden bepaald door anderen.

Het klinkt een beetje gek, als je tegen een westerse mens zegt: Je moet je toch een klein beetje bewust zijn van het lot. Dat je moet zeg­gen: Het is de wil van God. Maar zo gek is het eigenlijk niet. Wij behoeven ons niet neer te leggen bij datgene wat we zelf kunnen beheer­sen. Maar het onbeheersbare moeten we aanvaarden. Wij kunnen er eenvoudig niet omheen. In elke geestelijke bewustwording blijkt, dat de voor ons belangrijke ervaringen liggen in het beheersbare en niet in het onbeheers­bare. De wil Gods is a.h.w. onze omgeving, maar onze eigen daadstelling, onze eigen waardering van het gebeuren dat is ons beleven, dat is onze bewustwording.

Daarmee ben ik dan bijna aan het einde van dit betoog.

Bekijk het nu even zo: Wetende dat wij geen meester zijn van onze we­reld, is het dwaas te trachten om onze wereld te beheersen.

Beseffend dat wij meester zijn van onszelf betekent echter dat wij binnen de omstandigheden die we moeten aanvaarden zelf de koers moeten uitzetten, zelf moeten kunnen uitmaken wat voor ons belangrijk is. En misschien nog belangrijker; wij kunnen onze waardering veranderen. Door onze waarderingen aan te passen aan het voor ons mogelijke komen wij tot een veel optimaler en een veel vreugdevoller beleving van het stoffelijk bestaan dan anders denkbaar zou zijn.

Een mens, die bezig is de wereld te meten aan idealen, aan droom­beelden, zal altijd teleurgesteld zijn. Degene echter die zijn idealen meet aan de erkenbaarheid van zijn wereld, zal ze voor een groot gedeel­te toch nog uitvoerbaar vinden en daardoor de bevrediging kennen van een welbesteed bestaan.

Wilt u bewuster worden, dan moet u beginnen met de aarde en met uw stoffelijk wezen. Het is dwaasheid om tegen een motorracer te zeggen: Het is je wil die het moet doen en de motor buiten beschouwing te la­ten. Op dezelfde manier zou het dwaas zijn tot u te zeggen: U moet uw geestelijke bewustwording doorvoeren, ongeacht wat de stof is en doet. De stof is de motor waardoor uw ervaringsbestaan wordt aangedreven, waardoor de vaart in uw bewustwording wordt bepaald. En dan is het de vaardige wijze waarop u binnen die omstandigheden reageert waardoor kan worden bepaald of u de race eventueel wint of niet.

Voor degenen die bang zijn voor het verliezen, nog een kleine troost. Er is geen vaste eindstreep. Ieder die aan onze kant komt en het gevoel heeft goed gereden te hebben, krijgt de nodige champagne, zij het in een sprankelend geestelijk licht en niet in een stoffelijke verteerdbaarheid die meestal nog wordt verprutst.